02021R1165 — NL — 01.01.2026 — 004.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1165 VAN DE COMMISSIE van 15 juli 2021 betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen (PB L 253 van 16.7.2021, blz. 13) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/121 VAN DE COMMISSIE van 17 januari 2023 |
L 16 |
24 |
18.1.2023 |
|
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/2229 VAN DE COMMISSIE van 25 oktober 2023 |
L 2229 |
1 |
26.10.2023 |
|
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/973 VAN DE COMMISSIE van 23 mei 2025 |
L 973 |
1 |
26.5.2025 |
|
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/2501 VAN DE COMMISSIE van 11 december 2025 |
L 2501 |
1 |
12.12.2025 |
|
Gerectificeerd bij:
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1165 VAN DE COMMISSIE
van 15 juli 2021
betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen
(Voor de EER relevante tekst)
Artikel 1
Werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen
Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage I bij deze verordening vermelde werkzame stoffen aanwezig zijn in gewasbeschermingsmiddelen die worden gebruikt in de biologische productie zoals bepaald in die bijlage, mits die gewasbeschermingsmiddelen:
op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) zijn toegelaten;
worden gebruikt overeenkomstig de gebruiksvoorwaarden die zijn bepaald in de door de lidstaten verleende toelatingen voor de producten waarin zij aanwezig zijn, en
worden gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgelegd in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 2 ).
Artikel 2
Meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten
Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage II bij deze verordening vermelde producten en stoffen in de biologische productie als meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten worden gebruikt voor plantenvoeding, verbetering en verrijking van strooisel, de algenteelt of de houderijomgeving van aquacultuurdieren, mits zij voldoen aan de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name aan Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ), de desbetreffende toepasselijke artikelen van Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ), Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ) en Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie ( 6 ) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.
Artikel 3
Van planten, algen, dieren of gist afkomstig niet-biologisch voedermiddel of voedermiddel van microbiële of minerale oorsprong
Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage III, deel A, bij deze verordening vermelde producten en stoffen in de biologische productie worden gebruikt als van planten, algen, dieren of gist afkomstig niet-biologisch voedermiddel of als voedermiddel van microbiële of minerale oorsprong, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 7 ) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.
Artikel 4
Diervoederadditieven en technische hulpstoffen
Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage III, deel B, bij deze verordening vermelde producten en stoffen in de biologische productie worden gebruikt als diervoederadditieven en technische hulpstoffen voor gebruik in diervoeding, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad ( 8 ) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.
Artikel 5
Reinigings- en ontsmettingsproducten
Artikel 6
Levensmiddelenadditieven en technische hulpstoffen
Voor de toepassing van artikel 24, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel A, bij deze verordening vermelde producten en stoffen worden gebruikt als levensmiddelenadditieven, met inbegrip van voedingsenzymen voor gebruik als levensmiddelenadditieven, en technische hulpstoffen bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.
Artikel 7
Niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die mogen worden gebruikt voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen
Voor de toepassing van artikel 24, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel B, bij deze verordening vermelde niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong worden gebruikt voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.
De eerste alinea laat de in deel IV, afdeling 2, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 vastgelegde gedetailleerde voorschriften voor de biologische productie van verwerkte levensmiddelen onverlet. De eerste alinea is met name niet van toepassing op niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die worden gebruikt als levensmiddelenadditieven, technische hulpstoffen of producten en stoffen als bedoeld in deel IV, punt 2.2.2, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848.
Artikel 8
Technische hulpstoffen voor de productie van gist en gistproducten
Voor de toepassing van artikel 24, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel C, bij deze verordening vermelde producten en stoffen worden gebruikt als technische hulpstoffen voor de productie van gist en gistproducten voor levensmiddelen en diervoeders, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.
Artikel 9
Producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie van wijn
Voor de toepassing van deel VI, punt 2.2., van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel D, bij deze verordening vermelde producten en stoffen worden gebruikt voor de productie en bewaring van biologische wijnbouwproducten als bedoeld in deel II van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name binnen de grenzen en voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie ( 10 ) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.
Artikel 10
Procedure voor de verlening van specifieke toelatingen voor het gebruik van producten en stoffen in bepaalde gebieden van derde landen
De Commissie analyseert het in lid 1 bedoelde dossier. De Commissie laat het product of de stof toe in het licht van de in het dossier vermelde specifieke omstandigheden, mits zij op basis van haar analyse in haar geheel tot de conclusie komt dat:
een dergelijke specifieke toelating in het betrokken gebied gerechtvaardigd is;
het product dat of de stof die in het dossier is beschreven, voldoet aan de beginselen van hoofdstuk II, de criteria van artikel 24, lid 3, en de voorwaarde van artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848, en
het gebruik van het product of de stof in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, en met name, voor werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, met Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad ( 11 ).
Het toegelaten product of de toegelaten stof wordt opgenomen in bijlage VI bij deze verordening.
Artikel 10 bis
Procedure voor de verlening van een specifieke toelating voor het gebruik van producten en stoffen in de ultraperifere gebieden van de Unie
De Commissie analyseert het in lid 1 bedoelde dossier. Zij laat het product of de stof toe in het licht van de in het dossier vermelde specifieke omstandigheden, mits zij op basis van haar analyse in haar geheel tot de conclusie komt dat:
een dergelijke specifieke toelating in het betrokken ultraperifere gebied gerechtvaardigd is;
het product dat of de stof die in het dossier is beschreven, voldoet aan de beginselen van hoofdstuk II, de criteria van artikel 24, lid 3, en de voorwaarde van artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848, en
het gebruik van het product of de stof in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, en met name, voor werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, met Verordening (EG) nr. 396/2005.
Het toegelaten product of de toegelaten stof wordt opgenomen in bijlage VI bij deze verordening.
Artikel 11
Intrekking
Verordening (EG) nr. 889/2008 wordt ingetrokken.
Bijlage VII blijft evenwel van toepassing tot en met 31 december 2027 en bijlage IX blijft van toepassing tot en met 31 december 2023.
Artikel 12
Overgangsbepalingen
Artikel 13
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.
Artikel 5, leden 1, 2 en 3, is met ingang van 1 januari 2028 van toepassing.
Artikel 7 is van toepassing met ingang van 1 januari 2024.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen die zijn toegelaten voor gebruik in de biologische productie als bedoeld in artikel 24, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2018/848
De in deze bijlage vermelde werkzame stoffen mogen aanwezig zijn in gewasbeschermingsmiddelen die worden gebruikt in de biologische productie zoals bepaald in deze bijlage, mits deze gewasbeschermingsmiddelen op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 zijn toegelaten. Deze gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 en overeenkomstig de voorwaarden die zijn bepaald in de toelatingen die zijn verleend door de lidstaten waar zij worden gebruikt. Als voor de biologische productie restrictievere voorwaarden gelden, zijn deze in de laatste kolom van elke tabel vermeld.
Overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2018/848 mogen beschermstoffen, synergisten en formuleringshulpstoffen als bestanddeel van gewasbeschermingsmiddelen, en toevoegingsstoffen die met gewasbeschermingsmiddelen moeten worden gemengd, in de biologische productie worden gebruikt, mits zij zijn toegelaten op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De stoffen in deze bijlage mogen alleen worden gebruikt voor de bestrijding van plaagorganismen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 24, van Verordening (EU) 2018/848.
Overeenkomstig bijlage II, deel I, punt 1.10.2, van Verordening (EU) 2018/848 mogen deze stoffen alleen worden gebruikt wanneer planten niet adequaat tegen plaagorganismen kunnen worden beschermd met de in punt 1.10.1. van dat deel I bedoelde maatregelen, met name door het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen, zoals nuttige insecten, mijten en rondwormen die voldoen aan de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ).
Voor de toepassing van deze bijlage worden werkzame stoffen onderverdeeld in de volgende subcategorieën:
1. Basisstoffen
De in deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen basisstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong die op levensmiddelen, zoals omschreven in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 ), zijn gebaseerd, mogen worden gebruikt voor gewasbescherming in de biologische productie. Die basisstoffen zijn in de onderstaande tabel gemarkeerd met een asterisk. Ze worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende evaluatieverslagen ( 14 ) en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de laatste kolom van de onderstaande tabel.
Andere in deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen basisstoffen mogen alleen voor gewasbescherming in de biologische productie worden gebruikt als zij in de onderstaande tabel zijn opgenomen. Die basisstoffen worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende evaluatieverslagen3 en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de rechterkolom van de onderstaande tabel.
Basisstoffen mogen niet als herbicide worden gebruikt.
|
Nummer en deel van de bijlage (1) |
CAS-nr. |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
1C |
|
Equisetum arvense L.* |
|
|
2C |
70694-72-3 |
Chitosanhydrochloride (2) |
verkregen uit Aspergillus of uit biologische aquacultuur of uit duurzame visserij, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2) |
|
3C |
57-50-1 |
Sacharose* |
|
|
4C |
1305-62-0 |
Calciumhydroxide |
|
|
5C |
90132-02-8 |
Azijn* |
|
|
6C |
8002-43-5 |
Lecithinen* |
|
|
7C |
— |
Salix spp. Cortex* |
|
|
8C |
57-48-7 |
Fructose* |
|
|
9C |
144-55-8 |
Natriumwaterstofcarbonaat |
|
|
10C |
92129-90-3 |
Wei* |
|
|
11C |
7783-28-0 |
Diammoniumfosfaat |
alleen in vallen |
|
12C |
8001-21-6 |
Zonnebloemolie* |
|
|
14C |
84012-40-8 90131-83-2 |
Urtica spp. (Urtica dioica-extract) (Urtica urens-extract)* |
|
|
15C |
7722-84-1 |
Waterstofperoxide |
|
|
16C |
7647-14-5 |
Natriumchloride |
|
|
17C |
8029-31-0 |
Bier* |
|
|
18C |
— |
Mosterdzaadpoeder* |
|
|
19C |
14807-96-6 |
Magnesiumwaterstofmetasilicaat | silicaatmineraal (talk E553b) |
|
|
20C |
8002-72-0 |
Uienolie* |
|
|
21C |
52-89-1 |
L-cysteïne (E 920) |
|
|
22C |
8049-98-7 |
Koemelk* |
|
|
23C |
— |
Extract van uienbollen (Allium cepa L.) |
|
|
|
|
Andere basisstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong en op basis van levensmiddelen* |
|
|
24C |
9012-76-4 |
Chitosan* |
verkregen uit Aspergillus of uit biologische aquacultuur of uit duurzame visserij als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 |
|
(1)
Lijst overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, waarbij categorie A verwijst naar werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009, categorie B naar werkzame stoffen die zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009, categorie C naar basisstoffen, categorie D naar werkzame stoffen met een laag risico en categorie E naar stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen.
(2)
Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). |
|||
2. Werkzame stoffen met een laag risico
Werkzame stoffen met een laag risico die geen micro-organismen zijn en die zijn opgenomen in deel D van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, mogen worden gebruikt voor gewasbescherming in de biologische productie als zij in de onderstaande tabel of elders in deze bijlage zijn opgenomen. Die werkzame stoffen met een laag risico worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de laatste kolom van de onderstaande tabel.
|
Nummer en deel van de bijlage (1) |
CAS-nr. |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
2D |
|
COS-OGA |
|
|
3D |
|
Cerevisaan en andere producten op basis van fragmenten van cellen van micro-organismen |
Niet afkomstig van ggo’s |
|
5D |
10045-86-6 |
IJzerfosfaat (ijzer-III-orthofosfaat) |
|
|
12D |
9008-22-4 |
Laminarine |
Kelp moet afkomstig zijn van de biologische aquacultuur of overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 2.4, van Verordening (EU) 2018/848 op duurzame wijze zijn verzameld |
|
16D |
CAS-nr. niet toegewezen |
ABE-IT 56 (bestanddelen van het lysaat van Saccharomyces cerevisiae stam DDSF623) |
niet afkomstig van ggo’s niet geproduceerd met behulp van groeimedia van ggo-oorsprong |
|
19D |
23960-07-8 |
Lavandulylsenecioaat |
|
|
20 D |
10058-44-3 |
IJzerpyrofosfaat |
|
|
24D |
144-55-8 |
Natriumwaterstofcarbonaat |
|
|
28 D |
|
Waterig extract van de gekiemde zaden van zoete Lupinus albus |
|
|
|
|
Andere stoffen met een laag risico van plantaardige of dierlijke oorsprong* |
Gebruik als herbicide is niet toegestaan |
|
32D |
298-14-6 |
Kaliumwaterstofcarbonaat |
|
|
38D |
|
Onvertakte vlinderferomonen (acetaten) |
|
|
39D |
98999-15-6 |
Schapenvet |
Gebruik als afweermiddel door geur |
|
44D |
14808-60-7 en 7631-86-9 |
Kwartszand Siliciumdioxide |
|
|
(1)
Lijst overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, waarbij deel A verwijst naar werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009, deel B naar uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen, deel C naar basisstoffen, deel D naar werkzame stoffen met een laag risico en deel E naar werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen. |
|||
3. Micro-organismen
Alle in de delen A, B en D van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen micro-organismen mogen in de biologische productie worden gebruikt mits zij niet afkomstig zijn van ggo’s en worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende evaluatieverslagen3. Micro-organismen, met inbegrip van virussen, zijn biologische bestrijdingsmiddelen die op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 als werkzame stoffen worden beschouwd.
4. Werkzame stoffen die niet onder een van de bovenstaande categorieën vallen
De werkzame stoffen die krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 zijn goedgekeurd en in de onderstaande tabel zijn opgenomen, mogen alleen als gewasbeschermingsmiddel in de biologische productie worden gebruikt wanneer zij worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de rechterkolom van de onderstaande tabel.
|
Nummer en deel van de bijlage (1) |
CAS-nr. |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
139A |
131929-60-7 131929-63-0 |
Spinosad |
|
|
225A |
124-38-9 |
Koolstofdioxide |
|
|
227A |
74-85-1 |
Ethyleen |
enkel bij bananen en aardappelen; mag echter ook bij citrusvruchten worden gebruikt als onderdeel van een strategie ter voorkoming van schade door fruitvliegen |
|
230A |
o.a. 67701-09-1 |
Vetzuren |
alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide |
|
231A |
8008-99-9 |
Knoflookextract (Allium sativum) |
|
|
234A |
CAS-nr. niet toegewezen CIPAC-nr. 901 |
Gehydrolyseerde eiwitten, met uitzondering van gelatine |
|
|
▼M3 ————— |
|||
|
220A |
1332-58-7 |
Aluminiumsilicaat (kaolien) |
|
|
236A |
61790-53-2 |
Kiezelgoer (diatomeeënaarde) |
|
|
▼M3 ————— |
|||
|
343A |
11141-17-6 84696-25-3 |
Azadirachtin (margosa-extract) |
geëxtraheerd uit zaden van de neemboom (Azadirachta indica) |
|
240A |
8000-29-1 |
Citronellaolie |
alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide |
|
241A |
84961-50-2 |
Kruidnagelolie |
alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide |
|
242A |
8002-13-9 |
Raapzaadolie |
alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide |
|
243A |
8008-79-5 |
Groenemuntolie |
alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide |
|
56A |
8028-48-6 5989-27-5 |
Sinaasappelolie |
alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide |
|
228A |
68647-73-4 |
Theeboomolie |
alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide |
|
246A |
8003-34-7 |
Uit planten geëxtraheerde pyrethrinen |
|
|
292A |
7704-34-9 |
Zwavel |
|
|
294A 295A |
64742-46-7 72623-86-0 97862-82-3 8042-47-5 |
Paraffineoliën |
|
|
345A |
1344-81-6 |
Californische pap (calciumpolysulfide) |
|
|
44B |
9050-36-6 |
Maltodextrine |
|
|
45B |
97-53-0 |
Eugenol |
|
|
46B |
106-24-1 |
Geraniol |
|
|
47B |
89-83-8 |
Thymol |
|
|
153B e.a. |
|
Feromonen en andere signaalstoffen |
|
|
10E |
20427-59-2 |
Koperhydroxide |
overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt enkel gebruik dat aanleiding geeft tot een totale toepassing over een periode van 7 jaar van maximum 28 kg koper per hectare toegelaten |
|
10E |
1332-65-6 1332-40-7 |
Koperoxychloride |
|
|
10E |
1317-39-1 |
Koperoxide |
|
|
10E |
8011-63-0 |
Bordeauxse pap |
|
|
10E |
12527-76-3 |
Tribasisch kopersulfaat |
|
|
40A |
52918-63-5 |
Deltamethrin |
alleen in vallen met specifieke lokstoffen ter bestrijding van Bactrocera oleae, Ceratritis capitata en Rhagoletis completa |
|
5E |
91465-08-6 |
Lambda-cyhalothrin |
alleen in vallen met specifieke lokstoffen ter bestrijding van Bactrocera oleae en Ceratritis capitata |
|
(1)
Lijst overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, waarbij deel A verwijst naar werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009, deel B naar uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen, deel C naar basisstoffen, deel D naar werkzame stoffen met een laag risico en deel E naar werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen. |
|||
BIJLAGE II
Toegelaten meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten als bedoeld in artikel 24, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2018/848
De in deze bijlage opgenomen meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten ( 15 ) mogen in de biologische productie worden gebruikt, mits zij voldoen aan:
Overeenkomstig bijlage II, deel I, punt 1.9.6, van Verordening (EU) 2018/848 mag gebruik worden gemaakt van preparaten op basis van micro-organismen om de algemene bodemgesteldheid of de beschikbaarheid van nutriënten in de bodem of in de gewassen te verbeteren.
Zij mogen alleen worden gebruikt overeenkomstig de specificaties en gebruiksbeperkingen die zijn vastgelegd in bovengenoemde respectieve wetgeving van de Unie en de lidstaten. Als voor de biologische productie restrictievere voorwaarden gelden, zijn deze in de rechterkolom van de tabel vermeld.
|
Naam Samengestelde producten of producten die uitsluitend de hieronder genoemde stoffen bevatten |
Beschrijving, specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
Stalmest |
Product dat bestaat uit een mengsel van dierlijke mest en plantaardig materiaal (strooisel en voedermiddelen) Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij |
|
Gedroogde stalmest en gedehydrateerde pluimveemest |
Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij |
|
Gecomposteerde dierlijke mest, met inbegrip van pluimveemest en gecomposteerde stalmest |
Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij |
|
Vloeibare dierlijke mest |
Mag worden gebruikt na gecontroleerde vergisting en/of adequate verdunning Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij |
|
Gecomposteerd of vergist bioafval (Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (2)) |
Product op basis van aan de bron gescheiden bioafval dat is gecomposteerd of anaeroob is vergist voor de productie van biogas Alleen bioafval van plantaardige en van dierlijke oorsprong Alleen wanneer het is geproduceerd in een door de lidstaat aanvaard gesloten en gecontroleerd verzamelsysteem Maximumconcentratie in mg/kg droge stof: cadmium: 0,7; koper: 70; nikkel: 25; lood: 45; zink: 200; kwik: 0,4; chroom (totaal): 70; chroom (VI): niet detecteerbaar |
|
Turf |
Mag alleen worden gebruikt voor tuinbouw (groenteteelt, sierteelt, boomteelt, boomkwekerij) |
|
Paddenstoelensubstraatafval |
Het oorspronkelijke substraat mag alleen producten bevatten die in deze bijlage voorkomen |
|
Wormencompost en substraatmengsel met uitwerpselen van insecten |
in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1069/2009 (waar van toepassing) |
|
Guano |
|
|
Gecomposteerd of vergist mengsel van plantaardig materiaal |
Product op basis van mengsels van plantaardig materiaal dat is gecomposteerd of anaeroob is vergist voor de productie van biogas |
|
Biogasdigestaat dat dierlijke bijproducten bevat die zijn covergist met materiaal van plantaardige of dierlijke oorsprong als opgenomen in deze bijlage |
Dierlijke bijproducten (met inbegrip van bijproducten van wilde dieren) van categorie 3, en de inhoud van het maag-darmkanaal van categorie 2 (categorieën als omschreven in Verordening (EG) nr. 1069/2009) Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij De procedés moeten in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 142/2011 Niet van toepassing op de eetbare delen van het gewas |
|
De onderstaande producten of bijproducten van dierlijke oorsprong: bloedmeel hoefmeel hoornmeel beendermeel of ontlijmd beendermeel vismeel vleesmeel verenmeel, haarmeel en chiquetmeel wol pels (1) haren zuivelproducten gehydrolyseerde eiwitten (2) |
(1) Maximumconcentratie chroom (VI) in mg/kg droge stof: niet detecteerbaar (2) Niet van toepassing op de eetbare delen van het gewas |
|
Producten en bijproducten van plantaardige oorsprong |
Bijvoorbeeld meel van koeken van oliehoudende zaden, cacaodoppen, moutkiemen |
|
Gehydrolyseerde eiwitten van plantaardige oorsprong |
|
|
Algen en algenproducten |
Uitsluitend verkregen door: i) fysische behandelingen met inbegrip van dehydratatie, bevriezing en vermaling; ii) extractie met water of met zure en/of basische waterige oplossingen; iii) gisting Alleen afkomstig van de biologische productie of overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 2.4, van Verordening (EU) 2018/848 op duurzame wijze verzameld |
|
Zaagsel en houtspaanders |
Van hout dat na de kap niet chemisch is behandeld |
|
Gecomposteerde boomschors |
Van hout dat na de kap niet chemisch is behandeld |
|
Houtas |
Van hout dat na de kap niet chemisch is behandeld |
|
Zacht natuurlijk fosfaat |
Door vermaling van zachte natuurfosfaten verkregen product dat als hoofdbestanddelen tricalciumfosfaat en calciumcarbonaat bevat Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten): 25 % P2O5 Fosfor, uitgedrukt als P2O5, oplosbaar in mineraalzuur, waarvan ten minste 55 % van het aangegeven P2O5-gehalte oplosbaar is in 2 % mierenzuur Deeltjesgrootte: — een zeef met een maaswijdte van 0,063 mm moet ten minste 90 % massa doorlaten — een zeef met een maaswijdte van 0,125 mm moet ten minste 99 % massa doorlaten Tot 15 juli 2022: cadmiumgehalte ten hoogste 90 mg/kg P205; met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Aluminiumcalciumfosfaat |
Door thermische ontsluiting en vermaling verkregen amorf product dat als hoofdbestanddelen aluminium- en calciumfosfaten bevat Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten): 30 % P2O5 Fosfor, uitgedrukt als P2O5, oplosbaar in mineraalzuur, waarvan ten minste 75 % van het aangegeven P2O5-gehalte oplosbaar is in alkalisch ammoniumcitraat (Joulie) Deeltjesgrootte: — een zeef met een maaswijdte van 0,160 mm moet ten minste 90 % massa doorlaten — een zeef met een maaswijdte van 0,630 mm moet ten minste 98 % massa doorlaten Tot 15 juli 2022: cadmiumgehalte ten hoogste 90 mg/kg P205; met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing Mag alleen worden gebruikt op basische gronden (pH > 7,5) |
|
Fosfaatslakken (thomasfosfaat of thomasslakken) |
In staalfabrieken door bewerking van fosforhoudend gietijzer verkregen product dat als hoofdbestanddeel calciumsilicofosfaat bevat Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten): 12 % P2O5 Fosfor, uitgedrukt als fosforpentoxide, oplosbaar in mineraalzuur, waarvan ten minste 75 % van het aangegeven gehalte oplosbaar is in 2 % citroenzuur of 10 % P2O5 Fosfor, uitgedrukt als fosforpentoxide, oplosbaar in 2 % citroenzuur Deeltjesgrootte: — een zeef met een maaswijdte van 0,160 mm moet ten minste 75 % doorlaten — een zeef met een maaswijdte van 0,630 mm moet ten minste 96 % doorlaten Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Ruw kalizout |
Door vermaling van ruwe kalizouten verkregen product Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten): 9 % K2O Kalium uitgedrukt als in water oplosbaar K2O 2 % MgO Magnesium in de vorm van in water oplosbare zouten, uitgedrukt als magnesiumoxide Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Kaliumsulfaat dat mogelijk magnesiumzout bevat |
Door een fysisch extractieprocedé uit ruw kalizout verkregen product, dat mogelijk ook magnesiumzouten bevat |
|
Vinasse en vinasse-extracten |
Met uitsluiting van ammoniakhoudende vinasse |
|
Calciumcarbonaat, bv.: krijt, mergel, gemalen kalksteen, kalkwier (maerl), fosfaathoudend krijt |
Uitsluitend van natuurlijke oorsprong |
|
Schelpafval |
Uitsluitend van biologische aquacultuur of van duurzame visserij overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 |
|
Eierschalen |
Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij |
|
Calcium- en magnesiumcarbonaat |
Uitsluitend van natuurlijke oorsprong (bv. magnesiumhoudend krijt, gemalen magnesium, kalksteen) |
|
Magnesiumsulfaat (kieseriet) |
Uitsluitend van natuurlijke oorsprong |
|
Calciumchlorideoplossing |
Uitsluitend voor bladbehandeling bij appelbomen om calciumtekort te voorkomen |
|
Calciumsulfaat (gips) |
Natuurlijk product dat in verschillende mate gehydrateerd calciumsulfaat bevat Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten): 25 % CaO 35 % SO3 Calcium en zwavel uitgedrukt als het totaal aan CaO + SO3 Korrelgrootte: — een zeef met een maaswijdte van 2 mm moet ten minste 80 % doorlaten — een zeef met een maaswijdte van 10 mm moet ten minste 99 % doorlaten Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Industriekalk afkomstig van de suikerproductie |
Bijproduct van de suikerproductie op basis van suikerbieten en suikerriet |
|
Industriekalk afkomstig van de productie van vacuümzout |
Bijproduct van de productie van vacuümzout, verkregen uit pekel uit de bergen |
|
Elementaire zwavel |
Tot en met 15 juli 2022: als vermeld overeenkomstig bijlage I, deel D, van Verordening (EG) nr. 2003/2003; met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Anorganische micronutriëntenmeststof |
Tot en met 15 juli 2022: als vermeld overeenkomstig bijlage I, deel E, van Verordening (EG) nr. 2003/2003; met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Natriumchloride |
|
|
Steenmeel, zand van natuurlijke oorsprong, klei en kleimineralen |
Bijvoorbeeld perliet, zand en vermiculiet, ook wanneer deze een warmtebehandeling hebben ondergaan Perliet, zand en vermiculiet, ook wanneer deze een warmtebehandeling hebben ondergaan, mogen ook als inert medium bij de productie van gekiemde zaden worden gebruikt overeenkomstig deel I, punt 1.3, a), van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848. |
|
Leonardiet (ruw organisch sediment dat rijk is aan humuszuren) |
Alleen indien verkregen als bijproduct van mijnactiviteiten |
|
Humus- en fulvinezuren |
Alleen indien verkregen uit anorganische zouten/oplossingen met uitzondering van ammoniumzouten; of verkregen uit drinkwaterzuivering |
|
Xyliet |
Alleen indien verkregen als bijproduct van mijnactiviteiten (bv. bijproduct van de winning van bruinkool) |
|
Chitine (polysacharide verkregen uit de schaal van schaaldieren) |
Verkregen van biologische aquacultuur of van duurzame visserij overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 |
|
Uit zoetwaterlichamen afkomstig organisch (1) rijk sediment dat wordt gevormd in een zuurstofvrije omgeving (bv. sapropelium) |
Alleen organische sedimenten die bijproducten van het beheer van zoetwaterlichamen zijn of zijn geëxtraheerd uit voormalige zoetwatergebieden Het aquatische systeem dient zo weinig mogelijk gevolgen van de extractie te ondervinden Alleen sedimenten afkomstig van bronnen die vrij zijn van verontreiniging door pesticiden, persistente organische verontreinigende stoffen en op petroleum lijkende stoffen Tot en met 15 juli 2022: maximumconcentratie in mg/kg droge stof: cadmium: 0,7; koper: 70; nikkel: 25; lood: 45; zink: 200; kwik: 0,4; chroom (totaal): 70; chroom (VI): niet detecteerbaar Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Biochar — pyrolyseproduct gemaakt van allerlei organische materialen van plantaardige oorsprong en toegepast als bodemverbeteringsmiddel |
Alleen van plantaardige materialen; behandeling na de oogst uitsluitend toegestaan met in bijlage I vermelde producten Tot en met 15 juli 2022: maximumwaarde van 4 mg polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) per kg droge stof (DS) Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing |
|
Teruggewonnen struviet en neergeslagen fosfaatzouten |
De producten moeten voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) 2019/1009 Dierlijke mest als uitgangsmateriaal mag niet afkomstig zijn van de intensieve veehouderij |
|
Natriumnitraat |
Alleen voor algenproductie in gesloten systemen aan land |
|
Kaliumchloride |
Uitsluitend van natuurlijke oorsprong |
|
Seleniumzouten |
Alleen in geval van tekorten in de bodems die worden gebruikt voor de dierhouderij en/of begrazing of voor de productie van voedergewassen |
|
Koolstofdioxide |
Gebruik voor de verrijking van water voor de productie van algen in gesloten systemen op het land; in dit geval moet het koolstofdioxide van levensmiddelenkwaliteit zijn Voor zover beschikbaar wordt koolstofdioxide verkregen als bijproduct van andere processen of uit hernieuwbare bronnen uit hoofde van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (3). Mag ook worden gebruikt in de kasteelt |
|
Calciumacetaat |
Alleen voor bladbehandeling bij groenten in kassen en bij appelbomen om een calciumtekort te voorkomen Verkregen uit calciumcarbonaat van natuurlijke oorsprong |
|
Calciumfosfaat |
Alleen indien verkregen uit rioolslibas Alleen producten die voldoen aan Verordening (EU) 2019/1009 |
|
Matten van plantaardige vezels |
Plantaardige vezels, zoals hennepvezels, vlasvezels en kokosvezels Zonder toevoeging van meststoffen, bodemverbeteraars of nutriënten noch van additieven of bindmiddelen, uitsluitend mechanisch vervaardigd Alleen als inert medium bij de productie van gekiemde zaden overeenkomstig deel I, punt 1.3, a), van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 Voor zover beschikbaar moeten materialen uit de biologische productie worden gebruikt |
|
Calcium- en magnesiumgluconaat |
Verkregen door microbiële fermentatie |
|
(1)
“Organisch” is hier gebruikt in de zin van organische scheikunde en verwijst niet naar organische (biologische) landbouw.
(2)
Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(3)
Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/2001/oj). |
|
BIJLAGE III
Toegelaten producten en stoffen voor gebruik als diervoeder of bij de productie van diervoeders
DEEL A
Toegelaten van planten, algen, dieren of gist afkomstig niet-biologisch voedermiddel of voedermiddel van microbiële of minerale oorsprong, zoals bedoeld in artikel 24, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2018/848
1) VOEDERMIDDELEN VAN MINERALE OORSPRONG
|
Nummer in de catalogus van voedermiddelen (1) |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
11.1.1 |
Calciumcarbonaat |
|
|
11.1.2 |
Kalkhoudende zeeschelpen |
|
|
11.1.4 |
Maerl (kalkwier) |
|
|
11.1.5 |
Lithothamne |
|
|
11.1.6 |
Calciumchloride |
Mag alleen worden gebruikt als “diervoeder met bijzonder voedingsdoel” zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, punt o), van Verordening (EG) nr. 767/2009 ter vermindering van het risico op melkziekte en subklinische hypocalciëmie overeenkomstig deel B, vermelding “60”, in de tabel van de bijlage bij Verordening (EU) 2020/354 van de Commissie (2), met inbegrip van bolusformulering Calciumchloride indien gezuiverd uit natuurlijk voorkomende pekel, voor zover beschikbaar Alleen voor melkkoeien in nood en voor een beperkte periode |
|
11.1.13 |
Calciumgluconaat |
|
|
11.2.1 |
Magnesiumoxide |
|
|
11.2.4 |
Watervrij magnesiumsulfaat |
|
|
11.2.6 |
Magnesiumchloride |
|
|
11.2.7 |
Magnesiumcarbonaat |
|
|
11.3.1 |
Dicalciumfosfaat |
|
|
11.3.2 |
Monodicalciumfosfaat |
|
|
11.3.3 |
Monocalciumfosfaat |
|
|
11.3.5 |
Calciummagnesiumfosfaat |
|
|
11.3.8 |
Magnesiumfosfaat |
|
|
11.3.10 |
Mononatriumfosfaat |
|
|
11.3.16 |
Calciumnatriumfosfaat |
|
|
11.3.17 |
Monoammoniumfosfaat (ammoniumdiwaterstoforthofosfaat) |
Alleen voor aquacultuur |
|
11.3.19 |
Pentanatriumtrifosfaat (STPP) |
Uitsluitend voor voeder voor gezelschapsdieren |
|
11.3.27 |
Dinatriumdiwaterstofdifosfaat (SAPP) |
Uitsluitend voor voeder voor gezelschapsdieren |
|
11.4.1 |
Natriumchloride |
|
|
11.4.2 |
Natriumbicarbonaat |
|
|
11.4.4 |
Natriumcarbonaat |
|
|
11.4.6 |
Natriumsulfaat |
|
|
11.5.1 |
Kaliumchloride |
|
|
(1)
Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 68/2013 van de Commissie van 16 januari 2013 betreffende de catalogus van voedermiddelen (PB L 29 van 30.1.2013, blz. 1).
(2)
Verordening (EU) 2020/354 van de Commissie van 4 maart 2020 tot vaststelling van een lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel en tot intrekking van Richtlijn 2008/38/EG (PB L 67 van 5.3.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/354/oj). |
||
2) ANDERE VOEDERMIDDELEN
|
Nummer in de catalogus van voedermiddelen (1) |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
ex 7.1.4 |
Algenolie |
Olie verkregen door extractie uit microalgen door gisting Groeimedium voor het gistingsproces mag niet afkomstig zijn van ggo’s en moet afkomstig zijn van biologische grondstoffen, indien beschikbaar |
|
10 |
Meel, olie en ander voedermateriaal afkomstig van vissen of andere waterdieren |
Mits afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend Mits zonder chemisch gesynthetiseerde oplosmiddelen geproduceerd of bereid Gebruik enkel toegestaan in diervoeders voor niet-herbivoren Gebruik van eiwithydrolysaat van vis is enkel toegestaan in diervoeders voor jonge niet-herbivoren |
|
10 |
Meel, olie en ander voedermateriaal, afkomstig van vissen, weekdieren of schaaldieren |
Voor carnivore aquacultuurdieren Afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.1, c), van Verordening (EU) 2018/848 Afkomstig van snijresten van vissen, schaaldieren of weekdieren die reeds voor menselijke consumptie zijn gevangen; overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.3., c), van Verordening (EU) 2018/848 of afkomstig van volledige vissen, schaaldieren of weekdieren die zijn gevangen en niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.3., d), van Verordening (EU) 2018/848 |
|
10 |
Vismeel en visolie |
In de opkweekfase voor vis in binnenwateren, peneïdegarnalen, zoetwatergarnalen en tropische zoetwatervis Afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.1, c), van Verordening (EU) 2018/848 Enkel bij gebrek aan voldoende natuurlijk voeder in vijvers en meren mag het voederrantsoen van peneïdegarnalen en zoetwatergarnalen (Macrobrachium spp.) maximaal uit 25 % vismeel en 10 % visolie bestaan en mag het voederrantsoen van pangasius (Pangasius spp.) maximaal uit 10 % vismeel of visolie bestaan, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.4, c), i) en ii) van Verordening (EU) 2018/848. |
|
12.1.5 |
Gist |
Indien niet beschikbaar van biologische oorsprong |
|
ex 12.1.9 |
Eencellige eiwitten van Trichoderma viride en Aspergillus oryzae |
Alleen van niet-genetisch gemodificeerde stammen en kweekmedia Niet verkregen uit substraten met synthetische stikstofbronnen Verkregen uit van de biologische productie afkomstige substraten wanneer gebruikt voor herkauwers en andere herbivoren Bij gebruik moeten antischuimmiddelen voor de biologische productie worden toegelaten |
|
12.1.10 |
Eiwitrijke producten van Bacillus subtilis |
Alleen van niet-genetisch gemodificeerde stammen en kweekmedia Niet verkregen uit substraten met synthetische stikstofbronnen Verkregen uit van de biologische productie afkomstige substraten wanneer gebruikt voor herkauwers en andere herbivoren Bij gebruik moeten antischuimmiddelen voor de biologische productie worden toegelaten |
|
12.1.12 |
Gistproducten |
Indien niet beschikbaar van biologische oorsprong |
|
ex 13.6.4 |
Calciumstearaat |
|
|
13.11.1 |
Propyleenglycol; [1,2-propaandiol]; [propaan-1,2-diol] |
Mag alleen worden gebruikt als “diervoeder met bijzonder voedingsdoel” zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, punt o), van Verordening (EG) nr. 767/2009 ter vermindering van het risico op ketose overeenkomstig deel B, vermelding “61”, in de tabel van de bijlage bij Verordening (EU) 2020/354, met inbegrip van bolusformulering Alleen voor melkkoeien, ooien en geiten in nood en voor een beperkte periode |
|
|
Cholesterol |
Product verkregen uit wolvet (lanoline) door verzeping, scheiding en kristallisatie, uit schaal- en schelpdieren of uit andere bronnen Om te voldoen aan de kwantitatieve voedingsbehoeften van peneïdegarnalen en zoetwatergarnalen (Macrobrachium spp.) in de opkweekfase en in eerdere levensstadia in kweek- en broedkamers Indien niet beschikbaar van biologische oorsprong |
|
|
Kruiden |
Overeenkomstig artikel 24, lid 3, punt e), iv), van Verordening (EU) 2018/848, en met name: — Indien niet beschikbaar in biologische vorm — Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid — Maximaal 1 % van het voederrantsoen |
|
|
Melasse |
Overeenkomstig artikel 24, lid 3, punt e), iv), van Verordening (EU) 2018/848, en met name: — Indien niet beschikbaar in biologische vorm — Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid — Maximaal 1 % van het voederrantsoen |
|
|
Fytoplankton en zoöplankton |
Alleen bij de larvenkweek van biologische juvenielen |
|
|
Specifieke eiwitsamenstellingen |
Overeenkomstig punt 1.9.3.1, c), en 1.9.4.2, c), van Verordening (EU) 2018/848, en met name — Tot en met 31 december 2026, — Indien niet beschikbaar in biologische vorm; — Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid — Voor het voederen van biggen tot 35 kg of van jong pluimvee — Maximaal 5 % van de droge stof van diervoeders van agrarische oorsprong per periode van twaalf maanden |
|
|
Specerijen |
Overeenkomstig artikel 24, lid 3, punt e), iv), van Verordening (EU) 2018/848, en met name: — Indien niet beschikbaar in biologische vorm — Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid — Maximaal 1 % van het voederrantsoen |
|
(1)
Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 68/2013. |
||
DEEL B
Toegelaten diervoederadditieven en technische hulpstoffen voor diervoeding als bedoeld in artikel 24, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2018/848
De in dit deel opgenomen diervoederadditieven mogen slechts worden gebruikt indien daarvoor een vergunning is verleend op grond van Verordening (EG) nr. 1831/2003.
De hieronder vermelde specifieke voorwaarden moeten worden toegepast naast de voorwaarden van de vergunningen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1831/2003.
1) TECHNOLOGISCHE TOEVOEGINGSMIDDELEN
a) Conserveermiddelen
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
1a200 |
Sorbinezuur |
|
|
1k236 |
Mierenzuur |
|
|
1k237i |
Natriumformiaat |
|
|
1a260 |
Azijnzuur |
|
|
1a270 1a270i |
Melkzuren |
|
|
1k280 |
Propionzuur |
|
|
1a282 |
Calciumpropionaat |
Mag alleen worden gebruikt als “diervoeder met bijzonder voedingsdoel” zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, punt o), van Verordening (EG) nr. 767/2009 ter vermindering van het risico op melkziekte en subklinische hypocalciëmie overeenkomstig deel B, vermelding “60”, in de tabel van de bijlage bij Verordening (EU) 2020/354, met inbegrip van bolusformulering Alleen voor melkkoeien in nood en voor een beperkte periode |
|
1a330 |
Citroenzuur |
|
b) Antioxidanten
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
1b306(i) |
Tocoferolextracten van plantaardige oliën |
|
|
1b306(ii) |
Tocoferolrijke extracten van plantaardige oliën (rijk aan delta-tocoferol) |
|
c) Emulgatoren, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen en geleermiddelen
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
1c322, 1c322i |
Lecithinen |
Verkregen uit biologische grondstoffen Vanaf 1 januari 2027 uitsluitend van biologische productie |
|
E 407 |
Carrageen |
Uitsluitend voor voeder voor gezelschapsdieren |
|
E 410 |
Johannesbroodpitmeel (carobe) |
Uitsluitend voor voeder voor gezelschapsdieren Uitsluitend verkregen door roosteren Van biologische productie indien beschikbaar |
|
E 414 |
Arabische gom |
Uitsluitend voor voeder voor gezelschapsdieren Van biologische productie indien beschikbaar |
|
E 415 |
Xanthaangom |
|
|
E 412 |
Guargom |
|
d) Bindmiddelen en antiklontermiddelen
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
▼M1 ————— |
||
|
E 535 |
Natriumferrocyanide |
Maximumgehalte: 20 mg/kg NaCl (berekend als ferrocyanideanion) |
|
E 551b |
Coloïdale siliciumdioxide |
|
|
E 551c |
Kiezelgoer (diatomeeënaarde, gezuiverd) |
|
|
1m558i |
Bentoniet |
|
|
E 559 |
Kaoliniethoudende klei, vrij van asbest |
|
|
E 560 |
Natuurlijke mengsels van steatiet en chloriet |
|
|
E 561 |
Vermiculiet |
|
|
E 562 |
Sepioliet |
|
|
E 563 |
Sepiolietklei |
|
|
E 566 |
Natroliet-fonoliet |
|
|
1g568 |
Clinoptiloliet van sedimentaire oorsprong |
|
|
E 599 |
Perliet |
|
|
1g599 |
Illiet-montmorilloniet-kaoliniet |
|
(e) Toevoegingsmiddelen voor kuilvoer
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
1k |
Enzymen, micro-organismen |
Enkel toegelaten om toereikende gisting te waarborgen |
|
1k236 |
Mierenzuur |
|
|
1k237 |
Natriumformiaat |
|
|
1k280 |
Propionzuur |
|
|
1k281 |
Natriumpropionaat |
f) Stoffen ter vermindering van de verontreiniging van diervoeders met mycotoxinen
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
“1m558 |
Bentoniet” |
|
2) SENSORIËLE TOEVOEGINGSMIDDELEN
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
ex2a |
Astaxanthine |
Alleen indien afkomstig van biologische bronnen, zoals schalen van biologische schaaldieren Alleen in het voederrantsoen van zalm en forel binnen de grenzen van de fysiologische behoeften van deze dieren Indien geen astaxanthine van biologische bronnen beschikbaar is, mag astaxanthine van natuurlijke bronnen (zoals astaxanthinerijke Phaffia rhodozyma) worden gebruikt. |
|
ex2b |
Aromatische stoffen |
Alleen extracten van landbouwproducten, met inbegrip van extract van tamme kastanje (Castanea sativa Mill.) |
3) NUTRITIONELE TOEVOEGINGSMIDDELEN
a) Vitaminen, provitaminen en in chemische termen gedefinieerde stoffen met een soortgelijke werking
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
ex3a |
Vitaminen en provitaminen |
Afgeleid van landbouwproducten Indien niet beschikbaar van landbouwproducten: — synthetisch afgeleide vitaminen mogen voor niet-herkauwers en aquacultuurdieren slechts worden gebruikt indien zij identiek zijn aan van landbouwproducten afgeleide vitaminen; — synthetisch afgeleide vitaminen A, D en E mogen voor herkauwers slechts worden gebruikt indien zij identiek zijn aan van landbouwproducten afgeleide vitaminen; ze moeten zijn goedgekeurd door de lidstaten op basis van een beoordeling van de capaciteit van biologisch gehouden herkauwers om de nodige hoeveelheid van deze vitaminen uit hun voederrantsoen te halen. |
|
3a370 |
Taurine |
Alleen voor katten en honden Niet van synthetische oorsprong, indien beschikbaar |
|
3a920 |
Watervrije betaïne |
Alleen voor niet-herkauwers en vissen Afkomstig van biologische productie; indien niet beschikbaar, van natuurlijke oorsprong |
b) Verbindingen van sporenelementen
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
3b101 |
IJzer(II)carbonaat (sideriet) |
|
|
3b103 |
IJzer(II)sulfaat-monohydraat |
|
|
3b104 |
IJzer(II)sulfaat-heptahydraat |
|
|
3b105 |
IJzer(II)fumaraat |
Mag alleen worden gebruikt als “diervoeder met bijzonder voedingsdoel” zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, punt o), van Verordening (EG) nr. 767/2009 ter compensatie van een ijzertekort na de geboorte overeenkomstig deel B, vermelding “64”, in de tabel van de bijlage bij Verordening (EU) 2020/354 Alleen voor speenvarkens in nood en voor een beperkte periode |
|
3b107 |
IJzer(II)chelaat van eiwithydrolysaten |
Van biologische sojaproductie, indien beschikbaar |
|
3b110 |
IJzerdextraan 10 % |
Mag alleen worden gebruikt als “diervoeder met bijzonder voedingsdoel” zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, punt o), van Verordening (EG) nr. 767/2009 ter compensatie van een ijzertekort na de geboorte overeenkomstig deel B, vermelding “64”, in de tabel van de bijlage bij Verordening (EU) 2020/354 Het groeimedium voor het gistingsproces voor dextraan mag niet van ggo’s afkomstig zijn Alleen voor speenvarkens in nood en voor een beperkte periode |
|
3b201 |
Kaliumjodide |
|
|
3b202 |
Calciumjodaat, watervrij |
|
|
3b203 |
Gecoate korrels watervrij calciumjodaat |
|
|
3b301 |
Kobalt(II)acetaat-tetrahydraat |
|
|
3b302 |
Kobalt(II)carbonaat |
|
|
3b303 |
Kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat |
|
|
3b304 |
Gecoate korrels kobalt(II)carbonaat |
|
|
3b305 |
Kobalt(II)sulfaat-heptahydraat |
|
|
3b402 |
Koper(II)carbonaatdihydroxide-monohydraat |
|
|
3b404 |
Koper(II)oxide |
|
|
3b405 |
Koper(II)sulfaat-pentahydraat |
|
|
3b407 |
Koper(II)chelaat van eiwithydrolysaten |
Van biologische sojaproductie, indien beschikbaar |
|
3b409 |
Dikoperchloridetrihydroxide |
|
|
3b502 |
Mangaan(II)oxide |
|
|
3b503 |
Mangaansulfaat, monohydraat |
|
|
3b505 |
Mangaanchelaat van eiwithydrolysaten |
Van biologische sojaproductie, indien beschikbaar |
|
3b603 |
Zinkoxide |
|
|
3b604 |
Zinksulfaat-heptahydraat |
|
|
3b605 |
Zinksulfaat-monohydraat |
|
|
3b609 |
Zinkchloridehydroxide-monohydraat |
|
|
3b612 |
Zinkchelaat van eiwithydrolysaten |
Van biologische sojaproductie, indien beschikbaar |
|
3b701 |
Natriummolybdaatdihydraat |
|
|
3b801 |
Natriumseleniet |
|
|
3b802 3b803 |
Gecoate korrels natriumseleniet Natriumselenaat |
|
|
3b810 |
Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae CNCM I-3060 |
|
|
3b810i |
Geïnactiveerde geseleniseerde gist Saccharomyces cerevisiae CNCM I-3060 |
|
|
3b811 |
Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae NCYC R397 |
|
|
3b812 |
Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae CNCM I-3399 |
|
|
3b813 |
Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae NCYC R646 |
|
|
3b817 |
Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae NCYC R645 |
|
c) Aminozuren, de zouten en de analogen daarvan
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
3c3.5.1 en 3c352 |
L-histidinemonohydrochloride-monohydraat |
Via fermentatie verkregen Mag in het voederrantsoen voor zalmachtigen worden gebruikt wanneer in de in deel II, punt 3.1.3.3., van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 vermelde voederbronnen onvoldoende histidine aanwezig is om aan de voedingsbehoeften van de vis te voldoen |
4) ZOÖTECHNISCHE TOEVOEGINGSMIDDELEN
|
Code of functionele groep |
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
4a, 4b, 4c en 4d |
Enzymen en micro-organismen |
|
|
4d7 en 4d8 |
Ammoniumchloride |
Alleen voor katten |
5) TECHNISCHE HULPSTOFFEN
Voor technische hulpstoffen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, punt h), van Verordening (EG) nr. 1831/2003, gelden de in de onderstaande tabel vermelde specifieke voorwaarden en beperkingen.
|
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
Ethanol |
Mag alleen worden gebruikt als extractiesolvent voor de productie van eiwitmeel en alleen wanneer van mechanische extractie afkomstig eiwitmeel niet in voldoende hoeveelheden beschikbaar is Alleen door gisting, indien beschikbaar Uitsluitend van biologische productie indien beschikbaar |
|
Papaïne |
Alleen voor de productie van smaakgevende ingewanden voor de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren, zoals gedefinieerd in punt 18 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011 Mits het enzym tijdens het proces is geïnactiveerd en bijgevolg als zodanig niet in de resulterende smaakgevende ingewanden aanwezig is en geen technologisch effect op het product heeft Vanaf 1 januari 2027 uitsluitend uit biologische grondstoffen |
BIJLAGE IV
Toegelaten producten voor reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 24, lid 1, punten e), f) en g), van Verordening (EU) 2018/848
DEEL A
Producten voor het reinigen en ontsmetten van vijvers, kooien, tanks, doorstroomsystemen, gebouwen of installaties voor dierlijke productie
DEEL B
Producten voor het reinigen en ontsmetten van gebouwen en installaties voor plantaardige productie, waaronder voor opslag in een landbouwbedrijf
DEEL C
Producten voor het reinigen en ontsmetten van verwerkings- en opslagfaciliteiten
DEEL D
In artikel 12, lid 1, van deze verordening bedoelde producten
De volgende producten of producten die de volgende in bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 889/2008 opgenomen actieve stoffen bevatten, mogen niet als biociden worden gebruikt:
BIJLAGE V
Toegelaten producten en stoffen voor gebruik in de productie van verwerkte biologische levensmiddelen en voor de productie van als levensmiddel of diervoeder gebruikte gist
DEEL A
Toegelaten levensmiddelenadditieven en technische hulpstoffen als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2018/848, met inbegrip van draagstoffen en andere stoffen die op dezelfde wijze en met hetzelfde doel worden gebruikt als technische hulpstoffen
Voor de biologische levensmiddelen waaraan levensmiddelenadditieven mogen worden toegevoegd, gelden de in Verordening (EG) nr. 1333/2008 vastgelegde beperkingen.
De in de onderstaande tabel vermelde specifieke voorwaarden en beperkingen zijn van toepassing naast de voorwaarden die in Verordening (EG) nr. 1333/2008 voor de toelatingen zijn vastgesteld.
Het gebruik van een stof als levensmiddelenadditief dan wel als technische hulpstof wordt per geval bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1333/2008 en nationale wetgeving inzake technische hulpstoffen.
Bij de berekening van de in artikel 30, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde percentages worden levensmiddelenadditieven die in de kolom “E-nummer of Einecs of beide” met een asterisk zijn aangemerkt, meegerekend als ingrediënten van agrarische oorsprong.
|
E-nummer of Einecs (1) of beide |
Naam |
Biologische levensmiddelen waarin het additief of de technische hulpstof mag worden gebruikt, en specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
|
Gebruik als additief |
Gebruik als technische hulpstof |
||
|
E 153 |
Plantaardige koolstof |
Eetbare kaaskorsten van met een laagje gemalen houtskool bedekte geitenkaas |
|
|
“Morbier”-kaas |
|
||
|
E 160b(i)* |
Annatto bixine |
“Red Leicester”-kaas |
|
|
“Double Gloucester”-kaas |
|
||
|
cheddarkaas |
|
||
|
“Mimolette”-kaas |
|
||
|
E 160b(ii)* |
Annatto norbixine |
“Red Leicester”-kaas |
|
|
“Double Gloucester”-kaas |
|
||
|
cheddarkaas |
|
||
|
“Mimolette”-kaas |
|
||
|
E 170/207-439-9 en 215-279-6 |
Calciumcarbonaat |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
E 220 |
Zwaveldioxide |
Vruchtenwijn (wijn die is bereid uit andere vruchten dan druiven, met inbegrip van cider en perenwijn) en honingwijn met of zonder toegevoegde suiker 100 mg/l (maximumgehalte aan de stof uit alle bronnen, uitgedrukt als SO2 in mg/l) |
|
|
E 223 |
Natriummetabisulfiet |
Schaaldieren |
|
|
E 224 |
Kaliummetabisulfiet |
Vruchtenwijn (wijn die is bereid uit andere vruchten dan druiven, met inbegrip van cider en perenwijn) en honingwijn met of zonder toegevoegde suiker 100 mg/l (maximumgehalte aan de stof uit alle bronnen, uitgedrukt als SO2 in mg/l) |
|
|
E 250 |
Natriumnitriet |
Vleesproducten Mag uitsluitend worden gebruikt wanneer ten genoegen van de bevoegde autoriteit is aangetoond dat er geen technologisch alternatief is dat dezelfde garanties biedt en/of de specifieke kenmerken van het product handhaaft Niet in combinatie met E 252 Maximumhoeveelheid die tijdens de vervaardiging mag worden toegevoegd, uitgedrukt als NO2-ion: 50 mg/kg Maximaal restgehalte uit alle bronnen voor het verkoopklare product gedurende de gehele houdbaarheidsduur van het product, uitgedrukt als NO2-ion: 30 mg/kg |
|
|
E252 |
Kaliumnitraat |
Vleesproducten Mag uitsluitend worden gebruikt wanneer ten genoegen van de bevoegde autoriteit is aangetoond dat er geen technologisch alternatief is dat dezelfde garanties biedt en/of de specifieke kenmerken van het product handhaaft Niet in combinatie met E 250 Maximumhoeveelheid die tijdens de vervaardiging mag worden toegevoegd, uitgedrukt als NO3-ion: 55 mg/kg Maximaal restgehalte uit alle bronnen voor het verkoopklare product gedurende de gehele houdbaarheidsduur van het product, uitgedrukt als NO3-ion: 35 mg/kg |
|
|
E 267* |
Gebufferde azijn |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 270/200-018-0 |
Melkzuur |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
Kaas Voor de regeling van de pH van het pekelbad bij de kaasbereiding |
|
E 290/204-696-9 |
Koolstofdioxide |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
E 296 |
Appelzuur |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
E 300 |
Ascorbinezuur |
Producten van plantaardige oorsprong Vleesproducten (categorie 08.3 (2)) en vleesbereidingen (categorie 08.2 (2)) waaraan andere ingrediënten dan additieven of zout zijn toegevoegd |
|
|
E 301 |
Natriumascorbaat |
Vleesproducten Mag alleen worden gebruikt in combinatie met nitrieten of nitraten |
|
|
E 306* |
Tocoferolrijk extract |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Alleen als antioxidant |
|
|
E 322* |
Lecithinen |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 325 |
Natriumlactaat |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Producten op basis van melk |
|
||
|
Vleesproducten |
|
||
|
E 330/201-069-1 |
Citroenzuur |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
E 331 |
Natriumcitraten |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
|
E 333 |
Calciumcitraten |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
E 334 |
Wijnsteenzuur (L(+)-) |
Producten van plantaardige oorsprong Honingwijn |
|
|
E 335* |
Natriumtartraten |
Producten van plantaardige oorsprong Vanaf 1 januari 2027 uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 336* |
Kaliumtartraten |
Producten van plantaardige oorsprong Vanaf 1 januari 2027 uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 337* |
Kaliumnatriumtartraat |
Producten van plantaardige oorsprong Vanaf 1 januari 2027 uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 341(i) |
Monocalciumfosfaat |
Zelfrijzend bakmeel Alleen als rijsmiddel |
|
|
E 392* |
Extracten van rozemarijn |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 400 |
Alginezuur |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Zuivelproducten |
|
||
|
E 401 |
Natriumalginaat |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Zuivelproducten |
|
||
|
Worst op basis van vlees |
|
||
|
E 402 |
Kaliumalginaat |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Producten op basis van melk |
|
||
|
E 406 |
Agaragar |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Producten op basis van melk |
|
||
|
Vleesproducten |
|
||
|
E 407 |
Carrageen |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Producten op basis van melk |
|
||
|
E 410* |
Johannesbroodpitmeel |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 412* |
Guargom |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 414* |
Arabische gom |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie |
|
|
E 415 |
Xanthaangom |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
|
E 417* |
Taragom |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie Alleen als verdikkingsmiddel |
|
|
E 418* |
Gellangom |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Van biologische productie, indien beschikbaar Enkel variant met een hoog acylgehalte |
|
|
E 422* |
Glycerol |
Plantenextracten en aroma’s Alleen van plantaardige oorsprong Uitsluitend van biologische productie Als oplosmiddel en draagstof Als bevochtigingsmiddel in gelcapsules Als filmomhulsel van tabletten |
|
|
E 440(i)* |
Pectine |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Producten op basis van melk |
|||
|
E 460/232-674-9 |
Cellulose |
Gelatine |
Gelatine |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|||
|
E 464 |
Hydroxypropylmethylcellulose |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Alleen als materiaal voor het omhulsel van capsules |
|
|
E 500/207-838-8, 205-633-8, 208-580-9 |
Natriumcarbonaten |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
E 501/209-529-3, 206-059-0 |
Kaliumcarbonaten |
Producten van plantaardige oorsprong |
Druiven Alleen als droogmiddel voor de productie van krenten en rozijnen |
|
E 503 |
Ammoniumcarbonaten |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
E 504 |
Magnesiumcarbonaten |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
E 509/233-140-8 |
Calciumchloride |
Producten van plantaardige oorsprong Alleen voor het induceren van coagulatie |
Producten van plantaardige oorsprong Alleen als klarings-/vlokkingsmiddel |
|
Producten op basis van melk Alleen als stabilisator |
|||
|
Worst op basis van vlees Alleen om coagulatie te induceren voor de aanmaak van worstvellen |
|||
|
E 511/232-094-6 |
Magnesiumchloride |
Producten van plantaardige oorsprong Alleen voor het induceren van coagulatie |
Producten van plantaardige oorsprong Alleen als klarings-/vlokkingsmiddel |
|
E 516/231-900-3 |
Calciumsulfaat |
Producten van plantaardige oorsprong Alleen als draagstof of om coagulatie te induceren |
Producten van plantaardige oorsprong Alleen als klarings-/vlokkingsmiddel |
|
E 524/215-185-5 |
Natriumhydroxide |
Oppervlaktebehandeld Laugengebäck Alleen als oppervlaktebehandeling |
Suiker(s) |
|
Aroma’s Alleen als zuurteregelaar |
Olie van plantaardige oorsprong, met uitzondering van olijfolie |
||
|
Eiwithoudende extracten van planten |
|||
|
E 551/231-545-4 |
Siliciumdioxide |
Cacao Alleen als antiklontermiddel voor gebruik in automaten |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
Kruiden en specerijen in gedroogde poedervorm |
|||
|
Aroma’s |
|||
|
Propolis |
|||
|
E 553b |
Talk |
Producten van plantaardige oorsprong |
Producten van plantaardige oorsprong |
|
Worst op basis van vlees Alleen als oppervlaktebehandeling |
|||
|
E 901*/232-383-7 |
Bijenwas |
Suikergoed Uitsluitend van biologische productie Alleen als glansmiddel |
Producten van plantaardige oorsprong Uitsluitend van biologische productie Alleen als losmiddel |
|
E 903*/232-399-4 |
Carnaubawas |
Suikergoed Uitsluitend van biologische productie Alleen als glansmiddel |
Producten van plantaardige oorsprong Uitsluitend van biologische productie Alleen als losmiddel |
|
Citrusvruchten Uitsluitend van biologische productie Alleen als verzachtende methode voor verplichte extremekoudebehandeling van fruit tegen schadelijke organismen overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie (3) |
|||
|
E 938 |
Argon |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
|
E 939 |
Helium |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
|
E 941/231-783-9 |
Stikstof |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
E 948 |
Zuurstof |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
|
E 968* |
Erytritol |
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Alleen van biologische productie zonder gebruikmaking van ionenuitwisselingtechnologie |
|
|
-/200-578-6 |
Ethanol |
|
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Alleen als oplosmiddel bij kristallisatie-initiatoren voor de productie van suiker en/of als extractiesolvent |
|
-/200-580-7 |
Azijnzuur |
|
Producten van plantaardige oorsprong Van biologische productie, indien beschikbaar |
|
Vis Van biologische productie, indien beschikbaar |
|||
|
-/215-108-5 |
Bentoniet |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
Honingwijn Alleen als hechtmiddel |
|||
|
-/215-137-3 |
Calciumhydroxide |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
-/231-595-7 |
Zoutzuur |
|
Gelatine |
|
Gouda, edammer en maasdammer, Boerenkaas, Friese en Leidse Nagelkaas Alleen als regelaar van de pH van het pekelbad bij de kaasbereiding |
|||
|
-/231-639-5 |
Zwavelzuur |
|
Gelatine |
|
Suiker(s) |
|||
|
-/231-765-0 |
Waterstofperoxide |
|
Gelatine |
|
-/232-554-6 |
Gelatine |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
-/232-555-1 |
Caseïne |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
-/293-292-6 |
Vislijm |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
-/931-328-0 |
Actieve kool |
|
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong |
|
|
Ammoniumhydroxide |
|
Gelatine |
|
|
Diammoniumfosfaat |
|
Vruchtenwijn, cider, perenwijn en honingwijn |
|
|
Door gisting verkregen L(+)-melkzuur |
|
Eiwithoudende extracten van planten |
|
|
Thiaminehydrochloride |
|
Vruchtenwijn, cider, perenwijn en honingwijn |
|
|
Diatomeeënaarde |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
Gelatine |
|||
|
|
Ovoalbumine |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Hopextract |
|
Producten van plantaardige oorsprong Van biologische productie, indien beschikbaar Alleen voor antimicrobiële doeleinden |
|
|
Hazelnootdoppen |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Perliet |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
Gelatine |
|||
|
|
Pijnharsextract |
|
Producten van plantaardige oorsprong Van biologische productie, indien beschikbaar Alleen voor antimicrobiële doeleinden |
|
|
Rijstmeel |
|
Producten van plantaardige oorsprong |
|
|
Looizuur |
|
Producten van plantaardige oorsprong Alleen als hulpstof bij het filtreren |
|
|
Plantaardige oliën |
|
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Uitsluitend van biologische productie Alleen als plaatsmeermiddel, losmiddel of antischuimmiddel |
|
|
Azijn |
|
Producten van plantaardige oorsprong Uitsluitend van biologische productie |
|
Vis Uitsluitend van biologische productie |
|||
|
|
Water |
|
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Voor menselijke consumptie bestemd water in de zin van Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad (4) |
|
|
Houtvezel |
|
Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong Alleen wanneer afkomstig van gecertificeerd, duurzaam gekapt hout Het gebruikte hout mag geen toxische bestanddelen (behandeling na de oogst, van nature voorkomende toxinen of toxinen uit micro-organismen) bevatten |
|
|
Erwteneiwit |
|
Gebruik voor de klaring van vruchtensappen en vruchtenwijnen (wijnen die zijn bereid uit andere vruchten dan druiven, met inbegrip van cider en perenwijn) en honingwijn Van biologische productie indien beschikbaar |
|
|
Aardappeleiwit |
|
Gebruik voor de klaring van vruchtensappen en vruchtenwijnen (wijnen die zijn bereid uit andere vruchten dan druiven, met inbegrip van cider en perenwijn) en honingwijn Van biologische productie indien beschikbaar |
|
(1)
Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (PB C 146 van 15.6.1990, blz. 4).
(2)
Levensmiddelencategorieën in deel D van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1333/oj).
(3)
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie (PB L 319 van 10.12.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/2072/oj).
(4)
Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PB L 435 van 23.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2020/2184/oj). |
|||
DEEL B
Toegelaten niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong voor gebruik bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2018/848
|
Naam |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
Alga Arame (Eisenia bicyclis), onbewerkt, alsmede producten in eerste graad van bewerking die met deze algen rechtstreeks verband houden |
|
|
Alga Hijiki (Hizikia fusiforme), onbewerkt, alsmede producten in eerste graad van bewerking die met deze algen rechtstreeks verband houden |
|
|
Schors van de Pau d’arco Handroanthus impetiginosus (“lapacho”) |
Enkel voor gebruik in kombucha en theemengsels |
|
Darmen |
Van natuurlijke grondstoffen van dierlijke oorsprong of van materialen van plantaardige oorsprong |
|
Gelatine |
Niet afkomstig van varkens |
|
Melkmineralen in poeder- of vloeibare vorm |
Alleen wanneer het om de sensorische functie ervan wordt gebruikt om natriumchloride geheel of gedeeltelijk te vervangen |
|
Wilde vissen en wilde waterdieren, onverwerkt en via verwerking daarvan afgeleide producten |
Alleen afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.1, c), van Verordening (EU) 2018/848 Alleen indien niet beschikbaar in de biologische aquacultuur |
DEEL C
Toegelaten technische hulpstoffen voor de productie van gist en gistproducten als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2018/848
|
Naam |
Primaire gist |
Productie/bereiding/formulering van gist |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
Calciumchloride |
X |
|
|
|
Koolstofdioxide |
X |
X |
|
|
Citroenzuur |
X |
|
Voor het regelen van de pH-waarde bij de gistproductie |
|
Melkzuur |
X |
|
Voor het regelen van de pH-waarde bij de gistproductie |
|
Stikstof |
X |
X |
|
|
Zuurstof |
X |
X |
|
|
Aardappelzetmeel |
X |
X |
Voor het filteren Uitsluitend van biologische productie |
|
Natriumcarbonaat |
X |
X |
Voor het regelen van de pH-waarde |
|
Plantaardige oliën |
X |
X |
Plaatsmeermiddel, losmiddel of antischuimmiddel Uitsluitend van biologische productie |
|
Gistingsactivatoren |
X |
|
Nutriënten uit gistextract of autolysaat Tot 5 % van het substraat, berekend in drogestofgewicht |
DEEL D
Producten en stoffen die zijn toegelaten voor de productie en bewaring van wijnbouwproducten als bedoeld in bijlage II, deel VI, punt 2.2., van Verordening (EU) 2018/848
|
Naam |
ID-nummers |
Verwijzingen in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
Lucht |
|
Deel A, tabel 1, punten 1 en 8 |
|
|
Gasvormige zuurstof |
E 948 CAS 17778- 80-2 |
Deel A, tabel 1, punt 1 Deel A, tabel 2, punt 8.4 |
|
|
Argon |
E 938 CAS 7440-37-1 |
Deel A, tabel 1, punt 4 Deel A, tabel 2, punt 8.1 |
mag niet worden gebruikt voor doorborrelen |
|
Stikstof |
E 941 CAS 7727-37-9 |
Deel A, tabel 1, punten 4, 7 en 8 Deel A, tabel 2, punt 8.2 |
|
|
Koolstofdioxide |
E 290 CAS 124-38-9 |
Deel A, tabel 1, punten 4 en 8 Deel A, tabel 2, punt 8.3 |
|
|
Stukjes eikenhout |
|
Deel A, tabel 1, punt 11 |
|
|
Wijnsteenzuur (L(+)-) |
E 334 CAS 87-69-4 |
Deel A, tabel 2, punt 1.1 |
|
|
Melkzuur |
E 270 |
Deel A, tabel 2, punt 1.3 |
|
|
Kalium-L(+)-tartraat |
E 336 (ii) CAS 921- 53-9 |
Deel A, tabel 2, punt 1.4 |
|
|
Kaliumbicarbonaat |
E 501 (ii) CAS 298- 14-6 |
Deel A, tabel 2, punt 1.5 |
|
|
Calciumcarbonaat |
E 170 CAS 471-34-1 |
Deel A, tabel 2, punt 1.6 |
|
|
Calciumsulfaat |
E 516 |
Deel A, tabel 2, punt 1.8 |
|
|
Zwaveldioxide |
E 220 CAS 7446-09-5 |
Deel A, tabel 2, punt 2.1 |
het maximale zwaveldioxidegehalte mag niet hoger liggen dan 100 milligram per liter voor rode wijn die wordt vermeld in bijlage I, deel B, punt A, 1, a), van Verordening (EU) 2019/934 en die een restsuikergehalte van minder dan 2 gram per liter heeft het maximale zwaveldioxidegehalte mag niet hoger liggen dan 150 milligram per liter voor witte en roséwijn die wordt vermeld in bijlage I, deel B, punt A, 1, b), van Verordening (EU) 2019/934 en die een restsuikergehalte van minder dan 2 gram per liter heeft voor alle andere wijnen moet het overeenkomstig bijlage I, deel B bij Verordening (EU) 2019/934 toegepaste maximale zwaveldioxidegehalte worden verminderd met 30 milligram per liter |
|
Kaliumbisulfiet |
E 228 CAS 7773-03-7 |
Deel A, tabel 2, punt 2.2 |
|
|
Kaliummetabisulfiet |
E 224 CAS 16731-55-8 |
Deel A, tabel 2, punt 2.3 |
|
|
L-ascorbinezuur |
E 300 |
Deel A, tabel 2, punt 2.6 |
|
|
Kool voor oenologisch gebruik |
|
Deel A, tabel 2, punt 3.1 |
|
|
Diammoniumhydrogeenorthofosfaat |
E 342/CAS 7783-28-0 |
Deel A, tabel 2, punt 4.2 |
|
|
Thiaminehydrochloride |
CAS 67-03-8 |
Deel A, tabel 2, punt 4.5 |
|
|
Gistautolysaat |
|
Deel A, tabel 2, punt 4.6 |
|
|
Gistcelwanden |
|
Deel A, tabel 2, punt 4.7 |
|
|
Geïnactivateerde gist |
|
Deel A, tabel 2, punt 4.8 Deel A, tabel 2, punt 10.5 Deel A, tabel 2, punt 11.5 |
|
|
Voedselgelatine |
CAS 9000-70-8 |
Deel A, tabel 2, punt 5.1 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Tarwe-eiwit |
|
Deel A, tabel 2, punt 5.2 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Eiwit uit erwten |
|
Deel A, tabel 2, punt 5.3 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Eiwit uit aardappelen |
|
Deel A, tabel 2, punt 5.4 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Vislijm |
|
Deel A, tabel 2, punt 5.5 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Caseïne |
CAS 9005-43-0 |
Deel A, tabel 2, punt 5.6 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Kaliumcaseïnaten |
CAS 68131-54-4 |
Deel A, tabel 2, punt 5.7 |
|
|
Ovoalbumine |
CAS 9006-59-1 |
Deel A, tabel 2, punt 5.8 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Bentoniet |
E 558 |
Deel A, tabel 2, punt 5.9 |
|
|
Siliciumdioxide (gel of colloïdale oplossing) |
E 551 |
Deel A, tabel 2, punt 5.10 |
|
|
Tannine |
|
Deel A, tabel 2, punt 5.12 Deel A, tabel 2, punt 6.4 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Chitosan uit Aspergillus niger |
CAS 9012-76-4 |
Deel A, tabel 2, punt 5.13 Deel A, tabel 2, punt 10.3 |
|
|
Gisteiwitextracten |
|
Deel A, tabel 2, punt 5.15 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Kaliumalginaat |
E 402/CAS 9005-36-1 |
Deel A, tabel 2, punt 5.18 |
|
|
Kaliumhydrogeentartraat |
E336(i)/CAS 868-14-4 |
Deel A, tabel 2, punt 6.1 |
|
|
Citroenzuur |
E 330 |
Deel A, tabel 2, punt 6.3 |
|
|
Metawijnsteenzuur |
E 353 |
Deel A, tabel 2, punt 6.7 |
|
|
Arabische gom |
E 414/CAS 9000-01-5 |
Deel A, tabel 2, punt 6.8 |
afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn |
|
Mannoproteïnen uit gist |
|
Deel A, tabel 2, punt 6.10 |
|
|
Pectinelyasen |
EC 4.2.2.10 |
Deel A, tabel 2, punt 7.2 |
uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring |
|
Pectinemethylesterase |
EC 3.1.1.11 |
Deel A, tabel 2, punt 7.3 |
uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring |
|
Plygalacturonase |
EC 3.2.1.15 |
Deel A, tabel 2, punt 7.4 |
uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring |
|
Hemicellulase |
EC 3.2.1.78 |
Deel A, tabel 2, punt 7.5 |
uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring |
|
Cellulase |
EC 3.2.1.4 |
Deel A, tabel 2, punt 7.6 |
uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring |
|
Wijngist |
|
Deel A, tabel 2, punt 1.11 Deel A, tabel 2, punt 9.1 |
voor de afzonderlijke giststammen, biologisch indien beschikbaar |
|
Melkzuurbacteriën |
|
Deel A, tabel 2, punt 1.12 Deel A, tabel 2, punt 9.2 |
|
|
Kopercitraat |
CAS 866-82-0 |
Deel A, tabel 2, punt 10.2 |
|
|
Hars van Aleppo-pijnbomen |
|
Deel A, tabel 2, punt 11.1 |
|
|
Verse wijnmoer |
|
Deel A, tabel 2, punt 11.2 |
uitsluitend van biologische productie |
BIJLAGE VI
Producten en stoffen die op grond van artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 in derde landen en in de ultraperifere gebieden van de Unie in de biologische productie mogen worden gebruikt
DEEL A
PRODUCTEN EN STOFFEN DIE MOGEN WORDEN GEBRUIKT IN DE BIOLOGISCHE PRODUCTIE IN DERDE LANDEN
Werkzame stoffen die mogen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen
De in de onderstaande tabel vermelde werkzame stoffen mogen in derde landen in de biologische productie worden gebruikt mits deze aan de desbetreffende wetgeving van het derde land voldoen, zijn vrijgesteld van maximumresidugehalten overeenkomstig de richtsnoeren van de Codex Alimentarius CXG 97-2022 ( 16 ) en zijn opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad ( 17 ) of mits daarvoor in die verordening specifieke maximumresidugehalten zijn vastgesteld. Voor deze stoffen gelden de overeenkomstige specifieke voorwaarden en beperkingen die in de tabel zijn vermeld.
|
CAS-nummer |
Naam van de werkzame stof |
Specifieke voorwaarden en beperkingen |
|
|
Micro-organismen, waaronder virussen, indien gebruikt als biologische bestrijdingsmiddelen |
Niet afkomstig van ggo’s Niet geproduceerd met groeimedia van ggo-oorsprong |
|
74-85-1 |
Ethyleen |
Voor bloei-inductie bij ananas |
DEEL B
PRODUCTEN EN STOFFEN DIE MOGEN WORDEN GEBRUIKT IN DE BIOLOGISCHE PRODUCTIE IN DE ULTRAPERIFERE GEBIEDEN VAN DE UNIE
Werkzame stoffen die mogen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen
De in de onderstaande tabel vermelde werkzame stoffen mogen in de ultraperifere gebieden van de Unie in de biologische productie worden gebruikt mits deze voldoen aan het recht van de Unie en, in voorkomend geval, aan nationale bepalingen die op het recht van de Unie zijn gebaseerd.
( 1 ) Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).
( 2 ) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).
( 3 ) Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1).
( 4 ) Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PB L 170 van 25.6.2019, blz. 1).
( 5 ) Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).
( 6 ) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).
( 7 ) Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1).
( 8 ) Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29).
( 9 ) Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).
( 10 ) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de wijnbouwoppervlakten waar het alcoholgehalte mag worden verhoogd, de toegestane oenologische procedés en de beperkingen met betrekking tot de productie en de bewaring van wijnbouwproducten, het minimale alcoholpercentage voor bijproducten en de verwijdering van die producten, en de bekendmaking van OIV-dossiers (PB L 149 van 7.6.2019, blz. 1).
( 11 ) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).
( 12 ) Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35).
( 13 ) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).
( 14 ) Beschikbaar in de pesticidendatabank: https://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/active-substances/?event=search.as
( 15 ) Waaronder met name alle productfunctiecategorieën die zijn opgenomen in deel I van bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1009.
( 16 ) https://www.fao.org/fao-who-codexalimentarius/codex-texts/guidelines/en.
( 17 ) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/396/oj).