21994A1231(30)

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Slowaakse Republiek, anderzijds - Protocol Nr. 1 betreffende textielprodukten en kledingartikelen - Protocol Nr. 2 betreffende de produkten die vallen onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) - Protocol Nr. 3 betreffende het handelsverkeer tussen de Slowaakse Republiek en de Gemeenschap van verwerkte landbouwprodukten die niet onder bijlage II van het EEG- Verdrag vallen - Protocol Nr. 4 betreffende de definitie van het begrip "Produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking - Protocol Nr. 5 betreffende specifieke bepalingen inzake de handel tussen de Slowaakse Republiek en Spanje en Portugal - Protocol Nr. 6 betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken - Protocol Nr. 7 betreffende aan jaarlijkse beperkingen gebonden concessies - Protocol Nr. 8 betreffende de opvolging door de Slowaakse Republiek ten aanzien van de briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap (Gemeenschap) en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot de doorvoer en de infrastructuur voor vervoer over land - Slotakte - Gemeenschappelijke verklaringen

Publicatieblad Nr. L 359 van 31/12/1994 blz. 0002 - 0210
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 40 blz. 0004
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 40 blz. 0004


EUROPA-OVEREENKOMST waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Slowaakse Republiek, anderzijds

HET KONINKRIJK BELGIË,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

IERLAND,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna "Lid-Staten" te noemen, en

DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna "de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds,

en DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

anderzijds,

OVERWEGENDE het belang van de banden die bestaan tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Slowaakse Republiek en hun gemeenschappelijke waarden;

ERKENNENDE dat de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek deze banden wensen te versterken en nauwe, duurzame betrekkingen tot stand willen brengen op grond van wederkerigheid, waardoor de Slowaakse Republiek zal kunnen deelnemen aan het proces van Europese integratie, en aldus de betrekkingen versterken en uitbreiden die in het verleden tot stand zijn gebracht, met name door de op 7 mei 1990 tussen de Europese Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek gesloten Overeenkomst inzake handel en commerciële en economische samenwerking en door de op 1 maart 1992 in werking getreden Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek;

ERKENNENDE dat aangezien de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek op 1 januari 1993 is ontbonden voordat de op 16 december 1991 ondertekende Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek in werking kon treden, een afzonderlijke Europa-Overeenkomst met de Slowaakse Republiek onderscheidenlijk de Tsjechische Republiek dient te worden gesloten;

OVERWEGENDE de mogelijkheden die het ontstaan van een nieuwe democratie in de Slowaakse Republiek biedt voor betrekkingen van een nieuw gehalte;

OVERWEGENDE het belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Slowaakse Republiek hechten aan versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van de Associatie vormen;

ERKENNENDE dat er in de Slowaakse Republiek een nieuw politiek bestel tot stand is gebracht dat de beginselen van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren, eerbiedigt en dat voorziet in een meerpartijenstelsel met vrije, democratische verkiezingen;

ERKENNENDE dat de Gemeenschap bereid is bij te dragen tot versterking van dit nieuwe democratische bestel en steun te verlenen voor het tot stand brengen van een nieuw economisch bestel in de Slowaakse Republiek dat gegrondvest is op de beginselen van een vrije markteconomie;

OVERWEGENDE het grote belang dat de Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Slowaakse Republiek hechten aan de volledige uitvoering van alle bepalingen en beginselen die met name zijn neergelegd in de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de Slotdocumenten van Madrid en Wenen en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa;

BEWUST van het belang van deze Europa-Overeenkomst, hierna de Overeenkomst te noemen, om in Europa een systeem van stabiliteit op grond van samenwerking tot stand te brengen, waarbij de Gemeenschap één van de hoekstenen is:

VAN OORDEEL ZIJNDE dat een verband dient te worden gelegd tussen de volledige uitvoering van de associatie, enerzijds, en de concrete verwezenlijking van hervormingen in de Slowaakse Republiek op politiek, economisch en juridisch vlak, anderzijds, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking en het nader tot elkaar brengen van de systemen van de partijen, met name op grond van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn;

VERLANGENDE regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen;

REKENING HOUDENDE met het feit dat de Gemeenschap bereid is om afdoende steun te verlenen voor de uitvoering van hervormingen en bereid is de Slowaakse Republiek te helpen om de economische en sociale gevolgen van structurele aanpassing op te vangen;

REKENING HOUDENDE bovendien met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het instellen van instrumenten voor samenwerking en economische, technische en financiële bijstand op veelomvattende en meerjarige basis;

OVERWEGENDE de gehechtheid van de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek aan de vrije handel, en met name aan de inachtneming van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel;

GELET op de economische en sociale verschillen tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek en daarbij erkennende dat de doelstellingen van deze associatie dienen te worden verwezenlijkt door middel van passende bepalingen in deze Overeenkomst;

OVERTUIGD dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, instrumenten die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering;

VERLANGENDE culturele samenwerking tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen;

ERKENNENDE dat toetreding tot de Gemeenschap het uiteindelijke streefdoel is van de Slowaakse Republiek en dat deze associatie, naar het oordeel van de partijen, de Slowaakse Republiek zal helpen dit doel te verwezenlijken,

HEBBEN BESLOTEN deze Overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

HET KONINKRIJK BELGIË:

Robert URBAIN,

Minister van Buitenlandse Handel en Europese Zaken

HET KONINKRIJK DENEMARKEN:

Niels HELVEG PETERSEN,

Minister van Buitenlandse Zaken

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND:

Klaus KINKEL,

Minister van Buitenlandse Zaken

DE HELLEENSE REPUBLIEK:

Michel PAPAKONSTANTINOU,

Minister van Buitenlandse Zaken

HET KONINKRIJK SPANJE:

Javier SOLANA,

Minister van Buitenlandse Zaken

DE FRANSE REPUBLIEK:

Alain JUPPÉ,

Minister van Buitenlandse Zaken

IERLAND:

Dick SPRING,

Minister van Buitenlandse Zaken

DE ITALIAANSE REPUBLIEK:

Paolo BARATTA,

Minister van Buitenlandse Handel

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG:

Jacques POOS,

Minister van Buitenlandse Zaken

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN:

Peter KOOIJMANS,

Minister van Buitenlandse Zaken

DE PORTUGESE REPUBLIEK:

José Manuel DURÃO BARROSO,

Minister van Buitenlandse Zaken

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND:

David HEATHCOAT-AMORY,

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL:

Willy CLAES,

Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk België,

Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen

Sir Leon BRITTAN,

Vice-Voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

Hans van den BROEK,

Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK:

Vladimír ME OCIAR,

Eerste Minister

DIE, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

ALS VOLGT ZIJN OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Slowaakse Republiek, anderzijds.

2. De Overeenkomst heeft ten doel:

- een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen;

- uitbreiding van de handel en harmonische economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en aldus de dynamische economische ontwikkeling en welvaart in de Slowaakse Republiek te stimuleren;

- de grondslag te leggen voor de financiële en technische bijstand van de Gemeenschap aan de Slowaakse Republiek;

- een passend kader tot stand te brengen voor de geleidelijke integratie van de Slowaakse Republiek in de Gemeenschap; daartoe zal de Slowaakse Republiek zich inzetten om aan de nodige voorwaarden te voldoen;

- samenwerking op cultureel gebied te bevorderen.

TITEL I POLITIEKE DIALOOG

Artikel 2

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen tot stand gebracht die zij voornemens zijn te ontwikkelen en intensiveren als doeltreffend middel om het proces waarbij de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek nader tot elkaar komen, te begeleiden en te consolideren, om de politieke en economische veranderingen die in de Slowaakse Republiek aan de gang zijn te steunen, en om bij te dragen tot het tot stand brengen van duurzame banden van solidariteit en nieuwe samenwerkingsvormen. De politieke dialoog en samenwerking op grond van gemeenschappelijke waarden en verlangens

- zullen bijdragen tot de volledige integratie van de Slowaakse Republiek in de gemeenschap van democratische naties en tot zijn geleidelijke toenadering tot de Gemeenschap. De in deze Overeenkomst beoogde economische toenadering zal leiden tot grotere politieke convergentie;

- zullen leiden tot een toenemende convergentie van standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor één van de partijen kunnen hebben;

- zullen bijdragen tot een toenadering tussen de standpunten van de partijen over veiligheidsvraagstukken.

Artikel 3

Op ministerieel niveau vindt de dialoog plaats in het kader van de Associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de partijen de Associatieraad voorleggen.

Artikel 4

De partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:

- de nodige vergaderingen van de President van de Slowaakse Republiek, enerzijds, en de Voorzitter van de Europese Raad en de Voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, anderzijds;

- vergaderingen op hoog niveau (politieke directeuren) tussen functionarissen, van de Slowaakse Republiek, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen en de Commissie, anderzijds;

- het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen;

- het opnemen van de Slowaakse Republiek in de groep van landen die regelmatig informatie ontvangen over de in het kader van de Europese politieke samenwerking behandelde vraagstukken en het uitwisselen van informatie met het oog op het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde doeleinden;

- alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren, ontwikkelen en opvoeren van deze dialoog.

Artikel 5

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het Parlementair Associatiecomité.

TITEL II ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 6

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en de beginselen van de markteconomie vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze associatie.

Artikel 7

1. De Associatie omvat een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, verdeeld in twee opeenvolgende etappes, die elk in beginsel vijf jaar duren. De eerste etappe gaat in bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

2. De wijze waarop deze Overeenkomst wordt toegepast en de resultaten van de economische hervormingen in de Slowaakse Republiek op de grondslag van de in de preambule neergelegde beginselen, worden regelmatig door de Associatieraad onderzocht.

3. In de periode van twaalf maanden vóór het verstrijken van de eerste etappe komt de Associatieraad bijeen om te beslissen over de overgang naar de tweede etappe en over eventuele inhoudelijke veranderingen in de bepalingen die gelden voor de tweede etappe. Daarbij wordt rekening gehouden met de bevindingen van het in lid 2 bedoelde onderzoek.

4. De twee etappes als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op titel III.

TITEL III VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 8

1. De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek verbinden zich ertoe in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone in te stellen op grond van deze Overeenkomst en overeenkomstig de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT).

2. In het handelsverkeer tussen de partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

3. Het basisrecht waarop de in de Overeenkomst vastgestelde opeenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het recht dat door de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek erga omnes daadwerkelijk werd toegepast op 29 februari 1992.

4. Indien na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, waarbij in het bijzonder wordt gedacht aan verlagingen voortvloeiende uit de tariefovereenkomst die naar aanleiding van de Uruguay-Ronde in de GATT is gesloten, treden deze verlaagde rechten in de plaats van de in lid 3 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.

5. De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek delen elkaar hun respectieve basisrechten mede.

HOOFDSTUK I Industrieprodukten

Artikel 9

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur bedoelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek, met uitzondering van de in bijlage I genoemde produkten.

2. De bepalingen van de artikelen 10 tot en met 14 zijn niet van toepassing op de in de artikelen 16 en 17 genoemde produkten.

Artikel 10

1. De invoerrechten die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek andere dan die bedoeld in de bijlagen II en III, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst.

2. De douanerechten bij invoer die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek bedoeld in bijlage II worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst met 20 % van het basisrecht, en een jaar later nog eens met 20 % van het basisrecht verlaagd. Aan het einde van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn de rechten geheel opgeheven.

3. Voor de produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek vermeld in bijlage III worden de invoerrechten geschorst binnen de grenzen van jaarlijkse communautaire tariefcontingenten of plafonds die geleidelijk worden verhoogd overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage, in dier voege dat de op de betrokken produkten rustende invoerrechten uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst volledig zijn afgeschaft.

Terzelfder tijd worden de invoerrechten die van toepassing zijn op de ingevoerde hoeveelheden welke de vorengenoemde contingenten of plafonds overschrijden, met ingang van de datum van inwerktreding van de Overeenkomst jaarlijks met 15 % verlaagd. Aan het einde van het derde jaar worden de resterende rechten afgeschaft.

4. De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking worden voor de produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek opgeheven op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 11

1. De invoerrechten welke in de Slowaakse Republiek van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage IV worden afgeschaft op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

2. De invoerrechten die in de Slowaakse Republiek van toepassing zijn op de produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage V worden geleidelijk verlaagd overeenkomstig het onderstaande tijdschema:

- op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht;

- drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 40 % van het basisrecht;

- vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.

3. De invoerrechten die in de Slowaakse Republiek van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, die zijn vermeld in bijlage VI worden geleidelijk verlaagd, volgens het onderstaande tijdschema:

- drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht;

- vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 60 % van het basisrecht;

- zeven jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 40 % van het basisrecht;

- negen jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.

4. De invoerrechten die in de Slowaakse Republiek van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap die zijn vermeld in bijlage VII worden geleidelijk verlaagd, volgens het onderstaande tijdschema:

- op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht;

- drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 60 % van het basisrecht;

- vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 40 % van het basisrecht;

- zeven jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 20 % van het basisrecht;

- negen jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.

5. De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Slowaakse Republiek van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst opgeheven, met uitzondering van de in bijlage VIII genoemde beperkingen die tegen het einde van de overgangsperiode geleidelijk dienen te zijn opgeheven.

6. De maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Slowaakse Republiek van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst opgeheven.

Artikel 12

De bepalingen betreffende de afschaffing van de invoerrechten zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.

Artikel 13

De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek schaffen bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle heffingen van gelijke werking als een invoerrecht af.

Artikel 14

1. De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek schaffen geleidelijk en uiterlijk tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking af.

2. De kwantitatieve beperkingen bij uitvoer naar de Slowaakse Republiek en alle maatregelen van gelijke werking worden bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst door de Gemeenschap opgeheven.

3. De kwantitatieve beperkingen bij uitvoer naar de Gemeenschap en alle maatregelen van gelijke werking worden door de Slowaakse Republiek opgeheven bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, met uitzondering van de in bijlage IX vermelde beperkingen, die uiterlijk tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst moeten zijn afgeschaft.

Artikel 15

Elke partij verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de andere partij in een sneller tempo te verlagen dan in de artikelen 10 en 11 is voorzien, indien de algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks toelaten.

De Associatieraad kan daartoe strekkende aanbevelingen uitbrengen.

Artikel 16

In Protocol nr. 1 is de regeling neergelegd die van toepassing is op de daarin genoemde textielprodukten.

Artikel 17

In Protocol nr. 2 is de regeling neergelegd die van toepassing is op produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen.

Artikel 18

1. Het bepaalde in dit hoofdstuk staat niet in de weg aan de handhaving door de Gemeenschap voor produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek, van een landbouwelement in de rechten die op de in bijlage X genoemde produkten van toepassing zijn.

2. Het bepaalde in dit hoofdstuk staat niet in de weg aan de invoering door de Slowaakse Republiek ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, van een landbouwelement in de rechten die op de in bijlage X genoemde produkten van toepassing zijn.

HOOFDSTUK II Landbouw

Artikel 19

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek.

2. Met "landbouwprodukten" worden bedoeld de produkten vermeld in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en de produkten vermeld in bijlage I, met uitzondering van de visserijprodukten zoals deze in Verordening (EEG) nr. 3687/91 zijn omschreven.

Artikel 20

In Protocol nr. 3 is de handelsregeling neergelegd voor de daarin genoemde verwerkte landbouwprodukten.

Artikel 21

1. Op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst heft de Gemeenschap de bij Verordening (EEG) nr. 288/82 van de Raad gehandhaafde kwantitatieve beperkingen op de invoer van landbouwprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek op, zoals deze op de datum van ondertekening van toepassing zijn.

2. De in bijlage XIa en XIb vermelde landbouwprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek komen op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in aanmerking voor een verlaging van de heffingen in het kader van de communautaire contigenten of voor een verlaging van de douanerechten, volgens de in deze bijlage bepaalde voorwaarden.

3. Voor landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap gelden bij invoer in de Slowaakse Republiek geen kwantitatieve beperkingen.

4. De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek verlenen elkaar, op harmonische wijze en op basis van wederkerigheid, de in de bijlagen XII, XIII en XIV bedoelde concessies, overeenkomstig de daarin bepaalde voorwaarden.

5. Rekening houdend met de omvang van hun onderlinge handelsverkeer in landbouwprodukten, de bijzondere gevoeligheid van deze produkten, de regels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Gemeenschap, de regels van het landbouwbeleid in de Slowaakse Republiek, en de consequenties van de multilaterale handelsbeperkingen in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel, onderzoeken de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek in de Associatieraad, produkt per produkt, systematisch en op basis van wederkerigheid, de mogelijkheden die er zijn om elkaar verdere concessies te verlenen.

Artikel 22

Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met name artikel 31, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouwprodukten, de invoer van produkten van oorsprong uit de ene partij waarvoor de in artikel 21 bedoelde concessies zijn verleend ernstige problemen veroorzaakt op de markt van de andere partij, onverwijld overleg ten einde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK III Visserij

Artikel 23

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de visserijprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek waarop Verordening (EEG) nr. 3687/91 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten van toepassing is.

Artikel 24

De in bijlage XV vermelde visserijprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek komen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in aanmerking voor de verlaging van de douanerechten waarin de voornoemde bijlage voorziet. De bepalingen van artikel 21, lid 5, zijn van overeenkomstige toepassing op visserijprodukten.

HOOFDSTUK IV Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 25

Voor zover in dit hoofdstuk of in de Protocollen nr. 1, 2 of 3 niet anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in alle produkten.

Artikel 26

1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe in- of uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen welke reeds van toepassing zijn verhoogd.

2. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe kwantitatieve in- of uitvoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld, noch worden de bestaande beperkingen of maatregelen verscherpt.

3. Onverminderd de overeenkomstig artikel 21 verleende concessies vormen de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel in geen enkel opzicht een beletsel voor de voortzetting van het landbouwbeleid van de Slowaakse Republiek en van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid.

Artikel 27

1. Beide partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de produkten van de ene partij en soortgelijke produkten van oorsprong uit de andere partij.

2. Voor produkten die naar een der partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze produkten rustende directe of indirecte belastingen.

Artikel 28

1. Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douaneunies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2. De partijen plegen in de Associatieraad overleg over de overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen. Dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, ten einde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek als omschreven in deze Overeenkomst.

Artikel 29

De Slowaakse Republiek mag in de vorm van verhoogde douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in de artikelen 11 en 26, lid 1.

Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.

De invoerrechten die krachtens deze maatregelen door de Slowaakse Republiek worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15 % van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap als omschreven in hoofdstuk I gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste drie jaar, tenzij de Associatieraad de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking.

Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen, indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.

De Slowaakse Republiek stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt in de Associatieraad vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt de Slowaakse Republiek aan de Associatieraad een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten over. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. De Associatieraad kan een ander tijdschema vaststellen.

Artikel 30

Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 34.

Artikel 31

Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die:

- ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen, of

- in enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied,

kan de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek, naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 34.

Artikel 32

Wanneer de naleving van de artikelen 14 en 26:

i) ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast,

of

ii) ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 34. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

Artikel 33

De Lid-Staten en de Slowaakse Republiek passen alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van de Slowaakse Republiek geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden van de voorziening en de afzet van goederen betreft. De Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel 34

1. Indien de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek de invoer van produkten die de in artikel 31 bedoelde moeilijkheden zouden kunnen geven, aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt de betrokken partij de andere partij hiervan in kennis.

2. In de in de artikelen 30, 31 en 32 bedoelde gevallen verstrekken de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek, naar gelang van het geval, vóór zij de in de genoemde artikelen bedoelde maatregelen nemen of, in de gevallen waarop lid 3, onder d), van toepassing is, zo spoedig mogelijk, de Associatieraad alle ter zake dienende informatie ten einde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.

De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de Associatieraad, die hierover periodiek overleg pleegt, meer bepaald met het oog op de vaststelling van een tijdschema voor de afschaffing van deze maatregelen zodra de omstandigheden dit toelaten.

3. Voor de toepassing van lid 2 geldt het hierna volgende:

a) De moeilijkheden welke voortvloeien uit de omstandigheden bedoeld in artikel 31 worden voorgelegd aan de Associatieraad, die alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een einde te maken aan deze moeilijkheden.

Indien de Associatieraad of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen dertig dagen nadat de kwestie aan de Associatieraad is voorgelegd, kan de importerende partij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden.

b) De Associatieraad wordt van de in artikel 30 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de importerende partij een onderzoek hebben geopend. Indien geen einde is gemaakt aan de dumping in de zin van artikel VI van de GATT of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen dertig dagen nadat de zaak aan de Associatieraad is voorgelegd, kan de importerende partij passende maatregelen nemen.

c) De moeilijkheden die voortvloeien uit de in artikel 32 bedoelde omstandigheden worden aan de Associatieraad voorgelegd.

De Associatieraad kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien de Associatieraad geen beslissing heeft genomen binnen dertig dagen nadat die zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken produkt.

d) Wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken, neemt de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek, in de in de artikelen 30, 31 en 32 bedoelde omstandigheden, onverwijld de vrijwaringsmaatregelen en voorlopige maatregelen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen; hiervan wordt onmiddellijk kennis gegeven aan de Associatieraad.

Artikel 35

In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze Overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel 36

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van natuurlijke rijkdommen die voor uitputting vatbaar zijn en de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 37

In Protocol nr. 5 zijn de specifieke bepalingen neergelegd betreffende het handelsverkeer tussen de Slowaakse Republiek, enerzijds, en Spanje en Portugal, anderzijds.

TITEL IV HET VERKEER VAN WERKNEMERS, DE VESTIGING, HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN

HOOFDSTUK I Verkeer van werknemers

Artikel 38

1. Volgens de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten:

- is de behandeling van werknemers die onderdaan zijn van de Slowaakse Republiek en die wettig op het grondgebied van een Lid-Staat zijn tewerkgesteld vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit ten opzichte van de nationale onderdanen, wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de beloning of het ontslag;

- hebben de wettig op het grondgebied van een Lid-Staat verblijvende echtgenoot en kinderen van een wettig op het grondgebied van een Lid-Staat tewerkgestelde werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 42 vallen, tenzij in deze overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode van het toegestaan tewerkstellingsverblijf van die werknemer toegang tot de arbeidsmarkt van die Lid-Staat.

2. De Slowaakse Republiek verleent, volgens de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die wettig op haar grondgebied zijn tewerkgesteld alsmede aan hun echtgenoot en kinderen die wettig aldaar verblijven, de in lid 1 vermelde behandeling.

Artikel 39

1. Met het oog op de coördinatie van de sociale-zekerheidsregelingen voor op het grondgebied van een Lid-Staat wettig tewerkgestelde werknemers die onderdaan zijn van de Slowaakse Republiek en hun wettig aldaar verblijvende gezinsleden en volgens de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten,

- worden alle door de genoemde werknemers in de verschillende Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, tewerkstelling of wonen bijeengeteld voor pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit en overlijden, en voor de medische verzorging van genoemde werknemers en gezinsleden;

- kunnen alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, een arbeidsongeval of een beroepsziekte dan wel wegens de eruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, vrij worden overgemaakt tegen de krachtens de wetgeving van de debiteuren-Lid-Staat of -Lid-Staten toegepaste koers;

- ontvangen de genoemde werknemers gezinsbijslag voor de hiervoor omschreven gezinsleden.

2. De Slowaakse Republiek kent aan wettig op haar grondgebied tewerkgestelde werknemers die onderdaan van een Lid-Staat zijn en aan hun wettig aldaar verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in het tweede en derde streepje van lid 1 is bepaald.

Artikel 40

1. De Associatieraad stelt bij besluit de passende bepalingen vast ter uitvoering van de in artikel 39 vermelde doelstelling.

2. De Associatieraad stelt bij besluit gedetailleerde regels vast voor administratieve samenwerking waarbij in de nodige beheer- en controlegaranties wordt voorzien voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde bepalingen.

Artikel 41

De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 40 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan eventuele rechten of verplichtingen voortvloeiende uit bilaterale overeenkomsten tussen de Slowaakse Republiek en de Lid-Staten, wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van onderdanen van de Slowaakse Republiek of onderdanen van de Lid-Staten voorzien.

Artikel 42

1. Rekening houdend met de situatie van de arbeidsmarkt in de betrokken Lid-Staat, zijn wetgeving en de regels die er gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers

- dienen de door de Lid-Staten in het kader van bilaterale overeenkomsten verleende tewerkstellingsmogelijkheden voor werknemers van de Slowaakse Republiek behouden te blijven en, zo mogelijk, te worden verbeterd;

- dienen de overige Lid-Staten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.

2. De Associatieraad onderzoekt de toekenning van andere verbeteringen, zoals bij voorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de Lid-Staten geldende regels en procedures en met inachtneming van de situatie van de arbeidsmarkt in de Lid-Staten en de Gemeenschap.

Artikel 43

De Associatieraad onderzoekt in de in artikel 7 bedoelde tweede etappe, of eerder indien aldus wordt besloten, verdere mogelijkheden tot verbetering van het verkeer van werknemers, met inachtneming van onder andere de sociale en economische situatie in de Slowaakse Republiek en de situatie van de werkgelegenheid in de Gemeenschap. Hij doet hiertoe aanbevelingen.

Artikel 44

Ten einde de herschikking van de arbeidskrachten als gevolg van de economische herstructurering in de Slowaakse Republiek te vergemakkelijken, verleent de Gemeenschap technische bijstand voor de totstandbrenging in de Slowaakse Republiek van een passende socialezekerheidsregeling, zoals in artikel 88 is uiteengezet.

HOOFDSTUK II Vestiging

Artikel 45

1. Tijdens de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode bevordert de Slowaakse Republiek het op haar grondgebied opzetten van activiteiten door EG-vennootschappen en EG-onderdanen. Daartoe

i) verleent zij vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van deze vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan eigen onderdanen en vennootschappen wordt verleend, behalve voor de in de bijlagen XVIa en XVIb bedoelde sectoren en zaken, ten aanzien waarvan een dergelijke behandeling uiterlijk aan het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode wordt toegekend,

ii) verleent zij vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de activiteiten van in de Slowaakse Republiek gevestigde EG-vennootschappen en EG-onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan eigen vennootschappen en onderdanen wordt verleend,

iii) in afwijking van het bepaalde onder i) en ii) is de nationale behandeling zoals die onder i) en ii) is beschreven voor EG-onderdanen die zich in de Slowaakse Republiek als zelfstandigen vestigen pas vanaf het begin van het zesde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst van toepassing.

2. De Slowaakse Republiek voert tijdens de in lid 1 bedoelde overgangsperiode geen nieuwe regelingen of maatregelen in die de vestiging en de activiteiten van EG-vennootschappen en EG-onderdanen op haar grondgebied discrimineren ten opzichte van eigen vennootschappen en onderdanen.

3. Elke Lid-Staat verleent vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van vennootschappen en onderdanen van de Slowaakse Republiek een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de eigen vennootschappen en onderdanen wordt verleend en verleent voor de activiteiten van op zijn grondgebied gevestigde vennootschappen en onderdanen van de Slowaakse Republiek een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de eigen vennootschappen en onderdanen wordt verleend.

4. In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

a) "vestiging":

i) voor onderdanen, het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten anders dan in loondienst, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, waarover zij de daadwerkelijke controle hebben, op te richten en te beheren. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de exploitatie van een handelsonderneming door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij.

Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op degenen die niet uitsluitend zelfstandig zijn;

ii) voor vennootschappen, het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting en het beheer van dochterondernemingen, filialen en agentschappen;

b) "dochtervennootschap" van een vennootschap: een vennootschap die daadwerkelijk door die vennootschap wordt beheerst;

c) "economische activiteiten": met name activiteiten van industriële aard, activiteiten van commerciële aard, activiteiten van het ambacht en activiteiten van de vrije beroepen.

5. De Associatieraad onderzoekt gedurende de in lid 1, onder i) en iii), bedoelde overgangsperiode op gezette tijden of de verlening van nationale behandeling voor de in de bijlagen XVIa en XVIb vermelde sectoren kan worden bespoedigd en of de toepassingssfeer van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel kan worden uitgebreid tot de in bijlage XVIc vermelde gebieden en aangelegenheden. Deze bijlagen kunnen bij besluit van de Associatieraad worden gewijzigd.

Na het verstrijken van de in lid 1, onder i) en iii), bedoelde overgangsperiode kan de Associatieraad bij uitzondering, op verzoek van de Slowaakse Republiek, en indien zulks noodzakelijk is, besluiten om de duur van de uitsluiting van bepaalde in de bijlagen XVIa en XVIb vermelde gebieden of aangelegenheden voor een beperkte periode te verlengen.

6. De bepalingen van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel betreffende de vestiging en de activiteiten van vennootschappen en onderdanen van de EG en van de Slowaakse Republiek zijn niet van toepassing op de in bijlage XVIc vermelde gebieden of aangelegenheden.

7. In afwijking van het bepaalde in dit artikel hebben op het grondgebied van de Slowaakse Republiek gevestigde EG-vennootschappen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het recht onroerend goed aan te kopen, te gebruiken, te huren en te verkopen, en wat natuurlijke rijkdommen, landbouwgrond en bossen betreft, het recht om te pachten, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben.

De Slowaakse Republiek kent deze rechten uiterlijk aan het einde van het zesde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst toe aan in de Slowaakse Republiek gevestigde filialen en agentschappen van EG-vennootschappen, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben.

De Slowaakse Republiek kent deze rechten uiterlijk aan het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode toe aan EG-onderdanen die als zelfstandige in de Slowaakse Republiek zijn gevestigd, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteit waarvoor zij zich gevestigd hebben.

Artikel 46

1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 45 en uitgezonderd de in bijlage XVIa omschreven financiële diensten kan elke partij de vestiging en de activiteiten van vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere partij niet discrimineren ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

2. Met betrekking tot de in bijlage XVIa omschreven financiële diensten doet deze Overeenkomst geen afbreuk aan het recht van partijen om de maatregelen te treffen die nodig zijn voor het door een partij gevoerde monetaire beleid of die op beleidsgronden nodig zijn ter bescherming van investeerders, deposanten, verzekeringnemers of diegenen jegens wie een fiduciaire verplichting is aangegaan of ter verzekering van de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem. Deze maatregelen mogen de vennootschappen en onderdanen van de andere partij niet discrimineren op grond van nationaliteit ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

Artikel 47

Ten einde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van vrije beroepen in respectievelijk de Slowaakse Republiek en de Gemeenschap voor EG-onderdanen en onderdanen van de Slowaakse Republiek te vergemakkelijken, onderzoekt de Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. Hij kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel 48

Het bepaalde in artikel 46 vormt geen beletsel voor de toepassing door een overeenkomstsluitende partij met betrekking tot de vestiging en exploitatie op haar grondgebied van filialen en agentschappen van vennootschappen van een andere partij die niet op het grondgebied van de eerste partij zijn opgericht, van bijzondere regels die op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en agentschappen en filialen en agentschappen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste partij zijn opgericht of, voor wat financiële diensten betreft, om beleidsredenen gerechtvaardigd zijn. Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, voor wat de in bijlage XVIa beschreven financiële diensten betreft, tot hetgeen om beleidsredenen noodzakelijk is.

Artikel 49

1. In de zin van deze Overeenkomst wordt respectievelijk onder een "EG-vennootschap" en een "vennootschap van de Slowaakse Republiek" verstaan een vennootschap die in overeenstemming met de wetgeving van respectievelijk een Lid-Staat of de Slowaakse Republiek is opgericht en die haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek heeft. Indien de in overeenstemming met de wetgeving van respectievelijk een Lid-Staat of de Slowaakse Republiek opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek heeft, moet er een reële en voortdurende band tussen haar activiteiten en de economie van een van de Lid-Staten respectievelijk de Slowaakse Republiek bestaan.

2. Wat het internationale zeevervoer betreft, komen eveneens in aanmerking voor het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel de onderdanen of scheepvaartmaatschappijen van respectievelijk de Lid-Staten of de Slowaakse Republiek die buiten respectievelijk de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek zijn gevestigd en worden bestuurd door respectievelijk onderdanen van een Lid-Staat of onderdanen van de Slowaakse Republiek, indien hun schepen in respectievelijk die Lid-Staat of de Slowaakse Republiek in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven.

3. In de zin van deze Overeenkomst wordt respectievelijk onder een EG-onderdaan en een onderdaan van de Slowaakse Republiek verstaan een natuurlijke persoon die onderdaan is van respectievelijk een van de Lid-Staten of de Slowaakse Republiek.

4. De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van ontduiking van de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van de toegang van derde landen tot haar markt via de bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 50

In de zin van deze Overeenkomst wordt onder "financiële diensten" verstaan de in bijlage XVIa omschreven activiteiten. De Associatieraad kan de werkingssfeer van bijlage XVIa uitbreiden of wijzigen.

Artikel 51

Gedurende de eerste zes jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of voor de in de bijlagen XVIa en XVIb vermelde sectoren in de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode, kan de Slowaakse Republiek ten aanzien van de vestiging van EG-vennootschappen en EG-onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

- worden geherstructureerd, of

- in grote moeilijkheden verkeren, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale problemen in de Slowaakse Republiek tot gevolg hebben, of

- geconfronteerd worden met uitschakeling dan wel een forse daling van het totale marktaandeel van vennootschappen of onderdanen van de Slowaakse Republiek in een bepaalde sector of bedrijfstak in de Slowaakse Republiek, of

- voor de Slowaakse Republiek nieuwe industrieën zijn.

Deze maatregelen:

i) vervallen uiterlijk twee jaar na het verstrijken van het zesde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst of, voor de in de bijlagen XVIa en XVIb vermelde sectoren, bij het verstrijken van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode, en

ii) zijn redelijk en afgestemd op het oplossen van de situatie, en

iii) hebben slechts betrekking op na de inwerkingtreding ervan in de Slowaakse Republiek op te richten ondernemingen en mogen geen discriminatie betekenen voor de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in de Slowaakse Republiek gevestigde EG-vennootschappen of EG-onderdanen ten opzichte van vennootschappen of onderdanen van de Slowaakse Republiek.

De Associatieraad kan bij uitzondering en indien zulks noodzakelijk is, op verzoek van de Slowaakse Republiek, besluiten de onder i) vermelde perioden voor een bepaalde sector voor beperkte tijd te verlengen.

Bij het ontwerpen en toepassen van deze maatregelen verleent de Slowaakse Republiek wanneer zulks mogelijk is een voorkeursbehandeling aan EG-vennootschappen en EG-onderdanen, en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend.

De Slowaakse Republiek raadpleegt de Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Associatieraad van de concrete maatregelen die zij invoert, tenzij de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist, in welk geval de Slowaakse Republiek de Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Bij het verstrijken van het zesde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst of voor de in de bijlagen XVIa en XVIb vermelde sectoren bij het verstrijken van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode, kan de Slowaakse Republiek deze maatregelen slechts met toestemming van de Associatieraad en op de door de Associatieraad vastgestelde voorwaarden invoeren.

Artikel 52

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op diensten in het kader van het luchtverkeer, het vervoer over de binnenwateren en cabotage in het zeevervoer.

2. De Associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de vestiging en het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.

Artikel 53

1. In afwijking van de bepalingen van hoofdstuk I van deze titel hebben de begunstigden van de respectievelijk door de Slowaakse Republiek en de Gemeenschap toegekende rechten van vestiging, in overeenstemming met de in het gastland van vestiging geldende wetgeving, recht op indienstneming door hen zelf of door een van hun dochtervennootschappen, op het grondgebied van respectievelijk de Slowaakse Republiek en de Gemeenschap, van werknemers die onderdaan zijn van respectievelijk Lid-Staten van de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek, mits dergelijke werknemers personeel met een sleutelpositie zijn, zoals in lid 2 omschreven, en zij uitsluitend door dergelijke begunstigden of hun dochtervennootschappen worden tewerkgesteld. De verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers dekken slechts de tijd van die tewerkstelling.

2. Personeel met een sleutelpositie van de begunstigden van de rechten van vestiging, hierna "organisatie" genoemd, zijn:

a) leden van het hoger kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de organisatie, onder het algemeen toezicht en de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders; hun taken omvatten:

- de leiding van de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan;

- toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers;

- het op grond van hun bevoegdheid persoonlijk mensen in dienst nemen en ontslaan of aanbevelingen doen tot het in dienst nemen, ontslaan of uitvoeren van andere op het personeel betrekking hebbende maatregelen;

b) door de organisatie tewerkgestelde personen die in het bezit zijn van hoge of ongewone:

- kwalificaties voor werkzaamheden of activiteiten die specifieke technische kennis vereisen;

- kennis die van essentieel belang is voor de dienstverlening, de onderzoeksuitrusting, de technieken of het management van de organisatie.

Deze personen kunnen leden zijn van erkende beroepen, maar dit behoeft niet het geval te zijn.

Elk van deze werknemers moet vóór de detachering door de organisatie ten minste één jaar bij de betrokken organisatie in dienst zijn geweest.

Artikel 54

1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing onder voorbehoud van de beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2. Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.

Artikel 55

Vennootschappen die worden beheerst door en waarvan de uitsluitende eigendom berust bij vennootschappen of onderdanen van de Slowaakse Republiek en EG-vennootschappen of EG-onderdanen, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel.

HOOFDSTUK III Dienstenverkeer tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek

Artikel 56

1. De partijen verbinden zich overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verrichten van diensten mogelijk te maken door EG-vennootschappen of EG-onderdanen of vennootschappen of onderdanen van de Slowaakse Republiek die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, rekening houdend met de ontwikkeling van de dienstverlenende sector op het grondgebied van de partijen.

2. Naarmate de in lid 1 bedoelde liberalisering tot stand komt en behoudens het bepaalde in artikel 59, lid 1, staan de partijen de tijdelijke verplaatsing toe van de natuurlijke personen die de dienst verrichten of die als werknemer voor de dienstverrichter een sleutelpositie vervullen zoals omschreven in artikel 53, lid 2, met inbegrip van de natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een EG-vennootschap of EG-onderdaan of van een vennootschap of onderdaan van de Slowaakse Republiek en tijdelijk toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverrichter, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de directe verkoop aan het publiek of bij de eigenlijke dienstverrichting.

3. De Associatieraad neemt de maatregelen die nodig zijn om geleidelijk uitvoering te geven aan lid 1.

Artikel 57

Met betrekking tot de vervoerdiensten tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek komen de volgende bepalingen in de plaats van het bepaalde in artikel 56:

1. Ten aanzien van het internationaal maritiem vervoer verbinden de partijen zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en het vervoer op commerciële basis.

a) Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen in het kader van de gedragscode van de Verenigde Naties voor lijnvaartconferences zoals deze door de ene of de andere overeenkomstsluitende partij wordt toegepast. De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.

b) De partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.

2. De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1:

a) geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere overeenkomstsluitende partij anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;

b) het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;

c) bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer.

3. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve commerciële behoeften, zullen de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer en het vervoer over land worden vastgelegd in bijzondere vervoerovereenkomsten, waarover tussen de partijen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zal worden onderhandeld.

4. De partijen nemen vóór het sluiten van de in lid 3 bedoelde overeenkomsten geen maatregelen welke een meer beperkende of discriminerende situatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag welke voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

5. Tijdens de overgangsperiode past de Slowaakse Republiek zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aan de op dat ogenblik op het gebied van het luchtvervoer en het vervoer over land bestaande communautaire wetgeving aan, voor zover dit dienstig is voor de liberalisering en de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen, en het verkeer van reizigers en van goederen vergemakkelijkt.

6. De Associatieraad onderzoekt in het licht van de gezamenlijke vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, de wijze waarop de nodige voorwaarden tot stand kunnen worden gebracht voor het verbeteren van de vrijheid van dienstverrichting in het luchtvervoer en het vervoer over land.

Artikel 58

Artikel 54 is van toepassing op de door dit hoofdstuk bestreken materie.

HOOFDSTUK IV Algemene bepalingen

Artikel 59

1. Voor de toepassing van titel IV van deze Overeenkomst belet geen enkele bepaling van de Overeenkomst de partijen hun wetten en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, tewerkstelling, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een partij uit een specifieke bepaling van de Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 54.

2. De hoofdstukken II, III en IV van titel IV worden aangepast bij besluit van de Associatieraad in het licht van de resultaten van de onderhandelingen inzake dienstverrichting die plaatsvinden in het kader van de Uruguay-Ronde en inzonderheid ten einde ervoor te zorgen dat bij de toepassing van om het even welke bepaling van deze Overeenkomst een partij de andere partij geen minder gunstige behandeling toekent dan die welke op grond van een toekomstige Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) wordt toegekend.

3. Het niet in aanmerking komen van overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV in de Slowaakse Republiek gevestigde EG-vennootschappen en EG-onderdanen voor door de Slowaakse Republiek verstrekte overheidssteun voor met het openbaar onderwijs en de gezondheidszorg verband houdende diensten en voor sociale en culturele dienstverlening, wordt voor de duur van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode beschouwd als verenigbaar met de bepalingen van titel IV en met de concurrentieregels bedoeld in titel V.

TITEL V BETALINGEN, KAPITAAL, MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN, ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTEN

HOOFDSTUK I Betalings- en kapitaalverkeer

Artikel 60

De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta voor zover de aan de betalingen ten grondslag liggende transacties betrekking hebben op krachtens deze Overeenkomst geliberaliseerd verkeer van goederen, diensten of personen tussen de partijen.

Artikel 61

1. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zowel de Lid-Staten als de Slowaakse Republiek het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan. In afwijking van bovenstaande bepaling worden bedoelde vrije verrichtingen, liquidatie en repatriëring gegarandeerd tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor alle investeringen welke verband houden met de vestiging van onderdanen van de Gemeenschap die zich in de Slowaakse Republiek als zelfstandigen vestigen overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV.

2. Onverminderd lid 1 stellen de Lid-Staten met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, en de Slowaakse Republiek vanaf het verstrijken van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, geen nieuwe beperkingen in op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Slowaakse Republiek, en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

3. De partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek ten einde de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst te bevorderen.

Artikel 62

1. Gedurende de vijf jaren die volgen op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst nemen de overeenkomstsluitende partijen maatregelen voor de totstandbrenging van de nodige voorwaarden voor de verdere geleidelijke toepassing van de communautaire voorschriften op het vrije verkeer van kapitaal.

2. Tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gaat de Associatieraad na op welke wijze de communautaire voorschriften met betrekking tot het kapitaalverkeer volledig kunnen worden toegepast.

Artikel 63

In het kader van dit hoofdstuk en in afwijking van artikel 65 kan de Slowaakse Republiek, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van de Slowaakse Republiek in de zin van artikel VIII van het Internationaal Monetair Fonds, in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van krediet op korte en middellange termijn toepassen voor zover deze beperkingen aan de Slowaakse Republiek voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de IMF-status van de Slowaakse Republiek zijn toegestaan.

De Slowaakse Republiek past deze beperkingen op een niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen op zodanige wijze te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. De Slowaakse Republiek doet aan de Associatieraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

HOOFDSTUK II Mededinging en andere economische bepalingen

Artikel 64

1. Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover de handel tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek daardoor ongunstig kan worden beïnvloed zijn:

i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

ii) het misbruik maken van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van de Slowaakse Republiek, of op een wezenlijk deel daarvan;

iii) alle steunmaatregelen van de Staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen.

2. Alle handelwijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de regels van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.

3. De Associatieraad stelt binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de nodige voorschriften vast voor de uitvoering van de leden 1 en 2. In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften wordt tegen handelwijzen die in strijd zijn met lid 1, door de overeenkomstsluitende partijen op hun respectieve grondgebieden opgetreden overeenkomstig hun respectieve wettelijke regelingen. Een en ander staat niet in de weg aan toepassing van lid 6.

4. a) Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder iii), komen de partijen overeen dat tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle door de Slowaakse Republiek toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat de Slowaakse Republiek wordt beschouwd als een regio gelijk aan de in artikel 92, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap. De Associatieraad besluit, met inachtneming van de economische situatie in de Slowaakse Republiek, of die periode met verdere termijnen van vijf jaar dient te worden verlengd.

b) Elke partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van de ene partij verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.

5. Met betrekking tot de produkten vermeld in de hoofdstukken II en III van titel III:

- is het bepaalde in lid 1, onder iii), niet van toepassing;

- dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder i), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder bij Verordening nr. 26/62 van de Raad.

6. Indien de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 van dit artikel en:

- deze met de in lid 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat

- bij ontstentenis van dergelijke voorschriften, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen,

kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van de Associatieraad of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.

Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder iii), van dit artikel kunnen, indien de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel of in een andere in het kader daarvan tot stand gekomen handeling die op beide partijen van toepassing is.

7. Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.

8. Dit artikel is niet van toepassing op de in Protocol nr. 2 vermelde produkten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal betrekking heeft.

Artikel 65

1. Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van de Slowaakse Republiek ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. Naarmate de situatie van de betalingsbalans verbetert worden zij geleidelijk versoepeld; zij worden ingetrokken zodra de omstandigheden de instandhouding ervan niet langer rechtvaardigen. De Gemeenschap of de Slowaakse Republiek, naar gelang van het geval, brengen de andere partij onverwijld ter kennis dat zij maatregelen hebben getroffen en verstrekken, indien mogelijk, een tijdschema voor de opheffing ervan.

2. De partijen trachten niettemin het opleggen van beperkende maatregelen om redenen verband houdende met de betalingsbalans, te vermijden.

3. De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, inzonderheid de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en om het even welke daaruit voortvloeiende inkomsten.

Artikel 66

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid van artikel 90, en de beginselen van het slotdocument van de in april 1990 te Bonn bijeengekomen Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking, en met name de vrije besluitvorming van ondernemers, worden nageleefd.

Artikel 67

1. De Slowaakse Republiek ziet verder toe op de verbetering van de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van vergelijkbare middelen om deze rechten af te dwingen.

2. Binnen dezelfde termijn dient de Slowaakse Republiek een aanvraag in om toe te treden tot het Verdrag van München van 5 oktober 1973 inzake de verlening van Europese octrooien. De Slowaakse Republiek treedt eveneens toe tot de andere multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in bijlage XVII, punt 1, waarbij de Lid-Staten partij zijn of welke de facto door de Lid-Staten worden toegepast.

Artikel 68

1. De overeenkomstsluitende partijen beschouwen de toegang tot overheidsopdrachten op basis van non-discriminatie en wederkerigheid, inzonderheid in de context van het GATT, als een na te streven doelstelling.

2. Vennootschappen van de Slowaakse Republiek zoals omschreven in artikel 49 krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de in de Gemeenschap geldende regelingen, waarbij zij niet minder gunstig mogen worden behandeld dan EG-vennootschappen.

EG-vennootschappen zoals omschreven in artikel 49 krijgen uiterlijk aan het einde van de overgangsperiode vermeld in artikel 7 toegang tot aanbestedingsprocedures in de Slowaakse Republiek, waarbij zij niet minder gunstig mogen worden behandeld dan vennootschappen van de Slowaakse Republiek.

In de Slowaakse Republiek overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel IV gevestigde EG-vennootschappen krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures, waarbij zij niet minder gunstig mogen worden behandeld dan vennootschappen van de Slowaakse Republiek.

De Associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor de Slowaakse Republiek om alle EG-vennootschappen vóór het einde van de overgangsperiode toegang te verlenen tot aanbestedigingsprocedures in de Slowaakse Republiek.

3. De artikelen 38 tot en met 59 zijn van toepassing op de vestiging, de activiteiten, de dienstverrichtingen tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek, alsmede de tewerkstelling en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten.

HOOFDSTUK III Onderlinge aanpassing van wetten

Artikel 69

De overeenkomstsluitende partijen erkennen dat de voornaamste voorwaarde voor de economische integratie van de Slowaakse Republiek in de Gemeenschap de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Slowaakse Republiek met die van de Gemeenschap is. De Slowaakse Republiek doet het nodige om ervoor te zorgen dat haar wetgeving geleidelijk in overeenstemming wordt gebracht met die van de Gemeenschap.

Artikel 70

De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douanewetgeving, vennootschapsrecht, bankrecht, boekhoudkundige regels voor vennootschappen, vennootschapsbelasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, concurrentieregels, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften inzake kernenergie, vervoer en milieu.

Artikel 71

De Gemeenschap verstrekt de Slowaakse Republiek technische bijstand bij de uitvoering van deze maatregelen, onder meer door:

- de uitwisseling van deskundigen;

- het verstrekken van informatie van bij de beginfase over, inzonderheid, relevante wetgeving;

- de organisatie van seminars;

- opleiding;

- hulp voor de vertaling van communautaire wetgeving in de betrokken sectoren.

TITEL VI ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel 72

1. De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek brengen een samenwerking tot stand die erop gericht is tot de ontwikkeling en het groeipotentieel van de Slowaakse Republiek bij te dragen. Deze samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, zulks ten voordele van beide partijen.

2. Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de economische en sociale ontwikkeling van de Slowaakse Republiek en gaan uit van het beginsel van de duurzame ontwikkeling. Ook de milieu-aspecten dienen van bij de aanvang volledig in dat beleid te zijn geïntegreerd en gekoppeld te worden aan de eisen van een harmonische sociale ontwikkeling.

3. Te dien einde wordt de samenwerking in het bijzonder gericht op het beleid en de maatregelen in de industriële sectoren met inbegrip van de mijnbouw, en op het gebied van investeringen, landbouw, energie, vervoer, regionale ontwikkeling en toerisme.

4. Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen om de samenwerking tussen de landen van Midden- en Oost-Europa te bevorderen met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.

Artikel 73

Industriële samenwerking

1. De samenwerking is gericht op het bevorderen van de modernisering en de herstructurering van de openbare en de particuliere sectoren van de industrie in de Slowaakse Republiek alsmede de industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden, meer speciaal met het doel de particuliere sector te versterken.

2. Bijzondere aandacht wordt besteed aan:

- de herstructurering van afzonderlijke sectoren; in deze context onderzoekt de Associatieraad in het bijzonder de problemen in de sectoren kolen en staal en de omschakeling van de defensie-industrie;

- de vestiging van nieuwe onderneming op terreinen met een groeipotentieel.

3. Bij de initiatieven voor industriële samenwerking wordt rekening gehouden met de door de Slowaakse Republiek vastgelegde prioriteiten. Daarbij wordt in het bijzonder gestreefd naar de uitwerking van een passend kader waarbinnen de ondernemingen kunnen functioneren, de verbetering van de management know-how en de bevordering van de doorzichtigheid van de afzetmogelijkheden en voorwaarden voor ondernemingen. Waar nodig wordt technische bijstand verleend.

Artikel 74

Bevordering en bescherming van investeringen

1. De samenwerking is gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse particuliere investeringen, die van essentieel belang zijn voor de economische en industriële wederopbouw van de Slowaakse Republiek.

2. De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:

- verbetering van het institutionele kader voor investeringen in de Slowaakse Republiek;

- uitbreiding door de Lid-Staten en de Slowaakse Republiek van overeenkomsten voor de bevordering en de bescherming van investeringen;

- tenuitvoerlegging van de nodige akkoorden voor kapitaalovermakingen;

- verdere deregulering en verbetering van de economische infrastructuur;

- uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelswerken en andere manifestaties.

Artikel 75

Industriële normen en conformiteitsbeoordeling

1. De partijen werken samen voor de totstandbrenging van volledige conformiteit van de voorschriften van de Slowaakse Republiek met de communautaire technische voorschriften en de Europese normalisatie- en conformiteitsbeoordelingsprocedures.

2. De samenwerking streeft daartoe het volgende na:

- bevordering van de toepassing van de communautaire technische voorschriften en de Europese normen conformiteitsbeoordelingsprocedures;

- waar passend, totstandbrenging van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op deze gebieden;

- aanmoediging van de deelneming van de Slowaakse Republiek aan de werkzaamheden van gespecialiseerde organisaties (CEN, Cenelec, Etsi, EOTC).

3. De Gemeenschap zal de Slowaakse Republiek waar nodig technische bijstand verlenen.

Artikel 76

Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie

1. De partijen bevorderen de samenwerking bij onderzoek en technologische ontwikkeling. Zij besteden daarbij bijzondere aandacht aan de volgende aspecten:

- de uitwisseling van informatie over elkaars beleid op wetenschappelijk en technologisch gebied;

- de organisatie van gezamenlijke wetenschappelijke bijeenkomsten (seminars en werkcolleges);

- gezamenlijke O & O-activiteiten om de wetenschappelijke vooruitgang en de overdracht van technologie en know-how aan te moedigen;

- opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit, ten behoeve van onderzoekers en specialisten aan beide zijden;

- het creëren van een milieu dat bevorderlijk is voor onderzoek, de toepassing van nieuwe technologieën en een passende bescherming van de intellectuele eigendom die het resultaat van het onderzoek is;

- de deelneming van de Slowaakse Republiek aan communautaire programma's overeenkomstig lid 3.

Waar nodig wordt technische bijstand verleend.

2. De Associatieraad stelt de passende procedures voor het ontwikkelen van de samenwerking vast.

3. De samenwerking die valt onder het kaderprogramma van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen volgens de wettelijke procedures van de respectieve partijen.

Artikel 77

Onderwijs en opleiding

1. De partijen werken samen met het oog op het optrekken van het peil van het algemeen onderwijs en de beroepskwalificaties in de Slowaakse Republiek, rekening houdend met de prioriteiten van dat land. Voortbouwend op de Europese stichting voor opleiding en het Tempus-programma zullen institutionele raamwerken en plannen voor samenwerking worden opgezet. In dit kader kan tevens de deelneming van de Slowaakse Republiek aan andere programma's van de Gemeenschap worden overwogen.

2. De samenwerking verloopt volgens wegen die in overleg tussen de partijen worden vastgesteld en is in het bijzonder gericht op de volgende terreinen:

- hervorming van het onderwijs en van de opleiding in de Slowaakse Republiek;

- basisopleiding, bijscholing en herscholing, met inbegrip van de opleiding van leidinggevend personeel van de particuliere en de overheidssector en hogere ambtenaren, inzonderheid in nog vast te stellen prioritaire sectoren;

- samenwerking tussen universiteiten onderling, tussen universiteiten en ondernemingen, en mobiliteitsprogramma's voor docenten, studenten, administrateurs en jongeren;

- bevordering van het onderwijs op het gebied van de Europese studies in de desbetreffende instellingen;

- wederzijdse erkenning van studieperiodes en diploma's.

3. Op het gebied van de vertaling is de samenwerking gericht op de opleiding van vertalers en tolken en de bevordering van het gebruik van communautaire taalkundige normen en terminologie.

Artikel 78

De landbouw en de agro-industriële sector

1. De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering van de landbouw en de agro-industriële sector. Zij beoogt met name:

- de ontwikkeling van particuliere landbouwbedrijven en distributiekanalen, opslagmethoden, afzetsystemen, enz.;

- de modernisering van de infrastructuur op het platteland (vervoer, watervoorziening, telecommunicatie);

- ruimtelijke ordening, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;

- de verbetering van de produktiviteit en de kwaliteit door het gebruik van passende methoden en produkten, het verstrekken van opleiding en toezicht bij het gebruik van methoden voor bestrijding van de verontreiniging veroorzaakt door landbouwimputs;

- de ontwikkeling en modernisering van verwerkende bedrijven en hun afzetmethodes;

- de bevordering van de complementariteit in de landbouw;

- de bevordering van industriële samenwerking in de landbouwsector en van de uitwisseling van know-how, in het bijzonder tussen de particuliere sectoren in de Gemeenschap en in de Slowaakse Republiek;

- de ontwikkeling van de samenwerking op veterinair en fytosanitair gebied, om te komen tot een geleidelijke harmonisatie met de communautaire normen via bijstand voor de opleiding en het organiseren van controles.

2. De Gemeenschap verleent hiertoe waar nodig technische bijstand.

Artikel 79

Energie

1. Binnen het kader van de beginselen van de markteconomie werken de partijen samen voor een geleidelijke integratie van de energiemarkten van de Slowaakse Republiek en van de Gemeenschap. Zij besteden bijzondere aandacht aan de voorstellen van de Gemeenschap voor een Europees energiehandvest en de gelijktijdige integratie van die markten met de andere landen in Midden- en Oost-Europa.

2. De samenwerking omvat onder meer de nodige technische bijstand op de volgende terreinen:

- de uitstippeling en planning van het energiebeleid op nationaal en regionaal niveau;

- een grotere openstelling van de energiemarkt, met inbegrip van vergemakkelijking van de doorvoer van gas en elektriciteit;

- studie van de modernisering van de energie-infrastructuur;

- verbetering van de distributie en verbetering en diversificatie van de voorziening;

- beheer en opleiding in de energiesector;

- de ontwikkeling van de energiebronnen;

- de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik;

- de milieu-effecten van energieproduktie en -verbruik;

- de sector kernenergie;

- de sectoren gas en elektriciteit, met inbegrip van onderzoek naar de mogelijkheid om de voorzieningsnetten op elkaar aan te sluiten;

- het uitstippelen van een algemeen kader voor de samenwerking tussen bedrijven in deze sector, onder meer via het stimuleren van joint ventures;

- overdracht van technologie en know-how, eventueel via de bevordering en commercialisering van efficiënte energietechnologieën.

Artikel 80

Samenwerking in de sector kernenergie

1. De samenwerking beoogt een veiliger gebruik van de kernenergie te bewerkstelligen.

2. De samenwerking bestrijkt vooral de volgende terreinen:

- de nucleaire veiligheid, het voorbereid zijn op kernongevallen en de maatregelen bij kernongevallen;

- stralingsbescherming, met inbegrip van de meting van de straling in het milieu;

- vraagstukken in verband met de splijtstofcyclus, veiligheidsmaatregelen met betrekking tot nucleaire materialen;

- beheer van radioactief afval;

- buitenbedrijfstelling en ontmanteling van nucleaire installaties;

- ontsmetting.

3. De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie en ervaring alsmede O & O-activiteiten overeenkomstig artikel 76.

Artikel 81

Milieu

1. De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van het milieu en de menselijke gezondheid, gebieden die zij als prioritair hebben aangemerkt.

2. De samenwerking heeft betrekking op:

- daadwerkelijke controle van het verontreinigingspeil; informatiesystemen betreffende de toestand van het milieu;

- bestrijding van regionale en grensoverschrijdende luchtverontreiniging;

- duurzame, doeltreffende en ecologisch efficiënte aanwending en produktie van energie; veiligheid van de industriële installaties; ontwikkeling van technologieën en produktieprocessen ter zake;

- classificatie en veilige behandeling van chemische produkten;

- doeltreffende voorkoming en vermindering van waterverontreiniging, inzonderheid van drinkwaterbronnen en grensoverschrijdende waterlopen;

- verkleining, recycling en veilige verwijdering van afval (met inbegrip van radioactief afval);

- milieu-effecten van de landbouw; bodemerosie; bescherming van bossen, fauna en flora; herstel van het ecologisch evenwicht op het platteland;

- ruimtelijke ordening, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;

- aanwending van economische en fiscale instrumenten;

- klimaatsveranderingen op wereldniveau en preventie daarvan;

- onderricht en bewustmaking op milieugebied;

- internationale milieuverdragen.

3. De samenwerking vindt plaats als volgt:

- de uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën; de ontwikkeling van informatiesystemen op milieugebied;

- opleidingsprogramma's;

- gezamenlijke onderzoekactiviteiten;

- harmonisatie van wetgeving (communautaire normen);

- samenwerking in regionaal verband (met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieubureau, na de oprichting daarvan door de Gemeenschap) en op internationaal niveau;

- uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties.

Artikel 82

Vervoer

1. De partijen ontwikkelen en intensiveren hun samenwerking ten einde de Slowaakse Republiek in staat te stellen de volgende doelstellingen te bereiken:

- herstructurering en modernisering van het vervoer;

- verbetering van het verkeer van reizigers en goederen en toegang tot de vervoermarkt door het wegwerken van administratieve, technische en andere hinderpalen;

- vergemakkelijking van de communautaire doorvoer door de Slowaakse Republiek over de weg, per spoor of over de binnenwateren of per gecombineerd vervoer;

- totstandbrenging van bedrijfsnormen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap.

2. De samenwerking omvat met name de volgende elementen:

- economische, juridische en technische opleidingsprogramma's;

- het verlenen van technische bijstand en advies, en informatie-uitwisseling;

- het verstrekken van middelen om de infrastructuur in de Slowaakse Republiek te ontwikkelen.

3. De samenwerking omvat de volgende prioritaire gebieden:

- aanleg en modernisering van verkeerswegen, met inbegrip van het geleidelijk vergemakkelijken van het transitoverkeer;

- beheer van spoorwegen en luchthavens, met inbegrip van samenwerking tussen de ter zake bevoegde nationale instanties;

- modernisering, op hoofdwegen van gemeenschappelijk belang en op transeuropese verkeersassen, van weg-, binnenwater-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur;

- ruimtelijke ordening met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;

- bevordering van het weg-railvervoer, containerisering, overlading en de bouw van terminals;

- vervanging van de technische vervoersinstallaties om aan de communautaire normen te voldoen;

- bevordering van gezamenlijke technologische en onderzoekprogramma's overeenkomstig artikel 76;

- ontwikkeling van wettelijke maatregelen en de tenuitvoerlegging van een beleid op alle terreinen van het vervoer in overeenstemming met het vervoerbeleid in de Gemeenschap.

Artikel 83

Telecommunicatie

1. De partijen verruimen en versterken hun samenwerking op dit terrein en zetten daartoe met name de volgende maatregelen op:

- uitwisseling van informatie over het telecommunicatiebeleid;

- uitwisseling van technische en andere informatie en organisatie van seminars, werkcolleges en lezingen voor deskundigen van beide zijden;

- opleiding en adviesverlening;

- overdracht van technologie;

- uitvoering van gezamenlijke projecten door de ter zake bevoegde lichamen aan beide zijden;

- bevordering van Europese normen, certificatiesystemen en regelgevingsmethoden;

- bevordering van nieuwe communicatiemiddelen, diensten en faciliteiten, vooral die met commerciële toepassing.

2. Deze activiteiten worden op de volgende prioritaire terreinen toegespitst:

- modernisering van het telecommunicatienetwerk van de Slowaakse Republiek en inschakeling daarvan in het Europese en wereldomspannende netwerk;

- samenwerking in het kader van de Europese normalisatiestructuren;

- integratie van de transeuropese stelsels; juridische en regelgevingsaspecten van de telecommunicatie;

- beheer van de telecommunicatie in het nieuwe economische milieu: organisatiestructuren, strategie en planning, aankoopbeginselen;

- ruimtelijke ordening met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning.

Artikel 84

Bank- en verzekeringswezen, andere financiële dienstverlening en samenwerking op het gebied van accountancy

1. De partijen werken samen voor het creëren en ontwikkelen van een passend kader voor het stimuleren van een sector bankwezen, verzekeringen en financiële dienstverlening in de Slowaakse Republiek.

a) De samenwerking wordt toegespitst op de volgende elementen:

- de aanneming van een gemeenschappelijk boekhoudkundig stelsel dat compatibel is met de Europese normen;

- versterking en herstructurering van bankwezen en financiën;

- verbetering van de controle en de regelgeving in de sectoren bankwezen en financiële dienstverlening;

- de voorbereiding van de vertaling van de communautaire wetgeving en de wetgeving van de Slowaakse Republiek;

- opstelling van terminologische glossaria;

- uitwisseling van informatie, in het bijzonder in verband met wetsvoorstellen.

b) Met het oog daarop omvat de samenwerking een component technische bijstand en opleiding.

2. De partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van efficiënte systemen voor accountantscontrole in de Slowaakse Republiek aan de hand van de gebruikelijke communautaire methoden en procedures.

a) De samenwerking wordt toegespitst op:

- de oprichting in de Slowaakse Republiek van een onafhankelijke hoge autoriteit voor accountantscontrole;

- de oprichting van interne afdelingen voor accountantscontrole bij overheidsinstanties;

- de uitwisseling van nuttige informatie over accountantscontrole;

- de uniformisering van de documenten voor accountantscontroles;

- opleiding en adviesverlening.

b) Met het oog daarop verstrekt de Gemeenschap waar nodig technische bijstand.

Artikel 85

Monetair beleid

Op verzoek van de autoriteiten van de Slowaakse Republiek verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van de Slowaakse Republiek naar de invoering van de volledige convertibiliteit van de kroon en de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan het Europees monetair stelsel. Zulks zal een informele uitwisseling van gegevens over de beginselen en de werking van het Europees monetair stelsel omvatten.

Artikel 86

Witwassen van geld

1. De partijen zijn het eens over de noodzaak om al het nodige te doen en samen te werken ten einde te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van inkomsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugmisdrijven in het bijzonder.

2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, in het bijzonder de Financial action task force (FATF).

Artikel 87

Regionale ontwikkeling

1. De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van de regionale ontwikkeling en de ruimtelijke ordening.

2. Daartoe kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

- de uitwisseling van informatie tussen nationale, regionale en plaatselijke instanties over het beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening;

- technische bijstand aan de Slowaakse Republiek voor het uitwerken van dat beleid;

- gezamenlijk optreden van regionale en plaatselijke instanties op het gebied van de economische ontwikkeling;

- het bestuderen van een gecoördineerde aanpak van de ontwikkeling van grensgebieden tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek en van andere gebieden van de Slowaakse Republiek waar zich sterke regionale verschillen voordoen;

- wederzijdse bezoeken om de mogelijkheden voor samenwerking en bijstand te onderzoeken;

- uitwisseling van ambtenaren of deskundigen;

- technische bijstand;

- programma's voor de uitwisseling van informatie en ervaringen, onder meer in de vorm van seminars.

Artikel 88

Sociale samenwerking

1. Op het gebied van gezondheid en veiligheid ontwikkelen de partijen hun samenwerking ten einde het peil van de bescherming van gezondheid en veiligheid van de werknemers te verbeteren, met als referentiepunt de mate van bescherming die in de Gemeenschap bestaat. Deze samenwerking omvat in het bijzonder:

- technische bijstand;

- de uitwisseling van deskundigen,

- samenwerking tussen ondernemingen,

- de uitwisseling van informatie; administratieve en andere bijstand aan bedrijven; opleiding.

2. Op het gebied van de werkgelegenheid wordt de samenwerking tussen de partijen toegespitst op het verbeteren van de diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies, ondersteuningsmaatregelen en het stimuleren van de plaatselijke ontwikkeling ten einde de industriële herstructurering te begeleiden.

Verdere maatregelen zijn het verrichten van studies, de terbeschikkingstelling van deskundigen, voorlichting en opleiding.

3. Op het gebied van de sociale zekerheid streeft de samenwerking tussen partijen ernaar de sociale-zekerheidsstelsels in de Slowaakse Republiek aan de nieuwe economische en sociale situatie aan te passen, in de eerste plaats via de terbeschikkingstelling van deskundigen, voorlichting en opleiding.

Artikel 89

Toerisme

De partijen versterken en ontwikkelen hun samenwerking, met name door de volgende maatregelen:

- vergemakkelijking van het toerisme;

- verbetering van de informatiestroom via internationale netwerken, databanken, enz.;

- overdracht van know-how via opleiding, uitwisselingen en seminars;

- uitvoering van regionale toeristische projecten zoals grensoverschrijdende projecten, jumelage van steden, enz.;

- gedachtenwisselingen en uitwisseling van informatie over belangrijke kwesties van wederzijds belang in de sector toerisme;

- stimulering van infrastructuur die tot investeringen in de toeristische sector kan leiden.

Artikel 90

Midden- en kleinbedrijf

1. De partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf in de particuliere sector en de samenwerking tussen deze bedrijven in de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek te ontwikkelen en te versterken.

2. Zij moedigen de uitwisseling van informatie en know-how op de volgende gebieden aan:

- het creëren van de vereiste juridische, administratieve, technische, fiscale en financiële voorwaarden voor de ontwikkeling en uitbreiding van KMO's en voor grensoverschrijdende samenwerking;

- de verlening van de gespecialiseerde diensten die KMO's nodig hebben (managementopleiding, boekhouding, afzet, kwaliteitscontrole, enz.) en de versterking van de bureaus die dergelijke diensten verlenen;

- de totstandbrenging van de nodige banden met communautaire ondernemers ten einde de informatiestroom naar KMO's te verbeteren en de grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen (bij voorbeeld het Europees netwerk voor samenwerking en toenadering tussen ondernemingen (BC-Net), de EG-adviescentra voor ondernemingen, lezingen, enz.).

3. De samenwerking omvat het verstrekken van technische bijstand, in het bijzonder om het midden- en kleinbedrijf op nationaal en regionaal niveau de nodige institutionele ondersteuning te bieden bij de dienstverlening inzake financiën, opleiding, adviesverstrekking, technologie en afzet.

Artikel 91

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek nemen op het gebied van informatie en communicatie de nodige stappen om een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Er wordt prioriteit verleend aan programma's om het grote publiek te voorzien van essentiële informatie over de Gemeenschap, en specifieke kringen in de Slowaakse Republiek meer gespecialiseerde informatie te verstrekken, waar mogelijk met inbegrip van toegang tot communautaire databanken.

Artikel 92

Consumentenbescherming

1. De partijen werken samen ten einde een volledige compatibiliteit van het systeem voor consumentenbescherming in de Slowaakse Republiek met dat van de Gemeenschap tot stand te brengen.

2. Daartoe omvat de samenwerking, binnen de perken van de bestaande mogelijkheden, de volgende elementen:

- uitwisseling van informatie en deskundigen;

- toegang tot communautaire databanken;

- opleiding en technische bijstand.

Artikel 93

Douane

1. Het doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende het handelsverkeer worden nageleefd en dat het douanesysteem van de Slowaakse Republiek aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast, waardoor de in het kader van deze Overeenkomst geplande stappen in de richting van een liberalisering worden vergemakkelijkt.

2. De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende elementen:

- uitwisseling van informatie;

- ontwikkeling van grensoverschrijdende infrastructuur tussen partijen;

- onderlinge aansluiting tussen de transitosystemen van de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek;

- vereenvoudiging van controles en formaliteiten bij het goederenvervoer;

- de organisatie van seminars en praktijkstages.

Waar nodig wordt technische bijstand verleend.

3. Onverminderd de overige samenwerking als vastgesteld in deze Overeenkomst en in het bijzonder in artikel 96 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen op douanegebied plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr. 6.

Artikel 94

Statistische samenwerking

1. De samenwerking op dit gebied beoogt het ontwikkelen van een efficiënt statistiekstelsel om snel en tijdig de nodige betrouwbare statistieken op te stellen om het hervormingsproces te kunnen plannen en volgen en tot de ontwikkeling van de particuliere sector in de Slowaakse Republiek bij te dragen.

2. De partijen werken in het bijzonder samen voor:

- versterking van de dienst statistiek in de Slowaakse Republiek;

- harmonisatie met internationale (en vooral communautaire) methoden, normen en classificaties;

- terbeschikkingstelling van de nodige gegevens om de economische hervormingen in stand te houden en te controleren;

- terbeschikkingstelling van de nodige macro- en micro-economische gegevens aan particuliere ondernemingen;

- waarborging van de vertrouwelijkheid van gegevens;

- uitwisseling van statistische informatie.

3. Waar nodig wordt door de Gemeenschap technische bijstand verleend.

Artikel 95

Economie

1. De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek zullen het proces van economische hervormingen en integratie vergemakkelijken door samen te werken om een beter inzicht te verkrijgen in de basisbeginselen van hun respectieve economieën en in de tenuitvoerlegging van een economisch beleid in een markteconomie.

2. Daartoe zullen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek de volgende maatregelen opzetten:

- uitwisseling van informatie over macro-economische prestaties en vooruitzichten en waar nodig over ontwikkelingsstrategieën;

- gezamenlijke analyse van economische kwesties van wederzijds belang, met inbegrip van het uitstippelen van een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan;

- aanmoediging van een brede samenwerking tussen economen en managers in de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek, in het bijzonder via de communautaire actie voor samenwerking op economisch gebied, ten einde de overdracht van know-how voor het uitwerken van een economisch beleid te versnellen en te zorgen voor de ruime verspreiding van onderzoekresultaten die voor het beleid van belang kunnen zijn.

Artikel 96

Drugs

1. De samenwerking is in het bijzonder gericht op het verbeteren van de efficiency van het beleid en de maatregelen om de voorziening met en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen tegen te gaan, en op het terugdringen van het misbruik van die produkten.

2. De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden er nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken, met inbegrip van de wijze van tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke acties. Hun optreden zal gebaseerd zijn op overleg en/of nauwe coördinatie met betrekking tot de doelstellingen en beleidsmaatregelen op de in lid 1 genoemde terreinen.

3. De samenwerking tussen de partijen omvat technische en administratieve bijstand, met name eventueel op de volgende terreinen: de uitwerking en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving; de oprichting van instellingen en informatiecentra en van centra voor sociale zorg en gezondheidszorg; personeelsopleiding en research; voorkoming van het onrechtmatig gebruik van precursoren voor de illegale fabricage van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

De partijen kunnen overeenkomen de samenwerking tot andere terreinen uit te breiden.

TITEL VII CULTURELE SAMENWERKING

Artikel 97

1. De partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen. Waar nodig kunnen de communautaire programma's voor culturele samenwerking of de programma's van een of meer Lid-Staten tot de Slowaakse Republiek worden uitgebreid en verdere maatregelen van wederzijds belang worden ontwikkeld.

Deze samenwerking kan met name de volgende terreinen omvatten:

- vertaling van literaire werken;

- conserveren en restaureren van monumenten en waardevolle plaatsen (bouwkundig en cultureel erfgoed);

- opleiding van personen die werkzaam zijn op cultuurgebied;

- organisatie van culturele manifestaties met een Europees karakter.

2. De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa. Met name kan de audiovisuele sector in de Slowaakse Republiek deelnemen aan door de Gemeenschap opgezette activiteiten in het kader van het Media-Programma 1991-1995, overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld door de beheersinstanties voor de diverse activiteiten en de bepalingen van het besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1990 tot vaststelling van dat programma.

De partijen coördineren en waar nodig harmoniseren hun beleid inzake de voorschriften voor grensoverschrijdende uitzendingen, technische normen en de bevordering van de Europese audiovisuele technologie.

TITEL VIII FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 98

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 99, 100, 102 en 103 en onverminderd artikel 101, ontvangt de Slowaakse Republiek tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap in de vorm van schenkingen en leningen, met inbegrip van leningen van de Europese Investeringsbank overeenkomstig artikel 18 van het statuut van de Bank.

Artikel 99

Deze financiële bijstand geschiedt als volgt:

- in het kader van de Phare-maatregelen vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad, als gewijzigd, zolang deze maatregelen van toepassing zijn; daarna zal de Gemeenschap schenkingen verstrekken, hetzij in het kader van Phare op meerjarige grondslag, hetzij als onderdeel van een nieuw meerjarig financieringsplan dat de Gemeenschap opzet na overleg met de Slowaakse Republiek en rekening houdend met de overwegingen in de artikelen 102 en 103;

- in de vorm van de bestaande lening(en) van de Europese Investeringsbank tot het verstrijken van de looptijd daarvan; voor de daaropvolgende jaren stelt de Gemeenschap na overleg met de Slowaakse Republiek het maximumbedrag en de looptijd van leningen van de Europese Investeringsbank aan de Slowaakse Republiek vast.

Artikel 100

De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden door de partijen in overleg in een indicatief programma vastgesteld. De partijen stellen de Associatieraad daarvan in kennis.

Artikel 101

1. Ingeval zich bijzondere behoeften voordoen, onderzoekt de Gemeenschap, rekening houdend met de beschikbaarheid van alle financiële middelen, op verzoek van de Slowaakse Republiek en in coördinatie met de internationale financiële instellingen in het kader van G-24 de mogelijkheid om tijdelijk financiële bijstand te verlenen:

- ter ondersteuning van maatregelen voor de invoering en handhaving van de convertibiliteit van de valuta van de Slowaakse Republiek;

- ter ondersteuning van de middellange-termijnmaatregelen voor stabilisering en structurele aanpassing, onder meer via steun voor de betalingsbalans.

2. Deze financiële bijstand wordt verleend op voorwaarde dat de Slowaakse Republiek in het kader van G-24 door het IMF ondersteunde programma's indient voor convertibiliteit en/of voor de herstructurering van haar economie, naar gelang van de behoeften, dat de Gemeenschap met die programma's instemt, dat de Slowaakse Republiek zich aan die programma's blijft houden en, als uiteindelijk doel, dat een snelle overgang naar financiering uit particuliere bronnen tot stand komt.

3. De Associatieraad wordt ingelicht over de voorwaarden waarop deze bijstand wordt verleend en over de wijze waarop de Slowaakse Republiek haar verplichtingen met betrekking tot de bijstand nakomt.

Artikel 102

De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt beoordeeld aan de hand van de behoeften en van het ontwikkelingspeil van de Slowaakse Republiek, rekening houdend met de vastgestelde prioriteiten, de absorptiecapaciteit van de economie van de Slowaakse Republiek, het vermogen van het land om leningen af te lossen, en de totstandbrenging van een markteconomie en van herstructureringen in de Slowaakse Republiek.

Artikel 103

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de overeenkomstsluitende partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen zoals de Lid-Staten, andere landen, onder meer die van G-24, en internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds, de Internationale Bank voor herstel en ontwikkeling en de Europese Bank voor wederopbouw en ontwikkeling.

TITEL IX INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 104

Hierbij wordt een Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Associatieraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 105

1. De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Gemeenschappen en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit door de Regering van de Slowaakse Republiek aangestelde leden anderzijds.

2. De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.

3. De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.

4. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Gemeenschappen en door een lid van de Regering van de Slowaakse Republiek, zulks overeenkomstig de in het reglement van orde van de Associatieraad neer te leggen bepalingen.

5. De Europese Investeringsbank neemt, wanneer nodig, als waarnemer aan de werkzaamheden van de Associatieraad deel.

Artikel 106

De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst, in de in de Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid. Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel 107

1. Elk van beide partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze Overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.

2. De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.

3. Elk van beide partijen is verplicht de voor de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit vereiste maatregelen te treffen.

4. Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 van dit artikel kan worden beslecht, kan elk van beide partijen de andere ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter moet aanwijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de Lid-Staten geacht één der beide partijen bij het geschil te zijn.

De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.

De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.

Elke partij bij het geschil moet het nodige doen om het besluit van de scheidsrechters ten uitvoer te leggen.

Artikel 108

1. De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Gemeenschappen en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van de Slowaakse Republiek anderzijds. In beginsel zullen dit hogere ambtenaren zijn.

De Associatieraad bepaalt in zijn reglement van orde de taken van het Associatiecomité, waaronder met name de voorbereiding van de vergaderingen van de Associatieraad, evenals de werkwijze van dit Comité.

2. De Associatieraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig het bepaalde in artikel 106.

Artikel 109

De Associatieraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan.

In zijn reglement van orde legt de Associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.

Artikel 110

Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Parlement van de Slowaakse Republiek en het Europese Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel 111

1. Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit leden van het Europese Parlement enerzijds, en uit leden van het Parlement van de Slowaakse Republiek anderzijds.

2. Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

3. Het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt door het Europese Parlement en door het Parlement van de Slowaakse Republiek voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.

Artikel 112

Het Parlementair Associatiecomité kan de Associatieraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Associatieraad verstrekt het Associatiecomité de verlangde informatie.

Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten van de Associatieraad.

Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

Artikel 113

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst, verbindt elk van beide partijen zich ertoe erop toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de partijen ter bescherming van hun persoonlijkheids- en eigendomsrechten, daaronder begrepen hun intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten.

Artikel 114

Niets in deze Overeenkomst zal een overeenkomstsluitende partij beletten maatregelen te nemen:

a) die zij nodig acht om de bekendmaking te beletten van informatie die haar vitale veiligheidsbelangen in gevaar brengt;

b) die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen niet de concurrentievoorwaarden wijzigen voor produkten die niet voor specifieke militaire doeleinden zijn bestemd;

c) die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse troebelen die de openbare rust bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel 115

1. Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventuele bijzondere bepalingen van de Overeenkomst, zullen

- de regelingen die de Slowaakse Republiek ten opzichte van de Gemeenschap toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;

- de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Slowaakse Republiek toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen of vennootschappen van de Slowaakse Republiek.

2. Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de overeenkomstsluitende partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 116

Voor produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.

De behandeling waarop de Slowaakse Republiek krachtens titel IV en hoofdstuk I van titel V aanspraak heeft, zal niet gunstiger zijn dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.

Artikel 117

1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze Overeenkomst genoemde doelstellingen worden verwezenlijkt.

2. Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting van deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.

Artikel 118

Zolang onder deze Overeenkomst geen gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verwezenlijkt, zal de Overeenkomst geen afbreuk doen aan de rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten tussen een of meer Lid-Staten enerzijds, en de Slowaakse Republiek anderzijds.

Artikel 119

De Protocollen nr. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8, en de bijlagen I tot en met XVII vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel 120

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partij kan deze Overeenkomst middels kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van deze kennisgeving.

Artikel 121

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de Slowaakse Republiek.

Artikel 122

Deze Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Slowaakse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 123

Deze Overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de overeenkomstsluitende partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Tsjechische en Slowaakse Republiek inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 7 mei 1990 te Brussel werd ondertekend, en het Protocol tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, dat op 28 juni 1991 te Brussel werd geparafeerd, vóór de inwerkingtreding ervan.

Artikel 124

1. Aangezien er reeds bepalingen die dezelfde strekking hebben als bepalingen in sommige onderdelen van de Overeenkomst, en dus van de op 16 december 1991 ondertekende Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, anderzijds, inzonderheid bepalingen inzake het goederenverkeer, op 1 maart 1992 van kracht werden uit hoofde van een op 16 december 1991 ondertekende Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, als gewijzigd bij de ondertekende Aanvullende Protocollen tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek onderscheidenlijk de Tsjechische Republiek, komen de partijen overeen dat voor de toepassing van titel III, de artikelen 64, 66 en 67 van de Overeenkomst en de Protocollen nr. 1 (met uitzondering van artikel 3), nr. 2, nr. 3, nr. 4, nr. 5 en nr. 6 onder "datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst" derhalve wordt verstaan:

- 1 maart 1992, voor verplichtingen die van kracht worden op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst;

- 1 januari 1992, voor verplichtingen die, onder verwijzing naar de datum van inwerkingtreding, van kracht worden na de datum van inwerkingtreding.

2. Indien de Overeenkomst, in welk jaar dan ook, na 1 januari in werking treedt, is het bepaalde in Protocol nr. 7 van toepassing.

En fe de lo cual, los plenipotenciarios abajo firmantes suscriben el presente Acuerdo.

Til bekræftelse heraf har undertegnede befuldmægtigede underskrevet denne aftale.

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmächtigten ihre Unterschriften unter dieses Abkommen gesetzt.

Åéò ðßóôùóç ôùí áíùôÝñù, ïé õðïãåãñáììÝíïé ðëçñåîïýóéïé Ýèåóáí ôéò õðïãñáöÝò ôïõò óôçí ðáñïýóá óõìöùíßá.

In witness whereof the undersigned Plenipotentiaries have signed this Agreement.

En foi de quoi, les plénipotentiaires soussignés ont apposé leurs signatures au bas du présent accord.

In fede di che, i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce al presente accordo.

Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

Em fé do que, os plenipotenciários abaixo assinados apuseram as suas assinaturas no final do presente acordo.

Na dôkaz toho dolu podpísaní splnomocnenci podpísali túto Dohodu.

Hecho en Luxemburgo, el cuatro de octubre de mil novecientos noventa y tres.

Udfærdiget i Luxembourg, den fjerde oktober nitten hundrede og treoghalvfems.

Geschehen zu Luxemburg am vierten Oktober neunzehnhundertdreiundneunzig.

¸ãéíå óôï Ëïõîåìâïýñãï, óôéò ôÝóóåñéò Ïêôùâñßïõ ÷ßëéá åííéáêüóéá åííåíÞíôá ôñßá.

Done at Luxembourg on the fourth day of October in the year one thousand nine hundred and ninety-three.

Fait à Luxembourg, le quatre octobre mil neuf cent quatre-vingt-treize.

Fatto a Lussemburgo, addì quattro ottobre millenovecentonovantatré.

Gedaan te Luxemburg, de vierde oktober negentienhonderd drieënnegentig.

Feito em Luxemburgo, em quatro de Outubro de mil novecentos e noventa e três.

Dané v Luxemburgu Ostvrtého októbra tisíc devä Otsto devä Otdesiattri.

Pour le Royaume de Belgique

Voor het Koninkrijk België

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

På Kongeriget Danmarks vegne

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Für die Bundesrepublik Deutschland

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Ãéá ôçí ÅëëçíéêÞ Äçìïêñáôßá

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Por el Reino de España

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Pour la République française

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

For Ireland

Thar cheann Na hÉireann

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Per la Repubblica italiana

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Pour le Grand-Duché de Luxembourg

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Pela República Portuguesa

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

For the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Por el Consejo y la Comisión de las Comunidades Europeas

For Rådet og Kommissionen for De Europæiske Fællesskaber

Für den Rat und die Kommission der Europäischen Gemeinschaften

Ãéá ôï Óõìâïýëéï êáé ôçí ÅðéôñïðÞ ôùí Åõñùðáúêþí ÊïéíïôÞôùí

For the Council and the Commission of the European Communities

Pour le Conseil et la Commission des Communautés européennes

Per il Consiglio e la Commissione delle Comunità europee

Voor de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen

Pelo Conselho e pela Comissão das Comunidades Europeias

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Za Slovenskú republiku

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

LIJST VAN BIJLAGEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE I

Lijst van produkten bedoeld bij de artikelen 9 en 19 van de Overeenkomst

>

RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Lijst van produkten bedoeld in artikel 10, lid 2

GN-code 1993

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

Lijst van produkten bedoeld in artikel 10, lid 3

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE IV

Lijst van produkten bedoeld in artikel 11, lid 1

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE V

Lijst van produkten bedoeld in artikel 11, lid 2

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE VI

Lijst van produkten bedoeld in artikel 11, lid 3

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE VII

Lijst van produkten bedoeld in artikel 11, lid 4 (Nieuwe automobielen)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE VIII

Lijst van produkten waarvoor importvergunningen gelden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE IX

Lijst van produkten waarvoor exportvergunningen gelden (1)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) De vergunningen hebben tot doel toezicht op de export te houden. Beperkingen op grond van moeilijkheden op de markt van de Slowaakse Republiek voor een op de lijst voorkomend produkt worden vastgesteld bij besluit ad hoc van de Slowaakse Republiek, waarvan de Gemeenschap onverwijld in kennis wordt gesteld.

BIJLAGE X

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE XIa

Lijst van produkten bedoeld in artikel 21, lid 2 (1)

Voor de produkten van deze bijlage worden de heffingen met 50 % verlaagd.

De hoeveelheden ton voor jaar 3 zijn toepassing van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994. De voor 1 juli 1993 boven 50 % van de hoeveelheid voor jaar 2 ingevoerde hoeveelheden worden afgetrokken van de hoeveelheid voor jaar 3.

De hoeveelheden ton voor respectievelijk jaar 4 en jaar 5 zijn van toepassing van respectievelijk 1 juli 1994 tot en met 30 juni 1995 en van 1 juli 1995 tot en met 30 juni 1996.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) Onverminderd de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts geacht een indicatieve waarde te hebben, aangezien de preferentiële regeling in het kader van deze bijlage wordt bepaald door de draagwijdte van de GN-codes. Wanneer "ex" GN-codes zijn vermeld, is de GN-code te zamen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

BIJLAGE XIb

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bijlage bij bijlage XIb Regeling inzake de minimuminvoerprijzen voor bepaalde soorten klein fruit bestemd om te worden verwerkt

1. Minimuminvoerprijzen worden voor ieder verkoopseizoen vastgesteld voor de hierna volgende produkten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De minimuminvoerprijzen worden door de Gemeenschap in overleg met de Slowaakse Republiek vastgesteld met inachtneming van de prijsontwikkeling, de ingevoerde hoeveelheden en de toestand van de communautaire markt.

2. De regeling inzake de minimuminvoerprijzen wordt toegepast met inachtneming van de volgende bepalingen:

- gedurende elke driemaandelijkse periode van het verkoopseizoen mag de gemiddelde eenheidswaarde van elk in punt 1 genoemd produkt dat in de Gemeenschap wordt ingevoerd, niet lager zijn dan de minimuminvoerprijs voor dat produkt;

- gedurende elke periode van twee weken mag de gemiddelde eenheidswaarde van elk in punt 1 genoemd produkt dat in de Gemeenschap wordt ingevoerd, niet lager zijn dan 90 % van de minimuminvoerprijs voor dat produkt, voor zover de gedurende deze periode ingevoerde hoeveelheden niet minder dan 4 % van de normale jaarlijkse invoer bedragen.

3. Ingeval een van deze voorschriften niet wordt nageleefd, kan de Gemeenschap de nodige maatregelen treffen om de naleving van de minimuminvoerprijs voor elke uit de Slowaakse Republiek ingevoerde zending van het betrokken produkt te verzekeren.

BIJLAGE XII

Regelingen voor de invoer van levende runderen in de Gemeenschap

1. Indien het aantal dieren dat in het kader van de op ramingen berustende balansen bedoeld in Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen is vastgesteld, lager is dan een referentiehoeveelheid, wordt voor de invoer uit Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië een globaal tariefcontingent geopend dat gelijk is aan het verschil tussen deze referentiehoeveelheid en het aantal dieren dat in het kader van de op ramingen berustende balansen is vastgesteld. De referentiehoeveelheid bedraagt:

- 217 800 in 1992,

- 237 600 in 1993,

- 257 400 in 1994,

- 277 200 in 1995,

- 297 000 in 1996.

De verlaagde heffing die in het kader van dit contingent op de genoemde dieren van toepassing is, wordt vastgesteld op 25 % van de volledige heffing.

Deze regeling is van toepassing op levende runderen, bestemd om te worden gemest of te worden geslacht, met een levend gewicht van ten minste 160 kg en ten hoogste 300 kg.

2. Indien uit ramingen blijkt dat de invoer in de Gemeenschap in enig jaar meer dan 425 000 dieren zou kunnen bedragen, kan de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 805/68, onverminderd enige andere maatregel die zij in het kader van deze Overeenkomst kan nemen.

In dit kader is de invoer van levende runderen waarop de in punt 1 bedoelde balansregelingen niet van toepassing zijn, beperkt tot jonge kalveren met een levend gewicht van niet meer dan 80 kg. Deze invoer wordt aan een regeling van beheer onderworpen ten einde een regelmatige aanvoer van deze dieren voor het jaar in kwestie te verzekeren.

BIJLAGE XIII

Lijst van produkten bedoeld in artikel 21, lid 4 (1)

Op de hoeveelheden die onder de in deze bijlage bedoelde GN-codes worden ingevoerd worden, behalve wat de posten 0104 en 0204 betreft, de heffingen en rechten verminderd met 20 % per 1 maart 1992, met 40 % per 1 januari 1993 en met 60 % per 1 juli 1993.

De hoeveelheden ton voor jaar 3 zijn van toepassing van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994. De voor 1 juli 1993 boven 50 % van het aantal voor jaar 2 ingevoerde hoeveelheden worden afgetrokken van het aantal voor jaar 3.

De hoeveelheden ton voor respectievelijk jaar 4 en jaar 5 zijn van toepassing van respectievelijk 1 juli 1994 tot en met 30 juni 1995 en van 1 juli 1995 tot en met 1996.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) Hier zijn de voorwaarden zoals gesteld in de Overeenkomst van 1982 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de TSFR inzake de handel in de sector schapen en geiten, zoals aangevuld door de Overeenkomst van 1990, van toepassing, behalve op de in paragraaf 1 en paragraaf 2 van de Overeenkomst van 1982 bedoelde produkten en hoeveelheden, die worden vervangen door de in deze bijlage vermelde produkten en hoeveelheden.

(2) Behalve varkenshaas, apart aangeboden.

(3) Indien Slowakije in een bepaald jaar financiële bijstand van de Gemeenschap krijgt in het kader van driehoeksoperaties voor de uitvoer van dit produkt naar de ex-USSR of naar andere landen dan Hongarije, Polen en Tsjechië die bijstand krijgen van de G-24, wordt het contingent voor dit produkt verminderd met de hoeveelheid van de aldus gesteunde uitvoer voor het betreffende jaar. Het contingent mag echter niet minder bedragen dan 925 ton.

(4) Indien Slowakije in een bepaald jaar financiële bijstand van de Gemeenschap krijgt in het kader van driehoeksoperaties voor de uitvoer van dit produkt naar de ex-USSR of naar andere landen dan Hongarije, Polen en Tsjechië die bijstand krijgen van de G-24, wordt het contingent voor dit produkt verminderd met de hoeveelheid van de aldus gesteunde uitvoer voor het betreffende jaar. Het contingent mag echter niet minder bedragen dan 535 ton.

(5) In vloeibaar eigeelequivalent: 1 kg gedroogd eigeel = 2,12 kg vloeibaar eigeel.

(6) In vloeibaar equivalent: 1 kg gedroogd ei = 3,9 kg vloeibaar ei.

(7) Onverminderd de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts geacht een indicatieve waarde te hebben, aangezien de preferentiële regeling in het kader van deze bijlage wordt bepaald door de draagwijdte van de GN-codes. Wanneer "ex" GN-codes zijn vermeld, is de GN-code te zamen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

BIJLAGE XIV

Lijst van produkten bedoeld in artikel 21, lid 4 (1)

Voor de invoer in de Slowaakse Republiek van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap zullen de onderstaande concessies gelden

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) Onverminderd de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts geacht een indicatieve waarde te hebben, aangezien de preferentiële regeling in het kader van deze bijlage wordt bepaald door de draagwijdte van de GN-codes. Wanneer "ex" GN-codes zijn vermeld, is de GN-code te zamen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

BIJLAGE XV

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE XVIa (Titel IV, hoofdstuk II)

VESTIGING: FINANCIËLE DIENSTEN

Definities

Een financiële dienst is een dienst van financiële aard die door een financieel dienstverlener van een partij wordt aangeboden. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

A. Alle verzekeringsdiensten en daarmee verband houdende diensten

1. Directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering)

i) levensverzekering

ii) niet-levensverzekering.

2. Wederverzekering en retrocessie.

3. Verzekeringsbemiddeling zoals diensten van makelaars en agenten.

4. Ondersteunende diensten in de verzekeringssector zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schade-eisen.

B. Bankwezen en andere financiële diensten (verzekeringen niet inbegrepen)

1. Acceptatie van deposito's en andere terugbetaalbare middelen van het publiek.

2. Alle soorten leningen, onder meer consumentenkrediet, hypotheekleningen, factorkrediet en financiering van commerciële transacties.

3. Financiële leasing.

4. Alle betalings- en geldovermakingsdiensten, met inbegrip van krediet- en betaalkaarten, reischeques en bankwissels.

5. Garanties en verplichtingen.

6. Verhandelen, voor eigen rekening of voor rekening van derden, hetzij in de beurs, hetzij op de parallelmarkt, hetzij anderszins, van de volgende produkten:

a) geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, enz.),

b) deviezen,

c) afgeleide produkten, zoals bij voorbeeld termijnen en opties,

d) wisselkoers- en rentevoetinstrumenten, met inbegrip van produkten zoals ruiltransacties, termijnkoerstransacties, enz.,

e) verhandelbare effecten,

f) andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver.

7. Deelneming in de uitgifte van diverse soorten effecten, met inbegrip van het garanderen en plaatsen van effecten als agent (openbaar of particulier) en het verlenen van daarmee verband houdende diensten.

8. Geldmakelaarsdiensten.

9. Beheer van activa, bij voorbeeld van kasmiddelen of beleggingsportefeuilles, alle vormen van gezamenlijk investeringsbeheer, beheer van pensioenfondsen alsmede bewaargevings-, deposito- en trustdiensten.

10. Vereffenings- en verrekeningsdiensten voor financiële activa met inbegrip van effecten, afgeleide produkten en andere verhandelbare stukken.

11. Advies en bemiddeling en andere ondersteunende financiële diensten in verband met de in punten 1 tot 10 genoemde activiteiten, met inbegrip van kredietreferenties en -analyse, onderzoek en advies in verband met investeringen en beleggingsportefeuilles, alsmede advies over aankopen en over bedrijfsreorganisatie en -strategie.

12. Verstrekken en overdragen van financiële informatie, financiële gegevensverwerking en bijbehorende software door andere financiële dienstverleners.

De volgende activiteiten zijn van de definitie van financiële diensten uitgesloten:

a) activiteiten van centrale banken of andere overheidsinstellingen voor de tenuitvoerlegging van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid,

b) activiteiten die voor rekening of met de garantie van de regering worden uitgevoerd door centrale banken, overheidsinstanties, ministeries of openbare instellingen, behalve wanneer die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met die overheidslichamen mogen worden uitgevoerd,

c) activiteiten die deel uitmaken van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of van wettelijke pensioenregelingen, behalve wanneer die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met overheidslichamen of particuliere instellingen mogen worden uitgevoerd.

BIJLAGE XVIb (Artikel 45, lid 1, onder i), artikel 45, lid 5, artikel 51, onder i))

VESTIGING: SECTOREN IN VERBAND MET HET EIND VAN DE OVERGANGSPERIODE

- Produktie van wapens voor oorlogs- en defensiedoeleinden

- Staalproduktie

- Mijnbouw, in het bijzonder steenkool en uranium

- Aankoop van activa in staatsbezit waarvoor een privatiseringsproces aan de gang is

- Bezit, gebruik, verkoop en verhuring van vastgoed

- Verhandelings- en agentuuractiviteiten op het gebied van vastgoed en natuurlijke hulpbronnen

BIJLAGE XVIc (Artikel 45, leden 5 en 6)

VESTIGING: UITGESLOTEN SECTOREN

- Aankoop en verkoop van natuurlijke hulpbronnen

- Aankoop en verkoop van landbouwgrond en bossen

- Monumenten en gebouwen met een culturele en historische waarde

BIJLAGE XVII

1. Artikel 67, lid 2, heeft betrekking op de volgende multilaterale verdragen: Protocol betreffende de Schikking van Madrid inzake de internationale inschrijving van merken (Madrid, 1989).

2. De Associatieraad kan besluiten dat artikel 67, lid 2, nog op andere multilaterale verdragen van toepassing is.

3. De overeenkomstsluitende partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die uit de volgende multilaterale verdragen voortvloeien:

- Berner-Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs, 1971);

- Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961);

- Overeenkomst van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd 1979);

- Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd 1979);

- Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, gewijzigd 1979);

- Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd 1980);

- Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, gewijzigd 1979 en 1984).

4. Voor de toepassing van punt 3 van deze bijlage en van de bepalingen van artikel 76, lid 1, betreffende intellectuele eigendom zijn de overeenkomstsluitende partijen, de Slowaakse Republiek, de Europese Economische Gemeenschap en de Lid-Staten, elk voor zover zij bevoegd zijn in aangelegenheden betreffende industriële, intellectuele of commerciële eigendom die onder die verdragen of onder artikel 76, lid 1, vallen.

5. De bepalingen van deze bijlage en van artikel 76, lid 1, betreffende intellectuele eigendom doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Europese Economische Gemeenschap en haar Lid-Staten inzake industriële, intellectuele en commerciële eigendom.

LIJST VAN PROTOCOLLEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

PROTOCOL Nr. 1 betreffende textielprodukten en kledingartikelen bij de Europa-Overeenkomst ("de Overeenkomst")

Artikel 1

Dit Protocol heeft betrekking op de textielprodukten en kledingartikelen (hierna "textielprodukten" genoemd) bedoeld in bijlage I bij het Aanvullend Protocol bij de Europa-Overeenkomst betreffende de handel in textielprodukten tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, dat op 17 december 1992 werd geparafeerd en sinds 1 januari 1993 van toepassing is, wat de kwantitatieve regelingen betreft, en op afdeling XI (hoofdstukken 50-63) van de gecombineerde nomenclatuur van de Gemeenschap en, respectievelijk, het douanetarief van de Slowaakse Republiek, wat de tarifaire aspecten betreft.

Artikel 2

1. De douanerechten bij invoer die in de Gemeenschap van toepassing zijn op textielprodukten van afdeling XI (hoofdstukken 50-63) van de gecombineerde nomenclatuur van oorsprong uit de Slowaakse Republiek, ingevolge Protocol nr. 4 van de Overeenkomst, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in gelijke jaarlijkse hoeveelheden verlaagd, op zodanige wijze dat zij aan het einde van een periode van zes jaar geheel zijn afgeschaft, volgens het onderstaande tijdschema:

- bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot vijf zevende van het basisrecht;

- aan het begin van het derde jaar tot vier zevende van het basisrecht;

- aan het begin van het vierde jaar tot drie zevende van het basisrecht;

- aan het begin van het vijfde jaar tot twee zevende van het basisrecht;

- aan het begin van het zesde jaar zijn de resterende rechten volledig afgeschaft.

2. De rechten die van toepassing zijn bij directe invoer in de Republiek Slowakije van textielprodukten van afdeling XI (hoofdstukken 50-63) van het douanetarief van de Slowaakse Republiek van oorsprong uit de Gemeenschap, krachtens Protocol nr. 4 van de Overeenkomst, worden geleidelijk afgeschaft ingevolge artikel 11 van de Overeenkomst.

3. De rechten die van toepassing zijn op textielprodukten van de categorieën bedoeld in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 636/82 van de Raad die in de Gemeenschap wederingevoerd worden na veredeling, bewerking of verwerking in de Slowaakse Republiek, worden op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft.

4. De bepalingen van de artikelen 12 en 13 van de Overeenkomst zijn van toepassing op de handel in textielprodukten tussen de Partijen.

Artikel 3

Met ingang van 1 januari 1993 vallen de kwantitatieve regelingen en andere daarmee verband houdende kwesties met betrekking tot de uitvoer van textielprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek naar de Gemeenschap en van oorsprong uit de Gemeenschap naar de Slowaakse Republiek onder het bepaalde in het Aanvullend Protocol bij de Europa-Overeenkomst betreffende de handel in textielprodukten tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, dat op 17 december 1992 werd geparafeerd en sinds 1 januari 1993 van toepassing is, waaronder inzonderheid Proces-verbaal nr. 5, gewijzigd bij het op 17 september 1993 geparafeerde Aanvullende Protocol tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Slowaakse Republiek betreffende de handel in textielprodukten.

Artikel 4

Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden er geen nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking opgelegd, tenzij uit hoofde van de Overeenkomst en de Protocollen bij de Overeenkomst.

PROTOCOL Nr. 2 betreffende de produkten die vallen onder het EGKS-Verdrag

Artikel 1

Dit Protocol is van toepassing op de produkten die zijn opgenomen in bijlage I bij het EGKS-Verdrag, zoals deze zijn omschreven in het gemeenschappelijk douanetarief (1*).

HOOFDSTUK I EGKS-ijzer- en -staalprodukten

Artikel 2 (2)

De invoerrechten die in de Gemeenschap op EGKS-ijzer- en -staalprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek van toepassing zijn, worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand tijdschema:

1. Op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht.

2. Bij het begin van het tweede, derde, vierde en vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt een verdere verlaging tot respectievelijk 60 %, 40 %, 20 % en 0 % van het basisrecht toegepast.

Artikel 3

De invoerrechten die in de Slowaakse Republiek op EGKS-ijzer- en -staalprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn, worden geleidelijk afgeschaft, volgens het onderstaande tijdschema:

1. Voor de produkten die in bijlage I bij dit Protocol zijn opgenomen, worden de douanerechten afgeschaft op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

2. Voor de produkten die in bijlage II bij dit Protocol zijn opgenomen worden de douanerechten verlaagd overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, lid 2, van de Overeenkomst.

3. Voor de produkten die in bijlage III bij dit Protocol zijn opgenomen, worden de douanerechten verlaagd overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, lid 3, van de Overeenkomst.

Artikel 4

1. De kwantitatieve beperkingen op de invoer in de Gemeenschap van EGKS-ijzer- en -staalprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek en de maatregelen van gelijke werking worden op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst opgeheven.

2. De kwantitatieve beperkingen op de invoer in de Slowaakse Republiek van EGKS-ijzer- en -staalprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking worden op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst opgeheven.

HOOFDSTUK II EGKS-kolenprodukten

Artikel 5

De invoerrechten die in de Gemeenschap op EGKS-kolenprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek van toepassing zijn, worden uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de in bijlage IV vermelde produkten en gebieden, die uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden afgeschaft.

Artikel 6

Kolenprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap worden vanaf de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst vrij van douanerechten in de Slowaakse Republiek ingevoerd.

Artikel 7

1. De kwantitatieve beperkingen die in de Gemeenschap op EGKS-kolenprodukten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek van toepassing zijn, worden uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst opgeheven, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de in bijlage IV vermelde produkten en gebieden, die uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden opgeheven.

2. De kwantitatieve invoerbeperkingen die in de Slowaakse Republiek op kolenprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn alsmede de maatregelen van gelijke werking worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, lid 5, van de Overeenkomst opgeheven.

HOOFDSTUK III Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 8

1. Zijn onverenigbaar met de goede werking van de Overeenkomst, indien de handel tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:

i) alle samenwerkings- of concentratieovereenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle, onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

ii) misbruik door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van de Slowaakse Republiek of op een wezenlijk deel daarvan;

iii) overheidssteun in welke vorm dan ook, behoudens de uitzonderingen die uit hoofde van het EGKS-Verdrag zijn toegestaan.

2. Praktijken die in strijd zijn met dit artikel, worden beoordeeld aan de hand van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de regels die zijn vervat in de artikelen 65 en 66 van het EGKS-Verdrag en in artikel 85 van het EEG-Verdrag, en van de regels inzake overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.

3. De Associatieraad stelt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de noodzakelijke bepalingen voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 en 2 vast.

4. De overeenkomstsluitende partijen erkennen dat de Slowaakse Republiek, in afwijking van het bepaalde in lid 1, onder iii), gedurende de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van de Overeenkomst bij wijze van uitzondering met betrekking tot EGKS-ijzer- en -staalprodukten overheidssteun voor herstructurering mag verlenen, mits:

- de steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode onder normale marktomstandigheden levensvatbaar zijn;

- het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt blijven tot hetgeen voor dit herstel van de levensvatbaarheid absoluut noodzakelijk is, en zij geleidelijk worden verminderd, en

- het herstructureringsprogramma aansluit bij een algemene rationalisatie en capaciteitsvermindering in de Slowaakse Republiek.

5. Elke partij ziet erop toe dat op het gebied van de overheidssteun doorzichtigheid heerst, door de andere partij voortdurend en volledig in te lichten en haar met name het bedrag, de intensiteit en het doel van de steun alsmede een gedetailleerd herstructureringsplan mee te delen.

6. Indien de Gemeenschap of de Slowaakse Republiek van oordeel is dat een bepaalde praktijk met lid 1, juncto lid 4, onverenigbaar is, en wanneer

- de in lid 3 bedoelde uitvoeringsbepalingen niet in een adequate regeling voorzien of

- de bedoelde bepalingen ontbreken, en de betrokken praktijk de belangen van de andere partij schaadt of dreigt te schaden, of aan haar binnenlandse industrie aanmerkelijke schade berokkent of dreigt te berokkenen,

kan de benadeelde partij passende maatregelen treffen, indien geen oplossing wordt bereikt bij wege van overleg, dat ten hoogste 30 werkdagen mag duren. Dit overleg moet worden aangevat binnen 30 werkdagen na de dag waarop het officiële verzoek daartoe is ingediend.

In het geval van praktijken die met het bepaalde in lid 1, onder iii), onverenigbaar zijn, kunnen die passende maatregelen enkel bestaan in maatregelen welke worden getroffen volgens de procedures en onder de voorwaarden die zijn neergelegd in de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) en in andere ter zake relevante instrumenten welke onder auspiciën van de GATT tot stand zijn gebracht en tussen de partijen van toepassing zijn.

Artikel 9

Het bepaalde in de artikelen 12, 13 en 14 van de Overeenkomst is van toepassing op de handel tussen de partijen in EGKS-produkten.

Artikel 10

De partijen komen overeen dat een van de bijzondere organen welke door de Associatieraad zullen worden ingesteld, een contactgroep zal zijn die de tenuitvoerlegging van dit Protocol zal bespreken.

(1*) PB nr. L 247 van 10. 9. 1990.

Voetnoot (1) bij Protocol nr. 2

Van 1 juni 1993 tot en met 31 december 1995 geldt, onder voorbehoud van eventuele latere wijzigingen, hetgeen bepaald is in de Besluiten 1/93 (C) en 1/93 (S) van het Gemengd Comité, handelend overeenkomstig de op 16 december 1991 ondertekende Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Gemeenschap en de TSFR, gewijzigd bij de ondertekende Aanvullende Protocollen tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek onderscheidenlijk de Tsjechische Republiek.

BIJLAGE I

Lijst van produkten bedoeld in artikel 3, punt 1, van het Protocol

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Lijst van produkten bedoeld in artikel 3, punt 2, van het Protocol en rechten die gelden vóór de inwerkingtreding van de Overeenkomst

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

Lijst van produkten bedoeld in artikel 3, punt 3, van het Protocol en rechten die gelden vóór de inwerkingtreding van de Overeenkomst

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE IV

Uitgezonderde produkten en gebieden, als bedoeld in artikel 7 van het EGKS-Protocol

Produkten

De produkten die onder "kolenprodukten" zijn opgenomen in bijlage I bij het EGKS-Verdrag, zoals deze zijn omschreven in het gemeenschappelijk douanetarief (1).

Gebieden

Alle gebieden van:

- de Bondsrepubliek Duitsland,

- het Koninkrijk Spanje.

(1) PB nr. L 247 van 10. 9. 1990.

PROTOCOL Nr. 3 betreffende het handelsverkeer tussen de Slowaakse Republiek en de Gemeenschap van verwerkte landbouwprodukten die niet onder bijlage II van het EEG-Verdrag vallen

Artikel 1

Ten einde rekening te houden met de verschillende kosten van landbouwprodukten die in bepaalde goederen zijn verwerkt welke niet onder bijlage II van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, verzet de Overeenkomst zich niet tegen:

- de opname van een landbouwelement in de douaneheffing over de invoer van de in de bijlage bedoelde goederen;

- de toepassing van binnenlandse compenserende maatregelen voor de prijsverschillen die uit de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid voortvloeien;

- de toepassing van maatregelen bij uitvoer.

Artikel 2

1. Het in artikel 1 bedoelde landbouwelement van de douaneheffing kan de vorm aannemen van een variabel element, een forfaitair bedrag of een ad valorem recht.

Dit element wordt beperkt tot de hoeveelheden verwerkte landbouwgrondstoffen.

2. Voor de bepaling van het landbouwelement van de heffing wordt rekening gehouden met de maatregelen welke in toepassing van artikel 21 van de Overeenkomst zijn genomen.

3. De toepassing van de maatregelen bij uitvoer wordt beperkt tot de maatregelen die van toepassing zijn ten aanzien van derde landen.

4. Het niet-landbouwelement van de heffing wordt geleidelijk gereduceerd overeenkomstig de in het onderhavige Protocol bepaalde voorwaarden.

Artikel 3

1. De heffing bij invoer die in de Gemeenschap van toepassing is op de in tabel 1 bedoelde produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek wordt volgens het in deze tabel vastgestelde tijdschema verlaagd.

2. De in tabel 1 opgenomen variabele elementen kunnen worden omgezet in een andere vorm van heffing, als bedoeld in artikel 2, lid 1.

Artikel 4

1. De Slowaakse Republiek stelt vóór 1 juli 1994 het landbouwelement van de heffing vast overeenkomstig de artikelen 1 en 2.

Het niet-landbouwelement van de heffing wordt vastgesteld door van de per 1 januari 1992 toepasselijke heffing het in de eerste alinea bedoelde landbouwelement van de heffing af te trekken.

2. Het landbouwelement van de heffing kan niet hoger zijn dan het recht dat wordt verkregen wanneer op de hoeveelheden landbouwprodukten die als verwerkt worden beschouwd, de rechten worden toegepast die gelden voor de invoer in de Slowaakse Republiek van deze landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap.

3. Het landbouwelement van de heffing kan een van de in artikel 2, lid 1, bedoelde vormen aannemen.

Het kan later in een andere vorm van heffing, als bedoeld bij artikel 2, lid 1, worden omgezet met name ten einde rekening te houden met de wijzigingen in het Slowaakse landbouwbeleid.

Artikel 5

1. Tot en met 31 december 1994 heft de Slowaakse Republiek over de invoer van de in tabel 2 van de bijlage bedoelde goederen de rechten welke op 1 januari 1992 van kracht zijn.

2. Met ingang van 1 januari 1995 wordt het niet-landbouwelement van de heffing, dat overeenkomstig artikel 4 is vastgesteld, gereduceerd volgens het in tabel 2 van de bijlage bepaalde tijdschema.

De rechten die met ingang van 1 januari 1995 van toepassing zijn worden door de Associatieraad definitief vastgesteld volgens de bepalingen van artikel 6, lid 1.

Artikel 6

1. De Slowaakse Republiek stelt de in artikel 104 van de Overeenkomst bedoelde Associatieraad vóór 1 oktober 1994 in kennis van de landbouwelementen van de heffing die overeenkomstig artikel 4 zijn vastgesteld; de Associatieraad stelt na onderzoek van deze gegevens de definitieve rechten vast die met ingang van 1 januari 1995 van toepassing zijn.

2. Aan het einde van de eerste fase van de overgangsperiode onderzoekt de Associatieraad of het mogelijk is het landbouwelement van de heffing, als bedoeld bij artikel 2, lid 1, van dit Protocol, te vervangen door compenserende bedragen die worden berekend op basis van de hoeveelheden effectief verwerkte landbouwprodukten, enerzijds, en op basis van de daadwerkelijke verschillen tussen de prijsniveaus voor basislandbouwprodukten van elk van de twee partijen, anderzijds. Hij stelt in dit geval de lijst op van de goederen waarop deze bedragen van toepassing zijn en de lijst van de basislandbouwprodukten.

3. De Associatieraad kan eveneens onderzoeken of de lijst van de goederen waarop dit Protocol van toepassing is, dient te worden uitgebreid. Het stelt in dat geval de nodige bepalingen vast die op deze produkten van toepassing zijn.

4. De Slowaakse Republiek en de Gemeenschap stellen elkaar in kennis van de prijsniveaus voor de basislandbouwprodukten die voor de in artikel 1 van dit Protocol bedoelde prijscompensatie in aanmerking zijn genomen.

BIJLAGE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

PROTOCOL Nr. 4 betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking

TITEL I DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUKTEN VAN OORSPRONG"

Artikel 1

Oorsprongscriteria

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van dit Protocol worden voor de toepassing van deze Overeenkomst beschouwd als:

1. produkten van oorsprong uit de Gemeenschap:

a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen produkten in de zin van artikel 4 van dit Protocol;

b) in de Gemeenschap verkregen produkten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit Protocol;

2. produkten van oorsprong uit Slowakije:

a) geheel en al in Slowakije verkregen produkten, in de zin van artikel 4 van dit Protocol;

b) in Slowakije verkregen produkten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Slowakije een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit Protocol.

Artikel 2

Bilaterale cumulatie

1. In afwijking van artikel 1, lid 1, onder b), worden materialen van oorsprong uit Slowakije in de zin van dit Protocol beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap en is het niet noodzakelijk dat deze in de Gemeenschap een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 5, lid 3, van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen.

2. In afwijking van artikel 1, lid 2, onder b), worden materialen van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van dit Protocol beschouwd als materialen van oorsprong uit Slowakije en is het niet noodzakelijk dat deze in Slowakije een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 5, lid 3, van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen.

Artikel 3

Cumulatie met materialen van oorsprong uit Hongarije, Polen of Tsjechië

1. a) In afwijking van artikel 1, lid 1, onder b), en onder voorbehoud van de leden 2 en 4, worden materialen van oorsprong uit Hongarije, Polen of Tsjechië in de zin van Protocol 4 bij de Overeenkomsten tussen de Gemeenschap en deze landen beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap en is het niet noodzakelijk dat deze in de Gemeenschap een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 5, lid 3, van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen.

b) In afwijking van artikel 1, lid 2, onder b), en onder voorbehoud van de leden 2 en 4, worden materialen van oorsprong uit Hongarije, Polen of Tsjechië in de zin van Protocol 4 bij de Overeenkomsten tussen de Gemeenschap en deze landen beschouwd als materialen van oorsprong uit Slowakije en is het niet noodzakelijk dat deze materialen in Tsjechië een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 5, lid 3, van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen.

2. Produkten die het karakter van produkt van oorsprong door toepassing van lid 1 hebben verkregen worden slechts als produkten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Slowakije beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde de waarde van de gebruikte materialen uit Hongarije, Polen of Tsjechië overschrijdt. Indien dit niet het geval is, worden de betrokken produkten met het oog op de toepassing van deze overeenkomst of van de overeenkomsten tussen de Gemeenschap en Hongarije, Polen en Tsjechië beschouwd als van oorsprong uit Hongarije, Polen of Tsjechië al naar gelang de hoogste waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van deze landen.

Bij deze berekening wordt geen rekening gehouden met de materialen uit Hongarije, Polen of Tsjechië die in de Gemeenschap of Slowakije een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.

3. Onder "meerwaarde" wordt verstaan de prijs van de produkten af fabriek, verminderd met de douanewaarde van elk van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn uit het land of de groep landen waar deze produkten zijn verkregen.

4. Voor de toepassing van dit artikel gelden de in dit Protocol omschreven regels van oorsprong in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Hongarije, Polen en Tsjechië in het handelsverkeer tussen Slowakije en deze drie landen, alsmede in het handelsverkeer tussen deze drie landen onderling.

Artikel 4

Geheel en al verkregen produkten

1. Als geheel en al in de Gemeenschap of in Slowakije verkregen, in de zin van artikel 1, lid 1, onder a), en lid 2, onder a), worden beschouwd:

a) uit hun bodem of hun zeebodem gewonnen produkten;

b) aldaar geoogste produkten van het plantenrijk;

c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;

d) produkten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;

e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;

f) produkten van de zeevisserij en andere door hun schepen uit de zee gewonnen produkten;

g) produkten uitsluitend uit de onder f) bedoelde produkten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;

h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen;

i) afval, afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;

j) goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met i) bedoelde produkten zijn vervaardigd.

2. De term "hun schepen" in lid 1, onder f), is slechts van toepassing op schepen:

- die in Slowakije of een Lid-Staat van de Gemeenschap zijn ingeschreven of geregistreerd;

- die de vlag van Slowakije of van een Lid-Staat van de Gemeenschap voeren;

- die voor minstens de helft toebehoren aan onderdanen van Slowakije of van Lid-Staten van de Gemeenschap of aan een vennootschap die haar hoofdkantoor in een van deze Staten of in Slowakije heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van beheer of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van Slowakije of van Lid-Staten van de Gemeenschap, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze Staten, aan Slowakije of aan de openbare lichamen of onderdanen van deze Staten of

- waarvan de kapitein en de officieren allen onderdanen zijn van Slowakije of van een Lid-Staat van de Gemeenschap;

- waarvan de bemanning voor ten minste 75 % bestaat uit onderdanen van Slowakije of van een Lid-Staat van de Gemeenschap.

3. De termen "Slowakije" en "de Gemeenschap" hebben ook betrekking op de territoriale wateren van Slowakije en de Lid-Staten van de Gemeenschap.

Schepen waarmede in volle zee wordt gevist, met inbegrip van fabrieksschepen waarop de gevangen vis wordt be- of verwerkt, worden geacht deel uit te maken van het grondgebied van de Gemeenschap of van Slowakije voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van lid 2.

Artikel 5

Toereikende bewerking of verwerking

1. Voor de toepassing van artikel 1 worden niet van oorsprong zijnde materialen geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan, wanneer het verkregen produkt onder een andere post wordt ingedeeld dan die waaronder alle niet van oorsprong zijnde materialen vallen die bij de vervaardiging zijn gebruikt, onder voorbehoud van de leden 2 en 3.

De in dit Protocol gebruikte termen "hoofdstukken" en "posten" hebben betrekking op de hoofdstukken en de posten (viercijfercodes) die zijn gebruikt in de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt (hierna "geharmoniseerd systeem" of "GS" genoemd).

De term "ingedeeld" verwijst naar de indeling van een produkt of een materiaal onder een bepaalde post.

2. Wanneer een produkt in de kolommen 1 en 2 van de lijst in bijlage II is vermeld, moet aan de voorwaarden worden voldaan die voor dit produkt in kolom 3 zijn vermeld in plaats van aan het bepaalde in lid 1.

a) Wanneer in de lijst van bijlage II een percentageregel wordt toegepast voor de bepaling van de oorsprong van een in de Gemeenschap of in Slowakije verkregen produkt, stemt de door de be- of verwerking toegevoegde waarde overeen met de prijs af fabriek van het verkregen produkt, verminderd met de waarde van de in de Gemeenschap of in Slowakije uit derde landen ingevoerde materialen.

b) De term "waarde" in de lijst in bijlage II heeft betrekking op de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte, niet van oorsprong zijnde, materialen of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor deze materialen op het betrokken grondgebied is betaald.

Wanneer de waarde van materialen van oorsprong moet worden vastgesteld, zijn de bepalingen van bovenstaande alinea van overeenkomstige toepassing.

c) De term "prijs af fabriek" in de lijst van bijlage II heeft betrekking op de prijs die voor het verkregen produkt is betaald aan de fabrikant in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle bij de vervaardiging gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen produkt wordt uitgevoerd.

d) Onder "douanewaarde" wordt verstaan de waarde vastgesteld overeenkomstig de op 12 april 1979 te Genève ondertekende Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel.

3. Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om het karakter van produkt van oorsprong te verlenen, ongeacht het feit of er een verandering van post plaatsvindt:

a) behandelingen welke dienen om de produkten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere produkten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke verrichtingen);

b) eenvoudige verrichtingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van sets van artikelen), wassen, verven en snijden;

c) i) veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli,

ii) eenvoudig bottelen, verpakken in flacons, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes, enz., en alle andere eenvoudige verrichtingen in verband met de opmaak;

d) aanbrengen op de produkten zelf of op hun verpakking van merken, etiketten of andere soortgelijke onderscheidingstekens;

e) eenvoudig mengen van produkten, ook van verschillende soorten, indien een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit Protocol om als "produkten van oorsprong" uit de Gemeenschap of Slowakije te worden beschouwd;

f) eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel;

g) twee of meer van de onder a) tot en met f) vermelde behandelingen te zamen;

h) het slachten van dieren.

Artikel 6

Neutrale elementen

Om te bepalen of een produkt van oorsprong is uit de Gemeenschap of Slowakije is het niet nodig de oorsprong vast te stellen van de elektriciteit, brandstof, fabrieksuitrusting, machines en werktuigen die voor de verkrijging van dit produkt zijn gebruikt of van materialen die in de uiteindelijke samenstelling van het produkt niet voorkomen.

Artikel 7

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel 8

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien de artikelen waaruit zij zijn samengesteld van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit artikelen die van oorsprong en artikelen die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de artikelen welke niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 % van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel 9

Rechtstreeks vervoer

1. De bij deze overeenkomst of, wanneer artikel 3, lid 2, van toepassing is, de bij de overeenkomsten met Hongarije, Polen en Tsjechië vastgestelde preferentiële regeling is slechts van toepassing op produkten of materialen die niet over het grondgebied van een ander land tussen het grondgebied van de Gemeenschap en dat van Slowakije worden vervoerd. Goederen van oorsprong die één enkele zending vormen die niet wordt gesplitst kunnen echter over een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Slowakije worden vervoerd, in voorkomend geval met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, voor zover de goederen in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane zijn gebleven en aldaar geen andere behandelingen hebben ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.

2. Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de bevoegde douaneautoriteiten:

a) hetzij een enkel vervoersdocument dat in het land van uitvoer is afgegeven ter dekking van het vervoer door het land van doorvoer:

b) hetzij een door de douane van het land van doorvoer afgegeven certificaat, waarin

- de goederen nauwkeurig worden omschreven;

- de data worden vermeld waarop de goederen gelost en opnieuw geladen zijn, onder opgave van de schepen of de andere vervoermiddelen waarvan gebruik werd gemaakt, en waarin

- wordt verklaard onder welke voorwaarden de goederen in het land van doorvoer verbleven;

c) hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.

Artikel 10

Territorialiteitsbeginsel

De in deze titel genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van het karakter van produkt van oorsprong moeten zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Slowakije zijn vervuld behoudens het bepaalde in de artikelen 2 en 3.

Behoudens het bepaalde in de artikelen 2 en 3 worden produkten van oorsprong uit de Gemeenschap of Slowakije die naar een ander land worden uitgevoerd en teruggezonden, niet als van oorsprong beschouwd tenzij ten genoegen van de douane kan worden aangetoond dat:

- de teruggekeerde goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen, en

- zij in dat land geen andere behandelingen hebben ondergaan dan die welke nodig waren om ze in goede staat te bewaren.

TITEL II BEWIJS VAN DE OORSPRONG

Artikel 11

Certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Het karakter van produkt van oorsprong, in de zin van dit Protocol, wordt aangetoond door middel van het certificaat inzake goederenvervoer EUR.1, waarvan een model in bijlage III bij dit protocol is opgenomen.

Artikel 12

Normale procedure voor de afgifte van certificaten

1. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt slechts afgegeven op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger. Deze aanvraag wordt gesteld op het formulier waarvan het model in bijlage III bij dit Protocol is opgenomen en dat overeenkomstig dit Protocol wordt ingevuld.

Aanvragen om certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer gedurende ten minste twee jaar bewaard.

2. De exporteur of zijn vertegenwoordiger voegt bij zijn aanvraag documenten waaruit blijkt dat voor de uit te voeren goederen een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 kan worden afgegeven.

Hij verbindt zich ertoe op verzoek van de bevoegde instanties alle verdere bewijsstukken over te leggen die deze nodig achten om te kunnen vaststellen dat de voor de preferentiële behandeling in aanmerking komende produkten inderdaad van oorsprong zijn, en verbindt zich er tevens toe in te stemmen met iedere controle door voornoemde instanties van zijn boekhouding en de wijze waarop de produkten zijn verkregen.

De exporteur bewaart de in dit lid bedoelde bewijsstukken gedurende ten minste twee jaar.

3. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt slechts afgegeven wanneer het als bewijsstuk kan dienen voor de toepassing van deze Overeenkomst of van de overeenkomsten tussen de Gemeenschap en Hongarije, Polen en Tsjechië.

4. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van artikel 1, lid 1, of als produkten van oorsprong uit Hongarije, Polen of Tsjechië in de zin van artikel 3, lid 2, van dit Protocol. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van Slowakije indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als produkten van oorsprong uit Slowakije in de zin van artikel 1, lid 2, of als produkten van oorsprong uit Hongarije, Polen of Tsjechië in de zin van artikel 3, lid 2, van dit Protocol.

5. Wanneer de bepalingen inzake cumulatie van artikel 2 of 3 van toepassing zijn, kunnen de douaneautoriteiten van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Slowakije certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 afgeven op de in dit Protocol vermelde voorwaarden, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als produkten van oorsprong in de zin van dit Protocol, en voor zover de goederen waarop de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 betrekking hebben zich in de Gemeenschap of in Slowakije bevinden.

In deze gevallen worden de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 afgegeven na overlegging van bewijsstukken ten aanzien van de oorsprong die eerder werden afgegeven of opgesteld. Dit bewijs van de oorsprong wordt gedurende ten minste twee jaar door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer bewaard.

6. Daar het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 het bewijsstuk vormt voor de toepassing van de preferentiële-tariefregeling als bij de Overeenkomst vastgesteld, nemen de douaneautoriteiten van het land van uitvoer de nodige maatregelen om de oorsprong van de goederen en de andere op het certificaat vermelde gegevens te controleren.

7. Ten einde na te gaan of aan de voorwaarden voor de afgifte van een certificaat EUR.1 is voldaan, hebben de douaneautoriteiten het recht alle bewijsstukken op te eisen en iedere controle uit te oefenen die zij dienstig achten.

8. De douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer zien erop toe dat de in lid 1 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Zij gaan met name na of het vak voor de omschrijving van de produkten zo is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn. Daartoe mag bij de omschrijving van de goederen geen ruimte tussen de regels worden opengelaten. Wanneer het vak niet geheel is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale streep getrokken en het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist.

9. De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer wordt vermeld in dat deel van het certificaat dat voor de douane is bestemd.

10. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer afgegeven wanneer de produkten waarop het betrekking heeft worden uitgevoerd. Het wordt ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.

Artikel 13

Langlopende certificaten EUR.1 (LT-certificaten)

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 12, lid 10, kunnen de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgeven, wanneer slechts een gedeelte van de produkten waarop het betrekking heeft worden uitgevoerd, namelijk wanneer het om een certificaat gaat, hierna "LT-certificaat" genoemd, dat betrekking heeft op de herhaalde uitvoer van hetzelfde produkt van dezelfde exporteur naar dezelfde importeur. Dit certificaat is ten hoogste één jaar geldig vanaf de datum van afgifte.

2. LT-certificaten worden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, afgegeven door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer voor zover zij van oordeel zijn dat het dienstig is deze procedure toe te passen en wanneer de oorsprong van de uit te voeren goederen naar verwachting dezelfde zal blijven zolang het LT-certificaat geldig is. Indien het LT-certificaat niet meer op de goederen van toepassing is, deelt de exporteur dit onmiddellijk mede aan de douaneautoriteiten die het certificaat hebben afgegeven.

3. Bij gebruik van LT-certificaten kunnen de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer voorschrijven dat de certificaten EUR.1 die worden gebruikt van een speciaal merkteken zijn voorzien.

4. Vak 11 "Visum van de douane" van het certificaat EUR.1 wordt als gebruikelijk door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer geviseerd.

5. In vak 7 van het certificaat EUR.1 wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht:

"CERTIFICADO LT VÁLIDO HASTA EL . . ."

"LT-CERTIFIKAT GYLDIGT INDTIL . . ."

"LT-CERTIFICATE GÜLTIG BIS . . ."

"ÐÉÓÔÏÐÏÉÇÔÉÊÏ LT ÉÓ×ÕÏÍ ÌÅ×ÑÉ . . ."

"LT-CERTIFICATE VALID UNTIL . . ."

"CERTIFICAT LT VALABLE JUSQU'AU . . ."

"CERTIFICATO LT VALIDO FINO AL . . ."

"LT-CERTIFICAAT GELDIG TOT EN MET . . ."

"CERTIFICADO LT VÁLIDO ATÉ . . ."

"LT-SWÍADECTWO WAZNE DO . . ."

"LT-BIZONYITVANY ÉRVÉNYES . . .-IG"

"LT-OSV OED OCENÍ PLATNÉ DO . . ."

"LT-OSVED OCENIE PLATNE DO . . ."

(datum in Arabische cijfers).

6. In de vakken 8 en 9 van het LT-certificaat behoeven de merken en de nummers, het aantal en de aard van de colli, het brutogewicht (kg) of andere meeteenheden (liter, m³, enz.) niet te worden vermeld. Vak 8 moet evenwel een omschrijving en een aanduiding van de goederen bevatten aan de hand waarvan de goederen geïdentificeerd kunnen worden.

7. In afwijking van artikel 18 wordt het LT-certificaat uiterlijk op het tijdstip waarop de goederen waarop het betrekking heeft voor het eerst worden ingevoerd bij het douanekantoor van invoer aangeboden. Wanneer de goederen bij verschillende douanekantoren van de Staat van invoer worden ingeklaard, kunnen de douaneautoriteiten eisen dat de importeur elk van deze kantoren een afschrift van het LT-certificaat zendt.

8. Wanneer een LT-certificaat bij een douanekantoor is aangeboden, wordt het bewijs van de oorsprong van de ingevoerde goederen gedurende de periode waarin dit certificaat geldig is geleverd door facturen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) wanneer op de factuur zowel produkten van oorsprong als produkten die niet van oorsprong zijn, staan vermeld, maakt de exporteur een duidelijk onderscheid tussen deze twee categorieën;

b) de exporteur dient op iedere factuur het nummer van het LT-certificaat te vermelden dat op de goederen betrekking heeft alsmede de geldigheidsduur van dit certificaat en de namen van het land of de landen waaruit de goederen van oorsprong zijn.

Deze vermelding van het nummer van het LT-certificaat en van het land van oorsprong op de factuur geldt als verklaring dat de goederen aan de voorwaarden in dit Protocol voldoen om als goederen van preferentiële oorsprong te worden aangemerkt.

De douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer kunnen verlangen dat de gegevens die volgens bovenstaande bepalingen op de factuur moeten voorkomen, bevestigd worden door de handtekening gevolgd door de voluit geschreven naam van de ondertekenaar;

c) uit de omschrijving en aanduiding van de goederen op de factuur blijkt duidelijk dat het om de goederen gaat die op het LT-certificaat, waarnaar de factuur verwijst, zijn vermeld;

d) facturen kunnen slechts worden opgesteld voor goederen die tijdens de geldigheidsduur van het LT-certificaat worden uitgevoerd. Zij kunnen echter worden overgelegd op het douanekantoor van invoer binnen een termijn van vier maanden nadat zij door de exporteur zijn opgesteld.

9. In het kader van de LT-procedure mogen facturen die voldoen aan de in dit artikel genoemde voorwaarden met behulp van middelen voor telecommunicatie of elektronische gegevensverwerking worden opgesteld en/of verzonden. Zulke facturen worden door de douane van de Staat van invoer aanvaard als bewijs van de oorsprong van de ingevoerde goederen, overeenkomstig de door de douaneautoriteiten van die Staat vastgestelde procedures.

10. Wanneer de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer vaststellen dat een certificaat en/of factuur, opgesteld volgens het bepaalde in dit artikel, niet van toepassing is op de geleverde goederen, stellen zij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer hiervan onmiddellijk in kennis.

11. Dit artikel doet geen afbreuk aan de voorschriften van de Gemeenschap, de Lid-Staten en Slowakije inzake douaneformaliteiten en het gebruik van douanedocumenten.

Artikel 14

Afgifte van het certificaat achteraf

1. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 kan bij wijze van uitzondering worden afgegeven na uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, wanneer dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of andere bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd.

2. Voor de toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn schriftelijke aanvraag het volgende te vermelden:

- plaats en datum van uitvoer van de produkten waarop het certificaat betrekking heeft,

- waarom bij de uitvoer van de betrokken produkten geen certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 is afgegeven.

3. De douaneautoriteiten kunnen pas tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 overgaan na te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.

Op de achteraf afgegeven certificaten wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht:

"NACHTRÄGLICH AUSGESTELLT",

"DÉLIVRÉ A POSTERIORI",

"RILASCIATO A POSTERIORI",

"AFGEGEVEN A POSTERIORI",

"ISSUED RETROSPECTIVELY",

"UDSTEDT EFTERFØLGENDE",

"ÅÊÄÏÈÅÍ ÅÊ ÔÙÍ ÕÓÔÅÑÙÍ",

"EXPEDIDO A POSTERIORI",

"EMITIDO A POSTERIORI",

"WYSTAWIONE RETROSPEKTYWNIE",

"KIADVA VISSZAMENÖLEGES HATÁLLYAL",

"VYSTAVENO DODATE OCNÉ",

"VYSTAVENÉ DODATO OCNE".

4. De in lid 3 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak "Opmerkingen" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

Artikel 15

Afgifte van een duplicaat

1. In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, kan de exporteur de douaneautoriteiten die dit certificaat hadden afgegeven schriftelijk verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.

2. Op het aldus afgegeven certificaat wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht:

"DUPLIKAT",

"DUPLICATA",

"DUPLICATO",

"DUPLICAAT",

"DUPLICATE",

"ÁÍÔÉÃÑÁÖÏ",

"DUPLICADO",

"SEGUNDA VÍA",

"DUPLIKÁT",

"MÁSOLAT".

3. De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak "Opmerkingen" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

4. Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, geldt vanaf die datum.

Artikel 16

Vereenvoudigde procedure voor de afgifte van certificaten

1. In afwijking van de artikelen 12, 14 en 15 van dit Protocol kan volgens onderstaande bepalingen een vereenvoudigde procedure voor de afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 worden toegepast.

2. De douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer kunnen een exporteur, hierna "toegelaten exporteur" genoemd, die veelvuldig goederen verzendt waarvoor certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 kunnen worden afgegeven en die, ten genoegen van de bevoegde instanties, de nodige waarborgen biedt wat de controle op de oorsprong van de produkten betreft, in staat stellen een certificaat EUR.1 te verkrijgen onder de bij artikel 12 van dit Protocol vastgestelde voorwaarden zonder dat de goederen bij uitvoer bij een douanekantoor van de Staat van uitvoer worden aangeboden of dat daarvoor een aanvraag voor een certificaat EUR.1 wordt ingediend.

3. In de in lid 2 bedoelde vergunning wordt naar keuze van de bevoegde instanties bepaald dat vak 11 "Visum van de douane" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1:

a) van tevoren wordt voorzien van het stempel van het bevoegde douanekantoor van de Staat van uitvoer, alsmede van de geschreven of anderszins aangebrachte handtekening van een ambtenaar van dit kantoor, of

b) door de toegelaten exporteur wordt voorzien van een speciaal stempel dat door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer is goedgekeurd en overeenkomt met het model dat in bijlage V van dit Protocol is opgenomen. Dit stempel mag ook op de formulieren worden voorgedrukt.

4. In de in lid 3, onder a), bedoelde gevallen wordt in vak 7 "Opmerkingen" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 een van de volgende aantekeningen aangebracht:

"PROCEDIMIENTO SIMPLIFICADO",

"FORENKLET PROCEDURE",

"VEREINFACHTES VERFAHREN",

"ÁÐËÏÕÓÔÅÕÌÅÍÇ ÄÉÁÄÉÊÁÓÉÁ",

"SIMPLIFIED PROCEDURE",

"PROCÉDURE SIMPLIFIÉE",

"PROCEDURA SIMPLIFICATA",

"VEREENVOUDIGDE PROCEDURE",

"PROCEDIMENTO SIMPLIFICADO",

"UPROSZCZONA PROCEDURA",

"EGYSZERUSÍTETT ELJÁRÁS",

"ZJEDNODU OSENÉ ORÍZENÍ",

"ZJEDNODU OSENÉ KONANIE".

5. Vak 11 "Visum van de douane" van het certificaat EUR.1 wordt zo nodig door de toegelaten exporteur ingevuld.

6. De toegelaten exporteur vermeldt zo nodig in vak 13 "Verzoek om controle" van het certificaat EUR.1 naam en adres van de instantie die bevoegd is dit certificaat te controleren.

7. De douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer kunnen voorschrijven dat bij toepassing van de vereenvoudigde procedure de certificaten EUR.1 van een speciaal merkteken worden voorzien.

8. De bevoegde instanties vermelden in de in lid 2 bedoelde vergunning met name:

a) op welke wijze de aanvragen om certificaten EUR.1 moeten worden ingediend;

b) op welke wijze deze aanvragen gedurende ten minste twee jaar moeten worden bewaard;

c) in de in lid 3, onder b), bedoelde gevallen, de instantie die bevoegd is de in artikel 28 van dit Protocol bedoelde controle achteraf uit te voeren.

9. De douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer mogen bepaalde categorieën goederen van de in lid 2 bedoelde speciale behandeling uitsluiten.

10. De in lid 2 bedoelde vergunning wordt geweigerd wanneer de exporteur niet alle waarborgen biedt die de douaneautoriteiten nodig achten. De bevoegde instanties kunnen de vergunning steeds intrekken en zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet meer aan de voorwaarden voldoet of niet langer de nodige waarborgen biedt.

11. De toegelaten exporteur kan worden verplicht de bevoegde instanties, op de wijze die deze bepalen, in te lichten wanneer hij voornemens is goederen te verzenden, zodat deze instanties eventueel, voor de verzending van de goederen, de door hen nodig geachte controles kunnen verrichten.

12. De douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer kunnen elke door hen nodig geachte controle verrichten bij de toegelaten exporteurs. Deze exporteurs kunnen zich hiertegen niet verzetten.

13. De bepalingen in dit artikel doen geen afbreuk aan de voorschriften van de Gemeenschap, de Lid-Staten en Slowakije inzake douaneformaliteiten en het gebruik van douanedocumenten.

Artikel 17

Vervanging van certificaten

1. Vervanging van één of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 door één of meer andere certificaten is steeds mogelijk, voor zover dit geschiedt door het douanekantoor of andere bevoegde instanties die met het toezicht op de goederen zijn belast.

2. Wanneer produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, Hongarije, Polen, Slowakije of Tsjechië, die vergezeld van een certificaat EUR.1 in een vrije zone worden ingevoerd, een behandeling of verwerking ondergaan, geven de betrokken instanties, op verzoek van de exporteur, een nieuw certificaat EUR.1 af indien de behandeling of verwerking in overeenstemming is met de bepalingen van dit Protocol.

3. Een vervangend certificaat wordt met het oog op de toepassing van dit Protocol, met inbegrip van dit artikel, als een definitief certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 beschouwd.

4. Een vervangend certificaat wordt afgegeven op schriftelijk verzoek van degene die de wederuitvoer verricht, nadat de gegevens die de aanvrager heeft verstrekt door de betrokken instanties zijn gecontroleerd. De datum en het volgnummer van het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 worden in vak 7 vermeld.

Artikel 18

Geldigheid van de certificaten

1. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 moet binnen vier maanden nadat het door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer is afgegeven, worden ingediend bij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer waar de goederen binnenkomen.

2. Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard, wanneer de laattijdige indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.

3. In andere gevallen van laattijdige indiening kunnen de douaneautoriteiten van de Staat van invoer het certificaat aanvaarden wanneer de produkten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangeboden.

Artikel 19

Tentoonstellingen

1. Op produkten die vanuit de Gemeenschap of Slowakije naar een tentoonstelling in een ander land dan Slowakije of een Lid-Staat van de Gemeenschap worden gezonden en na de tentoonstelling voor invoer in Slowakije of de Gemeenschap worden verkocht, zijn bij invoer de bepalingen van de Overeenkomst van toepassing, voor zover de produkten kunnen worden beschouwd als produkten van oorsprong uit de Gemeenschap of Slowakije in de zin van dit Protocol en voor zover ten genoegen van de douane wordt aangetoond dat:

a) een exporteur deze produkten vanuit de Gemeenschap of Slowakije naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;

b) de exporteur de produkten heeft verkocht of op andere wijze afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeenschap of in Slowakije;

c) de produkten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan naar de Gemeenschap of Slowakije zijn verzonden;

d) de produkten, vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op de tentoonstelling te worden vertoond.

2. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 waarop naam en adres van de tentoonstelling zijn vermeld, wordt op de normale wijze bij de douane ingediend. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden gevraagd over de aard van de produkten en de voorwaarden waarop zij werden tentoongesteld.

3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, jaarbeurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter, welke niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse produkten worden gehouden, en gedurende welke de produkten onder douanetoezicht blijven.

Artikel 20

Overlegging van certificaten

Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden ingediend bij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer overeenkomstig de voorschriften van die Staat. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van dit certificaat verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat het aangifteformulier vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de produkten aan de voorwaarden voor toepassing van de Overeenkomst voldoen.

Artikel 21

Invoer in deelzendingen

Wanneer op verzoek van de aangever een onder hoofdstuk 84 of 85 van het geharmoniseerde systeem vallend gedemonteerd of niet-gemonteerd artikel in gedeelten wordt ingevoerd onder de door de bevoegde instanties gestelde voorwaarden, wordt het, onverminderd het bepaalde in artikel 5, lid 3, van dit Protocol, als één artikel beschouwd, en kan bij de invoer van de eerste deelzending een certificaat inzake goederenverkeer worden overgelegd voor het volledige artikel.

Artikel 22

Bewaring van de certificaten

De certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden door de douaneautoriteiten van de Staat van invoer overeenkomstig de wetgeving van die Staat bewaard.

Artikel 23

Formulier EUR.2

1. In afwijking van artikel 11 wordt het bewijs van de oorsprong, in de zin van dit Protocol, voor zendingen die slechts produkten van oorsprong bevatten en waarvan de waarde niet meer bedraagt dan 5 110 ecu per zending, geleverd door formulier EUR.2, waarvan het model in bijlage IV bij dit Protocol is opgenomen.

2. Het formulier EUR.2 wordt door de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, overeenkomstig dit Protocol, ingevuld en ondertekend.

3. Voor elke zending wordt een formulier EUR.2 ingevuld.

4. Wanneer de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer hierom verzoeken, overlegt de exporteur die het formulier EUR.2 heeft aangevraagd alle bewijsstukken betreffende het gebruik van dit formulier.

5. De artikelen 18, 20 en 22 zijn van overeenkomstige toepassing op het formulier EUR.2.

Artikel 24

Verschillen

Worden geringe verschillen vastgesteld tussen de verklaringen op het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, het formulier EUR.2 en op de documenten die met het oog op het vervullen van de douaneformaliteiten bij de invoer van produkten aan het douanekantoor worden overgelegd, dan is het document hierdoor niet automatisch ongeldig, indien wordt vastgesteld dat het met de aangeboden produkten overeenstemt.

Artikel 25

Vrijstelling van het bewijs van de oorsprong

1. Produkten die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers worden als produkten van oorsprong toegelaten zonder dat het nodig is een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 over te leggen of een formulier EUR.2 in te vullen, voor zover zulke produkten zonder commerciële doeleinden worden ingevoerd en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen en er over de juistheid van een dergelijke verklaring geen twijfel bestaat.

2. Als invoer zonder commerciële doeleinden wordt beschouwd invoer van incidentele aard die uitsluitend bestaat uit produkten voor het persoonlijke gebruik van de geadresseerde, de reiziger of de leden van zijn gezin, voor zover noch de aard noch de hoeveelheid van de produkten op commerciële doeleinden wijzen.

Voorts mag de totale waarde niet meer bedragen dan 365 ecu voor kleine zendingen of 1 025 ecu voor de persoonlijke bagage van reizigers.

Artikel 26

In ecu uitgedrukte bedragen

1. De Staat van uitvoer stelt de bedragen in zijn nationale valuta vast die gelijk zijn aan de in ecu uitgedrukte bedragen en deelt deze mede aan de andere partijen bij deze Overeenkomst en bij de Overeenkomsten tussen de Gemeenschap en Hongarije, Polen en Tsjechië. Indien deze bedragen hoger zijn dan de overeenkomstige door de Staat van invoer vastgestelde bedragen, aanvaardt de Staat van invoer deze indien de goederen gefactureerd zijn in de valuta van de Staat van uitvoer.

Indien de goederen gefactureerd zijn in de valuta van een andere Lid-Staat van de Gemeenschap of in de valuta van Hongarije, Polen, Slowakije of Tsjechië aanvaardt de Staat van invoer het door het betrokken land medegedeelde bedrag.

2. Tot en met 30 april 1993 is de waarde van de in een bepaalde nationale valuta uitgedrukte ecu gelijk aan de waarde van de ecu in die nationale valuta per 3 oktober 1990. Voor iedere daaropvolgende periode van twee jaar is zij gelijk aan de waarde van de ecu in die nationale valuta op de eerste werkdag in oktober van het jaar dat onmiddellijk aan die periode van twee jaar voorafgaat.

TITEL III REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel 27

Toezending van de stempelafdrukken en adressen

De douaneautoriteiten van de Lid-Staten en van Slowakije doen elkaar, via de Commissie van de Europese Gemeenschappen, afdrukken toekomen van de stempels die in hun douanekantoren worden gebruikt bij de afgifte van certificaten EUR.1, alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de afgifte van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en de controle van deze certificaten en de formulieren EUR.2.

Artikel 28

Controle van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en de formulieren EUR.2

1. De certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en de formulieren EUR.2 worden achteraf door middel van steekproeven gecontroleerd en wanneer de douaneautoriteiten van de Staat van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van een document of de juistheid van de gegevens inzake de werkelijke oorsprong van produkten.

2. Met het oog op de controle achteraf van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden kopieën van deze certificaten en alle daarbij behorende uitvoerdocumenten gedurende ten minste twee jaar bewaard door de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer.

3. Met het oog op de correcte toepassing van dit Protocol verlenen Slowakije en de Lid-Staten van de Gemeenschap elkaar via hun respectieve douaneadministraties bijstand bij de controle op de echtheid van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, met inbegrip van de certificaten die uit hoofde van artikel 12, lid 5, werden afgegeven, en de formulieren EUR.2, en de juistheid van de daarin vermelde gegevens inzake de werkelijke oorsprong van de betrokken produkten.

4. Met het oog op de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van de Staat van invoer het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of het formulier EUR.2, of een kopie daarvan, terug aan de douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer, in voorkomend geval onder vermelding van de formele of materiële redenen van het verzoek om controle.

De desbetreffende handelsdocumenten of een kopie daarvan worden bij het certificaat EUR.1 of het formulier EUR.2 gevoegd. De douaneautoriteiten geven alle door hen verkregen informatie door die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op bedoeld certificaat of formulier niet juist zijn.

5. Indien de douaneautoriteiten van de Staat van invoer besluiten de uitvoering van de bepalingen van de overeenkomst op te schorten in afwachting van de resultaten van de controle stellen zij de importeur voor de produkten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.

6. De douaneautoriteiten van de Staat van invoer worden zo spoedig mogelijk van de resultaten van de controle in kennis gesteld. Aan de hand van deze resultaten moet kunnen worden vastgesteld of het betwiste certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of het betwiste formulier EUR.2 van toepassing zijn op de betrokken produkten en of deze inderdaad in aanmerking komen voor de preferentiële regeling.

Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na de datum van het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de produkten vast te stellen, gaan de aanvragende instanties er niet toe over de bij de overeenkomst vastgestelde preferentiële behandeling toe te kennen, behalve wanneer er sprake is van overmacht of buitengewone omstandigheden.

7. Geschillen die niet geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten van de Staat van invoer en de Staat van uitvoer, of die een vraag doen rijzen ten aanzien van de interpretatie van dit Protocol, worden aan de Internationale Douaneraad voorgelegd.

8. De regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van de Staat van invoer behoort steeds tot de bevoegdheid van deze Staat.

9. Wanneer bij controle of op grond van andere beschikbare informatie het vermoeden rijst dat de bepalingen van dit Protocol niet in acht worden genomen, dan stelt de Gemeenschap of Slowakije op eigen initiatief of op verzoek van de andere partij met de nodige spoed een onderzoek in of laat een onderzoek instellen om deze overtredingen op te sporen en te voorkomen. De Gemeenschap of Slowakije kan de andere partij uitnodigen aan dit onderzoek deel te nemen.

10. Wanneer bij controle of op grond van andere beschikbare informatie het vermoeden rijst dat de bepalingen van dit Protocol niet in acht worden genomen, dan worden de produkten slechts als produkten van oorsprong in de zin van dit Protocol aanvaard, nadat het nodige is gedaan in het kader van de administratieve samenwerking waarin dit Protocol voorziet, met inbegrip van met name de controleprocedure.

Eerst nadat de controleprocedure is afgesloten kan geweigerd worden produkten als produkten van oorsprong in de zin van dit Protocol te behandelen.

Artikel 29

Sancties

Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel produkten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.

Artikel 30

Vrije zones

De Lid-Staten en Slowakije nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat produkten die onder geleide van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 worden verhandeld en tijdens hun vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bewaren.

TITEL IV CEUTA EN MELILLA

Artikel 31

Toepassing van het Protocol

1. De in dit Protocol gebruikte term "Gemeenschap" heeft geen betrekking op Ceuta en Melilla. Onder "produkten van oorsprong uit de Gemeenschap" worden geen produkten van oorsprong uit deze gebieden verstaan.

2. Dit Protocol is van overeenkomstige toepassing op produkten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, met inachtneming van de in artikel 32 vastgestelde bijzondere voorwaarden.

Artikel 32

Bijzondere voorwaarden

1. De volgende bepalingen zijn van toepassing in plaats van artikel 1 en de verwijzingen naar dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing op onderhavig artikel.

2. Mits zij rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, worden beschouwd als:

1. produkten van oorsprong uit Ceuta en Melilla:

a) geheel en al in Ceuta en Melilla verkregen produkten;

b) in Ceuta en Melilla verkregen produkten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, voor zover:

i) deze materialen een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit Protocol, of voor zover

ii) deze materialen van oorsprong zijn uit Slowakije of de Gemeenschap in de zin van dit Protocol, mits zij een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 5, lid 3, omschreven ontoereikende be- of verwerkingen;

2. produkten van oorsprong uit Slowakije:

a) geheel en al in Slowakije verkregen produkten;

b) in Slowakije verkregen produkten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, voor zover:

i) deze materialen een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit Protocol, of voor zover

ii) deze materialen van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of de Gemeenschap in de zin van dit Protocol, mits zij een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 5, lid 3, omschreven ontoereikende be- of verwerkingen.

3. Ceuta en Melilla worden als één enkel grondgebied beschouwd.

4. De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger vermeldt "Slowakije" en "Ceuta en Melilla" in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1. In het geval van produkten van oorsprong uit Ceuta en Melilla wordt dit bovendien vermeld in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

5. De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepassing van dit Protocol in Ceuta en Melilla.

TITEL V SLOTBEPALINGEN

Artikel 33

Wijziging van het Protocol

De Associatieraad stelt om de twee jaar, of wanneer Slowakije of de Gemeenschap hierom verzoekt, een onderzoek in naar de toepassing van dit Protocol ten einde eventueel noodzakelijk geachte wijzigingen of aanpassingen aan te brengen.

Bij dit onderzoek wordt met name rekening gehouden met de deelname van de overeenkomstsluitende partijen aan vrijhandelszones of douane-unies met derde landen.

Artikel 34

Comité douanesamenwerking

1. Er wordt een Comité douanesamenwerking ingesteld, dat belast is met de tenuitvoerlegging van de administratieve samenwerking met het oog op de juiste en uniforme toepassing van dit Protocol en dat met elke andere taak op douanegebied kan worden belast.

2. Het Comité is samengesteld uit deskundigen van de Lid-Staten en met douanezaken belaste ambtenaren van de diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en door Slowakije benoemde deskundigen anderzijds.

Artikel 35

Aardolieprodukten

De in bijlage VI genoemde produkten zijn tijdelijk van het toepassingsgebied van dit Protocol uitgesloten. De regelingen inzake administratieve samenwerking zijn evenwel van overeenkomstige toepassing op deze produkten.

Artikel 36

Bijlagen

De bijlagen bij dit Protocol maken deel uit van dit Protocol.

Artikel 37

Uitvoering

De Gemeenschap en Slowakije nemen, ieder voor zich, de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit Protocol.

Artikel 38

Regelingen met Hongarije, Polen en Tsjechië

De partijen bij deze overeenkomst nemen de nodige maatregelen om met Hongarije, Polen en Tsjechië regelingen met het oog op de toepassing van dit Protocol te treffen. De partijen bij deze overeenkomst stellen elkaar van deze maatregelen in kennis.

Artikel 39

Goederen in doorvoer of in opslag

De Overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit Protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in doorvoer zijn of die in de Gemeenschap of in Slowakije tijdelijk in douane-entrepots zijn opgeslagen of zich in een vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na die datum een certificaat EUR.1 bij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer wordt ingediend dat achteraf door de bevoegde instanties van de Staat van uitvoer is afgetekend, vergezeld van documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd.

BIJLAGE I

AANTEKENINGEN

Voorwoord

Deze aantekeningen zijn van toepassing op alle produkten die vervaardigd zijn met gebruikmaking van materialen die niet van oorsprong zijn, zelfs op produkten waarvoor de speciale voorwaarden van de lijst in bijlage II niet gelden, maar waarop wel de in artikel 5, lid 1, bedoelde regel "verandering van post" van toepassing is.

Aantekening 1

1.1. De eerste twee kolommen van de lijst geven het verkregen produkt aan. In kolom 1 staat het nummer van de post of het hoofdstuk volgens het geharmoniseerde systeem en in kolom 2 de omschrijving van de goederen van die post of dat hoofdstuk volgens dat systeem. Voor iedere post of ieder hoofdstuk in de kolommen 1 en 2 is in kolom 3 een regel gegeven. Een nummer in kolom 1 voorafgegaan door "ex" betekent dat de regel in kolom 3 alleen geldt voor het gedeelte van die post of dat hoofdstuk dat in kolom 2 is omschreven.

1.2. Wanneer in kolom 1 verscheidene postnummers zijn gegroepeerd of wanneer een hoofdstuknummer is vermeld en de omschrijving van het produkt in kolom 2 derhalve in algemene bewoordingen is gesteld, dan is de regel daarnaast in kolom 3 van toepassing op alle produkten die volgens het geharmoniseerde systeem onder de posten van het hoofdstuk of onder elk van de in kolom 1 gegroepeerde posten worden ingedeeld.

1.3. Wanneer de lijst verschillende regels geeft voor verschillende produkten binnen één post, is bij ieder gedachtenstreepje dat gedeelte van de post omschreven waarop de daarnaast in kolom 3 vermelde regel van toepassing is.

Aantekening 2

2.1. De term "vervaardiging" omvat elke soort be- of verwerking, met inbegrip van "assemblage" of speciale behandelingen. Men lette evenwel op aantekening 3.5.

2.2. De term "materiaal" omvat alle "ingrediënten", "grondstoffen", "componenten", "delen" enz. die bij de vervaardiging van het produkt worden gebruikt.

2.3. De term "produkt" heeft betrekking op het verkregen produkt, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander produkt te worden gebruikt.

2.4. De term "goederen" omvat zowel "materialen" als "produkten".

Aantekening 3

3.1. Wanneer een post of een deel van een post niet in de lijst voorkomt, geldt de regel "verandering van post" als bedoeld in artikel 5, lid 1. Indien de regel "verandering van post" van toepassing is op een in de lijst opgenomen produkt, is dit in kolom 3 aangegeven.

3.2. De be- of verwerking die volgens de regel in kolom 3 is vereist, dient alleen te worden uitgevoerd met betrekking tot de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn. De beperkingen die in kolom 3 zijn aangegeven, zijn eveneens slechts van toepassing op de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.

3.3. Wanneer volgens een regel "materialen van iedere post" mogen worden gebruikt, dan mogen ook materialen van dezelfde post als het produkt worden gebruikt, voor zover de regel verder geen beperkingen inhoudt. De uitdrukking "vervaardiging uit materialen van om het even welke post met inbegrip van andere materialen van post . . ." betekent evenwel dat materialen van dezelfde post als het produkt slechts gebruikt mogen worden als de omschrijving ervan verschilt van die van het produkt in kolom 2.

3.4. Indien een produkt, vervaardigd van niet van oorsprong zijnde materialen, dat door de vervaardiging de oorsprong heeft verkregen krachtens de regel "verandering van post" of krachtens een regel in de lijst, gebruikt wordt als materiaal bij de vervaardiging van een ander produkt, geldt de regel die van toepassing is op het produkt waarin het is verwerkt daarvoor niet.

Bij voorbeeld:

Een motor van post 8407 waarvoor de regel geldt dat de waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die daarin worden verwerkt niet meer mag bedragen dan 40 % van de prijs af fabriek, is vervaardigd van "ander gelegeerd staal, enkel ruw voorgesmeed" van post 7224.

Werd dit smeedijzer in het betrokken land vervaardigd van niet van oorsprong zijnde ingots, dan heeft het smeedijzer reeds oorsprong verkregen krachtens de regel vermeld in de lijst voor post ex 7224. Bij de waardeberekening van de motor telt het dan als materiaal van oorsprong, of het nu in dezelfde fabriek werd vervaardigd of niet. De waarde van de niet van oorsprong zijnde ingots wordt dus niet meegerekend bij het berekenen van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.

3.5. Zelfs al wordt aan de regel "verandering van post" of aan de andere regels in de lijst voldaan, dan wordt een produkt niet als van oorsprong beschouwd indien de be- of verwerking, als geheel genomen, ontoereikend is in de zin van artikel 5, lid 3.

3.6. De eenheid die voor de toepassing van de regels van oorsprong in aanmerking moet worden genomen, is het produkt dat bij het vaststellen van de tariefindeling op basis van het geharmoniseerde systeem als basiseenheid wordt beschouwd. In geval van stellen of assortimenten die overeenkomstig algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, wordt de determinerende eenheid vastgesteld ten aanzien van elk artikel van het stel of het assortiment; deze bepaling geldt ook voor de stellen of assortimenten van de posten 6308, 8206 en 9605.

Hieruit volgt dat:

- wanneer een produkt, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, volgens het geharmoniseerde systeem onder één enkele post wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;

- wanneer een zending bestaat uit een aantal eendere produkten die onder dezelfde post van het geharmoniseerd systeem worden ingedeeld, elk produkt voor de toepassing van de regels van oorsprong afzonderlijk moet worden genomen;

- wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, deze ook meetelt voor het vaststellen van de oorsprong.

Aantekening 4

4.1. De regel in de lijst geeft de minimumbewerking of -verwerking aan die vereist is; meer be- of verwerking verleent eveneens de oorsprong; omgekeerd kan minder be- of verwerking geen oorsprong verlenen. Is volgens de regel het gebruik van niet van oorsprong zijnd materiaal in een bepaald produktiestadium toegestaan, dan is het gebruik ervan in een vroeger produktiestadium wel, maar in een later produktiestadium niet toegestaan.

4.2. Wanneer volgens een regel in de lijst een produkt van meer dan één materiaal mag worden vervaardigd, betekent dit dat een of meer van deze materialen kunnen worden gebruikt. Het is niet noodzakelijk dat zij alle worden gebruikt.

Bij voorbeeld:

Volgens de regel voor weefsels mogen natuurlijke vezels en andere materialen, waaronder chemische stoffen, worden gebruikt. Dit betekent niet dat beide moeten worden gebruikt; het ene of het andere materiaal of beide kunnen worden gebruikt.

Indien evenwel volgens dezelfde regel voor een bepaald materiaal een beperking geldt en voor de andere materialen andere beperkingen, dan gelden de beperkingen alleen voor de werkelijk gebruikte materialen.

Bij voorbeeld:

Volgens de regel voor naaimachines moet het gebruikte draadspanmechanisme van oorsprong zijn evenals het zigzagmechanisme; beide beperkingen gelden alleen indien de betrokken mechanismen daadwerkelijk in de naaimachine zijn ingebouwd.

4.3. Wanneer volgens een regel in de lijst een produkt van een bepaald materiaal vervaardigd moet worden, betekent dit evenwel niet dat geen andere materialen mogen worden gebruikt die vanwege hun aard niet aan de regel kunnen voldoen.

Bij voorbeeld:

De regel voor post 1904 sluit nadrukkelijk het gebruik uit van granen en derivaten daarvan. Minerale zouten, chemicaliën en andere additieven die niet van granen zijn vervaardigd mogen evenwel worden gebruikt.

Bij voorbeeld:

Indien in geval van een artikel vervaardigd van gebonden textielvlies slechts het gebruik van garen dat niet van oorsprong is is toegestaan, dan is het niet mogelijk uit te gaan van stof van gebonden textielvlies - zelfs al kan gebonden textielvlies normalerwijze niet van garen worden vervaardigd. In een dergelijk geval zou het uitgangsmateriaal zich in het stadium vóór garen moeten bevinden, dat wil zeggen in het vezelstadium.

Zie ook aantekening 7.3 in verband met textielprodukten.

4.4. Indien een regel in de lijst twee of meer percentages geeft als maximumwaarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die kunnen worden gebruikt, dan mogen deze percentages niet bij elkaar worden opgeteld. De maximumwaarde van alle gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, mag het hoogste van de opgegeven percentages nooit overschrijden. Bovendien mogen de afzonderlijke percentages met betrekking tot bepaalde materialen niet worden overschreden.

Aantekening 5

5.1. De term "natuurlijke vezels" in de lijst heeft betrekking op andere dan kunstmatige of synthetische vezels, met inbegrip van afval, in het stadium voor het spinnen. Tenzij anders vermeld omvat de term "natuurlijke vezels" vezels die zijn gekaard, gekamd of anderszins bewerkt, doch niet gesponnen.

5.2. De term "natuurlijke vezels" omvat paardehaar van post 0503, zijde van de posten 5002 en 5003 en wol, fijn of grof haar van de posten 5101 tot en met 5105, katoen van de posten 5201 tot en met 5203 en andere plantaardige vezels van de posten 5301 tot en met 5305.

5.3. De termen "textielmasssa", "chemische stoffen" en "materialen voor het vervaardigen van papier" in de lijst hebben betrekking op materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, maar die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van kunstmatige, synthetische of papieren vezels of garens.

5.4. De term "synthetische en kunstmatige stapelvezels" in de lijst heeft betrekking op kabel van synthetische of kunstmatige filamenten, op synthetische of kunstmatige stapelvezels en op synthetisch of kunstmatig afval van de posten 5501 tot en met 5507.

Aantekening 6

6.1. In het geval van produkten die zijn ingedeeld onder die posten in de lijst die naar deze aantekening verwijzen, zijn de in kolom 3 van de lijst genoemde voorwaarden niet van toepassing op basistextielmaterialen die bij hun vervaardiging zijn gebruikt, en die, samen genomen, ten hoogste 10 % van het totale gewicht van alle gebruikte basistextielmaterialen uitmaken (zie ook de aantekeningen 6.3 en 6.4).

6.2. Deze tolerantie is evenwel slechts van toepassing op gemengde produkten die van twee of meer basistextielmaterialen zijn vervaardigd.

Basistextielmaterialen zijn:

- zijde,

- wol,

- grof haar,

- fijn haar,

- paardehaar (crin),

- katoen,

- papier en materiaal voor het vervaardigen van papier,

- vlas,

- hennep,

- jute en andere bastvezels,

- sisal en andere textielvezels van het geslacht Agave,

- kokosvezels, abaca, ramee en andere plantaardige textielvezels,

- synthetische filamenten,

- kunstmatige filamenten,

- synthetische stapelvezels,

- kunstmatige stapelvezels.

Bij voorbeeld:

Garen van post 5205, vervaardigd van katoenvezels van post 5203 en van synthetische stapelvezels van post 5506, is een gemengd garen. Derhalve mogen niet van oorsprong zijnde stapelvezels die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische stoffen of textielmassa is vereist) worden gebruikt tot 10 gewichtspercenten van het garen.

Bij voorbeeld:

Een weefsel van wol van post 5112 vervaardigd van garens van wol van post 5107 en van synthetische garens van stapelvezels van post 5509, is een gemengd weefsel. Derhalve mogen synthetische garens die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische stoffen of textielmassa is vereist) of garens van wol die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging is vereist uit natuurlijke vezels die niet gekaard zijn of gekamd, noch anderszins met het oog op het spinnen bewerkt) of een combinatie van deze twee soorten garens worden gebruikt tot 10 gewichtspercenten van het weefsel.

Bij voorbeeld:

Getuft textielweefsel van post 5802, vervaardigd van garens van katoen van post 5205 en van weefsels van katoen van post 5210, is slechts een gemengd produkt wanneer het katoenweefsel zelf een gemengd produkt is, vervaardigd van onder twee verschillende posten ingedeelde garens, of wanneer de gebruikte katoengarens zelf gemengde garens zijn.

Bij voorbeeld:

Indien het betrokken getufte textielweefsel is vervaardigd van katoengarens van post 5205 en van synthetisch weefsel van post 5407, dan zijn de gebruikte garens uiteraard twee verschillende soorten basistextielmateriaal en is het getufte textielweefsel bijgevolg een gemengd produkt.

Bij voorbeeld:

Een getuft tapijt, vervaardigd van zowel kunstmatige garens als van katoengarens en met een grondlaag van jute, is een gemengd produkt omdat drie basistextielmaterialen zijn gebruikt. Derhalve mogen alle niet van oorsprong zijnde materialen die in een later produktiestadium zijn dan de regel toelaat worden gebruikt, voor zover hun totale gewicht niet meer bedraagt dan 10 % van het gewicht van de textielmaterialen van het tapijt. Zo zouden in dit produktiestadium zowel de jutegrondlaag als de kunstmatige garens ingevoerd kunnen zijn, voor zover aan de voorwaarden inzake het gewicht wordt voldaan.

6.3. In het geval van weefsels die garens bevatten "gemaakt van polyurethaan, met soepele segmenten van polyether, ook indien omwoeld" bedraagt de tolerantie voor dit garen ten hoogste 20 %.

6.4. In het geval van weefsels die strippen bevatten bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een kleefmiddel is bevestigd tussen twee strippen kunststof, bedraagt de tolerantie voor de strippen ten hoogste 30 %.

Aantekening 7

7.1. In het geval van textielprodukten die in de lijst van een voetnoot zijn voorzien die naar deze aantekening verwijst, mogen textielmaterialen, met uitzondering van voeringen en tussenvoeringen, die niet voldoen aan de regel in kolom 3 van de lijst voor de betreffende geconfectioneerde produkten worden gebruikt, voor zover zij onder een andere post vallen dan het produkt en de waarde ervan niet meer bedraagt dan 8 % van de prijs af fabriek van het produkt.

7.2. Alle gebruikte garnituren, toebehoren of andere materialen die niet van textiel zijn, maar wel textiel bevatten, behoeven niet aan de voorwaarden in kolom 3 te voldoen, zelfs al vallen zij niet onder het toepassingsgebied van aantekening 4.3.

7.3. Overeenkomstig aantekening 4.3 mogen alle niet van oorsprong zijnde garnituren en toebehoren of andere produkten die geen textiel bevatten in elk geval vrij worden gebruikt, voor zover zij niet vervaardigd kunnen worden van de in kolom 3 vermelde materialen.

Bij voorbeeld:

Wanneer volgens een regel in de lijst voor een bepaald textielartikel, zoals een blouse, garen moet worden gebruikt, dan sluit dit het gebruik van artikelen van metaal, zoals knopen, niet uit, omdat deze niet van textielmateriaal kunnen worden vervaardigd.

7.4. Wanneer een percentageregel van toepassing is, moet met de waarde van garnituren en toebehoren rekening worden gehouden bij de berekening van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.

BIJLAGE II

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER EUR.1

1. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt ingevuld op een formulier waarvan in deze bijlage een model is opgenomen. Het formulier wordt gedrukt in een of meer van de talen waarin de Overeenkomst is opgesteld. Het certificaat wordt in een van deze talen ingevuld overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van de Staat van uitvoer. Indien een certificaat met de hand wordt ingevuld, moet dit met inkt en in blokletters gebeuren.

2. De afmetingen van het certificaat EUR.1 zijn 210 × 297 mm, waarbij in de lengte een afwijking van ten hoogste 5 mm minder of 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier is wit, goed beschrijfbaar en houtvrij, met een gewicht van ten minste 25 g/m². Het is voorzien van een groene geguillocheerde onderdruk die vervalsingen met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

3. De bevoegde instanties van de Lid-Staten van de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek kunnen zich het recht voorbehouden de certificaten zelf te drukken of te laten drukken door daartoe gemachtigde drukkerijen. In het laatste geval wordt op ieder certificaat van deze vergunning melding gemaakt. Op elk certificaat worden bovendien de naam en het adres van de drukker vermeld of wordt een merkteken ter identificatie van de drukker aangebracht. Om de certificaten van elkaar te kunnen onderscheiden, wordt elk exemplaar van een al dan niet gedrukt volgnummer voorzien.

CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

1. Exporteur (naam, volledig adres, land)

3. Geadresseerde (naam, volledig adres, land) (facultatief)

EUR.1 Nr. A 000.000

Raadpleeg de aantekeningen op de keerzijde alvorens het

formulier in te vullen

2. Certificaat gebruikt in het preferentiële handelsverkeer

tussen

..........

en

..........

(de betrokken landen, groepen van landen of gebieden vermelden)

4. Land, groep van landen of

gebied waaruit de produkten

geacht worden van

oorsprong te zijn

5. Land, groep van landen of

gebied van bestemming

6. Gegevens in verband met het vervoer (facultatief)

7. Opmerkingen

8. Volgnummer; merken, nummers, aantal en soort der colli (¹); omschrijving van de goederen

9. Bruto-

massa (kg)

of andere

maatstaf

(l, m³, enz.)

10. Facturen

(facultatief)

11. VISUM VAN DE DOUANE

Verklaring juist bevonden

Uitvoerdocument (²)

formulier .......... nr. ....................

d.d. ..........

Douanekantoor ..........

Land of gebied van afgifte ..........

..........

Te .........., de ....................

Stempel

12. VERKLARING VAN DE EXPORTEUR

Ondergetekende verklaart dat de hierboven omschreven goederen aan de voor het verkrijgen van dit certificaat gestelde voorwaarden voldoen.

Te .........., de ............................

..........

(Handtekening)

..........

(Handtekening)

(¹) Voor onverpakte goederen te vermelden het aantal voorwerpen of "gestort".

(²) Slechts in te vullen indien de nationale bepalingen van het land of gebied van uitvoer zulks vereisen.13. VERZOEK OM CONTROLE, te zenden

14. UITSLAG VAN DE CONTROLE

Uit het ingestelde onderzoek is gebleken dat dit certificaat (¹)

O

door het daarin vermelde douanekantoor is afgegeven en dat de daarin voorkomende gegevens juist zijn.

O

niet voldoet aan de voorwaarden inzake echtheid en juistheid (zie bijgaande opmerkingen).

Er wordt verzocht de echtheid en de juistheid van dit certificaat te controleren.

Te .........., de .................................

Te .........., de ..................................

Stempel

Stempel

..........

(Handtekening)

..........

(Handtekening) (¹) De toepasselijke vermelding aankruisen.AANTEKENINGEN

1. In het certificaat mogen geen raderingen of overschrijvingen voorkomen. Eventuele wijzigingen dienen te worden aangebracht door doorhaling van de onjuiste vermelding en, in voorkomend geval, door toevoeging van de juiste vermelding. Elke aldus aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die het certificaat heeft opgesteld en te worden geviseerd door de douaneautoriteiten van het land of gebied van afgifte.

2. Tussen de in het certificaat vermelde artikelen mag geen tussenruimte gelaten worden en deze artikelen dienen doorlopend genummerd te worden. Onmiddellijk onder het laatste artikel dient een horizontale lijn getrokken te worden. Onbeschreven gedeelten dienen te worden doorgehaald, zodat elke latere toevoeging onmogelijk wordt.

3. De goederen worden met hun gebruikelijke handelsbenaming aangeduid onder opgaaf van de bijzonderheden, nodig voor de vaststelling van hun identiteit.

>EIND VAN DE GRAFIEK>

AANVRAAG TOT AFGIFTE VAN EEN CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

1. Exporteur (naam, volledig adres, land)

3. Geadresseerde (naam, volledig adres, land) (facultatief)

EUR.1 Nr. A 000.000

Raadpleeg de aantekeningen op de keerzijde alvorens het

formulier in te vullen

2. Aanvraag tot afgifte van een certificaat voor gebruik in

het preferentiële handelsverkeer tussen

..........

en

..........

(de betrokken landen, groepen van landen of gebieden vermelden)

4. Land, groep van landen of

gebied waaruit de produkten

geacht worden van

oorsprong te zijn

5. Land, groep van landen of

gebied van bestemming

6. Gegevens in verband met het vervoer (facultatief)

7. Opmerkingen

8. Volgnummer; merken, nummers, aantal en soort der colli (¹); omschrijving van de goederen

9. Bruto-

massa (kg)

of andere

maatstaf

(l, m³, enz.)

10. Facturen

(facultatief)

(¹) Voor onverpakte goederen te vermelden het aantal voorwerpen of "gestort".VERKLARING VAN DE EXPORTEUR

Ondergetekende, exporteur van de op de voorzijde omschreven goederen,

VERKLAART dat deze goederen aan de voor het verkrijgen van het hierbij gevoegde certificaat gestelde voorwaarden voldoen;

GEEFT de onderstaande toelichting inzake de omstandigheden waardoor deze goederen aan deze voorwaarden voldoen:

..........

..........

..........

..........

LEGT de volgende bewijsstukken OVER (¹):

..........

..........

..........

..........

VERPLICHT ZICH om op verzoek van de bevoegde autoriteiten alle verdere bewijsstukken over te leggen die deze voor de afgifte van het hierbijgevoegde certificaat nodig achten, en toe te staan dat deze autoriteiten in voorkomend geval zijn boekhouding aan een onderzoek onderwerpen en de omstandigheden nagaan waaronder de vervaardiging van bovenbedoelde goederen heeft plaatsgevonden;

VERZOEKT voor deze goederen de afgifte van het hierbijgevoegde certificaat.

Te ..........

, de ..........

..........

(Handtekening)

(¹) Bij voorbeeld: invoerdocumenten, certificaten inzake goederenverkeer, verklaringen van de fabrikant, enz., ter zake van de be- of verwerkte produkten of de in ongewijzigde staat wederuitgevoerde goederen.

>EIND VAN DE GRAFIEK>

BIJLAGE IV

FORMULIER EUR.2

1. Het formulier EUR.2 stemt overeen met het in deze bijlage opgenomen model. Het wordt gedrukt in een of meer van de talen waarin de Overeenkomst is opgesteld. Het formulier wordt in een van deze talen ingevuld overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van de Staat van uitvoer. Indien een formulier met de hand wordt ingevuld, moet dit met inkt en in blokletters gebeuren.

2. De afmetingen van het formulier EUR.2 zijn 210 × 148 mm, waarbij in de lengte een afwijking van ten hoogste 5 mm minder of 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier is wit, goed beschrijfbaar en houtvrij, met een gewicht van ten minste 64 g/m².

3. De bevoegde instanties van de Lid-Staten van de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek kunnen zich het recht voorbehouden de formulieren zelf te drukken of te laten drukken door daartoe gemachtigde drukkerijen. In het laatste geval wordt op ieder formulier van deze vergunning melding gemaakt. Op elk formulier worden bovendien de naam en het adres van de drukker vermeld of wordt een merkteken ter identificatie van de drukker aangebracht. Om de formulieren van elkaar te kunnen onderscheiden wordt elk exemplaar van een al dan niet gedrukt volgnummer voorzien.

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

FORMULIER EUR.2 Nr.

1

Formulier gebruikt in het preferentiële handelsverkeer

tussen .......... en ............................. (¹) 2

Exporteur (naam, volledig adres, land)

3

Verklaring van de exporteur:

ONDERGETEKENDE, exporteur van de hieronder omschreven goederen, verklaart dat deze goederen aan de voor het opmaken van dit formulier gestelde voorwaarden voldoen en dat zij het karakter van produkten van oorsprong hebben verkregen onder de voorwaarden die voor het in vak 1 vermelde handelsverkeer gelden.

4

Geadresseerde (naam, volledig adres, land)

5

Plaats en datum

6

Handtekening van de exporteur

7

Opmerkingen (²)

8

Land van oorsprong (³)

9

Land van bestemming (4)

10

Brutomassa (kg)

11

Merken, nummers van de zending en omschrijving van de goederen

12

Administratie of dienst van het land van uitvoer (4), belast met de controle a posteriori van de verklaring van de exporteur

(¹) Aangeven landen, groepen van landen of betrokken gebieden.

(²) Verwijzen naar de eventueel reeds door de bevoegde administratie of dienst ingestelde controle.

(³) Onder "land van oorsprong" wordt verstaan het land, de groep landen of het gebied waaruit de produkten geacht worden van oorsprong te zijn.

(4) Onder "land" wordt verstaan een land, een groep landen of een gebied.(RECTO)

Aandachtig de aanwijzingen aan ommezijde lezen alvorens dit formulier in te vullen.

13

Verzoek om controle

14

Resultaat van de controle

Er wordt verzocht de op de voorzijde van dit formulier vermelde verklaring van de exporteur te controleren (*)

Uit de ingestelde controle is gebleken (¹)

O

dat de gegevens en vermeldingen op het onderhavige formulier juist zijn.

O

dat het onderhavige formulier niet voldoet aan de voorwaarden inzake echtheid en regelmatigheid (zie bij

gevoegde opmerkingen).

Te ..........

, de ..........

Stempel

19 ..........

Te ..........

, de ..........

Stempel

19 ..........

..........

(Handtekening)

..........

(Handtekening)

(¹) Met een X aanduiden hetgeen van toepassing is.

(*) De controle a posteriori van de formulieren EUR.2 wordt bij wijze van steekproef verricht, of telkens wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer gegronde twijfel koesteren over de echtheid van het formulier en de juistheid van de inlichtingen aangaande de werkelijke oorsprong van de betrokken goederen.Aanwijzingen voor het opmaken van het formulier EUR.2

1. Voor het opmaken van een formulier EUR.2 komen alleen in aanmerking de goederen die in het land van uitvoer voldoen aan de voorwaarden welke zijn vastgesteld in de bepalingen die voor het in vak 1 van het formulier vermelde handelsverkeer gelden. Deze bepalingen moeten zorgvuldig worden bestudeerd alvorens het formulier in te vullen.

2. De exporteur hecht het formulier aan het verzendformulier wanneer het een postcollo betreft of sluit het formulier in het collo in wanneer het een brievenpostzending betreft. Bovendien brengt hij op het groene etiket C 1 of op de douaneverklaring C 2/CP 3 de vermelding "EUR.2" aan, gevolgd door het serienummer van het formulier.

3. Deze aanwijzingen ontslaan de exporteur niet van het vervullen van alle overige formaliteiten volgens de douane- of postvoorschriften.

4. Het gebruik van dit formulier houdt voor de exporteur de verplichting in aan de bevoegde autoriteiten alle bewijsstukken over te leggen die deze nodig achten en toe te staan dat deze autoriteiten zijn boekhouding aan een onderzoek onderwerpen en de omstandigheden nagaan waaronder de vervaardiging van de in vak 11 omschreven goederen heeft plaatsgevonden.

(VERSO)

>EIND VAN DE GRAFIEK>

BIJLAGE V

Model van de in artikel 16, lid 3, onder b), bedoelde stempelafdruk

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

>EIND VAN DE GRAFIEK>

BIJLAGE VI

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

PROTOCOL Nr. 5 bij de Europa-Overeenkomst ("de Overeenkomst")

HOOFDSTUK I Specifieke bepalingen inzake de handel tussen Spanje en de Slowaakse Republiek

Artikel 1

De bepalingen van titel III van de Overeenkomst, betreffende de handel, worden als volgt gewijzigd ten einde rekening te houden met de maatregelen en verplichtingen die in de Akte betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen (hierna "de Toetredingsakte" genoemd) worden opgesomd.

Artikel 2

Krachtens de Toetredingsakte past Spanje ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek geen gunstiger behandeling toe dan ten aanzien van de invoer van produkten van oorsprong uit andere Lid-Staten of van produkten die zich in andere Lid-Staten in het vrije verkeer bevinden.

Artikel 3

Er kunnen tot 31 december 1995 kwantitatieve beperkingen worden toegepast op de invoer in Spanje van de in bijlage A opgesomde produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek.

Artikel 4

De bepalingen van dit Protocol zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden en het bepaalde in Besluit 91/314/EEG van de Raad van 26 juni 1991 tot instelling van een programma van speciaal op het afgelegen en insulaire karakter van de Canarische eilanden afgestemde maatregelen (Poseican).

HOOFDSTUK II Specifieke bepalingen betreffende de handel tussen Portugal en de Slowaakse Republiek

Artikel 5

De bepalingen van titel III van de Overeenkomst, betreffende de handel, worden als volgt gewijzigd ten einde rekening te houden met de maatregelen en verplichtingen die in de Toetredingsakte worden opgesomd.

Artikel 6

Krachtens de Toetredingsakte past Portugal ten aanzien van de Slowaakse Republiek geen gunstiger behandeling toe dan ten aanzien van de invoer van produkten van oorsprong uit andere Lid-Staten.

Artikel 7

Er kunnen tot 31 december 1995 kwantitatieve beperkingen worden toegepast op de invoer in Portugal van de in bijlage B opgesomde produkten van oorsprong uit de Slowaakse Republiek.

BIJLAGE A

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE B

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

PROTOCOL Nr. 6 betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

a) douanewetgeving: de op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder enige andere douaneregeling, met inbegrip van de door genoemde partijen ingestelde verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

b) douanerechten: alle rechten, belastingen, vergoedingen en andere heffingen die ter uitvoering van de douanewetgeving op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen worden opgelegd en ingevorderd, met uitzondering van de vergoedingen en heffingen waarvan het bedrag bij benadering gelijk is aan de kosten van de verleende diensten;

c) verzoekende autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit welke hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;

d) aangezochte autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit welke hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;

e) overtreding: elke inbreuk op de douanewetgeving en elke poging daartoe.

Artikel 2

Werkingssfeer

1. De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit Protocol, met het oog op de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wat de preventie, de opsporing en het onderzoek van overtredingen van deze wetgeving betreft.

2. De bijstand in douanezaken waarin dit Protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de overeenkomstsluitende partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit Protocol. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden welke op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.

Artikel 3

Bijstand op verzoek

1. Op verzoek van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met inbegrip van informatie met betrekking tot geconstateerde of voorgenomen handelingen die een overtreding vormen of zouden vormen van deze wetgeving.

2. Op verzoek van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede of goederen die uit het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze in de andere overeenkomstsluitende partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.

3. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit zorgt de aangezochte autoriteit ervoor dat toezicht wordt uitgeoefend op:

a) natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij de douanewetgeving overtreden of overtreden hebben;

b) goederenbewegingen waarvan wordt bericht dat zij aanleiding kunnen geven tot ernstige overtredingen van de douanewetgeving;

c) vervoermiddelen ten aanzien waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt.

Artikel 4

Bijstand op eigen initiatief

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar, binnen het kader van hun bevoegdheden, bijstand, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met name wanneer zij informatie verkrijgen omtrent:

- verrichtingen die een inbreuk vormden, vormen of zouden vormen op deze wetgeving en die van belang kunnen zijn voor de andere overeenkomstsluitende partij;

- nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke verrichtingen worden gebruikt;

- goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een ernstige overtreding van de douanewetgeving in verband met de invoer, de uitvoer of de doorvoer, dan wel van enige andere douaneregeling.

Artikel 5

Afgifte van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op verzoek van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig de voorschriften die op haar grondgebied van toepassing zijn, de nodige maatregelen voor:

- de afgifte van alle documenten,

- de kennisgeving van alle besluiten,

waarop het bepaalde in dit Protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dit geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.

Artikel 6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

1. Verzoeken in het kader van dit Protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de voor de behandeling ervan noodzakelijke bescheiden. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2. De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens:

a) de verzoekende autoriteit;

b) de gevraagde maatregel;

c) het voorwerp en de reden van het verzoek;

d) de relevante wetten, reglementen en andere voorschriften;

e) zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;

f) een overzicht van de relevante feiten, behalve in de in artikel 5 bedoelde gevallen.

3. De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.

4. Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling daarvan worden verzocht. Er kunnen echter vrijwaringsmaatregelen worden genomen.

Artikel 7

Behandeling van verzoeken

1. De aangezochte autoriteit of, indien deze niet zelfstandig kan handelen, de administratieve dienst waaraan zij het verzoek toestuurt, behandelt het verzoek om bijstand, binnen de perken van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt en als handelde zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde overeenkomstsluitende partij, door de gegevens die haar reeds ter beschikking staan mee te delen en door het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.

2. Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, reglementen en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte overeenkomstsluitende partij.

3. Naar behoren gemachtigde ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen met instemming van de andere overeenkomstsluitende partij en onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie betreffende inbreuken op de douanewetgeving verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit Protocol.

4. Ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen, met instemming van de andere overeenkomstsluitende partij, aanwezig zijn bij onderzoekverrichtingen op het grondgebied van laatstgenoemde partij.

Artikel 8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

1. De aangezochte autoriteit deelt de resultaten van het onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.

2. De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die in ongeacht welke vorm voor dezelfde doeleinden via de informatica wordt verstrekt.

Artikel 9

Gevallen waarin geen bijstand dient te worden verleend

1. De overeenkomstsluitende partijen kunnen de in dit Protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan:

a) hun soevereiniteit, openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen in het gedrang zou kunnen brengen;

b) de toepassing inhoudt van deviezenregelingen of belastingregelingen andere dan inzake de douanerechten, of

c) de schending zou inhouden van een industrieel of handelsgeheim of een beroepsgeheim.

2. Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. Het staat aan de aangezochte autoriteit te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

3. Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen welke eraan ten grondslag liggen onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.

Artikel 10

Geheimhoudingsplicht

1. Alle informatie die ter uitvoering van dit Protocol in om het even welke vorm wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming waarin is voorzien door de ter zake geldende wettelijke voorschriften van de overeenkomstsluitende partij die de informatie heeft ontvangen en door de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden.

2. Nominatieve gegevens worden niet verstrekt wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de mededeling of het gebruik daarvan in strijd zou zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van een der overeenkomstsluitende partijen en, in het bijzonder, indien de betrokkene hiervan overmatig nadeel zou ondervinden. De overeenkomstsluitende partij die de gegevens ontvangt, deelt de overeenkomstsluitende partij die de gegevens verstrekt desgevraagd mede welk gebruik van de gegevens is gemaakt en welke resultaten ermee zijn bereikt.

3. Nominatieve gegevens mogen uitsluitend worden medegedeeld aan douaneautoriteiten en, indien vereist met het oog op rechtsvervolging, aan het openbaar ministerie en de rechterlijke instanties. Andere personen of instanties kunnen de informatie uitsluitend verkrijgen na voorafgaande toestemming van de autoriteit die deze verstrekt.

4. De overeenkomstsluitende partij die de gegevens verstrekt, controleert de juistheid daarvan. Wanneer blijkt dat verstrekte gegevens onjuist zijn of dienen te worden weggelaten, wordt de ontvangende overeenkomstsluitende partij daarvan onverwijld in kennis gesteld. Deze laatste is gehouden de correctie of weglating uit te voeren.

5. Behalve in gevallen waarin zulks in strijd is met het algemeen belang, kan de betrokkene, op zijn verzoek, informatie verkrijgen over de opslag van de gegevens en de redenen voor deze opslag.

Artikel 11

Gebruik van de informatie

1. De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de in dit Protocol omschreven doeleinden. Het gebruik ervan voor andere doeleinden door een overeenkomstsluitende partij vereist de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratieve instantie die de informatie heeft verstrekt en is aan de door deze instantie vastgestelde beperkingen onderworpen. Deze bepalingen gelden niet voor informatie betreffende overtredingen met betrekking tot verdovende middelen en psychotrope stoffen. Dergelijke informatie mag worden doorgegeven aan andere autoriteiten die rechtstreeks betrokken zijn bij de bestrijding van de illegale handel in verdovende middelen, binnen de perken van artikel 2.

2. Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van de informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die naderhand worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving.

3. De overeenkomstsluitende partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit Protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten en getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures.

Artikel 12

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere overeenkomstsluitende partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op de aangelegenheden waarop dit Protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel 13

Kosten van de bijstand

De overeenkomstsluitende partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven welke ter uitvoering van het bepaalde in dit Protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel 14

Tenuitvoerlegging

1. De uitvoering van dit Protocol wordt opgedragen aan de centrale douaneautoriteiten van de Slowaakse Republiek, enerzijds en de bevoegde diensten van de Commissie en, eventueel, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing ervan vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit Protocol dienen te worden aangebracht.

2. De overeenkomstsluitende partijen plegen overleg en geven elkaar vervolgens kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit artikel worden vastgesteld.

Artikel 15

Complementariteit

1. Dit Protocol vult de overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand aan die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen een of meer Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en de Slowaakse Republiek; het staat niet in de weg aan de toepassing van deze overeenkomsten en vormt geen beletsel voor de ruimere wederzijdse bijstand die daarin eventueel is voorzien.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van alle met betrekking tot douanezaken verkregen informatie die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.

PROTOCOL Nr. 7 betreffende aan jaarlijkse beperkingen gebonden concessies

De partijen komen overeen dat, indien de Overeenkomst in welk jaar dan ook na 1 januari in werking treedt, alle binnen de beperkingen van jaarlijkse hoeveelheden verleende concessies worden aangepast door daarop de hoeveelheden in mindering te brengen die in de loop van dat jaar oorspronkelijk in de Slowaakse Republiek werden ingevoerd overeenkomstig het bepaalde in Protocol nr. 4 van de op 16 december 1991 tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en de Slowaakse Federatieve Republiek ondertekende Interimovereenkomst, gewijzigd door middel van de tussen de Gemeenschap en, onderscheidenlijk, de Slowaakse Republiek en de Tsjechische Republiek ondertekende Aanvullende Protocollen.

PROTOCOL Nr. 8 betreffende de opvolging door de Slowaakse Republiek ten aanzien van de briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap (Gemeenschap) en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot doorvoer en de infrastructuur voor vervoer over land

De Slowaakse Republiek en de Gemeenschap,

Overwegende dat bij de ondertekening op 16 december 1991 van de Europa-Overeenkomst en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en haar Lid-Staten enerzijds en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek anderzijds de in bijlage hierbij opgenomen briefwisselingen tussen de Europese Economische Gemeenschap enerzijds en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek anderzijds werden ondertekend;

Overwegende dat deze briefwisselingen bij de eveneens in bijlage hierbij opgenomen, op 19 februari 1992 ondertekende briefwisselingen tussen de Europese Economische Gemeenschap enerzijds en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek anderzijds werden gewijzigd;

Overwegende dat de Slowaakse Republiek in een schrijven aan de Voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 1992 heeft verklaard dat "zij alle verbintenissen zal nakomen die voortvloeien uit de overeenkomsten tussen de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek en de Europese Gemeenschappen";

Overwegende dat de Slowaakse Republiek met ingang van 1 januari 1993 een in de rechten van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek tredende Staat is;

Overwegende dat de Slowaakse Republiek zich ertoe verbindt geen maatregelen te nemen waardoor afbreuk zou worden gedaan aan de situatie op het gebied van doorvoer over land welke naar aanleiding van bovengenoemde briefwisseling in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek tot stand is gekomen,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent hetgeen volgt:

Artikel 1

De Gemeenschap enerzijds en de Slowaakse Republiek anderzijds nemen alle uit bovengenoemde briefwisselingen voortgroeiende rechten en verplichtingen over van de Gemeenschap enerzijds en de voormalige Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek anderzijds.

Artikel 2

De Slowaakse Republiek verbindt zich tot het afgeven van het in bovengenoemde briefwisseling betreffende doorvoer vermelde aantal vergunningen. De vergunningen zullen (vanaf 1994) slechts geldig zijn op het grondgebied van de Slowaakse Republiek. De Slowaakse Republiek verstrekt, binnen de grenzen van het in bovengenoemde briefwisseling vermelde maximum aantal, automatisch een vergunning aan de houder van een door de Tsjechische Republiek op grond van bovengenoemde briefwisseling afgegeven vergunning.

Artikel 3

De door de Slowaakse Republiek in het kader van bovengenoemde briefwisseling voor een belastbare vergunning aangerekende administratieve kosten, belastingen en andere mogelijke vergoedingen bedragen niet meer dan 9 250 Slowaakse kroon.

Artikel 4

De Slowaakse Republiek verklaart dat, ten einde te voorkomen dat voor doorvoer een minder gunstige situatie ontstaat dan die welke voor de vervoerders van de Gemeenschap voortvloeide uit bovengenoemde briefwisseling, zij alles in het werk zal stellen om voor de vervoerders van de Gemeenschap onnodig oponthoud te voorkomen naar aanleiding van controles aan de grenzen tussen de Slowaakse Republiek en de Tsjechische Republiek.

BIJLAGE I

Briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek inzake doorvoer

A. Brief van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

Mijnheer,

Tijdens de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek (TSFR), werd de volgende Overeenkomst bereikt:

1. De partijen bij de Europa-Overeenkomst nemen geen maatregelen waardoor afbreuk zou worden gedaan aan de situatie welke het gevolg is van de toepassing van de bestaande bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en de TSFR.

2. Meer in het bijzonder verstrekt de TSFR, in het kader van een algemene oplossing voor de vraagstukken in verband met de doorvoer door de TSFR, voor die Lid-Staten van de Gemeenschap die het meest rechtstreeks betrokken zijn in 1991 2 000 bijkomende belastbare vergunningen in aanvulling op de bestaande contingenten die ingevolge de bilaterale overeenkomsten voor 1991 zijn toegekend. Bovendien zal de TSFR in 1992, 1993 en 1994 in aanvulling op de bestaande contingenten welke ingevolge de bilaterale overeenkomsten voor 1991 voorheen zijn toegekend, met inbegrip van de vorenstaande 2 000 vergunningen, op de volgende wijze vergunningen verstrekken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Vergunningen voor gecombineerd vervoer zullen door vrachtwagens moeten worden gebruikt om het grondgebied van de TSFR door middel van de spoorwegen van de TSFR in de vorm van "rollende wegen" te passeren, op voorwaarde dat de kosten en de tijd welke met deze wijze van vervoer gemoeid zijn vergelijkbaar zullen zijn met die van belastbaar wegvervoer. Voor het aantal vergunningen waarbij deze voorwaarden niet kunnen worden vervuld zal de TSFR vergunningen voor belastbare doorvoer verstrekken. Alle bovengenoemde doorvoervergunningen gelden voor de heen- en terugreis.

In 1995 en de daaropvolgende jaren zal de TSFR, tot aan de inwerkingtreding van een bilaterale vervoerovereenkomst tussen de Gemeenschap en de TSFR, het aantal belastingvrije en belastbare vergunningen alsook de vergunningen voor gecombineerd vervoer met dezelfde percentages als die voor 1994 verhogen.

Ik zou U dankbaar zijn voor Uw bevestiging dat de Europese Economische Gemeenschap met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

B. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

"Tijdens de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek (TSFR), werd de volgende Overeenkomst bereikt:

1. De partijen bij de Europa-Overeenkomst nemen geen maatregelen waardoor afbreuk zou worden gedaan aan de situatie welke het gevolg is van de toepassing van de bestaande bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en de TSFR.

2. Meer in het bijzonder verstrekt de TSFR, in het kader van een algemene oplossing voor de vraagstukken in verband met de doorvoer door de TSFR, voor die Lid-Staten van de Gemeenschap die het meest rechtstreeks betrokken zijn, in 1991 2 000 bijkomende belastbare vergunningen in aanvulling op de bestaande contingenten die ingevolge de bilaterale overeenkomsten voor 1991 zijn toegekend. Bovendien zal de TSFR in 1992, 1993 en 1994 in aanvulling op de bestaande contingenten welke ingevolge de bilaterale overeenkomsten voor 1991 voorheen zijn toegekend, met inbegrip van de vorenstaande 2 000 vergunningen, op de volgende wijze vergunningen verstrekken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Vergunningen voor gecombineerd vervoer zullen door vrachtwagens moeten worden gebruikt om het grondgebied van de TSFR door middel van de spoorwegen van de TSFR in de vorm van "rollende wegen" te passeren, op voorwaarde dat de kosten en de tijd welke met deze wijze van vervoer gemoeid zijn vergelijkbaar zullen zijn met die van belastbaar wegvervoer. Voor het aantal vergunningen waarbij deze voorwaarden niet kunnen worden vervuld zal de TSFR vergunningen voor belastbare doorvoer verstrekken. Alle bovengenoemde doorvoervergunningen gelden voor de heen- en terugreis.

In 1995 en de daaropvolgende jaren zal de TSFR, tot aan de inwerkingtreding van een bilaterale vervoerovereenkomst tussen de Gemeenschap en de TSFR, het aantal belastingvrije en belastbare vergunningen alsook de vergunningen voor gecombineerd vervoer met dezelfde percentages als die voor 1994 verhogen.

Ik zou U dankbaar zijn voor Uw bevestiging dat de Europese Economische Gemeenschap met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting.

".

Ik heb de eer te bevestigen dat de Europese Gemeenschap met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

Briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Slowaakse Republiek met betrekking tot de infrastructuur voor vervoer over land

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer U hierbij te bevestigen dat de Europese Gemeenschap tijdens de besprekingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Slowaakse Republiek het standpunt heeft ingenomen dat zij in het kader van de bij de Overeenkomst ingestelde financiële regeling voor zover nodig financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van infrastructuur voor vervoer over land met inbegrip van gecombineerd vervoer.

Ik zou U dankbaar zijn voor Uw bevestiging dat de Slowaakse Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

B. Brief van de Slowaakse Republiek

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

"Ik heb de eer U hierbij te bevestigen dat de Europese Gemeenschap tijdens de besprekingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Slowaakse Republiek het standpunt heeft ingenomen dat zij in het kader van de bij de Overeenkomst ingestelde financiële regeling voor zover nodig financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van infrastructuur voor vervoer over land, met inbegrip van gecombineerd vervoer.

Ik zou U dankbaar zijn voor Uw bevestiging dat de Slowaakse Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van Uw brief akkoord kan gaan.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van de Slowaakse Republiek

BIJLAGE II

OVEREENKOMST in de vorm van een briefwisseling tot wijziging van de briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek inzake doorvoer ondertekend te Brussel op 16 december 1991

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ter gelegenheid van de ondertekening op 16 december 1991 van de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschappen en hun Lid-Staten en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek en van de Interimovereenkomst betreffende het handelsverkeer en aanverwante zaken tussen de Europese Economische Gemeenschap ("de Gemeenschap") en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, werden overeenkomsten in de vorm van briefwisselingen tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek inzake doorvoer ondertekend. De Europa-Overeenkomst is nog niet in werking getreden. De Interimovereenkomst is op 1 maart 1992 in werking getreden.

Sedert de ondertekening van de briefwisselingen heeft de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek de kosten van belastbare doorvoervergunningen verhoogd. Dit besluit heeft gevolgen voor de in december gemaakte afspraken betreffende doorvoer en de partijen achten het noodzakelijk via de onderhavige briefwisseling een overeenkomst te sluiten tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling ten einde daarmede rekening te houden.

Derhalve stel ik voor de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling als volgt te wijzigen:

In punt 2 wordt na de eerste zin van de eerste alinea de volgende zin ingevoegd: "De kosten per belastbare vergunning bedragen 18 500 Tsjechoslowaakse kronen.".

Na de tweede alinea van punt 2 wordt de volgende tekst toegevoegd: "Beide partijen komen overeen dat, indien de doorvoersituatie op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië niet wordt genormaliseerd, zij vóór het einde van het jaar gezamenlijk zullen nagaan welke wijzigingen eventueel in de bovengenoemde afspraken kunnen worden aangebracht. Wijzigingen in de bovenstaande bepalingen kunnen in onderling overleg tussen de partijen worden aangebracht.".

Als het bovenstaande aanvaardbaar is voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, moge ik voorstellen dat deze brief, te zamen met uw antwoord daarop, een wijziging op de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling zal vormen.

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de in de voorgaande alinea bedoelde procedures. Zij is van toepassing vanaf 15 maart 1992.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat de Regering van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

B. Brief van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

Mijnheer,

Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

"Ter gelegenheid van de ondertekening op 16 december 1991 van de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschappen en hun Lid-Staten en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek en van de Interimovereenkomst betreffende het handelsverkeer en aanverwante zaken tussen de Europese Economische Gemeenschap ("de Gemeenschap") en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, werden overeenkomsten in de vorm van briefwisselingen tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek inzake doorvoer ondertekend. De Europa-Overeenkomst is nog niet in werking getreden. De Interimovereenkomst is op 1 maart 1992 in werking getreden.

Sedert de ondertekening van de briefwisselingen heeft de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek de kosten van belastbare doorvoervergunningen verhoogd. Dit besluit heeft gevolgen voor de in december gemaakte afspraken betreffende doorvoer en de partijen achten het noodzakelijk via de onderhavige briefwisseling een overeenkomst te sluiten tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling, ten einde daarmede rekening te houden.

Derhalve stel ik voor de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling als volgt te wijzigen:

In punt 2 wordt na de eerste zin van de eerste alinea de volgende zin ingevoegd: "De kosten per belastbare vergunning bedragen 18 500 Tsjechoslowaakse kronen.".

Na de tweede alinea van punt 2 wordt de volgende tekst toegevoegd: "Beide partijen komen overeen dat, indien de doorvoersituatie op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië niet wordt genormaliseerd, zij vóór het einde van het jaar gezamenlijk zullen nagaan welke wijzigingen eventueel in de bovengenoemde afspraken kunnen worden aangebracht. Wijzigingen in de bovenstaande bepalingen kunnen in onderling overleg tussen de partijen worden aangebracht.".

Als het bovenstaande aanvaardbaar is voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, moge ik voorstellen dat deze brief, te zamen met uw antwoord daarop, een wijziging op de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling zal vormen.

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de in de voorgaande alinea bedoelde procedures. Zij is van toepassing vanaf 15 maart 1992.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat de Regering van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.".

Ik heb de eer te bevestigen dat de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief akkoord kan gaan.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

OVEREENKOMST in de vorm van een briefwisseling ter vervanging van de briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot de infrastructuur voor vervoer over land ondertekend te Brussel op 16 december 1991

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ter gelegenheid van de ondertekening op 16 december 1991 van de Interimovereenkomst betreffende handelsverkeer en aanverwante zaken tussen de Europese Economische Gemeenschap ("de Gemeenschap") en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, werd een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot de infrastructuur voor vervoer over land ondertekend. De Interimovereenkomst is op 1 maart 1992 in werking getreden.

Sedert de ondertekening van de briefwisseling heeft de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek de kosten van belastbare doorvoervergunningen verhoogd. Deze wet heeft gevolgen voor de in december gemaakte afspraken betreffende doorvoer en de partijen achten het noodzakelijk via de onderhavige briefwisseling een overeenkomst te sluiten tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling, ten einde dit in aanmerking te nemen.

Derhalve stel ik voor de tekst van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling te vervangen door de volgende tekst:

"Ik heb de eer u hierbij te bevestigen dat de Gemeenschap alle begrip heeft voor de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek op het gebied van het vervoer wordt geconfronteerd en dat zij in het kader van de overeengekomen financiële regeling voor zover nodig financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van infrastructuren voor het vervoer over land, met inbegrip van gecombineerd vervoer.

In dit verband neem ik kennis van de uitleg van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek omtrent de dringende behoefte aan financiële bijstand om de infrastructuur voor vervoer over land in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek aan te passen aan het toegenomen transitoverkeer in dat land.

De partijen komen overeen om in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst te zoeken naar mogelijkheden om bij te dragen tot de verbetering van die infrastructuur in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, waarbij bijzondere aandacht zal worden besteed aan grensovergangen en de nabijgelegen zones, gecombineerd vervoer, autowegen voor transitoverkeer, vervoer over de binnenwateren en milieu-aspecten, onverminderd de beoordeling van projecten volgens de bestaande procedures.

De partijen komen voorts overeen zo spoedig mogelijk besprekingen over mogelijke financiële bijstand van de Gemeenschap te openen.

De Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek zal een verdere verlaging van de kosten van belastbare vergunningen voor communautaire vervoerders overwegen naargelang van de voortgang van bovenbedoelde besprekingen.".

Als het bovenstaande aanvaardbaar is voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, moge ik voorstellen dat deze brief, te zamen met uw antwoord daarop, in de plaats zal komen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling.

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de in de voorgaande alinea bedoelde procedures. Zij is van toepassing vanaf 15 maart 1992.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat de Regering van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

B. Brief van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

Mijnheer,

Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

"Ter gelegenheid van de ondertekening op 16 december 1991 van de Interimovereenkomst betreffende het handelsverkeer en aanverwante zaken tussen de Europese Economische Gemeenschap ("de Gemeenschap") en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, werd een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot de infrastructuur voor vervoer over land ondertekend. De Interimovereenkomst is op 1 maart 1992 in werking getreden.

Sedert de ondertekening van de briefwisseling heeft de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek de kosten van belastbare doorvoervergunningen verhoogd. Deze wet heeft gevolgen voor de in december gemaakte afspraken betreffende doorvoer en de partijen achten het noodzakelijk via de onderhavige briefwisseling een overeenkomst te sluiten tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling, ten einde dit in aanmerking te nemen.

Derhalve stel ik voor de tekst van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling te vervangen door de volgende tekst:

"Ik heb de eer u hierbij te bevestigen dat de Gemeenschap alle begrip heeft voor de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek op het gebied van het vervoer wordt geconfronteerd en dat zij in het kader van de overeengekomen financiële regeling voor zover nodig financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van infrastructuren voor het vervoer over land, met inbegrip van gecombineerd vervoer.

In dit verband neem ik kennis van de uitleg van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek omtrent de dringende behoefte aan financiële bijstand om de infrastructuur voor vervoer over land in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek aan te passen aan het toegenomen transitoverkeer in dat land.

De partijen komen overeen om in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst te zoeken naar mogelijkheden om bij te dragen tot de verbetering van die infrastructuur in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, waarbij bijzondere aandacht zal worden besteed aan grensovergangen en de nabijgelegen zones, gecombineerd vervoer, autowegen voor transitoverkeer, vervoer over de binnenwateren en milieu-aspecten, onverminderd de beoordeling van projecten volgens de bestaande procedures.

De partijen komen voorts overeen zo spoedig mogelijk besprekingen over mogelijke financiële bijstand van de Gemeenschap te openen.

De Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek zal een verdere verlaging van de kosten van belastbare vergunningen voor communautaire vervoerders overwegen naargelang van de voortgang van bovenbedoelde besprekingen.".

Als het bovenstaande aanvaardbaar is voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, moge ik voorstellen dat deze brief, te zamen met uw antwoord daarop, in de plaats zal komen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling.

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de in de voorgaande alinea bedoelde procedures. Zij is van toepassing vanaf 15 maart 1992.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat de Regering van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.".

Ik heb de eer te bevestigen dat de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief akkoord kan gaan.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

OVEREENKOMST in de vorm van een briefwisseling ter vervanging van de briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot de infrastructuur voor vervoer over land ondertekend te Brussel op 16 december 1991

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ter gelegenheid van de ondertekening op 16 december 1991 van de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschappen en hun Lid-Staten en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, werd een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot de infrastructuur voor vervoer over land ondertekend. De Europa-Overeenkomst is nog niet in werking getreden.

Sedert de ondertekening van de briefwisseling heeft de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek de kosten van belastbare doorvoervergunningen verhoogd. Deze wet heeft gevolgen voor de in december gemaakte afspraken betreffende doorvoer en de partijen achten het noodzakelijk via de onderhavige briefwisseling een overeenkomst te sluiten tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling, ten einde dit in aanmerking te nemen.

Derhalve stel ik voor de tekst van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling te vervangen door de volgende tekst:

"Ik heb de eer u hierbij te bevestigen dat de Gemeenschap alle begrip heeft voor de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek op het gebied van het vervoer wordt geconfronteerd en dat zij in het kader van de bij de Europa-Overeenkomst ingestelde financiële regeling voor zover nodig financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van infrastructuren voor het vervoer over land, met inbegrip van gecombineerd vervoer.

In dit verband neem ik kennis van de uitleg van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek omtrent de dringende behoefte aan financiële bijstand om de infrastructuur voor vervoer over land in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek aan te passen aan het toegenomen transitoverkeer in dat land.

De partijen komen overeen om op basis van deze briefwisseling en onder verwijzing naar artikel 81 van de Europa-Overeenkomst te zoeken naar mogelijkheden om bij te dragen tot de verbetering van de infrastructuur in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, waarbij bijzondere aandacht zal worden besteed aan grensovergangen en de nabijgelegen zones, gecombineerd vervoer, autowegen voor transitoverkeer, vervoer over de binnenwateren en milieu-aspecten, onverminderd de beoordeling van projecten volgens de bestaande procedures.

De partijen komen voorts overeen zo spoedig mogelijk besprekingen over mogelijke financiële bijstand van de Gemeenschap te openen.

De Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek zal een verdere verlaging van de kosten van belastbare vergunningen voor communautaire vervoerders overwegen naargelang van de voortgang van bovenbedoelde besprekingen.".

Als het bovenstaande aanvaardbaar is voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, moge ik voorstellen dat deze brief, te zamen met uw antwoord daarop, in de plaats zal komen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling.

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de in de voorgaande alinea bedoelde procedures. Zij is van toepassing vanaf 15 maart 1992.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat de Regering van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

B. Brief van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

Mijnheer,

Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

"Ter gelegenheid van de ondertekening op 16 december 1991 van de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschappen en hun Lid-Staten en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, werd een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met betrekking tot de infrastructuur voor vervoer over land ondertekend. De Europa-Overeenkomst is nog niet in werking getreden.

Sedert de ondertekening van de briefwisseling heeft de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek de kosten van belastbare doorvoervergunningen verhoogd. Deze wet heeft gevolgen voor de in december gemaakte afspraken betreffende doorvoer en de partijen achten het noodzakelijk via de onderhavige briefwisseling een overeenkomst te sluiten tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling, ten einde dit in aanmerking te nemen.

Derhalve stel ik voor de tekst van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling te vervangen door de volgende tekst:

"Ik heb de eer u hierbij te bevestigen dat de Gemeenschap alle begrip heeft voor de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek op het gebied van het vervoer wordt geconfronteerd en dat zij in het kader van de bij de Europa-Overeenkomst ingestelde financiële regeling voor zover nodig financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van infrastructuren voor het vervoer over land, met inbegrip van gecombineerd vervoer.

In dit verband neem ik kennis van de uitleg van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek omtrent de dringende behoefte aan financiële bijstand om de infrastructuur voor vervoer over land in de Tsjechische en Slowaakse Republiek aan te passen aan het toegenomen transitoverkeer in dat land.

De partijen komen overeen om op basis van deze briefwisseling en onder verwijzing naar artikel 81 van de Europa-Overeenkomst te zoeken naar mogelijkheden om bij te dragen tot de verbetering van die infrastructuur in de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, waarbij bijzondere aandacht zal worden besteed aan grensovergangen en de nabijgelegen zones, gecombineerd vervoer, autowegen voor transitoverkeer, vervoer over de binnenwateren en milieu-aspecten, onverminderd de beoordeling van projecten volgens de bestaande procedures.

De partijen komen voorts overeen zo spoedig mogelijk besprekingen over mogelijke financiële bijstand van de Gemeenschap te openen.

De Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek zal een verdere verlaging van de kosten van belastbare vergunningen voor communautaire vervoerders overwegen naargelang van de voortgang van bovenbedoelde besprekingen.".

Als het bovenstaande aanvaardbaar is voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, moge ik voorstellen dat deze brief, te zamen met uw antwoord daarop, in de plaats zal komen van de op 16 december 1991 ondertekende briefwisseling.

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de in de voorgaande alinea bedoelde procedures. Zij is van toepassing vanaf 15 maart 1992.

Ik moge u verzoeken mij te willen bevestigen dat de Regering van de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief kan instemmen.".

Ik heb de eer te bevestigen dat de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek met de inhoud van deze brief akkoord kan gaan.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

SLOTAKTE

De gevolmachtigden van:

HET KONINKRIJK BELGIË,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

IERLAND,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL en het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE,

hierna "Lid-Staten" te noemen, en van

de EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL en de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE,

hierna "de Gemeenschap" te noemen, enerzijds, en

de gevolmachtigden van de SLOWAAKSE REPUBLIEK,

anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg, de vierde oktober van het jaar negentienhonderd drieënnegentig, ter gelegenheid van de ondertekening van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand komt tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten enerzijds en de Slowaakse Republiek anderzijds ("de Europa-Overeenkomst"),

hebben de volgende teksten aangenomen:

De Europa-Overeenkomst en de volgende Protocollen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Slowaakse Republiek hebben de hierna genoemde en aan deze Slotakte gehechte gemeenschappelijke verklaringen goedgekeurd:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 8, lid 4, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38, lid 1, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende hoofdstuk II van titel IV van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende hoofdstuk III van titel IV van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 57, lid 3, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 59 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 67 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 109 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 117, lid 2, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van Protocol nr. 6.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Slowaakse Republiek hebben tevens kennis genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte briefwisselingen:

Briefwisseling betreffende bepaalde regelingen voor levende runderen

Briefwisseling betreffende artikel 68 van de Overeenkomst

Briefwisseling betreffende de specificatie van de gebieden van gemeenschappelijk belang die voor financiële bijstand in aanmerking komen.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Slowaakse Republiek hebben voorts kennis genomen van de aan deze Slotakte gehechte verklaring van de Franse Regering:

Verklaring van de Franse Regering betreffende haar landen en gebieden overzee.

De gevolmachtigden van de Slowaakse Republiek hebben kennis genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte verklaringen:

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 6 en artikel 117 van de Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende hoofdstuk I van titel IV van de Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 8, lid 4, van Protocol nr. 2 over EGKS-produkten.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de hierna genoemde en aan deze Slotakte gehechte verklaring:

Brief van de Regering van de Slowaakse Republiek aan de Gemeenschap betreffende Protocol nr. 2.

Hecho en Luxemburgo, el cuatro de octubre de mil novecientos noventa y tres.

Udfærdiget i Luxembourg, den fjerde oktober nitten hundrede og treoghalvfems.

Geschehen zu Luxemburg am vierten Oktober neunzehnhundertdreiundneunzig.

¸ãéíå óôï Ëïõîåìâïýñãï, óôéò ôÝóóåñéò Ïêôùâñßïõ ÷ßëéá åííéáêüóéá åííåíÞíôá ôñßá.

Done at Luxembourg on the fourth day of October in the year one thousand nine hundred and ninety-three.

Fait à Luxembourg, le quatre octobre mil neuf cent quatre-vingt-treize.

Fatto a Lussemburgo, addì quattro ottobre millenovecentonovantatré.

Gedaan te Luxemburg, de vierde oktober negentienhonderd drieënnegentig.

Feito em Luxemburgo, em quatro de Outubro de mil novecentos e noventa e três.

Dané v Luxemburgu Ostvrtého októbra tisíc devä Otsto devä Otdesiattri.

Pour le Royaume de Belgique

Voor het Koninkrijk België

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

På Kongeriget Danmarks vegne

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Für die Bundesrepublik Deutschland

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Ãéá ôçí ÅëëçíéêÞ Äçìïêñáôßá

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Por el Reino de España

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Pour la République française

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

For Ireland

Thar cheann Na hÉireann

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Per la Repubblica italiana

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Pour le Grand-Duché de Luxembourg

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Pela República Portuguesa

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

For the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Por el Consejo y la Comisión de las Comunidades Europeas

For Rådet og Kommissionen for De Europæiske Fællesskaber

Für den Rat und die Kommission der Europäischen Gemeinschaften

Ãéá ôï Óõìâïýëéï êáé ôçí ÅðéôñïðÞ ôùí Åõñùðáúêþí ÊïéíïôÞôùí

For the Council and the Commission of the European Communities

Pour le Conseil et la Commission des Communautés européennes

Per il Consiglio e la Commissione delle Comunità europee

Voor de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen

Pelo Conselho e pela Comissão das Comunidades Europeias

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Za Slovenskú republiku

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Gemeenschappelijke verklaringen

1. Artikel 8, lid 4

De Gemeenschap en de Slowaakse Republiek bevestigen dat, wanneer er tot tariefverlaging wordt overgegaan via een schorsing van de rechten voor een bepaalde tijd, deze verlaagde rechten de basisrechten slechts vervangen voor de periode waarin een dergelijke schorsing wordt toegepast en dat, telkens wanneer er tot gedeeltelijke schorsing van rechten wordt overgegaan, het preferentiële element tussen beide partijen behouden zal blijven.

2. Artikel 38, lid 1

Als overeengekomen wordt beschouwd dat onder het begrip "de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten" waar nodig ook communautaire voorschriften worden verstaan.

3. Artikel 38

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip "kinderen" overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt omschreven.

4. Artikel 39

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip "hun gezinsleden" overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt omschreven.

5. Hoofdstuk II van titel IV

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk IV van titel V komen de partijen overeen dat de behandeling van onderdanen of vennootschappen van een van beide partijen als minder gunstig dan de wijze waarop de andere partij wordt behandeld zal worden beschouwd, indien die behandeling in rechte of in feite minder gunstig is dan behandeling van de andere partij.

6. Hoofdstuk III van titel IV

De partijen zullen ernaar streven om tot een over en weer bevredigend resultaat te komen in het kader van de onderhandelingen over dienstverlening die momenteel plaatsvinden in de Uruguay-Ronde.

7. Artikel 57, lid 3

De partijen verklaren dat er in de Overeenkomsten waarnaar in artikel 57, lid 3, wordt verwezen naar zou moeten worden gestreefd om de vervoersvoorschriften en -beleidsmaatregelen die in de Gemeenschap en in haar Lid-Staten van toepassing zijn, zoveel mogelijk ook tot de betrekkingen tussen de Gemeenschap en de Slowaakse Republiek op vervoersgebied uit te breiden.

8. Artikel 59

Het feit dat er een visum wordt vereist voor natuurlijke personen van bepaalde partijen, dat wil zeggen uit bepaalde landen en niet uit andere, wordt niet op zichzelf beschouwd als iets dat uit een specifieke verbintenis voortvloeiende voordelen teniet doet of daaraan afbreuk kan doen.

9. Artikel 60

Telkens wanneer er een beroep wordt gedaan op de Associatieraad om maatregelen te treffen tot verdere liberalisering op de terreinen diensten- of personenverkeer, dan bepaalt hij ook voor welke transacties in verband met dergelijke maatregelen betalingen moeten worden toegestaan in vrije convertibele valuta.

10. Artikel 64

De partijen maken geen verkeerd gebruik van de bepalingen inzake het beroepsgeheim, ter voorkoming van de onthulling van informatie op concurrentiegebied.

11. Artikel 67

De partijen komen overeen dat, in de zin van deze Associatieovereenkomst, aan het begrip "intellectuele, industriële en commerciële eigendom" een soortgelijke betekenis dient te worden gegeven als in artikel 36 van het EEG-Verdrag en dat dit in het bijzonder het volgende omvat: de bescherming van auteursrecht en verwante rechten, octrooien, tekeningen en modellen van nijverheid, warenmerken en dienstmerken, software, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, evenals bescherming tegen oneerlijke concurrentie en van niet-openbaargemaakte informatie over know-how.

12. Artikel 109

De partijen komen overeen dat de Associatieraad overeenkomstig artikel 109 van de Overeenkomst een onderzoek zal instellen met betrekking tot de oprichting van een adviesorgaan dat is samengesteld uit leden van het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en overeenkomstige partners van de Slowaakse Republiek.

13. Artikel 117, lid 2

De overeenkomstsluitende partijen komen met het oog op de juiste uitlegging en de toepassing van de Overeenkomst overeen dat onder de in artikel 117 van de Overeenkomst vermelde term "bijzonder dringende gevallen" wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in:

a) afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht,

of

b) schending van essentiële onderdelen van de Overeenkomst, met name artikel 6.

14. Artikel 5 van Protocol nr. 6

De overeenkomstsluitende partijen onderstrepen met klem dat de verwijzing in artikel 5 van Protocol nr. 6 naar hun eigen wetgeving, zo nodig ook een internationale verbintenis die zij eventueel zouden zijn aangegaan kan dekken, zoals het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken, zoals gesloten in Den Haag op 15 november 1965.

Verklaring van de Franse Regering

Frankrijk merkt op dat de Europa-Overeenkomst met de Slowaakse Republiek niet van toepassing is op de landen en gebieden overzee die krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap met de Europese Economische Gemeenschap geassocieerd zijn.

Verklaringen van de Europese Gemeenschap

1. Artikelen 6 en 117 van de Overeenkomst

De clausule inzake eerbiediging van de mensenrechten als essentieel onderdeel van de Overeenkomst en de clausule inzake bijzonder dringende gevallen zijn in de Overeenkomst opgenomen ingevolge het beleid dat de Gemeenschap op het gebied van de mensenrechten volgt op grond van de Verklaring van de Raad van 11 mei 1992, die voorziet in het opnemen van deze clausules in de samenwerkings- of associatieovereenkomsten tussen de Gemeenschap en haar partners in het kader van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa.

2. Hoofdstuk I van titel IV

De Gemeenschap verklaart dat niets in de de bepalingen van hoofdstuk I: "Verkeer van werknemers" dient te worden opgevat als een inbreuk op welke bevoegdheid van de Lid-Staten dan ook met betrekking tot de betreding van en het verblijf op hun grondgebied van werknemers en hun gezinsleden.

3. Artikel 8, lid 4, van Protocol nr. 2 inzake EGKS-produkten

Als overeengekomen wordt beschouwd dat de mogelijkheid om de periode van vijf jaar bij uitzondering uit te breiden strikt beperkt blijft tot het bijzondere geval de Slowaakse Republiek en geen afbreuk doet aan het standpunt van de Gemeenschap ten opzichte van andere gevallen of vooruitloopt op internationale verbintenissen. Bij de mogelijkheid tot afwijking waarin lid 4 voorziet wordt rekening gehouden met de bijzondere moeilijkheden waarmee de Slowaakse Republiek bij de herstructurering van haar staalsector heeft te kampen, en met het feit dat dit proces nog pas zeer kort geleden op gang is gebracht.

Brief van de Regering van de Slowaakse Republiek aan de Gemeenschap betreffende Protocol nr. 2

De Regering van de Slowaakse Republiek verklaart dat zij geen beroep zal doen op de bepalingen van Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten, inzonderheid artikel 8, ten einde de verenigbaarheid met dit Protocol van de door de kolenindustrie van de Gemeenschap met de elektriciteitsbedrijven en de ijzer- en staalindustrie ter waarborging van de verkoop van kolen van de Gemeenschap gesloten overeenkomsten niet ter discussie te stellen.