|
7.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 36/31 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 85/2017
van 5 mei 2017
tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2019/197]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna „de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Richtlijn (EU) 2015/2203 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot voor menselijke voeding bestemde caseïne en caseïnaten en tot intrekking van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(2) |
De in de EER-overeenkomst opgenomen Richtlijn 83/417/EEG van de Raad (2) wordt bij Richtlijn (EU) 2015/2203 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt. |
|
(3) |
Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake voedingsmiddelen. Wetgeving inzake voedingsmiddelen is niet van toepassing op Liechtenstein, zolang de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten van toepassing blijft in Liechtenstein, zoals bepaald in de inleiding van hoofdstuk XII van bijlage II bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op Liechtenstein. |
|
(4) |
Bijlage II bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Hoofdstuk XII van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Na punt 121 (Uitvoeringsverordening (EU) 2016/662) wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
2. |
De tekst van punt 32 (Richtlijn 83/417/EEG van de Raad) wordt geschrapt. |
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Richtlijn (EU) 2015/2203 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op 6 mei 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 5 mei 2017.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Claude MAERTEN
(1) PB L 314 van 1.12.2015, blz. 1.
(2) PB L 237 van 26.8.1983, blz. 25.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.