12003T/PRO/03

Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond - Protocol nr. 3 betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen

Publicatieblad Nr. L 236 van 23/09/2003 blz. 0940 - 944


Protocol nr. 3

betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN,

ERAAN HERINNEREND dat in de gemeenschappelijke verklaring betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen ("Sovereign Base Areas", hierna "SBA's" genoemd), welke gehecht is aan de Slotakte bij het Verdrag betreffende de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschappen, gesteld wordt dat de regels die gelden voor de betrekkingen tussen de Europese Economische Gemeenschap en deze zones zullen worden vastgesteld in het kader van een eventuele regeling tussen deze Gemeenschap en de Republiek Cyprus;

REKENING HOUDEND met de bepalingen over de SBA's in het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus (hierna het "Oprichtingsverdrag" genoemd) en de daarbij horende notawisseling van 16 augustus 1960;

AKTE NEMEND van de notawisseling tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk en de Regering van de Republiek Cyprus betreffende het bestuur van de SBA's van 16 augustus 1960 en de daaraan gehechte verklaring van de Regering van het Verenigd Koninkrijk dat een der hoofddoelstellingen de bescherming is van de belangen van personen die in een SBA verblijven of werken, en in dit verband overwegend dat de bedoelde personen zo veel mogelijk dezelfde behandeling moeten krijgen als personen die in de Republiek Cyprus verblijven of werken;

TEVENS NOTA NEMEND van de bepalingen van het Oprichtingsverdrag betreffende de douaneregelingen tussen de SBA's en de Republiek Cyprus en met name van die welke vervat zijn in bijlage F bij dat verdrag;

TEVENS NOTA NEMEND van de toezegging van het Verenigd Koninkrijk om geen douaneposten of andere grensafsluitingen te installeren tussen de SBA's en de Republiek Cyprus, alsmede van de regelingen die getroffen zijn uit hoofde van het Oprichtingsverdrag waarbij de autoriteiten van de Republiek Cyprus allerlei openbare diensten verrichten in de SBA's, inclusief op het gebied van landbouw, douane en belastingen;

BEVESTIGEND dat de toetreding van de Republiek Cyprus tot de Europese Unie de rechten en verplichtingen van de partijen bij het Oprichtingsverdrag onverlet dient te laten;

ERKENNEND derhalve dat sommige bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de daaraan gerelateerde communautaire wetgeving dienen te worden toegepast op de SBA's en dat speciale regelingen dienen te worden getroffen voor de uitvoering van deze bepalingen in de SBA's,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Artikel 299, lid 6, onder b), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wordt vervangen door de volgende tekst:

"b) is dit Verdrag niet van toepassing op Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, uitgezonderd voorzover nodig om de uitvoering te waarborgen van de regelingen als vervat in het protocol betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen dat gehecht is aan de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, en in overeenstemming met dat protocol."

.

Artikel 2

1. De SBA's worden opgenomen in het douanegebied van de Gemeenschap; hiertoe zijn de in deel I van de bijlage bij dit protocol opgesomde instrumenten op het gebied van douane en gemeenschappelijk handelsbeleid, met de in de Bijlage vermelde wijzigingen, van toepassing op de SBA's.

2. De besluiten inzake omzetbelasting, accijnzen en andere vormen van indirecte belasting in deel II van de bijlage bij dit protocol zijn, met de in de bijlage vermelde wijzigingen, van toepassing op de SBA's, alsook de relevante bepalingen die van toepassing zijn op Cyprus, als vervat in de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie.

3. De besluiten in deel III van de bijlage bij dit protocol worden in de in de bijlage uiteengezette zin gewijzigd om het Verenigd Koninkrijk in staat te stellen de in het Oprichtingsverdrag vastgelegde verminderingen en vrijstellingen van rechten en heffingen op leveringen aan zijn strijdkrachten en daarmee geassocieerd personeel, te handhaven.

Artikel 3

De volgende bepalingen van het verdrag en daarmee verband houdende bepalingen zijn van toepassing op de SBA's:

a) Titel II van het derde deel van het EG-Verdrag over landbouw en de op basis daarvan vastgestelde bepalingen;

b) de krachtens artikel 152, lid 4, onder b), van het EG-Verdrag vastgestelde maatregelen.

Artikel 4

Personen die wonen of werken op het grondgebied van de SBA's en die krachtens de regelingen die zijn getroffen uit hoofde van het Oprichtingsverdrag en de daarmee verband houdende notawisseling van 16 augustus 1960 onderworpen zijn aan de socialezekerheidswetgeving van de Republiek Cyprus, worden voor Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen [1] behandeld alsof zij op het grondgebied van de Republiek Cyprus wonen of werken.

Artikel 5

1. De Republiek Cyprus behoeft geen controle uit te oefenen op personen die haar land- en zeegrenzen met een SBA overschrijden; op dergelijke personen zijn eventuele communautaire beperkingen op overschrijding van de buitengrenzen niet van toepassing.

2. Het Verenigd Koninkrijk oefent conform de verbintenissen in deel IV van de bijlage bij dit protocol controle uit op personen die de buitengrenzen van een SBA overschrijden.

Artikel 6

De Raad kan, in het belang van een doeltreffende uitvoering van de doelstellingen van dit protocol, met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie de artikelen 2 tot en met 5 alsook de bijlage wijzigen, dan wel andere bepalingen van het EG-Verdrag en daarmee verband houdende communautaire wetgeving op de door hem bepaalde wijze en voorwaarden op de SBA's toepassen. De Commissie raadpleegt het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Cyprus alvorens een voorstel in te dienen.

Artikel 7

1. Onverminderd lid 2 is het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk voor de uitvoering van dit protocol in de SBA's. In het bijzonder geldt het volgende:

a) het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor de toepassing van de in dit protocol gespecificeerde communautaire maatregelen op het gebied van douane, indirecte belastingen en het gemeenschappelijk handelsbeleid met betrekking tot goederen die Cyprus binnenkomen of verlaten via een haven of luchthaven binnen een SBA;

b) goederen die door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk via een haven of luchthaven in de Republiek Cyprus in Cyprus zijn ingevoerd, c.q. uit Cyprus zijn uitgevoerd kunnen binnen de SBA's aan douanecontrole worden onderworpen;

c) het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor de afgifte van de vergunningen en certificaten die krachtens toepasselijke communautaire maatregelen vereist zijn met betrekking tot goederen die door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk in Cyprus zijn ingevoerd, c.q. uit Cyprus zijn uitgevoerd.

2. De Republiek Cyprus is verantwoordelijk voor het beheer en de uitbetaling van de gelden waarvoor personen in de SBA's krachtens artikel 3 van dit protocol uit hoofde van de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de SBA's in aanmerking komen; de Republiek Cyprus legt aan de Commissie verantwoording af voor dergelijke uitgaven.

3. Onverminderd de leden 1 en 2 kan het Verenigd Koninkrijk de uitoefening van taken die bij of krachtens een bepaling als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 aan een lidstaat zijn opgelegd, in overeenstemming met de regelingen die krachtens het Oprichtingsverdrag zijn getroffen, overdragen aan de bevoegde autoriteiten van de Republiek Cyprus.

4. Het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Cyprus werken samen in het belang van de doeltreffende uitvoering van dit protocol in de SBA's, en sluiten in voorkomend geval nadere akkoorden voor de overdracht van de uitvoering van bepalingen als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5. Van dergelijke akkoorden wordt een afschrift verstrekt aan de Commissie.

Artikel 8

De in dit protocol vastgelegde regeling heeft uitsluitend betrekking op de speciale situatie van de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen en kan op geen enkel ander grondgebied van de Gemeenschap worden toegepast, noch geheel of gedeeltelijk als precedent dienen voor enige andere speciale regeling die reeds bestaat of kan worden ingevoerd op een ander Europees grondgebied als bedoeld in artikel 299 van het Verdrag.

Artikel 9

De Commissie brengt om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van dit protocol.

[1] PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2.

--------------------------------------------------

BIJLAGE

Verwijzingen in dit protocol naar richtlijnen en verordeningen worden opgevat als verwijzingen naar deze teksten zoals ze in voorkomend geval gewijzigd of vervangen zijn en naar de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.

DEEL I

1. Artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek wordt vervangen door:

"2. De volgende gebieden worden, hoewel zij buiten het grondgebied van de lidstaten zijn gelegen, gezien de daarop van toepassing zijnde overeenkomsten en verdragen, beschouwd als deel uitmakende van het douanegebied van de Gemeenschap:

a) FRANKRIJK

Het grondgebied van het Vorstendom Monaco, zoals omschreven in de op 18 mei 1963 in Parijs ondertekende douaneovereenkomst (Journal Officiel van de Franse Republiek van 27 september 1963, blz. 8679).

b) CYPRUS

Het grondgebied van Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen als omschreven in het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus, ondertekend in Nicosia op 16 augustus 1960 (United Kingdom Treaty Series No 4 (1961), Cmnd 1252)"

;

2. Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief;

3. Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen;

4. Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek;

5. Verordening (EEG) nr. 3677/90 van de Raad van 13 december 1990 houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;

6. Richtlijn 92/109/EEG van de Raad van 14 december 1992 inzake de vervaardiging en het in de handel brengen van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;

7. Verordening (EEG) nr. 3911/92 van de Raad van 9 december 1992betreffende de uitvoer van cultuurgoederen;

8. Verordening (EG) nr. 3295/94 van de Raad van 22 december 1994 tot vaststelling van maatregelen om het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de plaatsing onder een schorsingsregeling van nagemaakte of door piraterij verkregen goederen te verbieden;

9. Verordening (EG) nr. 1367/95 van de Commissie van 16 juni 1995 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 3295/94 van de Raad tot vaststelling van maatregelen om het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de plaatsing onder een schorsingsregeling van nagemaakte en door piraterij verkregen goederen te verbieden;

10. Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik.

DEEL II

1. De Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag; wordt als volgt gewijzigd:

a) Artikel 3, lid 4, eerste alinea, wordt vervangen door de volgende tekst:

"In afwijking van lid 1 en gezien:

- de overeenkomsten en verdragen die het Vorstendom Monaco en het eiland Man respectievelijk met de Franse Republiek en met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland hebben gesloten,

- het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus,

worden het Vorstendom Monaco, het eiland Man, en Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, voor de toepassing van de onderhavige richtlijn niet behandeld als het grondgebied van een derde land."

;

b) Artikel 3, lid 4, tweede alinea, wordt gewijzigd door toevoeging van het volgende derde streepje:

"— Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, behandeld worden als transacties met als land van herkomst of bestemming de Republiek Cyprus."

.

2. Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop: artikel 2, lid 4, wordt gewijzigd door toevoeging van het volgende vijfde streepje:

"— Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, behandeld worden als transacties met als land van herkomst of bestemming de Republiek Cyprus."

.

DEEL III

1. Artikel 135 van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen wordt gewijzigd door toevoeging van het volgende nieuwe punt d):

"d) door het Verenigd Koninkrijk, van de vrijstellingen op de invoer van goederen ten behoeve van zijn strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines die het gevolg zijn van het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus van 16 augustus 1960."

2. De Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag; wordt als volgt gewijzigd:

a) aan artikel 14, lid 1, onder g), wordt het volgende vierde streepje toegevoegd:

"— de in het derde streepje bedoelde vrijstellingen gelden eveneens voor de invoer van goederen door en de levering van diensten aan de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk die op Cyprus zijn gestationeerd overeenkomstig het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus van 16 augustus 1960, ten behoeve van de strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines."

;

b) artikel 17, lid 3, onder b), wordt vervangen door de volgende tekst:

"b) door de belastingplichtige verrichte handelingen die overeenkomstig artikel 14, lid 1, sub g) en i), artikel 15 en artikel 16, lid 1, punten B en C, en lid 2, zijn vrijgesteld"

.

3. Artikel 23, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, wordt gewijzigd door toevoeging van het volgende nieuwe streepje:

"— voor de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk die op Cyprus zijn gestationeerd overeenkomstig het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus van 16 augustus 1960, ten behoeve van de strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines"

.

DEEL IV

1. In dit protocol wordt het volgende verstaan onder:

a) "SBA-buitengrenzen": de zeegrenzen en de luchthavens en zeehavens van de SBA's, uitgezonderd de land- en zeegrenzen van de SBA's met de Republiek Cyprus;

b) "doorlaatpost": elke doorlaatpost waar de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk het overschrijden van de buitengrenzen hebben toegestaan.

2. Het Verenigd Koninkrijk staat het overschrijden van de SBA-buitengrenzen uitsluitend toe aan de doorlaatposten.

3. a) Onderdanen van derde landen mogen de SBA-buitengrenzen uitsluitend overschrijden indien

i) zij in het bezit zijn van een geldig reisdocument;

ii) zij in het bezit zijn van een geldig visum voor de Republiek Cyprus, voorzover dit vereist is;

iii) zij bij een defensiegerelateerde activiteit betrokken zijn of gezinslid zijn van een persoon die bij een dergelijke activiteit betrokken is, en

iv) zij geen bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.

b) Het Verenigd Koninkrijk kan alleen van deze voorwaarden afwijken om humanitaire redenen, om redenen van nationaal belang of om zijn internationale verplichtingen na te komen.

c) Voor de verbintenis onder a) ii) worden de leden van de strijdkrachten, de burgercomponent daarvan en personen ten laste, als omschreven in bijlage C bij het Oprichtingsverdrag, vrijgesteld van de visumplicht voor de Republiek Cyprus.

4. Het Verenigd Koninkrijk voert controles uit op personen die de SBA-buitengrenzen overschrijden. Deze controles betreffen tevens de reisdocumenten. Eenieder ondergaat ten minste één controle ter vaststelling van zijn identiteit.

5. De bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk zetten mobiele eenheden in voor het uitoefenen van toezicht langs de buitengrenzen tussen de doorlaatposten en buiten de normale openingstijden aan de doorlaatposten. Dit toezicht wordt op zodanige wijze uitgeoefend dat ontduiking van de controles aan de doorlaatposten ontmoedigd wordt. De bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk zetten voldoende geschikte ambtenaren in om controle en toezicht uit te oefenen langs de SBA-buitengrenzen.

6. De autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk werken doorlopend nauw samen met de autoriteiten van de Republiek Cyprus met het oog op het doeltreffend uitoefenen van controle en toezicht.

7. a) Een asielzoeker die van buiten de Europese Unie Cyprus voor de eerste maal is binnengekomen via één van de SBA's wordt op verzoek van de lidstaat van de Europese Unie op het grondgebied waarvan hij zich bevindt door de desbetreffende SBA terug- of overgenomen.

b) De Republiek Cyprus werkt op grond van humanitaire overwegingen samen met het Verenigd Koninkrijk teneinde praktische methoden te ontwikkelen om in overeenstemming met de relevante wetgeving van het SBA-bestuur de rechten van asielzoekers en illegale immigranten te respecteren en in hun behoeften te voorzien.

--------------------------------------------------

VERKLARING VAN DE EUROPESE COMMISSIE

De Europese Commissie bevestigt haar interpretatie dat de bepalingen van het Gemeenschapsrecht welke krachtens artikel 3, onder a), van dit protocol van toepassing zijn op de SBA's, tevens de volgende bepalingen omvatten:

a) Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen;

b) Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen, voorzover vereist bij Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) met het oog op de financiering van maatregelen voor plattelandsontwikkeling in de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen binnen de Afdeling Garantie van het EOGFL.

--------------------------------------------------