2.7.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/25


BESLUIT Nr. 1/2015 VAN HET COMITÉ DAT IS INGESTELD BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE WEDERZIJDSE ERKENNING VAN DE OVEREENSTEMMINGSBEOORDELING

van 14 april 2015

betreffende de wijziging van hoofdstuk 16 over voor de bouw bestemde producten, de wijziging van hoofdstuk 18 over biociden en de bijwerking van de verwijzingen naar wetgeving in bijlage 1 [2015/1058]

HET COMITÉ,

Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling (hierna de „overeenkomst” genoemd), en met name artikel 10, lid 4, artikel 10, lid 5, en artikel 18, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Unie heeft een nieuwe verordening betreffende bouwproducten (1) vastgesteld en Zwitserland heeft zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, die krachtens artikel 1, lid 2, van de overeenkomst gelijkwaardig worden geacht met de hierboven vermelde wetgeving van de Europese Unie, gewijzigd.

(2)

Hoofdstuk 16, Voor de bouw bestemde producten, van bijlage 1 moet worden gewijzigd om deze ontwikkelingen weer te geven.

(3)

De Europese Unie heeft een nieuwe verordening betreffende biociden (2) vastgesteld en Zwitserland heeft zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, die krachtens artikel 1, lid 2, van de overeenkomst gelijkwaardig worden geacht met de hierboven vermelde wetgeving van de Europese Unie, gewijzigd.

(4)

Hoofdstuk 18, Biociden, van bijlage 1 moet worden gewijzigd om deze ontwikkelingen weer te geven.

(5)

De verwijzingen naar wetgeving in hoofdstuk 14, Goede laboratoriumpraktijken (GLP), en in hoofdstuk 15, Geneesmiddelen, GMP-inspectie en certificering van charges, van bijlage 1 bij de overeenkomst moeten worden geactualiseerd.

(6)

In artikel 10, lid 5, van de overeenkomst wordt bepaald dat het comité op voorstel van een partij de bijlagen bij de overeenkomst kan wijzigen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

1.

Hoofdstuk 16, Voor de bouw bestemde producten, van bijlage 1 bij de overeenkomst wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen in aanhangsel A van dit besluit.

2.

Hoofdstuk 18, Biociden, van bijlage 1 bij de overeenkomst wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen in aanhangsel B van dit besluit.

3.

Bijlage 1 bij de overeenkomst wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van aanhangsel C van dit besluit.

4.

Dit besluit, opgemaakt in tweevoud, wordt ondertekend door vertegenwoordigers van het comité die gemachtigd zijn namens de partijen op te treden. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop de laatste van deze handtekeningen wordt gezet.

Namens de Zwitserse Bondsstaat

Christophe PERRITAZ

Ondertekend te Bern, 14 april 2015

Namens de Europese Unie

Fernando PERREAU DE PINNINCK

Ondertekend te Brussel, 7 april 2015


(1)  Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5).

(2)  Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).


AANHANGSEL A

In bijlage 1, Sectoren, wordt hoofdstuk 16, Voor de bouw bestemde producten, geschrapt en vervangen door:

„HOOFDSTUK 16

VOOR DE BOUW BESTEMDE PRODUCTEN

AFDELING I

Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen

Bepalingen bedoeld in artikel 1, lid 2:

Europese Unie

1.

Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5), laatstelijk gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 574/2014 van de Commissie van 21 februari 2014 (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 41), alsmede uit hoofde van deze verordening tot en met 15 december 2014 vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen van de Commissie (hierna samen „Verordening (EU) nr. 305/2011” genoemd)

2.

Besluit 94/23/EG van de Commissie van 17 januari 1994 betreffende de gemeenschappelijke procedureregels voor Europese technische goedkeuringen (PB L 17 van 20.1.1994, blz. 34)

2a)

Beschikking 94/611/EG van de Commissie van 9 september 1994 ter uitvoering van artikel 20 van Richtlijn 89/106/EEG inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 241 van 16.9.1994, blz. 25)

2b)

Beschikking 95/204/EG van de Commissie van 31 mei 1995 tot uitvoering van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 129 van 14.6.1995, blz. 23)

3.

Beschikking 95/467/EG van de Commissie van 24 oktober 1995 tot uitvoering van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 268 van 10.11.1995, blz. 29)

4.

Beschikking 96/577/EG van de Commissie van 24 juni 1996 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor vaste brandbestrijdingssystemen (PB L 254 van 8.10.1996, blz. 44)

5.

Beschikking 96/578/EG van de Commissie van 24 juni 1996 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor sanitair (PB L 254 van 8.10.1996, blz. 49)

6.

Beschikking 96/579/EG van de Commissie van 24 juni 1996 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor verkeersinrichtingen (PB L 254 van 8.10.1996, blz. 52)

7.

Beschikking 96/580/EG van de Commissie van 24 juni 1996 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor vliesgevels (PB L 254 van 8.10.1996, blz. 56)

8.

Beschikking 96/581/EG van de Commissie van 24 juni 1996 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor geotextiel (PB L 254 van 8.10.1996, blz. 59)

9.

Beschikking 96/582/EG van de Commissie van 24 juni 1996 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor verlijmde beglazingssystemen en metalen ankers voor gebruik in beton (PB L 254 van 8.10.1996, blz. 62)

10.

Beschikking 96/603/EG van de Commissie van 4 oktober 1996 tot vaststelling van de lijst van producten die behoren tot de klassen A „geen bijdrage tot de brand” van Beschikking 94/611/EG ter uitvoering van artikel 20 van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 267 van 19.10.1996, blz. 23)

11.

Beschikking 97/161/EG van de Commissie van 17 februari 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor in beton te gebruiken metalen ankers voor bevestiging van lichte elementen (PB L 62 van 4.3.1997, blz. 41)

12.

Beschikking 97/176/EG van de Commissie van 17 februari 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor houtproducten voor de bouw en toebehoren (PB L 73 van 14.3.1997, blz. 19)

13.

Beschikking 97/177/EG van de Commissie van 17 februari 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor metalen injectieankers voor gebruik in metselwerk (PB L 73 van 14.3.1997, blz. 24)

14.

Beschikking 97/462/EG van de Commissie van 27 juni 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor plaatmaterialen op houtbasis (PB L 198 van 25.7.1997, blz. 27)

15.

Beschikking 97/463/EG van de Commissie van 27 juni 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor kunststofankers voor gebruik in beton en metselwerk (PB L 198 van 25.7.1997, blz. 31)

16.

Beschikking 97/464/EG van de Commissie van 27 juni 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor rioleringsproducten (PB L 198 van 25.7.1997, blz. 33)

17.

Beschikking 97/555/EG van de Commissie van 14 juli 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen (PB L 229 van 20.8.1997, blz. 9)

18.

Beschikking 97/556/EG van de Commissie van 14 juli 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor samengestelde systemen/kits voor externe thermische isolatie met bepleistering (PB L 229 van 20.8.1997, blz. 14)

19.

Besluit 97/571/EG van de Commissie van 22 juli 1997 betreffende het algemeen model van de Europese technische goedkeuring voor voor de bouw bestemde producten (PB L 236 van 27.8.1997, blz. 7)

20.

Beschikking 97/597/EG van de Commissie van 14 juli 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor wapeningsstaal en voorspanstaal voor beton (PB L 240 van 2.9.1997, blz. 4)

21.

Beschikking 97/638/EG van de Commissie van 19 september 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor verbindingen voor houtproducten voor de bouw (PB L 268 van 1.10.1997, blz. 36)

22.

Beschikking 97/740/EG van de Commissie van 14 oktober 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor metselwerk en bijbehorende producten (PB L 299 van 4.11.1997, blz. 42)

23.

Beschikking 98/143/EG van de Commissie van 3 februari 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor mechanisch bevestigde flexibele afdichtingssystemen voor daken (PB L 42 van 14.2.1998, blz. 58)

24.

Beschikking 97/808/EG van de Commissie van 20 november 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor bestratingsproducten en vloerafwerkingen (PB L 331 van 3.12.1997, blz. 18)

25.

Beschikking 98/213/EG van de Commissie van 9 maart 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor kits voor scheidingswanden (PB L 80 van 18.3.1998, blz. 41)

26.

Beschikking 98/214/EG van de Commissie van 9 maart 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor metaalconstructieproducten en hulpproducten (PB L 80 van 18.3.1998, blz. 46)

27.

Beschikking 98/279/EG van de Commissie van 5 december 1997 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor niet-dragende blijvende bekistingssystemen/-kits bestaande uit holle blokken of panelen van isolatiemateriaal en in sommige gevallen beton (PB L 127 van 29.4.1998, blz. 26)

28.

Beschikking 98/436/EG van de Commissie van 22 juni 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren (PB L 194 van 10.7.1998, blz. 30)

29.

Beschikking 98/437/EG van de Commissie van 30 juni 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor in- en uitwendige afwerkingen voor wanden en plafonds (PB L 194 van 10.7.1998, blz. 39)

30.

Beschikking 98/456/EG van de Commissie van 3 juli 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor voorspansystemen (kits) (PB L 201 van 17.7.1998, blz. 112)

31.

Beschikking 98/457/EG van de Commissie van 3 juli 1998 betreffende de „Single Burning Item” (SBI)-test bedoeld in Beschikking 94/611/EG ter uitvoering van artikel 20 van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 201 van 17.7.1998, blz. 114)

32.

Beschikking 98/598/EG van de Commissie van 9 oktober 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor toeslagstoffen (PB L 287 van 24.10.1998, blz. 25)

33.

Beschikking 98/599/EG van de Commissie van 12 oktober 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor vloeibaar aangebrachte producten voor het waterdicht maken van daken (kits) (PB L 287 van 24.10.1998, blz. 30)

34.

Beschikking 98/600/EG van de Commissie van 12 oktober 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor bouwpakketten voor zelfdragende doorschijnende daken (met uitzondering van bouwpakketten met glazen elementen) (PB L 287 van 24.10.1998, blz. 35)

35.

Beschikking 98/601/EG van de Commissie van 13 oktober 1998 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor producten van de wegenbouw (PB L 287 van 24.10.1998, blz. 41)

36.

Beschikking 99/89/EG van de Commissie van 25 januari 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot bouwpakketten voor geprefabriceerde trappen (PB L 29 van 3.2.1999, blz. 34)

37.

Beschikking 1999/90/EG van de Commissie van 25 januari 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot membranen (PB L 29 van 3.2.1999, blz. 38)

38.

Beschikking 1999/91/EG van de Commissie van 25 januari 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor warmte-isolatieproducten (PB L 29 van 3.2.1999, blz. 44)

39.

Beschikking 1999/92/EG van de Commissie van 25 januari 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor lichte samengestelde balken en pilaren op houtbasis (PB L 29 van 3.2.1999, blz. 49)

40.

Beschikking 1999/93/EG van de Commissie van 25 januari 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor deuren, ramen, luiken, blinden, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk (PB L 29 van 3.2.1999, blz. 51)

41.

Beschikking 1999/94/EG van de Commissie van 25 januari 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor bouwpakketten voor geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten (PB L 29 van 3.2.1999, blz. 55)

41a)

Beschikking 1999/453/EG van de Commissie van 18 juni 1999 tot wijziging van de Beschikkingen 96/579/EG en 97/808/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor verkeersinrichtingen, respectievelijk voor bestratingsproducten en vloerafwerkingen (PB L 178 van 14.7.1999, blz. 50)

42.

Beschikking 1999/454/EG van de Commissie van 22 juni 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor producten met brandvertragende, brandwerende en tegen brand afdichtende eigenschappen (PB L 178 van 14.7.1999, blz. 52)

43.

Beschikking 1999/455/EG van de Commissie van 22 juni 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor geprefabriceerde bouwpakketten voor houtskeletbouw of voor gebouwen in rondhout (PB L 178 van 14.7.1999, blz. 56)

44.

Beschikking 1999/469/EG van de Commissie van 25 juni 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot producten voor beton, mortel en injectiespecie (PB L 184 van 17.7.1999, blz. 27)

45.

Beschikking 1999/470/EG van de Commissie van 29 juni 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot bouwlijm (PB L 184 van 17.7.1999, blz. 32)

46.

Beschikking 1999/471/EG van de Commissie van 29 juni 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot voorzieningen voor ruimteverwarming (PB L 184 van 17.7.1999, blz. 37)

47.

Beschikking 1999/472/EG van de Commissie van 1 juli 1999 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot buizen, reservoirs en toebehoren die niet met voor menselijke consumptie bestemd water in contact komen (PB L 184 van 17.7.1999, blz. 42)

48.

Beschikking 2000/147/EG van de Commissie van 8 februari 2000 ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft (PB L 50 van 23.2.2000, blz. 14)

49.

Beschikking 2000/245/EG van de Commissie van 2 februari 2000 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 4, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken (PB L 77 van 28.3.2000, blz. 13)

50.

Beschikking 2000/273/EG van de Commissie van 27 maart 2000 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor zeven producten voor Europese technische goedkeuring zonder richtsnoeren (PB L 86 van 7.4.2000, blz. 15)

51.

Beschikking 2000/367/EG van de Commissie van 3 mei 2000 ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake de indeling van voor de bouw bestemde producten, bouwwerken en delen daarvan in klassen van materiaalgedrag bij brand (PB L 133 van 6.6.2000, blz. 26)

52.

Beschikking 2000/447/EG van de Commissie van 13 juni 2000 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor geprefabriceerde houtachtige dragende panelen en zelfdragende samengestelde lichte panelen (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 40)

53.

Beschikking 2000/553/EG van de Commissie van 6 september 2000 tot uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot het brandgedrag aan de buitenzijde van dakbedekkingen (PB L 235 van 19.9.2000, blz. 19)

53a)

Beschikking 2000/605/EG van de Commissie van 26 september 2000 houdende wijziging van Beschikking 96/603/EG tot vaststelling van de lijst van producten die behoren tot de klassen A „geen bijdrage tot de brand” van Beschikking 94/611/EG ter uitvoering van artikel 20 van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 258 van 12.10.2000, blz. 36)

54.

Beschikking 2000/606/EG van de Commissie van 26 september 2000 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor zes producten voor Europese technische goedkeuring zonder richtsnoeren (PB L 258 van 12.10.2000, blz. 38)

55.

Beschikking 2001/19/EG van de Commissie van 20 december 2000 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot voegovergangen voor verkeersbruggen (PB L 5 van 10.1.2001, blz. 6)

56.

Beschikking 2001/308/EG van de Commissie van 31 januari 2001 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot gevelbekledingsplaten (vetures) (PB L 107 van 18.4.2001, blz. 25)

56a)

Beschikking 2001/596/EG van de Commissie van 8 januari 2001 tot wijziging van de Beschikkingen 95/467/EG, 96/578/EG, 96/580/EG, 97/176/EG, 97/462/EG, 97/556/EG, 97/740/EG, 97/808/EG, 98/213/EG, 98/214/EG, 98/279/EG, 98/436/EG, 98/437/EG, 98/599/EG, 98/600/EG, 98/601/EG, 1999/89/EG, 1999/90/EG, 1999/91/EG, 1999/454/EG, 1999/469/EG, 1999/470/EG, 1999/471/EG, 1999/472/EG, 2000/245/EG, 2000/273/EG en 2000/447/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van bepaalde voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 209 van 2.8.2001, blz. 33)

57.

Beschikking 2001/671/EG van de Commissie van 21 augustus 2001 tot uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot de indeling van het gedrag van daken en dakbedekkingen bij een brand vanaf de buitenzijde (PB L 235 van 4.9.2001, blz. 20)

58.

Beschikking 2002/359/EG van de Commissie van 13 mei 2002 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten die met voor menselijke consumptie bestemd water in contact komen, overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 127 van 14.5.2002, blz. 16)

59.

Beschikking 2002/592/EG van de Commissie van 15 juli 2002 tot wijziging van de Beschikkingen 95/467/EG, 96/577/EG, 96/578/EG en 98/598/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor respectievelijk gipsproducten, vaste brandbestrijdingssystemen, sanitair en toeslagstoffen (PB L 192 van 20.7.2002, blz. 57)

60.

Beschikking 2003/43/EG van de Commissie van 17 januari 2003 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten (PB L 13 van 18.1.2003, blz. 35)

61.

Beschikking 2003/312/EG van de Commissie van 9 april 2003 betreffende de publicatie van de referenties van de normen voor warmte-isolatieproducten, geotextiel, vaste brandbestrijdingssystemen en gipsblokken overeenkomstig Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 114 van 8.5.2003, blz. 50)

62.

Beschikking 2003/424/EG van de Commissie van 6 juni 2003 houdende wijziging van Beschikking 96/603/EG tot vaststelling van de lijst van producten die behoren tot de klassen A „geen bijdrage tot de brand” van Beschikking 94/611/EG ter uitvoering van artikel 20 van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 144 van 12.6.2003, blz. 9)

63.

Beschikking 2003/593/EG van de Commissie van 7 augustus 2003 tot wijziging van Beschikking 2003/43/EG tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten (PB L 201 van 8.8.2003, blz. 25)

64.

Beschikking 2003/629/EG van de Commissie van 27 augustus 2003 tot wijziging van Beschikking 2000/367/EG tot vaststelling van een systeem voor de indeling in klassen van brandwerendheid van voor de bouw bestemde producten wat de toevoeging van rook- en warmteafvoerproducten betreft (PB L 218 van 30.8.2003, blz. 51)

65.

Beschikking 2003/632/EG van de Commissie van 26 augustus 2003 tot wijziging van Beschikking 2000/147/EG ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft (PB L 220 van 3.9.2003, blz. 5)

66.

Beschikking 2003/639/EG van de Commissie van 4 september 2003 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot constructieve penverbindingen (PB L 226 van 10.9.2003, blz. 18)

67.

Beschikking 2003/640/EG van de Commissie van 4 september 2003 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot kits voor gevelbekleding (PB L 226 van 10.9.2003, blz. 21)

68.

Beschikking 2003/655/EG van de Commissie van 12 september 2003 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot kits voor waterdichte vloer- en wandbekleding van natte ruimten (PB L 231 van 17.9.2003, blz. 12)

69.

Beschikking 2003/656/EG van de Commissie van 12 september 2003 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot zeven producten voor Europese technische goedkeuring zonder richtsnoeren (PB L 231 van 17.9.2003, blz. 15)

70.

Beschikking 2003/722/EG van de Commissie van 6 oktober 2003 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot vloeibaar aan te brengen waterdichtingskits voor brugdekken (PB L 260 van 11.10.2003, blz. 32)

71.

Beschikking 2003/728/EG van de Commissie van 3 oktober 2003 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor bouwpakketten met metalen skelet, bouwpakketten met betonnen skelet, geprefabriceerde bouweenheden, koelcelpakketten, beschermingspakketten tegen vallend gesteente (PB L 262 van 14.10.2003, blz. 34)

72.

Beschikking 2004/663/EG van de Commissie van 20 september 2004 tot wijziging van Beschikking 97/464/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor rioleringsproducten (PB L 302 van 29.9.2004, blz. 6)

73.

Beschikking 2005/403/EG van de Commissie van 25 mei 2005 tot vaststelling van de klassen van gedrag van daken en dakbedekkingen bij een brand vanaf de buitenzijde voor bepaalde in Richtlijn 89/106/EEG van de Raad bedoelde voor de bouw bestemde producten (PB L 135 van 28.5.2005, blz. 37)

74.

Beschikking 2005/484/EG van de Commissie van 4 juli 2005 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor bouwpakketten voor koelgebouwen en bouwpakketten voor schillen van koelgebouwen (PB L 173 van 6.7.2005, blz. 15)

75.

Beschikking 2005/610/EG van de Commissie van 9 augustus 2005 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten (PB L 208 van 11.8.2005, blz. 21)

76.

Beschikking 2005/823/EG van de Commissie van 22 november 2005 tot wijziging van Beschikking 2001/671/EG tot uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad met betrekking tot de indeling van het gedrag van daken en dakbedekkingen bij een brand vanaf de buitenzijde (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 53)

77.

Beschikking 2006/190/EG van de Commissie van 1 maart 2006 tot wijziging van Beschikking 97/808/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor bestratingsproducten en vloerafwerkingen (PB L 66 van 8.3.2006, blz. 47)

78.

Beschikking 2006/213/EG van de Commissie van 6 maart 2006 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten voor houten vloeren en massief houten lambrisering en bekleding (PB L 79 van 16.3.2006, blz. 27)

79.

Beschikking 2006/600/EG van de Commissie van 4 september 2006 tot vaststelling van de klassen van gedrag bij een brand vanaf de buitenzijde voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat betreft dubbelwandige metalen sandwichpanelen voor daken (PB L 244 van 7.9.2006, blz. 24)

80.

Beschikking 2006/673/EG van de Commissie van 5 oktober 2006 tot wijziging van Beschikking 2003/43/EG tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat betreft gipsplaten (PB L 276 van 7.10.2006, blz. 77)

81.

Beschikking 2006/751/EG van de Commissie van 27 oktober 2006 tot wijziging van Beschikking 2000/147/EG ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft (PB L 305 van 4.11.2006, blz. 8)

82.

Beschikking 2006/893/EG van de Commissie van 5 december 2006 betreffende de schrapping van de referentie van de norm EN 10080:2005 Staal voor de versterking van beton — Lasbaar betonstaal — Deel 1: Algemene eisen overeenkomstig Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 343 van 8.12.2006, blz. 102)

83.

Beschikking 2007/348/EG van de Commissie van 15 mei 2007 tot wijziging van Beschikking 2003/43/EG tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat platen op houtbasis betreft (PB L 131 van 23.5.2007, blz. 21)

84.

Besluit 2010/81/EU van de Commissie van 9 februari 2010 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat lijmen voor keramische tegels betreft (PB L 38 van 11.2.2010, blz. 9)

85.

Besluit 2010/82/EU van de Commissie van 9 februari 2010 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat decoratieve wandbekleding in de vorm van rollen of panelen betreft (PB L 38 van 11.2.2010, blz. 11)

86.

Besluit 2010/83/EU van de Commissie van 9 februari 2010 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat aan de lucht drogende voegvulmaterialen betreft (PB L 38 van 11.2.2010, blz. 13)

87.

Besluit 2010/85/EU van de Commissie van 9 februari 2010 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat dekvloeren van cement, calciumsulfaat en kunsthars betreft (PB L 38 van 11.2.2010, blz. 17)

88.

Besluit 2010/679/EU van de Commissie van 8 november 2010 tot wijziging van Beschikking 95/467/EG tot uitvoering van artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 292 van 10.11.2010, blz. 55)

89.

Besluit 2010/683/EU van de Commissie van 9 november 2010 tot wijziging van Beschikking 97/555/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen (PB L 293 van 11.11.2010, blz. 60)

90.

Besluit 2010/737/EU van de Commissie van 2 december 2010 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat staalplaten met polyestercoating en plastisolcoating betreft (PB L 317 van 3.12.2010, blz. 39)

91.

Besluit 2010/738/EU van de Commissie van 2 december 2010 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde producten wat vezelversterkte gipsproducten betreft (PB L 317 van 3.12.2010, blz. 42)

92.

Besluit 2011/14/EU van de Commissie van 13 januari 2011 tot wijziging van Beschikking 97/556/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor samengestelde systemen/kits voor externe thermische isolatie met bepleistering (PB L 10 van 14.1.2011, blz. 5)

93.

Besluit 2011/19/EU van de Commissie van 14 januari 2011 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten, overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor voegkitten in bouwconstructies en voor afdichtingen in vloeren (voetgangers) (PB L 11 van 15.1.2011, blz. 49)

94.

Besluit 2011/232/EU van de Commissie van 11 april 2011 tot wijziging van Beschikking 2000/367/EG tot vaststelling van een systeem voor de indeling in klassen van brandwerendheid van voor de bouw bestemde producten, bouwwerken en delen daarvan (PB L 97 van 12.4.2011, blz. 49)

95.

Besluit 2011/246/EU van de Commissie van 18 april 2011 tot wijziging van Beschikking 1999/93/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor deuren, ramen, luiken, blinden, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk (PB L 103 van 19.4.2011, blz. 114)

96.

Besluit 2011/284/EU van de Commissie van 12 mei 2011 betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor stroom-, besturings- en communicatiekabels (PB L 131 van 18.5.2011, blz. 22)

97.

Uitvoeringsbesluit 2012/201/EU van de Commissie van 26 maart 2012 tot wijziging van Beschikking 98/213/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor kits voor scheidingswanden (PB L 109 van 21.4.2012, blz. 20)

98.

Uitvoeringsbesluit 2012/202/EU van de Commissie van 29 maart 2012 tot wijziging van Beschikking 1999/94/EG betreffende de procedure voor de conformiteitsverklaring van voor de bouw bestemde producten overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad voor bouwpakketten voor geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten (PB L 109 van 21.4.2012, blz. 22)

Zwitserland

100.

Federale wet van 21 maart 2014 betreffende voor de bouw bestemde producten (RO 2014 2867)

101.

Beschikking van 27 augustus 2014 betreffende voor de bouw bestemde producten (RO 2014 2887)

102.

Beschikking van het Federaal Bureau voor bouw en logistiek betreffende de aanwijzing van Europese gedelegeerde en uitvoeringshandelingen inzake voor de bouw bestemde producten van 10 september 2014, laatstelijk gewijzigd op 2 februari 2015 (RO 2015 515)

103.

Beschikking van 17 juni 1996 betreffende het Zwitserse erkenningssysteem en de aanwijzing van testlaboratoria en overeenstemmingsbeoordelingsorganen (RO 1996 1904), laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2014 (RO 2014 1411)

104.

Interkantonnale overeenkomst inzake de opheffing van technische handelsbelemmeringen van 23 oktober 1998 (RO 2003 270)

AFDELING II

Overeenstemmingsbeoordelingsorganen

1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en overeenkomstig de wetgeving van de partijen in afdeling I van dit hoofdstuk wordt met overeenstemmingsbeoordelingsorganen bedoeld de organen die taken uitvoeren in het kader van beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid (BVPB), alsook technische beoordelingsinstanties (TBI's) die lid zijn van de Europese Organisatie voor technische goedkeuringen (EOTA).

2.

Het bij artikel 10 van deze overeenkomst ingestelde comité stelt volgens de in artikel 11 van deze overeenkomst omschreven procedure een lijst van overeenstemmingsbeoordelingsorganen vast en werkt deze bij.

AFDELING III

Aanwijzende autoriteiten

Het bij artikel 10 van deze overeenkomst ingestelde comité stelt een lijst van de door de partijen aangemelde aanwijzende en bevoegde autoriteiten vast en werkt deze bij.

AFDELING IV

Bijzondere regels voor de aanwijzing van overeenstemmingsbeoordelingsorganen

Bij de aanwijzing van overeenstemmingsbeoordelingsorganen houden de aanwijzende autoriteiten zich aan de algemene beginselen van deze overeenkomst.

AFDELING V

Aanvullende bepalingen

1.   Wijzigingen van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van afdeling I

Onverminderd artikel 12, lid 2, van deze overeenkomst stelt de Europese Unie Zwitserland onverwijld in kennis van na 15 december 2014 goedgekeurde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen van de Commissie in het kader van Verordening (EU) nr. 305/2011, na de bekendmaking daarvan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zwitserland stelt de Europese Unie onverwijld in kennis van de relevante wijzigingen van de Zwitserse wetgeving.

2.   Tenuitvoerlegging

De bevoegde autoriteiten van de partijen en de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011, van:

essentiële kenmerken waarvoor de fabrikant de productprestaties moet aangeven;

prestatieklassen en drempelwaarden voor de essentiële kenmerken van bouwproducten;

voorwaarden waaronder een bouwproduct geacht wordt aan een bepaald prestatieniveau of een bepaalde prestatieklasse te voldoen, of

BVPB-systemen die op een bepaald bouwproduct van toepassing zijn,

moeten wederzijds rekening houden met de regelgevingsbehoeften van de lidstaten en Zwitserland.

3.   Europese geharmoniseerde normen voor bouwproducten

a)

Voor de toepassing van deze overeenkomst zal Zwitserland de referenties van de Europese geharmoniseerde normen voor bouwproducten, na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 17, lid 5, van Verordening (EU) nr. 305/2011, bekendmaken en methoden en criteria voor de beoordeling van bouwproducten verstrekken, met inbegrip van:

prestatieklassen en drempelwaarden voor de essentiële kenmerken van bouwproducten;

voorwaarden waaronder bouwproducten geacht worden zonder tests aan een bepaald prestatieniveau of een bepaalde prestatieklasse te voldoen.

b)

Wanneer Zwitserland van oordeel is dat een geharmoniseerde norm niet volledig voldoet aan de eisen van de in afdeling I vermelde wetgeving, kan de bevoegde Zwitserse autoriteit de Europese Commissie verzoeken om de zaak overeenkomstig de in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 305/2011 bedoelde procedure te onderzoeken.

Zwitserland kan de aangelegenheid met vermelding van argumenten voorleggen aan het comité. Het comité onderzoekt de zaak en kan de Europese Unie verzoeken de in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 305/2011 bedoelde procedure te volgen.

4.   Europese technische beoordelingen (ETB's)

a)

Zwitserland wordt gemachtigd tot het aanwijzen van TBI's voor de afgifte van ETB's. Zwitserland zorgt ervoor dat de aangewezen TBI's lid worden van de EOTA en aan haar werkzaamheden deelnemen, met name voor het ontwikkelen en goedkeuren van Europese beoordelingsdocumenten overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 305/2011.

De procedures en besluiten van de EOTA gelden ook voor de toepassing van deze overeenkomst.

b)

Door de EOTA afgegeven Europese beoordelingsdocumenten en door de TBI's afgegeven ETB's worden voor de toepassing van deze overeenkomst door beide partijen erkend.

c)

Indien een TBI een verzoek voor een ETB ontvangt voor een product dat niet volledig onder een geharmoniseerde norm valt als in artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) nr. 305/2011, brengt zij de EOTA en de Commissie op de hoogte van de inhoud van het verzoek en van de verwijzing naar een relevante rechtshandeling van de Commissie betreffende de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid, die de TBI voor dat product wil toepassen, of van het ontbreken van een dergelijke rechtshandeling.

d)

Indien de TBI's binnen de gestelde termijnen niet tot overeenstemming zijn gekomen over het Europees beoordelingsdocument, legt de EOTA deze aangelegenheid voor aan de Commissie. In geval van een geschil waarbij een Zwitserse TBI is betrokken, kan de Commissie de Zwitserse aanwijzende autoriteit raadplegen wanneer zij zich overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. 305/2011 over een aangelegenheid uitspreekt.

e)

Wanneer Zwitserland van oordeel is dat een Europees beoordelingsdocument niet volledig voldoet aan de fundamentele eisen voor bouwwerken in de in afdeling I van dit hoofdstuk vastgestelde wetgeving, kan de bevoegde Zwitserse autoriteit de Europese Commissie verzoeken om overeenkomstig de procedure in artikel 25 van Verordening (EU) nr. 305/2011 te handelen.

Zwitserland kan de aangelegenheid met vermelding van argumenten voorleggen aan het comité. Het comité onderzoekt de zaak en kan de Europese Unie verzoeken de in artikel 25 van Verordening (EU) nr. 305/2011 omschreven procedure te volgen.

5.   Uitwisseling van informatie

a)

Krachtens artikel 9 van deze overeenkomst wisselen de partijen de nodige informatie uit om ervoor te zorgen dat dit hoofdstuk naar behoren ten uitvoer wordt gelegd.

b)

Overeenkomstig artikel 12, lid 3, van deze overeenkomst wijzen de lidstaten en Zwitserland productcontactpunten voor de bouw aan, die op aanvraag relevante informatie uitwisselen.

c)

Indien Zwitserland regelgevingsbehoeften heeft, kan het de goedkeuring van bepalingen voorstellen, met name voor de vaststelling van essentiële kenmerken waarvoor de prestatie moet worden meegedeeld of voor de vaststelling van prestatieklassen, drempelwaarden voor essentiële kenmerken van bouwproducten of voorwaarden waaronder bouwproducten geacht worden zonder tests aan een bepaald prestatieniveau of een bepaalde prestatieklasse te voldoen, zoals in de artikelen 3 en 27 van Verordening (EU) nr. 305/2011.

6.   Markttoegang en technische documentatie

a)

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

—   importeur: een in de Europese Unie of Zwitserland gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een bouwproduct uit een derde land op de markt van de Europese Unie of Zwitserland in de handel brengt;

—   gemachtigde: een in de Europese Unie of Zwitserland gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die door een fabrikant schriftelijk is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;

—   distributeur: een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, anders dan de fabrikant of de importeur, die een bouwproduct op de markt van de Europese Unie of Zwitserland aanbiedt.

b)

Overeenkomstig de wetgeving in afdeling I van dit hoofdstuk vermelden fabrikanten en importeurs hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en hun contactadres op het bouwproduct of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het bouwproduct gevoegd document.

c)

Het volstaat dat fabrikanten, hun gemachtigden of importeurs de prestatieverklaring en de technische documentatie ter beschikking houden van de nationale autoriteiten gedurende de in de wetgeving in afdeling I vastgestelde periode, te rekenen vanaf de datum waarop het product op de markt van een van de partijen in de handel wordt gebracht.

d)

Fabrikanten, hun gemachtigden of importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om aan te tonen dat het bouwproduct overeenstemt met de prestatieverklaring en voldoet aan andere toepasselijke voorschriften van dit hoofdstuk, in een taal die die autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen in de handel gebrachte bouwproducten.

7.   Uitwisseling van ervaringen

Zwitserse nationale autoriteiten mogen deelnemen aan de uitwisseling van ervaringen tussen de in artikel 54 van Verordening (EU) nr. 305/2011 bedoelde nationale autoriteiten van de lidstaten.

8.   Coördinatie van aangewezen aangemelde instanties

Zwitserse aangemelde instanties mogen rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deelnemen aan de coördinatie- en samenwerkingsmechanismen waarin artikel 55 van Verordening (EU) nr. 305/2011 voorziet.

9.   Procedure voor de behandeling van bouwproducten met een door non-conformiteit veroorzaakt risico dat niet tot het nationale grondgebied is beperkt

Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat of Zwitserland maatregelen hebben genomen of voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een bouwproduct door een non-conformiteit met de bepalingen van de in afdeling I van dit hoofdstuk bedoelde wetgeving een risico inhoudt waarvan zij oordelen dat het niet tot hun nationale grondgebied beperkt is, stellen zij elkaar en de Europese Commissie krachtens artikel 12, lid 4, van deze overeenkomst onverwijld in kennis:

van de resultaten van de evaluatie die zij hebben uitgevoerd en van de maatregelen die zij van de desbetreffende marktdeelnemer hebben verlangd;

wanneer de desbetreffende marktdeelnemer geen doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, van passende voorlopige maatregelen die zij hebben genomen om het op hun nationale markt aanbieden van het bouwproduct te verbieden of te beperken, het bouwproduct daar uit de handel te nemen of het terug te roepen. Die informatie omvat de bijzonderheden van artikel 56, lid 5, van Verordening (EU) nr. 305/2011.

De lidstaten of Zwitserland stellen de Europese Commissie en de andere nationale autoriteiten onverwijld op de hoogte van de door hen genomen maatregelen en van aanvullende informatie over de non-conformiteit van het betrokken bouwproduct waarover zij beschikken.

De lidstaten en Zwitserland zorgen ervoor dat ten aanzien van het betrokken bouwproduct onmiddellijk de passende beperkende maatregelen worden genomen, zoals het uit de handel nemen van het bouwproduct op hun markt.

10.   Vrijwaringsprocedure in geval van bezwaren tegen nationale maatregelen

Indien Zwitserland of een lidstaat het niet eens is met de nationale maatregel overeenkomstig lid 9 brengt Zwitserland of de lidstaat de Europese Commissie binnen 15 werkdagen na de ontvangst van de informatie op de hoogte van zijn bezwaren.

Wanneer na de voltooiing van de in lid 9 uiteengezette procedure door een lidstaat of door Zwitserland bezwaren worden geuit tegen een door Zwitserland of een lidstaat genomen maatregel, of wanneer de Commissie oordeelt dat een nationale maatregel niet in overeenstemming is met de in afdeling I vermelde toepasselijke wetgeving, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten, Zwitserland en de desbetreffende marktdeelnemer(s). Zij evalueert de nationale maatregel om te bepalen of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is. Indien de nationale maatregel:

gerechtvaardigd wordt geacht, nemen alle lidstaten en Zwitserland de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het non-conforme bouwproduct uit de handel wordt genomen en stellen zij de Commissie daarvan in kennis;

niet-gerechtvaardigd wordt geacht, trekt de betrokken lidstaat of Zwitserland de maatregel in.

In beide gevallen kan een partij de zaak overeenkomstig lid 12 voorleggen aan het comité.

11.   Conforme bouwproducten die toch een risico voor de gezondheid en veiligheid meebrengen

Wanneer een lidstaat of Zwitserland constateert dat het bouwproduct, hoewel het overeenkomstig de in afdeling I van dit hoofdstuk vermelde wetgeving op de markt van de EU en Zwitserland wordt aangeboden, een risico voor de naleving van de fundamentele eisen voor bouwwerken, voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere aspecten van de bescherming van het algemeen belang meebrengt, neemt de lidstaat of Zwitserland alle passende maatregelen en brengt de Commissie, de andere lidstaten en Zwitserland onverwijld op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het bouwproduct te identificeren en om de oorsprong en de toeleveringsketen van het product, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen.

De Commissie treedt onverwijld in overleg met de lidstaten, Zwitserland en de betrokken marktdeelnemer(s) en beoordeelt de nationale maatregelen die zijn genomen om te bepalen of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is.

Een partij kan de zaak overeenkomstig lid 12 voorleggen aan het comité.

12.   Vrijwaringsclausule in geval van aanhoudende onenigheid tussen de partijen

Indien de partijen het oneens zijn over maatregelen in het kader van de leden 10 en 11 wordt de zaak voorgelegd aan het comité dat besluit over een passende handelwijze, waaronder het gelasten van een deskundig onderzoek.

Wanneer het comité vaststelt dat de maatregel:

a)

gerechtvaardigd is, nemen de partijen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het product bij hen uit de handel wordt genomen;

b)

niet gerechtvaardigd is, trekt de nationale autoriteit van de lidstaat of Zwitserland deze in.

VERKLARING VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Om te zorgen voor de doeltreffende toepassing en tenuitvoerlegging van het hoofdstuk betreffende bouwproducten in bijlage 1 bij de overeenkomst en voor zover Zwitserland het relevante EU-acquis of gelijkwaardige maatregelen in het kader van het hoofdstuk betreffende bouwproducten heeft goedgekeurd, zal de Commissie, overeenkomstig de Verklaring van de Raad over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies (1) en artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, Zwitserse deskundigen raadplegen in de voorbereidende fasen van de ontwerpmaatregelen die daarna moeten worden voorgelegd aan het comité dat bij artikel 64 van Verordening (EU) nr. 305/2011 is opgericht om de Commissie bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden bij te staan.

De Commissie merkt eveneens op dat de voorzitter van het bij artikel 64 van Verordening (EU) nr. 305/2011 opgerichte comité op verzoek van een lid of op eigen initiatief kan beslissen Zwitserse deskundigen te horen over specifieke punten, met name over punten die rechtstreeks betrekking hebben op Zwitserland.”.


(1)  Verklaring over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 429).


AANHANGSEL B

In bijlage 1, Sectoren, moet hoofdstuk 18, Biociden, worden geschrapt en vervangen door:

„HOOFDSTUK 18

BIOCIDEN

TOEPASSINGSGEBIED EN BETROKKEN PRODUCTEN

1.

De bepalingen van dit hoofdstuk gelden voor werkzame stoffen, biociden, biocidefamilies en behandelde voorwerpen als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 528/2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden („de biocidenverordening”), onderworpen aan de procedures van de biocidenverordening en gelijkwaardige Zwitserse bepalingen, met uitzondering van:

biociden die geheel of gedeeltelijk bestaan uit genetisch gemodificeerde micro-organismen, en

aviciden, pisciciden en biociden voor de bestrijding van andere gewervelde dieren.

2.

Uitvoeringshandelingen van de Commissie overeenkomstig artikel 9, artikel 14, lid 4, en artikel 15, lid 1, van de biocidenverordening, betreffende de goedkeuring van werkzame stoffen, en gedelegeerde handelingen van de Commissie overeenkomstig artikel 28, lid 1, en artikel 28, lid 3, van de biocidenverordening, betreffende de opneming van werkzame stoffen in bijlage I van de biocidenverordening, maken deel uit van dit hoofdstuk.

3.

Zwitserland is vrij om de toegang tot zijn markt te beperken overeenkomstig de voorschriften van zijn bij de inwerkingtreding van dit hoofdstuk geldende nationale wetgeving met betrekking tot:

biociden die octylfenol of de ethoxylaten daarvan bevatten, en

aerosols die in de lucht stabiele stoffen bevatten.

AFDELING I

Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen

Bepalingen bedoeld in artikel 1, lid 2

Europese Unie

1.

Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 334/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 (PB L 103 van 5.4.2014, blz. 22), alsmede uit hoofde van deze verordening tot en met 10 oktober 2014 vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen van de Commissie

Zwitserland

100.

Federale wet van 15 december 2000 inzake bescherming tegen gevaarlijke stoffen en preparaten (RO 2004 4763), laatstelijk gewijzigd op 13 juni 2006 (RO 2006 2197)

101.

Federale wet van 7 oktober 1983 inzake de bescherming van het milieu (RO 1984 1122), laatstelijk gewijzigd op 1 augustus 2010 (RO 2010 3233)

102.

Beschikking van 18 mei 2005 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (Beschikking inzake biociden, RO 2005 2821), laatstelijk gewijzigd op 15 juli 2014 (RO 2014 2073) (hierna „OPBio” genoemd)

103.

Beschikking van 15 augustus 2014 van het ministerie van Binnenlandse Zaken betreffende uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot de Beschikking inzake biociden (RO 2014 2755)

AFDELING II

Overeenstemmingsbeoordelingsorganen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „overeenstemmingsbeoordelingsorganen” verstaan de autoriteiten van de Europese Unie en bevoegde autoriteiten van EU-lidstaten en Zwitserland die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de wetgeving in afdeling I.

De contactgegevens van de bevoegde autoriteiten van de partijen zijn te vinden op de onderstaande websites.

Europese Unie

Biociden:

„Bevoegde autoriteiten en andere contactpunten”

http://ec.europa.eu/environment/chemicals/biocides/regulation/comp_authorities_en.htm

http://www.echa.europa.eu/nl/web/guest/regulations/biocidal-products-regulation

Zwitserland

Federal Office of Public Health, Notification Authority for Chemicals: http://www.bag.admin.ch/biocide

AFDELING III

Aanvullende bepalingen

1.   Wijzigingen van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van afdeling I

Onverminderd artikel 12, lid 2, van deze overeenkomst stelt de Europese Unie Zwitserland onverwijld in kennis van na 10 oktober 2014 goedgekeurde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen van de Commissie in het kader van Verordening (EU) nr. 528/2012, na de bekendmaking daarvan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zwitserland stelt de Europese Unie onverwijld in kennis van de relevante wijzigingen van de Zwitserse wetgeving.

2.   Procedures van de biocidenverordening en haar uitvoeringshandelingen tussen de partijen

a)

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de hierna vermelde procedures van de biocidenverordening en haar gedelegeerde en uitvoeringshandelingen als bedoeld in afdeling I als gemeenschappelijke procedures ter aanvulling van als gelijkwaardig beschouwde bepalingen.

In dit lid moet onder een verwijzing naar „een lidstaat”/„lidstaten” of zijn/hun bevoegde autoriteiten in artikelen van de biocidenverordening die „van toepassing zijn tussen de partijen” naast de betekenis ervan in de verordening ook Zwitserland worden verstaan. Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

kunnen „houders van een toelating” en personen als bedoeld in artikel 95 van de biocidenverordening in de Europese Unie of Zwitserland zijn gevestigd;

gebruiken aanvragers het biocidenregister (hierna „register” genoemd) voor het indienen van aanvragen en gegevens voor alle procedures als bedoeld in artikel 71, lid 3, van de biocidenverordening. Aanvragers hoeven niet in de Europese Unie of Zwitserland te zijn gevestigd.

De procedures van de biocidenverordening en de onderstaande gedelegeerde en uitvoeringshandelingen zijn van toepassing tussen de partijen:

de hoofdstukken II en III van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie voor wat betreft de goedkeuring van werkzame stoffen. Aanvragers kunnen de Zwitserse bevoegde autoriteit als de beoordelende bevoegde autoriteit voorstellen;

artikel 27 voor wat betreft op grond van de vereenvoudigde procedure toegelaten biociden;

de artikelen 32 tot en met 34 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 492/2014 van de Commissie voor wat betreft de wederzijdse erkenning van toelatingen en de verlenging ervan;

de artikelen 35 tot en met 37 inzake bezwaren en afwijkingen;

de artikelen 43 tot en met 46 inzake toelatingen van de Unie, met de volgende aanpassingen: indien de Commissie voor een biocide een toelating van de Unie verleent, de toelating ervan verlengt of wijzigt, besluit dat er geen toelating van de Unie wordt verleend, de toelating intrekt of weigert de toelating van de Unie te verlengen, neemt Zwitserland, onverminderd de beroepsmiddelen, binnen 30 dagen en overeenkomstig artikel 14 bis van de OPBio een besluit over de verlening, verlenging, intrekking of wijziging van een toelating voor dat product;

de artikelen 47 tot en met 50 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2013 van de Commissie voor wat betreft de kennisgeving van nadelige effecten en regels inzake intrekking of wijziging;

artikel 53 inzake parallelhandel;

artikel 54 voor wat betreft de vaststelling van technische gelijkwaardigheid van werkzame stoffen;

de artikelen 62 en 63 inzake het delen van gegevens. Indien een verzoek bij de Zwitserse bevoegde autoriteit is ingediend, wordt de aanvrager doorverwezen naar het agentschap en voert hij zijn aanvraag in in het register;

artikel 69, lid 2, voor wat betreft de naam en het adres van de houder van een toelating en het nummer van de toelating die op etiketten moeten worden vermeld;

artikel 88 voor wat betreft op basis van nieuw bewijsmateriaal genomen maatregelen;

artikel 95 (zoals in Verordening (EU) nr. 334/2014), met de in artikel 95, lid 2, vermelde overgangsperiode tot en met 1 september 2016 om het product op de Zwitserse markt aan te bieden.

b)

Indien Zwitserland voornemens is om af te wijken van een overeenkomstig artikel 36, lid 3, en artikel 37, lid 2, genomen besluit, in het geval van toelatingen van de Unie overeenkomstig artikel 44, lid 5, artikel 46, leden 4 en 5, en de artikelen 47 tot en met 50, of besluiten op grond van artikel 88 van de biocidenverordening, of indien het voornemens is om specifiek voor zijn grondgebied bepaalde voorwaarden aan te passen op grond van artikel 12, lid 2, van de OPBio, kan het gepaste maatregelen nemen en stelt het de Commissie onmiddellijk met opgave van redenen in kennis. Indien van toepassing wordt de zaak voorgelegd aan het gemengd comité, dat besluit over een passende handelswijze.

3.   Uitwisseling van informatie

Overeenkomstig artikel 9 van deze overeenkomst wisselen de partijen met name de informatie uit die nodig is voor de coördinatie van de procedures van dit hoofdstuk als bedoeld in artikel 71 van de biocidenverordening.

Overeenkomstig artikel 29, lid 4, van de biocidenverordening, behalve in gevallen waarin Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2013 van de Commissie geldt, weigert Zwitserland de beoordeling van de aanvraag indien een andere bevoegde autoriteit een aanvraag onderzoekt die betrekking heeft op dezelfde biocide of de biocide al heeft toegelaten.

De partijen komen overeen dat van toelatingen en andere besluiten in verband met de toepassing van dit hoofdstuk door de bevoegde autoriteiten rechtstreeks kennisgeving kan worden gedaan aan de aanvrager op het grondgebied van de andere partij.

Informatie wordt beschermd en behandeld door de bevoegde autoriteiten van de partijen overeenkomstig de artikelen 59, 64, 66 en 67 van de biocidenverordening.

4.   Financiële bijdrage voor door het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verleende diensten

a)

Zwitserland draagt bij aan de uitgaven van het agentschap voor in dit hoofdstuk vermelde activiteiten met een jaarlijkse financiële bijdrage die moet worden toegevoegd aan de in artikel 78, lid 1, van de biocidenverordening vermelde EU-subsidie. Die jaarlijkse financiële bijdrage wordt berekend overeenkomstig het bruto binnenlands product (bbp), uitgedrukt in een percentage van het bbp van alle deelnemende landen overeenkomstig de in bijvoegsel 1 beschreven formule. De jaarlijkse bijdrage wordt aan het agentschap betaald op basis van een door het ECHA afgegeven debetnota.

b)

De in alinea a) bedoelde financiële bijdrage is verschuldigd vanaf de dag na de inwerkingtreding van dit besluit. De eerste financiële bijdrage wordt evenredig verminderd met de periode van het jaar die reeds is verstreken voordat het besluit in werking trad.

Bijvoegsel 1

Financiële bijdrage van Zwitserland voor door het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verleende diensten

1.

De jaarlijkse financiële bijdrage van Zwitserland aan de in artikel 78 van de biocidenverordening vermelde subsidie wordt als volgt berekend: de jaarlijks op 31 maart beschikbare, recentste definitieve cijfers betreffende het bruto binnenlands product (bbp) van Zwitserland worden gedeeld door de som van de voor hetzelfde jaar beschikbare bbp-cijfers van alle landen die deelnemen aan dergelijke activiteiten. Het aldus verkregen percentage wordt toegepast op de in artikel 78, lid 1, onder a), van de biocidenverordening bedoelde subsidie van de Unie om de financiële bijdrage van Zwitserland te verkrijgen.

2.

De financiële bijdrage wordt betaald in euro.

3.

Zwitserland betaalt zijn financiële bijdrage uiterlijk 45 dagen na ontvangst van de debetnota. Elk uitstel van betaling leidt ertoe dat Zwitserland vanaf de vervaldatum achterstandsrente moet betalen over het uitstaande bedrag. Het rentepercentage is de op de eerste kalenderdag van de maand van de vervaldag door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet zoals bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met 1,5 procentpunten.

4.

De financiële bijdrage van Zwitserland wordt aangepast indien de in artikel 78, lid 1, onder a), van de biocidenverordening bedoelde in de algemene begroting van de Europese Unie opgenomen subsidie van de Europese Unie wordt verhoogd overeenkomstig artikel 26, 27 of 41 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. In dat geval moet het verschil 45 dagen na ontvangst van de debetnota worden betaald.

5.

Indien de door het ECHA overeenkomstig artikel 78, lid 1, onder a) van de biocidenverordening ontvangen subsidie voor jaar N niet vóór 31 december van jaar N wordt besteed of indien de begroting van het ECHA voor jaar N op grond van artikel 26, 27 of 41 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 is verlaagd, wordt het deel van de niet-bestede of verlaagde betalingskredieten dat overeenkomt met het percentage van de bijdrage van Zwitserland, overgeheveld naar de begroting van het agentschap voor het jaar N + 1. De bijdrage van Zwitserland aan de subsidie voor het agentschap voor het jaar N + 1 wordt dienovereenkomstig verlaagd.

VERKLARING VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Om te zorgen voor de doeltreffende toepassing en tenuitvoerlegging van het hoofdstuk betreffende biociden in bijlage 1 bij de overeenkomst en voor zover Zwitserland het relevante EU-acquis of gelijkwaardige maatregelen in het kader van het hoofdstuk betreffende biociden heeft goedgekeurd, zal de Commissie overeenkomstig de Verklaring van de Raad over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies (1) en artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Zwitserse deskundigen raadplegen in de voorbereidende fasen van de ontwerpmaatregelen die daarna moeten worden voorgelegd aan het comité dat bij artikel 82 van Verordening (EU) nr. 528/2012 is opgericht om de Commissie bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden bij te staan.

De Commissie merkt eveneens op dat de voorzitter van het bij artikel 82 van Verordening (EU) nr. 528/2012 opgerichte comité op verzoek van een lid of op eigen initiatief kan beslissen Zwitserse deskundigen te horen over specifieke punten, met name over punten die rechtstreeks betrekking hebben op Zwitserland.

De Commissie merkt ook op dat, voor de aangelegenheden met betrekking tot het hoofdstuk inzake biociden, Zwitserse deskundigen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de groep van bevoegde autoriteiten voor de implementatie van de biocidenverordening, die hulp biedt aan de Commissie bij de geharmoniseerde implementatie van Verordening (EU) nr. 528/2012, en in voorkomend geval aan het in artikel 75 van Verordening (EU) nr. 528/2012 bedoelde comité en aan de in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 528/2012 bedoelde coördinatiegroep.

.

(1)  Verklaring over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 429).


AANHANGSEL C

Wijzigingen in bijlage 1

Hoofdstuk 14 (Goede laboratoriumpraktijken (GLP))

In afdeling I worden de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen geschrapt en vervangen door:

„AFDELING I

Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen

Het testen van chemicaliën overeenkomstig de GLP is aan de desbetreffende voorschriften van de hierna vermelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen onderworpen.

Bepalingen bedoeld in artikel 1, lid 2

Europese Unie

 

Levensmiddelen en diervoeders

1.

Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie van 25 april 2008 tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opstelling en indiening van aanvragen en de beoordeling van en de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1)

2.

Verordening (EU) nr. 234/2011 van de Commissie van 10 maart 2011 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma's (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 15), laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 562/2012 van de Commissie (PB L 168 van 28.6.2012, blz. 21)

3.

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 503/2013 van de Commissie van 3 april 2013 betreffende vergunningaanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 641/2004 van de Commissie en (EG) nr. 1981/2006 van de Commissie (PB L 157 van 8.6.2013, blz. 1)

 

Nieuwe en bestaande chemicaliën

4.

Richtlijn 67/548/EEG van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen, als gewijzigd bij Richtlijn 92/32/EEG van de Raad van 30 april 1992 (PB L 154 van 5.6.1992, blz. 1)

5.

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 895/2014 van de Commissie van 14 augustus 2014 (PB L 244 van 19.8.2014, blz. 6)

6.

Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 605/2014 van de Commissie van 5 juni 2014 (PB L 167 van 6.6.2014, blz. 36)

7.

Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PB L 200 van 30.7.1999, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/08/EG van 23 januari 2006 (PB L 19 van 24.1.2006, blz. 12)

8.

Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 44)

 

Geneesmiddelen

9.

Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2012/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 1), NB: Richtlijn 2001/83/EG is gewijzigd en de GLP-vereiste is voortaan opgenomen in Richtlijn 2003/63/EG van de Commissie van 25 juni 2003 tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, onder „Inleiding en algemene beginselen” (PB L 159 van 27.6.2003, blz. 46)

10.

Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 1)

 

Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik

11.

Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2009/9/EG van de Commissie van 10 februari 2009 (PB L 44 van 14.2.2009, blz. 10)

 

Gewasbeschermingsmiddelen

12.

Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1)

13.

Verordening (EU) nr. 283/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor werkzame stoffen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 93 van 3.4.2013, blz. 1)

14.

Verordening (EU) nr. 284/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 93 van 3.4.2013, blz. 85)

 

Biociden

15.

Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1)

 

Cosmetische producten

16.

Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59)

 

Detergentia

17.

Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1)

Zwitserland

100.

Federale wet van 7 oktober 1983 inzake de bescherming van het milieu (RO 1984 1122), laatstelijk gewijzigd op 22 maart 2013 (FF 2012 8671)

101.

Federale wet van 15 december 2000 inzake bescherming tegen gevaarlijke stoffen en preparaten (RO 2004 4763), laatstelijk gewijzigd op 17 juni 2005 (RO 2006 2197)

102.

Beschikking van 18 mei 2005 inzake bescherming tegen gevaarlijke stoffen en preparaten (RO 2005 2721), laatstelijk gewijzigd op 20 juni 2014 (RO 2014 2073)

103.

Beschikking van 18 mei 2005 inzake biociden (RO 2005 2821), laatstelijk gewijzigd op 15 juli 2014 (RO 2014 2073)

104.

Beschikking van 18 mei 2005 betreffende het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen (RO 2005 3035), laatstelijk gewijzigd op 11 december 2012 (RO 2013 249)

105.

Federale wet van 15 december 2000 betreffende geneesmiddelen en medische hulpmiddelen (RO 2001 2790), laatstelijk gewijzigd op 21 juni 2013 (RO 2013 4137)

106.

Beschikking van 17 oktober 2001 inzake geneesmiddelen (RO 2001 3420), laatstelijk gewijzigd op 8 september 2010 (RO 2010 4039)”.

In afdeling III, Aanwijzende autoriteiten, worden de contactgegevens van de autoriteiten van de Europese Unie die toezicht houden op de handhaving van de GLP, geschrapt en vervangen door:

„Voor de Europese Gemeenschap:

http://ec.europa.eu/growth/sectors/chemicals/good-laboratory-practice/index_en.htm”.

In afdeling IV, Bijzondere regels voor de aanwijzing van overeenstemmingsbeoordelingsorganen, wordt de verwijzing naar de bepalingen van de Europese Unie en Zwitserland geschrapt en vervangen door:

„Europese Unie:

1.

Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 44)

2.

Richtlijn 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 28)

Zwitserland:

100.

Federale wet van 7 oktober 1983 inzake de bescherming van het milieu (RO 1984 1122), laatstelijk gewijzigd op 22 maart 2013 (FF 2012 8671)

101.

Federale wet van 15 december 2000 inzake bescherming tegen gevaarlijke stoffen en preparaten (RO 2004 4763), laatstelijk gewijzigd op 17 juni 2005 (RO 2006 2197)

102.

Federale wet van 15 december 2000 betreffende geneesmiddelen en medische hulpmiddelen (RO 2001 2790), laatstelijk gewijzigd op 21 juni 2013 (RO 2013 4137)

103.

Beschikking van 18 mei 2005 inzake goede laboratoriumpraktijken (RO 2005 2795), laatstelijk gewijzigd op 11 november 2012 (RO 2012 6103)”.

Hoofdstuk 15 (Geneesmiddelen, GMP-inspectie en certificering van charges)

In afdeling I worden de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen geschrapt en vervangen door:

„AFDELING I

Wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen

Bepalingen bedoeld in artikel 1, lid 2

Europese Unie

1.

Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1027/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 726/2004, wat de geneesmiddelenbewaking betreft (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 38)

2.

Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2012/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, wat de geneesmiddelenbewaking betreft (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 1)

3.

Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG van de Raad (PB L 33 van 8.2.2003, blz. 30)

4.

Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 58)

5.

Richtlijn 2003/94/EG van de Commissie van 8 oktober 2003 tot vaststelling van de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en geneesmiddelen voor onderzoek voor menselijk gebruik (PB L 262 van 14.10.2003, blz. 22)

6.

Richtlijn 91/412/EEG van de Commissie van 23 juli 1991 tot vastlegging van beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 228 van 17.8.1991, blz. 70)

7.

Richtsnoer voor goede distributiepraktijken voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB C 343 van 23.11.2013, blz. 1)

8.

EudraLex Volume 4 — Medicinal Products for Human and Veterinary Use: EU Guidelines to Good Manufacturing Practice (gepubliceerd op de website van de Commissie)

9.

Richtlijn 2001/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toepassing van goede klinische praktijken bij de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 121 van 1.5.2001, blz. 34)

10.

Richtlijn 2005/28/EG van de Commissie van 8 april 2005 tot vaststelling van beginselen en gedetailleerde richtsnoeren inzake goede klinische praktijken wat geneesmiddelen voor onderzoek voor menselijk gebruik betreft en tot vaststelling van de eisen voor vergunningen voor de vervaardiging of invoer van die geneesmiddelen (PB L 91 van 9.4.2005, blz. 13)

11.

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1252/2014 van de Commissie van 28 mei 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij de fabricage van werkzame stoffen voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 337 van 25.11.2014, blz. 1)

Zwitserland

100.

Federale wet van 15 december 2000 betreffende geneesmiddelen en medische hulpmiddelen (RO 2001 2790), laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2013 (RO 2013 1493)

101.

Beschikking van 17 oktober 2001 betreffende de vestigingsvergunningen (RO 2001 3399), laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2013 (RO 2012 3631) (1)

102.

Beschikking van de Zwitserse dienst voor therapeutische producten van 9 november 2001 inzake de voorwaarden waaraan de vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen moet voldoen (RO 2001 3437), laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2013 (RO 2012 5651)

103.

Beschikking van 20 september 2013 inzake klinische proeven bij onderzoek met mensen (RO 2013 3407)”.


(1)  Zwitserland stelt de Europese Unie onverwijld in kennis van de wijziging die overeenstemt met het EU-richtsnoer voor goede distributiepraktijken voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB C 343 van 23.11.2013, blz. 1).