31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/44


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 83/2013

van 3 mei 2013

tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna „de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 311/2012 van de Commissie van 21 december 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 809/2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat met prospectussen en reclame verband houdende elementen betreft (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 486/2012 van de Commissie van 30 maart 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 809/2004 wat de vormgeving en de inhoud van het prospectus, het basisprospectus, de samenvatting en de definitieve voorwaarden betreft en wat de informatievereisten betreft (2) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 862/2012 van de Commissie van 4 juni 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 809/2004 wat de informatie over de toestemming tot het gebruik van het prospectus, de informatie over onderliggende indexen en het vereiste van een door onafhankelijke accountants opgesteld verslag betreft (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(4)

Bijlage IX bij de EER-overeenkomst dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage IX bij de EER-overeenkomst worden in punt 29ba (Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie) de volgende streepjes toegevoegd:

„—

32012 R 0311: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 311/2012 van de Commissie van 21 december 2011 (PB L 103 van 13.4.2012, blz. 13),

32012 R 0486: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 486/2012 van de Commissie van 30 maart 2012 (PB L 150 van 9.6.2012, blz. 1),

32012 R 0862: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 862/2012 van de Commissie van 4 juni 2012 (PB L 256 van 22.9.2012, blz. 4).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 311/2012, (EU) nr. 486/2012 en (EU) nr. 862/2012 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 4 mei 2013, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 3 mei 2013.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Gianluca GRIPPA


(1)   PB L 103 van 13.4.2012, blz. 13.

(2)   PB L 150 van 9.6.2012, blz. 1.

(3)   PB L 256 van 22.9.2012, blz. 4.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen bij Besluit nr. 83/2013 van het Gemengd Comité van de EER van 3 mei 2013 waarbij de Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 311/2012, (EU) nr. 486/2012 en (EU) nr. 862/2012 in de EER-overeenkomst worden opgenomen

„Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 311/2012 en (EU) nr. 486/2012 verlenen uitgevende instellingen van derde landen het recht hun historische financiële informatie overeenkomstig een van de in de verordeningen bepaalde standaarden voor jaarrekeningen te presenteren. Het feit dat deze verordeningen in de EER-overeenkomst worden opgenomen, doet geen afbreuk aan het toepassingsgebied van deze overeenkomst wat de betrekkingen met derde landen betreft.”