21993A0501(05)

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland over de voorlopige toepassing van de Overeenkomst betreffende sommige regelingen op landbouwgebied

Publicatieblad Nr. L 109 van 01/05/1993 blz. 0032 - 0035


OVEREENKOMST In de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland over de voorlopige toepassing van de Overeenkomst betreffende sommige regelingen op landbouwgebied

Brief nr. 1

Brussel, 17 maart 1993

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen betreffende de voorlopige toepassing van de op 2 mei 1992 te Porto ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland betreffende sommige regelingen op landbouwgebied, welke hebben plaatsgevonden in het kader van de onderhandelingen over een Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER).

Hierbij bevestig ik dat deze besprekingen hebben geleid tot de regeling tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland waarvan de tekst als volgt luidt:

"Regeling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland inzake landbouwprodukten

1. Gezien het voornemen van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-Overeenkomst om deze Overeenkomst op 1 juli 1993 in werking te laten treden en gelet op artikel 15 van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland, komen de Republiek IJsland en de Europese Economische Gemeenschap overeen dat de op 2 mei 1992 te Porto ondertekende Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland betreffende sommige regelingen op landbouwgebied, met ingang van 15 april 1993 voorlopig zal worden toegepast. Indien de EER-Overeenkomst op 1 januari 1994 niet in werking is getreden, zal deze regeling op die datum verstrijken, tenzij de overeenkomstsluitende partijen anders besluiten.

2. Met het oog op bovenvermelde voorlopige toepassing en in afwachting van de inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst, worden punt 3.2, punt 4 en punt 5 van bijlage II over de regels van oorsprong bij de op 2 mei 1992 te Porto ondertekende Overeenkomst vervangen door de volgende bepalingen:

"3.2. De bewijzen dat voldaan is aan de in punt 3.1 vermelde voorwaarden moeten aan de douane-instanties van het invoerende land worden overgelegd overeenkomstig artikel 12, lid 6, van Protocol nr. 3 bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking.

4. Voor produkten die voldoen aan de oorsprongsbenamingen van deze bijlage wordt, bij invoer in de Gemeenschap of IJsland, de Overeenkomst toegepast na overlegging van een bewijs van oorsprong dat afgegeven of opgesteld is in overeenstemming met het bepaalde in titel II van Protocol nr. 3 bij de Vrijhandelsovereenkomst.

5. Het bepaalde in Protocol nr. 3 van de Vrijhandelsovereenkomst, betreffende drawback, bewijs van oorsprong en regelingen voor de administratieve samenwerking, is van toepassing. De bepaling betreffende drawback is van toepassing met dien verstande dat het verbod van drawback uitsluitend geldt voor materialen die onder de Vrijhandelsovereenkomst vallen."".

Deze briefwisseling zal door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures worden goedgekeurd.

Ik zou het op prijs stellen indien U mij zou willen bevestigen dat de Regering van de Republiek IJsland instemt met de inhoud van deze brief.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Raad van de Europese Gemeenschappen

Brief nr. 2

Brussel, 17 maart 1993

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw schrijven van heden, dat als volgt luidt:

"Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen betreffende de voorlopige toepassing van de op 2 mei 1992 te Porto ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland betreffende sommige regelingen op landbouwgebied, welke hebben plaatsgevonden in het kader van de onderhandelingen over een Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER).

Hierbij bevestig ik dat deze besprekingen hebben geleid tot de regeling tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland waarvan de tekst als volgt luidt:

"Regeling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland inzake landbouwprodukten

1. Gezien het voornemen van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-Overeenkomst om deze Overeenkomst op 1 juli 1993 in werking te laten treden en gelet op artikel 15 van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland, komen de Republiek IJsland en de Europese Economische Gemeenschap overeen dat de op 2 mei 1992 te Porto ondertekende Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland betreffende sommige regelingen op landbouwgebied, met ingang van 15 april 1993 voorlopig zal worden toegepast. Indien de EER-Overeenkomst op 1 januari 1994 niet in werking is getreden, zal deze regeling op die datum verstrijken, tenzij de overeenkomstsluitende partijen anders besluiten.

2. Met het oog op bovenvermelde voorlopige toepassing en in afwachting van de inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst, worden punt 3.2, punt 4 en punt 5 van bijlage II over de regels van oorsprong bij de op 2 mei 1992 te Porto ondertekende Overeenkomst vervangen door de volgende bepalingen:

"3.2. De bewijzen dat voldaan is aan de in punt 3.1 vermelde voorwaarden moeten aan de douane-instanties van het invoerende land worden overgelegd overeenkomstig artikel 12, lid 6, van Protocol nr. 3 bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking.

4. Voor produkten die voldoen aan de oorsprongsbenamingen van deze bijlage wordt, bij invoer in de Gemeenschap of IJsland, de Overeenkomst toegepast na overlegging van een bewijs van oorsprong dat afgegeven of opgesteld is in overeenstemming met het bepaalde in titel II van Protocol nr. 3 bij de Vrijhandelsovereenkomst.

5. Het bepaalde in Protocol nr. 3 van de Vrijhandelsovereenkomst, betreffende drawback, bewijs van oorsprong en regelingen voor de administratieve samenwerking, is van toepassing. De bepaling betreffende drawback is van toepassing met dien verstande dat het verbod van drawback uitsluitend geldt voor materialen die onder de Vrijhandelsovereenkomst vallen."".

Deze briefwisseling zal door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures worden goedgekeurd.

Ik zou het op prijs stellen indien U mij zou willen bevestigen dat de Regering van de Republiek IJsland instemt met de inhoud van deze brief.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van Uw schrijven instemt.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van de Republiek IJsland