|
8.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 263/36 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 247/2014
van 13 november 2014
tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden [2015/1806]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („EER-overeenkomst”), en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Noorwegen heeft deelgenomen en financieel bijgedragen aan de activiteiten volgens Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (1) door de opname van die verordening in Protocol 31 bij de EER-overeenkomst. |
|
(2) |
Het is passend de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2). |
|
(3) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1285/2013 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, onafgezien van de vraag wanneer dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(4) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(5) |
De Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen (3), die op 22 september 2010 is ondertekend, is vanaf 1 mei 2011 voorlopig van toepassing. |
|
(6) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken. Vanwege economische problemen dient de deelname van IJsland aan het programma echter voorlopig te worden opgeschort, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Na artikel 1, punt 8a, van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt het volgende ingevoegd:
|
„8aa. |
|
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 13 november 2014.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Kurt JÄGER
(1) PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 1.
(3) PB L 283 van 29.10.2010, blz. 12.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.