12003TN09/10/D

Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond - Bijlage IX: Lijst bedoeld in artikel 24 van de Toetredingsakte: Litouwen - 10. Milieu - D. Bestrijding van industriële verontreiniging en risicobeheersing

Publicatieblad Nr. L 236 van 23/09/2003 blz. 0843 - 0843


D. BESTRIJDING VAN INDUSTRIËLE VERONTREINIGING EN RISICOBEHEERSING

32001 L 0080: Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PB L 309 van 27.11.2001, blz. 1).

In afwijking van artikel 4, lid 3, en Deel A van de Bijlagen IV en VI van Richtlijn 2001/80/EG, zijn de emissiegrenswaarden voor zwaveldioxide en voor stikstofoxiden tot en met 31 december 2015 niet van toepassing op de volgende stookinstallaties in Litouwen: de WKK-installatie CHP-3 in Vilnius, de WKK-installatie van Kaunas en de WKK-installatie van Mažeikiai.

Tijdens deze overgangsperiode mogen de totale emissies van zwaveldioxide en stikstofoxide afkomstig van de elektriciteitsopwekking in de Litouwse thermische centrale, de WKK-installatie CHP-3 in Vilnius, de WKK-installatie van Kaunas en de WKK-installatie van Mažeikiai (met uitsluiting van de warmteopwekking en andere bronnen) de volgende grenswaarden niet overschrijden:

- 2005: 28300 ton SO2/jaar; 4600 ton Nox/jaar;

- 2008: 21500 ton SO2/jaar; 5000 ton Nox/jaar;

- 2010: 30500 ton SO2/jaar; 10500 ton Nox/jaar;

- 2012: 29000 ton SO2/jaar; 10800 ton Nox/jaar.

Vóór 1 januari 2007, en vervolgens nogmaals vóór 1 januari 2012, dient Litouwen bij de Commissie een bijgewerkt plan in, met inbegrip van een investeringsplan, voor de geleidelijke aanpassing van de resterende niet aan de voorschriften beantwoordende installaties, met duidelijk omschreven stappen voor de toepassing van het acquis. De EU is van oordeel dat de verwachte globale economische ontwikkeling in Litouwen, de daaruit voortvloeiende mogelijkheid om verdere investeringen eerder dan gepland te financieren en de verwachte wijzigingen in de energiesector zouden kunnen leiden tot verdere emissiereducties per geproduceerde eenheid elektriciteit. Beide plannen moeten zorgen voor een verdere reductie van de emissies tot op een niveau dat aanzienlijk lager ligt dan bovengenoemde tussentijdse doelstellingen, in het bijzonder wat betreft de emissies voor de periode van 2012 tot en met 2015.

Indien de Commissie, rekening houdend met in het bijzonder de milieueffecten en de noodzaak om concurrentieverstoringen op de interne markt ten gevolge van de overgangsregeling te beperken, van mening is dat deze plannen niet volstaan om de doelstellingen te verwezenlijken, stelt zij Litouwen daarvan in kennis. Binnen drie maanden na die kennisgeving, deelt Litouwen mee welke maatregelen het heeft getroffen om de doelstellingen toch te verwezenlijken. Indien de Commissie vervolgens, in overleg met de lidstaten, van oordeel is dat die maatregelen eveneens onvoldoende zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen, leidt zij de procedure van artikel 226 van het EG-Verdrag voor niet-naleving van verplichtingen in.

--------------------------------------------------