Protocol tot vaststelling van de voor de periode van 3 mei 1994 tot en met 2 mei 1996 geldende vangstmogelijkheden en de financiële compensatie, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Volksrepubliek Angola inzake de visserij voor de kust van Angola - Bijlage: Voorwaarden voor de uitoefening van de visserij met vaartuigen van de Gemeenschap in de wateren van Angola
Publicatieblad Nr. L 324 van 16/12/1994 blz. 0002 - 0015
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 4 Deel 6 blz. 0156
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 4 Deel 6 blz. 0156
PROTOCOL tot vaststelling van de voor de periode van 3 mei 1994 tot en met 2 mei 1996 geldende vangstmogelijkheden en de financiële compensatie, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Volksrepubliek Angola inzake de visserij voor de kust van Angola Artikel 1 Met ingang van 3 mei 1994 en voor een periode van twee jaar zijn de in artikel 2 van de Overeenkomst bedoelde grenzen: 1. vaartuigen voor de garnalenvisserij: op jaarbasis gemiddeld 6 550 brt per maand (ten hoogste 22 vaartuigen). De hoeveelheden die door de vaartuigen uit de Gemeenschap mogen worden gevangen bestaan voor 30 % uit roze garnaal en 70 % uit grijze garnaal; 2. trawlers voor de visserij op demersale soorten: op jaarbasis gemiddeld 1 900 brt per maand (ten hoogste vijf vaartuigen); 3. grondbeug, staand kieuwnet: 900 brt per maand op jaarbasis. Gerichte visserij op Centrophorus granulosus is verboden; 4. vriesvaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen: 19 vaartuigen; 5. vaartuigen voor de visserij met de drijflijn: 5 vaartuigen. Artikel 2 1. De in artikel 7 van de Overeenkomst bedoelde financiële compensatie wordt voor de in artikel 1 vastgestelde periode bepaald op 13 900 000 ecu, in twee gelijke jaarlijkse tranches over te maken op een door het Ministerie van Visserij aan te geven rekening. 2. Wanneer vaartuigen buiten de werkingssfeer van de Overeenkomst komen te vallen en de Angolese autoriteiten niet toestaan dat ze door andere vaartuigen worden vervangen, wordt de in punt 1 bedoelde financiële compensatie verlaagd in evenredigheid met de vermindering van de vangstmogelijkheden die daaruit voor de Gemeenschap voortvloeien. 3. De besteding van deze compensatie behoort uitsluitend tot de bevoegdheid van Angola. Artikel 3 Tijdens de in artikel 1 bedoelde periode draagt de Gemeenschap voor een bedrag van 2 800 000 ecu bij in de financiering van wetenschappelijke en technische programma's van Angola (uitrusting, infrastructuur, bewaking, studiebijeenkomsten, studies, enz.). Dit bedrag wordt in twee gelijke jaarlijkse tranches ter beschikking gesteld van het Onderzoekcentrum van het Ministerie van Visserij. Een deel van dit bedrag mag gebruikt worden om de bijdragen van Angola aan de internationale visserijorganisaties te betalen. Artikel 4 Beide partijen zijn het erover eens dat verbetering van de vakbekwaamheid en kennis van de personen die werkzaam zijn in de zeevisserij essentieel is voor het succes van hun samenwerking. Daarom stelt de Gemeenschap beurzen beschikbaar aan de Angolese autoriteiten, voor studie en praktijkopleiding op de diverse terreinen van wetenschap, techniek en economie die de visserij betreffen. Deze beurzen mogen ook gebruikt worden in elke Staat waarmee de Gemeenschap verbonden is door een samenwerkingsovereenkomst. In totaal mogen de kosten van deze beurzen ten hoogste 1 800 000 ecu bedragen. Dit bedrag wordt overgemaakt in twee gelijke delen per jaar op de door het Ministerie van Visserij aangewezen rekening. Genoemd ministerie beheert alle beurzen en andere aldus gefinancierde acties. Artikel 5 Als de Gemeenschap de in de artikelen 2, 3 en 4 vermelde betalingen niet binnen de vastgestelde termijn verricht, kan de toepassing van de Overeenkomst worden geschorst. Artikel 6 De bijlage bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Regering van de Volksrepubliek Angola inzake de visserij voor de kust van Angola wordt ingetrokken en vervangen door de bijlage bij dit Protocol. Artikel 7 Dit Protocol treedt in werking op de datum van ondertekening. Het is van toepassing met ingang van 3 mei 1994. BIJLAGE Voorwaarden voor de uitoefening van de visserij met vaartuigen van de Gemeenschap in de wateren van Angola A. PROCEDURE VOOR HET AANVRAGEN EN DE AFGIFTE VAN VERGUNNINGEN a) De Commissie van de Europese Gemeenschappen dient via haar delegatie in Angola uiterlijk 15 dagen vóór de datum waarop de gewenste geldigheidstermijn begint, bij de voor de visserij bevoegde autoriteit van Angola een door de reder opgestelde vergunningsaanvraag in voor elk vaartuig waarmee hij in het kader van deze Overeenkomst wenst te vissen. De aanvraag wordt ingediend op de daartoe door Angola verstrekte formulieren, waarvan een model in de aanhangsels 1 en 2 is opgenomen. Elke aanvraag dient vergezeld te gaan van een bewijs van betaling van de voor de duur van de vergunning verschuldigde rechten. b) Elke vergunning wordt aan de reder afgegeven voor één bepaald vaartuig. Op verzoek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt, wanneer bewezen is dat er sprake is van overmacht, de vergunning voor een vaartuig vervangen door een vergunning voor een ander vaartuig van de Gemeenschap. c) De vergunningen worden door de autoriteiten van Angola in de haven van Loeanda afgegeven aan de kapiteins van de vaartuigen, nadat de vaartuigen door de bevoegde instantie zijn geïnspecteerd. Voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en vaartuigen voor de visserij met de drijflijn kan evenwel een kopie van de vergunning per fax aan de reder of aan zijn vertegenwoordiger of agent worden gezonden. d) De delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Angola ontvangt een kennisgeving van de vergunningen die zijn afgegeven door de voor visserij bevoegde autoriteit van Angola. e) De vergunning moet steeds aan boord zijn. f) De vergunningen hebben een geldigheidsduur van een jaar. g) Elk vaartuig wordt vertegenwoordigd door een door het Ministerie van Visserij erkende agent. h) De autoriteiten van Angola delen zo spoedig mogelijk mee welke bankrekeningen en munteenheden dienen te worden gebruikt voor de financiële afwikkeling van de Overeenkomst. B. VOOR DE VERGUNNING VERSCHULDIGDE RECHTEN I. Voorschriften voor trawlers De verschuldigde rechten worden als volgt vastgesteld: - vaartuigen waarmee op garnaal wordt gevist: 56 ecu/brt per maand; - visserij op demersale soorten: 195 ecu/brt per jaar. De rechten kunnen om het kwartaal of om het halfjaar worden betaald. In dat geval wordt het bedrag ervan met respectievelijk 5 en 3 % verhoogd. Gedurende de geldigheidsduur van dit Protocol dragen de reders van de garnalenvisserijvloot jaarlijks voor een bedrag van 350 000 ecu bij in de kosten voor de uitvoering van wetenschappelijke studies en, eventueel, van onderzoekcampagnes. II. Voorschriften voor vaartuigen waarmee op tonijn wordt gevist en voor vaartuigen voor de visserij met de drijflijn De rechten bedragen 20 ecu per ton tonijn die in de visserijzone van Angola is gevangen. De vergunningen voor vaartuigen waarmee op tonijn wordt gevist, worden afgegeven nadat aan Angola een forfaitair bedrag van 4 000 ecu per jaar is betaald voor elk vriesvaartuig voor de tonijnvisserij met de zegen, overeenkomend met de jaarlijkse rechten voor een vangst van 200 ton, en een forfaitair bedrag van 2 000 ecu per jaar per vaartuig voor de visserij met de drijflijn, overeenkomend met de jaarlijkse rechten voor een vangst van 100 ton. De definitief voor een bepaald visseizoen verschuldigde visrechten worden door de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan het einde van het eerste kwartaal van het jaar volgend op het jaar van de vangst vastgesteld aan de hand van de vangstaangiften per vaartuig en bevestigd door een gespecialiseerde wetenschappelijke instantie in het betrokken gebied. De definitieve afrekening wordt gelijktijdig medegedeeld aan de autoriteiten van Angola en aan de reders. De reders moeten het eventuele bijkomende bedrag binnen 30 dagen na kennisgeving van de definitieve afrekening betalen op een rekening bij een financiële instelling of bij een andere, door de Angolese autoriteiten aangewezen instantie. Als echter het bedrag van de definitieve afrekening lager is dan het bovenbedoelde voorschot, wordt het verschil niet terugbetaald. C. BIJVANGSTEN De bijvangsten bij de garnalenvisserij zijn eigendom van de reders. Vaartuigen waarmee op garnaal wordt gevist, mogen per jaar 500 ton krab vangen. D. AANVOER De vaartuigen van de Gemeenschap voor de tonijnvisserij met de drijflijn trachten tot de voorziening van de tonijnconservenfabrieken van Angola bij te dragen in verhouding tot de omvang van hun visserijactiviteit in de zone, en tegen een prijs die, in overleg tussen de reders en de visserijautoriteiten van Angola, wordt vastgesteld op basis van de courante prijzen op de internationale markt. Het bedrag wordt betaald in convertibele valuta. E. OVERLADING Elke overlading moet acht dagen van tevoren ter kennis worden gebracht van de bevoegde visserijautoriteiten van Angola en moet plaatsvinden in een van de baaien van Loeanda/Lobito in aanwezigheid van de belastingautoriteiten van Angola. Een kopie van de documenten met betrekking tot overladingen moet 15 dagen vóór het einde van elke maand voor de daaraan voorafgaande maand worden toegezonden aan de Dienst Inspectie en Controle van het Ministerie van Visserij. F. VANGSTAANGIFTEN 1. Vaartuigen voor de garnalenvisserij en trawlers voor de visserij op demersale soorten a) Voor deze vaartuigen moeten aan het einde van elke visreis via de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen de volgens de modellen in de aanhangsels 3 en 4 opgestelde vangstaangiften aan het Onderzoekcentrum voor de visserij in Loeanda worden toegezonden. Bovendien moet voor elk vaartuig via de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen een maandelijks verslag bij het Kabinet van de minister voor het Plan of bij het Ministerie van Visserij worden ingediend waarin wordt opgegeven welke hoeveelheden in de loop van de maand zijn gevangen en welke hoeveelheden op de laatste dag van de maand aan boord waren. Dit verslag moet uiterlijk op de 45e dag na de betrokken maand worden ingediend. Angola behoudt zich het recht voor om, als niet aan deze verplichting wordt voldaan, de sancties toe te passen waarin door de Angolese wetgeving is voorzien. b) Bovendien moeten deze vaartuigen dagelijks hun geografische positie en de vangsten van de vorige dag melden aan het radiostation Loeanda. Het radio-oproepnummer zal aan de reders worden medegedeeld bij de afgifte van de visserijvergunning. Indien gebruik van de radio onmogelijk is, mogen de vaartuigen gebruik maken van andere communicatiemiddelen, zoals telex of telegram. Als deze vaartuigen de visserijzone van Angola wensen te verlaten, moeten zij daarvoor toestemming hebben van de Dienst Inspectie en Controle van het Ministerie van Visserij en moeten zij de vangst aan boord laten controleren. 2. Vaartuigen waarmee op tonijn wordt gevist en vaartuigen voor de visserij met de drijflijn Deze vaartuigen delen tijdens de periode dat in de visserijzone van Angola wordt gevist, om de drie dagen hun positie en vangstcijfers mee aan radiostation Loeanda. Bij het binnenvaren en verlaten van de visserijzone van Angola delen de vaartuigen voor de tonijnvisserij aan radiostation Loeanda hun positie en de omvang van de vangsten aan boord mee. Indien gebruik van de radio onmogelijk is, mogen de vaartuigen gebruik maken van andere communicatiemiddelen, zoals telex of telegram. Tevens dient de kapitein voor elke periode dat in de visserijzone van Angola wordt gevist, een visserijlogboek in te vullen op een formulier waarvan het model in aanhangsel 5 is opgenomen. Dit formulier moet leesbaar worden ingevuld en moet na ondertekening door de kapitein van het vaartuig binnen 45 dagen na het visseizoen via de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Loeanda worden toegezonden aan de Dienst Inspectie en Controle van het Ministerie van Visserij. Angola behoudt zich het recht voor om, als niet aan deze verplichting wordt voldaan, de sancties toe te passen waarin door de Angolese wetgeving is voorzien. G. VISSERIJZONES a) Vaartuigen waarmee op garnaal wordt gevist, hebben toegang tot alle wateren onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de Republiek Angola benoorden 12°20' en buiten de zone van 12 zeemijl, gemeten vanaf de basislijnen. b) Vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen en vaartuigen voor de visserij met de drijflijn hebben toegang tot alle wateren onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de Republiek Angola buiten de zone van 12 zeemijl, gemeten vanaf de basislijnen. c) Vaartuigen voor de visserij op demersale soorten hebben toegang tot de wateren onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de Republiek Angola: - voor trawlers: buiten de zone van 12 zeemijl, gemeten vanaf de basislijnen, tussen, in het noorden, de 13e breedtegraad en, in het zuiden, een lijn op 5 mijl ten noorden van de grens tussen de exclusieve economische zone van Angola en die van Namibië; - voor vaartuigen die gebruik maken van ander vistuig: buiten de zone van 8 zeemijl, gemeten vanaf de basislijnen, tussen, in het zuiden, een lijn op 5 mijl ten noorden van de grens tussen de exclusieve economische zone van Angola en die van Namibië. H. AANMONSTERING VAN ZEELIEDEN Reders van vaartuigen waarvoor in het kader van de Overeenkomst visserijvergunningen worden afgegeven, moeten ervoor zorgen dat aan boord van elk vaartuig vier Angolese zeelieden een praktische beroepsopleiding krijgen. Deze bepaling geldt niet voor vriesvaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en vaartuigen voor de visserij met de drijflijn. Het volgens de Angolese loonschalen vastgestelde loon van de zeelieden en andere vormen van beloning zijn voor rekening van de reders; de betrokken bedragen worden overgemaakt op een rekening bij een door het Ministerie van Visserij aangewezen financiële instelling. Als de reders andere Angolese zeelieden wensen aan te monsteren, kunnen zij dit doen via het Ministerie van Visserij. I. WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMERS Ieder vaartuig kan worden verzocht een door het Ministerie van Visserij aangewezen en betaald wetenschappelijk functionaris aan boord te nemen. Deze wetenschappelijke waarnemer geniet aan boord, voor zover mogelijk, dezelfde behandeling als de officieren van het vaartuig. De wetenschappelijke waarnemer krijgt de beschikking over alle voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken. De inscheping en de werkzaamheden van de wetenschappelijke waarnemer mogen de visserijactiviteiten niet onderbreken of hinderen. Als vergoeding voor de kosten die Angola voor de waarnemers aan boord van de vaartuigen maakt, worden de door de reders te betalen visrechten verhoogd met 8 ecu/brt per jaar voor elk vaartuig dat in de Angolese wateren vist. J. INSPECTIE EN CONTROLE Op verzoek van de Angolese autoriteiten moeten vaartuigen uit de Gemeenschap die in het kader van de Overeenkomst vissen, iedere met inspectie en controle van de visserij belaste Angolese ambtenaar aan boord toelaten om zijn taken te vervullen; zij moeten er daarbij voor zorgen dat alles vlot verloopt. Deze ambtenaren mogen niet langer aan boord blijven dan voor de vervulling van hun taken nodig is. K. BRANDSTOFVOORZIENING, REPARATIES EN ANDERE VORMEN VAN DIENSTVERLENING Voor alle vaartuigen die op grond van deze Overeenkomst in de visserijzone van Angola vissen, met uitzondering van vaartuigen waarmee op tonijn wordt gevist, moeten brandstof- en watervoorziening, onderhoud en reparaties in de scheepswerf zoveel mogelijk in Angola plaatsvinden. Bij gelijke condities dient de bemanning te worden vervoerd door de nationale luchtvaartmaatschappij van Angola. De voorziening met brandstof mag niet gebeuren op andere plaatsen dan de rede van Loeanda of Lobito, tenzij toestemming is verleend door de Dienst Inspectie en Controle van het Ministerie van Visserij. L. MAASWIJDTE De maaswijdte moet minimaal bedragen: a) voor de garnalenvisserij: 40 mm; b) voor de visserij op demersale soorten: - 60 mm, tijdens het eerste protocoljaar, - 110 mm, tijdens het tweede protocoljaar. Als een nieuwe maaswijdte wordt vastgesteld, is deze voor de vaartuigen uit de Gemeenschap pas van toepassing vanaf de zesde maand na kennisgeving aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. M. PROCEDURE BIJ AANHOUDING VAN VAARTUIGEN Als vissersvaartuigen die de vlag voeren van een Lid-Staat van de Gemeenschap in de visserijzone van Angola worden aangehouden, wordt de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Loeanda daarvan binnen 48 uur in kennis gesteld. Zij ontvangt tegelijk een verslag over de omstandigheden van en de redenen voor deze aanhouding. Aanhangsel 1 AANVRAAG VOOR EEN VERGUNNING VOOR DE VISSERIJ OP GARNALEN EN DEMERSALE SOORTEN IN DE WATEREN VAN ANGOLA >BEGIN VAN DE GRAFIEK> >EIND VAN DE GRAFIEK> Aanhangsel 2 AANVRAAG VOOR EEN VERGUNNING VOOR DE VISSERIJ OP TONIJNACHTIGEN IN DE WATEREN VAN ANGOLA >BEGIN VAN DE GRAFIEK> >EIND VAN DE GRAFIEK> Aanhangsel 3.1 LOGBOEK (voor alle vaartuigen voor de visserij met de demersale trawl) >BEGIN VAN DE GRAFIEK> >EIND VAN DE GRAFIEK> Aanhangsel 3.2 GEGEVENS BETREFFENDE DE VISREIS >BEGIN VAN DE GRAFIEK> >EIND VAN DE GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN FILM> Aanhangsel 4.1 LOGBOEK (voor alle vaartuigen voor de garnalenvisserij) >BEGIN VAN DE GRAFIEK> >EIND VAN DE GRAFIEK> Aanhangsel 4.2 GEGEVENS BETREFFENDE DE VISREIS >BEGIN VAN DE GRAFIEK> >EIND VAN DE GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN FILM> Aanhangsel 5 DIÁRIO DE PESCA PARA ATUNEIRO (TUNA BOATS FISHING LOG BOOK) >BEGIN VAN DE GRAFIEK> >EIND VAN DE GRAFIEK>