02019L0944 — NL — 12.10.2025 — 003.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

RICHTLIJN (EU) 2019/944 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 5 juni 2019

betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU

(herschikking)

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EU) 2022/869 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD  van 30 mei 2022

  L 152

45

3.6.2022

►M2

RICHTLIJN (EU) 2023/1791 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD  van 13 september 2023

  L 231

1

20.9.2023

►M3

RICHTLIJN (EU) 2024/1711 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD  van 13 juni 2024

  L 1711

1

26.6.2024


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 90909, 17.11.2025, blz.  1 (2024/1711)




▼B

RICHTLIJN (EU) 2019/944 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 5 juni 2019

betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU

(herschikking)

(Voor de EER relevante tekst)



HOOFDSTUK I

ONDERWERP EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze richtlijn worden, met het oog op het scheppen van echt geïntegreerde, concurrerende, consumentgerichte en flexibele, eerlijke en transparante elektriciteitsmarkten in de Unie, gemeenschappelijke regels vastgesteld voor de productie, de transmissie, de distributie, de energieopslag en de levering van elektriciteit, alsook regels voor de bescherming van de consumenten.

Steunend op de voordelen van een geïntegreerde markt, is deze richtlijn erop gericht de consument betaalbare, transparante energieprijzen en -kosten, een hoge mate van voorzieningszekerheid en een soepele overgang naar een duurzaam koolstofarm energiesysteem te bieden. De richtlijn stelt belangrijke regels vast met betrekking tot de organisatie en de werking van de elektriciteitssector van de Unie, met name regels betreffende empowerment en bescherming van consumenten, betreffende de open toegang tot de geïntegreerde markt, betreffende de toegang van derde partijen tot de transmissie- en distributie-infrastructuur, ontvlechtingsvoorschriften, en regels betreffende de onafhankelijkheid van regulerende instanties in de lidstaten.

In deze richtlijn worden de manieren vastgesteld voor samenwerking tussen de lidstaten, regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders om een volledig onderling verbonden interne markt voor elektriciteit tot stand te brengen waarmee de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, de vrije mededinging en de voorzieningszekerheid worden bevorderd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1) 

„afnemer”: een grootafnemer of een eindafnemer van elektriciteit;

2) 

„grootafnemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor wederverkoop binnen of buiten het systeem waarop deze persoon aangesloten is;

3) 

„eindafnemer”: een afnemer die elektriciteit koopt voor eigen gebruik;

4) 

„huishoudelijke afnemer”: een afnemer die elektriciteit koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten;

5) 

„niet-huishoudelijke afnemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit koopt die niet voor eigen huishoudelijk gebruik is bestemd; onder dit begrip vallen tevens producenten industriële afnemers, kleine en middelgrote ondernemingen, bedrijven en grootafnemers;

6) 

„micro-onderneming”: onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet en/of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen EUR;

7) 

„kleine onderneming”: onderneming met minder dan vijftig werknemers en een jaaromzet en/of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 10 miljoen EUR;

▼M3

8) 

“actieve afnemer”: een eindafnemer, of een groep gezamenlijk optredende eindafnemers, die op eigen terrein binnen afgebakende grenzen opgewekte of op andere locaties zelfopgewekte of gedeelde elektriciteit verbruikt of opslaat, of die zelfopgewekte elektriciteit verkoopt of deelneemt aan flexibiliteits- of energie-efficiëntieregelingen, mits die activiteiten niet zijn belangrijkste commerciële of professionele activiteit vormen;

▼B

9) 

„elektriciteitsmarkten”: markten voor elektriciteit, onder meer over-the-counter-markten en elektriciteitsbeurzen, markten voor de verhandeling van energie, capaciteit, balancerings- en ondersteunende diensten in alle tijdsbestekken, waaronder termijn-, day-ahead- en intraday-markten;

10) 

„marktdeelnemer”: een marktdeelnemer als gedefinieerd in artikel 2, punt 25, van Verordening (EU) 2019/943;

▼M3

10 bis) 

“energiedelen”: de zelfconsumptie door actieve afnemers van hernieuwbare energie:

a) 

die offsite of op gemeenschappelijke locaties wordt opgewekt of opgeslagen door een faciliteit die zij geheel of gedeeltelijk bezitten, leasen of huren, of

b) 

waarop het recht al dan niet gratis aan hen is overgedragen door een andere actieve afnemer;

▼B

11) 

„energiegemeenschap van burgers”: een juridische entiteit die:

a) 

gebaseerd is op vrijwillige en open deelname en waarover leden of aandeelhouders, die natuurlijke personen, lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, of kleine ondernemingen zijn, feitelijke zeggenschap hebben;

b) 

waarvan het hoofddoel veeleer bestaat uit het bieden van milieu-, economische of sociale gemeenschapsvoordelen aan haar leden of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is dan uit winst maken, en

c) 

zich bezig kan houden met de productie, waaronder uit hernieuwbare bronnen, distributie, levering, verbruik, aggregatie, energieopslag, energie-efficiëntiediensten, oplaaddiensten voor elektrische voertuigen of andere energiediensten aan haar leden of aandeelhouders kan aanbieden;

12) 

„levering”: verkoop, wederverkoop daaronder begrepen, van elektriciteit aan afnemers;

13) 

„elektriciteitsleveringscontract”: een contract voor de levering van elektriciteit, elektriciteitsderivaten niet inbegrepen;

14) 

„elektriciteitsderivaat”: een financieel instrument, als omschreven in punt 5, 6 of 7 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), en dat betrekking heeft op elektriciteit;

15) 

„contract op basis van een dynamische elektriciteitsprijs”: een elektriciteitsleveringscontract voor de levering van elektriciteit tussen een leverancier en een eindafnemer waarin de prijsvariatie op de spotmarkten, waaronder de day-ahead- en intraday-markten, wordt weerspiegeld in intervallen die ten minste overeenkomen met de marktvereffeningsperiode;

▼M3

15 bis) 

“elektriciteitsleveringscontract met een vaste looptijd en een vaste prijs”: een elektriciteitsleveringscontract tussen een leverancier en een eindafnemer dat garandeert dat de contractuele voorwaarden, inclusief de prijs, voor de duur van het contract ongewijzigd blijven, maar dat voor een vaste prijs een flexibel element kan bevatten met bijvoorbeeld piek- en dalprijsvariaties, en waarbij veranderingen in de uiteindelijke factuur uitsluitend het gevolg kunnen zijn van elementen die niet door de leveranciers worden bepaald, zoals belastingen en heffingen;

▼B

16) 

„opzegvergoeding”: een heffing of boete die wordt opgelegd aan afnemers door leveranciers of marktdeelnemers die aan aggregatie doen voor opzegging van een contract voor elektriciteitslevering of -diensten;

17) 

„overstapgerelateerde vergoeding”: iedere heffing of boete die rechtstreeks of indirect door leveranciers, marktdeelnemers die aan aggregatie doen of systeembeheerders aan afnemers wordt opgelegd vanwege het overstappen op een andere leverancier of op een andere marktdeelnemer die aan aggregatie doet, waaronder opzegvergoedingen;

18) 

„aggregatie”: een functie van een natuurlijke of rechtspersoon die de belasting of de opgewekte elektriciteit van verschillende afnemers voor de verkoop, koop of veiling op een elektriciteitsmark combineert;

19) 

„onafhankelijke aankoopgroepering”: een marktdeelnemer die aan aggregatie doet en niet is aangesloten bij de leverancier van de afnemer;

20) 

„vraagrespons”: de verandering van de elektriciteitsbelasting door eindafnemers ten opzichte van hun normale of bestaande verbruikspatronen, in reactie op de marktsignalen, waaronder tijdvariabele elektriciteitsprijzen of financiële prikkels, of in reactie op het aanvaarden van het bod van de eindafnemer, individueel of via aggregatie, om vraagvermindering of -verhoging voor een bepaalde prijs te verkopen op de georganiseerde markt, zoals gedefinieerd in Artikel 2, punt 4, van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie ( 2 );

21) 

„factureringsinformatie”: informatie die wordt verstrekt op een factuur van een eindafnemer, afgezien van een betalingsverzoek;

22) 

„conventionele meter”: een analoge meter of een elektronische meter zonder capaciteit om gegevens zowel te verzenden als te ontvangen;

23) 

„slimme-metersysteem”: een elektronisch systeem dat de elektriciteit die in het net wordt ingevoed of die uit het net wordt verbruikt kan meten, dat meer informatie verstrekt dan een conventionele meter, en dat data kan verzenden en ontvangen voor informatie-, monitoring- en controledoeleinden door middel van een vorm van elektronische communicatie;

24) 

„interoperabiliteit”: in de context van slimme-metersystemen, de mogelijkheid van twee of meer energie- of communicatienetwerken, -systemen, -apparaten, -toepassingen of -componenten om samen te werken om informatie uit te wisselen en te gebruiken om bepaalde vereiste functies uit te oefenen;

▼M3

24 bis) 

“noodleverancier”: een leverancier die wordt aangewezen om de elektriciteitslevering aan afnemers over te nemen van een leverancier die zijn activiteiten heeft gestaakt;

24 ter) 

“energiearmoede”: energiearmoede, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 52), van Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 );

24 quater) 

“flexibeleaansluitovereenkomst”: een reeks overeengekomen voorwaarden voor het aansluiten van elektriciteitscapaciteit op het net, waaronder voorwaarden om de injectie van elektriciteit in en de afname van elektriciteit uit het transmissie- of het distributienet te beperken en te regelen;

▼B

25) 

„onbalansverrekeningsperiode”: de onbalansverrekeningsperiode als gedefinieerd in artikel 2, punt 15, van Verordening (EU) 2019/943;

26) 

„bijna-realtime”: in de context van slimme-metersystemen, een korte tijdspanne, gewoonlijk niet meer dan enkele seconden, tot maximum de termijn voor onbalansverrekening op de nationale markt;

27) 

„beste beschikbare technieken”: in de context van gegevensbescherming en -beveiliging in een omgeving van slimme-metersystemen, de meest doeltreffende, geavanceerde en praktisch bruikbare technieken, waarmee in principe de basis wordt gelegd voor de naleving van de gegevensbeschermingsvoorschriften van de Unie;

28) 

„distributie”: transport van elektriciteit langs hoog-, midden- en laagspanningsdistributiesystemen met het oog op de belevering aan afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;

29) 

„distributiesysteembeheerder”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, zo nodig, de ontwikkeling van het distributiesysteem alsook, indien van toepassing, de interconnecties ervan met andere systemen, en die ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar distributie van elektriciteit;

30) 

„energie-efficiëntie”, de verhouding tussen de verkregen prestatie, dienst, goederen of energie, en de energie-input;

▼M3

31) 

“energie uit hernieuwbare bronnen” of “hernieuwbare energie”: energie uit hernieuwbare bronnen of hernieuwbare energie, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Richtlijn (EU) 2018/2001;

▼B

32) 

„gedistribueerde productie”: productie-installaties die aangesloten zijn op het distributiesysteem;

33) 

„oplaadpunt”: een aansluiting, waarmee telkens één elektrisch voertuig kan worden opgeladen of de batterij van telkens één elektrisch voertuig kan worden vervangen;

34) 

„transmissie”: transport van elektriciteit langs het extra hoogspannings- en hoogspanningsstelsel van systemen, met het oog op de belevering van eindafnemers of distributiemaatschappijen, de levering zelf niet inbegrepen;

35) 

„transmissiesysteembeheerder”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, zo nodig, de ontwikkeling van het transmissiesysteem alsook, indien van toepassing, de interconnecties ervan met andere systemen en die ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit;

36) 

„systeemgebruiker”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die levert aan of afneemt van een transmissie- of distributiesysteem;

37) 

„productie”: productie van elektriciteit;

38) 

„producent”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit opwekt;

39) 

„interconnector”: uitrusting om elektriciteitssystemen onderling te koppelen;

40) 

„stelsel van systemen”: een aantal transmissie- en distributiesystemen die door middel van een of meer interconnectoren met elkaar zijn verbonden;

41) 

„directe lijn”: een elektriciteitslijn die een geïsoleerde productielocatie met een geïsoleerde afnemer verbindt, of een elektriciteitslijn die een elektriciteitsproducent en een elektriciteitsleverancier met elkaar verbindt om hun eigen vestigingen, dochterondernemingen en afnemers direct te bevoorraden;

42) 

„kleinschalig geïsoleerd systeem”: systeem met een verbruik van minder dan 3 000 GWh in 1996 en waarvan minder dan 5 % van het jaarverbruik via interconnectie met andere systemen wordt verkregen;

43) 

„kleinschalig verbonden systeem”: systeem met een verbruik van minder dan 3 000 GWh in 1996 waarvan meer dan 5 % van het jaarverbruik via interconnectie met andere systemen wordt verkregen;

44) 

„congestie”: congestie als gedefinieerd in artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) 2019/943;

45) 

„balancering”: balancering als gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EU) 2019/943;

46) 

„balanceringsenergie”: balanceringsenergie als gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EU) 2019/943;

47) 

„balanceringsverantwoordelijke”: een balanceringsverantwoordelijke als gedefinieerd in artikel 2, punt 14, van Verordening (EU) 2019/943;

48) 

„ondersteunende dienst”: een dienst die nodig is voor de exploitatie van een transmissie- of distributiesysteem, met inbegrip van balanceringsdiensten en niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, maar uitgezonderd congestiebeheer;

49) 

„niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst”: een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom, blackstartmogelijkheden en inzetbaarheid in eilandbedrijf;

50) 

„regionaal coördinatiecentrum”: een regionaal coördinatiecentrum zoals opgericht uit hoofde van artikel 35 van Verordening (EU) 2019/943;

51) 

„volledig geïntegreerde netwerkcomponenten”: netwerkcomponenten die in het transmissie- of distributiesysteem, met inbegrip van opslagfaciliteiten, geïntegreerd zijn en die uitsluitend gebruikt worden voor het waarborgen van een veilig en betrouwbaar beheer van het transmissie- of distributiesysteem, en niet voor balancerings- of congestiebeheer;

52) 

„geïntegreerd elektriciteitsbedrijf”: een verticaal of horizontaal geïntegreerd bedrijf;

53) 

„verticaal geïntegreerd bedrijf”: elektriciteitsbedrijf of groep van elektriciteitsbedrijven waarin dezelfde persoon of dezelfde personen, direct of indirect, het recht hebben zeggenschap uit te oefenen en waarbij het bedrijf of de groep van bedrijven ten minste een van de functies van transmissie of distributie en ten minste een van de functies van productie of levering verricht;

54) 

„horizontaal geïntegreerd bedrijf”: elektriciteitsbedrijf dat ten minste een van de functies van productie voor de verkoop, transmissie, distributie of levering, en daarnaast een niet op het gebied van elektriciteit liggende activiteit verricht;

55) 

„verwant bedrijf”: een verbonden onderneming zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad ( 4 ) en een onderneming die aan dezelfde aandeelhouders toebehoort;

56) 

„zeggenschap”: rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of tezamen, met inachtneming van alle feitelijke of juridische omstandigheden, het mogelijk maken een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name:

a) 

eigendoms- of gebruiksrechten op alle activa van een onderneming of delen daarvan;

b) 

rechten of overeenkomsten die een beslissende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de organen van een onderneming;

57) 

„elektriciteitsbedrijf”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten minste een van de volgende functies vervult: productie, transmissie, distributie, aggregatie, vraagrespons, energieopslag, levering of aankoop van elektriciteit, en die verantwoordelijk is voor de met deze functies verband houdende commerciële, technische of onderhoudswerkzaamheden, maar die geen eindafnemer is;

58) 

„zekerheid”: zowel de zekerheid van levering en voorziening van elektriciteit als de technische beveiliging;

59) 

„energieopslag”: in het elektriciteitssysteem, het uitstellen van het uiteindelijke gebruik van elektriciteit tot een later moment dan het moment waarop de elektriciteit is opgewekt, of het omzetten van elektrische energie in een vorm van energie die kan worden opgeslagen, het opslaan van dergelijke energie, en de daaropvolgend omzetting van dergelijke energie in elektrische energie of een andere energiedrager;

60) 

„energieopslagfaciliteit”: in het elektriciteitssysteem, een installatie waar energieopslag plaatsvindt.

HOOFDSTUK II

ALGEMENE REGELS VOOR DE ORGANISATIE VAN DE ELEKTRICITEITSSECTOR

Artikel 3

Een concurrerende, op de consument gerichte, flexibele en niet-discriminerende elektriciteitsmarkt

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat hun nationale recht geen onnodige belemmering vormt voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit, deelname van de consument, onder meer door middel van vraagrespons, investeringen in, met name, kwetsbare en flexibele energieproductie, energieopslag, of de ontwikkeling van elektromobiliteit of nieuwe interconnectoren tussen lidstaten, en zorgen ervoor dat de elektriciteitsprijzen in overeenstemming zijn met de feitelijke vraag en het feitelijke aanbod.
2.  
Bij de ontwikkeling van nieuwe interconnectoren houden de lidstaten rekening met de streefcijfers voor elektriciteitsinterconnectie vastgelegd in Artikel 4, onder d), punt 1), van Verordening (EU) 2018/1999.
3.  
De lidstaten zorgen ervoor dat er op de interne markt voor elektriciteit geen onnodige belemmeringen bestaan voor de toetreding tot, de werking van en het verlaten van de markt, waarbij de bevoegdheden waarover de lidstaten ten aanzien van derde landen beschikken, onverlet worden gelaten.
4.  
De lidstaten zorgen voor een gelijk speelveld waarbij elektriciteitsbedrijven worden onderworpen aan transparante, evenredige en niet-discriminerende regels en vergoedingen, en aan een transparante, evenredige en niet-discriminerende behandeling, in het bijzonder wat betreft balanceringsverantwoordelijkheid, toegang tot groothandelsmarkten, toegang tot gegevens, het overstapproces en factureringsstelsels en, indien van toepassing, vergunningverlening.
5.  
De lidstaten zorgen ervoor dat marktdeelnemers uit derde landen wanneer die actief zijn binnen de interne markt voor elektriciteit, het toepasselijke Unie- en nationale recht naleven, met inbegrip van het recht betreffende milieu- en veiligheidsbeleid.

▼M3

Artikel 4

Vrije keuze van leverancier

De lidstaten zien erop toe dat alle afnemers vrij zijn om elektriciteit te kopen bij leveranciers van hun keuze. De lidstaten zien erop toe dat alle afnemers vrij zijn om op hetzelfde moment over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of overeenkomst voor energiedelen te beschikken, en dat afnemers daarom recht hebben op meer dan één meet- en factureringspunt achter het centrale aansluitpunt voor hun terreinen en gebouwen. Indien dat technisch haalbaar is, kunnen er overeenkomstig artikel 19 ingevoerde slimme metersystemen worden gebruikt, zodat afnemers tegelijkertijd over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of meer dan één overeenkomst voor energiedelen kunnen beschikken.

▼B

Artikel 5

Marktgebaseerde leveringsprijzen

1.  
Leveranciers zijn vrij de prijs waarvoor zij aan de afnemers leveren, vast te stellen. De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat er sprake is van daadwerkelijke concurrentie tussen leveranciers.
2.  
De lidstaten zorgen op grond van de artikelen 28 en 29 voor de bescherming van energiearme en kwetsbare huishoudelijke afnemers, met sociaal beleid of op andere manieren dan via overheidsingrijpen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit.
3.  
In afwijking van de leden 1 en 2, kunnen de lidstaten overheidsingrijpen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit aan energiearme of kwetsbare huishoudelijke afnemers toepassen. Op dergelijk overheidsingrijpen zijn de omstandigheden in de leden 4 en 5 van toepassing.
4.  

Overheidsingrijpen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit:

a) 

streeft een algemeen economisch belang na en gaat niet verder dan wat nodig is voor het algemene economische belang dat zij nastreven;

b) 

is duidelijk omschreven, transparant, niet-discriminerend en verifieerbaar;

c) 

garandeert elektriciteitsbedrijven uit de Unie gelijke toegang tot de afnemer;

d) 

is van beperkte duur en staat in verhouding tot de begunstigden ervan;

e) 

leidt niet op discriminerende wijze tot extra kosten voor marktdeelnemers.

5.  
Lidstaten die overheidsingrijpen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit toepassen overeenkomstig lid 3 van dit artikel moeten ook artikel 3, lid 3, onder d), en artikel 24 van Verordening (EU) 2018/1999 naleven, ongeacht of de lidstaat in kwestie een aanzienlijk aantal huishoudens heeft dat kampt met energiearmoede.
6.  
Met het oog op een overgangsperiode om doeltreffende mededinging tot stand te brengen voor elektriciteitsleveringscontracten tussen leveranciers en om een doeltreffende, marktgebaseerde detailhandelprijs voor elektriciteit tot stand te brengen overeenkomstig lid 1 mogen de lidstaten overheidsingrijpen toepassen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit aan huishoudelijke afnemers en aan micro-ondernemingen die niet profiteren van overheidsingrijpen op grond van lid 3.
7.  

Overheidsingrijpen op grond van lid 6 voldoet aan de criteria van lid 4 en:

a) 

gaat vergezeld van een reeks maatregelen om doeltreffende mededinging tot stand te brengen en van een methode om de geboekte vooruitgang ten aanzien van deze maatregelen te beoordelen;

b) 

wordt vastgesteld door gebruik van een methode waarmee de niet-discriminerende behandeling van leveranciers wordt gewaarborgd;

c) 

wordt vastgesteld op een prijs boven de kostprijs, op een niveau waarbij doeltreffende prijsconcurrentie mogelijk is;

d) 

wordt zodanig ingericht dat eventuele negatieve gevolgen voor de groothandelsmarkt voor elektriciteit tot een minimum beperkt blijven;

e) 

waarborgt dat alle begunstigden van dergelijk overheidsingrijpen een concurrerend marktaanbod kunnen kiezen en rechtstreeks ten minste elk kwartaal worden geïnformeerd over de beschikbaarheid van aanbiedingen en besparingsmogelijkheden op de concurrerende markt, in het bijzonder wat betreft contracten op basis van dynamische elektriciteitsprijs, en waarborgt dat zij hulp krijgen om over te stappen op een marktgebaseerd aanbod;

f) 

waarborgt dat, op grond van de artikelen 19 en 21, alle begunstigden van dergelijk overheidsingrijpen het recht hebben en het aanbod krijgen om zonder extra kosten slimme meters te laten installeren, rechtstreeks worden geïnformeerd over de mogelijkheid slimme meters te installeren en hierbij de nodige hulp krijgen;

g) 

leidt niet tot directe kruissubsidiëring tussen afnemers die worden bevoorraad tegen vrijemarktprijzen en afnemers die worden bevoorraad tegen gereguleerde leverprijzen.

8.  
De lidstaten stellen de Commissie binnen één maand na goedkeuring van de overeenkomstig de leden 3 en 6 genomen maatregelen daarvan in kennis en kunnen ze onmiddellijk toepassen. De kennisgeving gaat vergezeld van een uitleg waarom andere instrumenten de beoogde doelstelling in onvoldoende mate konden verwezenlijken, hoe de vereisten in de leden 4 en 7 worden vervuld en wat de effecten op de mededinging zijn van de maatregelen waarvan kennis is gegeven. In de kennisgeving wordt het toepassingsgebied van begunstigden, de duur van de maatregelen en het aantal huishoudelijke afnemers dat te maken heeft met de maatregelen omschreven, en wordt uitgelegd hoe de gereguleerde prijzen zijn bepaald.
9.  
Uiterlijk op 1 januari 2022 en 1 januari 2025 dienen de lidstaten verslagen in bij de Commissie over de tenuitvoerlegging van dit artikel, de noodzaak en de evenredigheid van het overheidsingrijpen op grond van dit artikel, en een beoordeling van de vooruitgang die is geboekt op weg naar doeltreffende mededinging tussen leveranciers en de overgang naar marktgebaseerde prijzen. Lidstaten die in overeenstemming met lid 6 gereguleerde prijzen hanteren, brengen verslag uit over de naleving van de voorwaarden in lid 7, waaronder naleving door leveranciers die dergelijk ingrijpen moeten doorvoeren, en over de impact van gereguleerde prijzen op de financiën van die leveranciers.
10.  
Uiterlijk op 31 december 2025 voert de Commissie een evaluatie uit en dient zij een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van dit artikel teneinde een marktgebaseerde detailhandelprijs voor elektriciteit tot stand te brengen, in voorkomend geval samen met of gevolgd door een wetgevingsvoorstel. In dat wetgevingsvoorstel kan een einddatum voor gereguleerde prijzen worden opgenomen.

Artikel 6

Toegang van derden

1.  
De lidstaten dragen zorg voor de invoering van een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributiesystemen, gebaseerd op bekendgemaakte tarieven die voor alle afnemers gelden en die objectief worden toegepast zonder onderscheid te maken tussen systeemgebruikers. De lidstaten zorgen ervoor dat deze tarieven of de aan de berekening daarvan ten grondslag liggende methoden voorafgaand aan hun toepassing worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 59 en dat deze tarieven en, wanneer alleen de methoden zijn goedgekeurd, de methoden worden bekendgemaakt voordat zij in werking treden.
2.  
De beheerder van een transmissie- of distributiesysteem kan de toegang weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt. De weigering wordt naar behoren met redenen omkleed, waarbij met name het bepaalde in artikel 9 in acht wordt genomen op basis van objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria. De lidstaten of, indien de lidstaten hierin voorzien, de regulerende instanties van die lidstaten zorgen ervoor dat deze criteria op coherente wijze worden toegepast en dat de systeemgebruiker aan wie toegang is geweigerd, gebruik kan maken van een geschillenbeslechtingsprocedure. De regulerende instantie zorgt er tevens voor dat, waar van toepassing en wanneer de toegang wordt geweigerd, de transmissie- of distributiesysteembeheerder relevante informatie verstrekt over de voor de versterking van het net vereiste maatregelen. Die informatie wordt verstrekt in alle gevallen waarin toegang tot oplaadpunten werd geweigerd. Aan degene die om dergelijke informatie verzoekt, kan een redelijke vergoeding in rekening worden gebracht die de aan de verstrekking van die informatie verbonden kosten weerspiegelt.
3.  
Dit artikel geldt ook voor energiegemeenschappen van burgers die distributienetten beheren.

▼M3

Artikel 6 bis

Flexibeleaansluitovereenkomsten

▼C1

1.  
De regulerende instantie, of een andere bevoegde instantie indien een lidstaat hierin voorziet, ontwikkelt een kader waarbinnen transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders de mogelijkheid kunnen bieden om flexibeleaansluitovereenkomsten te sluiten in gebieden waar de netwerkcapaciteit voor nieuwe aansluitingen beperkt of niet beschikbaar is, zoals gepubliceerd overeenkomstig artikel 31, lid 3, van deze richtlijn en artikel 50, lid 4 bis, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/943. Dat kader moet waarborgen dat:

▼M3

a) 

als algemene regel geldt dat flexibele aansluitingen de versterkingen van het netwerk in de aangeduide gebieden niet vertragen;

b) 

flexibeleaansluitovereenkomsten op basis van vastgestelde criteria worden omgezet in vasteaansluitovereenkomsten zodra de ontwikkeling van het netwerk is voltooid, en

c) 

voor gebieden waar de regulerende instantie, of een andere bevoegde instantie indien een lidstaat hierin voorziet, van mening is dat netwerkontwikkeling niet de meest efficiënte oplossing is, in voorkomend geval flexibeleaansluitovereenkomsten als permanente oplossing mogelijk zijn, ook voor energieopslag.

2.  
Het in lid 1 bedoelde kader kan ervoor zorgen dat flexibeleaansluitovereenkomsten ten minste het volgende vermelden:
a) 

de maximale vaste injectie in en afname van het net van elektriciteit, alsmede de aanvullende flexibele injectie- en afnamecapaciteit die gedurende het jaar per tijdblok kan worden aangesloten en gedifferentieerd;

b) 

de nettarieven die van toepassing zijn op zowel de vaste als de flexibele injectie- en afnamecapaciteit;

c) 

de overeengekomen looptijd van de flexibeleaansluitovereenkomst en de verwachte datum voor het toekennen van een aansluiting voor de gehele aangevraagde vaste capaciteit.

De systeemgebruiker met een flexibele aansluiting op het net moet een stroombeheersingssysteem installeren dat door een erkende certificeringsinstantie is gecertificeerd.

▼B

Artikel 7

Directe lijnen

1.  

De lidstaten nemen maatregelen om het mogelijk te maken dat:

a) 

alle op hun grondgebied gevestigde elektriciteitsproducenten en elektriciteitsleveranciers, hun eigen vestigingen, dochterondernemingen en afnemers via een directe lijn kunnen leveren zonder onderworpen te zijn aan onevenredige administratieve procedures of kosten;

b) 

alle individuele of collectieve afnemers die op hun grondgebied gevestigd zijn, via een directe lijn kunnen worden bevoorraad door elektriciteitsproducenten en elektriciteitsleveranciers.

2.  
De lidstaten stellen criteria vast voor de toekenning van vergunningen voor de aanleg van directe lijnen op hun grondgebied. Deze criteria zijn objectief en niet-discriminerend.
3.  
De mogelijkheid van elektriciteitslevering via een directe lijn zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel laat de mogelijkheid tot het sluiten van een leveringscontract overeenkomstig artikel 6 onverlet.
4.  
De lidstaten kunnen de aflevering van een vergunning voor de aanleg van een directe lijn afhankelijk stellen van een weigering van toegang tot het systeem op basis van – voor zover van toepassing – artikel 6, dan wel de start van een geschillenbeslechtingsprocedure uit hoofde van artikel 60.
5.  
De lidstaten kunnen de vergunning voor een directe lijn weigeren indien door de verlening van een dergelijke vergunning de toepassing van de bepalingen inzake openbaredienstverplichtingen van artikel 9 zouden worden overtreden. Een dergelijke weigering wordt naar behoren met redenen omkleed.

Artikel 8

Vergunningsprocedure voor nieuwe capaciteit

1.  
Voor de bouw van nieuwe productiecapaciteit voeren de lidstaten een vergunningsprocedure in die aan de hand van objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria wordt toegepast.
2.  

De lidstaten stellen de criteria voor de verlening van bouwvergunningen voor productiecapaciteit op hun grondgebied vast. Bij het vaststellen van passende criteria houden de lidstaten rekening met:

a) 

de veiligheid en de zekerheid van het elektriciteitssysteem, de installaties en de bijbehorende uitrusting;

b) 

de bescherming van de volksgezondheid en de veiligheid;

c) 

de bescherming van het milieu;

d) 

ruimtelijke ordening en locatie;

e) 

gebruik van grond met een openbare bestemming;

f) 

energie-efficiëntie;

g) 

de aard van de primaire energiebronnen;

h) 

de bijzondere kenmerken van de aanvrager, zoals technische, economische en financiële capaciteit;

i) 

de naleving van de maatregelen die krachtens artikel 9 zijn genomen;

j) 

de bijdrage van de productiecapaciteit aan het bereiken van het algemene streefcijfer van de Unie van een aandeel energie uit hernieuwbare bronnen van minstens 32 % in het bruto eindverbruik van energie in de Unie in 2030 als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 );

k) 

de bijdrage van de productiecapaciteit aan het verminderen van emissies, en

l) 

de alternatieven voor de opbouw van nieuwe productiecapaciteit, zoals vraagresponsoplossingen en energieopslag.

3.  
De lidstaten zorgen ervoor dat er specifieke, vereenvoudigde en gestroomlijnde vergunningsprocedures bestaan voor kleine gedecentraliseerde en/of gedistribueerde productie, waarbij rekening gehouden wordt met hun beperkte grootte en potentiële effect.

De lidstaten kunnen richtsnoeren vaststellen voor deze specifieke vergunningsprocedure. Regulerende instanties of andere bevoegde nationale instanties, waaronder planningsinstanties, beoordelen deze richtsnoeren en kunnen wijzigingen daarvan voorstellen.

Indien lidstaten specifieke vergunningsprocedures voor grondgebruik hebben vastgesteld voor het starten van grote nieuwe infrastructuurprojecten voor productiecapaciteit, laten de lidstaten in voorkomend geval de bouw van nieuwe productiecapaciteit binnen het toepassingsgebied van deze procedures vallen en passen zij deze op niet-discriminerende wijze en binnen een passend tijdschema toe.

4.  
De vergunningsprocedures en de criteria worden bekendgemaakt. De aanvragers worden op de hoogte gesteld van de redenen tot weigering van een vergunning. Die redenen zijn objectief en niet-discriminerend, berusten op goede gronden en worden naar behoren gestaafd. Beroep is voor aanvragers mogelijk.

Artikel 9

Openbaredienstverplichtingen

1.  
Onverminderd lid 2 waarborgen de lidstaten op basis van hun institutionele organisatie en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel dat elektriciteitsbedrijven, volgens de beginselen van deze richtlijn werken met het oog op de totstandbrenging van een door concurrentie gekenmerkte, zekere en in milieuopzicht duurzame elektriciteitsmarkt; wat hun rechten en plichten betreft, mogen zij deze bedrijven niet verschillend behandelen.
2.  
Met volledige inachtneming van de toepasselijke bepalingen van het VWEU, en met name artikel 106, mogen de lidstaten in het algemeen economisch belang aan elektriciteitsbedrijven openbaredienstverplichtingen opleggen, die betrekking kunnen hebben op de zekerheid, waaronder de voorzieningszekerheid, de regelmaat, de kwaliteit en de prijs van de leveringen zijn begrepen, alsmede op de bescherming van het milieu, met inbegrip van energie-efficiëntie, energie uit hernieuwbare bronnen en bescherming van het klimaat. Deze verplichtingen zijn duidelijk gedefinieerd, transparant, niet-discriminerend en controleerbaar en waarborgen de gelijke toegang voor elektriciteitsbedrijven van de Unie tot nationale consumenten waarborgen. Openbaredienstverplichtingen die verband houden met de prijsstelling voor de levering van elektriciteit voldoen aan de vereisten van artikel 5 van deze richtlijn.
3.  
Indien een lidstaat financiële vergoeding, andere vormen van vergoeding en exclusieve rechten voor het nakomen van de verplichtingen als bedoeld in lid 2 van dit artikel of voor de verlening van universele diensten als bedoeld in artikel 27 verleent, geschiedt dat op een niet-discriminerende en transparante wijze.
4.  
De lidstaten delen de Commissie na de omzetting van deze richtlijn alle maatregelen mee die zijn vastgesteld om universeledienst- en openbaredienstverplichtingen in het leven te roepen, met inbegrip van consumentenbeschermings- en milieubeschermingsmaatregelen, en van de mogelijke gevolgen van die maatregelen voor de nationale en internationale concurrentie, ongeacht of deze maatregelen een ontheffing van deze richtlijn vereisen. Zij stellen de Commissie vervolgens om de twee jaar in kennis van alle wijzigingen van die maatregelen, ongeacht of deze maatregelen een ontheffing van deze richtlijn vereisen.
5.  
De lidstaten kunnen besluiten de artikelen 6, 7 en 8 van deze richtlijn niet toe te passen, voor zover de toepassing daarvan de elektriciteitsbedrijven in feite of in rechte verhindert zich van de hun in het algemeen economisch belang opgelegde verplichtingen te kwijten en mits de ontwikkeling van de handel niet wordt beïnvloed in een mate die strijdig is met de belangen van de Unie. De belangen van de Unie omvatten onder meer mededinging met betrekking tot de afnemers overeenkomstig artikel 106 VWEU en deze richtlijn.

HOOFDSTUK III

EMPOWERMENT EN BESCHERMING VAN DE CONSUMENT

Artikel 10

Contractuele basisrechten

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat alle eindafnemers aanspraak hebben op elektriciteitsvoorziening door een leverancier, onder voorbehoud van de toestemming van de leverancier, ongeacht de lidstaat waar de leverancier is geregistreerd, mits de leverancier de geldende handels- en balanceringsregels toepast. In dat verband nemen de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat administratieve procedures geen discriminatie inhouden ten aanzien van leveranciers die reeds in een andere lidstaat zijn geregistreerd.
2.  
Onverminderd de voorschriften van de Unie inzake consumentenbescherming, met name Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ) en Richtlijn 93/13/EEG van de Raad ( 7 ), zorgen de lidstaten ervoor dat eindafnemers de rechten hebben zoals voorzien in leden 3 tot en met 12 van dit artikel.
3.  

Eindafnemers hebben recht op een contract met hun leverancier waarin zijn opgenomen:

a) 

de identiteit en het adres van de leverancier;

b) 

de geleverde diensten, de aangeboden kwaliteitsniveaus van de diensten en de benodigde tijd voor de eerste aansluiting;

c) 

de aangeboden soorten onderhoudsdiensten;

d) 

de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende tarieven, onderhoudskosten en gebundelde producten of diensten kan worden verkregen;

e) 

de duur van het contract, de voorwaarden voor verlenging en opzegging van het contract en diensten, met inbegrip van producten of diensten die gebundeld zijn met die diensten, en van het contract, en of kosteloze opzegging van het contract is toegestaan;

f) 

alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden indien de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van onnauwkeurige of te late facturering;

g) 

de methode voor het inleiden van een buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 26;

h) 

informatie over consumentenrechten, met inbegrip van informatie over klachtenbehandeling en alle in dit lid bedoelde informatie, welke duidelijk wordt meegedeeld op de factuur of de websites van het elektriciteitsbedrijf.

De contractuele voorwaarden zijn eerlijk en vooraf bekend. In ieder geval wordt deze informatie voorafgaand aan de sluiting of bevestiging van het contract verstrekt. Indien contracten door middel van intermediairs worden gesloten, wordt de in dit lid vastgelegde informatie eveneens voorafgaand aan de ondertekening van het contract verstrekt;

Eindafnemers ontvangen een in het oog springende samenvatting van de belangrijkste contractuele voorwaarden in beknopte en eenvoudige taal.

4.  
Eindafnemers worden op toereikende wijze in kennis gesteld van ieder voornemen de contractuele voorwaarden te wijzigen en op de hoogte worden gesteld van hun recht de overeenkomst op te zeggen wanneer zij van een dergelijk voornemen in kennis worden gesteld. Leveranciers stellen hun eindafnemers op een transparante en begrijpelijke manier rechtstreeks in kennis van aanpassingen van de leveringsprijs, alsmede van de redenen en voorwaarden voor de aanpassing en de reikwijdte ervan, en doen dit uiterlijk twee weken, en voor zover het huishoudelijke afnemers betreft, uiterlijk één maand vóór de aanpassing in werking treedt. De lidstaten zorgen ervoor dat eindafnemers de mogelijkheid krijgen contracten op te zeggen indien zij de hun door de leverancier meegedeelde nieuwe contractuele voorwaarden of aanpassingen van de leveringsprijs niet aanvaarden.
5.  
Eindafnemers ontvangen van leveranciers transparante informatie over geldende prijzen en tarieven en over standaardvoorwaarden met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van elektriciteitsdiensten.
6.  
Eindafnemers worden door leveranciers een ruime keuze van betalingswijzen geboden, die geen enkele categorie afnemers onnodig discrimineert. Ieder verschil in tarieven in verband met betalingsmethoden of vooruitbetalingsregelingen is objectief, niet-discriminerend en evenredig, en bedraagt niet meer dan de directe kosten die door de begunstigde worden gedragen voor het gebruik van een specifieke betalingsmethode of vooruitbetalingsregeling, in lijn met artikel 62 van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad ( 8 ).
7.  
Huishoudelijke afnemers die toegang hebben tot vooruitbetalingssystemen, op grond van lid 6, ondervinden geen nadeel als gevolg van die systemen.
8.  
Eindafnemers krijgen van leveranciers eerlijke en transparante algemene voorwaarden aangeboden die gesteld zijn in duidelijke en begrijpelijke taal en die geen niet-contractuele belemmeringen bevatten voor het uitoefenen van de rechten van afnemers, zoals overdreven contractuele documentatie. Afnemers worden beschermd tegen oneerlijke of misleidende verkoopmethoden.
9.  
Eindafnemers hebben recht op dienstverlening en klachtenbehandeling door hun leveranciers. Leveranciers handelen klachten eenvoudig, eerlijk en snel af.
10.  
Wanneer zij toegang hebben tot universele dienstverlening uit hoofde van de op grond van artikel 27door de lidstaten vastgestelde bepalingen, worden eindafnemers in kennis gesteld van hun rechten in verband met universele dienstverlening.
11.  
Huishoudelijke afnemers krijgen van de leveranciers ruim op tijd vóór een geplande afsluiting voldoende informatie over alternatieve maatregelen voor afsluiting. Deze alternatieve maatregelen kunnen zijn: bronnen van ondersteuning om afsluiting te voorkomen, vooruitbetalingssystemen, energieaudits, energieadviesdiensten, alternatieve betalingsregelingen, schuldbeheeradvies of afsluitingsmoratoria en kosten de afnemer bij wie afsluiting dreigt niets extra.
12.  
Eindafnemers ontvangen van de leveranciers, nadat zij naar een andere leverancier zijn overgestapt, ten laatste zes weken nadat een dergelijke overstap is gebeurd een definitieve afsluitingsrekening.

Artikel 11

▼M3

Het recht op een elektriciteitsleveringscontract met een vaste looptijd en een vaste prijs en op een contract op basis van een dynamische elektriciteitsprijs

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat het nationale regelgevingskader leveranciers in staat stelt elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs en contracten op basis van een dynamische elektriciteitsprijs aan te bieden. De lidstaten zorgen ervoor dat eindafnemers bij wie een slimme meter is geïnstalleerd, kunnen verzoeken om een contract op basis van een dynamische elektriciteitsprijs, en dat alle eindafnemers kunnen verzoeken om een elektriciteitsleveringscontract met een vaste looptijd en een vaste prijs met een duur van ten minste één jaar, met ten minste één leverancier en met elke leverancier die meer dan 200 000 eindafnemers heeft.

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten een leverancier met meer dan 200 000 eindafnemers vrijstellen van de verplichting om elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs aan te bieden, wanneer:

a) 

de leverancier alleen dynamische-prijscontracten aanbiedt;

b) 

de vrijstelling geen negatieve gevolgen voor de mededinging heeft, en

c) 

de keuze aan elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs voldoende groot blijft voor de eindafnemers.

De lidstaten zorgen ervoor dat leveranciers de voorwaarden van elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs niet eenzijdig wijzigen en dergelijke contracten niet beëindigen voordat de termijn ervan is verstreken.

▼M3

1 bis.  
Voordat een in lid 1 van dit artikel bedoeld contract wordt gesloten of verlengd, ontvangen eindafnemers een in het oog springende samenvatting van de belangrijkste contractuele voorwaarden in duidelijke en beknopte taal. Die samenvatting bevat de in artikel 10, leden 3 en 4, bedoelde rechten en ten minste de volgende informatie:
a) 

de totale prijs en de uitsplitsing ervan;

b) 

toelichting bij de prijs, met name of die vast, variabel of dynamisch is;

c) 

het e-mailadres van de leverancier en de details van een telefonische hulpdienst voor consumenten, en

d) 

in voorkomend geval, informatie over eenmalige betalingen, promoties, aanvullende diensten en kortingen.

De Commissie verstrekt in dat verband richtsnoeren.

1 ter.  
De lidstaten garanderen dat eindafnemers met elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs niet worden uitgesloten van deelname aan vraagrespons en energiedelen, indien zij daaraan wensen deel te nemen, en van het actief bijdragen aan het verwezenlijken van de flexibiliteitsbehoeften van het nationale elektriciteitssysteem.

▼M3

2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat eindafnemers door de leveranciers volledig worden geïnformeerd over de mogelijkheden, kosten en risico’s van de respectieve soorten elektriciteitsleveringscontracten, en dat leveranciers de eindafnemers dienovereenkomstig informeren, onder meer betreffende de noodzaak om een passende elektriciteitsmeter te laten installeren. De regulerende instanties:
a) 

monitoren de marktontwikkelingen en beoordelen de risico’s die de nieuwe producten en diensten met zich kunnen meebrengen, en pakken gevallen van misbruik aan;

b) 

nemen passende maatregelen wanneer overeenkomstig artikel 12, lid 3, ontoelaatbare opzegvergoedingen worden vastgesteld.

▼B

3.  
Elke eindafnemer moet altijd toestemming geven aan de leverancier voordat wordt overgeschakeld op een contract op basis van een dynamische elektriciteitsprijs.
4.  
Gedurende een periode van ten minste tien jaar nadat contracten op basis van dynamische elektriciteitsprijs beschikbaar worden, monitoren de lidstaten of hun regulerende instanties de voornaamste ontwikkelingen van dergelijke contracten, met inbegrip van het aanbod op de markt en de effecten op de facturen van de consument en, specifiek, de prijsvolatiliteit, en stellen daarover een jaarverslag op.

Artikel 12

Het recht om over te stappen en regels inzake overstapgerelateerde vergoedingen

1.  
Het overstappen op een andere leverancier of marktdeelnemer die aan aggregatie doet geschiedt binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek. De lidstaten zorgen ervoor dat een afnemer die wil overstappen op een andere leverancier of marktdeelnemer die aan aggregatie doet, wanneer hij zich houdt aan de contractuele voorwaarden, het recht heeft om binnen een termijn van ten hoogste drie weken vanaf de datum van het verzoek over te stappen. Uiterlijk in 2026 neemt het technische proces van het overstappen op een andere leverancier niet langer dan 24 uur in beslag en is overstappen op elke werkdag mogelijk.
2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste huishoudelijke afnemers en kleine ondernemingen geen overstapgerelateerde vergoedingen hoeven te betalen.
3.  
In afwijking van lid 2 kunnen de lidstaten leveranciers of marktdeelnemers die aan aggregatie doen, toestaan opzegvergoedingen in rekening te brengen aan afnemers die vrijwillig een elektriciteitsleveringscontract met een vaste looptijd en een vaste prijs vóór het einde van de looptijd opzeggen, voor zover zulke vergoedingen deel uitmaken van een contract dat de afnemer vrijwillig is aangegaan en zulke vergoedingen duidelijk aan de afnemer worden meegedeeld voordat het contract wordt aangegaan. Dergelijke vergoedingen zijn evenredig en mogen bovendien niet meer bedragen dan het rechtstreekse economische verlies dat de leverancier of marktdeelnemer die aan aggregatie doet, lijdt als gevolg van de afnemer die zijn contract opzegt, met inbegrip van de kosten voor gebundelde investeringen of diensten die de afnemer reeds heeft ontvangen als onderdeel van het contract. De bewijslast voor het rechtstreekse economische verlies ligt bij de leverancier of marktdeelnemer die aan aggregatie doet en de toelaatbaarheid van opzegvergoedingen wordt gemonitord door de regulerende instantie of een andere bevoegde nationale instantie.
4.  
De lidstaten zorgen ervoor dat het recht om over te stappen op een andere leverancier of marktdeelnemer die aan aggregatie doet voor alle afnemers geldt, zonder discriminatie ten aanzien van kosten, moeite en tijd.
5.  
Huishoudelijke afnemers hebben het recht om deel te nemen aan collectieve overstapregelingen. De lidstaten nemen alle regelgevings- en administratieve belemmeringen voor collectief overstappen weg en zorgen voor een kader dat de hoogst mogelijke consumentenbescherming biedt teneinde wanpraktijken te voorkomen.

Artikel 13

Aggregatiecontract

1.  
De lidstaten zien erop toe dat het alle afnemers vrijstaat om onafhankelijk van hun elektriciteitsleveringscontract andere elektriciteitsdiensten, met inbegrip van aggregatie, dan levering te kopen en te verkopen bij een elektriciteitsbedrijf van hun keuze.
2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een eindafnemer een aggregatiecontract wil afsluiten, de eindafnemer het daartoe heeft zonder toestemming van de elektriciteitsbedrijven van die eindafnemer.

De lidstaten zorgen ervoor dat marktdeelnemers die aan aggregatie doen afnemers volledig informeren over de voorwaarden van de contracten die hun worden aangeboden.

3.  
De lidstaten zorgen ervoor dat eindafnemers het recht hebben minstens eenmaal per factureringsperiode kosteloos alle relevante vraag-responsgegevens of gegevens over geleverde en verkochte elektriciteit te ontvangen, indien de afnemer hierom verzoekt.
4.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 2 en 3 vermelde rechten voor alle eindafnemers gelden, zonder discriminatie ten aanzien van kosten, moeite of tijd. De lidstaten zorgen er met name voor dat afnemers niet worden onderworpen aan discriminerende technische en administratieve voorschriften, procedures of kosten door hun leverancier omdat ze een contract hebben met een marktdeelnemer die aan aggregatie doet.

Artikel 14

Vergelijkingsinstrumenten

1.  

De lidstaten zorgen ervoor dat op zijn minst huishoudelijke afnemers en micro-ondernemingen met een verwacht jaarlijks verbruik van minder dan 100 000 kWh gratis toegang hebben tot ten minste één instrument waarin het aanbod van de leveranciers wordt vergeleken, waaronder aanbiedingen voor contracten op basis van een dynamische elektriciteitsprijs. Afnemers worden geïnformeerd over de beschikbaarheid van dergelijke instrumenten, op of bij hun factuur of op een andere manier. De instrumenten voldoen aan ten minste de volgende vereisten:

a) 

ze zijn onafhankelijk van marktdeelnemers en waarborgen dat elektriciteitsbedrijven in zoekresultaten gelijk worden behandeld;

b) 

ze vermelden duidelijk wie de eigenaars zijn en welke natuurlijke of rechtspersoon het instrument beheert en controleert, alsook hoe de instrumenten worden gefinancierd;

c) 

ze hanteren duidelijke en objectieve criteria als basis voor de vergelijking, waaronder diensten, en vermelden deze;

d) 

ze maken gebruik van gewone en ondubbelzinnige bewoordingen;

e) 

ze geven nauwkeurige en geactualiseerde informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;

f) 

ze zijn toegankelijk voor personen met een handicap door waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust te zijn;

g) 

ze bieden een doeltreffende procedure om onjuiste informatie over gepubliceerde aanbiedingen te melden, en

h) 

ze voeren vergelijkingen uit waarbij de opgevraagde persoonlijke gegevens strikt beperkt blijft tot gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de vergelijking.

De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste één instrument de gehele markt bestrijkt. Indien de markt door verschillende instrumenten wordt bestreken, omvatten deze instrumenten een zo volledig mogelijke reeks elektriciteitsaanbiedingen die een significant deel van de markt bestrijken, en als met die instrumenten de markt niet volledig wordt bestreken, een duidelijke verklaring daarover, voordat de zoekresultaten worden getoond;

2.  
De in lid 1 bedoelde instrumenten kunnen door om het even welke entiteit worden beheerd, onder meer particuliere ondernemingen en overheidsinstanties of -organen.
3.  
De lidstaten benoemen een bevoegde instantie die verantwoordelijk is voor het uitbrengen van vertrouwensmerken voor vergelijkingsinstrumenten die voldoen aan de in lid 1 vastgestelde vereiste, en voor het waarborgen dat vergelijkingsinstrumenten met een vertrouwensmerk blijven voldoen aan de in lid 1 vastgestelde vereisten. Die autoriteit is onafhankelijk van marktdeelnemers en beheerders van vergelijkingsinstrumenten.
4.  
De lidstaten kunnen eisen dat de in lid 1 bedoelde vergelijkingsinstrumenten vergelijkingscriteria bevatten die verband houden met de aard van de diensten die door de leveranciers worden geboden.
5.  
Ieder instrument dat het aanbod van marktdeelnemers vergelijkt komt op vrijwillige en niet-discriminerende wijze in aanmerking voor een vertrouwensmerk overeenkomstig dit artikel.
6.  
In afwijking van de leden 3 en 5 kunnen de lidstaten ervoor kiezen niet te voorzien in de afgifte van een vertrouwensmerk bij vergelijkingsinstrumenten, indien een overheidsinstantie of -orgaan een vergelijkingsinstrument ter beschikking stelt dat voldoet aan de in lid 1 vastgestelde vereisten.

Artikel 15

Actieve afnemers

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat eindafnemers het recht hebben om op te treden als actieve afnemers zonder te worden onderworpen aan onevenredige of discriminerende technische vereisten, administratieve voorschriften, procedures en vergoedingen, en aan nettarieven, die de kosten niet weerspiegelen;
2.  

De lidstaten zorgen ervoor dat actieve afnemers:

a) 

het recht hebben hetzij rechtstreeks, hetzij via aggregatie op te treden;

b) 

het recht hebben door henzelf opgewekte elektriciteit te verkopen, ook door middel van stroomafnameovereenkomsten;

c) 

het recht hebben deel te nemen aan flexibiliteits- en energie-efficiëntieregelingen;

d) 

het recht hebben het beheer van de installaties die nodig zijn voor hun activiteiten aan een derde te delegeren, ook wat betreft de installatie, de exploitatie, de verwerking van gegevens en het onderhoud z waarbij de derde niet als actieve afnemer wordt beschouwd;

e) 

onderwerpen worden aan transparante en niet-discriminerende nettarieven die de kosten weerspiegelen, waarbij de elektriciteit die in het net wordt ingevoed en de elektriciteit die uit het net wordt verbruikt, apart worden verrekend overeenkomstig artikel 59, lid 9, van deze richtlijn en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/943, waarbij ervoor wordt gezorgd dat zij op een passende en evenwichtige wijze bijdragen aan het delen van de totale kosten van het systeem;

f) 

financieel verantwoordelijk zijn voor de onbalansen die zij in het elektriciteitssysteem veroorzaken; in dit verband zijn zij balanceringsverantwoordelijken of delegeren zij hun balanceringsverantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2019/943.

3.  
De lidstaten kunnen in hun nationaal recht voorzien in verschillende bepalingen ten aanzien van individuele en gezamenlijk optredende actieve afnemers, mits alle in dit artikel opgenomen rechten en verplichtingen op alle actieve afnemers worden toegepast. Elk verschil in behandeling van gezamenlijk optredende actieve afnemers is evenredig en wordt terdege gemotiveerd.
4.  
Lidstaten met reeds bestaande regelingen waarin de elektriciteit die in het net wordt ingevoed en de elektriciteit die uit het net wordt verbruikt, niet apart worden verrekend, kennen geen nieuwe rechten toe onder deze regelingen na 31 december 2023. Alle afnemers die vallen onder een bestaande regeling moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om te kiezen voor een nieuwe regeling waarin de elektriciteit die in het net wordt ingevoed en de elektriciteit die uit het net wordt verbruikt, apart worden verrekend als basis voor de berekening van nettarieven.
5.  

De lidstaten zorgen ervoor dat actieve afnemers met een energieopslagfaciliteit:

a) 

het recht hebben om binnen een redelijke termijn na de aanvraag een netaansluiting te krijgen, mits is voldaan aan alle noodzakelijke voorwaarden zoals balanceringsverantwoordelijkheid en een passend metersysteem;

b) 

geen dubbele tarieven aangerekend krijgen, waaronder nettarieven, voor opgeslagen elektriciteit op hun eigen terrein of als ze flexibiliteitsdiensten leveren aan systeembeheerders;

c) 

niet worden onderworpen aan onevenredige vergunningsvereisten of vergoedingen;

d) 

gelijktijdig verschillende diensten mogen verlenen, indien dit technisch mogelijk is.

▼M3

Artikel 15 bis

Recht op energiedelen

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat alle huishoudens, kleine en middelgrote ondernemingen, overheidsinstanties en, indien een lidstaat daartoe heeft besloten, andere categorieën eindafnemers, het recht hebben om als actieve afnemers op niet-discriminerende wijze deel te nemen aan energiedelen binnen één en dezelfde biedzone of een beperkter geografisch gebied, zoals bepaald door die lidstaat.
2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat actieve afnemers het recht hebben om onderling hernieuwbare energie te delen op basis van particuliere overeenkomsten of via een juridische entiteit. De deelname aan energiedelen vormt niet de belangrijkste commerciële of professionele activiteit van actieve afnemers die deelnemen aan energiedelen.
3.  
Actieve afnemers kunnen een derde partij aanwijzen als organisator van energiedelen voor:
a) 

alle communicatie over de regelingen voor energiedelen met andere betrokken entiteiten, zoals leveranciers en netwerkbeheerders, onder meer over aspecten die verband houden met de toepasselijke tarieven en kosten, belastingen of heffingen;

b) 

steun bij het beheer en het balanceren van flexibele verbruikers achter de meter, de gedistribueerde productie van hernieuwbare energie en opslagvoorzieningen als onderdeel van de regeling voor energiedelen;

c) 

het sluiten van contracten met actieve afnemers die deelnemen aan energiedelen en het opmaken van de betreffende facturen;

d) 

de installatie en exploitatie, met inbegrip van meting en onderhoud, van de productie- of opslagfaciliteit voor hernieuwbare energie.

De organisator van energiedelen of een andere derde partij kan eigenaar of beheerder zijn van een installatie voor opslag of productie van hernieuwbare energie tot 6 MW, zonder als actieve afnemer te worden beschouwd, behalve wanneer deze zelf als actieve afnemer aan het project inzake energiedelen deelneemt. De organisator van energiedelen verleent diensten op niet-discriminerende wijze en biedt transparante prijzen, tarieven en voorwaarden voor die diensten. Op de eerste alinea, punt c), van dit lid zijn de artikelen 10, 12 en 18 van toepassing. De lidstaten leggen het regelgevingskader voor de toepassing van dit lid vast.

4.  
De lidstaten zorgen ervoor dat actieve afnemers die deelnemen aan energiedelen:
a) 

de gedeelde elektriciteit die in het net wordt geïnjecteerd, mogen aftrekken van hun totale gemeten verbruik binnen een tijdsbestek dat niet langer is dan de onbalansverrekeningsperiode en onverminderd de toepasselijke niet-discriminerende belastingen, heffingen en nettarieven die de kosten weerspiegelen;

b) 

alle consumentenrechten en -verplichtingen genieten als eindafnemers op grond van deze richtlijn;

c) 

niet verplicht zijn te voldoen aan de verplichtingen van leveranciers indien hernieuwbare energie wordt gedeeld tussen huishoudens met een geïnstalleerde capaciteit tot 10,8  kW voor eenpersoonshuishoudens en tot 50 kW voor appartementsgebouwen;

d) 

toegang hebben tot vrijwillige modelcontracten met eerlijke en transparante voorwaarden voor overeenkomsten voor energiedelen;

e) 

in geval van conflicten over een overeenkomst voor energiedelen, overeenkomstig artikel 26 toegang hebben tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting met andere deelnemers aan de overeenkomst voor energiedelen;

f) 

niet oneerlijk of discriminerend worden behandeld door marktdeelnemers of hun balanceringsverantwoordelijken;

g) 

in kennis worden gesteld van de mogelijkheid van wijzigingen in biedzones overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2019/943 en van het feit dat het recht om hernieuwbare energie te delen beperkt is overeenkomstig lid 1 van dit artikel;

h) 

regelingen voor energiedelen melden aan de betrokken systeembeheerders en marktdeelnemers, waaronder de betrokken leveranciers, hetzij rechtstreeks, hetzij via een organisator van energiedelen.

De lidstaten kunnen de in de eerste alinea, punt c), bedoelde drempels als volgt aanpassen:

a) 

in het geval van eenpersoonshuishoudens kan de drempel worden verhoogd tot 30 kW;

b) 

in het geval van appartementsgebouwen kan de drempel worden verhoogd tot 100 kW of, in het geval van naar behoren gemotiveerde specifieke omstandigheden als gevolg van een kleinere gemiddelde omvang van de appartementsgebouwen, worden verlaagd tot een minimum van 40 kW.

5.  
Wanneer andere categorieën eindafnemers die aan regelingen voor energiedelen deelnemen, groter zijn dan kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende aanvullende voorwaarden van toepassing:
a) 

de geïnstalleerde capaciteit van de productie-installatie in verband met de regeling voor energiedelen mag maximaal 6 MW bedragen;

b) 

het energiedelen geschiedt binnen een lokaal of beperkt geografisch gebied, zoals bepaald door de lidstaten.

6.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken transmissiesysteembeheerders of distributiesysteembeheerders of andere aangewezen instanties:
a) 

minstens eenmaal per maand overeenkomstig artikel 23 meetgegevens in verband met de gedeelde elektriciteit monitoren, verzamelen, valideren en aan de betrokken eindafnemers en marktdeelnemers meedelen, en daartoe de nodige IT-systemen invoeren;

b) 

voorzien in een relevant contactpunt dat:

i) 

regelingen voor energiedelen registreert;

ii) 

praktische informatie over energiedelen beschikbaar stelt;

iii) 

informatie over meetpunten, veranderingen van locatie en deelname in ontvangst neemt, en

iv) 

in voorkomend geval, op duidelijke en transparante wijze en tijdig berekeningsmethoden valideert.

7.  
De lidstaten nemen passende, niet-discriminerende maatregelen om ervoor te zorgen dat kwetsbare en energiearme afnemers toegang hebben tot regelingen voor energiedelen. Die maatregelen kunnen financiële steunmaatregelen of productietoewijzingsquota omvatten.
8.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de gedeelde energie in het kader van projecten inzake het delen van energie van overheidsinstanties toegankelijk is voor kwetsbare of energiearme afnemers of burgers. Daarbij stellen de lidstaten alles in het werk om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid van die toegankelijke energie gemiddeld ten minste 10 % van de gedeelde energie bedraagt.
9.  
De lidstaten kunnen de installatie van plug-in mini-zonne-energiesystemen met een capaciteit van maximaal 800 W in en op gebouwen bevorderen.
10.  
De Commissie verstrekt richtsnoeren aan de lidstaten zonder de administratieve last te verhogen, teneinde een standaardaanpak voor energiedelen te helpen opzetten en gelijke mededingingsvoorwaarden te garanderen voor hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers.
11.  
Dit artikel doet geen afbreuk aan het recht van afnemers om hun leverancier te kiezen overeenkomstig artikel 4 en aan de toepasselijke nationale regels voor de vergunning van leveranciers.

▼B

Artikel 16

Energiegemeenschappen van burgers

1.  

De lidstaten voorzien in een ondersteunend regelgevingskader voor energiegemeenschappen van burgers waarbij ervoor wordt gezorgd dat:

a) 

de deelname aan een energiegemeenschap van burgers open en vrijwillig is;

b) 

de leden of aandeelhouders van een energiegemeenschap van burgers het recht hebben de gemeenschap te verlaten, in welk geval artikel 12 van toepassing is;

c) 

de leden of aandeelhouders van een energiegemeenschap van burgers hun rechten en verplichtingen als huishoudelijke afnemers of actieve afnemers niet verliezen;

d) 

de desbetreffende distributiesysteembeheerder tegen een compensatie die als billijk is beoordeeld door de regulerende instantie, met energiegemeenschappen van burgers samenwerkt om elektriciteitsoverdracht binnen energiegemeenschappen van burgers te faciliteren;

e) 

energiegemeenschappen van burgers worden onderworpen aan niet-discriminerende, eerlijke, evenredige en transparante procedures en tarieven, ook wat betreft registratie en het verlenen van vergunningen, en aan transparante en niet-discriminerende nettarieven die de kosten weerspiegelen in overeenstemming met artikel 18 van Verordening (EU) 2019/943, waarbij wordt gewaarborgd dat zij op voldoende en evenwichtige wijze bijdragen aan het delen van de totale kosten van het systeem.

2.  

De lidstaten mogen in het ondersteunend regelgevingskader bepalen dat energiegemeenschappen van burgers:

a) 

openstaan voor grensoverschrijdende deelname;

b) 

het recht hebben distributienetten te bezitten, op te richten, te kopen of te huren en deze op autonome wijze te beheren mits wordt voldaan aan de voorwaarden van lid 4 van dit artikel;

c) 

onderworpen zijn aan de ontheffingen als bepaald in artikel 38, lid 2.

3.  

De lidstaten zorgen ervoor dat energiegemeenschappen van burgers:

a) 

op niet-discriminerende wijze toegang kunnen hebben tot alle elektriciteitsmarkten, hetzij rechtstreeks, hetzij via aggregatie;

b) 

worden behandeld op een niet-discriminerende en evenredige wijze ten aanzien van hun activiteiten, rechten en verplichtingen als eindafnemers, producenten, leveranciers, distributiesysteembeheerders of marktdeelnemers die doen aan aggregatie;

c) 

financieel verantwoordelijk zijn voor de onbalansen die zij in het elektriciteitssysteem veroorzaken; in dit verband zijn zij balanceringsverantwoordelijken of delegeren zij hun balanceringsverantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2019/943;

d) 

wat betreft verbruik van zelfopgewekte elektriciteit worden energiegemeenschappen van burgers behandeld als actieve afnemers overeenkomstig artikel 15, lid 2, onder e);

e) 

het recht hebben binnen de energiegemeenschap van burgers te voorzien het delen van elektriciteit die is opgewekt door de productie-eenheden in bezit van de gemeenschap, mits aan de andere in dit artikel vastgelegde vereisten wordt voldaan en de rechten en verplichtingen van de leden van de gemeenschap als eindafnemers worden gehandhaafd.

Voor de toepassing van eerste alinea, onder e), als elektriciteit wordt gedeeld, gebeurt dat zonder afbreuk te doen aan geldende nettarieven, heffingen en vergoedingen, in overeenstemming met een transparante kosten-batenanalyse van gedistribueerde energiebronnen, uitgevoerd door de bevoegde nationale instantie.

4.  

De lidstaten kunnen besluiten om energiegemeenschappen van burgers het recht toe te kennen een distributienetten in hun dekkingsgebied te beheren en om de desbetreffende procedures vast te stellen, onverminderd hoofdstuk IV of andere regels en bepalingen die van toepassing zijn op distributiesysteembeheerders. Indien dat recht wordt toegekend, zorgen de lidstaten ervoor dat energiegemeenschappen van burgers:

a) 

het recht hebben een overeenkomst af te sluiten met de distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder waarop hun net is aangesloten, over het beheer van hun net;

b) 

worden onderworpen aan passende nettarieven bij de aansluitpunten tussen hun net en het distributienet buiten de energiegemeenschap van burgers en dat in dergelijke nettarieven apart rekening wordt gehouden met de elektriciteit die in het distributienet wordt ingevoed en de elektriciteit die vanuit het distributienet buiten de energiegemeenschap van burgers wordt verbruikt overeenkomstig artikel 59, lid 7;

c) 

afnemers die aangesloten blijven op het distributiesysteem niet discrimineren of schaden.

Artikel 17

Vraagrespons via aggregatie

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat deelname in vraagrespons via aggregatie wordt toegestaan en bevorderd. De lidstaten staan de eindafnemers, met inbegrip van afnemers die vraagrespons aanbieden via aggregatie, toe op niet-discriminerende wijze deel te nemen aan alle elektriciteitsmarkten, naast producenten.
2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat transmissiesysteem- en distributiesysteembeheerders bij het leveren van ondersteunende diensten marktdeelnemers die aan aggregatie van vraagrespons doen, met inachtneming van hun technische mogelijkheden, niet discriminerend behandelen ten opzichte van producenten.
3.  

De lidstaten zorgen ervoor dat hun desbetreffende regelgevingskader ten minste de volgende elementen bevat:

a) 

het recht voor iedere marktdeelnemer die aan aggregatie doet, met inbegrip van onafhankelijke aankoopgroeperingen, om tot de elektriciteitsmarkten toe te treden zonder toestemming van andere marktdeelnemers;

b) 

niet-discriminerende en transparante regels die alle elektriciteitsbedrijven en afnemers een duidelijke rol en verantwoordelijkheden toekennen;

c) 

niet-discriminerende en transparante regels en procedures voor de uitwisseling van gegevens tussen marktdeelnemers die aan aggregatie doen en andere elektriciteitsbedrijven die ervoor zorgen dat gemakkelijk toegang kan worden verkregen tot de gegevens op gelijkwaardige en niet-discriminerende voorwaarden, maar wel onder volledige bescherming van commercieel gevoelige gegevens en persoonsgegevens van afnemers;

d) 

een verplichting voor marktdeelnemers die aan aggregatie doen, om financieel verantwoordelijk te zijn voor de onbalansen die zij in het elektriciteitssysteem veroorzaken; in dat verband zijn zij balanceringsverantwoordelijken of delegeren zij hun balanceringsverantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2019/943;

e) 

erin voorzien dat eindafnemers die een contract met onafhankelijke aankoopgroeperingen hebben, niet te maken krijgen met buitensporige betalingen, sancties of andere buitensporige, door hun leveranciers opgelegde contractuele beperkingen;

f) 

een geschillenbeslechtingsmechanisme tussen marktdeelnemers die aan aggregatie doen en andere marktdeelnemers, met inbegrip van de verantwoordelijkheid voor onbalansen.

4.  
De lidstaten kunnen verlangen dat elektriciteitsbedrijven of deelnemende eindafnemers een financiële vergoeding betalen aan andere marktdeelnemers of aan de balanceringsverantwoordelijken van de marktdeelnemers, indien die marktdeelnemers of balanceringsverantwoordelijken rechtstreeks te maken krijgen met de activering van vraagrespons. Dergelijke financiële compensatie creëert geen obstakel voor de markttoegang van marktdeelnemers die aan aggregatie doen, of voor de flexibiliteit. In dergelijke gevallen blijft de financiële compensatie strikt beperkt tot het dekken van de resulterende kosten voor de leveranciers van deelnemende afnemers of de balanceringsverantwoordelijken van de leveranciers tijdens de activering van vraagrespons. Bij de methode voor de berekening van de vergoeding kan rekening worden gehouden met de voordelen die de onafhankelijke aankoopgroeperingen andere marktdeelnemers bieden en in dat geval kunnen aankoopgroeperingen of deelnemende afnemers bijdragen aan een dergelijke vergoeding, maar alleen als en in zover dat de voordelen voor alle leveranciers, afnemers en hun balanceringsverantwoordelijken de rechtstreekse kosten die ze hebben gemaakt, niet overschrijden. De berekeningsmethode moet worden goedgekeurd door de regulerende instantie of door een andere bevoegde nationale instantie.
5.  
De lidstaten zorgen ervoor dat regulerende instanties of, wanneer hun nationale recht dat voorschrijft, transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders in nauwe samenwerking met marktdeelnemers en eindafnemers, technische vereisten opstellen van deelname in vraagrespons op alle elektriciteitsmarkten, op basis van de technische vereisten van die markten en de mogelijkheden van vraagrespons. Dergelijke vereisten hebben ook betrekking op deelname van geaggregeerde belastingen.

Artikel 18

Facturen en factureringsinformatie

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat facturen en factureringsinformatie correct, gemakkelijk te begrijpen, duidelijk, beknopt en gebruiksvriendelijk zijn en zodanig worden gepresenteerd dat vergelijking door de eindafnemer wordt vergemakkelijkt. Op verzoek ontvangen de eindafnemers duidelijke en begrijpelijke uitleg over hoe hun factuur tot stand is gekomen, zeker als de factuur niet gebaseerd is op het daadwerkelijke verbruik.
2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de eindafnemers al hun facturen en factureringsinformatie gratis ontvangen.
3.  
De lidstaten zorgen ervoor dat eindafnemers kunnen kiezen voor elektronische facturen en factureringsinformatie, en voor flexibele regelingen voor de feitelijke betaling van de facturen.
4.  
Indien het contract in een toekomstige wijziging van het product of de prijs, of in een korting, voorziet, wordt dit samen met de datum waarop de wijziging in werking treedt op de factuur vermeld.
5.  
De lidstaten raadplegen consumentenorganisaties wanneer zij wijzigingen van de voorschriften voor de inhoud van facturen overwegen.
6.  
De lidstaten zorgen ervoor dat facturen en factureringsinformatie aan de in bijlage I vastgestelde minimumvereisten voldoen.

▼M3

Artikel 18 bis

Risicobeheer door de leverancier

1.  
De regulerende instanties of, indien een lidstaat daartoe een alternatieve onafhankelijke bevoegde autoriteit heeft aangewezen, die aangewezen bevoegde autoriteit, zorgen ervoor, rekening houdend met de omvang van de leverancier of de marktstructuur, indien passend door stresstests uit te voeren, dat leveranciers:
a) 

over passende afdekkingsstrategieën beschikken en deze uitvoeren om het risico van veranderingen in de elektriciteitsvoorziening op de groothandelsmarkt voor de economische levensvatbaarheid van hun contracten met afnemers te beperken, waarbij de liquiditeit op en de prijssignalen van kortetermijnmarkten in stand worden gehouden;

b) 

alle redelijke maatregelen treffen om hun risico op een onderbreking van de levering te beperken.

2.  
Afdekkingsstrategieën van leveranciers kunnen het gebruik van stroomafnameovereenkomsten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 77, van Verordening (EU) 2019/943, of andere passende instrumenten, zoals forwardcontracten, omvatten. Wanneer er voldoende ontwikkelde markten voor stroomafnameovereenkomsten bestaan die daadwerkelijke mededinging mogelijk maken, kunnen de lidstaten eisen dat een deel van de risico’s die leveranciers lopen als gevolg van veranderingen in de groothandelsprijzen voor elektriciteit, wordt gedekt door stroomafnameovereenkomsten voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die overeenkomen met de duur van hun risico aan de consumentenzijde, met inachtneming van het mededingingsrecht van de Unie.
3.  
De lidstaten streven ernaar de toegankelijkheid van afdekkingsproducten voor energiegemeenschappen van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschappen te waarborgen en daartoe gunstige omstandigheden tot stand te brengen.

▼B

Artikel 19

Slimme-metersystemen

1.  
Teneinde energie-efficiëntie te bevorderen en eindafnemers meer zeggenschap te geven, bevelen de lidstaten, of indien de lidstaat dat heeft bepaald, de regulerende instanties ten sterkste aan dat elektriciteitsbedrijven en andere marktdeelnemers het gebruik van elektriciteit optimaliseren, onder meer door het aanbieden van diensten op het gebied van energiebeheer, door het ontwikkelen van innovatieve prijsformules, en door de invoering van interoperabele slimme-metersystemen, met name met energiebeheersystemen voor de consument en met slimme netwerken (smart grids), overeenkomstig de gegevensbeschermingsregels van de Unie.
2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat er op hun grondgebied slimme-metersystemen worden ingevoerd die de actieve deelname van de afnemers aan de elektriciteitsmarkt ondersteunen. Voor de invoering van die systemen kan een kostenbatenbeoordeling worden gevraagd die overeenkomstig de in bijlage II vastgestelde beginselen wordt uitgevoerd.
3.  
De lidstaten die slimme-metersystemen daadwerkelijk invoeren stellen de minimale functionele en technische eisen vast voor de slimme-metersystemen die op hun grondgebied zullen worden ingevoerd, en publiceren deze, overeenkomstig artikel 20 en bijlage II. De lidstaten zorgen voor de interoperabiliteit van die slimme-metersystemen en de mogelijkheid daarvan om output te leveren voor energiebeheersystemen voor consumenten. In dat verband houden de lidstaten terdege rekening met het gebruik van de desbetreffende beschikbare normen, waaronder die op het gebied van interoperabiliteit, met beste praktijken en met het belang van de ontwikkeling van smart grids en van de ontwikkeling van de interne markt voor elektriciteit.
4.  
De lidstaten die daadwerkelijk slimme-metersystemen invoeren, zorgen ervoor dat de eindafnemers op een transparante en niet-discriminerende wijze bijdragen aan de met de invoering verbonden kosten, en houden daarbij rekening met de baten die de invoering op lange termijn voor de gehele waardeketen oplevert. De lidstaten, of, indien een lidstaat dat zo heeft bepaald, de aangewezen regulerende instanties, monitoren de invoering op hun grondgebied regelmatig om de verwezenlijkte voordelen voor de consument te volgen.
5.  
Wanneer de invoering van slimme-metersystemen negatief wordt beoordeeld als gevolg van de in lid 2 bedoelde kosten-batenanalyse, zorgen de lidstaten ervoor dat deze beoordeling ten minste om de vier jaar of vaker wordt herzien in reactie op wezenlijke veranderingen in de onderliggende aannames en op de technologische en de marktontwikkelingen. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de uitkomst van hun geactualiseerde kosten-batenbeoordeling, wanneer die beschikbaar is.
6.  
De bepalingen van deze richtlijn op het gebied van slimme-metersystemen zijn van toepassing op toekomstige installaties en op installaties die oudere slimme meters vervangen. Slimme-metersystemen die reeds zijn geïnstalleerd, of waarvoor de „aanvang van de werkzaamheden” inging vóór 4 juli 2019, mogen gedurende hun gehele levensduur in bedrijf blijven, maar in het geval van slimme-metersystemen die niet voldoen aan de eisen van artikel 20 en bijlage II, niet na 5 juli 2031.

Voor de toepassing van dit lid betekent „aanvang van de werkzaamheden” hetzij de start van de bouwwerkzaamheden, hetzij de eerste vaste toezegging om uitrusting te bestellen, hetzij een andere toezegging die de investering onomkeerbaar maakt, naargelang wat als eerste plaatsvindt. De aanknoop van gronden en voorbereidende werkzaamheden zoals het verkrijgen van vergunningen en de uitvoering van voorbereidende haalbaarheidsstudies worden niet als aanvang van de werkzaamheden beschouwd. Bij overnames is de aanvang van de werkzaamheden het tijdstip van de verwerving van de activa die rechtstreeks met de overgenomen vestiging verband houden.

Artikel 20

Functionaliteiten van slimme-metersystemen

Wanneer de invoering van slimme-metersystemen positief worden beoordeeld als uitkomst van een kostenbatenanalyse als bedoeld in artikel 19, lid 2, of systematisch worden ingevoerd na 4 juli 2019, voeren de lidstaten slimme-metersystemen in overeenkomstig de Europese normen, bijlage II, en overeenkomstig de volgende vereisten:

a) 

de slimme-metersystemen meten het feitelijke elektriciteitsverbruik nauwkeurig en zijn in staat de eindafnemers informatie over het werkelijke tijdstip van het verbruik te verschaffen. Gevalideerde gegevens over eerder verbruik moeten op verzoek op beveiligde wijze en zonder extra kosten gemakkelijk beschikbaar worden gemaakt en worden gevisualiseerd. Niet-gevalideerde gegevens over het verbruik in bijna-realtime worden eveneens op beveiligde wijze en zonder extra kosten gemakkelijk beschikbaar gemaakt voor de eindafnemers, door middel van een gestandaardiseerde interface of door toegang op afstand, ter ondersteuning van geautomatiseerde energie-efficiëntieprogramma's, vraagrespons en andere diensten;

b) 

de beveiliging van slimme-metersystemen en datacommunicatie voldoet de relevante beveiligingsregels van de Unie, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de beste beschikbare technieken om te zorgen voor het hoogste niveau van bescherming van de cyberveiligheid en rekening houdend met de kosten en het evenredigheidsbeginsel;

c) 

de persoonlijke levenssfeer van eindafnemers en de bescherming van hun gegevens voldoen aan de relevante regels van de Unie inzake gegevensbescherming en persoonlijke levenssfeer;

d) 

meterbeheerders zorgen ervoor dat de meters van actieve afnemers die elektriciteit in het net invoeden rekening kunnen houden met de elektriciteit die aan het net wordt geleverd vanaf het terrein van de actieve afnemer;

e) 

op verzoek van de eindafnemer worden hem de gegevens betreffende de elektriciteit die in het net wordt ingevoed en de gegevens omtrent hun elektriciteitsverbruik ter beschikking gesteld, overeenkomstig de op grond van artikel 24 vastgestelde uitvoeringshandeling, door middel van een gestandaardiseerde communicatie-interface of door toegang op afstand, of aan een derde partij die namens hem optreedt, in een gemakkelijk te begrijpen formaat, waardoor zij aanbiedingen kunnen vergelijken op basis van gelijke basis;

f) 

de eindafnemer krijgt passend advies en informatie voorafgaand aan of op het moment dat de slimme meters worden geïnstalleerd, met name over hun volle potentieel ten aanzien van het meterstandbeheer en de monitoring van het energieverbruik, en over de verzameling en verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig de geldende gegevensbeschermingsvoorschriften van de Unie;

g) 

slimme-metersystemen maken het de eindafnemers mogelijk dat hun meter wordt afgelezen en hun rekening wordt vereffend binnen dezelfde tijdresolutie als de termijn voor onbalansverrekening op de nationale markt.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder e), worden eindafnemers in de gelegenheid gesteld hun meetgegevens op te zoeken of zonder extra kosten door te sturen naar derden en in overeenstemming met hun bij de gegevensbeschermingsregels van de Unie verleende recht op gegevensoverdraagbaarheid.

Artikel 21

Recht op een slimme meter

1.  

Indien de invoering van slimme-metersystemen negatief is beoordeeld als gevolg van de in artikel 19, lid 2, bedoelde kostenbatenanalyse, en indien slimme-metersystemen niet systematisch worden ingevoerd, zorgen de lidstaten ervoor dat elke eindafnemer op verzoek en onder eerlijke, redelijke en kostenefficiënte voorwaarden het recht heeft op de installatie, of, in voorkomend geval, de upgrade, van een slimme meter — waarvan de extra kosten voor zijn rekening komen — die:

a) 

indien technisch mogelijk, uitgerust is met functionaliteiten als bedoeld in artikel 20, of met een minimumreeks functionaliteiten die door de lidstaten op nationaal niveau en overeenkomstig bijlage II moet worden vastgesteld en gepubliceerd;

b) 

interoperabel is en in staat is de gewenste connectiviteit van de meterinfrastructuur met consumenten-energiebeheersystemen te leveren in bijna-realtime.

2.  

In het kader van het verzoek van een afnemer op grond van lid 1, zorgen de lidstaten, of, als een lidstaat dat heeft bepaald, de aangewezen bevoegde instanties ervoor:

a) 

dat het aanbod aan de eindafnemer die om installatie van een slimme meter vraagt, expliciet vermeldt en duidelijk beschrijft:

i) 

welke functies en interoperabiliteit door de slimme meter kunnen worden ondersteund en welke diensten mogelijk zijn, alsmede welke voordelen, realistisch beschouwd, kunnen worden bereikt door die slimme meter op dat moment in de tijd te hebben;

ii) 

of installatie gepaard gaat met door de eindafnemer te dragen kosten;

b) 

dat de slimme meter binnen een redelijke termijn en niet meer dan vier maanden na het verzoek van de afnemer wordt geïnstalleerd;

c) 

dat zij regelmatig, en ten minste elke twee jaar, de daarmee samenhangende kosten opnieuw bekijken en openbaar toegankelijk maken, en dat zij de ontwikkeling van die kosten als gevolg van technologische ontwikkelingen en mogelijke metersysteemupgrades volgen.

Artikel 22

Conventionele meters

1.  
Wanneer eindafnemers geen slimme meters hebben, zorgen de lidstaten ervoor dat eindafnemers individuele conventionele meters krijgen die hun feitelijke verbruik nauwkeurig meten.
2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de eindafnemers hun conventionele meter gemakkelijk kunnen aflezen, hetzij rechtstreeks hetzij indirect via een online interface of via een andere passende interface.

Artikel 23

Gegevensbeheer

1.  
Bij het opzetten van de regels betreffende het beheer en de uitwisseling van gegevens, specificeren de lidstaten, of, wanneer een lidstaat dat heeft bepaald, de aangewezen bevoegde instanties, de regels over de toegang tot gegevens van de eindafnemer voor in aanmerking komende partijen in overeenstemming met dit artikel en het toepasselijke rechtskader van de Unie. Voor de doeleinden van deze richtlijn omvatten gegevens meter- en verbruiksgegevens, alsmede gegevens die nodig zijn voor het overstappen van de afnemer naar een andere leverancier, vraagresponsgegevens en gegevens voor andere diensten.
2.  
De lidstaten organiseren het beheer van gegevens en zorgen daarmee voor efficiënte en beveiligde toegang tot en uitwisseling van gegevens evenals gegevensbescherming en gegevensbeveiliging.

Ongeacht het gegevensbeheermodel dat in elke lidstaat wordt toegepast, verstrekken de partijen die verantwoordelijk zijn voor het gegevensbeheer aan elke in aanmerking komende partij toegang tot de gegevens van de eindafnemer in overeenstemming met lid 1. In aanmerking komende partijen kunnen op niet-discriminerende wijze en op hetzelfde moment beschikken over de gevraagde gegevens. De toegang tot gegevens is gemakkelijk en de betrokken procedures toegang tot gegevens te verkrijgen, worden openbaar gemaakt.

3.  
De regels over toegang tot en opslag van gegevens voor de toepassing van deze richtlijn moeten in overeenstemming zijn met het desbetreffende recht van de Unie.

De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn, geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679.

4.  
De lidstaten of, wanneer een lidstaat dat heeft bepaald, de aangewezen bevoegde instanties, machtigen en certificeren de partijen die verantwoordelijk zijn voor het gegevensbeheer, of houden daar in voorkomend geval toezicht op, om ervoor te zorgen dat deze partijen aan de eisen van deze richtlijn voldoen.

Onverminderd de taken van de functionarissen voor gegevensbescherming overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679, kunnen de lidstaten besluiten om van de partijen die verantwoordelijk zijn voor het gegevensbeheer te eisen dat nalevingsfunctionarissen worden benoemd die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de uitvoering van de maatregelen die door de betrokken partijen zijn genomen om te zorgen voor niet-discriminerende toegang tot gegevens en de naleving van de eisen van deze richtlijn.

De lidstaten kunnen de in artikel 35, lid 2, onder d), van deze richtlijn bedoelde nalevingsfunctionarissen of -instanties benoemen om aan de verplichtingen uit hoofde van dit lid te voldoen.

5.  
De eindafnemers wordt geen extra kosten in rekening gebracht voor de toegang tot hun gegevens of voor het verzoek om hun gegevens beschikbaar te stellen.

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de vaststelling van de betrokken tarieven voor de toegang tot gegevens door de in aanmerking komende partijen.

De lidstaten of, indien een lidstaat dat zo heeft bepaald, de aangewezen regulerende instanties zorgen ervoor dat door gereguleerde entiteiten die gegevensdiensten verstrekken opgelegde tarieven redelijk en naar behoren verantwoord zijn.

Artikel 24

Interoperabiliteitsvoorschriften en procedures voor toegang tot gegevens

1.  
Teneinde concurrentie op de detailhandelsmarkt te bevorderen en buitensporige administratieve kosten voor de in aanmerking komende partijen te voorkomen, faciliteren de lidstaten de volledige interoperabiliteit van energiediensten binnen de Unie.
2.  
De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen interoperabiliteitsvoorschriften en niet-discriminerende en transparante procedures voor toegang tot de in artikel 23, lid 1, bedoelde gegevens vast. Die uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 68, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.
3.  
De lidstaten zorgen ervoor dat elektriciteitsbedrijven de in lid 2 bedoelde interoperabiliteitsvoorschriften en procedures voor toegang tot gegevens toepassen. Die voorschriften en procedures zijn op bestaande nationale praktijken gebaseerd.

Artikel 25

Eén enkel contactpunt

Elke lidstaat voorziet in één enkel contactpunt waar de afnemers alle nodige informatie kunnen krijgen over hun rechten, het toepasselijk recht en de geschillenbeslechtingsmechanismen in geval van een geschil. Dergelijke contactpunten kunnen deel uitmaken van de algemene consumentenvoorlichtingsloketten.

Artikel 26

Recht op buitengerechtelijke geschillenbeslechting

1.  
De lidstaten waarborgen dat de eindafnemers toegang hebben tot een eenvoudige, eerlijke, transparante, onafhankelijke, doeltreffende en efficiënte buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsmechanismen over de bij deze richtlijn vastgestelde rechten en plichten, en wel via een onafhankelijk mechanisme zoals een energie-ombudsman of consumentenorganisatie, of via een nationale regulerende instantie. Indien de eindafnemer een consument is in de zin van Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ), voldoen dergelijke buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsmechanismen aan de kwaliteitseisen van Richtlijn 2013/11/EU en voorzien deze zo nodig in systemen van terugbetaling of vergoeding.
2.  
Indien nodig waarborgen de lidstaten dat entiteiten voor alternatieve geschillenbeslechting samenwerken om een eenvoudige, eerlijke, transparante, onafhankelijke, doeltreffende en efficiënte buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsmechanismen te bieden voor elk geschil dat voortkomt uit producten of diensten die gekoppeld zijn aan, of gebundeld zijn met, een product dat, of een dienst die, onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt.
3.  
De deelname van elektriciteitsbedrijven aan buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsmechanismen voor huishoudelijke afnemers is verplicht tenzij de lidstaat aan de Commissie aantoont dat andere mechanismen even doeltreffend zijn.

Artikel 27

Universele dienstverlening

▼M3

1.  
De lidstaten waarborgen dat alle huishoudelijke afnemers en, indien zij dat dienstig achten, kleine ondernemingen, aanspraak kunnen maken op universele dienstverlening, dat wil zeggen het recht op levering van elektriciteit van een bepaalde kwaliteit tegen concurrerende, eenvoudig en duidelijk vergelijkbare, doorzichtige en niet-discriminerende prijzen op hun grondgebied. Om de universele dienstverlening te waarborgen, verplichten de lidstaten distributiesysteembeheerders om afnemers op hun net aan te sluiten overeenkomstig de voorwaarden en tarieven die zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 59, lid 7. Deze richtlijn weerhoudt de lidstaten er niet van om de marktpositie van huishoudelijke afnemers en kleine en middelgrote niet-huishoudelijke afnemers te versterken door de mogelijkheden voor de vrijwillige gezamenlijke vertegenwoordiging voor die groep afnemers te bevorderen.

▼B

2.  
Aan lid 1 wordt uitvoering gegeven op transparante en niet-discriminerende wijze en zonder een belemmering te vormen voor de in artikel 4 voorgeschreven vrije keuze van leverancier.

▼M3

Artikel 27 bis

Noodleverancier

1.  
De lidstaten die nog geen noodleveranciersstelsel hebben ingevoerd, voeren zo’n stelsel in teneinde de continuïteit van de levering te waarborgen, ten minste voor huishoudelijke afnemers. Noodleveranciers worden aangewezen volgens een eerlijke, transparante en niet-discriminerende procedure.
2.  
Eindafnemers die aan noodleveranciers worden overgedragen, blijven verzekerd van al hun rechten als afnemer, zoals vastgelegd in deze richtlijn.
3.  
De lidstaten zien erop toe dat noodleveranciers hun algemene voorwaarden onverwijld aan de overgedragen afnemers meedelen en dat de dienstverlening aan die afnemers gedurende een periode die nodig is om een nieuwe leverancier te vinden, en die ten minste zes maanden bedraagt, ononderbroken wordt voortgezet.
4.  
De lidstaten zorgen ervoor dat eindafnemers informatie krijgen en aangemoedigd worden om op een marktgebaseerd aanbod over te stappen.
5.  
De lidstaten kunnen van een noodleverancier eisen dat hij elektriciteit levert aan huishoudelijke afnemers en kleine en middelgrote ondernemingen die geen marktgebaseerde aanbiedingen ontvangen. In dergelijke gevallen zijn de in artikel 5 vastgelegde voorwaarden van toepassing.

▼B

Artikel 28

Kwetsbare afnemers

1.  
De lidstaten nemen passende maatregelen om eindafnemers te beschermen en voorzien met name in adequate waarborgen voor de bescherming van kwetsbare afnemers. In dit verband definieert elke lidstaat het begrip kwetsbare afnemers, dat kan verwijzen naar energiearmoede en onder meer naar het verbod op afsluiting van de elektriciteitstoevoer van dergelijke afnemers in moeilijke tijden. Het concept „kwetsbare afnemers” kan bestaan uit inkomensniveaus, het percentage dat energie-uitgaven vormen van het besteedbare inkomen, de energie-efficiëntie van huizen, kritieke afhankelijkheid van elektrische apparatuur om gezondheidsredenen, vanwege leeftijd of andere criteria. De lidstaten waarborgen dat de rechten en verplichtingen met betrekking tot kwetsbare afnemers worden toegepast. Met name nemen zij maatregelen om afnemers in afgelegen gebieden te beschermen. Zij waarborgen een hoog niveau van consumentenbescherming, met name met betrekking tot de transparantie van contractuele voorwaarden, algemene informatie en geschillenbeslechtingsmechanismen.
2.  
De lidstaten nemen passende maatregelen, zoals het voorzien van steun door middel van hun socialezekerheidsstelsel om te waarborgen dat kwetsbare afnemers van voorzien zijn, of het voorzien van steun voor verbetering van de energie-efficiëntie, teneinde energiearmoede waar deze wordt vastgesteld op grond van artikel 3, lid 3, onder d), van Verordening (EU) 2018/1999, aan te pakken, ook in de bredere context van armoedebestrijding. Dergelijke maatregelen mogen de daadwerkelijke openstelling van de markt zoals beschreven in artikel 4 en de werking van de markt niet in de weg staan, en worden waar nodig aan de Commissie meegedeeld, overeenkomstig artikel 9, lid 4. Deze mededelingen kunnen ook betrekking hebben op maatregelen die in het kader van het algemene socialezekerheidsstelsel worden genomen.

▼M3

Artikel 28 bis

Bescherming tegen afsluiting

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat kwetsbare afnemers en afnemers die worden getroffen door energiearmoede volledig worden beschermd tegen afsluiting van elektriciteitstoevoer, door het treffen van passende maatregelen, waaronder een verbod op afsluiting of andere gelijkwaardige maatregelen. De lidstaten voorzien in dergelijke bescherming als onderdeel van hun beleid ten aanzien van kwetsbare afnemers krachtens artikel 28, lid 1, en onverminderd de maatregelen van artikel 10, lid 11.

Wanneer de lidstaten de Commissie in kennis stellen van hun bepalingen ter omzetting van deze richtlijn, lichten zij het verband toe tussen de eerste alinea en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten.

2.  
De lidstaten zorgen ervoor dat leveranciers contracten niet beëindigen en afnemers niet afsluiten op de gronden waarvoor afnemers een klacht hebben ingediend overeenkomstig artikel 10, lid 9, of waarop een buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsmechanisme van toepassing is overeenkomstig artikel 26. Een dergelijke klacht of het gebruik van een dergelijk mechanisme doet geen afbreuk aan de contractuele rechten en plichten van de partijen. De lidstaten kunnen passende maatregelen nemen om misbruik van rechtsmiddelen te voorkomen.
3.  
De lidstaten nemen de in lid 1 bedoelde passende maatregelen zodat afnemers kunnen voorkomen dat de elektriciteitstoevoer wordt afgesloten, zoals:
a) 

het bevorderen van vrijwillige regelingen voor leveranciers en afnemers om betalingsachterstanden bij afnemers te voorkomen en beheren. Die regelingen kunnen bestaan uit het ondersteunen van afnemers bij het beheer van hun energieverbruik en -kosten, waaronder het signaleren van ongewone hoge energiepieken of het verbruik in het winter- en het zomerseizoen, het aanbieden van passende flexibele betalingsregelingen, schuldadviesmaatregelen, het stimuleren om de meterstanden zelf af te lezen en betere communicatie met afnemers en ondersteunende instanties;

b) 

het bevorderen van de voorlichting en bewustmaking van afnemers over hun rechten met betrekking tot schuldbeheer;

c) 

het verlenen van toegang tot financiering, vouchers of subsidies als ondersteuning bij de betaling van de facturen;

d) 

het aanmoedigen en vergemakkelijken van het doorgeven van de meterstanden per trimester, of, indien nuttig, voor kortere factureringsperioden, in het geval van een systeem waarbij de eindafnemer de meterstanden regelmatig zelf moet aflezen, teneinde te voldoen aan de verplichtingen van punt 2, a) en b), van bijlage I met betrekking tot de frequentie van de facturering en de verstrekking van factureringsinformatie.

▼B

Artikel 29

Energiearmoede

Tijdens de beoordeling van het aantal huishoudens dat op grond van artikel 3, lid 3, onder d), van Verordening (EU) 2018/1999 kampt met energiearmoede, bepalen en publiceren de lidstaten een reeks criteria, bijvoorbeeld laag inkomen, hoge energie-uitgaven ten opzichte van het besteedbare inkomen en lage energie-efficiëntie.

De Commissie stelt in dit kader en in het kader van artikel 5, lid 5, richtsnoeren beschikbaar over de definitie van een „aanzienlijk aantal huishoudens dat kampt met energiearmoede”, uitgaande van de veronderstelling dat elk aandeel van huishoudens in energiearmoede als aanzienlijk beschouwd kan worden.

HOOFDSTUK IV

BEHEER VAN HET DISTRIBUTIESYSTEEM

Artikel 30

Aanwijzing van distributiesysteembeheerders

De lidstaten wijzen één of meer distributiesysteembeheerders aan, of verlangen van de bedrijven die eigenaar zijn van of verantwoordelijk zijn voor distributiesystemen, dat zij één of meer distributiesysteembeheerders aanwijzen voor een op grond van doelmatigheid en economisch evenwicht door de lidstaten te bepalen periode.

Artikel 31

Taken van distributiesysteembeheerders

1.  
De distributiesysteembeheerder is verantwoordelijk voor het waarborgen van het vermogen van het systeem op lange termijn om te voldoen aan een redelijke vraag naar de distributie van elektriciteit, en voor het beheren, onderhouden en ontwikkelen onder economische voorwaarden van een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsdistributiesysteem in zijn gebied, met inachtneming van het milieu en energie-efficiëntie.

▼M3

2.  
De distributiesysteembeheerder mag in geen geval tussen systeemgebruikers of categorieën systeemgebruikers, met inbegrip van hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers, discrimineren, met name niet ten gunste van verwante bedrijven.
3.  
De distributiesysteembeheerders verstrekken de systeemgebruikers de informatie die zij voor efficiënte toegang tot het systeem en het gebruik ervan, nodig hebben. De distributiesysteembeheerders publiceren met name op transparante wijze duidelijke informatie met een hoge ruimtelijke granulariteit over de capaciteit die beschikbaar is voor nieuwe aansluitingen in hun dekkingsgebied, met inbegrip van de capaciteit van de aangevraagde aansluitverzoeken en de mogelijkheid van flexibele aansluiting in overbelaste gebieden, en nemen daarbij de openbare veiligheid en de vertrouwelijkheid van gegevens in acht. Die gepubliceerde informatie omvat informatie over de criteria voor de berekening van de beschikbare capaciteit voor nieuwe aansluitingen. De distributiesysteembeheerders actualiseren die informatie regelmatig en ten minste elk kwartaal.

De distributiesysteembeheerders verstrekken de systeemgebruikers transparante en duidelijke informatie over de status en behandeling van hun aansluitverzoeken. Zij verstrekken dergelijke informatie binnen drie maanden na de indiening van het verzoek. Zolang het aansluitverzoek niet is ingewilligd of niet definitief is afgewezen, actualiseren distributiesysteembeheerders die informatie regelmatig, en ten minste elk kwartaal.

3 bis.  
De distributiesysteembeheerders bieden systeemgebruikers de mogelijkheid om aanvragen voor netaansluitingen en de bijbehorende documenten volledig digitaal in te dienen.
3 ter.  
De lidstaten kunnen besluiten lid 3 niet toe te passen op geïntegreerde elektriciteitsbedrijven die minder dan 100 000 aangesloten afnemers bedienen, of die kleinschalige geïsoleerde systemen bedienen. De lidstaten kunnen een lagere drempel toepassen dan die van 100 000 aangesloten afnemers.

De lidstaten moedigen geïntegreerde elektriciteitsbedrijven die minder dan 100 000 aangesloten afnemers bedienen, aan om de systeemgebruikers eenmaal per jaar de in lid 3 bedoelde informatie te verstrekken en bevorderen daartoe de samenwerking tussen distributiesysteembeheerders.

▼B

4.  
Een lidstaat kan de distributiesysteembeheerder ertoe verplichten om bij het inschakelen van productie-installaties voorrang te geven aan productie-installaties die gebruikmaken van hernieuwbare bronnen of hoogrenderende warmtekrachtkoppeling overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2019/943.
5.  
Distributiesysteembeheerders fungeren als neutrale marktfacilitators door de energie in te kopen die zij gebruiken om energieverliezen te dekken en te voorzien in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in hun systeem, volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures, wanneer zij deze functie vervullen.
6.  
Wanneer een distributiesysteembeheerder verantwoordelijk is voor de aankoop van producten en diensten die nodig zijn voor een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het distributiesysteem, zijn de regels die hij daartoe vaststelt objectief, transparant en niet-discriminerend, en worden deze opgesteld in overleg met de transmissiesysteembeheerders en andere relevante marktdeelnemers. De voorwaarden, met inbegrip van de regels en tarieven voor het verstrekken van dergelijke producten en diensten aan distributiesysteembeheerders, indien van toepassing, worden overeenkomstig artikel 59, lid 7, vastgesteld op niet-discriminerende wijze en waarin de kosten worden weerspiegeld. Deze voorwaarden worden gepubliceerd.
7.  
Bij het verrichten van de in lid 6 bedoelde taken koopt de distributiesysteembeheerder de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten aan die nodig zijn voor zijn systeem, volgens transparante, niet-discriminerende en marktgerichte procedures, tenzij de regulerende instantie tot het oordeel is gekomen dat de marktgebaseerde verlening van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten economisch niet efficiënt is en een afwijking heeft toegestaan. De verplichting om niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in te kopen is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten.
8.  
Bij de aankoop van de in lid 6 bedoelde producten en diensten wordt de effectieve deelname van alle in aanmerking komende marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen, gewaarborgd, met name door van regulerende instanties en distributiesysteembeheerders, in nauwe samenwerking met alle marktdeelnemers, alsmede transmissiesysteembeheerders, te verlangen dat zij technische vereisten voor deelname aan deze markten opstellen op basis van de technische kenmerken van die markten en de mogelijkheden van alle marktdeelnemers.
9.  
Distributiesysteembeheerders werken samen met transmissiesysteembeheerders voor de effectieve deelname van met hun net verbonden marktdeelnemers op de detailhandels-, groothandels- en balanceringsmarkten. Over de levering van balanceringsdiensten die voortvloeien uit bronnen in het distributienet wordt met de desbetreffende transmissiesysteembeheerder overeenstemming bereikt overeenkomstig artikel 57 van Verordening (EU) 2019/943 en artikel 182 van Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie ( 10 ).
10.  
Lidstaten of de door hen aangewezen bevoegde instanties kunnen distributiesysteembeheerders toestaan activiteiten te verrichten anders dan genoemd in deze richtlijn en in Verordening (EU) 2019/943 indien deze activiteiten nodig zijn voor de distributiesysteembeheerders om aan hun verplichtingen krachtens deze richtlijn of Verordening (EU) 2019/943 te voldoen, mits de regulerende instantie tot de noodzaak van een dergelijke afwijking heeft beoordeeld is. Dit lid laat het recht van de distributiesysteembeheerder om netwerken die geen elektriciteitsnetwerken zijn te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren onverlet, indien de lidstaat of de aangewezen bevoegde instantie een dergelijk recht heeft verleend.

Artikel 32

Stimulansen voor het gebruik van flexibiliteit in distributienetwerken

1.  
De lidstaten voorzien in het regelgevingskader dat nodig is om distributiesysteembeheerders toe te staan en aan te sporen flexibiliteitsdiensten te kopen, met inbegrip van congestiebeheer binnen hun dekkingsgebied, met het oog op het efficiënter beheer en de efficiëntere ontwikkeling van het distributiesysteem. Het regelgevingskader zorgt er in het bijzonder voor dat distributiesysteembeheerders dergelijke diensten kunnen kopen van aanbieders van gedistribueerde productie, vraagrespons of energieopslag, en bevordert de acceptatie van energie-efficiëntiemaatregelen, wanneer die de noodzaak tot uitbreiding of vervanging van elektriciteitscapaciteit op kostenefficiënte wijze verlichten en het efficiënt en veilig beheer van het distributiesysteem ondersteunen. De distributiesysteembeheerders kopen dergelijke diensten aan volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures, tenzij de regulerende instanties hebben vastgesteld dat de aankoop van dergelijke diensten economisch niet efficiënt is of dat een dergelijk aankoop zou leiden tot ernstige marktverstoringen of meer congestie.
2.  
De distributiesysteembeheerders, onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instantie, of de regulerende instantie zelf, voorzien, ten minste op nationaal niveau, in een transparant en participatief proces waarbij alle potentiële systeemgebruikers en transmissiesysteembeheerders betrokken zijn, de specificaties voor het inkopen van flexibiliteitsdiensten en, indien van toepassing, gestandaardiseerde marktproducten voor deze diensten. De specificaties waarborgen een effectieve en niet-discriminerende deelname van alle marktdeelnemers, inclusief marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. De distributiesysteembeheerders wisselen alle noodzakelijke informatie uit en werken samen met de transmissiesysteembeheerders om voor een optimaal gebruik van hulpbronnen te zorgen, het veilige en efficiënte beheer van het systeem te waarborgen en de marktontwikkeling te bevorderen. De distributiesysteembeheerders ontvangen een passende vergoeding voor de aankoop van dergelijke diensten, zodat zij ten minste hun overeenkomstige redelijke kosten kunnen terugverdienen, zoals de noodzakelijke uitgaven voor informatie- en communicatietechnologie en infrastructuurkosten.
3.  
De ontwikkeling van een distributiesysteem wordt gebaseerd op een transparant netontwikkelingsplan dat ten minste om de twee jaar door de distributiesysteembeheerders bekend wordt gemaakt en bij de regulerende instantie wordt ingediend. In het netontwikkelingsplan wordt op transparante wijze beschreven welke flexibiliteitsdiensten op middellange en lange termijn vereist zijn en wordt aangegeven welke investeringen voor de komende vijf tot tien jaar worden gepland, met een bijzondere nadruk op de belangrijkste distributie-infrastructuur die vereist is voor de aansluiting van nieuwe productiecapaciteit en nieuwe belasting, inclusief oplaadpunten voor elektrische voertuigen. In het netontwikkelingsplan worden ook de vraagrespons, energie-efficiëntie, energieopslagfaciliteiten of andere hulpbronnen vermeld die de distributiesysteembeheerder moet gebruiken als alternatief voor de uitbreiding van het systeem.
4.  
De distributiesysteembeheerder raadpleegt alle relevante systeemgebruikers en de relevante transmissiesysteembeheerders over het netontwikkelingsplan. De distributiesysteembeheerder maakt de resultaten van de raadpleging samen met het netontwikkelingsplan bekend en dient de resultaten van de raadpleging en het netontwikkelingsplan bij de regulerende instantie in. De regulerende instanties kunnen om wijzigingen van het plan verzoeken.
5.  
De lidstaten kunnen besluiten de verplichting van lid 3 niet toe te passen op geïntegreerde elektriciteitsbedrijven die minder dan 100 000 aangesloten afnemers bedienen, of die kleinschalige geïsoleerde systemen bedienen.

Artikel 33

Integratie van elektromobiliteit in het elektriciteitsnet

▼M3

1.  
Onverminderd Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 11 ) voorzien de lidstaten in het regelgevingskader dat nodig is om de aansluiting van openbaar toegankelijke en particuliere oplaadpunten met slimme oplaadfuncties en bidirectionele oplaadfuncties in overeenstemming met artikel 20 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001 op de distributienetten te bevorderen. De lidstaten zorgen ervoor dat distributiesysteembeheerders op een niet-discriminerende basis samenwerken met elke onderneming die oplaadpunten voor elektrische voertuigen bezit, ontwikkelt, exploiteert of beheert, ook wat de aansluiting op het net betreft.

▼B

2.  
Distributiesysteembeheerders mogen geen oplaadpunten voor elektrische voertuigen bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren, behalve indien zij zelf particuliere oplaadpunten bezitten die uitsluitend voor eigen gebruik bestemd zijn.
3.  

In afwijking van lid 2 mogen de lidstaten toestaan dat distributiesysteembeheerders oplaadpunten voor elektrische voertuigen bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

andere partijen, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die is getoetst en goedgekeurd door de regulerende instantie, hebben geen recht verworven om oplaadpunten voor elektrische voertuigen te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn aanbieden;

b) 

de regulerende instantie heeft een voorafgaande toetsing verricht van de voorwaarden van de onder a) bedoelde aanbestedingsprocedure en heeft haar goedkeuring verleend;

c) 

de distributiesysteembeheerder exploiteert de oplaadpunten op basis van de toegang van derden overeenkomstig artikel 6, en hij discrimineert niet tussen systeemgebruikers of categorieën systeemgebruikers, en met name niet ten gunste van aan hem verwante bedrijven.

De regulerende instanties kunnen richtsnoeren of inkoopbepalingen opstellen om distributiesysteembeheerders te helpen billijke aanbestedingsprocedures te garanderen;

4.  
Indien de lidstaten hebben voldaan aan de voorwaarden van lid 3, houden de lidstaten of hun aangewezen bevoegde instanties met regelmatige tussenpozen of ten minste om de vijf jaar een openbare raadpleging om opnieuw na te gaan of andere partijen eventueel belangstelling hebben om oplaadpunten voor elektrische voertuigen te bezitten, te ontwikkelen, te exploiteren of te beheren. Indien uit de openbare raadpleging blijkt dat andere partijen in staat zijn dergelijke punten te bezitten, te ontwikkelen, te exploiteren of te beheren, zien de lidstaten erop toe dat de activiteiten van distributiesysteembeheerders in dit verband worden uitgefaseerd, mits de in bedoeld in lid 3, onder a), bedoelde aanbestedingsprocedure met succes is voltooid. Als onderdeel van de voorwaarde van die procedure kunnen de regulerende instanties de distributiesysteembeheerder toestaan de restwaarde van zijn investering in oplaadinfrastructuur terug te verdienen.

Artikel 34

Taken van distributiesysteembeheerders met betrekking tot gegevensbeheer

De lidstaten zorgen ervoor dat alle in aanmerking komende partijen onder duidelijke en gelijke voorwaarden niet-discriminerende toegang tot gegevens hebben, in overeenstemming met de desbetreffende gegevensbeschermingsregels. In lidstaten waar slimme-metersystemen zijn ingevoerd overeenkomstig artikel 19 en distributiesysteembeheerders betrokken zijn bij het gegevensbeheer, bevatten de in artikel 35, lid 2, onder d), vermelde nalevingsprogramma's specifieke maatregelen om discriminerende toegang tot gegevens van in aanmerking komende partijen uit te sluiten zoals bepaald in artikel 23. Indien distributiesysteembeheerders niet zijn onderworpen aan artikel 35, lid 1, 2 of 3, nemen de lidstaten alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat verticaal geïntegreerde bedrijven geen bevoorrechte toegang tot gegevens hebben voor de verstrekking van hun leveringsdiensten.

Artikel 35

Ontvlechting van distributiesysteembeheerders

1.  
Wanneer de distributiesysteembeheerder deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerde bedrijf, moet hij, althans met betrekking tot zijn rechtsvorm, organisatie en besluitvorming, onafhankelijk van andere, niet met distributie samenhangende activiteiten zijn. Deze regels houden geen verplichting in om de eigendom van de activa van de distributiesysteembeheerder af te scheiden van het verticaal geïntegreerde bedrijf.
2.  

Wanneer de distributiesysteembeheerder deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf, is hij, naast de vereisten zoals bedoeld in lid 1, met betrekking tot zijn organisatie en besluitvorming onafhankelijk van andere, niet met distributie samenhangende activiteiten. Om dit te bereiken, gelden de volgende minimumcriteria:

a) 

de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van distributiesysteembeheerder mogen niet deelnemen in bedrijfsstructuren van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie, transmissie of levering van elektriciteit;

b) 

er worden passende maatregelen genomen teneinde ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de distributiesysteembeheerders, zodat zij onafhankelijk kunnen functioneren;

c) 

de distributiesysteembeheerder beschikt over effectieve bevoegdheden om onafhankelijk van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor het beheer, het onderhoud of de ontwikkeling van het net. Om deze taken te vervullen beschikt de distributiesysteembeheerder over de nodige middelen, inclusief personele, technische, fysieke en financiële middelen. Dit zou geen beletsel mogen vormen voor passende coördinatieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de rechten van de moederonderneming op economisch toezicht en beheerstoezicht met betrekking tot het rendement van de investering, zoals indirect geregeld overeenkomstig artikel 59, lid 7, in een dochteronderneming beschermd worden. Hierdoor wordt de moederonderneming met name in staat gesteld het jaarlijkse financiële plan of enig equivalent instrument van de distributiesysteembeheerder goed te keuren en algemene limieten voor de schuldenlast van de dochteronderneming vast te stellen. Het biedt de moederonderneming echter niet de mogelijkheid instructies te geven met betrekking tot de dagelijkse bedrijfsvoering of individuele besluiten over de aanleg of de verbetering van distributielijnen, die niet verder gaan dan de voorwaarden van het goedgekeurde financiële plan of enig equivalent instrument, en

d) 

de distributiesysteembeheerder stelt een nalevingsprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag is uitgesloten, en zorgt ervoor dat de naleving daarvan op adequate wijze wordt gemonitord. Het nalevingsprogramma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of de instantie die belast is met de monitoring van het nalevingsprogramma, de nalevingsfunctionaris van de distributiesysteembeheerder, dient bij de in artikel 57, lid 1, bedoelde regulerende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden vermeld. Dit verslag wordt bekendgemaakt. De nalevingsfunctionaris van de distributiesysteembeheerder is volledig onafhankelijk en heeft toegang tot alle informatie van de distributiesysteembeheerder en eventuele verbonden ondernemingen die hij nodig heeft om zijn taken te vervullen.

3.  
Wanneer de distributiesysteembeheerder deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf zien de lidstaten erop toe dat de activiteit van de distributiesysteembeheerder wordt gemonitord door de regulerende instanties of andere bevoegde instanties om erover te waken dat hij die verticale integratie niet benut om de mededinging te vervalsen. Met name vermijden verticaal geïntegreerde distributiesysteembeheerders om via communicatie en merknamen verwarring te scheppen wat de afzonderlijke identiteit betreft van de leveringstak van het verticaal geïntegreerde bedrijf.
4.  
De lidstaten kunnen besluiten de leden 1 tot en met 3 niet toe te passen op geïntegreerde elektriciteitsbedrijven die minder dan 100 000 aangesloten afnemers bedienen, of die kleinschalige geïsoleerde systemen bedienen.

Artikel 36

Eigendom van energieopslagfaciliteiten door distributiesysteembeheerders

1.  
Distributiesysteembeheerders mogen geen energieopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren.
2.  

In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten toestaan dat distributiesysteembeheerders energieopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren indien het gaat om volledig geïntegreerde netwerkcomponenten, en de regulerende instantie haar goedkeuring heeft verleend of indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

andere partijen, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die is getoetst en goedgekeurd door de regulerende instantie, hebben geen recht verworven om dergelijke faciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn aanbieden;

b) 

dergelijke faciliteiten zijn nodig voor de nakoming door de distributiesysteembeheerders van de krachtens deze richtlijn op hen rustende verplichtingen met betrekking tot een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het distributiesysteem en de faciliteiten worden niet gebruikt om elektriciteit op de elektriciteitsmarkten te kopen of te verkopen, en

c) 

de regulerende instantie heeft de noodzaak van een dergelijke afwijking beoordeeld, heeft de aanbestedingsprocedure, waaronder de voorwaarden van die aanbestedingsprocedure, geëvalueerd, en heeft haar goedkeuring verleend.

De regulerende instanties kunnen richtsnoeren of inkoopbepalingen opstellen om distributiesysteembeheerders te helpen billijke aanbestedingsprocedures te garanderen.

3.  
De regulerende instanties houden met regelmatige tussenpozen en ten minste om de vijf jaar een openbare raadpleging over de bestaande energieopslagfaciliteiten om de potentiële beschikbaarheid en belangstelling om in dergelijke faciliteiten te investeren te evalueren. Indien uit de openbare raadpleging, zoals geëvalueerd door de regulerende instantie, blijkt dat derden in staat zijn dergelijke installaties op een kosteneffectieve manier te bezitten, te ontwikkelen, te exploiteren of te beheren, ziet de regulerende instantie erop toe dat de activiteiten van de distributiesysteembeheerders in dit verband binnen 18 maanden worden uitgefaseerd. Als onderdeel van de voorwaarden van die procedure kunnen de regulerende instanties distributiesysteembeheerders toestaan een redelijke vergoeding te ontvangen, met name de restwaarde van hun investering in energieopslagfaciliteiten terug te verdienen.
4.  

Lid 3 is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten of voor de gebruikelijke afschrijvingsperiode van nieuwe batterij-opslagfaciliteiten met een definitieve investeringsbeslissing vóór 4 juli 2019, op voorwaarde dat dergelijke batterij-opslagfaciliteiten:

a) 

uiterlijk twee jaar daarna met het netwerk verbonden zijn;

b) 

in het distributiesysteem zijn geïntegreerd;

c) 

uitsluitend worden gebruikt voor het reactief onmiddellijk herstellen van de veiligheid van het netwerk in noodgevallen, wanneer een dergelijk herstelmaatregel onmiddellijk van kracht wordt en wordt beëindigd zodra reguliere redispatching in staat is het probleem op te lossen, en

d) 

niet worden gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkten, met inbegrip van balanceringsmarkten.

Artikel 37

Vertrouwelijkheid voor distributiesysteembeheerders

Onverminderd artikel 55 of enige andere wettelijk vereiste tot het verstrekken van informatie, eerbiedigt de distributiesysteembeheerder de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens die hem bij zijn bedrijfsvoering ter kennis komen, en voorkomt hij dat informatie over zijn eigen activiteiten die commercieel voordeel kan opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven.

Artikel 38

Gesloten distributiesystemen

1.  

De lidstaten kunnen voorzien in regulerende instanties of andere bevoegde instanties om een systeem dat elektriciteit distribueert binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of een locatie met gedeelde diensten en dat niet, onverminderd lid 4, huishoudelijke afnemers van elektriciteit voorziet, als gesloten distributiesysteem aan te merken indien:

a) 

het beheer of het productieproces van de gebruikers van dat systeem om specifieke technische of veiligheidsredenen geïntegreerd is, of

b) 

het systeem primair elektriciteit distribueert aan de eigenaar of beheerder van het systeem of de daarmee verwante bedrijven.

2.  

Gesloten distributiesystemen worden voor de toepassing van deze richtlijn als distributiesystemen beschouwd. De lidstaten kunnen voorzien in regulerende instanties om de beheerder van een gesloten distributiesysteem te ontheffen van:

a) 

de vereiste van artikel 31, leden 5 en 7, om de energie die hij gebruikt om energieverliezen te dekken en in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in zijn systeem te voorzien, te kopen volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;

b) 

de vereiste van artikel 6, lid 1, dat tarieven of de methodes voor de berekening hiervan moeten overeenkomstig artikel 59, lid 1, worden goedgekeurd alvorens zij in werking treden;

c) 

de vereisten van artikel 32, lid 1, om flexibiliteitsdiensten te kopen en van artikel 32, lid 3, om het systeem van de exploitant te ontwikkelen op basis van netwerkontwikkelingsplannen;

d) 

de vereiste van artikel 33, lid 2, om geen oplaadpunten voor elektrische voertuigen te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, en

e) 

de vereiste van artikel 36, lid 1, om geen energieopslagfaciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren.

3.  
Indien er een ontheffing wordt toegestaan uit hoofde van lid 2, worden de geldende tarieven of de methodes voor de berekening hiervan herzien en goedgekeurd overeenkomstig artikel 59, lid 1, op verzoek van een gebruiker van het gesloten distributiesysteem.
4.  
Incidenteel gebruik door een klein aantal huishoudens die werkzaam zijn bij of vergelijkbare betrekkingen hebben met de eigenaar van het distributiesysteem en gevestigd zijn in het gebied dat door een gesloten distributiesysteem wordt bediend, sluit niet uit dat een ontheffing uit hoofde van lid 2 wordt toegestaan.

Artikel 39

Gecombineerd beheer

Artikel 35, lid 1, vormt geen beletsel voor een gecombineerd beheer van transmissie- en distributiesystemendoor een systeembeheerder, mits de beheerder voldoet aan de voorwaarden van artikel 43, lid 1, of van de artikelen 44 en 45, of van deel 3 van hoofdstuk VI, of dat de beheerder onder artikel 66, lid 3, valt.

HOOFDSTUK V

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN VAN TOEPASSING OP TRANSMISSIESYSTEEMBEHEERDERS

Artikel 40

Taken van transmissiesysteembeheerders

1.  

Elke transmissiesysteembeheerder heeft de volgende verantwoordelijkheden:

a) 

ervoor zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit en zorgen voor het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van veilige, betrouwbare en efficiënte transmissiesystemen, met inachtneming van het milieu, in nauwe samenwerking met aangrenzende transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders;

b) 

zorgen voor afdoende middelen om te voldoen aan zijn verplichtingen;

c) 

bijdragen tot de voorzieningszekerheid door te zorgen voor toereikende transmissiecapaciteit en betrouwbaarheid van het systeem;

d) 

het beheer van de elektriciteitsstromen op het systeem, waarbij hij rekening houdt met het elektriciteitsverkeer van en naar andere stelsels van systemen. Daartoe zorgt de transmissiesysteembeheerder voor een veilig, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitssysteem en ziet er in dit verband op toe dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn, waaronder op het gebied van vraagrespons en energieopslagfaciliteiten, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van andere transmissiesystemen waaraan zijn systeem gekoppeld is;

e) 

de beheerder van andere systemen waaraan zijn systeem is gekoppeld, voldoende informatie verschaffen om het zeker en efficiënt beheer, de gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het stelsel van systemen te waarborgen;

f) 

zich onthouden van discriminatie tussen systeemgebruikers of categorieën systeemgebruikers, met name van die ten gunste van verwante bedrijven;

g) 

de systeemgebruikers de informatie verstrekken die zij voor een efficiënte toegang tot het systeem nodig hebben;

h) 

het innen van congestielasten en betalingen in het kader van het vergoedingsmechanisme tussen transmissiesysteembeheerders overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EU) 2019/943, het verlenen en beheren van toegang van derden en het motiveren van besluiten tot een weigering van dergelijke toegang, onder toezicht van de regulerende instanties, en bij de uitvoering van hun werkzaamheden uit hoofde van dit artikel in de eerste plaats de integratie van de markt vergemakkelijken;

i) 

ondersteunende diensten kopen om de operationele veiligheid te waarborgen;

j) 

een kader voor de samenwerking en coördinatie tussen de regionale operationele centra vaststellen;

k) 

deelnemen aan de opstelling van de Europese en nationale hulpbrontoereikendheidsbeoordelingen op grond van hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2019/943;

l) 

de digitalisering van transmissiesystemen;

m) 

gegevensbeheer, met inbegrip van de ontwikkeling van systemen voor gegevensbeheer, cyberbeveiliging en gegevensbescherming, met inachtneming van de toepasselijke regels en onverminderd de bevoegdheden van andere instanties.

2.  
De lidstaten mogen bepalen dat één of meer van de in lid 1 van dit artikel vermelde verantwoordelijkheden worden toegewezen aan een andere transmissiesysteembeheerder dan die welke het transmissiesysteem bezit waarop de desbetreffende verantwoordelijkheden van toepassing zijn. De transmissiesysteembeheerder waaraan de taken zijn toegewezen, wordt gecertificeerd in het kader van het model van de ontvlechting van de eigendom, de onafhankelijke systeembeheerder of de onafhankelijke transmissiesysteembeheerder, en voldoet aan de in artikel 43 vastgestelde vereisten, maar wordt niet vereist het onder zijn verantwoordelijkheid vallende transmissiesysteem niet bezitten.

De transmissiesysteembeheerder die het transmissiesysteem bezit, voldoet aan de vereisten van hoofdstuk VI en wordt gecertificeerd overeenkomstig artikel 43. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor transmissiesysteembeheerders die in het kader van het model van de ontvlechting van eigendom, de onafhankelijke systeembeheerder of de onafhankelijke transmissiesysteembeheerders zijn gecertificeerd, om op hun initiatief en onder hun toezicht, bepaalde taken te delegeren aan andere transmissiesysteembeheerders die in het kader van het model van de ontvlechting van eigendom, de onafhankelijke systeembeheerder of de onafhankelijke transmissiesysteembeheerderzijn gecertificeerd, indien deze delegatie van taken de effectieve en onafhankelijke besluitvormingsbevoegdheden van de delegerende transmissiesysteembeheerder niet in het gedrang brengt.

3.  
Bij de uitvoering van de in lid 1 bedoelde taken houdt de transmissiesysteembeheerder rekening met de door de regionale coördinatiecentra opgestelde aanbevelingen.
4.  

Bij de uitvoering van de in lid 1, onder i), bedoelde taak koopt de transmissiesysteembeheerder balanceringsdiensten onder voorwaarde van:

a) 

transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;

b) 

de deelname van alle in aanmerking komende elektriciteitsbedrijven en marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), stellen regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders, in nauwe samenwerking met alle marktdeelnemers, technische vereisten op voor deelname aan deze markten op basis van de technische kenmerken van die markten.

5.  
Lid 4 is van toepassing op de verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten door transmissiesysteembeheerders, tenzij de regulerende instantie heeft tot het oordeel is gekomen dat de markt- gebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten economisch niet efficiënt is en een afwijking heeft toegestaan. Het regelgevingskader zorgt er in het bijzonder voor dat transmissiesysteembeheerders degelijke diensten kunnen kopen van aanbieders van vraagrespons of energieopslag, en bevorderen de acceptatie van energie-efficiëntiemaatregelen, wanneer die de noodzaak tot uitbreiden of vervangen van elektriciteitscapaciteit op kosten-efficiënte wijze verlichten en het efficiënt en veilig beheer van het transmissiesysteem ondersteunen.
6.  
De transmissiesysteembeheerders, onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instantie, of de regulerende instantie zelf, voorzien, ten minste op landelijk niveau, in een transparant en participatief proces waarbij alle potentiële systeemgebruikers en de distributiesysteembeheerder betrokken zijn, de specificaties voor het kopen van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en, indien van toepassing, gestandaardiseerde marktproducten voor de desbetreffende diensten. De specificaties waarborgen de effectieve en niet-discriminerende deelname van alle marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. De transmissiesysteembeheerders wisselen alle noodzakelijke informatie uit en werken samen met de distributiesysteembeheerders om voor een optimaal gebruik van hulpbronnen te zorgen, het veilige en efficiënte beheer van het systeem te waarborgen en de marktontwikkeling te bevorderen. De transmissiesysteembeheerders ontvangen een passende vergoeding voor de aankoop van dergelijke diensten, zodat zij ten minste de overeenkomstige redelijke kosten kunnen terugverdienen, zoals de noodzakelijke uitgaven voor informatie- en communicatietechnologie en infrastructuurkosten.
7.  
De in lid 5 bedoelde verplichting om niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten te kopen is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten.
8.  
De lidstaten of de door hen aangewezen bevoegde instanties mogen transmissiesysteembeheerders toestaan andere taken uit te voeren dan die welke worden genoemd in deze richtlijn en in Verordening (EU) 2019/943 indien die faciliteiten nodig zijn voor de nakoming door de transmissiesysteembeheerders van de krachtens deze richtlijn of Verordening (EU) 2019/943 op hen rustende verplichtingen, mits de regulerende instantie de noodzaak van een dergelijke afwijking heeft beoordeeld. Dit lid laat het recht van de transmissiesysteembeheerders om netwerken die geen elektriciteitsnetwerken zijn te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren onverlet, indien de lidstaat of de aangewezen bevoegde instantie dergelijk recht heeft verleend.

Artikel 41

Vertrouwelijkheids- en transparantievereisten voor transmissiesysteembeheerders en eigenaars van transmissiesystemen

1.  
Onverminderd artikel 55 of een andere wettelijke verplichting tot het verstrekken van informatie, eerbiedigt elke transmissiesysteembeheerder en elke eigenaar van een transmissiesysteem de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens die hem bij zijn bedrijfsvoering ter kennis komen, en voorkomt hij dat informatie over zijn eigen activiteiten die commercieel voordeel kan opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven. Met name geeft hij geen commercieel gevoelige gegevens vrij aan de andere onderdelen van het bedrijf, tenzij die openbaarmaking noodzakelijk is voor de uitvoering van een zakelijke transactie. Om de volledige inachtneming van de regels betreffende de ontvlechting van informatie te verzekeren, zien de lidstaten erop toe dat de eigenaar van een transmissiesysteem en de overige onderdelen van het bedrijf niet van gezamenlijke diensten gebruikmaken, zoals gezamenlijke juridische diensten, afgezien van zuiver administratieve en IT-functies.
2.  
Transmissiesysteembeheerders maken bij de aan- of verkoop van elektriciteit door verwante bedrijven geen misbruik van commercieel gevoelige gegevens die zij van derden hebben gekregen in het kader van de verlening van of onderhandelingen over toegang tot het systeem.
3.  
Informatie die nodig is voor doeltreffende mededinging en een efficiënte werking van de markt wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting laat de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie onverlet.

Artikel 42

Besluitvormingsbevoegdheden inzake de aansluiting van nieuwe productie-installaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem

1.  
De transmissiesysteembeheerder stelt transparante en efficiënte procedures op voor de niet-discriminerende aansluiting van nieuwe productie-installaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem en publiceert deze. Die procedures zijn onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instanties.
2.  
De transmissiesysteembeheerder heeft niet het recht de aansluiting van een nieuwe productie-installatie of energieopslagfaciliteit te weigeren op grond van mogelijke toekomstige beperkingen van de beschikbare capaciteit op het net, bijvoorbeeld congestie in afgelegen delen van het transmissiesysteem. De transmissiesysteembeheerder verstrekt de nodige informatie.

De eerste alinea doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor transmissiesysteembeheerders om de gegarandeerde aansluitingscapaciteit te beperken of aansluitingen met operationele beperkingen aan te bieden, teneinde de economische efficiëntie van nieuwe productie-installaties of energieopslagfaciliteiten te waarborgen, mits dergelijke beperkingen zijn goedgekeurd door de regulerende instantie. De regulerende instantie zorgt ervoor dat eventuele beperkingen in de gegarandeerde aansluitingscapaciteit of operationele beperkingen worden ingesteld op basis van transparante en niet-discriminerende procedures en geen onnodige belemmeringen voor de markttoegang met zich meebrengen. Indien de productie-installatie of energieopslagfaciliteit de kosten draagt voor het garanderen van onbeperkte aansluiting gelden er geen beperkingen.

3.  
Transmissiesysteembeheerders hebben niet het recht een nieuw aansluitpunt te weigeren op de grond dat het tot extra kosten zou leiden als gevolg van de noodzakelijke capaciteitsvergroting van systeemonderdelen in de directe omgeving van het aansluitpunt.

HOOFDSTUK VI

ONTVLECHTING VAN TRANSMISSIESYSTEEMBEHEERDERS

Deel 1

Ontvlechting van de eigendom

Artikel 43

Ontvlechting van eigendom van transmissiesystemen en van transmissiesysteembeheerders

1.  

De lidstaten zorgen ervoor dat:

a) 

elke onderneming die een transmissiesysteem bezit, handelt als een transmissiesysteembeheerder;

b) 

dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om:

i) 

direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of enig recht uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, of

ii) 

direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of enig recht uit te oefenen over een bedrijf dat een van de functies van productie of levering uitvoert;

c) 

dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, van een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en om direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of enig recht uit te oefenen over een bedrijf dat een van de functies van productie of levering uitvoert, en

d) 

dezelfde persoon niet het recht heeft om lid te zijn van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, zowel van een bedrijf dat een van de functies van productie of levering uitvoert, als van een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem.

2.  

De in lid 1, onder b) en c), bedoelde rechten omvatten met name:

a) 

de bevoegdheid om stemrecht uit te oefenen;

b) 

de bevoegdheid om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, of

c) 

het hebben van een meerderheidsaandeel.

3.  
Voor de toepassing van lid 1, onder b), omvat het begrip „bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht” het begrip „bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht” in de zin van Richtlijn 2009/73/EG, en omvatten de begrippen „transmissiesysteembeheerder” en „transmissiesysteem” de begrippen „transmissiesysteembeheerder”, respectievelijk „transmissiesysteem” in de zin van die richtlijn.
4.  
De in lid 1, onder a), vervatte verplichting wordt geacht te zijn vervuld in een situatie waarin twee of meer bedrijven die transmissiesystemen bezitten, een gemeenschappelijke onderneming hebben opgericht die in twee of meer lidstaten optreedt als transmissiesysteembeheerder van het betrokken transmissiesysteem. Geen ander bedrijf mag deel uitmaken van de gemeenschappelijke onderneming, tenzij het overeenkomstig artikel 44 als onafhankelijke systeembeheerder of als een onafhankelijke transmissiesysteembeheerder voor de toepassing van deel 3 erkend is.
5.  
Wanneer de in lid 1, onder b), c) en d), bedoelde persoon de lidstaat of een ander overheidsorgaan is, worden voor de toepassing van dit artikel twee afzonderlijke overheidsorganen die zeggenschap uitoefenen over, enerzijds, een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem en, anderzijds, een bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht, niet als dezelfde persoon of dezelfde personen beschouwd.
6.  
De lidstaten waken erover dat de in artikel 41 bedoelde commercieel gevoelige gegevens in de handen van een transmissiesysteembeheerder die deel heeft uitgemaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf en het personeel van die transmissiesysteembeheerder, niet worden overgedragen aan bedrijven die een van de functies van productie of levering verrichten.
7.  
De lidstaten kunnen besluiten lid 1 niet toe te passen als het transmissiesysteem op 3 september 2009 toebehoort aan een verticaal geïntegreerd bedrijf.

In dat geval besluit de betrokken lidstaat:

a) 

een onafhankelijke systeembeheerder aan te wijzen overeenkomstig artikel 44, of

b) 

deel 3 na te leven.

8.  
De lidstaten kunnen besluiten lid 1 niet toe te passen als het transmissiesysteem op 3 september 2009 toebehoort aan een verticaal geïntegreerd bedrijf en er regelingen van kracht zijn die een effectievere onafhankelijkheid van de transmissiesysteembeheerder waarborgen dan deel 3.
9.  
Voordat een bedrijf wordt goedgekeurd en aangewezen als transmissiesysteembeheerder uit hoofde van lid 8 van dit artikel, wordt het gecertificeerd volgens de procedures van artikel 52, leden 4, 5 en 6, van deze richtlijn, en van artikel 51 van Verordening (EU) 2019/943, ten gevolge waarvan de Commissie controleert of de bestaande regelingen duidelijk een effectievere onafhankelijkheid van de transmissiesysteembeheerder waarborgen dan deel 3 van dit hoofdstuk.
10.  
Een verticaal geïntegreerd bedrijf dat eigenaar is van een transmissiesysteem, mag in geen geval worden belet maatregelen te treffen om te voldoen aan het bepaalde in lid 1.
11.  
Bedrijven die een van de functies van productie of levering verrichten mogen in geen geval in staat zijn op directe of indirecte wijze zeggenschap of enig recht uit te oefenen over ontvlochten transmissiesysteembeheerders in lidstaten die lid 1 toepassen.

Deel 2

Onafhankelijke systeembeheerders

Artikel 44

Onafhankelijke systeembeheerders

1.  
Wanneer het transmissiesysteem op 3 september 2009 tot een verticaal geïntegreerd bedrijf behoort, kunnen de lidstaten besluiten artikel 43, lid 1, niet toe te passen en op voorstel van de eigenaar van het transmissiesysteem een onafhankelijke systeembeheerder aanwijzen. Deze moet door de Commissie worden goedgekeurd.
2.  

De regulerende instantie mag een onafhankelijke systeembeheerder goedkeuren en aanwijzen mits:

a) 

de kandidaat-beheerder heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorschriften van artikel 43, lid 1, onder b), c) en d);

b) 

de kandidaat-beheerder heeft aangetoond dat hij beschikt over de financiële, technische en fysieke middelen om de in artikel 40 omschreven taken uit te voeren;

c) 

de kandidaat-beheerder heeft toegezegd een tienjarig netontwikkelingsplan uit te voeren dat door de regulerende instantie wordt gemonitord;

d) 

de eigenaar van het transmissiesysteem heeft aangetoond dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van lid 5 kan nakomen. Daartoe stelt hij alle ontwerpen van contractuele regelingen ter beschikking van de kandidaat-beheerder en van alle andere betrokken entiteiten, en

e) 

de kandidaat-beheerder heeft aangetoond dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2019/943, kan nakomen, inclusief de samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders op Europees en regionaal niveau.

3.  
Bedrijven die door de regulerende instantie zijn gecertificeerd omdat zij voldoen aan de voorschriften van artikel 53 en lid 2 van dit artikel, worden door de lidstaten goedgekeurd en aangewezen als onafhankelijke systeembeheerders. De certificeringsprocedure van hetzij artikel 52 van deze richtlijn en artikel 51 van Verordening (EU) 2019/943, hetzij van artikel 53 van deze richtlijn, is van toepassing.
4.  
Iedere onafhankelijke systeembeheerder is verantwoordelijk voor het verlenen en beheren van toegang voor derden, inclusief het innen van een toegangsheffing, congestielasten en betalingen in het kader van het vergoedingsmechanisme tussen transmissiesysteembeheerders overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EU) 2019/943, alsmede voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het transmissiesysteem, en om ervoor te zorgen dat door een afdoende investeringsplanning het systeem op langere termijn in staat is aan een redelijke vraag te voldoen. Wat de ontwikkeling van het transmissiesysteem betreft, is de onafhankelijke systeembeheerder verantwoordelijk voor de planning (met inbegrip van de vergunningsprocedure), de bouw en de bestelling van nieuwe infrastructuur. In die zin treedt de onafhankelijke systeembeheerder op als transmissiesysteembeheerder overeenkomstig dit deel. De eigenaars van transmissiesystemen zijn niet bevoegd voor het verlenen en beheren van toegang voor derden en ook niet voor de investeringsplanning.
5.  

Indien een onafhankelijke systeembeheerder is aangewezen, zorgt de eigenaar van het transmissiesysteem voor:

a) 

de nodige samenwerking met en ondersteuning van de onafhankelijke systeembeheerder voor de uitvoering van zijn taken, inclusief meer bepaald alle toepasselijke informatie;

b) 

de financiering van door de onafhankelijke systeembeheerder geplande en door de regulerende instantie goedgekeurde investeringen, of stemt ermee in dat die investeringen door een belanghebbende partij, waaronder de onafhankelijke systeembeheerder, worden gefinancierd. De toepasselijke financiële regelingen worden goedgekeurd door de regulerende instantie. Alvorens deze goedkeuring te geven, raadpleegt de regulerende instantie de eigenaar van het transmissiesysteem samen met andere belanghebbende partijen;

c) 

de dekking van de aansprakelijkheid met betrekking tot de netactiva, met uitzondering van de aansprakelijkheid die verband houdt met de taken van de onafhankelijke systeembeheerder, en

d) 

waarborgen teneinde de financiering van netuitbreidingen te vergemakkelijken, met uitzondering van die investeringen waarvoor hij er op grond van punt b) mee heeft ingestemd dat zij door een belanghebbende partij, waaronder de onafhankelijke systeembeheerder, worden gefinancierd.

6.  
In nauwe samenwerking met de regulerende instantie worden aan de betrokken nationale mededingingsautoriteit alle toepasselijke bevoegdheden verleend om de naleving door de eigenaar van een transmissiesysteem van zijn verplichtingen uit hoofde van lid 5 daadwerkelijk te monitoren.

Artikel 45

Ontvlechting van eigenaars van transmissiesystemen

1.  
Wanneer een onafhankelijke systeembeheerder is aangewezen, zijn eigenaars van transmissiesystemen die deel uitmaken van een verticaal geïntegreerd bedrijf onafhankelijk, althans wat hun rechtsvorm, organisatie en besluitvorming betreft, van andere, niet met transmissie samenhangende activiteiten.
2.  

Teneinde de in lid 1 bedoelde onafhankelijkheid van de eigenaar van een transmissiesysteem te waarborgen, gelden de volgende minimumcriteria:

a) 

personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de eigenaar van een transmissiesysteem nemen niet deel in bedrijfsstructuren van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie, distributie en levering van elektriciteit;

b) 

er worden passende maatregelen genomen teneinde ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de eigenaar van een transmissiesysteem, zodat zij onafhankelijk kunnen functioneren, en

c) 

de eigenaar van een transmissiesysteem stelt een nalevingsprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag is uitgesloten, en zorgt ervoor dat de naleving daarvan op adequate wijze wordt gemonitord. Het nalevingsprogramma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstellingen. De persoon of de instantie die belast is met het toezicht op het nalevingsprogramma dient bij de regulerende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden vermeld. Dit verslag wordt bekendgemaakt.

Deel 3

Onafhankelijke transmissiesysteembeheerders

Artikel 46

Activa, uitrusting, personeel en identiteit

1.  

Transmissiesysteembeheerders beschikken over alle menselijke, technische, fysieke en financiële middelen die nodig zijn om hun uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen na te komen en de werkzaamheden van transmissie van elektriciteit uit te voeren, met name:

a) 

de activa die nodig zijn voor de werkzaamheden van transmissie van elektriciteit, waaronder het transmissiesysteem, zijn eigendom van de transmissiesysteembeheerder;

b) 

het personeel dat nodig is voor de werkzaamheden van transmissie van elektriciteit, met inbegrip van de uitvoering van alle bedrijfstaken, is in dienst van de transmissiesysteembeheerder;

c) 

het is verboden personeel in te huren c.q. te verhuren en diensten te verrichten aan en vanuit andere onderdelen van een verticaal geïntegreerd bedrijf. Dit belet echter niet dat de transmissiesysteembeheerder diensten verricht ten behoeve van het verticaal geïntegreerd bedrijf, mits:

i) 

de verrichting van deze diensten geen discriminatie onder systeemgebruikers inhoudt, voor alle systeemgebruikers onder dezelfde voorwaarden beschikbaar is en geen beperking, verstoring of voorkoming van mededinging bij de productie of levering inhoudt, en

ii) 

de voorwaarden van de verrichtingen van deze diensten door de regulerende instantie zijn goedgekeurd;

d) 

onverminderd de besluiten van het in artikel 49 bedoelde controleorgaan, worden passende financiële middelen voor toekomstige investeringsprojecten en/of voor de vervanging van de bestaande activa tijdig beschikbaar gesteld voor de transmissiesysteembeheerder door het verticaal geïntegreerde bedrijf, na een passend verzoek van de transmissiesysteembeheerder.

2.  

De werkzaamheden van transmissie van elektriciteit omvatten, naast de in artikel 40 genoemde, ten minste de volgende taken:

a) 

vertegenwoordiging van de transmissiesysteembeheerder en onderhoud van contacten met derde partijen en de regulerende instanties;

b) 

vertegenwoordiging van de transmissiesysteembeheerder binnen het ENTSB voor elektriciteit;

c) 

toewijzing en beheer van de toegang van derde partijen, zodanig dat niet gediscrimineerd wordt tussen systeemgebruikers of groepen van systeemgebruikers;

d) 

inning van alle heffingen in verband met het transmissiesysteem, inclusief toegangsheffingen, energie voor verliezen en heffingen voor ondersteunende diensten;

e) 

exploitatie, onderhoud en ontwikkeling van een veilig, efficiënt en economisch transmissiesysteem;

f) 

investeringsplanning zodat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag en de voorzieningszekerheid kan waarborgen;

g) 

oprichting van passende gemeenschappelijke ondernemingen, inclusief met een of meer transmissiesysteembeheerders, elektriciteitsbeurzen, en de andere relevante actoren bedoeld om regionale markten te creëren of het liberaliseringsproces te faciliteren, en

h) 

alle bedrijfsdiensten, waaronder juridische diensten, boekhouding en IT-diensten.

3.  
De transmissiesysteembeheerder krijgt een rechtsvorm als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ).
4.  
De transmissiesysteembeheerder sticht, wat betreft de identiteit van het bedrijf, communicatie, merken en gebouwen, geen verwarring wat betreft de afzonderlijke identiteit van het verticaal geïntegreerde bedrijf of een onderdeel daarvan.
5.  
De transmissiesysteembeheerder heeft met het verticaal geïntegreerde bedrijf of met een onderdeel daarvan geen gemeenschappelijke IT-systemen of apparatuur, geen gemeenschappelijke fysieke gebouwen noch beveiligingssystemen inzake toegang en maakt geen gebruik van dezelfde consultants of externe contractanten voor IT-systemen of -apparatuur of beveiligingssystemen inzake toegang.
6.  
De boekhouding van transmissiesysteembeheerders wordt door een andere accountant gecontroleerd dan de accountant die het verticaal geïntegreerde bedrijf of een deel ervan controleert.

Artikel 47

Onafhankelijkheid van de transmissiesysteembeheerder

1.  

Onverminderd de besluiten van het in artikel 49 bedoelde controleorgaan:

a) 

beschikt de transmissiesysteembeheerder over effectieve bevoegdheden om onafhankelijk van het verticaal geïntegreerde bedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor het beheer, het onderhoud of de ontwikkeling van het transmissiesysteem, en

b) 

is de transmissiesysteembeheerder bevoegd geld te verwerven op de kapitaalmarkt, met name door leningen en kapitaalverhoging.

2.  
De transmissiesysteembeheerder zorgt ervoor dat hij te allen tijde beschikt over de nodige middelen om de werkzaamheden van transmissie naar behoren en efficiënt uit te voeren en om een efficiënt, veilig en rendabel transmissiesysteem te ontwikkelen en te onderhouden.
3.  
Dochterondernemingen van het verticaal geïntegreerde bedrijf die functies van productie of levering uitvoeren, hebben geen directe of indirecte belangen in de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteembeheerder heeft geen directe of indirecte belangen in een dochteronderneming van het verticaal geïntegreerde bedrijf die functies van productie of levering uitvoert, en ontvangt van die dochteronderneming geen dividenden of ander financieel voordeel.
4.  
De algehele beheersstructuur en de bedrijfsstatuten van de transmissiesysteembeheerder waarborgen dat de transmissiesysteembeheerder daadwerkelijk onafhankelijk is, in overeenstemming met dit deel. Het verticaal geïntegreerde bedrijf bepaalt direct noch indirect het marktgedrag van de transmissiesysteembeheerder met betrekking tot de dagelijkse activiteiten van de transmissiesysteembeheerder en het beheer van het net, of met betrekking tot activiteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van het op grond van artikel 51 ontwikkelde tienjarige netontwikkelingsplan.
5.  
Bij het vervullen van de in artikel 40 en artikel 46, lid 2, van deze richtlijn genoemde taken, alsmede bij de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 16, 18, 19 en 50 van Verordening (EU) 2019/943, benadelen transmissiesysteembeheerders geen personen of entiteiten en beperken, en verstoren of voorkomen zij de mededinging bij de productie of levering niet.
6.  
De commerciële en financiële betrekkingen tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder, met inbegrip van leningen van de transmissiesysteembeheerder aan het verticaal geïntegreerde bedrijf, voldoen aan de marktvoorwaarden. De transmissiesysteembeheerder houdt gedetailleerde gegevens bij van die commerciële en financiële betrekkingen en stelt die desgevraagd ter beschikking aan de regulerende instantie.
7.  
De transmissiesysteembeheerder legt alle commerciële en financiële overeenkomsten met het verticaal geïntegreerde bedrijf ter goedkeuring voor aan de regulerende instantie.
8.  
De transmissiesysteembeheerder informeert de regulerende instantie over de in artikel 46, lid 1, onder d), bedoelde financiële middelen die beschikbaar zijn voor toekomstige investeringsprojecten en/of voor de vervanging van bestaande activa.
9.  
Het verticaal geïntegreerde bedrijf onthoudt zich van elke handeling die de transmissiesysteembeheerder hindert of schaadt bij de naleving van de in dit hoofdstuk neergelegde verplichtingen, en het verlangt niet van de transmissiesysteembeheerder dat hij het verticaal geïntegreerde bedrijf voor de naleving van die verplichtingen om toestemming verzoekt.
10.  
Een onderneming die door de regulerende instantie gecertificeerd is als een bedrijf dat aan de voorschriften van dit hoofdstuk voldoet, wordt door de betrokken lidstaat goedgekeurd en aangewezen als transmissiesysteembeheerder. De certificeringsprocedure van hetzij artikel 52 van deze richtlijn en artikel 51 van Verordening (EU) 2019/943, hetzij van artikel 53 van deze richtlijn, is van toepassing.

Artikel 48

Onafhankelijkheid van het personeel en van het beheer van de transmissiesysteembeheerder

1.  
Besluiten over benoeming en herbenoeming, arbeidsvoorwaarden zoals salariëring en beëindiging van de ambtstermijn van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en/of de leden van de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder die onder deze alinea vallen, worden genomen door het controleorgaan van de transmissiesysteembeheerder dat is benoemd overeenkomstig artikel 49.
2.  
De identiteit en de voorwaarden voor de duur en de beëindiging van de ambtstermijn van de personen die door het controleorgaan zijn aangewezen voor benoeming of herbenoeming voor de algemene directie en/of als lid van de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder, en de redenen voor het voorgestelde besluit tot beëindiging van een ambtstermijn, worden aan de regulerende instantie meegedeeld. Deze voorwaarden en de in lid 1 bedoelde besluiten zijn pas bindend als de regulerende instantie binnen drie weken na de kennisgeving geen bezwaar heeft aangetekend.

De regulerende instantie mag tegen de in lid 1 bedoelde besluiten bezwaar aantekenen:

a) 

als er twijfel bestaat ten aanzien van de professionele onafhankelijkheid van een benoemd persoon die verantwoordelijk is voor het beheer en/of een lid van de bestuursorganen, of

b) 

in geval van een voortijdige beëindiging van de ambtstermijn, indien er twijfel is aan de terechtheid ervan.

3.  
In de drie jaar voor de benoeming van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer of de leden van de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder op wie dit lid van toepassing is, hebben zij direct en indirect geen professionele positie of verantwoordelijkheid of belang in of zakelijke betrekkingen met het verticaal geïntegreerde bedrijf of een onderdeel ervan en/of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen, anders dan de transmissiesysteembeheerder.
4.  
De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en/of de leden van de bestuursorganen en de werknemers van de transmissiesysteembeheerder hebben direct noch indirect een andere professionele positie of verantwoordelijkheid of belang in of zakelijke betrekkingen met een ander onderdeel van het verticaal geïntegreerde bedrijf of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen.
5.  
De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en/of de leden van de bestuursorganen en de werknemers van de transmissiesysteembeheerder hebben direct noch indirect een belang bij of een ander financieel voordeel van een onderdeel van het verticaal geïntegreerde bedrijf, anders dan de transmissiesysteembeheerder. Hun bezoldiging hangt niet af van andere activiteiten of resultaten van het verticaal geïntegreerde bedrijf dan die van de transmissiesysteembeheerder.
6.  
Bij de regulerende instantie kunnen personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en/of leden van de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder daadwerkelijk in beroep gaan tegen een voortijdige beëindiging van hun ambtstermijn.
7.  
Na de beëindiging van hun ambtstermijn binnen de transmissiesysteembeheerder hebben de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer ervan en/of de leden van de bestuursorganen ervan gedurende ten minste vier jaar geen professionele positie of verantwoordelijkheid of belang in of zakelijke betrekkingen met een onderdeel van het verticaal geïntegreerde bedrijf anders dan de transmissiesysteembeheerder, of bij de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen.
8.  
Lid 3 is van toepassing op de meerderheid van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en/of de leden van de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder.

De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en/of de leden van de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder die niet onderworpen zijn aan het bepaalde in lid 3 mogen gedurende een tijdvak van ten minste zes maanden voor hun benoeming in het verticaal geïntegreerde bedrijf geen beheers- of andere relevante activiteit hebben uitgeoefend.

De eerste alinea van dit lid en de leden 4 tot en met 7 zijn van toepassing op alle personen die tot de algemene directie behoren en/of op alle personen die daaraan rechtstreeks rapporteren over aangelegenheden in verband met het beheer, het onderhoud of de ontwikkeling van het net.

Artikel 49

Controleorgaan

1.  
De transmissiesysteembeheerder heeft een controleorgaan dat de besluiten neemt die van aanzienlijke invloed kunnen zijn op de waarde van de activa van de aandeelhouders binnen de transmissiesysteembeheerder, met name besluiten aangaande de goedkeuring van de jaarlijkse en langetermijnfinancieringsplannen, de schuldenlast van de transmissiesysteembeheerder en de aan de aandeelhouders uitgekeerde dividenden. Besluiten betreffende de dagelijkse activiteiten van de transmissiesysteembeheerder en het beheer van het net, of in verband met activiteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van het op grond van artikel 51 ontwikkelde tienjarige netontwikkelingsplan, vallen buiten de bevoegdheid van het controleorgaan.
2.  
Het controleorgaan wordt samengesteld uit leden die het verticaal geïntegreerde bedrijf vertegenwoordigen, leden die derde aandeelhouders vertegenwoordigen en, indien de relevante nationale regels dat voorschrijft, leden die andere belanghebbende partijen vertegenwoordigen, zoals de werknemers van de transmissiesysteembeheerder.
3.  
Artikel 48, lid 2, eerste alinea, en artikel 48, leden 3 tot en met 7, zijn van toepassing op minstens de helft min één van de leden van het controleorgaan.

Artikel 48, lid 2, tweede alinea, onder b), is van toepassing op alle leden van het controleorgaan.

Artikel 50

Nalevingsprogramma en nalevingsfunctionaris

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de transmissiesysteembeheerders een nalevingsprogramma opstellen en uitvoeren met maatregelen die waarborgen dat discriminerend gedrag uitgesloten is, en dat er adequaat toezicht wordt gehouden op de naleving van dat programma. Het nalevingsprogramma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstellingen. Het moet door de regulerende instantie worden goedgekeurd. Onverminderd de bevoegdheden van de regulerende instantie wordt het programma gemonitord door een onafhankelijke nalevingsfunctionaris.
2.  
Het controleorgaan benoemt de nalevingsfunctionaris, onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instantie. De regulerende instantie mag de goedkeuring van een nalevingsfunctionaris alleen weigeren vanwege een gebrek aan onafhankelijkheid of beroepsbekwaamheid. De nalevingsfunctionaris kan een natuurlijke of een rechtspersoon zijn. De leden 2 tot en met 8 van artikel 48 zijn van toepassing op de nalevingsfunctionaris.
3.  

De nalevingsfunctionaris wordt belast met het:

a) 

monitoren van de uitvoering van het nalevingsprogramma;

b) 

opstellen van een jaarverslag met de maatregelen die zijn genomen om het nalevingsprogramma uit te voeren, en het voorleggen ervan aan de regulerende instantie;

c) 

verslag uitbrengen aan het controleorgaan en aanbevelingen doen over het nalevingsprogramma en de uitvoering ervan;

d) 

in kennis stellen van de regulerende instantie van elke aanzienlijke inbreuk bij de uitvoering van het nalevingsprogramma, en

e) 

verslag uitbrengen aan de regulerende instantie over de commerciële en financiële betrekkingen tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder.

4.  
De nalevingsfunctionaris legt de voorgestelde besluiten over het investeringsplan of de individuele investeringen in het net voor aan de regulerende instantie. Dit gebeurt uiterlijk wanneer het management en/of het bevoegde bestuursorgaan van de transmissiesysteembeheerder die aan het controleorgaan voorlegt.
5.  
Wanneer het verticaal geïntegreerde bedrijf in een algemene vergadering of met een stemming door de leden van het controleorgaan die het heeft benoemd, de aanneming van een besluit dat in het kader van het tienjarige netontwikkelingsplan de komende drie jaar had moeten worden uitgevoerd, heeft voorkomen met als gevolg dat investeringen in een net worden voorkomen of uitgesteld, meldt de nalevingsfunctionaris dit aan de regulerende instantie, die vervolgens handelt overeenkomstig artikel 51.
6.  
De voorwaarden betreffende het mandaat of de arbeidsvoorwaarden van de nalevingsfunctionaris, met inbegrip van de duur van zijn mandaat, worden goedgekeurd door de regulerende instantie. Deze voorwaarden waarborgen de onafhankelijkheid van de nalevingsfunctionaris, onder meer van alle middelen te verschaffen die nodig zijn om de taken van de nalevingsfunctionaris te vervullen. Tijdens zijn of haar mandaat mag de nalevingsfunctionaris – al dan niet rechtstreeks – geen professionele positie, verantwoordelijkheid of belang hebben in of met enig deel van het verticaal geïntegreerde bedrijf of met de aandeelhouders die er zeggenschap over uitoefenen.
7.  
De nalevingsfunctionaris brengt regelmatig mondeling of schriftelijk verslag uit aan de regulerende instantie en heeft het recht om regelmatig mondeling of schriftelijk verslag uit te brengen aan het controleorgaan van de transmissiesysteembeheerder.
8.  

De nalevingsfunctionaris mag alle vergaderingen bijwonen van het management of de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder, en van het controleorgaan en de algemene vergadering. De nalevingsfunctionaris woont alle vergaderingen bij waarin de volgende punten op de agenda staan:

a) 

voorwaarden voor toegang tot het net als vastgelegd in Verordening (EU) 2019/943, met name wat betreft tarieven, toegangsdiensten aan derden, capaciteitstoewijzing, congestiebeheer, transparantie, ondersteunende diensten en secundaire markten;

b) 

projecten om het transmissiesysteem te beheren, te onderhouden en te ontwikkelen, inclusief investeringen voor interconnectie en aansluiting;

c) 

aankoop en verkoop van energie die nodig is voor het beheer van het transmissiesysteem.

9.  
De nalevingsfunctionaris ziet erop toe dat de transmissiesysteembeheerder artikel 41 naleeft.
10.  
De nalevingsfunctionaris heeft toegang tot alle relevante gegevens en de kantoren van de transmissiesysteembeheerder, en tot alle informatie die voor de uitvoering van zijn taken nodig is.
11.  
De kantoren van de transmissiesysteembeheerder zijn toegankelijk voor de nalevingsfunctionaris zonder voorafgaande aankondiging.
12.  
Het controleorgaan kan de nalevingsfunctionaris ontslaan na goedkeuring door de regulerende instantie. Het ontslaat de nalevingsfunctionaris op verzoek van de regulerende instantie wegens gebrek aan onafhankelijkheid of aan beroepsbekwaamheid.

Artikel 51

Netontwikkeling en bevoegdheden om investeringsbeslissingen te nemen

1.  
De transmissiesysteembeheerder legt, na alle belanghebbenden geraadpleegd te hebben, de regulerende instantie ten minste om de twee jaar een tienjarig netontwikkelingsplan voor dat gebaseerd is op het bestaande en te verwachten niveau van vraag en aanbod. Het netontwikkelingsplan bevat efficiënte maatregelen om de doelmatigheid van het systeem en de voorzieningszekerheid te garanderen. De transmissiesysteembeheerder maakt het tienjarig netontwikkelingsplan bekend op zijn website.
2.  

Het tienjarig netwerkontwikkelingsplan moet met name:

a) 

de marktdeelnemers meedelen wat de belangrijkste transmissie-infrastructuur is die de eerstvolgende tien jaar aangelegd of vernieuwd moet worden;

b) 

alle investeringen bevatten waartoe reeds besloten is en aangeven welke nieuwe investeringen de eerstkomende drie jaar gedaan moeten worden, en

c) 

een tijdschema bevatten voor alle investeringsprojecten.

3.  
Bij de opstelling van het tienjarig netontwikkelingsplan houdt de transmissiesysteembeheerder volledig rekening met het potentiële gebruik van vraagrespons, energieopslagfaciliteiten of andere hulpbronnen als alternatieven voor uitbreiding van het systeem, alsook het verwachte verbruik en de handel met andere landen, en met de investeringsplannen voor Uniebrede en regionale netten.
4.  
De regulerende instantie raadpleegt op een open en transparante wijze alle daadwerkelijke en potentiële systeemgebruikers over het tienjarige netontwikkelingsplan. Personen of bedrijven die beweren potentiële systeemgebruikers te zijn, kan worden verzocht die bewering te onderbouwen. De regulerende instantie maakt het resultaat van de raadpleging bekend, met name de mogelijke behoeften aan investeringen.
5.  
De regulerende instantie gaat na of het tienjarige netontwikkelingsplan alle investeringsbehoeften bestrijkt die tijdens de raadpleging zijn opgetekend en of het overeenkomt met het in artikel 30, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2019/943 bedoelde niet-bindend Uniebreed tienjarige netontwikkelingsplan. Als betwijfeld wordt of het overeenkomt met het Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan, raadpleegt de regulerende instantie ACER. De regulerende instantie kan eisen dat de transmissiesysteembeheerder zijn tienjarige netontwikkelingsplan wijzigt.

De bevoegde nationale instanties onderzoeken de consistentie van het tienjarige netontwikkelingsplan met het overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 ingediende nationale energie- en klimaatplan.

6.  
De regulerende instantie houdt toezicht op en evalueert de uitvoering van het tienjarige netwerkontwikkelingsplan.
7.  

Ingeval de transmissiesysteembeheerder om andere dan dwingende redenen buiten zijn macht een investering die uit hoofde van het tienjarige netontwikkelingsplan in de eerstvolgende drie jaar uitgevoerd had moeten worden, niet uitvoert, zorgen de lidstaten ervoor dat de regulerende instantie ten minste een van de volgende maatregelen moet nemen opdat de investering in kwestie wordt gedaan indien zulke investering in het licht van het meest recente tienjarige netontwikkelingsplan nog relevant is:

a) 

eisen dat de transmissiesysteembeheerder de investering in kwestie uitvoert;

b) 

voor de investering in kwestie een aanbestedingsprocedure organiseren die openstaat voor alle investeerders, of

c) 

de transmissiesysteembeheerder verplichten in te stemmen met een kapitaalverhoging om de nodige investeringen te financieren en onafhankelijke investeerders de mogelijkheid te geven deel te nemen in het kapitaal.

8.  

Indien de regulerende instantie gebruik heeft gemaakt van haar in lid 7, onder b), genoemde bevoegdheden, kan zij de transmissiesysteembeheerder verplichten in te stemmen met:

a) 

financiering door een derde partij;

b) 

bouw door een derde partij;

c) 

opbouw van de betrokken activa zelf, of

d) 

beheer exploitatie van het betrokken actief zelf.

De transmissiesysteembeheerder verstrekt de investeerders alle nodige gegevens om de investeringen te verrichten, sluit nieuwe activa aan op het transmissienet en stelt algemeen gesproken alles in het werk om de uitvoering van het investeringsproject te vergemakkelijken.

De toepasselijke financieringsregelingen moeten worden goedgekeurd door de regulerende instantie.

9.  
Indien de regulerende instantie gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden uit hoofde van lid 7 dekken de toepasselijke tariefregelingen de kosten van de betrokken investeringen.

Deel 4

Aanwijzing en certificering van transmissiesysteembeheerders

Artikel 52

Aanwijzing en certificering van transmissiesysteembeheerders

1.  
Voordat een bedrijf wordt goedgekeurd en als transmissiesysteembeheerder wordt aangewezen, wordt zij gecertificeerd volgens de procedures van de leden 4, 5 en 6, van dit artikel, en van artikel 51 van Verordening (EU) 2019/943.
2.  
Bedrijven die op grond van onderstaande certificeringsprocedure door de regulerende instantie gecertificeerd zijn als zijnde in overeenstemming met de eisen van artikel 43, worden door de lidstaten goedgekeurd en aangewezen als transmissiesysteembeheerders. De aanwijzing van transmissiesysteembeheerders wordt ter kennis van de Commissie gebracht en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
3.  
De transmissiesysteembeheerders stellen de regulerende instantie in kennis van elke geplande transactie die een herevaluatie van hun naleving van de eisen van artikel 43 kan vereisen.
4.  

De regulerende instanties zien erop toe dat de transmissiesysteembeheerders de eisen van artikel 43 permanent naleven. Zij starten een certificeringsprocedure op om bedoelde naleving te waarborgen:

a) 

wanneer zij een kennisgeving van de transmissiesysteembeheerder op grond van lid 2 ontvangen;

b) 

op eigen initiatief wanneer zij er kennis van hebben dat een geplande wijziging van rechten of invloed over transmissiesysteemeigenaars of -beheerders kan leiden tot een inbreuk op artikel 43, of wanneer zij redenen hebben om aan te nemen dat een dergelijke inbreuk heeft plaatsgevonden, of

c) 

op een gemotiveerd verzoek van de Commissie.

5.  
De regulerende instanties nemen een besluit over de certificering van een transmissiesysteembeheerder binnen vier maanden na de datum van de kennisgeving door de transmissiesysteembeheerder of de datum van het verzoek van de Commissie. Na het verstrijken van deze periode wordt de certificering geacht te zijn toegekend. Het expliciete of stilzwijgende besluit van de regulerende instantie wordt pas van kracht na afronding van de procedure van lid 6.
6.  
Het expliciete of stilzwijgende besluit betreffende de certificering van een transmissiesysteembeheerder wordt door de regulerende instantie onverwijld ter kennis gebracht van de Commissie, samen met alle relevante informatie in verband met dit besluit. De Commissie besluit volgens de procedure van artikel 51 van Verordening (EU) 2019/943.
7.  
De regulerende instanties en de Commissie kunnen bij de transmissiesysteembeheerder en bedrijven die een van de functies van productie of levering verrichten, alle informatie opvragen die van toepassing is voor de uitvoering van hun taken uit hoofde van dit artikel.
8.  
De regulerende instantie en de Commissie nemen de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens in acht.

Artikel 53

Certificering met betrekking tot derde landen

1.  
Indien de eigenaar van een transmissiesysteem of een transmissiesysteembeheerder waarover een persoon of personen uit een of meer derde landen zeggenschap hebben, om certificering verzoekt, stelt de regulerende instantie de Commissie daarvan in kennis.

De regulerende instantie stelt de Commissie tevens onverwijld in kennis van omstandigheden die ertoe zouden leiden dat een persoon of personen uit een of meer derde landen zeggenschap verkrijgen over een transmissiesysteem of een transmissiesysteembeheerder.

2.  
De transmissiesysteembeheerder stelt de regulerende instantie in kennis van omstandigheden die ertoe zouden leiden dat een persoon of personen uit een of meer derde landen zeggenschap verkrijgen over het transmissiesysteem of de transmissiesysteembeheerder.
3.  

De regulerende instantie neemt binnen vier maanden na de datum van kennisgeving door de transmissiesysteembeheerder een ontwerpbesluit over de certificering van een transmissiesysteembeheerder. De instantie weigert de certificering indien niet is aangetoond:

a) 

dat de entiteit in kwestie voldoet aan de vereisten van artikel 43, en

b) 

ten overstaan van de regulerende instantie of een andere bevoegde nationale instantie, aangewezen door de lidstaat die de certificering toekent, dat het toekennen van de certificering geen bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de lidstaat en de Unie. Bij het beraad over deze vraag houdt de regulerende instantie of de andere bevoegde nationale instantie rekening met:

i) 

de rechten en verplichtingen die de Unie heeft met betrekking tot het betrokken derde land uit hoofde van het internationaal recht, met inbegrip van een overeenkomst die is gesloten met een of meer derde landen waarbij de Unie partij is en waarin energievoorzieningszekerheid aan bod komt;

ii) 

de rechten en verplichtingen die de lidstaat heeft ten aanzien van het betrokken derde land uit hoofde van overeenkomsten met deze derde landen, voor zover zij stroken met het recht van de Unie, en

iii) 

andere specifieke feiten en omstandigheden van het betrokken geval en het betrokken derde land.

4.  
Het besluit wordt door de regulerende instantie onverwijld ter kennis van de Commissie gebracht, samen met alle relevante informatie over het besluit.
5.  

De lidstaten bepalen dat de regulerende instantie of de aangewezen bevoegde instantie, bedoeld in lid 3, onder b), alvorens de regulerende instantie een besluit neemt over de certificering, bij de Commissie advies moeten inwinnen over:

a) 

dat de entiteit in kwestie voldoet aan de vereisten van artikel 43, en

b) 

de vraag of het toekennen van de certificering geen bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de Unie.

6.  
De Commissie onderzoekt het in lid 5 bedoelde verzoek om een advies zodra zij dat heeft ontvangen. Binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek geeft de Commissie een advies aan de regulerende instantie of aan de aangewezen bevoegde instantie indien het verzoek afkomstig was van laatstgenoemde instantie.

Wanneer de Commissie haar advies opstelt, mag zij om de standpunten van ACER verzoeken, de betrokken lidstaat en belanghebbenden. De periode van twee maanden wordt in geval van dergelijke vraag van de Commissie met twee maanden verlengd.

Als de Commissie niet binnen de in de eerste en tweede alinea bedoelde termijn advies uitbrengt, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het besluit van de regulerende instantie.

7.  

Wanneer zij beoordeelt of zeggenschap door een persoon of personen uit een of meer derde landen een bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de Unie, houdt de Commissie rekening met:

a) 

de specifieke feiten van het betrokken geval en het betrokken derde land of de betrokken derde landen, en

b) 

de rechten en verplichtingen van de Unie met betrekking tot dat derde land of die derde landen uit hoofde van het internationaal recht, met inbegrip van een overeenkomst die is gesloten met een of meer derde landen waarbij de Unie partij is en waarin de voorzieningszekerheid aan bod komt.

8.  
De regulerende instantie neemt, binnen twee maanden na de in lid 6 bedoelde periode, een definitief besluit over de certificering. Bij het nemen van haar definitieve besluit houdt de regulerende instantie ten volle rekening met het advies van de Commissie. In ieder geval hebben de lidstaten het recht certificering te weigeren wanneer toekenning van een certificering een bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de lidstaat of de energievoorzieningszekerheid van een andere lidstaat. Wanneer de lidstaat een andere bevoegde nationale instantie heeft aangewezen om over lid 3, onder b), te oordelen, mag hij van de regulerende instantie verlangen dat zij haar definitieve besluit afstemt op het oordeel van die bevoegde nationale instantie. Het definitieve besluit van de regulerende instantie en het advies van de Commissie worden samen bekendgemaakt. Indien het definitieve besluit afwijkt van het advies van de Commissie, verstrekt en publiceert de betrokken lidstaat samen met dit besluit de motivering van dergelijk besluit.
9.  
Niets in dit artikel doet afbreuk aan het recht van de lidstaten om, in overeenstemming met het recht van de Unie, nationale wettelijke controles uit te voeren ter bescherming van legitieme belangen op het gebied van de openbare veiligheid.
10.  
Dit artikel, met uitzondering van lid 3, onder a), is ook van toepassing op lidstaten waarvoor een afwijking uit hoofde van artikel 66 geldt.

Artikel 54

Eigendom van energieopslagfaciliteiten door transmissiesysteembeheerders

1.  
Transmissiesysteembeheerders bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren geen energieopslagfaciliteiten.
2.  

In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten toestaan dat transmissiesysteembeheerders energieopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren indien het gaat om volledig geïntegreerde netwerkcomponenten, mits de regulerende instantie haar goedkeuring heeft verleend of aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

andere partijen hebben, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die is getoetst en goedgekeurd door de regulerende instantie, geen recht verworven om dergelijke faciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn verrichten;

b) 

dergelijke faciliteiten of niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten zijn nodig voor de nakoming door de transmissiesysteembeheerders van de krachtens deze richtlijn op hen rustende verplichtingen met betrekking tot een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het transmissiesysteem en worden niet gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkten, en

c) 

de regulerende instantie heeft de noodzaak van een dergelijke afwijking beoordeeld, heeft de toepasselijkheid van de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van de voorwaarden van de aanbestedingsprocedure, vooraf geëvalueerd, en heeft haar goedkeuring verleend.

De regulerende instanties kunnen richtsnoeren of aanbestedingsclausules opstellen om transmissiesysteembeheerders te helpen billijke aanbestedingsprocedures te garanderen.

3.  
Het besluit tot afwijking wordt meegedeeld aan de Commissie en ACER, samen met relevante informatie over het verzoek en de redenen waarom de afwijking wordt toegestaan.
4.  
De regulerende instanties houden met regelmatige tussenpozen en ten minste om de vijf jaar een openbare raadpleging over de bestaande energieopslagfaciliteiten om de potentiële beschikbaarheid en belangstelling van andere partijen in dergelijke faciliteiten te investeren na te gaan. Indien uit de openbare raadpleging, zoals geëvalueerd door de regulerende instantie, blijkt dat derden in staat zijn dergelijke installaties op een kosteneffectieve manier te bezitten, te ontwikkelen, te exploiteren of te beheren, ziet de regulerende instantie erop toe dat de activiteiten van transmissiesysteembeheerders in dit verband binnen 18 maanden worden uitgefaseerd. Als onderdeel van de voorwaarden voor die procedure kunnen de regulerende instanties transmissiesysteembeheerders toestaan een redelijke vergoeding te ontvangen, met name de restwaarde van hun investering in de energieopslagfaciliteiten terug te verdienen.
5.  

Lid 4 is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten of voor de gebruikelijke afschrijvingsperiode van nieuwe batterij-opslagfaciliteiten met een definitieve investeringsbeslissing vóór 2024, op voorwaarde dat dergelijke batterij-opslagfaciliteiten:

a) 

uiterlijk twee jaar daarna met het netwerk zijn verbonden;

b) 

in het transmissiesysteem zijn geïntegreerd;

c) 

uitsluitend worden gebruikt voor het reactief onmiddellijk herstellen van de veiligheid van het netwerk in noodgevallen, wanneer een dergelijke herstelmaatregel direct van kracht wordt en wordt beëindigd zodra reguliere redispatching in staat is het probleem op te lossen, en

d) 

niet worden gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkten, met inbegrip van balanceringsmarkten.

Deel 5

Ontvlechting en transparantie van de boekhouding

Artikel 55

Recht op inzage van de boekhouding

1.  
De lidstaten of de bevoegde instantie die zij aanwijzen, waaronder de in artikel 57 bedoelde regulerende instanties, hebben recht op inzage van de boekhouding van de elektriciteitsbedrijven overeenkomstig artikel 56, voor zover dat voor de uitvoering van hun taken nodig is.
2.  
De lidstaten en de bevoegde instantie die zij aanwijzen, waaronder de regulerende instanties, eerbiedigen de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens. De lidstaten kunnen regelingen treffen voor het openbaar maken van dergelijke gegevens waar die openbaarmaking voor de uitvoering van de taken van de bevoegde instanties nodig is.

Artikel 56

Ontvlechting van de boekhouding

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de boekhouding van elektriciteitsbedrijven wordt gevoerd overeenkomstig de leden 2 en 3.
2.  
Ongeacht hun eigendomsregeling of rechtsvorm houden elektriciteitsbedrijven zich bij de opstelling, indiening voor accountantscontrole en publicatie van hun jaarrekening aan de nationale voorschriften inzake de jaarrekening van kapitaalvennootschappen die zijn vastgesteld uit hoofde van Richtlijn 2013/34/EU.

Bedrijven die niet bij wet verplicht zijn hun jaarrekening te publiceren, dienen op hun hoofdkantoor een kopie daarvan ter beschikking van het publiek te houden.

3.  
Om discriminatie, kruissubsidiëring en concurrentievervalsing te voorkomen, voeren elektriciteitsbedrijven intern een afzonderlijke boekhouding voor al hun transmissie- en distributieactiviteiten, zoals zij zouden moeten doen indien die activiteiten door verschillende bedrijven werden uitgevoerd. Zij stellen ook al dan niet geconsolideerde jaarrekeningen op voor andere activiteiten op het gebied van elektriciteit, die geen verband houden met transmissie en distributie. Inkomsten die voortvloeien uit de eigendom van het transmissie- of distributiesysteem worden in de boekhouding gespecificeerd. In voorkomend geval voeren zij een boekhouding op geconsolideerde basis voor hun andere, niet op elektriciteitsgebied liggende activiteiten. De interne boekhouding bevat per activiteit een balans en een winst-en-verliesrekening.
4.  
Bij de accountantscontrole zoals bedoeld in lid 2 wordt in het bijzonder nagegaan of de verplichting tot voorkoming van discriminatie en kruissubsidiëring zoals bedoeld in lid 3 wordt nagekomen.

HOOFDSTUK VII

REGULERENDE INSTANTIES

Artikel 57

Aanwijzing en onafhankelijkheid van regulerende instanties

1.  
Iedere lidstaat wijst één enkele regulerende instantie op nationaal niveau aan.
2.  
Lid 1 belet niet dat in de lidstaten op regionaal niveau andere regulerende instanties worden aangewezen, mits er voor representatie- en contactdoeleinden op niveau van de Unie in de raad van regulators van ACER één hooggeplaatste vertegenwoordiger is, overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2019/942.
3.  
In afwijking van lid 1 kan een lidstaat regulerende instanties voor kleine netten aanwijzen in een geografisch afgescheiden landgedeelte dat in het jaar 2008 een verbruik had van minder dan 3 % van het totale verbruik van de lidstaat waarvan het deel uitmaakt. De aanwijzing van een hooggeplaatste vertegenwoordiger voor representatie- en contactdoeleinden op communautair niveau in de raad van regulators van ACER overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2019/942 wordt door deze afwijking onverlet gelaten.
4.  

De lidstaten waarborgen de onafhankelijkheid van de regulerende instantie en zorgen ervoor dat zij haar bevoegdheid op onpartijdige en transparante wijze uitoefent. Te dien einde waken de lidstaten erover dat de regulerende instantie, bij de uitvoering van de reguleringstaken die haar bij deze richtlijn en de aanverwante wetgeving zijn opgelegd:

a) 

juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van andere publieke of particuliere entiteiten;

b) 

ervoor zorgt dat haar personeel en de personen die belast zijn met haar beheer:

i) 

onafhankelijk zijn van marktbelangen, en

ii) 

bij het verrichten van de reguleringstaken geen directe instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere publieke of particuliere entiteiten. Eventuele nauwe samenwerking met andere bevoegde nationale instanties of de toepassing van algemene beleidsrichtsnoeren van de overheid die geen verband houden met de in artikel 59 genoemde reguleringstaken, worden door dit voorschrift onverlet gelaten.

5.  

Om de onafhankelijkheid van de regulerende instantie te beschermen, waken de lidstaten er met name over dat:

a) 

de regulerende instantie zelfstandig besluiten kan nemen, onafhankelijk van enig politiek orgaan;

b) 

de regulerende instantie beschikt over alle benodigde personele en financiële middelen om haar taken en bevoegdheden op doeltreffende en efficiënte wijze uit te voeren;

c) 

de regulerende instantie een afzonderlijke jaarlijkse begrotingstoewijzing en autonomie bij de uitvoering van de toegewezen begroting heeft;

d) 

de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende instantie, worden aangesteld voor een vaste termijn van vijf tot zeven jaar, die eenmaal kan worden verlengd;

e) 

de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende instantie, worden aangesteld op grond van objectieve, transparante en bekendgemaakte criteria, volgens een onafhankelijke en onpartijdige procedure, waarmee wordt gegarandeerd dat de kandidaten voor de relevante positie in de regulerende instantie over de vereiste vaardigheden en ervaring beschikken;

f) 

bepalingen inzake belangenconflicten worden vastgesteld en de vertrouwelijkheidsverplichtingen zich over een periode uitstrekken die het einde van het mandaat van de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, het einde van het mandaat van de hogere leiding van de regulerende instantie, overschrijdt;

g) 

de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende instantie, uitsluitend op basis van geldende transparante criteria kunnen worden ontslagen.

In verband met punt d) van de eerste alinea, voorzien de lidstaten in een adequaat roulatieschema voor het bestuur of de hogere leiding. De leden van het bestuur, of bij afwezigheid van een bestuur, de leden van de hogere leiding, mogen in die termijn uitsluitend van hun ambt worden ontheven als ze niet langer voldoen aan de in dit artikel omschreven voorwaarden of volgens het nationale recht schuldig zijn geweest aan wangedrag.

6.  
De lidstaten kunnen voorzien in de controle achteraf van de jaarrekeningen van de regulerende instanties door een onafhankelijke auditor.
7.  
Uiterlijk op 5 juli 2022 en vervolgens om de vier jaar dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de naleving door de nationale instanties van het in dit artikel vastgelegd onafhankelijkheidsbeginsel.

Artikel 58

Algemene doelstellingen van de regulerende instantie

Bij de uitvoering van de in deze richtlijn omschreven reguleringstaken neemt de regulerende instantie, in nauw overleg met de andere betrokken nationale instanties, waaronder de mededingingsautoriteiten, alsook instanties, met inbegrip van regulerende instanties, van naburige lidstaten en, in voorkomend geval, naburige derde landen, en zonder dat wordt geraakt aan hun bevoegdheden, alle redelijke maatregelen om de volgende doelstellingen te bereiken binnen het kader van haar taken en bevoegdheden zoals vastgesteld in artikel 59:

a) 

de bevordering, in nauwe samenwerking met de regulerende instanties van andere lidstaten, de Commissie en ACER, van een door concurrentie gekenmerkte, flexibele, zekere en vanuit milieuoogpunt duurzame interne markt voor elektriciteit binnen de Unie en van een daadwerkelijke openstelling van de markt voor alle afnemers en leveranciers in de Unie, en waarborging dat elektriciteitsnetten op een doeltreffende en betrouwbare manier werken, rekening houdend met doelstellingen op lange termijn;

b) 

de ontwikkeling van door concurrentie gekenmerkte en goed functionerende regionale, grensoverschrijdende markten binnen de Unie met het oog op het bereiken van de onder a) genoemde doelstelling;

c) 

het opheffen van alle beperkingen voor handel in elektriciteit tussen de lidstaten, inclusief de ontwikkeling van afdoende grensoverschrijdende transmissiecapaciteit om aan de vraag te voldoen en de integratie van nationale markten te versterken, hetgeen de elektriciteitsstromen in de Unie kan faciliteren;

d) 

bijdragen tot de ontwikkeling, op de meest kosteneffectieve manier, van veilige, betrouwbare en efficiënte niet-discriminerende systemen die klantgericht zijn, en de adequaatheid van systemen bevorderen alsmede, aansluitend bij de doelstellingen van het algemene energiebeleid, de energie-efficiëntie en de integratie van groot- en kleinschalige productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en gedistribueerde productie in transmissie- en distributienetwerken, alsook het beheer ervan met betrekking tot andere energienetwerken voor gas of warmte vergemakkelijken;

e) 

de toegang van nieuwe productiecapaciteit en energieopslagfaciliteiten tot het net vergemakkelijken, met name door de belemmeringen voor de toegang van nieuwkomers op de markt en van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen weg te nemen;

f) 

ervoor zorgen dat de systeembeheerders en -gebruikers de nodige stimulansen krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de efficiëntie, en met name de energie-efficiëntie, van netprestaties te verbeteren en de marktintegratie te versterken;

g) 

ervoor zorgen dat afnemers baat hebben bij een efficiënte werking van hun nationale markt, bevorderen van daadwerkelijke mededinging en bijdragen tot het waarborgen van een hoog niveau van consumentenbescherming in nauwe samenwerking met de desbetreffende consumentenbeschermingsautoriteiten;

h) 

bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van universele en van openbare dienstverlening bij het leveren van elektriciteit, tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de processen voor de uitwisseling van gegevens die nodig zijn voor de overstap van leverancier door de afnemer.

Artikel 59

Taken en bevoegdheden van de regulerende instanties

1.  

De regulerende instantie heeft de volgende taken:

a) 

vaststellen of goedkeuren, volgens transparante criteria, van transmissie- of distributietarieven of de berekeningsmethodes hiervoor of beide;

▼M1

a bis) 

uitvoeren van de verplichtingen van artikel 3, artikel 5, lid 7, en de artikelen 14 tot en met 17, van Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 );

▼B

b) 

ervoor zorgen dat transmissie- en distributiesysteembeheerders, en in voorkomend geval de betrokken systeemeigenaars, alsmede alle elektriciteitsbedrijven en andere marktdeelnemers hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943, de op grond van de artikelen 59, 60 en 61 van Verordening (EU) 2019/943 vastgestelde netwerkcodes, en het andere toepasselijke recht van de Unie, waaronder wat betreft grensoverschrijdende kwesties, alsook de besluiten van ACER, naleven;

▼M3

c) 

er in nauwe samenwerking met de andere regulerende instanties voor zorgen dat het overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie ( 14 ) opgerichte centrale toewijzingsplatform, het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943, de op grond van de artikelen 59, 60 en 61 van Verordening (EU) 2019/943 vastgestelde netwerkcodes en richtsnoeren, en ander toepasselijk Unierecht, onder meer wat betreft grensoverschrijdende kwesties, evenals de besluiten van ACER, naleven, en gezamenlijk de niet-naleving door het centrale toewijzingsplatform, het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit van hun respectieve verplichtingen vaststellen. Indien de regulerende instanties er niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken binnen een periode van vier maanden na het begin van de raadplegingen met het oog op de gezamenlijke vaststelling van niet-naleving, wordt de kwestie ingevolge artikel 6, lid 10, van Verordening (EU) 2019/942 voor een beslissing aan ACER voorgelegd;

▼B

d) 

goedkeuren van producten en aanbestedingsprocedures voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten;

e) 

uitvoeren van de op grond van de artikelen 59, 60 en 61 van Verordening (EU) 2019/943 vastgestelde netcodes en richtsnoeren door middel van nationale maatregelen of, in voorkomend geval, gecoördineerde regionale maatregelen of maatregelen op Unieniveau;

f) 

samenwerken in verband met grensoverschrijdende kwesties met de regulerende instantie of instanties van de betrokken lidstaten en met ACER, met name door deelname aan de werkzaamheden van de raad van regulators van ACER op grond van artikel 21 van Verordening (EU) 2019/942;

g) 

naleven en uitvoeren van alle relevante wettelijk bindende besluiten van de Commissie en ACER;

h) 

ervoor zorgen dat transmissiesysteembeheerders ingevolge artikel 16 van Verordening (EU) 2019/943 zo veel mogelijk interconnectorcapaciteit beschikbaar stellen;

i) 

op jaarlijkse basis verslag uitbrengen over haar activiteit en de uitvoering van haar taken aan de betrokken autoriteiten van de lidstaten, de Commissie en ACER, met inbegrip van de genomen maatregelen en behaalde resultaten voor elk van de in dit artikel genoemde taken;

j) 

erover waken dat geen sprake is van kruissubsidiëring tussen activiteiten met betrekking tot transmissie, distributie en levering of andere al dan niet op elektriciteitsgebied liggende activiteiten;

k) 

toezicht houden op de investeringsplannen van de transmissiesysteembeheerders en in haar jaarverslag de samenhang beoordelen tussen het investeringsplan van de transmissiesysteembeheerders en het Uniebreed netontwikkelingsplan; een dergelijke beoordeling kan aanbevelingen voor de wijziging van die investeringsplannen omvatten;

l) 

toezicht houden op en beoordelen van de prestaties van transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders met betrekking tot de ontwikkeling van een slim netwerk dat gericht is op energie-efficiëntie en de integratie van energie uit hernieuwbare bronnen op basis van een beperkte reeks indicatoren, en om de twee jaar een nationaal rapport publiceren met aanbevelingen;

m) 

vaststellen of goedkeuren van de normen en voorschriften van de kwaliteit van de diensten en van de levering of hier samen met andere bevoegde instanties toe bijdragen, en toezicht houden op de naleving en controleren van de eerdere resultaten van de regels inzake zekerheid en betrouwbaarheid van het net;

n) 

toezicht houden op het niveau van transparantie, met inbegrip van groothandelsprijzen, en waken over de naleving van de transparantieverplichtingen door de elektriciteitsbedrijven;

o) 

toezicht houden op het niveau en de doeltreffendheid van openstelling van de markt en de mededinging op groot- en kleinhandelsniveau, inclusief elektriciteitsbeurzen, prijzen voor huishoudelijke afnemers, inclusief systemen voor vooruitbetaling, de impact van contracten op basis van een dynamische elektriciteitsprijs en van het gebruik van slimme-metersystemen, overstapgraad, afsluitingsgraad, kosten en uitvoering van onderhoudsdiensten, het verband tussen huishoudelijke en groothandelsprijzen, de ontwikkeling van nettarieven en -vergoedingen, en klachten van huishoudelijke afnemers, alsmede toezicht houden op vervalsing of beperking van de mededinging, onder andere door toepasselijke informatie te verstrekken en relevante gevallen aan de betrokken mededingingsautoriteiten voor te leggen;

p) 

toezicht houden op het vóórkomen van restrictieve contractuele praktijken, met inbegrip van exclusiviteitsbepalingen, die afnemers kunnen weerhouden van of hen beperkingen kunnen opleggen met betrekking tot een keuze voor het gelijktijdig sluiten van overeenkomsten met meer dan een leverancier, en in voorkomend geval de nationale mededingingsautoriteiten van dergelijke praktijken in kennis stellen;

q) 

toezicht houden op de tijd die transmissie- en distributiesysteembeheerders nodig hebben om aansluitingen en herstellingen uit te voeren;

r) 

samen met andere betrokken instanties helpen waarborgen dat de maatregelen ter bescherming van de consument doeltreffend zijn en gehandhaafd worden;

s) 

publiceren van aanbevelingen, ten minste op jaarbasis, betreffende de conformiteit van de leveringsprijzen met artikel 5, en die aanbevelingen waar nodig aan de mededingingsautoriteiten doen toekomen;

t) 

waarborgen van de niet-discriminerende toegang tot de verbruiksgegevens van de afnemer, het verstrekken, voor facultatief gebruik, van een gemakkelijk te begrijpen geharmoniseerd formaat op nationaal niveau voor verbruiksgegevens en voor de onverwijlde toegang voor alle afnemers tot de gegevens op grond van de artikelen 23 en 24;

u) 

het toezicht op de uitvoering van regels met betrekking tot de rol en verantwoordelijkheden van de transmissiesysteembeheerders, distributiesysteembeheerders, leveranciers, afnemers en andere marktdeelnemers op grond van Verordening (EU) 2019/943;

v) 

monitoren van de investeringen in productie- en opslagcapaciteit met het oog op de voorzieningszekerheid;

w) 

toezicht houden op technische samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders van de Unie en transmissiesysteembeheerders van derde landen;

x) 

bijdragen tot de compatibiliteit van gegevensuitwisselingsprocessen voor de belangrijkste marktprocessen op regionaal niveau;

y) 

toezicht houden op de beschikbaarheid van vergelijkingsinstrumenten die aan de in artikel 14 vastgelegde vereisten voldoen;

▼M3

z) 

uitoefenen van toezicht op het wegnemen van ongerechtvaardigde belemmeringen en beperkingen voor de ontwikkeling van het verbruik van zelfopgewekte elektriciteit, energiedelen, hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers, onder meer belemmeringen en beperkingen die de aansluiting van flexibele gedistribueerde energieproductie binnen een redelijke termijn overeenkomstig artikel 58, punt d), in de weg staan.

▼B

2.  
Indien het in een lidstaat aldus is geregeld, kunnen de in lid 1 bedoelde toezichtstaken door andere instanties dan de regulerende instantie worden uitgevoerd. In dat geval wordt de uit dit toezicht verkregen informatie zo spoedig mogelijk aan de regulerende instantie ter beschikking gesteld.

Bij de uitvoering van haar taken als bedoeld in lid 1, raadpleegt de regulerende instantie de transmissiesysteembeheerders en werkt zij eventueel nauw samen met andere betrokken nationale instanties, zonder daarbij afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid, onverminderd hun eigen specifieke bevoegdheid en overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving.

Goedkeuringen die uit hoofde van deze richtlijn door een regulerende instantie of ACER zijn verleend, doen geen afbreuk aan een naar behoren gemotiveerd toekomstig gebruik van de bevoegdheden waarover de regulerende instantie uit hoofde van dit artikel beschikt, noch aan eventuele sancties die door andere betrokken autoriteiten of de Commissie worden opgelegd.

3.  

De lidstaten zorgen ervoor dat de regulerende instanties de bevoegdheden krijgen die hen in staat stellen de hun overeenkomstig dit artikel toevertrouwde taken op een efficiënte en snelle wijze uit te voeren. Daartoe beschikt de regulerende instantie ten minste over de volgende bevoegdheden:

a) 

vaststellen van bindende besluiten voor elektriciteitsbedrijven;

b) 

onderzoeken uitvoeren naar de werking van de elektriciteitsmarkten en besluiten tot en opleggen van noodzakelijke en evenredige maatregelen om daadwerkelijke mededinging te bevorderen en de goede werking van de markt te waarborgen. In passende gevallen is de regulerende instantie ook bevoegd om samen te werken met de nationale mededingingsautoriteit en de regulators van de financiële markt of de Commissie in het kader van een onderzoek in verband met het mededingingsrecht;

c) 

opvragen bij elektriciteitsbedrijven van informatie die relevant is voor de uitvoering van haar taken, met inbegrip van verklaringen voor de weigering van toegang aan een derde partij en informatie over maatregelen die nodig zijn om het netwerk te versterken;

d) 

opleggen van effectieve, evenredige en afschrikkende sancties aan elektriciteitsbedrijven die hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943 of enig toepasselijk wettelijk bindend besluit van de regulerende instantie of ACER niet naleven, of een bevoegde rechtbank voorstellen dergelijke sancties op te leggen. Daartoe behoort de bevoegdheid om aan de transmissiesysteembeheerder of het verticaal geïntegreerde bedrijf, naargelang het geval, sancties van maximaal 10 % van de jaaromzet van de transmissiesysteembeheerder of het verticaal geïntegreerde bedrijf op te leggen of voor te stellen deze op te leggen, wegens niet-naleving van hun respectieve verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, en

e) 

passende bevoegdheden om onderzoek uit te voeren en de nodige onderzoeksbevoegdheden met het oog op geschillenbeslechting krachtens artikel 60, leden 2 en 3.

▼M3

4.  
De regulerende instantie die is gevestigd in de lidstaat waar het centrale toewijzingsplatform, het ENTSB voor elektriciteit of de EU-DSB-entiteit is gevestigd, heeft de bevoegdheid om effectieve, evenredige en afschrikkende sancties aan die entiteiten op te leggen wanneer zij hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943 of enig toepasselijk juridisch bindend besluit van de regulerende instantie of ACER niet naleven, of om voor te stellen een bevoegde rechtbank dergelijke sancties te laten opleggen.

▼B

5.  

Wanneer een onafhankelijke systeembeheerder is aangewezen uit hoofde van artikel 44, heeft de regulerende instantie naast de haar uit hoofde van de leden 1 en 3 van dit artikel toevertrouwde taken de volgende taken:

a) 

erop toezien dat de eigenaar van het transmissiesysteem en de onafhankelijke systeembeheerder hun verplichtingen uit hoofde dit artikel naleven, en sancties opleggen bij niet-naleving overeenkomstig lid 3, onder d);

b) 

toezien op de betrekkingen en de communicatie tussen de onafhankelijke systeembeheerder en de eigenaar van het transmissiesysteem, teneinde ervoor te zorgen dat de onafhankelijke systeembeheerder zijn verplichtingen naleeft, en in het bijzonder contracten goedkeuren en optreden als geschillenbeslechtingsinstantie tussen de onafhankelijke systeembeheerder en de eigenaar van het transmissiesysteem, ten aanzien van een klacht die door één van beide is ingediend op grond van artikel 60, lid 2;

c) 

onverminderd de procedure van artikel 44, lid 2, onder c), in het kader van het eerste tienjarige netontwikkelingsplan, zijn goedkeuring hechten aan de investeringsplanning en het meerjarige netontwikkelingsplan dat door de onafhankelijke systeembeheerder ten minste om de twee jaar wordt ingediend;

d) 

ervoor zorgen dat de door de onafhankelijke systeembeheerders aangerekende tarieven voor nettoegang een vergoeding omvatten voor neteigenaars, die voorziet in een adequate vergoeding voor netactiva en nieuwe investeringen daarin, mits die op economisch verantwoorde en efficiënte wijze zijn uitgevoerd;

e) 

inspecties uitvoeren, ook onaangekondigde, in de gebouwen van eigenaars van transmissiesystemen en van onafhankelijke systeembeheerders, en

f) 

toezicht op het gebruik van de congestielasten die door de onafhankelijke systeembeheerder worden aangerekend overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/943.

6.  

Naast de haar krachtens de leden 1 en 3 van dit artikel verleende taken en bevoegdheden worden aan de regulerende instantie, wanneer een transmissiesysteembeheerder is aangewezen overeenkomstig deel 3 van hoofdstuk VI, ten minste de volgende taken en bevoegdheden toegekend:

a) 

straffen opleggen overeenkomstig lid 3, onder d), wegens discriminerend gedrag ten gunste van een verticaal geïntegreerd bedrijf;

b) 

toezicht houden op de communicatie tussen de transmissiesysteembeheerder en het verticaal geïntegreerde bedrijf om ervoor te zorgen dat de transmissiesysteembeheerder zijn verplichtingen naleeft;

c) 

optreden als instantie voor het beslechten van geschillen die zich tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder kunnen voordoen naar aanleiding van krachtens artikel 60, lid 2, ingediende klachten;

d) 

toezien op de commerciële en financiële betrekkingen, waaronder leningen, tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder;

e) 

haar goedkeuring hechten aan alle commerciële en financiële overeenkomsten tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder, mits deze in overeenstemming zijn met marktvoorwaarden;

f) 

het verticaal geïntegreerde bedrijf om een rechtvaardiging verzoeken na een melding door de nalevingsfunctionaris overeenkomstig artikel 50, lid 4; deze rechtvaardiging bevat met name bewijsmateriaal waaruit blijkt dat geen discriminerend gedrag ten voordele van het verticaal geïntegreerde bedrijf heeft plaatsgevonden;

g) 

inspecties, waaronder onaangekondigde, verrichten in de gebouwen van het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder, en

h) 

alle of welbepaalde taken van de transmissiesysteembeheerder aan een overeenkomstig artikel 44 aangewezen onafhankelijke systeembeheerder toevertrouwen in geval van voortdurende overtreding door de transmissiesysteembeheerder van diens verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, en met name in geval van herhaalde discriminerende gedragingen ten voordele van het verticaal geïntegreerde bedrijf.

7.  

Behalve in gevallen waarin ACER bevoegd is om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren, zijn de regulerende instanties bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:

a) 

de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen;

b) 

de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en

c) 

toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.

8.  
De in lid 7 vermelde methoden of de voorwaarden worden gepubliceerd.
9.  
Om meer transparantie op de markt te bewerkstelligen en alle belanghebbende partijen alle nodige informatie, besluiten of voorstellen voor een besluit met betrekking tot transmissie- en distributietarieven als bedoeld in artikel 60, lid 3, te verstrekken, stellen de regulerende instanties de gedetailleerde methode en de onderliggende kosten die worden gebruikt voor de berekening van de desbetreffende nettarieven, ter beschikking aan het publiek, waarbij de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie wordt gewaarborgd.
10.  
De regulerende instanties monitoren het congestiebeheer van de nationale elektriciteitssystemen, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer. Hiertoe leggen de transmissiesysteembeheerders of marktdeelnemers hun regels inzake congestiebeheer, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de regulerende instanties ter goedkeuring voor. De regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze regels.

Artikel 60

Beslissingen en klachten

1.  
De regulerende instanties zijn bevoegd om zo nodig van de transmissie- en distributiesysteembeheerders te verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen, met inbegrip van de in artikel 59 van deze richtlijn bedoelde tarieven of methoden, om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast, overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) 2019/943. In geval van vertraging bij de vaststelling van transmissie- en distributietarieven hebben de regulerende instanties de bevoegdheid om transmissie- en distributietarieven en de berekeningswijzen hiervan voorlopig vast te stellen of goed te keuren en een besluit te nemen over passende vergoedingsmaatregelen indien de definitieve transmissie- en distributietarieven of berekeningswijzen afwijken van deze voorlopige tarieven of berekeningswijzen.
2.  
Partijen die een klacht hebben tegen een transmissie- of distributiesysteembeheerder met betrekking tot diens verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, kunnen de klacht voorleggen aan de regulerende instantie die, fungerend als geschillenbeslechtingsinstantie, binnen twee maanden na ontvangst van de klacht een beslissing neemt. Deze periode kan met twee maanden worden verlengd indien de regulerende instantie aanvullende informatie behoeft. Deze verlengde periode kan met instemming van de klager nog eens verlengd worden. De beslissing van de regulerende instantie heeft bindende kracht tenzij en totdat zij in beroep wordt herroepen.
3.  
Benadeelde partijen die gerechtigd zijn om bezwaar te maken tegen een op grond van artikel 59 genomen besluit over de gehanteerde methoden of, wanneer de regulerende instantie een raadplegingsplicht heeft met betrekking tot de voorgestelde tarieven of methoden, kunnen binnen maximaal twee maanden of binnen een door de lidstaten vastgestelde kortere termijn, na de bekendmaking van het besluit of voorstel voor een besluit, een bezwaar maken met het oog op herziening. Een dergelijk bezwaar heeft geen schorsende werking.
4.  
De lidstaten voorzien in geschikte en doelmatige mechanismen voor regulering, controle en transparantie, teneinde eventueel misbruik van een machtspositie, met name ten nadele van de afnemers, en eventueel roofzuchtig marktgedrag te voorkomen. Bij deze mechanismen worden de bepalingen van het VWEU, en met name artikel 102, in acht genomen.
5.  
De lidstaten dragen er zorg voor dat passende maatregelen, waaronder bestuursrechtelijke of strafrechtelijke procedures in overeenstemming met hun nationale recht, tegen de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersonen worden genomen wanneer de door deze richtlijn opgelegde vertrouwelijkheidsregels niet in acht zijn genomen.
6.  
Klachten en bezwaren zoals bedoeld in de leden 2 en 3 doen geen afbreuk aan de uitoefening van de beroepsmogelijkheden uit hoofde van het recht van de Unie of het nationale recht.
7.  
De door de regulerende instantie genomen besluiten worden volledig gemotiveerd en verantwoord, teneinde door de rechter te kunnen worden getoetst. De besluiten zijn voor het publiek beschikbaar, waarbij de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie behouden blijft.
8.  
De lidstaten zorgen ervoor dat er geschikte mechanismen op nationaal niveau bestaan krachtens welke een partij die getroffen wordt door een besluit van de regulerende instantie beroep kan aantekenen bij een instantie die onafhankelijk is van de betrokken partijen en van regeringen.

Artikel 61

Regionale samenwerking tussen regulerende instanties in het kader van grensoverschrijdende kwesties

1.  
De regulerende instanties werken onderling nauw samen en raadplegen elkaar, in het bijzonder binnen ACER, en voorzien elkaar en ACER van alle informatie die zij nodig hebben voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig deze richtlijn. De ontvangende instantie zorgt ervoor dat ten aanzien van ontvangen informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid geldt als van de verzendende instantie wordt verlangd.
2.  

De regulerende instanties werken ten minste samen op regionaal niveau om:

a) 

de invoering van operationele regelingen te bevorderen, teneinde een optimaal beheer van het net mogelijk te maken, gemeenschappelijke elektriciteitsbeurzen en toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit te stimuleren, en een adequaat niveau van interconnectiecapaciteit, mede door nieuwe interconnectie, binnen de regio en tussen de regio's mogelijk te maken om de ontwikkeling van daadwerkelijke mededinging mogelijk te maken en de voorzieningszekerheid te verbeteren zonder tussen leveranciers uit verschillende lidstaten te discrimineren;

b) 

het gezamenlijke toezicht op entiteiten die functies op regionaal niveau uitvoeren, te coördineren;

c) 

het gezamenlijke toezicht op nationale, regionale en Uniebrede hulpbrontoereikendheidsbeoordelingen te coördineren in samenwerking met andere betrokken autoriteiten;

d) 

de ontwikkeling van alle netwerkcodes en richtsnoeren voor de relevante transmissiesysteembeheerders en andere marktdeelnemers te coördineren, en

e) 

de ontwikkeling van de regels inzake congestiebeheer te coördineren.

3.  
Regulerende instanties hebben het recht om met elkaar regelingen aan te gaan ter bevordering van samenwerking op het gebied van regulering.
4.  
De in lid 2 bedoelde taken worden, zo mogelijk, uitgevoerd in nauwe samenwerking met andere betrokken nationale instanties en onverminderd hun eigen specifieke bevoegdheid.
5.  
De Commissie is bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 67, teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen betreffende de omvang van de taken van regulerende instanties wat betreft hun onderlinge samenwerking en de samenwerking met ACER.

Artikel 62

Taken en bevoegdheden van regulerende instanties met betrekking tot regionale coördinatiecentra

1.  

De regionale regulerende instanties van de systeembeheerregio waar een regionaal coördinatiecentrum is gevestigd, hebben, in nauw overleg met elkaar, de volgende taken:

a) 

het voorstel voor de invoering van regionale coördinatiecentra zoals bedoeld in artikel 35, lid 1, van Verordening (EU) 2019/943 goedkeuren;

b) 

de kosten in verband met de activiteiten van de regionale coördinatiecentra goedkeuren, die moeten worden gedragen door de transmissiesysteembeheerders en moeten worden meegewogen in de berekening van tarieven, mits zij redelijk en passend zijn;

c) 

het op samenwerking gebaseerde besluitvormingsproces goedkeuren;

d) 

ervoor zorgen dat de regionale coördinatiecentra beschikken over alle menselijke, technische, fysieke en financiële middelen die nodig zijn om hun uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen na te komen en hun functies onafhankelijk en onpartijdig uit te voeren;

e) 

samen met andere regulerende instanties van een systeembeheerregio voorstellen doen voor eventuele door de lidstaten van de systeembeheerregio aan de regionale coördinatiecentra toe te kennen bijkomende taken en bevoegdheden;

f) 

zorgen voor naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn en ander toepasselijk recht van de Unie, met name met betrekking tot grensoverschrijdende kwesties, en gezamenlijk de niet-naleving door de regionale coördinatiecentra van hun respectievelijke verplichtingen vast te stellen; indien de regulerende instanties er niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken binnen een periode van vier maanden na het begin van de raadplegingen, wordt de kwestie krachtens artikel 6, lid 8, van Verordening (EU) 2019/942 voor een beslissing aan ACER voorgelegd.

g) 

toezicht houden op de uitoefening van de systeemcoördinatie en in dit verband jaarlijks verslag uitbrengen aan ACER, in overeenstemming met artikel 46 van Verordening (EU) 2019/943.

2.  

De lidstaten zorgen erover dat de regulerende instanties de bevoegdheden krijgen die hen in staat stellen de hun overeenkomstig lid 1 toevertrouwde taken op een efficiënte en snelle wijze uit te voeren. Daartoe beschikken de regulerende instanties ten minste over de volgende bevoegdheden:

a) 

het verzoeken om informatie van de regionale coördinatiecentra;

b) 

het uitvoeren van inspecties, ook onaangekondigde, in de gebouwen van de regionale coördinatiecentra;

c) 

het vaststellen van gemeenschappelijke bindende besluiten betreffende de regionale coördinatiecentra.

3.  
De regulerende instantie die is gevestigd in de lidstaat waar het regionale coördinatiecentrum is gevestigd, heeft de bevoegdheid om effectieve, evenredige en afschrikkende sancties aan deze regionale coördinatiecentra op te leggen wanneer zij hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943 of enig toepasselijk juridisch bindend besluit van de regulerende instantie of ACER niet naleven, of om voor te stellen een bevoegde rechtbank dergelijke sancties te doen opleggen.

Artikel 63

Overeenstemming met de netcodes en richtsnoeren

1.  
Elke regulerende instantie en de Commissie kunnen ACER verzoeken na te gaan of een door een regulerende instantie genomen besluit strookt met de in deze richtlijn of in hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 bedoelde netcodes en richtsnoeren.
2.  
ACER geeft binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van het verzoek zijn advies aan de regulerende instantie die hierom heeft verzocht of, in voorkomend geval, aan de Commissie, alsmede aan de regulerende instantie die het besluit in kwestie heeft genomen.
3.  
Wanneer de regulerende instantie die het besluit heeft genomen niet binnen een termijn van vier maanden na ontvangst van het advies van ACER daaraan voldoet, stelt ACER de Commissie daarvan in kennis.
4.  
Wanneer een regulerende instantie van oordeel is dat een voor grensoverschrijdende handel relevant besluit van een andere regulerende instantie niet in overeenstemming is met de in deze richtlijn of de in hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 netcodes en richtsnoeren, kan zij de Commissie daarvan in kennis stellen binnen een termijn van twee maanden nadat het besluit is genomen.
5.  
Wanneer de Commissie binnen twee maanden na de in lid 3 bedoelde kennisgeving van ACER of de in lid 4 bedoeld kennisgeving van een regulerende instantie, of op eigen initiatief binnen een termijn van drie maanden nadat het besluit is genomen van oordeel is dat er ernstige twijfels bestaan over de overeenstemming van dit besluit met de in deze richtlijn of de in hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 bedoelde netcodes en richtsnoeren, kan zij besluiten de zaak verder te bestuderen. In dat geval verzoekt zij de regulerende instantie en de betrokken partijen hun opmerkingen in te dienen.
6.  

Wanneer de Commissie besluit om de zaak verder te bestuderen, neemt zij binnen een termijn van maximaal vier maanden na dit besluit het definitieve besluit:

a) 

geen bezwaar te maken tegen het besluit van de regulerende instantie, of

b) 

van de desbetreffende regulerende instantie te eisen haar besluit te herroepen, wanneer zij van oordeel is dat het niet in overeenstemming is met netcodes en richtsnoeren.

7.  
Wanneer de Commissie niet binnen de in lid 5 respectievelijk 6 gestelde termijn heeft besloten de zaak verder te bestuderen of een definitief besluit heeft genomen, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het besluit van de regulerende instantie.
8.  
De regulerende instantie voert het besluit van de Commissie waarin van de instantie geëist wordt haar besluit te herroepen, uit binnen een termijn van twee maanden en stelt de Commissie daarvan in kennis.
9.  
De Commissie is bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 67, teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen waarin de voor de toepassing van dit artikel te volgen procedure nader wordt omschreven.

Artikel 64

Bewaren van gegevens

1.  
De lidstaten eisen van hun leveranciers dat zij gedurende ten minste vijf jaar de ter zake dienende gegevens met betrekking tot al hun transacties in elektriciteitsleveringscontracten en elektriciteitsderivaten met grootafnemers en transmissiesysteembeheerders ter beschikking houden van de nationale instanties, waaronder de regulerende instantie, de nationale mededingingsautoriteiten en de Commissie, voor de uitvoering van hun taken.
2.  
Deze gegevens omvatten bijzonderheden betreffende de kenmerken van de betrokken transacties, zoals looptijd, leverings- en betalingsregels, hoeveelheden, uitvoeringsdata en -tijdstippen, transactieprijzen en middelen om de betrokken grootafnemer te identificeren, alsmede specifieke nadere gegevens over alle openstaande elektriciteitsleveringscontracten en elektriciteitsderivaten.
3.  
De regulerende instantie kan besluiten om delen van deze informatie ter beschikking te stellen van marktdeelnemers, op voorwaarde dat commercieel gevoelige gegevens inzake afzonderlijke marktspelers of afzonderlijke transacties niet worden vrijgegeven. Dit lid is niet van toepassing op informatie over financiële instrumenten die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/65/EU vallen.
4.  
Dit artikel doet voor de binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/65/EU vallende entiteiten geen extra verplichtingen ontstaan ten aanzien van de in lid 1 genoemde autoriteiten.
5.  
Ingeval de in lid 1 genoemde autoriteiten toegang moeten hebben tot gegevens die door de onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/65/EU vallende entiteiten worden bijgehouden, verstrekken de onder die richtlijn vallende verantwoordelijke autoriteiten die autoriteiten de opgevraagde gegevens.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 65

Gelijke mededingingsvoorwaarden

1.  
De maatregelen die de lidstaten uit hoofde van deze richtlijn kunnen nemen om voor gelijke mededingingsvoorwaarden te zorgen, moeten verenigbaar zijn met het VWEU, met name met artikel 36, en het Unierecht.
2.  
De in lid 1 bedoelde maatregelen zijn evenredig, niet-discriminerend en transparant. Zij mogen uitsluitend worden toegepast na kennisgeving aan en goedkeuring van de Commissie.
3.  
De Commissie reageert op de in lid 2 bedoelde kennisgeving binnen twee maanden na ontvangst ervan. Deze termijn gaat in op de dag na de ontvangst van de volledige informatie. Indien de Commissie niet binnen deze periode van twee maanden heeft gereageerd, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben tegen de maatregelen waarvan kennis is gegeven.

Artikel 66

Ontheffingen

1.  
De lidstaten die kunnen aantonen dat zich wezenlijke beheersproblemen voordoen voor hun kleinschalige verbonden systemen en kleinschalige geïsoleerde systemen, kunnen de Commissie om ontheffing vragen van de desbetreffende bepalingen van de artikelen 7 en 8 en van hoofdstukken IV, V en VI en.

Kleinschalige geïsoleerde systemen en Frankrijk kunnen, met het oog op Corsica, ook om ontheffing vragen van de artikelen 4, 5 en 6.

De Commissie stelt de lidstaten van dergelijke verzoeken in kennis alvorens een besluit te nemen, en houdt daarbij rekening met de eerbiediging van de vertrouwelijkheid.

2.  
Door de Commissie verleende ontheffingen als bedoeld in lid 1 zijn beperkt in de tijd en onderworpen aan voorwaarden die erop gericht zijn de concurrentie aan te scherpen en de integratie van de interne markt te verbeteren, alsook te waarborgen dat de omschakeling op hernieuwbare energie, meer flexibiliteit, energieopslag, elektromobiliteit en vraagrespons niet worden gehinderd door de ontheffing.

Voor ultraperifere gebieden in de zin van artikel 349 VWEU, die niet met de elektriciteitsmarkten van de Unie onderling kunnen worden verbonden, is de ontheffing niet beperkt in de tijd en is ze onderworpen aan voorwaarden die ervoor moeten zorgen dat de omschakeling op hernieuwbare energie niet door wordt gehinderd door de ontheffing.

Besluiten om ontheffing te verlenen worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

3.  
Artikel 43 is niet van toepassing op Cyprus, Luxemburg en Malta. Voorts zijn de artikelen 6 en 35 niet van toepassing op Malta, en zijn de artikelen 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50 en 52 niet van toepassing op Cyprus.

Voor de toepassing van artikel 43, lid 1, onder b), omvat het begrip „bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht” niet eindafnemers die, rechtstreeks of via een onderneming waarover zij zeggenschap uitoefenen, hetzij individueel, hetzij gezamenlijk, een functie van productie en/of levering van elektriciteit uitvoeren, mits de eindafnemers, met inbegrip van hun deel van de elektriciteit die wordt geproduceerd in ondernemingen waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, gelet op het jaargemiddelde, nettoverbruiker van elektriciteit zijn en de economische waarde van de elektriciteit die zij aan derden verkopen onbeduidend is in verhouding tot hun overige bedrijfsactiviteiten.

4.  
Tot 1 januari 2025 of een latere in een besluit op grond van lid 1 van dit artikel op te nemen datum is artikel 5 niet van toepassing op Cyprus en Corsica.
5.  
Artikel 4 is niet van toepassing op Malta tot 5 juli 2027, welke periode kan worden verlengd met een nieuwe bijkomende periode van ten hoogste acht jaar. De verlenging met een nieuwe bijkomende periode geschiedt middels een besluit op grond van lid 1.

▼M3

6.  
In afwijking van artikel 40, lid 4, kunnen de transmissiesysteembeheerders in Estland, Letland en Litouwen een beroep doen op balanceringsdiensten die worden verleend door binnenlandse aanbieders van elektriciteitsopslag, met transmissiesysteembeheerders verwante bedrijven en andere faciliteiten die eigendom zijn van transmissiesysteembeheerders.

In afwijking van artikel 54, lid 2, kunnen Estland, Letland en Litouwen hun transmissiesysteembeheerders en met transmissiesysteembeheerders verwante bedrijven toestaan energieopslagfaciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren en te exploiteren zonder een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure te volgen, en kunnen zij die energieopslagfaciliteiten toestaan elektriciteit te kopen of te verkopen op de balanceringsmarkten.

De in de eerste en tweede alinea bedoelde afwijkingen zijn van toepassing tot drie jaar na de toetreding van Estland, Letland en Litouwen tot de synchrone zone van continentaal Europa. Indien nodig om de voorzieningszekerheid te waarborgen, kan de Commissie de aanvankelijke periode van drie jaar met maximaal vijf jaar verlengen.

7.  
In afwijking van artikel 40, lid 4, en artikel 54, lid 2, kan Cyprus zijn transmissiesysteembeheerder toestaan energieopslagfaciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren en te exploiteren zonder een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure te volgen.

De in de eerste alinea bedoelde afwijking is van toepassing totdat het transmissiesysteem in Cyprus via interconnectie op de transmissiesystemen van andere lidstaten is aangesloten.

Artikel 66 bis

Toegang tot betaalbare energie tijdens een elektriciteitsprijscrisis

1.  
De Raad kan, op voorstel van de Commissie, door middel van een uitvoeringsbesluit een regionale of Uniebrede elektriciteitsprijscrisis afkondigen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) 

het bestaan van zeer hoge gemiddelde prijzen op de groothandelsmarkten voor elektriciteit — ten minste tweeënhalf maal zo hoog als de gemiddelde prijs van de voorgaande vijf jaar en ten minste 180 EUR/MWh — die naar verwachting minstens zes maanden zullen aanhouden, met dien verstande dat bij de berekening van de gemiddelde prijs van de voorgaande vijf jaar geen rekening wordt gehouden met de perioden waarin een regionale of Uniebrede elektriciteitsprijscrisis werd afgekondigd;

b) 

een sterke stijging van de detailhandelsprijzen voor elektriciteit van ongeveer 70 %, die naar verwachting minstens drie maanden zal aanhouden.

2.  
In het in lid 1 bedoelde uitvoeringsbesluit wordt de geldigheidsduur ervan, die maximaal één jaar bedraagt, gespecificeerd. Die duur kan volgens de procedure van lid 8 worden verlengd voor opeenvolgende perioden van ten hoogste een jaar.
3.  
Wanneer uit hoofde van lid 1 een regionale of Uniebrede elektriciteitsprijscrisis wordt afgekondigd, worden eerlijke mededinging en handelspraktijken gewaarborgd in alle lidstaten waarvoor het uitvoeringsbesluit gevolgen heeft, zodat de interne markt niet onrechtmatig wordt verstoord.
4.  
Wanneer aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, dient de Commissie een voorstel in om een regionale of Uniebrede elektriciteitsprijscrisis af te kondigen, waarin de voorgestelde geldigheidsduur van het uitvoeringsbesluit wordt gespecificeerd.
5.  
De Raad kan een overeenkomstig lid 4 of lid 8 ingediend voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen.
6.  
Wanneer de Raad krachtens lid 1 een uitvoeringsbesluit heeft vastgesteld, kunnen de lidstaten voor de geldigheidsduur van dat besluit tijdelijk gericht overheidsingrijpen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit aan kleine en middelgrote ondernemingen toepassen. Dergelijk overheidsingrijpen:
a) 

blijft beperkt tot 70 % van het verbruik van de begunstigde in dezelfde periode van het voorgaande jaar en blijft de begunstigde stimuleren om zijn vraag te verminderen;

b) 

voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, leden 4 en 7;

c) 

voldoet in voorkomend geval aan de voorwaarden van lid 7 van dit artikel;

d) 

wordt zodanig ingericht dat eventuele versnippering van de interne markt tot een minimum beperkt blijft.

7.  
Wanneer de Raad krachtens lid 1 van dit artikel een uitvoeringsbesluit heeft vastgesteld, kunnen de lidstaten voor de geldigheidsduur van dat uitvoeringsbesluit, in afwijking van artikel 5, lid 7, punt c), wanneer zij uit hoofde van artikel 5, lid 6, of lid 6 van dit artikel gericht overheidsingrijpen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit toepassen, bij wijze van uitzondering en tijdelijk een prijs voor de levering van elektriciteit vaststellen die onder de kostprijs ligt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) 

de voor huishoudelijke afnemers vastgestelde prijs geldt slechts voor maximaal 80 % van het mediane verbruik van huishoudens en blijft huishoudens stimuleren om hun vraag te verminderen;

b) 

er is geen sprake van discriminatie tussen leveranciers;

c) 

alle leveranciers worden op transparante en niet-discriminerende wijze vergoed voor levering onder de kostprijs;

d) 

alle leveranciers kunnen op voet van gelijkheid voor de levering van elektriciteit een prijs aanbieden die lager ligt dan de kostprijs;

e) 

de voorgestelde maatregelen verstoren de interne elektriciteitsmarkt niet.

8.  
Tijdig vóór het verstrijken van de overeenkomstig lid 2 gespecificeerde geldigheidsduur beoordeelt de Commissie of nog steeds aan de voorwaarden van lid 1 wordt voldaan. Indien de Commissie van oordeel is dat nog steeds aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, dient zij bij de Raad een voorstel in tot verlenging van de geldigheidsduur van een op grond van lid 1 vastgesteld uitvoeringsbesluit. Indien de Raad besluit de geldigheidsduur te verlengen, zijn de leden 6 en 7 van toepassing gedurende die verlengde periode.

De Commissie beoordeelt en monitort voortdurend de gevolgen van de krachtens dit artikel vastgestelde maatregelen en maakt regelmatig de resultaten van die beoordelingen bekend.

▼B

Artikel 67

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.  
De in artikel 61, lid 5, en in artikel 63, lid 9, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 4 juli 2019.
3.  
Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 61, lid 5, en in artikel 63, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handeling onverlet.
4.  
Voordat de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, raadpleegt zij de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5.  
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6.  
Een overeenkomstig artikel 61, lid 5, en artikel 63, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 68

Comitéprocedure

1.  
De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 69

Monitoring, evaluatie en verslaglegging door de Commissie

1.  
De Commissie monitort en toetst de uitvoering van deze richtlijn en dient een algemeen voortgangsverslag in bij het Europees Parlement en de Raad als een bijlage bij het verslag over de stand van de energie-unie als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) 2018/1999.

▼M3

2.  
Uiterlijk op 31 december 2025 evalueert de Commissie de uitvoering van deze richtlijn en dient zij een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad. In voorkomend geval dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in samen met of na indiening van het verslag.

Bij haar evaluatie beoordeelt de Commissie met name de kwaliteit van de dienstverlening aan de eindafnemers en gaat zij na of de afnemers, met name kwetsbare en energiearme afnemers, door deze richtlijn afdoende worden beschermd.

▼M2 —————

▼B

Artikel 71

Omzetting

1.  
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2020 aan de artikelen 2 tot en met 5, artikel 6, leden 2 en 3, artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 2, onder j) en l), artikel 9, lid 2, artikel 10, leden 2 tot en met 12, de artikelen 11 tot en met 24, de artikelen 26, 28 en 29, de artikelen 31 tot en met 34 en 36, artikel 38, lid 2, de artikelen 40 en 42, artikel 46, lid 2, onder d), de artikelen 51 en 54, de artikelen 57 tot en met 59, de artikelen 61 tot en met 63, artikel 70, punten 1 tot en met 3, punt 5, onder b), en punt 6, en de bijlagen I en II te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

De lidstaten doen echter de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk:

a) 

op 31 december 2019 aan artikel 70, punt 5, onder a), te voldoen;

b) 

op 25 oktober 2020 aan artikel 70, punt 4, te voldoen.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. De regels voor deze verwijzing en de formulering van deze vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  
De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 72

Intrekking

Richtlijn 2009/72/EG wordt met ingang van 1 januari 2021 ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III genoemde termijn voor omzetting in nationaal recht en de toepassingsdatum van de aldaar genoemde richtlijn.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.

Artikel 73

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6, lid 1, artikel 7, leden 2 tot en met 5, artikel 8, lid 1, artikel 8, lid 2, onder a) tot en met i), en k), en artikel 8 leden 3 en 4, artikel 9, leden 1, 3, 4 en 5, artikel 10, leden 2 tot en met 10, de artikelen 25, 27, 30, 35 en 37, artikel 38, leden 1, 3 en 4, de artikelen 39, 41, 43, 44 en 45, artikel 46, lid 1, artikel 46, lid 2, onder a), b) en c), en e) tot en met h), artikel 46, leden 3 tot en met 6, de artikelen 47 tot en met 50, de artikelen 52, 53, 55, 56, 60, 64 en 65 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 70, punten 1 tot en met 3, punt 5, onder b), en punt 6, is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 70, punt 5, onder a), is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 70, punt 4, is van toepassing met ingang van 26 oktober 2020.

Artikel 74

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

MINIMUMVEREISTEN VOOR FACTURERING EN FACTURERINGSINFORMATIE

1.   Minimumgegevens op de factuur en in de factureringsinformatie

1.1. Op zijn facturen, duidelijk onderscheiden van andere gedeelten van de factuur, wordt de eindafnemer duidelijk geattendeerd op de volgende essentiële informatie:

a) 

de te betalen prijs, en waar mogelijk een uitsplitsing van de prijs, samen met een duidelijke verklaring dat alle energiebronnen ook kunnen profiteren van stimuleringsmaatregelen die niet werden gefinancierd met heffingen die in de uitsplitsing van de prijs zijn aangegeven;

b) 

de dag waarop ede betaling verschuldigd is.

1.2. Op zijn facturen en in zijn factureringsinformatie, duidelijk onderscheiden van andere gedeelten van de factuur, wordt de eindafnemer duidelijk geattendeerd op de volgende essentiële informatie:

a) 

zijn elektriciteitsverbruik in de factureringsperiode;

b) 

de naam en contactgegevens van de leverancier, met inbegrip van een telefonische hulpdienst voor consumenten en het e-mailadres;

c) 

de tariefnaam;

d) 

de einddatum van het contract, indien van toepassing;

e) 

informatie over de mogelijkheid en de voordelen van overstappen;

f) 

de overstapcode of unieke identificatiecode van de eindafnemer voor zijn leveringspunt;

g) 

informatie over de rechten van de eindafnemers inzake buitengerechtelijke geschillenbeslechting met inbegrip van de contactgegevens van de entiteit die daarvoor verantwoordelijk is op grond van artikel 26;

h) 

het één enkele contactpunt als bedoeld in artikel 25;

i) 

een link of verwijzing naar de plaats waar een of meer vergelijkingsinstrumenten als bedoeld in artikel 14 te vinden zijn.

1.3 Indien facturen gebaseerd zijn op het daadwerkelijke verbruik of uitlezing op afstand door de exploitant wordt aan de eindafnemer op, bij of als verwijzing op zijn facturen of in periodieke afrekeningen de volgende informatie ter beschikking gesteld:

a) 

vergelijkingen van het huidige elektriciteitsverbruik van de eindafnemer met het verbruik van de eindafnemer over dezelfde periode van het voorgaande jaar, in grafiekvorm;

b) 

contactinformatie voor consumentenorganisaties, energieagentschappen of soortgelijke organen, met inbegrip van webadressen, waar informatie kan worden verkregen over de beschikbare maatregelen voor meer energie-efficiëntie voor energieverbruikende apparatuur;

c) 

vergelijkingen met een gemiddelde genormaliseerde of benchmark-eindafnemer van dezelfde verbruikerscategorie.

2.

Frequentie van de facturering en verstrekking van factureringsinformatie:

a) 

de facturering op basis van het daadwerkelijke verbruik vindt ten minste eenmaal per jaar plaats;

b) 

indien een eindafnemer geen meter heeft die op afstand door de exploitant kan worden uitgelezen, of wanneer de eindafnemers er uit eigen beweging voor hebben gekozen de uitlezing op afstand te deactiveren overeenkomstig het nationaal recht, wordt aan hen ten minste eenmaal per zes maanden nauwkeurige factureringsinformatie beschikbaar gesteld op basis van het daadwerkelijke verbruik, of eenmaal per drie maanden wanneer daarom wordt verzocht of wanneer de eindafnemer heeft gekozen voor elektronische facturering;

c) 

indien een eindafnemer geen meter heeft die op afstand door de exploitant kan worden uitgelezen, of wanneer de eindafnemers er uit eigen beweging voor hebben gekozen de uitlezing op afstand te deactiveren overeenkomstig het nationaal recht, kan aan de onder a) en b) bedoelde verplichtingen worden voldaan door middel van een systeem van regelmatig zelf uitlezen door de eindafnemer waarbij hij de gegevens van zijn meter meedeelt aan de exploitant; alleen indien de eindafnemer voor een bepaalde factureringsperiode geen metergegevens heeft verstrekt, wordt de facturering of de factureringsinformatie gebaseerd op het geschatte verbruik of op een vast tarief;

d) 

indien een eindafnemer geen meter heeft die op afstand door de exploitant kan, wordt ten minste maandelijks nauwkeurige factureringsinformatie verstrekt op basis van het daadwerkelijke verbruik; dergelijke informatie kan ook via het internet beschikbaar worden gesteld, en wordt zo vaak bijgewerkt als de gebruikte meetapparatuur en -systemen toelaten.

3.

Uitsplitsing van de prijs voor de eindafnemer

De prijs voor afnemers is gelijk aan de som van de volgende drie componenten: de component energie en levering, de netwerkcomponent (transmissie en distributie) en de component bestaande uit belastingen, heffingen, vergoedingen en kosten.

Wanneer in facturen een uitsplitsing van de prijs voor eindafnemers wordt opgenomen, worden in de hele Unie de in Verordening (EU) 2016/1952 van het Europees Parlement en de Raad ( 15 ) vastgestelde gemeenschappelijke definities van de drie componenten van die uitsplitsing gebruikt.

4.

Toegang tot aanvullende informatie over het verbruiksverleden

De lidstaten schrijven voor dat, voor zover er aanvullende gegevens over eerder verbruik beschikbaar zijn, deze op verzoek van de eindafnemer beschikbaar worden gesteld aan de door hem aangewezen leverancier of dienstverlener.

Wanneer de eindafnemer een meter heeft die uitlezing op afstand door de exploitant toelaat, krijgt deze gemakkelijk toegang tot aanvullende informatie om zelf hun verbruiksverleden in detail te kunnen controleren.

De aanvullende informatie over het verbruiksverleden omvat:

a) 

cumulatieve gegevens over de periode van ten minste de drie voorgaande jaren of over de periode sinds de aanvang van het elektriciteitsleveringscontract, indien deze korter is. De gegevens hebben betrekking op de termijnen waarvoor frequente factureringsinformatie is verstrekt, en

b) 

gedetailleerde gegevens over de verbruiksduur per dag, week, maand en jaar. Deze gegevens worden op het internet of op de meterinterface onverwijld ter beschikking gesteld van de eindafnemer en hebben betrekking op een periode van ten minste de voorgaande 24 maanden of de periode sinds de aanvang van het elektriciteitsleveringscontract, indien deze korter is.

5.

Verstrekking van informatie over energiebronnen

Op facturen vermelden de leveranciers het aandeel van elke energiebron in de door de eindafnemer aangekochte elektriciteit in overeenstemming met zijn elektriciteitsleveringscontract (openbaarmaking van informatie op productniveau).

De volgende informatie wordt aan de eindafnemer beschikbaar gesteld op, bij of als verwijzing op zijn facturen en in de factureringsinformatie:

a) 

op een bevattelijke en gemakkelijk te vergelijken manier het aandeel van elke energiebron in de totale energiemix die de leverancier in het voorgaande jaar heeft gebruikt (op nationaal niveau, namelijk in de lidstaat waar het elektriciteitsleveringscontract is afgesloten, alsook op het niveau van de leverancier indien de leverancier in meerdere lidstaten actief is);

b) 

informatie over de gevolgen voor het milieu, tenminste wat betreft CO2-emissies en radioactief afval van elektriciteit geproduceerd door de totale energiemix van de leverancier gedurende het voorafgaande jaar.

In verband met punt a) van de tweede alinea kunnen, voor elektriciteit die is verkregen via een elektriciteitsbeurs of die is ingevoerd van een buiten de Unie gelegen bedrijf, door de elektriciteitsbeurs of het betrokken bedrijf verstrekte geaggregeerde cijfers over het voorgaande jaar worden gebruikt.

Voor de verstrekking van informatie over elektriciteit uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling kan gebruikgemaakt worden van garanties van oorsprong op grond van artikel 14, lid 10, van Richtlijn 2012/27/EU. Voor de verstrekking van informatie over elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt gebruik gemaakt van garanties van oorsprong, behalve in de in artikel 19, lid 8, onder a) en b), van Richtlijn (EU) 2018/2001 bedoelde gevallen.

De regulerende instantie of een andere bevoegde nationale instantie neemt de nodige stappen om ervoor te zorgen dat de op grond van dit punt door de leveranciers aan hun eindafnemers verstrekte informatie betrouwbaar is en op een duidelijk vergelijkbare wijze op nationaal niveau wordt verstrekt.




BIJLAGE II

SLIMMEMETERSYSTEMEN

1. De lidstaten zorgen ervoor dat op hun grondgebied slimme-metersystemen worden ingevoerd die kunnen worden onderworpen aan een economische evaluatie op lange termijn van de kosten en baten voor de markt en de individuele consument of aan een onderzoek om te bepalen welke vorm van slimme-metersystemen vanuit economisch standpunt redelijk en kosteneffectief is en welke termijn haalbaar is voor de distributie ervan.

2. Bij een dergelijke evaluatie wordt rekening gehouden met de methode voor een kosten-batenanalyse en de minimumfunctionaliteiten voor slimme-metersystemen voorzien in Aanbeveling van de Commissie 2012/148/EU ( 16 ), alsook met de beste beschikbare technieken om het hoogste niveau van cyberbeveiliging en gegevensbescherming te garanderen.

3. Onder voorbehoud van deze evaluatie stellen de lidstaten of, wanneer een lidstaat dit zo heeft bepaald, de aangewezen bevoegde instantie een tijdschema van maximaal tien jaar op voor de invoering van slimme-metersystemen. Indien de ingebruikname van slimme-metersystemen positief wordt beoordeeld, wordt minstens 80 % van de eindafnemers voorzien van slimme meters binnen zeven jaar vanaf de datum van de positieve beoordeling of uiterlijk in 2024 voor die lidstaten die met de systematische invoering van slimme-metersystemen zijn gestart vóór 4 juli 2019.




BIJLAGE III

TERMIJNEN VOOR OMZETTING IN INTERN RECHT EN DATUM VAN TOEPASSING

(ALS BEDOELD IN ARTIKEL 72)



Richtlijn

Uiterste termijn voor omzetting

Datum van inwerkingtreding

Richtlijn 2009/72/ EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55)

3 maart 2011

3 september 2009




BIJLAGE IV

CONCORDANTIETABEL



Richtlijn 2009/72/EG

Deze richtlijn

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 33 en artikel 44

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 32

Artikel 6

Artikel 34

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 8

Artikel 3, lid 1

Artikel 9, lid 1

Artikel 3, lid 2

Artikel 9, lid 2

Artikel 3, lid 6

Artikel 9, lid 3

Artikel 3, lid 15

Artikel 9, lid 4

Artikel 3, lid 14

Artikel 9, lid 5

Artikel 3, lid 16

Artikel 3, lid 4

Artikel 10, lid 1

Bijlage I 1, onder a)

Artikel 10, leden 2 en 3

Bijlage I 1, onder a)

Artikel 10, lid 4

Bijlage I 1, onder a)

Artikel 10, lid 5

Bijlage I 1, onder a)

Artikel 10, leden 6 en 8

Artikel 10, lid 7

Bijlage I 1, onder a)

Artikel 10, lid 9

Bijlage I 1, onder a)

Artikel 10, lid 10

Artikel 3, lid 7

Artikel 10, lid 11

Bijlage I 1, onder a)

Artikel 10, lid 12

Artikel 3, lid 10

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 11

Artikel 3, lid 5, punt a) en bijlage I.1, e)

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 3, lid 11

Artikel 19, lid 1

Artikel 19, leden 2 tot en met 6

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 3, lid 12

Artikel 25

Artikel 3, lid 13

Artikel 26

Artikel 3, lid 3

Artikel 27

Artikel 3, lid 7

Artikel 28, lid 1

Artikel 3, lid 8

Artikel 28, lid 2

Artikel 29

Artikel 24

Artikel 30

Artikel 25

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 26

Artikel 35

Artikel 36

Artikel 27

Artikel 37

Artikel 28

Artikel 38

Artikel 29

Artikel 39

Artikel 12

Artikel 40, lid 1

Artikel 40, leden 2 tot en met 8

Artikel 16

Artikel 41

Artikel 23

Artikel 42

Artikel 9

Artikel 43

Artikel 13

Artikel 44

Artikel 14

Artikel 45

Artikel 17

Artikel 46

Artikel 18

Artikel 47

Artikel 19

Artikel 48

Artikel 20

Artikel 49

Artikel 21

Artikel 50

Artikel 22

Artikel 51

Artikel 10

Artikel 52

Artikel 11

Artikel 53

Artikel 54

Artikel 30

Artikel 55

Artikel 31

Artikel 56

Artikel 35

Artikel 57

Artikel 36

Artikel 58

Artikel 37, lid 1

Artikel 59, lid 1

Artikel 37, lid 2

Artikel 59, lid 2

Artikel 37, lid 4

Artikel 59, lid 3

Artikel 59, lid 4

Artikel 37, lid 3

Artikel 59, lid 5

Artikel 37, lid 5

Artikel 59, lid 6

Artikel 37, lid 6

Artikel 59, lid 7

Artikel 37, lid 8

Artikel 37, lid 7

Artikel 59, lid 8

Artikel 59, lid 9

Artikel 37, lid 9

Artikel 59, lid 10

Artikel 37, lid 10

Artikel 60, lid 1

Artikel 37, lid 11

Artikel 60, lid 2

Artikel 37, lid 12

Artikel 60, lid 3

Artikel 37, lid 13

Artikel 60, lid 4

Artikel 37, lid 14

Artikel 60, lid 5

Artikel 37, lid 15

Artikel 60, lid 6

Artikel 37, lid 16

Artikel 60, lid 7

Artikel 37, lid 17

Artikel 60, lid 8

Artikel 38

Artikel 61

Artikel 62

Artikel 39

Artikel 63

Artikel 40

Artikel 64

Artikel 42

Artikel 43

Artikel 65

Artikel 44

Artikel 66

Artikel 45

Artikel 67

Artikel 46

Artikel 68

Artikel 47

Artikel 69

Artikel 70

Artikel 49

Artikel 71

Artikel 48

Artikel 72

Artikel 50

Artikel 73

Artikel 51

Artikel 74

Bijlage I, punten 1 tot en met 4

Artikel 3, lid 9

Bijlage I 5

Bijlage I 2

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage IV



( 1 ) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

( 2 ) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie van 17 december 2014 inzake de informatieverstrekking overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 6, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 363 van 18.12.2014, blz. 121).

( 3 ) Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (PB L 231 van 20.9.2023, blz. 1).

( 4 ) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

( 5 ) Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82).

( 6 ) Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).

( 7 ) Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).

( 8 ) Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).

( 9 ) Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (richtlijn ADR consumenten) (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 63).

( 10 ) Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (PB L 220 van 25.8.2017, blz. 1).

( 11 ) Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1).

( 12 ) Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46).

( 13 ) Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943 en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013 (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 45).

( 14 ) Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie van 26 september 2016 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing op de langere termijn (PB L 259 van 27.9.2016, blz. 42).

( 15 ) Verordening (EU) 2016/1952 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende Europese statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 2008/92/EG (PB L 311 van 17.11.2016, blz. 1).)

( 16 ) Aanbeveling 2012/148/EU van de Commissie van 9 maart 2012 inzake de voorbereiding van de uitrol van slimme metersystemen (PB L 73 van 13.3.2012, blz. 9).