|
30.1.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 26/46 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 60/2018
van 23 maart 2018
tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2020/77]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna „de EER-overeenkomst“ genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2016/424 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende kabelbaaninstallaties en tot intrekking van Richtlijn 2000/9/EG (1), zoals gerectificeerd in PB L 266 van 30.9.2004, blz. 8, moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(2) |
De in de EER-overeenkomst opgenomen Richtlijn 2000/9/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) wordt bij Verordening (EU) 2016/424 met ingang van 21 april 2018 ingetrokken en moet derhalve met ingang van 21 april 2018 uit de EER-overeenkomst worden geschrapt. |
|
(3) |
Bijlage II bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Hoofdstuk XXIV van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Na punt 1d (Besluit 2012/32/EU van de Commissie) wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
2) |
De tekst van punt 1b (Richtlijn 2000/9/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt met ingang van 21 april 2018 geschrapt. |
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2016/424, zoals gerectificeerd in PB L 266 van 30.9.2016, blz. 8, zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op 24 maart 2018, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2018.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Claude MAERTEN
(1) PB L 81 van 31.3.2016, blz. 1.
(2) PB L 106 van 3.5.2000, blz. 21.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.