24.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 21/57


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 204/2012

van 26 oktober 2012

tot wijziging van het aan de EER-overeenkomst gehechte Protocol nr. 10, inzake de vereenvoudiging van controles en formaliteiten in het goederenvervoer

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de EER-overeenkomst), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Luidens artikel 9 ter, lid 1, in hoofdstuk II bis van Protocol nr. 10 bij de EER-overeenkomst voeren de partijen, ter waarborging van een gelijkwaardig veiligheidsniveau aan hun buitengrenzen, de in dat hoofdstuk beschreven douaneveiligheidsmaatregelen in, en passen zij deze toe op de goederen die hun douanegebied binnenkomen of verlaten.

(2)

Artikel 9 nonies in hoofdstuk II bis van Protocol nr. 10 bij de EER-overeenkomst bevat een procedure volgens welke de wijzigingen worden vastgesteld die in dat hoofdstuk moeten worden aangebracht in verband met de ontwikkeling van de wetgeving van de Europese Unie.

(3)

De wetgeving van de Europese Unie inzake douaneveiligheidsmaatregelen is met name gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 312/2009 van de Commissie (1), Verordening (EU) nr. 169/2010 van de Commissie (2), en Verordening (EU) nr. 430/2010 van de Commissie (3).

(4)

De bepalingen van Protocol nr. 10 bij de EER-overeenkomst worden in overeenstemming gebracht met de wijzigingen in de wetgeving van de Europese Unie, om de gelijkwaardigheid van de veiligheid te waarborgen.

(5)

Dit besluit is niet van toepassing op IJsland en Liechtenstein. De toepassing ervan kan echter, op grond van een nieuw besluit, tot deze landen worden uitgebreid.

(6)

Protocol nr. 10 bij de EER-overeenkomst moet daarom dienovereenkomstig worden aangepast.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I van Protocol nr. 10 bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2, lid 1, wordt punt e) vervangen door:

„e)

goederen waarvoor krachtens de wetgeving van de overeenkomstsluitende partijen een mondelinge douaneaangifte of een douaneaangifte door eenvoudige grensoverschrijding is toegestaan, met uitzondering van roerende goederen en voorwerpen, laadborden, containers en middelen voor het vervoer over de weg, per spoor, door de lucht, over zee of de binnenwateren die in het kader van een vrachtcontract worden vervoerd;”.

2)

In artikel 2, lid 1, wordt punt j) vervangen door:

„j)

de volgende goederen die het douanegebied van een overeenkomstsluitende partij rechtstreeks binnenkomen vanaf, of verlaten naar, boor- of productieplatforms of windturbines die door een in het douanegebied van de overeenkomstsluitende partijen gevestigde persoon worden geëxploiteerd:

i)

goederen die bij de bouw, het herstel, het onderhoud of de verbouwing van deze platforms of windturbines daarvan deel zijn gaan uitmaken;

ii)

goederen die voor de uitrusting van deze platforms of windturbines zijn gebruikt;

iii)

andere voorzieningen die op die platforms of windturbines worden gebruikt of verbruikt, en

iv)

ongevaarlijke afvalproducten van deze platforms of windturbines;”.

3)

Aan artikel 2, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd:

„m)

goederen die vanuit Helgoland, de Republiek San Marino en Vaticaanstad het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij binnenkomen, of daarheen vanaf dat grondgebied worden vervoerd;

n)

goederen die worden vervoerd aan boord van vaartuigen die een lijndienst onderhouden overeenkomstig artikel 313 ter van Verordening (EEG) nr. 2454/93.”.

4)

In artikel 2 wordt lid 3 vervangen door:

„3.   Een summiere aangifte bij uitgang is niet vereist:

a)

voor goederen die worden geleverd om als onderdeel of toebehoren in schepen of luchtvaartuigen te worden gemonteerd, motorbrandstof, smeermiddelen en gas noodzakelijk voor de werking van de schepen of luchtvaartuigen, levensmiddelen en andere artikelen bestemd om aan boord te worden verbruikt of verkocht;

b)

voor goederen die onder een regeling voor douanevervoer worden geplaatst, indien de gegevens voor de summiere aangifte bij uitgang wordt verstrekt in de elektronische aangifte voor douanevervoer, en mits het kantoor van bestemming tevens het douanekantoor van uitgang is;

c)

voor goederen die in een haven of luchthaven in het douanegebied van een overeenkomstsluitende partij worden geladen om in een andere haven of luchthaven binnen dat gebied te worden gelost, en tijdens een tussenstop in de haven of luchthaven buiten dat gebied aan boord van het schip of luchtvaartuig blijven;

d)

voor goederen die in een haven of luchthaven niet worden gelost uit het transportmiddel waarin zij het douanegebied van een overeenkomstsluitende partij zijn binnengekomen en zullen verlaten;

e)

voor goederen die tevoren in een haven of luchthaven binnen het douanegebied van een overeenkomstsluitende partij zijn geladen en aan boord zullen blijven van het transportmiddel waarin zij dat gebied zullen verlaten;

f)

voor goederen in tijdelijke opslag of in een vrije zone van controletype I die, onder toezicht van hetzelfde douanekantoor, uit het transportmiddel waarmee zij naar de ruimte voor tijdelijke opslag of de vrije zone zijn vervoerd, worden overgeladen in een schip, luchtvaartuig of trein waarin zij vanuit die ruimte of zone het douanegebied van een overeenkomstsluitende partij zullen verlaten, mits:

i)

de goederen worden overgeladen binnen veertien kalenderdagen nadat zij voor tijdelijke opslag of in een vrije zone van controletype I zijn aangeboden; in buitengewone omstandigheden kan de douane de termijn met het oog op die omstandigheden verlengen;

ii)

informatie over de goederen ter beschikking van de douane staat, en

iii)

voor zover de vervoerder dat weet, er geen sprake is van verandering van bestemming of geadresseerde.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 1 november 2012, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 26 oktober 2012.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Atle LEIKVOLL


(1)   PB L 98 van 17.4.2009, blz. 3.

(2)   PB L 51 van 2.3.2010, blz. 2.

(3)   PB L 125 van 21.5.2010, blz. 10.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


Gezamenlijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen ad Besluit nr. 204/2012 van het Gemengd Comité van de EER van 26 oktober 2012 tot wijziging van Protocol nr. 10, meer bepaald met betrekking tot artikel 1, lid 2, van bijlage I bij dat protocol

Met betrekking tot de gegevens die zijn vereist voor de summiere aangifte bij binnenkomst of uitgang bevestigen de overeenkomstsluitende partijen dat:

de bepalingen betreffende de EORI-nummers, en

de bepalingen betreffende het verzoek om uitwijking, vervat in punt 2.6 (tabel 6) van bijlage 30 bis,

die zijn ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 312/2009 van de Commissie van 16 april 2009, niet van toepassing zijn op in een lidstaat van de EVA afgelegde verklaringen.