02019R1242 — NL — 01.07.2024 — 001.002
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2019/1242 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 202) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2024/1610 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 |
L 1610 |
1 |
6.6.2024 |
|
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) 2019/1242 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 20 juni 2019
tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
Artikel 1
Onderwerp en doelstellingen
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op nieuwe voertuigen waarvoor uit hoofde van Verordening (EU) 2018/858 een typegoedkeuring dan wel een individuele goedkeuring is verleend, of waarnaar wordt verwezen in artikel 2, lid 3, van die verordening, en die tot een van de volgende voertuigcategorieën behoren:
M2 en M3;
N1, N2 en N3, op voorwaarde dat de voertuigen niet onder Verordening (EU) 2019/631 vallen;
O3 en O4.
Voor de toepassing van deze verordening worden de in de eerste alinea, punten a), b) en c), bedoelde voertuigen zware bedrijfsvoertuigen genoemd. De in de eerste alinea, punt a) of punt b), bedoelde voertuigen worden gemotoriseerde zware bedrijfsvoertuigen genoemd.
De in deze verordening vermelde voertuigcategorieën verwijzen naar de voertuigcategorieën zoals gedefinieerd in artikel 4 van en in bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858.
Indien een voertuig, alvorens in de Unie te worden geregistreerd, minder dan drie maanden daarvoor buiten de Unie is geregistreerd, wordt met deze eerdere registratie geen rekening gehouden.
Deze verordening is niet van toepassing op zware bedrijfsvoertuigen die voor het eerst worden geregistreerd voor een periode van ten hoogste één maand en die uitsluitend zijn geregistreerd met het oog op overbrenging naar een land buiten de Unie.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“referentiewaarden van de CO2-emissies”: het overeenkomstig punt 3 van bijlage I bepaalde gemiddelde van de specifieke CO2-emissies in de referentieperiode van alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in elke subgroep voertuigen;
„specifieke CO2-emissie”: de overeenkomstig punt 2.1 van bijlage I bepaalde CO2-emissies van een individueel zwaar bedrijfsvoertuig;
„rapporteringsperiode van jaar Y”: de periode van 1 juli van jaar Y tot en met 30 juni van jaar Y + 1;
“rapporteringsperiode”: de periode van 1 juli van een bepaald jaar tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar;
“referentieperiode”: de rapporteringsperiode van een bepaald jaar ten aanzien waarvan de wettelijke CO2-emissiereductieverplichtingen voor een bepaalde subgroep voertuigen in deze verordening zijn gespecificeerd;
„gemiddelde specifieke CO2-emissies”: het overeenkomstig punt 2.7 van bijlage I bepaalde gemiddelde van de specifieke CO2-emissies van de nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van een fabrikant in een bepaalde rapporteringsperiode;
“specifieke CO2-emissiedoelstelling”: de CO2-emissiedoelstelling van een individuele fabrikant die elk jaar overeenkomstig punt 4 van bijlage I voor de voorgaande rapporteringsperiode wordt vastgesteld;
„niet-gelede vrachtwagen”: een vrachtauto die niet is ontworpen of gebouwd voor het trekken van een oplegger;
„trekker”: een trekker die uitsluitend of hoofdzakelijk is ontworpen en gebouwd om opleggers te trekken;
„subgroep voertuigen”: een overeenkomstig punt 1 van bijlage I gedefinieerde groep voertuigen, die wordt gekenmerkt door een reeks gemeenschappelijke en onderscheidende technische criteria die relevant zijn voor de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van die voertuigen;
“werkvoertuig”: een zwaar bedrijfsvoertuig dat bestemd is om voor specifieke taken te worden gebruikt en dat, volgens de door de lidstaten gerapporteerde informatie in zijn certificaat van overeenstemming, aan de in punt 1.2 van bijlage I vastgestelde criteria voldoet;
“fabrikant”: de persoon of het orgaan waaraan de in een bepaalde periode geregistreerde voertuigen zijn toegeschreven overeenkomstig artikel 7 bis;
“rapporteur”: een entiteit die verantwoordelijk is voor het rapporteren van informatie aan de Commissie;
“emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig”: een van de volgende voertuigen:
een gemotoriseerd zwaar bedrijfsvoertuig zonder interne verbrandingsmotor, of met een interne verbrandingsmotor die niet meer dan 3 g CO2/(t km) of 1 g CO2/(p km) uitstoot, zoals bepaald overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2017/2400;
een gemotoriseerd zwaar bedrijfsvoertuig zonder interne verbrandingsmotor, of met een interne verbrandingsmotor die niet meer dan 1 g CO2/kWh uitstoot zoals bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen van die verordening of die niet meer dan 1 g CO2/km uitstoot zoals bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, op voorwaarde dat er geen CO2-emissies zijn bepaald op grond van Verordening (EU) 2017/2400;
een aanhangwagen die is uitgerust met een voorziening waarmee de aandrijving ervan actief wordt ondersteund en die geen interne verbrandingsmotor heeft of een interne verbrandingsmotor heeft die minder dan 1 g CO2/kWh uitstoot, zoals bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan of overeenkomstig VN/ECE-Reglement nr. 49.
“emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig”: een zwaar bedrijfsvoertuig dat geen emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig is, met specifieke CO2-emissies die minder bedragen dan de helft van de gemiddelde referentie-CO2-emissies van alle voertuigen in de subgroep voertuigen waartoe het zware bedrijfsvoertuig behoort, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.3.4 van bijlage I;
„missieprofiel”: een combinatie van een doelsnelheidscyclus, een waarde voor de belasting, een configuratie van de carrosserie of aanhangwagen en andere parameters, indien van toepassing, die het specifieke gebruik van een voertuig weergeven, aan de hand waarvan officiële CO2-emissies en brandstofverbruik van een zwaar bedrijfsvoertuig worden bepaald;
„doelsnelheidscyclus”: de beschrijving van de voertuigsnelheid die de bestuurder wil bereiken of waaraan hij zich door verkeersomstandigheden moet houden, als functie van de door een rit bestreken afstand;
„belasting”: het gewicht van de goederen die een voertuig onder verschillende omstandigheden vervoert;
“primair voertuig”: een primair voertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 22, van Verordening (EU) 2017/2400;
“primair voertuig van een zwaar bedrijfsvoertuig”: een primair voertuig waaraan voor simulatiedoeleinden een generieke carrosserie wordt toegewezen die overeenkomt met de werkelijke carrosserie van het zware bedrijfsvoertuig wat betreft de configuratie van de vloer (hoog/laag) en de verdiepingen (enkel of dubbel) en eventuele andere parameters;
“voltooid voertuig”: een voltooid voertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 26, van Verordening (EU) 2018/858;
“compleet voertuig”: een compleet voertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Verordening (EU) 2018/858;
“terreinvoertuig”: een terreinvoertuig zoals gedefinieerd in deel A, punt 2.1, van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858;
“voertuig voor speciale doeleinden”: een voertuig voor speciale doeleinden zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 31, van Verordening (EU) 2018/858;
“terreinvoertuig voor speciale doeleinden”: een terreinvoertuig voor speciale doeleinden zoals gedefinieerd in deel A, punt 2.3.1, van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858;
“certificaat van overeenstemming”: een certificaat van overeenstemming zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 5, van Verordening (EU) 2018/858;
“overheidsopdracht”, in het kader van aanbestedingsprocedures en tenzij anders bepaald: een overheidsopdracht zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ), “opdrachten voor werken, leveringen en diensten” zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ), en “concessies” zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1, van Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ).
“vrachtwagen voor extra zware combinaties” of “EHC-vrachtwagen”: een zwaar bedrijfsvoertuig van categorie N3 dat geschikt is om in een voertuigcombinatie te worden gebruikt en voldoet aan alle volgende ontwerp- en constructiecriteria:
drie assen of meer;
een nominaal motorvermogen van ten minste 400 kW;
zodanig ontworpen dat de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand (technically permissible maximum laden mass — TPMLM) van de combinatie meer dan 60 ton is;
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder “een groep van onderling verbonden fabrikanten” verstaan: een fabrikant en de met hem verbonden ondernemingen.
Ten aanzien van een fabrikant wordt onder “verbonden ondernemingen” verstaan:
ondernemingen waarin de fabrikant direct of indirect:
de bevoegdheid heeft om meer dan de helft van de stemrechten uit te oefenen;
de bevoegdheid heeft om meer dan de helft van de leden te benoemen van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die de onderneming juridisch vertegenwoordigen, of
het recht heeft de zaken van de onderneming te beheren;
ondernemingen die direct of indirect het recht of de bevoegdheden zoals bedoeld in punt a) over de fabrikant hebben;
ondernemingen waarin een in punt b) bedoelde onderneming direct of indirect het recht of de bevoegdheden zoals bedoeld in punt a) heeft;
ondernemingen waarin de fabrikant samen met een of meer van de in punt a), b) of c) bedoelde ondernemingen, of waarin twee of meer van die ondernemingen samen het recht of de bevoegdheden zoals bedoeld in punt a) hebben;
ondernemingen waarbij het recht of de bevoegdheden zoals bedoeld in punt a) gezamenlijk in handen zijn van de fabrikant of een of meer van de in de punten a) tot en met d) bedoelde met hem verbonden ondernemingen en een of meer derden.
Artikel 3 bis
CO2-emissiereductiedoelstellingen
De gemiddelde CO2-emissies van het wagenpark van nieuwe gemotoriseerde zware bedrijfsvoertuigen van de Unie, met uitzondering van voertuigen voor speciale doeleinden, terreinvoertuigen en terreinvoertuigen voor speciale doeleinden, worden verminderd met de volgende percentages ten opzichte van de gemiddelde CO2-emissies in de rapporteringsperiode van het jaar 2019:
15 % voor de subgroepen voertuigen 4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD en 10-LH voor de rapporteringsperioden van de jaren 2025 tot en met 2029;
45 % voor alle subgroepen voertuigen, met uitzondering van werkvoertuigen, voor de rapporteringsperioden van de jaren 2030 tot en met 2034;
65 % voor alle subgroepen voertuigen voor de rapporteringsperioden van de jaren 2035 tot en met 2039;
90 % voor alle subgroepen voertuigen voor de rapporteringsperioden van 2040 en de jaren daarna.
De vereisten van deze verordening gelden niet voor zware bedrijfsvoertuigen die zijn geregistreerd voor gebruik door de strijdkrachten, indien een lidstaat besluit ze niet te rapporteren overeenkomstig deel A van bijlage IV.
Artikel 3 ter
Aanvullende maatregelen ter ondersteuning van de transitie naar emissievrije zware bedrijfsvoertuigen op de markt van de Unie
Uiterlijk op 30 juni 2025 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin de noodzaak wordt overwogen om het gebruik op de markt van de Unie te bevorderen van zware bedrijfsvoertuigen die zijn omgebouwd om emissievrije zware bedrijfsvoertuigen te worden, onder meer door de invoering van geharmoniseerde regelgeving. Dat verslag bevat een analyse van de opties en de impact van die opties. Waar passend gaat de analyse vergezeld van een wetgevingsinitiatief of andere maatregel.
Artikel 3 quater
Aanvullende maatregelen ter ondersteuning van de vraag naar emissievrije zware bedrijfsvoertuigen op de markt van de Unie
Uiterlijk op 30 juni 2027 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met een analyse van de mogelijke noodzaak en impact van initiatieven om het aandeel van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen die eigendom zijn van of geleased worden door exploitanten van grote wagenparken te verhogen. In dat verslag overweegt de Commissie de mogelijke opties om het gebruik van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen die eigendom zijn van of geleased worden door exploitanten van grote wagenparken te vergroten.
Artikel 3 quinquies
Streefdoel voor stadsbussen als emissievrije zware bedrijfsvoertuigen
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 3 sexies
Waarborging van duurzame en veerkrachtige toeleveringsketens voor stadsbussen door middel van aanbestedingsprocedures
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten gebruiken ten minste twee van de volgende criteria als technische specificaties of als gunningscriteria, waarvan ten minste één verband houdt met de bijdrage van de inschrijving tot de leveringszekerheid zoals uiteengezet in de punten a) tot en met d), afhankelijk van de marktsituatie en in overeenstemming met Richtlijn 2014/23/EU, 2014/24/EU of 2014/25/EU en toepasselijke sectorale wetgeving, alsook met de internationale verbintenissen van de Unie, met inbegrip van de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie inzake overheidsopdrachten (Government Procurement Agreement — GPA) en andere internationale overeenkomsten waardoor de Unie gebonden is:
het aandeel van de producten van inschrijvingen die afkomstig zijn uit derde landen, zoals bepaald overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 7 ); dat criterium is alleen van toepassing op producten van inschrijvingen die afkomstig zijn uit landen die geen partij zijn bij de GPA en die geen vrijhandelsovereenkomst met regels inzake overheidsopdrachten hebben gesloten met de Unie;
de huidige en geschatte beschikbaarheid van essentiële reserveonderdelen voor de werking van de apparatuur waarop de inschrijving betrekking heeft;
een verbintenis van de inschrijver dat eventuele wijzigingen in diens toeleveringsketen tijdens de uitvoering van de opdracht geen nadelige gevolgen zullen hebben voor de uitvoering van de opdracht;
een certificaat of documentatie waaruit blijkt dat de organisatie van de toeleveringsketen van de inschrijver deze in staat stelt aan het leveringszekerheidsvereiste te voldoen;
een milieuduurzaamheid die verder gaat dan de minimumvereisten die zijn vastgesteld in de toepasselijke rechtshandelingen van de Unie.
De eerste alinea belet aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten niet gebruik te maken van aanvullende criteria.
Artikel 4
Gemiddelde specifieke CO2-emissies van een fabrikant
Vanaf 1 juli 2020, en in elke daaropvolgende rapporteringsperiode, bepaalt de Commissie voor elke fabrikant de gemiddelde specifieke CO2-emissies in g/tkm voor de voorgaande rapporteringsperiode, en houdt daarbij rekening met:
de gerapporteerde gegevens over nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant die in de voorgaande rapporteringsperiode zijn geregistreerd;
de overeenkomstig artikel 5 bepaalde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen, en
in de rapporteringsperioden van de jaren 2030 tot en met 2034, nieuwe emissievrije werkvoertuigen die vallen binnen het toepassingsgebied van punt 1.1.1 van bijlage I.
De gemiddelde specifieke CO2-emissies worden bepaald overeenkomstig punt 2.7 van bijlage I.
Artikel 5
Emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen
In de factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen wordt rekening gehouden met het aantal emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen van categorie N in het wagenpark van de fabrikant en met de CO2-emissies daarvan.
Voor de toepassing van lid 1 worden de emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen voor de rapporteringsperioden 2019 tot en met 2024 als volgt geteld:
een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig telt als twee voertuigen; en
een emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig telt als maximaal twee voertuigen, al naargelang de specifieke CO2-emissies ervan en de lage-emissiedrempel van de subgroep voertuigen waartoe het voertuig behoort als gedefinieerd in punt 2.3.3 van bijlage I.
De factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen wordt bepaald overeenkomstig punt 2.3.1 van bijlage I.
Artikel 6
Specifieke CO2-emissiedoelstellingen van een fabrikant
Voor de rapporteringsperiode van het jaar 2025 en voor elke daaropvolgende rapporteringsperiode bepaalt de Commissie voor elke fabrikant een specifieke CO2-emissiedoelstelling voor de voorgaande rapporteringsperiode. Die doelstelling wordt bepaald overeenkomstig punt 4.1 van bijlage I.
Artikel 6 bis
Overdracht van zware bedrijfsvoertuigen tussen fabrikanten
Voor de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van fabrikanten overeenkomstig artikel 4 en punt 2.2 van bijlage I mogen afzonderlijke zware bedrijfsvoertuigen worden overgedragen tussen fabrikanten, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
voor alle overdrachten: de aanvraag moet door de overdragende en de ontvangende fabrikant samen worden ingediend;
voor de overdracht van andere zware bedrijfsvoertuigen dan emissievrije zware bedrijfsvoertuigen: de overdragende en de ontvangende fabrikant behoren tot een groep van onderling verbonden fabrikanten;
voor de overdracht van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen tussen fabrikanten die niet tot een groep van onderling verbonden fabrikanten behoren: het aantal emissievrije zware bedrijfsvoertuigen dat aan een fabrikant wordt overgedragen bedraagt niet meer dan 5 % van alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van die fabrikant die in een bepaalde rapporteringsperiode zijn geregistreerd.
De fabrikanten dienen de overdrachtsverzoeken in bij de Commissie door middel van de door de Commissie verstrekte elektronische hulpmiddelen.
Artikel 6 ter
Vrijstelling voor fabrikanten die weinig zware bedrijfsvoertuigen produceren
De in lid 1 bedoelde vrijstelling geldt niet in een bepaalde rapporteringsperiode in een van de volgende gevallen:
indien de fabrikant daarom verzoekt;
indien de fabrikant verzoekt om een overdracht van zware bedrijfsvoertuigen overeenkomstig artikel 6 bis;
indien de fabrikant deel uitmaakt van een groep van onderling verbonden fabrikanten die samen in die rapporteringsperiode meer dan honderd zware bedrijfsvoertuigen hebben geregistreerd, of deel uitmaakt van een groep van onderling verbonden fabrikanten, waaronder een fabrikant waarvoor punt a) of punt b) geldt.
Artikel 7
Emissiekredieten en emissieschulden
►M1 Om te bepalen of een fabrikant zijn specifieke CO2-emissiedoelstellingen in de rapporteringsperioden van de jaren 2025 tot en met 2039 heeft nageleefd, wordt rekening gehouden met zijn emissiekredieten en -schulden, bepaald overeenkomstig punt 5 van bijlage I, die overeenkomen met het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in een rapporteringsperiode, vermenigvuldigd met: ◄
het verschil tussen het in lid 2 bedoelde CO2-emissiereductietraject en de gemiddelde specifieke CO2-emissies van die fabrikant, als dat verschil positief is („emissiekredieten”); of
het verschil tussen de gemiddelde specifieke CO2-emissies en de specifieke CO2-emissiedoelstelling van die fabrikant, als dat verschil positief is („emissieschulden”).
De emissiekredieten worden in de rapporteringsperioden van de jaren 2019 tot en met ►M1 2039 ◄ verworven. De in de rapporteringsperioden van de jaren 2019 tot en met 2024 verworven emissiekredieten worden echter uitsluitend in aanmerking genomen om te bepalen of de fabrikant de specifieke CO2-emissiedoelstelling van de rapporteringsperiode van het jaar 2025 heeft nageleefd.
De emissieschulden worden in de rapporteringsperioden van de jaren 2025 tot en met 2039 verworven. De totale schuld van een fabrikant mag echter niet meer bedragen dan 5 % van de specifieke CO2-emissiedoelstelling van de fabrikant, vermenigvuldigd met het aantal zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in die periode (“emissieschuldlimiet”).
De in de rapporteringsperioden van de jaren 2025 tot en met 2039 verworven emissiekredieten en -schulden worden, indien van toepassing, van de ene rapporteringsperiode op de andere overgedragen. Eventuele resterende emissieschulden worden echter weggewerkt in de rapporteringsperioden van de jaren 2029, 2034 en 2039. De emissiekredieten worden in aanmerking genomen om te bepalen of de fabrikant de specifieke CO2-emissiedoelstelling heeft nageleefd, uitsluitend voor een van de rapporteringsperiode van zeven jaar na de rapporteringsperiode waarin deze emissiekredieten zijn verworven.
Het CO2-emissiereductietraject wordt voor elke fabrikant overeenkomstig punt 5.1.2 van bijlage I bepaald op basis van de volgende lineaire trajecten:
tussen de referentie-CO2-emissies en de CO2-emissiedoelstellingen voor de rapporteringsperiode van het jaar 2025 of 2030: overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, punten a) en b);
tussen de CO2-emissiedoelstelling voor de rapporteringsperiode van het jaar 2025 en de CO2-emissiedoelstelling voor de rapporteringsperiode van het jaar 2030: overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, punt b);
tussen de CO2-emissiedoelstelling voor de rapporteringsperiode van het jaar 2030 en de CO2-emissiedoelstelling voor de rapporteringsperiode van het jaar 2035: overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, punt c), en
tussen de CO2-emissiedoelstelling voor de rapporteringsperiode van het jaar 2035 en de CO2-emissiedoelstelling voor de rapporteringsperiode van het jaar 2040: overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, punt d).
Artikel 7 bis
Toeschrijving van zware bedrijfsvoertuigen aan een fabrikant
Bij de berekening van de in artikel 4 bedoelde gemiddelde specifieke CO2-emissies en de in artikel 6 bedoelde specifieke CO2-emissiedoelstellingen worden de in een bepaalde rapporteringsperiode geregistreerde zware bedrijfsvoertuigen toegeschreven aan de volgende fabrikanten:
zware bedrijfsvoertuigen van categorie N aan de voertuigfabrikant zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 4a, van Verordening (EU) 2017/2400;
zware bedrijfsvoertuigen van categorie M aan de primairevoertuigfabrikant zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 29, van Verordening (EU) 2017/2400;
zware bedrijfsvoertuigen van categorie O aan de voertuigfabrikant zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362 van de Commissie ( 8 ).
Artikel 7 ter
Berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van zware bedrijfsvoertuigen van categorie M
Voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M geldt het volgende:
voor de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van een fabrikant in een subgroep voertuigen, wordt een nieuw zwaar bedrijfsvoertuig van categorie M in aanmerking genomen met zijn specifieke CO2-emissies als compleet of voltooid voertuig uit hoofde van punt 2.2.2 van bijlage I, en wordt het niet in aanmerking genomen in punt 2.2.3 van die bijlage;
in afwijking van punt a) van dit artikel, wordt op verzoek van de in artikel 7 bis, punt b), bedoelde primairevoertuigfabrikant aan de Commissie en onder de in punt c) van dit artikel uiteengezette voorwaarde een nieuw zwaar bedrijfsvoertuig van categorie M echter in aanmerking genomen met de specifieke CO2-emissies van zijn primaire voertuig in punt 2.2.3 van bijlage I, en niet in aanmerking genomen in punt 2.2.2 van die bijlage;
een verzoek uit hoofde van punt b) van dit artikel voor een nieuw zwaar bedrijfsvoertuig van categorie M is niet ontvankelijk indien de primairevoertuigfabrikant en de in artikel 3, punt 4a, van Verordening (EU) 2017/2400 gedefinieerde voertuigfabrikant van het complete of voltooide voertuig, onderling verbonden ondernemingen zijn of deel uitmaken van dezelfde juridische entiteit; door een dergelijk verzoek in te dienen verklaart de primairevoertuigfabrikant dat zij geen onderling verbonden ondernemingen zijn noch deel uitmaken van dezelfde juridische entiteit; hij verstrekt de Commissie op verzoek ondersteunende informatie;
de Commissie stelt, daarbij ondersteund door het Europees Milieuagentschap (EEA), onverwijld in elektronische vorm de hulpmiddelen en procedurele richtsnoeren beschikbaar die fabrikanten nodig hebben om de in punt b) bedoelde verzoeken bij de Commissie in te dienen.
Artikel 8
Naleving van de specifieke CO2-emissiedoelstellingen
Een fabrikant wordt in de volgende gevallen geacht overtollige CO2-emissies te hebben:
wanneer in een of meer rapporteringsperioden van de jaren 2025 tot en met 2028, 2030 tot en met 2033 of 2035 tot en met 2038 de som van de emissieschulden, verminderd met de som van de emissiekredieten hoger is dan de in artikel 7, lid 1, derde alinea, bedoelde emissieschuldlimiet;
wanneer in de rapporteringsperioden van de jaren 2029, 2034, 2039 en 2040 de som van de emissieschulden, verminderd met de som van de emissiekredieten, positief is;
wanneer vanaf de rapporteringsperiode van het jaar 2041 de gemiddelde specifieke CO2-emissies van de fabrikant hoger zijn dan zijn specifieke CO2-emissiedoelstelling.
De overtollige CO2-emissies in een bepaalde rapporteringsperiode worden berekend overeenkomstig punt 6 van bijlage I.
Artikel 9
Controle van de monitoringgegevens
Typegoedkeuringsinstanties en fabrikanten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de volgende afwijkingen van de gerapporteerde gegevens:
indien de CO2-emissiewaarden van zware bedrijfsvoertuigen tijdens het gebruik, gemeten bij overeenkomstig de procedure van artikel 13 van deze verordening uitgevoerde verificaties, afwijken van de waarden die zijn vermeld in certificaten van overeenstemming of het klanteninformatiedossier zoals bedoeld in artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2400;
indien fouten zijn vastgesteld als gevolg van foutieve inputgegevens of andere oorzaken bij het bepalen van de CO2-emissiewaarde;
indien fouten zijn vastgesteld bij de uitvoering van de CO2-monitoring en -rapportage;
alle andere afwijkingen dan de in de punten a), b) en c), bedoelde afwijkingen.
Artikel 10
Beoordeling van de referentiewaarden van de CO2-emissies
Artikel 11
Publicatie van gegevens en van de prestatie van de fabrikant
De Commissie publiceert, door middel van uitvoeringshandelingen, jaarlijks uiterlijk op 30 april een lijst met:
vanaf 1 juli 2020: voor elke fabrikant, zijn in artikel 4 bedoelde gemiddelde specifieke CO2-emissie in de voorgaande rapporteringsperiode;
vanaf 1 juli 2020: voor elke fabrikant, zijn in artikel 5 bedoelde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen in de voorgaande rapporteringsperiode;
vanaf 1 juli 2026: voor elke fabrikant, zijn in artikel 6 bedoelde specifieke CO2-emissiedoelstelling in de voorgaande rapporteringsperiode;
van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2041: voor elke fabrikant, het CO2-emissiereductietraject, zijn emissiekredieten en, vanaf 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2041, zijn emissieschulden in de voorgaande rapporteringsperiode, zoals bedoeld in artikel 7;
vanaf 1 juli 2026: voor elke fabrikant, zijn in artikel 8, lid 2, bedoelde overtollige CO2-emissies in de voorgaande rapporteringsperiode;
vanaf 1 juli 2020: het gemiddelde van de specifieke CO2-emissies van alle in de voorgaande rapporteringsperiode in de Unie geregistreerde nieuwe zware bedrijfsvoertuigen.
De lijst die uiterlijk op 30 april van het jaar na het jaar waarin een referentieperiode afloopt, moet worden bekendgemaakt, bevat de in die referentieperiode bepaalde referentie-CO2-emissies.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om de in lid 1 bedoelde lijst te wijzigen indien:
de in Verordening (EG) nr. 595/2009 bedoelde typegoedkeuringsprocedures worden gewijzigd en dit geen zodanige wijzigingen betreft van de waarden inzake de belasting en het aantal passagiers die worden gebruikt om de CO2-emissies te bepalen dat de CO2-emissies van de op grond van lid 3 gespecificeerde representatieve zware bedrijfsvoertuigen met meer dan 5 g CO2/km toe- of afnemen; in dergelijke gevallen worden de aangepaste referentie-emissies berekend overeenkomstig bijlage II, punt 1, en worden nieuwe waarden gepubliceerd als aanvulling op de voorgaande waarden, waarbij wordt aangegeven in welke rapporteringsperiode de waarden voor het eerst van toepassing zijn;
de bijlagen overeenkomstig artikel 14, lid 1, punten a) tot en met f), zijn gewijzigd; in dergelijke gevallen worden de eerder bekendgemaakte referentiewaarden van de CO2-emissies herberekend overeenkomstig bijlage I, rekening houdend met de parameters die overeenkomstig artikel 14, lid 1, punten a) tot en met f), zijn gewijzigd, en wordt de herberekende reeks referentie-CO2-emissies bekendgemaakt en vervangt deze de vorige referentie-emissies met ingang van de rapporteringsperiode waarin de overeenkomstig artikel 14, lid 1, punten a) tot en met f), gewijzigde parameters voor het eerst van toepassing zijn.
Artikel 12
Werkelijke CO2-emissies en werkelijk energieverbruik
Bovendien verzamelt de Commissie op regelmatige basis gegevens over de werkelijke CO2-emissies en het werkelijk energieverbruik van zware bedrijfsvoertuigen aan de hand van boordapparatuur voor het monitoren van het brandstof- en/of energieverbruik, te beginnen met nieuwe zware bedrijfsvoertuigen die zijn geregistreerd vanaf de datum van toepassing van de maatregelen als bedoeld in artikel 5 quater, onder b) van Verordening (EG) nr. 595/2009.
De Commissie waarborgt dat het publiek wordt ingelicht over hoe die representativiteit zich in de loop van de tijd ontwikkelt.
Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel zorgt de Commissie ervoor dat de volgende parameters betreffende de werkelijke CO2-emissies en het werkelijke energieverbruik van zware bedrijfsvoertuigen, vanaf de datum van toepassing van de maatregelen als bedoeld in artikel 5 quater, onder b) van Verordening (EG) nr. 595/2009, op gezette tijden door fabrikanten, nationale instanties of via directe gegevensoverdracht uit voertuigen, naargelang het geval, ter beschikking van de Commissie worden gesteld:
voertuigidentificatienummer;
brandstof- en elektriciteitsverbruik;
totale afgelegde afstand;
belasting;
voor extern oplaadbare hybride elektrische zware bedrijfsvoertuigen: brandstof- en elektriciteitsverbruik en de afgelegde afstand per rijmodus;
andere parameters die nodig zijn om te waarborgen dat de verplichting van lid 1 van dit artikel kan worden nageleefd.
De Commissie verwerkt de op grond van de eerste alinea van dit lid ontvangen gegevens om een geanonimiseerde en geaggregeerde dataset, onder meer per fabrikant, tot stand te brengen voor de toepassing van lid 1. De voertuigidentificatienummers worden uitsluitend gebruikt voor die gegevensverwerking en worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor dat doel.
De Commissie zorgt voor monitoring en jaarlijkse rapportering in verband met de ontwikkeling van de in de eerste alinea bedoelde kloof en beoordeelt, om te voorkomen dat de kloof groter wordt, in 2027 of het haalbaar is een mechanisme in te voeren om de gemiddelde specifieke CO2-emissies van een fabrikant vanaf 2030 bij te stellen, en komt in voorkomend geval met een wetgevingsvoorstel om een dergelijk mechanisme tot stand te brengen.
Artikel 13
Verificatie van de CO2-emissies van zware bedrijfsvoertuigen tijdens het gebruik
Typegoedkeuringsinstanties verifiëren tevens of er sprake is van eventuele strategieën aan boord of met betrekking tot de in de steekproef opgenomen voertuigen die de prestaties van het voertuig op kunstmatige wijze verbeteren in de voor typegoedkeuring uitgevoerde tests of gemaakte berekeningen om de CO2-emissies en het brandstofverbruik te certificeren, onder meer door gebruik te maken van gegevens van boordapparatuur voor brandstof- en/of energieverbruik.
De Commissie is bevoegd, voorafgaand aan de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen, overeenkomstig artikel 17 een gedelegeerde handeling vast te stellen om deze verordening aan te vullen met de leidende beginselen en criteria voor het omschrijven van de in de eerste alinea bedoelde procedures.
Artikel 13 bis
Monitoring en rapportering door de lidstaten
Met ingang van 2020 rapporteren de bevoegde autoriteiten van de lidstaten elk jaar uiterlijk op 30 september de gegevens van de vorige rapporteringsperiode van 1 juli tot en met 30 juni aan de Commissie, volgens de in bijlage V beschreven rapporteringsprocedure.
Artikel 13 ter
Rapportering door fabrikanten of andere entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de CO2-emissies van een zwaar bedrijfsvoertuig
Uiterlijk op 30 september van elk jaar rapporteren zij die gegevens overeenkomstig de rapporteringsprocedure van bijlage V aan de Commissie voor elk nieuw zwaar bedrijfsvoertuig met een datum van bepaling of van beoordeling die binnen de rapporteringsperiode die eindigt op 30 juni, valt.
Dit lid is niet van toepassing op zware bedrijfsvoertuigen die op grond van artikel 6 ter zijn vrijgesteld.
Artikel 13 quater
Centraal register voor gegevens over zware bedrijfsvoertuigen
Het centraal register is openbaar toegankelijk, met uitzondering van de in bijlage V, punt 3.2, vermelde gegevens.
De waarde voor luchtweerstand wordt openbaar gemaakt in een schaal zoals beschreven in deel C van bijlage IV.
Artikel 13 quinquies
Monitoring van de resultaten van controletests op de weg
Artikel 13 sexies
Kwaliteit van de gegevens
Artikel 13 septies
Administratieve boetes
De Commissie kan een administratieve boete opleggen indien:
zij constateert dat de door de fabrikant op grond van artikel 13 ter van deze verordening gerapporteerde gegevens afwijken van de gegevens van het gegevensdossier van de fabrikant of het op grond van Verordening (EG) nr. 595/2009 afgegeven typegoedkeuringscertificaat, en de afwijking het gevolg is van opzet of ernstige nalatigheid;
de gegevens niet binnen de in artikel 13 ter, lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn worden ingediend en de vertraging niet naar behoren te verantwoorden is.
Voor het verifiëren van de in punt a) bedoelde gegevens pleegt de Commissie overleg met de bevoegde typegoedkeuringsinstanties.
De administratieve boetes zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend en bedragen niet meer dan 30 000 EUR per zwaar bedrijfsvoertuig waarop de afwijkende of vertraagde gegevens zoals bedoeld in de punten a) en b) betrekking hebben.
Die gedelegeerde handelingen zijn in overeenstemming met de volgende beginselen:
de procedure eerbiedigt het recht op behoorlijk bestuur, en met name het recht om te worden gehoord en het recht op toegang tot het dossier, zulks met inachtneming van de legitieme belangen inzake vertrouwelijkheid en het handelsgeheim;
bij het berekenen van de passende administratieve boetes baseert de Commissie zich op de beginselen van doeltreffendheid, evenredigheid en afschrikking, en houdt zij in voorkomend geval rekening met de ernst en gevolgen van de afwijking of vertraging, het aantal bij de afwijkende of vertraagde gegevens betrokken zware bedrijfsvoertuigen, de goede trouw van de fabrikant, de mate van zorgvuldigheid en medewerking van de fabrikant, de herhaling, frequentie en duur van de afwijking of vertraging, en eerdere sancties die aan dezelfde fabrikant zijn opgelegd;
administratieve boetes worden zonder onnodige vertraging geïnd door betalingstermijnen vast te stellen en door in voorkomend geval de mogelijkheid te bieden om betalingen van die boetes in verschillende termijnen en fasen op te splitsen.
Artikel 14
Wijziging van de bijlagen I, IV en V
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de volgende elementen van bijlage I bij deze verordening, teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, de ontwikkeling van de goederenlogistiek, de nodige aanpassingen naar aanleiding van de toepassing van deze verordening en wijzigingen van de onderliggende typegoedkeuringsrechtshandelingen, met name de Verordeningen (EU) 2018/858 en (EG) nr. 595/2009:
de criteria voor de definitie van subgroepen voertuigen in punt 1.1, met inbegrip van de toevoeging van afzonderlijke subgroepen voertuigen voor vrachtwagens voor extra zware combinaties;
de criteria voor de definitie van werkvoertuigen in punt 1.2;
de criteria voor de operationele bereiken van verschillende aandrijftechnologieën in punt 1.3;
de lijst van missieprofielen in punt 1.4;
het gewicht van missieprofielen in de punten 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3;
de belasting, het aantal passagiers, de massa van de passagiers, de technisch toelaatbare maximale belasting, het technisch toelaatbare maximumaantal passagiers en de vrachtvolumes van de subgroepen voertuigen in punt 2.5;
de in de punten 2.6.1, 2.6.2 en 2.6.3 vermelde waarden voor de jaarlijks afgelegde afstand.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de volgende elementen van bijlage IV:
de gegevensvereisten van de delen A en B, teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, de nodige aanpassingen naar aanleiding van de toepassing van deze verordening en wijzigingen van de onderliggende typegoedkeuringsrechtshandelingen, met name de Verordeningen (EU) 2018/858 en (EG) nr. 595/2009;
de waardeschalen voor de luchtweerstand in deel C, om deze te actualiseren of aan te passen, teneinde rekening te houden met veranderingen in het ontwerp van zware bedrijfsvoertuigen en ervoor te zorgen dat die waardeschalen geschikt blijven voor informatie- en vergelijkbaarheidsdoeleinden.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de volgende elementen van bijlage V:
de in bijlage V uiteengezette rapporteringsprocedure, teneinde rekening te houden met ervaring die is opgedaan bij de toepassing van deze verordening, en om die rapporteringsprocedure aan te passen aan de technische vooruitgang;
punt 3.2 door gegevens toe te voegen die aan het centraal register zijn toegevoegd.
Artikel 15
Evaluatie
In dat verslag beoordeelt de Commissie met name het volgende:
het aantal registraties van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen in de lidstaten;
de vooruitgang bij de uitrol van openbare en particuliere oplaad- en tankinfrastructuur van alternatieve brandstoffen voor onder deze verordening vallende zware bedrijfsvoertuigen, alsook het bestaan van infrastructurele beperkingen in derde landen op de exploitatie van nieuw in de Unie geregistreerde zware bedrijfsvoertuigen buiten de Unie;
de gevolgen voor de werkgelegenheid, met name voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), de doeltreffendheid van maatregelen ter ondersteuning van omscholing en bijscholing van werknemers en het belang van een economisch haalbare en sociaal rechtvaardige transitie naar emissievrije mobiliteit op de weg; bijzondere nadruk wordt gelegd op de gevolgen voor perifere lidstaten en op de gevolgen voor het vervoer van bederfelijke goederen;
of de voortzetting van de in artikel 6 ter uiteengezette vrijstelling voor fabrikanten die weinig voertuigen produceren, nog steeds gerechtvaardigd is;
de gevolgen van de vaststelling van minimumdrempels voor energie-efficiëntie voor nieuwe emissievrije zware bedrijfsvoertuigen die in de Unie in de handel worden gebracht;
het niveau van de bijdrage voor overtollige CO2-emissies teneinde ervoor te zorgen dat deze hoger is dan de gemiddelde marginale kosten van de technologieën die nodig zijn om de CO2-emissiereductiedoelstellingen te verwezenlijken;
de opname in de CO2-emissiereductiedoelstellingen van de volgende momenteel niet onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/2400 vallende zware bedrijfsvoertuigen:
kleine vrachtwagens met een TPMLM van minder dan of gelijk aan 5 ton, na een onderzoek naar de geschiktheid van de bepaling van de CO2-emissies voor dergelijke zware bedrijfsvoertuigen, overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2400 (VECTO-simulaties), rekening houdend met Verordening (EU) 2017/1151, en
voertuigen voor speciale doeleinden, terreinvoertuigen en terreinvoertuigen voor speciale doeleinden;
eventuele specifieke beperkingen om te voldoen aan artikel 3 quinquies, lid 1, vanwege de sociaal-economische kosten en baten op een specifiek terrein of onder specifieke weersomstandigheden, alsook recente investeringen in biomethaan door overheidsinstanties;
de rol van een koolstofcorrectiefactor bij de transitie naar emissievrije mobiliteit in de sector zware bedrijfsvoertuigen;
de rol van een methodologie voor de registratie van zware bedrijfsvoertuigen die uitsluitend op CO2-neutrale brandstoffen rijden, in overeenstemming met het Unierecht en de klimaatneutraliteitsdoelstelling van de Unie;
of de invoering van nieuwe subgroepen voertuigen voor vrachtwagens voor extra zware combinaties heeft geleid tot een onnodige verhoging van het nominale motorvermogen;
de mogelijkheid om een gemeenschappelijke Uniemethodologie te ontwikkelen voor de beoordeling en consistente gegevensrapportering met betrekking tot de CO2-emissies gedurende de volledige levenscyclus van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen die in de Unie in de handel zijn gebracht;
opties om emissievrije zware bedrijfsvoertuigen op te nemen die omgebouwde eerder geregistreerde conventionele zware bedrijfsvoertuigen zijn, met het oog op de nalevingsbeoordeling in het kader van deze verordening.
Dat verslag gaat waar nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening.
Artikel 16
Comitéprocedure
Artikel 17
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 18
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 595/2009
Verordening (EG) nr. 595/2009 wordt als volgt gewijzigd:
aan de eerste alinea van artikel 2 wordt de volgende zin toegevoegd:
„Zij is, voor de toepassing van de artikelen 5 bis, 5 ter en 5 quater, tevens van toepassing op voertuigen van de categorieën O3 en O4.”;
de volgende artikelen worden ingevoegd:
„Artikel 5 bis
Specifieke vereisten voor fabrikanten met betrekking tot de milieuprestaties van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4
De fabrikanten zorgen ervoor dat alle nieuwe voertuigen van de categorieën O3 en O4 die verkocht, geregistreerd of in het verkeer gebracht worden aan de volgende vereisten voldoen:
de invloed van deze voertuigen op de CO2-emissies, het brandstofverbruik, elektriciteitsverbruik en het nulemissiebereik van motorvoertuigen wordt bepaald in overeenstemming met de in artikel 5 quater, onder a), bedoelde methodologie;
zij zijn uitgerust met boordapparatuur voor de monitoring en registratie van de belasting in overeenstemming met de in artikel 5 quater, onder b), bedoelde vereisten.
Zij zorgen er tevens voor dat het nulemissiebereik en het elektriciteitsverbruik van deze voertuigen wordt bepaald in overeenstemming met de in artikel 5 quater, onder c), bedoelde methodologie;
Artikel 5 ter
Specifieke vereisten voor lidstaten met betrekking tot de milieuprestaties van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4
Artikel 5 quater
Maatregelen voor de vaststelling van bepaalde aspecten van de milieuprestatie van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4
Uiterlijk op 31 december 2021 stelt de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, de volgende maatregelen vast:
een methodologie ter beoordeling van de prestaties van voertuigen van de categorieën O3 en O4 wat betreft hun invloed op CO2-emissies, brandstofverbruik, elektriciteitsverbruik en nulemissiebereik van motorvoertuigen;
technische voorschriften voor de uitrusting met boordapparatuur voor de monitoring en registratie van het brandstof- en/of energieverbruik en de afgelegde afstand van motorvoertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3, en voor de vaststelling en registratie van de belasting of het totale gewicht van voertuigen die voldoen aan de kenmerken als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, eerste alinea, onder a), b), c) of d), van Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad ( 10 ) en van de combinatie hiervan met voertuigen van de categorieën O3 en O4, met inbegrip van, indien noodzakelijk, de uitwisseling van gegevens tussen voertuigen binnen een combinatie;
een methodologie voor de vaststelling van nulemissiebereik en het elektriciteitsverbruik van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3.
Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bis bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
het volgende artikel wordt toegevoegd:
„Artikel 13 bis
Comitéprocedure
Artikel 19
Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/956
Verordening (EU) 2018/956 wordt als volgt gewijzigd:
artikel 3 wordt vervangen door:
„Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities die zijn vastgesteld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ), in Verordening (EG) nr. 595/2009 en in Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 )
artikel 4, lid 1, wordt vervangen door:
Met ingang van 2020 rapporteren de bevoegde autoriteiten van de lidstaten elk jaar uiterlijk op 30 september de gegevens van de vorige rapporteringsperiode van 1 juli tot en met 30 juni aan de Commissie, volgens de in bijlage II beschreven rapporteringsprocedure.
Voor het jaar 2019 omvatten de uiterlijk op 30 september 2020 gerapporteerde gegevens de gegevens die van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2020 zijn gemonitord.
Gegevens met betrekking tot nieuwe zware bedrijfsvoertuigen die eerder buiten de Unie zijn geregistreerd, worden niet gemonitord en gerapporteerd, tenzij deze registratie minder dan drie maanden voor de registratie in de Unie heeft plaatsgevonden.”;
artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:
Met ingang van de in bijlage I, deel B, punt 1, vastgelegde aanvangsjaren rapporteren fabrikanten van zware bedrijfsvoertuigen deze gegevens elk jaar uiterlijk op 30 september voor elk nieuw zwaar bedrijfsvoertuig met een datum van simulatie binnen de voorgaande rapporteringsperiode van 1 juli tot en met 30 juni aan de Commissie, volgens de in bijlage II beschreven rapporteringsprocedure.
Voor het jaar 2019 rapporteren fabrikanten van zware bedrijfsvoertuigen deze gegevens voor elk nieuw zwaar bedrijfsvoertuig met een datum van simulatie binnen de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2020.
De datum van simulatie is de overeenkomstig bijlage I, deel B, punt 2, veld 71, gerapporteerde datum.”;
artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:
in bijlage II wordt punt 3.2 vervangen door:
De gegevens over de zware bedrijfsvoertuigen die in de voorgaande rapporteringsperiode zijn geregistreerd en in het register zijn opgenomen, worden uiterlijk op 30 april van elk jaar, met ingang van 2021, bekendgemaakt, met uitzondering van de in artikel 6, lid 1, bedoelde gegevens.”.
Artikel 20
Wijzigingen van Richtlijn 96/53/EG
Richtlijn 96/53/EG wordt als volgt gewijzigd:
in artikel 2 wordt de volgende definitie ingevoegd na de definitie van „door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuig”:
„emissievrij voertuig”: een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, onder 11), van Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad ( 14 ).
artikel 10 ter wordt vervangen door:
„Artikel 10 ter
Het maximaal toegestane gewicht van door alternatieve brandstoffen aangedreven of emissievrije voertuigen komt overeen met het gewicht dat is vastgesteld in de punten 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2.4, 2.3.1, 2.3.2 en 2.4 van bijlage I.
Door alternatieve brandstoffen aangedreven of emissievrije voertuigen voldoen tevens aan de in bijlage I, punt 3, vastgestelde maximaal toegestane asdruk.
Het bijkomend gewicht dat voor door alternatieve brandstoffen aangedreven of emissievrije voertuigen nodig is, wordt gedefinieerd op basis van de documentatie die door de fabrikant bij de goedkeuring van het betrokken voertuig wordt verstrekt. Dat bijkomende gewicht wordt vermeld in de officiële bewijzen die overeenkomstig artikel 6 vereist zijn.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 nonies gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het actualiseren, voor de doelstellingen van deze richtlijn, van de in artikel 2 opgenomen lijst van alternatieve brandstoffen die een bijkomend gewicht vereisen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie zoals gebruikelijk overlegt met deskundigen, onder meer uit de lidstaten, voordat zij die gedelegeerde handelingen vaststelt.”;
bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
in de tweede kolom van de punten 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 en 2.2.4 wordt de volgende alinea toegevoegd:
„In het geval van voertuigcombinaties met door alternatieve brandstoffen aangedreven of emissievrije voertuigen, wordt het maximaal toegestane gewicht als voorzien in deze sectie verhoogd met het voor de alternatieve brandstoftechnologie of emissievrije technologie vereiste extra gewicht van ten hoogste 1 en 2 ton respectievelijk.”;
in de tweede kolom van punt 2.3.1 wordt de volgende alinea toegevoegd:
„Emissievrije voertuigen: het maximaal toegestane gewicht van 18 ton wordt met het voor de emissievrije technologie vereiste extra gewicht verhoogd met ten hoogste 2 ton.”;
in de derde kolom van punt 2.3.2 wordt de volgende alinea toegevoegd:
„Emissievrije voertuigen met drie assen: het maximaal toegestane gewicht van 25, of 26 ton wanneer de aangedreven as is uitgerust met dubbele banden en luchtvering of met een op Unieniveau als gelijkwaardig volgens de definitie in bijlage II erkende vering of wanneer elke aangedreven as is uitgerust met dubbele banden en de maximumdruk van elke as niet meer dan 9,5 ton bedraagt, wordt met het voor de emissievrije technologie vereiste extra gewicht verhoogd met ten hoogste 2 ton.”;
in de derde kolom van punt 2.4 wordt de volgende alinea toegevoegd:
„Emissievrije autobussen met drie assen: het maximaal toegestane gewicht van 28 ton wordt met het voor de alternatieve emissievrije technologie vereiste extra gewicht verhoogd met ten hoogste 2 ton.”.
Artikel 21
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Gemiddelde specifieke CO2-emissies, gemiddelde specifieke CO2-emissiedoelstellingen en overtollige CO2-emissies
1. Subgroepen voertuigen
1.1. Voor de toepassing van deze verordening wordt elk nieuw zwaar bedrijfsvoertuig ingedeeld in een subgroep voertuigen sg.
1.1.1. Voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie N wordt de subgroep voertuigen sg bepaald als volgt:
|
Voertuiggroep op grond van bijlage I bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Soort cabine |
Motorvermogen |
Operationeel bereik |
Toegewezen subgroep voertuigen (sg) voor de toepassing van deze verordening (*1) |
|
|
Andere voertuigen dan werkvoertuigen |
Werkvoertuigen |
||||
|
53 en emissievrije zware bedrijfsvoertuigen in 51 |
Alle |
53 |
53v |
||
|
54 en emissievrije zware bedrijfsvoertuigen in 52 |
Alle |
54 |
— |
||
|
1s |
Alle |
1s |
1sv |
||
|
1 |
Alle |
1 |
1v |
||
|
2 |
Alle |
2 |
2v |
||
|
3 |
Alle |
3 |
3v |
||
|
4 |
Alle |
<170 kW |
Alle |
4-UD |
4v |
|
Dagcabine |
≥170 kW |
Alle |
4-RD |
||
|
Slaap-cabine |
≥170 kW en <265 kW |
||||
|
Slaap-cabine |
≥265 kW |
<350 km |
|||
|
Slaap-cabine |
≥265 kW |
≥350 km |
4-LH |
||
|
9 |
Dag-cabine |
Alle |
Alle |
9-RD |
9v |
|
Slaap-cabine |
Alle |
<350 km |
|||
|
Slaapcabine |
Alle |
≥350 km |
9-LH |
||
|
5 |
Dagcabine |
Alle |
Alle |
5-RD |
5v |
|
Slaap-cabine |
<265 kW |
||||
|
Slaap-cabine |
≥265 kW |
<350 km |
|||
|
Slaapcabine |
≥265 kW |
≥350 km |
5-LH |
||
|
10 |
Dag-cabine |
Alle |
Alle |
10-RD |
10v |
|
Slaap-cabine |
Alle |
<350 km |
|||
|
Slaap-cabine |
Alle |
≥350 km |
10-LH |
||
|
11 |
Alle |
11 |
11v |
||
|
12 |
Alle |
12 |
12v |
||
|
16 |
Alle |
16 |
16v |
||
|
(*1)
Voor de berekening van het aandeel voertuigen en gemiddelde specifieke CO2-emissies van fabrikanten in rapporteringsperioden van de jaren 2030 tot en met 2034 overeenkomstig respectievelijk de punten 2.4 en 2.7 worden emissievrije werkvoertuigen van categorie N als volgt toegewezen: |
|||||
|
Emissievrij werkvoertuig in subgroep voertuigen |
Toegewezen aan subgroep voertuigen |
|
53v |
53 |
|
1sv |
1s |
|
1v |
1 |
|
2v |
2 |
|
3v |
3 |
|
4v |
4-UD |
|
5v |
5-RD |
|
9v |
9-RD |
|
10v |
10-RD |
|
11v |
11 |
|
12v |
12 |
|
16v |
16 |
“Slaapcabine”: een cabine met een ruimte achter de zitplaats van de bestuurder die is bedoeld om in te slapen, zoals gerapporteerd op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter.
“Dagcabine”: een cabine die geen slaapcabine is.
Wanneer een nieuw zwaar bedrijfsvoertuig aan subgroep voertuigen 4-UD wordt toegewezen maar gegevens over de CO2-emissies in g/km ontbreken voor de missieprofielen UDL of UDR zoals gedefinieerd in punt 1.4, wordt het nieuwe zware bedrijfsvoertuig aan de subgroep voertuigen 4-RD toegewezen.
“Operationeel bereik”: de afstand die een zwaar bedrijfsvoertuig kan afleggen bij vervoer over lange afstanden zonder dat het hoeft te worden opgeladen of bijgetankt, zoals bepaald overeenkomstig punt 1.3.
1.1.2. Voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M wordt de subgroep voertuigen sg als volgt bepaald:
|
Voertuiggroep op grond van bijlage I bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Toegewezen subgroep voertuigen (sg) voor de toepassing van deze verordening |
|
31a, 31d |
31-LF |
|
31b1 |
31-L1 |
|
31b2 |
31-L2 |
|
31c, 31e |
31-DD |
|
32a, 32b |
32-C2 |
|
32c, 32d |
32-C3 |
|
32e, 32f |
32-DD |
|
33a, 33d, 37a, 37d |
33-LF |
|
33b1, 37b1 |
33-L1 |
|
33b2, 37b2 |
33-L2 |
|
33c, 33e, 37c, 37e |
33-DD |
|
34a, 34b, 36a, 36b, 38a, 38b, 40a, 40b |
34-C2 |
|
34c, 34d, 36c, 36d, 38c, 38d, 40c, 40d |
34-C3 |
|
34e, 34f, 36e, 36f, 38e, 38f, 40e, 40f |
34-DD |
|
35a, 35b1, 35b2, 35c |
35-FE |
|
39a, 39b1, 39b2, 39c |
39-FE |
1.1.3. Voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie O wordt de subgroep voertuigen sg als volgt bepaald:
|
Voertuiggroep overeenkomstig bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362 |
Toegewezen subgroep voertuigen (sg) voor de toepassing van deze verordening |
|
Alle groepen van tabel 1 met een, twee of drie assen |
Gelijk aan de kolom “voertuiggroep” in de tabellen van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362. |
|
Alle groepen van tabel 4 met twee of drie assen |
|
|
Alle groepen van tabel 6 |
1.2. Werkvoertuigen worden volgens de volgende criteria gedefinieerd:
|
Voertuigcategorie |
Chassisconfiguratie |
Criteria voor werkvoertuigen |
|
N |
Niet-geleed |
Een van de volgende cijfers, zoals vermeld in aanhangsel 2 van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858 wordt gebruikt om de carrosseriecode in vermelding 38 van het certificaat van overeenstemming aan te vullen: 09, 10, 15, 16, 18, 19, 20, 23, 24, 25, 26, 27, 28 of 31; |
|
Trekker |
Maximumsnelheid van ten hoogste 79 km/h |
1.3. Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende operationele bereiken vastgesteld:
|
Aandrijftechnologie |
Operationeel bereik |
|
Zware bedrijfsvoertuigen die voor hun mechanische aandrijving enkel energie verbruiken die afkomstig is van een opslagsysteem voor elektrische energie of vermogen |
Operationeel bereik = de werkelijke actieradius bij ontlading, zoals bedoeld in deel I, punt 2.4.1, van bijlage IV bij Verordening (EU) 2017/2400, voor het missieprofiel LHR |
|
Andere technologieën |
Operationeel bereik > 350 km |
1.4. Omschrijvingen van de missieprofielen
|
RDL |
Regionale bezorging met lage belasting |
|
RDR |
Regionale bezorging met representatieve belasting |
|
LHL |
Lange afstand met lage belasting |
|
LHR |
Lange afstand met representatieve belasting |
|
UDL |
Stadsbezorging met lage belasting |
|
UDR |
Stadsbezorging met representatieve belasting |
|
REL |
Regionale bezorging (EMS) met lage belasting |
|
RER |
Regionale bezorging (EMS) met representatieve belasting |
|
LEL |
Lange afstand (EMS) met lage belasting |
|
LER |
Lange afstand (EMS) met representatieve belasting |
|
MUL |
Gemeentelijk werk met lage belasting |
|
MUR |
Gemeentelijk werk met representatieve belasting |
|
COL |
Bouw met lage belasting |
|
COR |
Bouw met representatieve belasting |
|
HPL |
Zwaar stedelijk vervoer van passagiers met lage belasting |
|
HPR |
Zwaar stedelijk vervoer van passagiers met representatieve belasting |
|
UPL |
Stedelijk vervoer van passagiers met lage belasting |
|
UPR |
Stedelijk vervoer van passagiers met representatieve belasting |
|
SPL |
Streekvervoer van passagiers, met lage belasting |
|
SPR |
Streekvervoer van passagiers, met representatieve belasting |
|
IPL |
Vervoer van passagiers tussen steden, met lage belasting |
|
IPR |
Vervoer van passagiers tussen steden, met representatieve belasting |
|
CPL |
Touringcar voor vervoer van passagiers met lage belasting |
|
CPR |
Touringcar voor vervoer van passagiers met representatieve belasting |
2. Berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van een fabrikant
2.1. Berekening van de specifieke CO2-emissies van een nieuw zwaar bedrijfsvoertuig
De specifieke CO2-emissies in g/km van een nieuw zwaar bedrijfsvoertuig v dat in een subgroep voertuigen sg is ingedeeld, of van het primaire voertuig daarvan, worden berekend als volgt:
waarbij:
|
Σmp |
de som van alle missieprofielen mp in punt 1.4; |
|
sg |
de subgroep voertuigen waaraan het nieuwe bedrijfsvoertuig v overeenkomstig punt 1 van deze bijlage is toegewezen; |
|
Wsg,mp, = |
de in de punten 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3 gespecificeerde weegfactor van het missieprofiel; |
|
CO2v,mp |
de CO2-emissies in g/km van het nieuwe zware bedrijfsvoertuig v die zijn bepaald voor een missieprofiel mp en die zijn gerapporteerd op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter en genormaliseerd op grond van bijlage III; |
|
CO2pv,mp |
de CO2-emissies in g/km van het primaire voertuig van het nieuwe zware bedrijfsvoertuig v die zijn bepaald voor een missieprofiel mp, en voor de chassisconfiguratie (lage/hoge vloer, aantal verdiepingen) die van toepassing is op zijn subgroep voertuigen sg, gerapporteerd op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter en genormaliseerd op grond van bijlage III. |
Voor emissievrije gemotoriseerde zware bedrijfsvoertuigen worden de waarden voor CO2v,mp en CO2pv,mp vastgesteld op “0”.
2.1.1. Weegfactoren van missieprofielen (Wsg,mp) voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie N
|
Subgroepen voertuigen (sg) (*1) |
Missieprofiel (mp) (*2) |
||||||||||
|
RDL |
RDR |
LHL |
LHR |
UDL |
UDR |
REL, RER, LEL, LER |
MUL |
MUR |
COL |
COR |
|
|
53, 53v |
0,25 |
0,25 |
0 |
0 |
0,25 |
0,25 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
54 |
0,25 |
0,25 |
0 |
0 |
0,25 |
0,25 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1s, 1sv |
0,1 |
0,3 |
0 |
0 |
0,18 |
0,42 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1, 1v |
0,1 |
0,3 |
0 |
0 |
0,18 |
0,42 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
2, 2v |
0,125 |
0,375 |
0 |
0 |
0,15 |
0,35 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
3, 3v |
0,125 |
0,375 |
0 |
0 |
0,15 |
0,35 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
4-UD |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,5 |
0,5 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
4-RD |
0,45 |
0,45 |
0,05 |
0,05 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
4-LH |
0,05 |
0,05 |
0,45 |
0,45 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
4v |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,25 |
0,25 |
0,25 |
0,25 |
|
5-RD |
0,27 |
0,63 |
0,03 |
0,07 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
5-LH |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
5v |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,5 |
0,5 |
|
9-RD |
0,27 |
0,63 |
0,03 |
0,07 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
9-LH |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
9v |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,25 |
0,25 |
0,25 |
0,25 |
|
10-RD |
0,27 |
0,63 |
0,03 |
0,07 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
10-LH |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
10v |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,5 |
0,5 |
|
11 |
0,3 |
0,7 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
11v |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,1 |
0,23 |
0,3 |
0,37 |
|
12 |
0,3 |
0,7 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
12v |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,3 |
0,7 |
|
16, 16v |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,3 |
0,7 |
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1.
(*2)
Zie de definities in punt 1.4. |
|||||||||||
2.1.2. Weegfactoren van missieprofielen (Wsg,mp) voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M
|
Subgroepen voertuigen (sg) (*1) |
Missieprofiel (mp) (*2) |
|||||||||
|
HPL |
HPR |
UPL |
UPR |
SPL |
SPR |
IPL |
IPR |
CPL |
CPR |
|
|
31-LF |
0,27 |
0,23 |
0,15 |
0,13 |
0,11 |
0,11 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
31-L1 |
0,05 |
0,05 |
0,16 |
0,14 |
0,32 |
0,28 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
31-L2 |
0,05 |
0,05 |
0,09 |
0,08 |
0,15 |
0,13 |
0,24 |
0,21 |
0 |
0 |
|
31-DD |
0,20 |
0,31 |
0,12 |
0,18 |
0,07 |
0,12 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
32-C2 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,47 |
0,43 |
0,04 |
0,06 |
|
32-C3 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,05 |
0,05 |
0,30 |
0,60 |
|
32-DD |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,05 |
0,05 |
0,35 |
0,55 |
|
33-LF |
0,27 |
0,23 |
0,15 |
0,13 |
0,11 |
0,11 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
33-L1 |
0,05 |
0,05 |
0,16 |
0,14 |
0,32 |
0,28 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
33-L2 |
0,05 |
0,05 |
0,09 |
0,08 |
0,15 |
0,13 |
0,24 |
0,21 |
0 |
0 |
|
33-DD |
0,20 |
0,31 |
0,12 |
0,18 |
0,07 |
0,12 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
34-C2 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,47 |
0,43 |
0,04 |
0,06 |
|
34-C3 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,05 |
0,05 |
0,30 |
0,60 |
|
34-DD |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0,05 |
0,05 |
0,35 |
0,55 |
|
35-FE |
0,27 |
0,23 |
0,15 |
0,13 |
0,11 |
0,11 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
39-FE |
0,27 |
0,23 |
0,15 |
0,13 |
0,11 |
0,11 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1.
(*2)
Zie de definities in punt 1.4. |
||||||||||
2.1.3. Weegfactoren van missieprofielen (Wsg,mp) voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie O
|
Subgroepen voertuigen (sg) (*1) |
Missieprofiel (mp) (*2) |
||||||
|
RDL |
RDR |
LHL |
LHR |
UDL |
UDR |
REL, RER, LEL, LER |
|
|
111, 111V,112, 112V, 113 |
0,27 |
0,63 |
0,03 |
0,07 |
0 |
0 |
0 |
|
121, 121V, 122, 122V, 123, 123V, 124, 124V, 125, 126 |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
|
131, 131v, 132, 132v, 133 |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
|
421, 421v, 422, 422v, 423 |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
|
431, 431v, 432, 432v, 433 |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
|
611, 612 |
0,27 |
0,63 |
0,03 |
0,07 |
0 |
0 |
0 |
|
611v, 612v |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
|
621, 623 |
0,27 |
0,63 |
0,03 |
0,07 |
0 |
0 |
0 |
|
621V, 622, 622V, 623V, 624, 624V, 625 |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
|
631, 631v, 632, 632v, 633 |
0,03 |
0,07 |
0,27 |
0,63 |
0 |
0 |
0 |
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1.
(*2)
Zie de definities in punt 1.4. |
|||||||
2.2. Gemiddelde specifieke CO2-emissies van alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in een subgroep voertuigen voor een fabrikant
Voor elke fabrikant en voor elke rapporteringsperiode worden de gemiddelde specifieke CO2-emissies avgCO2sg van alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in een subgroep voertuigen sg, of in voorkomend geval die van hun primaire voertuigen, als volgt berekend:
2.2.1. Voor zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën N en O:
(in g/tkm)
2.2.2. Voor complete of voltooide voertuigen van categorie M:
(in g/pkm)
2.2.3. Voor primaire voertuigen van zware bedrijfsvoertuigen van categorie M:
(in g/pkm)
waarbij:
|
Σv |
de som voor alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de subgroep voertuigen sg, met inachtneming van artikel 7 ter; |
|
CO2v |
de specifieke CO2-emissies van het nieuwe zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.1; |
|
CO2pv |
de specifieke CO2-emissies van het primaire voertuig van het nieuwe zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.1; |
|
Vsg |
het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant binnen de subgroep voertuigen sg; |
|
Vpvsg |
het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen binnen de subgroep voertuigen sg die op grond van artikel 7 ter in de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van punt 2.2.3 moeten worden meegeteld met de CO2-emissies van hun primaire voertuigen; |
|
PLsg |
de gemiddelde belasting van zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald in punt 2.5; |
|
PNsg |
= het gemiddelde aantal passagiers van voertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald in punt 2.5. |
2.3. Berekening van de factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen zoals bedoeld in artikel 5
2.3.1. Rapporteringsperiode 2019 tot en met 2024
Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode van 2019 tot en met 2024 wordt de in artikel 5 bedoelde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen (zero- and low-emission vehicles — ZLEV) als volgt berekend:
ZLEV = Vall / (Vconv + Vzlev ) met een minimum van 0,97
waarbij:
|
Vall |
het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de subgroepen voertuigen (sg’s) 4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD en 10-LH; |
|
Vconv |
het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de subgroepen voertuigen (sg’s) 4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD en 10-LH, met uitzondering van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen; |
|
Vzlev |
de som van Vin en Vout , |
waarbij:
|
Vin |
Σ v (1+ (1 — CO2v/LETsg)), |
|
waarbij Σ v |
= de som van alle nieuwe emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen in de subgroepen voertuigen (sg’s) 4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD en 10-LH; |
|
CO2v |
de specifieke CO2-emissies in g/km van een emissievrij of emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.1; |
|
LETsg |
de lage-emissiedrempel van de subgroep voertuigen sg waartoe het zware bedrijfsvoertuig v behoort, zoals gedefinieerd in punt 2.3.4; |
|
Vout |
= het totale aantal emissievrije zware bedrijfsvoertuigen van categorie N buiten de in de definitie van Vin bedoelde subgroepen voertuigen, met maximaal 1,5 % Vconv . |
2.3.2 Rapporteringsperioden van 2025 tot en met 2029
Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode wordt de in artikel 5 bedoelde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen (ZLEV) als volgt berekend:
|
ZLEV = 1 – (y – x) |
, tenzij deze som groter is dan 1 of kleiner is dan 0,97 ; in dat geval wordt de ZLEV-factor naargelang het geval op 1 of 0,97 vastgesteld, |
waarbij:
|
x |
0,02 ; |
|
y |
de som van Vin en Vout, gedeeld door Vtotal, waarbij: |
|
Vin |
het totale aantal nieuw geregistreerde emissiearme en emissievrije zware bedrijfsvoertuigen in de subgroepen voertuigen (sg’s) 4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD en 10-LH, waarbij elk daarvan is geteld als ZLEVspecific overeenkomstig de volgende formule: ZLEVspecific = 1 – (CO2v / LETsg) |
waarbij:
|
CO2v |
de specifieke CO2-emissies in g/km van een emissievrij of emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.1; |
|
LETsg |
de lage-emissiedrempel van de subgroep voertuigen sg waartoe het zware bedrijfsvoertuig v behoort, zoals gedefinieerd in punt 2.3.4; |
|
Vout |
= het totale aantal nieuw geregistreerde emissievrije zware bedrijfsvoertuigen van categorie N, buiten de in de definitie van Vin bedoelde subgroepen voertuigen met maximaal 0,035 % Vtotal; |
|
Vtotal |
= het totale aantal nieuw geregistreerde zware bedrijfsvoertuigen van categorie N van de fabrikant in die rapporteringsperiode. |
Wanneer Vin/Vtotal lager is dan 0,0075 , wordt de ZLEV-factor vastgesteld op “1”.
2.3.3 Rapporteringsperioden vanaf 2030
ZLEV = 1
2.3.4 Berekening van de lage-emissiedrempel
De lage-emissiedrempel LET sg van de subgroep voertuigen sg wordt als volgt gedefinieerd:
LETsg = (rCO2sg × PLsg) / 2
waarbij:
|
rCO2sg |
= de gemiddelde referentiewaarden van de CO2-emissies van de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald in punt 3; |
|
PLsg |
= de gemiddelde belasting van zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald in punt 2.5. |
2.4. Berekening van het aandeel zware bedrijfsvoertuigen
Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode wordt het aandeel nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in een subgroep voertuigen (sharesg ) als volgt berekend:
Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode wordt het aandeel nieuwe emissievrije zware bedrijfsvoertuigen in een subgroep voertuigen (zevsg ) als volgt berekend:
Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode wordt het aandeel nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg die op grond van artikel 7 ter in de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van punt 2.2 moeten worden meegeteld met de CO2-emissies van hun primaire voertuigen als volgt berekend:
waarbij:
|
Vzevsg |
= het aantal nieuwe emissievrije zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant binnen een subgroep voertuigen sg; |
|
Vpvsg |
= het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen binnen de subgroep voertuigen sg die op grond van artikel 7 ter in de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van punt 2.2 moeten worden meegeteld met de CO2-emissies van hun primaire voertuigen; |
|
Vsg |
= het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant binnen een subgroep voertuigen sg; |
|
V |
= het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant. |
2.5. Waarden voor de belasting, aantal passagiers en vrachtvolumes
De waarde voor de gemiddelde belasting PLsg van een zwaar bedrijfsvoertuig van categorie N of O in een subgroep voertuigen sg wordt als volgt berekend:
De waarde voor het gemiddelde aantal passagiers PNsg in een zwaar bedrijfsvoertuig van categorie M in een subgroep voertuigen sg wordt als volgt berekend:
waarbij:
|
Σmp |
de som van alle missieprofielen mp; |
|
Wsg,mp |
de in de punten 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3 gespecificeerde weegfactor van het missieprofiel; |
|
PLsg,mp |
de waarde voor de belasting die is toegekend aan de zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën N en O in de subgroep voertuigen sg voor het missieprofiel mp, zoals bepaald in punten 2.5.1 en 2.5.3; |
|
PNsg,mp |
het aantal passagiers dat is toegekend aan de zware bedrijfsvoertuigen van categorie M in de subgroep voertuigen sg voor het missieprofiel mp, zoals bepaald in punt 2.5.2. |
2.5.1. Zware bedrijfsvoertuigen van categorie N
De waarden voor de belasting PLsg, mp, in tonnen, worden als volgt bepaald:
|
Subgroep voertuigen sg (*1) |
Missieprofiel mp (*2) |
|||||||||||||
|
RDL |
RDR |
LHL |
LHR |
UDL |
UDR |
REL |
RER |
LEL |
LER |
MUL |
MUR |
COL |
COR |
|
|
53 |
Zoals bepaald in punt 3.1.1 |
Niet van toepassing |
Zoals bepaald in punt 3.1.1 |
Niet van toepassing |
||||||||||
|
53v |
||||||||||||||
|
54 |
||||||||||||||
|
1s |
||||||||||||||
|
1sv |
||||||||||||||
|
1 |
||||||||||||||
|
1v |
||||||||||||||
|
2 |
Zoals bepaald in punt 3.1.1 |
|||||||||||||
|
2v |
||||||||||||||
|
3 |
Niet van toepassing |
|||||||||||||
|
3v |
||||||||||||||
|
4-UD |
0,9 |
4,4 |
1,9 |
14 |
0,9 |
4,4 |
3,5 |
17,5 |
3,5 |
26,5 |
0,6 |
3,0 |
0,9 |
4,4 |
|
4-RD |
||||||||||||||
|
4-LH |
||||||||||||||
|
4v |
||||||||||||||
|
5-RD |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
2,6 |
12,9 |
3,5 |
17,5 |
3,5 |
26,5 |
n.v.t. |
n.v.t. |
2,6 |
12,9 |
|
5-LH |
||||||||||||||
|
5v |
||||||||||||||
|
9-RD |
1,4 |
7,1 |
2,6 |
19,3 |
1,4 |
7,1 |
3,5 |
17,5 |
3,5 |
26,5 |
1,2 |
6,0 |
1,4 |
7,1 |
|
9-LH |
||||||||||||||
|
9v |
||||||||||||||
|
10-RD |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
2,6 |
12,9 |
3,5 |
17,5 |
3,5 |
26,5 |
n.v.t. |
n.v.t. |
2,6 |
12,9 |
|
10-LH |
||||||||||||||
|
10v |
||||||||||||||
|
11 |
1,4 |
7,1 |
2,6 |
19,3 |
1,4 |
7,1 |
3,5 |
17,5 |
3,5 |
26,5 |
1,2 |
6,0 |
1,4 |
7,1 |
|
11v |
||||||||||||||
|
12 |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
2,6 |
12,9 |
3,5 |
17,5 |
3,5 |
26,5 |
n.v.t. |
n.v.t. |
2,6 |
12,9 |
|
12v |
||||||||||||||
|
16 |
Niet van toepassing |
2,6 |
12,9 |
|||||||||||
|
16v |
||||||||||||||
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1.
(*2)
Zie de definities in punt 1.4. |
||||||||||||||
De waarden van de technisch toelaatbare maximale belasting maxPLsg en vrachtvolumes CV sg worden bepaald overeenkomstig punt 3.1.1.
2.5.2. Zware bedrijfsvoertuigen van categorie M
Voor subgroep voertuigen sg en missieprofiel mp worden het aantal passagiers PNsg,mp , de massa van de passagiers PMsg,mp en het technisch toelaatbare maximumaantal passagiers maxPNsg bepaald overeenkomstig punt 3.1.1.
2.5.3. Zware bedrijfsvoertuigen van categorie O
De waarden voor de belasting PLsg,mp , in tonnen, worden als volgt bepaald:
|
Subgroepen voertuigen (sg) (*1) |
Missieprofiel (mp) (*2) |
||||||
|
RDL |
RDR |
LHL |
LHR |
UDL |
UDR |
REL, RER, LEL, LER |
|
|
111, 111V,112, 112V, 113 |
1,5 |
7,5 |
1,5 |
11,2 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
121, 121V, 123, 123V, 125 |
2,2 |
11,2 |
2,2 |
16,8 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
122, 122V, 124, 124V, 126 |
2,4 |
12,2 |
2,4 |
18,3 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
131, 131v, 132, 132v, 133 |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
421, 421v, 422, 422v, 423 |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
431, 431v, 432, 432v, 433 |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
611, 612 |
1,2 |
6,1 |
1,2 |
9,2 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
611v, 612v |
1,2 |
6,1 |
1,2 |
9,2 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
621, 621v, 623, 623v |
1,3 |
6,3 |
1,3 |
9,5 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
622, 622V, 624, 624V, 625 |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
631, 631v, 632, 632v, 633 |
2,6 |
12,9 |
2,6 |
19,3 |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1.
(*2)
Zie de definities in punt 1.4. |
|||||||
De waarden van de technisch toelaatbare maximale belasting maxPLsg en vrachtvolumes CV sg worden bepaald overeenkomstig punt 3.1.1.
2.6. Berekening van de weegfactor van de afgelegde afstand en de belasting of van het aantal passagiers
De weegfactor voor de afgelegde afstand en de belasting of passagiers (MPWsg) van een subgroep voertuigen sg wordt gedefinieerd als het product van de in punt 2.6.1 gespecificeerde jaarlijks afgelegde afstand en de in de punten 2.5.1, 2.5.2 en 2.5.3 gespecificeerde waarde voor de belasting en het aantal passagiers voor de subgroep voertuigen voor de voertuigcategorieën N, M en O, genormaliseerd naar de respectieve waarde voor subgroep voertuigen 5-LH, en wordt als volgt berekend:
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën N en O) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M), |
waarbij:
|
AMsg |
= de in de punten 2.6.1, 2.6.2 en 2.6.3 gespecificeerde jaarlijks afgelegde afstand voor de zware bedrijfsvoertuigen in de overeenkomstige subgroep voertuigen; |
|
AM5-LH |
= de voor subgroep voertuigen 5-LH in punt 2.6.1 gespecificeerde jaarlijks afgelegde afstand; |
|
PLsg |
= zoals bepaald in de punten 2.5.1 en 2.5.3; |
|
PNsg |
= zoals bepaald in punt 2.5.2; |
|
PL5-LH |
= de waarde voor de gemiddelde belasting voor subgroep voertuigen 5-LH, zoals bepaald in punt 2.5.1. |
2.6.1. Jaarlijks afgelegde afstanden voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie N
|
Subgroepen voertuigen (sg) (*1) |
Jaarlijks afgelegde afstand AMsg, in km |
|
53, 53v |
58 000 |
|
54 |
58 000 |
|
1s, 1sv |
58 000 |
|
1, 1v |
58 000 |
|
2, 2v |
60 000 |
|
3, 3v |
60 000 |
|
4-UD |
60 000 |
|
4-RD |
78 000 |
|
4-LH |
98 000 |
|
4v |
60 000 |
|
5-RD |
78 000 |
|
5-LH |
116 000 |
|
5v |
60 000 |
|
9-RD |
73 000 |
|
9-LH |
108 000 |
|
9v |
60 000 |
|
10-RD |
68 000 |
|
10-LH |
107 000 |
|
10v |
60 000 |
|
11 |
65 000 |
|
11v |
60 000 |
|
12 |
67 000 |
|
12v |
60 000 |
|
16, 16v |
60 000 |
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1. |
|
2.6.2. Jaarlijks afgelegde afstanden voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M
|
Subgroepen voertuigen (sg) (*1) |
Jaarlijks afgelegde afstand AMsg, in km |
|
31-LF |
60 000 |
|
31-L1 |
60 000 |
|
31-L2 |
60 000 |
|
31-DD |
60 000 |
|
32-C2 |
96 000 |
|
32-C3 |
96 000 |
|
32-DD |
96 000 |
|
33-LF |
60 000 |
|
33-L1 |
60 000 |
|
33-L2 |
60 000 |
|
33-DD |
60 000 |
|
34-C2 |
96 000 |
|
34-C3 |
96 000 |
|
34-DD |
96 000 |
|
35-FE |
60 000 |
|
39-FE |
60 000 |
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1. |
|
2.6.3. Jaarlijks afgelegde afstanden voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie O
|
Subgroepen voertuigen (sg) (*1) |
Jaarlijks afgelegde afstand AMsg, in km |
|
111, 111V,112, 112V, 113 |
52 000 |
|
121, 121V, 122, 122V, 123, 123V, 124, 124V, 125, 126, 131, 131v, 132, 132v, 133 |
77 000 |
|
421, 421v, 422, 422v, 423, 431, 431v, 432, 432v, 433 |
68 000 |
|
611, 612, 611v, 612v, 621, 623, 621v, 623v |
40 000 |
|
622, 622V, 624, 624V, 625, 631, 631v, 632, 632v, 633 |
68 000 |
|
(*1)
Zie de definities in punt 1.1. |
|
2.7. Gemiddelde specifieke CO2-emissies van fabrikanten, zoals bedoeld in artikel 4
Voor elke fabrikant worden de volgende gemiddelde specifieke CO2-emissies berekend:
2.7.1. voor de rapporteringsperioden van de jaren 2019 tot en met 2029:
CO2(2025) = ZLEV × Σ sg sharesg × MPWsg × avgCO2sg
2.7.2. voor de rapporteringsperioden vanaf 2025:
CO2(NO) = Σsg sharesg × MPWsg × avgCO2sg
CO2(MCO2) = Σsg sharesg × MPWsg × [avgCO2sg × (1 – pvsg) + avgCO2psg × pvsg]
CO2(MZE) = Σsg sharesg × MPWsg × (1 – zevsg) × rCO2sg
CO2(M) = CO2(MCO2) + CO2(MZE)
waarbij:
|
Σ sg |
= de som voor de subgroepen voertuigen die worden meegerekend voor de desbetreffende gemiddelde specifieke CO2-emissies overeenkomstig punt 4.2; |
|
ZLEV |
= zoals bepaald in punt 2.3; |
|
sharesg |
= zoals bepaald in punt 2.4: |
|
zevsg |
= zoals bepaald in punt 2.4: |
|
pvsg |
= zoals bepaald in punt 2.4: |
|
MPWsg |
= zoals bepaald in punt 2.6; |
|
avgCO2sg |
= zoals bepaald in punt 2.2; |
|
avgCO2psg |
= zoals bepaald in punt 2.2; |
|
rCO2sg |
= zoals bepaald in punt 3.1.2. |
3. Berekening van de referentiewaarden
3.1. Referentiewaarden
Op basis van alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van alle fabrikanten voor de overeenkomstig punt 3.2 voor subgroep voertuigen sg toepasselijke referentieperiode worden de volgende referentiewaarden berekend.
3.1.1. Voor elke subgroep voertuigen sg worden de waarden voor de belasting PLsg,mp , het aantal passagiers PNsg,mp , de massa van de passagiers PMsg,mp , de technisch toelaatbare maximale belasting maxPLsg , het technisch toelaatbare maximumaantal passagiers maxPNsg en het vrachtvolume CVsg als volgt berekend:
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie N) (*) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M) (*) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M) (*) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie N) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie O) |
(*) Enkel voor subgroepen voertuigen waarvoor punt 2.5 geen expliciete waarden voor PLsg,mp of PNsg,mp bevat.
3.1.2. De referentiewaarde van de CO2-emissies rCO2sg zoals bedoeld in artikel 3 worden als volgt berekend:
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën N en O) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M) |
|
|
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M) |
waarbij:
|
Σv |
de som voor alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg die in de overeenkomstig punt 3.2 voor die subgroep toepasselijke referentieperiode zijn geregistreerd; |
|
CO2v |
de specifieke CO2-emissies van het nieuwe zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.1 en in voorkomend geval aangepast op grond van bijlage II; |
|
CO2pv |
de specifieke CO2-emissies van het primaire voertuig van het nieuwe zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.1 en in voorkomend geval aangepast op grond van bijlage II; |
|
rVsg |
het totale aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg die in de overeenkomstig punt 3.2 voor die subgroep toepasselijke referentieperiode zijn geregistreerd; |
|
PLsg |
= de gemiddelde belasting van zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald in punt 2.5; |
|
PNsg |
het gemiddelde aantal passagiers van zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald in punt 2.5; |
|
PLv,mp |
de belasting van het zware bedrijfsvoertuig v in het missieprofiel mp, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
PNv,mp |
het aantal passagiers in het zware bedrijfsvoertuig v in het missieprofiel mp, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
PMv,mp |
de massa van de passagiers in het zware bedrijfsvoertuig v in het missieprofiel mp, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
maxPLv |
de technisch toelaatbare maximale belasting van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
maxPNv |
het technisch toelaatbare maximumaantal passagiers in het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens. |
|
CVv |
het vrachtvolume van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens. |
3.2. Toepasselijke referentieperioden voor subgroepen voertuigen
De volgende rapporteringsperioden worden als referentieperioden voor de subgroepen voertuigen gebruikt:
|
Subgroep voertuigen sg |
Jaar van rapporteringsperiode die als referentieperiode geldt |
|
4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD, 10-LH |
2019 |
|
1, 2, 3, 11, 12, 16 |
2021 |
|
Alle overige |
2025 |
3.2.1. Indien in de in punt 3.2 gespecificeerde referentieperiode het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in een subgroep voertuigen sg van alle fabrikanten minder dan vijftig bedraagt, gelden de volgende voorschriften:
de gemiddelde specifieke CO2-emissies avgCO2sg en avgCO2psg van punt 2.2 en de referentiewaarde van de CO2-emissies rCO2sg en rCO2psg van punt 3.1.2 worden vastgesteld op “0” voor alle fabrikanten in de subgroep voertuigen sg voor de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies overeenkomstig punt 2.7 en de specifieke CO2-emissies overeenkomstig punt 4.1 voor de rapporteringsperioden van de jaren < Y + 5. Hierbij geldt dat Y = het jaar van de eerste rapporteringsperiode waarin het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van alle fabrikanten in de subgroep voertuigen sg ten minste vijftig bedraagt.
Om tot de referentiewaarde van de CO2-emissies rCO2sg en rCO2psg te komen en om de specifieke CO2-emissiedoelstelling overeenkomstig punt 4 te berekenen, worden eerst de bijbehorende waarden zoals bedoeld in punt 3.1.2 berekend voor de rapporteringsperiode van het jaar Y, in plaats van voor de overeenkomstig punt 3.2 voor de subgroep voertuigen sg toepasselijke referentieperiode.
De resulterende waarden worden vervolgens gedeeld door:
4. Berekening van de specifieke CO2-emissiedoelstelling van een fabrikant, zoals bedoeld in artikel 6
4.1. Specifieke CO2-emissiedoelstellingen
Voor elke fabrikant wordt de volgende specifieke CO2-emissiedoelstelling (T) als volgt berekend.
4.1.1. Voor de rapporteringsperioden van de jaren 2025 tot en met 2029:
T(2025) = Σ sg sharesg × MPWsg × (1 – rfsg) × rCO2sg
4.1.2. Voor de rapporteringsperioden van de jaren vanaf 2030:
T(NO)= Σ sg sharesg × MPWsg × (1 – rfsg) × rCO2sg
T(MCO2) = Σ sg sharesg × MPWsg × [(1- pvsg) × (1 – rfsg) × rCO2sg + pvsg × (1 – rfpsg) × rCO2psg]
T(MZE) = Σsg sharesg × MPWsg × (1 – zevMsg) x rCO2sg
T(M) = T(MCO2) + T(MZE)
waarbij:
|
Σ sg |
= de som voor de subgroepen voertuigen die worden meegerekend voor de desbetreffende specifieke CO2-emissiedoelstelling overeenkomstig punt 4.2; |
|
sharesg |
= zoals bepaald in punt 2.4; |
|
MPWsg |
= zoals bepaald in punt 2.6; |
|
rfsg |
= de CO2-emissiereductiedoelstelling die in de specifieke rapporteringsperiode van toepassing is op nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bedoeld in punt 4.3; |
|
rfpsg |
= de CO2-emissiereductiedoelstelling die in de specifieke rapporteringsperiode van toepassing is op de primaire voertuigen van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bedoeld in punt 4.3; |
|
zevMsg |
= de nieuwe zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg, zoals bedoeld in punt 4.3, die in de specifieke rapporteringsperiode emissievrij moeten zijn; |
|
rCO2sg |
= zoals bepaald in punt 3.1.2; |
|
rCO2psg |
= zoals bepaald in punt 3.1.2; |
|
pvsg |
= zoals bepaald in punt 2.4. |
4.2. Subgroepen voertuigen die worden meegerekend in de gemiddelde specifieke CO2-emissies en de specifieke CO2-emissiedoelstellingen van fabrikanten
De volgende subgroepen voertuigen sg worden meegerekend in de specifieke CO2-emissies CO2(X), de specifieke CO2-emissiedoelstellingen T(X) en het traject van de CO2-emissiereductie ET(X)Y :
|
X = 2025 |
X= NO |
X = MCO2 |
X= MZE |
|
Subgroepen voertuigen waarvoor overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, punt a), CO2-emissiereductiedoelstellingen gelden |
Subgroepen voertuigen voor vervoer van goederen waarvoor overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, punten b), c) en d), en artikel 3 bis, lid 3, CO2-emissiereductiedoelstellingen gelden |
Subgroepen voertuigen voor vervoer van passagiers waarvoor overeenkomstig artikel 3 bis, lid 1, punten b), c) en d), CO2-emissiereductiedoelstellingen gelden (Touringcars en Low Entry-bussen van klasse II) |
Subgroepen voertuigen voor vervoer van passagiers waarvoor overeenkomstig artikel 3 ter doelstellingen voor emissievrije zware bedrijfsvoertuigen gelden (Stadsbussen) |
|
4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD, 10-LH |
Alle subgroepen voertuigen zoals bedoeld in de punten 1.1.1 en 1.1.3 In rapporteringsperioden van de jaren vóór 2035 worden subgroepen werkvoertuigen echter niet opgenomen |
32-C2, 32-C3, 32-DD, 34-C2, 34-C3, 34-DD, 31-L2, 33-L2 |
31-LF, 31-L1, 31-DD, 33-LF, 33-L1, 33-DD, 35-FE, 39-FE |
4.3. CO2-emissiereductiedoelstellingen en verplicht emissievrije zware bedrijfsvoertuigen
4.3.1. Voor zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg gelden de volgende in artikel 3 bis bedoelde CO2-emissiereductiedoelstellingen rfsg en rfpsg voor de volgende rapporteringsperioden:
|
CO2-emissiereductiedoelstellingen rfsg en rfpsg |
|||||
|
Subgroepen voertuigen sg |
Rapporteringsperioden voor de jaren |
||||
|
2025-2029 |
2030-2034 |
2035-2039 |
vanaf 2040 |
||
|
Middelgrote vrachtwagens |
53, 54 |
0 |
43 % |
64 % |
90 % |
|
Zware vrachtwagens > 7,4 ton |
1s, 1, 2, 3 |
0 |
43 % |
64 % |
90 % |
|
Zware vrachtwagens > 16 ton met een asconfiguratie van 4×2 en 6×4 |
4-UD, 4-RD, 4-LH, 5-RD, 5-LH, 9-RD, 9-LH, 10-RD, 10-LH |
15 % |
43 % |
64 % |
90 % |
|
Zware vrachtwagens > 16 ton met speciale asconfiguraties |
11, 12, 16 |
0 |
43 % |
64 % |
90 % |
|
Werkvoertuigen |
53v, 1sv, 1v, 2v, 3v, 4v, 5v, 9v, 10v, 11v, 12v, 16v |
0 |
0 |
64 % |
90 % |
|
Touringcars en streekbussen (rfsg ) |
32-C2, 32-C3, 32-DD, 34-C2, 34-C3, 34-DD, 31-L2, 33-L2 |
0 |
43 % |
64 % |
90 % |
|
Primaire voertuigen van touringcars en streekbussen (rfpsg ) |
32-C2, 32-C3, 32-DD, 34-C2, 34-C3, 34-DD, 31-L2 en 33-L2 |
0 |
43 % |
64 % |
90 % |
|
Aanhangwagens |
421, 421V, 422, 422V, 423, 431, 431V, 432, 432V, 433, 611, 611V, 612, 612V, 621, 621V, 622, 622V, 623, 623V, 624, 624V, 625, 631, 631V, 632, 632V, 633 |
0 |
7,5 % |
7,5 % |
7,5 % |
|
Opleggers |
111, 111V, 112, 112V, 113, 121, 121V, 122, 122V, 123, 123V, 124, 124V, 125, 126, 131, 131V, 132, 132V, 133 |
0 |
10 % |
10 % |
10 % |
Voor de rapporteringsperioden voor de jaren vóór 2025 zijn alle CO2-emissiereductiedoelstellingen rfsg en rfpsg “0”.
4.3.2. Voor zware bedrijfsvoertuigen in de subgroep voertuigen sg gelden de volgende in artikel 3 ter bedoelde doelstellingen voor emissievrije zware bedrijfsvoertuigen zevMsg voor de volgende rapporteringsperioden:
|
Verplicht emissievrije zware bedrijfsvoertuigen zevMsg |
|||||
|
Subgroepen voertuigen sg |
Rapporteringsperioden voor de jaren |
||||
|
vóór 2030 |
2030-2034 |
2035-2039 |
vanaf 2040 |
||
|
Stadsbussen |
31-LF, 31-L1, 31-DD, 33-LF, 33-L1, 33-DD, 35-FE, 39-FE |
0 |
90 % |
100 % |
100 % |
5. Emissiekredieten en emissieschulden zoals bedoeld in artikel 7
5.1. Trajecten voor reductie van de CO2-emissies
5.1.1. Doelstellingsfactoren
Voor elke subgroep voertuigen sg en elke rapporteringsperiode van een jaar Y, wordt de doelstellingsfactor als volgt bepaald:
RETsg,Y = (1-rfsg,uY)+(rfsg,uY – rfsg,lY)× (uY – Y)/(uY – lY)
RETpsg,Y = (1-rfpsg,uY)+(rfpsg,uY – rfpsg,lY)× (uY – Y)/(uY – lY)
ZETsg,Y = (1-zevMsg,uY)+(zevMsg,uY – zevMsg,lY)× (uY – Y)/(uY – lY)
waarbij:
|
lY, uY |
= de waarden voor het eerste en het laatste jaar in de reeks {rY, 2025, 2030, 2035, 2040} voor de subgroepen voertuigen die in de tabel in punt 4.2 zijn opgenomen in kolom X = 2025, in de reeks {rY, 2030, 2035, 2040} voor alle andere subgroepen voertuigen sg, waarmee het kleinste interval wordt bepaald waarvoor aan de voorwaarde lY ≤ Y < uY wordt voldaan; |
|
rY |
= het jaar van de overeenkomstig punt 3.2 op de subgroep voertuigen sg toepasselijke referentieperiode; |
|
rfsg,lY, rfsg,uY |
= de CO2-emissiereductiedoelstellingen van de subgroep voertuigen sg voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen voor de jaren lY en uY overeenkomstig punt 4.3; |
|
rfpsg,lY, rfpsg,uY |
= de CO2-emissiereductiedoelstellingen van de subgroep voertuigen sg voor de primaire voertuigen van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen voor de jaren lY en uY overeenkomstig punt 4.3; |
|
zevMsg,lY, zevMsg,uY |
= de verplicht emissievrije zware bedrijfsvoertuigen met betrekking tot nieuwe zware bedrijfsvoertuigen voor de jaren lY en uY overeenkomstig punt 4.3. |
Voor de jaren Y < rY worden de waarden van RETsg,Y , RETpsg,Y en ZETsg,Y vastgesteld op “1”, zodat de subgroep voertuigen sg geen invloed heeft op het traject voor reductie van CO2-emissies.
5.1.2. Trajecten voor reductie van de CO2-emissies
5.1.2.1. Vervolgens worden voor elke subgroep voertuigen sg en elke rapporteringsperiode van een jaar Y de volgende trajecten voor reductie van de CO2-emissies bepaald:
ETsg,Y = RETsg,Y × rCO2sg
ETpsg,Y = RETpsg,Y × rCO2psg
ETzsg,Y = ZETsg,Y × rCO2sg
5.1.2.2. Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode van een jaar Y tussen 2019 en 2024 worden de volgende trajecten voor reductie van de CO2-emissies bepaald:
ET(2025)Y = Σ sg sharesg × MPWsg × ETsg,Y
5.1.2.3. Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode van een jaar Y tussen 2025 en 2040 worden de volgende trajecten voor reductie van de CO2-emissies bepaald:
ET(NO)Y = Σ sg sharesg × MPWsg × ETsg,Y
ET(MCO2)Y = Σ sg sharesg × MPWsg × [(1- pvsg) × ETsg,Y + pvsg × ETpsg,Y]
ET(MZE)Y = Σsg sharesg × MPWsg × ETzsg,Y
ET(M)Y = ET(MCO2)Y + ET(MZE)Y
waarbij:
|
Σ sg |
= de som voor de subgroepen voertuigen die worden meegerekend voor het desbetreffende traject voor reductie van CO2-emissies overeenkomstig punt 4.2; |
|
sharesg |
= het aandeel van de nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald in punt 2.4; |
|
MPWsg |
= zoals bepaald in punt 2.6; |
|
rCO2sg |
= zoals bepaald in punt 3.1.2; |
|
rCO2psg |
= zoals bepaald in punt 3.1.2; |
|
pvsg |
= het aandeel nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de subgroep voertuigen sg die op grond van artikel 7 ter in de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van punt 2.2 moeten worden meegeteld met de CO2-emissies van hun primaire voertuigen. |
5.2. Berekening van de emissiekredieten en emissieschulden in elke rapporteringsperiode
Voor elke fabrikant en voor elke rapporteringsperiode van de jaren Y van 2019 tot en met 2040 hebben de emissiekredieten cCO2(X)Y en de emissieschulden dCO2(X)Y, (X = NO, M) de volgende waarden en of zijn deze gelijk aan “0” (d.w.z. dat emissiekredieten en emissieschulden niet negatief kunnen zijn), waarbij de hoogste waarde van toepassing is:
|
|
2019 ≤ Y < 2025 |
2025 ≤ Y < 2030 |
2030 ≤ Y < 2040 |
|
cCO2(NO)Y |
[ET(2025)Y – CO2(2025)Y]× Vy |
[ET(NO)Y – CO2(NO)Y]× Vy |
[ET(NO)Y – CO2(NO)Y]× Vy |
|
dCO2(NO)Y |
0 |
[CO2(2025)Y – T(2025)Y]× Vy |
[CO2(NO)Y – T(NO)Y]× Vy |
|
cCO2(M)Y |
0 |
[ET(M)Y – CO2(M)Y]× Vy |
[ET(M)Y – CO2(M)Y]× Vy |
|
dCO2(M)Y |
0 |
0 |
[CO2(M)Y – T(M)Y]× Vy |
waarbij:
|
ET(X)Y |
het overeenkomstig punt 5.1 bepaalde traject voor reductie van de CO2-emissies van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y (X = 2025, NO, M); |
|
CO2(X)Y |
de overeenkomstig punt 2.7 bepaalde gemiddelde specifieke CO2-emissies van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y (X = 2025, NO, M); |
|
T(X)Y |
de overeenkomstig punt 4 bepaalde specifieke CO2-emissiedoelstelling van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y (X = 2025, NO, M); |
|
VY |
het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y. |
5.3. Emissieschuldlimiet
Voor elke fabrikant worden de emissieschuldlimieten limCO2(X)Y in de rapporteringsperioden van het jaar Y als volgt bepaald:
|
limCO2(NO)Y = T(2025)Y × 0,05 × V(2025)Y |
voor de rapporteringsperioden van het jaar Y < 2030; |
|
limCO2(NO)Y = T(NO)Y × 0,05 × V(NO)Y |
voor de rapporteringsperioden van het jaar Y ≥ 2030; |
|
limCO2(M)Y = T(M)Y × 0,05 × V(M)Y |
voor de rapporteringsperioden van het jaar Y ≥ 2030, |
waarbij:
|
T(X)Y |
de overeenkomstig punt 4 bepaalde specifieke emissiedoelstelling van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y (X = 2025, NO, M); |
|
V(X)Y |
het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y in de subgroepen voertuigen die overeenkomstig punt 4.2 worden meegerekend in de specifieke CO2-emissies CO2(X) (X = 2025, NO, M). |
5.4. Vroege emissiekredieten
De voor de rapporteringsperioden van het jaar 2025 verworven emissiekredieten worden verminderd met een bedrag dat overeenkomt met de vóór die rapporteringsperiode verworven emissiekredieten, dat voor elke fabrikant als volgt wordt bepaald:
waarbij:
|
min |
het minimum van de twee tussen haakjes vermelde waarden; |
|
|
de som van de rapporteringsperioden van de jaren Y van 2019 tot en met 2024; |
|
dCO2(NO)Y |
de overeenkomstig punt 5.2 bepaalde emissieschulden in de rapporteringsperiode van jaar Y; |
|
cCO2(NO)Y |
de overeenkomstig punt 5.2 bepaalde emissiekredieten in de rapporteringsperiode van jaar Y. |
6. Bepaling van de overtollige CO2-emissies van een fabrikant zoals bedoeld in artikel 8, lid 2
Voor elke fabrikant en elke rapporteringsperiode van het jaar Y vanaf het jaar 2025 wordt de waarde van de overtollige CO2-emissies per voertuigcategorie exeCO2(X)Y als volgt berekend wanneer de waarde positief is (X = NO, M).
Voor de rapporteringsperiode van het jaar 2025:
Voor de rapporteringsperioden van de jaren Y van 2026 tot en met 2028, van 2030 tot en met 2033 en van 2035 tot en met 2038:
Voor de rapporteringsperioden van de jaren Y van 2030 tot en met 2033 en van 2035 tot en met 2038:
Voor de rapporteringsperioden van de jaren Y = 2029, 2034 en 2039:
Voor de rapporteringsperioden van de jaren Y = 2034 en 2039:
Voor de rapporteringsperioden van het jaar 2040:
Voor de rapporteringsperioden van de jaren Y > 2040:
exeCO2(NO)Y = (CO2(NO)Y – T(NO)Y) × VY
exeCO2(M)Y = (CO2(M)Y – T(M)Y) × VY
Indien de eerdere berekeningen resulteren in een negatieve waarde voor exeCO2(X)Y, wordt deze vastgesteld op “0”.
waarbij:
|
|
de som van de rapporteringsperioden van de jaren Y van 2019 tot en met 2024; |
|
|
de som van de rapporteringsperioden van de jaren I van 2025 tot en met jaar Y; |
|
|
de som van de rapporteringsperioden van de jaren J van 2025 tot en met het jaar (Y-1); |
|
|
de som van de rapporteringsperioden van de jaren I van 2025 tot en met 2039; |
|
|
de som van de rapporteringsperioden van de jaren J van 2030 tot en met het jaar (Y-1); |
|
dCO2(X)Y |
de overeenkomstig punt 5.2 bepaalde emissieschulden in de rapporteringsperiode van jaar Y (X = NO, M); |
|
cCO2(X)Y |
de overeenkomstig punt 5.2 bepaalde emissiekredieten in de rapporteringsperiode van jaar Y (X = NO, M); |
|
ccCO2(X)I,Y |
de overeenkomstig punt 6.1 bepaalde emissiekredieten in de rapporteringsperiode van jaar I die zijn gecorrigeerd voor het gedeelte dat is verlopen na zeven jaar (X = NO, M); |
|
limCO2(X)Y |
de overeenkomstig punt 5.3 bepaalde emissieschuldlimiet (X = NO, M); |
|
redCO2(X) |
de overeenkomstig punt 5.4 bepaalde vermindering van emissieschulden in de rapporteringsperiode van het jaar 2025 (X = NO, M). |
In alle andere gevallen wordt de waarde voor de overtollige emissies exeCO2(X)Y vastgesteld op “0” (X = NO, M).
De overtollige CO2-emissies van de rapporteringsperiode van het jaar Y zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, zijn:
exeCO2Y = exeCO2(NO)Y + exeCO2(M)Y
6.1. Vaststelling van ccCO2(X)Y,I
|
ccCO2(X)I,Y = cCO2(X)I |
voor Y ≤ I + 7; |
ccCO2(X)I,Y = min(cCO2(X)I;
|
|
voor Y > I + 7. |
BIJLAGE II
Aanpassingsprocedures zoals bedoeld in artikel 11
1. Aanpassing van de referentiewaarde van de CO2-emissies na een wijziging van de typegoedkeuringsprocedures, zoals bedoeld in artikel 11, lid 2
Na een in artikel 11, lid 2, bedoelde wijziging van de typegoedkeuringsprocedures worden de in punt 3.1.2 van bijlage I bedoelde referentiewaarde van de CO2-emissies herberekend.
Daartoe worden de CO2-emissies in g/km van voor een missieprofiel mp bestemde nieuwe zware bedrijfsvoertuigen v in de referentieperiode en van de primaire voertuigen daarvan, zoals bedoeld in punt 2.1 van bijlage I, als volgt aangepast:
CO2v,mp = CO2(RP)v,mp · (Σ r sr,sg · CO2r,mp)/ (Σ r sr,sg · CO2(RP)r,mp)
CO2pv,mp = CO2p(RP)v,mp · (Σ r sr,sg · CO2pr,mp)/ (Σ r sr,sg · CO2p(RP)r,mp)
waarbij:
|
Σ r |
= de som van alle representatieve zware bedrijfsvoertuigen r voor de subgroep voertuigen sg; |
|
sg |
= de subgroep waartoe het zware bedrijfsvoertuig v behoort; |
|
sr,sg |
= de statistische weging van het representatieve zware bedrijfsvoertuig r in de subgroep voertuigen sg; |
|
CO2(RP)v,mp |
= de specifieke CO2-emissies van het zware bedrijfsvoertuig v in g/km, zoals bepaald voor missieprofiel mp en gebaseerd op de monitoringgegevens voor de referentieperiode; |
|
CO2(RP)r,mp |
= de specifieke CO2-emissies van het representatieve zware bedrijfsvoertuig r in g/km, zoals bepaald voor het missieprofiel mp overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, als toegepast in de referentieperiode; |
|
CO2r,mp |
= de specifieke CO2-emissies van het representatieve zware bedrijfsvoertuig r, zoals bepaald voor het missieprofiel mp overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, op grond van de in artikel 11, lid 2, punt a), van deze verordening bedoelde wijzigingen; |
|
CO2p(RP)v,mp |
= de specifieke CO2-emissies van het primaire voertuig van het zware bedrijfsvoertuig v in g/km, zoals bepaald voor het missieprofiel mp en gebaseerd op de monitoringgegevens voor de referentieperiode; |
|
CO2p(RP)r,mp |
= de specifieke CO2-emissies van het primaire voertuig van het representatieve zware bedrijfsvoertuig r in g/km, zoals bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, als toegepast in de referentieperiode; |
|
CO2pr,mp |
= de specifieke CO2-emissies van het primaire voertuig van het representatieve zware bedrijfsvoertuig r, zoals bepaald voor het missieprofiel mp overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, op grond van de in artikel 11, lid 2, punt a), van deze verordening bedoelde wijzigingen. |
De specifieke CO2-emissies worden op grond van bijlage III genormaliseerd, waarbij de in de in artikel 11, lid 2, punt a), bedoelde rapporteringsperiode toepasselijke waarden voor de in artikel 14, lid 1, punt f), bedoelde parameters worden gebruikt.
De representatieve zware bedrijfsvoertuigen worden bepaald overeenkomstig de in artikel 11, lid 3, bedoelde methode.
2. Toepassing van de aangepaste referentiewaarde van de CO2-emissies op grond van artikel 11, lid 2
Indien de specifieke CO2-emissies van sommige nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van een fabrikant in de rapporteringsperiode van jaar Y bepaald zijn met de in artikel 11, lid 2, bedoelde wijzigingen, worden de in bijlage I, punten 4 en 5.1, gebruikte referentiewaarde van de CO2-emissies rCOsg van de subgroep voertuigen sg als volgt berekend:
rCO2sg = Σ,i Vsg,i/Vsg x rCO2sg,,i
waarbij:
|
Σ,i |
= de som van:
—
voor i = 0: de niet-gewijzigde procedure voor het bepalen van de CO2-emissies, waarvoor de oorspronkelijke referentiewaarde van de CO2-emissies zonder aanpassingen gelden, en
—
voor i ≥ 1: alle daaropvolgende wijzigingen zoals bedoeld in artikel 11, lid 2;
|
|
Vsg |
= het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y en de subgroep voertuigen sg; |
|
Vsg,i |
= het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant in de rapporteringsperiode van het jaar Y en de subgroep voertuigen sg waarvoor de specifieke CO2-emissies zijn bepaald met de wijziging i; |
|
rCO2sg,i |
=
—
voor i = 0: de niet-aangepaste referentiewaarde van de CO2-emissies;
—
voor i ≥ 1: de referentiewaarde van de CO2-emissies zoals bepaald voor de subgroep voertuigen sg met de wijziging i.
|
BIJLAGE III
Normalisatie van de specifieke CO2-emissies van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 4
1. Normalisatie van specifieke CO2-emissies
Voor de berekening van bijlage I, punt 2.1, worden de waarden van de CO2-emissies CO2v,mp van zware bedrijfsvoertuigen als volgt genormaliseerd:
CO2v,mp = reportCO2v,mp + ΔCO2v,mp(m) + ΔCO2cvv,mp
|
m = PLsg,mp – PLv,mp + cCWv |
(voor zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën N en O) |
|
m = PMsg,mp – PMv,mp + cCWv |
(voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M) |
De waarden van de CO2-emissies CO2pv,mp van primaire voertuigen worden genormaliseerd overeenkomstig dezelfde methode, aan de hand van de parameters voor primaire voertuigen.
waarbij:
|
CO2v,mp |
de genormaliseerde CO2-emissies van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald voor een missieprofiel mp, die in aanmerking moeten worden genomen in de berekening van punt 2.1 van bijlage I; |
|
reportCO2v,mp |
de CO2-emissies in g/km van een nieuw zwaar bedrijfsvoertuig v die zijn bepaald voor een missieprofiel mp en zijn gerapporteerd op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter; |
|
ΔCO2v,mp(m) |
zoals bepaald overeenkomstig punt 3; |
|
ΔCO2cvv,mp |
zoals bepaald overeenkomstig punt 4; |
|
PLv,mp = |
de belasting van het zware bedrijfsvoertuig v in het missieprofiel mp, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
PLsg,mp |
de belasting voor subgroep voertuigen sg en missieprofiel mp zoals bedoeld in punt 2.5 van bijlage I; |
|
PMv,mp = |
de massa van de passagiers in het zware bedrijfsvoertuig v in het missieprofiel mp, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
PMsg,mp |
de massa van de passagiers voor subgroep voertuigen sg en missieprofiel mp zoals bedoeld in punt 2.5 van bijlage I; |
|
cCWv |
de correctie van het totale ledig gewicht van het zware bedrijfsvoertuig v overeenkomstig punt 2. |
2. Normalisatie van het totale ledig gewicht
Aangezien een zwaar bedrijfsvoertuig bruikbaarder is voor vervoer naarmate het een hogere technisch toelaatbare maximale belasting of maximaal aantal passagiers heeft, maar hogere waarden voor die parameters om technische redenen gepaard gaan met een hoger totaal ledig gewicht en daarmee meer CO2-emissies, wordt de volgende correctie van het totale ledig gewicht van een zwaar bedrijfsvoertuig v in subgroep voertuigen sg toegepast voor de normalisatie van de specifieke CO2-emissies ervan overeenkomstig punt 1:
|
cCWv = asg · (maxPLsg – maxPLv) |
voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie N; |
|
cCWv = 0 |
voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie O; |
|
cCWv = asg · (maxPNsg – maxPNv) |
voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M, |
waarbij:
|
asg |
een lineaire coëfficiënt die overeenkomstig punt 2.1 wordt bepaald voor de rapporteringsperiode van het jaar waarin het zware bedrijfsvoertuig is geregistreerd v; |
|
maxPLv |
de technisch toelaatbare maximale belasting van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
maxPNv |
het technisch toelaatbare maximumaantal passagiers in het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens. |
|
maxPLsg |
de technisch toelaatbare maximale belasting van de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.5 van bijlage I; |
|
maxPNsg |
het technisch toelaatbare maximumaantal passagiers van de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.5 van bijlage I. |
2.1. Bepaling van normalisatieparameters
Voor elke rapporteringsperiode worden de parameters asg en bsg bepaald met behulp van een lineaire-regressie-analyse van de samenhang van de waarden van CWv met de waarden van maxPLv (zware bedrijfsvoertuigen van categorie N) en maxPNv (zware bedrijfsvoertuigen van categorie M), waarbij alle nieuw geregistreerde zware bedrijfsvoertuigen v in de subgroep voertuigen sg in aanmerking worden genomen:
|
CWv ≈ asg maxPLv + bsg |
voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie N; |
|
CWv ≈ asg maxPNv + bsg |
voor zware bedrijfsvoertuigen van categorie M, |
waarbij:
|
CWv |
het totale ledig gewicht van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; indien er geen exacte waarde beschikbaar is, kan deze worden benaderd met de gecorrigeerde werkelijke massa van het zware bedrijfsvoertuig v; |
|
maxPLv |
de technisch toelaatbare maximale belasting van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
maxPNv |
het technisch toelaatbare maximumaantal passagiers in het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens. |
3. Verandering van de CO2-emissies naar aanleiding van verandering van de totale massa van een voertuig
De verandering achteraf van de CO2-emissies van een zwaar bedrijfsvoertuig v die moet worden bepaald voor een missieprofiel mp naar aanleiding van een verandering achteraf van de totale massa die aan het zware bedrijfsvoertuig moet worden toegeschreven voor het bepalen van de CO2-emissies, wordt bepaald door middel van de volgende lineaire benadering:
ΔCO2v,mp(m) = m (CO2v,r – CO2v,l) / (Mr – Ml)
waarbij:
|
m |
de verandering van de totale massa die aan het zware bedrijfsvoertuig v wordt toegeschreven voor het bepalen van de CO2-emissies ervan; |
|
CO2v,r |
CO2-emissies van het zware bedrijfsvoertuig v in g/km zonder de verandering van massa, zoals bepaald voor hetzelfde missieprofiel mp onder representatieve belasting; |
|
CO2v,l |
CO2-emissies van het zware bedrijfsvoertuig v in g/km zonder de verandering van massa, zoals bepaald voor hetzelfde missieprofiel mp onder lage belasting; |
|
Mr |
de totale massa van het voertuig v tijdens de simulatie, zonder de verandering van massa, voor hetzelfde missieprofiel mp onder representatieve belasting; |
|
Ml |
de totale massa van het voertuig v tijdens de simulatie, zonder de verandering van massa, voor hetzelfde missieprofiel mp onder lage belasting. |
4. Normalisatie voor verschillende vrachtvolumes
Zware bedrijfsvoertuigen van categorie O binnen dezelfde subgroep voertuigen hebben verschillende vrachtvolumes. Aangezien een zwaar bedrijfsvoertuig bruikbaarder is voor vervoer naarmate het vrachtvolume toeneemt, maar een hoger vrachtvolume om technische redenen gepaard gaat met meer CO2-emissies, wordt de volgende correctie van de CO2-emissies van een zwaar bedrijfsvoertuig v in subgroep voertuigen sg toegepast:
ΔCO2cvv,mp = asg,mp (CVsg – CVv)
waarbij:
|
asg,mp |
een lineaire coëfficiënt die overeenkomstig punt 4.1 wordt bepaald voor de rapporteringsperiode van het jaar waarin het zware bedrijfsvoertuig v is geregistreerd; |
|
CVv |
het vrachtvolume van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
CVsg |
het vrachtvolume van de subgroep voertuigen sg, zoals bepaald overeenkomstig punt 2.5 van bijlage I. |
Voor zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën N en M is de correctie van de CO2-emissies ΔCO2cvv,mp “0”.
4.1. Bepaling van normalisatieparameters
Voor elke rapporteringsperiode en elk missieprofiel worden de parameters asg,mp en bsg,mp bepaald met behulp van een lineaire-regressie-analyse van de samenhang van de waarden van [reportCO2v,mp + ΔCO2v,mp(m)] met de waarden van CVv , waarbij alle nieuw geregistreerde zware bedrijfsvoertuigen v in de subgroep voertuigen sg in aanmerking worden genomen:
reportCO2v,mp + ΔCO2v,mp(m) ≈ asg,mp · CVv + bsg,mp
waarbij:
|
CVv |
het vrachtvolume van het zware bedrijfsvoertuig v, zoals bepaald op basis van de op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter gerapporteerde gegevens; |
|
reportCO2v,mp, ΔCO2v,mp(m) |
zoals gedefinieerd in punt 1. |
BIJLAGE IV
Voorschriften inzake op grond van de artikelen 13 bis en 13 ter te monitoren en te rapporteren gegevens
DEEL A: DOOR DE LIDSTATEN TE MONITOREN EN TE RAPPORTEREN GEGEVENS:
de voertuigidentificatienummers van alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 2, die in de lidstaat zijn geregistreerd;
de naam van de fabrikant;
het merk (handelsnaam van de fabrikant);
de carrosseriecode zoals vermeld in punt 38 van het certificaat van overeenstemming, in voorkomend geval met inbegrip van de aanvullende cijfers zoals bedoeld in aanhangsel 2 van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858;
in het geval van de in artikel 2, lid 1, eerste alinea, punt a) of punt b), bedoelde zware bedrijfsvoertuigen: de informatie over de motor zoals vermeld in de punten 23, 23.1 en 26 van het certificaat van overeenstemming;
de maximumsnelheid van het zware bedrijfsvoertuig zoals vermeld in punt 29 van het certificaat van overeenstemming;
de voltooiingsfase zoals vermeld in het gekozen model van certificaat van overeenstemming overeenkomstig punt 2 van bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 van de Commissie ( 15 );
de voertuigcategorie zoals vermeld in punt 0.4 van het certificaat van overeenstemming;
het aantal assen zoals vermeld in punt 1 van het certificaat van overeenstemming;
de TPMLM zoals vermeld in punt 16.1 van het certificaat van overeenstemming;
de afdruk van de cryptografische hash van het gegevensdossier van de fabrikant zoals vermeld in punt 49.1 van het certificaat van overeenstemming. Voor zware bedrijfsvoertuigen die uiterlijk op 30 juni 2025 zijn geregistreerd, hoeven de lidstaten enkel de eerste acht tekens van de cryptografische hash te rapporteren;
de specifieke CO2-emissies zoals vermeld in punt 49.5 van het certificaat van overeenstemming;
de waarde voor de gemiddelde belasting zoals vermeld in punt 49.6 van het certificaat van overeenstemming;
de registratiedatum;
de TPMLM van de combinatie voor een zwaar bedrijfsvoertuig van categorie N3 in een in artikel 3, punt 25, bedoelde extra zware combinatie (EHC), zoals gespecificeerd in punt 16.4 van het certificaat van overeenstemming of het certificaat van individuele goedkeuring van een voertuig;
voor voertuigen voor speciale doeleinden: hun aanduiding zoals vermeld in punt 51 van het certificaat van overeenstemming;
het aantal aangedreven assen zoals vermeld in punt 3 van het certificaat van overeenstemming;
voor zware bedrijfsvoertuigen die zijn goedgekeurd op grond van artikel 2, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2018/858: de informatie dat het zwaar bedrijfsvoertuig is ontworpen en gebouwd of aangepast voor gebruik door de burgerbeschermingsdiensten, de brandweer en de ordehandhavingsdiensten;
voor zware bedrijfsvoertuigen die zijn geregistreerd voor gebruik door de burgerbeschermingsdiensten, de brandweer, de ordehandhavingsdiensten: de bevestiging dat het voertuig is geregistreerd voor gebruik door de burgerbeschermingsdiensten, de brandweer, de ordehandhavingsdiensten en dat het voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 bis, lid 5, van deze verordening. Voor alle zware bedrijfsvoertuigen, met inbegrip van individueel goedgekeurde zware bedrijfsvoertuigen, is de bijbehorende informatie de informatie die moet worden verstrekt in het EU-certificaat van overeenstemming, in het certificaat van individuele EU-goedkeuring van een voertuig of in het certificaat van individuele nationale goedkeuring van een voertuig, overeenkomstig de modellen van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683, ongeacht eventuele nationale vrijstellingen uit hoofde van artikel 45, lid 1, van Verordening (EU) 2018/858.
DEEL B: DOOR FABRIKANTEN EN ANDERE ENTITEITEN TE RAPPORTEREN GEGEVENS
Overeenkomstig artikel 13 ter van deze verordening rapporteert elke rapporteur de volgende gegevens voor de zware bedrijfsvoertuigen waarvoor deze overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2400 en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362 verplicht is een gegevensdossier van de fabrikant of een voertuiginformatiedossier te verstrekken.
Overeenkomstig artikel 2, leden 4 en 5, stelt de in artikel 7 bis bedoelde fabrikant de Commissie er ook van in kennis indien een in deel A, punten p) en q), van bijlage IV bedoeld zwaar bedrijfsvoertuig, dat anders van de verplichtingen van artikel 3 bis zou zijn vrijgesteld, niet van die verplichtingen wordt vrijgesteld.
|
Voertuigcategorieën/subgroepen voertuigen |
Rapporteurs |
|||
|
Primaire voertuigfabrikant () |
Interimvoertuigfabrikant () |
Aangewezen technische dienst () |
||
|
N/alle |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
— Gegevensdossier van de fabrikant () — Aanvullende informatie (*1) |
Niet van toepassing |
|
M/alle |
— Voertuiginformatiedossier () — Gegevensdossier van de fabrikant () — Aanvullende informatie (*1) van het primaire voertuig |
Niet van toepassing |
— Voertuiginformatiedossier () — Gegevensdossier van de fabrikant () — Aanvullende informatie (*1) van het complete of voltooide voertuig |
Niet van toepassing |
|
O/alle |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
— Gegevensdossier van de fabrikant () — Aanvullende informatie (*1) |
— Gegevensdossier van de fabrikant () — Aanvullende informatie (*1) |
|
(1)
Artikel 3, punt 29, van Verordening (EU) 2017/2400.
(2)
Artikel 3, punt 31, van Verordening (EU) 2017/2400.
(3)
Artikel 3, punt 4a, van Verordening (EU) 2017/2400.
(4)
Gegevensdossier van de fabrikant, artikel 3, punt 23, van Verordening (EU) 2017/2400.
(5)
Voertuiginformatiedossier, artikel 3, punt 25, van Verordening (EU) 2017/2400.
(6)
Artikel 2, punt 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362.
(7)
Gegevensdossier van de fabrikant, artikel 2, punt 9, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362.
(8)
Artikel 8, leden 6 en 7, van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362.
(*1)
Aanvullende informatie: |
||||
|
Nr. |
Monitoringparameter |
Bron |
Voertuigcategorieën waarop de monitoringparameters van toepassing zijn |
|
15 |
Merk (handelsnaam van de fabrikant) |
|
Alle |
|
24 |
Naam en adres van de fabrikant van de transmissie |
Punt 0.4 van het model van een certificaat voor een onderdeel, technische eenheid of systeem overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage VI bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig |
|
25 |
Merk (handelsnaam van de fabrikant van de transmissie) |
Punt 0.1 van het model van een certificaat voor een onderdeel, technische eenheid of systeem overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage VI bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig |
|
32 |
Naam en adres van de fabrikant van de as |
Punt 0.4 van het model van een certificaat voor een onderdeel, technische eenheid of systeem overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage VII bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig Categorie O |
|
33 |
Merk (handelsnaam van de fabrikant van de as) |
Punt 0.1 van het model van een certificaat voor een onderdeel, technische eenheid of systeem overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage VII bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig Categorie O |
|
39 |
Naam en adres van de fabrikant van de band |
Punt 1 van het model van een certificaat voor een onderdeel, technische eenheid of systeem overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage X bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig Categorie O |
|
40 |
Merk (handelsnaam van de fabrikant van de band) |
Punt 3 van het model van een certificaat voor een onderdeel, technische eenheid of systeem overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage X bij Verordening (EU) 2017/2400 |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig Categorie O |
|
72 |
Licentienummer voor het gebruik van de simulatietool |
|
Alle |
|
75 |
CO2-massa-emissie van de motor boven WHTC (8) (g/kWh) |
Punt 1.4.2 van het addendum bij aanhangsel 5 of punt 1.4.2 van het addendum bij aanhangsel 7 bij bijlage I van Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (), naargelang toepasselijk |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig |
|
76 |
Brandstofverbruik van de motor boven WHTC (g/kWh) |
Punt 1.4.2 van het addendum bij aanhangsel 5 of punt 1.4.2 van het addendum bij aanhangsel 7 bij bijlage I van Verordening (EU) nr. 582/2011, naargelang van toepassing |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig |
|
77 |
CO2-massa-emissie van de motor boven WHSC (9) (g/kWh) |
Punt 1.4.1 van het addendum bij aanhangsel 5 of punt 1.4.1 van het addendum bij aanhangsel 7 bij bijlage I van Verordening (EU) nr. 582/2011, naargelang toepasselijk |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig |
|
78 |
Brandstofverbruik van de motor boven WHSC (g/kWh) |
Punt 1.4.1 van het addendum bij aanhangsel 5 of punt 1.4.1 van het addendum bij aanhangsel 7 bij bijlage I van Verordening (EU) nr. 582/2011, naargelang toepasselijk |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig |
|
101 |
Typegoedkeuringsnummer van de motor, voor zware bedrijfsvoertuigen met een datum van simulatie vanaf 1 juli 2020 |
Punt 1.2.1 van het addendum bij aanhangsel 5, 6 of 7 bij bijlage I van Verordening (EU) nr. 582/2011, naargelang van toepassing |
Categorie N Categorie M: alleen het primaire voertuig |
|
102 |
Voor zware bedrijfsvoertuigen met een datum van simulatie vanaf 1 juli 2021, het kommagescheiden bestand met dezelfde naam als het taakbestand en een.vsum-extensie dat de geaggregeerde resultaten per gesimuleerd opdrachtprofiel en per gesimuleerde lading bevat |
Bestand dat wordt gegenereerd in de GUI-versie (grafische gebruikersinterface) van de in artikel 5, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2017/2400 bedoelde simulatietool |
Alle |
|
(1)
Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 167 van 25.6.2011, blz. 1). |
|||
DEEL C: LUCHTWEERSTANDSWAARDE (CdxA) VOOR PUBLICATIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 13 QUATER
Met het oog op het openbaar maken van de in veld 23 vermelde CdxA-waarde overeenkomstig artikel 13 quater, gebruikt de Commissie de schalen die zijn vastgelegd in de volgende tabel, die voor elke CdxA-waarde de overeenkomstige schaal bevat:
|
Schaal |
CdxA-waarde [m2] |
|
|
Min CdxA (CdxA ≥ min CdxA) |
Max CdxA (CdxA < maxCdxA) |
|
|
A1 |
0,00 |
3,00 |
|
A2 |
3,00 |
3,15 |
|
A3 |
3,15 |
3,31 |
|
A4 |
3,31 |
3,48 |
|
A5 |
3,48 |
3,65 |
|
A6 |
3,65 |
3,83 |
|
A7 |
3,83 |
4,02 |
|
A8 |
4,02 |
4,22 |
|
A9 |
4,22 |
4,43 |
|
A10 |
4,43 |
4,65 |
|
A11 |
4,65 |
4,88 |
|
A12 |
4,88 |
5,12 |
|
A13 |
5,12 |
5,38 |
|
A14 |
5,38 |
5,65 |
|
A15 |
5,65 |
5,93 |
|
A16 |
5,93 |
6,23 |
|
A17 |
6,23 |
6,54 |
|
A18 |
6,54 |
6,87 |
|
A19 |
6,87 |
7,21 |
|
A20 |
7,21 |
7,57 |
|
A21 |
7,57 |
7,95 |
|
A22 |
7,95 |
8,35 |
|
A23 |
8,35 |
8,77 |
|
A24 |
8,77 |
9,21 |
BIJLAGE V
Rapportering en beheer van gegevens bedoeld in de artikelen 13 bis tot en met 13 quater
1. RAPPORTERING DOOR DE LIDSTATEN
1.1. Het contactpunt van de bevoegde autoriteit stuurt de in deel A van bijlage IV vermelde gegevens overeenkomstig artikel 13 bis door middel van elektronische gegevensoverdracht door aan het Europees Milieuagentschap.
Het contactpunt stelt de Commissie en het Europees Milieuagentschap in kennis van de gegevensoverdracht door een e-mail te sturen naar de volgende adressen:
EC-CO2-HDV-IMPLEMENTATION@ec.europa.eu
en
2. RAPPORTERING DOOR FABRIKANTEN
2.1. Fabrikanten rapporteren aan de Commissie onverwijld de volgende informatie:
de naam van de fabrikant zoals vermeld op het certificaat van overeenstemming of het individuele goedkeuringscertificaat;
de in Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie ( 16 ) vastgestelde WMI-code (“World Manufacturer Identifier”) die moet worden gebruikt in de voertuigidentificatienummers van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen die in de handel worden gebracht;
het contactpunt dat verantwoordelijk is voor het uploaden van de gegevens naar het Europees Milieuagentschap.
Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van eventuele wijzigingen van die informatie.
De kennisgevingen worden verzonden naar de in punt 1.1 vermelde adressen.
2.2. Het contactpunt van de fabrikant stuurt de in deel B, punt 2, van bijlage I vermelde gegevens overeenkomstig artikel 13 ter door middel van elektronische gegevensoverdracht door aan het Europees Milieuagentschap.
Het contactpunt stelt de Commissie en het Europees Milieuagentschap in kennis van de gegevensoverdracht door een e-mail te sturen naar de in punt 1.1 vermelde adressen.
3. GEGEVENSVERWERKING
3.1. Het Europees Milieuagentschap verwerkt de overeenkomstig de punten 1.1 en 2.2 toegezonden gegevens en neemt de verwerkte gegevens op in het register.
3.2. De gegevens over de zware bedrijfsvoertuigen die in de voorgaande rapporteringsperiode zijn geregistreerd en in het register zijn opgenomen, worden uiterlijk op 30 april van elk jaar bekendgemaakt, met uitzondering van de volgende gegevens:
het voertuigidentificatienummer;
de naam van de fabrikant van de transmissie en diens adres;
het merk (de handelsnaam) van de fabrikant van de transmissie;
de naam en het adres van de fabrikant van de as;
het merk (de handelsnaam) van de fabrikant van de as;
de naam en het adres van de fabrikant van de band;
het merk (de handelsnaam) van de fabrikant van de band;
het model van de motor;
het model van de transmissie;
het model van de retarder;
het model van de koppelomvormer;
het model van de haakse overbrenging;
het model van de as;
het model van de luchtweerstand;
het kommagescheiden bestand met dezelfde naam als het taakbestand en een.vsum-extensie dat de geaggregeerde resultaten per gesimuleerd opdrachtprofiel en per gesimuleerde lading bevat.
3.3. Indien een bevoegde instantie of een fabrikant fouten vaststelt in de ingediende gegevens, stelt zij de Commissie en het Europees Milieuagentschap hiervan onverwijld in kennis door een foutrapport in te dienen bij het Europees Milieuagentschap en door een e-mail te sturen naar de in punt 1.1 vermelde adressen.
3.4. De Commissie verifieert de gemelde fouten met de steun van het Europees Milieuagentschap en corrigeert deze in voorkomend geval in het register.
3.5. De Commissie stelt met de steun van het Europees Milieuagentschap binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de indieningstermijnen elektronische formulieren ter beschikking voor de in de punten 1.1 en 2.2 bedoelde gegevensoverdrachten.
BIJLAGE VI
Concordantietabel
|
Verordening (EU) 2018/956 |
Deze verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1, lid 2 |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
Artikel 4 |
Artikel 13 bis |
|
Artikel 5 |
Artikel 13 ter |
|
Artikel 6 |
Artikel 13 quater |
|
Artikel 7 |
Artikel 13 quinquies |
|
Artikel 8 |
Artikel 13 sexies |
|
Artikel 9 |
Artikel 13 septies |
|
Artikel 10 |
— |
|
Artikel 11 |
Artikel 14 |
|
Artikel 12 |
Artikel 16 |
|
Artikel 13 |
Artikel 17 |
|
Artikel 14 |
— |
|
BIJLAGE I |
Bijlage IV |
|
BIJLAGE II |
Bijlage V |
( 1 ) Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).
( 2 ) Verordening (EU) 2023/857 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/842 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en van Verordening (EU) 2018/1999 (PB L 111 van 26.4.2023, blz. 1).
( 3 ) Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1).
( 4 ) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
( 5 ) Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
( 6 ) Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1).
( 7 ) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
( 8 ) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362 van de Commissie van 1 augustus 2022 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de prestaties van zware aanhangwagens met betrekking tot hun invloed op de CO2-emissies, het brandstofverbruik, het energieverbruik en het nulemissiebereik van motorvoertuigen, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 (PB L 205 van 5.8.2022, blz. 145).
( 9 ) Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1).
( 10 ) Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 202).”;
( 11 ) Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).”.
( 12 ) Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).
( 13 ) Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 202).”;
( 14 ) Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 202).”;
( 14 ) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 van de Commissie van 15 april 2020 tot uitvoering van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de administratieve voorschriften voor de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (PB L 163 van 26.5.2020, blz. 1).
( 14 ) Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).