21991A0727(01)

Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche - Protocol Nr . 1 de Solvabiliteitsmarge - Protocol nr . 2 het programma van werkzaamheden - Briefwisseling - Protocol nr . 3 verhouding tussen de ecu en de zwitserse frank - Protocol nr . 4 agentschappen en bijkantoren van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor is gevestigd buiten de grondgebieden waarop deze overeenkomst van toepassing is - Briefwisseling - Gemeenschappelijke verklaringen - Slotakte

Publicatieblad Nr. L 205 van 27/07/1991 blz. 0003 - 0027


OVEREENKOMST tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche

INDELING van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche

1. De Overeenkomst

Preambule

Afdeling I: Basisvoorschriften (artikelen 1 tot en met 6)

Afdeling II: Toegangsvoorwaarden (artikelen 7 tot en met 14)

Afdeling III: Uitoefeningsvoorwaarden (artikelen 15 tot en met 26)

Afdeling IV: Intrekking van de vergunning (artikelen 27 tot en met 29)

Afdeling V: Samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten (artikelen 30 tot en met 33)

Afdeling VI: Algemene en slotbepalingen (artikelen 34 tot en met 44)

Formule van ondertekening

2. Bijlage 1: Indeling van de verzekeringsbranches waarop de Overeenkomst van toepassing is

3. Bijlage 2: Definitie van verzekeringen, verrichtingen en ondernemingen waarop de Overeenkomst niet van toepassing is

4. Bijlage 3: Opsomming van de toegelaten rechtsvormen

5. Bijlage 4: Bijzondere voorschriften voor bepaalde Lid-Staten van de Gemeenschap

6. Bijlage 5: Methodes voor de berekening van de egalisatievoorziening voor de branche kredietverzekering en voorwaarden inzake de vrijstelling van de verplichting om een dergelijke voorziening te vormen

7. Protocol nr. 1: De solvabiliteitsmarge

8. Protocol nr. 2: Het programma van werkzaamheden

9. Protocol nr. 3: Verhouding tussen de ecu en de Zwitserse frank

10. Protocol nr. 4: Agentschappen en bijkantoren van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor is gevestigd buiten de grondgebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is

11. Briefwisseling nr. 1: Beginsel van non-discriminatie

12. Briefwisseling nr. 2: Reikwijdte van de vergunning

13. Briefwisseling nr. 3: Algemeen gevolmachtigde

14. Briefwisseling nr. 4: Toewijzing van onroerende goederen die in rechtstreeks bezit zijn van verzekeringsondernemingen aan het Zwitserse "Fonds de sûreté"

15. Briefwisseling nr. 5: Beleggingsbeginselen

16. Briefwisseling nr. 6: Zwitserse "Lijst van de verzekeringsbranches"

17. Briefwisseling nr. 7: Maatschappelijk kapitaal van verzekeringsondernemingen

18. Briefwisseling nr. 8: Overgangsregeling voor de hulpverlening

19. Briefwisseling nr. 9: Overgangsregeling voor de grote risico's, bedoeld in artikel 2.1 van Protocol nr. 2

20. Gemeenschappelijke verklaring van de Partijen bij de Overeenkomst inzake de periode tussen de ondertekening en de inwerkingtreding van de Overeenkomst

21. Slotakte

PREAMBULE

DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

enerzijds,

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT,

anderzijds,

OVERWEGENDE dat tussen Zwitserland en de Gemeenschap nauwe betrekkingen bestaan;

VERLANGEND om ter gelegenheid van de instelling van één verzekeringsmarkt binnen de Gemeenschap de op dit terrein tussen beide Partijen bestaande economische betrekkingen te consolideren en om, met inachtneming van billijke mededingingsvoorwaarden, de harmonische ontwikkeling van deze betrekkingen te bevorderen, waarbij de bescherming van de verzekerden wordt gewaarborgd;

VASTBESLOTEN om hiertoe op basis van wederkerigheid en non-discriminatie alsmede met inachtneming van de nodige juridische vereisten inzake het toezicht de belemmeringen voor de toegang tot en de uitoefening van het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, weg te nemen en hiermede tussen Partijen de vrijheid van vestiging op dit terrein in te voeren;

BEKLEMTONEND dat zulks in genen dele afbreuk doet aan hun wetgevende bevoegdheid, binnen de door het internationaal publiekrecht aangegeven grenzen;

ZICH BEIJVEREND alles in het werk te stellen om hun interne rechtsregels ter zake op onderling verenigbare wijze te doen evolueren;

VASTSTELLENDE dat het in het belang van hun economieën is aldus hun betrekkingen te ontwikkelen en te verdiepen op een gebied dat tot op heden nog niet het onderwerp vormde van een overeenkomst, en daardoor een bijdrage te leveren tot de coördinatie van het economische recht van beide Partijen;

VERKLAREN ZICH BEREID aan de hand van alle relevante gegevens en met name van de ontwikkeling van het communautaire verzekeringsrecht de mogelijkheid na te gaan andere overeenkomsten op het gebied van het particuliere verzekeringsbedrijf te sluiten;

ZIJN OVEREENGEKOMEN ter verwezenlijking van deze doeleinden deze Overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP:

Mevrouw Edith CRESSON

Minister van Europese Zaken,

Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen;

Sir Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT:

De heer Jean Pascal DELAMURAZ,

President van de Zwitserse Bondsstaat,

Hoofd van het Bondsdepartement voor Economische Zaken;

De heer Franz BLANKART,

Staatssecretaris,

Directeur van het Bondsbureau voor Buitenlandse Economische Aangelegenheden;

DIE, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:

AFDELING I BASISVOORSCHRIFTEN

Artikel 1

Doel van de Overeenkomst

Met deze Overeenkomst wordt beoogd op de basis van wederkerigheid de voorwaarden vast te stellen die noodzakelijk en voldoende zijn om de agentschappen en bijkantoren van ondernemingen, waarvan het hoofdkantoor gevestigd is op het grondgebied van een Partij bij de Overeenkomst, en die zich willen vestigen of gevestigd zijn op het grondgebied van de andere Partij bij de Overeenkomst in staat te stellen toegang te verkrijgen tot de werkzaamheden, anders dan in loondienst, van het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, of deze uit te oefenen.

Artikel 2

Materieel toepassingsgebied

In bijlage 1 zijn de verzekeringsbranches omschreven waarop deze Overeenkomst van toepassing is.

Artikel 3

Uitzonderingen met betrekking tot het materieel

toepassingsgebied

In bijlage 2 worden de verzekeringen, verrichtingen en ondernemingen genoemd waarop deze Overeenkomst niet van toepassing is.

Artikel 4

Toepassing van het interne recht

Het op het grondgebied van elke Partij bij de Overeenkomst geldende recht is van toepassing:

- op de punten die niet in deze Overeenkomst zijn geregeld;

- alsmede op de vraagstukken die onder de in deze Overeenkomst geregelde punten vallen, voor zover zij niet in deze Overeenkomst zijn geregeld.

Artikel 5

Beginsel van non-discriminatie

De Partijen bij de Overeenkomst verbinden zich er toe de bepalingen van deze Overeenkomst in te voeren en toe te passen volgens het beginsel van non-discriminatie.

Artikel 6

Toezichthoudende autoriteit

In de zin van deze Overeenkomst is de toezichthoudende autoriteit, wanneer het om de Gemeenschap gaat, de ter zake bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op wiens grondgebied

het hoofdkantoor van de onderneming is gevestigd of op wiens grondgebied een agentschap of bijkantoor toegang

verkrijgt tot het directe verzekeringsbedrijf of dit uitoefent.

AFDELING II TOEGANGSVOORWAARDEN

Artikel 7

Vergunningsverplichting

7.1. Iedere Partij bij de Overeenkomst stelt de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf op haar grondgebied van een onderneming die daar haar hoofdkantoor vestigt afhankelijk van een door de toezichthoudende autoriteit verleende vergunning.

7.2. Voorts stelt iedere Partij bij de Overeenkomst de opening op haar grondgebied van een agentschap of bijkantoor van een onderneming die haar hoofdkantoor op het grondgebied van de andere Partij bij de Overeenkomst heeft, afhankelijk van een door de toezichthoudende autoriteit verleende vergunning.

7.3. Bovendien stelt zij de opening op haar grondgebied van een agentschap of bijkantoor van een onderneming waarvan het hoofdkantoor is gevestigd buiten de grondgebieden waarop deze Overeenkomst ingevolge artikel 43 van toepassing is afhankelijk van een door de toezichthoudende autoriteit verleende vergunning.

Artikel 8

Reikwijdte van de vergunning

8.1. De vergunning geldt voor het dekken van risico's die zijn gelegen op het gehele grondgebied waarvoor de toezichthoudende autoriteit die de vergunning verleent bevoegd is, tenzij, voor zover de toepasselijke wetgeving zulks toelaat, de aanvrager om toestemming verzoekt zijn werkzaamheden slechts op een deel van dat grondgebied uit te oefenen.

8.2. Een risico is gelegen op het grondgebied waarvoor een toezichthoudende autoriteit bevoegd is:

- in het geval dat een verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed, hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekeringspolis wordt gedekt, wanneer de goederen zich op dat grondgebied bevinden;

- in het geval dat een verzekering betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het even welke aard, wanneer het voer- of vaartuig op dat grondgebied is geregistreerd;

- in het geval van een overeenkomst met een looptijd van vier maanden of minder, die betrekking heeft op tijdens een reis of vakantie gelopen risico's, ongeacht de branche, wanneer de verzekeringnemer de overeenkomst op dat grondgebied heeft gesloten;

- in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd in de vorige streepjes, wanneer de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats op dat grondgebied heeft of, indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is, wanneer de vestiging van deze rechtspersoon, waarop de overeenkomst betrekking heeft, op dat grondgebied is gelegen.

8.3. De vergunning wordt per branche verleend. Zij heeft betrekking op de gehele branche, behalve indien de aanvrager slechts een gedeelte wenst te dekken van de in bijlage 1, onder A, genoemde risico's die tot deze branche behoren.

Nochtans:

- mag de toezichthoudende autoriteit de vergunning verlenen voor de in bijlage 1, onder B, vermelde groepen van branches, zulks onder de daarin aangegeven benaming;

- geldt de voor een branche of een groep van branches verleende vergunning eveneens voor de dekking van de onder een andere branche vallende bijkomende risico's indien wordt voldaan aan de in bijlage 1, onder C, gestelde voorwaarden.

Artikel 9

Rechtsvorm

In bijlage 3 is aangegeven welke rechtsvormen een onderneming, waarvan het hoofdkantoor is gevestigd op het grondgebied van een Partij bij de Overeenkomst, kan aannemen.

Artikel 10

Voorwaarden voor de vergunning

10.1. Elke Partij bij de Overeenkomst stelt aan een onderneming waarvan het hoofdkantoor op het grondgebied van de andere Partij is gevestigd en die voor de opening van een agentschap of bijkantoor op haar grondgebied een vergunning aanvraagt, de eis dat zij voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) overlegging van haar statuten en de lijst van haar bestuurders;

b) overlegging van een certificaat, afgegeven door de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor is gevestigd, waarin wordt verklaard:

- dat de onderneming die de vergunnnig aanvraagt een van de in bijlage 3 genoemde rechtsvormen heeft aangenomen;

- dat deze onderneming haar doel beperkt tot het verzekeringsbedrijf en tot de verrichtingen die daaruit rechtstreeks voortvloeien, met uitsluiting van elke andere handelsactiviteit;

- ten aanzien van welke branches de onderneming bevoegd is;

- dat zij beschikt over het in artikel 3.2 van Protocol nr. 1 bedoelde minimum-garantiefonds of, in voorkomend geval, over het overeenkomstig artikel 2.2 van dat Protocol berekende minimumbedrag van de solvabiliteitsmarge indien het minimumbedrag van de solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimum-garantiefonds;

- welke risico's in feite door haar worden gedekt;

- welke de in artikel 1, onder f), van Protocol nr. 2 bedoelde financiële middelen zijn;

c) overlegging van het programma van werkzaamheden overeenkomstig Protocol nr. 2, met de balans en de winst- en verliesrekening van de onderneming voor elk der laatste drie boekjaren.

Wanneer de onderneming echter minder dan drie boekjaren bestaat, behoeft zij deze bescheiden slechts te verstrekken voor de afgesloten boekjaren indien het gaat om:

- de oprichting van een nieuwe onderneming ten gevolge van fusie van bestaande ondernemingen,

of

- de oprichting van een nieuwe onderneming door een of meer bestaande ondernemingen voor de uitoefening van een bepaalde verzekeringsbranche waarin een van de betrokken ondernemingen voordien werkzaam was;

d) aanwijzing van een algemeen gevolmachtigde die zijn woon- en verblijfplaats heeft op het grondgebied ten aanzien waarvan de toezichthoudende autoriteit van de betrokken Partij bij de Overeenkomst bevoegd is, en aan wie voldoende bevoegdheden zijn verleend om de onderneming ten opzichte van derden te verbinden en om haar tegenover de autoriteiten en de rechterlijke instanties van deze Partij bij de Overeenkomst te vertegenwoordigen.

Indien de gevolmachtigde krachtens de wettelijke voorschriften van een Partij bij de Overeenkomst een rechtspersoon kan zijn, dient deze zijn hoofdkantoor te hebben op het grondgebied van deze Partij bij de Overeenkomst en op zijn beurt een natuurlijk persoon aan te wijzen die voldoet aan de bovengestelde voorwaarden, ten einde hem te vertegenwoordigen.

10.2. Deze Overeenkomst belet niet dat de Partijen bij de Overeenkomst de bepalingen toepassen die voor alle verzekeringsondernemingen, bij het verlenen van de vergunning, goedkeuring vereisen van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, van de tarieven en van elk ander document dat voor de normale uitoefening van het toezicht vereist is.

Voor de in artikel 2.1 van Protocol nr. 2 bedoelde risico's stellen de Partijen bij de Overeenkomst echter geen bepalingen vast waarin de goedkeuring of systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, van de tarieven, van de formulieren en andere gedrukte documenten waarvan de onderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers. Voor het toezicht op de naleving, van de wettelijke

en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende deze risico's kunnen zij alleen de niet-systematische mededeling van deze voorwaarden en andere documenten eisen, zonder dat dit vereiste voor de onderneming een voorwaarde voor de uitoefening van haar werkzaamheden mag vormen.

In de zin van deze Overeenkomst omvatten de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen niet de specifieke voorwaarden die bestemd zijn om in een afzonderlijk geval rekening te houden met de bijzondere aspecten van het te dekken risico.

Deze Overeenkomst belet de Partijen bij de Overeenkomst evenmin de ondernemingen die een vergunning aanvragen voor branche 18 van bijlage 1, onder A, te onderwerpen aan

het toezicht op de directe of indirecte middelen in de vorm van personeel en uitrusting, met inbegrip van de kwalificaties van de medische staf en de kwaliteit van de uitrusting waarover zij beschikken om hun verplichtingen na te komen die onder deze branche vallen.

Artikel 11

Verlening van de vergunning

11.1. Iedere Partij bij de Overeenkomst verbindt zich ertoe de vergunning te verlenen indien de in artikel 10 gestelde voorwaarden zijn vervuld en de andere bepalingen zijn nageleefd die gelden voor ondernemingen waarvan het hoofdkantoor zich op haar grondgebied bevindt.

11.2. Partijen bij de Overeenkomst stellen de verlening van de vergunning niet afhankelijk van een depot of het storten van een waarborgsom.

11.3. Partijen bij de Overeenkomst verplichten zich ertoe om bij de beoordeling van iedere aanvraag van een vergunning de economische behoeften van de markt niet in aanmerking te nemen.

11.4. De erkenning van de aangewezen algemene gevolmachtigde mag door de toezichthoudende autoriteit slechts worden geweigerd om redenen welke verband houden met de betrouwbaarheid of met de technische kennis.

Artikel 12

Uitbreiding van het toepassingsgebied van de vergunning

12.1. Elke Partij bij de Overeenkomst stelt iedere uitbreiding van de werkzaamheden, waarvoor overeenkomstig de artikelen 7 en 8 een eerste vergunning is verleend, afhankelijk van een nieuwe vergunning.

12.2. Elke Partij bij de Overeenkomst stelt voor de uitbreiding van de werkzaamheden van het agentschap of bijkantoor tot andere branches dan wel in het geval bedoeld in artikel 8.1, de eis dat degene die de vergunning aanvraagt een programma van werkzaamheden overlegt overeenkomstig Protocol nr. 2 alsmede het in artikel 10.1, onder b), bedoelde certificaat.

Artikel 13

Vergunningsprocedure

13.1. De vergunning moet bij de toezichthoudende autoriteit worden aangevraagd door de onderneming die haar hoofdkantoor op het grondgebied van de andere Partij bij de Overeenkomst heeft.

13.2. Het in Protocol nr. 2 bedoelde programma van werkzaamheden wordt met de opmerkingen van de met het verlenen van de vergunning belaste toezichthoudende autoriteit overgelegd aan de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor is gevestigd.

Deze laatste stelt de eerstgenoemde autoriteit binnen drie maanden na ontvangst van de documenten van haar advies in kennis. Indien deze kennisgeving niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt wordt het advies van de geraadpleegde autoriteit geacht gunstig te zijn.

13.3. De toezichthoudende autoriteit bij wie de vergunning is aangevraagd stelt de aanvragende onderneming uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de vergunningaanvraag in kennis van haar besluit.

Artikel 14

Afwijzing van de vergunning

14.1. Elk besluit tot afwijzing van de vergunning moet met redenen zijn omkleed en aan de betrokken onderneming ter kennis worden gebracht.

14.2. Elke Partij bij de Overeenkomst voorziet in de mogelijkheid van beroep bij een rechterlijke instantie tegen een besluit tot afwijzing. In een zelfde mogelijkheid van beroep wordt voorzien voor het geval dat de toezichthoudende autoriteit zich niet binnen een termijn van zes maanden na de datum van ontvangst heeft uitgesproken omtrent de aanvraag van een vergunning.

AFDELING III UITOEFENINGSVOORWAARDEN

Artikel 15

Keuze van de activa

De Partijen bij de Overeenkomst stellen geen enkel voorschrift vast met betrekking tot de keuze van de activa welke aanwezig zijn boven de activa die de in de artikelen 19 tot en met 23 bedoelde technische reserves dekken. De vrije beschikking over de roerende of onroerende activa die deel uitmaken van het vermogen van de ondernemingen wordt, behoudens artikel 18.2, de artikelen 20, 21 en 23 alsmede de artikelen 29.2 en 29.3 door de Partijen bij de Overeenkomst niet beperkt.

Artikel 16

Vorming van de solvabiliteitsmarge

16.1. Elke Partij bij de Overeenkomst verplicht elke onderneming waarvan het hoofdkantoor op haar grondgebied is gevestigd een voldoende solvabiliteitsmarge te vormen met betrekking tot het geheel van haar werkzaamheden.

16.2. De definitie alsmede de wijze van berekening en de vorm van deze solvabiliteitsmarge en de vaststelling van het minimum-garantiefonds zijn opgenomen in Protocol nr. 1.

Artikel 17

Controle op de solvabiliteit

17.1. De toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst, op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van de onderneming is gevestigd, moet de solvabiliteit van deze onderneming met betrekking tot het geheel van haar werkzaamheden controleren.

17.2. De toezichthoudende autoriteit van de andere Partij bij de Overeenkomst is gehouden aan eerstgenoemde autoriteit alle noodzakelijke gegevens te verstrekken ten einde haar tot deze controle in staat te stellen, indien zij aan de betrokken onderneming vergunning heeft verleend voor de opening van een agentschap of bijkantoor.

17.3. Elke Partij bij de Overeenkomst legt de ondernemingen die hun hoofdkantoor op haar grondgebied hebben de verplichting op jaarlijks ten aanzien van al hun verrichtingen verslag uit te brengen over de positie waarin zij verkeren en over hun solvabiliteit en met betrekking tot de dekking van de onder branche 18 van bijlage 1, onder A, ingedeelde risico's, over de andere middelen die hun ter beschikking staan om aan hun verbintenissen te voldoen, voor zover haar wetgeving voorziet in toezicht op deze middelen.

Artikel 18

Herstel van de financiële positie

18.1. Met het oog op het herstel van de financiële positie van een onderneming waarvan de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 2.2 van Protocol nr. 1 voorgeschreven minimum bereikt, eist de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst, op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor is gevestigd, een saneringsplan dat aan haar goedkeuring moet worden onderworpen.

18.2. Indien de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 3 van Protocol nr. 1 omschreven garantiefonds bereikt, eist de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst, op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van de onderneming is gevestigd, van deze een plan inzake financiering op korte termijn dat aan haar goedkeuring moet worden onderworpen.

Voorts kan zij de vrije beschikking over de activa van de onderneming beperken of verbieden. Zij stelt de toezichthoudende autoriteit van de partij bij de Overeenkomst, op het grondgebied waarvan deze onderneming toegelaten agentschappen of bijkantoren heeft, hiervan op de hoogte. Deze autoriteit treft op haar verzoek dezelfde maatregelen.

In het in dit lid bedoelde geval kan de toezichthoudende autoriteit voorts alle maatregelen treffen om de belangen van de verzekerden te beschermen.

Artikel 19

Vorming van de technische reserves

19.1. Elke Partij bij de Overeenkomst, op het grondgebied waarvan een verzekeringsonderneming werkzaam is, verplicht deze toereikende technische reserves te vormen.

19.2. De omvang van de reserves wordt bepaald aan de hand van de door elke Partij bij de Overeenkomst vastgestelde regels of, bij gebreke daarvan, volgens de bij elke Partij bij de Overeenkomst geldende gebruiken.

19.3. Voorts verplicht elke Partij bij de Overeenkomst de op haar grondgebied gevestigde ondernemingen die onder branche 14 van bijlage 1, onder A, ingedeelde risico's verzekeren (kredietverzekering) een egalisatievoorziening te vormen ter dekking van technische verliezen en boven het gemiddelde liggende schadequoten die tijdens een boekjaar in deze branche optreden.

Bijlage 5 bevat de methoden voor de berekening van de egalisatievoorziening en de voorwaarden inzake de vrijstelling van de verplichting om een dergelijke voorziening te vormen.

De egalisatievoorziening moet volgens de door elke Partij bij de Overeenkomst vastgestelde voorschriften worden berekend, overeenkomstig een van de vier methodes in bijlage 5 die gelijkwaardig worden geacht. De egalisatievoorziening wordt tot de volgens de methodes van bijlage 5 berekende bedragen niet aan de solvabiliteitsmarge toegerekend.

De onderneming dient boekhoudkundige staten waaruit zowel de technische resultaten als de technische voorzieningen met betrekking tot deze activiteiten blijken, ter beschikking van de toezichthoudende autoriteit te houden.

Artikel 20

Congruentie en lokalisatie van de activa die de technische reserves vertegenwoordigen

20.1. Tegenover de technische reserves moeten gelijkwaardige en congruente activa staan die gelokaliseerd zijn op het grondgebied dat valt onder de bevoegdheid van de toezichthoudende autoriteit van elke Partij bij de Overeenkomst. Iedere Partij bij de Overeenkomst kan evenwel een versoepeling toestaan van de regels inzake de congruentie en de lokalisatie van de activa.

20.2. Onder "congruentie'' moet worden verstaan het feit dat opeisbare verplichtingen in een muntsoort staan tegenover activa, die in dezelfde muntsoort zijn uitgedrukt of realiseerbaar zijn.

20.3. Onder "lokalisatie van de activa'' moet worden verstaan de aanwezigheid van roerende of onroerende activa op het grondgebied dat valt onder de bevoegdheid van de toezichthoudende autoriteit van de betrokken Partij bij de Overeenkomst zonder dat de roerende activa gedeponeerd behoeven te zijn en zonder dat ten aanzien van de onroerende activa beperkende maatregelen zoals hypothecaire inschrijving van toepassing behoeven te zijn. De activa, bestaande in schuldvorderingen, worden geacht zich te bevinden op het grondgebied dat valt onder de bevoegdheid van de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst, waar deze activa realiseerbaar zijn.

Behoudens deze bepalingen wordt de wijze waarop de lokalisatie plaatsvindt, geregeld in de voorschriften van de Partijen bij de Overeenkomst.

Artikel 21

Definitie van de dekking van de technische reserves

21.1. De van kracht zijnde voorschriften op het grondgebied van elke Partij bij de Overeenkomst waar een onderneming werkzaam is, bepalen de aard van de activa en, in

voorkomend geval, de grenzen waarbinnen deze als dekking van de technische reserves kunnen worden aanvaard, alsmede de regels voor de waardering van deze activa.

21.2. De uitdrukking "aard van de activa'' betreft de verschillende categorieën roerende en onroerende activa en hun specifieke verschillen zoals die in verband met de schuldenaar van een schuldvordering welke deel uitmaakt van de dekking van de technische reserves.

21.3. Indien een Partij bij de Overeenkomst vorderingen jegens herverzekeraars als dekking van de technische reserves aanvaardt, stelt zij het toegestane percentage daarvan vast of neemt zij maatregelen daartoe. In afwijking van artikel 20.1 kan zij in dit geval niet de lokalisatie van deze vorderingen eisen.

Artikel 22

Balans

De toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van een onderneming is gevestigd, ziet erop toe dat op de balans van de onderneming voor de technische reserves activa zijn vermeld, overeenkomend met de in alle landen waar de onderneming werkzaam is aangegane verplichtingen.

Artikel 23

Niet-naleving van de bepalingen inzake de technische

reserves

Indien een agentschap of bijkantoor zich niet voegt naar de bepalingen van de artikelen 19 tot en met 21, kan de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan zij werkzaam is, na de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan haar hoofdkantoor is gevestigd van haar voornemen op de hoogte te hebben gesteld, haar de vrije beschikking over de op haar grondgebied gelokaliseerde activa verbieden.

De toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan het betrokken agentschap of bijkantoor werkzaam is, kan voorts alle maatregelen treffen om de belangen van de verzekerden te beschermen.

Artikel 24

Portefeuilleoverdracht

24.1. Onder de in het van kracht zijnde recht in ieder van de betrokken Partijen bij de Overeenkomst vastgestelde voorwaarden verleent de toezichthoudende autoriteit de op het onder haar bevoegdheid vallende grondgebied gevestigde ondernemingen toestemming voor de gehele of gedeeltelijke overdracht van hun portefeuille met overeenkomsten aan een

overnemende onderneming die op hetzelfde grondgebied is gevestigd als de overdragende onderneming, indien de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op wier grondgebied het hoofdkantoor van de overnemende onderneming is gevestigd verklaart dat deze onderneming, mede gelet op de overdracht, de vereiste solvabiliteitsmarge bezit.

24.2. De overeenkomstig lid 1 toegestane overdracht wordt op het onder de bevoegdheid van de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst vallende grondgebied waar de overdragende en overnemende ondernemingen zijn gevestigd bekendgemaakt onder de in het van kracht zijnde recht in ieder van de betrokken Partijen bij de Overeenkomst vastgestelde voorwaarden. Deze overdracht kan van rechtswege worden tegengeworpen aan de verzekeringnemers, aan de verzekerden en aan iedereen die uit de overgedragen overeenkomsten voortvloeiende rechten of verplichtingen heeft. Dit lid belet echter niet dat elke Partij bij de Overeenkomst bepaalt dat de verzekeringnemers de mogelijkheid hebben om de overeenkomst binnen een bepaalde termijn na de overdracht op te zeggen.

Artikel 25

Goedkeuring van de voorwaarden en tarieven

25.1. Deze Overeenkomst belet Partijen bij de Overeenkomst niet bepalingen toe te passen die voor alle ondernemingen en alle branches voorschrijven dat bij uitoefening van hun bedrijf goedkeuring moet zijn verkregen van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, van de tarieven en van elk ander document dat voor de normale uitoefening van het toezicht vereist is.

Voor de in artikel 2.1 van Protocol nr. 2 bedoelde risico's stellen de Partijen bij de Overeenkomst echter geen bepalingen vast waarin de goedkeuring of systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, van de tarieven, van de formulieren en andere gedrukte documenten waarvan de onderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers. Voor het toezicht op de naleving van de wettelijke

en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende deze risico's kunnen zij alleen de niet-systematische mededeling van deze voorwaarden en andere documenten eisen.

Voor de bedoelde risico's kunnen de Partijen bij de Overeenkomst de voorafgaande kennisgeving of de goedkeuring van voorgestelde tariefverhogingen alleen als onderdeel van een algemeen prijscontrolesysteem handhaven of invoeren.

25.2. Deze Overeenkomst belet de Partijen bij de Overeenkomst evenmin de ondernemingen die een vergunning hebben verkregen voor branche 18 van bijlage 1, onder A, te onderwerpen aan het toezicht op de directe of indirecte middelen in de vorm van personeel en uitrusting, met inbegrip van de kwalificaties van de medische staf en de kwaliteit van de uitrusting waarover zij beschikken om hun verplichtingen die onder deze branche vallen na te komen.

25.3. In de zin van deze Overeenkomst omvatten de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen niet de specifieke voorwaarden die bestemd zijn om in een afzonderlijk geval rekening te houden met de bijzondere aspecten van het te dekken risico.

Artikel 26

Documentatie

De Partijen bij de Overeenkomst eisen van de ondernemingen die op hun grondgebied werkzaam zijn, de overlegging van de voor het uitoefenen van het toezicht vereiste bescheiden en van de statistische documenten, alsmede met betrekking tot de dekking van de risico's die zijn ingedeeld onder branche 18 van bijlage 1, onder A, een opgave van de middelen die te hunner beschikking staan om aan hun verbintenissen te voldoen voor zover hun wettelijke bepalingen voorzien in toezicht op deze middelen.

AFDELING IV INTREKKING VAN DE VERGUNNING

Artikel 27

Voorwaarden voor de intrekking

De toezichthoudende autoriteit van een Partij bij de Overeenkomst kan de door haar aan een onderneming die haar hoofdkantoor op het grondgebied van de andere Partij bij de Overeenkomst heeft voor de opening van een agentschap of bijkantoor verleende vergunning intrekken wanneer dit agentschap of bijkantoor:

a) niet meer voldoet aan de toegangsvoorwaarden of

b) ernstig in gebreke blijft te voldoen aan de verplichtingen die op hetzelve rusten krachtens de op dit agentschap of bijkantoor toepasselijke wettelijke regeling, met name ten aanzien van de vorming van de technische reserves.

Artikel 28

Procedure voor de intrekking

28.1. Alvorens de toezichthoudende autoriteit overgaat tot intrekking van de vergunning raadpleegt zij de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van de onderneming is gevestigd.

Indien zij meent de werkzaamheid van een in artikel 27 bedoeld agentschap of bijkantoor te moeten schorsen vóór de afloop van deze raadpleging stelt zij genoemde autoriteit hiervan onmiddelijk in kennis.

28.2. Elk besluit tot intrekking van de vergunning of tot schorsing van de werkzaamheid moet met redenen zijn omkleed en ter kennis van de betrokken ondernemingen worden gebracht.

28.3. Iedere Partij bij de Overeenkomst voorziet in de mogelijkheid van beroep tegen een dergelijk besluit bij een rechterlijke instantie.

Artikel 29

Intrekking van de vergunning van het hoofdkantoor

29.1. Wanneer de toezichthoudende autoriteit van een Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van een onderneming is gevestigd de door haar aan deze onderneming verleende vergunning intrekt, stelt zij de toezichthoudende autoriteit van de andere Partij daarvan in kennis indien deze aan die onderneming vergunning heeft verleend voor de opening van een agentschap of bijkantoor. De laatstgenoemde autoriteit gaat eveneens over tot intrekking van de door haar verleende vergunning.

29.2. In het in lid 1 bedoelde geval neemt de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor is gevestigd in samenwerking met de toezichthoudende autoriteit van de andere Partij alle maatregelen om de belangen van de verzekerden te beschermen en beperkt zij met name de vrije beschikking over de activa van de onderneming, wanneer een dergelijke beperking nog niet uit hoofde van artikel 18.2 en artikel 23 is opgelegd.

29.3. Het bepaalde in lid 1 en, in voorkomend geval, het bepaalde in lid 2 is ook van toepassing wanneer de onderneming op eigen initiatief afstand doet van de haar verleende vergunning.

AFDELING V SAMENWERKING TUSSEN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEITEN

Artikel 30

Voorwaarden voor de samenwerking

De Partijen bij de Overeenkomst nemen alle nodige maatregelen om hun toezichthoudende autoriteiten in staat te stellen tot nauwe samenwerking in het kader van de toepassing van deze Overeenkomst.

Artikel 31

Doel van de samenwerking

31.1. De toezichthoudende autoriteiten werken samen bij het toezicht op de naleving door de ondernemingen van de financiële waarborgen als omschreven in de artikelen 16 en 19 tot en met 21 en met name bij de uitvoering van de in de artikelen 18 en 23 bedoelde maatregelen.

31.2. Wanneer de ondernemingen gemachtigd zijn risico's te dekken die zijn ingedeeld onder branche 18 van bijlage 1, onder A, vergewissen zij zich, eveneens in nauwe samenwerking, ervan dat de ondernemingen de middelen ter beschikking staan om de hulpverlening tot het verrichten waarvan zij zich heben verbonden, uit te voeren, voor zover hun wetgevingen voorzien in toezicht op deze middelen.

Artikel 32

Uitwisseling van informatie

De toezichthoudende autoriteiten verstrekken elkaar alle bescheiden en inlichtingen welke van belang zijn voor het uitoefenen van het toezicht.

Artikel 33

Geheimhoudingsplicht

33.1. De artikelen 30 tot en met 32 kunnen in geen geval worden uitgelegd als zouden zij aan één van de toezichthoudende autoriteiten de verplichting opleggen inlichtingen te verstrekken waardoor een zakengeheim van de onderneming zou worden onthuld of waarvan de mededeling in strijd zou zijn met de openbare orde.

33.2. De voor de toezichthoudende autoriteiten geldende geheimhoudingsregels mogen echter niet ingaan tegen de samenwerking van deze autoriteiten en de wederzijdse bijstand, als bedoeld in deze Overeenkomst.

33.3. De uitgewisselde informatie mag door deze autoriteiten alleen worden gebruikt ter vervulling van hun toezichthoudende taak.

AFDELING VI ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 34

Bijzondere bepalingen en ondernemingen van derde

landen

34.1. Bijlage 4 bevat bijzondere bepalingen betreffende bepaalde Lid-Staten van de Gemeenschap.

34.2. Protocol nr. 4 bevat de bepalingen welke van toepassing zijn op de agentschappen en bijkantoren van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor is gevestigd buiten de grondgebieden waarop deze Overeenkomst ingevolge artikel 43 van toepassing is.

Artikel 35

Integrerende bestanddelen van de Overeenkomst

De aan deze Overeenkomst gehechte bijlagen, Protocollen en briefwisselingen vormen een integrerend bestanddeel daarvan.

Artikel 36

Niet-nakoming van verplichtingen

36.1. Partijen bij de Overeenkomst onthouden zich van het nemen van maatregelen waardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst in gevaar kan worden gebracht.

36.2. Zij nemen alle algemene of bijzondere maatregelen om de naleving te bevorderen van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

Indien een Partij bij de Overeenkomst van oordeel is dat de andere Partij een uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichting niet is nagekomen, is de in artikel 37.2 bedoelde procedure van toepassing.

Artikel 37

Gemengd Comité

37.1. Er wordt een gemengd Comité ingesteld, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van Zwitserland en vertegenwoordigers van de Gemeenschap; dit Comité is belast met het beheer van de Overeenkomst en ziet toe op de goede uitvoering ervan en neemt in de in de Overeenkomst genoemde gevallen beslissingen. Het Comité spreekt zich uit in onderlinge overeenstemming.

37.2. Met het oog op de goede uitvoering van de Overeenkomst wisselen de Partijen bij de Overeenkomst informatie uit en plegen zij, op verzoek van een van hen, overleg in het Gemengd Comité. De uitoefening van het in afdeling V bedoelde toezicht behoort niet tot zijn bevoegdheid.

37.3. Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde vast.

37.4. Het voorzitterschap van het Gemengd Comité wordt bij toerbeurt uitgeoefend door ieder van de Partijen bij de Overeenkomst, volgens nadere regels die in het reglement van orde worden vastgesteld. Op verzoek van een van de Partijen bij de Overeenkomst en onder de in het reglement van orde te stellen voorwaarden komt het Comité op uitnodiging van zijn voorzitter bijeen telkens wanneer daartoe een bijzondere noodzaak bestaat.

Het Gemengd Comité kan besluiten tot oprichting van werkgroepen die het Comité bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan.

Artikel 38

Beslechting van geschillen

38.1. Indien tussen de Partijen bij de Overeenkomst een geschil mocht rijzen met betrekking tot de werking van deze Overeenkomst en met name inzake haar uitlegging of uitvoering en dit geschil niet door de samenwerking van de toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in afdeling V, noch door het Gemengd Comité bedoeld in artikel 37, kan worden beslecht, voeren de Partijen bij deze Overeenkomst overleg langs diplomatieke weg.

38.2. Indien het niet mogelijk is geweest het geschil de beslechten door de in lid 1 bedoelde procedures, wordt dit geschil op verzoek van een der Partijen voorgelegd aan een uit drie leden bestaand scheidsgerecht. Het onderwerpen van een geschil aan het oordeel van dit scheidsgerecht is eerst mogelijk na het verstrijken van een termijn van twee jaar nadat het geschil bij het in artikel 37 bedoelde Gemengd Comité aanhangig is gemaakt, tenzij Partijen in gemeenschappelijk overleg overeenkomen het geschil voor het

verstrijken van deze termijn aan dit college voor te leggen. Iedere Partij wijst een scheidsman aan. De twee aldus aangewezen scheidsmannen wijzen in onderlinge overeenstemming een derde scheidsman aan als voorzitter die geen onderdaan mag zijn van Zwitserland of van een van de Lid-Staten van de Gemeenschap.

38.3. Indien een van de Partijen bij de Overeenkomst geen scheidsman heeft aangewezen en geen gevolg heeft gegeven aan het door de andere Partij tot haar gerichte verzoek om binnen twee maanden tot deze benoeming over te gaan, wordt deze scheidsman op verzoek van de laatstgenoemde Partij benoemd door de President van het Internationaal Gerechtshof.

38.4. Indien de beide scheidsmannen binnen twee maanden na hun benoeming geen overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van een derde scheidsman wordt deze op verzoek van een van de Partijen benoemd door de President van het Internationaal Gerechtshof.

38.5. Indien in de in de leden 3 en 4 bedoelde gevallen de President van het Internationaal Gerechtshof is verhinderd of onderdaan is van Zwitserland of van een van de Lid-Staten van de Gemeenschap geschieden de benoemingen door de Vice-President. Indien deze is verhinderd of indien hij onderdaan is van Zwitserland of van een van de Lid-Staten van de Gemeenschap, geschieden de benoemingen door het oudste lid van het Hof dat geen onderdaan is van Zwitserland of van een van de Lid-Staten van de Gemeenschap.

38.6. Tenzij Partijen bij de Overeenkomst anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zelf zijn procedureregels vast. Het beslist met meerderheid van stemmen.

38.7. De uitspraken van het scheidsgerecht zijn bindend voor de Partijen bij de Overeenkomst.

Artikel 39

Ontwikkeling van het interne recht

39.1. De Overeenkomst doet geen afbreuk aan het recht van elke Partij bij de Overeenkomst om, behoudens inachtneming van het beginsel van non-discriminatie en van de bepalingen van dit artikel, haar interne wetgeving autonoom te wijzigen met betrekking tot een punt dat onder deze Overeenkomst valt.

39.2. Zodra een Partij bij de Overeenkomst begonnen is met de procedure van aanneming van een ontwerp-wijziging van haar interne wetgeving betreffende de voorwaarden voor de toegang tot en de uitoefening door middel van vestiging, van het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis via het in artikel 37 bedoelde Gemengd Comité. Het Gemengd Comité wisselt van gedachten over de gevolgen die zo een wijziging kan hebben voor de goede werking van de Overeenkomst.

39.3. Uiterlijk acht dagen na de aanneming van de gewijzigde wetgeving stelt de betrokken Partij bij de Overeenkomst de andere Partij in kennis van de tekst van de nieuwe bepalingen.

39.4. Met het oog op de rechtszekerheid moet door de betrokken Partij bij de Overeenkomst een termijn van ten minste twaalf maanden na de aanneming van de gewijzigde wetgeving worden vastgesteld voordat een wijziging in de wetgeving, die afwijkt van de bepalingen van de Overeenkomst wordt toegepast.

39.5. Aan het Gemengd Comité wordt iedere wijziging van wetgeving voorgelegd, waarvoor de in de leden 2 en 3 bedoelde procedures zijn gevolgd en die naar het oordeel van een van de Partijen bij de Overeenkomst afwijkt van de bepalingen van de Overeenkomst. Het Gemengd Comité komt uiterlijk zes weken na de in lid 3 bedoelde kennisgeving bijeen.

39.6. Het Gemengd Comité neemt:

- of wel een besluit tot herziening van de bepalingen van de Overeenkomst ten einde daarin, zo nodig op basis van wederkerigheid, de wijzigingen te verwerken die zich in de betrokken wetgeving hebben voorgedaan;

- of wel, voor zover een bescherming van de verzekerde die gelijkwaardig is aan de geboden door de Overeenkomst wordt gegarandeerd, een besluit luidens hetwelk de wijzigingen van de betrokken wetgeving geacht worden in overeenstemming te zijn met de Overeenkomst;

- of wel andere maatregelen ter vrijwaring van de goede werking van de Overeenkomst.

39.7. De besluiten van het Gemengd Comité worden bekendgemaakt in de Officiële Verzameling van federale wetten, alsmede in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In elk besluit wordt de datum van tenuitvoerlegging voor beide Partijen aangegeven, alsmede alle andere informatie die van belang kan zijn voor het bedrijfsleven. De besluiten worden voor zover nodig onderworpen aan bekrachtiging of goedkeuring door de Partijen bij de Overeenkomst volgens hun eigen procedures.

De Partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van deze formaliteit. Indien bij het verstrijken van de in lid 4 bepaalde termijn een dergelijke kennisgeving niet heeft plaatsgevonden, worden de besluiten van het Gemengd Comité voorlopig ten uitvoer gelegd totdat zij door de Partijen bij de Overeenkomst zijn bekrachtigd of goedgekeurd. Indien een Partij bij de Overeenkomst ervan kennis geeft dat een besluit van het Gemengd Comité niet is bekrachtigd of niet is goedgekeurd, is, te rekenen vanaf die kennisgeving, lid 8 van overeenkomstige toepassing.

39.8. Indien het Gemengd Comité niet binnen zes maanden nadat de zaak overeenkomstig lid 5 aan hem is voorgelegd overeenstemming bereikt over de te nemen besluiten, wordt de Overeenkomst geacht te zijn beëindigd op de dag waarop de betrokken wetgeving, overeenkomstig lid 4 van toepassing wordt; artikel 38 is in dit geval niet van toepassing. Artikel 42.2 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 40

Herziening van de Overeenkomst

40.1. Indien een Partij bij de Overeenkomst een herziening van deze Overeenkomst wenst, verzoekt zij de andere Partij om opening van de onderhandelingen te dien einde. Dit verzoek wordt langs diplomatieke weg gedaan.

40.2. De in deze Overeenkomst aangebrachte wijzigingen treden in werking volgens de in artikel 44 omschreven procedure.

40.3. De in de bijlagen, Protocollen en briefwisselingen, welke aan deze Overeenkomst zijn gehecht, aangebrachte wijzigingen worden vastgesteld door het in artikel 37 bedoelde Gemengd Comité dat de datum van inwerkingtreding bepaalt.

Artikel 41

Niet door deze Overeenkomst bestreken gebieden

41.1. Wanneer een Partij bij de Overeenkomst van mening is dat het in het belang van beide Partijen gewenst is, de bij deze Overeenkomst tot stand gebrachte betrekkingen uit te breiden tot sectoren van het particuliere verzekeringsbedrijf die niet onder deze Overeenkomst vallen, stelt zij de andere Partij bij de Overeenkomst voor daartoe onderhandelingen te openen.

41.2. De overeenkomsten waartoe de in lid 1 bedoelde onderhandelingen leiden, worden onderworpen aan bekrachtiging of goedkeuring door de Partijen bij de Overeenkomst, overeenkomstig hun eigen procedures.

Artikel 42

Opzegging

42.1. Elke Partij bij de Overeenkomst kan te allen tijde deze Overeenkomst opzeggen door middel van kennisgeving aan de andere Partij bij de Overeenkomst. De Overeenkomst houdt op van kracht te zijn twaalf maanden na de datum van de kennisgeving.

42.2. In geval van opzegging regelen de Partijen bij de Overeenkomst in gemeenschappelijk overleg de situatie van ondernemingen die overeenkomstig artikel 11.1 vergunning hebben verkregen. Bij gebreke van overeenstemming na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn van twaalf maanden gelden voor deze ondernemingen de op ondernemingen van derde landen toepasselijke bepalingen. De Partijen bij de Overeenkomst verbinden zich echter reeds thans om de overeenkomstig artikel 11.1 verkregen vergunning gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de datum waarop deze Overeenkomst haar geldigheid verliest, niet in te trekken op grond van de economische behoeften van de markt.

Artikel 43

Territoriaal toepassingsgebied

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op het grondgebied van de Zwitserse Bondsstaat en, anderzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden.

Artikel 44

Inwerkingtreding

44.1. Deze Overeenkomst, waarover de onderhandelingen zijn gevoerd in de Franse taal, is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

44.2. Deze Overeenkomst wordt bekrachtigd of goedgekeurd door de Partijen bij de Overeenkomst overeenkomstig hun eigen procedures.

44.3. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van het kalenderjaar volgende op de uitwisseling van de akten van bekrachtiging of goedkeuring, mits deze uitwisseling uiterlijk één maand voor die datum plaats heeft gevonden.

Partijen bij de Overeenkomst kunnen echter bij de uitwisseling van de akten van bekrachtiging of goedkeuring in onderlinge overeenstemming een andere datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst vaststellen, die in dat geval onmiddellijk wordt bekendgemaakt.

En fe de lo cual, los plenipotenciarios abajo firmantes suscriben el presente Acuerdo.

Til bekræftelse heraf har undertegnede befuldmægtigede underskrevet denne aftale.

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmächtigten ihre Unterschriften unter dieses Abkommen gesetzt.

Åéò ðßóôùóç ôùí áíùôÝñù, ïé õðïãåãñáììÝíïé ðëçñåîïýóéïé Ýèåóáí ôéò õðïãñáöÝò ôïõò óôçí ðáñïýóá óõìöùíßá.

In witness whereof the undersigned Plenipotentiaries have signed this Agreement.

En foi de quoi, les plénipotentiaires soussignés ont apposé leurs signatures au bas du présent accord.

In fede di che, i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce al presente accordo.

Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

Em fé do que, os plenipotenciários abaixo assinados apuseram as suas assinaturas no final do presente acordo.

Hecho en Luxemburgo, el diez de octubre de mil novecientos ochenta y nueve.

Udfærdiget i Luxembourg, den tiende oktober nitten hundrede og niogfirs.

Geschehen zu Luxemburg am zehnten Oktober neunzehnhundertneunundachtzig.

éÅãéíå óôï Ëïõîåìâïýñãï, óôéò äÝêá Ïêôùâñßïõ ÷ßëéá åííéáêüóéá ïãäüíôá åííÝá.

Done at Luxembourg on the tenth day of October in the year one thousand nine hundred and eighty-nine.

Fait à Luxembourg, le dix octobre mil neuf cent quatre-vingt-neuf.

Fatto a Lussemburgo, addì dieci ottobre millenovecentottantanove.

Gedaan te Luxemburg, de tiende oktober negentienhonderd negenentachtig.

Feito no Luxemburgo, em dez de Outubro de mil novecentos e oitenta e nove.

En nombre del Consejo de las Comunidades Europeas

På vegne af Rådet for De Europæiske Fællesskaber

Im Namen des Rates der Europäischen Gemeinschaften

Åî ïíüìáôïò ôïõ Óõìâïõëßïõ ôùí Åõñùðáúêþí ÊïéíïôÞôùí

On behalf of the Council of the European Communities

Au nom du Conseil des Communautés européennes

A nome del Consiglio delle Comunità europee

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

Em nome do Conselho das Comunidades Europeias

Por el Gobierno de la Confederación Suiza

For regeringen for Schweiz

Für die Regierung der Schweizerischen Eidgenossenschaft

Ãéá ôçí êõâÝñíçóç ôçò ÅëâåôéêÞò Óõíïìïóðïíäßáò

For the Government of the Swiss Confederation

Pour le gouvernement de la Confédération suisse

Per il governo della Confederazione svizzera

Voor de Regering van de Zwitserse Bondsstaat

Pelo Governo da Confederação Suíça

BIJLAGE 1

INDELING VAN DE VERZEKERINSBRANCHES WAAROP DE OVEREENKOMST VAN TOEPASSING IS

A. Indeling van de risico's per branche

1. Ongevallen (inclusief arbeidsongevallen en beroepsziekten)

- forfaitaire uitkeringen

- schadeloosstellingen,

- combinaties daarvan,

- vervoerde personen.

2. Ziekte

- forfaitaire uitkeringen,

- schadeloosstellingen,

- combinaties daarvan.

3. Voertuigcasco (met uitzondering van rollend spoorwegmaterieel)

Alle schaden toegebracht aan:

- motorrijtuigen,

- voertuigen zonder motor.

4. Casco rollend spoorwegmaterieel

Alle schaden toegebracht aan rollend spoorwegmaterieel.

5. Luchtvaartuigcasco

Alle schaden toegebracht aan luchtvaartuigen.

6. Casco zee- en binnenschepen

Alle schaden toegebracht aan:

- binnenschepen,

- schepen voor de vaart op meren,

- zeeschepen.

7. Vervoerde goederen (met inbegrip van koopwaren, bagage en alle andere goederen)

Alle schaden toegebracht aan vervoerde goederen of bagage, onafhankelijk van de aard van het transportmiddel.

8. Brand en natuurevenementen

Alle schaden toegebracht aan goederen (met uitzondering van de goederen welke onder de onder 3, 4, 5, 6 en 7 genoemde branches zijn begrepen) wanneer deze zijn veroorzaakt door:

- brand,

- ontploffing,

- storm,

- natuurevenementen, met uitzondering van storm,

- kernenergie,

- aardverzakking.

9. Andere schaden aan goederen

Alle schaden welke zijn toegebracht aan goederen (met uitzondering van de goederen die onder de onder 3, 4, 5, 6 en 7 genoemde branches zijn begrepen), wanneer deze schaden zijn veroorzaakt door hagel of vorst, alsmede door alle overige niet reeds onder 8 begrepen evenementen, zoals diefstal.

10. W.A. motorrijtuigen/B.A. motorrijtuigen

Elke aansprakelijkheid welke het gevolg is van het gebruik van motorrijtuigen (de aansprakelijkheid van de vervoerder daaronder begrepen).

11. W.A. luchtvaartuigen/B.A. luchtvaartuigen

Elke aansprakelijkheid welke het gevolg is van het gebruik van luchtvaartuigen (de aansprakelijkheid van de vervoerder daaronder begrepen).

12. W.A. zee- en binnenschepen/B.A. zee- en binnenschepen

Elke aansprakelijkheid welke het gevolg is van het gebruik van zee- en binnenschepen (de aansprakelijkheid van de vervoerder daaronder begrepen).

13. Algemene W.A./Algemene B.A.

Alle overige niet reeds onder 10, 11 en 12 vermelde vormen van aansprakelijkheid.

14. Krediet

- algemene insolventie,

- exportkrediet,

- verkoop op afbetaling,

- hypothecair krediet,

- landbouwkrediet.

15. Borgtocht

- directe borgtocht,

- indirecte borgtocht.

16. Diverse geldelijke verliezen

- risico van gebrek aan werk,

- (algemeen) tekort aan ontvangsten,

- slecht weer,

- winstderving,

- doorlopende hoge algemene kosten,

- onvoorziene bedrijfsuitgaven,

- verlies van verkoopwaarde,

- huur- of inkomstenderving,

- andere indirecte bedrijfsverliezen dan bovengenoemde,

- niet met een bedrijf samenhangende geldelijke verliezen,

- overige geldelijke verliezen.

17. Rechtsbijstand

Rechtsbijstand.

18. Hulpverlening

Hulpverlening aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats of vaste verblijfplaats bevinden.

De risico's die tot een branche behoren kunnen niet onder een andere branche worden gerangschikt met uitzondering van de onder C genoemde gevallen.

B. Aanduiding van de vergunning die voor verscheidene branches tegelijk wordt gegeven

Wanneer de vergunning tegelijk betrekking heeft op:

a) de branches nrs. 1 en 2, wordt hiervoor de aanduiding "Ongevallen en ziekte" gebruikt;

b) de branches nrs. 1 (vierde streepje), 3, 7 en 10, wordt hiervoor de aanduiding "Motorrijtuigverzekering" gebruikt;

c) de branches nrs. 1 (vierde streepje), 4, 6, 7 en 12, wordt hiervoor de aanduiding "Zee- en transportverzekering" gebruikt;

d) de branches nrs. 1 (vierde streepje), 5, 7 en 11, wordt hiervoor de aanduiding "Luchtvaartverzekering" gebruikt;

e) de branches nrs. 8 en 9, wordt hiervoor de aanduiding "Brand en andere schade aan goederen" gebruikt;

f) de branches nrs. 10, 11, 12 en 13, wordt hiervoor de aanduiding "Wettelijke aansprakelijkheid/Burgerlijke aansprakelijkheid" gebruikt;

g) de branches nrs. 14 en 15, wordt hiervoor de aanduiding "Krediet en borgtocht" gebruikt;

h) alle branches, wordt zij verleend onder de door de betrokken Partij bij de Overeenkomst gekozen benaming, welke aan de andere Partij zal worden medegedeeld.

C. Bijkomende risico's

De onderneming die een vergunning heeft verkregen voor het dekken van een hoofdrisico dat tot een branche of een groep branches behoort mag ook risico's verzekeren die tot een andere branche behoren zonder dat voor deze risico's een vergunning is vereist, mits zij:

- samenhangen met het hoofdrisico,

- betrekking hebben op het object dat verzekerd is tegen het hoofdrisico, en - worden verzekerd bij de overeenkomst welke het hoofdrisico dekt.

De onder de branches genoemd onder 14, 15 en 17 vallende risico's mogen echter niet als bijkomende risico's van andere branches worden beschouwd.

Het onder branche 17 (rechtsbijstandverzekering) vallende risico mag echter als bijkomend risico van branche 18 worden beschouwd indien de in de eerste alinea genoemde voorwaarden zijn vervuld en het hoofdrisico alleen betrekking heeft op het bieden van hulp aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats of vaste verblijfplaats bevinden.

De rechtsbijstandverzekering mag ook als bijkomend risico worden beschouwd met inachtneming van de in de eerste alinea genoemde voorwaarden, indien die betrekking heeft op geschillen of risico's die voortvloeien uit of samenhangen met het gebruik van zeeschepen.

D. Hulpverlening

1. De activiteit inzake hulpverlening heeft betrekking op het bieden van hulp aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats of vaste verblijfplaats bevinden. Zij bestaat erin dat tegen voorafgaande betaling van een premie de verbintenis wordt aangegaan om onmiddellijke hulp te verlenen aan de begunstigde van een hulpverleningsovereenkomst wanneer deze in moeilijkheden verkeert ten gevolge van het zich voordoen van een onzeker voorval, in de gevallen en onder de voorwaarden welke in de overeenkomst zijn bepaald.

De hulp kan bestaan uit prestaties in geld of in natura. De prestaties in natura kunnen ook worden verstrekt met gebruikmaking van eigen personeel of uitrusting van de prestatieverstrekker.

Onderhoudsdiensten, dienstverlening na verkoop en de loutere aanwijzing omtrent of terbeschikkingstelling van hulp door een tussenpersoon vallen niet onder de hulpverleningsactiviteiten

2. Elke Partij bij de Overeenkomst kan het stelsel van deze Overeenkomst op haar grondgebied van toepassing verklaren op hulpverlening aan in moeilijkheden verkerende personen onder andere omstandigheden dan bedoeld onder 1. Indien een Partij bij de Overeenkomst gebruik maakt van deze mogelijkheid, worden deze activiteiten voor deze toepassing gelijkgesteld met de activiteiten van branche 18 van hoofdstuk A van de onderhavige bijlage, onverminderd hoofdstuk C van die bijlage.

Zulks doet geen afbreuk aan de indelingsmogelijkheden waarin de onderhavige bijlage voorziet voor activiteiten die duidelijk tot andere branches behoren.

De vergunnig voor een bijkantoor of agentschap, die wordt aangevraagd door een onderneming waarvan het hoofdkantoor op het grondgebied van de andere Partij bij de Overeenkomst is gelegen, kan niet worden geweigerd enkel omdat de in deze paragraaf bedoelde activiteiten anders zijn ingedeeld op het grondgebied van de Partij bij de Overeenkomst, waar het hoofdkantoor van de onderneming is gelegen.

BIJLAGE 2

DEFINITIE VAN VERZEKERINGEN, VERRICHTINGEN EN ONDERNEMINGEN WAAROP DE OVEREENKOMST NIET VAN TOEPASSING IS

A. Uitsluiting van verzekeringen

Deze Overeenkomst heeft geen betrekking op:

1. de levensverzekeringsbranche, dat wil zeggen de branche die onder andere de levensverzekering, de verzekering bij overlijden, de gemengde verzekering, de levensverzekering met contraverzekering, de tontines, de bruiloftsverzekering en de geboorteverzekering omvat;

2. de lijfrenteverzekering;

3. de aanvullende verzekeringen welke door de levensverzekeringsmaatschappijen worden gesloten, te weten de verzekering tegen lichamelijk letsel, met inbegrip van arbeidsongeschiktheid, de verzekering bij overlijden ten gevolge van een ongeval, de verzekering tegen invaliditeit ten gevolge van ongeval en ziekte, voor zover deze verschillende verzekeringen een aanvulling vormen op een levensverzekering;

4. in Zwitserland

de verzekeringen die zijn opgenomen in een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij deze verzekeringen worden gesloten door toegelaten maatschappijen;

in de Gemeenschap

de verzekeringen die zijn opgenomen in een wettelijk stelsel van sociale zekerheid;

5. de in Ierland en het Verenigd Koninkrijk bestaande verzekering, genaamd "Permanent Health Insurance" (niet-opzegbare ziekteverzekering van lange duur).

B.

Uitsluiting van verrichtingen

Deze Overeenkomst heeft geen betrekking op:

1. de kapitalisatieverrichtingen, zoals deze door de wetgeving van Partijen bij de Overeenkomst worden omschreven;

2. de verrichtingen van instellingen op het gebied van voorzorg en bijstand, waarvan de prestaties verschillen naar gelang van de beschikbare middelen en in het kader waarvan de bijdragen van de leden forfaitair worden bepaald;

3. de verrichtingen van een organisatie die geen rechtspersoonlijkheid bezit, die de onderlinge waarborg van haar leden ten doel hebben, zonder tot de betaling van premies of de vorming van technische reserves aanleiding te geven;

4. de verrichtingen op het gebied van de exportkredietverzekering voor rekening of met garantie van de Staat, of wanneer de Staat de verzekeraar is;

5. de hulpverleningsactiviteit waarbij de verbintenis wordt beperkt tot de volgende verrichtingen, uitgevoerd bij een ongeval met of defect aan een wegvoertuig dat zich normaliter voordoet op het grondgebied ten aanzien waarvan de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst waar de verlener van de dekking is gevestigd bevoegd is:

- technische hulp ter plaatse, waarvoor de verlener van de dekking in de meeste gevallen eigen personeel en uitrusting gebruikt;

- het vervoer van het voertuig naar de plaats van reparatie die het dichtst bij is of het meest geschikt is voor het uitvoeren van de reparatie, alsmede het eventuele vervoer van bestuurder en passagiers, normaliter met hetzelfde hulpmiddel, naar de dichtstbijzijnde plaats van waaruit zij hun reis met andere middelen kunnen voortzetten;

- indien die bepalingen die van kracht zijn op het grondgebied ten aanzien waarvan de toezichthoudende autoriteit die de verlener van de dekking de vergunning heeft verleend bevoegd is zulks bepalen, het vervoer van het voertuig, eventueel begeleid door bestuurder en passagiers, naar hun woonplaats, hun vertrekpunt of hun oorspronkelijke bestemming binnen dit grondgebied,

behalve wanneer de verrichtingen worden uitgevoerd door een onderneming waarop deze Overeenkomst van toepassing is.

In de in de eerste twee streepjes bedoelde gevallen is de voorwaarde dat het ongeval of het defect zich heeft voorgedaan op het grondgebied ten aanzien waarvan de toezichthoudende autoriteit van de Partij bij de Overeenkomst waar de verlener van de dekking is gevestigd bevoegd is:

a) niet van toepassing wanneer laatstgenoemde een organisatie is waarvan de belanghebbende lid is, en de hulpverlening of het vervoer van het voertuig enkel op vertoon van de lidmaatschapskaart, zonder betaling van een extra premie, wordt uitgevoerd door een soortgelijke organisatie van de betrokken Partij bij de Overeenkomst op grond van een reciprociteitsovereenkomst;

b) geen beletsel voor dergelijke hulpverlening in Ierland en het Verenigd Koninkrijk door een zelfde organisatie die in beide Staten werkzaam is.

In het in het derde streepje bedoelde geval mag het voertuig, indien het ongeval of defect zich op het grondgebied van Ierland of, voor het Verenigd Koninkrijk, op het grondgebied van Noord-Ierland heeft voorgedaan, eventueel begeleid door bestuurder en passagiers, worden vervoerd naar de woonplaats, het vertrekpunt of de oorspronkelijke bestemming van laatstgenoemden binnen elk van deze beide grondgebieden.

Bovendien heeft deze Overeenkomst geen betrekking op hulpverleningsverrichtingen bij een ongeval of defect van een voertuig, bestaande uit het vervoer van het buiten het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg bij een ongeval betrokken of defecte voertuig, eventueel begeleid door bestuurder en passagiers, naar hun woonplaats, indien deze verrichtingen worden uitgevoerd door de Automobile Club du Grand-Duché de Luxembourg.

De ondernemingen waarop deze Overeenkomst betrekking heeft, mogen onverminderd bijlage 1, onder C, de in het onderhavige punt bedoelde activiteit slechts uitvoeren indien zij zijn toegelaten tot branche 18 van bijlage 1, onder A. In dat geval is de Overeenkomst van toepassing op deze verrichtingen.

C. Uitzondering van ondernemingen in specifieke situaties

Deze Overeenkomst heeft geen betrekking op:

1. De ondernemingen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

- de onderneming oefent geen andere onder de Overeenkomst vallende activiteit uit dan die welke bedoeld wordt in branche 18 van bijlage 1, onder A;

- deze activiteit blijft beperkt tot het louter plaatselijk niveau en omvat alleen verrichtingen in natura;

en

- het jaarlijks bedrag van de ontvangsten uit hoofde van de hulpverlening aan personen in moeilijkheden beloopt niet meer dan 200 000 ecu.

2. Voor ondernemingen die hun hoofdkantoor in Zwitserland hebben:

De ondernemingen waarvan het jaarlijks bedrag van de premies, ontvangen uit hoofde van de door deze Overeenkomst bestreken bedrijvigheden, bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst niet meer bedraagt dan 3 miljoen Zwitserse frank en wier werkzaamheid zich beperkt tot het Zwitserse grondgebied, zolang zij aan deze voorwaarden voldoen. Zodra de Overeenkomst op haar van toepassing is geworden kan een onderneming geen beroep meer doen op deze uitzondering, zelfs indien zij aan de twee bovengenoemde voorwaarden zou voldoen.

3. Voor de ondernemingen die hun hoofdkantoor in de Gemeenschap hebben:

De onderlinge waarborgmaatschappijen, c.q. onderlinge verzekeringsmaatschappijen, waarvan tegelijkertijd:

- de statuten de mogelijkheid bieden over te gaan tot het heffen van suppletiebijdragen of tot vermindering van hun schadevergoedingsplicht;

- de bedrijvigheid niet de wettelijke aansprakelijkheid dekt - tenzij het een bijkomende garantie betreft in de zin van bijlage 1, onder C, - noch de krediet- en borgtochtrisico's;

- het jaarlijks bedrag van de bijdragen, ontvangen uit hoofde van de door deze Overeenkomst bestreken bedrijvigheden niet meer dan 1 miljoen ecu beloopt, en

- ten minste de helft van de bijdragen, ontvangen uit hoofde van de door deze Overeenkomst bestreken bedrijvigheden, afkomstig is van de bij de onderlinge maatschappij aangesloten personen.

De onderlinge waarborgmaatschappijen, c.q. onderlinge verzekeringsmaatschappijen die met een onderneming van dezelfde aard een overeenkomst hebben gesloten welke voorziet in integrale herverzekering van de door hen gesloten verzekeringsovereenkomsten, of in de vervanging van de overdragende onderneming door de overnemende onderneming voor de nakoming van de uit deze verzekeringsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen.

In dit geval is de overnemende onderneming onderworpen aan deze Overeenkomst.

D. Uitzondering van bepaalde ondernemingen

Deze Overeenkomst heeft geen betrekking op de onder 1 en 2 genoemde ondernemingen, tenzij hun statuten wijzigingen ondergaan ten aanzien van hun bevoegdheid.

De territoriale bevoegdheid van de onder 1 en 2 b) bedoelde ondernemingen wordt niet geacht gewijzigd te zijn in geval van een fusie of splitsing van deze ondernemingen waarbij de territoriale bevoegdheid van de gesplitste instelling of de gefusioneerde instellingen ten gunste van de nieuwe onderneming of ondernemingen blijft bestaan; de bevoegdheid ter zake van de uitgeoefende branches wordt evenmin geacht gewijzigd te zijn wanneer een van deze instellingen voor hetzelfde grondgebied een of meer branches van een van deze instellingen overneemt.

1. In Zwitserland

De volgende publiekrechtelijke kantonale instellingen, die een monopoliepositie hebben:

a) Aargau: Aargauisches Versicherungsamt, Aarau,

b) Appenzell Ausser-Rhoden: Brand- und Elementarschadenversicherung Appenzell AR, Herisau,

c) Basel-Land: Basellandschaftliche Gebäudeversicherung, Liestal,

d) Basel-Stadt: Gebäudeversicherung des Kantons Basel-Stadt, Basel,

e) Bern/Berne: Gebäudeversicherung des Kantons Bern, Bern / Assurance immobilière du canton de Berne, Berne,

f) Freiburg/Fribourg: Kantonale Gebäudeversicherungsanstalt Freiburg, Freiburg / Etablissement cantonal d'assurance des bâtiments du canton de Fribourg, Fribourg,

g) Glarus: Kantonale Sachversicherung Glarus, Glarus,

h) Graubünden/Grigioni/Grischun: Gebäudeversicherungsanstalt des Kantons Graubünden, Chur / Istituto d'assicurazione fabbricati del cantone dei Grigioni, Coira / Istitut dil cantun Grischun per assicuranzas da baghetgs, Cuera,

i) Jura: Assurance immobilière de la République et canton du Jura, Saignelégier,

j) Luzern: Gebäudeversicherungsanstalt des Kantons Luzern, Luzern,

k) Neuchâtel: Établissement cantonal d'assurance immobilière contre l'incendie, Neuchâtel,

l) Nidwalden: Kantonale Brandversicherungsanstalt Nidwalden, Stans,

m) Schaffhausen: Gebäudeversicherung des Kantons Schaffhausen, Schaffhausen,

n) Solothurn: Solothurnische Gebäudeversicherung, Solothurn,

o) St. Gallen: Gebäudeversicherungsanstalt des Kantons St. Gallen, St. Gallen,

p) Thurgau: Gebäudeversicherung des Kantons Thurgau, Frauenfeld,

q) Vaud: Établissement d'assurance contre l'incendie et les éléments naturels du canton de Vaud, Lausanne,

r) Zug: Gebäudeversicherung des Kantons Zug, Zug,

s) Zürich: Gebäudeversicherung des Kantons Zürich, Zürich.

2. In de Gemeenschap

a) in Denemarken

Falcks Redningskorps A/S, København;

b) in Duitsland

- de volgende publiekrechtelijke instellingen met een monopolie (Monopolanstalten):

aa) Badische Gebäudeversicherungsanstalt, Karlsruhe,

bb) Bayerische Landesbrandversicherungsanstalt, München,

cc) Bayerische Landestierversicherungsanstalt, Schlachtviehversicherung, München,

dd) Braunschweigische Landesbrandversicherungsanstalt, Braunschweig,

ee) Hamburger Feuerkasse, Hamburg,

ff) Hessische Brandversicherungsanstalt (Hessische Brandversicherungskammer), Darmstadt,

gg) Hessische Brandversicherungsanstalt, Kassel,

hh) Lippische Landesbrandversicherungsanstalt, Detmold,

ii) Nassauische Brandversicherungsanstalt, Wiesbaden,

jj) Oldenburgische Landesbrandkasse, Oldenburg,

kk) Ostfriesische Landschaftliche Brandkasse, Aurich,

ll) Feuersozietät Berlin, Berlin,

mm) Württembergische Gebäudebrandversicherungsanstalt, Stuttgart;

- de volgende semi-overheidsinstellingen:

nn) Postbeamtenkrankenkasse,

oo) Krankenversorgung der Bundesbahnbeamten;

c) in Spanje

de volgende overheidsinstellingen:

aa) Comisaría del Seguro Obligatorio de Viajeros,

bb) Consorcio de Compensación de Seguros,

cc) Fondo Nacional de Garantía de Riesgos de la Circulación;

d) in Frankrijk

de volgende instellingen:

aa) Caisse départementale des incendiés des Ardennes,

bb) Caisse départementale des incendiés de la Côte-d'Or,

cc) Caisse départementale des incendiés de la Marne,

dd) Caisse départementale des incendiés de la Meuse,

ee) Caisse départementale des incendiés de la Somme;

e) in Ierland

Voluntary Health Insurance Board;

f) in Italië

Cassa di Previdenza per l'assicurazione degli sportivi (Sportass);

g) in het Verenigd Koninkrijk

the Crown Agents.

BIJLAGE 3

OPSOMMING VAN DE TOEGELATEN RECHTSVORMEN

De ondernemingen waarvan het hoofdkantoor is gevestigd op het grondgebied van een Partij bij de Overeenkomst moeten één van de navolgende rechtsvormen aannemen.

De Partijen bij de Overeenkomst kunnen voorts in voorkomend geval ondernemingen oprichten die iedere publiekrechtelijke vorm kunnen hebben, mits deze instellingen beogen het verzekeringsbedrijf uit te oefenen onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden die voor privaatrechtelijke ondernemingen gelden.

A. In Zwitserland

- Aktiengesellschaft / société anonyme / sociétà per azioni,

- Genossenschaft / coopérative / cooperativa;

B. In de Gemeenschap

1. in België

- naamloze vennootschap / société anonyme,

- vennootschap bij wijze van geldschieting op aandelen / société en commandite par actions,

- onderlinge verzekeringsmaatschappij / association d'assurance mutuelle,

- coöperatieve vennootschap / société coopérative;

2. in Denemarken

- aktieselskaber,

- gensidige selskaber;

3. in Duitsland

- Aktiengesellschaft,

- Versicherungsverein auf Gegenseitigkeit,

- öffentlich-rechtliches Wettbewerbs-Versicherungsunternehmen;

4. in Frankrijk

- société anonyme,

- société à forme mutuelle,

- mutuelle,

- union de mutuelles;

5. in Spanje

- sociedad anónima,

- sociedad mútua,

- sociedad cooperativa;

6. in Griekenland

- Áíþíõìïò Åôáéñßá,

- Áëëçëáóöáëéóôéêüò Óõíåôáéñéóìüò;

7. in Ierland

- incorporated companies limited by shares or by guarantee or unlimited;

8. in Italië

- società per azioni,

- società cooperativa,

- mutua di assicurazione;

9. in Luxemburg

- société anonyme,

- société en commandite par actions,

- association d'assurances mutuelles,

- société coopérative;

10. in Nederland

- naamloze vennootschap,

- onderlinge waarborgmaatschappij;

11. in Portugal

- sociedade anónima,

- mútua de seguros;

12. in het Verenigd Koninkrijk

- incorporated companies limited by shares or by guarantee or unlimited,

- societies registered under the Industrial and Provident Societies Acts,

- societies registered under the Friendly Societies Act,

- Lloyd's Underwriters.

BIJLAGE 4

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR BEPAALDE LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP

In afwijking van de bepalingen van deze Overeenkomst zijn in bepaalde Lid-Staten van de Gemeenschap de volgende bijzondere bepalingen van toepassing:

1. in Denemarken

betreffende artikel 15:

Denemarken kan de wettelijke bepalingen handhaven die beperkingen opleggen aan de vrije beschikking over activa die door verzekeringsondernemingen zijn gevormd ter dekking van de renten die zij uit hoofde van de verplichte verzekering tegen arbeidsongevallen verschuldigd zijn;

2. in Duitsland

betreffende artikel 8.2:

Duitsland kan het verbod handhaven om op haar grondgebied de ziekteverzekering met andere branches te cumuleren;

betreffende artikel 15:

Duitsland kan ten aanzien van de ziekteverzekering in de zin van artikel 2.3 van Protocol nr. 1 de beperkingen van de vrije beschikking over de activa handhaven, voor zover de vrije beschikking van de activa die de wiskundige reserves dekken afhankelijk wordt gesteld van de instemming van een "Treuhänder";

3. in Luxemburg

betreffende de artikelen 20.1 en 20.3:

Luxemburg kan zijn regeling inzake het stellen van waarborgen met betrekking tot de technische reserves, die bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, handhaven;

4. in het Verenigd Koninkrijk

betreffende artikel 10.1, onder c):

wat Lloyd's betreft wordt de verplichting tot overlegging van de balans en de winst- en verliesrekening vervangen door de verplichting om algemene jaarrekeningen betreffende de verzekeringsverrichtingen over te leggen, waarbij een verklaring is gevoegd dat voor iedere assuradeur de accountantsverklaringen zijn afgegeven waaruit blijkt dat de uit de verrichtingen ontstane aansprakelijkheid volkomen door de activa wordt gedekt. Op grond van deze documenten moeten de toezichthoudende autoriteiten een vergelijkbaar inzicht kunnen krijgen in de solvabiliteit van de vereniging;

betreffende artikel 10.1, onder d):

in het geval van Lloyd's mogen zich, bij eventuele geschillen in het ontvangende land welke voortvloeien uit aangegane verbintenissen voor de verzekerden geen grotere moeilijkheden voordoen dan bij vergelijkbare geschillen met klassieke verzekeraars; te dien einde moet onder de bevoegdheden van de algemeen gevolmachtigde in het bijzonder de bekwaamheid vallen om in zijn hoedanigheid van algemeen gevolmachtigde op voor de betrokken "underwriters'' van Lloyd's bindende wijze in rechte te worden betrokken.

BIJLAGE 5

METHODES VOOR DE BEREKENING VAN DE EGALISATIEVOORZIENING VOOR DE BRANCHE KREDIETVERZEKERING EN VOORWAARDEN INZAKE DE VRIJSTELLING VAN DE VERPLICHTING OM EEN DERGELIJKE VOORZIENING TE VORMEN

A. Methodes

Methode nr. 1

1.1. Voor de in bijlage 1, onder A 14, vermelde verzekeringsbranche (kredietverzekering) dient een egalisatievoorziening te worden gevormd ter dekking van een tijdens een boekjaar in de kredietverzekering geleden technisch verlies.

1.2. Aan deze voorziening wordt voor elk boekjaar, waarin in de kredietverzekering een technisch overschot werd geboekt, 75 % van dit technisch overschot toegevoegd, doch niet meer dan 12 % van de nettopremies, totdat de voorziening 150 % van het hoogste gedurende de laatste vijf jaren bereikte netto-premiebedrag uitmaakt.

Methode nr. 2

2.1. Voor de in bijlage 1, onder A 14, vermelde verzekeringsbranche (kredietverzekering) dient een egalisatievoorziening te worden gevormd ter dekking van een tijdens het boekjaar in de kredietverzekering geleden technisch verlies.

2.2. Het minimumbedrag van de egalisatievoorziening beloopt 134 % van het gemiddelde van de tijdens de vijf voorgaande boekjaren jaarlijks ontvangen premies of bijdragen, na aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en na toevoeging van de geaccepteerde herverzekeringen.

2.3. Aan deze voorziening wordt in elk van de opeenvolgende boekjaren waarin in de branche een technisch overschot werd geboekt, 75 % van dit technisch overschot toegevoegd, totdat de voorziening gelijk is aan of hoger dan het overeenkomstig punt 2.2 van deze bijlage berekende minimum.

2.4. De Partijen bij de Overeenkomst kunnen bijzondere regels vaststellen voor de berekening van het bedrag van de voorziening en/of het bedrag van de jaarlijkse onttrekking dat boven de in de punten 2.2 en 2.3 van deze bijlage vastgestelde minimumbedragen ligt.

Methode nr. 3

3.1. Voor de in bijlage 1, onder A 14, vermelde verzekeringsbranche (kredietverzekering) dient een egalisatievoorziening te worden gevormd ter verevening van een in het balansjaar optredende boven het gemiddelde liggende schadequote in deze branche.

3.2. Deze egalisatievoorziening dient op grond van de volgende methode te worden berekend:

Alle berekeningen hebben betrekking op de inkomsten en uitgaven voor eigen rekening.

Elk balansjaar moet aan de egalisatievoorziening het bedrag van de onderschade worden toegevoegd, totdat de egalisatievoorziening het normbedrag bereikt of opnieuw bereikt.

Er is onderschade wanneer de schadequote van het balansjaar lager ligt dan de gemiddelde schadequote van de waarnemingsperiode. Het bedrag van de onderschade is het verschil tussen beide quoten, vermenigvuldigd met de in het balansjaar verdiende premies.

Het normbedrag is het zesvoud van de standaardafwijking van de schadequote in de waarnemingsperiode ten opzichte van de gemiddelde schadequote, vermenigvuldigd met de in het balansjaar verdiende premies.

Wanneer in een balansjaar overschade optreedt dient het bedrag daarvan aan de egalisatievoorziening te worden onttrokken. Er is overschade wanneer de schadequote van het balansjaar hoger ligt dan de gemiddelde schadequote. Het bedrag van de overschade is het verschil tussen deze beide quoten, vermenigvuldigd met de in het balansjaar verdiende premies

Onafhankelijk van het schadeverloop dient in elk balansjaar aan de egalisatievoorziening 3,5 % van het geldende normbedrag te worden toegevoegd, totdat dit bedrag bereikt of opnieuw bereikt wordt.

De waarnemingsperiode dient ten minste 15 en ten hoogste 30 jaar te bedragen. Er kan van worden afgezien een egalisatievoorziening te vormen indien in de waarnemingsperiode geen verzekeringstechnisch verlies is opgetreden.

Het normbedrag van de egalisatievoorziening en de onttrekking kunnen worden verlaagd indien uit de gemiddelde schadequote in de waarnemingsperiode te zamen met de kostenquote blijkt dat in de premie een zekerheidstoeslag vervat is.

Methode nr. 4

4.1. Voor de in bijlage 1, onder A 14, vermelde verzekeringsbranche (kredietverzekering) dient een egalisatievoorziening te worden gevormd ter verevening van een in het balansjaar optredende boven het gemiddelde liggende schadequote in deze verzekeringsbranche.

4.2. Deze egalisatievoorziening dient op grond van de volgende methode te worden berekend:

Alle berekeningen hebben betrekking op de inkomsten en uitgaven voor eigen rekening.

Elk balansjaar moet aan de egalisatievoorziening het bedrag van de onderschade worden toegevoegd, totdat de egalisatievoorziening het maximumnormbedrag bereikt of opnieuw bereikt.

Er is onderschade wanneer de schadequote van het balansjaar lager ligt dan de gemiddelde schadequote van de waarnemingsperiode. Het bedrag van de onderschade is het verschil tussen beide quoten, vermenigvuldigd met de in het balansjaar verdiende premies.

Het maximumnormbedrag is het zesvoud van de standaardafwijking van de schadequote in de waarnemingsperiode ten opzichte van de gemiddelde schadequote, vermenigvuldigd met de in het balansjaar verdiende premies.

Wanneer in een balansjaar overschade optreedt dient het bedrag daarvan aan de egalisatievoorziening te worden onttrokken, totdat de egalisatievoorziening het minimumnormbedrag bereikt. Er is overschade wanneer de schadequote van het balansjaar hoger ligt dan de gemiddelde schadequote. Het bedrag van de overschade is het verschil tussen deze beide quoten, vermenigvuldigd met de in het balansjaar verdiende premies.

Het minimumnormbedrag is het drievoud van de standaardafwijking van de schadequote in de waarnemingsperiode ten opzichte van de gemiddelde schadequote, vermenigvuldigd met de in het balansjaar verdiende premies.

De waarnemingsperiode dient ten minste 15 en ten hoogste 30 jaar te bedragen. Er kan van worden afgezien een egalisatievoorziening te vormen indien in de waarnemingsperiode geen verzekeringstechnisch verlies is opgetreden.

Beide normbedragen van de egalisatievoorziening en de toevoeging dan wel de onttrekking kunnen worden verlaagd indien uit de gemiddelde schadequote in de waarnemingsperiode te zamen met de kostenquote blijkt dat in de premie een zekerheidstoeslag vervat is en deze zekerheidstoeslag groter is dan 1,5 maal de standaardafwijking van de schadequote in de waarnemingsperiode. Alsdan worden de genoemde bedragen vermenigvuldigd met het quotiënt van 1,5 maal de standaardafwijking en de zekerheidstoeslag.

B. Vrijstelling

Elke Partij bij de Overeenkomst kan de hoofdzetel, de agentschappen of de bijkantoren waarvan de geïnde premies of bijdragen voor de kredietverzekeringsbranche minder dan 4 % van het totale bedrag aan premies of bijdragen en minder dan 2 500 000 ecu belopen, vrijstellen van de verplichting tot vorming van een egalisatievoorziening voor deze branche.

De verhouding tussen de ecu en de Zwitserse frank alsmede de voor de definitie daarvan in de zin van deze bijlage noodzakelijke procedures zijn vastgesteld in Protocol nr. 3.

PROTOCOL NR. 1

DE SOLVABILITEITSMARGE

Artikel 1

Definitie van de solvabiliteitsmarge

De solvabiliteitsmarge komt overeen met het vermogen van de onderneming dat niet dient ter dekking van enige voorzienbare verplichting, na aftrek van de onlichamelijke bestanddelen. Deze marge omvat met name:

- het gestorte maatschappelijk kapitaal of, wat betreft de onderlinge waarborgmaatschappijen, c.q. onderlinge verzekeringsmaatschappijen, het werkelijke aanvangsfonds;

- de helft van het niet-gestorte gedeelte van het maatschappelijk kapitaal of van het aanvangsfonds zodra het gestorte gedeelte 25 % van dit kapitaal of fonds bedraagt;

- de (wettelijke en vrije) reserves die niet tegenover verplichtingen staan;

- de overgebrachte winst;

- de suppletiebijdragen welke onderlinge waarborgsmaatschappijen, c.q. onderlinge verzekeringsmaatschappijen en vennootschappen met een dienovereenkomstige rechtsvorm met variabele premies van hun leden kunnen eisen uit hoofde van het boekjaar tot een bedrag gelijk aan de helft van het verschil tussen de maximumbijdragen en de werkelijk ingevorderde bijdragen; deze mogelijke suppletiebijdragen kunnen evenwel niet meer dan 50 % van de marge bedragen;

- op een met redenen omkleed verzoek van de onderneming en indien de betrokken toezichthoudende autoriteiten van de Partijen bij de Overeenkomst op het grondgebied waarvan de onderneming werkzaam is, hiermede instemmen, de meerwaarden welke voortvloeien uit de onderwaardering van activa en de overwaardering van passiva, voor zover deze meerwaarden geen uitzonderlijk karakter hebben.

De overwaardering van de technische reserves wordt beoordeeld door uit te gaan van hun grootte, zoals deze door de onderneming overeenkomstig de nationale regeling wordt berekend; evenwel kan een bedrag, gelijk aan 75 % van het verschil tussen enerzijds de reserve voor lopende risico's, zoals deze door de onderneming forfaitair is berekend door toepassing van een minimumpercentage ten opzichte van de premies, en anderzijds het bedrag waarop men, indien de toepasselijke wetgeving de keuze laat tussen beide methoden, zou zijn uitgekomen door de reserve per contract te berekenen, in de solvabiliteitsmarge worden verdisconteerd en wel tot 20 %.

Artikel 2

Verhouding van de solvabiliteitsmarge tot het bedrag van de premies of de betaalde schade

2.1. De solvabiliteitsmarge wordt bepaald, hetzij ten opzichte van het jaarlijkse bedrag van de premies of bijdragen, hetzij ten opzichte van de gemiddelde betaalde schaden ten laste van de laatste drie boekjaren. Wanneer ondernemingen evenwel in hoofdzaak slechts een of meer van de risico's van krediet-, storm-, hagel- en vorstschade dekken, wordt voor de referentieperiode voor de gemiddelde betaalde schaden rekening gehouden met de laatste zeven boekjaren.

2.2. Behoudens artikel 3 van dit Protocol moet het bedrag van de solvabiliteitsmarge gelijk zijn aan de hoogste uitkomst van de volgende twee berekeningen:

Eerste berekening (ten opzichte van de premies):

- samengeteld worden de premies of bijdragen welke op grond van de directe zaken gedurende het laatste boekjaar zijn opgelegd uit hoofde van alle boekjaren, met inbegrip van bijkomende kosten;

- daaraan wordt toegevoegd het bedrag van de premies welke gedurende het laatste boekjaar uit hoofde van herverzekering werden ontvangen;

- afgetrokken worden het totaalbedrag van de gedurende het laatste boekjaar geannuleerde premies of bijdragen, alsmede het totaalbedrag van de belastingen en rechten op de samengetelde premies of bijdragen.

Nadat het aldus verkregen bedrag in twee gedeelten is gesplitst, namelijk een eerste gedeelte ten belope van maximaal 10 miljoen ecu en een tweede gedeelte dat het overige omvat, worden deze gedeelten respectievelijk vermenigvuldigd met 18 % en 16 % en vervolgens opgeteld.

De uitkomst van de eerste berekening wordt verkregen door dit nieuwe bedrag te vermenigvuldigen met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen het bedrag van de schaden welke ten laste van de onderneming blijven na overdracht uit hoofde van herverzekering en het bedrag van de brutoschaden; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 50 %.

Tweede berekening (ten opzichte van de schaden):

- samengeteld worden, zonder aftrek van de ten laste van de cessionarissen en retrocessionarissen komende schaden, de bedragen van de gedurende de in lid 1 bedoelde perioden op grond van de wegens directe zaken betaalde schaden;

- daaraan wordt toegevoegd het bedrag van de schaden welke gedurende dezelfde perioden zijn betaald uit hoofde van geaccepteerde herverzekeringen of retrocessies;

- eveneens wordt toegevoegd het bedrag van de reserves voor te betalen schaden welke aan het einde van het laatste boekjaar zijn gevormd, zowel voor directe zaken als voor geaccepteerde herverzekeringen;

- afgetrokken wordt het bedrag dat in de in lid 1 bedoelde perioden door het uitoefenen van verhaalrecht werd ontvangen;

- eveneens wordt afgetrokken het bedrag van de reserves voor te betalen schaden welke aan het begin van het

tweede boekjaar, voorafgaande aan het laatste afgesloten boekjaar, zijn gevormd, zulks zowel voor directe zaken als voor geaccepteerde herverzekeringen.

Nadat, al naar gelang van de overeenkomstig lid 1 in aanmerking genomen referentieperiode, een derde, respectievelijk een zevende van het aldus verkregen bedrag in twee gedeelten is gesplitst, namelijk een eerste gedeelte ten belope van maximaal 7 miljoen ecu, en een tweede gedeelte dat het overige omvat, worden deze gedeelten respectievelijk vermenigvuldigd met 26 % en 23 % en vervolgens opgeteld.

De uitkomst van de tweede berekening wordt verkregen door dit nieuwe bedrag te vermenigvuldigen met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen het bedrag van de schaden die ten laste van de onderneming blijven na overdracht uit hoofde van herverzekering en het bedrag van de brutoschaden; dit verhoudingsgetal mag in geen geval lager zijn dan 50 %.

2.3. De breukgetallen die moeten worden toegepast op de in lid 2 bedoelde gedeelten, worden tot een derde verminderd voor de ziekteverzekering welke op analoge wijze als de levensverzekering wordt beheerd, indien:

- de geheven premies volgens de verzekeringswiskundige methoden worden berekend aan de hand van ziektetafels;

- een ouderdomsreserve wordt gevormd;

- een aanvullende premie wordt geheven om een reële veiligheidsmarge te vormen;

- de verzekeringsonderneming het contract alleen vóór het einde van het derde verzekeringsjaar nog kan opzeggen;

- in het contract de mogelijkheid is vastgesteld om ook voor lopende contracten de premies te verhogen of de verstrekkingen te verminderen.

2.4. In het geval van Lloyd's waar de eerste berekening ten opzichte van de premies bedoeld in lid 2 geschiedt uitgaande van de nettopremies, worden deze nettopremies vermenigvuldigd met een forfaitair percentage dat jaarlijks wordt vastgesteld en bepaald wordt door de toezichthoudende autoriteit van het land van het hoofdkantoor. Dit forfaitaire percentage moet worden berekend uitgaande van de meest recente statistische gegevens, met name betreffende de betaalde provisies.

Deze gegevens alsmede de verrichte berekening worden medegedeeld aan de toezichthoudende autoriteiten van Zwitserland indien Lloyd's daar is gevestigd.

2.5. In het geval van onder branche 18 van bijlage 1, onder A, ingedeelde risico's komt het bedrag van de betaalde schade dat bij de tweede berekening moet worden gebruikt, overeen met de voor de onderneming uit de verleende hulp voortvloeiende kosten. Deze kosten worden berekend overeenkomstig de bepalingen van de Partij bij de Overeenkomst op wier grondgebied het hoofdkantoor van de onderneming zich bevindt.

Artikel 3

Het garantiefonds

3.1. Het garantiefonds bestaat uit een derde deel van de solvabiliteitsmarge.

3.2. Het garantiefonds mag echter niet minder bedragen dan:

- 1 400 000 ecu, indien het gaat om de risico's of een gedeelte van de risico's die behoren tot de in bijlage 1, onder A 14, vermelde branche en voor zover de in deze verzekeringsbranche jaarlijks geboekte premies en bijdragen in elk van de laatste drie boekjaren 2 500 000 ecu of 4 % van de totale door de betrokken onderneming geboekte premies of bijdragen hebben overschreden;

- 400 000 ecu, indien het gaat om de risico's of een gedeelte van de risico's die behoren tot één van de in bijlage 1, onder A 10, 11, 12, 13, 15 en, voor zover het bepaalde onder de voorgaande gedachtenstreep niet van toepassing is, 14 vermelde branches;

- 300 000 ecu, indien het gaat om de risico's of een gedeelte van de risico's die behoren tot één van de in bijlage 1, onder A 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 16 en 18, vermelde branches;

- 200 000 ecu, indien het gaat om de risico's of een gedeelte van de risico's die behoren tot één van de in bijlage 1, onder A 9 en 17 vermelde branches.

3.3. Indien de werkzaamheden van de onderneming op verscheidene branches of verscheidene risico's zijn gericht, wordt alleen de branche of het risico in aanmerking genomen waarvoor het hoogste bedrag is vereist.

3.4. Iedere Partij bij de Overeenkomst kan bepalen dat het minimum van het garantiefonds voor de onderlinge waarborgmaatschappijen c.q. onderlinge verzekeringsmaatschappijen met een vierde wordt verminderd.

3.5. Dient een onderneming, overeenkomstig lid 2, eerste streepje, het garantiefonds tot 1 400 000 ecu te verhogen, dan verleent de betrokken Partij bij de Overeenkomst haar daarvoor:

- een termijn van drie jaar om het fonds op 1 000 000 ecu te brengen;

- een termijn van vijf jaar om het fonds op 1 200 000 ecu te brengen;

- een termijn van zeven jaar om het fonds op 1 400 000 ecu te brengen.

Deze termijnen nemen een aanvang op de datum waarop de in lid 2, eerste streepje, vermelde voorwaarden zijn vervuld.

Artikel 4

Verhouding tussen de ecu en de Zwitserse frank

De verhouding tussen de ecu en de Zwitserse frank alsmede de voor de definitie daarvan in de zin van dit Protocol noodzakelijke procedures zijn vastgesteld in Protocol nr. 3.

PROTOCOL Nr. 2

HET PROGRAMMA VAN WERKZAAMHEDEN

Artikel 1

Inhoud van het programma

Het programma van werkzaamheden van het agentschap of bijkantoor moet gegevens of bewijsstukken bevatten betreffende:

a) de aard van de risico's die de onderneming voornemens is te dekken;

b) de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen die de onderneming voornemens is te gebruiken;

c) de tarieven die de onderneming voornemens is toe te passen voor elke categorie van verrichtingen;

d) de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;

e) de omvang van de in Protocol nr. 1 bedoelde solvabiliteitsmarge van de onderneming;

f) de te verwachten inrichtingskosten van de administratieve diensten en van het produktienet, alsmede de financiële middelen ter dekking daarvan; en, wanneer de te dekken risico's zijn ingedeeld onder branche 18 van bijlage 1, onder A, de ter beschikking van de onderneming staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;

en voor de eerste drie boekjaren voorts:

g) een raming van de kosten van beheer;

h) een raming van de premies of bijdragen alsmede een raming betreffende de schadegevallen in verband met de nieuwe werkzaamheden;

i) de te verwachten kaspositie van het agentschap of bijkantoor.

Artikel 2

Uitzonderingen

2.1. De in artikel 1, onder b) en c), van dit Protocol bedoelde gegevens zijn niet vereist met betrekking tot de volgende risico's (grote risico's):

a) de risico's die behoren tot de in bijlage 1, onder A 4, 5, 6, 7, 11 en 12, vermelde branches;

b) de risico's die behoren tot de in bijlage 1, onder A 14 en 15, vermelde branches wanneer de verzekeringnemer in het kader van een bedrijf of beroep een industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft;

c) de risico's die behoren tot de in bijlage 1, onder A 8, 9, 13 en 16, vermelde branches voor zover de verzekeringnemer ten minste twee van de drie volgende criteria overschrijdt:

eerste fase: tot en met 31 december 1992:

- balanstotaal: 12,4 mijoen ecu;

- netto-omzet: 24 miljoen ecu;

- gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar: 500;

tweede fase: vanaf 1 januari 1993:

- balanstotaal: 6,2 miljoen ecu;

- netto-omzet: 12,8 miljoen ecu;

- gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar: 250.

Indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep ondernemingen waarvoor overeenkomstig het recht dat geldt in de Partij bij de Overeenkomst waaronder hij valt geconsolideerde rekeningen worden vastgesteld, worden bovengenoemde criteria toegepast op de grondslag van de geconsolideerde rekeningen.

Elke Partij bij de Overeenkomst kan aan de onder c) genoemde categorie de risico's toevoegen die door beroepsverenigingen, joint ventures of tijdelijke verenigingen worden verzekerd.

2.2. In Zwitserland kunnen evenwel de in artikel 1, onder b) en c), van dit Protocol bedoelde gegevens geëist worden voor de risico's die behoren tot de in bijlage 1, onder A 12, vermelde branche, voor zover het gaat om schepen voor de vaart op meren en om binnenschepen.

PROTOCOL Nr. 3

VERHOUDING TUSSEN DE ECU EN DE ZWITSERSE FRANK

Artikel 1

Ecu

Voor wat deze Overeenkomst betreft, geldt voor "ecu" de door de bevoegde instanties van de Gemeenschap vastgestelde definitie.

Artikel 2

Verhouding tussen de nationale valuta's en de ecu

2.1. Wanneer, ten einde het de toezichthoudende autoriteiten mogelijk te maken de bepalingen van deze Overeenkomst rechtstreeks toe te passen, de daarin in ecu luidende bedragen in een nationale valuta moeten worden omgerekend, geschiedt dit overeenkomstig het bepaalde in de leden 2 en 3.

2.2. Ter zake van de omrekening van de in ecu luidende bedragen in de nationale valuta's van de Lid-Staten van de Gemeenschap zijn de door de bevoegde instanties van de Gemeenschap vastgestelde voorschriften van toepassing.

2.3. Ter bepaling van de tegenwaarde in Zwitserse frank van de in ecu luidende bedragen wordt, voor wat deze Overeenkomst betreft, uitgegaan van de verhouding: 1 ecu = . . . . Zwitserse frank.

Artikel 3

Wijziging van de verhouding tussen de ecu en de Zwitserse frank

3.1. De in artikel 2.3 genoemde verhouding tussen de ecu en de Zwitserse frank wordt jaarlijks herzien met inachtneming van het volgende: wanneer de door de Zwitserse Nationale Bank voor de laatste werkdag van de maand oktober vastgestelde tegenwaarde in Zwitserse frank van de ecu meer dan 10 % op- of neerwaarts van de krachtens deze Overeenkomst geldende verhouding afwijkt, wordt deze verhouding met ingang van de eerstvolgende eerste januari dienovereenkomstig aangepast.

3.2. Het in artikel 37 genoemde Gemengd Comité kan zo nodig elke andere aanpassingsmaatregel treffen.

PROTOCOL Nr. 4

AGENTSCHAPPEN EN BIJKANTOREN VAN ONDERNEMINGEN WAARVAN HET HOOFDKANTOOR IS GEVESTIGD BUITEN DE GRONDGEBIEDEN WAAROP DEZE OVEREENKOMST VAN TOEPASSING IS

Artikel 1

Vergunningsvoorwaarden

Voor iedere onderneming waarvan het hoofdkantoor is gevestigd buiten de grondgebieden waarop deze Overeenkomst ingevolge artikel 43 van toepassing is, kan iedere Partij bij de Overeenkomst vergunning verlenen voor de opening op haar grondgebied van een agentschap of een bijkantoor wanneer de aanvragende onderneming ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

a) zij moet bevoegd zijn tot het sluiten van verzekeringen krachtens de nationale wetgeving waaronder zij ressorteert;

b) zij moet een agentschap of een bijkantoor op het grondgebied van de betrokken Partij bij de Overeenkomst oprichten;

c) zij moet zich verbinden ter zetel van het agentschap of het bijkantoor een specifieke boekhouding te voeren voor de werkzaamheden die zij aldaar uitoefent en er alle bescheiden met betrekking tot de behandelde zaken te bewaren;

d) zij moet een algemeen gevolmachtigde aanwijzen, die door de toezichthoudende autoriteit moet worden toegelaten;

e) zij moet in het land waar zij haar bedrijf uitoefent over activa beschikken, die ten minste de helft van het in artikel 3.2 van Protocol nr. 1 voor het garantiefonds aangegeven minimum dient te bedragen, en een vierde gedeelte van dit minimum bij wijze van waarborg deponeren;

f) zij moet zich verbinden een solvabiliteitsmarge te handhaven overeenkomstig artikel 3 van dit Protocol;

g) zij moet een programma van werkzaamheden overeenkomstig artikel 10.1, onder c), van de Overeenkomst en Protocol nr. 2 overleggen. Wat de balans en de winst- en verliesrekening betreft, die te zamen met het programma van werkzaamheden moeten worden overgelegd, kan elke Partij bij de Overeenkomst, indien haar geldende voorschriften zulks toelaten, de eis stellen dat een onderneming die minder dan drie boekjaren bestaat, deze bescheiden slechts verstrekt voor de afgesloten boekjaren.

Artikel 2

Technische reserves

Uit hoofde van dit Protocol past iedere Partij bij de Overeenkomst op de op haar grondgebied opgerichte agentschappen of bijkantoren met betrekking tot de technische reserves een regeling toe die niet gunstiger mag zijn dan de regeling voorzien in de artikelen 19, 20 en 21 van de Overeenkomst. In afwijking van het bepaalde in artikel 20.1, tweede zin, van de Overeenkomst eist zij dat de activa welke

tegenover de technische reserves staan, zijn gelokaliseerd op het grondgebied waarvoor de toezichthoudende autoriteit van de betrokken Partij bij de Overeenkomst bevoegd is.

Artikel 3

Solvabiliteitsmarge

3.1. Uit hoofde van dit Protocol verplicht iedere Partij bij de Overeenkomst de op haar grondgebied opgerichte agentschappen of bijkantoren over een solvabiliteitsmarge te beschikken, gevormd door activa welke niet dienen ter dekking van enige voorzienbare verplichting, met uitzondering van de onlichamelijke bestanddelen. De solvabiliteitsmarge wordt berekend overeenkomstig de artikelen 2.2 en 2.3 van Protocol nr. 1. Voor het berekenen van deze marge worden evenwel uitsluitend in aanmerking genomen de premies of bijdragen en schaden welke verband houden met de verrichtingen van het agentschap of bijkantoor.

3.2. Het garantiefonds bestaat uit een derde deel van de solvabiliteitsmarge. Dit fonds mag niet kleiner zijn dan de helft van het in artikel 3.2 van Protocol nr. 1 bedoelde minimum. Het in artikel 1, onder e), van dit Protocol bedoelde aanvangsdepot wordt daaronder gerekend.

3.3. De activa die de solvabiliteitsmarge vertegenwoordigen moeten zijn gelokaliseerd op het grondgebied waarvoor de toezichthoudende autoriteit van de betrokken Partij bij de Overeenkomst bevoegd is.

3.4. De Gemeenschap kan versoepelingen toestaan voor ondernemingen die agentschappen of bijkantoren hebben in verschillende Lid-Staten, ten einde het toezicht te vergemakkelijken.

Artikel 4

Controle en herstel van de financiële positie

Artikel 17.3 en artikel 18 van de Overeenkomst zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op de agentschappen en bijkantoren van de in dit Protocol bedoelde ondernemingen.

Artikel 5

Overeenkomsten met derde landen

Iedere Partij bij de Overeenkomst kan, in met één of meer derde landen gesloten overeenkomsten, besluiten tot toepassing van bepalingen welke afwijken van die van dit Protocol, waarbij zij echter op basis van wederkerigheid, aan haar verzekerden een voldoende bescherming dient te waarborgen.

BRIEFWISSELING Nr. 1

Beginsel van de non-discriminatie

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 26 juli 1989.

Excellentie,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U te bevestigen dat de in artikel 5 bedoelde verplichting van non-discriminatie uitsluitend betrekking heeft op de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf en de uitoefening ervan op het grondgebied waarvoor de toezichthoudende autoriteit die de vergunning verleent bevoegd is, en eveneens geldt voor de Lid-Staten van de Gemeenschap bij de uitoefening van hun wetgevende bevoegdheid op de door genoemde Overeenkomst bestreken terreinen.

Ik moge U verzoeken nota te nemen van deze mededeling.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Geoffrey FITCHEW

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

Zwitserse delegatie

Bern, 26 juli 1989.

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U te bevestigen dat de in artikel 5 bedoelde verplichting van non-discriminatie uitsluitend betrekking heeft op de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf en de uitoefening ervan op het grondgebied waarvoor de toezichthoudende autoriteit die de vergunning verleent bevoegd is, en eveneens geldt voor de Lid-Staten van de Gemeenschap bij de uitoefening van hun wetgevende bevoegdheid op de door genoemde Overeenkomst bestreken terreinen.".

Ik heb nota genomen van deze mededeling.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Geoffrey Fitchew

Hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

Brussel

BRIEFWISSELING Nr. 2

Reikwijdte van de vergunning

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 26 juli 1989.

Excellentie,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat artikel 8.1 niet afdoet aan de in elk van de Partijen bij de Overeenkomst geldende voorschriften ten aanzien van de mogelijkheid voor een verzekeringsonderneming om risico's te dekken die zijn gelegen buiten het grondgebied waarvoor de autoriteit die haar de vergunning heeft verleend bevoegd is.

Ik moge U verzoeken mij het bovenstaande te willen bevestigen.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Geoffrey FITCHEW

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

Zwitserse delegatie

Bern, 26 juli 1989.

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat artikel 8.1 niet afdoet aan de in elk der Partijen bij de Overeenkomst geldende voorschriften ten aanzien van de mogelijkheid voor een verzekeringsonderneming om risico's te dekken die zijn gelegen buiten het grondgebied waarvoor de autoriteit die haar de vergunning heeft verleend bevoegd is.".

Ik bevestig U het bovenstaande.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Geoffrey Fitchew

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

BRIEFWISSELING Nr. 3

Algemeen gevolmachtigde

Zwitserse delegatie

Bern, 25 juni 1982.

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer te preciseren dat deze er niet aan in de weg staat dat de in artikel 10.1, onder d), en in artikel 11.4 van de Overeenkomst, alsmede in artikel 1, onder d), van Protocol nr. 4, bedoelde algemeen gevolmachtigde gehouden is de daadwerkelijke leiding van het agentschap of het bijkantoor op zich te nemen voor alle transacties die dit voornemens is te verrichten op het grondgebied waarvoor de toezichthoudende autoriteit waarbij een vergunning is aangevraagd bevoegd is.

Ik moge U verzoeken mij het bovenstaande te willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Gérard Imbert

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 25 juni 1982.

Excellentie,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U te preciseren dat deze er niet aan in de weg staat dat de in artikel 10.1, onder d), en in artikel 11.4 van de Overeenkomst, alsmede in artikel 1, onder d), van Protocol nr. 4, bedoelde algemeen gevolmachtigde gehouden is de daadwerkelijke leiding van het agentschap of het bijkantoor op zich te nemen voor alle transacties die dit voornemens is te verrichten op het grondgebied waarvoor de toezichthoudende autoriteit waarbij een vergunning is aangevraagd bevoegd is.".

Ik bevestig U het bovenstaande.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Gérard IMBERT

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

BRIEFWISSELING Nr. 4

Toewijzing van onroerende goederen die in rechtstreeks bezit zijn van verzekeringsondernemingen aan het Zwitserse "Fonds de sûreté"

Zwitserse delegatie

Bern, 25 juni 1982.

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U ervan in kennis te stellen dat Zwitserland zich de mogelijkheid voorbehoudt met betrekking tot de toewijzing aan het "Fonds de sûreté" van onroerende goederen die in rechtstreeks bezit zijn van verzekeringsondernemingen over te gaan tot inschrijving van genoemde onroerende goederen in het register van het "Fonds de sûreté" dat door de onderneming wordt gehouden alsmede tot een daarop betrekking hebbende aantekening in het kadaster van een beperking van het vervreemdingsrecht, hetgeen naar Zwitsers recht geen inschrijving van hypotheek constitueert.

Ik moge U verzoeken te bevestigen dat U mijn mening deelt dat een dergelijke procedure niet indruist tegen de artikelen 11.2 en 20.3 van genoemde Overeenkomst.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Gérard Imbert

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 25 juni 1982.

Excellentie,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U ervan in kennis te stellen dat Zwitserland zich de mogelijkheid voorbehoudt met betrekking tot de toewijzing aan het "Fonds de sûreté'' van onroerende goederen die in rechtstreeks bezit zijn van verzekeringsondernemingen over te gaan tot inschrijving van genoemde onroerende goederen in het register van het "Fonds de sûreté'' dat door de onderneming wordt gehouden alsmede tot een daarop betrekking hebbende aantekening in het kadaster van een beperking van het vervreemdingsrecht, hetgeen naar Zwitsers recht geen inschrijving van hypotheek constitueert.''.

Ik bevestig dat ik Uw mening deel dat een dergelijke procedure niet indruist tegen de artikelen 11.2 en 20.3 van genoemde Overeenkomst.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Gérard IMBERT

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

BRIEFWISSELING Nr. 5

Beleggingsbeginselen

Zwitserse delegatie

Bern, 25 juni 1982.

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U ervan in kennis te stellen dat ten aanzien van de in artikel 15 bedoelde activa de genoemde Overeenkomst er niet aan in de weg staat dat de toezichthoudende autoriteit de mogelijkheid behoudt in bijzondere gevallen in te grijpen, wanneer een zodanige keuze van de activa wordt gedaan dat de financiële zekerheid van de onderneming ernstig in gevaar kan worden gebracht of haar liquiditeitsgraad kan worden verminderd.

Ik moge U verzoeken mij het bovenstaande te bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Gérard Imbert

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 25 juni 1982.

Excellentie

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U ervan in kennis te stellen dat ten aanzien van de in artikel 15 bedoelde activa de genoemde Overeenkomst er niet aan in de weg staat dat de toezichthoudende autoriteit de mogelijkheid behoudt in bijzondere gevallen in te grijpen, wanneer een zodanige keuze van de activa wordt gedaan dat de financiële zekerheid van de onderneming ernstig in gevaar kan worden gebracht of haar liquiditeitsgraad kan worden verminderd.".

Ik bevestig het bovenstaande.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Gérard IMBERT

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

BRIEFWISSELING Nr. 6

Zwitserse lijst van de verzekeringsbranches

Zwitserse delegatie

Bern, 25 juni 1982.

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U ervan in kennis te stellen dat Zwitserland zijn lijst van de verzekeringsbranches zal blijven toepassen met betrekking tot de op zijn grondgebied gevestigde hoofdkantoren, agentschappen en bijkantoren voor de overlegging van bescheiden en statistische documenten. Dit geldt eveneens voor het verslag van het Office fédéral des assurances privées over "Les entreprises d'assurances privées en Suisse". Daarentegen is de indeling van de risico's per branche, die is opgenomen in bijlage 1, onder A, van genoemde Overeenkomst, van toepassing voor de specificatie van de branches bij de aanvraag van een vergunning alsmede voor de beoordeling van de noodzaak van goedkeuring van de algemene en speciale voorwaarden van verzekeringspolissen en tarieven.

Dit sluit niet uit dat Zwitserland op een latere datum de mogelijkheid zal onderzoeken de bovengenoemde indeling volledig toe te passen. Van een dergelijk besluit zal via diplomatieke weg aan de Gemeenschap kennis worden gegeven.

De lijst van de verzekeringsbranches bestrijkt hetzelfde toepassingsgebied als de indeling van de risico's per branche. De vergelijking tussen de twee soorten indelingen is als volgt:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Ik moge U verzoeken nota te nemen van deze mededeling.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Gérard Imbert

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 25 juni 1982.

Excellentie,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U ervan in kennis te stellen dat Zwitserland zijn lijst van de verzekeringsbranches zal blijven toepassen met betrekking tot de op zijn grondgebied gevestigde hoofdkantoren, agentschappen en bijkantoren voor de overlegging van bescheiden en statistische documenten. Dit geldt eveneens voor het verslag van het Office fédéral des assurances privées over "Les entreprises d'assurances privées en Suisse''. Daarentegen is de Indeling van de risico's per branche, die is opgenomen in bijlage 1, onder A, van genoemde Overeenkomst, van toepassing voor de specificatie van de branches bij de aanvraag van een vergunning alsmede voor de beoordeling van de noodzaak van goedkeuring van de algemene en speciale voorwaarden van verzekeringspolissen en tarieven.

Dit sluit niet uit dat Zwitserland op een latere datum de mogelijkheid zal onderzoeken de bovengenoemde indeling volledig toe te passen. Van een dergelijk besluit zal via diplomatieke weg aan de Gemeenschap kennis worden gegeven.

De lijst van de verzekeringsbranches bestrijkt hetzelfde toepassingsgebied als de indeling van de risico's per branche. De vergelijking tussen de twee soorten indelingen is als volgt:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Ik heb nota genomen van deze mededeling.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Gérard IMBERT

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie Bern

BRIEFWISSELING Nr. 7

Maatschappelijk kapitaal van verzekeringsondernemingen

Zwitserse delegatie

Bern, 25 juni 1982.

Mijnheer,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat de bepalingen ten aanzien van het minimumbedrag van de solvabiliteitsmarge, berekend overeenkomstig artikel 2.2 van Protocol nr. 1, alsmede het minimum-garantiefonds, bedoeld in artikel 3.2 van genoemd Protocol geen betrekking hebben op de voorschriften of de praktijk van de Partijen bij de Overeenkomst ten aanzien van de eisen met betrekking tot het maatschappelijk kapitaal van de onderneming.

Ik moge U verzoeken mij het bovenstaande te willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Gérard Imbert

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 25 juni 1982.

Excellentie,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen Zwitserland en de Gemeenschap heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat de bepalingen ten aanzien van het minimumbedrag van de solvabiliteitsmarge, berekend overeenkomstig artikel 2.2 van Protocol nr. 1, alsmede het minimum-garantiefonds, bedoeld in artikel 3.2 van genoemd Protocol geen betrekking hebben op de voorschriften of de praktijk van de Partijen bij de Overeenkomst ten aanzien van de eisen met betrekking tot het maatschappelijk kapitaal van de onderneming.".

Ik bevestig U het bovenstaande.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Gérard IMBERT

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

BRIEFWISSELING Nr. 8

Overgangsregeling voor de hulpverlening

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 26 juli 1989.

Excellentie

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat de Lid-Staten van de Gemeenschap aan ondernemingen die op 12 december 1984 op hun grondgebied slechts een hulpverleningsactiviteit uitoefenden, een termijn van vijf jaar, aanvangende op deze datum, kunnen toekennen om aan de voorwaarde van artikel 16 van deze Overeenkomst te voldoen.

De Lid-Staten van de Gemeenschap kunnen aan de hiervóór bedoelde ondernemingen die na het verstrijken van de termijn van vijf jaar de solvabiliteitsmarge nog niet volledig hebben bereikt, een aanvullende termijn van ten hoogste twee jaar toestaan, mits deze ondernemingen de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen om de marge te bereiken, overeenkomstig artikel 18 van de Overeenkomst ter goedkeuring aan de toezichthoudende autoriteit hebben overgelegd.

Ondernemingen als hiervóór bedoeld die hun werkzaamheden tot andere branches of, in het in artikel 8.1 van de Overeenkomst bedoelde geval, tot een ander deel van het grondgebied willen uitbreiden, dienen echter onverwijld aan deze Overeenkomst te voldoen.

Voorts is tot en met 12 december 1992 de voorwaarde, bedoeld in punt 5 van bijlage 2, onder B, dat het ongeval of het defect zich op het grondgebied van de Partij bij de Overeenkomst waar de verlener van de dekking is gevestigd, moet hebben voorgedaan niet van toepassing op de verrichtingen, bedoeld in het derde streepje van dat punt, die worden uitgevoerd door de ELPA (Automobiel- en Touringclub van Griekenland).

Ik moge U verzoeken mij het bovenstaande te willen bevestigen.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Geoffrey FITCHEW

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

Zwitserse delegatie

Bern, 26 juli 1989.

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat de Lid-Staten van de Gemeenschap aan ondernemingen die op 12 december 1984 op hun grondgebied slechts een hulpverleningsactiviteit uitoefenden, een termijn van vijf jaar, aanvangende op deze datum, kunnen toekennen om aan de voorwaarde van artikel 16 van deze Overeenkomst te voldoen.

De Lid-Staten van de Gemeenschap kunnen aan de hiervóór bedoelde ondernemingen die na het verstrijken van de termijn van vijf jaar de solvabiliteitsmarge nog niet volledig hebben bereikt, een aanvullende termijn van ten hoogste twee jaar toestaan, mits deze ondernemingen de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen om de marge te bereiken, overeenkomstig artikel 18 van de Overeenkomst ter goedkeuring aan de toezichthoudende autoriteit hebben overgelegd.

Ondernemingen als hiervóór bedoeld die hun werkzaamheden tot andere branches of, in het in artikel 8.1 van de Overeenkomst bedoelde geval, tot een ander deel van het grondgebied willen uitbreiden, dienen echter onverwijld aan deze Overeenkomst te voldoen.

Voorts is tot en met 12 december 1992 de voorwaarde, bedoeld in punt 5 van bijlage 2, onder B, dat het ongeval of het defect zich op het grondgebied van de Partij bij de Overeenkomst waar de verlener van de dekking is gevestigd, moet hebben voorgedaan niet van toepassing op de verrichtingen, bedoeld in het derde streepje van dat punt, die worden uitgevoerd door de ELPA (Automobiel- en Touringclub van Griekenland).".

Ik bevestig U het bovenstaande.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Geoffrey Fitchew

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

BRIEFWISSELING Nr. 9

Overgangsregeling voor de grote risico's, bedoeld in artikel 2.1 van Protocol nr. 2

Delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel, 26 juli 1989.

Excellentie,

Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat voor Griekenland, Ierland, Spanje en Portugal met betrekking tot de grote risico's, bedoeld in artikel 2.1 van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst, de volgende overgangsregeling geldt:

a) Tot en met 31 december 1992 mogen deze Lid-Staten op alle risico's de regeling toepassen die geldt voor andere dan de in artikel 2.1 van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst omschreven risico's.

b) Vanaf 1 januari 1993 tot en met 31 december 1994 geldt de regeling voor grote risico's voor de in artikel 2.1, onder a) en b), van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst bedoelde risico's; voor de in dat artikel, onder c), bedoelde risico's stellen deze Lid-Staten de toe te passen drempelwaarden vast.

c) Spanje:

- Vanaf 1 januari 1995 tot en met 31 december 1996 zijn de in artikel 2.1, onder c), van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst genoemde drempelwaarden van de eerste fase van toepassing.

- Vanaf 1 januari 1997 zijn de drempelwaarden van de tweede fase van toepassing.

d) Griekenland, Ierland en Portugal:

- Vanaf 1 januari 1995 tot en met 31 december 1998 zijn de in artikel 2.1, onder c), van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst genoemde drempelwaarden van de eerste fase van toepassing.

- Vanaf 1 januari 1999 zijn de drempelwaarden van de tweede fase van toepassing.

De vanaf 1 januari 1995 toegestane uitzondering is alleen van toepassing op overeenkomsten ter dekking van tot de branches 8, 9, 13 en 16 van bijlage 1, onder A, behorende risico's die uitsluitend gelegen zijn in één van de vier Lid-Staten van de Gemeenschap waarvoor deze bepalingen gelden.

Ik moge U verzoeken mij het bovenstaande te willen bevestigen.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de delegatie

van de Commissie van de Europese Gemeenschappen

w.g. Geoffrey FITCHEW

Zijne Excellentie de heer Franz Blankart

Hoofd van de Zwitserse delegatie

Bern

Zwitserse delegatie

Bern, 26 juli 1989.

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

"Onder verwijzing naar de heden geparafeerde Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Zwitserland heb ik de eer U eraan te herinneren dat wij het erover eens waren dat voor Griekenland, Ierland, Spanje en Portugal met betrekking tot de grote risico's, bedoeld in artikel 2.1 van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst, de volgende overgangsregeling geldt:

a) Tot en met 31 december 1992 mogen deze Lid-Staten op alle risico`s de regeling toepassen die geldt voor andere dan de in artikel 2.1 van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst omschreven risico's.

b) Vanaf 1 januari 1993 tot en met 31 december 1994 geldt de regeling voor grote risico's voor de in artikel 2.1, onder a) en b), van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst bedoelde risico's; voor de in dat artikel, onder c), bedoelde risico's stellen deze Lid-Staten de toe te passen drempelwaarden vast.

c) Spanje:

- Vanaf 1 januari 1995 tot en met 31 december 1996 zijn de in artikel 2.1, onder c), van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst genoemde drempelwaarden van de eerste fase van toepassing.

- Vanaf 1 januari 1997 zijn de drempelwaarden van de tweede fase van toepassing.

d) Griekenland, Ierland en Portugal:

- Vanaf 1 januari 1995 tot en met 31 december 1998 zijn de in artikel 2.1, onder c), van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst genoemde drempelwaarden van de eerste fase van toepassing.

- Vanaf 1 januari 1999 zijn de drempelwaarden van de tweede fase van toepassing.

De vanaf 1 januari 1995 toegestane uitzondering is alleen van toepassing op overeenkomsten ter dekking van tot de branches 8, 9, 13 en 16 van bijlage 1, onder A, behorende risico's die uitsluitend gelegen zijn in één van de vier Lid-Staten van de Gemeenschap waarvoor deze bepalingen gelden.''.

Ik bevestig U het bovenstaande.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Het hoofd van de Zwitserse delegatie

w.g. Franz BLANKART

De heer Geoffrey Fitchew

Hoofd van de delegatie van de Commissie

van de Europese Gemeenschappen

Brussel

Gemeenschappelijke verklaring van de Partijen bij de Overeenkomst inzake de periode tussen de ondertekening en de inwerkingtreding van de Overeenkomst

Gedurende de in artikel 44.3 bedoelde periode tussen de ondertekening en de inwerkingtreding van deze Overeenkomst verklaart elke Partij bij de Overeenkomst zich bereid op het gebied van het toezicht geen nieuwe bepalingen in te voeren die krachtens deze Overeenkomst zouden moeten worden afgeschaft met betrekking tot de agentschappen en bijkantoren van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor is gevestigd op het grondgebied van de andere Partij bij de Overeenkomst en die zich willen vestigen of die zijn gevestigd op haar grondgebied om toegang te krijgen tot de werkzaamheden, anders dan in loondienst, van het directe verzekeringsbedrijf anders dan levensverzekering, of om deze werkzaamheden uit te oefenen.

Bovendien verbinden de Partijen bij de Overeenkomst zich ertoe tijdig een aanvang te maken met de procedure tot wijziging van hun nationale recht uit hoofde van deze Overeenkomst.

SLOTAKTE

De vertegenwoordigers

VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

EN VAN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT,

bijeengekomen te Luxemburg op 10 oktober 1989,

voor de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche,

hebben ten tijde van de ondertekening van deze Overeenkomst:

- akte genomen van de bij bovengenoemde Overeenkomst gevoegde briefwisselingen:

Briefwisseling nr. 1: Beginsel van non-discriminatie

Briefwisseling nr. 2: Reikwijdte van de vergunning

Briefwisseling nr. 3: Algemeen gevolmachtigde

Briefwisseling nr. 4: Toewijzing van onroerende goederen die in rechtstreeks bezit zijn van verzekeringsondernemingen aan het Zwitserse "Fonds de sûreté"

Briefwisseling nr. 5: Beleggingsbeginselen

Briefwisseling nr. 6: Zwitserse lijst van de verzekeringsbranches

Briefwisseling nr. 7: Maatschappelijk kapitaal van verzekeringsondernemingen

Briefwisseling nr. 8: Overgangsregeling voor de hulpverlening

Briefwisseling nr. 9: Overgangsregeling voor de grote risico's, bedoeld in artikel 2.1 van Protocol nr. 2;

- de volgende aan deze Overeenkomst gehechte verklaring aangenomen:

Gemeenschappelijke verklaring van de Partijen bij de Overeenkomst inzake de periode tussen de ondertekening en de inwerkingtreding van de Overeenkomst.

Hecho en Luxemburgo, el diez de octubre de mil novecientos ochenta y nueve.

Udfærdiget i Luxembourg, den tiende oktober nitten hundrede og niogfirs.

Geschehen zu Luxemburg an zehnten Oktober neunzehnhundertneunundachtzig.

éÅãéíå Ëïõîåìâïýñãï, óôéò äÝêá Ïêôùâñßïõ ÷ßëéá åííéáêüóéá ïãäüíôá åííÝá.

Done at Luxembourg on the tenth day of October in the year one thousand nine hundred and eighty-nine.

Fait à Luxembourg, le dix octobre mil neuf cent quatre-vingt-neuf.

Fatto a Lussemburgo, addì dieci ottobre millenovecentottantanove.

Gedaan te Luxemburg, de tiende oktober negentienhonderd negenentachtig.

Feito em Luxemburgo, em dez de Outubro de mil novecentos e oitenta e nove.

En nombre del Consejo de las Comunidades Europeas

På vegne af Rådet for De Europæiske Fællesskaber

Im Namen des Rates der Europäischen Gemeinschaften

Åî ïíüìáôïò ôïõ Óõìâïõëßïõ Åõñùðáúêþí ÊïéíïôÞôùí

On behalf of the Council of the European Communities

Au nom du Conseil des Communautés européennes

A nome del Consiglio delle Comunità europee

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

Em nome do Conselho das Comunidades Europeias

Por el Gobierno de la Confederación Suiza

For regeringen for Schweiz

Für die Regierung der Schweizerischen Eidgenossenschaft

Ãéá ôçí ÊõâÝñíçóç ôçò ÅëâåôéêÞò Óõíïìïóðïíäßáò

For the Government of the Swiss Confederation

Pour le gouvernement de la Confédération suisse

Per il governo della Confederazione svizzera

Voor de Regering van de Zwitserse Bondsstaat

Pelo Governo da Confederação Suíça.