Paritaire Parlementaire Vergadering van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds - Resolutie over de migratie van geschoolde arbeidskrachten en de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van een land
Publicatieblad Nr. 254 van 26/10/2007 blz. 0031 - 0039
20070628 Resolutie [1] over armoedebestrijding ten behoeve van kleine landbouwers in ACS-landen — met name in de groente-, fruit- en bloemensector De Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, - in vergadering bijeen van 25 tot 28 juni 2007 in Wiesbaden (Duitsland), - gelet op artikel 17, lid 1 van haar Reglement, - gezien de doelstellingen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst op het gebied van handel en de vermindering van de armoede, ondertekend op 23 juni 2000 in Cotonou, - gezien het VN-verslag over voedselzekerheid in ontwikkelingslanden, gepresenteerd door de speciale rapporteur van de VN-mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties in maart 2002 [2], - gezien de Verklaring van Kaapstad over de toekomstige onderhandelingen ACS-EU met het oog op het overeenkomen van nieuwe handelsregelingen, - gezien de doelstelling van de Wereldvoedseltop van 1996 om tegen het jaar 2015 het aantal ondervoede mensen met de helft te verminderen, die nog verre van verwezenlijkt is [3], - gezien de verklaring van de Verenigde Naties over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en hun doelstelling om armoede te bestrijden [4], - gezien de opeenvolgende verslagen van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) over de menselijke ontwikkeling, - gezien de tussentijdse herziening van de economische partnerschapsovereenkomsten door de regionale netwerken van landbouworganisaties in ACS-landen, gepubliceerd op 10 december 2006 [5], en de lopende onderhandelingen over de economische partnerschapsovereenkomsten, A. overwegende dat volgens het UNCTAD-verslag van 2006 over MOL's het aantal mensen dat in extreme armoede leeft de afgelopen dertig jaar meer dan verdubbeld is, van 138 miljoen in de jaren zestig tot 334 miljoen in 2000, en als de huidige trend zich voortzet het aantal mensen dat moet rondkomen van minder dan 1 USD per dag in 2010 zal zijn gestegen van 334 miljoen tot 471 miljoen, B. overwegende dat honger, ondervoeding en de uitsluiting van miljoenen mensen van toegang tot voedsel gevolgen zijn van economisch, landbouw- en handelsbeleid van de regeringen van zowel de ontwikkelingslanden als de geïndustrialiseerde landen, C. overwegende dat landbouw de belangrijkste economische sector is voor het merendeel van de bevolkingen in de ACS-landen; in overweging van het feit dat zij voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van landbouw en aanverwante activiteiten en dat naar schatting 60 % van de werkende bevolking van alle ACS-landen in deze sector te werk is gesteld; overwegende dat 73 % van de plattelandsbevolking in Afrika uit kleine, zelfvoorzienende boeren bestaat voor wie voedselzekerheid de hoogste prioriteit heeft, D. overwegende dat biologische diversiteit, duurzame landbouw en voedselzekerheid geheel afhangen van het erkennen van de voedselsoevereiniteit van de ACS-landen, van beleid dat nodig is ter bescherming van de fragiele economische sectoren in de ACS-landen en de individuele en collectieve rechten van landbouwers om zaden op te slaan, te verhandelen, te verspreiden en te verbeteren, teneinde de voedselproductie te versterken, E. overwegende dat het grootste deel van de landbouwproductie- en -exportactiviteiten van de ACS-landen voornamelijk door kleinschalige familieboerderijen worden uitgevoerd die zeer gevoelig zijn voor prijsschommelingen, F. overwegende dat het grootste deel van de landbouwexport van ACS-landen afhankelijk is van een of twee niet-verwerkte producten die weinig meerwaarde voor de economie opleveren, waardoor hun economieën nog kwetsbaarder zijn, G. overwegende dat in de afgelopen 15 jaar traditionele exporten van landbouwproducten als koffie, cacao, leer en huiden op de EU-markt weinig groei hebben beleefd, in tegenstelling tot nieuwe producten als bloemen, die een spectaculaire (zesvoudige) groei vertonen, en tot nichemarkten in fairtradeproducten en organische producten, die een groot potentieel laten zien, Verminderde overheidssteun en groei van goedkope importen H. overwegende dat programma's voor structurele aanpassing, die vanaf de jaren tachtig werden uitgevoerd, hebben geleid tot een vermindering van overheidssteun aan kleine landbouwers en minder subsidie voor de voedselproductie, en tevens hebben bijgedragen aan de verslechtering van de plaatselijke landbouw, I. overwegende dat de radicale veranderingen in het landbouwsysteem van de ACS-landen onder anderen bestaan uit de opheffing van prijscontrole op de opbrengsten en kosten van boerderijen, de drastische verlaging van invoerrechten, de vermindering van de overheidssteun voor landbouwvoorlichting en veterinaire diensten, de terugtrekking van parastatale organisaties voor het op de markt brengen van landbouwproducten en de openstelling van binnenlandse markten voor concurrentie van buitenaf, J. overwegende dat plaatselijke ACS-boeren worden ondermijnd door de invoer van basisvoedingsmiddelen voor huishoudelijk verbruik, zoals granen, melk, vlees, groenten en verwerkte producten, Oneerlijke handelsvoorwaarden K. overwegende dat de bevolking van ACS-landen door de economie van marktgewassen, die onvermijdelijk door geologische, klimatologische en bodemomstandigheden wordt bepaald, in de uiterst paradoxale situatie verkeren dat zij enerzijds voedsel produceren voor de internationale markten, maar anderzijds voor hun eigen behoeften gesubsidieerde basisvoedingsmiddelen importeren uit rijke landen, L. opmerkend dat de exportopbrengst van ACS-landen de afgelopen decennia is gedaald ondanks het feit dat zij een absoluut voordeel genieten in tropische producten, omdat prijsschommelingen van basisproducten hebben geleid tot een prijserosie van tropische producten zoals koffie, cacao, palmolie en katoen van wel 60 %, en dat dit een rampzalig sociaal en economisch effect heeft voor de ACS-bevolking, M. overwegende dat het huidige EPO-onderhandelingsproces met name wat betreft de landbouwsector ongepast is, gezien de enorme verschillen in productiviteit en concurrentiepositie tussen de zes ACS-regio's en de EU, N. eraan herinnerend dat de handelsbetrekkingen ACS-EU hun oorsprong vinden in de Yaoundé-overeenkomsten tussen de voormalige koloniale mogendheden en hun ex- kolonies, die ten doel hadden de toegang van Europa tot bepaalde grondstoffen te garanderen en tegelijkertijd de ACS-landen betrouwbare afzetgebieden en waardevolle, stabiele en voorspelbare exportinkomsten te geven, met name krachtens de grondstofprotocollen, Gevolgen van klimaatverandering O. overwegende dat volgens het tweede World Water Development Report van de VN uit 2006 75 % van de bevolking van Afrika in aride en semi-aride gebieden leeft en circa 20 % in gebieden met grote jaarlijkse klimaatschommelingen, P. overwegende dat het millenniumrapport over de evaluatie van het ecosysteem tot de conclusie komt dat ongeveer 60 % van het ecosysteem van de wereld, inclusief de zoete wateren en de visstand, wordt aangetast of niet op duurzame wijze wordt gebruikt; overwegende dat de armste mensen hieronder het meest te lijden hebben en dat water, landbouw, de menselijke gezondheid, biodiversiteit en de stijgende zeespiegel in dit verband de meest kwetsbare elementen zijn, Q. overwegende dat overstromingen en droogtes vaker zullen voorkomen en, met name in Afrika, zullen leiden tot hongersnood en een wijdverbreide verstoring van het sociaal-economische welzijn, terwijl bepaalde eilanden in de Stille Oceaan worden bedreigd met een stijgende zeespiegel, R. overwegende dat volgens het vierde evaluatieverslag van het IPCC van 2007 klimaatverandering de komende 50 jaar het behalen van de millenniumdoelstelling voor ontwikkeling kan belemmeren, waarbij de landbouwopbrengsten in sommige Afrikaanse landen waarschijnlijk een daling van tot 50 % in 2020 zullen vertonen en de drinkwatervoorraden op bepaalde kleine eilanden in de Cariben en Stille Oceaan ontoereikend zullen zijn, Gevolgen van HIV/AIDS S. overwegende dat volgens schattingen van de FAO sinds 1985 7 miljoen landarbeiders zijn gestorven aan HIV/AIDS en er naar verwachting de komende twee decennia nog eens 16 miljoen doden zullen vallen in de 25 meest getroffen landen in Afrika, T. overwegende dat in de tien meest getroffen Afrikaanse landen de beroepsbevolking naar verwachting met 10 tot 26 % zal krimpen, wat een zeer ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid en de sociale en economische ontwikkeling van Afrika, waar landbouw een centrale rol speelt, U. overwegende dat HIV/AIDS vooral gevolgen heeft voor de productieve bevolking, de betreffende regio's hun voedselproducenten en landbouwers ontneemt en generaties lang een sterk verzwakkend effect heeft op de landbouwsector, V. overwegende dat de vraagstukken van kleinschalige landbouw en HIV/AIDS wezenlijk met elkaar verbonden zijn aangezien een duurzame kleinschalige landbouwsector niet alleen belangrijk is om anti-retrovirale medicijnen te kunnen betalen, maar ook om het evenwichtige en voedzame voedingspatroon te bieden dat nodig is opdat deze medicijnen effectief zijn, W. overwegende dat overlevingsstrategieën (toegang tot land, krediet en geneesmiddelen) en nieuwe methoden dienen te worden ontwikkeld om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van de plattelandsbevolking, voor wie de gevolgen van de pandemie zo sterk voelbaar zijn, met name vrouwen, ouderen en zieken, Landbouw als onderdeel van de nationale ontwikkelingsstrategie en de samenwerking tussen de ACS-landen en de EU X. overwegende dat hoewel de meerderheid van de armen in ACS-landen in plattelandsgebieden leeft, noch door nationale regeringen, noch in het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking van de EU prioriteit wordt verleend aan de ontwikkeling van landbouw en plattelandsontwikkeling, Y. overwegende dat slechts 4 van de 78 ACS-landen landbouw als prioriteit hebben aangemerkt in het kader van het 9e EOF, Z. overwegende dat 30,7 % van het negende Europese Ontwikkelingsfonds bestemd was voor structurele aanpassingsprogramma's, 21,4 % voor vervoer, slechts 7 % voor plattelandsontwikkeling en 1,1 % voor specifiek aan landbouw verbonden sectoren, AA. overwegende dat ondanks het feit dat de meeste producenten vrouw zijn, zij geen erkenning ontvangen voor hun werk en er zeer weinig aandacht wordt besteed aan hun specifieke behoeften, AB. overwegende dat in het kader van het 10e EOF slechts twee voorkeurssectoren per land worden gekozen, AC. overwegende dat toegang tot krediet voor kleinschalige boeren een groot probleem is en dat dit hun ontwikkeling in de weg staat, AD. overwegende dat prioriteit zou moeten worden verleend aan kleinschalige boeren in minder ontwikkelde gebieden omdat zij traditioneel landbouwsteun zijn misgelopen; overwegende dat subsidiëring van en investering in afgelegen en achtergestelde gebieden een gebruikelijk beginsel is van het cohesiebeleid van de EU, AE. overwegende dat de EU zich momenteel bezighoudt met de ontwikkeling van de strategie "Aid for Trade", die zou kunnen resulteren in omvangrijkere steun voor kleinschalige boeren, 1. is van mening dat het beleid van de ACS-EU inzake ontwikkelingssamenwerking gebaseerd moet zijn op de erkenning van het recht van de ACS-landen om hun landbouw te beschermen, zodat kleine landbouwers een fatsoenlijk inkomen ontvangen, de lokale productie kan groeien en voedselzekerheid wordt gegarandeerd, en de selectieve openstelling van markten moet toelaten, zoals in Europa het geval was; 2. is van mening dat de bestrijding van armoede en voedselonzekerheid gericht moet zijn op de structurele oorzaken van armoede in ontwikkelingslanden en vraagt bijgevolg om maatregelen ter bevordering van toegang tot land, water en de bronnen van biodiversiteit en ter aanmoediging van een beleid van plaatselijke steun aan duurzame kleine boerderijen; 3. steunt de Verklaring van Maputo [6] van Afrikaanse staatshoofden, waarin wordt erkend dat landbouw een centrale rol speelt in de bestrijding van armoede en dat de overheidssteun in deze sector met 10 % moet worden verhoogd; 4. is van mening dat moet worden erkend dat landbouworganisaties een belangrijke rol spelen bij initiatieven die gevolgen hebben voor de plattelands- en landbouwsectoren en betrokken dienen te worden bij de groep van niet-overheidsactoren die de EG regelmatig raadpleegt; is in het bijzonder van mening dat de belangen van kleinschalige, zelfvoorzienende boeren adequaat moeten worden behartigd; Heroriëntering van EOF-steun 5. verzoekt de EU en de ACS-landen hun beleid aan te passen door landbouw als centraal punt op te nemen in het EOF, om aldus rekening te houden met het feit dat het merendeel van de arme bevolking in de ACS-landen in plattelandsgebieden woont; 6. vraagt de EU om de structurele transformatie van de productie in arme landen te ondersteunen teneinde een op export gerichte economie te veranderen in een intraregionale duurzame ontwikkelingsstrategie, waarbij rekening wordt gehouden met de feitelijke behoeften van de bevolking en die gericht is op het verminderen van de afhankelijkheid van geïndustrialiseerde landen en het opbouwen van nationale en regionale markten; 7. herhaalt het belang om voldoende middelen beschikbaar te stellen om de naleving van bepaalde regels te vergemakkelijken, onder meer met betrekking tot etikettering, verpakking en gezondheidsvoorschriften voor van kleine landbouwers afkomstige producten die worden geëxporteerd naar regionale en EU-markten, en om passende trainingen voor de landbouwers te verzorgen; 8. herhaalt dat het belangrijk is om geschikte middelen beschikbaar te stellen voor kleine boeren, vooral vrouwen, om te investeren in de verbetering van plaatselijke productieprocessen; 9. beveelt aan om ruimere middelen ter beschikking te stellen aan organisaties die zich inzetten voor plattelandsgemeenschappen en -producenten, door hiervoor in het kader van de ACS-EU-overeenkomst van Cotonou EOF-gelden uit te trekken; 10. verzoekt om EOF-steun voor een overschakeling op biologische landbouw, voor zover mogelijk, en van fairtradelandbouw, indien gepast, om zowel een langdurige en duurzame productie te bevorderen als het inkomen van landbouwers per geproduceerde kilogram te doen toenemen; 11. verzoekt om EOF-steun om in alle waterarme gebieden moderne technologie voor het ontzouten van zeewater en de verbetering van de waterkwaliteit toe te passen; 12. verzoekt om EOF-steun om het gebruik van kapitaalintensieve bestrijdingsmiddelen en synthetische meststoffen te verminderen en meer gebruik te maken van duurzamere alternatieve plantenvoedingsstoffen en -beschermingsproducten die aan de plaatselijke omstandigheden zijn aangepast; 13. vraagt dat in het ontwikkelingsstrategiebeleid van de ACS en de EU voorrang wordt verleend aan de behoeften van kleinschalige, zelfvoorzienende boeren, gezien het feit dat zij een groot percentage van de ACS-boeren uitmaken en bijzonder kwetsbaar zijn; Oneerlijke handelsvoorwaarden 14. is van mening dat sommige vrijhandelsovereenkomsten tussen ongelijke partners geleid hebben tot meer armoede, nadelige gevolgen hebben voor de voedselzekerheid en bijdragen tot de verslechtering van de situatie van sommige netto-importeurs van levensmiddelen onder de ACS-landen; verzoekt de EU en de lidstaten dit voor ogen te houden wanneer zij de toewijzing van middelen overwegen in het kader van het opschroeven van de ODA in verband met de nodige handelsgerelateerde aanpassingen; 15. merkt op dat het beleidspakket van vrije handel, dat is ontworpen door de donoren en dat een drastische vermindering van de invoertarieven omvat, heeft geleid tot een groeiende voedselimport in diverse Afrikaanse landen, in het kader waarvan de invoer van rijst in Burkina Faso is toegenomen van 99000 ton in 1996 tot 137808 ton in 2000 en de plaatselijke productie van padierijst is afgenomen van 111700 ton in 1997 tot 66300 ton in 2001, terwijl in Kameroen de rijstimport thans voor 87 % in de behoefte van de bevolking voorziet, ten koste van plaatselijke producenten; EPO's en regionale integratie vanuit de ACS-landen 16. verzoekt de ACS-landen een solide, goed werkende, duurzame en aanvullende regionale integratie tot stand te brengen alvorens een vrijhandelsovereenkomst met de EU en/of anderen te overwegen, en is van mening dat integratie vanuit de ACS-landen zelf een voorwaarde zou moeten zijn voor het aangaan van op ontwikkeling gerichte EPO's; 17. is verbaasd over het feit dat de regionale structuur voor het voeren van EPO-onderhandelingen niet altijd overeenkomt met de bestaande regionale structuren waarbinnen de ACS-landen momenteel werken; 18. dringt er bij de lopende EPO-onderhandelingen betrokken partijen op aan er zorg voor te dragen dat de verplichting tot waarborging van de hulp die door de in de bestaande handelsregeling verankerde garanties is gedekt, wordt gehandhaafd en nagekomen, zodat geen van de ACS-staten er in de toekomstige EPO's slechter voor komt te staan; 19. is van mening dat de huidige EPO-onderhandelingen betreffende een vrijhandelsovereenkomst een ernstige bedreiging zouden kunnen vormen voor de lokale ACS-productie, indien zij resulteren in een concurrentie tussen twee landbouwsystemen met grote verschillen op het gebied van productiviteit, beleidsmaatregelen en EU-subsidies, en spoort de EU aan om ook rekening te houden met de standpunten van de plaatselijke regeringen; 20. wijst erop dat eerlijke handel tussen Noord en Zuid bestaat uit het betalen van een eerlijke prijs voor de hulpbronnen en landbouwproducten van ontwikkelingslanden, dat wil zeggen een prijs waarin zowel de interne als de externe kosten zijn opgenomen, maar waarbij wel aan bepaalde minimumvoorwaarden wordt voldaan op het gebied van arbeidsomstandigheden, lonen en bescherming van het milieu; spoort de EU en ACS-landen aan om hun steun aan fair trade te vergroten in overeenstemming met hun toezegging van artikel 23, letter g) van de Overeenkomst van Cotonou; 21. benadrukt dat openbare en regionale ontwikkelingsprocessen in de ACS-landen moeten worden gesteund; vraagt om de versterking van plaatselijke structuren en regionale netwerkvorming voor de productie en distributie van landbouwproducten; 22. verzoekt met klem alomvattende financieringsinstrumenten ten behoeve van financieel zwakke producentengroepen te ontwikkelen en in te zetten; onderstreept het belang van kleine en middelgrote kredietprogramma's ter bevordering van de plattelandsontwikkeling en ter ondersteuning van plaatselijke producenten, plaatselijke coöperaties en het opstarten van bedrijven, juist ook door vrouwen; Klimaatverandering 23. wijst op het verwoestende effect van klimaatverandering in kwetsbare landen, en op het feit dat de dimensie van de elk jaar weer terugkerende noodsituaties op voedselgebied in Afrika sinds het midden van de jaren tachtig verdrievoudigd is en dat in 2006 alleen al meer dan 25 miljoen Afrikanen te maken hadden met voedselcrises; 24. merkt op dat in een studie van de WHO uit 2005 een direct verband werd aangetoond tussen de klimaatverandering en een toenemend aantal gevallen van malaria, ondervoeding en diarree, en werd voorspeld dat ziekten en andere gevaren voor de mens in Afrika sneller zullen toenemen doordat het niet over adequate middelen beschikt om deze het hoofd te kunnen bieden; 25. verzoekt de ACS-landen en de EU om klimaatverandering als één van de belangrijkste punten aan te merken in het strategische ontwikkelingsbeleid en zich te buigen over de gevaren van de opwarming van de aarde voor de voedselproductie, waarvan een VN-verslag aangaf dat deze in 2080 met 5 % zal zijn gedaald, terwijl daarnaast ook tussen de 25 % en 40 % van de natuurlijke habitat van Afrika verloren zou kunnen gaan en 30 % van de kustinfrastructuur verwoest zou kunnen worden; 26. verzoekt de EU haar doelstelling te verwezenlijken om de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken, waarbij de geïndustrialiseerde landen moeten opkomen voor de nodige investeringsuitgaven; 27. verlangt een milieueffectbeoordeling van overeenkomsten inzake liberalisering van de handel om de ecologische kosten en de gevolgen in kaart te brengen die dergelijke overeenkomsten voor de voedselzekerheid, de energiebronnen en de opwarming van de aarde hebben; Bestrijding van HIV/AIDS 28. uit zijn ernstige bezorgdheid over het potentiële schadelijke effect van HIV/AIDS op de duurzame ontwikkeling van ACS-landen en met name het effect ervan op zelfvoorzienende en commerciële landbouw door het teruglopen van de agrarische beroepsbevolking, en het verlies van personen met landbouwkennis en geschoolde werknemers, wat leidt tot een daling van de productiviteit, minder werkgelegenheidskansen en voedselonzekerheid; 29. is van mening dat de strijd tegen HIV/AIDS één van de belangrijkste prioriteiten zou moeten zijn voor de overheden van de ACS-landen en tevens voor het ontwikkelingsbeleid van de EU, opdat een oplossing gevonden kan worden voor de verwoestende gevolgen van HIV/AIDS voor de voedselzekerheid en de sociaal-economische ontwikkeling, en meent dat er dienovereenkomstig maatregelen ter bestrijding van HIV/AIDS moeten worden gekoppeld aan landbouw- en plattelandsontwikkelingsprogramma's; 30. is van mening dat de hoge kosten van medicijnen om HIV/AIDS en andere, geneeslijke ziektes te bestrijden een ernstige bedreiging vormen voor de landbouwproductie en de ontwikkeling van de plattelandssector in de ACS-landen; Steun voor de landbouw en perspectieven voor de bevolking 31. benadrukt dat het beleid inzake structurele aanpassing, dat wordt uitgevoerd door de Internationale Financiële Instellingen (IFI), dat sinds de jaren tachtig door de Europese Unie wordt gesteund en dat alleen is gebaseerd op economische deflatie door monetaire maatregelen, toepassing van markteconomische beginselen en terugtrekking van de overheid, niet is opgewassen tegen de uitdagingen van armoedebestrijding; 32. verzoekt om afschaffing van alle Europese exportsubsidies, aangezien zij de lokale voedselproductie ernstig ondermijnen, 33. verheugt zich in dit verband over het besluit van de EU op de conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Hong Kong in 2005 om de exportsubsidies in de landbouw in 2013 af te schaffen en dringt erop aan werk te maken van de tenuitvoerlegging van de genomen besluiten; 34. dringt aan op een toezegging van de lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie om de structurele oorzaken van de massale migratie aan te pakken door een wijziging van hun huidige beleid, met inbegrip van het dumpen van EU-producten op de derdewereldmarkten, teneinde ontwikkelingslanden de mogelijkheid te bieden om hun economieën te beschermen en op te bouwen en de bevolking een redelijk inkomen te garanderen, om haar zo betere vooruitzichten voor de toekomst te bieden; 35. verzoekt haar covoorzitters deze resolutie te doen toekomen aan de Raad ACS-EU en de Europese Commissie. [1] Aangenomen op 28 juni 2007 te Wiesbaden (Duitsland). [2] Verslag (E/CN.4/2002/58) van Jean Ziegler, de speciale rapporteur van de VN inzake het recht op voedsel, uitgebracht aan de VN-Commissie voor de mensenrechten. [3] Verklaring over mondiale voedselzekerheid, aangenomen op de Wereldvoedseltop gehouden te Rome van 13- 17 november 1996. [4] Resolutie 55/2 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 18 september 2000, getiteld "United Nations Millenium Declaration". [5] Tussentijdse herziening van de economische partnerschapsovereenkomsten, onafhankelijke bijdrage van de regionale netwerken van landbouworganisaties van 10 december 2006. [6] Verklaring "Together shaping our future" van de 4e Top van staatshoofden en regeringsleiders van ACS-landen, gehouden op 23 en 24 juni 2004 in Maputo, Mozambique (ACP/28/010/04 final). --------------------------------------------------