31965S0005

EGKS Hoge Autoriteit: Beschikking nr. 5-65 van 17 maart 1965 betreffende de verjaring van vorderingen in verband met de in de artikelen 49 en 50 van het Verdrag bedoelde heffingen

Publicatieblad Nr. 046 van 22/03/1965 blz. 0695 - 0696
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 1 Deel 1 blz. 0026
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 1 Deel 1 blz. 0026
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1965-1966 blz. 0033
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1965-1966 blz. 0038
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 01 Deel 1 blz. 0093
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 01 Deel 1 blz. 0103
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 01 Deel 1 blz. 0103


++++

BESCHIKKING No . 5-65

van 17 maart 1965

betreffende de verjaring van vorderingen in verband met de in de arti -

kelen 49 en 50 van het Verdrag bedoelde heffingen

DE HOGE AUTORITEIT ,

Gezien de artikelen 49 en 50 van het Verdrag ,

Gezien Beschikking no . 2-52 van 23 december 1952 houdende de wijze van vaststelling en inning van de heffingen bedoeld in de artikelen 49 en 50 van het Verdrag ( Publikatieblad van de E.G.K.S . van 30 december 1952 , blz . 3 ) , zoals gewijzigd en aangevuld bij de Beschikkingen no . 30-54 van 25 juni 1954 ( Publikatieblad van de E.G.K.S . van 1 augustus 1954 , blz . 469 ) , no . 31-55 van 19 november 1955 ( Publikatieblad van de E.G.K.S . van 28 november 1955 , blz . 906 ) en no . 4-59 en 5-59 van 21 januari 1959 ( Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1959 , blz . 108 en 109 ) ,

Overwegende dat de verjaring waardoor een belastingplichtige van zijn verplichting jegens de overheid wordt ontslagen , op in alle deelnemende Staten erkende rechtsbeginselen berust en in de wettelijke voorschriften inzake de openbare financiƫn van deze Staten is geregeld ; dat het aanbeveling verdient deze wijze van schuldbevrijding ook in te voeren voor de heffingen op de produktie ;

Overwegende dat de algemene rechtsbeginselen die aan de verjaring ten grondslag liggen , de toepassing van de in deze beschikking omschreven oorzaken van stuiting en schorsing bij de heffingen op de produktie rechtvaardigen ;

Overwegende dat het zowel redelijk als billijk lijkt dat de verjaringstermijn , die in verband met de praktische behoeften van de Hoge Autoriteit op drie jaar is vastgesteld , tot zes jaar wordt verlengd in alle gevallen waarin de heffingsplichtige heeft nagelaten opgaven betreffende de produktie te verstrekken , dan wel opzettelijk of door nalatigheid onvolledige of onjuiste opgaven heeft verstrekt ;

Na raadpleging van de Raad van Ministers ,

BESLUIT :

Artikel 1

De vorderingen van de Hoge Autoriteit ter zake van de heffing op de produktie verjaren na drie jaar . Indien geen opgaven betreffende de produktie zijn verstrekt of indien opzettelijk of door nalatigheid onvolledige of onjuiste opgaven zijn verstrekt , bedraagt de verjaringstermijn zes jaar .

Door de verjaring gaan de bedoelde vorderingen teniet .

Artikel 2

De verjaringstermijn gaat in op 1 juli volgend op de maand tijdens welke de betaling van de heffing opeisbaar is geworden .

Artikel 3

1 . De verjaring wordt gestuit door de volgende handelingen :

_ verzending van een aangetekende brief met bericht van ontvangst , waarin :

_ de onderneming wordt aangemaand haar produktie op te geven , eerder verstrekte opgaven te verbeteren of de opgegeven of ambtshalve vastgestelde bedragen te betalen ,

_ de onderneming in kennis wordt gesteld van het voornemen van de Hoge Autoriteit om een onderzoek in te leiden ,

_ de onderneming wordt medegedeeld dat de Hoge Autoriteit haar uitstel van betaling verleent ;

_ betekening aan de onderneming van een uitvoerbare titel ter zake van de heffing , of elke andere uitvoeringsmaatregel waartoe tegen de onderneming krachtens een dergelijke titel wordt overgegaan ;

_ afstand door de onderneming van het reeds afgelopen gedeelte van de verjaringstermijn ;

_ schuldbekentenis door de onderneming .

2 . Wanneer de verjaring wordt gestuit , gaat een nieuwe verjaringstermijn in op 1 juli volgend op de stuitingshandeling .

Artikel 4

Indien de invordering van de heffingsschuld tijdens de laatste zes maanden van de verjaringstermijn niet kan plaatsvinden ten gevolge van overmacht of van een uit wettelijke voorschriften voortvloeiende onmogelijkheid , wordt de verjaring onderbroken tot na afloop van de dag waarop de omstandigheid die de invordering heeft belet , ophoudt te bestaan .

Artikel 5

De bepalingen van deze beschikking zijn van toepassing op alle in verband met de heffing op de produktie verschuldigde hoofdsommen , verhogingen wegens achterstallige betaling en interesten .

Artikel 6

Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Zij wordt op de eerste april 1965 van kracht .

Deze beschikking is door de Hoge Autoriteit besproken en goedgekeurd in haar zitting van 17 maart 1965 .

Door de Hoge Autoriteit

De Voorzitter

Dino DEL BO