|
15.3.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 99/5 |
RESOLUTIE
van de Parlementaire Vergadering Euronest over de toekomst van het Oostelijk Partnerschap — Hybride uitdagingen en veiligheidsdreigingen samen aanpakken
(2018/C 99/03)
DE PARLEMENTAIRE VERGADERING EURONEST,
|
— |
gezien de oprichting van het Oostelijk Partnerschap op 7 mei 2009 in Praag als een gemeenschappelijk initiatief van de EU en haar oostelijke partners Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië en Oekraïne, en de gemeenschappelijke verklaringen van de toppen van het Oostelijk Partnerschap van 2011 in Warschau, van 2013 in Vilnius en van 2015 in Riga, |
|
— |
gezien de aanbevelingen en activiteiten van de Parlementaire Vergadering Euronest, het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk Partnerschap, het Comité van de Regio's en de Conferentie van regionale en lokale overheden voor het Oostelijk Partnerschap (Corleap), |
|
— |
gezien de mededelingen van de Europese Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) inzake het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over het ENB en het Oostelijk Partnerschap, |
|
— |
gezien zijn resoluties, met name die van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten/diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne en van 9 juli 2015 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid, |
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring van de parlementen van Georgië, Moldavië en Oekraïne en het gezamenlijke communiqué van de voorzitters van de Commissies Europese integratie van de parlementen van Georgië, Moldavië en Oekraïne, |
|
A. |
overwegende dat er door de gespannen geopolitieke toestand nieuwe complexe uitdagingen, variërend van economische vraagstukken tot veiligheidsdreigingen, ontstaan voor de EU-lidstaten en de oostelijke partnerlanden; |
|
B. |
overwegende dat de Europese waarden, met name het primaat van de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten, moeten worden verdedigd ten behoeve van de vrede en de welvaart op het gehele continent; overwegende dat de partnerlanden zich hebben verplicht tot het verdiepen van hun betrekkingen, het naleven van het internationaal recht en het waarborgen van fundamentele gemeenschappelijke waarden, teneinde de politieke dialoog te versterken; |
|
C. |
overwegende dat het Oostelijk Partnerschap een strategische dimensie van het ENB vormt en van centraal belang is voor de stabiliteit en de duurzame ontwikkeling van het continent; |
|
D. |
overwegende dat de bilaterale betrekkingen tussen de EU en haar partnerlanden verschillende niveaus kennen en dat de Europese normen op ongelijke wijze in hun nationale wetgeving zijn opgenomen; |
|
E. |
overwegende dat met de volledige inwerkingtreding van de associatieovereenkomsten, met inbegrip van een diepe en brede vrijhandelsruimte met Georgië, Moldavië en Oekraïne, de betrekkingen met de EU merkbaar vooruit zijn gegaan en de betrokken partners duidelijker voor Europa kiezen; |
|
F. |
overwegende dat de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale integriteit van enkele oostelijke partners van de EU bedreigd worden door onopgeloste regionale conflicten, die door de Russische Federatie actief in stand worden gehouden; overwegende dat deze conflicten opgelost zouden kunnen worden door middel van diplomatie en eerlijke inspanningen; |
|
G. |
overwegende dat het agressieve en expansionistische beleid van Rusland jegens de betrokken partnerlanden heeft geleid tot de illegale annexatie van de Autonome Republiek Krim en de stad Sevastopol, alsmede de illegale bezetting van Abchazië, Tschinvali/Zuid-Ossetië en delen van de oblasten Donetsk en Loegansk, dit in strijd met het internationaal recht en bilaterale overeenkomsten alsook de verbintenissen en verplichtingen die Rusland met het lidmaatschap van internationale organisaties is aangegaan; |
|
H. |
overwegende dat de Russische agressie tegen Oekraïne en de illegale annexatie van de Krim ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid in Europa als geheel; overwegende dat honderden Oekraïense burgers in de tijdelijk bezette gebieden door de Russische autoriteiten en hun handlangers wederrechtelijk zijn vastgezet, gearresteerd, veroordeeld en geïnterneerd en dat dit aantal toeneemt; overwegende dat er in Oekraïne 1,8 miljoen mensen in eigen land ontheemd zijn en dat 5 miljoen mensen de gevolgen van het conflict ondervinden; |
|
1. |
dringt aan op een unaniem en strategisch antwoord op de gevolgen van de lastige geopolitieke situatie die Rusland heeft veroorzaakt en wenst dat er een doeltreffend mechanisme wordt voorgesteld om de vrede te herstellen in gebieden met een aanslepend conflict; |
|
2. |
spreekt opnieuw zijn krachtige steun uit voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne, Georgië en Moldavië binnen hun internationaal erkende grenzen; |
|
3. |
veroordeelt de schending van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in de geannexeerde en bezette gebieden van de partnerlanden; |
|
4. |
onderstreept dat het dringend noodzakelijk is Oekraïne, Georgië en Moldavië belangenbehartiging en juridische en financiële steun te bieden om een oplossing te vinden voor de situatie van de in eigen land ontheemde mensen; dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van Oekraïense politieke gevangenen in de Russische Federatie; spoort aan tot het uitwisselen van gevangenen; |
|
5. |
wijst er nogmaals op dat flexibiliteit en een individuele benadering de leidende beginselen zijn en dat de omvang van de samenwerking met de EU wordt bepaald door de ambities van de EU en haar partners; |
|
6. |
is verheugd over de inwerkingtreding van de associatieovereenkomsten, met inbegrip van een diepe en brede vrijhandelsruimte met Georgië, Moldavië en Oekraïne en de nieuwe brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Armenië, alsmede de lopende onderhandelingen tussen de EU en Azerbeidzjan over een nieuwe kaderovereenkomst; waardeert het dat de EU haar kritische omgang met Belarus in een breder kader heeft geplaatst, waarvan ook de Coördinatiegroep EU-Belarus, de mensenrechtendialoog en de handelsdialoog deel uitmaken; |
|
7. |
dringt aan op een nauwe politieke associatie en economische integratie, waaronder de deelname aan EU-programma's en de erkenning dat associatieovereenkomsten met Georgië, Moldavië en Oekraïne niet het einddoel zijn binnen hun betrekkingen met de EU; wenst dat hun Europese aspiraties erkenning vinden; |
|
8. |
dringt aan op een akkoord over nieuwe strategische langetermijndoelstellingen op de OP-top op 24 november 2017 in Brussel om te komen tot een brede agenda voor de samenwerking in de komende twee jaar en daarna; |
|
9. |
herhaalt als zijn belangrijkste standpunt dat de ontwerpverklaring van Brussel een afspiegeling moet zijn van de Europese aspiraties en de keuze voor Europa van de betrokken partnerlanden, zoals uiteengezet in de associatieovereenkomsten; |
|
10. |
benadrukt in het bijzonder dat er andere strategisch belangrijke punten moeten worden opgenomen in de ontwerpverklaring van Brussel, zoals:
|