02023D2135 — NL — 24.06.2024 — 002.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

BESLUIT (GBVB) 2023/2135 VAN DE RAAD

van 9 oktober 2023

betreffende beperkende maatregelen in het licht van activiteiten die de stabiliteit en de politieke transitie van Sudan ondermijnen

(PB L 2135 van 11.10.2023, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

BESLUIT (GBVB) 2024/383 VAN DE RAAD  van 22 januari 2024

  L 383

1

22.1.2024

►M2

BESLUIT (GBVB) 2024/1784 VAN DE RAAD  van 24 juni 2024

  L 1784

1

24.6.2024




▼B

BESLUIT (GBVB) 2023/2135 VAN DE RAAD

van 9 oktober 2023

betreffende beperkende maatregelen in het licht van activiteiten die de stabiliteit en de politieke transitie van Sudan ondermijnen



Artikel 1

1.  

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:

a) 

natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor, of direct of indirect betrokken zijn bij, steun verlenen aan, of profiteren van acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van Sudan bedreigen;

b) 

natuurlijke personen die de inspanningen om de politieke transitie te hervatten in Sudan, belemmeren of ondermijnen;

c) 

natuurlijke personen die de verlening van humanitaire bijstand aan Sudan of de toegang tot of verdeling van humanitaire bijstand in Sudan belemmeren, onder andere door aanvallen op zorgmedewerkers en humanitaire hulpverleners en inbeslagneming en vernietiging van humanitaire hulp- of gezondheidsinfrastructuur en -voorzieningen;

d) 

natuurlijke personen die handelingen in Sudan beramen, organiseren of plegen die ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht vormen, waaronder moord en verminking, verkrachting en andere ernstige vormen van seksueel en gendergerelateerd geweld, ontvoering en gedwongen ontheemding;

e) 

natuurlijke personen die banden hebben met de onder punten a) tot en met d) aangewezen personen, zoals vermeld in de bijlage.

2.  
Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te beletten.
3.  

Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin de lidstaten gebonden zijn aan een verplichting uit hoofde van internationaal recht, en wel:

a) 

als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

b) 

als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;

c) 

krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of

d) 

krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929, dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

4.  
Lid 3 is ook van toepassing in gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
5.  
De Raad wordt naar behoren geïnformeerd indien een lidstaat een vrijstelling op grond van lid 3 of 4 verleent.
6.  
De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die gerechtvaardigd zijn om dringende humanitaire redenen, of voor het bijwonen van intergouvernementele vergaderingen of vergaderingen die door de Unie worden gepromoot of georganiseerd, of waarvoor een lidstaat als fungerend voorzitter van de OVSE als gastland optreedt, wanneer een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de beleidsdoelstellingen van de beperkende maatregelen, waaronder steun voor de stabiliteit en de politieke transitie van Sudan, rechtstreeks worden bevorderd.
7.  
De lidstaten kunnen ook vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen indien binnenkomst of doorreis noodzakelijk is in verband met een gerechtelijke procedure.
8.  
Een lidstaat die de in lid 6 of 7 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn verleend, tenzij een of meer lidstaten binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling schriftelijk bezwaar maken. Indien een of meer lidstaten bezwaar maken, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.
9.  
Wanneer een lidstaat krachtens de leden 3, 4, 6, 7 en 8, machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor ze is verleend aan de daarbij betrokken persoon.

Artikel 2

1.  

Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van:

a) 

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die verantwoordelijk zijn voor, of direct of indirect betrokken zijn bij, steun verlenen aan, of profiteren van acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van Sudan bedreigen;

b) 

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die de inspanningen om de politieke transitie in Sudan te hervatten, belemmeren of ondermijnen;

c) 

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die de verlening van humanitaire bijstand aan Sudan of de toegang tot of verdeling van humanitaire bijstand in Sudan belemmeren, onder andere door aanvallen op zorgmedewerkers en humanitaire hulpverleners en inbeslagneming en vernietiging van humanitaire hulp- of gezondheidsinfrastructuur en -voorzieningen;

d) 

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die betrokken zijn bij het beramen, organiseren of plegen van handelingen in Sudan die ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht vormen, waaronder moord en verminking, verkrachting en andere ernstige vormen van seksueel en gendergerelateerd geweld, ontvoering en gedwongen ontheemding;”;

e) 

natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die banden hebben met de onder punten a) tot en met d) aangewezen personen, zoals vermeld in de bijlage;

worden bevroren.

2.  
Er worden geen tegoeden of economische middelen, direct of indirect, ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van in de bijlage vermelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
3.  

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a) 

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde personen en de gezinsleden die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

b) 

uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van redelijke honoraria en het vergoeden van andere kosten van juridische diensten;

c) 

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

d) 

noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de toestemming verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat een specifieke toestemming moet worden verleend, of

e) 

gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke missie of consulaire post of een internationale organisatie die bescherming geniet overeenkomstig het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke missie of consulaire post of de internationale organisatie.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit lid verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming.

4.  

In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) 

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitragebesluit dat is vastgesteld vóór de datum waarop de/het in lid 1 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam is opgenomen in de lijst in de bijlage, of van een rechterlijke of administratieve beslissing die in de Unie is uitgesproken of van een rechterlijke beslissing die uitvoerbaar is in de betrokken lidstaat, en die van voor of na die datum dateert;

b) 

de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen;

c) 

de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in de bijlage geplaatst(e) natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, en

d) 

de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit lid verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming.

5.  
Lid 1 belet niet dat een op de lijst in de bijlage geplaatst(e) natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam betalingen verricht die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract of overeenkomst dat/die is gesloten, of een verplichting die is ontstaan, vóór de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, de entiteit of het lichaam op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betalingen niet direct of indirect worden ontvangen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bedoeld in lid 1.
6.  

Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a) 

rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b) 

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in de leden 1 en 2 vervatte maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden, of

c) 

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van rechterlijke, administratieve of arbitrale beslissingen die in de Unie zijn uitgesproken of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar zijn;

mits dergelijke rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de maatregelen van lid 1.

7.  

Artikel 2, leden 1 en 2, zijn niet van toepassing op de beschikbaarstelling van tegoeden of economische middelen die nodig zijn voor de tijdige verstrekking van humanitaire bijstand of ter ondersteuning van andere activiteiten ter ondersteuning van menselijke basisbehoeften, wanneer die bijstand en andere activiteiten worden uitgevoerd door:

a) 

de Verenigde Naties, met inbegrip van hun programma's, fondsen en andere entiteiten en organen, alsmede hun gespecialiseerde agentschappen en aanverwante organisaties;

b) 

internationale organisaties;

c) 

humanitaire organisaties met de status van waarnemer bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en leden van die humanitaire organisaties;

d) 

bilateraal of multilateraal gefinancierde niet-gouvernementele organisaties die deelnemen aan de humanitaire responsplannen van de Verenigde Naties, de responsplannen voor vluchtelingen, andere oproepen van de Verenigde Naties of humanitaire clusters die worden gecoördineerd door het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de Verenigde Naties (OCHA);

e) 

organisaties en agentschappen waaraan de Unie het certificaat van humanitair partnerschap heeft verleend of die door een lidstaat overeenkomstig nationale procedures gecertificeerd of erkend zijn;

f) 

gespecialiseerde agentschappen van de lidstaten, of

g) 

de werknemers, begunstigden, ondergeschikte organen of uitvoerende partners van de in punten a) tot en met f) genoemde entiteiten terwijl en voor zover zij in die hoedanigheid handelen.”.

8.  
In gevallen die niet onder lid 7 vallen en in afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat onder door hen geschikt geachte voorwaarden, toestemming verlenen om bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen vrij te geven of om bepaalde tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor andere activiteiten ter ondersteuning van elementaire menselijke behoeften.
9.  
Indien de bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming uit hoofde van lid 8, geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten dat ze meer tijd nodig heeft, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit artikel is verleend, binnen vier weken na de verlening van de toestemming.

Artikel 3

1.  
De lijst in de bijlage wordt vastgesteld en gewijzigd door de Raad, die met eenparigheid van stemmen besluit op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”).
2.  
De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit en van de redenen voor de plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks (indien het adres bekend is), hetzij door de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die natuurlijke persoon of rechtspersoon, die entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.
3.  
Indien er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal wordt gepresenteerd, toetst de Raad de in lid 1 bedoelde besluiten en brengt hij de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam op de hoogte van het resultaat van de toetsing.

Artikel 4

1.  
In de bijlage wordt de opneming van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de lijst gemotiveerd.
2.  
De bijlage bevat de informatie, indien deze beschikbaar is, die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en -plaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres, indien bekend; en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan die informatie bestaan uit: namen; plaats en datum van registerinschrijving; registratienummer; en plaats van vestiging.

Artikel 5

1.  

De Raad en de hoge vertegenwoordiger kunnen voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van dit besluit persoonsgegevens verwerken, met name:

a) 

wat betreft de Raad, bij het opstellen en wijzigen van de bijlage;

b) 

wat betreft de hoge vertegenwoordiger, bij het opstellen van wijzigingen in de bijlage.

2.  
De Raad en de hoge vertegenwoordiger verwerken in voorkomend geval de relevante gegevens die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, doch uitsluitend voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor het opstellen van de bijlage.
3.  
Voor de toepassing van dit besluit worden de Raad en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als "verwerkingsverantwoordelijken" in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), teneinde te verzekeren dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van die Verordening kunnen uitoefenen.

Artikel 6

Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavig besluit zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schadevergoeding of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, in het bijzonder een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a) 

in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b) 

natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de in punt a) bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

Artikel 7

Het is verboden bewust of opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in dit besluit opgenomen verbodsbepalingen worden omzeild.

Artikel 8

Om de maatregelen van dit besluit een maximaal effect te doen sorteren, moedigt de Unie derde landen aan beperkende maatregelen te treffen die vergelijkbaar zijn met die van dit besluit.

Artikel 9

1.  
Dit besluit is van toepassing tot 10 oktober 2024.

Dit besluit wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd, indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.

2.  
De in artikel 2, leden 7, 8 en 9, vermelde uitzonderingen met betrekking tot artikel 2, leden 1 en 2, worden op gezette tijden en ten minste om de twaalf maanden, dan wel op dringend verzoek van een lidstaat, de hoge vertegenwoordiger of de Commissie na een ingrijpende verandering in de omstandigheden, herzien.”.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

▼M1




BIJLAGE

A.   Lijst van de in artikel 1, lid 1, en artikel 2, lid 1, bedoelde natuurlijke personen

▼M2



 

Naam

Identificatiegegevens

Redenen

Datum van plaatsing op de lijst

1.

Mirghani Idriss SULEIMAN

Nationaliteit: Sudanees

Geslacht: man

Functie: luitenant-generaal in de SAF;

directeur-generaal van Defence Industries System;

hoofd van het productieagentschap van het Sudanese leger

Geassocieerde personen: generaal Abdelfattah Al-Burhan, opperbevelhebber van de SAF

Geassocieerde entiteiten: Defence Industry System, SMT Engineering; SAF

Luitenant-generaal Mirghani Idriss Suleiman is officier van de SAF en directeur-generaal van het Defense Industries System (DIS), een bedrijf dat onder de sanctieregeling van de Europese Unie valt wegens het verlenen van steun aan acties en beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid van Sudan bedreigen.

DIS wordt omschreven als de grootste defensieonderneming van Sudan en genereert naar schatting 2 miljard USD aan inkomsten via honderden dochterondernemingen in verschillende sectoren van de Sudanese economie. DIS produceert een reeks handvuurwapens, conventionele wapens, munitie en militaire voertuigen voor de SAF.

Als directeur-generaal van DIS heeft Mirghani Idriss Suleiman sinds het begin van de oorlog veel gereisd met generaal Abdelfattah Al-Burhan, opperbevelhebber van de SAF, naar verluidt om de SAF beter in staat te stellen de RSF op verschillende fronten in Khartoem, Darfur, en Kordofan te bestrijden.

Mirghani Idriss Suleiman verleent derhalve steun aan acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van Sudan bedreigen.

24.6.2024

2.

EL TAHIR Mohamed EL AWAD EL AMIN

ook bekend als:

EL TAHIR Mohamed

EL AWAD EL AMIN

AL-TAHER;

Mohammed AL-AWAD AL-AMIN

Nationaliteit: Sudanees

Geslacht: man

Functie: luitenant-generaal, bevelhebber van de Sudanese luchtmacht sinds 1 september 2022;

Voormalig decaan van het Sudanese Air Force College. Voormalig bevelhebber van de luchtmachtbasis van Khartoem

Geassocieerde personen: generaal Abdelfattah Al-Burhan, opperbevelhebber van de SAF;

luitenant-generaal Yasir Al-Atta, adjunct-opperbevelhebber van de SAF;

generaal Mohamed Osman al-Hussein, chef-staf van de landmacht van de SAF

Geassocieerde entiteiten: SAF

El Tahir Mohamed El Awad El Amin is luitenant-generaal in de SAF en bevelhebber van de Sudanese luchtmacht sinds 1 september 2022. Hij is derhalve verantwoordelijk voor de operaties die de luchtmacht van de SAF heeft uitgevoerd sinds het uitbreken van het conflict tussen SAF, de RSF en hun geallieerde milities op 15 april 2023, zoals blijkt uit zijn deelname aan openbaar gemaakte bijeenkomsten op hoog niveau van hoge commandanten van de SAF onder leiding van opperbevelhebber Abdel Fattah al-Burhan in het algemene commando van de SAF in Khartoem in mei en juli 2023.

El Tahir Mohamed El Awad El Amin is derhalve rechtstreeks verantwoordelijk voor de willekeurige luchtbombardementen door de luchtmacht van de SAF in dichtbevolkte woongebieden, met name in Khartoem, Omdurman, Nyala (Zuid-Darfur) en Noord-Kordofan, zoals gedocumenteerd door de geïntegreerde missie van de Verenigde Naties voor overgangsbijstand in Sudan (UNITAMS) in haar rapporten van 31 augustus 2023 en 13 november 2023 aan de secretaris-generaal, door de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten in zijn rapport van 22 februari 2024 en door het deskundigenpanel van de Verenigde Naties voor Sudan in zijn rapport van 15 januari 2024.

El Tahir Mohamed El Awad El Amin was aldus rechtstreeks betrokken bij de voortzetting van het Sudanese conflict, dat een bedreiging vormt voor de vrede, de stabiliteit en de veiligheid van Sudan, en was betrokken bij de planning, aansturing en uitvoering van luchtoperaties die hebben geleid tot ernstige schendingen van de mensenrechten en schendingen van het internationaal humanitair recht doordat deze operaties grote aantallen burgerslachtoffers hebben veroorzaakt, hetgeen heeft geleid tot ontheemding van de burgerbevolking en de vernietiging van kritieke infrastructuur, waaronder medische faciliteiten zoals het East Nile-ziekenhuis in Khartoem in mei 2023 en het Babiker Nahar-kinderziekenhuis in El-Fasher in mei 2024.

24.6.2024

3.

Ali Ahmed KARTI MOHAMED

Geboortedatum: 11.3.1953

Geboorteplaats: Hagar Elassal — Sudan

Nationaliteit: Sudanees

Geslacht: man

Functie: trouwe aanhanger van de Nationale Congrespartij;

secretaris-generaal van de Sudanese islamistische beweging;

voormalig Sudanese minister van Buitenlandse Zaken

ID-nummer: 11822483949

Geassocieerde entiteiten:

het Sudanese ministerie van Buitenlandse Zaken;

de Sudanese islamitische beweging

Ali Ahmed Karti Mohamed was de Sudanese minister van Buitenlandse Zaken onder de regering van Omar al-Bashir. Na de val van het regime van al-Bashir werd Ali Ahmed Karti Mohamed geselecteerd als een van de leiders van de Sudanese islamitische beweging (SIM) en gaf hij leiding aan inspanningen om de vooruitgang van Sudan naar een volledige democratische transitie te verhinderen door de voormalige door burgers geleide overgangsregering en het proces van het politiek kaderakkoord te ondermijnen. Dit droeg bij tot het conflict tussen de SAF en de RSF, dat op 15 april 2023 begon.

Hij en andere Sudanese islamisten belemmeren actief de inspanningen om een staakt-het-vuren te bereiken en een einde te maken aan het conflict, en zij verzetten zich tegen civiele inspanningen om de democratische transitie van Sudan te herstellen. Ali Ahmed Karti Mohamed is een trouwe aanhanger van de Nationale Congrespartij (NCP), die in 1998 door Omar al-Bashir is opgericht. De NCP is de opvolger van het aan het Broederschap gelieerde Nationaal Islamitisch Front.

Ali Ahmed Karti Mohamed is momenteel secretaris-generaal van de SIM, een brede alliantie van islamistische groeperingen, en wordt beschouwd als de man achter de heropleving van de NCP. De islamistische beweging heeft een grote invloed op de SAF, de politie en de inlichtingendiensten.

Ali Ahmed Karti Mohamed is derhalve direct of indirect betrokken bij, verleent steun aan, of profiteert van acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van Sudan bedreigen.

24.6.2024

4.

Abdulrahman JUMA BARAKALLAH

ook bekend als:

generaal-majoor Abdulrahman GOMAA;

Abdul Rahman JUMA BARAKALLAH

Geboorteplaats: Aldaein — Abu Matareq, Oost-Darfur, Sudan

Nationaliteit: Sudanees

Geslacht: man

Functie: generaal-majoor van de RSF en bevelhebber van de RSF van West-Darfur

Geassocieerde entiteiten: RSF

Abdulrahman Juma Barakallah is een prominente generaal onder de RSF, die het bevel voert over de strijdkrachten van de RSF in West-Darfur.

Hij is verantwoordelijk voor het plegen van wreedheden en andere vormen van misbruik, het aanzetten tot etnisch gemotiveerde moorden, gerichte aanvallen op mensenrechtenactivisten en -verdedigers, conflictgerelateerd seksueel geweld en voor het plunderen en in brand steken van dorpen.

Hij is ook verantwoordelijk voor de ontvoering van en de moord op de gouverneur van West-Darfur, Khamis Abbakar, en zijn broer. Khamis Abbakar werd vermoord enkele uren nadat hij de RSF en geallieerde milities er tijdens een interview met de Saoedische televisiezender Al Hadath en de Emiraatse televisiezender Al Arabiya van beschuldigde lokale gemeenschappen in Al Geneina, de hoofdstad van West-Darfur, aan te vallen.

Abdulrahman Juma Barakallah is ook door internationale niet-gouvernementele organisaties ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de genocide op de Masalit-gemeenschap.

Abdulrahman Juma Barakallah is derhalve verantwoordelijk voor de planning, aansturing of uitvoering van handelingen in West-Darfur die ernstige schendingen van de mensenrechten of schendingen van het internationaal humanitair recht vormen, waaronder moord en verminking, verkrachting en andere ernstige vormen van seksueel en gendergerelateerd geweld, ontvoering en gedwongen ontheemding. Als generaal van de RSF in West-Darfur is hij ook direct of indirect betrokken bij acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van Sudan bedreigen.

24.6.2024

5.

Mustafa Ibrahim ABDEL NABI MOHAMED

Nationaliteit: Sudanees

Geslacht: man

Functie: directeur van Al-Khaleej Bank; meerderheidsaandeelhouder van Shield Protective Solutions Co. Ltd. (Sudan); financieel adviseur van de leider van de RSF

Paspoortnummer: B CH 4930920

Geassocieerde personen: Musa Hamdan Dagalo Musa, broer van RSF-leider Mohamed Hamdan Dagalo

Geassocieerde entiteiten: Al-Khaleej Bank; Shield Protective Solutions Co. Ltd. (Sudan)

Mustafa Ibrahim Abdel Nabi Mohamed is een voormalig hooggeplaatste ambtenaar van de Sudanese Centrale Bank die de financiële adviseur van de RSF werd en deze hielp bij het beheer van een netwerk van gelieerde bedrijven en entiteiten.

In een rapport van het VN-deskundigenpanel over sancties in Darfur werd onlangs verwezen naar een voormalige hooggeplaatste ambtenaar van de Sudanese Centrale Bank die in Dubai is gevestigd en de financiële adviseur van de RSF is geworden, zonder hem te noemen,. In het rapport wordt ook uitgelegd dat Al-Khaleej Bank een belangrijke rol heeft gespeeld bij de financiering van de RSF in 2019, toen haar meerderheidsbelang werd verworven door personen en entiteiten die aan de RSF verbonden zijn.

Volgens berichten in de media en denktanks ging het om Mustafa Ibrahim Abdel Nabi Mohamed. Hij is directeur van Al Khaleej Bank, een Sudanese bank.

Meer dan 60 % van de aandelen van Al-Khaleej Bank is in handen van ondernemingen die verbonden zijn aan de familie van Mohamed Hamdan Dagalo (Hemedti), hoofd van de RSF.

Mustafa Ibrahim Abdel Nabi Mohamed is ook de meerderheidsaandeelhouder van Shield Protective Solutions Co. Ltd. De andere aandeelhouder van deze onderneming is een van de broers van Hemedti, namelijk Musa Hamdan Dagalo Musa, en deze onderneming heeft meer dan 14 % van de aandelen in Al-Khaleej Bank in handen.

Als financieel adviseur van de RSF en de familie Dagalo is Mustafa Ibrahim Abdel Nabi Mohamed direct of indirect betrokken bij het verlenen van steun aan of het profiteren van acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van Sudan bedreigen.

24.6.2024

6.

Masar Abdurahman ASEEL

ook bekend als:

Massar Abdelrahman ASSIL

Masar Abdelrahman ESEIL

Massar ASSEL

Masar ASIL

Geslacht: man

Functie: emir van de Mahamidclan in West-Darfur;

lid van de Native Administration in West-Darfur

Masar Abdurahman Aseel is een vooraanstaande stamleider van de Mahamidclan in West-Darfur. De Mahamidclan behoort tot de Rizeigat-stam, waarin Arabische gemeenschappen in Darfur en Tsjaad zijn verenigd. Hij draagt de titel van emir en is lid van de Native Administration in West-Darfur.

Masar Abdurahman Aseel heeft de aanvallen onder leiding van de RSF en hun geallieerde milities tegen lokale gemeenschappen in El Geneina (West-Darfur), met name het Masalit-volk, sinds april 2023 gefaciliteerd. Hij droeg met name rechtstreeks bij aan de rekrutering en bewapening van milities door de RSF en aan de coördinatie tussen deze strijdkrachten, zoals blijkt uit het in januari 2024 gepubliceerde 15e eindrapport van het VN-deskundigenpanel voor Sudan, met het oog op de uitvoering van hun etnische aanvallen, met name tegen de Masalit-gemeenschappen in West-Darfur tussen eind april en begin november 2023. In maart en april 2024 publiceerden de RSF propagandavideo’s met Masar Abdurahman Aseel, waaruit zijn op conflict gerichte steun aan de RSF bleek en zijn rol bij het mobiliseren van troepen ter ondersteuning van de RSF om zich aan te sluiten bij hun strijd tegen de SAF, die is begonnen op 15 april 2023.

Masar Abdurahman Aseel was derhalve rechtstreeks betrokken bij, verleende steun aan of profiteerde van acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid van Sudan bedreigen. Door steun te verlenen aan de bezetting van West-Darfur door de RSF heeft Masar Abdurahman Aseel zijn positie en invloed in de Native Administration van West-Darfur versterkt, ten koste van andere leiders van gemeenschappen, met name van de Masalit-gemeenschap, die het doelwit waren van de RSF en aan hen geallieerde milities.

24.6.2024

▼M1

B.   Lijst van de in artikel 2, lid 1, bedoelde rechtspersonen, entiteiten en lichamen



 

Naam

Identificatiegegevens

Redenen

Datum van plaatsing op de lijst

1.

Defense Industries System

ook bekend als:

Military Industry Corporation;

Defense Industries Corporation

Adres: Khartoum North, Khartoum 10783

Soort entiteit: publiekrechtelijke entiteit

Registratiedatum: 1993

Defense Industries System (DIS), voorheen bekend als de Military Industrial Corporation (MIC), is een groot conglomeraat in handen van de Sudanese strijdkrachten (Sudanese Armed Forces — SAF) en beheert een netwerk van door militairen gecontroleerde ondernemingen. DIS genereert aanzienlijke jaarlijkse inkomsten. Volgens ramingen ging het in 2020 om 2 miljard USD.

DIS vervaardigt en levert militaire uitrusting aan de SAF, waaronder wapens, munitie, vliegtuigen en militaire voertuigen, die de strijdkrachten gebruiken in het conflict in Sudan.

DIS heeft samen met SMT Engineering (SMT), via een netwerk van directe en indirecte deelnemingen, zeggenschap over tal van ondernemingen van het door de SAF gecontroleerde GIAD-conglomeraat, dat ook is betrokken bij de productie van wapens en voertuigen voor de strijdkrachten, alsook bij het verlenen van diensten aan de SAF, met name via een partnerschap tussen GIAD voor Automotive Services en het Corps of Engineers.

De directeur-generaal van DIS vergezelt sinds april 2023 bevelhebber Al-Burhan tijdens diens officiële bezoeken aan het buitenland.

DIS verleent derhalve steun aan acties en beleidsmaatregelen van de SAF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen. Bovendien heeft DIS banden met SMT, dat eveneens steun verleent aan de acties en beleidsmaatregelen van de SAF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen.

22.1.2024

2.

SMT Engineering

ook bekend als:

Sudan Master Technology;

SMT

Adres: SMT Building Madani Road, KM 50 Khartoum, Giad Industrial Complex, Gamhuria Street Khartoum

Soort entiteit: door de staat gecontroleerde onderneming

SMT Engineering (SMT) is een in Sudan gevestigde onderneming die samen met DIS, via een netwerk van directe en indirecte deelnemingen, tal van ondernemingen van het door de SAF gecontroleerde GIAD-conglomeraat bezit of er zeggenschap over heeft. SMT is de hoofdaandeelhouder van drie ondernemingen van GIAD waarin DIS de rest van de aandelen bezit (GIAD voor kleine en grote motorvoertuigen, GIAD-complex voor zware machines en GIAD-complex voor metaalverwerking). Direct of indirect bezit SMT ook of heeft het zeggenschap over tal van andere ondernemingen die deel uitmaken van het GIAD-conglomeraat, waarin DIS ook aandelen bezit, zoals GIAD voor Automotive Services.

Het GIAD-conglomeraat is betrokken bij de productie van wapens en voertuigen voor de strijdkrachten, alsook bij het verlenen van diensten aan de SAF, met name via een partnerschap tussen GIAD voor Automotive Services en het Corps of Engineers.

DIS is een groot conglomeraat in handen van de SAF en verleent steun aan de acties en beleidsmaatregelen van de SAF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen, met name door de vervaardiging en levering van militaire uitrusting, waaronder wapens, munitie, vliegtuigen en militaire voertuigen, die de strijdkrachten gebruiken bij conflict in Sudan.

SMT Engineering verleent derhalve steun aan acties of beleidsmaatregelen van de SAF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen. Bovendien heeft het banden met DIS, dat eveneens steun verleent aan de acties en beleidsmaatregelen van de SAF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen.

22.1.2024

3.

Zadna International Company for Investment Limited

Adres: Doha Street Property 436, Manshia Doha Street, Khartoum, Sudan, 11429

Soort entiteit: door de staat gecontroleerde onderneming

Registratiedatum: 1997

Zadna International Company for Investment Limited (Zadna) is als holding actief in de landbouw en de bouw. Zadna is voor 99 % eigendom van het door de SAF gecontroleerde Special Fund for the Social Security of the Armed Forces (SFSSAF), voorheen bekend als de Charity Organisation for the Support of the Armed Forces.

De leider van de SAF, bevelhebber Al-Burhan, heeft in oktober 2021 generaal El Mirghani Idris Suleiman, een van zijn vrienden en directeur van DIS, aangesteld als voorzitter van Zadna.

In mei 2023 heeft hij ook dr. Taha Hussein Yousef aangesteld als directeur-generaal van Zadna.

De SFSSAF en Zadna maken deel uit van het uitgebreide netwerk van ondernemingen en organisaties die eigendom zijn van of onder de zeggenschap staan van de SAF en die worden gebruikt om de greep van de strijdkrachten op de Sudanese economie te behouden.

Zadna is een toonaangevende onderneming die zich bezighoudt met internationale zakelijke transacties op hoog niveau, en vormt een van de grootste inkomstenbronnen binnen het netwerk van ondernemingen van het leger. Het genereert derhalve aanzienlijke inkomsten ten behoeve van de SAF, waardoor de strijdkrachten het conflict in Sudan kunnen financieren en voortzetten.

Zadna International Company for Investment Limited verleent derhalve steun aan acties en beleidsmaatregelen van de SAF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen.

22.1.2024

4.

Al Junaid Multi Activities Co Ltd

ook bekend als:

Ajmac multi activities company;

Al Gunade

Adres: Street 3 Khartoum Block 17 Alryad, Sudan

Industrial Area 13, Sharjah, UAE (VAE) P.O. Box 61401, Sharjah

Soort entiteit: naamloze vennootschap

Registratiedatum: 2009

Al Junaid Multi Activities Co Ltd (Al Junaid) is een Sudanese holdingmaatschappij en staat onder de zeggenschap van de bevelhebber van de Rapid Support Forces (RSF), Mohamed Hamdan Dagalo (Hemedti), en zijn broer Abdul Rahim Dagalo, plaatsvervangend bevelhebber van de RSF. De onderneming is eigendom van Abdul Rahim Dagalo en zijn twee zonen. Hemedti zelf is lid van de raad van bestuur.

Al Junaid is gevestigd in Khartoem en runt dochterondernemingen in meerdere economische sectoren, waaronder goudwinning en -handel, en vertegenwoordigt een groot deel van de Sudanese goudindustrie. De onderneming bezit mijnbouwconcessies in Darfur, met name in de buurt van Jebel Amer (Noord-Darfur) en in het gebied rond Singo (Zuid-Darfur), en is ook buiten die regio actief.

De goudmijnen van Darfur, waaronder die van Jebel Amer sinds 2017, worden gecontroleerd door de RSF.

De goudwinning en -handel via Al Junaid leveren de familie Dagalo en de RSF aanzienlijke inkomsten op, waarmee zij het conflict in Sudan kunnen financieren en voortzetten.

De RSF gebruiken de goudproductie en -uitvoer via Al Junaid ook om militaire steun te verkrijgen van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), de belangrijkste bestemming van de goudsmokkel vanuit Sudan, en van de Wagnergroep, onder meer voor de levering van wapens die de RSF gebruiken in het Sudanese conflict.

Al Junaid Multi Activities Co Ltd verleent derhalve steun aan de acties van de RSF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen.

22.1.2024

5.

Tradive General Trading Co

Adres: P.O. Box 86436, Dubai (UAE) (VAE)

Soort entiteit: naamloze vennootschap

Registratiedatum: 2018

Tradive General Trading Co (Tradive) is een in de VAE gevestigde onderneming. De directeur en uiteindelijke begunstigde ervan is majoor Algoney Hamdam Daglo van de RSF, de jongste broer van Mohammed Hamdan Dagalo (Hemedti).

Tradive maakt deel uit van het commerciële netwerk van de RSF, dat stabiele inkomsten waarmee de RSF het conflict in Sudan kunnen financieren en voortzetten. Het wordt door de RSF gebruikt als brievenbusmaatschappij die aanzienlijke bedragen van en naar de RSF kanaliseert en de aankoop van materiaal ter ondersteuning van activiteiten van de RSF mogelijk maakt.

Tradive heeft bijvoorbeeld voertuigen voor de RSF gekocht, waaronder pick-ups van de types Toyota Hilux en Land Cruiser, die vaak worden omgebouwd tot uitermate mobiele “technicals”, die gewapende woestijnvoertuigen zijn. In de eerste helft van 2019 werden in Sudan meer dan duizend dergelijke voertuigen ingevoerd vanuit de VAE. De RSF gebruiken die omgebouwde voertuigen reeds lang en doen dat nog steeds in het conflict in Sudan, met name om te patrouilleren in de door hen gecontroleerde gebieden.

Tradive General Trading Co verleent derhalve steun aan de acties van de RSF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen.

22.1.2024

6.

GSK ADVANCE COMPANY LTD

Adres: Ahmed Khair Street, Khartoum 11111, Sudan

Soort entiteit: naamloze vennootschap

GSK is een in Sudan gevestigd IT- en beveiligingsbedrijf dat voor 60 % in handen is van majoor Algoney Hamdan Daglo van de RSF, de jongste broer van Mohamed Hamdan Dagalo (Hemedti).

GSK maakt deel uit van het commerciële netwerk van de RSF, dat stabiele inkomsten waarmee de RSF het conflict in Sudan kunnen financieren en voortzetten. Het wordt door de RSF gebruikt als brievenbusmaatschappij, faciliteert geldstromen naar de RSF en is betrokken bij de aankoopprocedures van de RSF.

Bovendien werkt GSK, op zijn minst sinds 2019, samen met Aviatrade LLC, een in Rusland gevestigde leverancier van militair materieel, voor de aankoop en levering van materiaal en uitrusting ten behoeve van de RSF, met inbegrip van de bijbehorende opleiding, en voor de aankoop of levering van onbemande luchtvaartuigen, controleapparatuur en reserveonderdelen. De RSF gebruiken verkennings- en bewapende drones in het conflict in Sudan.

GSK Advance Company LTD verleent derhalve steun aan acties van de RSF die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in Sudan bedreigen.

22.1.2024



( 1 ) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).