02019R1583 — NL — 02.07.2020 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1583 VAN DE COMMISSIE

van 25 september 2019

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, voor wat maatregelen op het gebied van cyberbeveiliging betreft

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 246 van 26.9.2019, blz. 15)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/910 VAN DE COMMISSIE van 30 juni 2020

  L 208

43

1.7.2020




▼B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1583 VAN DE COMMISSIE

van 25 september 2019

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, voor wat maatregelen op het gebied van cyberbeveiliging betreft

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op ►M1  31 december 2021 ◄ .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wordt als volgt gewijzigd:

1) 

Het volgende punt 1.0.6 wordt toegevoegd:

“1.0.6. De bevoegde autoriteit zal procedures vaststellen en uitvoeren om, op praktische en tijdige wijze en voor zover passend, relevante informatie uit te wisselen om andere nationale autoriteiten en agentschappen, luchthavenexploitanten, luchtvaartmaatschappijen en andere betrokken entiteiten te helpen bij de uitvoering van effectieve beoordelingen van de beveiligingsrisico's van hun activiteiten.”;

2) 

Het volgende punt 1.7 wordt toegevoegd:

“1.7.   IDENTIFICATIE EN BESCHERMING VAN INFORMATIE DIE KRITIEK IS VOOR DE BURGERLUCHTVAART, INFORMATIE- EN COMMUNICATIESYSTEMEN EN GEGEVENS OVER CYBERDREIGINGEN

1.7.1. De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat luchthavenexploitanten, luchtvaartmaatschappijen en entiteiten als gedefinieerd in het nationale programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart hun kritieke informatie- en communicatiesystemen en gegevens identificeren en beschermen tegen cyberaanvallen die de beveiliging van de burgerluchtvaart in gevaar kunnen brengen.

1.7.2. Luchthavenexploitanten, luchtvaartmaatschappijen en entiteiten identificeren in hun beveiligingsprogramma of in de relevante documenten waarnaar in het beveiligingsprogramma wordt verwezen, de in punt 1.7.1 bedoelde kritieke informatie- en communicatiesystemen en gegevens.

Het beveiligingsprogramma of de relevante documenten waarnaar in het beveiligingsprogramma wordt verwezen, bevatten een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen ter bescherming tegen, detectie van, reactie op en herstel van cyberaanvallen, zoals beschreven in punt 1.7.1.

1.7.3. De gedetailleerde maatregelen om dergelijke systemen en gegevens te beschermen tegen wederrechtelijke daden worden vastgesteld, ontwikkeld en uitgevoerd overeenkomstig een door de luchthavenexploitant, luchtvaartmaatschappij of entiteit, al naargelang van toepassing, uitgevoerde risicobeoordeling.

1.7.4. Wanneer een specifieke autoriteit of een specifiek agentschap bevoegd is voor maatregelen met betrekking tot cyberdreigingen in één lidstaat, kan deze autoriteit of dit agentschap bevoegd worden verklaard voor de coördinatie en/of monitoring van de cybergerelateerde bepalingen van deze verordening.

1.7.5. Wanneer luchthavenexploitanten, luchtvaartmaatschappijen en entiteiten als gedefinieerd in het nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart onderworpen zijn aan afzonderlijke cyberbeveiligingsvereisten uit hoofde van andere EU- of nationale wetgeving, mag de bevoegde autoriteit de naleving van de voorschriften van deze verordening vervangen door de naleving van de elementen in de andere EU- of nationale wetgeving. De bevoegde autoriteit overlegt met de andere relevante bevoegde autoriteiten om te zorgen voor gecoördineerde of verenigbare toezichtsregelingen.”;

(3) 

punt 11.1.2 wordt vervangen door:

“11.1.2. Het volgende personeel moet met succes een uitgebreid of standaard achtergrondonderzoek hebben doorlopen:

a) 

personen die in dienst zijn genomen om beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles of andere beveiligingscontroles in andere dan om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones uit te voeren of die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering daarvan;

b) 

personen die onbegeleide toegang hebben tot luchtvracht en -post, post en materiaal van luchtvaartmaatschappijen, vluchtbenodigdheden en luchthavenbenodigdheden die aan de vereiste beveiligingscontroles zijn onderworpen;

c) 

personen met beheerdersrechten of ongesuperviseerde en onbeperkte toegang tot kritieke informatie- en communicatietechnologiesystemen en gegevens die gebruikt worden voor beveiliging van de burgerluchtvaart, zoals beschreven in punt 1.7.1, overeenkomstig het nationaal programma voor de beveiliging van de luchtvaart, of personen die anderszins zijn geïdentificeerd in de risicobeoordeling overeenkomstig punt 1.7.3.

Tenzij anders vermeld in deze verordening, bepaalt de bevoegde autoriteit overeenkomstig de toepasselijke nationale regels of een uitgebreid of standaard achtergrondonderzoek moet worden uitgevoerd.”;

(4) 

Het volgende punt 11.2.8 wordt toegevoegd:

“11.2.8.   Opleiding van personen met functies en verantwoordelijkheden met betrekking tot cyberdreigingen

11.2.8.1. Personen die de in punt 1.7.2 vastgestelde maatregelen uitvoeren, moeten over de nodige vaardigheden en bekwaamheden beschikken om de hun toegewezen taken effectief uit te voeren. Zij worden op “need-to-know”-basis op de hoogte gebracht van relevante cyberrisico's.

11.2.8.2. Personen die toegang hebben tot gegevens of systemen krijgen een passende en specifieke opleiding op de werkplek die is aangepast aan hun functie en verantwoordelijkheden; dit houdt ook in dat zij op de hoogte worden gebracht van relevante risico's indien hun functie dit vereist. De bevoegde autoriteit of de autoriteit of het agentschap als bedoeld in punt 1.7.4 moet de inhoud van de opleiding specificeren of goedkeuren.”.