02018R1861 — NL — 03.08.2021 — 002.002
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2018/1861 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 28 november 2018 (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 14) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2019/817 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 mei 2019 |
L 135 |
27 |
22.5.2019 |
|
|
VERORDENING (EU) 2021/1152 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 7 juli 2021 |
L 249 |
15 |
14.7.2021 |
|
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) 2018/1861 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 28 november 2018
betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Algemene doelstelling van SIS
SIS heeft tot doel met behulp van de via dit systeem gecommuniceerde informatie een hoog niveau van veiligheid te garanderen in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht in de Europese Unie, onder meer door handhaving van de openbare orde en veiligheid en vrijwaring van de veiligheid op het grondgebied van de lidstaten, en heeft eveneens tot doel de toepassing te garanderen van de bepalingen van het derde deel, titel V, hoofdstuk 2, VWEU inzake het verkeer van personen op het grondgebied van de lidstaten.
Artikel 2
Onderwerp
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1. |
„signalering” : een in SIS ingevoerde reeks gegevens aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten een persoon kunnen identificeren met het oog op het uitvoeren van een specifieke actie; |
|
2. |
„aanvullende informatie” : andere informatie dan de in SIS opgeslagen signaleringsgegevens, die gerelateerd is aan signaleringen in SIS en die via de Sirene-bureaus moet worden uitgewisseld:
a)
om de lidstaten in staat te stellen elkaar te raadplegen of elkaar inlichtingen te verstrekken bij de invoering van een signalering;
b)
bij een hit zodat de passende actie kan worden ondernomen;
c)
indien de gevraagde actie niet kan worden uitgevoerd;
d)
inzake de kwaliteit van de SIS-gegevens;
e)
inzake de verenigbaarheid en de prioriteit van signaleringen;
f)
inzake toegangsrechten; |
|
3. |
„extra gegevens” : de in SIS opgeslagen en aan signaleringen in SIS gerelateerde gegevens die onmiddellijk ter beschikking van de bevoegde autoriteiten moeten staan wanneer personen over wie gegevens in SIS zijn ingevoerd, worden gelokaliseerd als gevolg van een doorzoeking van SIS; |
|
4. |
„onderdaan van een derde land” : eenieder die geen burger van de Unie in de zin van artikel 20, lid 1, VWEU is, met uitzondering van begunstigden van rechten van vrij verkeer die gelijkwaardig zijn aan die van burgers van de Unie uit hoofde van overeenkomsten tussen de Unie of de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en derde landen, anderzijds; |
|
5. |
„persoonsgegevens” : persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679; |
|
6. |
„verwerking van persoonsgegevens” : een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, registreren in logbestanden, ordenen, structureren, opslaan, veranderen of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzenden, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, in overeenstemming brengen of combineren, beperken van de verwerking, wissen of vernietigen van gegevens; |
|
7. |
„match” : de opeenvolging van de volgende stappen:
a)
een eindgebruiker voert een doorzoeking uit in SIS;
b)
uit die doorzoeking blijkt dat een andere lidstaat een signalering in SIS heeft ingevoerd, alsmede
c)
gegevens betreffende de signalering in SIS komen overeen met de gegevens van de doorzoeking; |
|
8. |
„hit” : een match die voldoet aan de volgende criteria:
a)
hij is bevestigd door:
i)
de eindgebruiker, of
ii)
de bevoegde autoriteit overeenkomstig de nationale procedures, indien de betrokken match gebaseerd was op de vergelijking van biometrische gegevens, en
b)
er wordt om verdere acties verzocht; |
|
9. |
„signalerende lidstaat” : de lidstaat die de signalering in SIS heeft ingevoerd; |
|
10. |
„verlenende lidstaat” : de lidstaat die overweegt een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur te verlenen of te verlengen, of verleend of verlengd heeft, en die bij de raadplegingsprocedure met een andere lidstaat betrokken is; |
|
11. |
„uitvoerende lidstaat” : de lidstaat die de gevraagde actie naar aanleiding van een hit uitvoert of heeft uitgevoerd; |
|
12. |
„eindgebruiker” : een personeelslid van een bevoegde autoriteit dat gemachtigd is CS-SIS, N.SIS of een technische kopie daarvan rechtstreeks te doorzoeken; |
|
13. |
„biometrische gegevens” : persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke of fysiologische kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd, met name foto's, gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens; |
|
14. |
„dactyloscopische gegevens” : gegevens over vingerafdrukken en handpalmafdrukken, die vanwege hun uniciteit en de referentiepunten die zij bevatten, accurate en definitieve vergelijkingen mogelijk maken ten aanzien van de identiteit van een persoon; |
|
15. |
„gezichtsopname” : een digitale afbeelding van het gezicht met toereikende resolutie en kwaliteit voor gebruik bij geautomatiseerde biometrische matching; |
|
16. |
„terugkeer” : terugkeer als omschreven in artikel 3, punt 3, van Richtlijn 2008/115/EG; |
|
17. |
„inreisverbod” : een inreisverbod als omschreven in artikel 3, punt 6, van Richtlijn 2008/115/EG; |
|
18. |
„terroristische misdrijven” : strafbare feiten naar nationaal recht bedoeld in de artikelen 3 tot en met 14 van Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), of, voor de niet door die richtlijn gebonden lidstaten, strafbare feiten die daaraan gelijkwaardig zijn; |
|
19. |
„verblijfsvergunning” : een verblijfsvergunning als omschreven in artikel 2, punt 16, van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ); |
|
20. |
„visum voor een verblijf van langere duur” : een visum als omschreven in artikel 18, lid 1, van de overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen; |
|
21. |
„gevaar voor de volksgezondheid” : een gevaar voor de volksgezondheid als gedefinieerd in artikel 2, punt 21, van Verordening (EU) 2016/399; |
|
22. |
„ESP” : het Europees zoekportaal ingesteld bij artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ); |
|
23. |
„gezamenlijke BMS” : de gezamenlijke dienst voor biometrische matching ingesteld bij artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817; |
|
24. |
„CIR” : het gemeenschappelijke identiteitsregister ingesteld bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817; |
|
25. |
„MID” : de detector van meerdere identiteiten ingesteld bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817. |
Artikel 4
Technische architectuur en werkwijze van SIS
SIS bestaat uit:
een centraal systeem (het centrale SIS) bestaande uit:
een technisch ondersteunende voorziening („CS-SIS”) die een databank (de „SIS-databank”), met inbegrip van een CS-SIS-back-up, bevat;
een uniforme nationale interface („NI-SIS”);
een nationaal systeem (N.SIS) in elk van de lidstaten, bestaande uit de nationale datasystemen die in verbinding staan met het centrale SIS, en minstens één nationale of gedeelde N.SIS-back-up,
een communicatie-infrastructuur tussen CS-SIS, CS-SIS-back-up en de NI-SIS („communicatie-infrastructuur”) waarmee een versleuteld virtueel netwerk tot stand wordt gebracht dat specifiek bestemd is voor SIS-gegevens en voor de uitwisseling van gegevens tussen de Sirene-bureaus, als bedoeld in artikel 7, lid 2, en
een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen CS-SIS en de centrale infrastructuren van het ESP, de gezamenlijke BMS en de MID.
Een N.SIS als bedoeld onder b), kan een gegevensbestand bevatten (een „nationale kopie”) met een volledige of gedeeltelijke kopie van de SIS-databank. Twee of meer lidstaten kunnen in een van hun N.SIS een gedeelde kopie onderbrengen die door die lidstaten gezamenlijk kan worden gebruikt. Een dergelijke gedeelde kopie wordt beschouwd als de nationale kopie van elk van de deelnemende lidstaten.
Een gedeelde N.SIS-back-up als bedoeld onder b), kan gezamenlijk door twee of meer lidstaten worden gebruikt. In dergelijke gevallen wordt de gedeelde back-up beschouwd als de N.SIS-back-up van elk van die deelnemende lidstaten. Het N.SIS en de back-up daarvan kunnen tegelijkertijd worden gebruikt om een ononderbroken beschikbaarheid voor de eindgebruikers te waarborgen.
Lidstaten die voornemens zijn een gedeelde kopie of een gedeelde N.SIS-back-up op te zetten die gezamenlijk kan worden gebruikt, komen hun respectieve verantwoordelijkheden schriftelijk overeen. Zij melden hun regeling aan de Commissie.
De communicatie-infrastructuur ondersteunt en draagt bij tot het waarborgen van de ononderbroken beschikbaarheid van SIS. Zij omvat redundante en afzonderlijke paden voor de verbindingen tussen CS-SIS en de CS-SIS-back-up en ook redundante en afzonderlijke paden voor de verbindingen tussen ieder nationaal SIS-netwerktoegangspunt, en CS-SIS en de CS-SIS-back-up.
CS-SIS levert de nodige diensten voor het invoeren en verwerken van SIS-gegevens, inclusief voor doorzoekingen van de SIS-databank. Voor de lidstaten die een nationale of gedeelde kopie gebruiken, verzorgt CS-SIS:
de online bijwerking van de nationale kopieën;
de synchronisatie van en de samenhang tussen de nationale kopieën en de SIS-databank, en
het proces van de initialisatie en het herstel van de nationale kopieën.
Artikel 5
Kosten
HOOFDSTUK II
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE LIDSTATEN
Artikel 6
Nationale systemen
Elke lidstaat is verantwoordelijk voor het opzetten, de werking, het onderhoud en de verdere ontwikkeling van zijn N.SIS en voor het aansluiten ervan op de NI-SIS.
Iedere lidstaat is verantwoordelijk voor het waarborgen van de ononderbroken beschikbaarheid van SIS-gegevens voor eindgebruikers.
Elke lidstaat geeft zijn signaleringen door via zijn N.SIS.
Artikel 7
N.SIS-instantie en Sirene-bureau
Deze autoriteit is verantwoordelijk voor de goede werking en beveiliging van het N.SIS, zorgt voor de toegang van de bevoegde autoriteiten tot SIS, en neemt de nodige maatregelen ten behoeve van de naleving van deze verordening. Zij is er tevens verantwoordelijk voor dat alle SIS-functies op passende wijze ter beschikking van de eindgebruikers worden gesteld.
Elk Sirene-bureau heeft overeenkomstig het nationale recht gemakkelijke al dan niet rechtstreeks toegang tot alle relevante nationale informatie, met inbegrip van nationale databanken en alle informatie over de signaleringen van zijn lidstaat, en tot deskundigenadvies, om snel en binnen de in artikel 8 bepaalde tijdslimiet te kunnen reageren op verzoeken om aanvullende informatie.
De Sirene-bureaus coördineren de verificatie van de kwaliteit van de in SIS ingevoerde informatie. Voor deze taken hebben de Sirene-bureaus toegang tot in SIS verwerkte gegevens.
Artikel 8
Uitwisseling van aanvullende informatie
Uiterst dringende verzoeken om aanvullende informatie worden op de Sirene-formulieren met „URGENT” gemarkeerd met vermelding van de reden van de urgentie.
Artikel 9
Naleving van technische en functionele vereisten
Artikel 10
Beveiliging — Lidstaten
Elke lidstaat neemt passende maatregelen inzake zijn N.SIS, waaronder de vaststelling van een beveiligingsplan, een bedrijfscontinuïteitsplan en een uitwijkplan opdat:
de gegevens fysiek worden beschermd, onder meer met noodplannen voor de bescherming van vitale infrastructuur;
onbevoegden de toegang tot de voor de verwerking van persoonsgegevens gebruikte gegevensverwerkingsfaciliteiten wordt ontzegd (controle op de toegang tot de faciliteiten);
wordt voorkomen dat gegevensdragers onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, veranderd of verwijderd (controle op de gegevensdragers);
wordt voorkomen dat gegevens onrechtmatig worden ingevoerd en opgeslagen persoonsgegevens onrechtmatig worden geïnspecteerd, gewijzigd of gewist (controle op de opslag);
wordt voorkomen dat geautomatiseerde gegevensverwerkingssystemen door middel van datatransmissieapparatuur door onbevoegden worden gebruikt (controle op de gebruikers);
wordt voorkomen dat gegevens onrechtmatig in SIS worden verwerkt en dat in SIS verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of gewist (controle op de invoering van gegevens);
wordt gewaarborgd dat degenen die bevoegd zijn een systeem voor automatische gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft door middel van persoonlijke en unieke gebruikersidentificatiemiddelen en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);
wordt gewaarborgd dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot SIS of tot de gegevensverwerkingsfaciliteiten profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot gegevens en gegevens in te voeren, bij te werken, te wissen en te doorzoeken, en dat die profielen desgevraagd onverwijld ter beschikking worden gesteld van de toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 55, lid 1 (personeelsprofielen);
wordt gewaarborgd, dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke instanties persoonsgegevens door middel van datatransmissieapparatuur kunnen worden doorgegeven (controle op de doorgifte);
wordt gewaarborgd dat naderhand kan worden geverifieerd en vastgesteld welke persoonsgegevens wanneer, door wie en voor welk doel in geautomatiseerde gegevensverwerkingssystemen zijn opgenomen (controle op de opname);
wordt voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de doorgifte van persoonsgegevens, alsmede bij het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of gewist (controle op het transport);
wordt toegezien op de doeltreffendheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen en de nodige organisatorische maatregelen worden genomen met betrekking tot het intern toezicht om de naleving van deze verordening te waarborgen (interne audit);
ervoor wordt gezorgd dat geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw kunnen worden ingesteld naar normale werking (herstel), en
ervoor wordt gezorgd dat de functies van SIS correct worden uitgevoerd, dat fouten gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat in SIS opgeslagen persoonsgegevens niet door verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit).
Artikel 11
Vertrouwelijkheid — Lidstaten
Artikel 12
Bijhouden van logbestanden op nationaal niveau
De lidstaten zorgen ervoor dat elke toegang tot persoonsgegevens via het ESP wordt vastgelegd in een logbestand met het oog op controle op de rechtmatigheid van de bevraging, monitoring van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, interne monitoring en de integriteit en beveiliging van de gegevens.
Artikel 13
Intern toezicht
De lidstaten zorgen ervoor dat elke autoriteit met toegangsrecht tot SIS-gegevens de nodige maatregelen treft om aan deze verordening te voldoen, en, indien nodig, samenwerkt met de toezichthoudende autoriteit.
Artikel 14
Opleiding van het personeel
Dat opleidingsprogramma kan deel uitmaken van een algemeen opleidingsprogramma op nationaal niveau dat opleidingen op andere relevante gebieden omvat.
HOOFDSTUK III
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN EU-LISA
Artikel 15
Operationeel beheer
eu-LISA wordt tevens belast met de volgende taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur:
toezicht;
beveiliging;
coördinatie van de betrekkingen tussen de lidstaten en de dienstverlener;
begrotingsuitvoeringstaken;
aanschaf en vernieuwing, en
contractuele aangelegenheden.
eu-LISA wordt tevens belast met de volgende taken met betrekking tot de Sirene-bureaus en de communicatie tussen de Sirene-bureaus:
de coördinatie, het beheer en de ondersteuning van testactiviteiten;
het onderhoud en de bijwerking van de technische specificaties voor de uitwisseling van aanvullende informatie tussen de Sirene-bureaus en de communicatie-infrastructuur, en
het beheer van de gevolgen van technische wijzigingen die een impact hebben op zowel SIS als de uitwisseling van aanvullende informatie tussen de Sirene-bureaus.
eu-LISA rapporteert regelmatig aan de Commissie welke kwesties zijn geconstateerd en welke lidstaten hierbij zijn betrokken.
De Commissie legt aan het Europees Parlement en de Raad regelmatig een verslag voor over aangetroffen problemen met de kwaliteit van de gegevens.
Artikel 16
Beveiliging — eu-LISA
eu-LISA stelt de nodige maatregelen vast, met inbegrip van een beveiligingsplan, een bedrijfscontinuïteitsplan en een uitwijkplan voor het centrale SIS en de communicatie-infrastructuur, opdat:
de gegevens fysiek worden beschermd, onder meer met noodplannen voor de bescherming van vitale infrastructuur;
onbevoegden de toegang tot de voor de verwerking van persoonsgegevens gebruikte gegevensverwerkingsfaciliteiten wordt ontzegd (controle op de toegang tot de faciliteiten);
wordt voorkomen dat gegevensdragers onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, veranderd of verwijderd (controle op de gegevensdragers);
wordt voorkomen dat gegevens onrechtmatig worden ingevoerd en opgeslagen persoonsgegevens onrechtmatig worden geïnspecteerd, gewijzigd of gewist (controle op de opslag);
wordt voorkomen dat geautomatiseerde gegevensverwerkingssystemen door middel van datatransmissieapparatuur door onbevoegden worden gebruikt (controle op de gebruikers);
wordt voorkomen dat gegevens onrechtmatig in SIS worden verwerkt en dat in SIS verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of gewist (controle op de invoering van gegevens);
wordt gewaarborgd dat degenen die bevoegd zijn een systeem voor automatische gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft door middel van persoonlijke en unieke gebruikersidentificatiemiddelen en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);
profielen worden opgesteld waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot de gegevens of de gegevensverwerkingsfaciliteiten, en opdat die profielen desgevraagd onverwijld ter beschikking worden gesteld van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (personeelsprofielen);
wordt gewaarborgd, dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke instanties persoonsgegevens door middel van datatransmissieapparatuur kunnen worden doorgegeven (controle op de doorgifte);
wordt gewaarborgd dat naderhand kan worden nagegaan en vastgesteld welke persoonsgegevens wanneer en door wie in een geautomatiseerd gegevensverwerkingssysteem zijn opgenomen (controle op de opname);
wordt voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de doorgifte van persoonsgegevens, alsmede bij het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of gewist (controle op het transport);
wordt toegezien op de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen en de nodige organisatorische maatregelen voor het intern toezicht worden genomen om de naleving van deze verordening te waarborgen (interne audit).
ervoor wordt gezorgd dat geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw kunnen worden ingesteld naar normale werking (herstel);
ervoor wordt gezorgd dat de functies van SIS correct worden uitgevoerd, dat fouten gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat in SIS opgeslagen persoonsgegevens niet door verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit), en
de beveiliging van zijn technische locaties wordt gewaarborgd.
Artikel 17
Vertrouwelijkheid — eu-LISA
Artikel 18
Bijhouden van logbestanden op centraal niveau
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op verzoek toegang tot die logbestanden, binnen de grenzen van zijn bevoegdheid, en met het oog op de vervulling van zijn taken.
Artikel 18 ter
Bijhouden van logbestanden met het oog op de interoperabiliteit met Etias
Van elke gegevensverwerking binnen SIS en Etias op grond van de artikelen 36 bis en 36 ter van deze verordening worden logbestanden bewaard overeenkomstig artikel 18 van deze verordening en artikel 69 van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ).
HOOFDSTUK IV
PUBLIEKSVOORLICHTING
Artikel 19
SIS-voorlichtingscampagnes
Zodra deze verordening wordt toegepast, organiseert de Commissie in samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een campagne om het publiek te informeren omtrent de doelstellingen van SIS, de in SIS opgeslagen gegevens, de autoriteiten die toegang hebben tot SIS, en de rechten van de betrokkenen. De Commissie herhaalt op gezette tijden dit soort campagnes, in samenwerking met de toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. De Commissie onderhoudt een openbaar toegankelijke website met alle relevante informatie over SIS. De lidstaten ontwikkelen en implementeren in samenwerking met hun toezichthoudende autoriteiten de nodige beleidsinitiatieven om hun burgers en ingezetenen algemene voorlichting over SIS te geven.
HOOFDSTUK V
SIGNALERINGEN VAN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN MET HET OOG OP WEIGERING VAN TOEGANG EN VERBLIJF
Artikel 20
Gegevenscategorieën
Elke signalering in SIS die informatie over personen bevat, omvat uitsluitend de onderstaande gegevens:
achternamen;
voornamen;
namen bij de geboorte;
voorheen gebruikte namen en aliassen;
bijzondere, onveranderlijke objectieve fysieke kenmerken;
geboorteplaats;
geboortedatum;
geslacht;
alle huidige en voorgaande nationaliteiten;
de vermelding of de betrokkene:
gewapend is;
gewelddadig is;
ondergedoken of ontsnapt is;
een risico op zelfdoding vertoont;
een gevaar voor de volksgezondheid vormt, of
betrokken is bij een in de artikelen 3 tot en met 14 van Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde activiteit;
de reden van signalering;
de signalerende autoriteit;
een vermelding van de beslissing die aan de signalering ten grondslag ligt;
de bij een hit te ondernemen actie;
links naar andere signaleringen ingevolge artikel 48;
of de betrokken persoon een familielid is van een burger van de Unie of van een andere persoon die een begunstigde is van de in artikel 26 bedoelde rechten van vrij verkeer geniet;
of de beslissing tot weigering van toegang en verblijf gebaseerd is op:
een eerdere veroordeling als bedoeld in artikel 24, lid 2, onder a);
een ernstige veiligheidsdreiging als bedoeld in artikel 24, lid 2, onder b);
het omzeilen van de Uniewetgeving of nationale wetgeving met betrekking tot binnenkomst en verblijf als bedoeld in artikel 24, lid 2, onder c);
een inreisverbod als bedoeld in artikel 24, lid 1, onder b), of
een beperkende maatregel als bedoeld in artikel 25;
het soort strafbaar feit;
de categorie van de identificatiedocumenten;
het land van afgifte van de identificatiedocumenten;
het (de) nummer(s) van de identificatiedocumenten;
de datum van afgifte van de identificatiedocumenten;
foto's en gezichtsopnamen;
dactyloscopische gegevens;
een kopie van de identificatiedocumenten, indien mogelijk in kleur.
Artikel 21
Evenredigheid
Artikel 22
Vereisten voor de invoering van een signalering
Artikel 23
Verenigbaarheid van signaleringen
Indien voor een persoon meervoudige signaleringen door verschillende lidstaten zijn ingevoerd, worden signaleringen met het oog op aanhouding die zijn ingevoerd overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2018/1862, onverminderd artikel 25 van die Verordening, bij voorrang uitgevoerd.
Artikel 24
Voorwaarden voor de invoering van signaleringen met het oog op weigering van toegang en verblijf
De lidstaten voeren een signalering in met het oog op weigering van toegang en verblijf uit indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
de lidstaat is tot de slotsom gekomen dat op basis van een individuele evaluatie, waarbij de persoonlijke omstandigheden van de betrokken onderdaan van een derde land en de gevolgen van een weigering van toegang en verblijf zijn geëvalueerd, de aanwezigheid van die onderdaan van een derde land op zijn grondgebied een bedreiging vormt voor de openbare orde of veiligheid of de nationale veiligheid, en de lidstaat heeft dientengevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing tot weigering van toegang en verblijf genomen en heeft daartoe overeenkomstig zijn nationaal recht een nationale signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd, of
de lidstaat heeft overeenkomstig procedures met inachtneming van Richtlijn 2008/115/EG een inreisverbod ten aanzien van een onderdaan van een derde land uitgevaardigd.
De in lid 1, onder a), genoemde situaties doen zich voor wanneer:
een onderdaan van een derde land in een lidstaat veroordeeld is voor een strafbaar feit waarvoor een vrijheidsstraf van ten minste één jaar geldt;
er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat een onderdaan van een derde land een ernstig strafbaar feit, onder meer een terroristisch misdrijf, heeft gepleegd of er zijn duidelijke aanwijzingen dat hij overweegt een dergelijk feit te plegen op het grondgebied van een lidstaat, of
een onderdaan van een derde land heeft het Unierecht of het nationale recht inzake binnenkomst in en verblijf op het grondgebied van de lidstaten omzeild of gepoogd deze te omzeilen.
Artikel 25
Voorwaarden voor de invoering van signaleringen van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie een beperkende maatregel is genomen
De lidstaten voorzien in de nodige procedures voor het invoeren, bijwerken en wissen van deze signaleringen.
Artikel 26
Voorwaarden voor de invoering van signaleringen van onderdanen van derde landen die begunstigden zijn van het recht van vrij verkeer binnen de Unie
Artikel 27
Raadpleging voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur
Indien een lidstaat verlening of verlenging overweegt van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur van een onderdaan van een derde land voor wie een andere lidstaat een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf heeft ingevoerd, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar via de uitwisseling van aanvullende informatie, volgens de onderstaande regels:
voorafgaand aan de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur raadpleegt de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat;
de signalerende lidstaat beantwoordt het raadplegingsverzoek binnen tien kalenderdagen;
bij gebreke van een antwoord binnen de onder b) genoemde termijn, wordt de signalerende lidstaat geacht geen bezwaar te hebben tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur;
bij het nemen van de betrokken beslissing houdt de verlenende lidstaat rekening met de motivering van de beslissing van de signalerende lidstaat en neemt hij, overeenkomstig het nationaal recht, elk gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid dat de aanwezigheid van de betrokken onderdaan van een derde land op het grondgebied van een lidstaat kan vormen, in overweging;
de verlenende lidstaat stelt de signalerende lidstaat van zijn beslissing in kennis, en
indien de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat ervan in kennis stelt dat hij voornemens is of besloten heeft de verblijfstitel of het visum voor verblijf van langere duur te verlenen of te verlengen, of dat hij daartoe heeft besloten, wist de signalerende lidstaat de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf.
De uiteindelijke beslissing tot het al dan niet verlenen van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur aan een onderdaan van een derde land berust bij de verlenende lidstaat.
Artikel 28
Raadpleging voorafgaand aan de invoering van een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf
Indien een lidstaat een beslissing als bedoeld in artikel 24, lid 1, heeft genomen, en overweegt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in te voeren ten aanzien van een onderdaan van een derde land die houder is van een door een andere lidstaat verleende geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar door aanvullende informatie uit te wisselen, volgens de onderstaande regels:
de lidstaat die de in artikel 24, lid 1, bedoelde beslissing heeft genomen, stelt de verlenende lidstaat van die beslissing in kennis;
de uit hoofde van de onder a) van dit artikel uitgewisselde informatie omvat voldoende details over de motivering van de in artikel 24, lid 1, bedoelde beslissing;
op basis van de informatie van de lidstaat die de in artikel 24, lid 1, bedoelde beslissing heeft genomen, overweegt de verlenende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur in te trekken;
bij het nemen van de betrokken beslissing houdt de verlenende lidstaat rekening met de motivering van de lidstaat die de in artikel 24, lid 1, bedoelde beslissing heeft genomen, en neemt hij, overeenkomstig het nationaal recht, elk gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid dat de aanwezigheid van de betrokken onderdaan van een derde land op het grondgebied van een lidstaat kan vormen, in overweging;
binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging stelt de verlenende lidstaat de lidstaat die de in artikel 24, lid 1, bedoelde beslissing heeft genomen in kennis van zijn beslissing, of, indien het voor de verlenende lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een beslissing te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord bij uitzondering met maximaal twaalf bijkomende kalenderdagen te verlengen.
indien de verlenende lidstaat de lidstaat die de in artikel 24, lid 1, bedoelde beslissing heeft genomen ervan in kennis stelt dat hij de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur handhaaft, voert de lidstaat die de beslissing heeft genomen, de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf niet in.
Artikel 29
Raadpleging na invoering van een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf
Indien blijkt dat een lidstaat een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf heeft ingevoerd ten aanzien een onderdaan van een derde land die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar door aanvullende informatie uit te wisselen, volgens de onderstaande regels:
de signalerende lidstaat informeert de verlenende lidstaat over de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf;
de uit hoofde van de onder a) uitgewisselde informatie omvat voldoende details over de redenen van de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf;
op basis van de door de signalerende lidstaat verstrekte informatie overweegt de verlenende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur in te trekken;
bij het nemen van zijn beslissing houdt de verlenende lidstaat rekening met de redenen van de beslissing van de signalerende lidstaat en neemt hij, overeenkomstig het nationaal recht, elk gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid dat de aanwezigheid van de betrokken onderdaan van een derde land op het grondgebied van een lidstaat kan vormen, in overweging;
binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging stelt de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat in kennis van zijn beslissing, of, indien het voor de verlenende lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een beslissing te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord bij uitzondering met maximaal twaalf bijkomende kalenderdagen te verlengen.
indien de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat ervan in kennis stelt dat hij de verblijfstitel of het visum voor verblijf van langere duur handhaaft, wist de signalerende lidstaat onmiddellijk de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf.
Artikel 30
Raadpleging in geval van een hit betreffende een onderdaan van een derde land die houder is van een geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur
Indien een lidstaat een hit vaststelt naar aanleiding van een door een lidstaat ingevoerde signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ten aanzien van een onderdaan van een derde land die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar door aanvullende informatie uit te wisselen, volgens de onderstaande regels:
de uitvoerende lidstaat stelt de signalerende lidstaat van de situatie in kennis;
de signalerende lidstaat leidt de procedure van artikel 29 in;
de signalerende lidstaat stelt de uitvoerende lidstaat in kennis van het resultaat na de raadpleging.
De beslissing over de toegang van de onderdaan van een derde land wordt door de uitvoerende lidstaat genomen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399.
Artikel 31
Statistieken over de uitwisseling van informatie
De lidstaten verstrekken eu-LISA jaarlijks statistieken over de uitwisseling van informatie die overeenkomstig de artikelen 27 tot en met 30 heeft plaatsgevonden en over de gevallen waarin de in die artikelen gestelde termijnen niet zijn gehaald.
HOOFDSTUK VI
DOORZOEKING AAN DE HAND VAN BIOMETRISCHE GEGEVENS
Artikel 32
Specifieke voorschriften voor invoering van foto's, gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens
Artikel 33
Specifieke voorschriften voor verificaties of doorzoekingen met foto's, gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens
Voordat deze functie in SIS wordt ingevoerd, brengt de Commissie een verslag uit over de beschikbaarheid, de gereedheid, en de betrouwbaarheid van de vereiste technologie. Het Europees Parlement wordt over dit verslag geraadpleegd.
Na de start van het gebruik van de functionaliteit bij reguliere grensdoorlaatposten is de Commissie overeenkomstig artikel 61 bevoegd ter aanvulling van onderhavige verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen over de bepaling van andere omstandigheden waarin foto's en gezichtsopnamen mogen worden gebruikt voor de identificatie van personen.
HOOFDSTUK VII
TOEGANGSRECHT EN TOETSING EN WISSING VAN SIGNALERINGEN
Artikel 34
Nationale bevoegde autoriteiten met recht op toegang tot gegevens in SIS
De bevoegde nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de identificatie van onderdanen van derde landen hebben toegang tot de in SIS ingevoerde gegevens en hebben het recht om deze gegevens direct in SIS of in een kopie van de SIS-databank te bevragen ten behoeve van:
grenscontrole, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399;
politie- en douanecontroles die in de betrokken lidstaat worden uitgevoerd, en de coördinatie daarvan door de daartoe aangewezen autoriteiten;
het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, of voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, in de betrokken lidstaat, mits Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing is;
het onderzoeken van de voorwaarden en het nemen van beslissingen in verband met de toegang tot en het verblijf van onderdanen van derde landen op het grondgebied van de lidstaten, met inbegrip van verblijfsvergunningen en visa voor verblijf van langere duur, en in verband met de terugkeer van onderdanen van derde landen, alsmede het verrichten van controles van onderdanen van derde landen die het grondgebied van de lidstaten illegaal zijn binnengekomen of er illegaal verblijven;
veiligheidscontroles van onderdanen van derde landen die internationale bescherming vragen, voor zover de autoriteiten die de controles verrichten geen „beslissingsautoriteiten” zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, onder f), van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ), en in voorkomend geval het verstrekken van advies overeenkomstig Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad ( 7 );
het onderzoeken van visumaanvragen en het nemen van beslissingen in verband met deze aanvragen, alsmede inzake nietigverklaring, intrekking of verlenging van visa, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 8 );
het verifiëren van meerdere identiteiten en het bestrijden van identiteitsfraude overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2019/817;
de handmatige verwerking van Etias-aanvragen door de nationale Etias-eenheid op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2018/1240.
Artikel 35
Toegang van Europol tot gegevens in SIS
Europol is ertoe gehouden:
onverminderd de leden 4 en 6, geen delen van SIS te verbinden met een systeem voor gegevensverzameling en -verwerking dat door of bij Europol wordt gebruikt, geen in SIS ingevoerde gegevens waartoe Europol toegang heeft, over te dragen naar een dergelijk systeem, en geen delen van SIS te downloaden of anderszins te kopiëren;
niettegenstaande artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) 2016/794, uiterlijk een jaar nadat de betreffende signalering is gewist, aanvullende informatie die persoonsgegevens bevat te wissen. In afwijking daarvan kan Europol, indien het informatie in zijn databanken of operationele analyseprojecten heeft over een geval dat met de aanvullende informatie verband houdt, de aanvullende informatie bij wijze van uitzondering verder bewaren, voor zover dit nodig is om zijn taken uit te voeren. Europol informeert de signalerende en de uitvoerende lidstaat over de verdere opslag van die aanvullende informatie en rechtvaardigt die verdere opslag;
de toegang tot gegevens in SIS, met inbegrip van aanvullende informatie, te beperken tot specifiek daartoe gemachtigd personeel van Europol dat toegang tot dergelijke gegevens nodig heeft om zijn taken te kunnen uitoefenen;
maatregelen als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 13, vast te stellen en toe te passen, om beveiliging, vertrouwelijkheid en intern toezicht te waarborgen;
ervoor te zorgen dat personeel dat gemachtigd is SIS-gegevens te verwerken een geschikte opleiding en informatie krijgt overeenkomstig artikel 14, lid 1, en
onverminderd Verordening (EU) 2016/794, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in de gelegenheid te stellen toezicht te houden op de activiteiten die Europol verricht in de uitoefening van zijn recht op toegang tot en doorzoeking van gegevens in SIS, en bij de uitwisseling en verwerking van aanvullende informatie, en dit alles te evalueren.
Artikel 36
Toegang tot gegevens in SIS door de Europese grens- en kustwachtteams, de teams van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken, en leden van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer
Artikel 36 ter
Toegang tot SIS-gegevens door de centrale Etias-eenheid
Artikel 36 quater
Interoperabiliteit met Etias
Artikel 37
Evaluatie van het gebruik van SIS door Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap
Artikel 38
Reikwijdte van de toegang
Eindgebruikers, met inbegrip van Europol en de in artikel 2, punten 8 en 9 van Verordening (EU) 2016/1624 bedoelde teamleden, hebben slechts toegang tot de gegevens die zij voor het vervullen van hun taken nodig hebben.
Artikel 39
Toetsingstermijn voor signaleringen
Artikel 40
Wissing van signaleringen
Signaleringen met het oog op weigering van toegang en verblijf op grond van artikel 24 worden gewist:
wanneer de beslissing die eraan ten grondslag lag, door de bevoegde autoriteit is ingetrokken of nietig verklaard, of
in voorkomend geval ingevolge de in artikel 27 en artikel 29 bedoelde raadplegingsprocedure.
HOOFDSTUK VIII
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN INZAKE GEGEVENSVERWERKING
Artikel 41
Verwerking van SIS-gegevens
Niettegenstaande de eerste alinea, zijn technische kopieën die resulteren in de aanleg van offline databanken voor gebruik door voor de visumverlening bevoegde autoriteiten, niet toegestaan, tenzij het gaat om kopieën die uitsluitend worden gebruikt in noodsituaties als gevolg van het feit dat het netwerk gedurende meer dan 24 uur niet beschikbaar is.
De lidstaten houden een actuele inventaris van deze kopieën bij, stellen deze inventaris ter beschikking van hun toezichthoudende autoriteiten, en zorgen ervoor dat deze verordening, met name artikel 10, met betrekking deze kopieën wordt toegepast.
Artikel 42
SIS-gegevens en nationale bestanden
Artikel 43
Informatie bij niet-uitvoering van een signalering
Wanneer een gevraagde actie niet kan worden uitgevoerd, stelt de lidstaat waarvan actie is gevraagd de signalerende lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis door de uitwisseling van aanvullende informatie.
Artikel 44
Kwaliteit van de gegevens in SIS
Artikel 45
Beveiligingsincidenten
Artikel 46
Onderscheid tussen personen met vergelijkbare kenmerken
Artikel 47
Extra gegevens teneinde om te gaan met misbruikte identiteiten
De gegevens betreffende een persoon wiens identiteit is misbruikt, worden uitsluitend gebruikt om:
de bevoegde autoriteit in staat te stellen de persoon wiens identiteit is misbruikt, te onderscheiden van de met de signalering bedoelde persoon, en
de persoon wiens identiteit is misbruikt, in staat te stellen zijn identiteit te bewijzen en aan te tonen dat zijn identiteit is misbruikt.
Voor de toepassing van dit artikel en voor zover de persoon wiens identiteit is misbruikt daar uitdrukkelijk voor elke gegevenscategorie mee instemt, mogen slechts de volgende persoonsgegevens van de persoon wiens identiteit is misbruikt in SIS worden ingevoerd en verwerkt:
achternamen;
voornamen;
namen bij de geboorte;
voorheen gebruikte namen, en aliassen, zo mogelijk afzonderlijk;
bijzondere, onveranderlijke objectieve fysieke kenmerken;
geboorteplaats;
geboortedatum;
geslacht;
foto's en gezichtsopnamen;
vingerafdrukken, handpalmafdrukken of beide
alle voorgaande en huidige nationaliteiten;
categorie van de identificatiedocumenten;
land van afgifte van de identificatiedocumenten;
het (de) nummer(s) van de identificatiedocumenten;
datum van afgifte van de identificatiedocumenten;
adres van de persoon;
naam van de vader van de persoon;
naam van de moeder van de persoon.
Artikel 48
Links tussen signaleringen
Artikel 49
Doel en bewaartermijn van aanvullende informatie
Artikel 50
Doorgifte van persoonsgegevens aan derden
In SIS verwerkte gegevens en de desbetreffende aanvullende informatie die overeenkomstig deze verordening is uitgewisseld worden niet doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen of internationale organisaties.
HOOFDSTUK IX
GEGEVENSBESCHERMING
Artikel 51
Toepasselijke wetgeving
Artikel 52
Recht op informatie
Artikel 53
Recht op inzage in gegevens, rectificatie van onjuiste gegevens en wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens
De lidstaten besluiten overeenkomstig hun nationaal recht geen of slechts gedeeltelijke informatie aan de betrokkene te verstrekken, voor zover en zolang die volledige of gedeeltelijke beperking in een democratische samenleving, met inachtneming van de grondrechten en legitieme belangen van de betrokkene in kwestie, een noodzakelijke en evenredige maatregel is om:
belemmering van officiële of justitiële onderzoeken of procedures te voorkomen;
nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen te voorkomen;
de openbare veiligheid te beschermen;
de nationale veiligheid te beschermen, of
de rechten en vrijheden van anderen te beschermen.
In gevallen als bedoeld in de eerste alinea op de gebieden stelt de lidstaat de betrokkene schriftelijk en zonder onnodige vertraging in kennis van een eventuele weigering of beperking van de inzage en van de redenen voor die weigering of beperking. Die informatie kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan een van de onder a) tot en met e) van de eerste alinea bedoelde redenen ondermijnen. De lidstaat stelt de betrokkene in kennis van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende instantie of om beroep in te stellen bij de rechter.
De lidstaat registreert de feitelijke of juridische redenen die ten grondslag liggen aan het besluit om geen informatie aan de betrokkene te verstrekken. Die informatie wordt ter beschikking gesteld van de toezichthoudende autoriteiten.
Voor deze gevallen kan de betrokkene zijn rechten ook uitoefenen via de bevoegde toezichthoudende instanties.
Artikel 54
Rechtsmiddelen
De lidstaten brengen jaarlijks aan het Europees Comité voor gegevensbescherming verslag uit over:
het aantal inzageverzoeken dat bij de verwerkingsverantwoordelijke is ingediend, en het aantal gevallen waarin inzage in de gegevens is gegeven;
het aantal inzageverzoeken dat bij de toezichthoudende autoriteit is ingediend, en het aantal gevallen waarin inzage in de gegevens is gegeven;
het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en om wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de verwerkingsverantwoordelijke is ingediend, en het aantal gevallen waarin de gegevens zijn gerectificeerd of gewist;
het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de toezichthoudende autoriteit is ingediend;
het aantal aanhangig gemaakte rechtszaken;
het aantal zaken waarin de rechter de verzoeker in het gelijk heeft gesteld;
opmerkingen over zaken waarin ten aanzien van een door de signalerende lidstaat ingevoerde signalering een onherroepelijke beslissing door een rechter of instantie van andere lidstaten is vastgesteld die wederzijds is erkend.
De Commissie stelt een model op voor de in dit lid bedoelde verslaglegging.
Artikel 55
Toezicht op N.SIS
Artikel 56
Toezicht op eu-LISA
Artikel 57
Samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
HOOFDSTUK X
AANSPRAKELIJKHEID EN SANCTIES
Artikel 58
Aansprakelijkheid
Onverminderd het recht op vergoeding en enige aansprakelijkheid uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679, Richtlijn (EU) 2016/680 en Verordening (EU) 2018/1725, geldt het volgende:
eenieder, respectievelijk elke lidstaat, die als gevolg van onrechtmatige gegevensverwerking door het gebruik van N.SIS, of een andere met deze verordening strijdige handeling vanwege een lidstaat, materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van die lidstaat schadevergoeding te ontvangen, en
eenieder, respectievelijk elke lidstaat, die als gevolg van een met deze verordening strijdige handeling van eu-LISA, materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van eu-LISA schadevergoeding te ontvangen.
Een lidstaat of eu-LISA wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van de eerste alinea ontheven indien hij kan aantonen niet verantwoordelijk te zijn voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.
Artikel 59
Sancties
De lidstaten zorgen ervoor dat misbruik of oneigenlijke verwerking van SIS-gegevens en de eventuele uitwisseling van aanvullende informatie in strijd met deze verordening, strafbaar is overeenkomstig het nationaal recht.
De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.
HOOFDSTUK XI
SLOTBEPALINGEN
Artikel 60
Toezicht en statistieken
Om toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van rechtshandelingen van de Unie, met inbegrip van de toepassing van Verordening (EU) nr. 1053/2013, kan de Commissie eu-LISA vragen om, op gezette tijden of ad hoc, aanvullende gerichte statistische verslagen te verstrekken over de prestaties of het gebruik van SIS en over de uitwisseling van aanvullende informatie.
Het Europees Grens- en kustwachtagentschap kan met het oog op het uitvoeren van kwetsbaarheids- en risicobeoordelingen als bedoeld in de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) 2016/1624, eu-LISA verzoeken om op gezette tijden of ad hoc, aanvullende gerichte statistische verslagen te verstrekken.
eu-LISA geeft de Commissie en de in lid 5 van dit artikel bedoelde organen de mogelijkheid verslagen en statistieken op maat te verkrijgen. Op verzoek verleent eu-LISA de lidstaten, de Commissie, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap toegang tot het centrale register voor verslagen en statistieken overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EU) 2019/817.
Daarnaast bevat het evaluatieverslag statistieken over het aantal overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder a), ingevoerde signaleringen alsmede statistieken over het aantal overeenkomstig punt b) van dat lid ingevoerde signaleringen. Voor signaleringen als bedoeld onder artikel 24, lid 1, onder a), bevat het verslag nadere details over het aantal signaleringen dat is ingevoerd naar aanleiding van de in artikel 24, lid 2, onder a), b) of c), bedoelde situaties. Het evaluatieverslag bevat ook een evaluatie over de toepassing van artikel 24 door de lidstaten.
De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.
Artikel 61
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 62
Comitéprocedure
Artikel 63
Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1987/2006
Verordening (EG) nr. 1987/2006 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 6 wordt vervangen door:
„Artikel 6
Nationale systemen
Artikel 11 wordt vervangen door:
„Artikel 11
Vertrouwelijkheid — Lidstaten
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
het volgende lid wordt ingevoegd:
Zij rapporteert regelmatig aan de Commissie welke kwesties zijn geconstateerd en welke lidstaten hierbij zijn betrokken.
De Commissie legt aan het Europees Parlement en de Raad regelmatig een verslag voor over de aangetroffen problemen met de kwaliteit van de gegevens.”;
lid 8 wordt vervangen door:
Aan artikel 17 worden de volgende leden toegevoegd:
In artikel 20, lid 2, wordt het volgende punt ingevoegd:
„k bis) het soort strafbaar feit;”.
Aan artikel 21 wordt de volgende alinea toegevoegd:
„Wanneer de in artikel 24, lid 2, bedoelde beslissing tot weigering van toegang en verblijf verband houdt met een terroristisch misdrijf, wordt de zaak beschouwd als gepast, relevant en belangrijk genoeg om een signalering in SIS II te rechtvaardigen. Om redenen van openbare en nationale veiligheid kunnen lidstaten bij uitzondering geen signalering invoeren, wanneer te verwachten valt dat die signalering officiële of justitiële onderzoeken, opsporingsonderzoeken of procedures zal belemmeren.”.
Artikel 22 wordt vervangen door:
„Artikel 22
Specifieke voorschriften voor invoering, verificatie of doorzoeking met foto's en vingerafdrukken
Artikel 26 wordt vervangen door:
„Artikel 26
Voorwaarden voor de invoering van signaleringen van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie een beperkende maatregel is genomen
De lidstaten voorzien in de nodige procedures voor het invoeren, bijwerken en wissen van deze signaleringen.”.
De volgende artikelen worden ingevoegd:
„Artikel 27 bis
Toegang van Europol tot gegevens in SIS II
Europol is ertoe gehouden:
onverminderd de leden 4 en 6, geen delen van SIS II te verbinden met een systeem voor gegevensverzameling en -verwerking dat door of bij Europol wordt gebruikt, geen in SIS II ingevoerde gegevens waartoe Europol toegang heeft, over te dragen naar een dergelijk systeem, en geen delen van SIS II te downloaden of anderszins te kopiëren;
niettegenstaande artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) 2016/794, uiterlijk een jaar nadat de betreffende signalering is gewist, aanvullende informatie die persoonsgegevens bevat te wissen. In afwijking daarvan kan Europol, indien het informatie in zijn databanken of operationele analyseprojecten heeft over een geval dat met de aanvullende informatie verband houdt, de aanvullende informatie bij wijze van uitzondering verder bewaren, voor zover dit nodig is om zijn taken uit te voeren. Europol informeert de signalerende en de uitvoerende lidstaat over de verdere bewaring van die aanvullende informatie en rechtvaardigt die verdere opslag;
de toegang tot gegevens in SIS II, met inbegrip van aanvullende informatie, te beperken tot specifiek daartoe gemachtigd personeel van Europol dat deze toegang nodig heeft om zijn taken te kunnen uitoefenen;
maatregelen als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 13, vast te stellen en toe te passen om beveiliging, vertrouwelijkheid en intern toezicht te waarborgen;
ervoor te zorgen dat personeel dat gemachtigd is SIS II-gegevens te verwerken een geschikte opleiding en informatie krijgt overeenkomstig artikel 14, en
onverminderd Verordening (EU) 2016/794, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in de gelegenheid te stellen toezicht te houden op de activiteiten die Europol verricht op grond van zijn recht op toegang tot en doorzoeking van gegevens in SIS II, en op de uitwisseling en verwerking van aanvullende informatie, en dit alles te evalueren.
Artikel 27 ter
Toegang tot gegevens in SIS II voor de Europese grens- en kustwachtteams, de teams van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken, en leden van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer
Artikel 64
Wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen
Artikel 25 van de overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen wordt geschrapt.
Artikel 65
Intrekking
Verordening (EG) nr. 1987/2006 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 66, lid 5, eerste alinea, bepaalde datum van toepassing van deze verordening.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen in samenhang met de concordantietabel in de bijlage.
Artikel 66
Inwerkingtreding, aanvang van werkzaamheden en toepassing
Uiterlijk op 28 december 2021 neemt de Commissie een besluit tot vaststelling van de datum waarop ingevolge deze verordening SIS-werkzaamheden aanvangen, nadat zij heeft gecontroleerd dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de voor de toepassing van deze verordening vereiste uitvoeringshandelingen zijn vastgesteld;
de lidstaten hebben aan de Commissie meegedeeld dat de nodige technische en juridische maatregelen zijn genomen om SIS-gegevens te verwerken en aanvullende informatie uit te wisselen op grond van deze verordening, en
eu-LISA heeft aan de Commissie meegedeeld dat alle tests van de CS-SIS en de interactie tussen CS-SIS en N.SIS succesvol zijn afgerond.
In afwijking van de eerste alinea:
zijn artikel 4, lid 4, artikel 5, artikel 8, lid 4, artikel 9, leden 1 en 5, artikel 15, lid 7, artikel 19, artikel 20, leden 3 en 4, artikel 32, lid 4, artikel 33, lid 4, artikel 47, lid 4, artikel 48, lid 6, artikel 60, leden 6 en 9, artikel 61, artikel 62, artikel 63, punten 1 tot en met 6 en 8, en de leden 3 en 4 van dit artikel van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening;
is artikel 63, punt 9, van toepassing met ingang van 28 december 2019;
is artikel 63, punt 7, van toepassing met ingang van 28 december 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
BIJLAGE
CONCORDANTIETABEL
|
Verordening (EG) nr. 1987/2006 |
Deze verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
Artikel 4 |
Artikel 4 |
|
Artikel 5 |
Artikel 5 |
|
Artikel 6 |
Artikel 6 |
|
Artikel 7 |
Artikel 7 |
|
Artikel 8 |
Artikel 8 |
|
Artikel 9 |
Artikel 9 |
|
Artikel 10 |
Artikel 10 |
|
Artikel 11 |
Artikel 11 |
|
Artikel 12 |
Artikel 12 |
|
Artikel 13 |
Artikel 13 |
|
Artikel 14 |
Artikel 14 |
|
Artikel 15 |
Artikel 15 |
|
Artikel 16 |
Artikel 16 |
|
Artikel 17 |
Artikel 17 |
|
Artikel 18 |
Artikel 18 |
|
Artikel 19 |
Artikel 19 |
|
Artikel 20 |
Artikel 20 |
|
Artikel 21 |
Artikel 21 |
|
Artikel 22 |
Artikelen 32 en 33 |
|
Artikel 23 |
Artikel 22 |
|
— |
Artikel 23 |
|
Artikel 24 |
Artikel 24 |
|
Artikel 25 |
Artikel 26 |
|
Artikel 26 |
Artikel 25 |
|
— |
Artikel 27 |
|
— |
Artikel 28 |
|
— |
Artikel 29 |
|
— |
Artikel 30 |
|
— |
Artikel 31 |
|
Artikel 27 |
Artikel 34 |
|
Artikel 27 bis |
Artikel 35 |
|
Artikel 27 ter |
Artikel 36 |
|
— |
Artikel 37 |
|
Artikel 28 |
Artikel 38 |
|
Artikel 29 |
Artikel 39 |
|
Artikel 30 |
Artikel 40 |
|
Artikel 31 |
Artikel 41 |
|
Artikel 32 |
Artikel 42 |
|
Artikel 33 |
Artikel 43 |
|
Artikel 34 |
Artikel 44 |
|
— |
Artikel 45 |
|
Artikel 35 |
Artikel 46 |
|
Artikel 36 |
Artikel 47 |
|
Artikel 37 |
Artikel 48 |
|
Artikel 38 |
Artikel 49 |
|
Artikel 39 |
Artikel 50 |
|
Artikel 40 |
— |
|
— |
Artikel 51 |
|
Artikel 41 |
Artikel 53 |
|
Artikel 42 |
Artikel 52 |
|
Artikel 43 |
Artikel 54 |
|
Artikel 44 |
Artikel 55 |
|
Artikel 45 |
Artikel 56 |
|
Artikel 46 |
Artikel 57 |
|
Artikel 47 |
— |
|
Artikel 48 |
Artikel 58 |
|
Artikel 49 |
Artikel 59 |
|
Artikel 50 |
Artikel 60 |
|
— |
Artikel 61 |
|
Artikel 51 |
Artikel 62 |
|
Artikel 52 |
— |
|
— |
Artikel 63 |
|
— |
Artikel 64 |
|
Artikel 53 |
— |
|
— |
Artikel 65 |
|
Artikel 54 |
— |
|
Artikel 55 |
Artikel 66 |
( 1 ) Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).
( 2 ) Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).
( 3 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).
( 4 ) Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27).
( 5 ) Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).
( 6 ) Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).
( 7 ) Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad van 19 februari 2004 betreffende de oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 1).
( 8 ) Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).
( *1 ) Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
( *2 ) Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).
( *3 ) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).”.