02018R1860 — NL — 03.08.2021 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2018/1860 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 28 november 2018 (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2021/1152 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 7 juli 2021 |
L 249 |
15 |
14.7.2021 |
|
VERORDENING (EU) 2018/1860 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 28 november 2018
betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Bij deze verordening worden de voorwaarden en procedures vastgesteld voor het invoeren en verwerken van signaleringen, ten aanzien van onderdanen van derde landen jegens wie een lidstaat een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd, in het bij Verordening (EU) 2018/1861 ingestelde Schengeninformatiesysteem (SIS), en voor het uitwisselen van aanvullende informatie over dergelijke signaleringen.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
„terugkeer” : terugkeer als omschreven in artikel 3, punt 3, van Richtlijn 2008/115/EG; |
|
2) |
„onderdaan van een derde land” : een onderdaan van een derde land zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/115/EG; |
|
3) |
„terugkeerbesluit” : een administratieve of rechterlijke beslissing of handeling waarbij wordt vastgesteld dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is of dit illegaal wordt verklaard en een terugkeerverplichting wordt opgelegd of vastgesteld, met inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 2008/115/EG; |
|
4) |
„signalering” : een signalering zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2018/1861; |
|
5) |
„aanvullende informatie” : aanvullende informatie zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) 2018/1861; |
|
6) |
„verwijdering” : verwijdering zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 5, van Richtlijn 2008/115/EG; |
|
7) |
„vrijwillig vertrek” : een vrijwillig vertrek zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Richtlijn 2008/115/EG; |
|
8) |
„signalerende lidstaat” : een signalerende lidstaat zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 10, van Verordening (EU) 2018/1861; |
|
9) |
„verlenende lidstaat” : een verlenende lidstaat zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 11, van Verordening (EU) 2018/1861+; |
|
10) |
„uitvoerende lidstaat” : een uitvoerende lidstaat zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 12, van Verordening (EU) 2018/1861; |
|
11) |
„persoonsgegevens” : persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679; |
|
12) |
„CS-SIS” : de technisch ondersteunende functie van het centrale SIS als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2018/1861; |
|
13) |
„verblijfsvergunning” : een verblijfsvergunning zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 16, van Verordening (EU) 2016/399; |
|
14) |
„visum voor een verblijf van langere duur” : een visum als bedoeld in artikel 18, lid 1, van de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord van 14 juni 1985 tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek, betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen ( 1 ); |
|
15) |
„hit” : een hit zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1861; |
|
16) |
„gevaar voor de volksgezondheid” : een gevaar voor de volksgezondheid zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 21, van Verordening (EU) 2016/399; |
|
17) |
„buitengrenzen” : de buitengrenzen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2016/399. |
Artikel 3
Invoering van signaleringen inzake terugkeer in SIS
Artikel 4
Gegevenscategorieën
De overeenkomstig artikel 3 van deze verordening in SIS ingevoerde signaleringen inzake terugkeer omvatten uitsluitend de volgende gegevens:
achternamen;
voornamen;
namen bij de geboorte;
voorheen gebruikte namen en aliassen;
geboorteplaats;
geboortedatum;
geslacht;
alle huidige en voorgaande nationaliteiten;
de vermelding of de betrokkene:
gewapend is,
gewelddadig is,
ondergedoken of ontvlucht is,
een risico op zelfdoding vertoont,
een gevaar voor de volksgezondheid vormt, of
betrokken is bij een in de artikelen 3 tot en met 14 van Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde activiteit;
de reden van signalering;
de signalerende autoriteit;
een vermelding van de beslissing die aan de signalering ten grondslag ligt;
de bij een hit te ondernemen actie;
links naar andere signaleringen krachtens artikel 48 van Verordening (EU) 2018/1861;
de vermelding of het terugkeerbesluit is uitgevaardigd voor een onderdaan van een derde land die een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid;
het soort strafbaar feit;
de categorie van de identificatiedocumenten;
het land van afgifte van het de identificatiedocumenten;
het (de) nummer(s) van de identificatiedocumenten;
de datum van afgifte van de identificatiedocumenten;
foto's en gezichtsopnamen;
dactyloscopische gegevens;
een kopie van de identificatiedocumenten, indien mogelijk in kleur;
uiterste datum van de termijn voor vrijwillig vertrek, indien toegestaan;
of het terugkeerbesluit is geschorst dan wel of de uitvoering van het besluit is uitgesteld, onder meer als gevolg van het instellen van beroep;
de vermelding of het terugkeerbesluit vergezeld gaat van een inreisverbod dat de grond vormt voor een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevolge artikel 24, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2018/1861.
De in lid 1, onder v), bedoelde dactyloscopische gegevens kunnen bestaan uit:
één tot tien platte vingerafdrukken en één tot tien gerolde vingerafdrukken van de betrokken onderdaan van een derde land;
maximaal twee handpalmafdrukken van onderdanen van derde landen van wie geen vingerafdrukken kunnen worden verzameld;
maximaal twee handpalmafdrukken van onderdanen van derde landen die verplicht zijn tot terugkeer als strafrechtelijke sanctie of die een strafbaar feit hebben gepleegd op het grondgebied van de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd.
Artikel 5
Autoriteit verantwoordelijk voor de uitwisseling van aanvullende informatie
Het uit hoofde van artikel 7 van Verordening (EU) 2018/1861 aangewezen SIRENE-bureau zorgt voor de uitwisseling van alle aanvullende informatie over onderdanen van derde landen die overeenkomstig de artikelen 7 en 8 van die verordening met het oog op terugkeer zijn gesignaleerd
Artikel 6
Hits aan de buitengrens bij uitreis — Terugkeerbevestiging
Bij een hit naar aanleiding van een signalering inzake terugkeer betreffende een onderdaan van een derde land die via de buitengrenzen van een lidstaat het grondgebied van de lidstaten verlaat, verstrekt de uitvoerende lidstaat via de uitwisseling van aanvullende informatie de volgende informatie aan de signalerende lidstaat:
dat de onderdaan van een derde land is geïdentificeerd;
de plaats en het tijdstip van de controle;
dat de onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten;
dat, in voorkomend geval, de onderdaan van een derde land moest worden verwijderd.
Indien een inzake terugkeer gesignaleerde onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten verlaat via de buitengrens van de signalerende lidstaat, wordt de terugkeerbevestiging aan de bevoegde autoriteit van die lidstaat toegezonden overeenkomstig de nationale procedures.
Artikel 7
Niet-naleving van terugkeerbesluiten
Artikel 8
Hits aan de buitengrens bij binnenkomst
Bij een hit naar aanleiding van een inzake terugkeer gesignaleerde onderdaan van een derde land die via de buitengrenzen het grondgebied van de lidstaten binnenkomt, geldt het volgende:
indien het terugkeerbesluit vergezeld gaat van een inreisverbod, informeert de uitvoerende lidstaat onmiddellijk de signalerende lidstaat via de uitwisseling van aanvullende informatie. De signalerende lidstaat wist de signalering inzake terugkeer onmiddellijk en neemt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf op overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2018/1861;
indien het terugkeerbesluit niet vergezeld gaat van een inreisverbod, informeert de uitvoerende lidstaat onmiddellijk de signalerende lidstaat via de uitwisseling van aanvullende informatie opdat de signalerende lidstaat de signalering inzake terugkeer onmiddellijk wist.
Het besluit over de toegang van de onderdaan van een derde land wordt door de uitvoerende lidstaat genomen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399.
Artikel 9
Raadpleging voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur
Indien een lidstaat verlening of verlenging overweegt van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur van een onderdaan van een derde land voor wie een andere lidstaat een signalering inzake terugkeer vergezeld van een inreisverbod heeft ingevoerd, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar via de uitwisseling van aanvullende informatie, volgens onderstaande regels:
voorafgaand aan de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur raadpleegt de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat;
de signalerende lidstaat beantwoordt het raadplegingsverzoek binnen tien kalenderdagen;
bij gebreke van een antwoord binnen de onder b) genoemde termijn, wordt de signalerende lidstaat geacht geen bezwaar te hebben tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur;
bij het nemen van het betrokken besluit houdt de verlenende lidstaat rekening met de motivering van het besluit van de signalerende lidstaat en neemt hij, overeenkomstig het nationaal recht, elk gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid dat de aanwezigheid van de betrokken onderdaan van een derde land op het grondgebied van een lidstaat kan vormen, in overweging;
de verlenende lidstaat stelt de signalerende lidstaat van zijn besluit in kennis; en
indien de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat ervan in kennis stelt dat hij voornemens is de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur te verlenen of te verlengen, of dat hij daartoe heeft besloten, wist de signalerende lidstaat de signalering inzake terugkeer.
Het uiteindelijke besluit tot het al dan niet verlenen van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur aan een onderdaan van een derde land berust bij de verlenende lidstaat.
Artikel 10
Raadpleging voorafgaand aan de invoering van een signalering inzake terugkeer
Indien een lidstaat overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2008/115/EG een terugkeerbesluit heeft genomen en overweegt een signalering inzake terugkeer in te voeren ten aanzien van een onderdaan van een derde land die houder is van een door een andere lidstaat verleende geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar door aanvullende informatie uit te wisselen, volgens de onderstaande regels:
de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen, stelt de verlenende lidstaat van dat besluit in kennis;
de uit hoofde van punt a) uitgewisselde informatie bevat voldoende details over de motivering van het terugkeerbesluit;
op basis van de informatie van de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen, overweegt de verlenende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur in te trekken;
bij het nemen van het betrokken besluit houdt de verlenende lidstaat rekening met de motivering van de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen en neemt hij, overeenkomstig het nationaal recht, elk gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid dat de aanwezigheid van de betrokken onderdaan van een derde land op het grondgebied van een lidstaat kan vormen, in overweging;
binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging stelt de verlenende lidstaat de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen in kennis van zijn besluit, of, indien het voor de verlenende lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord bij uitzondering met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen;
indien de verlenende lidstaat de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen ervan in kennis stelt dat hij de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur handhaaft, voert de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen, de signalering inzake terugkeer niet in.
Artikel 11
Raadpleging na invoering van een signalering inzake terugkeer
Indien blijkt dat een lidstaat een signalering inzake terugkeer heeft ingevoerd ten aanzien van een onderdaan van een derde land die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur, kan de signalerende lidstaat besluiten het terugkeerbesluit in te trekken. Bij een dergelijke intrekking wist hij onverwijld de signalering inzake terugkeer. Indien de signalerende lidstaat evenwel besluit het overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2008/115/EG uitgevaardigde terugkeerbesluit te handhaven, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar door aanvullende informatie uit te wisselen, volgens de onderstaande regels:
de signalerende lidstaat informeert de verlenende lidstaat over het terugkeerbesluit;
de uit hoofde van punt a) uitgewisselde informatie omvat voldoende details over de redenen van de signalering inzake terugkeer;
op basis van de door de signalerende lidstaat verstrekte informatie overweegt de verlenende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur in te trekken;
bij het nemen van het betrokken besluit houdt de verlenende lidstaat rekening met de redenen van het besluit van de signalerende lidstaat en neemt hij, overeenkomstig het nationaal recht, elk gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid dat de aanwezigheid van de betrokken onderdaan van een derde land op het grondgebied van een lidstaat kan vormen, in overweging;
binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging stelt de verlenende lidstaat de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen in kennis van zijn besluit, of, indien het voor de verlenende lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek de termijn van zijn antwoord bij uitzondering met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen;
indien de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat ervan in kennis stelt dat hij de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur handhaaft, wist de signalerende staat onmiddellijk de signalering inzake terugkeer.
Artikel 12
Raadpleging in geval van een hit betreffende een onderdaan van een derde land die houder is van een geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur
Indien een lidstaat een hit vaststelt naar aanleiding van een door een lidstaat ingevoerde signalering inzake terugkeer ten aanzien van een onderdaan van een derde land die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar door aanvullende informatie uit te wisselen, volgens de onderstaande regels:
de uitvoerende lidstaat stelt de signalerende lidstaat van de situatie in kennis;
de signalerende lidstaat leidt de procedure van artikel 11 in;
de signalerende lidstaat stelt de uitvoerende lidstaat in kennis van het resultaat na de raadpleging.
Artikel 13
Statistieken over de uitwisseling van informatie
De lidstaten verstrekken eu-LISA jaarlijks statistieken over de uitwisseling van informatie die overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 12 heeft plaatsgevonden en over de gevallen waarin de in die artikelen gestelde termijnen niet zijn gehaald.
Artikel 14
Wissing van signaleringen
Artikel 15
Doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen met het oog op terugkeer
Doorgifte van gegevens aan een derde land geschiedt uitsluitend wanneer aan onderstaande voorwaarden is voldaan:
de gegevens worden uitsluitend doorgegeven of ter beschikking gesteld voor de identificatie van en de afgifte van een identificatie- of reisdocument aan een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land, met het oog op diens terugkeer;
de betrokken onderdaan van een derde land is ervan in kennis gesteld dat zijn persoonsgegevens en aanvullende informatie wellicht worden gedeeld met de autoriteiten van een derde land.
Artikel 16
Statistieken
eu-LISA stelt zowel per lidstaat als voor alle lidstaten gezamenlijk, dag-, maand- en jaarstatistieken op over het aantal in SIS ingevoerde signaleringen inzake terugkeer. De statistieken omvatten de in artikel 4, lid 1, onder y), bedoelde gegevens, het aantal in artikel 7, lid 1, bedoelde kennisgevingen en het aantal gewiste signaleringen inzake terugkeer. eu-LISA stelt statistieken op over de gegevens die door de lidstaten overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 13 worden verstrekt. De statistieken bevatten geen enkele persoonsgegevens.
Deze statistieken worden opgenomen in het statistisch jaarverslag als bepaald in lid 3 van artikel 60 van Verordening (EU) 2018/1861.
Artikel 17
Bevoegde autoriteiten met recht op toegang tot gegevens in SIS
Artikel 18
Evaluatie
De Commissie evalueert de toepassing van deze verordening binnen twee jaar na de begindatum van de toepassing ervan. Deze evaluatie omvat een beoordeling van de mogelijke synergiën tussen deze verordening en Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ).
Artikel 19
Toepasselijkheid van Verordening (EU) 2018/1861
Voor zover niet in deze verordening vastgesteld, zijn de bepalingen inzake de invoering, verwerking en bijwerking van signaleringen, de verantwoordelijkheden van de lidstaten en eu-LISA, de voorwaarden voor toegang tot en de toetsingstermijn voor signaleringen, gegevensverwerking, gegevensbescherming, aansprakelijkheid en toezicht en statistieken, als vastgelegd in de artikelen 6 tot en met 19, artikel 20, leden 3 en 4, alsook in de artikelen 21, 23, 32 en 33, artikel 34, lid 5, de artikelen 36 bis, 36 ter, en 36 quater en de artikelen 38 tot en met 60 van Verordening (EU) 2018/1861, van toepassing op de overeenkomstig deze verordening in SIS ingevoerde en verwerkte gegevens.
Artikel 20
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van de datum die door de Commissie wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1861.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
( 1 ) PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19.
( 2 ) Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).
( 3 ) Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20).