26.10.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 326/391


HANDVEST VAN DE GRONDRECHTEN VAN DE EUROPESE UNIE

TITEL VI

RECHTSPLEGING

Artikel 48

Vermoeden van onschuld en rechten van de verdediging

1.   Eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

2.   Aan eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt de eerbiediging van de rechten van de verdediging gegarandeerd.