21.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 102/6


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 141/2004

van 29 oktober 2004

tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zoals gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage I bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 121/2004 van het Gemengd Comité van de EER van 24 september 2004 (1).

(2)

Beschikking 2004/130/EG van de Commissie van 30 januari 2004 betreffende het tijdelijk in de handel brengen van bepaald zaaizaad van de soort Vicia faba L. dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/401/EEG van de Raad voldoet (2), dient in de Overeenkomst te worden opgenomen.

(3)

Beschikking 2004/164/EG van de Commissie van 19 februari 2004 tot wijziging van Beschikking 2004/130/EG betreffende het tijdelijk in de handel brengen van bepaald zaaizaad van de soort Vicia faba L. dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/401/EEG van de Raad voldoet (3) dient in de Overeenkomst te worden opgenomen.

(4)

Beschikking 2004/297/EG van de Commissie van 29 maart 2004 waarbij Tsjechië, Estland, Litouwen, Hongarije, Polen en Slowakije worden gemachtigd de toepassing van enkele bepalingen van de Richtlijnen 2002/53/EG en 2002/55/EG van de Raad wat betreft het in de handel brengen van bepaalde rassen zaaizaad uit te stellen (4) dient in de Overeenkomst te worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

Na punt 32 (Beschikking 2004/329/EG van de Commissie) in deel 2 van hoofdstuk III van bijlage I bij de Overeenkomst worden de volgende punten ingevoegd:

„33.

32004 D 0130: Beschikking 2004/130/EG van de Commissie van 30 januari 2004 betreffende het tijdelijk in de handel brengen van bepaald zaaizaad van de soort Vicia faba L. dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/401/EEG van de Raad voldoet (PB L 37 van 10.2.2004, blz. 32), zoals gewijzigd bij:

32004 D 0164: Beschikking 2004/164/EG van de Commissie van 19 februari 2004 (PB L 52 van 21.2.2004, blz. 77).

34.

32004 D 0297: Beschikking 2004/297/EG van de Commissie van 29 maart 2004 waarbij Tsjechië, Estland, Litouwen, Hongarije, Polen en Slowakije worden gemachtigd de toepassing van enkele bepalingen van de Richtlijnen 2002/53/EG en 2002/55/EG van de Raad wat betreft het in de handel brengen van bepaalde rassen zaaizaad uit te stellen (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 66).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Beschikkingen 2004/130/EG, 2004/164/EG en 2004/297/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 30 oktober 2004, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER (*1) hebben plaatsgevonden.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2004.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Kjartan JÓHANNSSON


(1)   PB L 64 van 10.3.2005, blz. 15.

(2)   PB L 37 van 10.2.2004, blz. 32.

(3)   PB L 52 van 21.2.2004, blz. 77.

(4)   PB L 97 van 1.4.2004, blz. 66.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.