|
3.9.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/12 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 215/2014
van 24 oktober2014
tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2015/1439]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („de EER-overeenkomst”), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 202/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(2) |
Verordening (EU) nr. 212/2014 van de Commissie van 6 maart 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat betreft de maximumgehalten aan de verontreiniging citrinine in voedingssupplementen op basis van met rode gist Monascus purpureus gefermenteerde (2) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(3) |
Verordening (EU) nr. 246/2014 van de Commissie van 13 maart 2014 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de schrapping van bepaalde aromastoffen uit de EU-lijst (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Verordening (EU) nr. 298/2014 van de Commissie van 21 maart 2014 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad en van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie wat betreft magnesiumdiwaterstofdifosfaat voor gebruik als rijsmiddel en zuurteregelaar (4) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(5) |
Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake voedingsmiddelen. Wetgeving inzake voedingsmiddelen is niet van toepassing op Liechtenstein, zolang de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten van toepassing blijft in Liechtenstein, zoals bepaald in de inleiding van hoofdstuk XII van bijlage II bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op Liechtenstein. |
|
(6) |
Bijlage II bij de EER-overeenkomst dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Hoofdstuk XII van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 54zzzz (Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:
|
|
2) |
In punt 54zzzzr (Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad) en punt 69 (Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:
|
|
3) |
In punt 54zzzzs (Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:
|
|
4) |
In punt 55 (Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:
|
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Verordeningen (EU) nr. 202/2014, (EU) nr. 212/2014, (EU) nr. 246/2014 en (EU) nr. 298/2014 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op 1 november 2014, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 24 oktober 2014.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Kurt JÄGER
(1) PB L 62 van 4.3.2014, blz. 13.
(2) PB L 67 van 7.3.2014, blz. 3.
(3) PB L 74 van 14.3.2014, blz. 58.
(4) PB L 89 van 25.3.2014, blz. 36.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.