02019L0944 — NL — 12.10.2025 — 003.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
RICHTLIJN (EU) 2019/944 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (herschikking) (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2022/869 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2022 |
L 152 |
45 |
3.6.2022 |
|
|
RICHTLIJN (EU) 2023/1791 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 september 2023 |
L 231 |
1 |
20.9.2023 |
|
|
RICHTLIJN (EU) 2024/1711 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 |
L 1711 |
1 |
26.6.2024 |
|
Gerectificeerd bij:
RICHTLIJN (EU) 2019/944 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 5 juni 2019
betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU
(herschikking)
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
ONDERWERP EN DEFINITIES
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze richtlijn worden, met het oog op het scheppen van echt geïntegreerde, concurrerende, consumentgerichte en flexibele, eerlijke en transparante elektriciteitsmarkten in de Unie, gemeenschappelijke regels vastgesteld voor de productie, de transmissie, de distributie, de energieopslag en de levering van elektriciteit, alsook regels voor de bescherming van de consumenten.
Steunend op de voordelen van een geïntegreerde markt, is deze richtlijn erop gericht de consument betaalbare, transparante energieprijzen en -kosten, een hoge mate van voorzieningszekerheid en een soepele overgang naar een duurzaam koolstofarm energiesysteem te bieden. De richtlijn stelt belangrijke regels vast met betrekking tot de organisatie en de werking van de elektriciteitssector van de Unie, met name regels betreffende empowerment en bescherming van consumenten, betreffende de open toegang tot de geïntegreerde markt, betreffende de toegang van derde partijen tot de transmissie- en distributie-infrastructuur, ontvlechtingsvoorschriften, en regels betreffende de onafhankelijkheid van regulerende instanties in de lidstaten.
In deze richtlijn worden de manieren vastgesteld voor samenwerking tussen de lidstaten, regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders om een volledig onderling verbonden interne markt voor elektriciteit tot stand te brengen waarmee de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, de vrije mededinging en de voorzieningszekerheid worden bevorderd.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
„afnemer”: een grootafnemer of een eindafnemer van elektriciteit;
„grootafnemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor wederverkoop binnen of buiten het systeem waarop deze persoon aangesloten is;
„eindafnemer”: een afnemer die elektriciteit koopt voor eigen gebruik;
„huishoudelijke afnemer”: een afnemer die elektriciteit koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten;
„niet-huishoudelijke afnemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit koopt die niet voor eigen huishoudelijk gebruik is bestemd; onder dit begrip vallen tevens producenten industriële afnemers, kleine en middelgrote ondernemingen, bedrijven en grootafnemers;
„micro-onderneming”: onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet en/of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen EUR;
„kleine onderneming”: onderneming met minder dan vijftig werknemers en een jaaromzet en/of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 10 miljoen EUR;
“actieve afnemer”: een eindafnemer, of een groep gezamenlijk optredende eindafnemers, die op eigen terrein binnen afgebakende grenzen opgewekte of op andere locaties zelfopgewekte of gedeelde elektriciteit verbruikt of opslaat, of die zelfopgewekte elektriciteit verkoopt of deelneemt aan flexibiliteits- of energie-efficiëntieregelingen, mits die activiteiten niet zijn belangrijkste commerciële of professionele activiteit vormen;
„elektriciteitsmarkten”: markten voor elektriciteit, onder meer over-the-counter-markten en elektriciteitsbeurzen, markten voor de verhandeling van energie, capaciteit, balancerings- en ondersteunende diensten in alle tijdsbestekken, waaronder termijn-, day-ahead- en intraday-markten;
„marktdeelnemer”: een marktdeelnemer als gedefinieerd in artikel 2, punt 25, van Verordening (EU) 2019/943;
“energiedelen”: de zelfconsumptie door actieve afnemers van hernieuwbare energie:
die offsite of op gemeenschappelijke locaties wordt opgewekt of opgeslagen door een faciliteit die zij geheel of gedeeltelijk bezitten, leasen of huren, of
waarop het recht al dan niet gratis aan hen is overgedragen door een andere actieve afnemer;
„energiegemeenschap van burgers”: een juridische entiteit die:
gebaseerd is op vrijwillige en open deelname en waarover leden of aandeelhouders, die natuurlijke personen, lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, of kleine ondernemingen zijn, feitelijke zeggenschap hebben;
waarvan het hoofddoel veeleer bestaat uit het bieden van milieu-, economische of sociale gemeenschapsvoordelen aan haar leden of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is dan uit winst maken, en
zich bezig kan houden met de productie, waaronder uit hernieuwbare bronnen, distributie, levering, verbruik, aggregatie, energieopslag, energie-efficiëntiediensten, oplaaddiensten voor elektrische voertuigen of andere energiediensten aan haar leden of aandeelhouders kan aanbieden;
„levering”: verkoop, wederverkoop daaronder begrepen, van elektriciteit aan afnemers;
„elektriciteitsleveringscontract”: een contract voor de levering van elektriciteit, elektriciteitsderivaten niet inbegrepen;
„elektriciteitsderivaat”: een financieel instrument, als omschreven in punt 5, 6 of 7 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), en dat betrekking heeft op elektriciteit;
„contract op basis van een dynamische elektriciteitsprijs”: een elektriciteitsleveringscontract voor de levering van elektriciteit tussen een leverancier en een eindafnemer waarin de prijsvariatie op de spotmarkten, waaronder de day-ahead- en intraday-markten, wordt weerspiegeld in intervallen die ten minste overeenkomen met de marktvereffeningsperiode;
“elektriciteitsleveringscontract met een vaste looptijd en een vaste prijs”: een elektriciteitsleveringscontract tussen een leverancier en een eindafnemer dat garandeert dat de contractuele voorwaarden, inclusief de prijs, voor de duur van het contract ongewijzigd blijven, maar dat voor een vaste prijs een flexibel element kan bevatten met bijvoorbeeld piek- en dalprijsvariaties, en waarbij veranderingen in de uiteindelijke factuur uitsluitend het gevolg kunnen zijn van elementen die niet door de leveranciers worden bepaald, zoals belastingen en heffingen;
„opzegvergoeding”: een heffing of boete die wordt opgelegd aan afnemers door leveranciers of marktdeelnemers die aan aggregatie doen voor opzegging van een contract voor elektriciteitslevering of -diensten;
„overstapgerelateerde vergoeding”: iedere heffing of boete die rechtstreeks of indirect door leveranciers, marktdeelnemers die aan aggregatie doen of systeembeheerders aan afnemers wordt opgelegd vanwege het overstappen op een andere leverancier of op een andere marktdeelnemer die aan aggregatie doet, waaronder opzegvergoedingen;
„aggregatie”: een functie van een natuurlijke of rechtspersoon die de belasting of de opgewekte elektriciteit van verschillende afnemers voor de verkoop, koop of veiling op een elektriciteitsmark combineert;
„onafhankelijke aankoopgroepering”: een marktdeelnemer die aan aggregatie doet en niet is aangesloten bij de leverancier van de afnemer;
„vraagrespons”: de verandering van de elektriciteitsbelasting door eindafnemers ten opzichte van hun normale of bestaande verbruikspatronen, in reactie op de marktsignalen, waaronder tijdvariabele elektriciteitsprijzen of financiële prikkels, of in reactie op het aanvaarden van het bod van de eindafnemer, individueel of via aggregatie, om vraagvermindering of -verhoging voor een bepaalde prijs te verkopen op de georganiseerde markt, zoals gedefinieerd in Artikel 2, punt 4, van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie ( 2 );
„factureringsinformatie”: informatie die wordt verstrekt op een factuur van een eindafnemer, afgezien van een betalingsverzoek;
„conventionele meter”: een analoge meter of een elektronische meter zonder capaciteit om gegevens zowel te verzenden als te ontvangen;
„slimme-metersysteem”: een elektronisch systeem dat de elektriciteit die in het net wordt ingevoed of die uit het net wordt verbruikt kan meten, dat meer informatie verstrekt dan een conventionele meter, en dat data kan verzenden en ontvangen voor informatie-, monitoring- en controledoeleinden door middel van een vorm van elektronische communicatie;
„interoperabiliteit”: in de context van slimme-metersystemen, de mogelijkheid van twee of meer energie- of communicatienetwerken, -systemen, -apparaten, -toepassingen of -componenten om samen te werken om informatie uit te wisselen en te gebruiken om bepaalde vereiste functies uit te oefenen;
“noodleverancier”: een leverancier die wordt aangewezen om de elektriciteitslevering aan afnemers over te nemen van een leverancier die zijn activiteiten heeft gestaakt;
“energiearmoede”: energiearmoede, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 52), van Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 );
“flexibeleaansluitovereenkomst”: een reeks overeengekomen voorwaarden voor het aansluiten van elektriciteitscapaciteit op het net, waaronder voorwaarden om de injectie van elektriciteit in en de afname van elektriciteit uit het transmissie- of het distributienet te beperken en te regelen;
„onbalansverrekeningsperiode”: de onbalansverrekeningsperiode als gedefinieerd in artikel 2, punt 15, van Verordening (EU) 2019/943;
„bijna-realtime”: in de context van slimme-metersystemen, een korte tijdspanne, gewoonlijk niet meer dan enkele seconden, tot maximum de termijn voor onbalansverrekening op de nationale markt;
„beste beschikbare technieken”: in de context van gegevensbescherming en -beveiliging in een omgeving van slimme-metersystemen, de meest doeltreffende, geavanceerde en praktisch bruikbare technieken, waarmee in principe de basis wordt gelegd voor de naleving van de gegevensbeschermingsvoorschriften van de Unie;
„distributie”: transport van elektriciteit langs hoog-, midden- en laagspanningsdistributiesystemen met het oog op de belevering aan afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;
„distributiesysteembeheerder”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, zo nodig, de ontwikkeling van het distributiesysteem alsook, indien van toepassing, de interconnecties ervan met andere systemen, en die ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar distributie van elektriciteit;
„energie-efficiëntie”, de verhouding tussen de verkregen prestatie, dienst, goederen of energie, en de energie-input;
“energie uit hernieuwbare bronnen” of “hernieuwbare energie”: energie uit hernieuwbare bronnen of hernieuwbare energie, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Richtlijn (EU) 2018/2001;
„gedistribueerde productie”: productie-installaties die aangesloten zijn op het distributiesysteem;
„oplaadpunt”: een aansluiting, waarmee telkens één elektrisch voertuig kan worden opgeladen of de batterij van telkens één elektrisch voertuig kan worden vervangen;
„transmissie”: transport van elektriciteit langs het extra hoogspannings- en hoogspanningsstelsel van systemen, met het oog op de belevering van eindafnemers of distributiemaatschappijen, de levering zelf niet inbegrepen;
„transmissiesysteembeheerder”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, zo nodig, de ontwikkeling van het transmissiesysteem alsook, indien van toepassing, de interconnecties ervan met andere systemen en die ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit;
„systeemgebruiker”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die levert aan of afneemt van een transmissie- of distributiesysteem;
„productie”: productie van elektriciteit;
„producent”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit opwekt;
„interconnector”: uitrusting om elektriciteitssystemen onderling te koppelen;
„stelsel van systemen”: een aantal transmissie- en distributiesystemen die door middel van een of meer interconnectoren met elkaar zijn verbonden;
„directe lijn”: een elektriciteitslijn die een geïsoleerde productielocatie met een geïsoleerde afnemer verbindt, of een elektriciteitslijn die een elektriciteitsproducent en een elektriciteitsleverancier met elkaar verbindt om hun eigen vestigingen, dochterondernemingen en afnemers direct te bevoorraden;
„kleinschalig geïsoleerd systeem”: systeem met een verbruik van minder dan 3 000 GWh in 1996 en waarvan minder dan 5 % van het jaarverbruik via interconnectie met andere systemen wordt verkregen;
„kleinschalig verbonden systeem”: systeem met een verbruik van minder dan 3 000 GWh in 1996 waarvan meer dan 5 % van het jaarverbruik via interconnectie met andere systemen wordt verkregen;
„congestie”: congestie als gedefinieerd in artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) 2019/943;
„balancering”: balancering als gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EU) 2019/943;
„balanceringsenergie”: balanceringsenergie als gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EU) 2019/943;
„balanceringsverantwoordelijke”: een balanceringsverantwoordelijke als gedefinieerd in artikel 2, punt 14, van Verordening (EU) 2019/943;
„ondersteunende dienst”: een dienst die nodig is voor de exploitatie van een transmissie- of distributiesysteem, met inbegrip van balanceringsdiensten en niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, maar uitgezonderd congestiebeheer;
„niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst”: een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom, blackstartmogelijkheden en inzetbaarheid in eilandbedrijf;
„regionaal coördinatiecentrum”: een regionaal coördinatiecentrum zoals opgericht uit hoofde van artikel 35 van Verordening (EU) 2019/943;
„volledig geïntegreerde netwerkcomponenten”: netwerkcomponenten die in het transmissie- of distributiesysteem, met inbegrip van opslagfaciliteiten, geïntegreerd zijn en die uitsluitend gebruikt worden voor het waarborgen van een veilig en betrouwbaar beheer van het transmissie- of distributiesysteem, en niet voor balancerings- of congestiebeheer;
„geïntegreerd elektriciteitsbedrijf”: een verticaal of horizontaal geïntegreerd bedrijf;
„verticaal geïntegreerd bedrijf”: elektriciteitsbedrijf of groep van elektriciteitsbedrijven waarin dezelfde persoon of dezelfde personen, direct of indirect, het recht hebben zeggenschap uit te oefenen en waarbij het bedrijf of de groep van bedrijven ten minste een van de functies van transmissie of distributie en ten minste een van de functies van productie of levering verricht;
„horizontaal geïntegreerd bedrijf”: elektriciteitsbedrijf dat ten minste een van de functies van productie voor de verkoop, transmissie, distributie of levering, en daarnaast een niet op het gebied van elektriciteit liggende activiteit verricht;
„verwant bedrijf”: een verbonden onderneming zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad ( 4 ) en een onderneming die aan dezelfde aandeelhouders toebehoort;
„zeggenschap”: rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of tezamen, met inachtneming van alle feitelijke of juridische omstandigheden, het mogelijk maken een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name:
eigendoms- of gebruiksrechten op alle activa van een onderneming of delen daarvan;
rechten of overeenkomsten die een beslissende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de organen van een onderneming;
„elektriciteitsbedrijf”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten minste een van de volgende functies vervult: productie, transmissie, distributie, aggregatie, vraagrespons, energieopslag, levering of aankoop van elektriciteit, en die verantwoordelijk is voor de met deze functies verband houdende commerciële, technische of onderhoudswerkzaamheden, maar die geen eindafnemer is;
„zekerheid”: zowel de zekerheid van levering en voorziening van elektriciteit als de technische beveiliging;
„energieopslag”: in het elektriciteitssysteem, het uitstellen van het uiteindelijke gebruik van elektriciteit tot een later moment dan het moment waarop de elektriciteit is opgewekt, of het omzetten van elektrische energie in een vorm van energie die kan worden opgeslagen, het opslaan van dergelijke energie, en de daaropvolgend omzetting van dergelijke energie in elektrische energie of een andere energiedrager;
„energieopslagfaciliteit”: in het elektriciteitssysteem, een installatie waar energieopslag plaatsvindt.
HOOFDSTUK II
ALGEMENE REGELS VOOR DE ORGANISATIE VAN DE ELEKTRICITEITSSECTOR
Artikel 3
Een concurrerende, op de consument gerichte, flexibele en niet-discriminerende elektriciteitsmarkt
Artikel 4
Vrije keuze van leverancier
De lidstaten zien erop toe dat alle afnemers vrij zijn om elektriciteit te kopen bij leveranciers van hun keuze. De lidstaten zien erop toe dat alle afnemers vrij zijn om op hetzelfde moment over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of overeenkomst voor energiedelen te beschikken, en dat afnemers daarom recht hebben op meer dan één meet- en factureringspunt achter het centrale aansluitpunt voor hun terreinen en gebouwen. Indien dat technisch haalbaar is, kunnen er overeenkomstig artikel 19 ingevoerde slimme metersystemen worden gebruikt, zodat afnemers tegelijkertijd over meer dan één elektriciteitsleveringscontract of meer dan één overeenkomst voor energiedelen kunnen beschikken.
Artikel 5
Marktgebaseerde leveringsprijzen
Overheidsingrijpen in de prijsstelling voor de levering van elektriciteit:
streeft een algemeen economisch belang na en gaat niet verder dan wat nodig is voor het algemene economische belang dat zij nastreven;
is duidelijk omschreven, transparant, niet-discriminerend en verifieerbaar;
garandeert elektriciteitsbedrijven uit de Unie gelijke toegang tot de afnemer;
is van beperkte duur en staat in verhouding tot de begunstigden ervan;
leidt niet op discriminerende wijze tot extra kosten voor marktdeelnemers.
Overheidsingrijpen op grond van lid 6 voldoet aan de criteria van lid 4 en:
gaat vergezeld van een reeks maatregelen om doeltreffende mededinging tot stand te brengen en van een methode om de geboekte vooruitgang ten aanzien van deze maatregelen te beoordelen;
wordt vastgesteld door gebruik van een methode waarmee de niet-discriminerende behandeling van leveranciers wordt gewaarborgd;
wordt vastgesteld op een prijs boven de kostprijs, op een niveau waarbij doeltreffende prijsconcurrentie mogelijk is;
wordt zodanig ingericht dat eventuele negatieve gevolgen voor de groothandelsmarkt voor elektriciteit tot een minimum beperkt blijven;
waarborgt dat alle begunstigden van dergelijk overheidsingrijpen een concurrerend marktaanbod kunnen kiezen en rechtstreeks ten minste elk kwartaal worden geïnformeerd over de beschikbaarheid van aanbiedingen en besparingsmogelijkheden op de concurrerende markt, in het bijzonder wat betreft contracten op basis van dynamische elektriciteitsprijs, en waarborgt dat zij hulp krijgen om over te stappen op een marktgebaseerd aanbod;
waarborgt dat, op grond van de artikelen 19 en 21, alle begunstigden van dergelijk overheidsingrijpen het recht hebben en het aanbod krijgen om zonder extra kosten slimme meters te laten installeren, rechtstreeks worden geïnformeerd over de mogelijkheid slimme meters te installeren en hierbij de nodige hulp krijgen;
leidt niet tot directe kruissubsidiëring tussen afnemers die worden bevoorraad tegen vrijemarktprijzen en afnemers die worden bevoorraad tegen gereguleerde leverprijzen.
Artikel 6
Toegang van derden
Artikel 6 bis
Flexibeleaansluitovereenkomsten
als algemene regel geldt dat flexibele aansluitingen de versterkingen van het netwerk in de aangeduide gebieden niet vertragen;
flexibeleaansluitovereenkomsten op basis van vastgestelde criteria worden omgezet in vasteaansluitovereenkomsten zodra de ontwikkeling van het netwerk is voltooid, en
voor gebieden waar de regulerende instantie, of een andere bevoegde instantie indien een lidstaat hierin voorziet, van mening is dat netwerkontwikkeling niet de meest efficiënte oplossing is, in voorkomend geval flexibeleaansluitovereenkomsten als permanente oplossing mogelijk zijn, ook voor energieopslag.
de maximale vaste injectie in en afname van het net van elektriciteit, alsmede de aanvullende flexibele injectie- en afnamecapaciteit die gedurende het jaar per tijdblok kan worden aangesloten en gedifferentieerd;
de nettarieven die van toepassing zijn op zowel de vaste als de flexibele injectie- en afnamecapaciteit;
de overeengekomen looptijd van de flexibeleaansluitovereenkomst en de verwachte datum voor het toekennen van een aansluiting voor de gehele aangevraagde vaste capaciteit.
De systeemgebruiker met een flexibele aansluiting op het net moet een stroombeheersingssysteem installeren dat door een erkende certificeringsinstantie is gecertificeerd.
Artikel 7
Directe lijnen
De lidstaten nemen maatregelen om het mogelijk te maken dat:
alle op hun grondgebied gevestigde elektriciteitsproducenten en elektriciteitsleveranciers, hun eigen vestigingen, dochterondernemingen en afnemers via een directe lijn kunnen leveren zonder onderworpen te zijn aan onevenredige administratieve procedures of kosten;
alle individuele of collectieve afnemers die op hun grondgebied gevestigd zijn, via een directe lijn kunnen worden bevoorraad door elektriciteitsproducenten en elektriciteitsleveranciers.
Artikel 8
Vergunningsprocedure voor nieuwe capaciteit
De lidstaten stellen de criteria voor de verlening van bouwvergunningen voor productiecapaciteit op hun grondgebied vast. Bij het vaststellen van passende criteria houden de lidstaten rekening met:
de veiligheid en de zekerheid van het elektriciteitssysteem, de installaties en de bijbehorende uitrusting;
de bescherming van de volksgezondheid en de veiligheid;
de bescherming van het milieu;
ruimtelijke ordening en locatie;
gebruik van grond met een openbare bestemming;
energie-efficiëntie;
de aard van de primaire energiebronnen;
de bijzondere kenmerken van de aanvrager, zoals technische, economische en financiële capaciteit;
de naleving van de maatregelen die krachtens artikel 9 zijn genomen;
de bijdrage van de productiecapaciteit aan het bereiken van het algemene streefcijfer van de Unie van een aandeel energie uit hernieuwbare bronnen van minstens 32 % in het bruto eindverbruik van energie in de Unie in 2030 als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 );
de bijdrage van de productiecapaciteit aan het verminderen van emissies, en
de alternatieven voor de opbouw van nieuwe productiecapaciteit, zoals vraagresponsoplossingen en energieopslag.
De lidstaten kunnen richtsnoeren vaststellen voor deze specifieke vergunningsprocedure. Regulerende instanties of andere bevoegde nationale instanties, waaronder planningsinstanties, beoordelen deze richtsnoeren en kunnen wijzigingen daarvan voorstellen.
Indien lidstaten specifieke vergunningsprocedures voor grondgebruik hebben vastgesteld voor het starten van grote nieuwe infrastructuurprojecten voor productiecapaciteit, laten de lidstaten in voorkomend geval de bouw van nieuwe productiecapaciteit binnen het toepassingsgebied van deze procedures vallen en passen zij deze op niet-discriminerende wijze en binnen een passend tijdschema toe.
Artikel 9
Openbaredienstverplichtingen
HOOFDSTUK III
EMPOWERMENT EN BESCHERMING VAN DE CONSUMENT
Artikel 10
Contractuele basisrechten
Eindafnemers hebben recht op een contract met hun leverancier waarin zijn opgenomen:
de identiteit en het adres van de leverancier;
de geleverde diensten, de aangeboden kwaliteitsniveaus van de diensten en de benodigde tijd voor de eerste aansluiting;
de aangeboden soorten onderhoudsdiensten;
de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende tarieven, onderhoudskosten en gebundelde producten of diensten kan worden verkregen;
de duur van het contract, de voorwaarden voor verlenging en opzegging van het contract en diensten, met inbegrip van producten of diensten die gebundeld zijn met die diensten, en van het contract, en of kosteloze opzegging van het contract is toegestaan;
alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden indien de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van onnauwkeurige of te late facturering;
de methode voor het inleiden van een buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 26;
informatie over consumentenrechten, met inbegrip van informatie over klachtenbehandeling en alle in dit lid bedoelde informatie, welke duidelijk wordt meegedeeld op de factuur of de websites van het elektriciteitsbedrijf.
De contractuele voorwaarden zijn eerlijk en vooraf bekend. In ieder geval wordt deze informatie voorafgaand aan de sluiting of bevestiging van het contract verstrekt. Indien contracten door middel van intermediairs worden gesloten, wordt de in dit lid vastgelegde informatie eveneens voorafgaand aan de ondertekening van het contract verstrekt;
Eindafnemers ontvangen een in het oog springende samenvatting van de belangrijkste contractuele voorwaarden in beknopte en eenvoudige taal.
Artikel 11
Het recht op een elektriciteitsleveringscontract met een vaste looptijd en een vaste prijs en op een contract op basis van een dynamische elektriciteitsprijs
In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten een leverancier met meer dan 200 000 eindafnemers vrijstellen van de verplichting om elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs aan te bieden, wanneer:
de leverancier alleen dynamische-prijscontracten aanbiedt;
de vrijstelling geen negatieve gevolgen voor de mededinging heeft, en
de keuze aan elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs voldoende groot blijft voor de eindafnemers.
De lidstaten zorgen ervoor dat leveranciers de voorwaarden van elektriciteitsleveringscontracten met een vaste looptijd en een vaste prijs niet eenzijdig wijzigen en dergelijke contracten niet beëindigen voordat de termijn ervan is verstreken.
de totale prijs en de uitsplitsing ervan;
toelichting bij de prijs, met name of die vast, variabel of dynamisch is;
het e-mailadres van de leverancier en de details van een telefonische hulpdienst voor consumenten, en
in voorkomend geval, informatie over eenmalige betalingen, promoties, aanvullende diensten en kortingen.
De Commissie verstrekt in dat verband richtsnoeren.
monitoren de marktontwikkelingen en beoordelen de risico’s die de nieuwe producten en diensten met zich kunnen meebrengen, en pakken gevallen van misbruik aan;
nemen passende maatregelen wanneer overeenkomstig artikel 12, lid 3, ontoelaatbare opzegvergoedingen worden vastgesteld.
Artikel 12
Het recht om over te stappen en regels inzake overstapgerelateerde vergoedingen
Artikel 13
Aggregatiecontract
De lidstaten zorgen ervoor dat marktdeelnemers die aan aggregatie doen afnemers volledig informeren over de voorwaarden van de contracten die hun worden aangeboden.
Artikel 14
Vergelijkingsinstrumenten
De lidstaten zorgen ervoor dat op zijn minst huishoudelijke afnemers en micro-ondernemingen met een verwacht jaarlijks verbruik van minder dan 100 000 kWh gratis toegang hebben tot ten minste één instrument waarin het aanbod van de leveranciers wordt vergeleken, waaronder aanbiedingen voor contracten op basis van een dynamische elektriciteitsprijs. Afnemers worden geïnformeerd over de beschikbaarheid van dergelijke instrumenten, op of bij hun factuur of op een andere manier. De instrumenten voldoen aan ten minste de volgende vereisten:
ze zijn onafhankelijk van marktdeelnemers en waarborgen dat elektriciteitsbedrijven in zoekresultaten gelijk worden behandeld;
ze vermelden duidelijk wie de eigenaars zijn en welke natuurlijke of rechtspersoon het instrument beheert en controleert, alsook hoe de instrumenten worden gefinancierd;
ze hanteren duidelijke en objectieve criteria als basis voor de vergelijking, waaronder diensten, en vermelden deze;
ze maken gebruik van gewone en ondubbelzinnige bewoordingen;
ze geven nauwkeurige en geactualiseerde informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;
ze zijn toegankelijk voor personen met een handicap door waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust te zijn;
ze bieden een doeltreffende procedure om onjuiste informatie over gepubliceerde aanbiedingen te melden, en
ze voeren vergelijkingen uit waarbij de opgevraagde persoonlijke gegevens strikt beperkt blijft tot gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de vergelijking.
De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste één instrument de gehele markt bestrijkt. Indien de markt door verschillende instrumenten wordt bestreken, omvatten deze instrumenten een zo volledig mogelijke reeks elektriciteitsaanbiedingen die een significant deel van de markt bestrijken, en als met die instrumenten de markt niet volledig wordt bestreken, een duidelijke verklaring daarover, voordat de zoekresultaten worden getoond;
Artikel 15
Actieve afnemers
De lidstaten zorgen ervoor dat actieve afnemers:
het recht hebben hetzij rechtstreeks, hetzij via aggregatie op te treden;
het recht hebben door henzelf opgewekte elektriciteit te verkopen, ook door middel van stroomafnameovereenkomsten;
het recht hebben deel te nemen aan flexibiliteits- en energie-efficiëntieregelingen;
het recht hebben het beheer van de installaties die nodig zijn voor hun activiteiten aan een derde te delegeren, ook wat betreft de installatie, de exploitatie, de verwerking van gegevens en het onderhoud z waarbij de derde niet als actieve afnemer wordt beschouwd;
onderwerpen worden aan transparante en niet-discriminerende nettarieven die de kosten weerspiegelen, waarbij de elektriciteit die in het net wordt ingevoed en de elektriciteit die uit het net wordt verbruikt, apart worden verrekend overeenkomstig artikel 59, lid 9, van deze richtlijn en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/943, waarbij ervoor wordt gezorgd dat zij op een passende en evenwichtige wijze bijdragen aan het delen van de totale kosten van het systeem;
financieel verantwoordelijk zijn voor de onbalansen die zij in het elektriciteitssysteem veroorzaken; in dit verband zijn zij balanceringsverantwoordelijken of delegeren zij hun balanceringsverantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2019/943.
De lidstaten zorgen ervoor dat actieve afnemers met een energieopslagfaciliteit:
het recht hebben om binnen een redelijke termijn na de aanvraag een netaansluiting te krijgen, mits is voldaan aan alle noodzakelijke voorwaarden zoals balanceringsverantwoordelijkheid en een passend metersysteem;
geen dubbele tarieven aangerekend krijgen, waaronder nettarieven, voor opgeslagen elektriciteit op hun eigen terrein of als ze flexibiliteitsdiensten leveren aan systeembeheerders;
niet worden onderworpen aan onevenredige vergunningsvereisten of vergoedingen;
gelijktijdig verschillende diensten mogen verlenen, indien dit technisch mogelijk is.
Artikel 15 bis
Recht op energiedelen
alle communicatie over de regelingen voor energiedelen met andere betrokken entiteiten, zoals leveranciers en netwerkbeheerders, onder meer over aspecten die verband houden met de toepasselijke tarieven en kosten, belastingen of heffingen;
steun bij het beheer en het balanceren van flexibele verbruikers achter de meter, de gedistribueerde productie van hernieuwbare energie en opslagvoorzieningen als onderdeel van de regeling voor energiedelen;
het sluiten van contracten met actieve afnemers die deelnemen aan energiedelen en het opmaken van de betreffende facturen;
de installatie en exploitatie, met inbegrip van meting en onderhoud, van de productie- of opslagfaciliteit voor hernieuwbare energie.
De organisator van energiedelen of een andere derde partij kan eigenaar of beheerder zijn van een installatie voor opslag of productie van hernieuwbare energie tot 6 MW, zonder als actieve afnemer te worden beschouwd, behalve wanneer deze zelf als actieve afnemer aan het project inzake energiedelen deelneemt. De organisator van energiedelen verleent diensten op niet-discriminerende wijze en biedt transparante prijzen, tarieven en voorwaarden voor die diensten. Op de eerste alinea, punt c), van dit lid zijn de artikelen 10, 12 en 18 van toepassing. De lidstaten leggen het regelgevingskader voor de toepassing van dit lid vast.
de gedeelde elektriciteit die in het net wordt geïnjecteerd, mogen aftrekken van hun totale gemeten verbruik binnen een tijdsbestek dat niet langer is dan de onbalansverrekeningsperiode en onverminderd de toepasselijke niet-discriminerende belastingen, heffingen en nettarieven die de kosten weerspiegelen;
alle consumentenrechten en -verplichtingen genieten als eindafnemers op grond van deze richtlijn;
niet verplicht zijn te voldoen aan de verplichtingen van leveranciers indien hernieuwbare energie wordt gedeeld tussen huishoudens met een geïnstalleerde capaciteit tot 10,8 kW voor eenpersoonshuishoudens en tot 50 kW voor appartementsgebouwen;
toegang hebben tot vrijwillige modelcontracten met eerlijke en transparante voorwaarden voor overeenkomsten voor energiedelen;
in geval van conflicten over een overeenkomst voor energiedelen, overeenkomstig artikel 26 toegang hebben tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting met andere deelnemers aan de overeenkomst voor energiedelen;
niet oneerlijk of discriminerend worden behandeld door marktdeelnemers of hun balanceringsverantwoordelijken;
in kennis worden gesteld van de mogelijkheid van wijzigingen in biedzones overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2019/943 en van het feit dat het recht om hernieuwbare energie te delen beperkt is overeenkomstig lid 1 van dit artikel;
regelingen voor energiedelen melden aan de betrokken systeembeheerders en marktdeelnemers, waaronder de betrokken leveranciers, hetzij rechtstreeks, hetzij via een organisator van energiedelen.
De lidstaten kunnen de in de eerste alinea, punt c), bedoelde drempels als volgt aanpassen:
in het geval van eenpersoonshuishoudens kan de drempel worden verhoogd tot 30 kW;
in het geval van appartementsgebouwen kan de drempel worden verhoogd tot 100 kW of, in het geval van naar behoren gemotiveerde specifieke omstandigheden als gevolg van een kleinere gemiddelde omvang van de appartementsgebouwen, worden verlaagd tot een minimum van 40 kW.
de geïnstalleerde capaciteit van de productie-installatie in verband met de regeling voor energiedelen mag maximaal 6 MW bedragen;
het energiedelen geschiedt binnen een lokaal of beperkt geografisch gebied, zoals bepaald door de lidstaten.
minstens eenmaal per maand overeenkomstig artikel 23 meetgegevens in verband met de gedeelde elektriciteit monitoren, verzamelen, valideren en aan de betrokken eindafnemers en marktdeelnemers meedelen, en daartoe de nodige IT-systemen invoeren;
voorzien in een relevant contactpunt dat:
regelingen voor energiedelen registreert;
praktische informatie over energiedelen beschikbaar stelt;
informatie over meetpunten, veranderingen van locatie en deelname in ontvangst neemt, en
in voorkomend geval, op duidelijke en transparante wijze en tijdig berekeningsmethoden valideert.
Artikel 16
Energiegemeenschappen van burgers
De lidstaten voorzien in een ondersteunend regelgevingskader voor energiegemeenschappen van burgers waarbij ervoor wordt gezorgd dat:
de deelname aan een energiegemeenschap van burgers open en vrijwillig is;
de leden of aandeelhouders van een energiegemeenschap van burgers het recht hebben de gemeenschap te verlaten, in welk geval artikel 12 van toepassing is;
de leden of aandeelhouders van een energiegemeenschap van burgers hun rechten en verplichtingen als huishoudelijke afnemers of actieve afnemers niet verliezen;
de desbetreffende distributiesysteembeheerder tegen een compensatie die als billijk is beoordeeld door de regulerende instantie, met energiegemeenschappen van burgers samenwerkt om elektriciteitsoverdracht binnen energiegemeenschappen van burgers te faciliteren;
energiegemeenschappen van burgers worden onderworpen aan niet-discriminerende, eerlijke, evenredige en transparante procedures en tarieven, ook wat betreft registratie en het verlenen van vergunningen, en aan transparante en niet-discriminerende nettarieven die de kosten weerspiegelen in overeenstemming met artikel 18 van Verordening (EU) 2019/943, waarbij wordt gewaarborgd dat zij op voldoende en evenwichtige wijze bijdragen aan het delen van de totale kosten van het systeem.
De lidstaten mogen in het ondersteunend regelgevingskader bepalen dat energiegemeenschappen van burgers:
openstaan voor grensoverschrijdende deelname;
het recht hebben distributienetten te bezitten, op te richten, te kopen of te huren en deze op autonome wijze te beheren mits wordt voldaan aan de voorwaarden van lid 4 van dit artikel;
onderworpen zijn aan de ontheffingen als bepaald in artikel 38, lid 2.
De lidstaten zorgen ervoor dat energiegemeenschappen van burgers:
op niet-discriminerende wijze toegang kunnen hebben tot alle elektriciteitsmarkten, hetzij rechtstreeks, hetzij via aggregatie;
worden behandeld op een niet-discriminerende en evenredige wijze ten aanzien van hun activiteiten, rechten en verplichtingen als eindafnemers, producenten, leveranciers, distributiesysteembeheerders of marktdeelnemers die doen aan aggregatie;
financieel verantwoordelijk zijn voor de onbalansen die zij in het elektriciteitssysteem veroorzaken; in dit verband zijn zij balanceringsverantwoordelijken of delegeren zij hun balanceringsverantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2019/943;
wat betreft verbruik van zelfopgewekte elektriciteit worden energiegemeenschappen van burgers behandeld als actieve afnemers overeenkomstig artikel 15, lid 2, onder e);
het recht hebben binnen de energiegemeenschap van burgers te voorzien het delen van elektriciteit die is opgewekt door de productie-eenheden in bezit van de gemeenschap, mits aan de andere in dit artikel vastgelegde vereisten wordt voldaan en de rechten en verplichtingen van de leden van de gemeenschap als eindafnemers worden gehandhaafd.
Voor de toepassing van eerste alinea, onder e), als elektriciteit wordt gedeeld, gebeurt dat zonder afbreuk te doen aan geldende nettarieven, heffingen en vergoedingen, in overeenstemming met een transparante kosten-batenanalyse van gedistribueerde energiebronnen, uitgevoerd door de bevoegde nationale instantie.
De lidstaten kunnen besluiten om energiegemeenschappen van burgers het recht toe te kennen een distributienetten in hun dekkingsgebied te beheren en om de desbetreffende procedures vast te stellen, onverminderd hoofdstuk IV of andere regels en bepalingen die van toepassing zijn op distributiesysteembeheerders. Indien dat recht wordt toegekend, zorgen de lidstaten ervoor dat energiegemeenschappen van burgers:
het recht hebben een overeenkomst af te sluiten met de distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder waarop hun net is aangesloten, over het beheer van hun net;
worden onderworpen aan passende nettarieven bij de aansluitpunten tussen hun net en het distributienet buiten de energiegemeenschap van burgers en dat in dergelijke nettarieven apart rekening wordt gehouden met de elektriciteit die in het distributienet wordt ingevoed en de elektriciteit die vanuit het distributienet buiten de energiegemeenschap van burgers wordt verbruikt overeenkomstig artikel 59, lid 7;
afnemers die aangesloten blijven op het distributiesysteem niet discrimineren of schaden.
Artikel 17
Vraagrespons via aggregatie
De lidstaten zorgen ervoor dat hun desbetreffende regelgevingskader ten minste de volgende elementen bevat:
het recht voor iedere marktdeelnemer die aan aggregatie doet, met inbegrip van onafhankelijke aankoopgroeperingen, om tot de elektriciteitsmarkten toe te treden zonder toestemming van andere marktdeelnemers;
niet-discriminerende en transparante regels die alle elektriciteitsbedrijven en afnemers een duidelijke rol en verantwoordelijkheden toekennen;
niet-discriminerende en transparante regels en procedures voor de uitwisseling van gegevens tussen marktdeelnemers die aan aggregatie doen en andere elektriciteitsbedrijven die ervoor zorgen dat gemakkelijk toegang kan worden verkregen tot de gegevens op gelijkwaardige en niet-discriminerende voorwaarden, maar wel onder volledige bescherming van commercieel gevoelige gegevens en persoonsgegevens van afnemers;
een verplichting voor marktdeelnemers die aan aggregatie doen, om financieel verantwoordelijk te zijn voor de onbalansen die zij in het elektriciteitssysteem veroorzaken; in dat verband zijn zij balanceringsverantwoordelijken of delegeren zij hun balanceringsverantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2019/943;
erin voorzien dat eindafnemers die een contract met onafhankelijke aankoopgroeperingen hebben, niet te maken krijgen met buitensporige betalingen, sancties of andere buitensporige, door hun leveranciers opgelegde contractuele beperkingen;
een geschillenbeslechtingsmechanisme tussen marktdeelnemers die aan aggregatie doen en andere marktdeelnemers, met inbegrip van de verantwoordelijkheid voor onbalansen.
Artikel 18
Facturen en factureringsinformatie
Artikel 18 bis
Risicobeheer door de leverancier
over passende afdekkingsstrategieën beschikken en deze uitvoeren om het risico van veranderingen in de elektriciteitsvoorziening op de groothandelsmarkt voor de economische levensvatbaarheid van hun contracten met afnemers te beperken, waarbij de liquiditeit op en de prijssignalen van kortetermijnmarkten in stand worden gehouden;
alle redelijke maatregelen treffen om hun risico op een onderbreking van de levering te beperken.
Artikel 19
Slimme-metersystemen
Voor de toepassing van dit lid betekent „aanvang van de werkzaamheden” hetzij de start van de bouwwerkzaamheden, hetzij de eerste vaste toezegging om uitrusting te bestellen, hetzij een andere toezegging die de investering onomkeerbaar maakt, naargelang wat als eerste plaatsvindt. De aanknoop van gronden en voorbereidende werkzaamheden zoals het verkrijgen van vergunningen en de uitvoering van voorbereidende haalbaarheidsstudies worden niet als aanvang van de werkzaamheden beschouwd. Bij overnames is de aanvang van de werkzaamheden het tijdstip van de verwerving van de activa die rechtstreeks met de overgenomen vestiging verband houden.
Artikel 20
Functionaliteiten van slimme-metersystemen
Wanneer de invoering van slimme-metersystemen positief worden beoordeeld als uitkomst van een kostenbatenanalyse als bedoeld in artikel 19, lid 2, of systematisch worden ingevoerd na 4 juli 2019, voeren de lidstaten slimme-metersystemen in overeenkomstig de Europese normen, bijlage II, en overeenkomstig de volgende vereisten:
de slimme-metersystemen meten het feitelijke elektriciteitsverbruik nauwkeurig en zijn in staat de eindafnemers informatie over het werkelijke tijdstip van het verbruik te verschaffen. Gevalideerde gegevens over eerder verbruik moeten op verzoek op beveiligde wijze en zonder extra kosten gemakkelijk beschikbaar worden gemaakt en worden gevisualiseerd. Niet-gevalideerde gegevens over het verbruik in bijna-realtime worden eveneens op beveiligde wijze en zonder extra kosten gemakkelijk beschikbaar gemaakt voor de eindafnemers, door middel van een gestandaardiseerde interface of door toegang op afstand, ter ondersteuning van geautomatiseerde energie-efficiëntieprogramma's, vraagrespons en andere diensten;
de beveiliging van slimme-metersystemen en datacommunicatie voldoet de relevante beveiligingsregels van de Unie, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de beste beschikbare technieken om te zorgen voor het hoogste niveau van bescherming van de cyberveiligheid en rekening houdend met de kosten en het evenredigheidsbeginsel;
de persoonlijke levenssfeer van eindafnemers en de bescherming van hun gegevens voldoen aan de relevante regels van de Unie inzake gegevensbescherming en persoonlijke levenssfeer;
meterbeheerders zorgen ervoor dat de meters van actieve afnemers die elektriciteit in het net invoeden rekening kunnen houden met de elektriciteit die aan het net wordt geleverd vanaf het terrein van de actieve afnemer;
op verzoek van de eindafnemer worden hem de gegevens betreffende de elektriciteit die in het net wordt ingevoed en de gegevens omtrent hun elektriciteitsverbruik ter beschikking gesteld, overeenkomstig de op grond van artikel 24 vastgestelde uitvoeringshandeling, door middel van een gestandaardiseerde communicatie-interface of door toegang op afstand, of aan een derde partij die namens hem optreedt, in een gemakkelijk te begrijpen formaat, waardoor zij aanbiedingen kunnen vergelijken op basis van gelijke basis;
de eindafnemer krijgt passend advies en informatie voorafgaand aan of op het moment dat de slimme meters worden geïnstalleerd, met name over hun volle potentieel ten aanzien van het meterstandbeheer en de monitoring van het energieverbruik, en over de verzameling en verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig de geldende gegevensbeschermingsvoorschriften van de Unie;
slimme-metersystemen maken het de eindafnemers mogelijk dat hun meter wordt afgelezen en hun rekening wordt vereffend binnen dezelfde tijdresolutie als de termijn voor onbalansverrekening op de nationale markt.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder e), worden eindafnemers in de gelegenheid gesteld hun meetgegevens op te zoeken of zonder extra kosten door te sturen naar derden en in overeenstemming met hun bij de gegevensbeschermingsregels van de Unie verleende recht op gegevensoverdraagbaarheid.
Artikel 21
Recht op een slimme meter
Indien de invoering van slimme-metersystemen negatief is beoordeeld als gevolg van de in artikel 19, lid 2, bedoelde kostenbatenanalyse, en indien slimme-metersystemen niet systematisch worden ingevoerd, zorgen de lidstaten ervoor dat elke eindafnemer op verzoek en onder eerlijke, redelijke en kostenefficiënte voorwaarden het recht heeft op de installatie, of, in voorkomend geval, de upgrade, van een slimme meter — waarvan de extra kosten voor zijn rekening komen — die:
indien technisch mogelijk, uitgerust is met functionaliteiten als bedoeld in artikel 20, of met een minimumreeks functionaliteiten die door de lidstaten op nationaal niveau en overeenkomstig bijlage II moet worden vastgesteld en gepubliceerd;
interoperabel is en in staat is de gewenste connectiviteit van de meterinfrastructuur met consumenten-energiebeheersystemen te leveren in bijna-realtime.
In het kader van het verzoek van een afnemer op grond van lid 1, zorgen de lidstaten, of, als een lidstaat dat heeft bepaald, de aangewezen bevoegde instanties ervoor:
dat het aanbod aan de eindafnemer die om installatie van een slimme meter vraagt, expliciet vermeldt en duidelijk beschrijft:
welke functies en interoperabiliteit door de slimme meter kunnen worden ondersteund en welke diensten mogelijk zijn, alsmede welke voordelen, realistisch beschouwd, kunnen worden bereikt door die slimme meter op dat moment in de tijd te hebben;
of installatie gepaard gaat met door de eindafnemer te dragen kosten;
dat de slimme meter binnen een redelijke termijn en niet meer dan vier maanden na het verzoek van de afnemer wordt geïnstalleerd;
dat zij regelmatig, en ten minste elke twee jaar, de daarmee samenhangende kosten opnieuw bekijken en openbaar toegankelijk maken, en dat zij de ontwikkeling van die kosten als gevolg van technologische ontwikkelingen en mogelijke metersysteemupgrades volgen.
Artikel 22
Conventionele meters
Artikel 23
Gegevensbeheer
Ongeacht het gegevensbeheermodel dat in elke lidstaat wordt toegepast, verstrekken de partijen die verantwoordelijk zijn voor het gegevensbeheer aan elke in aanmerking komende partij toegang tot de gegevens van de eindafnemer in overeenstemming met lid 1. In aanmerking komende partijen kunnen op niet-discriminerende wijze en op hetzelfde moment beschikken over de gevraagde gegevens. De toegang tot gegevens is gemakkelijk en de betrokken procedures toegang tot gegevens te verkrijgen, worden openbaar gemaakt.
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn, geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679.
Onverminderd de taken van de functionarissen voor gegevensbescherming overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679, kunnen de lidstaten besluiten om van de partijen die verantwoordelijk zijn voor het gegevensbeheer te eisen dat nalevingsfunctionarissen worden benoemd die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de uitvoering van de maatregelen die door de betrokken partijen zijn genomen om te zorgen voor niet-discriminerende toegang tot gegevens en de naleving van de eisen van deze richtlijn.
De lidstaten kunnen de in artikel 35, lid 2, onder d), van deze richtlijn bedoelde nalevingsfunctionarissen of -instanties benoemen om aan de verplichtingen uit hoofde van dit lid te voldoen.
De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de vaststelling van de betrokken tarieven voor de toegang tot gegevens door de in aanmerking komende partijen.
De lidstaten of, indien een lidstaat dat zo heeft bepaald, de aangewezen regulerende instanties zorgen ervoor dat door gereguleerde entiteiten die gegevensdiensten verstrekken opgelegde tarieven redelijk en naar behoren verantwoord zijn.
Artikel 24
Interoperabiliteitsvoorschriften en procedures voor toegang tot gegevens
Artikel 25
Eén enkel contactpunt
Elke lidstaat voorziet in één enkel contactpunt waar de afnemers alle nodige informatie kunnen krijgen over hun rechten, het toepasselijk recht en de geschillenbeslechtingsmechanismen in geval van een geschil. Dergelijke contactpunten kunnen deel uitmaken van de algemene consumentenvoorlichtingsloketten.
Artikel 26
Recht op buitengerechtelijke geschillenbeslechting
Artikel 27
Universele dienstverlening
Artikel 27 bis
Noodleverancier
Artikel 28
Kwetsbare afnemers
Artikel 28 bis
Bescherming tegen afsluiting
Wanneer de lidstaten de Commissie in kennis stellen van hun bepalingen ter omzetting van deze richtlijn, lichten zij het verband toe tussen de eerste alinea en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten.
het bevorderen van vrijwillige regelingen voor leveranciers en afnemers om betalingsachterstanden bij afnemers te voorkomen en beheren. Die regelingen kunnen bestaan uit het ondersteunen van afnemers bij het beheer van hun energieverbruik en -kosten, waaronder het signaleren van ongewone hoge energiepieken of het verbruik in het winter- en het zomerseizoen, het aanbieden van passende flexibele betalingsregelingen, schuldadviesmaatregelen, het stimuleren om de meterstanden zelf af te lezen en betere communicatie met afnemers en ondersteunende instanties;
het bevorderen van de voorlichting en bewustmaking van afnemers over hun rechten met betrekking tot schuldbeheer;
het verlenen van toegang tot financiering, vouchers of subsidies als ondersteuning bij de betaling van de facturen;
het aanmoedigen en vergemakkelijken van het doorgeven van de meterstanden per trimester, of, indien nuttig, voor kortere factureringsperioden, in het geval van een systeem waarbij de eindafnemer de meterstanden regelmatig zelf moet aflezen, teneinde te voldoen aan de verplichtingen van punt 2, a) en b), van bijlage I met betrekking tot de frequentie van de facturering en de verstrekking van factureringsinformatie.
Artikel 29
Energiearmoede
Tijdens de beoordeling van het aantal huishoudens dat op grond van artikel 3, lid 3, onder d), van Verordening (EU) 2018/1999 kampt met energiearmoede, bepalen en publiceren de lidstaten een reeks criteria, bijvoorbeeld laag inkomen, hoge energie-uitgaven ten opzichte van het besteedbare inkomen en lage energie-efficiëntie.
De Commissie stelt in dit kader en in het kader van artikel 5, lid 5, richtsnoeren beschikbaar over de definitie van een „aanzienlijk aantal huishoudens dat kampt met energiearmoede”, uitgaande van de veronderstelling dat elk aandeel van huishoudens in energiearmoede als aanzienlijk beschouwd kan worden.
HOOFDSTUK IV
BEHEER VAN HET DISTRIBUTIESYSTEEM
Artikel 30
Aanwijzing van distributiesysteembeheerders
De lidstaten wijzen één of meer distributiesysteembeheerders aan, of verlangen van de bedrijven die eigenaar zijn van of verantwoordelijk zijn voor distributiesystemen, dat zij één of meer distributiesysteembeheerders aanwijzen voor een op grond van doelmatigheid en economisch evenwicht door de lidstaten te bepalen periode.
Artikel 31
Taken van distributiesysteembeheerders
De distributiesysteembeheerders verstrekken de systeemgebruikers transparante en duidelijke informatie over de status en behandeling van hun aansluitverzoeken. Zij verstrekken dergelijke informatie binnen drie maanden na de indiening van het verzoek. Zolang het aansluitverzoek niet is ingewilligd of niet definitief is afgewezen, actualiseren distributiesysteembeheerders die informatie regelmatig, en ten minste elk kwartaal.
De lidstaten moedigen geïntegreerde elektriciteitsbedrijven die minder dan 100 000 aangesloten afnemers bedienen, aan om de systeemgebruikers eenmaal per jaar de in lid 3 bedoelde informatie te verstrekken en bevorderen daartoe de samenwerking tussen distributiesysteembeheerders.
Artikel 32
Stimulansen voor het gebruik van flexibiliteit in distributienetwerken
Artikel 33
Integratie van elektromobiliteit in het elektriciteitsnet
In afwijking van lid 2 mogen de lidstaten toestaan dat distributiesysteembeheerders oplaadpunten voor elektrische voertuigen bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
andere partijen, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die is getoetst en goedgekeurd door de regulerende instantie, hebben geen recht verworven om oplaadpunten voor elektrische voertuigen te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn aanbieden;
de regulerende instantie heeft een voorafgaande toetsing verricht van de voorwaarden van de onder a) bedoelde aanbestedingsprocedure en heeft haar goedkeuring verleend;
de distributiesysteembeheerder exploiteert de oplaadpunten op basis van de toegang van derden overeenkomstig artikel 6, en hij discrimineert niet tussen systeemgebruikers of categorieën systeemgebruikers, en met name niet ten gunste van aan hem verwante bedrijven.
De regulerende instanties kunnen richtsnoeren of inkoopbepalingen opstellen om distributiesysteembeheerders te helpen billijke aanbestedingsprocedures te garanderen;
Artikel 34
Taken van distributiesysteembeheerders met betrekking tot gegevensbeheer
De lidstaten zorgen ervoor dat alle in aanmerking komende partijen onder duidelijke en gelijke voorwaarden niet-discriminerende toegang tot gegevens hebben, in overeenstemming met de desbetreffende gegevensbeschermingsregels. In lidstaten waar slimme-metersystemen zijn ingevoerd overeenkomstig artikel 19 en distributiesysteembeheerders betrokken zijn bij het gegevensbeheer, bevatten de in artikel 35, lid 2, onder d), vermelde nalevingsprogramma's specifieke maatregelen om discriminerende toegang tot gegevens van in aanmerking komende partijen uit te sluiten zoals bepaald in artikel 23. Indien distributiesysteembeheerders niet zijn onderworpen aan artikel 35, lid 1, 2 of 3, nemen de lidstaten alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat verticaal geïntegreerde bedrijven geen bevoorrechte toegang tot gegevens hebben voor de verstrekking van hun leveringsdiensten.
Artikel 35
Ontvlechting van distributiesysteembeheerders
Wanneer de distributiesysteembeheerder deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf, is hij, naast de vereisten zoals bedoeld in lid 1, met betrekking tot zijn organisatie en besluitvorming onafhankelijk van andere, niet met distributie samenhangende activiteiten. Om dit te bereiken, gelden de volgende minimumcriteria:
de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van distributiesysteembeheerder mogen niet deelnemen in bedrijfsstructuren van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie, transmissie of levering van elektriciteit;
er worden passende maatregelen genomen teneinde ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de distributiesysteembeheerders, zodat zij onafhankelijk kunnen functioneren;
de distributiesysteembeheerder beschikt over effectieve bevoegdheden om onafhankelijk van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor het beheer, het onderhoud of de ontwikkeling van het net. Om deze taken te vervullen beschikt de distributiesysteembeheerder over de nodige middelen, inclusief personele, technische, fysieke en financiële middelen. Dit zou geen beletsel mogen vormen voor passende coördinatieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de rechten van de moederonderneming op economisch toezicht en beheerstoezicht met betrekking tot het rendement van de investering, zoals indirect geregeld overeenkomstig artikel 59, lid 7, in een dochteronderneming beschermd worden. Hierdoor wordt de moederonderneming met name in staat gesteld het jaarlijkse financiële plan of enig equivalent instrument van de distributiesysteembeheerder goed te keuren en algemene limieten voor de schuldenlast van de dochteronderneming vast te stellen. Het biedt de moederonderneming echter niet de mogelijkheid instructies te geven met betrekking tot de dagelijkse bedrijfsvoering of individuele besluiten over de aanleg of de verbetering van distributielijnen, die niet verder gaan dan de voorwaarden van het goedgekeurde financiële plan of enig equivalent instrument, en
de distributiesysteembeheerder stelt een nalevingsprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag is uitgesloten, en zorgt ervoor dat de naleving daarvan op adequate wijze wordt gemonitord. Het nalevingsprogramma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of de instantie die belast is met de monitoring van het nalevingsprogramma, de nalevingsfunctionaris van de distributiesysteembeheerder, dient bij de in artikel 57, lid 1, bedoelde regulerende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden vermeld. Dit verslag wordt bekendgemaakt. De nalevingsfunctionaris van de distributiesysteembeheerder is volledig onafhankelijk en heeft toegang tot alle informatie van de distributiesysteembeheerder en eventuele verbonden ondernemingen die hij nodig heeft om zijn taken te vervullen.
Artikel 36
Eigendom van energieopslagfaciliteiten door distributiesysteembeheerders
In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten toestaan dat distributiesysteembeheerders energieopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren indien het gaat om volledig geïntegreerde netwerkcomponenten, en de regulerende instantie haar goedkeuring heeft verleend of indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
andere partijen, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die is getoetst en goedgekeurd door de regulerende instantie, hebben geen recht verworven om dergelijke faciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn aanbieden;
dergelijke faciliteiten zijn nodig voor de nakoming door de distributiesysteembeheerders van de krachtens deze richtlijn op hen rustende verplichtingen met betrekking tot een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het distributiesysteem en de faciliteiten worden niet gebruikt om elektriciteit op de elektriciteitsmarkten te kopen of te verkopen, en
de regulerende instantie heeft de noodzaak van een dergelijke afwijking beoordeeld, heeft de aanbestedingsprocedure, waaronder de voorwaarden van die aanbestedingsprocedure, geëvalueerd, en heeft haar goedkeuring verleend.
De regulerende instanties kunnen richtsnoeren of inkoopbepalingen opstellen om distributiesysteembeheerders te helpen billijke aanbestedingsprocedures te garanderen.
Lid 3 is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten of voor de gebruikelijke afschrijvingsperiode van nieuwe batterij-opslagfaciliteiten met een definitieve investeringsbeslissing vóór 4 juli 2019, op voorwaarde dat dergelijke batterij-opslagfaciliteiten:
uiterlijk twee jaar daarna met het netwerk verbonden zijn;
in het distributiesysteem zijn geïntegreerd;
uitsluitend worden gebruikt voor het reactief onmiddellijk herstellen van de veiligheid van het netwerk in noodgevallen, wanneer een dergelijk herstelmaatregel onmiddellijk van kracht wordt en wordt beëindigd zodra reguliere redispatching in staat is het probleem op te lossen, en
niet worden gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkten, met inbegrip van balanceringsmarkten.
Artikel 37
Vertrouwelijkheid voor distributiesysteembeheerders
Onverminderd artikel 55 of enige andere wettelijk vereiste tot het verstrekken van informatie, eerbiedigt de distributiesysteembeheerder de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens die hem bij zijn bedrijfsvoering ter kennis komen, en voorkomt hij dat informatie over zijn eigen activiteiten die commercieel voordeel kan opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven.
Artikel 38
Gesloten distributiesystemen
De lidstaten kunnen voorzien in regulerende instanties of andere bevoegde instanties om een systeem dat elektriciteit distribueert binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of een locatie met gedeelde diensten en dat niet, onverminderd lid 4, huishoudelijke afnemers van elektriciteit voorziet, als gesloten distributiesysteem aan te merken indien:
het beheer of het productieproces van de gebruikers van dat systeem om specifieke technische of veiligheidsredenen geïntegreerd is, of
het systeem primair elektriciteit distribueert aan de eigenaar of beheerder van het systeem of de daarmee verwante bedrijven.
Gesloten distributiesystemen worden voor de toepassing van deze richtlijn als distributiesystemen beschouwd. De lidstaten kunnen voorzien in regulerende instanties om de beheerder van een gesloten distributiesysteem te ontheffen van:
de vereiste van artikel 31, leden 5 en 7, om de energie die hij gebruikt om energieverliezen te dekken en in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in zijn systeem te voorzien, te kopen volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;
de vereiste van artikel 6, lid 1, dat tarieven of de methodes voor de berekening hiervan moeten overeenkomstig artikel 59, lid 1, worden goedgekeurd alvorens zij in werking treden;
de vereisten van artikel 32, lid 1, om flexibiliteitsdiensten te kopen en van artikel 32, lid 3, om het systeem van de exploitant te ontwikkelen op basis van netwerkontwikkelingsplannen;
de vereiste van artikel 33, lid 2, om geen oplaadpunten voor elektrische voertuigen te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, en
de vereiste van artikel 36, lid 1, om geen energieopslagfaciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren.
Artikel 39
Gecombineerd beheer
Artikel 35, lid 1, vormt geen beletsel voor een gecombineerd beheer van transmissie- en distributiesystemendoor een systeembeheerder, mits de beheerder voldoet aan de voorwaarden van artikel 43, lid 1, of van de artikelen 44 en 45, of van deel 3 van hoofdstuk VI, of dat de beheerder onder artikel 66, lid 3, valt.
HOOFDSTUK V
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN VAN TOEPASSING OP TRANSMISSIESYSTEEMBEHEERDERS
Artikel 40
Taken van transmissiesysteembeheerders
Elke transmissiesysteembeheerder heeft de volgende verantwoordelijkheden:
ervoor zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit en zorgen voor het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van veilige, betrouwbare en efficiënte transmissiesystemen, met inachtneming van het milieu, in nauwe samenwerking met aangrenzende transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders;
zorgen voor afdoende middelen om te voldoen aan zijn verplichtingen;
bijdragen tot de voorzieningszekerheid door te zorgen voor toereikende transmissiecapaciteit en betrouwbaarheid van het systeem;
het beheer van de elektriciteitsstromen op het systeem, waarbij hij rekening houdt met het elektriciteitsverkeer van en naar andere stelsels van systemen. Daartoe zorgt de transmissiesysteembeheerder voor een veilig, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitssysteem en ziet er in dit verband op toe dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn, waaronder op het gebied van vraagrespons en energieopslagfaciliteiten, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van andere transmissiesystemen waaraan zijn systeem gekoppeld is;
de beheerder van andere systemen waaraan zijn systeem is gekoppeld, voldoende informatie verschaffen om het zeker en efficiënt beheer, de gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het stelsel van systemen te waarborgen;
zich onthouden van discriminatie tussen systeemgebruikers of categorieën systeemgebruikers, met name van die ten gunste van verwante bedrijven;
de systeemgebruikers de informatie verstrekken die zij voor een efficiënte toegang tot het systeem nodig hebben;
het innen van congestielasten en betalingen in het kader van het vergoedingsmechanisme tussen transmissiesysteembeheerders overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EU) 2019/943, het verlenen en beheren van toegang van derden en het motiveren van besluiten tot een weigering van dergelijke toegang, onder toezicht van de regulerende instanties, en bij de uitvoering van hun werkzaamheden uit hoofde van dit artikel in de eerste plaats de integratie van de markt vergemakkelijken;
ondersteunende diensten kopen om de operationele veiligheid te waarborgen;
een kader voor de samenwerking en coördinatie tussen de regionale operationele centra vaststellen;
deelnemen aan de opstelling van de Europese en nationale hulpbrontoereikendheidsbeoordelingen op grond van hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2019/943;
de digitalisering van transmissiesystemen;
gegevensbeheer, met inbegrip van de ontwikkeling van systemen voor gegevensbeheer, cyberbeveiliging en gegevensbescherming, met inachtneming van de toepasselijke regels en onverminderd de bevoegdheden van andere instanties.
De transmissiesysteembeheerder die het transmissiesysteem bezit, voldoet aan de vereisten van hoofdstuk VI en wordt gecertificeerd overeenkomstig artikel 43. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor transmissiesysteembeheerders die in het kader van het model van de ontvlechting van eigendom, de onafhankelijke systeembeheerder of de onafhankelijke transmissiesysteembeheerders zijn gecertificeerd, om op hun initiatief en onder hun toezicht, bepaalde taken te delegeren aan andere transmissiesysteembeheerders die in het kader van het model van de ontvlechting van eigendom, de onafhankelijke systeembeheerder of de onafhankelijke transmissiesysteembeheerderzijn gecertificeerd, indien deze delegatie van taken de effectieve en onafhankelijke besluitvormingsbevoegdheden van de delegerende transmissiesysteembeheerder niet in het gedrang brengt.
Bij de uitvoering van de in lid 1, onder i), bedoelde taak koopt de transmissiesysteembeheerder balanceringsdiensten onder voorwaarde van:
transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;
de deelname van alle in aanmerking komende elektriciteitsbedrijven en marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), stellen regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders, in nauwe samenwerking met alle marktdeelnemers, technische vereisten op voor deelname aan deze markten op basis van de technische kenmerken van die markten.
Artikel 41
Vertrouwelijkheids- en transparantievereisten voor transmissiesysteembeheerders en eigenaars van transmissiesystemen
Artikel 42
Besluitvormingsbevoegdheden inzake de aansluiting van nieuwe productie-installaties en energieopslagfaciliteiten op het transmissiesysteem
De eerste alinea doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor transmissiesysteembeheerders om de gegarandeerde aansluitingscapaciteit te beperken of aansluitingen met operationele beperkingen aan te bieden, teneinde de economische efficiëntie van nieuwe productie-installaties of energieopslagfaciliteiten te waarborgen, mits dergelijke beperkingen zijn goedgekeurd door de regulerende instantie. De regulerende instantie zorgt ervoor dat eventuele beperkingen in de gegarandeerde aansluitingscapaciteit of operationele beperkingen worden ingesteld op basis van transparante en niet-discriminerende procedures en geen onnodige belemmeringen voor de markttoegang met zich meebrengen. Indien de productie-installatie of energieopslagfaciliteit de kosten draagt voor het garanderen van onbeperkte aansluiting gelden er geen beperkingen.
HOOFDSTUK VI
ONTVLECHTING VAN TRANSMISSIESYSTEEMBEHEERDERS
Artikel 43
Ontvlechting van eigendom van transmissiesystemen en van transmissiesysteembeheerders
De lidstaten zorgen ervoor dat:
elke onderneming die een transmissiesysteem bezit, handelt als een transmissiesysteembeheerder;
dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om:
direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of enig recht uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, of
direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of enig recht uit te oefenen over een bedrijf dat een van de functies van productie of levering uitvoert;
dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, van een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en om direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of enig recht uit te oefenen over een bedrijf dat een van de functies van productie of levering uitvoert, en
dezelfde persoon niet het recht heeft om lid te zijn van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, zowel van een bedrijf dat een van de functies van productie of levering uitvoert, als van een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem.
De in lid 1, onder b) en c), bedoelde rechten omvatten met name:
de bevoegdheid om stemrecht uit te oefenen;
de bevoegdheid om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen, of
het hebben van een meerderheidsaandeel.
In dat geval besluit de betrokken lidstaat:
een onafhankelijke systeembeheerder aan te wijzen overeenkomstig artikel 44, of
deel 3 na te leven.
Artikel 44
Onafhankelijke systeembeheerders
De regulerende instantie mag een onafhankelijke systeembeheerder goedkeuren en aanwijzen mits:
de kandidaat-beheerder heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorschriften van artikel 43, lid 1, onder b), c) en d);
de kandidaat-beheerder heeft aangetoond dat hij beschikt over de financiële, technische en fysieke middelen om de in artikel 40 omschreven taken uit te voeren;
de kandidaat-beheerder heeft toegezegd een tienjarig netontwikkelingsplan uit te voeren dat door de regulerende instantie wordt gemonitord;
de eigenaar van het transmissiesysteem heeft aangetoond dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van lid 5 kan nakomen. Daartoe stelt hij alle ontwerpen van contractuele regelingen ter beschikking van de kandidaat-beheerder en van alle andere betrokken entiteiten, en
de kandidaat-beheerder heeft aangetoond dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2019/943, kan nakomen, inclusief de samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders op Europees en regionaal niveau.
Indien een onafhankelijke systeembeheerder is aangewezen, zorgt de eigenaar van het transmissiesysteem voor:
de nodige samenwerking met en ondersteuning van de onafhankelijke systeembeheerder voor de uitvoering van zijn taken, inclusief meer bepaald alle toepasselijke informatie;
de financiering van door de onafhankelijke systeembeheerder geplande en door de regulerende instantie goedgekeurde investeringen, of stemt ermee in dat die investeringen door een belanghebbende partij, waaronder de onafhankelijke systeembeheerder, worden gefinancierd. De toepasselijke financiële regelingen worden goedgekeurd door de regulerende instantie. Alvorens deze goedkeuring te geven, raadpleegt de regulerende instantie de eigenaar van het transmissiesysteem samen met andere belanghebbende partijen;
de dekking van de aansprakelijkheid met betrekking tot de netactiva, met uitzondering van de aansprakelijkheid die verband houdt met de taken van de onafhankelijke systeembeheerder, en
waarborgen teneinde de financiering van netuitbreidingen te vergemakkelijken, met uitzondering van die investeringen waarvoor hij er op grond van punt b) mee heeft ingestemd dat zij door een belanghebbende partij, waaronder de onafhankelijke systeembeheerder, worden gefinancierd.
Artikel 45
Ontvlechting van eigenaars van transmissiesystemen
Teneinde de in lid 1 bedoelde onafhankelijkheid van de eigenaar van een transmissiesysteem te waarborgen, gelden de volgende minimumcriteria:
personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de eigenaar van een transmissiesysteem nemen niet deel in bedrijfsstructuren van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie, distributie en levering van elektriciteit;
er worden passende maatregelen genomen teneinde ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de eigenaar van een transmissiesysteem, zodat zij onafhankelijk kunnen functioneren, en
de eigenaar van een transmissiesysteem stelt een nalevingsprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag is uitgesloten, en zorgt ervoor dat de naleving daarvan op adequate wijze wordt gemonitord. Het nalevingsprogramma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstellingen. De persoon of de instantie die belast is met het toezicht op het nalevingsprogramma dient bij de regulerende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden vermeld. Dit verslag wordt bekendgemaakt.
Artikel 46
Activa, uitrusting, personeel en identiteit
Transmissiesysteembeheerders beschikken over alle menselijke, technische, fysieke en financiële middelen die nodig zijn om hun uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen na te komen en de werkzaamheden van transmissie van elektriciteit uit te voeren, met name:
de activa die nodig zijn voor de werkzaamheden van transmissie van elektriciteit, waaronder het transmissiesysteem, zijn eigendom van de transmissiesysteembeheerder;
het personeel dat nodig is voor de werkzaamheden van transmissie van elektriciteit, met inbegrip van de uitvoering van alle bedrijfstaken, is in dienst van de transmissiesysteembeheerder;
het is verboden personeel in te huren c.q. te verhuren en diensten te verrichten aan en vanuit andere onderdelen van een verticaal geïntegreerd bedrijf. Dit belet echter niet dat de transmissiesysteembeheerder diensten verricht ten behoeve van het verticaal geïntegreerd bedrijf, mits:
de verrichting van deze diensten geen discriminatie onder systeemgebruikers inhoudt, voor alle systeemgebruikers onder dezelfde voorwaarden beschikbaar is en geen beperking, verstoring of voorkoming van mededinging bij de productie of levering inhoudt, en
de voorwaarden van de verrichtingen van deze diensten door de regulerende instantie zijn goedgekeurd;
onverminderd de besluiten van het in artikel 49 bedoelde controleorgaan, worden passende financiële middelen voor toekomstige investeringsprojecten en/of voor de vervanging van de bestaande activa tijdig beschikbaar gesteld voor de transmissiesysteembeheerder door het verticaal geïntegreerde bedrijf, na een passend verzoek van de transmissiesysteembeheerder.
De werkzaamheden van transmissie van elektriciteit omvatten, naast de in artikel 40 genoemde, ten minste de volgende taken:
vertegenwoordiging van de transmissiesysteembeheerder en onderhoud van contacten met derde partijen en de regulerende instanties;
vertegenwoordiging van de transmissiesysteembeheerder binnen het ENTSB voor elektriciteit;
toewijzing en beheer van de toegang van derde partijen, zodanig dat niet gediscrimineerd wordt tussen systeemgebruikers of groepen van systeemgebruikers;
inning van alle heffingen in verband met het transmissiesysteem, inclusief toegangsheffingen, energie voor verliezen en heffingen voor ondersteunende diensten;
exploitatie, onderhoud en ontwikkeling van een veilig, efficiënt en economisch transmissiesysteem;
investeringsplanning zodat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag en de voorzieningszekerheid kan waarborgen;
oprichting van passende gemeenschappelijke ondernemingen, inclusief met een of meer transmissiesysteembeheerders, elektriciteitsbeurzen, en de andere relevante actoren bedoeld om regionale markten te creëren of het liberaliseringsproces te faciliteren, en
alle bedrijfsdiensten, waaronder juridische diensten, boekhouding en IT-diensten.
Artikel 47
Onafhankelijkheid van de transmissiesysteembeheerder
Onverminderd de besluiten van het in artikel 49 bedoelde controleorgaan:
beschikt de transmissiesysteembeheerder over effectieve bevoegdheden om onafhankelijk van het verticaal geïntegreerde bedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor het beheer, het onderhoud of de ontwikkeling van het transmissiesysteem, en
is de transmissiesysteembeheerder bevoegd geld te verwerven op de kapitaalmarkt, met name door leningen en kapitaalverhoging.
Artikel 48
Onafhankelijkheid van het personeel en van het beheer van de transmissiesysteembeheerder
De regulerende instantie mag tegen de in lid 1 bedoelde besluiten bezwaar aantekenen:
als er twijfel bestaat ten aanzien van de professionele onafhankelijkheid van een benoemd persoon die verantwoordelijk is voor het beheer en/of een lid van de bestuursorganen, of
in geval van een voortijdige beëindiging van de ambtstermijn, indien er twijfel is aan de terechtheid ervan.
De personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en/of de leden van de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder die niet onderworpen zijn aan het bepaalde in lid 3 mogen gedurende een tijdvak van ten minste zes maanden voor hun benoeming in het verticaal geïntegreerde bedrijf geen beheers- of andere relevante activiteit hebben uitgeoefend.
De eerste alinea van dit lid en de leden 4 tot en met 7 zijn van toepassing op alle personen die tot de algemene directie behoren en/of op alle personen die daaraan rechtstreeks rapporteren over aangelegenheden in verband met het beheer, het onderhoud of de ontwikkeling van het net.
Artikel 49
Controleorgaan
Artikel 48, lid 2, tweede alinea, onder b), is van toepassing op alle leden van het controleorgaan.
Artikel 50
Nalevingsprogramma en nalevingsfunctionaris
De nalevingsfunctionaris wordt belast met het:
monitoren van de uitvoering van het nalevingsprogramma;
opstellen van een jaarverslag met de maatregelen die zijn genomen om het nalevingsprogramma uit te voeren, en het voorleggen ervan aan de regulerende instantie;
verslag uitbrengen aan het controleorgaan en aanbevelingen doen over het nalevingsprogramma en de uitvoering ervan;
in kennis stellen van de regulerende instantie van elke aanzienlijke inbreuk bij de uitvoering van het nalevingsprogramma, en
verslag uitbrengen aan de regulerende instantie over de commerciële en financiële betrekkingen tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder.
De nalevingsfunctionaris mag alle vergaderingen bijwonen van het management of de bestuursorganen van de transmissiesysteembeheerder, en van het controleorgaan en de algemene vergadering. De nalevingsfunctionaris woont alle vergaderingen bij waarin de volgende punten op de agenda staan:
voorwaarden voor toegang tot het net als vastgelegd in Verordening (EU) 2019/943, met name wat betreft tarieven, toegangsdiensten aan derden, capaciteitstoewijzing, congestiebeheer, transparantie, ondersteunende diensten en secundaire markten;
projecten om het transmissiesysteem te beheren, te onderhouden en te ontwikkelen, inclusief investeringen voor interconnectie en aansluiting;
aankoop en verkoop van energie die nodig is voor het beheer van het transmissiesysteem.
Artikel 51
Netontwikkeling en bevoegdheden om investeringsbeslissingen te nemen
Het tienjarig netwerkontwikkelingsplan moet met name:
de marktdeelnemers meedelen wat de belangrijkste transmissie-infrastructuur is die de eerstvolgende tien jaar aangelegd of vernieuwd moet worden;
alle investeringen bevatten waartoe reeds besloten is en aangeven welke nieuwe investeringen de eerstkomende drie jaar gedaan moeten worden, en
een tijdschema bevatten voor alle investeringsprojecten.
De bevoegde nationale instanties onderzoeken de consistentie van het tienjarige netontwikkelingsplan met het overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 ingediende nationale energie- en klimaatplan.
Ingeval de transmissiesysteembeheerder om andere dan dwingende redenen buiten zijn macht een investering die uit hoofde van het tienjarige netontwikkelingsplan in de eerstvolgende drie jaar uitgevoerd had moeten worden, niet uitvoert, zorgen de lidstaten ervoor dat de regulerende instantie ten minste een van de volgende maatregelen moet nemen opdat de investering in kwestie wordt gedaan indien zulke investering in het licht van het meest recente tienjarige netontwikkelingsplan nog relevant is:
eisen dat de transmissiesysteembeheerder de investering in kwestie uitvoert;
voor de investering in kwestie een aanbestedingsprocedure organiseren die openstaat voor alle investeerders, of
de transmissiesysteembeheerder verplichten in te stemmen met een kapitaalverhoging om de nodige investeringen te financieren en onafhankelijke investeerders de mogelijkheid te geven deel te nemen in het kapitaal.
Indien de regulerende instantie gebruik heeft gemaakt van haar in lid 7, onder b), genoemde bevoegdheden, kan zij de transmissiesysteembeheerder verplichten in te stemmen met:
financiering door een derde partij;
bouw door een derde partij;
opbouw van de betrokken activa zelf, of
beheer exploitatie van het betrokken actief zelf.
De transmissiesysteembeheerder verstrekt de investeerders alle nodige gegevens om de investeringen te verrichten, sluit nieuwe activa aan op het transmissienet en stelt algemeen gesproken alles in het werk om de uitvoering van het investeringsproject te vergemakkelijken.
De toepasselijke financieringsregelingen moeten worden goedgekeurd door de regulerende instantie.
Artikel 52
Aanwijzing en certificering van transmissiesysteembeheerders
De regulerende instanties zien erop toe dat de transmissiesysteembeheerders de eisen van artikel 43 permanent naleven. Zij starten een certificeringsprocedure op om bedoelde naleving te waarborgen:
wanneer zij een kennisgeving van de transmissiesysteembeheerder op grond van lid 2 ontvangen;
op eigen initiatief wanneer zij er kennis van hebben dat een geplande wijziging van rechten of invloed over transmissiesysteemeigenaars of -beheerders kan leiden tot een inbreuk op artikel 43, of wanneer zij redenen hebben om aan te nemen dat een dergelijke inbreuk heeft plaatsgevonden, of
op een gemotiveerd verzoek van de Commissie.
Artikel 53
Certificering met betrekking tot derde landen
De regulerende instantie stelt de Commissie tevens onverwijld in kennis van omstandigheden die ertoe zouden leiden dat een persoon of personen uit een of meer derde landen zeggenschap verkrijgen over een transmissiesysteem of een transmissiesysteembeheerder.
De regulerende instantie neemt binnen vier maanden na de datum van kennisgeving door de transmissiesysteembeheerder een ontwerpbesluit over de certificering van een transmissiesysteembeheerder. De instantie weigert de certificering indien niet is aangetoond:
dat de entiteit in kwestie voldoet aan de vereisten van artikel 43, en
ten overstaan van de regulerende instantie of een andere bevoegde nationale instantie, aangewezen door de lidstaat die de certificering toekent, dat het toekennen van de certificering geen bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de lidstaat en de Unie. Bij het beraad over deze vraag houdt de regulerende instantie of de andere bevoegde nationale instantie rekening met:
de rechten en verplichtingen die de Unie heeft met betrekking tot het betrokken derde land uit hoofde van het internationaal recht, met inbegrip van een overeenkomst die is gesloten met een of meer derde landen waarbij de Unie partij is en waarin energievoorzieningszekerheid aan bod komt;
de rechten en verplichtingen die de lidstaat heeft ten aanzien van het betrokken derde land uit hoofde van overeenkomsten met deze derde landen, voor zover zij stroken met het recht van de Unie, en
andere specifieke feiten en omstandigheden van het betrokken geval en het betrokken derde land.
De lidstaten bepalen dat de regulerende instantie of de aangewezen bevoegde instantie, bedoeld in lid 3, onder b), alvorens de regulerende instantie een besluit neemt over de certificering, bij de Commissie advies moeten inwinnen over:
dat de entiteit in kwestie voldoet aan de vereisten van artikel 43, en
de vraag of het toekennen van de certificering geen bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de Unie.
Wanneer de Commissie haar advies opstelt, mag zij om de standpunten van ACER verzoeken, de betrokken lidstaat en belanghebbenden. De periode van twee maanden wordt in geval van dergelijke vraag van de Commissie met twee maanden verlengd.
Als de Commissie niet binnen de in de eerste en tweede alinea bedoelde termijn advies uitbrengt, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het besluit van de regulerende instantie.
Wanneer zij beoordeelt of zeggenschap door een persoon of personen uit een of meer derde landen een bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de Unie, houdt de Commissie rekening met:
de specifieke feiten van het betrokken geval en het betrokken derde land of de betrokken derde landen, en
de rechten en verplichtingen van de Unie met betrekking tot dat derde land of die derde landen uit hoofde van het internationaal recht, met inbegrip van een overeenkomst die is gesloten met een of meer derde landen waarbij de Unie partij is en waarin de voorzieningszekerheid aan bod komt.
Artikel 54
Eigendom van energieopslagfaciliteiten door transmissiesysteembeheerders
In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten toestaan dat transmissiesysteembeheerders energieopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren indien het gaat om volledig geïntegreerde netwerkcomponenten, mits de regulerende instantie haar goedkeuring heeft verleend of aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
andere partijen hebben, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die is getoetst en goedgekeurd door de regulerende instantie, geen recht verworven om dergelijke faciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn verrichten;
dergelijke faciliteiten of niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten zijn nodig voor de nakoming door de transmissiesysteembeheerders van de krachtens deze richtlijn op hen rustende verplichtingen met betrekking tot een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het transmissiesysteem en worden niet gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkten, en
de regulerende instantie heeft de noodzaak van een dergelijke afwijking beoordeeld, heeft de toepasselijkheid van de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van de voorwaarden van de aanbestedingsprocedure, vooraf geëvalueerd, en heeft haar goedkeuring verleend.
De regulerende instanties kunnen richtsnoeren of aanbestedingsclausules opstellen om transmissiesysteembeheerders te helpen billijke aanbestedingsprocedures te garanderen.
Lid 4 is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten of voor de gebruikelijke afschrijvingsperiode van nieuwe batterij-opslagfaciliteiten met een definitieve investeringsbeslissing vóór 2024, op voorwaarde dat dergelijke batterij-opslagfaciliteiten:
uiterlijk twee jaar daarna met het netwerk zijn verbonden;
in het transmissiesysteem zijn geïntegreerd;
uitsluitend worden gebruikt voor het reactief onmiddellijk herstellen van de veiligheid van het netwerk in noodgevallen, wanneer een dergelijke herstelmaatregel direct van kracht wordt en wordt beëindigd zodra reguliere redispatching in staat is het probleem op te lossen, en
niet worden gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkten, met inbegrip van balanceringsmarkten.
Artikel 55
Recht op inzage van de boekhouding
Artikel 56
Ontvlechting van de boekhouding
Bedrijven die niet bij wet verplicht zijn hun jaarrekening te publiceren, dienen op hun hoofdkantoor een kopie daarvan ter beschikking van het publiek te houden.
HOOFDSTUK VII
REGULERENDE INSTANTIES
Artikel 57
Aanwijzing en onafhankelijkheid van regulerende instanties
De lidstaten waarborgen de onafhankelijkheid van de regulerende instantie en zorgen ervoor dat zij haar bevoegdheid op onpartijdige en transparante wijze uitoefent. Te dien einde waken de lidstaten erover dat de regulerende instantie, bij de uitvoering van de reguleringstaken die haar bij deze richtlijn en de aanverwante wetgeving zijn opgelegd:
juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van andere publieke of particuliere entiteiten;
ervoor zorgt dat haar personeel en de personen die belast zijn met haar beheer:
onafhankelijk zijn van marktbelangen, en
bij het verrichten van de reguleringstaken geen directe instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere publieke of particuliere entiteiten. Eventuele nauwe samenwerking met andere bevoegde nationale instanties of de toepassing van algemene beleidsrichtsnoeren van de overheid die geen verband houden met de in artikel 59 genoemde reguleringstaken, worden door dit voorschrift onverlet gelaten.
Om de onafhankelijkheid van de regulerende instantie te beschermen, waken de lidstaten er met name over dat:
de regulerende instantie zelfstandig besluiten kan nemen, onafhankelijk van enig politiek orgaan;
de regulerende instantie beschikt over alle benodigde personele en financiële middelen om haar taken en bevoegdheden op doeltreffende en efficiënte wijze uit te voeren;
de regulerende instantie een afzonderlijke jaarlijkse begrotingstoewijzing en autonomie bij de uitvoering van de toegewezen begroting heeft;
de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende instantie, worden aangesteld voor een vaste termijn van vijf tot zeven jaar, die eenmaal kan worden verlengd;
de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende instantie, worden aangesteld op grond van objectieve, transparante en bekendgemaakte criteria, volgens een onafhankelijke en onpartijdige procedure, waarmee wordt gegarandeerd dat de kandidaten voor de relevante positie in de regulerende instantie over de vereiste vaardigheden en ervaring beschikken;
bepalingen inzake belangenconflicten worden vastgesteld en de vertrouwelijkheidsverplichtingen zich over een periode uitstrekken die het einde van het mandaat van de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, het einde van het mandaat van de hogere leiding van de regulerende instantie, overschrijdt;
de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende instantie, uitsluitend op basis van geldende transparante criteria kunnen worden ontslagen.
In verband met punt d) van de eerste alinea, voorzien de lidstaten in een adequaat roulatieschema voor het bestuur of de hogere leiding. De leden van het bestuur, of bij afwezigheid van een bestuur, de leden van de hogere leiding, mogen in die termijn uitsluitend van hun ambt worden ontheven als ze niet langer voldoen aan de in dit artikel omschreven voorwaarden of volgens het nationale recht schuldig zijn geweest aan wangedrag.
Artikel 58
Algemene doelstellingen van de regulerende instantie
Bij de uitvoering van de in deze richtlijn omschreven reguleringstaken neemt de regulerende instantie, in nauw overleg met de andere betrokken nationale instanties, waaronder de mededingingsautoriteiten, alsook instanties, met inbegrip van regulerende instanties, van naburige lidstaten en, in voorkomend geval, naburige derde landen, en zonder dat wordt geraakt aan hun bevoegdheden, alle redelijke maatregelen om de volgende doelstellingen te bereiken binnen het kader van haar taken en bevoegdheden zoals vastgesteld in artikel 59:
de bevordering, in nauwe samenwerking met de regulerende instanties van andere lidstaten, de Commissie en ACER, van een door concurrentie gekenmerkte, flexibele, zekere en vanuit milieuoogpunt duurzame interne markt voor elektriciteit binnen de Unie en van een daadwerkelijke openstelling van de markt voor alle afnemers en leveranciers in de Unie, en waarborging dat elektriciteitsnetten op een doeltreffende en betrouwbare manier werken, rekening houdend met doelstellingen op lange termijn;
de ontwikkeling van door concurrentie gekenmerkte en goed functionerende regionale, grensoverschrijdende markten binnen de Unie met het oog op het bereiken van de onder a) genoemde doelstelling;
het opheffen van alle beperkingen voor handel in elektriciteit tussen de lidstaten, inclusief de ontwikkeling van afdoende grensoverschrijdende transmissiecapaciteit om aan de vraag te voldoen en de integratie van nationale markten te versterken, hetgeen de elektriciteitsstromen in de Unie kan faciliteren;
bijdragen tot de ontwikkeling, op de meest kosteneffectieve manier, van veilige, betrouwbare en efficiënte niet-discriminerende systemen die klantgericht zijn, en de adequaatheid van systemen bevorderen alsmede, aansluitend bij de doelstellingen van het algemene energiebeleid, de energie-efficiëntie en de integratie van groot- en kleinschalige productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en gedistribueerde productie in transmissie- en distributienetwerken, alsook het beheer ervan met betrekking tot andere energienetwerken voor gas of warmte vergemakkelijken;
de toegang van nieuwe productiecapaciteit en energieopslagfaciliteiten tot het net vergemakkelijken, met name door de belemmeringen voor de toegang van nieuwkomers op de markt en van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen weg te nemen;
ervoor zorgen dat de systeembeheerders en -gebruikers de nodige stimulansen krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de efficiëntie, en met name de energie-efficiëntie, van netprestaties te verbeteren en de marktintegratie te versterken;
ervoor zorgen dat afnemers baat hebben bij een efficiënte werking van hun nationale markt, bevorderen van daadwerkelijke mededinging en bijdragen tot het waarborgen van een hoog niveau van consumentenbescherming in nauwe samenwerking met de desbetreffende consumentenbeschermingsautoriteiten;
bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van universele en van openbare dienstverlening bij het leveren van elektriciteit, tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de processen voor de uitwisseling van gegevens die nodig zijn voor de overstap van leverancier door de afnemer.
Artikel 59
Taken en bevoegdheden van de regulerende instanties
De regulerende instantie heeft de volgende taken:
vaststellen of goedkeuren, volgens transparante criteria, van transmissie- of distributietarieven of de berekeningsmethodes hiervoor of beide;
uitvoeren van de verplichtingen van artikel 3, artikel 5, lid 7, en de artikelen 14 tot en met 17, van Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 );
ervoor zorgen dat transmissie- en distributiesysteembeheerders, en in voorkomend geval de betrokken systeemeigenaars, alsmede alle elektriciteitsbedrijven en andere marktdeelnemers hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943, de op grond van de artikelen 59, 60 en 61 van Verordening (EU) 2019/943 vastgestelde netwerkcodes, en het andere toepasselijke recht van de Unie, waaronder wat betreft grensoverschrijdende kwesties, alsook de besluiten van ACER, naleven;
er in nauwe samenwerking met de andere regulerende instanties voor zorgen dat het overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie ( 14 ) opgerichte centrale toewijzingsplatform, het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943, de op grond van de artikelen 59, 60 en 61 van Verordening (EU) 2019/943 vastgestelde netwerkcodes en richtsnoeren, en ander toepasselijk Unierecht, onder meer wat betreft grensoverschrijdende kwesties, evenals de besluiten van ACER, naleven, en gezamenlijk de niet-naleving door het centrale toewijzingsplatform, het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit van hun respectieve verplichtingen vaststellen. Indien de regulerende instanties er niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken binnen een periode van vier maanden na het begin van de raadplegingen met het oog op de gezamenlijke vaststelling van niet-naleving, wordt de kwestie ingevolge artikel 6, lid 10, van Verordening (EU) 2019/942 voor een beslissing aan ACER voorgelegd;
goedkeuren van producten en aanbestedingsprocedures voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten;
uitvoeren van de op grond van de artikelen 59, 60 en 61 van Verordening (EU) 2019/943 vastgestelde netcodes en richtsnoeren door middel van nationale maatregelen of, in voorkomend geval, gecoördineerde regionale maatregelen of maatregelen op Unieniveau;
samenwerken in verband met grensoverschrijdende kwesties met de regulerende instantie of instanties van de betrokken lidstaten en met ACER, met name door deelname aan de werkzaamheden van de raad van regulators van ACER op grond van artikel 21 van Verordening (EU) 2019/942;
naleven en uitvoeren van alle relevante wettelijk bindende besluiten van de Commissie en ACER;
ervoor zorgen dat transmissiesysteembeheerders ingevolge artikel 16 van Verordening (EU) 2019/943 zo veel mogelijk interconnectorcapaciteit beschikbaar stellen;
op jaarlijkse basis verslag uitbrengen over haar activiteit en de uitvoering van haar taken aan de betrokken autoriteiten van de lidstaten, de Commissie en ACER, met inbegrip van de genomen maatregelen en behaalde resultaten voor elk van de in dit artikel genoemde taken;
erover waken dat geen sprake is van kruissubsidiëring tussen activiteiten met betrekking tot transmissie, distributie en levering of andere al dan niet op elektriciteitsgebied liggende activiteiten;
toezicht houden op de investeringsplannen van de transmissiesysteembeheerders en in haar jaarverslag de samenhang beoordelen tussen het investeringsplan van de transmissiesysteembeheerders en het Uniebreed netontwikkelingsplan; een dergelijke beoordeling kan aanbevelingen voor de wijziging van die investeringsplannen omvatten;
toezicht houden op en beoordelen van de prestaties van transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders met betrekking tot de ontwikkeling van een slim netwerk dat gericht is op energie-efficiëntie en de integratie van energie uit hernieuwbare bronnen op basis van een beperkte reeks indicatoren, en om de twee jaar een nationaal rapport publiceren met aanbevelingen;
vaststellen of goedkeuren van de normen en voorschriften van de kwaliteit van de diensten en van de levering of hier samen met andere bevoegde instanties toe bijdragen, en toezicht houden op de naleving en controleren van de eerdere resultaten van de regels inzake zekerheid en betrouwbaarheid van het net;
toezicht houden op het niveau van transparantie, met inbegrip van groothandelsprijzen, en waken over de naleving van de transparantieverplichtingen door de elektriciteitsbedrijven;
toezicht houden op het niveau en de doeltreffendheid van openstelling van de markt en de mededinging op groot- en kleinhandelsniveau, inclusief elektriciteitsbeurzen, prijzen voor huishoudelijke afnemers, inclusief systemen voor vooruitbetaling, de impact van contracten op basis van een dynamische elektriciteitsprijs en van het gebruik van slimme-metersystemen, overstapgraad, afsluitingsgraad, kosten en uitvoering van onderhoudsdiensten, het verband tussen huishoudelijke en groothandelsprijzen, de ontwikkeling van nettarieven en -vergoedingen, en klachten van huishoudelijke afnemers, alsmede toezicht houden op vervalsing of beperking van de mededinging, onder andere door toepasselijke informatie te verstrekken en relevante gevallen aan de betrokken mededingingsautoriteiten voor te leggen;
toezicht houden op het vóórkomen van restrictieve contractuele praktijken, met inbegrip van exclusiviteitsbepalingen, die afnemers kunnen weerhouden van of hen beperkingen kunnen opleggen met betrekking tot een keuze voor het gelijktijdig sluiten van overeenkomsten met meer dan een leverancier, en in voorkomend geval de nationale mededingingsautoriteiten van dergelijke praktijken in kennis stellen;
toezicht houden op de tijd die transmissie- en distributiesysteembeheerders nodig hebben om aansluitingen en herstellingen uit te voeren;
samen met andere betrokken instanties helpen waarborgen dat de maatregelen ter bescherming van de consument doeltreffend zijn en gehandhaafd worden;
publiceren van aanbevelingen, ten minste op jaarbasis, betreffende de conformiteit van de leveringsprijzen met artikel 5, en die aanbevelingen waar nodig aan de mededingingsautoriteiten doen toekomen;
waarborgen van de niet-discriminerende toegang tot de verbruiksgegevens van de afnemer, het verstrekken, voor facultatief gebruik, van een gemakkelijk te begrijpen geharmoniseerd formaat op nationaal niveau voor verbruiksgegevens en voor de onverwijlde toegang voor alle afnemers tot de gegevens op grond van de artikelen 23 en 24;
het toezicht op de uitvoering van regels met betrekking tot de rol en verantwoordelijkheden van de transmissiesysteembeheerders, distributiesysteembeheerders, leveranciers, afnemers en andere marktdeelnemers op grond van Verordening (EU) 2019/943;
monitoren van de investeringen in productie- en opslagcapaciteit met het oog op de voorzieningszekerheid;
toezicht houden op technische samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders van de Unie en transmissiesysteembeheerders van derde landen;
bijdragen tot de compatibiliteit van gegevensuitwisselingsprocessen voor de belangrijkste marktprocessen op regionaal niveau;
toezicht houden op de beschikbaarheid van vergelijkingsinstrumenten die aan de in artikel 14 vastgelegde vereisten voldoen;
uitoefenen van toezicht op het wegnemen van ongerechtvaardigde belemmeringen en beperkingen voor de ontwikkeling van het verbruik van zelfopgewekte elektriciteit, energiedelen, hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers, onder meer belemmeringen en beperkingen die de aansluiting van flexibele gedistribueerde energieproductie binnen een redelijke termijn overeenkomstig artikel 58, punt d), in de weg staan.
Bij de uitvoering van haar taken als bedoeld in lid 1, raadpleegt de regulerende instantie de transmissiesysteembeheerders en werkt zij eventueel nauw samen met andere betrokken nationale instanties, zonder daarbij afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid, onverminderd hun eigen specifieke bevoegdheid en overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving.
Goedkeuringen die uit hoofde van deze richtlijn door een regulerende instantie of ACER zijn verleend, doen geen afbreuk aan een naar behoren gemotiveerd toekomstig gebruik van de bevoegdheden waarover de regulerende instantie uit hoofde van dit artikel beschikt, noch aan eventuele sancties die door andere betrokken autoriteiten of de Commissie worden opgelegd.
De lidstaten zorgen ervoor dat de regulerende instanties de bevoegdheden krijgen die hen in staat stellen de hun overeenkomstig dit artikel toevertrouwde taken op een efficiënte en snelle wijze uit te voeren. Daartoe beschikt de regulerende instantie ten minste over de volgende bevoegdheden:
vaststellen van bindende besluiten voor elektriciteitsbedrijven;
onderzoeken uitvoeren naar de werking van de elektriciteitsmarkten en besluiten tot en opleggen van noodzakelijke en evenredige maatregelen om daadwerkelijke mededinging te bevorderen en de goede werking van de markt te waarborgen. In passende gevallen is de regulerende instantie ook bevoegd om samen te werken met de nationale mededingingsautoriteit en de regulators van de financiële markt of de Commissie in het kader van een onderzoek in verband met het mededingingsrecht;
opvragen bij elektriciteitsbedrijven van informatie die relevant is voor de uitvoering van haar taken, met inbegrip van verklaringen voor de weigering van toegang aan een derde partij en informatie over maatregelen die nodig zijn om het netwerk te versterken;
opleggen van effectieve, evenredige en afschrikkende sancties aan elektriciteitsbedrijven die hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, Verordening (EU) 2019/943 of enig toepasselijk wettelijk bindend besluit van de regulerende instantie of ACER niet naleven, of een bevoegde rechtbank voorstellen dergelijke sancties op te leggen. Daartoe behoort de bevoegdheid om aan de transmissiesysteembeheerder of het verticaal geïntegreerde bedrijf, naargelang het geval, sancties van maximaal 10 % van de jaaromzet van de transmissiesysteembeheerder of het verticaal geïntegreerde bedrijf op te leggen of voor te stellen deze op te leggen, wegens niet-naleving van hun respectieve verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, en
passende bevoegdheden om onderzoek uit te voeren en de nodige onderzoeksbevoegdheden met het oog op geschillenbeslechting krachtens artikel 60, leden 2 en 3.
Wanneer een onafhankelijke systeembeheerder is aangewezen uit hoofde van artikel 44, heeft de regulerende instantie naast de haar uit hoofde van de leden 1 en 3 van dit artikel toevertrouwde taken de volgende taken:
erop toezien dat de eigenaar van het transmissiesysteem en de onafhankelijke systeembeheerder hun verplichtingen uit hoofde dit artikel naleven, en sancties opleggen bij niet-naleving overeenkomstig lid 3, onder d);
toezien op de betrekkingen en de communicatie tussen de onafhankelijke systeembeheerder en de eigenaar van het transmissiesysteem, teneinde ervoor te zorgen dat de onafhankelijke systeembeheerder zijn verplichtingen naleeft, en in het bijzonder contracten goedkeuren en optreden als geschillenbeslechtingsinstantie tussen de onafhankelijke systeembeheerder en de eigenaar van het transmissiesysteem, ten aanzien van een klacht die door één van beide is ingediend op grond van artikel 60, lid 2;
onverminderd de procedure van artikel 44, lid 2, onder c), in het kader van het eerste tienjarige netontwikkelingsplan, zijn goedkeuring hechten aan de investeringsplanning en het meerjarige netontwikkelingsplan dat door de onafhankelijke systeembeheerder ten minste om de twee jaar wordt ingediend;
ervoor zorgen dat de door de onafhankelijke systeembeheerders aangerekende tarieven voor nettoegang een vergoeding omvatten voor neteigenaars, die voorziet in een adequate vergoeding voor netactiva en nieuwe investeringen daarin, mits die op economisch verantwoorde en efficiënte wijze zijn uitgevoerd;
inspecties uitvoeren, ook onaangekondigde, in de gebouwen van eigenaars van transmissiesystemen en van onafhankelijke systeembeheerders, en
toezicht op het gebruik van de congestielasten die door de onafhankelijke systeembeheerder worden aangerekend overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/943.
Naast de haar krachtens de leden 1 en 3 van dit artikel verleende taken en bevoegdheden worden aan de regulerende instantie, wanneer een transmissiesysteembeheerder is aangewezen overeenkomstig deel 3 van hoofdstuk VI, ten minste de volgende taken en bevoegdheden toegekend:
straffen opleggen overeenkomstig lid 3, onder d), wegens discriminerend gedrag ten gunste van een verticaal geïntegreerd bedrijf;
toezicht houden op de communicatie tussen de transmissiesysteembeheerder en het verticaal geïntegreerde bedrijf om ervoor te zorgen dat de transmissiesysteembeheerder zijn verplichtingen naleeft;
optreden als instantie voor het beslechten van geschillen die zich tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder kunnen voordoen naar aanleiding van krachtens artikel 60, lid 2, ingediende klachten;
toezien op de commerciële en financiële betrekkingen, waaronder leningen, tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder;
haar goedkeuring hechten aan alle commerciële en financiële overeenkomsten tussen het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder, mits deze in overeenstemming zijn met marktvoorwaarden;
het verticaal geïntegreerde bedrijf om een rechtvaardiging verzoeken na een melding door de nalevingsfunctionaris overeenkomstig artikel 50, lid 4; deze rechtvaardiging bevat met name bewijsmateriaal waaruit blijkt dat geen discriminerend gedrag ten voordele van het verticaal geïntegreerde bedrijf heeft plaatsgevonden;
inspecties, waaronder onaangekondigde, verrichten in de gebouwen van het verticaal geïntegreerde bedrijf en de transmissiesysteembeheerder, en
alle of welbepaalde taken van de transmissiesysteembeheerder aan een overeenkomstig artikel 44 aangewezen onafhankelijke systeembeheerder toevertrouwen in geval van voortdurende overtreding door de transmissiesysteembeheerder van diens verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, en met name in geval van herhaalde discriminerende gedragingen ten voordele van het verticaal geïntegreerde bedrijf.
Behalve in gevallen waarin ACER bevoegd is om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren, zijn de regulerende instanties bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen;
de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en
toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
Artikel 60
Beslissingen en klachten
Artikel 61
Regionale samenwerking tussen regulerende instanties in het kader van grensoverschrijdende kwesties
De regulerende instanties werken ten minste samen op regionaal niveau om:
de invoering van operationele regelingen te bevorderen, teneinde een optimaal beheer van het net mogelijk te maken, gemeenschappelijke elektriciteitsbeurzen en toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit te stimuleren, en een adequaat niveau van interconnectiecapaciteit, mede door nieuwe interconnectie, binnen de regio en tussen de regio's mogelijk te maken om de ontwikkeling van daadwerkelijke mededinging mogelijk te maken en de voorzieningszekerheid te verbeteren zonder tussen leveranciers uit verschillende lidstaten te discrimineren;
het gezamenlijke toezicht op entiteiten die functies op regionaal niveau uitvoeren, te coördineren;
het gezamenlijke toezicht op nationale, regionale en Uniebrede hulpbrontoereikendheidsbeoordelingen te coördineren in samenwerking met andere betrokken autoriteiten;
de ontwikkeling van alle netwerkcodes en richtsnoeren voor de relevante transmissiesysteembeheerders en andere marktdeelnemers te coördineren, en
de ontwikkeling van de regels inzake congestiebeheer te coördineren.
Artikel 62
Taken en bevoegdheden van regulerende instanties met betrekking tot regionale coördinatiecentra
De regionale regulerende instanties van de systeembeheerregio waar een regionaal coördinatiecentrum is gevestigd, hebben, in nauw overleg met elkaar, de volgende taken:
het voorstel voor de invoering van regionale coördinatiecentra zoals bedoeld in artikel 35, lid 1, van Verordening (EU) 2019/943 goedkeuren;
de kosten in verband met de activiteiten van de regionale coördinatiecentra goedkeuren, die moeten worden gedragen door de transmissiesysteembeheerders en moeten worden meegewogen in de berekening van tarieven, mits zij redelijk en passend zijn;
het op samenwerking gebaseerde besluitvormingsproces goedkeuren;
ervoor zorgen dat de regionale coördinatiecentra beschikken over alle menselijke, technische, fysieke en financiële middelen die nodig zijn om hun uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen na te komen en hun functies onafhankelijk en onpartijdig uit te voeren;
samen met andere regulerende instanties van een systeembeheerregio voorstellen doen voor eventuele door de lidstaten van de systeembeheerregio aan de regionale coördinatiecentra toe te kennen bijkomende taken en bevoegdheden;
zorgen voor naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn en ander toepasselijk recht van de Unie, met name met betrekking tot grensoverschrijdende kwesties, en gezamenlijk de niet-naleving door de regionale coördinatiecentra van hun respectievelijke verplichtingen vast te stellen; indien de regulerende instanties er niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken binnen een periode van vier maanden na het begin van de raadplegingen, wordt de kwestie krachtens artikel 6, lid 8, van Verordening (EU) 2019/942 voor een beslissing aan ACER voorgelegd.
toezicht houden op de uitoefening van de systeemcoördinatie en in dit verband jaarlijks verslag uitbrengen aan ACER, in overeenstemming met artikel 46 van Verordening (EU) 2019/943.
De lidstaten zorgen erover dat de regulerende instanties de bevoegdheden krijgen die hen in staat stellen de hun overeenkomstig lid 1 toevertrouwde taken op een efficiënte en snelle wijze uit te voeren. Daartoe beschikken de regulerende instanties ten minste over de volgende bevoegdheden:
het verzoeken om informatie van de regionale coördinatiecentra;
het uitvoeren van inspecties, ook onaangekondigde, in de gebouwen van de regionale coördinatiecentra;
het vaststellen van gemeenschappelijke bindende besluiten betreffende de regionale coördinatiecentra.
Artikel 63
Overeenstemming met de netcodes en richtsnoeren
Wanneer de Commissie besluit om de zaak verder te bestuderen, neemt zij binnen een termijn van maximaal vier maanden na dit besluit het definitieve besluit:
geen bezwaar te maken tegen het besluit van de regulerende instantie, of
van de desbetreffende regulerende instantie te eisen haar besluit te herroepen, wanneer zij van oordeel is dat het niet in overeenstemming is met netcodes en richtsnoeren.
Artikel 64
Bewaren van gegevens
HOOFDSTUK VIII
SLOTBEPALINGEN
Artikel 65
Gelijke mededingingsvoorwaarden
Artikel 66
Ontheffingen
Kleinschalige geïsoleerde systemen en Frankrijk kunnen, met het oog op Corsica, ook om ontheffing vragen van de artikelen 4, 5 en 6.
De Commissie stelt de lidstaten van dergelijke verzoeken in kennis alvorens een besluit te nemen, en houdt daarbij rekening met de eerbiediging van de vertrouwelijkheid.
Voor ultraperifere gebieden in de zin van artikel 349 VWEU, die niet met de elektriciteitsmarkten van de Unie onderling kunnen worden verbonden, is de ontheffing niet beperkt in de tijd en is ze onderworpen aan voorwaarden die ervoor moeten zorgen dat de omschakeling op hernieuwbare energie niet door wordt gehinderd door de ontheffing.
Besluiten om ontheffing te verlenen worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
Voor de toepassing van artikel 43, lid 1, onder b), omvat het begrip „bedrijf dat een van de functies van productie of levering verricht” niet eindafnemers die, rechtstreeks of via een onderneming waarover zij zeggenschap uitoefenen, hetzij individueel, hetzij gezamenlijk, een functie van productie en/of levering van elektriciteit uitvoeren, mits de eindafnemers, met inbegrip van hun deel van de elektriciteit die wordt geproduceerd in ondernemingen waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, gelet op het jaargemiddelde, nettoverbruiker van elektriciteit zijn en de economische waarde van de elektriciteit die zij aan derden verkopen onbeduidend is in verhouding tot hun overige bedrijfsactiviteiten.
In afwijking van artikel 54, lid 2, kunnen Estland, Letland en Litouwen hun transmissiesysteembeheerders en met transmissiesysteembeheerders verwante bedrijven toestaan energieopslagfaciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren en te exploiteren zonder een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure te volgen, en kunnen zij die energieopslagfaciliteiten toestaan elektriciteit te kopen of te verkopen op de balanceringsmarkten.
De in de eerste en tweede alinea bedoelde afwijkingen zijn van toepassing tot drie jaar na de toetreding van Estland, Letland en Litouwen tot de synchrone zone van continentaal Europa. Indien nodig om de voorzieningszekerheid te waarborgen, kan de Commissie de aanvankelijke periode van drie jaar met maximaal vijf jaar verlengen.
De in de eerste alinea bedoelde afwijking is van toepassing totdat het transmissiesysteem in Cyprus via interconnectie op de transmissiesystemen van andere lidstaten is aangesloten.
Artikel 66 bis
Toegang tot betaalbare energie tijdens een elektriciteitsprijscrisis
het bestaan van zeer hoge gemiddelde prijzen op de groothandelsmarkten voor elektriciteit — ten minste tweeënhalf maal zo hoog als de gemiddelde prijs van de voorgaande vijf jaar en ten minste 180 EUR/MWh — die naar verwachting minstens zes maanden zullen aanhouden, met dien verstande dat bij de berekening van de gemiddelde prijs van de voorgaande vijf jaar geen rekening wordt gehouden met de perioden waarin een regionale of Uniebrede elektriciteitsprijscrisis werd afgekondigd;
een sterke stijging van de detailhandelsprijzen voor elektriciteit van ongeveer 70 %, die naar verwachting minstens drie maanden zal aanhouden.
blijft beperkt tot 70 % van het verbruik van de begunstigde in dezelfde periode van het voorgaande jaar en blijft de begunstigde stimuleren om zijn vraag te verminderen;
voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, leden 4 en 7;
voldoet in voorkomend geval aan de voorwaarden van lid 7 van dit artikel;
wordt zodanig ingericht dat eventuele versnippering van de interne markt tot een minimum beperkt blijft.
de voor huishoudelijke afnemers vastgestelde prijs geldt slechts voor maximaal 80 % van het mediane verbruik van huishoudens en blijft huishoudens stimuleren om hun vraag te verminderen;
er is geen sprake van discriminatie tussen leveranciers;
alle leveranciers worden op transparante en niet-discriminerende wijze vergoed voor levering onder de kostprijs;
alle leveranciers kunnen op voet van gelijkheid voor de levering van elektriciteit een prijs aanbieden die lager ligt dan de kostprijs;
de voorgestelde maatregelen verstoren de interne elektriciteitsmarkt niet.
De Commissie beoordeelt en monitort voortdurend de gevolgen van de krachtens dit artikel vastgestelde maatregelen en maakt regelmatig de resultaten van die beoordelingen bekend.
Artikel 67
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 68
Comitéprocedure
Artikel 69
Monitoring, evaluatie en verslaglegging door de Commissie
Bij haar evaluatie beoordeelt de Commissie met name de kwaliteit van de dienstverlening aan de eindafnemers en gaat zij na of de afnemers, met name kwetsbare en energiearme afnemers, door deze richtlijn afdoende worden beschermd.
▼M2 —————
Artikel 71
Omzetting
De lidstaten doen echter de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk:
op 31 december 2019 aan artikel 70, punt 5, onder a), te voldoen;
op 25 oktober 2020 aan artikel 70, punt 4, te voldoen.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. De regels voor deze verwijzing en de formulering van deze vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.
Artikel 72
Intrekking
Richtlijn 2009/72/EG wordt met ingang van 1 januari 2021 ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III genoemde termijn voor omzetting in nationaal recht en de toepassingsdatum van de aldaar genoemde richtlijn.
Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.
Artikel 73
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 6, lid 1, artikel 7, leden 2 tot en met 5, artikel 8, lid 1, artikel 8, lid 2, onder a) tot en met i), en k), en artikel 8 leden 3 en 4, artikel 9, leden 1, 3, 4 en 5, artikel 10, leden 2 tot en met 10, de artikelen 25, 27, 30, 35 en 37, artikel 38, leden 1, 3 en 4, de artikelen 39, 41, 43, 44 en 45, artikel 46, lid 1, artikel 46, lid 2, onder a), b) en c), en e) tot en met h), artikel 46, leden 3 tot en met 6, de artikelen 47 tot en met 50, de artikelen 52, 53, 55, 56, 60, 64 en 65 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 70, punten 1 tot en met 3, punt 5, onder b), en punt 6, is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 70, punt 5, onder a), is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.
Artikel 70, punt 4, is van toepassing met ingang van 26 oktober 2020.
Artikel 74
Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
BIJLAGE I
MINIMUMVEREISTEN VOOR FACTURERING EN FACTURERINGSINFORMATIE
1. Minimumgegevens op de factuur en in de factureringsinformatie
1.1. Op zijn facturen, duidelijk onderscheiden van andere gedeelten van de factuur, wordt de eindafnemer duidelijk geattendeerd op de volgende essentiële informatie:
de te betalen prijs, en waar mogelijk een uitsplitsing van de prijs, samen met een duidelijke verklaring dat alle energiebronnen ook kunnen profiteren van stimuleringsmaatregelen die niet werden gefinancierd met heffingen die in de uitsplitsing van de prijs zijn aangegeven;
de dag waarop ede betaling verschuldigd is.
1.2. Op zijn facturen en in zijn factureringsinformatie, duidelijk onderscheiden van andere gedeelten van de factuur, wordt de eindafnemer duidelijk geattendeerd op de volgende essentiële informatie:
zijn elektriciteitsverbruik in de factureringsperiode;
de naam en contactgegevens van de leverancier, met inbegrip van een telefonische hulpdienst voor consumenten en het e-mailadres;
de tariefnaam;
de einddatum van het contract, indien van toepassing;
informatie over de mogelijkheid en de voordelen van overstappen;
de overstapcode of unieke identificatiecode van de eindafnemer voor zijn leveringspunt;
informatie over de rechten van de eindafnemers inzake buitengerechtelijke geschillenbeslechting met inbegrip van de contactgegevens van de entiteit die daarvoor verantwoordelijk is op grond van artikel 26;
het één enkele contactpunt als bedoeld in artikel 25;
een link of verwijzing naar de plaats waar een of meer vergelijkingsinstrumenten als bedoeld in artikel 14 te vinden zijn.
1.3 Indien facturen gebaseerd zijn op het daadwerkelijke verbruik of uitlezing op afstand door de exploitant wordt aan de eindafnemer op, bij of als verwijzing op zijn facturen of in periodieke afrekeningen de volgende informatie ter beschikking gesteld:
vergelijkingen van het huidige elektriciteitsverbruik van de eindafnemer met het verbruik van de eindafnemer over dezelfde periode van het voorgaande jaar, in grafiekvorm;
contactinformatie voor consumentenorganisaties, energieagentschappen of soortgelijke organen, met inbegrip van webadressen, waar informatie kan worden verkregen over de beschikbare maatregelen voor meer energie-efficiëntie voor energieverbruikende apparatuur;
vergelijkingen met een gemiddelde genormaliseerde of benchmark-eindafnemer van dezelfde verbruikerscategorie.
|
2. |
Frequentie van de facturering en verstrekking van factureringsinformatie:
a)
de facturering op basis van het daadwerkelijke verbruik vindt ten minste eenmaal per jaar plaats;
b)
indien een eindafnemer geen meter heeft die op afstand door de exploitant kan worden uitgelezen, of wanneer de eindafnemers er uit eigen beweging voor hebben gekozen de uitlezing op afstand te deactiveren overeenkomstig het nationaal recht, wordt aan hen ten minste eenmaal per zes maanden nauwkeurige factureringsinformatie beschikbaar gesteld op basis van het daadwerkelijke verbruik, of eenmaal per drie maanden wanneer daarom wordt verzocht of wanneer de eindafnemer heeft gekozen voor elektronische facturering;
c)
indien een eindafnemer geen meter heeft die op afstand door de exploitant kan worden uitgelezen, of wanneer de eindafnemers er uit eigen beweging voor hebben gekozen de uitlezing op afstand te deactiveren overeenkomstig het nationaal recht, kan aan de onder a) en b) bedoelde verplichtingen worden voldaan door middel van een systeem van regelmatig zelf uitlezen door de eindafnemer waarbij hij de gegevens van zijn meter meedeelt aan de exploitant; alleen indien de eindafnemer voor een bepaalde factureringsperiode geen metergegevens heeft verstrekt, wordt de facturering of de factureringsinformatie gebaseerd op het geschatte verbruik of op een vast tarief;
d)
indien een eindafnemer geen meter heeft die op afstand door de exploitant kan, wordt ten minste maandelijks nauwkeurige factureringsinformatie verstrekt op basis van het daadwerkelijke verbruik; dergelijke informatie kan ook via het internet beschikbaar worden gesteld, en wordt zo vaak bijgewerkt als de gebruikte meetapparatuur en -systemen toelaten. |
|
3. |
Uitsplitsing van de prijs voor de eindafnemer De prijs voor afnemers is gelijk aan de som van de volgende drie componenten: de component energie en levering, de netwerkcomponent (transmissie en distributie) en de component bestaande uit belastingen, heffingen, vergoedingen en kosten. Wanneer in facturen een uitsplitsing van de prijs voor eindafnemers wordt opgenomen, worden in de hele Unie de in Verordening (EU) 2016/1952 van het Europees Parlement en de Raad ( 15 ) vastgestelde gemeenschappelijke definities van de drie componenten van die uitsplitsing gebruikt. |
|
4. |
Toegang tot aanvullende informatie over het verbruiksverleden De lidstaten schrijven voor dat, voor zover er aanvullende gegevens over eerder verbruik beschikbaar zijn, deze op verzoek van de eindafnemer beschikbaar worden gesteld aan de door hem aangewezen leverancier of dienstverlener. Wanneer de eindafnemer een meter heeft die uitlezing op afstand door de exploitant toelaat, krijgt deze gemakkelijk toegang tot aanvullende informatie om zelf hun verbruiksverleden in detail te kunnen controleren. De aanvullende informatie over het verbruiksverleden omvat:
a)
cumulatieve gegevens over de periode van ten minste de drie voorgaande jaren of over de periode sinds de aanvang van het elektriciteitsleveringscontract, indien deze korter is. De gegevens hebben betrekking op de termijnen waarvoor frequente factureringsinformatie is verstrekt, en
b)
gedetailleerde gegevens over de verbruiksduur per dag, week, maand en jaar. Deze gegevens worden op het internet of op de meterinterface onverwijld ter beschikking gesteld van de eindafnemer en hebben betrekking op een periode van ten minste de voorgaande 24 maanden of de periode sinds de aanvang van het elektriciteitsleveringscontract, indien deze korter is. |
|
5. |
Verstrekking van informatie over energiebronnen Op facturen vermelden de leveranciers het aandeel van elke energiebron in de door de eindafnemer aangekochte elektriciteit in overeenstemming met zijn elektriciteitsleveringscontract (openbaarmaking van informatie op productniveau). De volgende informatie wordt aan de eindafnemer beschikbaar gesteld op, bij of als verwijzing op zijn facturen en in de factureringsinformatie:
a)
op een bevattelijke en gemakkelijk te vergelijken manier het aandeel van elke energiebron in de totale energiemix die de leverancier in het voorgaande jaar heeft gebruikt (op nationaal niveau, namelijk in de lidstaat waar het elektriciteitsleveringscontract is afgesloten, alsook op het niveau van de leverancier indien de leverancier in meerdere lidstaten actief is);
b)
informatie over de gevolgen voor het milieu, tenminste wat betreft CO2-emissies en radioactief afval van elektriciteit geproduceerd door de totale energiemix van de leverancier gedurende het voorafgaande jaar. In verband met punt a) van de tweede alinea kunnen, voor elektriciteit die is verkregen via een elektriciteitsbeurs of die is ingevoerd van een buiten de Unie gelegen bedrijf, door de elektriciteitsbeurs of het betrokken bedrijf verstrekte geaggregeerde cijfers over het voorgaande jaar worden gebruikt. Voor de verstrekking van informatie over elektriciteit uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling kan gebruikgemaakt worden van garanties van oorsprong op grond van artikel 14, lid 10, van Richtlijn 2012/27/EU. Voor de verstrekking van informatie over elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt gebruik gemaakt van garanties van oorsprong, behalve in de in artikel 19, lid 8, onder a) en b), van Richtlijn (EU) 2018/2001 bedoelde gevallen. De regulerende instantie of een andere bevoegde nationale instantie neemt de nodige stappen om ervoor te zorgen dat de op grond van dit punt door de leveranciers aan hun eindafnemers verstrekte informatie betrouwbaar is en op een duidelijk vergelijkbare wijze op nationaal niveau wordt verstrekt. |
BIJLAGE II
SLIMMEMETERSYSTEMEN
1. De lidstaten zorgen ervoor dat op hun grondgebied slimme-metersystemen worden ingevoerd die kunnen worden onderworpen aan een economische evaluatie op lange termijn van de kosten en baten voor de markt en de individuele consument of aan een onderzoek om te bepalen welke vorm van slimme-metersystemen vanuit economisch standpunt redelijk en kosteneffectief is en welke termijn haalbaar is voor de distributie ervan.
2. Bij een dergelijke evaluatie wordt rekening gehouden met de methode voor een kosten-batenanalyse en de minimumfunctionaliteiten voor slimme-metersystemen voorzien in Aanbeveling van de Commissie 2012/148/EU ( 16 ), alsook met de beste beschikbare technieken om het hoogste niveau van cyberbeveiliging en gegevensbescherming te garanderen.
3. Onder voorbehoud van deze evaluatie stellen de lidstaten of, wanneer een lidstaat dit zo heeft bepaald, de aangewezen bevoegde instantie een tijdschema van maximaal tien jaar op voor de invoering van slimme-metersystemen. Indien de ingebruikname van slimme-metersystemen positief wordt beoordeeld, wordt minstens 80 % van de eindafnemers voorzien van slimme meters binnen zeven jaar vanaf de datum van de positieve beoordeling of uiterlijk in 2024 voor die lidstaten die met de systematische invoering van slimme-metersystemen zijn gestart vóór 4 juli 2019.
BIJLAGE III
TERMIJNEN VOOR OMZETTING IN INTERN RECHT EN DATUM VAN TOEPASSING
(ALS BEDOELD IN ARTIKEL 72)
|
Richtlijn |
Uiterste termijn voor omzetting |
Datum van inwerkingtreding |
|
Richtlijn 2009/72/ EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55) |
3 maart 2011 |
3 september 2009 |
BIJLAGE IV
CONCORDANTIETABEL
|
Richtlijn 2009/72/EG |
Deze richtlijn |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
— |
Artikel 3 |
|
Artikel 33 en artikel 44 |
Artikel 4 |
|
— |
Artikel 5 |
|
Artikel 32 |
Artikel 6 |
|
Artikel 34 |
Artikel 7 |
|
Artikel 7 |
Artikel 8 |
|
Artikel 8 |
— |
|
Artikel 3, lid 1 |
Artikel 9, lid 1 |
|
Artikel 3, lid 2 |
Artikel 9, lid 2 |
|
Artikel 3, lid 6 |
Artikel 9, lid 3 |
|
Artikel 3, lid 15 |
Artikel 9, lid 4 |
|
Artikel 3, lid 14 |
Artikel 9, lid 5 |
|
Artikel 3, lid 16 |
— |
|
Artikel 3, lid 4 |
Artikel 10, lid 1 |
|
Bijlage I 1, onder a) |
Artikel 10, leden 2 en 3 |
|
Bijlage I 1, onder a) |
Artikel 10, lid 4 |
|
Bijlage I 1, onder a) |
Artikel 10, lid 5 |
|
Bijlage I 1, onder a) |
Artikel 10, leden 6 en 8 |
|
— |
Artikel 10, lid 7 |
|
Bijlage I 1, onder a) |
Artikel 10, lid 9 |
|
Bijlage I 1, onder a) |
Artikel 10, lid 10 |
|
Artikel 3, lid 7 |
Artikel 10, lid 11 |
|
Bijlage I 1, onder a) |
Artikel 10, lid 12 |
|
Artikel 3, lid 10 |
— |
|
Artikel 4 |
— |
|
Artikel 5 |
— |
|
Artikel 6 |
— |
|
— |
Artikel 11 |
|
Artikel 3, lid 5, punt a) en bijlage I.1, e) |
Artikel 12 |
|
— |
Artikel 13 |
|
— |
Artikel 14 |
|
— |
Artikel 15 |
|
— |
Artikel 16 |
|
— |
Artikel 17 |
|
— |
Artikel 18 |
|
Artikel 3, lid 11 |
Artikel 19, lid 1 |
|
— |
Artikel 19, leden 2 tot en met 6 |
|
— |
Artikel 20 |
|
— |
Artikel 21 |
|
— |
Artikel 22 |
|
— |
Artikel 23 |
|
— |
Artikel 24 |
|
Artikel 3, lid 12 |
Artikel 25 |
|
Artikel 3, lid 13 |
Artikel 26 |
|
Artikel 3, lid 3 |
Artikel 27 |
|
Artikel 3, lid 7 |
Artikel 28, lid 1 |
|
Artikel 3, lid 8 |
Artikel 28, lid 2 |
|
— |
Artikel 29 |
|
Artikel 24 |
Artikel 30 |
|
Artikel 25 |
Artikel 31 |
|
— |
Artikel 32 |
|
— |
Artikel 33 |
|
— |
Artikel 34 |
|
Artikel 26 |
Artikel 35 |
|
— |
Artikel 36 |
|
Artikel 27 |
Artikel 37 |
|
Artikel 28 |
Artikel 38 |
|
Artikel 29 |
Artikel 39 |
|
Artikel 12 |
Artikel 40, lid 1 |
|
— |
Artikel 40, leden 2 tot en met 8 |
|
Artikel 16 |
Artikel 41 |
|
Artikel 23 |
Artikel 42 |
|
Artikel 9 |
Artikel 43 |
|
Artikel 13 |
Artikel 44 |
|
Artikel 14 |
Artikel 45 |
|
Artikel 17 |
Artikel 46 |
|
Artikel 18 |
Artikel 47 |
|
Artikel 19 |
Artikel 48 |
|
Artikel 20 |
Artikel 49 |
|
Artikel 21 |
Artikel 50 |
|
Artikel 22 |
Artikel 51 |
|
Artikel 10 |
Artikel 52 |
|
Artikel 11 |
Artikel 53 |
|
— |
Artikel 54 |
|
Artikel 30 |
Artikel 55 |
|
Artikel 31 |
Artikel 56 |
|
Artikel 35 |
Artikel 57 |
|
Artikel 36 |
Artikel 58 |
|
Artikel 37, lid 1 |
Artikel 59, lid 1 |
|
Artikel 37, lid 2 |
Artikel 59, lid 2 |
|
Artikel 37, lid 4 |
Artikel 59, lid 3 |
|
— |
Artikel 59, lid 4 |
|
Artikel 37, lid 3 |
Artikel 59, lid 5 |
|
Artikel 37, lid 5 |
Artikel 59, lid 6 |
|
Artikel 37, lid 6 |
Artikel 59, lid 7 |
|
Artikel 37, lid 8 |
— |
|
Artikel 37, lid 7 |
Artikel 59, lid 8 |
|
— |
Artikel 59, lid 9 |
|
Artikel 37, lid 9 |
Artikel 59, lid 10 |
|
Artikel 37, lid 10 |
Artikel 60, lid 1 |
|
Artikel 37, lid 11 |
Artikel 60, lid 2 |
|
Artikel 37, lid 12 |
Artikel 60, lid 3 |
|
Artikel 37, lid 13 |
Artikel 60, lid 4 |
|
Artikel 37, lid 14 |
Artikel 60, lid 5 |
|
Artikel 37, lid 15 |
Artikel 60, lid 6 |
|
Artikel 37, lid 16 |
Artikel 60, lid 7 |
|
Artikel 37, lid 17 |
Artikel 60, lid 8 |
|
Artikel 38 |
Artikel 61 |
|
— |
Artikel 62 |
|
Artikel 39 |
Artikel 63 |
|
Artikel 40 |
Artikel 64 |
|
Artikel 42 |
— |
|
Artikel 43 |
Artikel 65 |
|
Artikel 44 |
Artikel 66 |
|
Artikel 45 |
— |
|
— |
Artikel 67 |
|
Artikel 46 |
Artikel 68 |
|
Artikel 47 |
Artikel 69 |
|
— |
Artikel 70 |
|
Artikel 49 |
Artikel 71 |
|
Artikel 48 |
Artikel 72 |
|
Artikel 50 |
Artikel 73 |
|
Artikel 51 |
Artikel 74 |
|
— |
Bijlage I, punten 1 tot en met 4 |
|
Artikel 3, lid 9 |
Bijlage I 5 |
|
Bijlage I 2 |
Bijlage II |
|
— |
Bijlage III |
|
— |
Bijlage IV |
( 1 ) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
( 2 ) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie van 17 december 2014 inzake de informatieverstrekking overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 6, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 363 van 18.12.2014, blz. 121).
( 3 ) Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (PB L 231 van 20.9.2023, blz. 1).
( 4 ) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
( 5 ) Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82).
( 6 ) Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).
( 7 ) Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).
( 8 ) Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).
( 9 ) Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (richtlijn ADR consumenten) (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 63).
( 10 ) Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (PB L 220 van 25.8.2017, blz. 1).
( 11 ) Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1).
( 12 ) Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46).
( 13 ) Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943 en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013 (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 45).
( 14 ) Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie van 26 september 2016 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing op de langere termijn (PB L 259 van 27.9.2016, blz. 42).
( 15 ) Verordening (EU) 2016/1952 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende Europese statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 2008/92/EG (PB L 311 van 17.11.2016, blz. 1).)
( 16 ) Aanbeveling 2012/148/EU van de Commissie van 9 maart 2012 inzake de voorbereiding van de uitrol van slimme metersystemen (PB L 73 van 13.3.2012, blz. 9).