02022D0696 — NL — 06.01.2026 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/696 VAN DE COMMISSIE van 29 april 2022 waarbij een door Ierland gevraagde afwijking krachtens Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt toegestaan (Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 2596) (Slechts de teksten in de Engelse en de Ierse taal zijn authentiek) (PB L 129 van 3.5.2022, blz. 37) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/67 VAN DE COMMISSIE van 22 december 2025 |
L 67 |
1 |
6.1.2026 |
|
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/696 VAN DE COMMISSIE
van 29 april 2022
waarbij een door Ierland gevraagde afwijking krachtens Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt toegestaan
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 2596)
(Slechts de teksten in de Engelse en de Ierse taal zijn authentiek)
Artikel 1
Afwijking
De door Ierland bij brief van 14 oktober 2021 gevraagde afwijking, waarmee wordt beoogd toe te staan dat een grotere hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest op of in de bodem wordt gebracht dan de in punt 2, tweede alinea, eerste zin, van bijlage III bij Richtlijn 91/676/EEG bepaalde hoeveelheid van 170 kg stikstof, wordt verleend onder de in de artikelen 4 tot en met 12 neergelegde voorwaarden.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
„gras”: blijvend grasland of tijdelijk weiland dat gedurende minder dan vier jaar in stand wordt gehouden;
„graslandbedrijven”: landbouwbedrijven waar 80 % of meer van de landbouwgrond die voor het op- of inbrengen van mest beschikbaar is, grasland is;
„graasvee”: runderen (met uitzondering van mestkalveren), schapen, herten, geiten en paarden;
„perceel”: een afzonderlijk veld of een groep velden, die qua gewas, bodemtype en bemestingspraktijken homogeen zijn;
„bemestingsplan”: een voorafgaande berekening van het geplande gebruik en de beschikbaarheid van nutriënten;
„mestboekhouding”: de nutriëntenbalans op basis van het werkelijke gebruik en de opname van nutriënten;
„gemeenschappelijke grond”: een perceel grond dat in het bezit is van twee of meer personen, die er elk een bepaald aandeel in hebben of het gezamenlijk in bezit hebben, en dat oorspronkelijk is gekocht van de Irish Land Commission op grond van de Land Purchase ACTS, met inbegrip van grond waarop twee of meer personen weide- of turfrecht hebben.
Artikel 3
Toepassingsgebied
De krachtens artikel 1 verleende afwijking geldt voor graslandbedrijven waaraan een vergunning overeenkomstig artikel 5 („een vergunning”) is verleend.
Artikel 3 bis
Algemene voorwaarden voor Ierland van 2026 tot en met 2028
Artikel 4
Jaarlijkse aanvraag en verbintenis
Artikel 5
Verlening van vergunningen
Vergunningen om op graslandbedrijven per hectare en per jaar een maximaal 250 kg stikstof bevattende hoeveelheid dierlijke mest op of in de bodem te brengen, worden verleend onder de in de artikelen 6 tot en met 9 vastgestelde voorwaarden.
Met ingang van 1 januari 2028 worden, naast de in de eerste alinea vastgestelde vereisten, de vergunningen voor gebieden die afwateren in de rivieren Barrow, Slaney, Nore and Blackwater en zijrivieren daarvan, verleend overeenkomstig de in artikel 9 bis vastgestelde voorwaarden.
Artikel 6
Voorwaarden met betrekking tot het op of in de bodem brengen van dierlijke en andere meststoffen
Voor elk graslandbedrijf moet een bemestingsplan worden opgesteld en bijgehouden. In dat bemestingsplan worden de vruchtwisseling van de landbouwgrond en de planning voor het op- of inbrengen van dierlijke mest en andere meststoffen beschreven. Dat plan moet voor elk kalenderjaar vóór 1 maart van dat jaar op het graslandbedrijf beschikbaar zijn. Het bevat ten minste de volgende gegevens:
het vruchtwisselingsplan, met vermelding van:
de oppervlakte aan percelen grasland;
de oppervlakte aan percelen met andere gewassen dan gras;
een schets van de ligging van de afzonderlijke percelen;
het aantal dieren op het graslandbedrijf;
een beschrijving van het huisvestings- en mestopslagsysteem, met inbegrip van het volume van de beschikbare opslagruimte voor dierlijke mest;
een berekening van de op het graslandbedrijf geproduceerde stikstof en fosfor uit dierlijke mest;
de hoeveelheid, de soort en de kenmerken van de dierlijke mest die door het graslandbedrijf aan anderen of door anderen aan het graslandbedrijf wordt geleverd;
de te verwachten stikstof- en fosforbehoefte van de gewassen voor elk perceel;
de resultaten van een bodemanalyse en met name de stikstof- en fosfortoestand van de bodem, indien beschikbaar;
de aard van de te gebruiken meststof;
een berekening voor elk perceel van de op of in de bodem gebrachte hoeveelheden stikstof en fosfor uit dierlijke mest;
een berekening voor elk perceel van de op of in de bodem gebrachte hoeveelheden stikstof en fosfor uit chemische en andere meststoffen.
Het bemestingsplan wordt uiterlijk zeven dagen na een wijziging van de landbouwpraktijken op het graslandbedrijf aangepast.
Er wordt een kalkbemestingsprogramma voor het landbouwbedrijf vastgesteld dat gebaseerd is op een nutriëntenbeheersplan en de resultaten van een bodemanalyse. Als de in het bodemanalysrapport vermelde kalkbehoefte niet meer dan 5 ton per hectare bedraagt, moet de volledige kalkbehoefte binnen twee jaar na de datum van afgifte van dat rapport worden verspreid. Als de in het bodemanalysrapport vermelde kalkbehoefte meer dan 5 ton per hectare bedraagt, moet er binnen twee jaar na de datum van uitgifte van het rapport ten minste 5 ton kalk per hectare worden verspreid.
Het graslandbedrijf wordt geregistreerd in het meststoffenregister van Ierland en voldoet volledig aan Statutory Instrument No. 378 of 2023, National Fertilizer Database Regulations 2023. Het graslandbedrijf meldt elk jaar ook de eindvoorraden van kunstmest en kalk op zijn bedrijf op 14 september om 23.59 uur, in voorkomend geval door het indienen van de verklaring „Nil Closing Stock” (geen eindvoorraad).
Artikel 7
Voorwaarden met betrekking tot bemonstering en analyse van de bodem
Artikel 8
Voorwaarden met betrekking tot landbeheer
Uiterlijk aan het einde van het tweede jaar waarin het graslandbedrijf gebruikmaakt van de vergunning uit hoofde van dit besluit, zorgt het bedrijf ervoor dat:
zijn nutriëntenbalans is berekend met behulp van geschikte, door de bevoegde autoriteit aanvaarde softwaretechnologie;
het door de bevoegde autoriteit voorgeschreven opleidingsprogramma op het gebied van graslandbeheer is voltooid.
Het graslandbedrijf neemt ten minste een van de volgende maatregelen:
bij het snoeien van hagen wordt in elke haag ten minste één witte meidoorn of sleedoorn behouden, die tot zijn volledige hoogte moet kunnen groeien;
hagen worden ten minste om de drie jaar onderhouden en worden om beurten gesnoeid, zodat er elk jaar ergens op het landbouwbedrijf hagen bloeien en bessen produceren.
Artikel 9
Voorwaarde voor het voederen van vee
Krachtvoer dat tussen 15 april en 30 september aan melkkoeien en andere runderen van twee jaar of ouder wordt vervoederd, mag maximaal 14 % ruw eiwit bevatten. Gegevens over het gehalte aan ruw eiwit in krachtvoer worden bijgehouden en op verzoek ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteit.
Artikel 9 bis
Aanvullende voorwaarden voor het verlenen van vergunningen in 2028
Artikel 10
Monitoring
De bevoegde autoriteiten zien erop toe dat elk jaar kaarten worden opgesteld met:
voor elke graafschap het percentage graslandbedrijven waarvoor een vergunning is verleend;
voor elke graafschap het percentage dieren waarvoor een vergunning is verleend;
voor elke graafschap het percentage landbouwgrond waarvoor een vergunning is verleend;
lokaal bodemgebruik.
Artikel 11
Controles
Artikel 12
Tweejaarlijkse evaluatie
De bevoegde autoriteiten dienen uiterlijk op 30 juni 2023, samen met het in artikel 13 bedoelde verslag dat betrekking heeft op het jaar 2022, een bijlage in met de resultaten van de monitoring van de nitraatconcentraties in grondwater en oppervlaktewater en de staat van eutrofiëring van oppervlaktewaterlichamen, op basis van het monitoringnetwerk en de voorschriften van de nitratenrichtlijn (Richtlijn 91/676/EEG), met daarin ten minste kaarten van de gebieden die afwateren in wateren waarvoor uit monitoringgegevens blijkt dat:
de gemiddelde waarden van de nitraatconcentraties er boven de 50 mg/l liggen of de nitraatconcentratie er ten opzichte van 2021 een stijgende trend vertoont;
zij de status „eutroof” of „kan eutroof worden” hebben, waarbij de trend ten opzichte van 2021 stabiel of verslechterend is.
De in de eerste alinea, punt a) of b), bedoelde wateren worden geacht verontreinigd te zijn, het risico op verontreiniging te lopen of verslechterende trends te vertonen. De gegevens voor de raming van de gemiddelde waarden bestrijken de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2022. Voor de beoordeling van de trends worden de gegevens van 2021 en 2022 vergeleken.
Artikel 13
Verslaglegging
De bevoegde autoriteiten dienen elk jaar uiterlijk op 30 juni bij de Commissie een verslag in met de volgende informatie:
kaarten met voor elk graafschap de percentages onder vergunningen vallende graslandbedrijven, dieren en landbouwgrond, alsook kaarten van het lokale bodemgebruik zoals bedoeld in artikel 10, lid 1;
de resultaten van de monitoring van het grond- en oppervlaktewater, onder zowel afwijkings- als niet-afwijkingsomstandigheden, wat nitraat- en fosforconcentraties betreft, met inbegrip van informatie over waterkwaliteitstrends, alsook de impact van de in dit besluit verleende afwijking op de waterkwaliteit zoals bedoeld in artikel 10, lid 2;
de resultaten van de monitoring van de bodem, onder zowel afwijkings- als niet-afwijkingsomstandigheden, wat stikstof- en fosforconcentraties in het bodemwater en mineraal stikstof in het bodemprofiel betreft, zoals bedoeld in artikel 10, lid 2;
een overzicht en een evaluatie van de met de in artikel 10, lid 4, bedoelde intensievere watermonitoring verkregen gegevens;
de resultaten van de onderzoeken naar het lokale bodemgebruik, de vruchtwisseling en de landbouwpraktijken zoals bedoeld in artikel 10, lid 5;
de resultaten van de modelmatige berekeningen van de omvang van de nitraat- en fosforverliezen zoals bedoeld in artikel 10, lid 6;
een evaluatie van de resultaten van de administratieve controles en inspecties ter plaatse zoals bedoeld in artikel 11, leden 1 en 2;
trends inzake de omvang van de veestapel en de mestproductie voor elke categorie vee en op graslandbedrijven waaraan een vergunning is verleend;
een vergelijkende analyse tussen de controles van graslandbedrijven die onder vergunningen vallen en die van graslandbedrijven die niet onder vergunningen vallen, met inbegrip van gegevens over:
de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de in artikel 3 bis, lid 1, bedoelde milieubeoordelingen.
De in het verslag opgenomen ruimtelijke informatie voldoet voor zover van toepassing aan Richtlijn 2007/2/EG. Ierland maakt bij het verzamelen van de vereiste gegevens — waar nodig — gebruik van de informatie die is gegenereerd in het kader van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem dat is opgezet overeenkomstig artikel 67, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.
Artikel 14
Toepassing
Dit besluit is van toepassing in de context van het Ierse actieprogramma zoals uitgevoerd in Statutory Instrument No. 113 van 2022, de European Union (Good Agricultural Practice for Protection of Waters) Regulations 2022, zoals gewijzigd, en in de context van het Ierse actieprogramma zoals uitgevoerd in Statutory Instrument No 588 van 2025.
Dit besluit is van toepassing tot en met 31 december 2028.
Artikel 15
Adressaat
Dit besluit is gericht tot Ierland.