|
30.7.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 202/92 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 207/2014
van 30 september 2014
tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2015/1275]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de „EER-overeenkomst”), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 85/2014 van de Commissie van 30 januari 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringstermijn van de werkzame stof koperverbindingen (1), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(2) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 108/2014 van de Commissie van 5 februari 2014 tot niet-goedkeuring van de werkzame stof kaliumthiocyanaat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (2), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(3) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 116/2014 van de Commissie van 6 februari 2014 tot niet-goedkeuring van de werkzame stof kaliumjodide overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (3), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 140/2014 van de Commissie van 13 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof spinetoram overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(5) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 141/2014 van de Commissie van 13 februari 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof plantaardige oliën/kruidnagelolie (5), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(6) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 143/2014 van de Commissie van 14 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof pyridalyl overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (6), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(7) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 144/2014 van de Commissie van 14 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof valifenalaat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (7), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(8) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 145/2014 van de Commissie van 14 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof thiencarbazon overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (8), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(9) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 149/2014 van de Commissie van 17 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof L-ascorbinezuur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 (9), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(10) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 151/2014 van de Commissie van 18 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof S-abscisinezuur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (10), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(11) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 154/2014 van de Commissie van 19 februari 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof extract van theeboom (11), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(12) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 192/2014 van de Commissie van 27 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof 1,4-dimethylnaftaleen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 (12), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(13) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 193/2014 van de Commissie van 27 februari 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof amisulbrom overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (13), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(14) |
Bijlage II bij de EER-overeenkomst dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Hoofdstuk XV van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 13a (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie) worden de volgende streepjes toegevoegd:
|
|
2) |
Na punt 13zzzl (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1165/2013 van de Commissie) worden de volgende punten ingevoegd:
|
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 85/2014, (EU) nr. 108/2014, (EU) nr. 116/2014, (EU) nr. 140/2014, (EU) nr. 141/2014, (EU) nr. 143/2014, (EU) nr. 144/2014, (EU) nr. 145/2014, (EU) nr. 149/2014, (EU) nr. 151/2014, (EU) nr. 154/2014, (EU) nr. 192/2014 en (EU) nr. 193/2014 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2014, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1), of op de dag van de inwerkingtreding van Besluit nr. 203/2014 van het Gemengd Comité van de EER van 30 september 2014 (14), als dat later is.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 30 september 2014.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Kurt JÄGER
(1) PB L 28 van 31.1.2014, blz. 34.
(2) PB L 36 van 6.2.2014, blz. 9.
(3) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 26.
(4) PB L 44 van 14.2.2014, blz. 35.
(5) PB L 44 van 14.2.2014, blz. 40.
(6) PB L 45 van 15.2.2014, blz. 1.
(7) PB L 45 van 15.2.2014, blz. 7.
(8) PB L 45 van 15.2.2014, blz. 12.
(9) PB L 46 van 18.2.2014, blz. 3.
(10) PB L 48 van 19.2.2014, blz. 1.
(11) PB L 50 van 20.2.2014, blz. 7.
(12) PB L 59 van 28.2.2014, blz. 20.
(13) PB L 59 van 28.2.2014, blz. 25.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.
(14) Zie blz. 57 van dit Publicatieblad.