Briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Volksrepubliek Polen inzake de handelsbetrekkingen in de sector schapen en geiten - Briefwisseling betreffende de onderwerpen voor het overleg bedoeld in punt 8 van de briefwisseling - Briefwisseling aangaande punt 2 van de briefwisseling
Publicatieblad Nr. L 137 van 23/05/1981 blz. 0013 - 0020
BRIEFWISSELING tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Volksrepubliek Polen inzake de handelsbetrekkingen in de sector schapen en geiten Brief nr. 1 Mijnheer, Ik heb de eer te verwijzen naar de onlangs tussen onze respectieve delegaties gevoerde onderhandelingen welke ten doel hadden bepalingen uit te werken met betrekking tot de invoer in de Europese Economische Gemeenschap van schape-, lams- en geitevlees, alsmede van levende schapen en geiten, andere dan fokdieren van zuiver ras, uit de Volksrepubliek Polen, in verband met de tenuitvoerlegging door de Gemeenschap van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees. In de loop van deze onderhandelingen tussen de twee partijen, die beide deelnemers zijn aan de GATT, zijn onze delegaties het volgende overeengekomen: 1. Deze regeling heeft betrekking op: - levende schapen en geiten, andere dan fokdieren van zuiver ras (post 01.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief); - vlees van schapen, lammeren of geiten, vers of gekoeld (post 02.01 A IV a) van het gemeenschappelijk douanetarief); - vlees van schapen, lammeren of geiten, bevroren (post 02.01 A IV b) van het gemeenschappelijk douanetarief). De twee partijen zijn het erover eens dat voor een correcte toepassing van deze regeling moet worden voorkomen dat produkten op basis van schape- en geitevlees onder niet in deze regeling genoemde tariefposten worden geleverd. 2. In het kader van deze regeling wordt de toegestane invoer in de Gemeenschap van schape- en geitevlees en levende schapen en geiten uit Polen vastgesteld op de volgende hoeveelheden per jaar: - 5 800 ton levende dieren, uitgedrukt in vlees met been (1), - 200 ton vers of gekoeld vlees, uitgedrukt in vlees met been (2). Voor een correcte toepassing van de regeling verbinden de bevoegde Poolse autoriteiten zich ertoe de nodige voorzieningen te treffen opdat de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden bovengenoemde hoeveelheden niet overschrijden. 3. Wanneer bij invoer van de onder deze regeling vallende produkten de overeengekomen hoeveelheden niet worden overschreden, zal de Gemeenschap geen nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking toepassen en zal zij geen hogere douanerechten of belastingen van gelijke werking als de heffingen of douanerechten toepassen dan in punt 5 is overeengekomen. Indien de Gemeenschap de vrijwaringsclausule inroept, zal dit geen afbreuk doen aan de bepalingen van deze regeling. (1) 100 kg levend gewicht komt overeen met 47 kg geslacht gewicht (equivalent van het gewicht met been). (2) Geslacht gewicht (equivalent van het gewicht met been). Onder deze term wordt verstaan het gewicht van met been aangeboden vlees, alsmede het gewicht van vlees zonder been omgerekend met behulp van een coëfficiënt in gewicht vlees met been. Geraamd kan worden dat 55 kg schapevlees zonder been overeenstemt met 100 kg vlees met been en dat 60 kg lamsvlees zonder been overeenstemt met 100 kg vlees met been. 4. Indien de invoer uit Polen de overeengekomen hoeveelheden overschrijdt, behoudt de Gemeenschap zich het recht voor verdere invoer uit dit land op te schorten tot aan het eind van het lopende jaar. De hoeveelheden die de voor het lopende jaar vastgestelde hoeveelheden overschrijden, worden evenwel in ieder geval afgeboekt op de hoeveelheden die voor het daaropvolgende jaar zijn overeengekomen. 5. De Gemeenschap verbindt zich ertoe bij de invoer van onder deze regeling vallende produkten de heffingen te beperken tot de volgende maximumbedragen ad valorem: - 10 % voor levende dieren, - 10 % voor vlees. 6. Bij de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschap worden de in punt 2 genoemde hoeveelheden eventueel door de Gemeenschap aangepast na overleg tussen de twee partijen en rekening houdend met de handelsbetrekkingen van de Volksrepubliek Polen met elke nieuwe Lid-Staat. De betrokken hoeveelheden zullen niet worden verlaagd. De belasting bij invoer voor deze nieuwe Lid-Staten zal worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van het Toetredingsverdrag, rekening houdend met de in punt 5 genoemde maximumheffing. 7. De bevoegde Poolse autoriteiten zien erop toe dat deze regeling in acht wordt genomen, met name door middel van de afgifte, door de bevoegde instantie die zij daartoe aanwijzen, van uitvoercertificaten voor de in punt 1 genoemde produkten, met inachtneming van de overeengekomen hoeveelheden. Van haar kant gaat de Gemeenschap de verplichting aan de nodige bepalingen vast te stellen opdat de automatische afgifte, uiterlijk op het ogenblik van de inklaring, van een invoercertificaat voor bovengenoemde produkten van oorsprong uit Polen, slechts plaatsvindt tegen overlegging van een door de bevoegde Poolse instantie afgegeven uitvoercertificaat. De bepalingen ter uitvoering van deze regeling zullen zodanig worden vastgesteld dat het stellen van een waarborg voor de afgifte van de invoercertificaten voor de betrokken produkten overbodig wordt. De uitvoeringsbepalingen schrijven eveneens voor dat de bevoegde Poolse en communautaire autoriteiten elkaar op gezette tijden gegevens verstrekken over enerzijds, de hoeveelheden waarvoor uitvoer- en invoercertificaten zijn afgegeven, eventueel gespecificeerd naar bestemming, en anderzijds over de daadwerkelijk gerealiseerde hoeveelheden. Er wordt overeengekomen dat de uitvoercertificaten drie maanden geldig blijven te rekenen vanaf de datum van afgifte. De daarmee overeenkomende invoercertificaten zijn geldig tot de dag waarop de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten afloopt. De met een uitvoercertificaat geleverde hoeveelheden worden afgeboekt op de hoeveelheid die is overeengekomen voor het jaar waarin het uitvoercertificaat is afgegeven. 8. Om een correcte toepassing van deze regeling te waarborgen, nemen beide partijen de nodige maatregelen en komen zij overeen in nauw contact met elkaar te blijven en zo nodig overleg te plegen over alle problemen die zich bij de toepassing van deze regeling kunnen voordoen. Het overleg moet beginnen uiterlijk 14 dagen nadat één van de partijen daarom heeft verzocht. 9. De in punt 2 vastgestelde jaarlijkse hoeveelheid heeft betrekking op de periode van 1 januari tot en met 31 december. De hoeveelheid voor de periode vanaf de tenuitvoerlegging van deze regeling tot en met 1 januari van het volgende jaar zal door beide partijen in gezamenlijk overleg worden vastgesteld naar rato van de totale jaarlijkse hoeveelheid en gecorrigeerd aan de hand van de seizoenontwikkeling van de Poolse leveringen van de betrokken produkten in de loop van het jaar. 10. Deze regeling is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Volksrepubliek Polen. 11. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1981. Zij is van toepassing tot en met 31 maart 1984. Zij wordt vervolgens ambtshalve met telkens één jaar verlengd, met dien verstande dat elk van de partijen de regeling zes maanden voor het verstrijken van één van deze periodes schriftelijk kan opzeggen. Wanneer de regeling wordt opgezegd, loopt zij af op de datum waarop de betrokken periode verstrijkt. De bepalingen van deze regeling zullen in ieder geval vóór 1 april 1984 door beide partijen worden onderzocht om eventueel de met het oog op verlenging noodzakelijke aanpassingen aan te brengen. Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat het bovenstaande een juiste weergave is van hetgeen onze twee delegaties ter zake zijn overeengekomen. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden. Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen Brief nr. 2 Mijnheer, Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke luidt als volgt: "Ik heb de eer te verwijzen naar de onlangs tussen onze respectieve delegaties gevoerde onderhandelingen welke ten doel hadden bepalingen uit te werken met betrekking tot de invoer in de Europese Economische Gemeenschap van schape-, lams- en geitevlees, alsmede van levende schapen en geiten, andere dan fokdieren van zuiver ras, uit de Volksrepubliek Polen, in verband met de tenuitvoerlegging door de Gemeenschap van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees. In de loop van deze onderhandelingen tussen de twee partijen, die beide deelnemers zijn aan de GATT, zijn onze delegaties het volgende overeengekomen: 1. Deze regeling heeft betrekking op: - levende schapen en geiten, andere dan fokdieren van zuiver ras (post 01.04 B van het gemeenschappelijk douanetarief); - vlees van schapen, lammeren of geiten, vers of gekoeld (post 02.01 A IV a) van het gemeenschappelijk douanetarief); - vlees van schapen, lammeren of geiten, bevroren (post 02.01 A IV b) van het gemeenschappelijk douanetarief). De twee partijen zijn het erover eens dat voor een correcte toepassing van deze regeling moet worden voorkomen dat produkten op basis van schape- en geitevlees onder niet in deze regeling genoemde tariefposten worden geleverd. 2. In het kader van deze regeling wordt de toegestane invoer in de Gemeenschap van schape- en geitevlees en levende schapen en geiten uit Polen vastgesteld op de volgende hoeveelheden per jaar: - 5 800 ton levende dieren, uitgedrukt in vlees met been (1), - 200 ton vers of gekoeld vlees, uitgedrukt in vlees met been (2). Voor een correcte toepassing van de regeling verbinden de bevoegde Poolse autoriteiten zich ertoe de nodige voorzieningen te treffen opdat de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden bovengenoemde hoeveelheden niet overschrijden. 3. Wanneer bij invoer van de onder deze regeling vallende produkten de overeengekomen hoeveelheden niet worden overschreden, zal de Gemeenschap geen nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking toepassen en zal zij geen hogere douanerechten of belastingen van gelijke werking als de heffingen of douanerechten toepassen dan in punt 5 is overeengekomen. Indien de Gemeenschap de vrijwaringsclausule inroept, zal dit geen afbreuk doen aan de bepalingen van deze regeling. 4. Indien de invoer uit Polen de overeengekomen hoeveelheden overschrijdt, behoudt de Gemeenschap zich het recht voor verdere invoer uit dit land op te schorten tot aan het eind van het lopende jaar. De hoeveelheden die de voor het lopende jaar vastgestelde hoeveelheden overschrijden, worden evenwel in ieder geval afgeboekt op de hoeveelheden die voor het daaropvolgende jaar zijn overeengekomen. 5. De Gemeenschap verbindt zich ertoe bij de invoer van onder deze regeling vallende produkten de heffingen te beperken tot de volgende maximumbedragen ad valorem: - 10 % voor levende dieren, - 10 % voor vlees. 6. Bij de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschap worden de in punt 2 genoemde hoeveelheden eventueel door de Gemeenschap aangepast na overleg tussen de twee partijen en rekening houdend met de handelsbetrekkingen van de Volksrepubliek Polen met elke nieuwe Lid-Staat. De betrokken hoeveelheden zullen niet worden verlaagd. De belasting bij invoer voor deze nieuwe Lid-Staten zal worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van het Toetredingsverdrag, rekening houdend met de in punt 5 genoemde maximumheffing. 7. De bevoegde Poolse autoriteiten zien erop toe dat deze regeling in acht wordt genomen, met name door middel van de afgifte, door de bevoegde instantie die zij daartoe aanwijzen, van uitvoercertificaten voor de in punt 1 genoemde produkten, met inachtneming van de overeengekomen hoeveelheden. Van haar kant gaat de Gemeenschap de verplichting aan de nodige bepalingen vast te stellen opdat de automatische afgifte, uiterlijk op het ogenblik van de inklaring, van een invoercertificaat voor bovengenoemde produkten van oorsprong uit Polen, slechts plaatsvindt tegen overlegging van een door de bevoegde Poolse instantie afgegeven uitvoercertificaat. De bepalingen ter uitvoering van deze regeling zullen zodanig worden vastgesteld dat het stellen van een waarborg voor de afgifte van de invoercertificaten voor de betrokken produkten overbodig wordt. De uitvoeringsbepalingen (1) 100 kg levend gewicht komt overeen met 47 kg geslacht gewicht (equivalent van het gewicht met been). (2) Geslacht gewicht (equivalent van het gewicht met been). Onder deze term wordt verstaan het gewicht van met been aangeboden vlees, alsmede het gewicht van vlees zonder been omgerekend met behulp van een coëfficiënt in gewicht vlees met been. Geraamd kan worden dat 55 kg schapevlees zonder been overeenstemt met 100 kg vlees met been en dat 60 kg lamsvlees zonder been overeenstemt met 100 kg vlees met been. schrijven eveneens voor dat de bevoegde Poolse en communautaire autoriteiten elkaar op gezette tijden gegevens verstrekken over enerzijds, de hoeveelheden waarvoor uitvoer- en invoercertificaten zijn afgegeven, eventueel gespecificeerd naar bestemming, en anderzijds over de daadwerkelijk gerealiseerde hoeveelheden. Er wordt overeengekomen dat de uitvoercertificaten drie maanden geldig blijven te rekenen vanaf de datum van afgifte. De daarmee overeenkomende invoercertificaten zijn geldig tot de dag waarop de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten afloopt. De met een uitvoercertificaat geleverde hoeveelheden worden afgeboekt op de hoeveelheid die is overeengekomen voor het jaar waarin het uitvoercertificaat is afgegeven. 8. Om een correcte toepassing van deze regeling te waarborgen, nemen beide partijen de nodige maatregelen en komen zij overeen in nauw contact met elkaar te blijven en zo nodig overleg te plegen over alle problemen die zich bij de toepassing van deze regeling kunnen voordoen. Het overleg moet beginnen uiterlijk 14 dagen nadat één van de partijen daarom heeft verzocht. 9. De in punt 2 vastgestelde jaarlijkse hoeveelheid heeft betrekking op de periode van 1 januari tot en met 31 december. De hoeveelheid voor de periode vanaf de tenuitvoerlegging van deze regeling tot en met 1 januari van het volgende jaar zal door beide partijen in gezamenlijk overleg worden vastgesteld naar rato van de totale jaarlijkse hoeveelheid en gecorrigeerd aan de hand van de seizoenontwikkeling van de Poolse leveringen van de betrokken produkten in de loop van het jaar. 10. Deze regeling is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Volksrepubliek Polen. 11. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1981. Zij is van toepassing tot en met 31 maart 1984. Zij wordt vervolgens ambtshalve met telkens één jaar verlengd, met dien verstande dat elk van de partijen de regeling zes maanden voor het verstrijken van één van deze periodes schriftelijk kan opzeggen. Wanneer de regeling wordt opgezegd, loopt zij af op de datum waarop de betrokken periode verstrijkt. De bepalingen van deze regeling zullen in ieder geval vóór 1 april 1984 door beide partijen worden onderzocht om eventueel de met het oog op verlenging noodzakelijke aanpassingen aan te brengen. Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat het bovenstaande een juiste weergave is van hetgeen onze twee delegaties ter zake zijn overeengekomen.". Ik heb de eer U te bevestigen dat het bovenstaande een juiste weergave is van hetgeen onze twee delegaties ter zake zijn overeengekomen. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te willen aanvaarden. Voor de Regering van de Volksrepubliek Polen BRIEFWISSELING betreffende de onderwerpen voor het overleg bedoeld in punt 8 van de briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Volksrepubliek Polen inzake de handelsbetrekkingen in de sector schapen en geiten Brief nr. 1 Mijnheer, Aangezien voor sommige vraagstukken die in de loop van de onderhandelingen betreffende de regeling tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Volksrepubliek Polen inzake de handelsbetrekkingen in de sector schapen en geiten van Poolse zijde werden opgeworpen geen voldoende precieze oplossingen konden worden gevonden, is tijdens de onderhandelingen overeengekomen dat in het in punt 8 van de regeling bedoelde overleg, ingeval zich aan de kant van Polen concrete problemen zouden voordoen, de volgende kwesties aan de orde zouden kunnen komen, onverminderd de algemene inhoud van punt 8: 1. overmacht; 2. levering van levende dieren, in het kader van de voor vlees overeengekomen hoeveelheid; 3. wanneer het voor een bepaald jaar vastgesteld quotum is opgebruikt, vervroegde levering aan het eind van het lopende jaar van een beperkt gedeelte van de voor het volgende jaar overeengekomen hoeveelheid; 4. eventuele benutting van de overeengekomen quota voor uitvoer naar de Gemeenschap van bevroren vlees van oorsprong uit Polen; 5. de mogelijkheid de invoer van bijkomende hoeveelheden toe te staan boven die welke zijn vastgesteld in punt 2 van de regeling, wanneer zich op de markt van de Gemeenschap de behoefte aan extra invoer doet gevoelen; 6. de mogelijkheid uitvoer- en invoercertificaten af te geven welke de overeengekomen limieten overschrijden in het geval dat de daadwerkelijk ingevoerde hoeveelheden kleiner zijn dan die waarvoor invoercertificaten werden afgegeven. Van haar kant verklaart de Gemeenschap zich bereid bij dit overleg verzoeken van Poolse zijde welwillend te behandelen. Voorts heb ik de eer de volgende in de loop van bovengenoemde onderhandelingen namens de Gemeenschap afgelegde verklaring te bevestigen: - de in punt 2 vastgestelde maximumhoeveelheden gelden niet voor de invoer in de Gemeenschap van onder deze regeling vallende produkten, voor zover de betrokken produkten hetzij in ongewijzigde staat, hetzij na actieve veredeling in het kader van de ter zake geldende communautaire regeling, uit de Gemeenschap worden uitgevoerd. Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te willen aanvaarden. Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen