Verdrag tot oprichting van de Europeese Gemeenschap (Geconsolideerde Versie Nice) - Tweede deel: Het burgerschap van de Unie - Artikel 18 - Artikel 8 A - Verdrag EG (Geconsolideerde Versie Maastricht) -
Publicatieblad Nr. C 325 van 24/12/2002 blz. 0045 - 0045
Publicatieblad Nr. C 340 van 10/11/1997 blz. 0186 - Geconsolideerde versie
Publicatieblad Nr. C 224 van 31/08/1992 blz. 0011 - Geconsolideerde versie
Verdrag tot oprichting van de Europeese Gemeenschap (Geconsolideerde Versie Nice) Tweede deel: Het burgerschap van de Unie Artikel 18 Artikel 8 A - Verdrag EG (Geconsolideerde Versie Maastricht) Artikel 18 1. Iedere burger van de Unie heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij dit Verdrag en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. 2. Indien een optreden van de Gemeenschap noodzakelijk blijkt om deze doelstelling te verwezenlijken en dit Verdrag niet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, kan de Raad bepalingen vaststellen die de uitoefening van de in lid 1 bedoelde rechten vergemakkelijken. Hij neemt een besluit volgens de procedure van artikel 251. 3. Lid 2 is niet van toepassing op de bepalingen inzake paspoorten, identiteitskaarten, verblijfstitels of andere daarmee gelijkgestelde documenten, noch op de bepalingen inzake sociale zekerheid of sociale bescherming.