Multilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973-1979 (GATT) - Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel - Addendum 1 - Addendum 2
Publicatieblad Nr. L 071 van 17/03/1980 blz. 0090 - 0101
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 9 blz. 0092
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 9 blz. 0092
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 11 Deel 19 blz. 0093
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 11 Deel 12 blz. 0127
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 11 Deel 12 blz. 0127
++++ OVEREENKOMST INZAKE DE TOEPASSING VAN ARTIKEL VI VAN DE ALGEMENE OVEREENKOMST BETREFFENDE TARIEVEN EN HANDEL PREAMBULE DE PARTIJEN BIJ DEZE OVEREENKOMST , hierna te noemen " Partijen " , ERKENNENDE dat de methoden voor de bestrijding van dumping geen belemmering van de internationale handel mogen vormen , die niet te rechtvaardigen is en dat anti-dumpingrechten slechts tegen dumping mogen worden toegepast indien deze aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen aan een gevestigde industrie , dan wel de vestiging van een industrie aanmerkelijk vertraagt . OVERWEGENDE dat het wenselijk is te komen tot rechtvaardige en open procedures als basis van een volledig onderzoek van dumpingtransacties . REKENING HOUDEND met de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden op het gebied van handel , ontwikkeling en financiën . GELEID door de wens een nadere uitlegging te geven aan de bepalingen van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel , hierna te noemen " Algemene Overeenkomst " of " GATT " , en regels voor de toepassing daarvan op te stellen , ten einde eenvormigheid en grotere zekerheid bij de uitvoering te bereiken . GELEID door de wens om te komen tot snelle , doeltreffende en rechtvaardige beslechting van geschillen die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen . ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN : EERSTE DEEL ANTI-DUMPINGCODE Artikel 1 Beginselen Het opleggen van een anti-dumpingrecht is een maatregel die uitsluitend mag worden getroffen onder de omstandigheden bedoeld in artikel VI van de Algemene Overeenkomst en na een onderzoek , geopend ( 1 ) en verricht overeenkomstig de bepalingen van deze Code . Onderstaande bepalingen regelen de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst voor zover maatregelen worden getroffen in het kader van anti-dumpingwetgeving of -voorschriften . Artikel 2 Vaststelling van dumping 1 . Voor de toepassing van deze Code moet worden geacht dat ten aanzien van een produkt dumping plaatsvindt , dat wil zeggen dat het op de markt van een invoerend land wordt gebracht tegen een prijs die beneden de normale waarde ligt , indien de uitvoerprijs van dit produkt wanneer het van het ene land naar het andere wordt uitgevoerd , lager is dan de vergelijkbare prijs die bij normale handelstransacties geldt voor een soortgelijk , voor verbruik in het uitvoerende land bestemd produkt . 2 . In deze Code wordt onder " soortgelijk produkt " ( " like product " ; " produit similaire " ) verstaan een produkt dat gelijk , dat wil zeggen in alle opzichten gelijksoortig is aan het betrokken produkt , of bij het ontbreken van een dergelijk produkt , aan een ander produkt dat , hoewel het niet in alle opzichten daaraan gelijksoortig is , kenmerken vertoont die met de kenmerken van het betrokken produkt grote overeenkomst vertonen . 3 . Indien produkten niet rechtstreeks uit het land van oorsprong worden ingevoerd , doch vanuit een ander land naar het invoerende land worden uitgevoerd , wordt de prijs waartegen de produkten bij de verzending uit het land van uitvoer naar het land van invoer worden verkocht , als regel vergeleken met de vergelijkbare prijs in het land van uitvoer . De vergelijking kan echter met de prijs in het land van oorsprong worden gemaakt indien de produkten bij voorbeeld slechts via het land van uitvoer worden doorgevoerd , dan wel indien dergelijke produkten niet in het land van uitvoer worden geproduceerd of er aldaar geen vergelijkbare prijs voor bestaat . 4 . Indien op de binnenlandse markt van het uitvoerende land geen verkoop van het soortgelijke produkt in het kader van normale handelstransacties heeft plaatsgevonden of indien dergelijke verkopen als gevolg van de bijzondere marktsituatie geen bruikbare vergelijking mogelijk maken , dient de marge van dumping te worden bepaald door vergelijking met een vergelijkbare prijs van het soortgelijke produkt wanneer dit naar een derde land wordt uitgevoerd , waarbij deze prijs de hoogste prijs bij uitvoer mag zijn , maar wel representatief moet zijn , dan wel met de produktiekosten in het land van oorsprong , verhoogd met een redelijk bedrag voor administratie - , verkoop - en andere kosten en voor de winst . Als regel mag de opslag voor winst niet hoger zijn dan de winst die gewoonlijk wordt behaald bij verkoop van produkten van dezelfde algemene soort op de binnenlandse markt van het land van oorsprong . 5 . Indien er geen prijs bij uitvoer is , of indien de betrokken autoriteiten ( 2 ) blijkt dat men niet kan afgaan op de prijs bij uitvoer als gevolg van het bestaan van een associatie of een compensatieregeling tussen de exporteur en de importeur of een derde partij , kan de uitvoerprijs worden samengesteld op basis van de prijs waartegen de ingevoerde produkten voor het eerst worden wederverkocht aan een onafhankelijke koper , of , indien de produkten niet aan een onafhankelijke koper worden wederverkocht of niet worden wederverkocht in de staat waarin zij zijn ingevoerd , op elke redelijke basis die de autoriteiten kunnen vaststellen . 6 . De vergelijking tussen de uitvoerprijs en de binnenlandse prijs in het land van uitvoer ( of in het land van oorsprong ) of eventueel de overeenkomstig de bepalingen van artikel VI , lid 1 , sub b ) , van de Algemene Overeenkomst vastgestelde prijs , moet , wil zij rechtvaardig zijn , betrekking hebben op prijzen die gelden in hetzelfde handelsstadium , dat in beginsel het stadium af fabriek zal zijn en op verkopen die op zo dicht mogelijk bij elkaar liggende data zijn geschied . Voor elk geval moet , naar gelang van de bijzondere kenmerken ervan , naar behoren rekening worden gehouden met de verschillen in de verkoopsvoorwaarden , de belastingverschillen en de andere verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de prijzen . In de hierboven in lid 5 bedoelde gevallen behoort eveneens rekening te worden gehouden met de tussen de invoer en de wederverkoop gemaakte kosten , met inbegrip van rechten en heffingen en winsten . 7 . Dit artikel geldt onverminderd de tweede aanvullende bepaling betreffende lid 1 van artikel VI van de Algemene Overeenkomst , welke voorkomt in Bijlage 1 bij genoemde Overeenkomst . Artikel 3 Vaststelling van de schade ( 3 ) 1 . De vaststelling van de schade voor de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst dient te berusten op positieve bewijzen en gepaard te gaan met een objectief onderzoek van a ) de omvang van de invoer met dumping en de uitwerking van die invoer op de prijzen voor soortgelijke produkten op de binnenlandse markt en b ) de gevolgen van die invoer voor de binnenlandse producenten van zulke produkten . 2 . Wat de omvang van de invoer met dumping betreft , gaan de met het onderzoek belaste autoriteiten na of de invoer met dumping aanzienlijk is toegenomen , hetzij in absolute cijfers , hetzij in verhouding tot de produktie of het verbruik in het invoerende land . Voor wat betreft de uitwerking van de invoer met dumping op de prijzen , gaan de met het onderzoek belaste autoriteiten na of de invoer met dumping gepaard is gegaan met een aanzienlijke onderbieding , in vergelijking met de prijs van het soortgelijk produkt in het invoerende land , dan wel of de invoer met dumping tot gevolg heeft dat de prijzen in aanzienlijke mate worden gedrukt of dat prijsstijgingen die anders zouden hebben plaatsgevonden in aanzienlijke mate worden verhinderd . Een enkel of zelfs verscheidene van deze criteria vormen niet noodzakelijkerwijze een doorslaggevende grondslag voor de beoordeling . 3 . Het onderzoek van de gevolgen voor de betrokken industrie dient een beoordeling in te houden van alle relevante economische factoren en indices die van invloed zijn op de situatie van de industrie , zoals : werkelijke en potentiële daling van de produktie , omzet , marktaandeel , winst , produktiviteit , rendement vaninvesteringen , bezettingsgraad ; factoren die van invloed zijn op de binnenlandse prijzen ; werkelijk en potentieel negatief effect op cash flow , voorraden , werkgelegenheid , lonen , groei , mogelijkheid om kapitaal aan te trekken of investeringen . Deze opsomming is niet limitatief , en een enkele of zelfs verscheidene van deze factoren vormen niet noodzakelijkerwijze een doorslaggevende grondslag voor de beoordeling . 4 . Aangetoond moet worden dat de invoer met dumping door de uitwerking ( 4 ) van de dumping zelf schade in de zin van deze Code veroorzaakt . Andere factoren ( 5 ) kunnen de betrokken industrie terzelfder tijd schade berokkenen , en de schade die door andere factoren wordt veroorzaakt mag niet worden toegeschreven aan de invoer met dumping . 5 . De uitwerking van de invoer met dumping wordt geraamd ten opzichte van de binnenlandse produktie van het soortgelijke produkt wanneer de beschikbare gegevens het mogelijk maken de produktie afzonderlijk te definiëren op basis van criteria als : de produktieprocédés , de prestaties van de producenten , en de winsten . Wanneer de binnenlandse produktie van het soortgelijke produkt op basis van deze criteria geen afzonderlijke eenheid vormt , wordt de uitwerking van de invoer met dumping geraamd door een onderzoek van de produktie van de kleinste groep of serie van produkten , waartoe het soortgelijke produkt behoort en waarvoor de nodige inlichtingen kunnen worden verkregen . 6 . Een schadebepaling welke concludeert tot een dreiging van schade moet berusten op feiten en niet alleen op beweringen , gissingen of vage mogelijkheden . De wijziging van omstandigheden die een situatie zou veroorzaken waarin de dumping schade zou toebrengen , moet duidelijk worden voorzien en op zeer korte termijn te verwachten zijn ( 6 ) . 7 . In de gevallen waarin invoer met dumping schade dreigt te veroorzaken , wordt de toepassing van anti-dumpingmaatregelen met bijzondere zorg bestudeerd en wordt terzake met bijzondere zorg een beslissing genomen . Artikel 4 Definitie van de term " industrie " 1 . Voor het vaststellen van de schade wordt onder " binnenlandse industrie " verstaan alle binnenlandse producenten van soortgelijke produkten of een aantal van deze producenten waarvan de gezamenlijke produktie een groot deel van de totale binnenlandse produktie van deze produkten vormt , met dien verstande dat : i ) wanneer producenten met de exporteurs of importeurs verbonden ( 7 ) zijn of zelf importeurs zijn van het produkt ten aanzien waarvan wordt beweerd dat dumping plaatsvindt , de term " industrie " kan worden uitgelegd als betrekking hebbende op de rest van de producenten ; ii ) onder uitzonderlijke omstandigheden het grondgebied van een Partij , wat de betrokken produktie betreft , in twee of meer concurrerende markten kan worden verdeeld en de producenten binnen elke markt als een afzonderlijke industrie kunnen worden beschouwd indien a ) de producenten van een dergelijke markt hun gehele of vrijwel gehele produktie van het betrokken produkt of deze markt verkopen en b ) in de vraag op deze markt niet in aanzienlijke mate wordt voorzien door elders op het grondgebied gevestigde producenten van het betrokken produkt . In zulke omstandigheden kan zelfs tot het bestaan van schade worden geconcludeerd wanneer geen schade wordt berokkend aan het grootste deel van de gehele binnenlandse industrie , mits er een concentratie van invoer met dumping is op een dergelijke markt en mits de invoer met dumping bovendien schade veroorzaakt aan de producenten van de gehele of vrijwel de gehele produktie van de betrokken markt . 2 . Wanneer onder " industrie " wordt verstaan de producenten uit een bepaald gebied , dat wil zeggen van een markt in de zin van lid 1 , sub ii ) , worden de anti-dumpingrechten alleen geheven ( 8 ) op de betrokken produkten die voor definitief verbruik naar bedoeld gebied worden verzonden . Wanneer de constitutionele wetgeving van het invoerende land het heffen van anti-dumpingrechten op die basis niet toelaat , mag de invoerende Partij slechts zonder beperking anti-dumpingrechten heffen indien 1 ) de exporteurs in de gelegenheid zijn gesteld een einde aan de export tegen dumpingprijzen naar het betrokken gebied te maken of anderszins toezeggingen te doen overeenkomstig artikel 7 van deze Code , doch bevredigende toezeggingen in die zin niet spoedig zijn gedaan , en 2 ) dergelijke rechten niet kunnen worden geheven ten aanzien van bepaalde producenten die in het betrokken gebied leveren . 3 . Indien twee of meer landen overeenkomstig het bepaalde in artikel XXIV , lid 8 , sub a ) , een zodanig integratieniveau hebben bereikt dat zij de kenmerken van één enkele , eengemaakte markt vertonen , wordt de industrie van het gehele integratiegebied beschouwd de in lid 1 hierboven bedoelde industrie te vormen . 4 . De bepalingen van artikel 3 , lid 5 , zijn van toepassing op dit artikel . Artikel 5 Aanvang van de procedure en daaropvolgend onderzoek 1 . Een onderzoek naar het bestaan , de omvang en de uitwerking van een beweerde dumping wordt als regel geopend naar aanleiding van een door of namens de getroffen industrie ( 9 ) ingediend schriftelijk verzoek . Het verzoek dient voldoende bewijzen te bevatten van het bestaan van a ) dumping , b ) schade in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst zoals uitgelegd in deze Code en c ) een oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de beweerde schade . Indien de betrokken autoriteiten in bijzondere omstandigheden besluiten een onderzoek te openen zonder een dergelijk verzoek te hebben ontvangen , gaan zij hiertoe slechts over indien zij in het bezit zijn van voldoende bewijsstukken betreffende alle punten sub a ) tot en met c ) hierboven . 2 . Bij het openen van een onderzoek en daarna moeten de bewijsstukken betreffende de dumping en de daardoor veroorzaakte schade tegelijkertijd worden onderzocht . In elk geval worden de bewijsstukken betreffende de dumping en de schade gelijktijdig onderzocht a ) om te besluiten of al dan niet een onderzoek zal worden geopend , en b ) daarna , gedurende het onderzoek , uiterlijk te rekenen vanaf de datum waarop overeenkomstig de bepalingen van deze Code voorlopige maatregelen van toepassing kunnen worden verklaard , behoudens in de gevallen bedoeld in lid 3 van artikel 10 , waarin de autoriteiten gevolg geven aan het verzoek van de exporteurs . 3 . Een verzoek wordt afgewezen en een onderzoek wordt onverwijld beëindigd zodra de betrokken autoriteiten ervan overtuigd zijn dat de bewijsstukken betreffende hetzij de dumping , hetzij de schade niet voldoende zijn om voortzetting van de procedure te rechtvaardigen . Het onderzoek moet onmiddellijk worden beëindigd indien de marge van dumping , de omvang van de reële of potentiële invoer met dumping , of de schade , te verwaarlozen zijn . 4 . Een anti-dumpingprocedure vormt geen belemmering voor de in - of uitklaring . 5 . Een onderzoek dient , behoudens bijzondere omstandigheden , binnen een jaar na de opening ervan te worden beëindigd . Artikel 6 Bewijzen 1 . Aan de buitenlandse leveranciers en alle andere belanghebbende partijen zal ruimschoots gelegenheid worden gegeven om schriftelijk alle bewijsstukken over te leggen , die zij nuttig achten voor het betrokken anti-dumpingonderzoek ; zij hebben tevens het recht om , indien zij daarvoor gegronde redenen opgeven , hun bewijzen mondeling toe te lichten . 2 . De betrokken autoriteiten geven de klager en de kennelijk betrokken importeurs en exporteurs , alsmede de regeringen van de uitvoerende landen , de gelegenheid om met het oog op de indiening van hun dossiers kennis te nemen van alle ter zake dienende gegevens die niet vertrouwelijk zijn in de zin van lid 3 en die genoemde autoriteiten bij een anti-dumpingonderzoek gebruiken ; zij geven hun eveneens de gelegenheid de voorlegging van hun zaak op basis van deze inlichtingen voor te bereiden . 3 . Inlichtingen die vanwege hun aard vertrouwelijk zijn ( bij voorbeeld omdat bekendmaking ervan een concurrent aanzienlijk zou bevoordelen of aanzienlijke schade zou veroorzaken aan de zegsman of de persoon van wie de zegsman deze inlichtingen heeft ) , of de inlichtingen die door de partijen bij een anti-dumpingonderzoek vertrouwelijk worden verstrekt , worden na opgave van redenen , vertrouwelijk behandeld door de met het onderzoek belaste autoriteiten . Deze inlichtingen worden niet bekendgemaakt dan na uitdrukkelijke machtiging van de partij die ze heeft verstrekt ( 10 ) . Partijen die vertrouwelijke inlichtingen verstrekken , kunnen worden verzocht niet-vertrouwelijke samenvattingen daarvan te verschaffen . Indien deze partijen verklaren dat de betrokken inlichtingen niet kunnen worden samengevat , moet een uiteenzetting van de redenen waarom samenvatting niet mogelijk is , worden verschaft . 4 . Indien de betrokken autoriteiten echter van mening zijn dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en indien degene die inlichtingen heeft verstrekt deze niet openbaar wil maken noch machtiging wil geven tot bekendmaking ervan in algemene bewoordingen of in de vorm van een samenvatting , hebben zij het recht met de betrokken inlichtingen geen rekening te houden , tenzij hun op overtuigende wijze , uit passende bron , kan worden aangetoond dat de inlichtingen juist zijn ( 11 ) . 5 . Om de verschafte inlichtingen te verifiëren of aan te vullen , kunnen de autoriteiten desgewenst onderzoekingen in andere landen instellen , op voorwaarde dat zij daarvoor de instemming van de betrokken bedrijven verkrijgen en zij de vertegenwoordigers van de regering van het betrokken land daarvan officieel in kennis stellen , en onder voorbehoud dat deze daartegen geen bezwaar maakt . 6 . Wanneer de bevoegde autoriteiten er eenmaal van overtuigd zijn dat de bewijzen voldoende zijn om de opening van een anti-dumpingonderzoek in de zin van artikel 5 te rechtvaardigen , worden de Partij of Partijen op wier produkten het onderzoek betrekking heeft en de exporteurs en importeurs waarvan de met het onderzoek belaste autoriteiten weten dat zij bij de zaak betrokken zijn , alsmede de klagers , officieel in kennis gesteld en wordt een openbare kennisgeving gedaan . 7 . Tijdens de gehele duur van het anti-dumpingonderzoek hebben alle partijen ten volle gelegenheid hun belangen te verdedigen . Daartoe geven de betrokken autoriteiten op verzoek aan alle rechtstreeks belanghebbende partijen , gelegenheid de partijen met strijdige belangen te ontmoeten , ten einde het mogelijk te maken dat argumenten pro en contra naar voren worden gebracht . Wanneer deze gelegenheid wordt geboden dient daarbij rekening te worden gehouden met de noodzaak het vertrouwelijke karakter van de inlichtingen te bewaren , alsmede met de vraag of de ontmoeting de partijen gelegen komt ; geen enkele partij is verplicht een ontmoeting bij te wonen en de afwezigheid van een partij mag haar zaak niet schaden . 8 . In de gevallen waarin een belanghebbende Partij toegang tot de benodigde inlichtingen weigert te verlenen of deze inlichtingen niet binnen een redelijke termijn verstrekt of het onderzoek in aanzienlijke mate belemmert , kunnen er voorlopige en definitieve , positieve of negatieve , constateringen ( 12 ) worden gedaan op basis van de beschikbare feitelijke gegevens . 9 . De bepalingen van dit artikel hebben niet ten doel de autoriteiten van een Partij te verhinderen onverwijld een onderzoek te openen , voorlopige of definitieve , positieve of negatieve constateringen te doen of voorlopige of definitieve maatregelen te nemen , een en ander overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze Code . Artikel 7 Verbintenissen inzake de prijzen 1 . De procedure kan ( 13 ) worden geschorst of beëindigd zonder dat voorlopige maatregelen of anti-dumpingrechten worden toegepast indien een exporteur een bevredigende vrijwillige verbintenis aangaat zijn prijzen te herzien of niet meer tegen dumpingprijzen naar het betrokken gebied te exporteren , zodat de autoriteiten ervan overtuigd zijn dat de schadelijke uitwerking van de dumping wordt opgeheven . Prijsverhogingen in het kader van zulke verbintenissen mogen niet groter zijn dan nodig is om de marge van dumping op te heffen . 2 . Prijsverbintenissen mogen niet van exporteurs worden gevraagd of aanvaard , tenzij de autoriteiten van het invoerende land een onderzoek hebben geopend overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van deze Code . Aangeboden verbintenissen behoeven niet te worden aanvaard indien de autoriteiten de aanvaarding daarvan in de praktijk niet mogelijk achten , b . v . indien het aantal werkelijke of potentiële exporteurs te groot is , of om andere redenen . 3 . Indien de verbintenissen worden aanvaard , wordt het onderzoek naar de schade niettemin voltooid wanneer de exporteur dit vraagt of de autoriteiten daartoe besluiten . Indien in een dergelijk geval wordt geconcludeerd dat geen schade is toegebracht of dat geen dreiging van schade bestaat , komt de verbintenis automatisch te vervallen behalve wanneer de conclusie dat er geen dreiging van schade bestaat in belangrijke mate is toe te schrijven aan het bestaan van een prijsverbintenis . In dergelijke gevallen kunnen de betrokken autoriteiten eisen dat een verbintenis gedurende een redelijke periode wordt gehandhaafd overeenkomstig het bepaalde in deze Code . 4 . Prijsverbintenissen mogen door de autoriteiten van het invoerende land worden voorgesteld , maar geen exporteur mag worden verplicht zulk een verbintenis aan te gaan . De exporteurs kunnen zich ervan onthouden of kunnen weigeren dergelijke verbintenissen aan te gaan zonder dat hun zaak daarvan enig nadeel mag ondervinden . De betrokken autoriteiten kunnen echter verklaren dat de dreiging van schade waarschijnlijker wordt indien de invoer tegen dumpingprijzen wordt voortgezet . 5 . De autoriteiten van een invoerend land kunnen eisen dat een exporteur van wie verbintenissen zijn aanvaard periodiek inlichtingen verstrekt met betrekking tot de naleving van de verbintenissen , en verificatie van de desbetreffende gegevens toestaat . In geval van inbreuk op verbintenissen kunnen de autoriteiten van het invoerende land op grond van deze Code en overeenkomstig de bepalingen daarvan , onverwijld maatregelen treffen die kunnen bestaan in onmiddellijke toepassing van voorlopige maatregelen , met gebruikmaking van alle beschikbare inlichtingen . In die gevallen kunnen definitieve rechten overeenkomstig deze Code worden geheven op goederen die voor verbruik worden ingevoerd ten hoogste 90 dagen voor de toepassing van de voorlopige maatregelen , met dien verstande dat een dergelijke heffing van rechten met terugwerkende kracht niet mag worden toegepast op produkten die voor verbruik zijn ingevoerd voor de inbreuk op de verbintenis . 6 . Verbintenissen blijven niet langer van kracht dan anti-dumpingrechten krachtens deze Code van kracht kunnen blijven . Wanneer daartoe aanleiding bestaat , onderzoeken de autoriteiten van een invoerend land eigener beweging of naar aanleiding van een met inlichtingen gemotiveerd verzoek van belanghebbende exporteurs of importeurs van het betrokken produkt , of een prijsverbintenis moet blijven gelden . 7 . Wanneer een anti-dumpingonderzoek wordt geschorst of beëindigd ingevolge het bepaalde in lid 1 hierboven en wanneer een verbintenis wordt beëindigd , wordt daarvan officiële kennisgeving gedaan en wordt dit openbaar gemaakt . Deze kennisgevingen dienen tenminste de voornaamste conclusies en een samenvatting van de redenen daarvoor te bevatten . Artikel 8 Toepassing en inning van anti-dumpingrechten 1 . De autoriteiten van het land of het douanegebied van invoer zijn bevoegd om tot het al dan niet toepassen van een anti-dumpingrecht te besluiten wanneer alle voorwaarden daartoe vervuld zijn en om het anti-dumpingrecht vast te stellen op een niveau dat gelijk is aan de gehele marge van dumping of een gedeelte daarvan . Het is wenselijk dat de toepassing facultatief is in alle douanegebieden of landen die Partij bij deze Overeenkomst zijn en dat het recht minder bedraagt dan de marge indien dit voldoende is om de schade voor de binnenlandse industrie ongedaan te maken . 2 . Wanneer een anti-dumpingrecht op een bepaald produkt wordt toegepast , wordt het recht - waarvan het bedrag van geval tot geval wordt aangepast - zonder discriminatie geheven op elke invoer van het produkt , ongeacht de herkomst , ten aanzien waarvan is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en dat daardoor schade ontstaat tenzij het een herkomst betreft waarvoor prijsverbintenissen onder de voorwaarden van deze Code zijn aanvaard . De betrokken autoriteiten wijzen de leverancier of leveranciers van het desbetreffende produkt aan . Indien het echter om verschillende leveranciers van hetzelfde land gaat en het in de praktijk niet mogelijk is hen allen aan te wijzen , kunnen de autoriteiten het betrokken land van levering aanwijzen . Indien het om verschillende leveranciers van verschillende landen gaat , kunnen de autoriteiten hetzij alle betrokken leveranciers aanwijzen of , indien dit in de praktijk niet mogelijk is , alle betrokken landen van levering . 3 . Het anti-dumpingrecht bedraagt niet meer dan de overeenkomstig artikel 2 vastgestelde marge van dumping . Indien derhalve na toepassing van het recht blijkt dat het aldus geheven recht meer bedraagt dan de werkelijke marge van dumping , moet het gedeelte van het recht dat deze marge te boven gaat zo spoedig mogelijk worden terugbetaald . 4 . In het kader van een stelsel van basisprijzen gelden de volgende voorschriften voor zover de toepassing ervan verenigbaar is met de overige bepalingen van deze Code : Indien het om verschillende leveranciers van een of meer landen gaat , kunnen de anti-dumpingrechten worden toegepast op de invoer van het betrokken produkt uit het betrokken land of de betrokken landen , ten aanzien waarvan is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en schade wordt toegebracht , waarbij het recht gelijk is aan het bedrag waarmede de daartoe vastgestelde basisprijs de exportprijs overtreft , terwijl de bedoelde basisprijs niet meer mag bedragen dan de laagste normale prijs in het land of de landen van levering waar normale concurrentievoorwaarden gelden . Het spreekt vanzelf dat voor de produkten waarvan de verkoopprijs beneden deze reeds vastgestelde basisprijs ligt , een nieuw anti-dumpingonderzoek moet plaatsvinden wanneer de belanghebbende partijen dit vragen en zij hun verzoek met pertinente bewijzen staven . Indien het bestaan van dumping niet wordt vastgesteld , worden de geheven anti-dumpingrechten zo spoedig mogelijk terugbetaald . Indien anderzijds wordt vastgesteld dat het aldus geheven recht de feitelijke marge van dumping overtreft , wordt het gedeelte van het recht dat deze marge te boven gaat zo spoedig mogelijk terugbetaald . 5 . Van iedere voorlopige of definitieve , positieve of negatieve , constatering en van de herroeping van een constatering moet openbare kennisgeving worden gedaan . In geval van een positieve constatering dient de kennisgeving de bevindingen en conclusies betreffende alle feitelijke en juridische punten die door de met het onderzoek belaste autoriteiten belangrijk worden geacht , alsmede de redenen en gronden daarvoor , te bevatten . In geval van een negatieve constatering dient de kennisgeving tenminste de voornaamste conclusies en een samenvatting van de redenen daarvoor te bevatten . Alle kennisgevingen van constateringen worden toegezonden aan de Partij of Partijen op wier produkten de constateringen betrekking hebben en aan de kennelijk betrokken exporteurs . Artikel 9 Geldigheidsduur van de anti-dumpingrechten 1 . Een anti-dumpingrecht blijft van toepassing zolang en voor zover dat nodig is om de dumping die de schade toebrengt , ongedaan te maken . 2 . Wanneer daartoe aanleiding bestaat , onderzoeken de met het onderzoek belaste autoriteiten eigener beweging of naar aanleiding van een met inlichtingen gemotiveerd verzoek van de belanghebbende partijen , of de toepassing van het recht moet worden voortgezet . Artikel 10 Voorlopige maatregelen 1 . Voorlopige maatregelen kunnen slechts worden genomen nadat door een voorlopige positieve constatering het bestaan van dumping en van voldoende bewijzen van schade , zoals bedoeld in artikel 5 , lid 1 , sub a ) tot en met c ) , is vastgesteld . Voorlopige maatregelen worden slechts toegepast indien de betrokken autoriteiten van oordeel zijn dat deze noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er schade wordt veroorzaakt tijdens het onderzoek . 2 . De voorlopige maatregelen kunnen worden genomen in de vorm van een voorlopig recht of , bij voorkeur , van een garantie - deposito in contanten of borgstelling - gelijk aan het voorlopig geraamde bedrag van het anti-dumpingrecht , dat niet meer mag bedragen dan de voorlopig geraamde marge van dumping . De opschorting van de bepaling van de douanewaarde is een passende voorlopige maatregel , op voorwaarde dat het normale recht en het geraamde bedrag van het anti-dumpingrecht worden aangegeven en voor zover de opschorting van de waardebepaling aan dezelfde voorwaarden is onderworpen als de andere voorlopige maatregelen . 3 . De duur van de voorlopige maatregelen wordt beperkt tot een zo kort mogelijke periode , die niet langer mag zijn dan vier maanden , of , na besluit van de betrokken autoriteiten op verzoek van exporteurs wier uitvoer een aanzienlijk percentage van de betrokken handel vertegenwoordigt , tot een periode die niet langer mag zijn dan zes maanden . 4 . De ter zake geldende bepalingen van artikel 8 zijn van overeenkomstige toepassing bij het nemen van voorlopige maatregelen . Artikel 11 Terugwerkende kracht 1 . Anti-dumpingrechten en voorlopige maatregelen worden slechts toegepast voor produkten die in het verkeer zijn gebracht na de inwerkingtreding van het besluit dat overeenkomstig artikel 8 , lid 1 , onderscheidenlijk artikel 10 , lid 1 , is genomen ; wanneer echter i ) door een definitieve constatering wordt vastgesteld dat er schade is ( en niet alleen een dreiging van schade of een aanzienlijke vertraging bij de vestiging van een industrie ) of , in geval van een definitieve constatering van een dreiging van schade , wanneer de uitwerking van de invoer met dumping , bij ontstentenis van de voorlopige maatregelen , tot een constatering van schade zou hebben geleid , kunnen de anti-dumpingrechten met terugwerkende kracht worden toegepast voor de periode gedurende welke eventuele voorlopige maatregelen zijn toegepast . Indien het in het definitieve besluit vastgestelde anti-dumpingrecht meer bedraagt dan het voorlopig betaalde recht wordt het verschil niet geïnd . Indien het in het definitieve besluit vastgestelde recht minder bedraagt dan het voorlopig betaalde recht of het voor het stellen van de garantie geraamde bedrag wordt naar gelang van het geval het verschil terugbetaald of het recht opnieuw berekend . ii ) de bevoegde instanties , voor het bij de dumping betrokken produkt , vaststellen : a ) hetzij dat een dumping die een schade toebrengt in het verleden is geconstateerd , hetzij dat het de importeur bekend was of bekend moest zijn dat de exporteur dumping toepaste en dat deze dumping een schade zou toebrengen , en b ) dat de schade is toegebracht door een incidentele dumping ( massale invoer van een produkt tegen dumpingprijzen gedurende een betrekkelijk korte tijd ) die van een zodanige omvang was dat , om een herhaling ervan te verhinderen , een anti-dumpingrecht met terugwerkende kracht op deze invoer moet worden toegepast , kan het recht worden geheven op produkten die in het verkeer zijn gebracht ten hoogste 90 dagen voor de datum waarop voorlopige maatregelen zijn toegepast . 2 . Behoudens het bepaalde in lid 1 hierboven , kan , wanneer wordt geconstateerd dat er een dreiging van schade of een aanzienlijke vertraging bestaat ( doch zich nog geen schade heeft voorgedaan ) , een definitief anti-dumpingrecht slechts worden opgelegd vanaf de datum waarop tot de dreiging van schade of de aanzienlijke vertraging wordt geconcludeerd , en wordt onverwijld overgegaan tot restitutie van elk deposito in contanten dat is verstrekt gedurende de periode van toepassing van de voorlopige maatregelen , en tot vrijgave van alle gestelde borgtochten . 3 . Wanneer een negatieve definitieve constatering wordt gedaan wordt onverwijld overgegaan tot restitutie van elk deposito in contanten dat is verstrekt gedurende de periode van toepassing van de voorlopige maatregelen , en tot vrijgave van alle gestelde borgtochten . Artikel 12 Anti-dumpingmaatregelen ten behoeve van een derde land 1 . Een verzoek tot het nemen van anti-dumpingmaatregelen ten behoeve van een derde land moet worden gedaan door de autoriteiten van het derde land dat deze maatregelen verlangt . 2 . Ter staving van het verzoek dienen inlichtingen te worden verstrekt over de prijzen , met het doel om aan te tonen dat de importen een dumping betreffen , alsmede gedetailleerde inlichtingen met het doel om aan te tonen dat de beweerde dumping de betrokken binnenlandse industrie van het derde land schaadt . De regering van het derde land verleent alle medewerking aan de autoriteiten van het invoerende land voor het verkrijgen van alle aanvullende inlichtingen die deze autoriteiten nodig kunnen achten . 3 . De autoriteiten van het invoerende land nemen bij de behandeling van het verzoek de gevolgen van de beweerde dumping voor de gehele desbetreffende industrie van het derde land in aanmerking ; met andere woorden , de schade wordt niet alleen geraamd aan de hand van de uitwerking van de beweerde dumping op de export van de desbetreffende industrie naar het invoerende land , maar ook op de totale export van deze industrie . 4 . De beslissing om aan het verzoek gevolg te geven of het te seponeren berust bij het invoerende land . Indien dit land zich bereid verklaart tot het nemen van maatregelen , dient het verzoek aan de Verdragsluitende Partijen tot goedkeuring van die maatregelen van dit land uit te gaan . Artikel 13 Ontwikkelingslanden Erkend wordt dat de ontwikkelde landen de bijzondere situatie van de ontwikkelingslanden speciaal in aanmerking moeten nemen bij het overwegen van de toepassing van anti-dumpingmaatregelen op grond van deze Code . De door deze Code geboden mogelijkheden om tot constructieve oplossingen te komen moeten worden onderzocht alvorens anti-dumpingrechten worden toegepast , wanneer deze de wezenlijke belangen van de ontwikkelingslanden zouden schaden . TWEEDE DEEL Artikel 14 Comité voor anti-dumpingpraktijken 1 . In het kader van deze Overeenkomst wordt een Comité voor anti-dumpingpraktijken , hierna " Comité " te noemen , ingesteld dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van ieder van de Partijen bij deze Overeenkomst . Het Comité verkiest zijn voorzitter ; het komt tenminste tweemaal per jaar bijeen en voorts overeenkomstig de ter zake dienende bepalingen van deze Overeenkomst op verzoek van een Partij . Het Comité oefent de bevoegdheden uit waarmee het krachtens deze Overeenkomst of door de Partijen wordt belast en het stelt Partijen in de gelegenheid overleg te plegen over alle vraagstukken betreffende de toepassing van de Overeenkomst of de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan . Het GATT-secretariaat treedt op als secretariaat van het Comité . 2 . Het Comité kan alle dienstig geachte suborganen instellen . 3 . Bij de vervulling van hun taken kunnen het Comité en de eventuele suborganen overleg plegen met en inlichtingen inwinnen bij alle instanties die naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komen . Alvorens echter inlichtingen in te winnen bij een instantie die onder de jurisdictie van een Partij valt , dient het Comité of het suborgaan de betrokken Partij daarvan in kennis te stellen . De instemming van die Partij en van iedere betrokken onderneming dient te worden verkregen . 4 . De Partijen stellen het Comité onverwijld in kennis van alle getroffen , voorlopige of definitieve , anti-dumpingmaatregelen . Deze kennisgevingen liggen bij het GATT-secretariaat ter inzage voor de vertegenwoordigers van de regeringen . De Partijen brengen tevens om de zes maanden verslag uit over alle anti-dumpingmaatregelen die in de afgelopen zes maanden zijn getroffen . Artikel 15 ( 14 ) Overleg , bemiddeling en beslechting van geschillen 1 . Elke Partij neemt de door een andere Partij te berde gebrachte bezwaren betreffende enige zaak welke de uitvoering van deze Overeenkomst raakt , in welwillende overweging en dient voldoende gelegenheid te bieden tot overleg . 2 . Indien een Partij meent dat enig voordeel dat voor haar rechtstreeks of middellijk uit deze Overeenkomst voortvloeit wordt teniet gedaan of uitgehold , of dat de verwezenlijking van een van de doelstellingen van de Overeenkomst door een of meer andere Partijen wordt belemmerd , kan zij , ten einde tot een wederzijds bevredigende regeling van de zaak te komen , schriftelijk om overleg met de betrokken Partij of Partijen verzoeken . Iedere Partij zal elk door een andere Partij geformuleerd verzoek om overleg in welwillende overweging nemen . De betrokken Partijen maken onverwijld een aanvang met het overleg . 3 . Indien een Partij van oordeel is dat het overleg ingevolge lid 2 niet tot een wederzijds overeengekomen oplossing heeft geleid en de bevoegde autoriteiten van het invoerend land maatregelen hebben genomen om definitieve anti-dumpingrechten te heffen of prijsverbintenissen te aanvaarden , kan zij de zaak ter bemiddeling bij het Comité aanhangig maken . Wanneer een voorlopige maatregel aanzienlijke gevolgen heeft en een Partij van oordeel is dat die maatregel is genomen in strijd met de bepalingen van artikel 10 , lid 1 , van deze Overeenkomst , kan die Partij deze aangelegenheid eveneens ter bemiddeling aan het Comité voorleggen . Wanneer een zaak ter bemiddeling aan het Comité wordt voorgelegd , komt het Comité binnen dertig dagen bijeen om de zaak te onderzoeken ; het verleent aan de betrokken Partijen zijn goede diensten om een wederzijds aanvaardbare oplossing te helpen vinden ( 15 ) . 4 . De Partijen stellen gedurende de gehele bemiddelingsperiode alles in het werk om tot een wederzijds bevredigende oplossing te komen . 5 . Indien , na grondig onderzoek van de zaak door het Comité overeenkomstig lid 3 , binnen drie maanden geen wederzijds overeengekomen oplossing is bereikt , stelt het Comité , wanneer een partij bij het geschil daarom verzoekt , een speciale groep samen die tot taak heeft de kwestie te onderzoeken op basis van : a ) een schriftelijke verklaring van de verzoekende Partij waarin wordt uiteengezet hoe een voordeel , dat voor haar rechtstreeks of middellijk uit deze Overeenkomst voortvloeit , teniet is gedaan of is uitgehold , dan wel dat de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst wordt belemmerd , en b ) de feiten die overeenkomstig de ter zake geldende nationale procedures aan de autoriteiten van het invoerende land zijn medegedeeld . 6 . Vertrouwelijke gegevens welke ter kennis van de speciale groep worden gebracht , mogen niet openbaar worden gemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de persoon of de instantie die ze heeft verstrekt . Wanneer dergelijke informatie aan de speciale groep wordt gevraagd , doch de toestemming tot openbaarmaking ontbreekt , wordt een niet-vertrouwelijke samenvatting van de gegevens verschaft waarvoor de instantie of de persoon welke de gegevens heeft verstrekt wel toestemming geeft . 7 . Benevens het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 , wordt de beslechting van geschillen mutatis mutandis geregeld door de bepalingen van het Memorandum van overeenstemming betreffende kennisgeving , overleg , beslechting van geschillen en toezicht . De leden van de speciale groepen moeten met het te behandelen onderwerp vertrouwd zijn en worden gekozen uit de Partijen die geen partij bij het geschil zijn . DEEL III Artikel 16 Slotbepalingen 1 . Specifieke maatregelen tegen dumping van export van een andere Partij kunnen alleen worden genomen voor zover zij in overeenstemming zijn met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst , als uitgelegd bij deze Overeenkomst ( 16 ) . Aanvaarding en toetreding 2 . a ) Deze Overeenkomst staat open voor aanvaarding door ondertekening of anderszins door de Regeringen die Partij zijn bij de Algemene Overeenkomst en door de Europese Economische Gemeenschap . b ) Deze Overeenkomst staat open voor aanvaarding door ondertekening of anderszins door Regeringen die voorlopig tot de Algemene Overeenkomst zijn toegetreden , onder voorwaarden met betrekking tot de werkelijke toepassing van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen waarbij rekening wordt gehouden met de rechten en verplichtingen , omschreven in de akten betreffende hun voorlopige toetreding . c ) Deze Overeenkomst staat open voor toetreding door iedere regering onder tussen die regering en de Partijen overeen te komen voorwaarden met betrekking tot de werkelijke toepassing van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen , door nederlegging , bij de Directeur-generaal van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst , van een akte van toetreding waarin de aldus overeengekomen voorwaarden worden omschreven . d ) Ten aanzien van aanvaarding zijn de bepalingen van artikel XXVI , lid 5 , sub a ) en b ) , van de Algemene Overeenkomst van toepassing . Voorbehoud 3 . Met betrekking tot geen enkele van de bepalingen van deze Overeenkomst kan voorbehoud worden gemaakt zonder de instemming van de andere Partijen . Inwerkingtreding 4 . Deze Overeenkomst treedt op 1 januari 1980 in werking voor de regeringen ( 17 ) die de Overeenkomst hebben aanvaard of ertoe zijn toegetreden op die datum . Voor iedere andere regering treedt zij in werking op de 30e dag volgende op de datum van aanvaarding of toetreding . Opzegging van de Overeenkomst van 1967 5 . Aanvaarding van deze Overeenkomst brengt voor de Partijen bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel , die op 30 juni 1967 in Genève is gesloten en op 1 juli 1968 in werking is getreden , de opzegging mede van laatstgenoemde Overeenkomst van 1967 . Die opzegging wordt voor iedere Partij bij deze Overeenkomst van kracht op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de betrokken Partij . Nationale wetgeving 6 . a ) Iedere regering die deze Overeenkomst aanvaardt of tot deze Overeenkomst toetreedt , neemt alle algemene of bijzondere maatregelen die nodig zijn opdat , uiterlijk op de dag waarop deze Overeenkomst voor haar in werking treedt , haar wetten en voorschriften en administratieve procedures in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst , voor zover deze op de betrokken Partij van toepassing zijn . b ) Iedere Partij bij deze Overeenkomst stelt het Comité in kennis van elke wijziging in haar wetten en voorschriften in verband met deze Overeenkomst alsmede in de toepassing van deze wetten en voorschriften . Onderzoek 7 . Het Comité onderwerpt ieder jaar de toepassing en de werking van deze Overeenkomst aan een onderzoek , in het licht van de doelstellingen daarvan . Het Comité stelt ieder jaar de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel in kennis van de ontwikkelingen gedurende de periode waarop dat onderzoek betrekking heeft . Wijzigingen 8 . Partijen kunnen deze Overeenkomst wijzigen , onder andere in het licht van de bij de toepassing ervan opgedane ervaring . Wijzigingen treden , nadat zij door Partijen overeenkomstig de door het Comité vastgestelde procedures zijn goedgekeurd , voor een Partij pas in werking wanneer zij door de betrokken Partij zijn aanvaard . Opzegging 9 . Elke Partij kan deze overeenkomst opzeggen . De opzegging wordt van kracht zestig dagen na de datum waarop de Directeur-generaal van de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel schriftelijk kennisgeving van deze opzegging heeft ontvangen . Bij ontvangst van een dergelijke kennisgeving mag iedere Partij om de onverwijlde bijeenroeping van het Comité verzoeken . Niet-toepassing van deze Overeenkomst tussen bepaalde Partijen 10 . Deze Overeenkomst is niet van toepassing tussen twee Partijen indien een van beiden , op het tijdstip van aanvaarding van of toetreding tot de Overeenkomst niet in deze toepassing toestemt . Secretariaat 11 . Het GATT-secretariaat treedt op als secretariaat van deze Overeenkomst . Nederlegging 12 . Deze Overeenkomst wordt nedergelegd bij de Directeur-generaal van de Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel , die onverwijld aan alle Partijen en aan alle Verdragsluitende Partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel een gewaarmerkt afschrift doet toekomen van deze Overeenkomst en van iedere wijziging daarin overeenkomstig lid 8 , alsmede een kennisgeving van iedere aanvaarding of toetreding overeenkomstig lid 2 , en van iedere opzegging overeenkomstig lid 9 van dit artikel . Registratie 13 . Deze Overeenkomst wordt geregistreerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties . Gedaan te Genève , de twaalfde april negentienhonderd negenenzeventig , in één enkel exemplaar in de Engelse , de Franse en de Spaanse taal , zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek . ( 1 ) Met het woord " geopend " worden in het hierna volgende de proceduremaatregelen bedoeld waarmee een Partij formeel een onderzoek begint als bedoeld in artikel 6 , lid 6 . ( 2 ) In deze Code wordt onder " autoriteiten " verstaan autoriteiten van passend hoog niveau . ( 3 ) In deze Code moet onder het woord " schade " , tenzij anders vermeld , worden verstaan een aanmerkelijke schade veroorzaakt aan een binnenlandse industrie , een dreiging van aanmerkelijke schade voor een binnenlandse industrie of een aanzienlijke vertraging bij de vestiging van een binnenlandse industrie , en moet het worden geïnterpreteerd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel . ( 4 ) Zoals omschreven in de leden 2 en 3 van dit artikel . ( 5 ) Deze factoren omvatten , onder meer , de omvang en de prijzen van de invoer die niet tegen dumpingprijzen worden verkocht , de inkrimping van de vraag of wijzigingen in het consumptiepatroon , beperkende handelspraktijken van en concurrentie tussen de buitenlandse en de binnenlandse producenten , technologische ontwikkelingen en de exportresultaten en produktiviteit van de binnenlandse industrie . ( 6 ) Bij voorbeeld niet limitatief zouden er overtuigende redenen moeten zijn om aan te nemen dat zich in de onmiddellijke toekomst een aanzienlijke stijging van de invoer van het betrokken produkt tegen dumpingprijzen zal voordoen . ( 7 ) Tussen de Partijen dient overeenstemming te worden bereikt over de definitie van het woord " verbonden " in de zin van deze Code . ( 8 ) In de zin van deze Code wordt onder " heffen " verstaan de definitieve wettelijke toepassing of inning van een recht of heffing . ( 9 ) Zoals omschreven in artikel 4 . ( 10 ) Partijen zijn ervan op de hoogte dat op het grondgebied van bepaalde Partijen de bekendmaking verplicht kan worden gesteld bij een nauwkeurig geformuleerd bevel . ( 11 ) Partijen zijn overeengekomen dat verzoeken om vertrouwelijke behandeling niet willekeurig mogen worden afgewezen . ( 12 ) Daar in de verschillende regelingen van de verschillende landen uiteenlopende termen worden gebruikt , wordt de term " constatering " in het hierna volgende gebezigd ter aanduiding van een formeel besluit of een formele vaststelling . ( 13 ) Het woord " kan " mag niet in die zin worden uitgelegd dat het de mogelijkheid biedt om de procedure voort te zetten tegelijk met de toepassing van prijsverbintenissen , tenzij dit geschiedt overeenkomstig het bepaalde in lid 3 . ( 14 ) Indien er tussen Partijen geschillen rijzen in verband met uit deze Overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen , dienen Partijen de in deze Overeenkomst omschreven procedures voor de beslechting van geschillen te voltooien , voordat zij gebruik maken van rechten die zij op grond van de Algemene Overeenkomst kunnen doen gelden . ( 15 ) In dit verband kan het Comité de aandacht van Partijen vestigen op die gevallen waarin , naar het oordeel van het Comité , de naar voren gebrachte beweringen niet op goede gronden steunen . ( 16 ) Deze bepaling strekt er niet toe te verhinderen dat in voorkomend geval maatregelen worden genomen op grond van andere ter zake dienende bepalingen van de Algemene Overeenkomst . ( 17 ) De term " regering " wordt geacht mede te omvatten de bevoegde autoriteiten van de Europese Economische Gemeenschap . ADDENDUM 1 bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel De onderstaande verklaring wordt verspreid op verzoek van de delegaties van Oostenrijk , Brazilië , Canada , Colombia , de Europese Gemeenschappen , Egypte , Finland , Japan , Noorwegen , Roemenië , Zweden , Zwitserland en de Verenigde Staten . In verband met de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel hebben de bovengenoemde delegaties , gelet op de in artikel 13 van de Overeenkomst vervatte toezegging dat de ontwikkelde landen de bijzondere situatie van de ontwikkelingslanden in aanmerking moeten nemen wanneer zij overwegen anti-dumpingmaatregelen op grond van de onderhavige Code toe te passen , overeenstemming bereikt over het volgende : 1 . In de ontwikkelingslanden spelen de regeringen een belangrijke rol bij het bevorderen van de economische groei en ontwikkeling overeenkomstig hun nationale prioriteiten , en hun economische regelingen voor de exportsector kunnen verschillen van die voor hun nationale sectoren , hetgeen onder meer verschillen in de kostenstructuur kan meebrengen . De onderhavige Overeenkomst heeft niet ten doel de ontwikkelingslanden te verhinderen om bepaalde maatregelen in dit verband te nemen , maatregelen in de exportsector daaronder begrepen , voor zover daarvan gebruik wordt gemaakt op een wijze die verenigbaar is met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel die op deze landen van toepassing zijn . 2 . In het geval van invoer uit een ontwikkelingsland rechtvaardigt het feit dat de uitvoerprijs lager kan zijn dan de vergelijkbare prijs van het soortgelijk produkt indien dit bestemd is voor het binnenlandse verbruik in het uitvoerende land , op zich geen onderzoek naar of vaststelling van dumping , tenzij tevens de in artikel 5 , lid 1 , genoemde factoren aanwezig zijn . Speciale aandacht moet worden geschonken aan alle gevallen waarin vanwege het feit dat bijzondere economische omstandigheden van invloed zijn op de prijzen op de binnenlandse markt , deze prijzen geen realistische commerciële basis verschaffen voor het berekenen van de dumping . In dergelijke gevallen wordt de normale waarde aan de hand waarvan moet worden bepaald of ten aanzien van de betrokken goederen dumping plaatsvindt , geverifieerd door bij voorbeeld de uitvoerprijs te vergelijken met de vergelijkbare prijs van het soortgelijk produkt bij uitvoer naar een willekeurig derde land of met de produktiekosten van de uitgevoerde goederen in het land van oorsprong verhoogd met een redelijk bedrag voor administratie - , distributie - en andere kosten en voor de winst . De bovengenoemde delegaties zijn van oordeel dat er derhalve geen aanleiding meer bestaat om het wijzigingsvoorstel met betrekking tot de tekst van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel te handhaven . ADDENDUM 2 bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel De onderstaande verklaring wordt verspreid op verzoek van de delegaties van Oostenrijk , Brazilië , Canada , Colombia , de Europese Gemeenschappen , Egypte , Finland , Japan , Noorwegen , Roemenië , Zweden , Zwitserland en de Verenigde Staten . Erkend wordt dat de ontwikkelingslanden tijdens de aanvangsperiode bijzondere moeilijkheden kunnen ondervinden bij de aanpassing van hun wetgeving aan de eisen van de Code , onder meer administratieve en infrastructurele moeilijkheden wanneer zij een anti-dumpingonderzoek ondernemen . Het Comité voor anti-dumpingpraktijken kan derhalve op speciaal verzoek en onder bepaalde voorwaarden waarover van geval tot geval moet worden onderhandeld , voor een beperkte tijd uitzonderingen toestaan op alle of een deel van de verplichtingen voor onderzoek dat door een ontwikkelingsland wordt ondernomen overeenkomstig de onderhavige Overeenkomst . De ontwikkelde landen die partij zijn bij de onderhavige Overeenkomst zullen ernaar streven om op verzoek en onder nader overeen te komen voorwaarden aan de ontwikkelingslanden die partij bij de onderhavige Overeenkomst zijn technische bijstand te verlenen voor de toepassing van de onderhavige Overeenkomst , inclusief de opleiding van personeel , en inlichtingen te verstrekken over de methoden , technieken en andere aspecten voor het uitvoeren van onderzoek naar dumpingpraktijken .