5.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 68/65


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 311/2019

van 13 december 2019

tot wijziging van de bijlagen X (Diensten in het algemeen) en XIX (Consumentenbescherming) bij de EER-overeenkomst [2020/329]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2006/2004 en (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG (1), gerectificeerd bij PB L 66 van 8.3.2018, blz. 1, moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlagen X en XIX bij de EER-overeenkomst moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage X bij de EER-overeenkomst wordt na punt 3a (Uitvoeringsbesluit 2014/89/EU van de Commissie) het volgende ingevoegd:

“4.

32018 R 0302: Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2006/2004 en (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 60I van 2.3.2018, blz. 1), gerectificeerd bij PB L 66 van 8.3.2018, blz. 1.

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassingen gelezen:

a)

Artikel 1, lid 6, is niet van toepassing op de EVA-staten.

b)

In artikel 2, punt 17, worden de woorden “artikel 57 VWEU” gelezen als “artikel 37 van de EER-overeenkomst”.

c)

In artikel 3, lid 3, en artikel 4, lid 5, worden de woorden “het recht van de Unie” gelezen als “de EER-overeenkomst”.

d)

In artikel 4, lid 4, worden voor de EVA-staten de woorden “de bepalingen van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG” gelezen als “de bijzondere nationale voorschriften voor kleine ondernemingen”.

e)

In artikel 6, lid 1, en artikel 11, lid 2, worden de woorden “artikel 101 VWEU” gelezen als “artikel 53 van de EER-overeenkomst”.

f)

In artikel 11, lid 2, worden, wat betreft de EVA-staten:

i)

de woorden “2 maart 2018” gelezen als “de datum van de inwerkingtreding van Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 311/2019 van 13 december 2019”;

ii)

de woorden “23 maart 2020” gelezen als “twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 311/2019 van 13 december 2019”.”.

Artikel 2

In bijlage XIX bij de EER-overeenkomst wordt in punt 7d (Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad) en punt 7f (Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad) het volgende streepje toegevoegd:

“—

32018 R 0302: Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 (PB L 60I van 2.3.2018, blz. 1), gerectificeerd bij PB L 66 van 8.3.2018, blz. 1.”.

Artikel 3

Met ingang van 17 januari 2020 wordt in bijlage XIX bij de EER-overeenkomst in punt 7f (Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad) het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32018 R 0302: Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 (PB L 60I van 2.3.2018, blz. 1), gerectificeerd bij PB L 66 van 8.3.2018, blz. 1.”.

Artikel 4

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2018/302, gerectificeerd bij PB L 66 van 8.3.2018, blz. 1, zijn authentiek.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op 14 december 2019, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 6

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 13 december 2019.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Gunnar PÁLSSON


(1)   PB L 60I van 2.3.2018, blz. 1.

(*1)  Grondwettelijke vereisten aangegeven.