67/790/EEG: Besluit van de Raad van 14 december 1967 betreffende bepaalde maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk vervoerbeleid
Publicatieblad Nr. 322 van 30/12/1967 blz. 0004 - 0005
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 7 Deel 1 blz. 0044
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie II Deel IV blz. 0023
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 7 Deel 1 blz. 0044
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie II Deel IV blz. 0023
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 07 Deel 1 blz. 0076
++++ ( 1 ) PB no . 88 van 24 . 5 . 1965 , blz . 1500/65 . BESLUIT VAN DE RAAD van 14 december 1967 betreffende bepaalde maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk vervoerbeleid ( 67/790/EEG ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gezien de mededeling van de Commissie van 10 februari 1967 over het ingevolge de Raadsresolutie van 20 oktober 1966 te voeren gemeenschappelijk vervoerbeleid , Gezien het memorandum van de Italiaanse Regering van 21 september 1967 over het weer op gang brengen van de onderhandelingen over het gemeenschappelijk vervoerbeleid , Overwegende dat , in verband met de inwerkingtreding van de douane-unie , op het gebied van het vervoer zo spoedig mogelijk bepaalde maatregelen dienen te worden getroffen , terwijl de uitwerking van maatregelen op langere termijn moet worden voortgezet ; Overwegende dat deze eerste maatregelen enerzijds gericht moeten zijn op de harmonisatie van de mededingingsvoorwaarden in het kader van de beschikking van de Raad van 13 mei 1965 met betrekking tot de harmonisatie van bepaalde voorschriften , die van invloed zijn op de mededinging in het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren ( 1 ) , waarvan de uitvoeringsvoorschriften zo spoedig mogelijk in werking moeten worden gesteld , en anderzijds op de onderlinge aanpassing van de kostenstructuren ; Overwegende dat v}}r 1 juli 1968 voorschriften voor de communautaire ordening van de markt van het goederenvervoer over de weg , alsmede een programma van maatregelen die de verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijk vervoerbeleid kunnen verzekeren , dienen te worden vastgesteld , 1 . Komt op grond van de voorstellen der Commissie overeen : _ om tijdens zijn volgende aan vervoervraagstukken gewijde zitting , binnen ten hoogste zes maanden , de tekst van een communautaire regeling betreffende de harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard op het gebied van het wegvervoer vast te stellen ; _ om v}}r 1 juli 1968 de volgende maatregelen aan te nemen : a ) toepassing van mededingingsregels op het vervoer ; b ) regeling inzake steunmaatregelen voor het vervoer ; c ) tenuitvoerlegging van het bepaalde in artikel 1 , a ) en b ) , van bovengenoemde raadsbeschikking van 13 mei 1965 ; d ) vorming van een communautair contingent , voor het goederenvervoer over de weg , van 1.200 machtigingen voor drie jaar ; e ) invoering van een systeem van margetarieven voor het goederenvervoer over de weg tussen de Lid-Staten ; f ) oprichting van gespecialiseerde comités ter vervulling van de taken die hun op grond van vorengenoemde maatregelen zullen worden opgedragen , in het bijzonder het toezicht op de markt . 2 . a ) Neemt akte van de verklaring van de Commissie , dat deze zal indienen : aa ) v}}r 1 februari 1968 : wijzigingen op het voorstel van 18 maart 1964 voor een verordening inzake het afschaffen van de dubbele heffing van motorrijtuigenbelasting in het kader van het internationaal vervoer en op het voorstel van 20 juli 1966 voor een richtlijn betreffende de gelijkmaking van de voorschriften ten aanzien van de vrijdom van rechten bij de invoer van de zich in de reservoirs van bedrijfsautomobielen bevindende brandstof . Het doel van deze wijzigingen is : _ wat de dubbele belasting betreft : aanneming van een voorlopige oplossing op basis van het beginsel dat de voertuigen zijn onderworpen aan de belastingen die gelden in de Lid-Staat waar deze voertuigen aan het verkeer deelnemen , en wel overeenkomstig de duur van het verblijf ; _ wat de vrijdom van rechten voor motorbrandstof betreft : vrijdom voor 50 liter , welke hoeveelheid volgens besluit van de Raad bij iedere wezenlijke onderlinge aanpassing van de nationale belastingen op dieselolie zal worden verhoogd . bb ) v}}r 1 juli 1968 : voorstellen voor de eerste maatregelen die moeten worden genomen met het oog op de invoering van een stelsel van heffingen voor het gebruik van de wegen , welke met name inhouden : _ de harmonisatie van de structuren der belastingen op bedrijfsautomobielen _ daarbij rekening houdend met artikel 2 van bovengenoemde beschikking van de Raad van 13 mei 1965 _ zodanig dat tot uitdrukking komt welk aandeel in de kosten welke voor de samenleving worden veroorzaakt door het gebruik van de wegen moet worden toegerekend aan de verschillende soorten voertuigen ; _ de invoering van een uniforme en permanente boekhouding van de uitgaven betreffende de wegen van elk der takken van vervoer in iedere Lid-Staat . cc ) v}}r 1 januari 1971 : voorstellen betreffende de aanpassing van de bilaterale contingenten , voor het goederenvervoer over de weg tussen de Lid-Staten , daarbij rekening houdend met de bereikte resultaten voor wat betreft de sub aa ) en bb ) vermelde maatregelen . b ) Keurt het tijdschema en de algemene gedragslijn , vastgesteld sub a ) , goed . c ) Neemt kennis van de verklaring van de Commissie , volgens welke deze v}}r 1 juli 1968 voorstellen zal indienen betreffende de geleidelijke onderlinge aanpassing van de nationale belastingen op dieselolie . 3 . Wijst , rekening houdend met de conclusies der studiedagen , gewijd aan de problemen der spoorwegen , op de noodzaak om de sanering van de economische en financiële toestand der spoorwegen in snel tempo voort te zetten , en om te dien einde v}}r 1 januari 1969 : _ op basis van het voorstel van de Commissie van 26 mei 1967 , een verordening aan te nemen betreffende het optreden van de Lid-Staten ten aanzien van de verplichtingen die met het begrip openbare dienst zijn verbonden ; _ een verordening aan te nemen betreffende de normalisatie van het rekeningstelsel der spoorwegen , waarvoor de Commissie hem v}}r 1 maart 1968 een voorstel zal voorleggen . 4 . Geeft het Comité van Permanente Vertegenwoordigers opdracht de tenuitvoerlegging van punt 1 van dit besluit voor te bereiden . Het Comité wordt verzocht bij de Raad , tegen zijn volgende aan vervoervraagstukken gewijde zitting een tussentijds verslag in te dienen , vergezeld van de ontwerpen van op dit gebied te nemen besluiten . Gedaan te Brussel , 14 december 1967 . Voor de Raad De Voorzitter G . LEBER