64/160/EEG: Beschikking van de Commissie van 26 februari 1964 waarbij machtiging wordt verleend tot handhaving van bijlage B ter van de ,,Conditions générales d'application des tarifs pour le transport des marchandises''(C.G.A.T.M. - algemene voorwaarden voor toepassing van de goederentarieven) van de ,,Société nationale des chemins de fer français''(S.N.C.F. - Franse spoorwegen) (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. 044 van 13/03/1964 blz. 0710 - 0714
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie II Deel IV blz. 0014
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie II Deel IV blz. 0014
++++ BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 26 februari 1964 waarbij machtiging wordt verleend tot handhaving van bijlage B ter van de " Conditions générales d'application des tarifs pour le transport des marchandises " ( C.G.A.T.M . _ algemene voorwaarden voor toepassing van de goederentarieven ) van de " Société nationale des chemins de fer francais " ( S.N.C.F . _ Franse spoorwegen ) ( Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek ) ( 64/160/EEG ) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , en met name op artikel 80 , Gelet op bijlage B ter van de " Conditions générales d'application des tarifs pour le transport des marchandises " ( C.G.A.T.M . ) van de S.N.C.F . in haar huidige redactie zoals die blijkt uit het tarief van 10 juni 1963 ( " Journal Officiel de la République francaise " no . 131 van 6 juni 1963 ) , Gezien de standpunten ingenomen door de regeringen der belanghebbende Lid-Staten tijdens de raadpleging waartoe de Commissie overeenkomstig artikel 80 , lid 2 , op 29 oktober en 5 december 1963 is overgegaan , I Overwegende dat bijlage B ter van de C.G.A.T.M . deel uitmaakt van de herziene goederentarieven van de S.N.C.F . van 1 oktober 1962 , waarover de Commissie , ter uitvoering van artikel 2 van de beschikking van de Raad van 21 maart 1962 , op 24 september 1962 , een advies heeft uitgebracht waarin zij zich het recht voorbehield op een later tijdstip de diverse tariferingen en met name de correcties in het licht van de artikelen 79 en 80 van het Verdrag in bijzonderheden te onderzoeken ; Overwegende dat in bijlage B ter van de C.G.A.T.M . bijzondere bepalingen voorkomen voor bepaalde goederen die van of naar stations in sommige aangewezen streken worden vervoerd ; Overwegende dat deze bijzondere bepalingen van toepassing zijn op bepaalde goederen die vooral voor de plattelandseconomie van belang zijn zoals levende dieren , landbouwprodukten , bouwmaterialen , enz . ; Overwegende dat bijlage B ter alle afzenders en geadresseerden begunstigt in de zones die in de streken welke in de bijlage worden aangewezen door de S.N.C.F.-stations worden bediend ; Overwegende dat tariefverlagingen thans gelden voor de volgende departementen : Aveyron , Cantal , Charente-Maritime , Corrèze , Côtes-du-Nord , Creuse , Deux-Sèvres , Finistère , Haute-Loire , Hautes-Alpes , Ille-et-Vilaine , Lot , Lozère , Morbihan , Puy-de-Dôme , Tarn en Vendée , alsmede voor sommige met name aangewezen stations van de departementen Allier , Ardèche , Dordogne , Haute-Vienne en Loire-Atlantique ; Overwegende dat het betrokken tarief toepasselijk is op vervoer tussen deze streken en andere landen ; Overwegende dat de verlaging die uit de toepassing van bijlage B ter voortvloeit , naar gelang van de verkeersverbinding , het vervoerde produkt en de wijze van verzending , 5 , 10 of 15 % bedraagt ten opzichte van het sedert 1 oktober 1962 normaliter geldende tarief ; Overwegende dat deze verlaging tot gevolg heeft dat het tarief voor het betrokken vervoer over bepaalde verkeersverbindingen lager is dan het v}}r 1 oktober 1962 geldende ; dat dit in het algemeen ook het geval is voor geheel Bretagne ; Overwegende dat , wat de invloed van de toepassing van bijlage B ter op de bedrijfseconomische positie van de S.N.C.F . betreft , het op de voorwaarden van bijlage B ter verrichte vervoer in 1961 5.778.000 ton bedroeg ; dat de S.N.C.F . geen rechtstreekse compensatie uit overheidsmiddelen ontvangt voor de vermindering van de ontvangsten die uit de toepassing van de bijlage voortvloeit ; Overwegende dat 1,2 % van het totale vervoer van de S.N.C.F . in 1962 werd verricht op de voorwaarden van bijlage B ter en dat de desbetreffende ontvangsten 3,2 % van de totale ontvangsten van de S.N.C.F . bedroegen ; Overwegende dat bijlage B ter van kracht werd op 1 oktober 1962 , d.w.z . te zamen met de tariefherziening ; dat zij op 25 oktober 1962 werd uitgebreid tot Bretagne , en op 10 juni 1963 tot de volgende acht departementen : Aveyron , Cantal , Creuse , Haute-Loire , Hautes-Alpes , Lozère , Puy-de-Dôme en Tarn , waarvoor de oude tarifering tot op die datum van toepassing was gebleven ; II Overwegende dat de Franse Regering heeft erkend dat de bepalingen van bijlage B ter welke tot gevolg hebben dat de tarieven vanaf respectievelijk 1 oktober 1962 , 25 oktober 1962 en 10 juni 1963 op een lager peil worden gebracht dan v}}r die data van toepassing was , onder artikel 80 , lid 1 , van het Verdrag kunnen vallen ; dat zij de Commissie derhalve heeft verzocht machtiging tot handhaving van bijlage B ter overeenkomstig lid 2 van artikel 80 ; Overwegende dat de betrokken tarifering van toepassing is op vervoer binnen de Gemeenschap , waaronder ook het binnenlands vervoer in een Lid-Staat valt ; Overwegende dat bijlage B ter van de C.G.A.T.M . als een door de staat opgelegde maatregel in de zin van artikel 80 , lid 1 , moet worden aangemerkt , daar zij door bestuursrechtelijke bepalingen is ingevoerd ; Overwegende dat bijlage B ter van de C.G.A.T.M . voor het bedrijfsleven van de betrokken streken een steun betekent , overeenkomende met het objectief meetbare verschil tussen de vrachtprijzen volgens de oude tarifering en de vrachtprijzen volgens de bijlage ; Overwegende dat de steun ten goede komt aan bepaalde ondernemingen of industrieën , te weten de ondernemingen en industrieën die in bepaalde gebieden gevestigd zijn ; Overwegende voorts dat niet wordt aangevoerd dat bijlage B ter mededingingstarieven inhoudt , die onder artikel 80 , lid 3 , vallen ; Overwegende dat bijlage B ter van de C.G.A.T.M . derhalve onder artikel 80 , lid 1 , valt ; dat het derhalve aan de Commissie staat , overeenkomstig artikel 80 , lid 2 , te beschikken op het door de Franse Regering ingediende verzoek om machtiging tot handhaving van bijlage B ter van de C.G.A.T.M . ; III Overwegende dat de Franse Regering ter motivering van haar verzoek in hoofdzaak de volgende argumenten aanvoert : _ de omwerking van de goederentarieven van de S.N.C.F . per 1 oktober 1962 was bedoeld om de prijs van elke vervoerprestatie beter aan te passen aan de kostprijs , door middel van : _ weging van de tariefafstanden in samenhang met de technische kenmerken van de betrokken verbindingen ; _ uitlichting uit het net , voor de berekening van de afstanden , van vervallen of voor het goederenvervoer gesloten baanvakken ; _ afschaffing van de indices van de stations ; _ de tariefherziening moet in haar geheel worden beschouwd , d.w.z . met de correcties , die er een integrerend deel van uitmaken ; _ het bij de nieuwe tarifering toegepaste systeem van gewogen afstanden levert een positieve bijdrage tot de ruimtelijke ordening van het Franse grondgebied , daar de meeste betrokken streken worden doorkruist door een of meer goed uitgeruste lijnen waarop het verkeer van goederentreinen tegen matige kostprijzen geschiedt ; andere elementen der nieuwe tarieven dragen tot hetzelfde doel bij , te weten de sterkere degressiviteit der tariefschalen , waardoor de positie van randgebieden als het Middellandse-Zeegebied en Aquitanië ten aanzien van het lange-afstandsvervoer aanzienlijk wordt verbeterd , alsmede de afschaffing van de indices der stations , waardoor op goede lijnen gelegen plaatsen van secundair belang worden gerevaloriseerd ; _ uit het ingestelde openbare onderzoek blijkt dat het zonder meer toepassen van de nieuwe tarieven te grote nadelen kon meebrengen voor sommige geïsoleerde streken of voor bergstreken waar het aanleggen van spoorwegen nog dikwijls zeer duur is ; juist deze streken immers zijn gebieden met geringe produktiviteit waarvan de activiteiten niet alleen het tempo van de nationale ontwikkeling niet kunnen volgen , maar zelfs in vele gevallen ternauwernood kunnen worden gehandhaafd ; de meest kwetsbare activiteiten in het bijzonder die welke over het gehele grondgebied verspreid zijn ( extensieve landbouw , veeteelt en lichte industrie , d.w.z . het grootste deel van de produktie der betrokken gebieden ) , zouden dus ernstig zijn verstoord door de hogere vrachtprijzen die zouden zijn voortgevloeid uit het duurder worden van korte trajecten en het berekenen van langere tariefafstanden voor lijnen in zeer heuvelachtige streken ; _ toepassing van de herziening zonder correcties zou dus een nadeel hebben betekend voor lijnen waarvoor de exploitatiekosten hoog zijn wegens moeilijke terreinomstandigheden , en in het bijzonder voor lijnen in bergstreken , voor vervoer over korte afstand ( minder dan 200 km ) alsmede voor stukgoedzendingen ten opzichte van volledige wagonladingen ; _ zonder regionale correcties kon de economie van minder ontwikkelde streken bijgevolg door de herziening in gevaar worden gebracht , daar het hier dikwijls zeer heuvelachtige streken betreft , waar het wegennet meestal onvoldoende is en die daarom aangewezen zijn op de spoorwegen , zelfs voor vervoer over korte afstand ; bovendien brengt de structuur van hun produktie-apparaat mee dat een aanzienlijk deel van het vervoer bestaat uit stukgoedzendingen ; het gebrek aan evenwicht in deze streken dreigde ingevolge de tariefherziening op gevaarlijke wijze te worden vergroot ; _ de regionale correcties vormen dan ook een noodzakelijke aanvulling van de basisherziening , die voor bepaalde soorten vervoer of bepaalde streken tot economisch betreurenswaardige resultaten dreigde te leiden ; _ de gehele herziening werd besproken met vertegenwoordigers van de andere vervoertakken , die geen enkel bezwaar naar voren hebben gebracht ; _ op lange termijn zal de vervanging van de spoorweg door een dichter net van wegvervoerdiensten een heropleving van een aan de natuurlijke gesteldheid van deze streken aangepaste economie kunnen vergemakkelijken , zonder dat steunmaatregelen dan nog noodzakelijk zijn ; inmiddels mogen de betrokken streken ten aanzien van hun bestaansmiddelen evenwel geen onherstelbare verliezen lijden ; een dergelijk gevaar is des te reëler , daar de tariefherziening juist plaatsvindt op het ogenblik dat het contact tussen de volkshuishoudingen van de Lid-Staten der E.E.G . een werkelijkheid wordt , waarbij een concentratie der activiteiten rond een centrale industriële kern met onbetwistbare voordelen in geografisch en technisch opzicht alsmede inzake bevolking dreigt te worden bevorderd ; _ de Franse Regering heeft bijgevolg tariefreducties van 10 of 15 % , zogenaamde regionale correcties , ingevoerd voor bepaalde soorten vervoer van of naar sommige zorgvuldig afgebakende streken ; _ de goederen waarop deze correcties van toepassing zijn , worden bepaald in samenhang met de problemen van elk der betrokken streken ; voornamelijk betreft het produkten afkomstig van of bestemd voor de landbouw en de voedingsmiddelenindustrie ; _ de keuze van de zones waaraan deze tariefsteun wordt verleend , is gebaseerd op een zeer grondig onderzoek naar het effect van de herziening op de diverse betrokken lijnen of streken en gaat uit van de algemene criteria van de Franse regionale politiek ; algemene tariefreducties worden uitsluitend verleend voor streken die door toepassing van de herziening schade zouden lijden die niet door andere middelen kan worden goedgemaakt ; _ de uitgekozen streken vertonen de volgende kenmerken : 1 ) ongunstige geografische omstandigheden , hetzij wegens excentrische ligging ten opzichte van de dynamische centra van de nationale economie en van de ontwikkelingspolen van de Gemeenschap ( Bretagne en zuidelijke rand van het Massif Central ) , hetzij wegens verregaande isolering van de streek , waarvan de actieve centra van de meer ontwikkelde gebieden zijn gescheiden door te weinig gepenetreerde berggroepen ( Auvergne , Limousin , en sommige Alpendalen ) ; 2 ) gebrekkige communicatiemiddelen ( binnenland van Bretagne , Massif Central en sommige plattelandsgebieden van de centraalwestelijke streek ) ; 3 ) zeer verstrooide activiteit , waarbij de landbouw over het algemeen verreweg de belangrijkste rol speelt . In dertien van de departementen waar regionale correcties gelden , vertegenwoordigt de landbouwende bevolking meer dan 50 % van de totale beroepsbevolking . Met uitzondering van de centraalwestelijke streek zagen alle betrokken gebieden hun bevolking tussen 1936 en 1962 verminderen , terwijl de totale bevolking van Frankrijk met 10 % toenam . Voorts steeg het werkelijke inkomen per hoofd van de bevolking van 1955-56 tot 1958 in geheel Frankrijk met 10 % , terwijl de toename in de Elzas , Bretagne , Limousin , Auvergne en Poitou-Charente minder dan 8 % bedroeg ; IV Overwegende dat de Commissie bij het in artikel 80 , lid 2 , voorgeschreven onderzoek van bijlage B ter van de " Conditions générales d'application des tarifs pour le transport des marchandises " ( C.G.A.T.M . ) van de S.N.C.F . rekening dient te houden met de in genoemde bepaling uitdrukkelijk vermelde overwegingen en met de in de preambule in de artikelen 2 en 3 van het Verdrag neergelegde algemene doelstellingen ; dat uit deze teksten blijkt dat de harmonische ontwikkeling van de economische bedrijvigheid in de gehele Gemeenschap bevorderd moet worden door de vermindering van het niveauverschil tussen de onderscheidene gebieden en van de achterstand der minder begunstigde gebieden , waartoe de betrokken streken behoren ; dat de Commissie op grond van lid 2 van artikel 80 met name rekening moet houden met de vereisten van een passend regionaal economisch beleid en met de behoeften van minder ontwikkelde gebieden ; Overwegende dat uit het onderzoek blijkt dat de bepalingen van bijlage B ter van de C.G.A.T.M . strekken tot begunstiging van minder ontwikkelde gebieden van de Gemeenschap en dat het regionale beleid van Frankrijk erop gericht is , de bedrijvigheid in de betrokken gebieden te stimuleren ; Overwegende dat de ontwikkelingsbehoefte van deze streken duidelijk blijkt : _ voor Bretagne : uit zijn excentrische ligging , zijn te geringe industrialisatie en zijn te dichte plattelandsbevolking Meer dan de helft van de plattelandsbevolking werkt in de primaire sector ; de bevolkingsdichtheid bedraagt 10 % meer dan in de vruchtbare streken van Picardië , hoewel Bretagne een bergachtige streek zonder sedimentaire gronden is . De industriële achterstand is aanzienlijk . In 1959 bedroeg het verbruik van elektriciteit door de industrie er per hoofd van de bevolking minder dan 1/5 van het nationale gemiddelde . De netto-emigratie van 1946 tot 1962 beliep meer dan 220.000 personen en bedraagt thans nog 10.000 personen per jaar ; _ voor de centraal-westelijke kuststreek ( departementen Vendée , Deux-Sèvres en Charente-Maritime ) : uit haar economische kenmerken die bijna dezelfde zijn als die van Bretagne , met een grote bevolkingsdichtheid op het platteland en een bijna volkomen ontbreken van moderne industrie . Het aantal beschikbare , niet agrarische arbeidskrachten bereikt , volgens de vooruitzichten van het " Commissariat du Plan " voor 1961 tot 1966 , in Vendée en Deux-Sèvres hetzelfde kritieke peil als in Bretagne , te weten nauwelijks meer dan 14 % van de beroepsbevolking . De graad van urbanisatie is de laagste van geheel Frankrijk ; de geografische omstandigheden van deze streek , waarvan 10 % wordt ingenomen door moerassen , maakt verbetering van de nuttige oppervlakten en verbindingen met de andere provincies moeilijk ; daarbij komen de grote afstanden , de slechte verbindingen met het Oosten en de noodzaak , om het Massif Central heen te gaan om de dynamische centra van het Zuidoosten te bereiken ; _ voor het Massif Central , de streek langs de zuidelijke rand daarvan en enkele kantons van Dordogne en Ardèche : uit de geringe bevolkingsdichtheid , die een gevolg is van aanzienlijke en voortdurende emigratie . Sedert 1851 hebben sommige departementen de helft van hun bevolking verloren . In het Zuiden en het Westen bedraagt de bevolkingsdichtheid op het platteland in vele gevallen minder dan 20 inwoners per vierkante kilometer . De industriële ontwikkeling verloopt er langzaam en de traditionele landbouw wordt er beoefend op meestal zure gronden , waarvan de mogelijkheden evenwel lang niet volledig worden uitgebuit . Het landbouwinkomen per landbouwer is een van de laagste van Frankrijk wegens de verouderde landbouwstructuren en -technieken . De Causse en het plateau van Millevaches zijn de meest misdeelde streken . De beroepsbevolking van Limousin werkt voor meer dan 50 % in de landbouw , maar in Auvergne en langs de zuidelijke rand van het Massif Central vindt men enkele verspreide industriële eilandjes in zeer fragmentarische industriegebieden . De crisis in de kolenmijnbouw brengt de kleine industriegebieden van Decazeville , Carmaux , Brassac en Saint-Eloy in moeilijkheden . Grote ondernemingen zijn er zeldzaam . De gespecialiseerde industrieën moeten hun produkten op zeer ver verwijderde markten afzetten , zodat het probleem der verkeersverbindingen zo snel mogelijk moet worden opgelost . _ voor de Alpendalen : uit het feit dat nog enkele zones met slechte verbindingen bestaan , waar de spoorweg een beslissende rol blijft spelen , en dat in het departement Hautes-Alpes de landbouw in de afgezonderde dalen weinig produktief is ; Overwegende , gelet op de bijzondere situatie van deze gebieden , dat een gericht ontwikkelingsbeleid te hunnen gunste schijnt overeen te komen met de doelstellingen van het Verdrag ; dat ook de Gemeenschap er belang bij heeft dat economische en sociale niveauverschillen tussen de sterk en de minder ontwikkelde gebieden in Frankrijk door begunstigingsmaatregelen van de Franse Regering belangrijk verkleind worden ; Overwegende dat onder deze omstandigheden de bepalingen van bijlage B ter van de C.G.A.T.M . , en met name die welke ten gevolge hebben dat bepaalde soorten vervoer een reductie tot 15 % genieten ( Bretagne , Hautes-Alpes , Atlantische kuststreek , Midden - en Zuid-Frankrijk , Pyreneeën ) , in de huidige situatie noodzakelijke en nuttige maatregelen schijnen te zijn in het kader van het regionale ontwikkelingsbeleid ten gunste van Bretagne , het Massif Central , de centraal-westelijke kuststreek en bepaalde Alpen - en Juradalen ; dat de produkten die op de voorwaarden van bijlage B ter van de C.G.A.T.M . vervoerd kunnen worden , onontbeerlijke grondstoffen zijn waarvan het gebruik in alle takken van de industrie en de landbouw van deze gebieden wijd verbreid is ; Overwegende dat niet is gebleken dat de bepalingen van bijlage B ter van de C.G.A.T.M . voor de concurrentiepositie van de begunstigde produkten gevolgen heeft die niet door de behoeften van de betrokken minder ontwikkelde gebieden worden gerechtvaardigd ; dat het ingestelde onderzoek niet heeft aangetoond dat dit tarief nadelige gevolgen heeft voor de concurrentie tussen de takken van vervoer ; Overwegende dat om bovenstaande redenen machtiging tot handhaving van de bepalingen van bijlage B ter van de C.G.A.T.M . kan worden verleend ; dat de Commissie , wanneer zij een machtiging voor onbepaalde duur verleent , het recht behoudt deze machtiging te wijzigen of in te trekken indien zij , eigener beweging of op verzoek van een Lid-Staat , constateert dat deze niet langer gerechtvaardigd is , HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN : Artikel 1 Met ingang van 1 oktober 1962 wordt machtiging verleend tot toepassing van " Annexe B ter aux Conditions générales d'application des tarifs pour le transport des marchandises de la S.N.C.F . " ( Bijlage B ter van de algemene voorwaarden voor toepassing van de goederenvervoertarieven van de S.N.C.F . ) , zoals deze voorwaarden , rekening houdend met de sedert hun inwerkingtreding aangebrachte wijzigingen , per 5 december 1963 werden toegepast . Artikel 2 Deze beschikking kan worden gewijzigd of ingetrokken , indien de Commissie eigener beweging of op verzoek van een Lid-Staat vaststelt dat zij niet langer gerechtvaardigd is . Artikel 3 Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek . Brussel , 26 februari 1964 . Voor de Commissie De Voorzitter Walter HALLSTEIN