02020R0884 — NL — 16.10.2020 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
Gewijzigd bij:
▼B
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/884 VAN DE COMMISSIE
van 4 mei 2020
tot afwijking, wat het jaar 2020 betreft, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 wat de sector groenten en fruit betreft, en van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/449 wat de wijnsector betreft, in verband met de COVID-19-pandemie
TITEL I
GROENTEN EN FRUIT
Artikel 1
Tijdelijke afwijkingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891
1.
In afwijking van artikel 17, lid 2, eerste alinea, mag voor het jaar 2020 het maximumpercentage stemrechten en aandelen of kapitaal waarover elke natuurlijke persoon of rechtspersoon mag beschikken in een producentenorganisatie, meer dan 50 % van de totale stemrechten en meer dan 50 % van de aandelen of het kapitaal bedragen, om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie. De lidstaten zorgen er evenwel voor dat maatregelen worden vastgesteld om machtsmisbruik door een rechtspersoon of natuurlijke persoon die in het bezit is van meer dan meer dan 50 % van de totale stemrechten en meer dan 50 % van de aandelen of het kapitaal, uit te sluiten.
2.
In afwijking van artikel 23, lid 4, wordt ervan uitgegaan dat de waarde van de afgezette productie van een product 100 % van de waarde van het betrokken product in de voorgaande referentieperiode bedraagt indien in het jaar 2020 de waarde van dat product met ten minste 35 % is gedaald door omstandigheden die verband houden met de COVID-19-pandemie en waarvoor de producentenorganisatie niet verantwoordelijk is en waarop zij geen vat heeft. De producentenorganisatie toont aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat aan dat aan deze voorwaarden is voldaan.
3.
In afwijking van artikel 27, lid 4, kunnen de lidstaten de nationale strategie voor het jaar 2020 na de jaarlijkse indiening van de ontwerpen van operationele programma’s wijzigen. De lidstaten zorgen er evenwel voor dat de continuïteit en de uitvoering van meerjarige en lopende acties die deel uitmaken van goedgekeurde operationele programma’s van producentenorganisaties, niet worden ontwricht.
4.
In afwijking van artikel 27, lid 5, geldt voor het jaar 2020 geen verplichting voor de lidstaten om in de nationale strategie per afzonderlijke maatregel of soort actie de maximumpercentages voor financiering uit het actiefonds te vermelden om een evenwicht tussen de verschillende maatregelen te waarborgen.
5.
In afwijking van artikel 34, lid 2, kunnen de lidstaten voor het jaar 2020 producentenorganisaties ook toestaan hun operationele programma’s voor het jaar 2020 geheel of gedeeltelijk op te schorten.
6.
Voor het jaar 2020 wordt de steun die is ontvangen voor subsidiabele acties die zijn uitgevoerd vóór de stopzetting van het operationele programma, niet teruggevorderd, mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel 36, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 en de stopzetting van het operationele programma verband houdt met de COVID-19-pandemie en is gebeurd om redenen die buiten de controle en de verantwoordelijkheid van de betrokken producentenorganisatie vallen.
7.
In afwijking van artikel 36, lid 3, wordt financiële bijstand van de Unie voor meerjarige verbintenissen, zoals milieuacties, waarvan de langetermijndoelstellingen en de verwachte voordelen in het jaar 2020 niet kunnen worden gerealiseerd ten gevolge van de onderbreking van die verbintenissen in het jaar 2020 om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie, niet teruggevorderd en terugbetaald aan het ELGF.
8.
In afwijking van artikel 48, lid 3, eerste alinea, kunnen in het jaar 2020 maatregelen voor niet oogsten worden genomen wanneer in het desbetreffende productiegebied tijdens de normale productiecyclus productie is geoogst voor commerciële doeleinden. In afwijking van artikel 48, lid 3, vierde alinea, kunnen in het jaar 2020 voor hetzelfde product en voor dezelfde oppervlakte groen oogsten en niet oogsten worden toegepast.
9.
In afwijking van artikel 54, onder b), en artikel 58, lid 3, wordt het verslag over de in 2020 uitgevoerde evaluatie uiterlijk op 30 juni 2021 aan de Commissie meegedeeld.
10.
In afwijking van artikel 59, leden 1 en 4, kunnen de lidstaten de termijnen verlengen tot na de in artikel 59, leden 1 en 4, bedoelde vier maanden indien een producentenorganisatie in het jaar 2020 om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie, niet in staat is om binnen de daartoe gestelde termijnen corrigerende maatregelen te nemen.
11.
In afwijking van artikel 59, lid 1, schorten de lidstaten de betaling van de steun aan de betrokken productieorganisatie niet op wanneer in het jaar 2020 een producentenorganisatie de erkenningscriteria in verband met de vereisten van artikel 5 niet in acht neemt om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie.
12.
In afwijking van artikel 59, lid 2, kunnen de lidstaten, wanneer een producentenorganisatie in het jaar 2020 geen corrigerende maatregelen kan nemen tijdens de schorsing van de erkenning om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie, de termijn voor het nemen van deze corrigerende maatregelen verlengen tot meer dan twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de waarschuwingsbrief door de producentenorganisatie tot en met uiterlijk 31 december 2020.
13.
In afwijking van artikel 59, lid 2, tweede alinea, is de verlaging van het jaarlijkse steunbedrag met 2 % per kalendermaand of deel daarvan waarin de erkenning van een producentenorganisatie wordt geschorst, niet van toepassing wanneer die producentenorganisatie in het jaar 2020 geen corrigerende maatregelen heeft kunnen nemen om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie.
14.
In afwijking van artikel 59, lid 5, is de verlaging van het jaarlijkse steunbedrag met 1 % per kalendermaand of deel daarvan, niet van toepassing wanneer die producentenorganisatie in het jaar 2020 geen corrigerende maatregelen heeft kunnen nemen om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie.
15.
In afwijking van artikel 59, lid 6, eerste alinea, wordt het jaar 2020 niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van de inachtneming van het minimale volume of de minimumwaarde van de afgezette productie, zoals vereist op grond van artikel 154, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.
16.
In afwijking van artikel 61, lid 6, wordt, wanneer het operationele programma in het jaar 2020 afloopt en de in artikel 33, lid 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde voorwaarden in het jaar 2020 om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie niet zijn nageleefd, het totale steunbedrag voor het laatste jaar van het operationele programma niet verlaagd.
TITEL II
WIJN
Artikel 2
Tijdelijke afwijkingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149
▼M1
1.
In afwijking van artikel 22 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 mag in de jaren 2020 en 2021 groen oogsten gedurende twee of meer opeenvolgende jaren op hetzelfde perceel worden toegepast.
▼B
2.
In afwijking van artikel 26 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 kunnen de lidstaten in gevallen die verband houden met de COVID-19-pandemie en indien de begunstigden dit uiterlijk op 15 oktober 2020 aanvragen, de periode voor de oprichting van onderlinge fondsen verlengen met twaalf maanden voor acties waarvoor de steunperiode in 2019 afliep.
▼M1
3.
In afwijking van artikel 53, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 kunnen de lidstaten, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met de COVID-19-pandemie, toestaan dat wijzigingen die zich uiterlijk op 15 oktober 2021 voordoen, zonder voorafgaande goedkeuring ten uitvoer worden gelegd, op voorwaarde dat zij geen invloed hebben op de subsidiabiliteit van om het even welk deel van de concrete actie, noch op de algemene doelstellingen ervan, en op voorwaarde dat het totale bedrag van de goedgekeurde steun voor de concrete actie niet wordt overschreden. De bevoegde autoriteit wordt door de begunstigden in kennis gesteld van die wijzigingen binnen de door de lidstaten vastgestelde termijnen.
4.
In afwijking van artikel 53, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 kunnen de lidstaten, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met de COVID-19-pandemie, begunstigden toestaan om wijzigingen in te dienen die uiterlijk op 15 oktober 2021 plaatsvinden en die de doelstelling wijzigen van de gehele concrete actie die reeds is goedgekeurd in het kader van de in de artikelen 45, 46, 50 en 51 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde maatregelen, op voorwaarde dat alle lopende afzonderlijke handelingen die deel uitmaken van een gehele concrete actie worden voltooid. Die wijzigingen worden binnen de door de lidstaten vastgestelde termijn door de begunstigden aan de bevoegde autoriteit meegedeeld en vereisen de voorafgaande goedkeuring van de bevoegde autoriteit.
▼B
5.
In afwijking van artikel 54, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 wordt, wanneer een wijziging van een reeds goedgekeurde actie is ingediend bij de bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 3 van dit artikel, steun betaald voor de individuele handelingen die reeds zijn uitgevoerd in het kader van deze actie indien deze handelingen volledig zijn uitgevoerd en zijn onderworpen aan administratieve controles en, indien van toepassing, controles ter plaatse overeenkomstig hoofdstuk IV, afdeling 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 van de Commissie (
1
).
▼M1
6.
In afwijking van artikel 54, lid 4, derde, vierde, vijfde en zesde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 berekenen de lidstaten voor betalingsaanvragen die uiterlijk op 15 oktober 2021 zijn ingediend, wanneer concrete acties die worden ondersteund uit hoofde van de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, niet worden uitgevoerd op de totale oppervlakte waarvoor steun was aangevraagd om redenen die verband houden met de COVID-19-pandemie, de te betalen steun op basis van de oppervlakte die is vastgesteld aan de hand van controles ter plaatse na de uitvoering.
▼B
TITEL III
SLOTBEPALINGEN
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.