5.1.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 4/77


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 242/2019

van 27 september 2019

tot wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-Overeenkomst [2023/47]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1501 van de Commissie van 8 september 2015 betreffende het interoperabiliteitskader bedoeld in artikel 12, lid 8, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (1), gerectificeerd bij PB L 28 van 4.2.2016, blz. 18, moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1502 van de Commissie van 8 september 2015 tot vaststelling van minimale technische specificaties en procedures betreffende het betrouwbaarheidsniveau voor elektronische identificatiemiddelen overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (2) moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/296 van de Commissie van 24 februari 2015 tot vaststelling van procedurele voorschriften betreffende de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van elektronische identificatie overeenkomstig artikel 12, lid 7, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (3) moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(4)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1984 van de Commissie van 3 november 2015 tot vaststelling van de omstandigheden, formaten en procedures voor aanmeldingen in het kader van artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (4) moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(5)

Bijlage XI bij de EER-Overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XI bij de EER-Overeenkomst worden na punt 5le (Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/650 van de Commissie) de volgende punten ingevoegd:

“5lf.

32015 R 1501: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1501 van de Commissie van 8 september 2015 betreffende het interoperabiliteitskader bedoeld in artikel 12, lid 8, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PB L 235 van 9.9.2015, blz. 1), gerectificeerd bij PB L 28 van 4.2.2016, blz. 18.

5lg.

32015 R 1502: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1502 van de Commissie van 8 september 2015 tot vaststelling van minimale technische specificaties en procedures betreffende het betrouwbaarheidsniveau voor elektronische identificatiemiddelen overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PB L 235 van 9.9.2015, blz. 7).

5lh.

32015 D 0296: Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/296 van de Commissie van 24 februari 2015 tot vaststelling van procedurele voorschriften betreffende de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van elektronische identificatie overeenkomstig artikel 12, lid 7, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PB L 53 van 25.2.2015, blz. 14).

5li.

32015 D 1984: Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1984 van de Commissie van 3 november 2015 tot vaststelling van de omstandigheden, formaten en procedures voor aanmeldingen in het kader van artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PB L 289 van 5.11.2015, blz. 18).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2015/1501, gerectificeerd bij PB L 28 van 4.2.2016, blz. 18, en (EU) 2015/1502, en van de Uitvoeringsbesluiten (EU) 2015/296 en (EU) 2015/1984 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 september 2019, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-Overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1)*.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 september 2019.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Gunnar PÁLSSON


(1)   PB L 235 van 9.9.2015, blz. 1.

(2)   PB L 235 van 9.9.2015, blz. 7.

(3)   PB L 53 van 25.2.2015, blz. 14.

(4)   PB L 289 van 5.11.2015, blz. 18.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.