27.5.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 129/50


BESLUIT Nr. 1 VAN DE STABILISATIE- EN ASSOCIATIERAAD EU-ALBANIË

van 11 mei 2015

tot vervanging van Protocol nr. 4 bij de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking [2015/821]

DE STABILISATIE- EN ASSOCIATIERAAD EU-ALBANIË,

Gezien de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, die is ondertekend te Luxemburg op 12 juni 2006 (1), en met name artikel 41,

Gezien Protocol nr. 4 bij de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 41 van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, („de overeenkomst”) wordt verwezen naar Protocol nr. 4 bij de overeenkomst („Protocol nr. 4”), dat de oorsprongsregels bevat en voorziet in de cumulatie van oorsprong tussen de Europese Unie, Albanië, Turkije en elk land of gebied dat deelneemt aan het stabilisatie- en associatieproces van de Unie.

(2)

Krachtens artikel 38 van Protocol nr. 4 kan de bij artikel 116 van de overeenkomst opgerichte Stabilisatie- en Associatieraad besluiten de bepalingen van Protocol nr. 4 te wijzigen.

(3)

De Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane oorsprongsregels (2) („de conventie”) is opgesteld om de protocollen inzake de oorsprongsregels die momenteel van kracht zijn tussen de landen van het pan-Euro-mediterrane gebied door één rechtshandeling te vervangen. Albanië en andere deelnemers uit de Westelijke Balkan aan het stabilisatie- en associatieproces zijn in de door de Europese Raad in juni 2003 vastgestelde „agenda van Thessaloniki” uitgenodigd om deel te nemen aan het pan-Europese systeem van diagonale cumulatie van oorsprong. Zij zijn bij besluit van de Euro-mediterrane ministeriële conferentie van oktober 2007 uitgenodigd om partij te worden bij de conventie.

(4)

De Unie en Albanië hebben de conventie respectievelijk op 15 juni 2011 en 27 juni 2011 ondertekend.

(5)

De Unie en Albanië hebben hun akte van aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 5 maart 2012 bij de depositaris van de conventie neergelegd. Vervolgens is op grond van artikel 10, lid 3, van de conventie, de conventie zowel voor de Unie als voor Albanië op 1 mei 2012 in werking getreden.

(6)

Protocol nr. 4 moet derhalve worden vervangen door een nieuw protocol dat naar de conventie verwijst,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Protocol nr. 4 bij de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking, wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 1 mei 2015.

Gedaan te Brussel, 11 mei 2015.

Voor de Stabilisatie- en Associatieraad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)   PB L 107 van 28.4.2009, blz. 166.

(2)   PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.


BIJLAGE

Protocol nr. 4

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

Artikel 1

Toepasselijke regels van oorsprong

1.   Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (1) („de conventie”), van toepassing.

2.   Alle verwijzingen naar de „desbetreffende overeenkomst” in aanhangsel I en in de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels gelden als verwijzingen naar deze overeenkomst.

Artikel 2

Geschillenregeling

1.   Indien er een geschil ontstaat in verband met de controleprocedures in artikel 32 van aanhangsel I van de conventie dat niet kan worden opgelost door de douaneautoriteit die de controle heeft aangevraagd en de douaneautoriteit die die controle moet uitvoeren, wordt het aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorgelegd.

2.   In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel 3

Wijzigingen van het protocol

De Stabilisatie- en Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel 4

Opzegging van de conventie

1.   Indien ofwel de Europese Unie ofwel Albanië de depositaris van de conventie schriftelijk te kennen geeft de conventie op grond van artikel 9 van de conventie, te willen opzeggen, onderhandelen de Europese Unie en Albanië onmiddellijk over oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst.

2.   Tot de inwerkingtreding van deze nieuw overeengekomen oorsprongsregels blijven op deze overeenkomst de op het moment van opzegging geldende oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie van toepassing. Vanaf de opzegging worden de oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie echter zo uitgelegd dat zij uitsluitend bilaterale cumulatie tussen de Europese Unie en Albanië toestaan.

Artikel 5

Overgangsbepalingen — cumulatie

Niettegenstaande artikel 16, lid 5, en artikel 21, lid 3, van aanhangsel I van de conventie, mag het bewijs van oorsprong een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een oorsprongsverklaring zijn indien bij de cumulatie alleen EVA-landen, de Faeröer, de Europese Unie, Turkije en de deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces zijn betrokken.


(1)   PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.