|
3.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 254/23 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 219/2017
van 15 december 2017
tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) en bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2019/1627]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna de “EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2017/1016 van de Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumresidugehalten voor benzovindiflupyr, chlorantraniliprole, deltamethrin, ethofumesaat, haloxyfop, zwak pepinomozaïekvirusisolaat VC1, zwak pepinomozaïekvirusisolaat VX1, oxathiapiproline, penthiopyrad, pyraclostrobine, spirotetramat, zonnebloemolie, tolclofos-methyl en trinexapac in of op bepaalde producten (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(2) |
Verordening (EU) 2017/1135 van de Commissie van 23 juni 2017 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van dimethoaat en omethoaat in of op bepaalde producten (2) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2017/1164 van de Commissie van 22 juni 2017 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumresidugehalten voor acrinathrin, metalaxyl en thiabendazool in of op bepaalde producten (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake diervoeding en levensmiddelen. Wetgeving inzake diervoeding en levensmiddelen is niet van toepassing op Liechtenstein, zolang de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten van toepassing blijft in Liechtenstein, zoals bepaald in de sectorale aanpassingen van bijlage I en de inleiding bij hoofdstuk XII van bijlage II bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op Liechtenstein. |
|
(5) |
Bijlagen I en II bij de EER-overeenkomst moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In hoofdstuk II van bijlage I bij de EER-overeenkomst worden in punt 40 (Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad) de volgende streepjes toegevoegd:
|
“— |
32017 R 1016: Verordening (EU) 2017/1016 van de Commissie van 14 juni 2017 (PB L 159 van 21.6.2017, blz. 1), |
|
— |
32017 R 1135: Verordening (EU) 2017/1135 van de Commissie van 23 juni 2017 (PB L 164 van 27.6.2017, blz. 28), |
|
— |
32017 R 1164: Verordening (EU) 2017/1164 van de Commissie van 22 juni 2017 (PB L 170 van 1.7.2017, blz. 3).”. |
Artikel 2
In hoofdstuk XII van bijlage II bij de EER-overeenkomst worden in punt 54zzy (Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad) de volgende streepjes toegevoegd:
|
“— |
32017 R 1016: Verordening (EU) 2017/1016 van de Commissie van 14 juni 2017 (PB L 159 van 21.6.2017, blz. 1), |
|
— |
32017 R 1135: Verordening (EU) 2017/1135 van de Commissie van 23 juni 2017 (PB L 164 van 27.6.2017, blz. 28), |
|
— |
32017 R 1164: Verordening (EU) 2017/1164 van de Commissie van 22 juni 2017 (PB L 170 van 1.7.2017, blz. 3).”. |
Artikel 3
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Verordeningen (EU) 2017/1016, (EU) 2017/1135 en (EU) 2017/1164 zijn authentiek.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op 16 december 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).
Artikel 5
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 15 december 2017.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Sabine MONAUNI
(1) PB L 159 van 21.6.2017, blz. 1.
(2) PB L 164 van 27.6.2017, blz. 28.
(3) PB L 170 van 1.7.2017, blz. 3.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.