Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 49/2000 van 31 mei 2000 tot wijziging van bijlage XIV (Mededinging) bij de EER-Overeenkomst
Publicatieblad Nr. L 237 van 21/09/2000 blz. 0060 - 0061
Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 49/2000 van 31 mei 2000 tot wijziging van bijlage XIV (Mededinging) bij de EER-Overeenkomst HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER, Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, aangepast bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna "de overeenkomst" genoemd, inzonderheid op artikel 98, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bijlage XIV bij de overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 87/1999 van het Gemengd Comité van de EER van 25 juni 1999(1). (2) Verordening (EG) nr. 823/2000 van de Commissie van 19 april 2000 houdende toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia)(2) dient in de overeenkomst te worden opgenomen. (3) De in de overeenkomst opgenomen Verordening (EG) nr. 870/95 van de Commissie van 20 april 1995 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia)(3) werd met ingang van 26 april 2000 vervangen door Verordening (EG) nr. 823/2000 en dient derhalve in het kader van de overeenkomst eveneens met ingang van 26 april 2000 te worden vervangen, BESLUIT: Artikel 1 In bijlage XIV bij de overeenkomst wordt de tekst van punt 11c (Verordening (EG) nr. 870/95 van de Commissie) vervangen door: "32000 R 0823: Verordening (EG) nr. 823/2000 van de Commissie van 19 april 2000 houdende toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia) (PB L 100 van 20.4.2000, blz. 24). De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast: a) In artikel 1 wordt 'havens van de Gemeenschap' vervangen door 'havens op het grondgebied waarop de EER-Overeenkomst betrekking heeft,'. b) In artikel 7, lid 1, eerste alinea, wordt 'mits de betrokken overeenkomsten overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2843/98 van de Commissie bij de Commissie worden aangemeld en dat deze zich binnen een termijn van zes maanden niet tegen de vrijstelling verzet' vervangen door 'mits de betrokken overeenkomsten overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2843/98 van de Commissie en de overeenkomstige bepalingen van Protocol 21 bij de EER-Overeenkomst bij de EG-Commissie of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden aangemeld en dat de bevoegde toezichthoudende autoriteit zich binnen een termijn van zes maanden niet tegen de vrijstelling verzet'. c) Het volgende wordt aan het einde van artikel 7, lid 1, toegevoegd:'of de oveenkomstige bepaling van Protocol 21 bij de EER-Overeenkomst.'. d) In artikel 7, lid 3, wordt de tweede zin vervangen door:'Indien een onder haar bevoegdheid vallende staat erom verzoekt, dient zij zich binnen een termijn van drie maanden nadat de in lid 1 bedoelde aanmelding aan deze staten is toegezonden, tegen de vrijstelling te verzetten.'. e) In artikel 7, lid 4, wordt de tweede zin vervangen door:'Indien dit verzet echter op verzoek van een onder haar bevoegdheid vallende staat gebeurde en deze het verzoek handhaaft, kan het verzet slechts na raadpleging van haar Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities op het gebied van het vervoer over zee worden ingetrokken.'. f) Het volgende wordt aan het einde van artikel 7, lid 7, toegevoegd:'of de overeenkomstige bepaling van Protocol 21 bij de EER-Overeenkomst.'. g) In de inleidende alinea van artikel 12 wordt 'overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 479/92' vervangen door ', hetzij op eigen initiatief hetzij op verzoek van de andere toezichthoudende autoriteit of een onder haar bevoegdheid vallende staat dan wel van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich op een rechtmatig belang beroept,'.". Artikel 2 De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Verordening (EG) nr. 823/2000 zijn authentiek. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2000, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER(4) hebben plaatsgevonden. Het is van toepassing met ingang van 26 april 2000. Artikel 4 Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Gedaan te Brussel, 31 mei 2000. Voor het Gemengd Comité van de EER De voorzitter F. Barbaso (1) Nog niet verschenen in het Publicatieblad. (2) PB L 100 van 20.4.2000, blz. 24. (3) PB L 89 van 21.4.1995, blz. 7. (4) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.