02018R0858 — NL — 26.09.2021 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2018/858 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/1445 VAN DE COMMISSIE van 23 juni 2021 |
L 313 |
4 |
6.9.2021 |
|
VERORDENING (EU) 2018/858 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 30 mei 2018
betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
Artikel 1
Onderwerp
In deze verordening worden ook de bepalingen vastgesteld voor het in de handel brengen en het in gebruik nemen van voertuigdelen en uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor het correct functioneren van de essentiële systemen van de in artikel 2, lid 1, bedoelde voertuigen.
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is niet van toepassing op de volgende voertuigen:
landbouw- of bosbouwvoertuigen zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 );
twee- of driewielige voertuigen en vierwielers zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 );
voertuigen op rupsbanden;
voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd of aangepast voor exclusief gebruik door de strijdkrachten.
Voor de volgende voertuigen mag de fabrikant typegoedkeuring of individuele goedkeuring van een voertuig krachtens deze verordening aanvragen, op voorwaarde dat die voertuigen voldoen aan de voorschriften van deze verordening:
voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd om hoofdzakelijk op bouwplaatsen, in steengroeven, in havens of op luchthavens te worden gebruikt;
voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd of aangepast voor gebruik door de burgerbescherming, de brandweer en de ordehandhavingsdiensten;
zelfaangedreven voertuigen die speciaal zijn ontworpen en gebouwd voor werkzaamheden en die door hun bouw niet geschikt zijn voor personen- of goederenvervoer en die geen op een motorvoertuigchassis gemonteerde machines zijn.
Deze goedkeuringen laten de toepassing van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) onverlet.
Voor de volgende voertuigen mag de fabrikant individuele goedkeuring van een voertuig krachtens deze verordening aanvragen:
voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor wegraces;
prototypes van voertuigen die onder verantwoordelijkheid van een fabrikant op de weg worden gebruikt om een specifiek testprogramma uit te voeren, mits zij speciaal daarvoor zijn ontworpen en gebouwd.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening en de in bijlage II genoemde regelgevingshandelingen gelden, tenzij daarin anders bepaald, de volgende definities:
|
1. |
„typegoedkeuring” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet; |
|
2. |
„EU-typegoedkeuring” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften van deze verordening voldoet; |
|
3. |
„nationale typegoedkeuring” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften van het recht van een lidstaat voldoet, waarbij de geldigheid van de goedkeuring beperkt is tot het grondgebied van die lidstaat; |
|
4. |
„typegoedkeuringscertificaat” : het document waarmee de goedkeuringsinstantie officieel certificeert dat voor een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid typegoedkeuring is verleend; |
|
5. |
„certificaat van overeenstemming” : het document dat door de fabrikant wordt afgegeven en dat certificeert dat een geproduceerd voertuig in overeenstemming is met het goedgekeurde voertuigtype en voldoet aan alle regelgevingshandelingen die van toepassing waren ten tijde van productie; |
|
6. |
„individuele goedkeuring van een voertuig” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een bepaald, al dan niet uniek, voertuig aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voor individuele EU-goedkeuring van een voertuig of nationale individuele goedkeuring van een voertuig voldoet; |
|
7. |
„typegoedkeuring van een geheel voertuig” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een incompleet, compleet of voltooid voertuigtype aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet; |
|
8. |
„meerfasentypegoedkeuring” : de procedure waarbij een of meer goedkeuringsinstanties certificeren dat een incompleet of voltooid type voertuig, naargelang zijn staat van voltooiing, aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet; |
|
9. |
„stapsgewijze typegoedkeuring” : de procedure die bestaat uit het stapsgewijs verzamelen van de hele reeks EU-typegoedkeuringscertificaten of VN-typegoedkeuringscertificaten voor de systemen, onderdelen en technische eenheden die deel uitmaken van het voertuig, en die uiteindelijk resulteert in de typegoedkeuring van het gehele voertuig; |
|
10. |
„eenstapstypegoedkeuring” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie in één handeling certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid in zijn geheel aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet; |
|
11. |
„gemengde typegoedkeuring” : een stapsgewijze typegoedkeuring waarbij in de laatste fase van de typegoedkeuring van het gehele voertuig een of meer systemen worden goedgekeurd zonder dat voor deze systemen een EU-typegoedkeuringscertificaat moet worden afgegeven; |
|
12. |
„typegoedkeuring van een systeem” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een systeemtype aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet; |
|
13. |
„typegoedkeuring van een technische eenheid” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een technische eenheid in samenhang met een of meer specifieke voertuigtypen aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet; |
|
14. |
„typegoedkeuring van een onderdeel” : de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een onderdeel onafhankelijk van een voertuig aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet; |
|
15. |
„voertuig” : een motorvoertuig of een aanhangwagen daarvan; |
|
16. |
„motorvoertuig” : een gemotoriseerd voertuig dat is ontworpen en gebouwd om zich op eigen kracht voort te bewegen, ten minste vier wielen heeft, compleet, voltooid of incompleet is en een door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km/h heeft; |
|
17. |
„aanhangwagen” : een niet-zelfaangedreven voertuig op wielen dat is ontworpen en gebouwd om door een motorvoertuig te worden getrokken, dat op zijn minst kan bewegen om een horizontale as die loodrecht staat op het middenlangsvlak en om een verticale as die evenwijdig loopt aan het middenlangsvlak van het trekkende voertuig; |
|
18. |
„systeem” : een geheel van inrichtingen die gecombineerd zijn om in een voertuig een of meer specifieke functies te vervullen en dat aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen; |
|
19. |
„onderdeel” : een inrichting die bedoeld is om deel uit te maken van een voertuig, waarvoor onafhankelijk van een voertuig typegoedkeuring kan worden verleend, en die aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen indien de specifieke regelgevingshandeling daarin uitdrukkelijk voorziet; |
|
20. |
„technische eenheid” : een inrichting die is bedoeld om deel uit te maken van een voertuig waarvoor afzonderlijk, maar alleen in samenhang met een of meer specifieke voertuigtypen, typegoedkeuring kan worden verleend, en die aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen indien de specifieke regelgevingshandeling daarin uitdrukkelijk voorziet; |
|
21. |
„voertuigdelen” : goederen die worden gebruikt voor de assemblage, de reparatie en het onderhoud van een voertuig, alsmede reserveonderdelen; |
|
22. |
„uitrustingsstukken” : andere goederen dan voertuigdelen, die kunnen worden toegevoegd aan of geïnstalleerd in of op een voertuig; |
|
23. |
„reserveonderdelen” : goederen die ter vervanging van de originele voertuigdelen in of op het voertuig worden gemonteerd, met inbegrip van goederen die voor het gebruik van het voertuig noodzakelijk zijn, met uitzondering van brandstof; |
|
24. |
„basisvoertuig” : een voertuig dat in de eerste fase van een meerfasentypegoedkeuring wordt gebruikt; |
|
25. |
„incompleet voertuig” : een voertuig dat nog minstens één voltooiingsfase moet ondergaan om aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening te voldoen; |
|
26. |
„voltooid voertuig” : een voertuig dat na de meerfasentypegoedkeuring te hebben doorlopen aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening voldoet; |
|
27. |
„compleet voertuig” : een voertuig dat niet hoeft te worden voltooid om aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening te voldoen; |
|
28. |
„voertuig uit restantvoorraad” : een voertuig dat deel uitmaakt van een voorraad en dat niet of niet langer op de markt kan worden aangeboden, worden geregistreerd of in gebruik worden genomen omdat nieuwe technische voorschriften in werking zijn getreden waarvoor het voertuig niet is goedgekeurd; |
|
29. |
„voertuig dat op alternatieve brandstof rijdt” : een voertuig dat qua ontwerp geschikt is om op ten minste één soort brandstof te rijden die bij atmosferische temperatuur en druk ofwel gasvormig is, dan wel in substantiële mate van niet-minerale oliën is afgeleid; |
|
30. |
„in kleine series geproduceerd voertuig” : een voertuigtype waarvan het aantal eenheden dat op de markt wordt aangeboden, wordt geregistreerd of in gebruik wordt genomen, de in bijlage V vastgestelde jaarlijkse maxima niet overschrijdt; |
|
31. |
„voertuig voor speciale doeleinden” : een voertuig van categorie M, N of O met specifieke technische kenmerken die het in staat stellen een functie te vervullen waarvoor speciale voorzieningen of uitrustingen vereist zijn; |
|
32. |
„voertuigtype” : een bepaalde groep voertuigen die ten minste de in bijlage I, deel B, vermelde kenmerken deelt, met inbegrip van een groep voertuigen die de daar vermelde varianten en versies omvat; |
|
33. |
„oplegger” : een getrokken voertuig waarbij de as(sen) zich (bij een gelijkmatig verdeelde lading) achter het zwaartepunt van het voertuig bevindt (bevinden) en dat is uitgerust met een koppelingsmechanisme waarmee horizontale en verticale krachten op het trekkende voertuig kunnen worden overgebracht; |
|
34. |
„markttoezicht” : activiteiten en maatregelen van de markttoezichtautoriteiten om ervoor te zorgen dat voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken die op de markt worden aangeboden, voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie en geen gevaar opleveren voor de gezondheid, de veiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang; |
|
35. |
„markttoezichtautoriteit” : de nationale autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor het uitoefenen van markttoezicht op het grondgebied van de lidstaat; |
|
36. |
„goedkeuringsinstantie” : de instantie(s) van een lidstaat die door die lidstaat bij de Commissie is (zijn) aangemeld en die bevoegd is (zijn) voor alle aspecten van zowel de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid als de individuele goedkeuring van een voertuig, voor de vergunningsprocedure voor voertuigdelen en uitrustingsstukken, voor de afgifte en voor de eventuele intrekking of weigering van goedkeuringscertificaten; die bevoegd is te fungeren als contactpunt voor de goedkeuringsinstanties van andere lidstaten; die bevoegd is (zijn) voor de aanwijzing van de technische diensten en die ervoor moet(en) zorgen dat de fabrikant voldoet aan zijn verplichtingen inzake de overeenstemming van de productie; |
|
37. |
„nationale autoriteit” : een goedkeuringsinstantie of een andere instantie die betrokken is bij en verantwoordelijk is voor markttoezicht, grenscontroles of registratie in een lidstaat met betrekking tot voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken; |
|
38. |
„technische dienst” : een organisatie of instantie die door de goedkeuringsinstantie is aangewezen om als testlaboratorium tests of als conformiteitsbeoordelingsinstantie de eerste beoordeling en andere tests of keuringen te verrichten; |
|
39. |
„nationale accreditatie-instantie” : een nationale accreditatie-instantie, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008; |
|
40. |
„fabrikant” : een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid of van de individuele goedkeuring van een voertuig, of voor de vergunningsprocedure voor voertuigdelen en uitrustingsstukken, voor het waarborgen van de overeenstemming van de productie en voor markttoezichtaangelegenheden met betrekking tot geproduceerde voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken, ongeacht of die persoon wel of niet direct betrokken is bij alle fasen van het ontwerp en de bouw van het betrokken voertuig, systeem, onderdeel of de betrokken technische eenheid; |
|
41. |
„vertegenwoordiger van de fabrikant” : een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die door de fabrikant is aangewezen om de fabrikant bij de goedkeuringsinstantie of de markttoezichtautoriteit te vertegenwoordigen en namens de fabrikant bij onder deze verordening vallende aangelegenheden op te treden; |
|
42. |
„importeur” : een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een in een derde land geproduceerd(e) voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk in de handel brengt; |
|
43. |
„distributeur” : een handelaar of een andere natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen dan de fabrikant of de importeur, die een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk op de markt aanbiedt; |
|
44. |
„marktdeelnemer” : de fabrikant, de vertegenwoordiger van de fabrikant, de importeur of de distributeur; |
|
45. |
„onafhankelijke marktdeelnemer” : een natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van een erkende handelaar of reparateur, die direct of indirect bij de reparatie en het onderhoud van voertuigen betrokken is, waaronder reparateurs, fabrikanten of distributeurs van reparatieapparatuur, gereedschap of reserveonderdelen, alsook uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten, bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden, bedrijven die opleidingen aanbieden voor installateurs, fabrikanten en reparateurs van uitrustingsstukken voor voertuigen die op alternatieve brandstof rijden; er wordt eveneens onder verstaan erkende reparateurs, handelaren en distributeurs binnen het distributiesysteem van een bepaalde voertuigfabrikant voor zover zij reparatie- of onderhoudsdiensten verrichten voor voertuigen van een fabrikant van wiens distributienet zij geen deel uitmaken; |
|
46. |
„erkende reparateur” : een natuurlijke of rechtspersoon die reparatie- en onderhoudsdiensten verricht voor voertuigen en die actief is in het distributienet van een fabrikant; |
|
47. |
„onafhankelijke reparateur” : een natuurlijke of rechtspersoon die reparatie- en onderhoudsdiensten verricht voor voertuigen en die niet actief is in het distributienet van een fabrikant; |
|
48. |
„reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig” : alle informatie, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en aanvullingen daarop, die nodig is voor diagnose, onderhoud en keuring van een voertuig, de voorbereiding ervan op technische controle, reparatie, herprogrammering of re-initialisatie van een voertuig, of die nodig is voor de diagnostische ondersteuning op afstand van een voertuig of voor het monteren van voertuigdelen of uitrustingsstukken op een voertuig, en die de fabrikant aan zijn erkende partners, handelaren en reparateurs verstrekt of door de fabrikant met het oog op reparatie en onderhoud wordt aangewend; |
|
49. |
„informatie uit het boorddiagnosesysteem (OBD) van een voertuig” : informatie die is gegenereerd door een systeem in een voertuig of verbonden met een motor dat storingen kan herkennen en, indien van toepassing, daarvan via een alarmsysteem melding kan maken, door middel van in een computergeheugen opgeslagen informatie kan aangeven in welk gebied de storing waarschijnlijk is opgetreden, en die informatie buiten het voertuig kan laten lezen; |
|
50. |
„in de handel brengen” : het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk; |
|
51. |
„op de markt aanbieden” : het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk met het oog op distributie of gebruik op de markt; |
|
52. |
„in gebruik nemen” : het eerste gebruik, voor het beoogde doel, in de Unie van een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk; |
|
53. |
„registratie” : een administratieve toestemming voor de deelneming van een goedgekeurd voertuig aan het wegverkeer, die de identificatie van dat voertuig en de toekenning van een volgnummer, aan te duiden als registratienummer, omvat, hetzij permanent, dan wel tijdelijk; |
|
54. |
„virtuele testmethode” : computersimulaties, met inbegrip van berekeningen, die aantonen dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid voldoet aan de technische voorschriften van een in bijlage II vermelde regelgevingshandeling zonder dat daarvoor gebruik hoeft te worden gemaakt van een fysiek voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid; |
|
55. |
„alternatieve voorschriften” : bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften waarmee een niveau van functionele veiligheid, milieubescherming en arbeidsveiligheid moet worden gewaarborgd dat in de hoogst haalbare mate gelijkwaardig is met het door een of meer van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen geboden niveau; |
|
56. |
„beoordeling ter plaatse” : een controle in de bedrijfsruimte van een technische dienst of van een van haar onderaannemers of dochterondernemingen; |
|
57. |
„controlebeoordeling ter plaatse” : een periodieke routinebeoordeling ter plaatse die onderscheiden is van zowel de beoordeling ter plaatse die wordt verricht met het oog op de initiële aanwijzing van de technische dienst of van één van zijn onderaannemers of dochterondernemingen, als van de beoordeling ter plaatse die wordt verricht met het oog op de verlenging van die aanwijzing; |
|
58. |
„fabricagedatum van het voertuig” : datum waarop de fabricage van een voertuig is afgerond in overeenstemming met de door de fabrikant verkregen goedkeuring. |
Artikel 4
Voertuigcategorieën
Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende voertuigcategorieën gehanteerd:
categorie M omvat motorvoertuigen die in eerste instantie zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van passagiers en hun bagage, onderverdeeld in:
|
i) |
categorie M1 : motorvoertuigen met niet meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en zonder ruimte voor staande passagiers, ongeacht of het aantal zitplaatsen beperkt is tot de bestuurderszitplaats; |
|
ii) |
categorie M2 : motorvoertuigen met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en een maximummassa van ten hoogste 5 ton, ongeacht of die motorvoertuigen ruimte bieden voor staande passagiers; |
|
iii) |
categorie M3 : motorvoertuigen met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en een maximummassa van meer dan 5 ton ongeacht of die motorvoertuigen ruimte bieden voor staande passagiers; |
categorie N omvat motorvoertuigen die in eerste instantie zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van goederen, onderverdeeld in:
|
i) |
categorie N1 : motorvoertuigen met een maximummassa van ten hoogste 3,5 ton; |
|
ii) |
categorie N2 : motorvoertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton, maar niet meer dan 12 ton, en |
|
iii) |
categorie N3 : motorvoertuigen met een maximummassa van meer dan 12 ton; |
categorie O omvat aanhangwagens, onderverdeeld in:
|
i) |
categorie O1 : aanhangwagens met een maximummassa van ten hoogste 0,75 ton; |
|
ii) |
categorie O2 : aanhangwagens met een maximummassa van meer dan 0,75 ton, maar niet meer dan 3,5 ton; |
|
iii) |
categorie O3 : aanhangwagens met een maximummassa van meer dan 3,5 ton, maar niet meer dan 10 ton, en |
|
iv) |
categorie O4 : aanhangwagens met een maximummassa van meer dan 10 ton. |
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I wat de voertuigtypen en carrosserietypen betreft, teneinde rekening te houden met technische vooruitgang.
HOOFDSTUK II
ALGEMENE VERPLICHTINGEN
Artikel 5
Technische voorschriften
Met name in de volgende gevallen worden voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden geacht niet te voldoen aan deze verordening:
indien zij meer afwijken van de gegevens in de EU-typegoedkeuringscertificaten en de bijlagen daarbij of van de beschrijvende gegevens in de testrapporten dan de toepasselijke regelgevingshandeling toestaat,
indien niet overeenkomstig alle in de toepasselijke regelgevingshandeling vastgelegde voorwaarden is voldaan aan de in de toepasselijke regelgevingshandeling neergelegde prestatiecriteria of grenswaarden voor serieproductie,
indien de goedkeuringsinstanties, de markttoezichtautoriteiten of de Commissie informatie die door de fabrikant in het informatiedocument is verstrekt, niet overeenkomstig alle in de toepasselijke regelgevingshandeling vastgelegde voorwaarden kunnen reproduceren.
Bij de beoordeling van de conformiteit voor de toepassing van dit lid wordt uitsluitend rekening gehouden met de controles, tests, keuringen en beoordelingen door of namens de goedkeuringsinstanties, de markttoezichtautoriteiten of de Commissie.
Artikel 6
Verplichtingen van lidstaten
Die kennisgeving bevat de naam, het adres, met inbegrip van het elektronische adres, en de bevoegdheidsgebieden van die instanties en autoriteiten. De Commissie publiceert een lijst en de contactgegevens van de goedkeuringsinstanties en de markttoezichtautoriteiten op haar website.
De lidstaten zorgen ervoor dat hun eigen goedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten zich houden aan een strikte scheiding van functies en verantwoordelijkheden, en dat ze onafhankelijk van elkaar functioneren. Die autoriteiten mogen tot dezelfde organisatie behoren mits hun activiteiten autonoom in het kader van gescheiden structuren worden uitgeoefend.
In afwijking van de eerste alinea van dit lid kunnen de lidstaten besluiten niet toe te staan dat voertuigen in het verkeer of in de handel worden gebracht, worden geregistreerd of in gebruik worden genomen indien voor die voertuigen overeenkomstig deze verordening een typegoedkeuring is verleend, maar de geharmoniseerde afmetingen, gewichten en asbelastingen van bijlage I bij Richtlijn 96/53/EG van de Raad ( 4 ) erdoor worden overschreden.
De lidstaten maken een samenvatting van de resultaten van periodieke evaluaties en beoordelingen toegankelijk voor het publiek.
De lidstaten brengen aan de Commissie en het Forum verslag uit over de wijze waarop zij gevolg geven aan eventuele aanbevelingen, als bedoeld in artikel 11, lid 5, van het Forum.
De lidstaten maken een samenvatting van de resultaten van periodieke evaluaties en beoordelingen toegankelijk voor het publiek.
De lidstaten brengen aan de Commissie en het Forum verslag uit over de wijze waarop zij gevolg geven aan eventuele aanbevelingen, als bedoeld in artikel 11, lid 5, van het Forum.
Artikel 7
Verplichtingen van goedkeuringsinstanties
Goedkeuringsinstanties werken efficiënt en doeltreffend samen, en wisselen informatie uit die relevant is voor hun rol en functies.
Artikel 8
Verplichtingen van markttoezichtautoriteiten
Bij het uitvoeren van die controles houden markttoezichtautoriteiten rekening met:
gevestigde beginselen van risicobeoordeling;
met redenen omklede klachten, en
alle andere relevante informatie, waaronder de in het Forum uitgewisselde informatie en eventuele testresultaten die zijn gepubliceerd door erkende derden die voldoen aan de voorschriften die zijn neergelegd in de in artikel 13, lid 10, bedoelde uitvoeringshandelingen.
Elke test controleert de conformiteit met de toepasselijke in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen.
Markttoezichtautoriteiten werken met marktdeelnemers samen bij maatregelen ter voorkoming of beperking van de risico's van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die deze marktdeelnemers op de markt hebben aangeboden.
Artikel 9
Conformiteitscontrole door de Commissie
De tests en keuringen worden onder meer uitgevoerd door middel van laboratoriumtests en tests op de weg op basis van statistisch relevante steekproeven, en worden aangevuld met documentencontroles.
Bij de uitvoering van die tests en keuringen houdt de Commissie rekening met:
gevestigde beginselen van risicobeoordeling;
redenen omklede klachten, en
andere relevante informatie, waaronder in het Forum uitgewisselde informatie, testresultaten die zijn gepubliceerd door erkende derden die voldoen aan de voorschriften die zijn neergelegd in de in artikel 13, lid 10, bedoelde uitvoeringshandelingen, informatie betreffende nieuwe technologieën op de markt en verslagen op basis van metingen op de weg met behulp van teledetectie.
De Commissie kan de uitvoering van tests of keuringen toevertrouwen aan technische diensten, die in dat geval namens de Commissie optreden. Indien de Commissie voor de toepassing van dit artikel de uitvoering van tests of keuringen aan technische diensten toevertrouwt, ziet zij erop toe dat de technische dienst waarop een beroep wordt gedaan niet dezelfde is als de technische dienst die de tests voor de oorspronkelijke typegoedkeuring heeft uitgevoerd.
Die tests en keuringen kunnen worden verricht op:
nieuwe voertuigen die door fabrikanten of andere marktdeelnemers overeenkomstig lid 2 worden geleverd;
geregistreerde voertuigen, met de instemming van de houder van het registratiecertificaat van het voertuig.
De lidstaten verlenen de Commissie medewerking bij de uitvoering van de tests en keuringen.
Die gegevens omvatten alle parameters en instellingen die nodig zijn om de testomstandigheden die van toepassing waren op het moment dat de typegoedkeuringstest werd uitgevoerd, nauwgezet te reproduceren. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin nader wordt bepaald welke gegevens ter beschikking moeten worden gesteld, met inachtneming van de bescherming van commerciële geheimen en persoonlijke gegevens krachtens het Unierecht en het nationale recht. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Wanneer door de tests en keuringen twijfel rijst over de juistheid van de typegoedkeuring zelf, stelt de Commissie de betrokken goedkeuringsinstantie(s) en het Forum onmiddellijk daarvan in kennis.
De Commissie brengt de bevoegde goedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten daarvan op de hoogte opdat zij passende maatregelen nemen om gebruikers op hun grondgebied binnen een passende termijn te attenderen op enige niet-conformiteit die zij heeft vastgesteld met betrekking tot een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, teneinde het risico op verwonding of andere schade te voorkomen of verminderen.
Nadat de Commissie tests in het kader van conformiteitscontroles heeft verricht, maakt zij een verslag met haar bevindingen openbaar toegankelijk en zendt zij haar bevindingen toe aan de lidstaten en aan het Forum. Dit verslag bevat nadere gegevens over de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die werden beoordeeld, de identiteit van de betrokken fabrikant, alsook een korte beschrijving van de bevindingen, met inbegrip van de aard van de eventuele niet-conformiteit.
Artikel 10
Beoordelingen door de Commissie
In afwijking van de eerste alinea mag de beoordeling van een goedkeuringsinstantie minder frequent plaatsvinden indien de Commissie van oordeel is dat de eerste beoordeling van die autoriteit aantoont dat de opgezette procedures de doeltreffende toepassing van deze verordening waarborgen, rekening houdend met het toepassingsgebied en het scala van verleende EU-typegoedkeuringen.
Artikel 11
Forum voor uitwisseling van informatie over handhaving
Het Forum bestaat uit door elke lidstaat benoemde vertegenwoordigers van hun goedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten.
Waar passend kunnen technische diensten, erkende derden die voldoen aan de voorschriften die zijn neergelegd in de in artikel 13, lid 10, bedoelde uitvoeringshandelingen, vertegenwoordigers van het Europees Parlement, van de industrie en van relevante marktdeelnemers alsook van belanghebbenden bij veiligheids- en milieuaangelegenheden als waarnemers worden uitgenodigd voor het Forum, zulks overeenkomstig het in lid 7 van dit artikel bedoelde reglement van orde.
Doel van de adviserende taken van het Forum is het bevorderen van beste praktijken die bijdragen tot een uniforme interpretatie en toepassing van deze verordening, het uitwisselen van informatie over handhavingsproblemen, samenwerking, met name wat betreft de beoordeling, aanwijzing en monitoring van technische diensten, het ontwikkelen van werkmethoden en -instrumenten, het ontwikkelen van een procedure voor de elektronische uitwisseling van informatie, het evalueren van geharmoniseerde handhavingsprojecten en de uitwisseling van informatie over sancties.
Het Forum houdt rekening met:
vraagstukken in verband met de uniforme interpretatie van de voorschriften van deze verordening en de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen tijdens de toepassing van die voorschriften;
de resultaten van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 6, leden 8 en 9, verrichte typegoedkeurings- en markttoezichtactiviteiten;
de resultaten van door de Commissie overeenkomstig artikel 9 verrichte tests en keuringen;
de door de Commissie overeenkomstig artikel 10 verrichte beoordelingen;
testrapporten over mogelijke niet-conformiteit die worden ingediend door erkende derden die voldoen aan de voorschriften die zijn neergelegd in de in artikel 13, lid 10, bedoelde uitvoeringshandelingen;
de resultaten van door de goedkeuringsinstanties overeenkomstig artikel 31 verrichte activiteiten met betrekking tot de overeenstemming van de productie;
de door de lidstaten krachtens artikel 67, lid 6, ingediende informatie over hun procedures voor het beoordelen, aanwijzen, aanmelden en monitoren van technische diensten;
vraagstukken van algemeen belang voor de toepassing van de voorschriften in deze verordening in verband met de beoordeling, aanwijzing en monitoring van technische diensten in overeenstemming met artikel 67, lid 10, en artikel 78, lid 4;
inbreuken door marktdeelnemers;
de toepassing van de corrigerende of beperkende maatregelen van hoofdstuk XI;
de planning, coördinatie en resultaten van markttoezichtactiviteiten;
vraagstukken in verband met de in hoofdstuk XIV beschreven toegang tot de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen en, in het bijzonder, vraagstukken in verband met de uitvoering van de overeenkomstig artikel 65 vastgelegde procedures.
Wanneer het Forum een advies of aanbevelingen uitbrengt, streeft het naar een consensus. Indien geen consensus kan worden bereikt, brengt het Forum zijn advies of aanbevelingen met een gewone meerderheid van de lidstaten uit. Elke lidstaat heeft één stem. lidstaten met afwijkende standpunten kunnen vragen dat die standpunten en de redenen ervoor in het advies of de aanbevelingen van het Forum worden opgenomen.
Artikel 12
Online gegevensuitwisseling
Voor markttoezicht, terugroepingen en andere relevante activiteiten tussen de markttoezichtautoriteiten, de lidstaten en de Commissie, gebruiken de Commissie en de lidstaten het uit hoofde van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ) ingestelde systeem voor snelle uitwisseling van informatie (Rapex) en het uit hoofde van Verordening (EG) nr. 765/2008 ingestelde Informatie- en communicatiesysteem voor markttoezicht (ICSMS).
Met ingang van 5 juli 2026 stellen de lidstaten de in het certificaat van overeenstemming opgenomen informatie, met uitzondering van de voertuigidentificatienummers, ter beschikking van het publiek in de vorm van gestructureerde gegevens in elektronische vorm, in het gemeenschappelijk beveiligd systeem voor elektronische uitwisseling overeenkomstig artikel 37.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de vorm van en de voorwaarden voor openbare toegang tot de in de eerste en tweede alinea van dit lid bedoelde informatie worden vastgelegd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de vorm van en de voorwaarden voor openbare toegang tot de in de eerste alinea van dit lid bedoelde openbaar toegankelijke informatie worden vastgelegd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 13
Algemene verplichtingen van de fabrikanten
Bij meerfasentypegoedkeuring zijn fabrikanten eveneens verantwoordelijk voor de goedkeuring en de overeenstemming van de productie van de systemen, onderdelen en technische eenheden die zij tijdens de voltooiingsfase aan het voertuig hebben toegevoegd. Fabrikanten die reeds in eerdere fasen goedgekeurde onderdelen, systemen of technische eenheden wijzigen, zijn verantwoordelijk voor de typegoedkeuring en overeenstemming van de productie van de gewijzigde onderdelen, systemen of technische eenheden. Fabrikanten van de eerdere fase voorzien fabrikanten van de daaropvolgende fase van informatie over veranderingen die gevolgen kunnen hebben voor de typegoedkeuring van onderdelen, systemen of technische eenheden of van het gehele voertuig. Die informatie wordt verstrekt zodra de nieuwe uitbreiding tot de typegoedkeuring van het gehele voertuig is verleend en ten laatste op de begindatum van fabricage van het incomplete voertuig.
Fabrikanten houden van die klachten een register bij, met voor elke klacht een beschrijving van het probleem en de details die nodig zijn om het betrokken type voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk precies te bepalen, en, in geval van met redenen omklede klachten, houden fabrikanten hun distributeurs en importeurs daarover geïnformeerd.
Voor de toepassing van de eerste alinea van dit lid stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin nader wordt bepaald welke gegevens kosteloos ter beschikking moeten worden gesteld en aan welke voorschriften derden moeten voldoen om hun rechtmatige belangen op het gebied van openbare veiligheid of milieubescherming en hun gebruik van passende testvoorzieningen aan te tonen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 14
Verplichtingen van fabrikanten met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken die niet conform zijn of een ernstig risico vormen
De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft verleend, onmiddellijk van de niet-conformiteit en van alle genomen maatregelen in kennis.
Voertuigfabrikanten houden gedurende een periode van tien jaar na de fabricagedatum van het voertuig een kopie van de in artikel 36 bedoelde certificaten van overeenstemming ter beschikking van de goedkeuringsinstanties.
Op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit verlenen fabrikanten medewerking aan overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 genomen maatregelen ter verhelping van de risico's van het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het voertuigdeel of het uitrustingsstuk dat/die zij op de markt hebben aangeboden.
Artikel 15
Verplichtingen van vertegenwoordigers van fabrikanten
De vertegenwoordiger van de fabrikant voert de taken uit die zijn vermeld in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. In dat mandaat wordt ten minste bepaald dat de vertegenwoordiger:
toegang heeft tot het in artikel 28, lid 1, bedoelde EU-typegoedkeuringscertificaat en de bijlagen daarbij, en tot het certificaat van overeenstemming in een officiële taal van de Unie; die documenten worden gedurende een periode van tien jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van de EU-typegoedkeuring van een voertuig en gedurende een periode van vijf jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van de EU-typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid ter beschikking van de goedkeuringsinstanties en de markttoezichtautoriteiten gesteld;
een goedkeuringsinstantie, op een met redenen omkleed verzoek van die instantie, voorziet van alle informatie, documentatie en andere technische specificaties, waaronder toegang tot software en algoritmen, die nodig zijn om de overeenstemming van de productie van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan te tonen;
op verzoek van de goedkeuringsinstanties of de markttoezichtautoriteiten medewerking verleent aan eventueel getroffen maatregelen ter eliminatie van de ernstige risico's van de voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die onder dat mandaat vallen;
de fabrikant onmiddellijk in kennis stelt van klachten en meldingen met betrekking tot risico's, vermoedelijke incidenten, of gevallen van niet-conformiteit die verband houden met voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die onder dat mandaat vallen;
het recht heeft het mandaat zonder sanctie te beëindigen als de fabrikant in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening handelt.
De daarbij te verstrekken informatie preciseert ten minste:
de datum van de beëindiging van het mandaat;
de datum tot wanneer hij mag worden vermeld in de door de fabrikant verstrekte informatie, waaronder reclamemateriaal;
de overdracht van documenten, inclusief vertrouwelijkheidsaspecten en eigendomsrechten;
zijn verplichting om na het einde van zijn mandaat alle klachten en meldingen van risico's en vermoedelijke incidenten met betrekking tot een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk waarvoor hij als vertegenwoordiger van de fabrikant was aangewezen, aan de fabrikant of diens nieuwe vertegenwoordiger door te sturen.
Artikel 16
Verplichtingen van importeurs
Bij een voertuig zorgt de importeur ervoor dat het van het vereiste certificaat van overeenstemming vergezeld gaat.
Artikel 17
Verplichtingen van importeurs met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken die niet conform zijn of een ernstig risico vormen
Importeurs brengen de goedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten tevens op de hoogte van alle ondernomen acties, en beschrijven daarbij in detail met name het ernstige risico en alle door de fabrikant genomen maatregelen.
Op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit verlenen importeurs medewerking aan overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 genomen maatregelen ter eliminatie van de risico's van het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het voertuigdeel of het uitrustingsstuk dat/die zij op de markt hebben aangeboden.
Artikel 18
Verplichtingen van distributeurs
Artikel 19
Verplichtingen van distributeurs met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken die niet conform zijn of een ernstig risico vormen
Distributeurs brengen hen tevens op de hoogte van alle ondernomen acties en beschrijven daarbij in detail alle door de fabrikant genomen maatregelen.
Artikel 20
Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs
Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze verordening beschouwd als een fabrikant en is onderworpen aan de verplichtingen van de fabrikant uit hoofde van de artikelen 8, 13 en 14 in de volgende gevallen:
indien de importeur of distributeur een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid onder zijn eigen naam of handelsmerk op de markt aanbiedt of verantwoordelijk is voor de ingebruikneming daarvan, of een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid zodanig wijzigt dat de conformiteit ervan met de toepasselijke voorschriften in het gedrang kan komen, of
indien de importeur of distributeur een systeem, onderdeel of technische eenheid op basis van een VN-typegoedkeuring die aan een fabrikant buiten de Unie is verleend op de markt aanbiedt of verantwoordelijk is voor de ingebruikneming ervan, en het niet mogelijk is om op het grondgebied van de Unie een vertegenwoordiger van de fabrikant te identificeren.
Artikel 21
Identificatie van marktdeelnemers
Gedurende een periode van tien jaar nadat een voertuig in de handel is gebracht en gedurende een periode van vijf jaar nadat een systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk in de handel is gebracht, verschaffen marktdeelnemers op verzoek van een goedkeuringsinstantie of markttoezichtautoriteit informatie over het volgende:
welke marktdeelnemer hun een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk heeft geleverd;
aan welke marktdeelnemer zij een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk hebben geleverd.
HOOFDSTUK III
PROCEDURES VOOR EU-TYPEGOEDKEURING
Artikel 22
Procedures voor EU-typegoedkeuring
De fabrikant kiest, wanneer hij de typegoedkeuring van een geheel voertuig aanvraagt, een van de onderstaande procedures:
stapsgewijze typegoedkeuring,
eenstapstypegoedkeuring,
gemengde typegoedkeuring.
Voor een incompleet of voltooid voertuig kan de fabrikant eveneens kiezen voor een meerfasentypegoedkeuring.
De procedure voor meerfasentypegoedkeuring is tevens van toepassing voor complete voertuigen die na voltooiing door een andere fabrikant zijn omgebouwd of gewijzigd.
Artikel 23
Aanvraag voor EU-typegoedkeuring
Voor hetzelfde type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid mag in een andere lidstaat geen nieuwe aanvraag worden ingediend indien:
een goedkeuringsinstantie heeft geweigerd een typegoedkeuring voor dat type te verlenen;
een goedkeuringsinstantie de typegoedkeuring voor dat type heeft ingetrokken, of
de fabrikant een aanvraag voor een typegoedkeuring voor dat type heeft herroepen.
De goedkeuringsinstantie weigert een aanvraag voor een typegoedkeuring van een andere typeaanduiding of voor een aanpassing ten opzichte van een vorige aanvraag indien de wijzigingen onvoldoende zijn om aanleiding te geven tot een nieuw type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid.
Een aanvraag voor een EU-typegoedkeuring van een specifiek type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, omvat een verklaring door de fabrikant waarmee hij deze overeenkomstig de tweede alinea van lid 2 te kennen geeft dat:
de fabrikant geen aanvraag heeft gedaan bij een andere goedkeuringsinstantie voor een EU-typegoedkeuring voor hetzelfde type, en dat geen enkele andere goedkeuringsinstantie een dergelijke goedkeuring heeft verleend aan de fabrikant;
geen enkele goedkeuringsinstantie heeft geweigerd een typegoedkeuring voor dat type te verlenen;
geen enkele goedkeuringsinstantie de typegoedkeuring voor dat type heeft ingetrokken, en
de fabrikant geen typegoedkeuringsaanvraag voor dat type heeft ingetrokken.
Artikel 24
Informatiedossier
Het informatiedossier bevat:
een informatiedocument volgens het model dat is neergelegd in de in lid 4 bedoelde uitvoeringshandelingen in het geval van eenstaps-, gemengde of stapsgewijze typegoedkeuring van gehele voertuigen, of overeenkomstig de toepasselijke regelgevingshandeling uit bijlage II in het geval van de typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid;
alle gegevens, tekeningen, foto's en andere relevante informatie;
voor voertuigen, een vermelding van de overeenkomstig artikel 22, lid 1, gekozen procedure of procedures;
alle aanvullende informatie waar de goedkeuringsinstantie in het kader van de EU-typegoedkeuringsprocedure om vraagt.
Artikel 25
Aanvullende informatie bij aanvragen voor EU-typegoedkeuring
Indien het een typegoedkeuring van een systeem, van een onderdeel of van een technische eenheid betreft uit hoofde van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen, wordt de goedkeuringsinstantie toegang tot het informatiedossier verleend en, indien van toepassing, tot de EU-typegoedkeuringscertificaten en de bijlagen daarbij, totdat de typegoedkeuring van het gehele voertuig is verleend of geweigerd.
Voor systemen waarvoor geen EU-typegoedkeuringscertificaat of VN-typegoedkeuringscertificaat is gepresenteerd, gaat de aanvraag, naast het in artikel 24 bedoelde informatiedossier, vergezeld van de informatie die voor de goedkeuring van die systemen tijdens de voertuiggoedkeuringsfase vereist is, en van een testrapport in plaats van het EU-typegoedkeuringscertificaat of VN-typegoedkeuringscertificaat.
Een aanvraag om meerfasentypegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende informatie:
in de eerste fase, de delen van het informatiedossier en van de EU-typegoedkeuringscertificaten, VN-typegoedkeuringscertificaten of, in voorkomend geval, de testrapporten, die relevant zijn voor de voltooiingsfase waarin het basisvoertuig zich bevindt;
in de tweede en daaropvolgende fasen, de delen van het informatiedossier en de EU-typegoedkeuringscertificaten of VN-typegoedkeuringscertificaten die relevant zijn voor de lopende bouwfase, samen met een kopie van het in de vorige bouwfase voor het gehele voertuig afgegeven EU-typegoedkeuringscertificaat, alsook alle gegevens over eventuele wijzigingen of toevoegingen die de fabrikant aan het voertuig heeft aangebracht.
De in dit lid genoemde informatie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 24, lid 3.
De goedkeuringsinstantie en de technische diensten kunnen eveneens van de fabrikant verlangen dat hij documentatie of de nodige aanvullende informatie verstrekt teneinde de goedkeuringsinstantie of de technische diensten in staat te stellen een passend niveau van inzicht te verwerven in de systemen, waaronder het proces van systeemontwikkeling en het systeemconcept, alsook in de functies van de software en algoritmen die nodig zijn om de conformiteit van het voertuig met de voorschriften van deze verordening te verifiëren, om te kunnen beslissen welke tests moeten worden verricht, of om de uitvoering van die tests te vergemakkelijken.
HOOFDSTUK IV
VERLOOP VAN DE PROCEDURES VOOR EU-TYPEGOEDKEURING
Artikel 26
Algemene bepalingen inzake het verloop van procedures voor EU-typegoedkeuring
Een goedkeuringsinstantie waarbij overeenkomstig artikel 23 een aanvraag is ingediend, verleent alleen typegoedkeuring na verificatie van het volgende:
de in artikel 31 bedoelde regelingen inzake de overeenstemming van de productie;
dat de in artikel 23, lid 3, bedoelde verklaring is ingediend;
de conformiteit van het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid met de toepasselijke voorschriften;
bij typegoedkeuringen van gehele voertuigen volgens de stapsgewijze, gemengde of meerfasentypegoedkeuringsprocedure verifieert de goedkeuringsinstantie overeenkomstig artikel 22, lid 4, dat voor de systemen, onderdelen en technische eenheden aparte en geldige typegoedkeuringen zijn verleend krachtens de voorschriften die bij het verlenen van de typegoedkeuring van het gehele voertuig van toepassing waren.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlagen III en IX teneinde met technologische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de daarin vervatte procedures inzake EU-typegoedkeuring en meerfasentypegoedkeuring te actualiseren.
Het informatiepakket kan in elektronische vorm worden bewaard. Het bevat een inhoudsopgave waarin alle paginanummers en de vorm van elk document duidelijk worden aangegeven, en dat alle wijzigingen van de EU-typegoedkeuring chronologisch bijhoudt.
Na het verstrijken van de geldigheid van de betrokken EU-typegoedkeuring houdt de goedkeuringsinstantie het informatiepakket nog tien jaar lang beschikbaar.
De goedkeuringsinstantie verzoekt de goedkeuringsinstanties die een typegoedkeuring van de systemen, onderdelen of technische eenheden hebben verleend, om overeenkomstig artikel 54, lid 2, te handelen.
Artikel 27
Kennisgeving van verleende, gewijzigde, geweigerde en ingetrokken EU-typegoedkeuringen
Artikel 28
EU-typegoedkeuringscertificaat
Het EU-typegoedkeuringscertificaat omvat de volgende bijlagen:
het in artikel 26, lid 4, bedoelde informatiepakket;
de in artikel 30 bedoelde testrapporten in het geval van typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid, of het formulier met testresultaten in het geval van typegoedkeuring van een geheel voertuig;
in geval van typegoedkeuring van een geheel voertuig, de naam en handtekening van de persoon (personen) die gemachtigd is (zijn) om certificaten van overeenstemming te ondertekenen, met vermelding van zijn (hun) positie in het bedrijf;
in het geval van een typegoedkeuring van een geheel voertuig, een ingevuld exemplaar van het certificaat van overeenstemming van het voertuigtype.
Voor elk type voertuig, systeem, onderdeel en technische eenheid dient de goedkeuringsinstantie:
alle relevante rubrieken van het EU-typegoedkeuringscertificaat in te vullen, met inbegrip van de bijlagen;
de inhoudsopgave van het in artikel 26, lid 4, bedoelde informatiepakket samen te stellen;
het ingevulde EU-typegoedkeuringscertificaat en de bijlagen onverwijld aan de fabrikant te verstrekken.
Artikel 29
Bijzondere bepalingen inzake de EU-typegoedkeuring van systemen, onderdelen en technische eenheden
In dergelijke gevallen worden de eventuele beperkingen van het gebruik van het onderdeel of de technische eenheid en de bijzondere voorwaarden voor de montage van het onderdeel of de technische eenheid in het voertuig op het EU-typegoedkeuringscertificaat vermeld.
Indien dat onderdeel of die technische eenheid in een voertuig wordt gemonteerd, verifieert de goedkeuringsinstantie tijdens de goedkeuring van het voertuig dat het onderdeel of de technische eenheid alle toepasselijke beperkingen op het gebruik of de voorwaarden voor de montage naleeft.
Artikel 30
Voor EU-typegoedkeuring vereiste tests
Artikel 31
Regelingen inzake de overeenstemming van de productie
Overeenkomstig bijlage IV neemt de goedkeuringsinstantie de nodige maatregelen om die controles of tests uit te voeren met de frequentie die is bepaald in de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen of, indien in die regelgevingshandelingen geen frequentie wordt bepaald, minstens eens om de drie jaar.
Teneinde te verifiëren dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid conform het goedgekeurde type is, moeten de goedkeuringsinstantie of de technische diensten:
indien voor de in de toepasselijke in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen vastgelegde testprocedures een waardenbereik wordt opgegeven, bij het uitvoeren van de controles of tests de waarden op een willekeurige manier vastleggen binnen het opgegeven bereik, en
overeenkomstig artikel 25, lid 4, toegang hebben tot de software, de algoritmen, de documentatie en aanvullende informatie.
Artikel 32
Vergoedingen
De lidstaat maakt voldoende middelen beschikbaar om de kosten van markttoezichtactiviteiten te dekken. Onverminderd het nationale recht kunnen de vergoedingen voor die kosten in rekening worden gebracht door de lidstaat waar de voertuigen op de markt worden gebracht.
HOOFDSTUK V
WIJZIGINGEN EN GELDIGHEIDSDUUR VAN EU-TYPEGOEDKEURINGEN
Artikel 33
Algemene bepalingen inzake wijzigingen van EU-typegoedkeuringen
De goedkeuringsinstantie beslist of de typegoedkeuring voor die verandering moet worden gewijzigd, door een herziening dan wel door een uitbreiding van de typegoedkeuring overeenkomstig artikel 34, of dat die verandering een nieuwe EU-typegoedkeuring vereist.
Artikel 34
Herzieningen en uitbreidingen van EU-typegoedkeuringen
In dat geval geeft de goedkeuringsinstantie onverwijld de herziene bladzijden van het informatiepakket af, waarbij op elke herziene bladzijde duidelijk de aard van de wijziging en de nieuwe afgiftedatum zijn vermeld, of geeft zij een geconsolideerde, geactualiseerde versie van het informatiepakket af, die vergezeld gaat van een gedetailleerde beschrijving van de wijzigingen.
Een wijziging wordt een „uitbreiding” genoemd indien de goedkeuringsinstantie concludeert dat de gegevens die in het informatiepakket zijn opgenomen, zijn veranderd en een of meer van de volgende situaties van toepassing zijn:
er zijn verdere keuringen of tests vereist om te verifiëren dat nog steeds wordt voldaan aan de voorschriften waarop de bestaande EU-typegoedkeuring is gebaseerd;
een gegeven op het EU-typegoedkeuringscertificaat, de bijlagen uitgezonderd, is gewijzigd, of
krachtens een in bijlage II vermelde regelgevingshandeling worden nieuwe voorschriften van toepassing op het goedgekeurde type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid.
In het geval van een uitbreiding geeft de goedkeuringsinstantie onverwijld een geactualiseerd EU-typegoedkeuringscertificaat af, voorzien van een uitbreidingsnummer dat direct volgt op het laatst toegekende uitbreidingsnummer. Op dat goedkeuringscertificaat worden duidelijk de reden voor de uitbreiding, de nieuwe afgiftedatum en in voorkomend geval de geldigheidsduur vermeld.
Artikel 35
Einde van de geldigheid
Indien de goedkeuringsinstantie de in de eerste alinea van dit lid bedoelde controle verricht, is het niet nodig de in artikel 30 bedoelde tests te herhalen.
In elk van de volgende gevallen wordt een EU-typegoedkeuring ongeldig:
wanneer nieuwe voorschriften die van toepassing zijn op het goedgekeurde type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, worden ingevoerd voor het op de markt aanbieden, het registeren of het in gebruik nemen, en de EU-typegoedkeuring niet op basis van de in artikel 34, lid 2, onder c), bedoelde situatie kan worden uitgebreid;
indien een overeenkomstig lid 1 van dit artikel verrichte controle uitwijst dat het voertuig niet voldoet aan alle regelgevingshandelingen die op dat type van toepassing zijn;
wanneer de productie van voertuigen conform het goedgekeurde voertuigtype vrijwillig definitief wordt stopgezet, hetgeen wordt geacht plaats te hebben gevonden wanneer gedurende de voorafgaande twee jaar geen voertuig van het betreffende type is geproduceerd; zolang punt a) van dit lid niet van toepassing is, blijven dergelijke typegoedkeuringen evenwel geldig met het oog op het registreren of het in gebruik nemen van het voertuig;
wanneer de EU-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 31, lid 7, is ingetrokken;
wanneer de geldigheidsduur van het EU-typegoedkeuringscertificaat ingevolge een van de in artikel 39, lid 6, bedoelde beperkingen afloopt;
wanneer is gebleken dat de typegoedkeuring gebaseerd is op valse verklaringen, vervalste testresultaten of wanneer gegevens die tot het weigeren van het verlenen van typegoedkeuring zouden hebben geleid, zijn achtergehouden.
Uiterlijk een maand na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving stelt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring voor het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid heeft verleend, de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten hiervan in kennis.
In het geval van voertuigen vermeldt de in de eerste alinea van dit lid bedoelde mededeling de fabricagedatum en het voertuigidentificatienummer („VIN”), zoals gedefinieerd in punt 2 van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie ( 6 ), van het laatst geproduceerde voertuig.
HOOFDSTUK VI
CERTIFICAAT VAN OVEREENSTEMMING EN MARKERINGEN
Artikel 36
Certificaat van overeenstemming in papiervorm
Het certificaat van overeenstemming in papiervorm beschrijft in concrete termen de hoofdkenmerken en de technische prestaties van het voertuig. Het certificaat van overeenstemming in papiervorm vermeldt de fabricagedatum van het voertuig. Het certificaat van overeenstemming in papiervorm wordt zo ontworpen dat vervalsing wordt voorkomen.
Het certificaat van overeenstemming in papiervorm wordt gratis bij het voertuig aan de koper geleverd. De levering ervan mag niet afhankelijk worden gesteld van een uitdrukkelijk verzoek daartoe of van het verstrekken van aanvullende gegevens aan de fabrikant.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot het certificaat van overeenstemming in papiervorm, waarbij in het bijzonder het volgende wordt vastgelegd:
het model voor het certificaat van overeenstemming;
de beveiligingselementen om vervalsing van het certificaat van overeenstemming te voorkomen, en
de wijze van ondertekening van het certificaat van overeenstemming.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De eerste van die uitvoeringshandelingen wordt vóór 1 september 2020 vastgesteld.
Artikel 37
Certificaat van overeenstemming in elektronische vorm
Rekening houdend met de gegevens die op het certificaat van overeenstemming in papiervorm moeten worden verstrekt, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot certificaten van overeenstemming in de vorm van gestructureerde gegevens in elektronische vorm, waarbij in het bijzonder het volgende wordt vastgelegd:
het basisformaat en de structuur van de gegevenselementen van de certificaten van overeenstemming in elektronische vorm, en de bij de uitwisseling gebruikte berichten;
de minimumvoorschriften voor beveiligde gegevensuitwisseling, waaronder het voorkomen van beschadiging en misbruik van gegevens, en maatregelen om de authenticiteit van de elektronische gegevens te waarborgen, zoals het gebruik van een digitale handtekening;
de manier van uitwisseling van de gegevens van het certificaat van overeenstemming in elektronische vorm;
de minimumvoorschriften voor een voertuigspecifiek uniek identificatienummer en voor de vorm van de informatie voor de koper, overeenkomstig lid 5;
de leestoegang als bedoeld in lid 5;
vrijstellingen voor fabrikanten van bijzondere voertuigcategorieën en -types die in kleine series worden geproduceerd.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De eerste van die uitvoeringshandelingen wordt vóór 1 september 2020 vastgesteld.
Artikel 38
Voorgeschreven en aanvullende platen van de fabrikant, markeringen en typegoedkeuringsmerk van onderdelen en technische eenheden
Als een dergelijk typegoedkeuringsmerk niet is vereist, brengt de fabrikant ten minste zijn handelsnaam of handelsmerk, alsook het typenummer of een identificatienummer, op het onderdeel of de technische eenheid aan.
HOOFDSTUK VII
NIEUWE TECHNOLOGIEËN OF NIEUWE CONCEPTEN
Artikel 39
Ontheffingen voor nieuwe technologieën of nieuwe concepten
De goedkeuringsinstantie verleent de in lid 1 bedoelde EU-typegoedkeuring indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
in de aanvraag om EU-typegoedkeuring zijn de redenen vermeld waarom de nieuwe technologieën of nieuwe concepten tot gevolg hebben dat de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden onverenigbaar zijn met een of meer van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen;
in de aanvraag om EU-typegoedkeuring zijn de veiligheids- en milieuaspecten van de nieuwe technologie of het nieuwe concept beschreven, alsmede de maatregelen die zijn getroffen om ervoor te zorgen dat ten minste een even hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd als wordt geboden door de voorschriften waarvan ontheffing wordt aangevraagd;
er worden testbeschrijvingen en -resultaten voorgelegd die aantonen dat aan de voorwaarde van punt b) is voldaan.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin wordt beslist of de in de eerste alinea van dit lid bedoelde toestemming wordt gegeven. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
In het opschrift van het EU-typegoedkeuringscertificaat en het opschrift van het certificaat van overeenstemming wordt aangegeven dat het om een voorlopige EU-typegoedkeuring met een beperkte territoriale geldigheid gaat.
Voertuigen die conform de voorlopige EU-typegoedkeuring zijn vervaardigd voordat deze ongeldig werd, mogen echter in elke lidstaat die de voorlopige EU-typegoedkeuring overeenkomstig lid 5 had aanvaard, in de handel worden gebracht, worden geregistreerd of in gebruik worden genomen.
Artikel 40
Latere aanpassing van regelgevingshandelingen
Indien de ontheffing krachtens artikel 39 betrekking heeft op een VN-reglement, doet de Commissie voorstellen tot wijziging van dat VN-reglement volgens de procedure krachtens de herziene overeenkomst van 1958.
HOOFDSTUK VIII
IN KLEINE SERIES GEPRODUCEERDE VOERTUIGEN
Artikel 41
EU-typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen
Artikel 42
Nationale typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen
Artikel 43
Geldigheid van nationale typegoedkeuringen van in kleine series geproduceerde voertuigen
De typegoedkeuringsinstantie van de andere lidstaat staat het in de handel brengen, registreren of in gebruik nemen van een dergelijk voertuig toe, tenzij zij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de technische voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd, niet gelijkwaardig zijn aan haar eigen technische voorschriften.
HOOFDSTUK IX
INDIVIDUELE GOEDKEURING VAN VOERTUIGEN
Artikel 44
Individuele EU-goedkeuring van voertuigen
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op incomplete voertuigen.
Artikel 45
Nationale individuele goedkeuring van voertuigen
Artikel 46
Geldigheid van nationale individuele goedkeuringen van voertuigen
Artikel 47
Specifieke bepalingen
HOOFDSTUK X
OP DE MARKT AANBIEDEN, REGISTREREN OF IN GEBRUIK NEMEN
Artikel 48
Op de markt aanbieden, registreren of in gebruik nemen van voertuigen niet afkomstig uit restantvoorraden
De registratie en ingebruikneming van incomplete voertuigen kan worden geweigerd zolang de voertuigen incompleet blijven. De registratie en ingebruikneming van incomplete voertuigen wordt niet aangewend om de toepassing van artikel 49 te omzeilen.
Artikel 49
Op de markt aanbieden, registreren of in gebruik nemen van voertuigen uit restantvoorraden
De eerste alinea is alleen van toepassing op voertuigen die zich op het grondgebied van de Unie bevinden en waaraan op het moment van hun productie een geldige EU-typegoedkeuring was verleend, en die niet zijn geregistreerd of in gebruik zijn genomen voordat die EU-typegoedkeuring ongeldig werd.
De betrokken lidstaten besluiten binnen drie maanden na ontvangst van een dergelijke aanvraag of en, zo ja, voor hoeveel exemplaren van die voertuigen, zij de registratie of de ingebruikneming van die voertuigen op hun grondgebied toestaan.
Artikel 50
Op de markt aanbieden of in gebruik nemen van onderdelen en technische eenheden
HOOFDSTUK XI
VRIJWARINGSCLAUSULES
Artikel 51
Beoordeling op nationaal niveau met betrekking tot voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden waarvan wordt vermoed dat zij een ernstig risico vormen of niet voldoen aan de voorschriften
Indien de markttoezichtautoriteiten van één lidstaat op basis van hun eigen markttoezichtactiviteiten, op basis van via een goedkeuringsinstantie of een fabrikant verkregen informatie, of op basis van klachten, voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid een ernstig risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere onder deze verordening vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen, of niet conform de in deze verordening neergelegde voorschriften is, verrichten zij een beoordeling van het betrokken voertuig, systeem, onderdeel of de betrokken technische eenheid ten aanzien van de in deze verordening neergelegde toepasselijke voorschriften. De betrokken marktdeelnemers en de betrokken goedkeuringsinstanties verlenen volledige medewerking aan de markttoezichtautoriteiten, onder meer met het toezenden van de resultaten van alle toepasselijke controles of tests die werden uitgevoerd overeenkomstig artikel 31.
Artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de risicobeoordeling van het betrokken voertuig, systeem, onderdeel of de betrokken technische eenheid.
Artikel 52
Procedures op nationaal niveau voor de omgang met voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die een ernstig risico vormen of niet voldoen aan de voorschriften
Marktdeelnemers zorgen er overeenkomstig de in de artikelen 13 tot en met 21 uiteengezette verplichtingen voor dat alle passende corrigerende maatregelen worden genomen ten aanzien van alle betrokken voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die zij in de Unie in de handel hebben gebracht, hebben geregistreerd of in gebruik hebben genomen.
Artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de in de eerste alinea van dit lid genoemde beperkende maatregelen.
Artikel 53
Corrigerende en beperkende maatregelen op Unieniveau
De verstrekte informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het betrokken voertuig, systeem, onderdeel of de betrokken technische eenheid te identificeren en om de oorsprong en de aard van de beweerde niet-conformiteit en van het risico in kwestie, en de aard en de duur van de genomen nationale corrigerende en beperkende maatregelen, vast te stellen, alsmede de argumenten die door de betrokken marktdeelnemer worden aangevoerd.
De lidstaat die de corrigerende of beperkende maatregel neemt, vermeldt tevens of het risico of de niet-conformiteit een van de volgende redenen heeft:
het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid voldoet niet aan de voorschriften met betrekking tot de gezondheid of veiligheid van personen, de bescherming van het milieu of andere onder deze verordening vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen, of
de toepasselijke in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen vertonen tekortkomingen.
Aan de hand van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde raadpleging stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin wordt beslist over geharmoniseerde corrigerende of beperkende maatregelen op Unieniveau. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
De Commissie brengt de in de tweede alinea bedoelde beslissing onmiddellijk ter kennis van de betrokken marktdeelnemer of marktdeelnemers. De lidstaten voeren dergelijke handelingen onverwijld uit en zij brengen de Commissie daarvan op de hoogte.
Indien de Commissie een gemelde nationale maatregel niet gerechtvaardigd acht, trekt de betrokken lidstaat overeenkomstig de in de tweede alinea bedoelde beslissing van de Commissie de maatregel in of past hij deze aan.
Aan de hand van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde raadpleging stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin wordt beslist over corrigerende of beperkende maatregelen op Unieniveau. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
De Commissie brengt de in de tweede alinea bedoelde beslissing onmiddellijk ter kennis van de betrokken marktdeelnemer of marktdeelnemers. De lidstaten voeren dergelijke handelingen onverwijld uit en zij brengen de Commissie daarvan op de hoogte.
Indien het risico of de niet-conformiteit wordt toegeschreven aan tekortkomingen in regelgevingshandelingen vermeld in bijlage II, stelt de Commissie als volgt passende maatregelen voor:
indien het rechtshandelingen van de Unie betreft, stelt de Commissie de nodige wijzigingen van de betrokken handelingen voor;
indien het VN-reglementen betreft, stelt de Commissie de nodige ontwerpwijzigingen van de toepasselijke VN-reglementen voor volgens de procedure die krachtens de herziene overeenkomst van 1958 van toepassing is.
Artikel 54
Niet-conforme EU-typegoedkeuring
De Commissie brengt de in de eerste alinea bedoelde beslissing onmiddellijk ter kennis van de betrokken marktdeelnemers. De lidstaten voeren dergelijke handelingen onverwijld uit en zij brengen de Commissie daarvan op de hoogte.
Aan de hand van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde raadpleging stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin wordt beslist over de in lid 1 van dit artikel bedoelde weigering van de erkenning van de typegoedkeuring. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 55
In de handel brengen en in gebruik nemen van voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor het correct functioneren van essentiële systemen
Die voorschriften kunnen worden gebaseerd op de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen of kunnen een vergelijking opleggen van de milieu- of veiligheidsprestaties van de voertuigdelen of uitrustingsstukken met de milieu- of veiligheidsprestaties van de originele voertuigdelen of uitrustingsstukken, naargelang het geval. In beide gevallen zorgen de voorschriften ervoor dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken geen nadelige invloed hebben op het functioneren van de systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VI, teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de lijst van voertuigdelen of uitrustingsstukken vast te leggen en te actualiseren op basis van een beoordeling van de volgende elementen:
de mate waarin er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid of de milieuprestaties van voertuigen waarop de betrokken voertuigdelen en uitrustingsstukken zijn gemonteerd;
de potentiële gevolgen voor consumenten en fabrikanten op de aftermarket van een mogelijke vergunning voor de voertuigdelen of uitrustingsstukken krachtens artikel 56, lid 1.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „originele voertuigdelen of uitrustingsstukken” verstaan voertuigdelen of uitrustingsstukken die worden geproduceerd volgens specificaties en productienormen die de voertuigfabrikant voor de montage van het betrokken voertuig heeft verstrekt.
Artikel 56
Bijkomende voorschriften voor voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor het correct functioneren van essentiële systemen
Indien de goedkeuringsinstantie, met inachtneming van het in lid 1 van dit artikel bedoelde testrapport en andere informatie, constateert dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken voldoen aan de in artikel 55, lid 3, bedoelde voorschriften, verleent zij een vergunning voor het in de handel brengen en het in gebruik nemen van de betrokken voertuigdelen of uitrustingsstukken.
De goedkeuringsinstantie verstrekt de fabrikant onverwijld een vergunningscertificaat.
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin het model en het nummeringsysteem voor het in de derde alinea van dit lid bedoelde vergunningscertificaat worden vastgelegd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
De fabrikant zorgt ervoor dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken nu en in de toekomst worden vervaardigd volgens de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend.
Indien de goedkeuringsinstantie oordeelt dat niet langer aan de voorwaarden voor het verlenen van de vergunning wordt voldaan, verzoekt zij de fabrikant de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de onderdelen of uitrustingsstukken conform worden gemaakt. Indien nodig trekt zij de vergunning in.
HOOFDSTUK XII
INTERNATIONALE REGELGEVING
Artikel 57
VN-reglementen die deel uitmaken van de EU-typegoedkeuring
In die gedelegeerde handelingen wordt vermeld vanaf welke data de toepassing van dat VN-reglement of van de wijzigingen daarvan verplicht is, en worden in voorkomend geval overgangsbepalingen opgenomen en wordt, indien van toepassing voor de EU-typegoedkeuring, vermeld wanneer voertuigen voor het eerst zijn geregistreerd en in gebruik zijn genomen en wanneer systemen, onderdelen en technische eenheden voor het eerst op de markt zijn aangeboden.
Artikel 58
Gelijkwaardigheid van VN-reglementen voor EU-typegoedkeuring
HOOFDSTUK XIII
HET VERSTREKKEN VAN TECHNISCHE INFORMATIE
Artikel 59
Informatie voor gebruikers
Artikel 60
Informatie voor fabrikanten
Voertuigfabrikanten kunnen de fabrikanten van systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken een verbindende overeenkomst opleggen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van alle informatie die niet openbaar is, met inbegrip van informatie die verband houdt met intellectuele-eigendomsrechten.
HOOFDSTUK XIV
TOEGANG TOT OBD-INFORMATIE EN REPARATIE EN ONDERHOUDSINFORMATIE VAN VOERTUIGEN
Artikel 61
Verplichtingen van de fabrikant om OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig te verstrekken
De fabrikanten stellen een gestandaardiseerde, veilige en niet-plaatsgebonden structuur ter beschikking om onafhankelijke reparatiebedrijven in de gelegenheid te stellen werkzaamheden te verrichten die ingrepen in het veiligheidssysteem van het voertuig vereisen.
De OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig wordt op de websites van de fabrikanten beschikbaar gemaakt in een gestandaardiseerd formaat of, indien dit vanwege de aard van de informatie niet mogelijk is, in een ander passend formaat. Aan andere onafhankelijke marktdeelnemers dan reparateurs wordt de informatie ook verstrekt in een machineleesbaar formaat dat elektronisch kan worden verwerkt met behulp van algemeen beschikbare IT-instrumenten en software, zodat onafhankelijke marktdeelnemers de taak kunnen uitvoeren die verband houdt met hun activiteiten in de aftermarkettoeleveringsketen.
In de volgende gevallen volstaat het echter dat de fabrikant snelle en gemakkelijke toegang tot de vereiste informatie verstrekt wanneer een onafhankelijke marktdeelnemer hierom verzoekt:
voor voertuigtypen die vallen onder een nationale typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen als bedoeld in artikel 42;
voor voertuigen voor speciale doeleinden;
voor voertuigtypen van categorie O1 en O2 waarin geen gebruik wordt gemaakt van diagnoseapparatuur of van een fysieke of draadloze communicatie met de elektronische boordregeleenheid of -eenheden voor diagnosedoeleinden of herprogrammering van de voertuigen;
voor de laatste fase van de typegoedkeuring in een meerfasentypegoedkeuring, indien die laatste fase alleen betrekking heeft op de carrosserie zonder elektronische voertuigcontrolesystemen, en alle elektronische voertuigcontrolesystemen van het basisvoertuig ongewijzigd blijven.
Fabrikanten stellen latere wijzigingen van en aanvullingen op de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig op hun websites ter beschikking op hetzelfde tijdstip als waarop deze ter beschikking worden gesteld van erkende reparateurs.
Artikel 62
Verplichtingen met betrekking tot houders van verschillende typegoedkeuringen
Artikel 63
Vergoedingen voor de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig
Behalve tijdgerelateerde toegang kunnen de fabrikanten ook toegang op transactiebasis aanbieden, waarvoor vergoedingen worden gevraagd per transactie en niet op basis van de tijd dat er toegang wordt verleend.
Als de fabrikant beide systemen voor het verkrijgen van toegang aanbiedt, kiezen onafhankelijke reparateurs het systeem, dat zowel tijdgerelateerd als op transactiebasis kan zijn.
Artikel 64
Bewijs van naleving van de verplichtingen met betrekking tot de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen
Artikel 65
Naleving van de verplichtingen in verband met de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen
Die maatregelen kunnen de intrekking of schorsing van de typegoedkeuring, boeten of andere krachtens lid 84 opgelegde sancties omvatten.
Artikel 66
Forum betreffende toegang tot voertuiginformatie
Het verricht zijn activiteiten overeenkomstig bijlage X bij deze verordening.
De Commissie kan besluiten de gesprekken en bevindingen van het forum betreffende toegang tot voertuiginformatie vertrouwelijk te behandelen.
HOOFDSTUK XV
BEOORDELING, AANWIJZING, AANMELDING EN MONITORING VAN TECHNISCHE DIENSTEN
Artikel 67
Voor technische diensten verantwoordelijke typegoedkeuringsinstanties
Collegiale toetsingen hebben betrekking op de overeenkomstig artikel 73, lid 4, door typegoedkeuringsinstanties uitgevoerde beoordelingen van de volledige of gedeeltelijke werking van technische diensten, met inbegrip van de bekwaamheid van het personeel, van de juistheid van de test- en keuringsmethode alsmede van de juistheid van de testresultaten op basis van een welbepaalde reeks in deel I van bijlage II vermelde regelgevingshandelingen.
Werkzaamheden in verband met de beoordeling en monitoring van technische diensten die zich uitsluitend bezighouden met nationale individuele goedkeuringen die overeenkomstig artikel 45 werden verleend of met nationale typegoedkeuringen van in kleine series geproduceerde voertuigen die overeenkomstig artikel 42 werden verleend, zijn vrijgesteld van collegiale toetsingen.
Beoordelingen van geaccrediteerde technische diensten door typegoedkeuringsinstanties zijn vrijgesteld van collegiale toetsingen.
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het model wordt vastgelegd voor de verstrekking van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde informatie over de procedures van de lidstaten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
De Commissie kan op basis van een risicobeoordelingsanalyse besluiten deel te nemen aan het collegiale-toetsingsteam.
De collegiale toetsing wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de goedkeuringsinstantie die het onderwerp is van de toetsing, en omvat een bezoek ter plaatse bij een technische dienst die het collegiale-toetsingsteam zelf heeft geselecteerd.
Typegoedkeuringsinstanties die niet aan collegiale toetsing overeenkomstig lid 3 zijn onderworpen, worden niet betrokken bij activiteiten in verband met het collegiale-toetsingsteam.
Artikel 68
Aanwijzing van technische diensten
De typegoedkeuringsinstanties wijzen technische diensten aan voor een of meer van de volgende activiteitencategorieën, afhankelijk van hun competentiegebied:
categorie A: in deze verordening en in de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen genoemde tests die die technische diensten in eigen bedrijfsruimten uitvoeren;
categorie B: het toezicht op de in deze verordening en in de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen bedoelde tests, met inbegrip van de voorbereiding daarvan, indien die tests worden uitgevoerd in de bedrijfsruimten van de fabrikant of in de bedrijfsruimten van een derde;
categorie C: de beoordeling en monitoring op regelmatige basis van de door de fabrikant toegepaste procedures om de overeenstemming van de productie te controleren;
categorie D: het toezicht op of uitvoering van tests of keuringen voor de controle van de overeenstemming van de productie.
Artikel 69
Onafhankelijkheid van de technische diensten
Een organisatie of instantie die lid is van een beroepsvereniging of van een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de fabricage, de levering of het onderhoud van de door haar beoordeelde, geteste of gekeurde voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden, kan geacht worden aan de voorschriften van de eerste alinea te voldoen op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten aan de typegoedkeuringsinstantie van de betrokken lidstaat worden aangetoond.
Artikel 70
Bekwaamheid van de technische diensten
Een technische dienst beschikt over de capaciteiten om alle activiteiten te verrichten waarvoor hij overeenkomstig artikel 68, lid 1, verzoekt te worden aangewezen. De technische dienst toont de typegoedkeuringsinstantie of de nationale accreditatie-instantie die de beoordeling of monitoring ervan uitvoert, aan dat hij aan alle volgende voorwaarden voldoet:
zijn personeel beschikt over de passende vaardigheden, de specifieke technische kennis, de beroepsopleiding en voldoende en passende ervaring om de activiteiten te verrichten waarvoor hij verzoekt te worden aangewezen;
hij beschikt over beschrijvingen van de procedures voor de uitoefening van de activiteiten waarvoor hij verzoekt te worden aangewezen, naar behoren rekening houdend met de mate van complexiteit van de technologie van het betrokken voertuig, systeem, onderdeel of de betrokken technische eenheid en het massa- of seriële karakter van het productieproces. De technische dienst toont de transparantie en reproduceerbaarheid van die procedures aan;
hij beschikt over de middelen die nodig zijn om de taken uit te voeren die verband houden met de activiteitencategorie of -categorieën waarvoor hij verzoekt te worden aangewezen, en over toegang tot alle noodzakelijke apparatuur of bedrijfsruimten.
Artikel 71
Dochterondernemingen van en uitbesteding door technische diensten
Artikel 72
Interne technische dienst van de fabrikant
Een in lid 1 bedoelde interne technische dienst voldoet aan de volgende voorschriften:
hij is door een nationale accreditatie-instantie geaccrediteerd en hij voldoet aan de in aanhangsels 1 en 2 bij bijlage III neergelegde voorschriften;
de interne technische dienst, met inbegrip van zijn personeel, is organisatorisch te onderscheiden en beschikt binnen de onderneming van de fabrikant waarvan hij deel uitmaakt, over rapportagemethoden die zijn onpartijdigheid waarborgen; hij toont die onpartijdigheid aan tegenover de betrokken typegoedkeuringsinstantie en tegenover de nationale accreditatie-instantie;
de interne technische dienst noch zijn personeel oefent activiteiten uit die hun onafhankelijkheid of hun integriteit met betrekking tot het uitvoeren van de activiteiten waarvoor zij zijn aangewezen, in het gedrang kunnen brengen;
hij verleent zijn diensten uitsluitend aan de onderneming van de fabrikant waarvan hij deel uitmaakt.
Artikel 73
Beoordeling en aanwijzing van technische diensten
Ingeval de technische dienst een aanvraag indient om aangewezen te worden in een andere lidstaat dan de lidstaat van vestiging, is één van de vertegenwoordigers van het team voor gezamenlijke beoordeling afkomstig van de typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging, tenzij die instantie besluit geen deel uit te maken van het team voor gezamenlijke beoordeling.
Het team voor gezamenlijke beoordeling neemt deel aan de beoordeling van de aanvragende technische dienst, met inbegrip van de beoordeling ter plaatse. De aanwijzende typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat waar de aanvragende technische dienst verzoekt te worden aangewezen, verleent het team voor gezamenlijke beoordeling alle nodige bijstand en tijdige toegang tot alle benodigde documentatie voor de beoordeling van de aanvragende technische dienst.
Artikel 74
Aanmelding van de aanwijzing van technische diensten bij de Commissie
Die aanmelding wordt gedaan alvorens de betrokken aangewezen technische dienst een van de in artikel 68, lid 1, genoemde activiteiten verricht.
Artikel 75
Wijziging en hernieuwing van de aanwijzing van technische diensten
De typegoedkeuringsinstantie stelt de Commissie en de typegoedkeuringsinstanties van de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elke beperking, schorsing, of intrekking van een aanwijzing.
De Commissie actualiseert de in artikel 74, lid 3, bedoelde lijst dienovereenkomstig.
Binnen twee maanden na kennisgeving van de wijzigingen van de aanwijzing brengt de typegoedkeuringsinstantie bij de Commissie en de andere typegoedkeuringsinstanties verslag uit over haar bevindingen in verband met de niet-naleving. Waar dat nodig is voor het waarborgen van de veiligheid van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die reeds in de handel zijn gebracht, geeft de aanwijzende typegoedkeuringsinstantie de betrokken typegoedkeuringsinstanties de opdracht alle EU-typegoedkeuringscertificaten die ten onrechte zijn afgegeven, binnen een redelijke termijn te schorsen of in te trekken.
Verruimingen van de draagwijdte van de aanwijzing van de technische dienst enkel voor de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen kunnen overeenkomstig de procedures van aanhangsel 2 bij bijlage III worden verricht, en met inachtneming van de in artikel 74 bedoelde aanmelding.
Artikel 76
Monitoring van technische diensten
De eerste alinea van dit lid is niet van toepassing op activiteiten van technische diensten die overeenkomstig artikel 67, lid 1, door accreditatie-instanties worden gemonitord teneinde naleving van de voorschriften van de artikelen 68 tot en met 72, de artikelen 80 en 81 en aanhangsel 2 bij bijlage III te waarborgen.
Technische diensten verstrekken op verzoek alle relevante informatie en documenten die nodig zijn om de aanwijzende typegoedkeuringsinstantie of nationale accreditatie-instantie in staat te stellen na te gaan of die voorschriften worden nageleefd.
Technische diensten informeren de aanwijzende typegoedkeuringsinstanties of nationale accreditatie-instantie onverwijld over alle wijzigingen, met name wat hun personeel, bedrijfsruimten, dochterondernemingen of onderaannemers betreft, die gevolgen kunnen hebben voor de naleving van de voorschriften van de artikelen 68 tot en met 72, de artikelen 80 en 81 en aanhangsel 2 bij bijlage III of voor hun vermogen om de conformiteitsbeoordelingen te verrichten ten aanzien van de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden waarvoor zij zijn aangewezen.
Indien die typegoedkeuringsinstantie een geldige reden erkent, stelt zij de Commissie daarvan in kennis.
De Commissie pleegt onverwijld overleg met de lidstaten. Aan de hand van dat overleg stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin wordt beslist of de geldige reden al dan niet gerechtvaardigd is. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
De technische dienst en de aanwijzende typegoedkeuringsinstantie kan verzoeken dat aan de typegoedkeuringsinstantie van een andere lidstaat of aan de Commissie doorgegeven informatie vertrouwelijk wordt behandeld.
Binnen twee maanden na het afronden van de beoordeling van de technische dienst brengt elke lidstaat over zijn monitoringactiviteiten verslag uit bij de Commissie en bij de andere lidstaten. Die verslagen bevatten een samenvatting van de beoordeling, die openbaar wordt gemaakt.
Artikel 77
Betwisting van de bekwaamheid van technische diensten
Wanneer wordt aangetoond of wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een typegoedkeuring is verleend op basis van onjuiste gegevens, dat de testresultaten zijn vervalst of dat er gegevens of technische specificaties zijn achtergehouden die tot de weigering van het verlenen van de typegoedkeuring zouden hebben geleid, onderzoekt de Commissie of de technische dienst daarvoor verantwoordelijk is.
De Commissie verzoekt die lidstaat beperkende maatregelen te treffen, die kunnen gaan tot het beperken, schorsen, of intrekken van de aanwijzing, indien noodzakelijk.
Indien een lidstaat nalaat de nodige beperkende maatregelen te nemen, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen waarin wordt beslist de aanwijzing van de betrokken technische dienst te beperken, te schorsen of in te trekken. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De Commissie stelt de betrokken lidstaat in kennis van die uitvoeringshandelingen en actualiseert de in artikel 74, lid 3, bedoelde gepubliceerde informatie dienovereenkomstig.
Artikel 78
Uitwisseling van informatie over de beoordeling, aanwijzing en monitoring van technische diensten
De uitwisseling van informatie wordt gecoördineerd door het forum.
Artikel 79
Samenwerking met nationale accreditatie-instanties
Artikel 80
Operationele verplichtingen van technische diensten
Technische diensten voldoen te allen tijde aan het volgende:
zij staan de aanwijzende typegoedkeuringsinstantie toe getuige te zijn van de uitvoering van de technische dienst tijdens de typegoedkeuringstests, en
zij verstrekken, indien die daarom verzoekt, de aanwijzende typegoedkeuringsinstantie informatie over de activiteitencategorieën waarvoor zij zijn aangewezen.
Artikel 81
Informatieverplichtingen van technische diensten
Technische diensten stellen de aanwijzende typegoedkeuringsinstantie op de hoogte van:
elke geconstateerde niet-conformiteit die de weigering, beperking, schorsing of intrekking van een typegoedkeuringscertificaat kan vereisen;
omstandigheden die van invloed zijn op de draagwijdte van en de voorwaarden voor hun aanwijzing;
informatieverzoeken die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen met betrekking tot hun activiteiten.
HOOFDSTUK XVI
GEDELEGEERDE EN UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN
Artikel 82
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 83
Comitéprocedure
Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
HOOFDSTUK XVII
SLOTBEPALINGEN
Artikel 84
Sancties
Ten minste de volgende inbreuken door marktdeelnemers en technische diensten geven aanleiding tot sancties:
het afleggen van valse verklaringen tijdens goedkeuringsprocedures of terwijl er corrigerende of beperkende maatregelen overeenkomstig hoofdstuk XI gelden;
het vervalsen van testresultaten voor typegoedkeuring of markttoezicht;
het achterhouden van gegevens of technische specificaties die tot het terugroepen van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden, of tot het weigeren of intrekken van een EU-typegoedkeuringscertificaat zouden kunnen leiden;
de niet-naleving door de technische diensten van de vereisten voor hun aanwijzing.
Naast de in lid 2 bedoelde inbreuken geven ten minste de volgende inbreuken door marktdeelnemers eveneens aanleiding tot sancties:
het weigeren van toegang tot informatie;
het zonder goedkeuring op de markt aanbieden van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden waarvoor goedkeuring is vereist, of het met die intentie vervalsen van documenten certificaten van overeenstemming, voorgeschreven platen of goedkeuringsmerken.
Artikel 85
Administratieve geldboetes ter ondersteuning van corrigerende en beperkende maatregelen op Unieniveau
De door de Commissie opgelegde administratieve geldboetes mogen niet bovenop de sancties komen die door de lidstaten overeenkomstig artikel 84 voor dezelfde inbreuk zijn opgelegd. De door de Commissie opgelegde administratieve geldboetes mogen niet meer bedragen dan 30 000 EUR per niet-conform(e) voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid.
De Commissie mag uit hoofde van dit artikel geen procedure instellen, opnieuw instellen of voortzetten tegen marktdeelnemers wegens inbreuken op deze verordening, waarvoor zij zijn bestraft of niet-aansprakelijk zijn verklaard overeenkomstig artikel 84 bij een eerdere beslissing waartegen geen beroep meer openstaat.
De in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen nemen de volgende beginselen in acht:
de procedure van de Commissie eerbiedigt het recht op behoorlijk bestuur, en met name het recht om te worden gehoord en het recht op toegang tot het dossier, een en ander met inachtneming van de legitieme belangen inzake vertrouwelijkheid en commerciële geheimen;
bij de berekening van de passende geldboete laat de Commissie zich leiden door de beginselen van doeltreffendheid, evenredigheid en afschrikking, en houdt daarbij, in voorkomend geval, rekening met de ernst en de gevolgen van de inbreuk, de goede trouw van de marktdeelnemer, de mate van zorgvuldigheid en medewerking van de marktdeelnemer, de herhaling, frequentie of duur van de inbreuk, alsook met eerdere aan dezelfde marktdeelnemer opgelegde straffen;
geldboetes worden geïnd zonder onnodige vertraging door betalingstermijnen vast te stellen en, indien passend, te voorzien in de mogelijkheid om betalingen in verschillende termijnen en fasen op te splitsen.
Artikel 86
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 715/2007
Verordening (EG) nr. 715/2007 wordt als volgt gewijzigd:
de titel wordt vervangen door:
„Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6)”;
in artikel 1 wordt lid 2 vervangen door:
in artikel 3 worden de punten 14 en 15 geschrapt;
hoofdstuk III wordt geschrapt;
in artikel 13, lid 2, wordt punt e) geschrapt.
Artikel 87
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 595/2009
Verordening (EG) nr. 595/2009 wordt als volgt gewijzigd:
de titel wordt vervangen door:
„Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG”;
in artikel 1 wordt de tweede alinea vervangen door:
„Voorts stelt deze verordening voorschriften vast voor de conformiteit van voertuigen en motoren tijdens het gebruik, de duurzaamheid van emissiebeperkingssystemen, boorddiagnosesystemen (OBD-systemen) van een voertuig en de meting van het brandstofverbruik en CO2-emissies.”;
in artikel 3 worden de punten 11 en 13 geschrapt;
artikel 6 wordt geschrapt;
in artikel 11, lid 2, wordt punt e) geschrapt.
Artikel 88
Intrekking van Richtlijn 2007/46/EG
Richtlijn 2007/46/EG wordt ingetrokken met ingang van 1 september 2020.
Verwijzingen naar Richtlijn 2007/46/EG worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in punt 3 van bijlage XI bij deze verordening.
Artikel 89
Overgangsbepalingen
De aanwijzing van technische diensten die al vóór 4 juli 2018 waren aangewezen, wordt uiterlijk op 5 juli 2022 hernieuwd als die technische diensten aan de toepasselijke voorschriften van deze verordening voldoen.
De geldigheid van de aanwijzing van technische diensten die vóór 4 juli 2018 waren aangewezen, verstrijkt uiterlijk op 5 juli 2022.
Artikel 90
Verslagen
Artikel 91
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2020.
Vanaf 5 juli 2020 weigeren nationale autoriteiten evenwel geen EU-typegoedkeuringen of nationale typegoedkeuringen voor een nieuw type voertuig, noch verbieden zij de registratie, het in de handel brengen of het in gebruik nemen van een nieuw voertuig dat voldoet aan deze verordening, indien een fabrikant daarom vraagt.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
LIJST VAN BIJLAGEN
|
Bijlage I |
Algemene definities, criteria voor de indeling in voertuigcategorieën, voertuigtypen en carrosserietypen |
|
Aanhangsel 1: |
Controleprocedure voor de indeling van een voertuig als terreinvoertuig |
|
Aanhangsel 2: |
Aanvullende cijfers voor de codes voor de verschillende soorten carrosserie |
|
Bijlage II |
Voorschriften voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden |
|
Deel I |
Regelgevingshandelingen voor de EU-typegoedkeuring van in onbeperkte series geproduceerde voertuigen |
|
Aanhangsel 1: |
Regelgevingshandelingen voor de EU-typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen krachtens artikel 41 |
|
Aanhangsel 2: |
Voorschriften voor de individuele EU-goedkeuring van een voertuig krachtens artikel 44 |
|
Deel II |
Lijst van VN-reglementen die worden erkend als alternatief voor de in deel I vermelde richtlijnen of verordeningen |
|
Deel III |
Lijst van regelgevingshandelingen tot vaststelling van de voorschriften voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen voor speciale doeleinden |
|
Aanhangsel 1: |
Kampeerwagens, ambulances en lijkwagens |
|
Aanhangsel 2: |
Gepantserde voertuigen |
|
Aanhangsel 3: |
Voor rolstoelen toegankelijke voertuigen |
|
Aanhangsel 4: |
Overige voertuigen voor speciale doeleinden (inclusief speciale groep, multifunctionele werktuigdragers en caravans) |
|
Aanhangsel 5: |
Mobiele kranen |
|
Aanhangsel 6: |
Voertuigen voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen |
|
Bijlage III |
Procedures voor EU-typegoedkeuring |
|
Aanhangsel 1: |
Normen waaraan de in artikel 68 bedoelde technische diensten moeten voldoen |
|
Aanhangsel 2: |
Procedure voor de beoordeling van de technische diensten |
|
Bijlage IV |
Procedures voor de overeenstemming van de productie |
|
Bijlage V |
Beperkingen voor kleine series en restantvoorraden |
|
Bijlage VI |
Lijst van voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor het correct functioneren van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties, de prestatievereisten van dergelijke voertuigdelen of uitrustingsstukken, de passende testprocedures en de voorschriften inzake het merken en het verpakken |
|
Bijlage VII |
Regelgevingshandelingen waarvoor een fabrikant als technische dienst kan worden aangewezen |
|
Aanhangsel: |
Aanwijzing van een interne technische dienst van een fabrikant als technische dienst en uitbestedingen |
|
Bijlage VIII |
Voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden door een fabrikant of een technische dienst |
|
Aanhangsel 1: |
Algemene voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden |
|
Aanhangsel 2: |
Specifieke voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden |
|
Aanhangsel 3: |
Validering |
|
Bijlage IX |
Procedures voor de meerfasentypegoedkeuring |
|
Aanhangsel: |
Model van de extra plaat van de fabrikant |
|
Bijlage X |
Toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen |
|
Aanhangsel 1: |
Certificaat van de fabrikant met betrekking tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig |
|
Aanhangsel 2: |
OBD-informatie van het voertuig |
|
Bijlage XI |
Concordantietabel |
BIJLAGE I
ALGEMENE DEFINITIES, CRITERIA VOOR DE INDELING IN VOERTUIGCATEGORIEËN, VOERTUIGTYPEN EN CARROSSERIETYPEN
INLEIDING
Definities en algemene bepalingen
1. Definities
|
1.1. |
„Zitplaats” : elke locatie die als zitplaats kan dienen voor één persoon die ten minste zo groot is als:
a)
in het geval van de bestuurder: de dummy die overeenkomt met een volwassen man van het 50e percentiel;
b)
in alle andere gevallen: de dummy die overeenkomt met een volwassen vrouw van het 5e percentiel. |
|
1.2. |
„Stoel” : een complete structuur met bekleding, al dan niet geïntegreerd in de carrosseriestructuur van het voertuig, die bestemd is om zitplaats te bieden aan één persoon. Deze term omvat zowel een individuele zitplaats als een bank, een inklapstoel en verwijderbare stoelen. |
|
1.3. |
„Goederen” : in hoofdzaak alle roerende zaken. Deze term omvat producten in bulk, industrieproducten, vloeistoffen, levende dieren, gewassen en ondeelbare ladingen. |
|
1.4. |
„Maximummassa” : de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand. |
2. Algemene bepalingen
2.1. Aantal zitplaatsen
|
2.1.1. |
De voorschriften voor het aantal zitplaatsen zijn van toepassing op stoelen die bestemd zijn om te worden gebruikt als het voertuig op de weg rijdt. |
|
2.1.2. |
Zij zijn niet van toepassing op stoelen die bestemd zijn om te worden gebruikt wanneer het voertuig stilstaat en die voor de gebruikers duidelijk worden aangeduid door middel van een pictogram of een bordje met een passende tekst. |
|
2.1.3. |
Voor het tellen van het aantal zitplaatsen gelden de volgende voorschriften:
a)
elke afzonderlijke stoel telt als één zitplaats;
b)
bij banken telt elke ruimte met een breedte van ten minste 400 mm, gemeten ter hoogte van het zitkussen, als één zitplaats. Deze voorwaarde laat de toepassing door de fabrikant van de in punt 1.1 bedoelde algemene bepalingen onverlet;
c)
een ruimte zoals bedoeld onder b) telt echter niet als één zitplaats indien:
i)
de kenmerken van de zitplaats op een bank beletten dat de dummy op natuurlijke wijze kan zitten, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een vaste consolebox, een onbekleed gedeelte of een interieurafwerking die het nominale zitoppervlak onderbreekt;
ii)
de voeten van de dummy niet op natuurlijke wijze kunnen worden geplaatst als gevolg van het ontwerp van de vloerkuip onmiddellijk vóór een veronderstelde zitplaats (bv. door de aanwezigheid van een tunnel). |
|
2.1.4. |
Bij voertuigen waarop de VN-reglementen nr. 66 en nr. 107 van toepassing zijn, moet de in punt 2.1.3, onder b), bedoelde afmeting worden aangepast aan de voor één persoon vereiste minimumruimte voor de betrokken voertuigklasse. |
|
2.1.5. |
Wanneer in een voertuig stoelverankeringen voor een verwijderbare stoel aanwezig zijn, telt de verwijderbare stoel mee bij de bepaling van het aantal zitplaatsen. |
|
2.1.6. |
Een ruimte die bestemd is voor een rolstoel met gebruiker wordt beschouwd als één zitplaats.
|
2.2. Maximummassa
|
2.2.1. |
In het geval van een opleggertrekker omvat de maximummassa waarop de indeling van het voertuig wordt gebaseerd, de maximummassa van de oplegger die door de koppelschotel wordt gedragen. |
|
2.2.2. |
In het geval van een motorvoertuig dat een middenasaanhangwagen of een aanhangwagen met stijve dissel kan trekken, omvat de maximummassa waarop de indeling van het motorvoertuig wordt gebaseerd, de maximummassa die door de koppeling op het trekkende voertuig wordt overbracht. |
|
2.2.3. |
In het geval van een oplegger, een middenasaanhangwagen en een aanhangwagen met stijve dissel komt de maximummassa waarop de indeling van het voertuig wordt gebaseerd, overeen met de maximummassa die door de wielen van een as of van een groep assen op de grond wordt overgebracht wanneer het voertuig aan het trekkende voertuig is gekoppeld. |
|
2.2.4. |
In het geval van een dolly omvat de maximummassa waarop de indeling van het voertuig wordt gebaseerd, de maximummassa van de oplegger die door de koppelschotel wordt gedragen. |
2.3. Speciale uitrusting
|
2.3.1. |
Voertuigen waarop in eerste instantie vaste uitrusting zoals machines of apparatuur wordt gemonteerd, worden beschouwd als voertuigen van categorie N of O. |
2.4. Eenheden
|
2.4.1. |
Tenzij anders vermeld, komen de meeteenheden en de bijbehorende symbolen overeen met Richtlijn 80/181/EEG van de Raad ( 8 ). |
3. Indeling in voertuigcategorieën
|
3.1. |
De fabrikant is verantwoordelijk voor de indeling van een voertuigtype in een bepaalde categorie. Hierbij moet aan alle toepasselijke criteria in deze bijlage worden voldaan. |
|
3.2. |
De goedkeuringsinstantie kan de fabrikant om aanvullende informatie vragen om aan te tonen dat een voertuigtype moet worden ingedeeld in de speciale groep van voertuigen voor speciale doeleinden („SG-code”). |
DEEL A
Criteria voor de indeling in voertuigcategorieën
1. Voertuigcategorieën
Met het oog op EU-typegoedkeuring en nationale typegoedkeuring en individuele EU-goedkeuring van voertuigen en nationale individuele goedkeuring van voertuigen, worden voertuigen overeenkomstig de in artikel 4 vermelde classificatie in categorieën ingedeeld.
Er kan alleen goedkeuring worden verleend voor de in artikel 4, lid 1, vermelde categorieën.
2. Voertuigsubcategorieën
2.1. Terreinvoertuigen
Onder „terreinvoertuig” wordt verstaan :
een voertuig van categorie M of N met specifieke technische kenmerken waardoor het buiten de normale wegen kan worden gebruikt.
Voor deze subcategorie wordt de letter „G” als suffix toegevoegd aan de letter en het cijfer waarmee de voertuigcategorie wordt aangeduid.
De criteria voor de indeling van voertuigen in de subcategorie terreinvoertuigen zijn gespecificeerd in punt 4 van onderhavig deel.
2.2. Voertuigen voor speciale doeleinden
|
2.2.1. |
Voor incomplete voertuigen die voor deze subcategorie bestemd zijn, wordt de letter „S” als suffix toegevoegd aan de letter en het cijfer waarmee de voertuigcategorie wordt aangeduid. De verschillende typen voertuigen voor speciale doeleinden zijn gedefinieerd en opgesomd in punt 5. |
2.3. Terreinvoertuig voor speciale doeleinden
|
2.3.1. |
Onder „terreinvoertuig voor speciale doeleinden” wordt verstaan : een voertuig van categorie M of N met de in de punten 2.1 en 2.2 bedoelde specifieke technische kenmerken. Voor deze subcategorie wordt de letter „G” als suffix toegevoegd aan de letter en het cijfer waarmee de voertuigcategorie wordt aangeduid. Voor incomplete voertuigen die voor deze subcategorie bestemd zijn, wordt bovendien de letter „S” als tweede suffix toegevoegd. |
3. Criteria voor de indeling van voertuigen in categorie N
|
3.1. |
De indeling van een voertuigtype in categorie N wordt gebaseerd op de in de punten 3.2 tot en met 3.6 bedoelde technische kenmerken van het voertuig. |
|
3.2. |
In beginsel wordt het compartiment of worden de compartimenten waar alle zitplaatsen zich bevinden, volledig gescheiden van de laadruimte. |
|
3.3. |
In afwijking van punt 3.2 mogen personen en goederen in hetzelfde compartiment worden vervoerd wanneer de laadruimte voorzien is van bevestigingsmiddelen die ontworpen zijn om de vervoerde personen tijdens het rijden te beschermen tegen schuivende lading, onder meer bij hard remmen en in scherpe bochten. |
|
3.4. |
Bevestigings- of vastzetmiddelen die bedoeld zijn om de lading vast te maken zoals voorgeschreven in punt 3.3, en scheidingssystemen, bedoeld voor voertuigen tot 7,5 ton, moeten zijn ontworpen overeenkomstig de punten 3 en 4 van internationale ISO-norm 27956:2009 Wegvoertuigen — Vastzetten van lading in bestelwagens — Eisen en beproevingsmethoden.
|
|
3.5. |
Het aantal zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, mag niet meer bedragen dan:
a)
zes in het geval van voertuigen van categorie N1;
b)
acht in het geval van voertuigen van categorie N2 of N3. |
|
3.6. |
Het draagvermogen voor goederen van een voertuig moet ten minste gelijk zijn aan het draagvermogen voor personen, uitgedrukt in kg.
|
|
3.7. |
Alle varianten en uitvoeringen van een voertuigtype moeten aan de punten 3.2 tot en met 3.6 voldoen. |
|
3.8. |
Criteria voor de indeling van voertuigen in categorie N1.
|
4. Criteria voor de indeling van voertuigen in de subcategorie terreinvoertuigen
|
4.1. |
Voertuigen van categorie M1 of N1 worden in de subcategorie terreinvoertuigen ingedeeld als zij tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoen:
a)
het voertuig heeft ten minste één vooras en ten minste één achteras die ontworpen zijn om gelijktijdig te worden aangedreven, ongeacht of één aangedreven as kan worden ontkoppeld;
b)
het voertuig heeft ten minste één differentieelblokkeringsmechanisme of een mechanisme waarmee een soortgelijk effect wordt verkregen;
c)
het afzonderlijke voertuig kan een helling van ten minste 25 % oprijden;
d)
het voertuig voldoet aan vijf van de volgende zes voorschriften:
i)
de oploophoek bedraagt ten minste 25°;
ii)
de afloophoek bedraagt ten minste 20°;
iii)
de hellingshoek bedraagt ten minste 20°;
iv)
de bodemvrijheid onder de vooras bedraagt ten minste 180 mm;
v)
de bodemvrijheid onder de achteras bedraagt ten minste 180 mm.
vi)
de bodemvrijheid tussen de assen bedraagt ten minste 200 mm. |
|
4.2. |
Voertuigen van categorie M2, N2 of M3 met een maximummassa van niet meer dan 12 ton worden in de subcategorie terreinvoertuigen ingedeeld als zij aan de voorwaarde onder a) voldoen of als zij aan de voorwaarden onder zowel b) als c) voldoen:
a)
alle assen van het voertuig worden gelijktijdig aangedreven, ongeacht of een of meer aangedreven assen kunnen worden ontkoppeld;
b)
i)
het voertuig heeft ten minste één vooras en ten minste één achteras die ontworpen zijn om gelijktijdig te worden aangedreven, ongeacht of één aangedreven as kan worden ontkoppeld;
ii)
het voertuig heeft ten minste één differentieelblokkeringsmechanisme of een mechanisme waarmee hetzelfde effect wordt verkregen;
iii)
het afzonderlijke voertuig kan een helling van 25 % oprijden;
c)
het voertuig voldoet aan ten minste vijf van de zes onderstaande voorschriften als de maximummassa niet hoger is dan 7,5 ton en ten minste aan vier als de maximummassa hoger is dan 7,5 ton:
i)
de oploophoek bedraagt ten minste 25°;
ii)
de afloophoek bedraagt ten minste 25°;
iii)
de hellingshoek bedraagt ten minste 25°;
iv)
de bodemvrijheid onder de vooras bedraagt ten minste 250 mm;
v)
de bodemvrijheid tussen de assen bedraagt ten minste 300 mm;
vi)
de bodemvrijheid onder de achteras bedraagt ten minste 250 mm. |
|
4.3. |
Voertuigen van categorie M3 of N3 met een maximummassa van meer dan 12 ton worden in de subcategorie terreinvoertuigen ingedeeld als zij aan de voorwaarde onder a) voldoen of als zij aan de voorwaarden onder zowel b) als c) voldoen:
a)
alle assen van het voertuig worden gelijktijdig aangedreven, ongeacht of een of meer aangedreven assen kunnen worden ontkoppeld;
b)
i)
ten minste de helft van de assen (of twee van de drie assen bij een voertuig met drie assen en drie assen bij een voertuig met vijf assen) is ontworpen om gelijktijdig te worden aangedreven, ongeacht of één aangedreven as kan worden ontkoppeld;
ii)
het voertuig heeft ten minste één differentieelblokkeringsmechanisme of een mechanisme waarmee een soortgelijk effect wordt verkregen;
iii)
het afzonderlijke voertuig kan een helling van 25 % oprijden;
c)
het voertuig voldoet aan ten minste vier van de volgende voorschriften:
i)
de oploophoek bedraagt ten minste 25°;
ii)
de afloophoek bedraagt ten minste 25°;
iii)
de hellingshoek bedraagt ten minste 25°;
iv)
de bodemvrijheid onder de vooras bedraagt ten minste 250 mm;
v)
de bodemvrijheid tussen de assen bedraagt ten minste 300 mm;
vi)
de bodemvrijheid onder de achteras bedraagt ten minste 250 mm. |
|
4.4. |
De procedure voor de controle op de conformiteit met de in dit deel bedoelde geometrische bepalingen is opgenomen in aanhangsel 1. |
|
4.5. |
Aan de voorschriften in de punten 4.1, onder a), 4.2, onder a), 4.3, onder a) en 4.3, onder b), inzake gelijktijdig aangedreven assen wordt geacht te zijn voldaan indien een van de volgende voorwaarden is vervuld:
a)
de transmissie van het tractievermogen naar alle assen wordt uitsluitend bewerkstelligd via mechanische middelen die zorgen voor tractie in zware terreinomstandigheden, of
b)
elk wiel van de betrokken as wordt aangedreven door een afzonderlijke hydraulische of elektrische motor. Indien de assen overeenkomstig de voorschriften in de punten 4.1, onder a), 4.2, onder a), 4.3, onder a) en 4.3, onder b), inzake gelijktijdig aangedreven assen niet uitsluitend via mechanische middelen worden aangedreven, moet de aandrijving van de afzonderlijke wielen zijn ontworpen met het oog op het functioneren in zware terreinomstandigheden. In dat geval moet ervoor zijn gezorgd dat, indien de tractieomstandigheden onder de andere wielen van die aard zijn dat het tractievermogen niet naar behoren via deze wielen kan worden overgebracht, ten minste 75 % van het totale tractievermogen naar het betrokken wiel kan worden overgebracht. Het ondersteunende aandrijfsysteem overeenkomstig punt 4.5, onder b) mag niet toelaten dat het tractievermogen automatisch wordt uitgeschakeld voordat het voertuig hetzij 75 % van de door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van het voertuig, hetzij 65 km/h haalt. |
5. Voertuigen voor speciale doeleinden
|
|
Naam |
Code |
Definitie |
|
5.1. |
Kampeerwagen |
SA |
Een voertuig van categorie M dat voorzien is van een woongedeelte met ten minste de volgende uitrusting: a) tafel en stoelen; b) slaapgelegenheid, eventueel door de stoelen om te vormen; c) kookvoorzieningen; d) opbergmogelijkheden. Deze uitrusting moet vast in het woongedeelte bevestigd zijn. De tafel mag echter zodanig zijn ontworpen dat zij gemakkelijk kan worden verwijderd. |
|
5.2. |
Gepantserd voertuig |
SB |
Een voertuig dat bestemd is om de vervoerde personen of goederen te beschermen door middel van kogelwerende bepantsering. |
|
5.3. |
Ambulance |
SC |
Een voertuig van categorie M dat bestemd is voor het vervoer van zieken of gewonden en hiertoe een speciale uitrusting heeft. |
|
5.4. |
Lijkwagen |
SD |
Een voertuig van categorie M dat bestemd is voor het vervoer van overledenen en hiertoe een speciale uitrusting heeft. |
|
5.5. |
Voor rolstoelen toegankelijk voertuig |
SH |
Een voertuig van categorie M1 dat specifiek gebouwd of verbouwd is om plaats te bieden aan een of meer personen die in hun rolstoel zitten wanneer het voertuig op de weg rijdt. |
|
5.6. |
Caravan |
SE |
Een voertuig van categorie O zoals gedefinieerd in term 3.2.1.3 van internationale ISO-norm 3833:1977. |
|
5.7. |
Mobiele kraan |
SF |
Een voertuig van categorie N3 dat niet is uitgerust voor het vervoer van goederen, maar voorzien is van een kraan met een hefmoment van ten minste 400 kNm. |
|
5.8. |
Speciale groep |
SG |
Een voertuig voor speciale doeleinden dat niet onder een van de andere definities in dit deel valt. |
|
5.9. |
Dolly |
SJ |
Een voertuig van categorie O dat van een koppelschotel is voorzien om een oplegger te dragen, zodat deze als aanhangwagen kan worden gebruikt. |
|
5.10. |
Aanhangwagen voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen |
SK |
Een voertuig van categorie O4 dat bestemd is voor het vervoer van ondeelbare ladingen, waarvoor snelheids- en verkeersbeperkingen gelden vanwege de afmetingen ervan. Hieronder vallen ook hydraulische modulaire aanhangwagens, ongeacht het aantal modules. |
|
5.11. |
Motorvoertuig voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen |
SL |
Een aanhangwagentrekker of een opleggertrekker van categorie N3 die: a) meer dan twee assen heeft, waarbij ten minste de helft van de assen (twee van de drie assen bij een voertuig met drie assen en drie assen bij een voertuig met vijf assen) is ontworpen om gelijktijdig te worden aangedreven, ongeacht of één aangedreven as kan worden ontkoppeld; b) ontworpen is om een aanhangwagen voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen van de categorie O4 te slepen of te duwen; c) een motorvermogen van minstens 350 kW heeft, en d) kan worden voorzien van een bijkomende voorste koppelinrichting voor zware getrokken massa's. |
|
5.12. |
Multifunctionele werktuigdrager |
SM |
Een terreinvoertuig van categorie N (zoals gedefinieerd in punt 2.3) dat is ontworpen en gebouwd voor het trekken, duwen, vervoeren en aandrijven van bepaalde onderling verwisselbare apparatuur; a) met ten minste twee montageoppervlakken voor deze apparatuur; b) met gestandaardiseerde, mechanische, hydraulische en/of elektrische verbindingsdelen (zoals een aftakas) voor het voeden en aandrijven van de onderling verwisselbare apparatuur, en c) die voldoet aan de definitie van internationale ISO-norm 3833:1977, punt 3.1.4 (speciaal voertuig). Indien het voertuig is uitgerust met een hulplaadplatform, bedraagt de maximale lengte: a) 1,4 maal de grootste spoorwijdte (voor of achter) van het voertuig bij tweeassige voertuigen, of b) 2,0 maal de grootste spoorwijdte (voor of achter) van het voertuig bij voertuigen met meer dan twee assen. |
6. Opmerkingen
|
6.1. |
Er wordt geen typegoedkeuring verleend voor:
a)
dolly's zoals gedefinieerd in punt 5.9 van dit deel;
b)
aanhangwagens met stijve dissel zoals gedefinieerd in punt 5.4 van deel C;
c)
aanhangwagens waarin personen over de weg kunnen worden vervoerd. |
|
6.2. |
Punt 6.1 geldt onverminderd artikel 42 betreffende de nationale typegoedkeuring van kleine series. |
DEEL B
Criteria voor voertuigtypen, varianten en uitvoeringen
1. Categorie M1
1.1. Voertuigtype
|
1.1.1. |
Als „voertuigtype” worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de bedrijfsnaam van de fabrikant. Bij een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming is de verlening van een nieuwe goedkeuring niet vereist;
b)
in het geval van een zelfdragende carrosserie: het ontwerp en de assemblage van de essentiële delen van de carrosseriestructuur. Hetzelfde voorschrift is van toepassing op voertuigen waarvan de carrosserie met bouten of door middel van lassen op een apart frame is gemonteerd. |
|
1.1.2. |
In afwijking van punt 1.1.1, onder b), mogen, indien de fabrikant het vloergedeelte van de carrosseriestructuur en de essentiële bestanddelen die de voorzijde van de onmiddellijk vóór de voorruit gelegen carrosseriestructuur vormen, gebruikt voor de bouw van verschillende soorten carrosserieën (bv. voor een sedan of een coupé), deze voertuigen tot hetzelfde type worden gerekend. Een dergelijk gebruik dient door de fabrikant te worden aangetoond. |
|
1.1.3. |
Een type omvat ten minste één variant en één uitvoering. |
1.2. Variant
|
1.2.1. |
Als „variant” van een voertuigtype worden voertuigen aangemerkt die de volgende bouwkenmerken gemeen hebben:
a)
het aantal zijdeuren of het type carrosserie zoals gedefinieerd in deel C, punt 2, indien de fabrikant het in punt 1.1.2 genoemde criterium toepast;
b)
de motor, voor zover deze de volgende bouwkenmerken heeft:
i)
het type energievoorziening (verbrandingsmotor, elektrische motor of andere);
ii)
het werkingsprincipe (elektrische ontsteking, compressieontsteking of andere);
iii)
het aantal en de opstelling van de cilinders in het geval van een verbrandingsmotor (L4, V6 of andere);
c)
het aantal assen;
d)
het aantal en de onderlinge verbinding van de aangedreven assen;
e)
het aantal gestuurde assen;
f)
de voltooiingsfase (bv. compleet/incompleet).
g)
bij voertuigen die in verschillende fasen gebouwd worden: de fabrikant en het type van het voertuig in de vorige fase. |
1.3. Uitvoering
|
1.3.1. |
Als „uitvoering” van een variant worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;
b)
de cilinderinhoud in het geval van een verbrandingsmotor;
c)
het maximaal geleverde motorvermogen of het nominaal continu maximumvermogen (elektrische motor);
d)
de aard van de brandstof (benzine, gasolie, lpg, bifuel of andere);
e)
het maximumaantal zitplaatsen;
f)
het geluidsniveau bij langsrijden;
g)
het uitlaatemissieniveau (bv. Euro 5, Euro 6 of een ander);
h)
gecombineerd of gewogen, gecombineerde CO2-emissies;
i)
elektriciteitsverbruik (gewogen, gecombineerd);
j)
gecombineerd of gewogen, gecombineerd brandstofverbruik. Als alternatief voor de onder h), i) en j) genoemde criteria kunnen alle testen voor de berekening van de CO2-emissies, het elektriciteitsverbruik en het brandstofverbruik van voertuigen die als een uitvoering van een variant worden aangemerkt, zonder uitzondering worden uitgevoerd overeenkomstig subbijlage 6 bij bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie ( 9 ). |
2. Categorieën M2 en M3
2.1. Voertuigtype
|
2.1.1. |
Als „voertuigtype” worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de bedrijfsnaam van de fabrikant. Bij een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming is de verlening van een nieuwe goedkeuring niet vereist;
b)
de categorie;
c)
de volgende bouw- en ontwerpaspecten:
i)
het ontwerp en de bouw van de essentiële bestanddelen die het chassis vormen;
ii)
in het geval van een zelfdragende carrosserie: het ontwerp en de bouw van de essentiële delen die de carrosseriestructuur vormen;
d)
het aantal dekken (enkel- of dubbeldeks);
e)
het aantal segmenten (ongeleed/geleed);
f)
het aantal assen;
g)
de wijze van energievoorziening (binnen of buiten het voertuig). |
|
2.1.2. |
Een voertuigtype omvat ten minste één variant en één uitvoering. |
2.2. Variant
|
2.2.1. |
Als „variant” van een voertuigtype worden voertuigen aangemerkt die de volgende bouwkenmerken gemeen hebben:
a)
het type carrosserie zoals gedefinieerd in deel C, punt 3;
b)
de voertuigklasse of combinatie van voertuigklassen zoals gedefinieerd in punt 2.1.1 van VN-Reglement nr. 107 (alleen in het geval van complete en voltooide voertuigen);
c)
de voltooiingsfase (bv. compleet/incompleet/voltooid);
d)
de volgende bouwkenmerken van de motor:
i)
het type energievoorziening (verbrandingsmotor, elektrische motor of andere);
ii)
het werkingsprincipe (elektrische ontsteking, compressieontsteking of andere);
iii)
het aantal en de opstelling van de cilinders in het geval van een verbrandingsmotor (L6, V8 of andere);
e)
bij voertuigen die in verschillende fasen gebouwd worden: de fabrikant en het type van het voertuig in de vorige fase. |
2.3. Uitvoering
|
2.3.1. |
Als „uitvoering” van een variant worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;
b)
de geschiktheid of ongeschiktheid van het voertuig om een aanhangwagen te trekken;
c)
de cilinderinhoud in het geval van een verbrandingsmotor;
d)
het maximaal geleverde motorvermogen of het nominaal continu maximumvermogen (elektrische motor);
e)
de aard van de brandstof (benzine, gasolie, lpg, bifuel of andere);
f)
het geluidsniveau bij langsrijden;
g)
het uitlaatemissieniveau (bv. Euro IV, Euro V of een ander). |
3. Categorie N1
3.1. Voertuigtype
|
3.1.1. |
Als „voertuigtype” worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de bedrijfsnaam van de fabrikant. Bij een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming is de verlening van een nieuwe goedkeuring niet vereist;
b)
in het geval van een zelfdragende carrosserie: het ontwerp en de assemblage van de essentiële delen van de carrosseriestructuur;
c)
in het geval van een niet-zelfdragende carrosserie: het ontwerp en de bouw van de essentiële delen die het chassis vormen. |
|
3.1.2. |
In afwijking van punt 3.1.1, onder b), mogen, indien de fabrikant het vloergedeelte van de carrosseriestructuur en de essentiële bestanddelen die de voorzijde van de onmiddellijk vóór de voorruit gelegen carrosseriestructuur vormen, gebruikt voor de bouw van verschillende soorten carrosserieën (bv. een bestelwagen en een chassiscabine, verschillende wielbasissen en verschillende dakhoogten), deze voertuigen tot hetzelfde type worden gerekend. Een dergelijk gebruik dient door de fabrikant te worden aangetoond. |
|
3.1.3. |
Een voertuigtype omvat ten minste één variant en één uitvoering. |
3.2. Variant
|
3.2.1. |
Als „variant” van een voertuigtype worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
het aantal zijdeuren of het type carrosserie zoals gedefinieerd in deel C, punt 4 (voor complete en voltooide voertuigen), indien de fabrikant het in punt 3.1 genoemde criterium toepast;
b)
de voltooiingsfase (bv. compleet/incompleet/voltooid);
c)
de volgende bouwkenmerken van de motor:
i)
het type energievoorziening (verbrandingsmotor, elektrische motor of andere);
ii)
het werkingsprincipe (elektrische ontsteking, compressieontsteking of andere);
iii)
het aantal en de opstelling van de cilinders in het geval van een verbrandingsmotor (L6, V8 of andere);
d)
het aantal assen;
e)
het aantal en de onderlinge verbinding van de aangedreven assen;
f)
het aantal gestuurde assen.
g)
bij voertuigen die in verschillende fasen gebouwd worden: de fabrikant en het type van het voertuig in de vorige fase. |
3.3. Uitvoering
|
3.3.1. |
Als „uitvoering” van een variant worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;
b)
de cilinderinhoud in het geval van een verbrandingsmotor;
c)
het maximaal geleverde motorvermogen of het nominaal continu maximumvermogen (elektrische motor);
d)
de aard van de brandstof (benzine, gasolie, lpg, bifuel of andere);
e)
het maximumaantal zitplaatsen;
f)
het geluidsniveau bij langsrijden;
g)
het uitlaatemissieniveau (bv. Euro 5, Euro 6 of ander);
h)
gecombineerd of gewogen, gecombineerde CO2-emissies;
i)
elektriciteitsverbruik (gewogen, gecombineerd);
j)
gecombineerd of gewogen, gecombineerd brandstofverbruik.
k)
het bestaan van een uniek pakket innoverende technologie, zoals beschreven in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad ( 10 ). Als alternatief voor de onder h), i) en j) genoemde criteria kunnen alle testen voor de berekening van de CO2-emissies, het elektriciteitsverbruik en het brandstofverbruik van voertuigen die als een uitvoering worden aangemerkt, zonder uitzondering worden uitgevoerd overeenkomstig subbijlage 6 bij bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie. |
4. Categorieën N2 en N3
4.1. Voertuigtype
|
4.1.1. |
Als „voertuigtype” worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de bedrijfsnaam van de fabrikant. Bij een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming is de verlening van een nieuwe goedkeuring niet vereist;
b)
de categorie;
c)
het ontwerp en de bouw van het chassis die gemeenschappelijk zijn voor één productlijn;
d)
het aantal assen; |
|
4.1.2. |
Een voertuigtype omvat ten minste één variant en één uitvoering. |
4.2. Variant
|
4.2.1. |
Als „variant” van een voertuigtype worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
het concept van de carrosseriestructuur of het carrosserietype zoals gedefinieerd in deel C, punt 4, en in aanhangsel 2 (alleen voor complete en voltooide voertuigen);
b)
de voltooiingsfase (bv. compleet/incompleet/voltooid);
c)
de volgende bouwkenmerken van de motor:
i)
het type energievoorziening (verbrandingsmotor, elektrische motor of andere);
ii)
het werkingsprincipe (elektrische ontsteking, compressieontsteking of andere);
iii)
het aantal en de opstelling van de cilinders in het geval van een verbrandingsmotor (L6, V8 of andere);
d)
het aantal en de onderlinge verbinding van de aangedreven assen;
e)
het aantal gestuurde assen;
f)
bij voertuigen die in verschillende fasen gebouwd worden: de fabrikant en het type van het voertuig in de vorige fase. |
4.3. Uitvoering
|
4.3.1. |
Als „uitvoering” van een variant worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;
b)
de geschiktheid of ongeschiktheid om de volgende aanhangwagens te trekken:
i)
een niet-beremde aanhangwagen;
ii)
een aanhangwagen met oplooprem zoals gedefinieerd in punt 2.12 van VN-Reglement nr. 13;
iii)
een aanhangwagen met remsysteem voor continu of halfcontinu remmen zoals gedefinieerd in punt 2.9, respectievelijk punt 2.10 van VN-Reglement nr. 13;
iv)
een aanhangwagen van categorie O4, waardoor de combinatie een maximummassa van ten hoogste 44 ton heeft;
v)
een aanhangwagen van categorie O4, waardoor de combinatie een maximummassa van meer dan 44 ton heeft;
c)
de cilinderinhoud;
d)
het maximaal geleverde motorvermogen;
e)
de aard van de brandstof (benzine, gasolie, lpg, bifuel of andere);
f)
het geluidsniveau bij langsrijden;
g)
het uitlaatemissieniveau (bv. Euro IV, Euro V of een ander). |
5. Categorieën O1 en O2
5.1. Voertuigtype
|
5.1.1. |
Als „voertuigtype” worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de bedrijfsnaam van de fabrikant. Bij een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming hoeft niet opnieuw goedkeuring te worden verleend;
b)
de categorie;
c)
het in deel C, punt 5, gedefinieerde concept;
d)
de volgende bouw- en ontwerpaspecten:
i)
het ontwerp en de bouw van de essentiële bestanddelen die het chassis vormen;
ii)
in het geval van een zelfdragende carrosserie: het ontwerp en de bouw van de essentiële delen die de carrosseriestructuur vormen;
e)
het aantal assen. |
|
5.1.2. |
Een voertuigtype omvat ten minste één variant en één uitvoering. |
5.2. Variant
|
5.2.1. |
Als „variant” van een voertuigtype worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
het soort carrosserie zoals bedoeld in aanhangsel 2 (voor complete en voltooide voertuigen);
b)
de voltooiingsfase (bv. compleet/incompleet/voltooid);
c)
het type remsysteem (bv. niet-beremd/inertie/bekrachtigd);
d)
bij voertuigen die in verschillende fasen gebouwd worden: de fabrikant en het type van het voertuig in de vorige fase. |
5.3. Uitvoering
|
5.3.1. |
Als „uitvoering” van een variant worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;
b)
het concept van de ophanging (luchtvering, stalen of rubberen veren, torsiestang of andere);
c)
het concept van de dissel (driehoek, stang of ander concept). |
6. Categorieën O3 en O4
6.1. Voertuigtype
|
6.1.1. |
Als „voertuigtype” worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de bedrijfsnaam van de fabrikant. Bij een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming hoeft niet opnieuw goedkeuring te worden verleend;
b)
de categorie;
c)
het concept van de aanhangwagen in verband met de definities in deel C, punt 5;
d)
de volgende bouw- en ontwerpaspecten:
i)
het ontwerp en de bouw van de essentiële bestanddelen die het chassis vormen;
ii)
in het geval van aanhangwagens met een zelfdragende carrosserie: het ontwerp en de bouw van de essentiële delen die de carrosseriestructuur vormen;
e)
het aantal assen. |
|
6.1.2. |
Een voertuigtype omvat ten minste één variant en één uitvoering. |
6.2. Varianten
|
6.2.1. |
Als „variant” van een voertuigtype worden voertuigen aangemerkt die de volgende bouw- en ontwerpkenmerken gemeen hebben:
a)
het soort carrosserie als bedoeld in aanhangsel 2 (voor complete en voltooide voertuigen);
b)
de voltooiingsfase (bv. compleet/incompleet/voltooid);
c)
het concept van de ophanging (stalen veren, hydraulische of luchtvering);
d)
de volgende technische kenmerken:
i)
de mogelijkheid of onmogelijkheid om het chassis uit te schuiven;
ii)
de dekhoogte (normaal, dieplader, semi-dieplader enz.);
e)
bij voertuigen die in verschillende fasen gebouwd worden: de fabrikant en het type van het voertuig in de vorige fase. |
6.3. Uitvoeringen
|
6.3.1. |
Als „uitvoering” van een variant worden voertuigen aangemerkt die de volgende kenmerken gemeen hebben:
a)
de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;
b)
de onderverdelingen of combinatie van onderverdelingen als bedoeld in bijlage I, punten 3.2 en 3.3, van Richtlijn 96/53/EG, waartoe de afstand tussen twee opeenvolgende assen die een groep vormen, behoort;
c)
de definitie van de assen in de volgende opzichten:
i)
liftassen (aantal en plaats);
ii)
belastbare assen (aantal en plaats);
iii)
gestuurde assen (aantal en plaats). |
7. Gemeenschappelijke voorschriften voor alle voertuigcategorieën
|
7.1. |
Indien een voertuig door de maximummassa en/of het aantal zitplaatsen in verscheidene categorieën valt, kan de fabrikant voor de definitie van de varianten en uitvoeringen een van deze categorieën kiezen, waarvan hij de criteria toepast.
|
|
7.2. |
Voor een voertuig van categorie N kan typegoedkeuring aan de hand van de bepalingen voor categorie M1 of M2 worden verleend als dat voertuig is om in de volgende fase van een meerfasentypegoedkeuring te worden veranderd in een voertuig van die categorie.
|
|
7.3. |
Aanduiding van type, variant en uitvoering
|
|
7.4. |
Aantal tekens van de TVU-code
|
DEEL C
Definitie van de carrosserietypen
1. Algemeen
|
1.1. |
Het carrosserietype en de carrosseriecode worden met codes aangeduid. De lijst van codes is in eerste instantie van toepassing op complete en voltooide voertuigen. |
|
1.2. |
Voor voertuigen van categorie M wordt het carrosserietype aangeduid met twee letters, zoals gedefinieerd in de punten 2 en 3. |
|
1.3. |
Voor voertuigen van de categorieën N en O wordt het carrosserietype aangeduid met twee letters, zoals gedefinieerd in de punten 4 en 5. |
|
1.4. |
Zo nodig worden hier twee cijfers aan toegevoegd (in het bijzonder voor de in de punten 4.1 en 4.6 en de punten 5.1. tot en met 5.4 bedoelde carrosserietypen).
|
|
1.5. |
Het carrosserietype dat voor voertuigen voor speciale doeleinden wordt gebruikt, moet bij de categorie van het voertuig horen. |
2. Voertuigen die behoren tot categorie M1
|
Ref. |
Code |
Naam |
Definitie |
|
2.1. |
AA |
Sedan |
Een voertuig zoals gedefinieerd in term 3.1.1.1 van internationale ISO-norm 3833:1977, dat ten minste vier zijramen heeft. |
|
2.2. |
AB |
Hatchback |
Een sedan zoals gedefinieerd in punt 2.1, met een klep aan de achterzijde van het voertuig. |
|
2.3. |
AC |
Stationwagen |
Een voertuig zoals gedefinieerd in term 3.1.1.4 van internationale ISO-norm 3833:1977. |
|
2.4. |
AD |
Coupé |
Een voertuig zoals gedefinieerd in term 3.1.1.5 van internationale ISO-norm 3833:1977. |
|
2.5. |
AE |
Cabriolet |
Een voertuig zoals gedefinieerd in term 3.1.1.6 van internationale ISO-norm 3833:1977. Een cabriolet hoeft echter geen deuren te hebben. |
|
2.6. |
AF |
Multipurpose vehicle (mpv) |
Een ander voertuig dan bedoeld onder AA tot en met AE en onder AG, bestemd voor het vervoer van personen en hun bagage of bij gelegenheid goederen, in één ruimte. |
|
2.7. |
AG |
Stationwagen afgeleid van een truck |
Een voertuig zoals gedefinieerd in term 3.1.1.4.1 van internationale ISO-norm 3833:1977. De bagageruimte moet echter volledig afgescheiden zijn van de passagiersruimte. Voorts hoeft het referentiepunt van de bestuurderszitplaats niet ten minste 750 mm boven het grondvlak van het voertuig gelegen te zijn. |
3. Voertuigen die behoren tot categorie M2 of M3
|
Ref. |
Code |
Naam |
Definitie |
|
3.1. |
CA |
Enkeldeksvoertuig |
Een voertuig waarbij de voor personen beschikbare ruimten zijn ingericht op één niveau, dan wel op zodanige wijze dat zij niet twee boven elkaar gelegen niveaus vormen. |
|
3.2. |
CB |
Dubbeldeksvoertuig |
Een voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.1.6 van VN-Reglement nr. 107. |
|
3.3. |
CC |
Geleed enkeldeksvoertuig |
Een voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.1.3 van VN-Reglement nr. 107, met één dek. |
|
3.4. |
CD |
Geleed dubbeldeksvoertuig |
Een voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.1.3.1 van VN-Reglement nr. 107. |
|
3.5. |
CE |
Enkeldeksvoertuig met lage vloer |
Een voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.1.4 van VN-Reglement nr. 107, met één dek. |
|
3.6. |
CF |
Dubbeldeksvoertuig met lage vloer |
Een voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.1.4 van VN-Reglement nr. 107, met twee dekken. |
|
3.7. |
CG |
Geleed enkeldeksvoertuig met lage vloer |
Een voertuig waarin de in de punten 3.3 en 3.5 van deze tabel bedoelde technische kenmerken zijn gecombineerd. |
|
3.8. |
CH |
Geleed dubbeldeksvoertuig met lage vloer |
Een voertuig waarin de in de punten 3.4 en 3.6 van deze tabel bedoelde technische kenmerken zijn gecombineerd. |
|
3.9. |
CI |
Enkeldeksvoertuig met open dak |
Een voertuig met een gedeeltelijk dak of zonder dak. |
|
3.10. |
CJ |
Dubbeldeksvoertuig met open dak |
Een voertuig waarvan het bovendek een gedeeltelijk dak of geen dak heeft. |
|
3.11. |
CX |
Buschassis |
Een incompleet voertuig dat slechts bestaat uit een samenstel van chassisbalken of -buizen, een aandrijflijn en assen, en dat bedoeld is om te worden gecompleteerd met een op de behoeften van de vervoerder afgestemde carrosserie. |
4. Motorvoertuigen van categorie N1, N2 of N3
|
Ref. |
Code |
Naam |
Definitie |
|
4.1. |
BA |
Vrachtwagen |
Een voertuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk is ontworpen en gebouwd voor het vervoer van goederen. Het kan ook een aanhangwagen trekken. |
|
4.2. |
BB |
Bestelwagen |
Een vrachtwagen waarbij de bestuurdersruimte en de laadruimte zich binnen één eenheid bevinden. |
|
4.3. |
BC |
Opleggertrekker |
Een trekkend voertuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk is ontworpen en gebouwd voor het trekken van opleggers. |
|
4.4. |
BD |
Aanhangwagentrekker |
Een trekkend voertuig dat uitsluitend is ontworpen en gebouwd voor het trekken van aanhangwagens, met uitzondering van opleggers. |
|
4.5. |
BE |
Pick-uptruck |
Een voertuig met een maximummassa van ten hoogste 3 500 kg, waarbij de zitplaatsen en de laadruimte zich niet in één compartiment bevinden. |
|
4.6. |
BX |
Chassiscabine |
Een incompleet voertuig dat slechts bestaat uit een cabine (compleet of gedeeltelijk), chassisbalken, een aandrijflijn en assen, en dat bedoeld is om te worden gecompleteerd met een op de behoeften van de vervoerder afgestemde carrosserie. |
5. Voertuigen van categorie O
|
Ref. |
Code |
Naam |
Definitie |
|
5.1. |
DA |
Oplegger |
Een aanhangwagen die is ontworpen en gebouwd om aan een trekker of dolly te worden gekoppeld en een wezenlijke verticale belasting op het trekkende voertuig of de dolly uit te oefenen. De koppeling die voor de voertuigcombinatie wordt gebruikt, bestaat uit een koppelingspen en een koppelschotel. |
|
5.2. |
DB |
Autonome aanhangwagen |
Een aanhangwagen met ten minste twee assen waarvan ten minste één gestuurd is, die a) uitgerust is met een (ten opzichte van de aanhangwagen) verticaal beweegbare trekvoorziening, en b) een statische verticale belasting van minder dan 100 daN op het trekkende voertuig overbrengt. |
|
5.3. |
DC |
Middenasaanhangwagen |
Een aanhangwagen waarvan de as of assen zich dicht bij het zwaartepunt van het voertuig bevinden (indien gelijkmatig belast), zodat slechts een geringe statische verticale belasting van ten hoogste 10 % van de met de maximummassa van de aanhangwagen overeenkomende belasting of van 1 000 daN (de lichtste belasting is van toepassing) wordt overgebracht op het trekkende voertuig. |
|
5.4. |
DE |
Aanhangwagen met stijve dissel |
Een aanhangwagen met één as of één groep assen waarvan de dissel door de constructie ervan een statische belasting van ten hoogste 4 000 daN op het trekkende voertuig overbrengt en die niet aan de definitie van een middenasaanhangwagen beantwoordt. De koppeling die voor de voertuigcombinatie wordt gebruikt, bestaat niet uit een koppelingspen en een koppelschotel. |
Aanhangsel 1
Controleprocedure voor de indeling van een voertuig als terreinvoertuig
1. Algemeen
|
1.1. |
De in dit aanhangsel beschreven procedure is van toepassing op de indeling van een voertuig als terreinvoertuig. |
2. Testvoorwaarden voor geometrische metingen
|
2.1. |
Voertuigen van categorie M1 of N1 moeten onbeladen zijn en voorzien zijn van koelvloeistof, smeermiddelen, brandstof, gereedschap en reservewiel (indien dit tot de OEM-uitrusting behoort); op de bestuurdersstoel wordt een dummy geïnstalleerd die overeenkomt met een man van het 50e percentiel. In plaats van de dummy mag een soortgelijke voorziening met dezelfde massa worden gebruikt. |
|
2.2. |
Andere dan de in punt 2.1 bedoelde voertuigen worden belast tot de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand. De massa moet zodanig over de assen worden verdeeld, dat de verdeling overeenkomt met het ongunstigste geval met het oog op de naleving van de toepasselijke criteria. |
|
2.3. |
Een voertuig dat representatief is voor het type, wordt overeenkomstig de in punt 2.1 of 2.2 beschreven voorwaarden ter beschikking gesteld van de technische dienst. Het voertuig staat stil, met de wielen in de rechtuitstand. Het oppervlak waarop de metingen plaatsvinden, moet zo vlak en horizontaal mogelijk zijn (maximale helling: 0,5 %). |
3. Meting van de oploop-, afloop- en hellingshoek
|
3.1. |
De oploophoek wordt gemeten overeenkomstig punt 6.10 van internationale ISO-norm 612:1978. |
|
3.2. |
De afloophoek wordt gemeten overeenkomstig punt 6.11 van internationale ISO-norm 612:1978. |
|
3.3. |
De hellingshoek wordt gemeten overeenkomstig punt 6.9 van internationale ISO-norm 612:1978. |
|
3.4. |
Bij het meten van de afloophoek mogen de in hoogte verstelbare beschermingsvoorzieningen aan de achterzijde tegen klemrijden in de hoogste stand worden gezet. |
|
3.5. |
Het voorschrift in punt 3.4 moet niet worden uitgelegd als een verplichting om het basisvoertuig te voorzien van een bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden als oorspronkelijke uitrusting. De fabrikant van het basisvoertuig moet de fabrikant van de volgende fase echter informeren dat het voertuig, als het met een bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden wordt uitgerust, aan de voorschriften voor de afloophoek moet voldoen. |
4. Meting van de bodemvrijheid
4.1. Bodemvrijheid tussen de assen
|
4.1.1. |
Onder „bodemvrijheid tussen de assen” wordt verstaan: de kleinste afstand tussen het steunvlak en het laagste vaste punt van het voertuig. Bij de toepassing van de definitie wordt uitgegaan van de afstand tussen de laatste as van een voorste groep assen en de eerste as van een achterste groep assen.
|
|
4.1.2. |
Geen enkel stijf deel van het voertuig mag in het gearceerde segment op de tekening uitsteken. |
4.2. Bodemvrijheid onder één as
|
4.2.1. |
Onder „bodemvrijheid onder één as” wordt verstaan: de afstand bepaald door het hoogste punt van een cirkelboog die loopt door het midden van het draagvlak van de wielen van een as (bij uitvoeringen met dubbele banden de binnenwielen) en het laagste vaste punt van het voertuig tussen de wielen raakt.
|
|
4.2.2. |
Zo nodig wordt de bodemvrijheid voor alle assen van een groep gemeten. |
5. Hellingvermogen
|
5.1. |
Onder „hellingvermogen” wordt verstaan: het vermogen van een voertuig om een helling te nemen. |
|
5.2. |
Het hellingvermogen van incomplete en complete voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 wordt gecontroleerd door een test uit te voeren. |
|
5.3. |
De test wordt door de technische dienst uitgevoerd op een voertuig dat representatief is voor het te testen type. |
|
5.4. |
Op verzoek van de fabrikant en volgens de voorwaarden in bijlage VIII kan het hellingvermogen van een voertuigtype met een virtuele test worden aangetoond. |
6. Testvoorwaarden en doorslaggevend criterium
|
6.1. |
De in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie ( 11 ) vastgestelde voorwaarden gelden. |
|
6.2. |
Het voertuig moet de helling met constante snelheid oprijden, waarbij de wielen niet in de lengte- of dwarsrichting mogen slippen. |
Aanhangsel 2
Aanvullende cijfers voor de codes voor de verschillende soorten carrosserie
|
01. |
Open laadvloer |
|
02. |
Neerklapbare zijschotten |
|
03. |
Gesloten opbouw |
|
04. |
Geconditioneerde opbouw met geïsoleerde wanden en apparatuur om de binnentemperatuur te regelen |
|
05. |
Geconditioneerde opbouw met geïsoleerde wanden, maar zonder apparatuur om de binnentemperatuur te regelen |
|
06. |
Huifopbouw |
|
07. |
Afneembare bovenbouw |
|
08. |
Containercarrier |
|
09. |
Voertuig met haakarm |
|
10. |
Kipper |
|
11. |
Tank |
|
12. |
Tank voor vervoer van gevaarlijke stoffen |
|
13. |
Veewagen |
|
14. |
Voertuig voor voertuigvervoer |
|
15. |
Betonmixer |
|
16. |
Betonpompvoertuig |
|
17. |
Voertuig voor boomstamvervoer |
|
18. |
Vuilniswagen |
|
19. |
Straatveger, straatreiniger of rioolzuiger |
|
20. |
Compressor |
|
21. |
Boottrailer |
|
22. |
Zweefvliegtuigaanhangwagen |
|
23. |
Voertuig voor detailhandel- of expositiedoeleinden |
|
24. |
Takelwagen |
|
25. |
Ladderwagen |
|
26. |
Kraanwagen (met uitzondering van mobiele kranen zoals gedefinieerd in deel A, punt 5.7); |
|
27. |
Hoogwerker |
|
28. |
Boorwagen |
|
29. |
Dieplader |
|
30. |
Voertuig voor glasvervoer |
|
31. |
Brandweerwagen |
|
99. |
Niet in deze lijst opgenomen carrosserie. |
BIJLAGE II
VOORSCHRIFTEN VOOR DE EU-TYPEGOEDKEURING VAN VOERTUIGEN, SYSTEMEN, ONDERDELEN OF TECHNISCHE EENHEDEN
DEEL I
Regelgevingshandelingen voor de EU-typegoedkeuring van in onbeperkte series geproduceerde voertuigen
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgevingshandeling |
Van toepassing op |
Technische eenheid of onderdeel |
|||||||||
|
M1 |
M2 |
M3 |
N1 |
N2 |
N3 |
O1 |
O2 |
O3 |
O4 |
||||
|
1 |
Toegestaan geluidsniveau |
Richtlijn 70/157/EEG |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad (*1) |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
2A |
Emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
X (1) |
X (1) |
|
X (1) |
X (1) |
|
|
|
|
|
X |
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 van de Commissie (*2) |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (treden, treeplanken en handgrepen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 van de Commissie (*3) |
X |
|
|
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
9A |
Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13 |
|
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
|
|
9B |
Remsysteem van personenauto's |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13-H |
X (4) |
|
|
X (4) |
|
|
|
|
|
|
|
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
12A |
Binnenuitrusting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 21 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13A |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 18 |
|
X (4A) |
X (4A) |
|
X (4A) |
X (4A) |
|
|
|
|
X |
|
13B |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 116 |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
X |
|
14A |
Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 12 |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
X |
X (4B) |
X (4B) |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
15B |
Stoelen van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 80 |
|
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
16A |
Naar buiten uitstekende delen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 26 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 van de Commissie (*4) |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
32A |
Gezichtsveld naar voren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 125 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 van de Commissie (*5) |
X |
(5) |
(5) |
(5) |
(5) |
(5) |
|
|
|
|
|
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 van de Commissie (*6) |
X |
(6) |
(6) |
(6) |
(6) |
(6) |
|
|
|
|
X |
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
37A |
Wielafschermingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 van de Commissie (*7) |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
38A |
Al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 25 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware bedrijfsvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 595/2009 Verordening (EU) nr. 582/2011 |
X(9) |
X(9) |
X |
X(9) |
X(9) |
X |
|
|
|
|
X |
|
41B |
Licentie CO2-simulatietool (zware bedrijfsvoertuigen) |
Verordening (EG) nr. 595/2009 Verordening (EU) 2017/2400 |
|
|
|
|
X(16) |
X |
|
|
|
|
|
|
42A |
Zijdelingse bescherming van vrachtwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 73 |
|
|
|
|
X |
X |
|
|
X |
X |
X |
|
43A |
Opspatafschermingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 109/2011 van de Commissie (*8) |
|
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
44A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 van de Commissie (*9) |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
46B |
Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 30 |
X |
|
|
X |
|
|
X |
X |
|
|
X |
|
46C |
Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klassen C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 54 |
|
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
X |
X |
X |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
46E |
Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem en bandenspanningscontrolesysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 |
X (9A) |
|
|
X (9A) |
|
|
|
|
|
|
X |
|
47A |
Snelheidsbegrenzing van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 89 |
|
X |
X |
|
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
|
|
|
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X |
X |
X |
X |
X |
|
50B |
Kortkoppelinrichting; montage van een goedgekeurd type kortkoppelinrichting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 102 |
|
|
|
|
X (10) |
X (10) |
|
|
X (10) |
X (10) |
X |
|
51A |
Verbrandingseigenschappen van bij de inwendige constructie van bepaalde categorieën motorvoertuigen gebruikte materialen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 118 |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
52A |
Voertuigen van categorieën M2 en M3 |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 107 |
|
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
52B |
Sterkte van de bovenbouw van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 66 |
|
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
53A |
Bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 94 |
X (11) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
54A |
Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 95 |
X (12) |
|
|
X (12) |
|
|
|
|
|
|
|
|
56A |
Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 105 |
|
|
|
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
|
|
57A |
Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 93 |
|
|
|
|
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
58 |
Bescherming van voetgangers |
Verordening (EG) nr. 78/2009 van het Europees Parlement en de Raad (*10) |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
X |
|
59 |
Recycleerbaarheid |
Richtlijn 2005/64/EG van het Europees Parlement en de Raad (*11) |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
61 |
Airconditioningsystemen |
Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad (*12) |
X |
|
|
X (14) |
|
|
|
|
|
|
|
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad (*13) |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
|
|
64 |
Schakelindicatoren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie (*14) |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
65 |
Geavanceerde noodremsystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 347/2012 van de Commissie (*15) |
|
X |
X |
|
X |
X |
|
|
|
|
|
|
66 |
Waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 351/2012 van de Commissie (*16) |
|
X |
X |
|
X |
X |
|
|
|
|
|
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
68 |
Voertuigalarmsystemen (VAS) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 97 |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
X |
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
X |
|
71 |
Sterkte van de cabine |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 29 |
|
|
|
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
72 |
eCall-systeem |
Verordening (EU) 2015/758 van het Europees Parlement en de Raad (*17) |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
(*1)
Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende het geluidsniveau van motorvoertuigen en vervangende geluidsdempingssystemen, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 131).
(*2)
Verordening (EU) nr. 1003/2010 van de Commissie van 8 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 291 van 9.11.2010, blz. 22).
(*3)
Verordening (EU) nr. 130/2012 van de Commissie van 15 februari 2012 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor motorvoertuigen wat de toegang en manoeuvreerbaarheid betreft en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 43 van 16.2.2012, blz. 6).
(*4)
Verordening (EU) nr. 1005/2010 van de Commissie van 8 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor sleepvoorzieningen voor motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 291 van 9.11.2010, blz. 36).
(*5)
Verordening (EU) nr. 672/2010 van de Commissie van 27 juli 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 196 van 28.7.2010, blz. 5).
(*6)
Verordening (EU) nr. 1008/2010 van de Commissie van 9 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor wis- en sproeisystemen voor de voorruit van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 292 van 10.11.2010, blz. 2).
(*7)
Verordening (EU) nr. 1009/2010 van de Commissie van 9 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor wielafschermingen van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 292 van 10.11.2010, blz. 21).
(*8)
Verordening (EU) nr. 109/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat opspatafschermingssystemen betreft (PB L 34 van 9.2.2011, blz. 2).
(*9)
Verordening (EU) nr. 458/2011 van de Commissie van 12 mei 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat de montage van de banden betreft en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 124 van 13.5.2011, blz. 11).
(*10)
Verordening (EG) nr. 78/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 2003/102/EG en Richtlijn 2005/66/EG (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 1).
(*11)
Richtlijn 2005/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen inzake herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing, en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 10).
(*12)
Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 161 van 14.6.2006, blz. 12).
(*13)
Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 32).
(*14)
Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie van 24 januari 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat schakelindicatoren betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 28 van 31.1.2012, blz. 24).
(*15)
Verordening (EU) nr. 347/2012 van de Commissie van 16 april 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen wat geavanceerde noodsystemen betreft (PB L 109 van 21.4.2012, blz. 1).
(*16)
Verordening (EU) nr. 351/2012 van de Commissie van 23 april 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat typegoedkeuringsvoorschriften voor de installatie van waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook betreft (PB L 110 van 24.4.2012, blz. 18).
(*17)
Verordening (EU) 2015/758 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van op 112 gebaseerde eCall-boordsystemen en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 77). |
|||||||||||||
Toelichtingen
|
X |
Toepasselijke regelgevingshandeling |
(1) Voor voertuigen met een referentiemassa van niet meer dan 2 610 kg. Verordening (EG) nr. 715/2007 kan op verzoek van de fabrikant van toepassing zijn op voertuigen met een referentiemassa van niet meer dan 2 840 kg.
(2) Voor voertuigen met een lpg- of cng-installatie is typegoedkeuring krachtens VN-Reglement nr. 67 of VN-Reglement nr. 110 vereist.
(3) Overeenkomstig artikel 12 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 661/2009 is de montage van een elektronisch stabiliteitscontrolesysteem (ESC-systeem) verplicht.
(4) Overeenkomstig artikel 12 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 661/2009 is de montage van een ESC-systeem verplicht.
(4A) Indien de bescherming is gemonteerd, moet zij voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 18.
(4B) Dit reglement is van toepassing op stoelen die niet onder het toepassingsgebied van VN-Reglement nr. 80 vallen.
(5) Voertuigen van deze categorie moeten zijn voorzien van een geschikte ontdooiings- en ontwasemingsinrichting voor de voorruit.
(6) Voertuigen van deze categorie moeten zijn voorzien van een geschikte ruitensproei- en ruitenwisinrichting voor de voorruit.
(9) Voor voertuigen met een referentiemassa van meer dan 2 610 kg waarvoor (op verzoek van de fabrikant en mits hun referentiemassa niet meer bedraagt dan 2 840 kg) geen typegoedkeuring krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 is verleend.
(9A) Alleen van toepassing als de voertuigen voorzien zijn van uitrustingsstukken die onder VN-Reglement nr. 64 vallen. Voertuigen van categorie M1 moeten overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 661/2009 van een bandenspanningscontrolesysteem worden voorzien.
(10) Alleen van toepassing op voertuigen met koppelinrichting(en).
(11) Van toepassing op voertuigen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van niet meer dan 2,5 ton.
(12) Alleen van toepassing op voertuigen waarbij het referentiepunt van de zitplaats (punt R) van de laagste stoel zich niet meer dan 700 mm boven de grond bevindt.
(13) Alleen van toepassing wanneer de fabrikant typegoedkeuring aanvraagt voor voertuigen die bestemd zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
(14) Alleen van toepassing op voertuigen van categorie N1, klasse I, zoals beschreven in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007.
(15) Naleving van Verordening (EG) nr. 661/2009 is verplicht. Typegoedkeuring in het kader van dit afzonderlijke item is echter niet mogelijk aangezien dit item een verzameling beslaat van de afzonderlijke items 3A, 3B, 4A, 5A, 6A, 6B, 7A, 8A, 9A, 9B, 10A, 12A, 13A, 13B, 14A, 15A, 15B, 16A, 17A, 17B, 18A, 19A, 20A, 21A, 22A, 22B, 22C, 23A, 24A, 25A, 25B, 25C, 25D, 25E, 25F, 26A, 27A, 28A, 29A, 30A, 31A, 32A, 33A, 34A, 35A, 36A, 37A, 38A, 42A, 43A, 44A, 45A, 46A, 46B, 46C, 46D, 46E, 47A, 48A, 49A, 50A, 50B, 51A, 52A, 52B, 53A, 54A, 56A, 57A en 64 tot en met 71. De wijzigingenreeksen van de VN-reglementen waarvan de toepassing verplicht is, zijn opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 661/2009. Later goedgekeurde wijzigingenreeksen worden als alternatief geaccepteerd.
(16) Voor voertuigen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 7 500 kg.
Aanhangsel 1
Regelgevingshandelingen voor de EU-typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen krachtens artikel 41
Tabel 1
Voertuigen van categorie M1
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgevingshandeling |
Specifieke kwesties |
Toepasbaarheid en specifieke voorschriften |
|
1 |
Toegestaan geluidsniveau |
Richtlijn 70/157/EEG |
|
A |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 |
|
A |
|
2A |
Emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
|
A |
|
a) OBD |
Het voertuig moet zijn uitgerust met een OBD-systeem dat voldoet aan de voorschriften van artikel 4, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 692/2008 (het OBD-systeem moet zo zijn ontworpen dat het ten minste één storing van het motormanagementsysteem registreert). De OBD-interface moet met gangbare diagnoseapparatuur kunnen communiceren. |
|||
|
b) Conformiteit tijdens het gebruik |
N.v.t. |
|||
|
c) Toegang tot informatie |
Het volstaat dat de fabrikant gemakkelijke en snelle toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie biedt. |
|||
|
d) Meting van het vermogen |
(Wanneer de voertuigfabrikant een motor van een andere fabrikant gebruikt.) Testbankgegevens van de motorfabrikant worden geaccepteerd mits het motormanagementsysteem identiek is (d.w.z. ten minste dezelfde ECU heeft). De vermogenstest mag op een rollenbank worden uitgevoerd. Er moet rekening worden gehouden met het vermogensverlies in de transmissie. |
|||
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
a) Tanks voor vloeibare brandstof |
B |
|
b) Installatie in het voertuig |
B |
|||
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
|
B |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
|
B |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
|
C |
|
a) Mechanische systemen |
De bepalingen van punt 5 van VN-Reglement nr. 79 zijn van toepassing. Alle in punt 6.2 van VN-Reglement nr. 79 voorgeschreven tests moeten worden uitgevoerd en de voorschriften van punt 6.1 van VN-Reglement nr. 79 zijn van toepassing. |
|||
|
b) Complexe elektronische voertuigbesturingssystemen |
Alle voorschriften van bijlage 6 bij VN-Reglement nr. 79 zijn van toepassing. De conformiteit met deze voorschriften mag alleen door een technische dienst worden gecontroleerd. |
|||
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
|
C |
|
a) Algemene voorschriften (punt 5 van VN-Reglement nr. 11) |
Alle voorschriften zijn van toepassing. |
|||
|
b) Prestatievoorschriften (punt 6 van VN-Reglement nr. 11) |
Alleen de voorschriften van de punten 6.1.5.4 en 6.3 van VN-Reglement nr. 11 zijn van toepassing. |
|||
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Installatie op het voertuig |
B |
|||
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Installatie op het voertuig |
B |
|||
|
9B |
Remsysteem van personenauto's |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13-H |
a) Ontwerp- en testvoorschriften |
A |
|
b) Elektronische stabiliteitscontrole (ESC) en remhulpsystemen (BAS) |
De montage van BAS en ESC is niet verplicht. Indien gemonteerd, moeten zij voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 13-H. |
|||
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
|
B |
|
12A |
Binnenuitrusting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 21 |
|
C |
|
a) Binneninrichting |
|
|||
|
i) Voorschriften inzake stralen en uitstekende delen voor schakelaars, hendels en dergelijke, bedieningsorganen en de algemene binnenuitrusting |
Op verzoek van de fabrikant kan van de voorschriften van de punten 5.1 tot en met 5.6 van VN-Reglement nr. 21 worden afgeweken. De voorschriften van punt 5.2 (behalve 5.2.3.1, 5.2.3.2 en 5.2.4) van VN-Reglement nr. 21 zijn van toepassing. |
|||
|
ii) Energieabsorptietests aan de bovenkant van het dashboard |
Energieabsorptietests aan de bovenkant van het dashboard moeten alleen worden uitgevoerd als het voertuig niet met ten minste twee frontairbags of statische vierpuntsgordels is uitgerust. |
|||
|
iii) Energieabsorptietest aan de achterkant van de stoelen |
N.v.t. |
|||
|
b) Elektrische bediening van ruiten, dakpaneelsystemen en scheidingssystemen |
Alle voorschriften van punt 5.8 van VN-Reglement nr. 21 zijn van toepassing. |
|||
|
13B |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 116 |
|
A De bepalingen van punt 8.3.1.1.1 van VN-Reglement nr. 116 mogen worden toegepast in plaats van punt 8.3.1.1.2. van dat reglement ongeacht het type aandrijflijn |
|
14A |
Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 12 |
|
C |
|
|
Tests zijn verplicht als het voertuig niet krachtens VN-Reglement nr. 94 is getest (zie item 53A). |
|||
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
|
C |
|
a) Algemene voorschriften i) Specificaties |
De voorschriften van punt 5.2 (behalve 5.2.3) van VN-Reglement nr. 17 zijn van toepassing. |
|||
|
ii) Sterktetests voor rugleuningen en hoofdsteunen |
De voorschriften van punt 6.2 van VN-Reglement nr. 17 zijn van toepassing. |
|||
|
iii) Ontgrendelings- en verstellingstests |
De tests moeten volgens de voorschriften van bijlage 7 bij VN-Reglement nr. 17 worden uitgevoerd. |
|||
|
b) Hoofdsteunen i) Specificaties |
De voorschriften van de punten 5.4, 5.5 (behalve 5.5.2), 5.6, 5.10, 5.11 en 5.12 van VN-Reglement nr. 17 zijn van toepassing. |
|||
|
ii) Sterktetests op hoofdsteunen |
De in punt 6.4 van VN-Reglement nr. 17 voorgeschreven test moet worden uitgevoerd. |
|||
|
c) Bijzondere voorschriften voor de bescherming van inzittenden tegen verplaatsing van bagage |
Op verzoek van de fabrikant kan van de voorschriften van bijlage 9 bij VN-Reglement nr. 26 worden afgeweken. |
|||
|
16A |
Naar buiten uitstekende delen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 26 |
|
C |
|
a) Algemene specificaties |
De voorschriften van punt 5 van VN-Reglement nr. 26 zijn van toepassing. |
|||
|
b) Bijzondere specificaties |
De voorschriften van punt 6 van VN-Reglement nr. 26 zijn van toepassing. |
|||
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 61/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
|
D |
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
|
B |
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
|
B |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
|
B |
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
|
B Op een nieuw voertuigtype moeten dagrijlichten worden gemonteerd. |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
|
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
|
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
|
X |
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
|
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
|
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
|
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
|
X |
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
|
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
|
X |
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
|
X |
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
|
X |
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
|
X |
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
|
X |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
|
B |
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
|
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
|
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
|
X |
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Installatievoorschriften |
B |
|||
|
32A |
Gezichtsveld naar voren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 125 |
|
A |
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
|
A |
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
|
C |
|
a) Ontdooiing van de voorruit |
Alleen punt 1.1.1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 672/2010 is van toepassing, als de warmeluchtstroom naar het volledige oppervlak van de voorruit wordt geleid of als de voorruit over haar volledige oppervlak elektrisch wordt verwarmd. |
|||
|
b) Ontwaseming van de voorruit |
Alleen punt 1.2.1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 672/2010 is van toepassing, als de warmeluchtstroom naar het volledige oppervlak van de voorruit wordt geleid of als de voorruit over haar volledige oppervlak elektrisch wordt verwarmd. |
|||
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
|
C |
|
a) Wissysteem voor de voorruit |
De punten 1.1 tot en met 1.1.10 van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1008/2010 zijn van toepassing. Alleen de in punt 2.1.10 van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1008/2010 beschreven test moet worden uitgevoerd. |
|||
|
b) Sproeisysteem voor de voorruit |
Punt 1.2 (behalve 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.5) van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1008/2010 is van toepassing. |
|||
|
36A |
Verwarmingssysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
|
C De montage van een verwarmingssysteem is niet verplicht. |
|
a) Alle verwarmingssystemen |
De voorschriften van de punten 5.3 en 6 van VN-Reglement nr. 122 zijn van toepassing. |
|||
|
b) Lpg-verwarmingssystemen |
De voorschriften van bijlage 8 bij VN-Reglement nr. 122 zijn van toepassing. |
|||
|
37A |
Wielafschermingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
|
B |
|
38A |
Al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 25 |
|
X |
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
|
A Met uitzondering van de reeks voorschriften inzake OBD en toegang tot informatie. |
|
Meting van het vermogen |
(Wanneer de voertuigfabrikant een motor van een andere fabrikant gebruikt.) Testbankgegevens van de motorfabrikant worden geaccepteerd mits het motormanagementsysteem identiek is (d.w.z. ten minste dezelfde ECU heeft). De vermogenstest mag op een rollenbank worden uitgevoerd. Er moet rekening worden gehouden met het vermogensverlies in de transmissie. |
|||
|
44A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
B Op verzoek van de fabrikant kan van de in bijlage I, deel A, punt 5.1, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 beschreven wegrijtest op een helling bij de maximummassa van de combinatie worden afgeweken. |
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
B |
|||
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
|
B De data voor de progressieve toepassing zijn die in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 661/2009. |
|
46B |
Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 30 |
Onderdelen |
X |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
Onderdelen |
X |
|
46E |
Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem en bandenspanningscontrolesysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 |
Onderdelen |
X |
|
Montage van een bandenspanningscontrolesysteem |
B De montage van een bandenspanningscontrolesysteem is niet verplicht. |
|||
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
B |
|||
|
53A |
Bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 94 |
|
C De voorschriften van VN-Reglement nr. 94 zijn van toepassing op voertuigen met frontairbags. Voertuigen zonder airbags moeten voldoen aan de voorschriften van item 14A van deze tabel. |
|
54A |
Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 95 |
|
C |
|
Test met een hoofdvormig botslichaam (test met dummyhoofd) |
De fabrikant moet de technische dienst de nodige informatie verstrekken over een mogelijke botsing van het hoofd van de dummy tegen de voertuigstructuur of tegen een zijruit die van gelaagd glas is. Als blijkt dat een dergelijke botsing zich waarschijnlijk zal voordoen, moet de in punt 3.1 van bijlage 8 bij VN-Reglement nr. 95 beschreven deeltest met een dummyhoofd worden uitgevoerd en moet aan het in punt 5.2.1.1 van VN-Reglement nr. 95 vastgestelde criterium worden voldaan. Met het akkoord van de technische dienst kan de in bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 21 beschreven testprocedure als alternatief voor de test van VN-Reglement nr. 95 worden gebruikt. |
|||
|
58 |
Bescherming van voetgangers |
Verordening (EG) nr. 78/2009 |
a) Technische voorschriften met betrekking tot een voertuig |
N.v.t. |
|
b) Frontbeschermingen |
X |
|||
|
59 |
Recycleerbaarheid |
Richtlijn 2005/64/EG |
|
N.v.t. — Alleen artikel 7 betreffende het hergebruik van samenstellende delen is van toepassing. |
|
61 |
Airconditioningsystemen |
Richtlijn 2006/40/EG |
|
A |
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
|
X |
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
|
Zie voetnoot 15 van de tabel in dit deel I met regelgevingshandelingen voor EU-typegoedkeuring van in onbeperkte series geproduceerde voertuigen. |
|
64 |
Schakelindicatoren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 65/2012 |
|
N.v.t. |
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
A |
|||
|
68 |
Voertuigalarmsystemen (VAS) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 97 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
B |
|||
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
|
B |
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
A |
|||
|
72 |
eCall-systeem |
Verordening (EU) 2015/758 |
|
N.v.t. |
Toelichtingen
X
Volledige toepassing van de regelgevingshandeling als volgt:
er moet een typegoedkeuringscertificaat worden afgegeven;
de tests en controles moeten door de technische dienst of de fabrikant onder de in de artikelen 67 tot en met 81 vastgestelde voorwaarden worden uitgevoerd;
een testrapport moet worden opgesteld volgens bijlage III;
de overeenstemming van de productie moet worden gegarandeerd.
A
Toepassing van de regelgeving als volgt:
tenzij anders aangegeven, moet aan alle voorschriften van de regelgevingshandeling worden voldaan;
er hoeft geen typegoedkeuringscertificaat te worden afgegeven;
de tests en controles moeten door de technische dienst of de fabrikant onder de in de artikelen 67 tot en met 81 vastgestelde voorwaarden worden uitgevoerd;
een testrapport moet worden opgesteld volgens bijlage III;
de overeenstemming van de productie moet worden gegarandeerd.
B
Toepassing van de regelgeving als volgt:
Zoals bij letter A, behalve dat de tests en controles met het akkoord van de goedkeuringsinstantie door de fabrikant zelf kunnen worden verricht.
C
Toepassing van de regelgevingshandeling als volgt:
er hoeft alleen aan de technische voorschriften van de regelgevingshandeling te worden voldaan;
er hoeft geen typegoedkeuringscertificaat te worden afgegeven;
de tests en controles moeten door de technische dienst of de fabrikant worden uitgevoerd (zie de besluiten voor letter B);
een testrapport moet worden opgesteld volgens bijlage III;
de conformiteit van de productie moet worden gegarandeerd.
D
Zoals voor besluiten onder de letters B en C, met dien verstande dat een door de fabrikant afgegeven conformiteitsverklaring voldoende is. Er moet geen testrapport worden opgesteld.
Zo nodig kan de goedkeuringsinstantie of technische dienst meer informatie of bewijsmateriaal verlangen.
N.v.t.
De regelgevingshandeling is niet van toepassing. Conformiteit met een of meer specifieke aspecten van de regelgevingshandeling kan echter worden opgelegd.
De toe te passen wijzigingenreeksen van de VN-reglementen zijn vermeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 661/2009. Later goedgekeurde wijzigingenreeksen worden als alternatief geaccepteerd.
Tabel 2
Voertuigen van categorie N1 (1)
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgeving |
Specifieke kwesties |
Toepasbaarheid en specifieke voorschriften |
|
1 |
Toegestaan geluidsniveau |
Richtlijn 70/157/EEG |
|
A |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 |
|
A |
|
2A |
Emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
|
A |
|
a) OBD |
Het voertuig moet zijn uitgerust met een OBD-systeem dat voldoet aan de voorschriften van artikel 4, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 692/2008 (het OBD-systeem moet zo zijn ontworpen dat het ten minste één storing van het motormanagementsysteem registreert). De OBD-interface moet met gangbare diagnoseapparatuur kunnen communiceren. |
|||
|
b) Conformiteit tijdens het gebruik |
N.v.t. |
|||
|
c) Toegang tot informatie |
Het volstaat dat de fabrikant gemakkelijke en snelle toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig biedt. |
|||
|
d) Meting van het vermogen |
(Wanneer de voertuigfabrikant een motor van een andere fabrikant gebruikt.) Testbankgegevens van de motorfabrikant worden geaccepteerd mits het motormanagementsysteem identiek is (d.w.z. ten minste dezelfde ECU heeft). De vermogenstest mag op een rollenbank worden uitgevoerd. Er moet rekening worden gehouden met het vermogensverlies in de transmissie. |
|||
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
a) Tanks voor vloeibare brandstof |
B |
|
b) Installatie in het voertuig |
B |
|||
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
|
B |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
|
B |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
|
C |
|
a) Mechanische systemen |
De bepalingen van punt 5 van VN-Reglement nr. 79.01 zijn van toepassing. Alle in punt 6.2 van VN-Reglement nr. 79 voorgeschreven tests moeten worden uitgevoerd en de voorschriften van punt 6.1 van VN-Reglement nr. 79 zijn van toepassing. |
|||
|
b) Complexe elektronische voertuigbesturingssystemen |
Alle voorschriften van bijlage 6 bij VN-Reglement nr. 79 zijn van toepassing. De conformiteit met deze voorschriften mag alleen door een technische dienst worden gecontroleerd. |
|||
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
|
C |
|
a) Algemene voorschriften (punt 5 van VN-Reglement nr. 11) |
Alle voorschriften zijn van toepassing. |
|||
|
b) Prestatievoorschriften (punt 6 van VN-Reglement nr. 11) |
Alleen de voorschriften van de punten 6.1.5.4 en 6.3 van VN-Reglement nr. 11 zijn van toepassing. |
|||
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Installatie op het voertuig |
B |
|||
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Installatie op het voertuig |
B |
|||
|
9A |
Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13. |
a) Ontwerp- en testvoorschriften |
A |
|
b) Elektronische stabiliteitscontrole (ESC) |
De montage van ESC is niet verplicht. Indien gemonteerd, moet zij voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 13. |
|||
|
9B |
Remsysteem van personenauto's |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13-H |
a) Ontwerp- en testvoorschriften |
A |
|
b) ESC en remhulpsystemen (BAS) |
De montage van BAS en ESC is niet verplicht. Indien gemonteerd, moeten zij voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 13-H. |
|||
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
|
B |
|
13B |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 116 |
|
A De bepalingen van punt 8.3.1.1.1 van VN-reglement nr. 116 mogen worden toegepast in plaats van punt 8.3.1.1.2. van dat reglement, ongeacht het type aandrijflijn. |
|
14A |
Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 12 |
|
C |
|
a) Botstest tegen een hindernis |
Een test is verplicht. |
|||
|
b) Botstest met rompdummy tegen het stuur |
Niet verplicht als het stuur met een airbag is uitgerust. |
|||
|
c) Test met een hoofdvormig botslichaam (test met dummyhoofd) |
Niet verplicht als het stuur met een airbag is uitgerust. |
|||
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
|
B |
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
|
D |
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
|
B |
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
|
B |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
|
B |
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
|
B Op een nieuw voertuigtype moeten dagrijlichten worden gemonteerd. |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
|
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
|
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
|
X |
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
|
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
|
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
|
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
|
X |
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
|
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
|
X |
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
|
X |
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
|
X |
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
|
X |
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
|
X |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
|
B |
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
|
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
|
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
|
X |
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Installatievoorschriften |
B |
|||
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
|
A |
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
|
N.v.t. Het voertuig moet met een geschikt ontdooiings- en ontwasemingssysteem voor de voorruit zijn uitgerust. |
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
|
N.v.t. Het voertuig moet met een geschikt wis- en sproeisysteem voor de voorruit zijn uitgerust. |
|
36A |
Verwarmingssysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
|
C De montage van een verwarmingssysteem is niet verplicht. |
|
a) Alle verwarmingssystemen |
De voorschriften van de punten 5.3 en 6 van VN-Reglement nr. 122 zijn van toepassing. |
|||
|
b) Lpg-verwarmingssystemen |
De voorschriften van bijlage 8 bij VN-Reglement nr. 122 zijn van toepassing. |
|||
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
|
A Met uitzondering van de reeks voorschriften inzake OBD en toegang tot informatie. |
|
Meting van het vermogen |
(Wanneer de voertuigfabrikant een motor van een andere fabrikant gebruikt.) Testbankgegevens van de motorfabrikant worden geaccepteerd mits het motormanagementsysteem identiek is (d.w.z. ten minste dezelfde ECU heeft). De vermogenstest mag op een rollenbank worden uitgevoerd. Er moet rekening worden gehouden met het vermogensverlies in de transmissie. |
|||
|
43A |
Opspatafschermingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 109/2011 |
|
B |
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
B |
|||
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
|
B De data voor de progressieve toepassing zijn die in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 661/2009. |
|
46B |
Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 30 |
Onderdelen |
X |
|
46C |
Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klassen C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 54 |
Onderdelen |
X |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
Onderdelen |
X |
|
46E |
Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem en bandenspanningscontrolesysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 |
Onderdelen |
X |
|
Montage van een bandenspanningscontrolesysteem |
B De montage van een bandenspanningscontrolesysteem is niet verplicht |
|||
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
B |
|
Wegrijtest op een helling bij de maximummassa van de combinatie |
Op verzoek van de fabrikant kan van de in punt 5.1 van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 beschreven wegrijtest op een helling bij de maximummassa van de combinatie worden afgeweken. |
|||
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
|
C |
|
a) Algemene specificaties |
De voorschriften van punt 5 van VN-Reglement nr. 61 zijn van toepassing. |
|||
|
b) Bijzondere specificaties |
De voorschriften van punt 6 van VN-Reglement nr. 61 zijn van toepassing. |
|||
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
B |
|||
|
54A |
Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 95 |
C |
C |
|
Test met een hoofdvormig botslichaam (test met dummyhoofd) |
De fabrikant moet de technische dienst de nodige informatie verstrekken over een mogelijke botsing van het hoofd van de dummy tegen de voertuigstructuur of tegen een zijruit die van gelaagd glas is. Als blijkt dat een dergelijke botsing zich waarschijnlijk zal voordoen, moet de in punt 3.1 van bijlage 8 bij VN-Reglement nr. 95 beschreven deeltest met een dummyhoofd worden uitgevoerd en moet aan het in punt 5.2.1.1 van VN-Reglement nr. 95 vastgestelde criterium worden voldaan. Met het akkoord van de technische dienst kan de in bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 21 beschreven testprocedure als alternatief voor bovengenoemde test van VN-Reglement nr. 95 worden gebruikt. |
|||
|
56A |
Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 105 |
|
A |
|
58 |
Bescherming van voetgangers |
Verordening (EG) nr. 78/2009 |
a) Technische voorschriften met betrekking tot een voertuig |
N.v.t. |
|
b) Frontbeschermingen |
X |
|||
|
59 |
Recycleerbaarheid |
Richtlijn 2005/64/EG |
|
N.v.t. Alleen artikel 7 betreffende het hergebruik van samenstellende delen is van toepassing. |
|
61 |
Airconditioningsystemen |
Richtlijn 2006/40/EG |
|
B |
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
|
X |
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
|
Zie voetnoot 15 van de tabel in dit deel met regelgevingshandelingen voor EU-typegoedkeuring van in onbeperkte series geproduceerde voertuigen. |
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
A |
|||
|
68 |
Voertuigalarmsystemen (VAS) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 97 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
B |
|||
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
|
B |
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
a) Onderdelen |
X |
|
b) Montage |
A |
|||
|
71 |
Sterkte van de cabine |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 29 |
|
C |
|
72 |
eCall-systeem |
Verordening (EU) 2015/758 |
|
N.v.t. |
|
(1)
De toelichting bij de tabel „Regelgevingshandelingen voor EU-typegoedkeuring van in onbeperkte series geproduceerde voertuigen” van dit deelgeldt ook voor deze tabel. De letters in deze tabel hebben dezelfde betekenis als in tabel 1 van dit aanhangsel. |
||||
Aanhangsel 2
Voorschriften voor de individuele EU-goedkeuring van een voertuig krachtens artikel 44
1. TOEPASSING
Voor de toepassing van dit aanhangsel wordt een voertuig als nieuw beschouwd wanneer:
het nooit eerder is geregistreerd, of
het ten tijde van de aanvraag voor individuele goedkeuring minder dan zes maanden geregistreerd is geweest.
Een voertuig wordt als geregistreerd beschouwd als er permanente, voorlopige of tijdelijke administratieve goedkeuring is verleend om het in het verkeer te brengen, wat de identificatie ervan en de afgifte van een registratienummer impliceert ( 12 ).
2. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
2.1. Indeling van het voertuig in een categorie
Voertuigen worden overeenkomstig de in bijlage I vastgestelde criteria ingedeeld in categorieën. Daarbij:
wordt rekening gehouden met het daadwerkelijke aantal zitplaatsen, en
moet de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand gelijk zijn aan de maximummassa die door de fabrikant in het land van oorsprong is opgegeven en die in zijn officiële documentatie is vermeld.
Als vanwege het ontwerp van de carrosserie de voertuigcategorie niet eenvoudig vastgesteld kan worden, zijn de voorwaarden van bijlage I van toepassing.
2.2. Aanvraag voor individuele goedkeuring van voertuigen
De aanvrager dient bij de goedkeuringsinstantie een aanvraag in die vergezeld gaat van alle relevante documentatie die nodig is voor de afwikkeling van de goedkeuringsprocedure.
Als de ingediende documentatie onvolledig, vervalst of nagemaakt is, wordt de goedkeuringsaanvraag afgewezen.
Voor een specifiek voertuig mag slechts één aanvraag worden ingediend en dit slechts in één lidstaat. De goedkeuringsinstantie mag een schriftelijke toezegging van de aanvrager vereisen waarin hij aangeeft slechts één aanvraag in te dienen in de lidstaat van de goedkeuringsinstantie.
Onder een specifiek voertuig wordt verstaan een fysiek voertuig waarvan het VIN duidelijk is geïdentificeerd.
Elke aanvrager mag echter individuele EU-goedkeuring voor een voertuig aanvragen in een andere lidstaat voor een ander specifiek voertuig dat dezelfde of vergelijkbare technische kenmerken heeft als het voertuig waarvoor individuele EU-goedkeuring voor een voertuig is verleend.
Het model van het aanvraagformulier en de indeling van het dossier worden door de goedkeuringsinstantie vastgesteld.
De goedkeuringsinstantie mag alleen verzoeken om een passende selectie van de in bijlage I vermelde informatie.
De technische voorschriften waaraan moet worden voldaan zijn vastgelegd in punt 4.
De technische voorschriften zijn de voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen van een voertuigtype dat op de datum waarop de aanvraag wordt ingediend in productie is.
Voor de tests die overeenkomstig de in deze bijlage genoemde regelgevingshandelingen worden voorgeschreven, legt de aanvrager een verklaring van conformiteit met erkende internationale normen of regelingen over. Alleen de voertuigfabrikant mag de genoemde verklaring afgegeven.
Onder een conformiteitsverklaring wordt verstaan een verklaring die wordt afgegeven door het kantoor of de afdeling binnen de organisatie van de fabrikant dat of die door de directie naar behoren is gemachtigd om volledig de wettelijke verantwoordelijkheid van de fabrikant te dragen ten aanzien van het ontwerp en de constructie van een voertuig.
De regelgevingshandelingen waarvoor een dergelijke verklaring moet worden ingediend, zijn vermeld in punt 4.
Als er onduidelijkheid bestaat over een conformiteitsverklaring, kan van de aanvrager worden verlangd dat hij van de fabrikant bewijs, bijvoorbeeld in de vorm van een testrapport, verkrijgt waarmee de verklaring van de fabrikant kan worden gestaafd.
2.3. Met individuele goedkeuringen van voertuigen belaste technische diensten
De met individuele goedkeuringen van voertuigen belaste technische diensten moeten onder categorie A, als bedoeld in artikel 68, lid 1, vallen.
In afwijking van het voorschrift van conformiteit met de in aanhangsel 1 van bijlage III vermelde normen, voldoen de technische diensten aan de volgende normen:
EN ISO/IEC 17025:2005 als zij zelf de tests uitvoeren;
EN ISO/IEC 17020:2012 als zij nagaan of het voertuig aan de voorschriften van dit aanhangsel voldoet.
Als op verzoek van de aanvrager specifieke tests moeten worden uitgevoerd waarvoor specifieke vaardigheden benodigd zijn, worden deze uitgevoerd door een bij de Commissie aangemelde technische dienst naar keuze van de aanvrager.
2.4. Testrapporten
Testrapporten worden opgesteld volgens punt 5.10.2 van norm EN ISO/IEC 17025:2005.
Testrapporten worden opgesteld in een door de goedkeuringsinstantie te bepalen taal van de Unie.
Als bij de toepassing van punt 2.3, onder c), een testrapport is opgesteld in een andere dan de met de individuele goedkeuring van een voertuig belaste lidstaat, kan de goedkeuringsinstantie van de aanvrager verlangen dat hij een getrouwe vertaling van het testrapport indient.
De testrapporten bevatten een beschrijving van het geteste voertuig, met inbegrip van een identificatie ervan. De onderdelen die van bijzonder belang zijn voor de resultaten van de tests worden beschreven onder vermelding van hun identificatienummer.
Op verzoek van een aanvrager mag een testrapport dat is afgegeven voor een systeem dat betrekking heeft op een specifiek voertuig meerdere malen door dezelfde of een andere aanvrager worden overgelegd voor een individuele goedkeuring van een ander voertuig.
In een dergelijk geval zorgt de goedkeuringsinstantie ervoor dat de technische kenmerken van het voertuig op de juiste manier aan de hand van het testrapport worden geïnspecteerd.
Op basis van de keuring van het voertuig en de begeleidende documentatie bij het testrapport moet worden aangetoond dat het voertuig waarvoor individuele goedkeuring is aangevraagd dezelfde kenmerken heeft als het in het rapport beschreven voertuig.
Er mogen alleen gewaarmerkte afschriften van een testrapport worden ingediend.
Tot de in onder d), bedoelde testrapporten behoren niet de rapporten die zijn opgesteld voor de verlening van individuele goedkeuring van het voertuig.
2.5. In de procedure voor individuele goedkeuring van een voertuig wordt elk specifiek voertuig fysiek door de technische dienst geïnspecteerd.
Uitzonderingen op dit beginsel zijn niet toegestaan.
2.6. Als de goedkeuringsinstantie ervan overtuigd is dat het voertuig aan de in dit aanhangsel genoemde voorschriften voldoet en conform is met de beschrijving in de aanvraag, verleent zij goedkeuring krachtens artikel 44.
2.7. Het goedkeuringscertificaat wordt opgesteld overeenkomstig artikel 44.
2.8. De goedkeuringsinstantie legt een register aan van alle krachtens artikel 44 verleende goedkeuringen.
3. HERZIENING VAN DE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN
De in punt 4 opgenomen lijst met technische voorschriften zal regelmatig worden herzien om rekening te houden met de harmonisatiewerkzaamheden die thans worden verricht in het kader van het Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen (WP.29) in Genève en met ontwikkelingen in de wetgeving in derde landen.
4. TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN
Deel I: Voertuigen van categorie M1
|
Nummer |
Regelgevingshandeling |
Alternatieve voorschriften |
|
1 |
Richtlijn 70/157/EEG van de Raad (1) (toegestaan geluidsniveau) |
Geluidstest bij voorbijrijden a) Er wordt een test uitgevoerd volgens methode A zoals bedoeld in bijlage 3 bij VN-Reglement nr. 51. Daarbij worden de in bijlage I, punt 2.1, bij Richtlijn 70/157/EEG vermelde grenswaarden gehanteerd. Het geluidsniveau mag één decibel boven de toegestane grenswaarden liggen. b) De testbaan moet voldoen aan de voorschriften van bijlage 8 bij VN-Reglement nr. 51. Een testbaan met andere specificaties mag worden gebruikt op voorwaarde dat door de technische dienst correlatietests zijn uitgevoerd. Indien nodig wordt een correctiefactor toegepast. c) Uitlaatsystemen met vezelmaterialen hoeven niet geconditioneerd te worden zoals voorgeschreven in bijlage 5 bij VN-Reglement nr. 51. Geluidstest bij stilstaan De test wordt uitgevoerd overeenkomstig punt 3.2 van bijlage 3 bij VN-Reglement nr. 51. |
|
2A |
Verordening (EG) nr. 715/2007 (emissies Euro 5 en Euro 6 voor lichte voertuigen en toegang tot informatie) |
Uitlaatemissies a) Er wordt een test van type I uitgevoerd volgens bijlage III bij Verordening (EG) nr. 692/2008, waarbij de verslechteringsfactoren van bijlage VII, punt 1.4, bij die verordening worden gebruikt. Daarbij worden de in de tabellen I en II van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007 gespecificeerde grenswaarden toegepast. b) Het voertuig hoeft geen kilometerstand van 3 000 km aan te geven zoals vermeld in punt 3.1.1 van bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 83. c) De voor de test te gebruiken brandstof is de referentiebrandstof zoals voorgeschreven in bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 692/2008. d) De rollenbank wordt ingesteld volgens de technische voorschriften in punt 3.2 van bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 83. e) De onder a) bedoelde test wordt niet uitgevoerd als kan worden aangetoond dat het voertuig voldoet aan de in bijlage I, punt 2.1.1, bij Verordening (EG) nr. 692/2008 genoemde California Code Regulations. Verdampingsemissies Voor voertuigen met benzinemotor wordt de aanwezigheid van een verdampingsemissiebeperkingssysteem (bv. een actievekoolfilter) verplicht gesteld. Carteremissies De aanwezigheid van een voorziening voor het recycleren van cartergassen wordt verplicht gesteld. OBD a) Het voertuig wordt uitgerust met een OBD-systeem. b) De OBD-interface moet kunnen communiceren met gangbare diagnoseapparatuur die wordt gebruikt voor periodieke technische keuringen. Rookopaciteit a) Voertuigen met dieselmotor worden getest volgens de in bijlage IV, aanhangsel 2, bij Verordening (EG) nr. 692/2008 bedoelde testmethoden. b) De gecorrigeerde waarde van de absorptiecoëfficiënt wordt op een opvallende en gemakkelijk bereikbare plaats aangebracht. CO2-emissies en brandstofverbruik a) Er wordt een test uitgevoerd volgens bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008. b) Het voertuig hoeft geen kilometerstand van 3 000 km aan te geven zoals vermeld in punt 3.1.1 van bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 83. c) Als het voertuig voldoet aan de in bijlage I, punt 2.1.1, bij Verordening (EG) nr. 692/2008 genoemde California Code Regulations en er dus geen test van de uitlaatemissies vereist is, berekenen de lidstaten de CO2-emissies en het brandstofverbruik met behulp van de formules in de toelichtingen (b) en (c). Toegang tot informatie De bepalingen met betrekking tot de toegang tot informatie zijn niet van toepassing. Meting van het vermogen a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waarin het maximaal geleverde motorvermogen in kW en het bijbehorende toerental in omwentelingen per minuut worden vermeld. b) Als alternatief mag de fabrikant een vermogenskromme van de motor verstrekken waaruit dezelfde informatie kan worden afgeleid. |
|
3A |
VN-Reglement nr. 34 (brandstoftanks — beschermingsvoorzieningen aan de achterzijde) |
Brandstoftanks a) Brandstoftanks moeten voldoen aan punt 5 (met uitzondering van de punten 5.1, 5.2 en 5.12) van VN-Reglement nr. 43. Zij moeten met name voldoen aan de punten 5.9 en 5.9.1, maar er hoeft geen druppelingstest te worden uitgevoerd. b) Typegoedkeuring voor lpg- of cng-tanks wordt verleend volgens respectievelijk VN-Reglement nr. 67, wijzigingenreeks 01, of VN-Reglement nr. 110 (a). Specifieke bepalingen voor kunststof brandstoftanks De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat de brandstoftank van het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — FMVSS nr. 301 („Fuel system integrity”), of — bijlage 5 bij VN-Reglement nr. 34. Beschermingsvoorziening aan de achterzijde De achterkant van het voertuig wordt geconstrueerd overeenkomstig de punten 8 en 9 van VN-Reglement nr. 34. |
|
3B |
VN-Reglement nr. 58 (beschermingsvoorzieningen aan de achterzijde tegen klemrijden) |
De achterkant van het voertuig wordt geconstrueerd overeenkomstig punt 2 van VN-Reglement nr. 58. Hiervoor volstaat het als aan de voorschriften van punt 2.3 wordt voldaan. |
|
4A |
Verordening (EU) nr. 1003/2010 (plaats voor de achterkentekenplaat) |
De plaats, helling, zichtbaarheidshoeken en stand van de kentekenplaat moeten voldoen aan Verordening (EU) nr. 1003/2010. |
|
5A |
VN-Reglement nr. 79 (stuurvoorziening) |
Mechanische systemen a) De stuurvoorziening moet zo gebouwd zijn dat zij zelfcentrerend is. Om te controleren of aan deze bepaling is voldaan, wordt een test uitgevoerd volgens de punten 6.1.2 en 6.2.1 van VN-Reglement nr. 79. b) Uitval van de stuurbekrachtiging mag niet tot gevolg hebben dat de macht over het voertuig volledig verloren gaat. Complexe elektronische voertuigcontrolesystemen („drive-by-wire”-voorzieningen) Complexe elektronische controlesystemen worden alleen toegestaan als zij voldoen aan bijlage 6 bij VN-Reglement nr. 79. |
|
6A |
VN-Reglement nr. 11 (hang- en sluitwerk van deuren) |
Conformiteit met punt 6.1.5.4 van VN-Reglement nr. 11. |
|
7A |
VN-Reglement nr. 28 (geluidssignaal) |
Onderdelen Voor de geluidssignaalvoorzieningen is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 28 vereist. Zij moeten echter wel een vaste toon voortbrengen, zoals voorgeschreven in punt 6.1.1 van VN-Reglement nr. 28. Installatie op het voertuig a) Er wordt een test uitgevoerd volgens punt 6.2 van VN-Reglement nr. 28. b) Het maximale geluidsdrukniveau moet in overeenstemming zijn met punt 6.2.7. |
|
8A |
VN-Reglement nr. 46 (voorzieningen voor indirect zicht) |
Onderdelen a) Het voertuig wordt uitgerust met de in punt 15.2 van VN-Reglement nr. 46 voorgeschreven achteruitkijkspiegels. b) Voor de achteruitkijkspiegels is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 46 vereist. c) De kromtestralen van de spiegels mogen geen significante beeldvervorming veroorzaken. Als de technische dienst dat wenst, worden de kromtestralen gecontroleerd volgens de in bijlage 7 bij VN-Reglement nr. 46 beschreven methode. De kromtestralen mogen niet minder bedragen dan voorgeschreven in punt 6.1.2.2.4 van VN-Reglement nr. 46. Installatie op het voertuig Er wordt een meting uitgevoerd om te garanderen dat de gezichtsvelden voldoen aan punt 15.2.4 van VN-Reglement nr. 46. |
|
9B |
VN-Reglement nr. 13-H (remmen) |
Algemene bepalingen a) Het remsysteem moet volgens punt 5 van VN-Reglement nr. 13-H zijn gebouwd. b) De voertuigen worden voorzien van een elektronisch antiblokkeersysteem dat op alle wielen werkt. c) De prestaties van het remsysteem moeten voldoen aan bijlage III bij VN-Reglement nr. 13-H. d) Hiertoe worden tests op de weg uitgevoerd op een baan met een wegdek met hoge wrijvingscoëfficiënt. De test van de parkeerrem wordt op een helling van 18 % (naar boven en naar beneden) uitgevoerd. Alleen de onder de kopjes „dienstrem” en „parkeerrem” vermelde tests worden uitgevoerd. Daarbij is het voertuig telkens in volledig beladen toestand. e) De onder d) genoemde test op de weg wordt niet uitgevoerd als de aanvrager een verklaring van de fabrikant kan indienen waaruit blijkt dat het voertuig voldoet aan ofwel VN-Reglement nr. 13-H, met inbegrip van supplement 5, ofwel FMVSS nr. 135. Dienstrem a) Er wordt een test van type 0 uitgevoerd, zoals voorgeschreven in bijlage 3, punten 1.4.2 en 1.4.3, bij VN-Reglement nr. 13-H. b) Voorts wordt er een test van type I uitgevoerd, zoals voorgeschreven in bijlage 3, punt 1.5, bij VN-Reglement nr. 13-H. Parkeerrem Er wordt een test uitgevoerd volgens bijlage 3, punt 2.3, bij VN-Reglement nr. 13-H. |
|
10A |
VN-Reglement nr. 10 (radiostoring (elektromagnetische compatibiliteit)) |
Onderdelen a) Voor elektrische/elektronische subeenheden is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 10 vereist. b) Achteraf ingebouwde elektrische/elektronische subeenheden moeten echter wel aan VN-Reglement nr. 10 voldoen. Elektromagnetische straling De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het voertuig voldoet aan VN-Reglement nr. 10 of aan de volgende alternatieve normen: — elektromagnetische breedbandstraling: CISPR 12 of SAE J551-2, of — elektromagnetische smalbandstraling: CISPR 12 (buiten het voertuig) of 25 (binnen het voertuig) of SAE J551-4 en SAE J1113-41. Immuniteitstests Voor de immuniteitstest wordt vrijstelling verleend. |
|
12A |
VN-Reglement nr. 21 (binnenuitrusting) |
Binneninrichting a) Wat de voorschriften voor energieabsorptie betreft, wordt het voertuig geacht aan VN-Reglement nr. 21 te voldoen als het is uitgerust met ten minste twee airbags voorin, waarvan er een in het stuur en een in het dashboard is aangebracht. b) Als het voertuig slechts is uitgerust met één, in het stuur aangebrachte airbag voorin, moet het dashboard uit energieabsorberend materiaal zijn vervaardigd. c) De technische dienst controleert of zich in de in punten 5.1 tot en met 5.7 van VN-Reglement nr. 21 gedefinieerde zones geen scherpe randen bevinden. Elektrische bediening a) Elektrisch bediende ramen, dakpaneel- en scheidingssystemen worden getest volgens punt 5.8 van VN-Reglement nr. 21. De in punt 5.8.3 bedoelde gevoeligheid van automatische omkeersystemen mag afwijken van de voorschriften van punt 5.8.3.1.1 van VN-Reglement nr. 21. b) Elektrische ramen die niet gesloten kunnen worden wanneer de ontsteking is uitgeschakeld, worden vrijgesteld van de voorschriften voor automatische omkeersystemen. |
|
13A |
VN-Reglement nr. 18 (beveiliging tegen diefstal en startonderbrekers) |
a) Ter beveiliging tegen onrechtmatig gebruik wordt het voertuig uitgerust met: — een vergrendelingsvoorziening zoals gedefinieerd in punt 2.3 van VN-Reglement nr. 18, en — een immobilisatiesysteem dat voldoet aan de technische voorschriften van punt 5 van VN-Reglement nr. 18; b) Als voor de toepassing van punt a) een immobilisatiesysteem achteraf ingebouwd moet worden, moet deze van een krachtens VN-Reglement nr. 18, nr. 97 of nr. 116 goedgekeurd type zijn. |
|
14A |
VN-Reglement nr. 12 (gedrag stuurvoorziening bij botsingen) |
a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 12; — FMVSS nr. 203 („Impact protection for the driver from the steering control system”) met inbegrip van FMVSS nr. 204 („Steering control rearward displacement”); — artikel 11 van de JSRRV. b) Op verzoek van de aanvrager kan een test volgens bijlage 3 bij VN-Reglement nr. 12 worden uitgevoerd op een serievoertuig. De test wordt uitgevoerd door een technische dienst die daarvoor is aangewezen. Aan de aanvrager wordt door die technische dienst een gedetailleerd rapport afgegeven. |
|
15A |
VN-Reglement nr. 17 (sterkte van de stoelen — hoofdsteunen) |
Stoelen, stoelverankeringen en verstelsystemen van stoelen De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 17, of — FMVSS nr. 207 („Seating systems”). Hoofdsteunen a) Als de verklaring op FMVSS nr. 207 is gebaseerd, moeten de hoofdsteunen daarnaast ook voldoen aan de voorschriften van punt 5 en bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 17. b) Alleen de in de punten 5.12, 6.5, 6.6 en 6.7 van VN-Reglement nr. 17 beschreven tests worden uitgevoerd. c) In het andere geval dient de aanvrager een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan FMVSS nr. 202a („Head restraints”) voldoet. |
|
16A |
VN-Reglement nr. 26 (naar buiten uitstekende delen) |
a) Het buitenoppervlak van het chassis moet aan de in punt 5 van VN-Reglement nr. 26 opgenomen algemene voorschriften voldoen. b) Als de technische dienst dat wenst, worden de bepalingen van de punten 6.1, 6.5, 6.6, 6.7, 6.8 en 6.11 van VN-Reglement nr. 26 gecontroleerd. |
|
17A, 17B |
VN-Reglement nr. 39 (snelheidsmeter en achteruitrijvoorzieningen) |
Snelheidsmeter a) De wijzerplaat moet voldoen aan punten 5.1 tot en met 5.1.4 van VN-Reglement nr. 39. b) Als de technische dienst wil controleren of de snelheidsmeter voldoende nauwkeurig is gekalibreerd, kan hij vereisen dat de in punt 5.2 van VN-Reglement nr. 39 voorgeschreven tests worden uitgevoerd. Achteruitrijvoorziening Het versnellingsmechanisme omvat een achteruitstand. |
|
18A |
Verordening (EU) nr. 19/2011 (voorgeschreven platen) |
VIN a) Het voertuig wordt voorzien van een VIN van minimaal acht en maximaal 17 tekens. VIN met 17 tekens moeten voldoen aan de voorschriften van de internationale normen ISO 3779:1983 en 3780:1983. b) Het VIN moet zich op een duidelijk zichtbare en bereikbare plaats bevinden en zo worden aangebracht dat het niet uitgewist of beschadigd kan worden. c) Als er geen VIN in het chassis of in de carrosserie is ingeslagen, kan een lidstaat ter toepassing van de nationale wetgeving vereisen dat de fabrikant het achteraf alsnog aanbrengt. In een dergelijk geval gebeurt dit onder toezicht van de bevoegde instantie van die lidstaat. Voorgeschreven plaat Het voertuig wordt voorzien van een door de voertuigfabrikant aangebrachte identificatieplaat. Nadat de goedkeuring door de goedkeuringsinstantie is verleend, wordt niet meer om verdere platen verzocht. |
|
19A |
VN-Reglement nr. 14 (verankeringen voor veiligheidsgordels) |
De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 14; — FMVSS nr. 210 („Seat belt assembly anchorages”), of — artikel 22-3 van de JSRRV. |
|
20A |
VN-Reglement nr. 48 (installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen) |
a) De verlichtingsinstallatie moet voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 48, wijzigingenreeks 03, met uitzondering van de voorschriften van de bijlagen 5 en 6 bij dat reglement. b) Met betrekking tot het aantal, de essentiële kenmerken van het ontwerp, de elektrische verbindingen en de kleur van het uitgestraalde of geretroflecteerde licht van de in de items 21 tot en met 26 en in de items 28 tot en met 30 bedoelde lichten en lichtsignaalvoorzieningen worden geen uitzonderingen toegestaan. c) Lichten en lichtsignaalvoorzieningen die voor de naleving van de onder a) bedoelde voorschriften achteraf moeten worden ingebouwd, worden voorzien van een EU-typegoedkeuringsmerk. d) Lichten met een gasontladingslichtbron zijn alleen toegestaan in combinatie met de installatie van een schoonmaakvoorziening voor koplampen en een automatische niveauregeling voor koplampen, naargelang het geval. e) Dimlichten worden aangepast aan de wettelijk voorgeschreven verkeersrichting in het land waarin goedkeuring voor het voertuig wordt verleend. |
|
21A |
VN-Reglement nr. 3 (reflectoren) |
Indien nodig worden aan de achterkant twee extra reflectoren met een EU-typegoedkeuringsmerk aangebracht, in een stand die voldoet aan VN-Reglement nr. 48. |
|
22A |
VN-Reglementen nr. 7, nr. 87 en nr. 91 (markerings-, breedte-, achter-, stop-, zijmarkerings- en dagrijlichten) |
De voorschriften van de VN-Reglementen nr. 7, nr. 87 en nr. 91 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
23A |
VN-Reglement nr. 6 (richtingaanwijzers) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 6 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
24A |
VN-Reglement nr. 4 (achterkentekenplaatverlichting) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 4 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
25C, 25E, 25F |
VN-Reglementen nr. 98, nr. 112 en nr. 123 (koplampen (met gloeilampen)) |
a) De door het dimlicht van de op het voertuig gemonteerde koplampen geproduceerde verlichtingssterkte wordt gecontroleerd volgens punt 6 van VN-Reglement nr. 112 inzake koplampen die asymmetrisch dimlicht uitstralen. Daarbij kan worden gebruikgemaakt van de in bijlage 5 bij dat reglement opgenomen toleranties. b) Hetzelfde voorschrift is van toepassing op het dimlicht van koplampen die onder VN-Reglement nr. 98 of nr. 123 vallen. |
|
26A |
VN-Reglement nr. 19 (mistvoorlichten) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 19 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten, indien gemonteerd, wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
27A |
Verordening (EU) nr. 1005/2010 (sleephaken) |
De voorschriften van Verordening (EU) nr. 1005/2010 zijn niet van toepassing. |
|
28A |
VN-Reglement nr. 38 (mistachterlichten) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 38 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
29A |
VN-Reglement nr. 23 (achteruitrijlichten) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 23 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten, indien gemonteerd, wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
30A |
VN-Reglement nr. 77 (parkeerlichten) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 77 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten, indien gemonteerd, wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
31A |
VN-Reglement nr. 16 (veiligheidsgordels en bevestigingssystemen) |
Onderdelen a) Voor veiligheidsgordels is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 16 vereist. b) Op elke veiligheidsgordel wordt echter een etiket aangebracht ter identificatie. c) De aanduidingen op het etiket moeten overeenstemmen met het besluit met betrekking tot verankeringen van veiligheidsgordels (zie nummer 19). Installatievoorschriften a) Het voertuig wordt uitgerust met veiligheidsgordels volgens de voorschriften van bijlage XVI bij VN-Reglement nr. 16. b) Als overeenkomstig punt a) een aantal veiligheidsgordels achteraf moeten worden gemonteerd, moeten deze van een krachtens VN-Reglement nr. 16 goedgekeurd type zijn. |
|
32A |
VN-Reglement nr. 125 (gezichtsveld naar voren) |
a) Binnen het 180°-gezichtsveld naar voren van de bestuurder, zoals gedefinieerd in punt 5.1.3 VN-Reglement nr. 125, mogen zich geen belemmeringen bevinden. b) In afwijking van punt a) worden de A-stijlen en de in punt 5.1.3 van VN-Reglement nr. 125 genoemde uitrusting niet als belemmering beschouwd. c) Het aantal A-stijlen mag niet meer dan twee bedragen. |
|
33A |
VN-Reglement nr. 121 (identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters) |
a) De symbolen, met inbegrip van de kleur van de bijbehorende verklikkerlichten, die verplicht aanwezig zijn op grond van VN-Reglement nr. 121, moeten voldoen aan dat reglement. b) Als dit niet het geval is, verifieert de technische dienst of de in het voertuig aangebrachte symbolen, verklikkerlichten en meters de bestuurder begrijpelijke informatie geven over het functioneren van de desbetreffende bedieningsorganen. |
|
34A |
Verordening (EU) nr. 672/2010 (ontdooiing/ontwaseming) |
Het voertuig wordt voorzien van geschikte ontdooiings- en ontwasemingsvoorzieningen voor de voorruit. Een ontdooiingsvoorziening voor de voorruit wordt als „geschikt” beschouwd indien zij ten minste voldoet aan punt 1.1.1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 672/2010. Een ontwasemingsvoorziening voor de voorruit wordt als „geschikt” beschouwd indien zij ten minste voldoet aan punt 1.2.1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 672/2010. |
|
35A |
Verordening (EU) nr. 1008/2010 (ruitenwissers en -sproeiers) |
Het voertuig wordt voorzien van geschikte ruitensproeiers en -wissers voor de voorruit. Ruitensproeiers en ruitenwissers worden als „geschikt” beschouwd indien zij ten minste voldoen aan de voorwaarden van punt 1.1.5 van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1008/2010. |
|
36A |
VN-Reglement nr. 122 (verwarmingssystemen) |
a) De passagiersruimte wordt uitgerust met een verwarmingssysteem. b) Verwarmingstoestellen op brandstof en de installatie ervan moeten voldoen aan bijlage 7 bij VN-Reglement nr. 122. Voorts moeten verwarmingstoestellen op lpg en lpg-verwarmingssystemen voldoen aan de voorschriften van bijlage 8 bij VN-Reglement nr. 122. c) Extra verwarmingssystemen die achteraf worden ingebouwd, moeten voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 122. |
|
37A |
Verordening (EU) nr. 1009/2010 (wielafschermingen) |
a) Het voertuig moet zijn ontworpen om andere weggebruikers te beschermen tegen het opspatten van stenen, modder, ijs, sneeuw en water, en de gevaren van contact met draaiende wielen te verkleinen. b) De technische dienst kan controleren of aan de technische voorschriften van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1009/2010 wordt voldaan. c) Bijlage I, punt 3, bij die Verordening zijn niet van toepassing. |
|
38A |
VN-Reglement nr. 25 (hoofdsteunen) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 25 zijn niet van toepassing. |
|
44A |
Verordening (EU) nr. 1230/2012 (massa's en afmetingen) |
a) Er moet worden voldaan aan de voorschriften van bijlage I, deel A, punt 1, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012. b) Voor de doeleinden van punt a) moeten de volgende massa's in aanmerking worden genomen: — de massa in rijklare toestand, gedefinieerd in artikel 2, punt 4, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012, zoals door de technische dienst gemeten, en — de massa's in beladen toestand, zoals ofwel opgegeven door de voertuigfabrikant ofwel aangegeven op de constructieplaat, met inbegrip van zelfklevende etiketten, of in de gebruikershandleiding. Deze massa's worden beschouwd als de technisch toelaatbare maximummassa's in beladen toestand. c) Met betrekking tot de maximaal toelaatbare afmetingen worden geen uitzonderingen toegestaan. |
|
45A |
VN-Reglement nr. 43 (veiligheidsruiten) |
Onderdelen a) De ruiten zijn gemaakt van gehard of gelaagd veiligheidsglas. b) Ruiten van kunststof mogen alleen op plaatsen achter de B-stijl worden gemonteerd. c) De ruiten hoeven niet krachtens VN-Reglement nr. 43 te worden goedgekeurd. Montage a) De installatievoorschriften van bijlage 21 bij VN-Reglement nr. 43 zijn van toepassing. b) Getinte folies die de normale lichtdoorlating tot onder het voorgeschreven minimum terugbrengen, mogen niet op de voorruit of op de ruiten vóór de B-stijl worden aangebracht. |
|
46 |
Richtlijn 92/23/EEG (banden) |
Onderdelen Op banden wordt een EU-typegoedkeuringsmerk aangebracht met daarin onder andere het symbool „s” (voor „sound”: geluid). Montage a) De afmetingen, belastingsindex en snelheidscategorie van de banden moeten voldoen aan de voorschriften van bijlage IV bij Richtlijn 92/23/EEG. b) Het snelheidscategoriesymbool van de band moet compatibel zijn met de maximumsnelheid waarvoor het voertuig is ontworpen. Dit voorschrift is van toepassing ondanks de aanwezigheid van een snelheidsbegrenzer. c) De maximumsnelheid van het voertuig wordt door de voertuigfabrikant opgegeven. De technische dienst kan de maximumsnelheid waarvoor het voertuig is ontworpen, echter beoordelen door uit te gaan van het maximaal geleverde motorvermogen, het maximumaantal omwentelingen per minuut en gegevens over de kinematische ketting. |
|
50A |
VN-Reglement nr. 55 (koppelingen) |
Technische eenheden a) Voor OEM-koppelingen die zijn bedoeld voor het trekken van een aanhangwagen met een maximale massa van ten hoogste 1 500 kg hoeft geen typegoedkeuring krachtens VN-Reglement nr. 55 te worden verkregen. Een koppeling wordt als OEM-apparatuur beschouwd als zij in de gebruikershandleiding of in een gelijkwaardig door de voertuigfabrikant aan de koper verstrekt begeleidend document wordt beschreven. Als een dergelijke koppeling samen met het voertuig wordt goedgekeurd, wordt in het goedkeuringscertificaat een passende tekst opgenomen waarin duidelijk wordt gemaakt dat het onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar valt om ervoor te zorgen dat de koppeling compatibel is met de koppelingsvoorziening op de aanhangwagen. b) Voor andere dan de onder a) genoemde koppelingen en achteraf gemonteerde koppelingen moet typegoedkeuring krachtens VN-Reglement nr. 55 zijn verkregen. Installatie in het voertuig De technische dienst controleert of de installatie van de koppelingsvoorziening voldoet aan punt 6 van VN-Reglement nr. 55. |
|
53A |
VN-Reglement nr. 94 (frontale botsing) (e) |
a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 94; — FMVSS nr. 208 („Occupant crash protection”); — artikel 18 van de JSRRV. b) Op verzoek van de aanvrager kan een test volgens punt 5 van VN-Reglement nr. 94 worden uitgevoerd op een serievoertuig. De test wordt uitgevoerd door een technische dienst die daarvoor is aangewezen. Aan de aanvrager wordt door die technische dienst een gedetailleerd rapport afgegeven. |
|
54A |
VN-Reglement nr. 95 (zijdelingse botsing) |
a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 95; — FMVSS nr. 214 („Side impact protection”); — artikel 18 van de JSRRV. b) Op verzoek van de aanvrager kan een test volgens punt 5 van VN-Reglement nr. 95 worden uitgevoerd op een serievoertuig. De test wordt uitgevoerd door een technische dienst die daarvoor is aangewezen. Aan de aanvrager wordt door die technische dienst een gedetailleerd rapport afgegeven. |
|
58 |
Verordening (EG) nr. 78/2009 (bescherming van voetgangers) |
Remhulp De voertuigen worden voorzien van een elektronisch antiblokkeersysteem dat op alle wielen werkt. Bescherming van voetgangers De voorschriften van Verordening (EC) nr. 78/2009 zijn van toepassing. Frontbeschermingen Voor op het voertuig geïnstalleerde frontbeschermingsvoorzieningen moet krachtens Verordening (EG) nr. 78/2009 typegoedkeuring zijn verkregen en de installatie ervan moet voldoen aan de voorschriften van bijlage I, punt 6, bij die verordening. |
|
59 |
Richtlijn 2005/64/EG (recycleerbaarheid) |
De voorschriften van die richtlijn zijn niet van toepassing. |
|
61 |
Richtlijn 2006/40/EG (airconditioningsysteem) |
De voorschriften van die richtlijn zijn van toepassing. |
|
72 |
Verordening (EU) 2015/758 (eCall-systeem) |
De voorschriften van die verordening zijn niet van toepassing. |
|
(1)
Richtlijn 70/157/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PB L 42 van 23.2.1970, blz. 16). |
||
Deel II: Voertuigen van categorie N1
|
Nummer |
Regelgevingshandeling |
Alternatieve voorschriften |
|
2A |
Verordening (EG) nr. 715/2007 (emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie) |
Uitlaatemissies a) Er wordt een test van type 1 uitgevoerd volgens bijlage III bij Verordening (EG) nr. 692/2008, waarbij de verslechteringsfactoren van bijlage VII, punt 1.4, bij die Verordening worden gebruikt. Daarbij worden de in de tabellen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007 gespecificeerde emissiegrenswaarden toegepast. b) Het voertuig hoeft geen kilometerstand van 3 000 km aan te geven zoals vermeld in punt 3.1.1 van bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 83. c) De voor de test te gebruiken brandstof is de referentiebrandstof zoals voorgeschreven in bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 692/2008. d) De rollenbank wordt ingesteld volgens de technische voorschriften in punt 3.2 van bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 83 e) De onder a) bedoelde test wordt niet uitgevoerd als kan worden aangetoond dat het voertuig voldoet aan de in bijlage I, punt 2, bij Verordening (EG) nr. 692/2008 genoemde California Code Regulations. Verdampingsemissies Voor voertuigen met benzinemotor is de aanwezigheid van een verdampingsemissiebeperkingssysteem (bijvoorbeeld een actievekoolfilter) verplicht. Carteremissies De aanwezigheid van een voorziening voor het recycleren van cartergassen wordt verplicht gesteld. OBD Het voertuig wordt uitgerust met een OBD-systeem. De OBD-interface moet kunnen communiceren met gangbare diagnoseapparatuur die wordt gebruikt voor periodieke technische keuringen. Rookopaciteit a) Voertuigen met dieselmotor worden getest volgens de in bijlage IV, aanhangsel 2, bij Verordening (EG) nr. 692/2008 bedoelde testmethoden. b) De gecorrigeerde waarde van de absorptiecoëfficiënt wordt op een opvallende en gemakkelijk bereikbare plaats aangebracht. CO2-emissies en brandstofverbruik a) Er wordt een test uitgevoerd volgens bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008. b) Het voertuig hoeft geen kilometerstand van 3 000 km aan te geven zoals vermeld in punt 3.1.1 van bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 83. c) Als het voertuig voldoet aan de in punt 2.1.1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie genoemde California Code Regulations en er dus geen test van de uitlaatemissies vereist is, berekenen de lidstaten de CO2-emissies en het brandstofverbruik met behulp van de formules in de toelichtingen (b) en (c). Toegang tot informatie De bepalingen met betrekking tot de toegang tot informatie zijn niet van toepassing. Meting van het vermogen a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waarin het maximaal geleverde motorvermogen in kW en het bijbehorende toerental in omwentelingen per minuut worden vermeld. b) Als alternatief mag de fabrikant een vermogenskromme van de motor verstrekken waaruit dezelfde informatie kan worden afgeleid. |
|
3A |
VN-Reglement nr. 34 (brandstoftanks — beschermingsvoorzieningen aan de achterzijde) |
Brandstoftanks a) Brandstoftanks moeten voldoen aan punt 5 (met uitzondering van de punten 5.1, 5.2 en 5.12) van VN-Reglement nr. 43. Zij moeten met name voldoen aan de punten 5.9 en 5.9.1, maar er hoeft geen druppelingstest te worden uitgevoerd. b) Typegoedkeuring voor lpg- of cng-tanks wordt verleend volgens respectievelijk VN-Reglement nr. 67, wijzigingenreeks 01, of VN-Reglement nr. 110 (a). Specifieke bepalingen voor kunststof brandstoftanks De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat de brandstoftank van het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — FMVSS nr. 301 („Fuel system integrity”); — bijlage 5 bij VN-Reglement nr. 34. Beschermingsvoorziening aan de achterzijde a) De achterkant van het voertuig wordt geconstrueerd overeenkomstig de punten 8 en 9 van VN-Reglement nr. 34. |
|
4A |
Verordening (EU) nr. 1003/2010 (plaats voor de achterkentekenplaat) |
De plaats, helling, zichtbaarheidshoeken en stand van de kentekenplaat moeten voldoen aan Verordening (EU) nr. 1003/2010. |
|
5A |
VN-Reglement nr. 79 (besturingskracht) |
Mechanische systemen a) De stuurvoorziening moet zo gebouwd zijn dat zij zelfcentrerend is. Om te controleren of aan deze bepaling is voldaan, wordt een test uitgevoerd volgens de punten 6.1.2 en 6.2.1 van VN-Reglement nr. 79. b) Uitval van de stuurbekrachtiging mag niet tot gevolg hebben dat de macht over het voertuig volledig verloren gaat. Complexe elektronische voertuigcontrolesystemen („drive-by-wire”-voorzieningen) Complexe elektronische controlesystemen worden alleen toegestaan als zij voldoen aan bijlage 6 bij VN-Reglement nr. 79. |
|
6A |
VN-Reglement nr. 11 (deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen) |
Conformiteit met punt 6.1.5.4 van VN-Reglement nr. 11. |
|
7A |
VN-Reglement nr. 28 (geluidssignalen) |
Onderdelen Voor de geluidssignaalvoorzieningen is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 28 vereist. Zij moeten echter wel een vaste toon voortbrengen, zoals voorgeschreven in punt 6.1.1 van VN-Reglement nr. 28. Installatie op het voertuig a) Er wordt een test uitgevoerd volgens punt 6.2 van VN-Reglement nr. 28. b) Het maximale geluidsdrukniveau moet in overeenstemming zijn met punt 6.2.7. |
|
8A |
VN-Reglement nr. 46 (voorzieningen voor indirect zicht) |
Onderdelen a) Het voertuig wordt uitgerust met de in punt 15.2 van VN-Reglement nr. 46 voorgeschreven achteruitkijkspiegels. b) Voor de achteruitkijkspiegels is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 46 vereist. c) De kromtestralen van de spiegels mogen geen significante beeldvervorming veroorzaken. Als de technische dienst dat wenst, worden de kromtestralen gecontroleerd volgens de in bijlage 7, aanhangsel 1, bij VN-Reglement nr. 46 beschreven methode. De kromtestralen mogen niet minder bedragen dan voorgeschreven in punt 6.1.2.2.4 van VN-Reglement nr. 46. Installatie op het voertuig Er wordt een meting uitgevoerd om te garanderen dat de gezichtsvelden voldoen aan punt 15.2.4 van VN-Reglement nr. 46. |
|
9B |
VN-Reglement nr. 13-H (remmen) |
Algemene bepalingen a) Het remsysteem moet volgens punt 5 van VN-Reglement nr. 13-H zijn gebouwd. b) De voertuigen worden voorzien van een elektronisch antiblokkeersysteem dat op alle wielen werkt. c) De prestaties van het remsysteem moeten voldoen aan bijlage III bij VN-Reglement nr. 13-H. d) Hiertoe worden tests op de weg uitgevoerd op een baan met een wegdek met hoge wrijvingscoëfficiënt. De test van de parkeerrem wordt op een helling van 18 % (naar boven en naar beneden) uitgevoerd. Alleen de onder de kopjes „dienstrem” en „parkeerrem” vermelde tests worden uitgevoerd. Daarbij is het voertuig telkens in volledig beladen toestand. e) De onder c) genoemde test op de weg wordt niet uitgevoerd als de aanvrager een verklaring van de fabrikant kan indienen waaruit blijkt dat het voertuig voldoet aan ofwel VN-Reglement nr. 13-H, met inbegrip van supplement 5, ofwel FMVSS nr. 135. Dienstrem a) Er wordt een test van type 0 uitgevoerd, zoals voorgeschreven in bijlage 3, punten 1.4.2 en 1.4.3, bij VN-Reglement nr. 13-H. b) Voorts wordt er een test van type I uitgevoerd, zoals voorgeschreven in bijlage 3, punt 1.5, bij VN-Reglement nr. 13-H. Parkeerrem Er wordt een test uitgevoerd volgens bijlage 3, punt 2.3, bij VN-Reglement nr. 13-H. |
|
10A |
VN-Reglement nr. 10 (radiostoring (elektromagnetische compatibiliteit)) |
Onderdelen a) Voor elektrische/elektronische subeenheden is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 10 vereist. b) Achteraf ingebouwde elektrische/elektronische subeenheden moeten echter wel aan VN-Reglement nr. 10 voldoen. Elektromagnetische straling De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het voertuig voldoet aan VN-Reglement nr. 10 of aan de volgende alternatieve normen: — elektromagnetische breedbandstraling: CISPR 12 of SAE J551-2; — elektromagnetische smalbandstraling: CISPR 12 (buiten het voertuig) of 25 (binnen het voertuig) of SAE J551-4 en SAE J1113-41. Immuniteitstests Voor de immuniteitstest wordt vrijstelling verleend. |
|
13B |
VN-Reglement nr. 116 (beveiliging tegen diefstal en startonderbrekers) |
a) Om onrechtmatig gebruik te voorkomen wordt het voertuig uitgerust met een vergrendelingsvoorziening zoals gedefinieerd in punt 5.1.2 van VN-Reglement nr. 116. b) Indien een immobilisatiesysteem wordt gemonteerd, moet het voldoen aan de technische voorschriften van punt 8.1.1 van VN-Reglement nr. 116. |
|
14A |
VN-Reglement nr. 12 (bescherming tegen de stuurvoorziening) |
a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 12; — FMVSS nr. 203 („Impact protection for the driver from the steering control system”) met inbegrip van FMVSS nr. 204 („Steering control rearward displacement”); — artikel 11 van de JSRRV. b) Op verzoek van de aanvrager kan een test volgens bijlage 3 bij VN-Reglement nr. 12 worden uitgevoerd op een serievoertuig. De test wordt uitgevoerd door een technische dienst die daarvoor is aangewezen. Aan de aanvrager wordt door die technische dienst een gedetailleerd rapport afgegeven. |
|
15A |
VN-Reglement nr. 17 (sterkte van de stoelen — hoofdsteunen) |
Stoelen, stoelverankeringen en verstelsystemen van stoelen De stoelen en de verstelsystemen ervan moeten voldoen aan punt 5.3 van VN-Reglement nr. 17. hoofdsteunen a) Hoofdsteunen moeten voldoen aan de voorschriften van punt 5 van VN-Reglement nr. 17 en bijlage 4 bij VN-Reglement nr. 17. b) Alleen de in punten 5.12, 6.5, 6.6 en 6.7 van VN-Reglement nr. 17 beschreven tests worden uitgevoerd. |
|
17A |
VN-Reglement nr. 39 (snelheidsmeter — achteruitrijvoorziening) |
Snelheidsmeter a) De wijzerplaat moet voldoen aan punten 5.1 tot en met 5.1.4 van VN-Reglement nr. 39. b) Als de technische dienst redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de snelheidsmeter onvoldoende nauwkeurig is gekalibreerd, kan zij vereisen dat de in punt 5.2 van VN-Reglement nr. 39 voorgeschreven tests worden uitgevoerd. Achteruitrijvoorziening Het versnellingsmechanisme omvat een achteruitstand. |
|
18A |
Verordening (EU) nr. 19/2011 (voorgeschreven platen) |
VIN a) Het voertuig wordt voorzien van een VIN van minimaal acht en maximaal 17 tekens. VIN met 17 tekens moeten voldoen aan de voorschriften van de internationale normen ISO 3779:1983 en 3780:1983. b) Het VIN moet zich op een duidelijk zichtbare en bereikbare plaats bevinden en zo worden aangebracht dat het niet uitgewist of beschadigd kan worden. c) Als er geen VIN in het chassis of in de carrosserie is ingeslagen, kan een lidstaat ter toepassing van de nationale wetgeving vereisen dat het achteraf alsnog wordt aangebracht. In een dergelijk geval gebeurt dit onder toezicht van de bevoegde instantie van die lidstaat. Voorgeschreven plaat Het voertuig wordt voorzien van een door de voertuigfabrikant aangebrachte identificatieplaat. Nadat de goedkeuring is verleend, wordt niet meer om verdere platen verzocht. |
|
19A |
VN-Reglement nr. 14 (verankeringen veiligheidsgordels) |
De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 14; — FMVSS nr. 210 („Seat belt assembly anchorages”); — artikel 22-3 van de JSRRV. |
|
20A |
VN-Reglement nr. 48 (installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen) |
a) De verlichtingsinstallatie moet voldoen aan de essentiële voorschriften van VN-Reglement nr. 48, wijzigingenreeks 03, met uitzondering van die van de bijlagen 5 en 6 bij VN-Reglement nr. 48. b) Met betrekking tot het aantal, de essentiële kenmerken van het ontwerp, de elektrische verbindingen en de kleur van het uitgestraalde of geretroflecteerde licht van de in de items 21 tot en met 26 en in de items 28 tot en met 30 bedoelde lichten en lichtsignaalvoorzieningen worden geen uitzonderingen toegestaan. c) Lichten en lichtsignaalvoorzieningen die voor de naleving van de onder a) bedoelde voorschriften achteraf moeten worden ingebouwd, worden voorzien van een EU-typegoedkeuringsmerk. d) Lichten met een gasontladingslichtbron zijn alleen toegestaan in combinatie met de installatie van een schoonmaakvoorziening voor koplampen en een automatische niveauregeling voor koplampen, naargelang het geval. e) Dimlichten worden aangepast aan de wettelijk voorgeschreven verkeersrichting in het land waarin goedkeuring voor het voertuig wordt verleend. |
|
21A |
VN-Reglement nr. 3 (reflectoren) |
Indien nodig worden aan de achterkant twee extra reflectoren met een EU-typegoedkeuringsmerk aangebracht, in een stand die voldoet aan VN-Reglement nr. 48. |
|
22A |
VN-Reglementen nr. 7, nr. 87 en nr. 91 (markerings-, breedte-, achter-, stop-, zijmarkerings- en dagrijlichten) |
De voorschriften van de VN-Reglementen nr. 7, nr. 87 en nr. 91. zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
23A |
VN-Reglement nr. 6 (richtingaanwijzers) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 6 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
24A |
VN-Reglement nr. 4 (achterkentekenplaatverlichting) |
De voorschriften van VN-Reglement nr. 4 zijn niet van toepassing. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
25C, 25E, 25F |
VN-Reglementen nr. 98, nr. 112 en nr. 123 (koplampen (met gloeilampen)) |
a) De door het dimlicht van de op het voertuig gemonteerde koplampen geproduceerde verlichtingssterkte wordt gecontroleerd volgens punt 6 van VN-Reglement nr. 112 inzake koplampen die asymmetrisch dimlicht uitstralen. Daarbij kan worden gebruikgemaakt van de in bijlage 5 bij dat reglement opgenomen toleranties. b) Hetzelfde voorschrift is van toepassing op het dimlicht van koplampen die onder VN-Reglement nr. 98 of nr. 123 vallen. |
|
26A |
VN-Reglement nr. 19 (mistvoorlichten) |
Voor de voorschriften van VN-Reglement nr. 19 wordt vrijstelling verleend. Het correct functioneren van de lichten, indien gemonteerd, wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
27A |
Verordening (EU) nr. 1005/2010 (trekhaken) |
Voor de voorschriften van Verordening (EU) nr. 1005/2010 wordt vrijstelling verleend. |
|
28A |
VN-Reglement nr. 38 (mistachterlichten) |
Voor de voorschriften van VN-Reglement nr. 38 wordt vrijstelling verleend. Het correct functioneren van de lichten wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
29A |
VN-Reglement nr. 23 (achteruitrijlichten) |
Voor de voorschriften van VN-Reglement nr. 23 wordt vrijstelling verleend. Het correct functioneren van de lichten, indien gemonteerd, wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
30A |
VN-Reglement nr. 77 (parkeerlichten) |
Voor de voorschriften van VN-Reglement nr. 77 wordt vrijstelling verleend. Het correct functioneren van de lichten, indien gemonteerd, wordt echter wel door de technische dienst gecontroleerd. |
|
31A |
VN-Reglement nr. 16 (veiligheidsgordels en bevestigingssystemen) |
Onderdelen a) Voor veiligheidsgordels is geen typegoedkeuring volgens VN-Reglement nr. 16 vereist. b) Op elke veiligheidsgordel wordt echter een etiket aangebracht ter identificatie. c) De aanduidingen op het etiket moeten overeenstemmen met het besluit met betrekking tot verankeringen van veiligheidsgordels (zie nummer 19). Installatievoorschriften a) Het voertuig wordt uitgerust met veiligheidsgordels volgens de voorschriften van bijlage XVI bij VN-Reglement nr. 16. b) Als overeenkomstig punt a) een aantal veiligheidsgordels achteraf moeten worden gemonteerd, moeten deze van een krachtens VN-Reglement nr. 16 goedgekeurd type zijn. |
|
33A |
VN-Reglement nr. 121 (identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters) |
a) De symbolen, met inbegrip van de kleur van de bijbehorende verklikkerlichten, die verplicht aanwezig zijn op grond van VN-Reglement nr. 121, moeten voldoen aan dat reglement. b) Als dit niet het geval is, verifieert de technische dienst of de in het voertuig aangebrachte symbolen, verklikkerlichten en meters de bestuurder begrijpelijke informatie geven over het functioneren van de betrokken bedieningsorganen. |
|
34A |
Verordening (EU) nr. 672/2010 (ontdooiings- en ontwasemingsvoorzieningen) |
Het voertuig wordt voorzien van geschikte ontdooiings- en ontwasemingsvoorzieningen voor de voorruit. |
|
35A |
Verordening (EU) nr. 1008/2010 (ruitenwissers en -sproeiers) |
Het voertuig wordt voorzien van geschikte ruitensproeiers en -wissers voor de voorruit. |
|
36A |
VN-Reglement nr. 122 (verwarmingssystemen) |
a) De passagiersruimte wordt uitgerust met een verwarmingssysteem. b) Verwarmingstoestellen op brandstof en de installatie ervan moeten voldoen aan bijlage 7 bij VN-Reglement nr. 122. Voorts moeten verwarmingstoestellen op lpg en lpg-verwarmingssystemen voldoen aan de voorschriften van bijlage 8 bij VN-Reglement nr. 122. c) Extra verwarmingssystemen die achteraf worden ingebouwd, moeten voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 12. |
|
41A |
Verordening (EG) nr. 595/2009 (emissies (Euro VI) zware voertuigen — OBD) |
Uitlaatemissies a) Er wordt een test uitgevoerd volgens bijlage III bij Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (1), waarbij de verslechteringsfactoren van bijlage VI, punt 3.6.1, bij Verordening (EU) nr. 582/2011 worden gebruikt. b) Daarbij worden de in de tabel van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 595/2009 gespecificeerde grenswaarden toegepast. c) De voor de test te gebruiken brandstof is de referentiebrandstof zoals voorgeschreven in bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 582/2011. CO2-emissies De CO2-emissies en het brandstofverbruik worden bepaald overeenkomstig bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 582/2011. OBD a) Het voertuig wordt uitgerust met een OBD-systeem. b) De OBD-interface moet kunnen communiceren met een externe OBD-scanner zoals beschreven in bijlage X bij Verordening (EU) nr. 582/2011. Voorschriften om het correct functioneren van de NOx-beperkingsmaatregelen te waarborgen Het voertuig moet voorzien zijn van een systeem dat het correct functioneren van de NOx-beperkingsmaatregelen waarborgt overeenkomstig bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 582/2011. Meting van het vermogen a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waarin het maximaal geleverde motorvermogen in kW en het bijbehorende toerental worden vermeld. b) Als alternatief mag de fabrikant een vermogenskromme van de motor verstrekken waaruit dezelfde informatie kan worden afgeleid. |
|
45A |
VN-Reglement nr. 43 |
Onderdelen a) De ruiten zijn gemaakt van gehard of gelaagd veiligheidsglas. b) Ruiten van kunststof mogen alleen op plaatsen achter de B-stijl worden gemonteerd. c) De ruiten hoeven niet krachtens VN-Reglement nr. 43 te worden goedgekeurd. Montage a) De installatievoorschriften van bijlage 21 bij VN-Reglement nr. 43 zijn van toepassing. b) Getinte folies die de normale lichtdoorlating tot onder het voorgeschreven minimum terugbrengen, mogen niet op de voorruit of op de ruiten vóór de B-stijl worden aangebracht. |
|
46A |
Verordening (EU) nr. 458/2011 van de Commissie (montage van banden) |
Montage a) De afmetingen, belastingsindex en snelheidscategorie van de banden moeten voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) nr. 458/2011 van de Commissie. b) Het snelheidscategoriesymbool van de band moet compatibel zijn met de maximumsnelheid waarvoor het voertuig is ontworpen. c) Dit voorschrift is van toepassing ondanks de aanwezigheid van een snelheidsbegrenzer. d) De maximumsnelheid van het voertuig wordt door de voertuigfabrikant opgegeven. De technische dienst kan de maximumsnelheid waarvoor het voertuig is ontworpen, echter beoordelen door uit te gaan van het maximaal geleverde motorvermogen, het maximumaantal omwentelingen per minuut en gegevens over de kinematische ketting. |
|
46B |
VN-Reglement nr. 30 (C1-banden) |
Onderdelen Op banden wordt een typegoedkeuringsmerk aangebracht. |
|
46D |
VN-Reglement nr. 117 (rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden) |
Onderdelen Op banden wordt een typegoedkeuringsmerk aangebracht. |
|
46E |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 (reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden, rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden) |
Onderdelen Op banden wordt een typegoedkeuringsmerk aangebracht. De montage van een bandenspanningscontrolesysteem is niet verplicht. |
|
48A |
Verordening (EU) nr. 1230/2012 (massa's en afmetingen) |
a) De voorschriften van bijlage I, deel A, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 zijn van toepassing. Aan de voorschriften van bijlage I, deel A, punt 5, hoeft echter niet te worden voldaan. b) Voor de doeleinden van punt a) moeten de volgende massa's in aanmerking worden genomen: — de massa in rijklare toestand, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1230/2012 en zoals door de technische dienst gemeten, en — de maximummassa's in beladen toestand, zoals ofwel opgegeven door de voertuigfabrikant ofwel aangegeven op de constructieplaat, met inbegrip van zelfklevende etiketten, of in de gebruikershandleiding. Deze massa's worden beschouwd als de technisch toelaatbare maximummassa's in beladen toestand. c) Door de aanvrager uitgevoerde technische wijzigingen die zijn bedoeld om de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van het voertuig terug te brengen tot 3,5 t of minder zodat het voertuig individueel kan worden goedgekeurd, zijn niet toegestaan. d) Met betrekking tot de maximaal toelaatbare afmetingen worden geen uitzonderingen toegestaan. |
|
49A |
VN-Reglement nr. 61 (naar buiten uitstekende delen van de cabine) |
a) De algemene voorschriften van punt 5 van VN-Reglement nr. 17 zijn van toepassing. b) Als de technische dienst dat wenst, moet aan de voorschriften van punten 6.1, 6.5, 6.6, 6.7, 6.8 en 6.11 van VN-Reglement nr. 17 worden voldaan. |
|
50A |
VN-Reglement nr. 55 (koppelingen) |
Technische eenheden a) Voor OEM-koppelingen die zijn bedoeld voor het trekken van een aanhangwagen met een maximale massa van ten hoogste 1 500 kg hoeft geen typegoedkeuring krachtens VN-Reglement nr. 55 te worden verkregen. b) Een koppeling wordt als OEM-apparatuur beschouwd als zij in de gebruikershandleiding of in een gelijkwaardig door de voertuigfabrikant aan de koper verstrekt begeleidend document wordt beschreven. c) Als een dergelijke koppeling samen met het voertuig wordt goedgekeurd, wordt in het goedkeuringscertificaat een passende tekst opgenomen waarin duidelijk wordt gemaakt dat het onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar valt om ervoor te zorgen dat de koppeling compatibel is met de koppelingsvoorziening op de aanhangwagen. d) Voor andere dan de onder a) genoemde koppelingen en achteraf gemonteerde koppelingen moet typegoedkeuring krachtens VN-Reglement nr. 55 zijn verkregen. Installatie in het voertuig De technische dienst controleert of de installatie van de koppelingsvoorziening voldoet aan punt 6 van VN-Reglement nr. 55. |
|
54 |
VN-Reglement nr. 95 (zijdelingse botsing) |
a) De aanvrager dient een verklaring van de fabrikant in waaruit blijkt dat het specifieke voertuig, waarvan het VIN moet worden vermeld, aan ten minste één van de volgende regelgevingshandelingen voldoet: — VN-Reglement nr. 95; — FMVSS nr. 214 („Side impact protection”); — artikel 18 van de JSRRV. b) Op verzoek van de aanvrager kan een test volgens punt 5 van VN-Reglement nr. 95 worden uitgevoerd op een serievoertuig. c) De test wordt uitgevoerd door een technische dienst die daarvoor is aangewezen. Aan de aanvrager wordt door die technische dienst een gedetailleerd rapport afgegeven. |
|
56A |
VN-Reglement nr. 105 (voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bestemde voertuigen) |
Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bestemde voertuigen moeten voldoen aan VN-Reglement nr. 105. |
|
58 |
Verordening (EG) nr. 78/2009 (bescherming van voetgangers) |
Remhulp De voertuigen worden voorzien van een elektronisch antiblokkeersysteem dat op alle wielen werkt. Bescherming van voetgangers De voorschriften van Verordening (EG) nr. 78/2009 zijn tot 24 februari 2018 niet van toepassing op voertuigen met een maximummassa van ten hoogste 2 500 kg en tot 24 augustus 2019 niet op voertuigen met een maximummassa van meer dan 2 500 kg. Frontbeschermingen Voor op het voertuig geïnstalleerde frontbeschermingsvoorzieningen moet echter krachtens Verordening (EG) nr. 78/2009 typegoedkeuring zijn verkregen en de installatie ervan moet voldoen aan de voorschriften van bijlage I, punt 6, bij die verordening. |
|
59 |
Richtlijn 2005/64/EG (recycleerbaarheid) |
De voorschriften van die richtlijn zijn niet van toepassing. |
|
61 |
Richtlijn 2006/40/EG (airconditioningsysteem) |
De voorschriften van die richtlijn zijn van toepassing. |
|
72 |
Verordening (EU) 2015/758 (eCall-systeem) |
De voorschriften van die verordening zijn niet van toepassing. |
|
(1)
Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 167 van 25.6.2011, blz. 1). |
||
Toelichting bij aanhangsel 2
1. In dit aanhangsel gebruikte afkortingen
„OEM” : door de fabrikant geleverde originele uitrustingsstukken
„FMVSS” : Federal Motor Vehicle Safety Standard van het Department of Transportation van de Verenigde Staten
„JSRRV” : Japan Safety Regulations for Road Vehicles
„SAE” : Society of Automotive Engineers
„CISPR” : Comité international spécial des perturbations radioélectriques
2. Opmerkingen:
De complete lpg- of cng-installatie moet worden getoetst aan de VN-Reglementen nr. 67, nr. 110 of nr. 115, naargelang het geval.
Voor de beoordeling van de CO2-emissies worden de volgende formules gebruikt:
Waarbij: „CO2” staat voor de gecombineerde CO2-massa-emissie in g/km, „m” voor de massa in kg van het voertuig in rijklare toestand en „p” voor het maximaal geleverde motorvermogen in kW.
De gecombineerde CO2-massa wordt berekend tot één cijfer achter de komma en daarna als volgt afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal:
als het cijfer achter de komma lager dan 5 is, wordt het totaal naar beneden afgerond;
als het cijfer achter de komma 5 of hoger is, wordt het totaal naar boven afgerond.
Voor de beoordeling van het brandstofverbruik wordt de volgende formule gebruikt:
CFC = CO2 × k– 1
Waarbij: „CFC” staat voor het gecombineerd brandstofverbruik in l/100 km, „CO2” voor de gecombineerde CO2-massa-emissie in g/km nadat deze is afgerond volgens de regel van opmerking 2 b) en „k” een coëfficiënt die gelijk is aan:
Het gecombineerd brandstofverbruik wordt berekend tot twee cijfers achter de komma en daarna als volgt afgerond:
als het tweede cijfer achter de komma lager dan 5 is, wordt het totaal naar beneden afgerond;
als het tweede cijfer achter de komma 5 of hoger is, wordt het totaal naar boven afgerond.
DEEL II
Lijst van VN-reglementen die worden erkend als alternatief voor de in deel I vermelde richtlijnen of verordeningen
Indien naar een afzonderlijke richtlijn of verordening in de tabel van deel I wordt verwezen, wordt een typegoedkeuring krachtens de onderstaande VN-reglementen, of een krachtens VN-reglement nr. 0 ( 13 ) afgegeven universele internationale typegoedkeuring van gehele voertuigen waarvan typegoedkeuring van het desbetreffende item volgens de onderstaande VN-reglementen, die de Unie bij Besluit 97/836/EG van de Raad ( 14 ) of bij latere besluiten van de Raad zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van dat besluit, als overeenkomstsluitende partij bij de „Herziene overeenkomst van 1958” van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties heeft aanvaard, deel uitmaakt, erkend als alternatief voor een EU-typegoedkeuring die overeenkomstig de relevante afzonderlijke richtlijn of verordening is verleend.
Latere wijzigingen van de VN-reglementen in onderstaande tabel ( 15 ) moeten eveneens als gelijkwaardig aan een EU-typegoedkeuring worden beschouwd, mits aan het in artikel 4, lid 2, van Besluit 97/836/EG vermelde besluit wordt voldaan.
|
|
Onderwerp |
VN/ECE-reglementen |
Wijzigingenreeks |
|
1 () |
Toegestaan geluidsniveau |
51 59 |
02 01 |
|
1a |
Toegestaan geluidsniveau (met uitsluiting van AVAS en geluiddempers als reserveonderdeel) |
51 |
03 |
|
Akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem (Acoustic Vehicle Alerting System — AVAS) |
138 |
01 |
|
|
Vervangende geluiddempingssystemen |
59 |
02 |
|
|
58 |
Bescherming van voetgangers (met uitsluiting van remhulp- en frontbeschermingsinrichtingen) |
127 |
00 |
|
|
Remhulpsysteem |
139 |
00 |
|
59 () |
Recycleerbaarheid |
133 |
00 |
|
62 () |
Waterstofopslagsystemen |
134 |
00 |
|
65 |
Geavanceerde noodremsystemen |
131 |
01 |
|
66 |
Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook |
130 |
00 |
|
(1)
De nummering van de onderwerpen in deze tabel verwijst naar de in de tabel van deel I gebruikte nummering.
(2)
De voorschriften van bijlage I bij Richtlijn 2005/64/EG zijn van toepassing.
(3)
De typegoedkeuring voor onderdelen waarin het VN-reglement voorziet voor waterstofopslagsystemen, automatische afsluitkleppen, keer- of terugslagkleppen en thermisch geactiveerde overdrukinrichtingen is verplicht. Ook dekt het VN-reglement niet de verplichte materiaalkwalificatie van alle onderdelen die vallen onder artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad. Opmerking: In afzonderlijke richtlijnen of verordeningen opgenomen montagevoorschriften zijn eveneens van toepassing op onderdelen en afzonderlijke technische eenheden die overeenkomstig de VN-reglementen zijn goedgekeurd. |
|||
DEEL III
Lijst van regelgevingshandelingen met de voorschriften voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen voor speciale doeleinden
Aanhangsel 1
Kampeerwagens, ambulances en lijkwagens
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgevingshandeling |
M1 ≤ 2 500 kg (*1) |
M1 > 2 500 kg (*1) |
M2 |
M3 |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 |
H |
G + H |
G + H |
G + H |
|
2 |
Emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
Q (1) |
G + Q (1) |
G + Q (1) |
|
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
F (2) |
F (2) |
F (2) |
F (2) |
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
X |
X |
X |
X |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
X |
X |
X |
X |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
X |
G |
G |
G |
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
X |
|
|
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
B |
G + B |
|
|
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
X |
X |
X |
X |
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
X |
G |
G |
G |
|
9A |
Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VNVN-Reglement nr. 13 |
|
|
G (3) |
G (3) |
|
9B |
Remsysteem van personenauto's |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13-H |
X (4) |
G + A1 |
|
|
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
X |
X |
X |
X |
|
12A |
Binnenuitrusting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 21 |
C |
G (18) + C |
|
|
|
13A |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 18 |
|
|
G (4A) |
G (4A) |
|
13B |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 116 |
X |
G |
|
|
|
14A |
Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 12 |
X |
G |
|
|
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
D |
G (18) + D |
G + D (4B) |
G + D (4B) |
|
15B |
Stoelen van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 80 |
|
|
X |
X |
|
16A |
Naar buiten uitstekende delen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 26 |
X voor de cabine, A + Z voor het overige deel |
G voor de cabine, A + Z voor het overige deel |
|
|
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
X |
X |
X |
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
X |
X |
X |
X |
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
X |
X |
X |
X |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
D |
G + L |
G + L |
G + L |
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
A + N |
A + G + N voor de cabine, A + N voor het overige deel |
A + G + N voor de cabine, A + N voor het overige deel |
A + G + N voor de cabine, A + N voor het overige deel |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
X |
X |
X |
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
X |
X |
X |
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
X |
X |
X |
X |
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
X |
X |
X |
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
X |
X |
X |
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
X |
X |
X |
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
X |
X |
X |
X |
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
X |
X |
X |
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
X |
X |
X |
X |
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
X |
X |
X |
X |
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
X |
X |
X |
X |
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
X |
X |
X |
X |
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
X |
X |
X |
X |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
E |
E |
E |
E |
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
X |
X |
X |
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
X |
X |
X |
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 61/2009 VN-Reglement nr. 77 |
X |
X |
X |
X |
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
D |
G + M |
G + M |
G + M |
|
32A |
Gezichtsveld naar voren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 125 |
X |
G |
|
|
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
X |
X |
X |
X |
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
X |
G (5) |
(5) |
(5) |
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
X |
G (6) |
(6) |
(6) |
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
X |
X |
X |
X |
|
37A |
Wielafschermingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
X |
G |
|
|
|
38A |
Al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 25 |
D |
G + D |
|
|
|
44A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
X |
X |
|
|
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
J |
G + J |
G + J |
G + J |
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
X |
G |
G |
G |
|
46B |
Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 30 |
X |
G |
|
|
|
46C |
Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klassen C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 54 |
— |
G |
G |
G |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
X |
G |
G |
G |
|
46E |
Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem en bandenspanningscontrolesysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 |
X |
G |
|
|
|
47A |
Snelheidsbegrenzing van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 89 |
|
|
X |
X |
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
|
X |
X |
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
X (10) |
G (10) |
G (10) |
G (10) |
|
51A |
Verbrandingseigenschappen van bij de inwendige constructie van bepaalde categorieën motorvoertuigen gebruikte materialen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 118 |
|
|
|
G voor de cabine, X voor het overige deel |
|
52A |
Voertuigen van categorieën M2 en M3 |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 107 |
|
|
A |
A |
|
52B |
Sterkte van de bovenbouw van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 66 |
|
|
A |
A |
|
53A |
Bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 94 |
N.v.t. |
N.v.t. |
|
|
|
54A |
Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 95 |
N.v.t. |
N.v.t. |
|
|
|
58 |
Bescherming van voetgangers |
Verordening (EG) nr. 78/2009 |
X |
N.v.t. Niettemin moet elke met het voertuig geleverde frontbeschermingsvoorziening aan de voorschriften voldoen en daarvan een vermelding dragen. |
|
|
|
59 |
Recycleerbaarheid |
Richtlijn 2005/64/EG |
N.v.t. |
N.v.t. |
|
|
|
61 |
Aircosysteem |
Richtlijn 2006/40/EG |
X |
G (14) |
|
|
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
Q |
G + Q |
G + Q |
G + Q |
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
|
64 |
Schakelindicatoren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 65/2012 |
X |
G |
|
|
|
65 |
Geavanceerde noodremsystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 347/2012 |
|
|
N.v.t. (16) |
N.v.t. (16) |
|
66 |
Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 351/2012 |
|
|
N.v.t. (17) |
N.v.t. (17) |
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
X |
X |
X |
X |
|
68 |
Voertuigalarmsystemen (VAS) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 97 |
X |
G |
|
|
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
X |
X |
X |
X |
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
X |
X |
X |
X |
|
72 |
eCall-systeem |
Verordening (EU) 2015/758 |
G |
G |
N.v.t. |
N.v.t. |
|
(*1)
Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand. |
||||||
Aanvullende voorschriften voor ambulances
De patiëntenruimte in ambulances moet voldoen aan de voorschriften van EN 1789:2007 + A1:2010 + A2:2014 betreffende „Medische voertuigen en hun uitrusting — Ambulances”, met uitzondering van punt 6.5 „List of equipment”. Het bewijs van conformiteit wordt geleverd door een testrapport van de technische dienst en kan worden gebaseerd op een beoordeling door onderaannemers of dochterondernemingen van de technische dienst, overeenkomstig artikel 71. Als het voertuig beschikt over een rolstoelplaats, zijn de voorschriften in aanhangsel 3 inzake het rolstoelvastzetsysteem en het beveiligingssysteem voor inzittenden van toepassing.
Aanhangsel 2
Gepantserde voertuigen
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgevingshandeling |
M1 |
M2 |
M3 |
N1 |
N2 |
N3 |
O1 |
O2 |
O3 |
O4 |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
2 |
Emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
A (1) |
A (1) |
|
A (1) |
A (1) |
|
|
|
|
|
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
X (2) |
X (2) |
X (2) |
X (2) |
X (2) |
X (2) |
X |
X |
X |
X |
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
X |
X |
X |
X |
A |
A |
X |
X |
X |
X |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (treden, treeplanken en handgrepen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
A + K |
A + K |
A + K |
A + K |
A + K |
A + K |
|
|
|
|
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
|
|
|
|
|
9A |
Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13 |
|
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
|
9B |
Remsysteem van personenauto's |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13-H |
X (4) |
|
|
X (4) |
|
|
|
|
|
|
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
12A |
Binnenuitrusting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 21 |
A |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13A |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 18 |
|
X (4A) |
X (4A) |
|
X (4A) |
X (4A) |
|
|
|
|
|
13B |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 116 |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
14A |
Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 12 |
N.v.t. |
|
|
N.v.t. |
|
|
|
|
|
|
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
X |
D (4B) |
D (4B) |
D |
D |
D |
|
|
|
|
|
15B |
Stoelen van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 80 |
|
D |
D |
|
|
|
|
|
|
|
|
16A |
Naar buiten uitstekende delen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 26 |
A |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
|
|
|
|
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
|
|
|
|
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
|
|
|
|
|
32A |
Gezichtsveld naar voren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 125 |
S |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
A |
(5) |
(5) |
(5) |
(5) |
(5) |
|
|
|
|
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
A |
(6) |
(6) |
(6) |
(6) |
(6) |
|
|
|
|
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
37A |
Wielafschermingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
38A |
Al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 25 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
X (9) |
X (9) |
X |
X (9) |
X (9) |
X |
|
|
|
|
|
42A |
Zijdelingse bescherming van vrachtwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 73 |
|
|
|
|
X |
X |
|
|
X |
X |
|
43A |
Opspatafschermingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 109/2011 |
|
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
44A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
|
46B |
Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 30 |
A |
|
|
A |
|
|
A |
A |
|
|
|
46C |
Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klassen C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 54 |
|
A |
A |
A |
A |
A |
|
|
A |
A |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
|
46E |
Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem en bandenspanningscontrolesysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 |
A (9A) |
|
|
A (9A) |
|
|
|
|
|
|
|
47A |
Snelheidsbegrenzing van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 89 |
|
X |
X |
|
X |
X |
|
|
|
|
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
|
|
|
A |
A |
A |
|
|
|
|
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X |
X |
X |
X |
|
50B |
Kortkoppelinrichting; montage van een goedgekeurd type kortkoppelinrichting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 102 |
|
|
|
|
X (10) |
X (10) |
|
|
X (10) |
X (10) |
|
51A |
Verbrandingseigenschappen van bij de inwendige constructie van bepaalde categorieën motorvoertuigen gebruikte materialen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 118 |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
52A |
Voertuigen van categorieën M2 en M3 |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 107 |
|
A |
A |
|
|
|
|
|
|
|
|
52B |
Sterkte van de bovenbouw van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 66 |
|
A |
A |
|
|
|
|
|
|
|
|
53A |
Bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 94 |
N.v.t. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
54A |
Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 95 |
N.v.t. |
|
|
N.v.t. |
|
|
|
|
|
|
|
56A |
Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 105 |
|
|
|
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
|
57A |
Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 93 |
|
|
|
|
X |
X |
|
|
|
|
|
58 |
Bescherming van voetgangers |
Verordening (EG) nr. 78/2009 |
N.v.t. |
|
|
N.v.t. |
|
|
|
|
|
|
|
59 |
Recycleerbaarheid |
Richtlijn 2005/64/EG |
N.v.t. |
|
|
N.v.t. |
|
|
|
|
|
|
|
61 |
Aircosysteem |
Richtlijn 2006/40/EG |
X |
|
|
X (14) |
|
|
|
|
|
|
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
A |
A |
A |
A |
A |
A |
|
|
|
|
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
|
64 |
Schakelindicatoren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 65/2012 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
65 |
Geavanceerde noodremsystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 347/2012 |
|
(16) |
(16) |
|
(16) |
(16) |
|
|
|
|
|
66 |
Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 351/2012 |
|
(17) |
(17) |
|
(17) |
(17) |
|
|
|
|
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
68 |
Voertuigalarmsystemen (VAS) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 97 |
X |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
72 |
eCall-systeem |
Verordening (EU) 2015/758 |
G |
N.v.t. |
N.v.t. |
G |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
Aanhangsel 3
Voor rolstoelen toegankelijke voertuigen
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgeving |
M1 |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 |
G + W9 |
|
2 |
Emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
G + W1 |
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
X + W2 |
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
X |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
X |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
G |
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (treden, treeplanken en handgrepen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
X |
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
X |
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
X |
|
9B |
Remsysteem van personenauto's |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13-H |
G + A1 |
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
X |
|
12A |
Binnenuitrusting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 21 |
G (18) + C |
|
13B |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 116 |
X |
|
14A |
Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 12 |
G |
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
G (18) + W3 |
|
16A |
Naar buiten uitstekende delen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 26 |
G + W4 |
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
X |
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
X |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
X + W5 |
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
X |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
X |
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
X |
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
X |
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
X |
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
X |
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
X |
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
X |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
E |
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
X |
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
X + W6 |
|
32A |
Gezichtsveld naar voren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 125 |
G |
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
X |
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
G (5) |
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
G (6) |
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
X |
|
37A |
Wielafschermingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
G |
|
38A |
Al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 25 |
X |
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
X + W1 (9) |
|
44A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
X + W8 |
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
G |
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
X |
|
46B |
Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 30 |
X |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
X |
|
46E |
Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem en bandenspanningscontrolesysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 |
G (9A) |
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
X (10) |
|
53A |
Bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 94 |
N.v.t. |
|
54A |
Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 95 |
N.v.t. |
|
58 |
Bescherming van voetgangers |
Verordening (EG) nr. 78/2009 |
G |
|
59 |
Recycleerbaarheid |
Richtlijn 2005/64/EG |
N.v.t. |
|
61 |
Airconditioningsystemen |
Richtlijn 2006/40/EG |
G |
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
X |
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
X (15) |
|
64 |
Schakelindicatoren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 65/2012 |
G |
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
X |
|
68 |
Voertuigalarmsystemen (VAS) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 97 |
X |
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
X |
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
X |
|
72 |
eCall-systeem |
Verordening (EU) 2015/758 |
G |
Aanvullende voorschriften voor het testen van het rolstoelvastzetsysteem met beveiliging voor inzittenden
Het volgende punt 2 en punt 3 dan wel punt 4 zijn van toepassing.
1. Definities
|
1.1. |
Surrogaatrolstoel (SRS) is een onbuigzame, herbruikbare testrolstoel als omschreven in afdeling 3 van internationale norm ISO 10542-1:2012. |
|
1.2. |
Punt P duidt de positie aan van de heup van de inzittende in de SRS, zoals omschreven in hoofdstuk 3 van norm ISO 10542-1:2012. |
2. Algemene voorschriften
|
2.1. |
Elke rolstoelplaats moet worden voorzien van verankeringen waaraan een rolstoelvastzetsysteem met beveiliging voor inzittenden (RVSBI) worden gemonteerd. |
|
2.2. |
De gordelverankeringen onderaan voor de inzittende van de rolstoel moeten in overeenstemming met VN-Reglement nr. 14.07, punt 5.4.2.2, worden bevestigd, ten opzichte van punt P op de SRS in de door de fabrikant opgegeven gebruiksstand. De eigenlijke verankeringen bovenaan moeten worden bevestigd op ten minste 1 100 mm boven het horizontale vlak dat door de contactpunten tussen de achterbanden van de SRS en de vloer van het voertuig loopt. Aan die voorwaarde moet na de test overeenkomstig punt 3 van dit aanhangsel nog steeds worden voldaan. |
|
2.3. |
Er moet worden beoordeeld of de gordel voor de inzittende van het RVBSI voldoet aan VN-Reglement nr. 16.06, punten 8.2.2 tot en met 8.2.2.4 en 8.3.1 tot en met 8.3.4. |
|
2.4. |
Er is geen minimumaantal Isofix-kinderzitjesverankeringen vereist. Wanneer in het geval van een meerfasentypegoedkeuring het Isofix-verankeringssysteem door een verbouwing is beïnvloed, moet het systeem opnieuw worden getest of moeten de verankeringen onbruikbaar worden gemaakt. In het laatste geval moeten de Isofix-etiketten worden verwijderd en moet de koper van het voertuig adequaat worden geïnformeerd. |
3. Statische testen in het voertuig
3.1. Verankeringen voor de beveiliging van inzittenden in een rolstoel
3.1.1. De verankeringen voor de beveiliging van inzittenden in een rolstoel moeten terzelfdertijd bestand zijn tegen de statische krachten die zijn voorgeschreven in VN-Reglement nr. 14.07 voor beveilingsverankeringen voor inzittenden als tegen de in punt 3.2 van dit aanhangsel vermelde statische krachten die worden uitgeoefend op de rolstoelvastzetverankeringen.
3.2. Rolstoelvastzetverankeringen
De rolstoelvastzetverankeringen moeten gedurende ten minste 0,2 seconden bestand zijn tegen de volgende krachten, uitgeoefend via de SRS (of een geschikte surrogaatrolstoel met een wielbasis, zithoogte en vastzetbevestigingspunten die overeenstemmen met de specificaties voor de SRS), op een hoogte van 300 mm ± 100 mm boven het oppervlak waarop de SRS is geplaatst:
in het geval van een voorwaarts gerichte rolstoel, een kracht, die gelijktijdig wordt uitgeoefend met de op de beveiligingsverankeringen voor inzittenden uitgeoefende kracht, van 24,5 kN en
bij een tweede test een statische kracht van 8,2 kN die in de richting van de achterkant van het voertuig wordt uitgeoefend;
in het geval van een achterwaarts gerichte rolstoel, een kracht, die gelijktijdig wordt uitgeoefend met de op de beveiligingsverankeringen voor inzittenden uitgeoefende kracht, van 8,2 kN en
bij een tweede test een statische kracht van 24,5 kN die in de richting van de voorkant van het voertuig wordt uitgeoefend.
3.3. Onderdelen van het systeem
3.3.1. Alle onderdelen van het RVBSI moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften van internationale norm ISO 10542-1:2012. De dynamische test van bijlage A en de punten 5.2.2 en 5.2.3 van internationale norm ISO 10542-1:2012 moet echter worden uitgevoerd op het volledige RVBSI, waarbij de geometrie van het voertuig wordt gebruikt in de plaats van de in bijlage A van internationale norm ISO 10542-1:2012 gespecificeerde geometrie. De test mag worden uitgevoerd binnen de voertuigstructuur of in een alternatieve structuur die representatief is voor de verankeringsgeometrie van het RVBSI. De plaats van de verankeringen mag niet afwijken van wat is bepaald in punt 7.7.1 van VN-Reglement nr. 16.06.
3.3.2. Wanneer de beveiliging voor inzittenden van het RVBSI overeenkomstig VN-Reglement nr. 16.06 is goedgekeurd, moet het worden onderworpen aan de in punt 3.3.1 van het onderhavige aanhangsel bedoelde dynamische test van het volledige RVBSI; aan de voorschriften van de punten 5.1, 5.3 en 5.4 van internationale norm ISO 10542-1:2012 wordt echter geacht te zijn voldaan.
4. Dynamische testen in het voertuig
|
4.1. |
De volledige assemblage van het RVBSI moet worden getest door een dynamische test in het voertuig overeenkomstig de punten 5.2.2 en 5.2.3 en bijlage A bij internationale norm ISO 10542-1:2012, waarbij alle onderdelen/verankeringen gelijktijdig worden getest en waarbij de blanke voertuigcarrosserie of een representatieve structuur wordt gebruikt. |
|
4.2. |
De onderdelen van het RVBSI moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften van internationale norm ISO 10542-1:2012, punten 5.1, 5.3 en 5.4. Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan voor wat betreft de beveiliging voor inzittenden indien het is goedgekeurd overeenkomstig VN-Reglement nr. 16.06. |
Aanhangsel 4
Overige voertuigen voor speciale doeleinden
(inclusief speciale groep, multifunctionele werktuigdragers en caravans)
De ontheffingen waarin dit aanhangsel voorziet, worden alleen toegestaan als de fabrikant ten genoegen van de goedkeuringsinstantie aantoont dat het voertuig vanwege het speciale doeleinde niet aan alle voorschriften van deze bijlage, deel I, kan voldoen.
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgeving |
M2 |
M3 |
N1 |
N2 |
N3 |
O1 |
O2 |
O3 |
O4 |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 |
|
H |
H |
H |
H |
H |
|
|
|
|
2 |
Emissies (Euro 5 en Euro 6) lichte voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
Q (1) |
|
Q + V1 (1) |
Q + V1 (1) |
|
|
|
|
|
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
F |
F |
F |
F |
F |
X |
X |
X |
X |
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
X |
X |
A |
A |
A |
X |
X |
X |
X |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
A + R |
A + R |
A + R |
A + R |
A + R |
A + R |
A + R |
A + R |
A + R |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (treden, treeplanken en handgrepen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
X |
B |
B |
B |
|
|
|
|
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
|
|
B |
|
|
|
|
|
|
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
9A |
Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13 |
X (3) |
X (3) |
X (3) |
X + U1 (3) |
X + U1 (3) |
X |
X |
X (3) |
X (3) |
|
9B |
Remsysteem van personenauto's |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13-H |
|
|
X (4) |
|
|
|
|
|
|
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
13A |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 18 |
X (4A) |
X (4A) |
|
X (4A) |
X (4A) |
|
|
|
|
|
13B |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 116 |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
14A |
Bescherming van de bestuurder tegen de stuurvoorziening bij een botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 12 |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
D (4B) |
D (4B) |
D |
D |
D |
|
|
|
|
|
15B |
Stoelen van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 80 |
D |
D |
|
|
|
|
|
|
|
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
D |
D |
D |
D |
D |
|
|
|
|
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
A + N |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
A |
A |
A |
A |
A |
|
|
|
|
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
D |
D |
D |
D |
D |
|
|
|
|
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
(5) |
(5) |
(5) |
(5) |
(5) |
|
|
|
|
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
(6) |
(6) |
(6) |
(6) |
(6) |
|
|
|
|
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
38A |
Al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 25 |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
H (9) |
H |
H (9) |
H (9) |
H |
|
|
|
|
|
42A |
Zijdelingse bescherming van vrachtwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 73 |
|
|
|
X |
X |
|
|
X |
X |
|
43A |
Opspatafschermingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 109/2011 |
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
J |
J |
J |
J |
J |
J |
J |
J |
J |
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
46B |
Luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klasse C1) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 30 |
|
|
X |
|
|
X |
X |
|
|
|
46C |
Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klassen C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 54 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
X |
X |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
46E |
Reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden/-systeem en bandenspanningscontrolesysteem |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 64 |
|
|
X (9A) |
|
|
|
|
|
|
|
47A |
Snelheidsbegrenzing van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 89 |
X |
X |
|
X |
X |
|
|
|
|
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
|
|
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X (10) |
X |
X |
X |
X |
|
50B |
Kortkoppelinrichting; montage van een goedgekeurd type kortkoppelinrichting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 102 |
|
|
|
X (10) |
X (10) |
|
|
X (10) |
X (10) |
|
51A |
Verbrandingseigenschappen van bij de inwendige constructie van bepaalde categorieën motorvoertuigen gebruikte materialen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 118 |
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
52A |
Voertuigen van categorieën M2 en M3 |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 107 |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
52B |
Sterkte van de bovenbouw van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 66 |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
54A |
Bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 95 |
|
|
A |
|
|
|
|
|
|
|
56A |
Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 105 |
|
|
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
X (13) |
|
57A |
Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 93 |
|
|
|
X |
X |
|
|
|
|
|
58 |
Bescherming van voetgangers |
Verordening (EG) nr. 78/2009 |
|
|
N.v.t. (2) |
|
|
|
|
|
|
|
59 |
Recycleerbaarheid |
Richtlijn 2005/64/EG |
|
|
N.v.t. |
|
|
|
|
|
|
|
61 |
Airconditioningsystemen |
Richtlijn 2006/40/EG |
|
|
X (14) |
|
|
|
|
|
|
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
X (15) |
|
65 |
Geavanceerde noodremsystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 347/2012 |
N.v.t. |
N.v.t. |
|
N.v.t. |
N.v.t. |
|
|
|
|
|
66 |
Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 351/2012 |
N.v.t. |
N.v.t. |
|
N.v.t. |
N.v.t. |
|
|
|
|
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
68 |
Voertuigalarmsystemen (VAS) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 97 |
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
X |
X |
X |
X |
X |
|
|
|
|
|
72 |
eCall-systeem |
Verordening (EU) 2015/758 |
N.v.t. |
N.v.t. |
G |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
Aanhangsel 5
Mobiele kranen
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgeving |
N3 |
|
1A |
Geluidsniveau |
Verordening (EU) nr. 540/2014 |
T + Z1 |
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
X |
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
A |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
X |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
X Krabbengang toegestaan |
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (treden, treeplanken en handgrepen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
A |
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
X |
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
X |
|
9A |
Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13 |
U (3) |
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
X |
|
13A |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 18 |
X (4A) |
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
X |
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
X |
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
X |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
X |
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
A + Y |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
X |
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
X |
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
X |
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
X |
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
X |
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
X |
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
X |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
A |
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
X |
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
X |
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
X |
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
(5) |
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
(6) |
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
X |
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
V |
|
42A |
Zijdelingse bescherming van vrachtwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 73 |
A |
|
43A |
Opspatafschermingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 109/2011 |
Z1 |
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
J |
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
X |
|
46C |
Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klassen C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 54 |
X |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
X |
|
47A |
Snelheidsbegrenzing van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 89 |
X |
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
A |
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
A |
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
X (10) |
|
50B |
Kortkoppelinrichting; montage van een goedgekeurd type kortkoppelinrichting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 102 |
X (10) |
|
57A |
Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 93 |
X |
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
X |
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
X (15) |
|
65 |
Geavanceerde noodremsystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 347/2012 |
N.v.t. (16) |
|
66 |
Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 351/2012 |
N.v.t. (17) |
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
X |
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
X |
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
X |
Aanhangsel 6
Voertuigen voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen
|
Nummer |
Onderwerp |
Regelgeving |
N3 |
O4 |
|
1 |
Toelaatbaar geluidsniveau |
Richtlijn 70/157/EEG |
T |
|
|
3A |
Brandpreventie (tanks voor vloeibare brandstof) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 34 |
X |
X |
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
A |
A |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
X |
A + R |
|
5A |
Stuurvoorziening |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 79 |
X Krabbengang toegestaan |
X |
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (treden, treeplanken en handgrepen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
|
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
X |
|
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
X |
|
|
9A |
Remsysteem van voertuigen en aanhangwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 13 |
U (3) |
X (3) |
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
X |
X |
|
13A |
Beveiliging van motorvoertuigen tegen onrechtmatig gebruik |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 18 |
X (4A) |
|
|
15A |
Stoelen, stoelverankeringen en eventuele hoofdsteunen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 17 |
X |
|
|
17A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (achteruitrijvoorzieningen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
X |
|
|
17B |
Snelheidsmeter en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 39 |
X |
|
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
X |
X |
|
19A |
Veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen en Isofix-toptetherverankeringen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 14 |
X |
|
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
X |
A + N |
|
21A |
Retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 3 |
X |
X |
|
22A |
Breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 7 |
X |
X |
|
22B |
Dagrijlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 87 |
X |
|
|
22C |
Zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 91 |
X |
X |
|
23A |
Richtingaanwijzers voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 6 |
X |
X |
|
24A |
Achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 4 |
X |
X |
|
25A |
Voor motorvoertuigen bestemde sealed-beamkoplampen (SB) die Europees asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 31 |
X |
|
|
25B |
Gloeilampen voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 37 |
X |
X |
|
25C |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen met gasontladingslichtbronnen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 98 |
X |
|
|
25D |
Gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 99 |
X |
|
|
25E |
Voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 112 |
X |
|
|
25F |
Adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 123 |
X |
|
|
26A |
Mistvoorlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 19 |
X |
|
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
A |
|
|
28A |
Mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 38 |
X |
X |
|
29A |
Achteruitrijlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 23 |
X |
X |
|
30A |
Parkeerlichten voor motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 77 |
X |
|
|
31A |
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 16 |
X |
|
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
X |
|
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
(5) |
|
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
(6) |
|
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 |
X |
|
|
41A |
Emissies (Euro VI) zware voertuigen en toegang tot informatie |
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
X (9) |
|
|
42A |
Zijdelingse bescherming van vrachtwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 73 |
X |
A |
|
43A |
Opspatafschermingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 109/2011 |
X |
A |
|
45 |
Veiligheidsruiten |
Richtlijn 92/22/EEG |
X |
|
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 |
X |
|
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
X |
I |
|
46C |
Luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan (klassen C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 54 |
X |
I |
|
46D |
Rolgeluidemissies, grip op nat wegdek en rolweerstand van banden (klassen C1, C2 en C3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 117 |
X |
I |
|
47A |
Snelheidsbegrenzing van voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 89 |
X |
|
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
A |
A |
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
A |
|
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
X (10) |
X |
|
50B |
Kortkoppelinrichting; montage van een goedgekeurd type kortkoppelinrichting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 102 |
X (10) |
X (10) |
|
56A |
Voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 105 |
X (13) |
X (13) |
|
57A |
Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 93 |
A |
|
|
62 |
Waterstofsysteem |
Verordening (EG) nr. 79/2009 |
X |
|
|
63 |
Algemene veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 |
X (15) |
X (15) |
|
65 |
Geavanceerde noodremsystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 347/2012 |
N.v.t. (16) |
|
|
66 |
Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 351/2012 |
N.v.t. (17) |
|
|
67 |
Specifieke onderdelen voor vloeibaar petroleumgas (lpg) en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 67 |
X |
|
|
69 |
Elektrische veiligheid |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 100 |
X |
|
|
70 |
Specifieke onderdelen voor gecomprimeerd aardgas en de installatie daarvan op motorvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 110 |
X |
|
Toelichting over de toepasbaarheid van de voorschriften in dit deel
|
X |
De voorschriften in de betrokken regelgevingshandeling zijn van toepassing. De wijzigingenreeksen van de VN-reglementen waarvan de toepassing verplicht is, zijn opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 661/2009. Later goedgekeurde wijzigingenreeksen worden als alternatief geaccepteerd. De lidstaten mogen een uitbreiding toestaan van bestaande typegoedkeuringen die zijn verleend overeenkomstig de bij Verordening (EG) nr. 661/2009 ingetrokken richtlijnen, onder de voorwaarden vastgesteld bij artikel 13, lid 14, van die verordening. |
|
N.v.t. |
Deze regelgevingshandeling is niet van toepassing op dit voertuig (geen voorschriften). |
(1) Voor voertuigen met een referentiemassa van niet meer dan 2 610 kg. Verordening (EG) nr. 715/2007 kan op verzoek van de fabrikant van toepassing zijn op voertuigen met een referentiemassa van niet meer dan 2 840 kg, of als het een voertuig voor speciale doeleinden met de code SB voor gepantserde voertuigen betreft ook op voertuigen met een referentiemassa van meer dan 2 840 kg. Wat de toegang tot informatie betreft, volstaat het voor andere onderdelen (zoals het woongedeelte) dan het basisvoertuig dat de fabrikant gemakkelijke en snelle toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig biedt.
(2) Voor voertuigen met een lpg- of cng-installatie is typegoedkeuring krachtens VN-Reglement nr. 67 of nr. 110 vereist.
(3) Overeenkomstig artikel 12 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 661/2009 is de montage van een ESC-systeem verplicht. Overeenkomstig VN-Reglement nr. 13 is de montage van een ESC evenwel niet erplicht voor voertuigen voor speciale doeleinden van de categorieën M2, M3, N2 en N3 en voor voertuigen voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen en aanhangwagens met ruimten voor staande passagiers. Voertuigen van categorie N1 mogen krachtens de VN-Reglementen nrs. 13 en 13-H worden goedgekeurd.
(4) Overeenkomstig artikel 12 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 661/2009 is de montage van een ESC-systeem verplicht. Er moet derhalve aan de voorschriften van bijlage 9, deel A, bij VN-Reglement nr. 13-H worden voldaan. Voertuigen van categorie N1 mogen krachtens de VN-Reglementen nrs. 13 en 13-H worden goedgekeurd.
(4A) Indien de bescherming is gemonteerd, moet zij voldoen aan de voorschriften van VN-Reglement nr. 18.
(4B) Dit reglement is van toepassing op stoelen die niet onder het toepassingsgebied van VN-Reglement nr. 80 vallen. Voor andere opties: zie artikel 2 van Verordening (EG) nr. 595/2009.
(5) Voertuigen van een andere categorie dan M1 hoeven niet volledig aan Verordening (EU) nr. 672/2010 te voldoen, maar moeten worden voorzien van een ontdooiings- en ontwasemingsvoorziening.
(6) Voertuigen van een andere categorie dan M1 hoeven niet volledig aan Verordening (EU) nr. 1008/2010 te voldoen, maar moeten worden voorzien van ruitensproeiers en ruitenwissers.
(8) Voor voertuigen met een referentiemassa van meer dan 2 610 kg die niet van de in voetnoot 1 geboden mogelijkheid hebben geprofiteerd.
(9) Voor voertuigen met een referentiemassa van meer dan 2 610 kg waarvoor (op verzoek van de fabrikant en mits hun referentiemassa niet meer bedraagt dan 2 840 kg) geen typegoedkeuring krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 is verleend. Voor andere onderdelen dan het basisvoertuig volstaat het dat de fabrikant gemakkelijke en snelle toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie biedt.
(9A) Alleen van toepassing als de voertuigen voorzien zijn van uitrustingsstukken die onder VN-Reglement nr. 64 vallen. Voertuigen van categorie M1 moeten overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 661/2009 van een bandenspanningscontrolesysteem worden voorzien.
(10) Alleen van toepassing op voertuigen met koppelinrichting(en).
(11) Van toepassing op voertuigen met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van niet meer dan 2,5 ton.
(12) Alleen van toepassing op voertuigen waarbij het referentiepunt van de zitplaats (punt R) van de laagste stoel zich niet meer dan 700 mm boven de grond bevindt.
(13) Alleen van toepassing wanneer de fabrikant typegoedkeuring aanvraagt voor voertuigen die bestemd zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
(14) Alleen van toepassing op voertuigen van categorie N1, klasse I (referentiemassa ≤ 1 305 kg).
(15) Op verzoek van de fabrikant kan onder dit item typegoedkeuring worden verleend als alternatief voor typegoedkeuringen onder alle in Verordening (EG) nr. 661/2009 opgenomen afzonderlijke items.
(16) Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EU) nr. 347/2012 is de montage van een geavanceerd noodremsysteem niet verplicht voor voertuigen voor speciale doeleinden.
(17) Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EU) nr. 351/2012 is de montage van een waarschuwingssysteem voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook niet verplicht voor voertuigen voor speciale doeleinden.
(18) Noot G kan worden toegepast op binnenuitrusting van het voertuig die door de wijziging niet significant wordt beïnvloed; alle toegevoegde of gewijzigde binnenuitrusting moet echter voldoen aan de voorschriften die gelden voor voertuigcategorie M1.
|
A |
De goedkeuringsinstantie mag alleen ontheffingen toestaan als de fabrikant aantoont dat het voertuig vanwege de speciale doeleinden ervan niet aan de voorschriften kan voldoen. De toegestane ontheffingen moeten worden beschreven in het typegoedkeuringscertificaat voor het voertuig en in het certificaat van overeenstemming. |
|
A1 |
De montage van ESC is niet verplicht. Wanneer in het geval van een meerfasentypegoedkeuring op een bepaald moment wijzingen worden aangebracht die waarschijnlijk een invloed zullen hebben op het functioneren van het ESC-systeem van het basisvoertuig, kan de fabrikant het systeem deactiveren, dan wel aantonen dat het voertuig niet onveilig of onstabiel is geworden. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door bij een snelheid van 80 km/h snelle dubbele baanvakwisselmanoeuvres in elke richting uit te voeren die hevig genoeg zijn om het ESC-systeem in werking te stellen. Die werking moet nauwkeurig worden gecontroleerd en moet de stabiliteit van het voertuig verbeteren. De technische dienst mag bijkomende tests verlangen indien hij die nodig acht. |
|
B |
Toepassing beperkt tot deuren die toegang geven tot de zitplaatsen bestemd voor normaal gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt en wanneer de afstand tussen het R-punt van de zitplaats en het middenvlak van het deuroppervlak, loodrecht gemeten op het middenlangsvlak van het voertuig, niet meer dan 500 mm bedraagt. |
|
C |
Toepassing beperkt tot het gedeelte van het voertuig vóór de achterste zitplaats die bestemd is voor normaal gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt, en eveneens beperkt tot de trefzone van het hoofd zoals gedefinieerd in de toepasselijke regelgevingshandeling. |
|
D |
Toepassing beperkt tot zitplaatsen die bestemd zijn voor normaal gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt. Zitplaatsen die niet bestemd zijn voor gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt, moeten voor de gebruikers duidelijk worden geïdentificeerd door middel van een pictogram of een bordje met een passende tekst. De voorschriften voor de bagagebevestiging van VN-Reglement nr. 17 zijn niet van toepassing. |
|
E |
Alleen aan de voorzijde. |
|
F |
Wijziging van de plaats en lengte van de vulpijp en verplaatsing van de inwendige tank zijn toegestaan. |
|
G |
In het geval van een meerfasentypegoedkeuring mag ook gebruik worden gemaakt van de voorschriften overeenkomstig de categorie van het basis-/incomplete voertuig (bv. waarvan het chassis gebruikt is om het voertuig voor speciale doeleinden te bouwen). |
|
H |
De lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper mag met maximaal 2 m worden gewijzigd zonder nieuwe tests. |
|
I |
Ook als de door het ontwerp bepaalde snelheid van het voertuig minder dan 80 km/h bedraagt, moet voor de banden typegoedkeuring overeenkomstig VN-Reglement nr. 54 worden verleend. In overleg met de bandenfabrikant mag het draagvermogen worden aangepast aan de door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van de aanhangwagen. |
|
J |
Voor alle andere vensterbeglazing dan de beglazing van de bestuurderscabine (voor- en zijruiten) mag het materiaal van veiligheidsglas of van harde kunststof zijn. |
|
K |
Extra noodalarmsystemen zijn toegestaan. |
|
L |
Toepassing beperkt tot zitplaatsen die bestemd zijn voor normaal gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt. Voor alle achterzitplaatsen zijn als minimum verankeringen voor heupgordels voorgeschreven. Zitplaatsen die niet bestemd zijn voor gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt, moeten voor de gebruikers duidelijk worden geïdentificeerd door middel van een pictogram of een bordje met een passende tekst. Isofix is niet vereist in ambulances en lijkwagens. |
|
M |
Toepassing beperkt tot zitplaatsen die bestemd zijn voor normaal gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt. Voor alle achterzitplaatsen zijn minimaal heupgordels verplicht. Zitplaatsen die niet bestemd zijn voor gebruik wanneer het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt, moeten voor de gebruikers duidelijk worden geïdentificeerd door middel van een pictogram of een bordje met een passende tekst. Isofix is niet vereist in ambulances en lijkwagens. |
|
N |
Op voorwaarde dat alle verplichte verlichtingsvoorzieningen geïnstalleerd zijn en dat de geometrische zichtbaarheid niet wordt beïnvloed. |
|
Q |
De lengte van het uitlaatsysteem achter de laatste demper mag met maximaal 2 m worden gewijzigd zonder nieuwe tests. Een voor het meest representatieve basisvoertuig verleende EU-typegoedkeuring blijft geldig, ongeacht veranderingen van het referentiegewicht. |
|
R |
Op voorwaarde dat de kentekenplaten van alle lidstaten gemonteerd kunnen worden en goed zichtbaar blijven. |
|
S |
De lichtdoorlatendheidsfactor bedraagt ten minste 60 %; voorts is de blinde hoek van de A-stijl niet meer dan 10°. |
|
T |
Uitsluitend met het complete/voltooide voertuig uit te voeren test. Het voertuig kan worden getest overeenkomstig Richtlijn 70/157/EEG. Met betrekking tot bijlage I, punt 5.2.2.1, van Richtlijn 70/157/EEG gelden de volgende grenswaarden:
a)
81 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van minder dan 75 kW;
b)
83 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 75 kW of meer, maar minder dan 150 kW;
c)
84 dB(A) voor voertuigen met een motorvermogen van 150 kW of meer. |
|
U |
Uitsluitend met het complete/voltooide voertuig uit te voeren test. Voertuigen met niet meer dan vier assen moeten aan alle voorschriften van de toepasselijke regelgevingshandelingen voldoen. Voor voertuigen met meer dan vier assen zijn afwijkingen toegestaan, mits:
a)
deze door de bijzondere constructie worden gerechtvaardigd, en
b)
aan alle remprestaties in verband met het parkeer-, bedrijfs- en hulpremsysteem, zoals voorgeschreven bij de toepasselijke regelgevingshandeling, is voldaan. |
|
U1 |
ABS is niet verplicht voor voertuigen met hydrostatische aandrijving. |
|
V |
Als alternatief mag ook Richtlijn 97/68/EG worden toegepast. |
|
V1 |
Als alternatief mag ook Richtlijn 97/68/EG worden toegepast op voertuigen met hydrostatische aandrijving. |
|
W0 |
Wijziging van de lengte van het uitlaatsysteem is toegestaan zonder nieuwe tests, op voorwaarde dat de tegendruk dezelfde is. Als een nieuwe test vereist is, dan wordt een overschrijding van de toe te passen grenswaarde met 2 dB(A) toegestaan. |
|
W1 |
Wijziging van het uitlaatsysteem is toegestaan zonder nieuwe tests van uitlaatemissies, CO2-uitstoot en brandstofverbruik, op voorwaarde dat er geen gevolgen zijn voor de emissiebeperkingsapparatuur, inclusief de deeltjesfilters (indien aanwezig). Op het gewijzigde voertuig hoeven geen nieuwe verdampingsproeven te worden uitgevoerd, indien de apparatuur voor de beperking van de verdamping wordt behouden zoals zij door de fabrikant van het basisvoertuig werd geplaatst. Een EU-typegoedkeuring die voor het meest representatieve basisvoertuig is verleend, blijft geldig, ongeacht veranderingen in de referentiemassa. |
|
W2 |
De plaats en lengte van de vulpijp, van de brandstofleidingen en van de brandstofdamppijpen mogen worden gewijzigd zonder nieuwe tests. Verplaatsing van de oorspronkelijke brandstoftank is toegestaan op voorwaarde dat aan alle voorschriften is voldaan. Nieuwe tests volgens bijlage 5 bij VN-Reglement nr. 34 zijn echter niet vereist. |
|
W3 |
De lengterichting van de geplande gebruiksstand van de rolstoel moet parallel zijn aan de lengterichting van het voertuig. De eigenaar van het voertuig moet er op passende wijze over worden geïnformeerd dat het gebruik van een rolstoel met een aan het toepasselijke deel van norm ISO 7176-19:2008 beantwoordende structuur wordt aanbevolen, om de krachten die in diverse rijomstandigheden door het vastzetmechanisme worden overgedragen te kunnen weerstaan. De zitplaatsen van een voertuig mogen zonder nieuwe tests worden aangepast, op voorwaarde dat aan de technische dienst kan worden aangetoond dat de verankeringen, mechanismen en hoofdsteunen ervan hetzelfde prestatieniveau garanderen. De voorschriften voor de bagagebevestiging van VN-Reglement nr. 17 zijn niet van toepassing. |
|
W4 |
Conformiteit met de toepasselijke regelgevingshandelingen is vereist voor de instaphulpmiddelen, wanneer deze zich in rustpositie bevinden. |
|
W5 |
Elke plaats voor een rolstoel moet worden uitgerust met verankeringen waaraan een rolstoelvastzetsysteem met beveiliging voor inzittenden (RVSBI) worden gemonteerd, en dat voldoet aan de aanvullende voorschriften voor het testen van rolstoelvastzetsystemen met beveiliging voor inzittenden van aanhangsel 3. |
|
W6 |
Elke plaats voor een rolstoel moet worden uitgerust met een veiligheidsgordel voor inzittenden die voldoet aan de aanvullende voorschriften voor het testen van rolstoelvastzetsystemen met beveiliging voor inzittenden van aanhangsel 3. Wanneer de verankeringspunten voor veiligheidsgordels als gevolg van de verbouwing buiten de in punt 7.7.1 van VN-Reglement nr. 16.06 beschreven tolerantiezone moeten worden verplaatst, moet de technische dienst controleren of de wijziging een worst case is of niet. Als dit het geval is, moet de test in punt 7.7.1 van VN-Reglement nr. 16.06 worden uitgevoerd. Er hoeft geen uitbreiding van de EU-typegoedkeuring te worden verleend. De test mag worden uitgevoerd met onderdelen die niet zijn onderworpen aan de door VN-reglement nr. 16.06 voorgeschreven behandelingstest. |
|
W8 |
Voor berekeningen wordt de massa van de rolstoel, inclusief de gebruiker ervan, geacht 160 kg te bedragen. De massa moet worden geconcentreerd in het punt P van de surrogaatrolstoel die is geplaatst in de door de fabrikant opgegeven gebruiksstand. Elke beperking van de passagierscapaciteit als gevolg van het gebruik van een of meer rolstoelen moet in de gebruiksaanwijzing, op blz. 2 van het EU-typegoedkeuringscertificaat en in het certificaat van overeenstemming worden vermeld. |
|
W9 |
De lengte van het uitlaatsysteem mag worden gewijzigd zonder nieuwe tests, op voorwaarde dat de uitlaattegendruk dezelfde blijft. |
|
Y |
Mits alle verplichte verlichtingsvoorzieningen zijn geïnstalleerd. |
|
Z |
De voorschriften over het uitsteken van open ramen zijn niet van toepassing op het woongedeelte. |
|
Z1 |
Mobiele kranen met meer dan zes assen worden beschouwd als terreinvoertuigen (categorie N3G) als minstens drie assen worden aangedreven en op voorwaarde dat zij voldoen aan de bepalingen van bijlage I, deel A, punt 4.3, onder b), ii) en iii), en punt 4.3, onder c). |
BIJLAGE III
PROCEDURES VOOR EU-TYPEGOEDKEURING
1. Doelstellingen en toepassingsgebied
|
1.1. |
Deze bijlage bevat de te volgen procedures voor de goede uitvoering van de typegoedkeuring van voertuigen overeenkomstig de artikelen 26, 27 en 28. |
|
1.2. |
Tevens bevat zij:
a)
de lijst van internationale normen die relevant zijn voor het aanwijzen van de technische diensten overeenkomstig de artikelen 68 en 70;
b)
de beschrijving van de procedure voor de beoordeling van de vaardigheden van de technische diensten overeenkomstig artikel 73;
c)
de algemene voorschriften voor het opstellen van testrapporten door de technische diensten. |
2. Typegoedkeuringsprocedure
Bij ontvangst van een aanvraag voor typegoedkeuring voor een voertuig gaat de goedkeuringsinstantie als volgt te werk:
zij controleert of alle op grond van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen afgegeven EU-typegoedkeuringscertificaten die van toepassing zijn op de typegoedkeuring van voertuigen het voertuigtype omvatten en aan de voorschriften voldoen;
zij vergewist zich ervan dat de voertuigspecificaties en -gegevens voor het voertuig ook zijn opgenomen in de informatiepakketten en de overeenkomstig de toepasselijke regelgevingshandelingen afgegeven EU-typegoedkeuringscertificaten;
wanneer een nummer van een punt niet voorkomt in het informatiepakket van een van de regelgevingshandelingen, vergewist zij zich ervan dat het betrokken onderdeel of kenmerk overeenkomt met de gegevens van het informatiedossier;
zij verricht keuringen, of laat deze verrichten, van onderdelen en systemen van een aantal representatieve exemplaren van het goed te keuren type voertuig om te controleren of het (de) voertuig(en) gebouwd is (zijn) overeenkomstig de desbetreffende gegevens in het gewaarmerkte informatiepakket met betrekking tot de relevante EU-typegoedkeuringscertificaten;
zij verricht, indien van toepassing, relevante controles, of laat deze verrichten, met betrekking tot de installatie van technische eenheden;
zij verricht, indien van toepassing, de noodzakelijke controles, of laat deze verrichten, met betrekking tot de aanwezigheid van voorzieningen zoals bedoeld in de toelichtingen 1 en 2 van bijlage II, deel I;
zij verricht de nodige controles, of laat deze verrichten, om te waarborgen dat aan de voorschriften in toelichting 5 van bijlage II, deel I, is voldaan.
3. Combinatie van technische specificaties
Het aantal ter beschikking te stellen voertuigen moet voldoende zijn voor een adequate controle van de verschillende goed te keuren combinaties, aan de hand van de volgende criteria:
|
Technische specificaties |
Voertuigcategorie |
|||||||||
|
M1 |
M2 |
M3 |
N1 |
N2 |
N3 |
O1 |
O2 |
O3 |
O4 |
|
|
Motor |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
— |
— |
— |
— |
|
Versnellingsbak |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
— |
— |
— |
— |
|
Aantal assen |
— |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Aangedreven assen (aantal, plaats en onderlinge verbindingen) |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
— |
— |
— |
— |
|
Gestuurde assen (aantal en plaats) |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Carrosserievormen |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Aantal deuren |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Kant van het stuur |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
— |
— |
— |
— |
|
Aantal zitplaatsen |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
— |
— |
— |
— |
|
Uitrustingsniveau |
X |
X |
X |
X |
X |
X |
— |
— |
— |
— |
4. Specifieke bepalingen
Als er geen goedkeuringscertificaat overeenkomstig een van de toepasselijke regelgevingshandelingen beschikbaar is, gaat de goedkeuringsinstantie als volgt te werk:
zij zorgt ervoor dat de nodige tests en controles volgens de voorschriften van elk van de toepasselijke regelgevingshandelingen plaatsvinden;
zij controleert of het voertuig in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier van het voertuig en of het voldoet aan de technische voorschriften van elk van de toepasselijke regelgevingshandelingen;
zij verricht, indien van toepassing, relevante controles, of laat deze verrichten, met betrekking tot de installatie van technische eenheden;
zij verricht, indien van toepassing, de noodzakelijke controles, of laat deze verrichten, met betrekking tot de aanwezigheid van voorzieningen zoals bedoeld in de toelichtingen 1 en 2 van bijlage II, deel I;
zij verricht de nodige controles, of laat deze verrichten, om te waarborgen dat aan de voorschriften in toelichting 5 van bijlage II, deel I, is voldaan.
Aanhangsel 1
Normen waaraan de in artikel 68 bedoelde technische diensten moeten voldoen
|
1. |
Activiteiten in verband met tests voor typegoedkeuring die moeten worden verricht overeenkomstig de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen:
|
|
2. |
Activiteiten in verband met de overeenstemming van de productie
|
Aanhangsel 2
Procedure voor de beoordeling van de technische diensten
1. Doelstellingen en toepassingsgebied
|
1.1. |
In dit aanhangsel worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de procedure wordt gevoerd voor de beoordeling van de technische diensten door de overeenkomstig artikel 73 bevoegde instantie („bevoegde instantie”). |
|
1.2. |
Deze voorschriften zijn van toepassing op alle technische diensten, ongeacht hun juridische status (onafhankelijke organisatie, fabrikant of goedkeuringsinstantie die als technische dienst optreedt). |
2. Beoordelingen
Het uitvoeren van een beoordeling is onderworpen aan:
het beginsel van de onafhankelijkheid, dat de basis vormt voor de onpartijdigheid en de objectiviteit van de conclusies, en
het beginsel dat de aanpak gebaseerd moet zijn op feiten, wat garant staat voor betrouwbare en reproduceerbare conclusies.
Controleurs moeten blijk geven van betrouwbaarheid en integriteit. Zij nemen vertrouwelijkheid en geheimhouding in acht.
Zij geven de resultaten en hun conclusies waarheidsgetrouw en nauwkeurig weer.
3. Vaardigheidsvoorschriften voor controleurs
|
3.1. |
De beoordelingen mogen uitsluitend worden verricht door controleurs die daartoe de nodige technische en administratieve kennis hebben. |
|
3.2. |
De controleurs hebben een specifieke opleiding voor beoordelingsactiviteiten gekregen. Zij beschikken bovendien over specifieke kennis van de technische sector waarin de technische dienst zijn activiteiten zal verrichten. |
|
3.3. |
Onverminderd de punten 3.1 en 3.2 wordt de in artikel 73 bedoelde beoordeling verricht door controleurs die geen belang hebben bij de activiteiten waarvoor de beoordeling wordt verricht. |
4. Aanvraag tot aanwijzing
|
4.1. |
Een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van de aanvragende technische dienst dient bij de bevoegde instantie een formele aanvraag in, die de volgende gegevens bevat:
a)
algemene kenmerken van de technische dienst, onder meer ondernemingsvorm, naam, adressen, juridische status en technische middelen;
b)
een gedetailleerde beschrijving, inclusief curriculum vitae, van het met het uitvoeren van de tests belast personeel en van het leidinggevend personeel, met opgave van hun diploma's of bewijzen van beroepskwalificaties;
c)
technische diensten die virtuele testmethoden gebruiken tonen hun bekwaamheid in het werken in een computergesteunde omgeving aan;
d)
algemene informatie over de technische dienst, waaronder over de activiteiten ervan, de verhouding tot een ruimer ondernemingsverband, indien van toepassing, en de adressen van alle fysieke locaties die onder het toepassingsgebied van de aanwijzing moeten vallen;
e)
een verklaring van de technische dienst dat aan alle voorschriften voor de aanwijzing en de andere verplichtingen wordt voldaan, zoals voorzien in de toepasselijke regelgevingshandelingen in verband waarmee de dienst is aangewezen;
f)
een beschrijving van de diensten voor conformiteitsbeoordeling die de technische dienst verricht in het kader van de toepasselijke regelgevingshandelingen, en een lijst van de regelgevingshandelingen waarvoor de technische dienst verzoekt aangewezen te worden, met inbegrip van beperkingen van de mogelijkheden, indien van toepassing;
g)
een exemplaar van het kwaliteitsborgingshandboek van de technische dienst. |
|
4.2. |
De bevoegde instantie gaat na of de door de technische dienst verstrekte informatie adequaat is. |
|
4.3. |
De technische dienst stelt de bevoegde instantie in kennis van alle wijzigingen van de overeenkomstig punt 4.1 verstrekte informatie. |
5. Beoordeling van de middelen
De bevoegde instantie gaat na of zij de technische dienst kan beoordelen, rekening houdend met haar eigen beleid, haar competentie en de beschikbaarheid van geschikte controleurs en deskundigen.
6. Uitbesteden van de beoordeling
|
6.1. |
De bevoegdeinstantie kan gedeelten van de beoordeling aan een andere bevoegde instantie uitbesteden of de hulp inroepen van technische deskundigen van andere bevoegde instanties. De onderaannemers en de deskundigen moeten door de aanvragende technische dienst worden aanvaard. |
|
6.2. |
De bevoegde instantie houdt rekening met accreditatiecertificaten van passende reikwijdte om de algemene beoordeling van de technische dienst te voltooien. |
7. Voorbereiding op de beoordeling
|
7.1. |
De bevoegde instantie wijst formeel een team voor gezamenlijke beoordeling aan. De bevoegde instantie ziet erop toe dat bij elk team voor gezamenlijke beoordeling de passende expertise beschikbaar is. Het team voor gezamenlijke beoordeling als geheel heeft in het bijzonder de volgende kenmerken:
a)
het beschikt over passende kennis van het specifieke toepassingsgebied waarvoor om aanwijzing wordt verzocht, en
b)
het heeft voldoende kennis om een betrouwbare beoordeling te kunnen verrichten van de competentie van de technische dienst om binnen het toepassingsgebied van de aanwijzing te functioneren. |
|
7.2. |
De bevoegde instantie geeft een duidelijke omschrijving van de opdracht die aan het team voor gezamenlijke beoordeling wordt gegeven. Het team voor gezamenlijke beoordeling heeft tot taak de documenten die de aanvragende technische dienst heeft ingediend, te beoordelen en de beoordeling ter plaatse te verrichten. |
|
7.3. |
De bevoegde instantie maakt met de technische dienst en het beoordelingsteam afspraken over het tijdschema voor de beoordeling. De bevoegde instantie streeft hierbij evenwel naar een datum die in overeenstemming is met het plan voor controle en herbeoordeling. |
|
7.4. |
De bevoegde instantie zorgt ervoor dat het team voor gezamenlijke beoordeling over de juiste documenten met voorschriften, de vorige beoordelingsverslagen en de betrokken documenten en stukken van de technische dienst beschikt. |
8. Beoordeling ter plaatse
Het team voor gezamenlijke beoordeling verricht de beoordeling van de technische dienst op de locatie van de technische dienst waarvandaan een of meer sleutelactiviteiten worden verricht, en woont in voorkomend geval activiteiten bij op andere geselecteerde locaties waar de technische dienst werkzaam is.
9. Analyse van de bevindingen en beoordelingsverslag
|
9.1. |
Het team voor gezamenlijke beoordeling analyseert alle relevante gegevens en bewijzen die zijn verzameld tijdens de beoordeling van documenten en stukken en tijdens de beoordeling ter plaatse. Die analyse moet het team voldoende mogelijkheden bieden om te bepalen in hoeverre de technische dienst competent is en aan de voorwaarden voor aanwijzing voldoet. |
|
9.2. |
De procedures voor verslaglegging van de bevoegde instantie moeten garanderen dat aan de hiernavolgende voorschriften wordt voldaan.
|
|
9.3. |
De bevoegde instantie zorgt ervoor dat de maatregelen van de technische dienst toereikend en doeltreffend zijn voor het verhelpen van niet-conformiteit. Indien de maatregelen van de technische dienst ontoereikend worden geacht, wordt om nadere informatie verzocht. Bovendien kan worden verzocht om het bewijs te leveren van de daadwerkelijke uitvoering van de genomen maatregelen, of kan een follow-upbeoordeling worden verricht om de daadwerkelijke uitvoering van corrigerende maatregelen na te gaan. |
|
9.4. |
Het beoordelingsverslag moet minstens de volgende gegevens bevatten:
a)
de unieke identificatie van de technische dienst;
b)
de datum of de data van de beoordeling ter plaatse;
c)
de naam van de bij de beoordeling betrokken controleur(s) en/of deskundigen;
d)
de unieke identificatie van alle beoordeelde locaties;
e)
het voorgestelde toepassingsgebied voor aanwijzing dat werd beoordeeld;
f)
een verklaring betreffende de doelmatigheid van de interne organisatie en procedures van de technische dienst die het vertrouwen in de competentie van de dienst bevestigt, in samenhang met het voldoen aan de eisen voor aanwijzing;
g)
informatie over het oplossen van alle gevallen van niet-conformiteit;
h)
een aanbeveling om de aanvrager al dan niet aan te wijzen of te bevestigen als technische dienst, en zo ja, het toepassingsgebied van de aanwijzing. |
10. Toekennen, bevestigen of verruimen van een aanwijzing
|
10.1. |
De bevoegde instantie neemt zo snel mogelijk een besluit over de toekenning, bevestiging of uitbreiding van een aanwijzing op basis van het (de) beoordelingsverslag(en) en alle andere relevante informatie. |
|
10.2. |
De bevoegde instantie geeft een certificaat af aan de technische dienst. Dit certificaat bevat de volgende gegevens:
a)
de identificatiegegevens en het logo van de bevoegde instantie;
b)
de unieke identificatiegegevens van de aangewezen technische dienst;
c)
de werkelijke datum van de aanwijzing en de datum waarop de aanwijzing verstrijkt;
d)
een korte omschrijving of een verwijzing naar het toepassingsgebied van de aanwijzing (toepasselijke regelgevingshandelingen of gedeelten daarvan);
e)
een verklaring van conformiteit en een verwijzing naar deze verordening. |
11. Herbeoordeling en controle
|
11.1. |
Een herbeoordeling is vergelijkbaar met een eerste beoordeling, met dien verstande dat tevens rekening wordt gehouden met de ervaringen tijdens voorgaande beoordelingen. Controlebeoordelingen ter plaatse zijn minder uitgebreid dan herbeoordelingen. |
|
11.2. |
De bevoegde instantie stelt haar plan voor herbeoordeling en controle van elke aangewezen technische dienst zodanig op dat regelmatig representatieve steekproeven van het toepassingsgebied van de aanwijzing worden beoordeeld. De tijd tussen beoordelingen ter plaatse in het kader van herbeoordeling of controle, hangt af van de gelijkmatigheid waarvan de technische dienst blijk heeft gegeven. |
|
11.3. |
Wanneer bij een controle of herbeoordeling gevallen van niet-conformiteit worden vastgesteld, stelt de bevoegde instantie strikte termijnen vast voor het nemen van corrigerende maatregelen. |
|
11.4. |
Wanneer de maatregelen ter correctie of verbetering niet binnen de afgesproken termijn zijn genomen of ontoereikend worden geacht, neemt de bevoegde instantie passende maatregelen, zoals het verrichten van een bijkomende beoordeling of de schorsing/intrekking van de aanwijzing voor een of meer van de activiteiten waarvoor de technische dienst is aangewezen. |
|
11.5. |
Wanneer de bevoegde instantie besluit om de aanwijzing van een technische dienst te schorsen of in te trekken, brengt zij de technische dienst daarvan per aangetekend schrijven op de hoogte. De bevoegde instantie neemt in ieder geval alle nodige maatregelen om de continuïteit te waarborgen van de activiteiten waarmee de technische dienst reeds een aanvang heeft gemaakt. |
12. Registers betreffende aangewezen technische diensten
|
12.1. |
De bevoegde instantie houdt registers van technische diensten bij, ten bewijze dat daadwerkelijk aan de eisen voor aanwijzing, onder meer qua competentie, is voldaan. |
|
12.2. |
De bevoegde instantie beveiligt de registers betreffende de technische diensten teneinde de vertrouwelijkheid te waarborgen. |
|
12.3. |
De registers betreffende de technische diensten omvatten ten minste de volgende elementen:
a)
relevante correspondentie;
b)
stukken en verslagen betreffende de beoordelingen;
c)
afschriften van aanwijzingscertificaten. |
BIJLAGE IV
PROCEDURES VOOR DE OVEREENSTEMMING VAN DE PRODUCTIE
1. Doelstellingen
|
1.1. |
De procedure voor de overeenstemming van de productie heeft tot doel te garanderen dat alle voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken conform het goedgekeurde type worden geproduceerd. |
|
1.2. |
De procedure voor de overeenstemming van de productie omvat altijd de beoordeling van de kwaliteitbewakingssystemen, in punt 2 de „eerste beoordeling” genoemd, en de verificatie van het goedgekeurde object en productgerelateerde controles, in punt 3 „maatregelen voor de overeenstemming van de productie” genoemd. |
2. Eerste beoordeling
|
2.1. |
Alvorens typegoedkeuring te verlenen, gaat de goedkeuringsinstantie na of de fabrikant afdoende maatregelen en procedures heeft vastgesteld om ervoor te zorgen dat voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken conform het goedgekeurde type worden geproduceerd. |
|
2.2. |
Aanwijzingen voor het verrichten van die beoordelingen zijn te vinden in norm EN ISO 19011:2011 — Richtlijnen voor het uitvoeren van audits van managementsystemen. |
|
2.3. |
Naleving van de voorschriften van punt 2.1 wordt door de goedkeuringsinstantie als volgt gecontroleerd: De goedkeuringsinstantie moet tevreden zijn over de eerste beoordeling en de in punt 3 bedoelde maatregelen voor de overeenstemming van de productie, waarbij zo nodig rekening gehouden wordt met een van de in de punten 2.3.1 tot en met 2.3.3 beschreven maatregelen of — naargelang van het geval — een volledige of onvolledige combinatie daarvan.
|
|
2.4. |
Bij de typegoedkeuring van een voertuig hoeven de eerste beoordelingen die zijn uitgevoerd voor de verlening van de goedkeuring van systemen, onderdelen en technische eenheden van het voertuig niet te worden herhaald, maar moeten deze wel worden aangevuld met een beoordeling van de locaties en activiteiten die betrekking hebben op de assemblage van het complete voertuig, die niet eerder zijn beoordeeld. |
3. Maatregelen voor de overeenstemming van de productie
|
3.1. |
Alle voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken waarvoor krachtens een aan de herziene overeenkomst van 1958 gehecht VN-reglement en deze verordening goedkeuring is verleend, worden zo vervaardigd dat zij conform het goedgekeurde type zijn en voldoen aan de voorschriften van deze bijlage, voornoemd VN-reglement en deze verordening. |
|
3.2. |
Alvorens een typegoedkeuring te verlenen krachtens deze verordening en een aan de herziene overeenkomst van 1958 gehecht VN-reglement verifieert de goedkeuringsinstantie of er behoorlijke regelingen betreffende productconformiteit en gedocumenteerde plannen zijn, die bij elke goedkeuring in overleg met de fabrikant moeten worden opgesteld, om op gezette tijden die tests of bijbehorende controles uit te voeren die nodig zijn om na te gaan of er nog steeds conformiteit is met het goedgekeurde type, waartoe in voorkomende gevallen ook de tests behoren die zijn vastgesteld in deze verordening en voornoemd VN-reglement. |
|
3.3. |
In het bijzonder moet de houder van de typegoedkeuring:
3.3.1.
ervoor zorgen dat er procedures bestaan voor een doeltreffende controle van de conformiteit van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken met het goedgekeurde type en dat deze ook worden toegepast;
3.3.2.
toegang hebben tot de test- of andere geschikte apparatuur die nodig is om de conformiteit met elk goedgekeurd type te verifiëren;
3.3.3.
ervoor zorgen dat de resultaten en gegevens van tests en verificaties worden vastgelegd en dat bijgevoegde documenten gedurende een in overleg met de goedkeuringsinstantie vastgestelde periode van ten hoogste tien jaar beschikbaar blijven;
3.3.4.
de resultaten van elk soort test of verificatie analyseren om na te gaan en te garanderen dat de eigenschappen van het product stabiel blijven, daarbij rekening houdend met de variaties van een industriële productie;
3.3.5.
ervoor zorgen dat voor elk soort product ten minste de in deze verordening voorgeschreven verificaties worden verricht, alsmede de tests die zijn voorgeschreven in de toepasselijke in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen;
3.3.6.
ervoor te zorgen dat, wanneer een reeks monsters of proefstukken bij de betreffende soort proef niet conform blijken te zijn, er verdere bemonstering en beproeving volgen. Alle nodige maatregelen worden getroffen om de conformiteit van het productieproces voor het goedgekeurde type te herstellen. |
|
3.4. |
In het geval van stapsgewijze, gemengde of meerfasentypegoedkeuring kan de goedkeuringsinstantie die typegoedkeuring voor een geheel voertuig verleent, een goedkeuringsinstantie die typegoedkeuring heeft verleend voor een betrokken systeem, onderdeel of technische eenheid verzoeken om specifieke gegevens met betrekking tot de naleving van de in deze bijlage vastgestelde voorschriften voor de overeenstemming van de productie. |
|
3.5. |
De goedkeuringsinstantie die typegoedkeuring voor een geheel voertuig verleent en niet tevreden is met de gemelde informatie zoals bedoeld in punt 3.4 en dit schriftelijk heeft medegedeeld aan de betrokken fabrikant en de goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring voor het systeem, het onderdeel of de technische eenheid heeft verleend, verlangt het uitvoeren van aanvullende controles of verificaties van de overeenstemming van de productie, die worden uitgevoerd op de vestiging(en) van de fabrikant(en) van die systemen, onderdelen of technische eenheden. De resultaten van die aanvullende controles of verificaties van de overeenstemming van de productie worden onmiddellijk ter beschikking van die goedkeuringsinstantie gesteld. |
|
3.6. |
Indien de punten 3.4 en 3.5 van toepassing zijn en de goedkeuringsinstantie die typegoedkeuring voor een geheel voertuig verleent niet tevreden is met de resultaten van de aanvullende controle of verificatie, zorgt de fabrikant ervoor dat de overeenstemming van de productie zo spoedig mogelijk wordt hersteld naar tevredenheid van die goedkeuringsinstantie en van de goedkeuringsinstantie die typegoedkeuring voor het systeem, het onderdeel of de technische eenheid verleent. |
4. Vervolgmaatregelen aangaande de controle
|
4.1. |
De goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft verleend, kan te allen tijde in elk productiebedrijf de aldaar toegepaste methoden voor controle van de overeenstemming van de productie verifiëren door middel van periodieke controles. De fabrikant moet die instantie daartoe toegang verschaffen tot productie-, keurings-, test-, opslag- en distributievestigingen en alle noodzakelijke gegevens verstrekken over de documentatie en dossiers van het kwaliteitsbeheersysteem.
|
|
4.2. |
Bij elke evaluatie moeten de test-, verificatie- en productiegegevens, met name dossiers van die tests of controles die vereist zijn volgens punt 2.2, ter beschikking worden gesteld van de inspecteur. |
|
4.3. |
De inspecteur mag willekeurig monsters nemen, die in het laboratorium van de fabrikant of in de voorzieningen van de technische dienst moeten worden getest. In een dergelijk geval wordt er alleen een fysieke test uitgevoerd. Het minimumaantal monsters mag worden bepaald op basis van de resultaten van de controles die de fabrikant zelf heeft uitgevoerd. |
|
4.4. |
Indien het niveau van de controle onvoldoende blijkt, of indien het nodig blijkt de geldigheid van de overeenkomstig punt 4.2 uitgevoerde tests te controleren, selecteert de inspecteur monsters, die naar een technische dienst moeten worden gezonden om fysieke tests uit te voeren overeenkomstig de voorschriften voor de overeenstemming van de productie die zijn vastgesteld in de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen. |
|
4.5. |
Indien de tijdens een inspectie of verificatie verkregen resultaten onbevredigend zijn, neemt de goedkeuringsinstantie alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de fabrikant de overeenstemming van de productie zo snel mogelijk herstelt. |
|
4.6. |
Indien naleving van VN-reglementen krachtens deze verordening vereist is, mag de fabrikant deze bijlage toepassen als een gelijkwaardig alternatief voor de voorschriften voor de overeenstemming van de productie in de toepasselijke VN-reglementen. Als punt 4.4 of 4.5 van toepassing is, moet echter naar tevredenheid van de goedkeuringsinstantie worden voldaan aan alle afzonderlijke voorschriften voor de overeenstemming van de productie in de VN-reglementen, totdat de goedkeuringsinstantie besluit dat de overeenstemming van de productie is hersteld. |
BIJLAGE V
BEPERKINGEN VOOR KLEINE SERIES EN RESTANTVOORRADEN
A. KWANTITATIEVE JAARLIJKSE BEPERKINGEN VOOR KLEINE SERIES
|
1. |
Het aantal voertuigen van één type dat per jaar in de Unie wordt geregistreerd, op de markt wordt aangeboden of in gebruik wordt genomen, mag krachtens artikel 41 niet groter zijn dan de kwantitatieve jaarlijkse beperking die in de onderstaande tabel voor de betrokken voertuigcategorie is aangegeven:
|
|
2. |
Het aantal voertuigen van één type dat per jaar in een lidstaat wordt geregistreerd, op de markt wordt aangeboden of in gebruik wordt genomen, wordt vastgesteld door die lidstaat maar mag krachtens artikel 42 niet groter zijn dan de kwantitatieve jaarlijkse beperking die in de onderstaande tabel voor de betrokken voertuigcategorie is aangegeven:
|
B. BEPERKINGEN VOOR RESTANTVOORRADEN
Het maximumaantal complete en voltooide voertuigen dat in een lidstaat overeenkomstig de „restantvoorraad”-procedure in gebruik wordt genomen, wordt op een van de volgende wijzen — naar keuze van de lidstaat — beperkt:
Het maximumaantal voertuigen van een of meer typen mag in het geval van categorie M1 niet meer bedragen dan 10 % en in het geval van alle andere categorieën niet meer dan 30 % van alle betrokken voertuigtypen die in de lidstaat in het voorgaande jaar in gebruik zijn genomen. Mocht 10 %, respectievelijk 30 %, minder zijn dan 100 voertuigen, dan mag de lidstaat de ingebruikneming van maximaal 100 voertuigen toestaan.
Voertuigen van een bepaald type worden beperkt tot die waarvoor op of na de fabricagedatum van het voertuig een geldig certificaat van overeenstemming is afgegeven dat na de datum van afgifte ten minste drie maanden geldig is geweest, maar vervolgens door het van kracht worden van een regelgevingstekst zijn geldigheid heeft verloren.
BIJLAGE VI
LIJST VAN VOERTUIGDELEN OF UITRUSTINGSSTUKKEN DIE EEN ERNSTIG RISICO KUNNEN VORMEN VOOR HET CORRECT FUNCTIONEREN VAN SYSTEMEN DIE ESSENTIEEL ZIJN VOOR DE VEILIGHEID VAN HET VOERTUIG OF VOOR ZIJN MILIEUPRESTATIES, DE PRESTATIEVEREISTEN VAN DERGELIJKE VOERTUIGDELEN OF UITRUSTINGSSTUKKEN, DE PASSENDE TESTPROCEDURES EN DE VOORSCHRIFTEN INZAKE HET MERKEN EN HET VERPAKKEN
I. Voertuigdelen of uitrustingsstukken die een aanzienlijke invloed hebben op de veiligheid van het voertuig
|
Item nr. |
Beschrijving van het item |
Prestatievereiste |
Testprocedure |
Voorschriften voor het merken |
Voorschriften voor het verpakken |
|
1 |
[…] |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
II. Voertuigdelen of uitrustingsstukken die een aanzienlijke invloed hebben op de milieuprestaties van het voertuig
|
Item nr. |
Beschrijving van het item |
Prestatievereiste |
Testprocedure |
Voorschriften voor het merken |
Voorschriften voor het verpakken |
|
1 |
[…] |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
BIJLAGE VII
REGELGEVINGSHANDELINGEN IN VERBAND WAARMEE EEN FABRIKANT ALS TECHNISCHE DIENST KAN WORDEN AANGEWEZEN
1. Doelstellingen en toepassingsgebied
|
1.1. |
Deze bijlage bevat de lijst van de regelgevingshandelingen in verband waarmee een interne technische dienst van een fabrikant als technische dienst kan worden aangewezen overeenkomstig artikel 72, lid 1. |
|
1.2. |
Zij bevat ook passende voorschriften voor de aanwijzing van een interne technische dienst van een fabrikant als technische dienst, die moeten worden toegepast in het kader van de typegoedkeuring van voertuigen, onderdelen en technische eenheden waarop deel I van bijlage II van toepassing is. |
|
1.3. |
Deze bijlage is echter niet van toepassing op fabrikanten die EU-typegoedkeuring aanvragen voor in kleine series geproduceerde voertuigen zoals bedoeld in artikel 41. |
2. Aanwijzing van een interne technische dienst van een fabrikant als technische dienst
|
2.1. |
Een interne technische dienst van een fabrikant die als technische dienst wordt aangewezen is een fabrikant die door de typegoedkeuringsinstantie is aangewezen om namens haar als testlaboratorium goedkeuringstests te verrichten. Met „tests verrichten” wordt niet alleen het meten van prestaties bedoeld, maar ook de registratie van testresultaten en de indiening van een rapport met de relevante conclusies bij de typegoedkeuringsinstantie. Ook omvat het de verificatie van conformiteit met de voorschriften waarvoor niet noodzakelijkerwijs metingen hoeven te worden verricht. Dit is het geval voor de beoordeling van de naleving door een ontwerp van de wettelijke voorschriften. |
3. Lijst van regelgevingshandelingen en beperkingen
|
|
Onderwerp |
Regelgevingshandeling |
|
4A |
Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1003/2010 |
|
7A |
Geluidssignaalvoorzieningen en geluidssignalen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 28 |
|
10A |
Elektromagnetische compatibiliteit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 10 |
|
18A |
Voorgeschreven constructieplaat en VIN |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 19/2011 |
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
|
33A |
Plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 121 |
|
34A |
Ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 672/2010 |
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
|
36A |
Verwarmingssystemen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 122 Met uitzondering van de bepalingen in bijlage 8 met betrekking tot verwarmingstoestellen op lpg en lpg-verwarmingssystemen |
|
37A |
Wielafschermingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
|
44A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
45A |
Materialen voor veiligheidsruiten en de montage ervan in voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 43 Beperkt tot de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 21 |
|
46A |
Montage van banden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 458/2011 |
|
46B |
Bepaling van rolweerstand |
Verordening (EU) 2017/2400, bijlage X |
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 Beperkt tot de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 5 (tot en met punt 8) en bijlage 7 |
|
61 |
Aircosysteem |
Richtlijn 2006/40/EG |
Aanhangsel
Aanwijzing van een interne technische dienst van een fabrikant als technische dienst en uitbestedingen
1. Algemeen
|
1.1. |
De aanwijzing en aanmelding van een interne technische dienst van een fabrikant als technische dienst gebeurt overeenkomstig de artikelen 68 tot en met 81 en eventuele uitbestedingen gebeuren overeenkomstig dit aanhangsel. |
2. Uitbesteding
|
2.1. |
Overeenkomstig artikel 71, lid 1, mag een technische dienst een onderaannemer benoemen om namens hem tests te verrichten. |
|
2.2. |
Voor de toepassing van dit aanhangsel wordt verstaan onder „onderaannemer”: een dochteronderneming van de technische dienst die door die technische dienst is belast met het verrichten van tests binnen de eigen organisatie, of een derde die door die technische dienst is ingehuurd om tests te verrichten. |
|
2.3. |
Ook wanneer de fabrikant gebruikmaakt van een onderaannemer moet hij voldoen aan de voorschriften in de artikelen 69, 70, 80 en 81, met name met betrekking tot de vaardigheden van de technische diensten en de naleving van norm EN ISO/IEC 17025:2005. |
|
2.4. |
Punt 2 van bijlage VII is van toepassing op de onderaannemer. |
3. Testrapport
Testrapporten worden opgesteld in overeenstemming met de in artikel 30, lid 3, bedoelde uitvoeringshandelingen.
BIJLAGE VIII
VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN VIRTUELE TESTMETHODEN DOOR EEN FABRIKANT OF EEN TECHNISCHE DIENST
1. Doelstellingen en toepassingsgebied
Deze bijlage bevat voorschriften voor virtueel testen overeenkomstig artikel 30, lid 7.
2. Lijst van regelgevingshandelingen
|
|
Onderwerp |
Regelgevingshandeling |
|
3B |
Beschermingen aan de achterzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
|
6A |
Toegang tot en manoeuvreerbaarheid van voertuigen (treden, treeplanken en handgrepen) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
|
6B |
Deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
|
8A |
Voorzieningen voor indirect zicht en de installatie ervan |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
|
12A |
Binnenuitrusting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 21 |
|
16A |
Naar buiten uitstekende delen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 26 |
|
20A |
Installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen op voertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
|
27A |
Sleepvoorzieningen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
|
32A |
Gezichtsveld naar voren |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 125 |
|
35A |
Wis- en sproeisystemen voor de voorruit |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
|
37A |
Wielafschermingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
|
42A |
Zijdelingse bescherming van vrachtwagens |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 73 |
|
48A |
Massa's en afmetingen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
|
49A |
Bedrijfsvoertuigen wat de naar buiten uitstekende delen vóór de achterwand van de cabine betreft |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
|
50A |
Mechanische koppelinrichtingen en onderdelen ervan bij voertuigcombinaties |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
|
50B |
Kortkoppelinrichting; montage van een goedgekeurd type kortkoppelinrichting |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 102 |
|
52A |
Voertuigen van categorieën M2 en M3 |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 107 |
|
52B |
Sterkte van de bovenbouw van grote passagiersvoertuigen |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 66 |
|
57A |
Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden en de installatie ervan; bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 93 |
Aanhangsel 1
Algemene voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden
1. Patroon van de virtuele test
Als basisstructuur voor de beschrijving en uitvoering van virtuele tests wordt het volgende schema gebruikt:
doel,
structuurmodel,
randvoorwaarden,
belastingsparameters,
berekening,
beoordeling,
documentatie.
2. Basisbeginselen voor computersimulatie en -berekening
2.1. Wiskundig model
Het wiskundige model wordt door de fabrikant ter beschikking gesteld. Het moet een weerspiegeling zijn van de complexiteit van de constructie van de te testen voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in verband met de voorschriften van de toepasselijke regelgevingshandelingen en de randvoorwaarden ervan.
Dezelfde voorschriften zijn van toepassing op het onafhankelijk van het voertuig als geheel testen van onderdelen of technische eenheden.
2.2. Validering van het wiskundige model
Het wiskundig model wordt tegen de werkelijke testomstandigheden gevalideerd.
Hiertoe wordt een fysieke test uitgevoerd om de resultaten bij gebruik van het wiskundige model te kunnen vergelijken met de resultaten van een fysieke test. Er moet worden aangetoond dat de testresultaten vergelijkbaar zijn. De fabrikant of de technische dienst stelt een valideringsrapport op en dient dat in bij de goedkeuringsinstantie.
Elke wijziging in het wiskundige model of de software die afbreuk kan doen aan de geldigheid van het valideringsrapport wordt gemeld aan de goedkeuringsinstantie, die kan opdragen een nieuwe validering uit te voeren.
Het stroomschema voor de validering is opgenomen in aanhangsel 3.
2.3. Documentatie
De fabrikant documenteert de gegevens en hulpmiddelen die bij de simulatie en berekening zijn gebruikt en stelt deze ter beschikking van de technische dienst.
3. Hulpmiddelen en ondersteuning
De fabrikant voorziet de technische dienst op verzoek van de nodige instrumenten voor het verrichten van virtuele tests, waaronder de juiste software, of verleent die technische dienst toegang tot die instrumenten.
Ook verleent de fabrikant de benodigde ondersteuning aan de technische dienst.
De door de fabrikant aan een technische dienst verleende toegang en ondersteuning ontheffen de technische dienst niet van zijn verplichtingen inzake de vaardigheden van zijn personeel, de betaling van licentierechten en de vertrouwelijkheid.
Aanhangsel 2
Specifieke voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden
1. Lijst van regelgevingshandelingen
|
|
Regelgevingshandeling |
Bijlage en punt |
Bijzondere voorwaarden |
|
3B |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 58 |
De punten 2.3, 7.3 en 25.6 van VN-Reglement nr. 58 |
Afmetingen en weerstand tegen krachten |
|
6A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 130/2012 |
Bijlage II, delen 1 en 2, bij Verordening (EU) nr. 130/2012 |
Afmetingen van treden, treeplanken en handgrepen |
|
6B |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 11 |
Bijlage 3 bij VN-Reglement nr. 11 Bijlage 4, punt 2.1, bij VN-Reglement nr. 11 Bijlage 5 bij VN-Reglement nr. 11 |
Trekproeven en weerstand van de sloten tegen versnellingen |
|
8A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 46 |
Punt 15.2.4 van VN-Reglement nr. 46 |
Voorgeschreven gezichtsvelden van achteruitkijkspiegels |
|
12A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 21 |
a) Punten 5 tot en met 5.7 van VN-Reglement nr. 21 |
a) Meten van alle kromtestralen en alle uitsteeksels, met uitzondering van die voorschriften waarbij een kracht moet worden uitgeoefend om overeenstemming met de bepalingen te verifiëren |
|
b) Punt 2.3 van VN-Reglement nr. 21 |
b) Bepaling van de trefzone van het hoofd |
||
|
16A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 26 |
Punt 5.2.4 van VN-Reglement nr. 26 Alle voorschriften van de punten 5 (algemene specificaties) en 6 (bijzondere specificaties) van VN-Reglement nr. 26 |
Meten van alle kromtestralen en alle uitsteeksels, met uitzondering van die voorschriften waarbij een kracht moet worden uitgeoefend om overeenstemming met de bepalingen te verifiëren |
|
20A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 48 |
Punt 6 (Individuele specificaties), en de bijlagen 4, 5 en 6 bij VN-Reglement nr. 48 |
De in punt 6.22.9.2.2 bedoelde testrit wordt uitgevoerd op een reëel voertuig |
|
27A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
Bijlage II, punt 1.2, bij Verordening (EU) nr. 1005/2010 |
Statische trek- en compressiekracht |
|
32A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 125 |
Punt 5 (specificaties) van VN-Reglement nr. 125 |
Belemmering van het zicht en gezichtsveld |
|
35A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1008/2010 |
De punten 1.1.2 en 1.1.3 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1008/2010 |
Alleen vaststellen van het veegoppervlak |
|
37A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
Bijlage II, punt 2, bij Verordening (EU) nr. 1009/2010 |
Verificatie van de voorschriften voor de afmetingen |
|
42A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 73 |
Punt 12.10 van VN-Reglement nr. 73 |
Bestandheid tegen een horizontale kracht en meten van de doorbuiging |
|
48A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
a) Bijlage I, deel B, punten 7 en 8, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
a) Controle op overeenstemming met de voorschriften inzake manoeuvreerbaarheid, met inbegrip van de manoeuvreerbaarheid van met belastbare of liftassen uitgeruste voertuigen |
|
b) Bijlage I, deel C, punten 6 en 7, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 |
b) Meten van de maximale uitzwaai van de achterkant |
||
|
49A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 61 |
De punten 5 en 6 van VN-Reglement nr. 61 |
Meten van alle kromtestralen en alle uitsteeksels, met uitzondering van die voorschriften waarbij een kracht moet worden uitgeoefend om overeenstemming met de bepalingen te verifiëren |
|
50A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 55 |
a) Bijlage 5 „Voorschriften voor mechanische koppelinrichtingen” bij VN-Reglement nr. 55 |
a) Alle voorschriften van de punten 1 tot en met 8 |
|
b) Bijlage 6, punt 1.1, bij VN-Reglement nr. 55 |
b) Sterktetests van mechanische koppelingen van eenvoudig ontwerp mogen door virtuele tests worden vervangen |
||
|
c) Bijlage 6, punt 3, bij VN-Reglement nr. 55 |
c) Alleen de punten 3.6.1 (sterktetest), 3.6.2 (knikweerstand) en 3.6.3 (weerstand tegen buigmoment) |
||
|
52A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 107 |
Bijlage 3 bij VN-Reglement nr. 107 |
Punt 7.4.5 (berekeningsmethode) |
|
52B |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 66 |
Bijlage 9 bij VN-Reglement nr. 66 |
Computersimulatie van de kanteltest met het complete voertuig als equivalente goedkeuringsmethode |
|
57A |
Verordening (EG) nr. 661/2009 VN-Reglement nr. 93 |
Bijlage 5, punt 3, bij VN-Reglement nr. 93 |
Bestandheid tegen een horizontale kracht en meten van de doorbuiging |
Aanhangsel 3
Validering
BIJLAGE IX
PROCEDURES VOOR MEERFASENTYPEGOEDKEURING
1. Verplichtingen van fabrikanten
|
1.1. |
Het goede verloop van een meerfasentypegoedkeuring is afhankelijk van samenwerking door alle betrokken fabrikanten. Daartoe zorgen de goedkeuringsinstanties ervoor dat er, voordat typegoedkeuring aan de eerste of latere fase wordt verleend, goede afspraken zijn gemaakt tussen de betrokken fabrikanten wat betreft de levering en uitwisseling van documenten en gegevens, zodat het voltooide voertuigtype voldoet aan de technische voorschriften van alle toepasselijke in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen. Dergelijke informatie omvat gegevens met betrekking tot relevante typegoedkeuringen van systemen, onderdelen en afzonderlijke technische eenheden, alsmede van voertuigdelen die bij het incomplete voertuig behoren, maar nog niet zijn typegoedgekeurd. |
|
1.2. |
Iedere bij een meerfasentypegoedkeuring betrokken fabrikant is verantwoordelijk voor de goedkeuring en overeenstemming van de productie van alle systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden die door die fabrikant zijn vervaardigd dan wel door hem aan de vorige bouwfase zijn toegevoegd. De fabrikant van de volgende fase is niet verantwoordelijk voor aspecten die in een eerdere fase zijn goedgekeurd, tenzij die fabrikant de betrokken delen zodanig wijzigt dat de eerder verleende typegoedkeuring ongeldig wordt. |
2. Verplichtingen van goedkeuringsinstanties
|
2.1. |
De goedkeuringsinstantie gaat als volgt te werk:
a)
zij controleert of alle EU-typegoedkeuringscertificaten die zijn afgegeven op grond van de regelgevingshandelingen die van toepassing zijn op de typegoedkeuring van voertuigen, het voertuigtype in voltooide toestand omvatten en aan de voorschriften voldoen;
b)
zij zorgt ervoor dat alle desbetreffende gegevens, al naargelang van de staat van voltooiing van het voertuig, opgenomen worden in het informatiedossier;
c)
zij vergewist zich er aan de hand van de verstrekte documentatie van dat de voertuigspecificatie(s) en gegevens van het informatiedossier ook in de informatiepakketten en de overeenkomstig de toepasselijke regelgevingshandelingen afgegeven EU-typegoedkeuringscertificaten zijn opgenomen; indien bij een voltooid voertuig een nummer van een punt van het informatiedossier niet voorkomt in het informatiepakket van een van de regelgevingshandelingen, vergewist zij zich ervan dat het desbetreffende onderdeel of kenmerk overeenkomt met de gegevens van het informatiedossier;
d)
zij verricht keuringen, of laat deze verrichten, van onderdelen en systemen van een aantal representatieve exemplaren van het goed te keuren type voertuig om te controleren of het (de) voertuig(en) gebouwd is (zijn) overeenkomstig de desbetreffende gegevens in het gewaarmerkte informatiepakket met betrekking tot alle toepasselijke regelgevingshandelingen, en
e)
waar dat vereist is, verricht zij relevante controles, of laat zij deze verrichten, met betrekking tot de installatie van technische eenheden. |
|
2.2. |
Het aantal in de zin van punt 2.1, onder d), te keuren voertuigen moet voldoende zijn om, rekening houdend met de staat van voltooiing van het voertuig en volgens onderstaande criteria, een adequate controle mogelijk te maken van de verschillende combinaties waarvoor EU-typegoedkeuring moet worden verleend:
—
motor,
—
versnellingsbak,
—
aangedreven assen (aantal, plaats en onderlinge verbinding),
—
gestuurde assen (aantal en plaats),
—
carrosserievormen,
—
aantal deuren,
—
kant van het stuur,
—
aantal zitplaatsen,
—
niveau van de uitrusting.
|
3. Toepasselijke voorschriften
|
3.1. |
Meerfasentypegoedkeuringen worden verleend op basis van de voltooiingsfase van het voertuigtype en omvatten alle voor eerdere fasen verleende typegoedkeuringen. |
|
3.2. |
Voor de typegoedkeuring van een geheel voertuig is deze Verordening (met name de voorschriften van bijlage I en de specifieke regelgevingshandelingen in bijlage II) op dezelfde wijze van toepassing als wanneer de goedkeuring zou zijn verleend (of uitgebreid) aan de fabrikant van het basisvoertuig.
|
|
3.3. |
Als de goedkeuringsinstantie hiermee instemt, hoeft een aan de fabrikant van de volgende voltooiingsfase verleende typegoedkeuring van een geheel voertuig niet te worden uitgebreid of herzien wanneer een uitbreiding voor het voertuig van de voorgaande fase geen invloed heeft op de latere fase of op de technische gegevens van het voertuig. Het typegoedkeuringsnummer en de uitbreiding van het voertuig van de vorige fase(n) moet echter worden gekopieerd in het certificaat van overeenstemming van het voertuig van de volgende fase. |
|
3.4. |
Wanneer de laadruimte van een compleet of voltooid voertuig van categorie N of O is gewijzigd door een andere fabrikant voor de toevoeging van verwijderbare bevestigingsmiddelen voor opslag en bevestiging van de lading (bijvoorbeeld voering van de laadbak, opslagrekken en imperialen), kunnen dergelijke onderdelen worden behandeld als deel van de nuttige massa en is een typegoedkeuring niet nodig, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
de wijzigingen hebben geen invloed op de typegoedkeuring van het voertuig, behalve een toename van de feitelijke massa van het voertuig;
b)
de toegevoegde bevestigingsmiddelen kunnen worden verwijderd zonder het gebruik van speciaal gereedschap. |
4. Identificatie van het voertuig
|
4.1. |
Het bij Verordening (EU) nr. 19/2011 voorgeschreven VIN wordt tijdens alle daaropvolgende fasen van de typegoedkeuring behouden om de traceerbaarheid van het proces te waarborgen. |
|
4.2. |
In de tweede en latere fasen bevestigt iedere fabrikant ter aanvulling van de bij Verordening (EU) nr. 19/2011 voorgeschreven plaat nog een plaat op het voertuig, waarvan in het aanhangsel van deze bijlage een model wordt gegeven. Deze plaat wordt vast bevestigd op een in het oog springende en gemakkelijk toegankelijke plaats op een onderdeel dat normaal niet wordt vervangen zolang het voertuig in gebruik is. Daarop worden duidelijk en onuitwisbaar in de onderstaande volgorde de volgende gegevens vermeld:
—
de naam van de fabrikant;
—
de delen 1, 3 en 4 van het EU-typegoedkeuringsnummer;
—
de goedkeuringsfase;
—
het VIN van het basisvoertuig;
—
de technisch toelaatbare maximummassa van het voertuig in beladen toestand wanneer deze waarde tijdens de lopende goedkeuringsfase is veranderd;
—
de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van de combinatie (wanneer deze waarde tijdens de lopende goedkeuringsfase is veranderd of indien het voertuig een aanhangwagen mag trekken). „0” wordt gebruikt indien het voertuig geen aanhangwagen mag trekken;
—
de technisch toelaatbare maximummassa op elke as, waarbij de assen in volgorde van voren naar achteren worden vermeld, wanneer deze waarde tijdens de lopende goedkeuringsfase is veranderd;
—
in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de technisch toelaatbare maximummassa op het koppelpunt, wanneer deze waarde tijdens de lopende goedkeuringsfase is veranderd.
Tenzij in punt 4.1 en in onderhavig punt anders is vermeld, moet de aanvullende plaat aan de voorschriften van bijlage I en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 19/2011 voldoen. |
Aanhangsel
Model van de extra plaat van de fabrikant
Onderstaand voorbeeld dient uitsluitend ter indicatie.
NAAM VAN DE FABRIKANT (fase 3)
e2*201X/XX*2609
Fase 3
WD9VD58D98D234560
1 500 kg
2 500 kg
1-700 kg
2-810 kg
BIJLAGE X
TOEGANG TOT OBD-INFORMATIE EN REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE VAN VOERTUIGEN
1. Inleiding
Deze bijlage bevat technische voorschriften voor de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen.
2. Toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen
|
2.1. |
Een fabrikant brengt de nodige regelingen en procedures tot stand overeenkomstig artikel 61 om de toegankelijkheid op snel en makkelijk te raadplegen websites te waarborgen van OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig, in een gestandaardiseerd formaat en op niet-discriminerende wijze ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan erkende dealers en reparateurs. |
|
2.2. |
Goedkeuringsinstanties verlenen alleen typegoedkeuring als ze van de fabrikant een certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig hebben ontvangen. |
|
2.3. |
Het certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig dient als bewijs van conformiteit met artikel 64. |
|
2.4. |
Het certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig wordt opgesteld volgens het model in aanhangsel 1. |
|
2.5. |
De OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig bevat de volgende elementen:
2.5.1.
een eenduidige identificatie van het voertuig, systeem, onderdeel of de technische eenheid waarvoor de fabrikant verantwoordelijk is;
2.5.2.
servicehandboeken met service- en onderhoudsgegevens;
2.5.3.
technische handleidingen;
2.5.4.
informatie over onderdelen en diagnose (zoals de theoretische minimale en maximale meetwaarden);
2.5.5.
bedradingsschema's;
2.5.6.
de diagnostische foutcodes (met inbegrip van de eigen codes van de fabrikant);
2.5.7.
het identificatienummer van de softwarekalibratie dat op een voertuigtype van toepassing is;
2.5.8.
over en door middel van eigen instrumenten en apparatuur verstrekte informatie;
2.5.9.
informatie over gegevensregistratie en bidirectionele bewaking en testgegevens;
2.5.10.
standaard arbeidseenheden of tijdvakken voor reparatie- en onderhoudstaken, als deze aan erkende dealers en reparateurs van de fabrikant rechtstreeks of via een derde ter beschikking worden gesteld;
2.5.11.
in het geval van meerfasetypegoedkeuring de onder punt 3 vereiste informatie en alle andere informatie die nodig is om te voldoen aan de voorschriften van artikel 61. |
|
2.6. |
De fabrikant verstrekt aan belanghebbenden de volgende informatie:
2.6.1.
relevante informatie om de ontwikkeling mogelijk te maken van vervangingsonderdelen die voor het naar behoren functioneren van het OBD-systeem van wezenlijk belang zijn;
2.6.2.
informatie om de ontwikkeling van generieke diagnoseapparatuur mogelijk te maken. |
|
2.7. |
Voor de toepassing van punt 2.6.1 mag de ontwikkeling van vervangingsonderdelen niet worden beperkt door een of meer van de volgende omstandigheden:
2.7.1.
de onbeschikbaarheid van relevante informatie;
2.7.2.
technische voorschriften met betrekking tot storingsindicatiestrategieën als de OBD-drempelwaarden worden overschreden of als het OBD-systeem niet meer aan de fundamentele bewakingsvoorschriften van deze verordening kan voldoen;
2.7.3.
specifieke wijzigingen om de OBD-informatie met betrekking tot het gebruik van het voertuig op benzine of op gas afzonderlijk te kunnen verwerken;
2.7.4.
de typegoedkeuring van voertuigen op gas die een beperkt aantal minder belangrijke gebreken vertonen. |
|
2.8. |
Voor de toepassing van punt 2.6.2, wanneer fabrikanten diagnose- en testapparatuur overeenkomstig ISO 22900 — Modular Vehicle Communication Interface (MVCI) en ISO 22901 — Open Diagnostic Data Exchange (ODX) gebruiken in hun franchisenetwerken, moeten de ODX-bestanden via de website van de fabrikant toegankelijk zijn voor onafhankelijke marktdeelnemers. |
|
2.9. |
Met het oog op OBD, diagnostiek, reparatie en onderhoud van een voertuig wordt de directe gegevensstroom van het voertuig beschikbaar gesteld via de seriële gegevenspoort op de gestandaardiseerde connector voor gegevensverbinding als gespecificeerd in VN-Reglement nr. 83, bijlage 11, aanhangsel 1, punt 6.5.1.4 en VN-Reglement nr. 49, bijlage 9B, punt 4.7.3. Wanneer het voertuig in beweging is, worden de gegevens uitsluitend voor „alleen lezen”-functies (read-only functions) beschikbaar gesteld. |
3. Meerfasentypegoedkeuring
|
3.1. |
In het geval van meerfasentypegoedkeuring is de eindfabrikant verantwoordelijk voor het verlenen van toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig met betrekking tot zijn eigen fabricagefase(n) en de schakel tussen die fase(n) en de eraan voorafgaande fase(n). |
|
3.2. |
Daarnaast stelt de eindfabrikant op zijn website de volgende informatie beschikbaar voor onafhankelijke marktdeelnemers:
3.2.1.
het webadres van de voor de voorafgaande fase(n) verantwoordelijke fabrikant(en);
3.2.2.
de naam en het adres van alle voor de voorafgaande fase(n) verantwoordelijke fabrikanten;
3.2.3.
het (de) typegoedkeuringsnummer(s) van de voorafgaande fase(n);
3.2.4.
het motornummer. |
|
3.3. |
Elke voor een bepaalde fase of voor bepaalde fasen van de typegoedkeuring verantwoordelijke fabrikant is verantwoordelijk voor het verlenen van toegang via zijn website tot OBD-, reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen met betrekking tot de typegoedkeuringsfase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is en de schakel tussen die fase(n) en de eraan voorafgaande fase(n). |
|
3.4. |
De voor een bepaalde fase of voor bepaalde fasen van de typegoedkeuring verantwoordelijke fabrikant verstrekt de volgende informatie aan de voor de volgende fase verantwoordelijke fabrikant:
3.4.1.
het certificaat van overeenstemming dat betrekking heeft op de fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is;
3.4.2.
het certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig, met inbegrip van de bijlagen daarbij;
3.4.3.
het typegoedkeuringsnummer dat overeenstemt met de fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is;
3.4.4.
de onder de punten 3.4.1, 3.4.2 en 3.4.3 bedoelde documenten, zoals verstrekt door de bij de voorafgaande fase(n) betrokken fabrikant(en). |
|
3.5. |
Elke fabrikant staat de voor de volgende fase verantwoordelijke fabrikant toe de verstrekte documenten door te geven aan de voor iedere volgende fase en voor de eindfase verantwoordelijke fabrikanten. |
|
3.6. |
Daarnaast verleent de voor een bepaalde fase of voor bepaalde fasen van de typegoedkeuring verantwoordelijke fabrikant op contractbasis:
3.6.1.
de voor de volgende fase verantwoordelijke fabrikant toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig en informatie over de interface met betrekking tot de specifieke fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is;
3.6.2.
de voor een volgende typegoedkeuringsfase verantwoordelijke fabrikant op verzoek toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig en informatie over de interface met betrekking tot de specifieke fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is; |
|
3.7. |
Fabrikanten, met inbegrip van eindfabrikanten, kunnen slechts dan overeenkomstig artikel 63 om vergoedingen vragen indien het de specifieke fase(n) betreft waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Fabrikanten, met inbegrip van eindfabrikanten, vragen geen vergoeding voor het verstrekken van informatie over het webadres of de contactgegevens van andere fabrikanten. |
4. Aanpassingen voor de klant
|
4.1. |
In afwijking van punt 2 wordt, als het aantal systemen, onderdelen of technische eenheden dat voorwerp vormt van een bepaalde aanpassing voor de klant minder bedraagt dan 250 wereldwijd geproduceerde eenheden, de reparatie- en onderhoudsinformatie voor die aanpassing voor de klant op gemakkelijk en snel toegankelijke wijze aangeboden, en op niet-discriminerende wijze ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan, erkende dealers en reparateurs. Voor het onderhoud en de herprogrammering van de elektronische regeleenheden voor de aanpassing voor de klant stelt de fabrikant de desbetreffende eigen specialistische diagnose- of testapparatuur waarover erkende reparateurs kunnen beschikken ook beschikbaar voor onafhankelijke marktdeelnemers. De aanpassingen voor de klant worden op het moment van de typegoedkeuring vermeld op de website met reparatie- en onderhoudsinformatie van de fabrikant en op het certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig. |
|
4.2. |
Fabrikanten stellen de eigen specialistische diagnose- of testapparatuur voor het onderhoud van de voor de klant aangepaste systemen, onderdelen of technische eenheden middels verkoop en verhuur beschikbaar voor onafhankelijke marktdeelnemers. |
|
4.3. |
Op het moment van de typegoedkeuring vermeldt de fabrikant op het certificaat betreffende de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig de aanpassingen voor de klant waarvoor wordt afgeweken van de verplichting krachtens punt 2 om toegang te bieden tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig in een gestandaardiseerd formaat, alsmede alle met die aanpassingen verband houdende elektronische regeleenheden. Deze aanpassingen voor de klant en alle daarmee verband houdende elektronische regeleenheden worden tevens op de website met reparatie- en onderhoudsinformatie van de fabrikant vermeld. |
5. Kleine fabrikanten
|
5.1. |
In afwijking van punt 2 verstrekken fabrikanten van wie de jaarlijkse wereldwijde productie van een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid dat of die onder deze verordening valt, minder dan 1 000 voertuigen bedraagt voor voertuigen van de categorieën M1 en N1 of minder dan 250 eenheden bedraagt voor voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3 en O, toegang tot de reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig op gemakkelijk en snel toegankelijke wijze, en op niet-discriminerende wijze ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan, erkende dealers en reparateurs. |
|
5.2. |
Onder punt 5.1 vallende voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden worden op de website met reparatie- en onderhoudsinformatie van de fabrikant vermeld. |
|
5.3. |
De goedkeuringsinstantie stelt de Commissie in kennis van alle aan fabrikanten van kleine productievolumes verleende typegoedkeuringen. |
6. Voorschriften
|
6.1. |
Voor OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen die op websites beschikbaar is, geldt de in artikel 61 bedoelde toepasselijke gemeenschappelijke norm. Wie het recht wil om de informatie te dupliceren of te herpubliceren, onderhandelt daartoe rechtstreeks met de desbetreffende fabrikant. Ook wordt informatie over opleidingsmateriaal beschikbaar gesteld, maar die kan via andere media dan websites worden aangeboden. Informatie over alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig, aangeduid door het VIN en door aanvullende criteria zoals wielbasis, motorvermogen, uitrustingsniveau of opties, door de voertuigfabrikant is uitgerust en die kunnen worden vervangen door reserveonderdelen die door de voertuigfabrikant aan zijn erkende reparateurs of dealers of aan derden worden aangeboden met verwijzing naar de originele onderdeelnummers, wordt in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden ter beschikking gesteld in een databank die voor onafhankelijke marktdeelnemers gemakkelijk toegankelijk is. Deze databank omvat het VIN, de originele onderdeelnummers, de originele benaming van de onderdelen, geldigheidsattributen (datum begin en einde geldigheid), montagekenmerken en, indien van toepassing, structurele eigenschappen. De informatie in de databank wordt geregeld geactualiseerd. Indien die informatie beschikbaar is voor erkende dealers, omvat de actualisering in het bijzonder alle wijzigingen die aan individuele voertuigen zijn aangebracht na productie. |
|
6.2. |
Toegang tot door erkende dealers en reparateurs gebruikte beveiligingskenmerken van het voertuig wordt aan onafhankelijke marktdeelnemers verstrekt met behulp van beveiligingstechnologie die voldoet aan de volgende voorschriften:
6.2.1.
bij de uitwisseling van gegevens worden vertrouwelijkheid, integriteit en beveiliging tegen replay gewaarborgd;
6.2.2.
de norm https//ssl-tls (RFC4346) wordt toegepast;
6.2.3.
voor de wederzijdse authenticatie van onafhankelijke marktdeelnemers en fabrikanten wordt gebruikgemaakt van beveiligingscertificaten overeenkomstig internationale norm ISO 20828;
6.2.4.
de private sleutel van de onafhankelijke marktdeelnemer wordt met veilige hardware beveiligd. |
|
6.3. |
Het in artikel 66 vermelde forum Toegang tot voertuiginformatie zal de parameters vaststellen om volgens de stand van de techniek aan de in punt 6.2 bedoelde voorschriften te voldoen. De onafhankelijke marktdeelnemer wordt hiertoe goedgekeurd en geautoriseerd op basis van documenten waaruit blijkt dat hij legitieme handelsactiviteiten verricht en niet veroordeeld is voor relevante criminele activiteiten. |
|
6.4. |
De herprogrammering van regeleenheden wordt uitgevoerd volgens internationale norm ISO 22900-2 of SAE J2534 of TMC RP1210B, met behulp van niet aan eigendomsrechten gebonden hardware. Voor de validering van de compatibiliteit van de fabrikantspecifieke toepassing en de voertuigcommunicatie-interfaces (VCI's) overeenkomstig internationale norm ISO 22900-2 of SAE J2534 of TMC RP1210B, biedt de fabrikant een validering aan van onafhankelijk ontwikkelde VCI's, of verstrekt hij de vereiste informatie en geeft hij de eventueel vereiste speciale hardware in bruikleen waarmee een VCI-fabrikant deze validering zelf kan uitvoeren. Op vergoedingen voor dergelijke valideringen of dergelijke informatie en hardware zijn de voorwaarden van artikel 63, lid 1, van toepassing. |
|
6.5. |
De voorschriften van punt 6.4 zijn niet van toepassing op de herprogrammering van snelheidsbegrenzers en registratieapparatuur. |
|
6.6. |
Alle emissiegerelateerde diagnostische foutcodes zijn in overeenstemming met bijlage XI bij Verordening (EG) nr. 692/2008 en bijlage X bij Verordening (EU) nr. 582/2011. |
|
6.7. |
Wat de toegang tot niet aan de beveiliging van het voertuig gerelateerde OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig betreft, mag in de registratievoorschriften om als onafhankelijke marktdeelnemer van de website van de fabrikant gebruik te maken, alleen informatie worden gevraagd die nodig is om te bevestigen hoe voor de informatie zal worden betaald. Wat de toegang tot beveiligde delen van het voertuig betreft, verstrekt de onafhankelijke marktdeelnemer een certificaat overeenkomstig internationale norm ISO 20828 waarin hij zichzelf en de organisatie waarvan hij deel uitmaakt, identificeert; de fabrikant verstrekt daarop zijn eigen certificaat overeenkomstig internationale norm ISO 20828 waarin hij bevestigt dat de onafhankelijke marktdeelnemer een wettige site van de beoogde fabrikant bezoekt. Beide partijen houden een overzicht van de eventuele transacties bij, met vermelding van de voertuigen en de wijzigingen ervan krachtens deze bepaling. |
|
6.8. |
Fabrikanten vermelden op hun website met reparatie-informatie het typegoedkeuringsnummer per model. |
|
6.9. |
Als de OBD-informatie van het voertuig en de reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig op de website van de fabrikant geen specifieke relevante informatie bevat om retrofitsystemen voor alternatieve brandstoffen op correcte wijze te kunnen ontwerpen en bouwen, kan elke belangstellende fabrikant van retrofitsystemen voor alternatieve brandstoffen toegang krijgen tot de vereiste informatie door de fabrikant daar rechtstreeks om te verzoeken. De hiervoor benodigde contactgegevens zijn duidelijk aangegeven op de website van de fabrikant en de informatie wordt binnen een termijn van dertig dagen verstrekt. Deze informatie hoeft alleen te worden verstrekt voor retrofitsystemen voor alternatieve brandstoffen die onder VN-Reglement nr. 115 vallen of voor retrofitonderdelen voor alternatieve brandstoffen die deel uitmaken van systemen die onder VN-Reglement nr. 115 vallen. Bovendien hoeft die informatie alleen te worden verstrekt in antwoord op een verzoek waarin het voertuigmodel waarvoor de informatie nodig is duidelijk en exact wordt gespecificeerd en waarin uitdrukkelijk wordt bevestigd dat de informatie nodig is voor het ontwikkelen van retrofitsystemen voor alternatieve brandstoffen of onderdelen daarvan die onder VN-Reglement nr. 115 vallen. |
7. Typegoedkeuringsvoorschriften
|
7.1. |
Om typegoedkeuring te verkrijgen, dient de fabrikant het ingevulde certificaat in, waarvoor in aanhangsel 1 een model is opgenomen. |
|
7.2. |
Indien de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig niet beschikbaar is of niet voldoet aan de voorschriften van deze bijlage, verstrekt de fabrikant die informatie binnen zes maanden na de datum van de typegoedkeuring. |
|
7.3. |
De verplichting om binnen de in punt 7.2 vermelde termijn informatie te verstrekken, geldt alleen als het voertuig na typegoedkeuring in de handel wordt gebracht. Indien het voertuig meer dan zes maanden na het verlenen van de typegoedkeuring in de handel wordt gebracht, wordt de informatie verstrekt op de datum waarop het voertuig in de handel wordt gebracht. |
|
7.4. |
De goedkeuringsinstantie mag op basis van een ingevuld certificaat inzake de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig aannemen dat de fabrikant wat de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig betreft, afdoende regelingen en procedures tot stand heeft gebracht, mits er geen klachten waren en de fabrikant dit certificaat binnen de in punt 7.2 genoemde termijn verstrekt. |
Aanhangsel 1
Certificaat van de fabrikant met betrekking tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig
BIJLAGE A
WEBADRESSEN WAARNAAR IN DIT CERTIFICAAT WORDT VERWEZEN:
BIJLAGE B
CONTACTGEGEVENS VAN DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE FABRIKANT NAAR WIE IN DIT CERTIFICAAT WORDT VERWEZEN:
BIJLAGE C
TYPEN VOERTUIGEN, SYSTEMEN, ONDERDELEN OF TECHNISCHE EENHEDEN
Aanhangsel 2
OBD-informatie van het voertuig
|
1. |
De voertuigfabrikant moet de in dit aanhangsel vereiste informatie verstrekken om de fabricage van OBD-compatibele vervangings- of onderhoudsonderdelen en van diagnose- en testapparatuur mogelijk te maken. |
|
2. |
De volgende informatie wordt op verzoek en op niet-discriminerende wijze ter beschikking gesteld van belangstellende fabrikanten van onderdelen en diagnose- of testapparatuur:
2.1.
een beschrijving van het type en het aantal voorconditioneringscycli waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen;
2.2.
een beschrijving van het type OBD-demonstratiecyclus waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen met betrekking tot het onderdeel dat door het OBD-systeem wordt bewaakt;
2.3.
een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die in het kader van de strategie voor foutendetectie en MI-activering (vast aantal rijcycli of statistische methode) van een sensor zijn voorzien, inclusief een lijst van door sensoren bepaalde relevante secundaire parameters voor elk door het OBD-systeem bewaakt onderdeel en een lijst van alle OBD-outputcodes en -formaten (met een verklaring van elke code en elk formaat) voor afzonderlijke emissiegerelateerde onderdelen van de aandrijflijn en voor afzonderlijke niet-emissiegerelateerde onderdelen, voor zover de bewaking van het onderdeel dient om de MI-activering te bepalen. Met name bij voertuigtypen die gebruikmaken van een communicatielink volgens ISO 15765-4 „Wegvoertuigen — Diagnostische communicatie op Controller Area Networks (DoCAN) — Deel 4: Eisen voor emissiegebonden systemen”, moeten voor elke bewaakte ID van het OBD-systeem de in modus USD 05 Test ID USD 21 tot en met FF en in modus USD 06 Test ID USD 00 tot en met FF verstrekte gegevens uitvoerig worden toegelicht. Wanneer andere communicatieprotocolnormen worden toegepast, moet een even uitvoerige toelichting worden verstrekt. Deze informatie kan worden verstrekt in de vorm van een tabel, met de volgende kolom- en rijtitels: Onderdeel Foutcode, Bewakingsstrategie, Foutdetectiecriteria, MI-activeringscriteria, Secundaire parameters, Voorconditionering Demonstratietest. Katalysator P0420 Signalen van de zuurstofsensoren 1 en 2, Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2, 3e cyclus Toerental, belasting van de motor, A/F-modus, katalysatortemperatuur, Twee cycli van type 1, Type 1. |
|
3. |
Vereiste informatie voor de fabricage van diagnoseapparatuur Om de levering van generieke diagnoseapparatuur voor multimerkenreparateurs te vereenvoudigen, stellen voertuigfabrikanten de in de punten 3.1, 3.2 en 3.3 bedoelde informatie ter beschikking via hun websites met reparatie-informatie. Die informatie omvat alle functies van de diagnoseapparatuur en alle links naar reparatie-informatie en instructies voor het opsporen en oplossen van fouten. Voor de toegang tot de informatie kan een redelijke vergoeding worden gevraagd. 3.1. Communicatieprotocolinformatie De volgende informatie is vereist, ingedeeld volgens merk, model en variant van het voertuig, of een andere bruikbare definitie zoals het VIN of de voertuig- en systeemidentificatie:
3.1.1.
eventuele extra protocolinformatiesystemen om een volledige diagnose mogelijk te maken, naast de in bijlage 9B, punt 4.7.3, bij VN-Reglement nr. 49 en in bijlage 11, punt 6.5.1.4, bij VN-Reglement nr. 83 voorgeschreven standaarden, inclusief eventuele extra hard- of softwareprotocolinformatie, parameteridentificatie, transferfuncties, „keep alive”-voorschriften of fouttoestanden;
3.1.2.
bijzonderheden over het verkrijgen en interpreteren van foutcodes die niet voldoen aan de in bijlage 9B, punt 4.7.3, bij VN-Reglement nr. 49 en de in bijlage 11, punt 6.5.1.4, bij VN-Reglement nr. 83 voorgeschreven standaarden;
3.1.3.
een lijst van alle beschikbare „live data”-parameters, inclusief scaling en toegangsinformatie;
3.1.4.
een lijst van alle beschikbare functionele tests, inclusief activering of besturing van apparatuur en de middelen om deze uit te voeren;
3.1.5.
bijzonderheden over het verkrijgen van alle onderdeel- en statusinformatie, tijdstempels, foutcodes in behandeling en „freeze frames”;
3.1.6.
resetten van adaptieve leerparameters, codering van varianten en instelling van vervangingsonderdelen, en voorkeur van de klant;
3.1.7.
identificatie van de elektronische regeleenheid (ECU) en codering van varianten;
3.1.8.
bijzonderheden over het resetten van onderhoudsverklikkerlichten;
3.1.9.
plaats van de diagnoseconnector en bijzonderheden over de connector;
3.1.10.
identificatiecode van de motor. 3.2. Test en diagnose van door het OBD-systeem bewaakte onderdelen De volgende informatie moet worden overgelegd:
3.2.1.
een beschrijving van de tests om de functionaliteit aan te tonen, aan het onderdeel of in het harnas;
3.2.2.
informatie over de testprocedure inclusief testparameters en onderdeelinformatie;
3.2.3.
bijzonderheden over de verbinding, inclusief minimum- en maximuminput en -output en rij- en belastingswaarden;
3.2.4.
onder bepaalde rijomstandigheden, waaronder stationair draaien, te verwachten waarden;
3.2.5.
elektrische waarden voor het onderdeel in statische en dynamische toestand;
3.2.6.
storingsconditiewaarden voor elk van de scenario's;
3.2.7.
diagnosesequenties bij storingsconditie, inclusief foutenbomen en scenario om de storing op te lossen. 3.3. Vereiste gegevens om de reparatie uit te voeren De volgende informatie moet worden overgelegd:
3.3.1.
ECU- en onderdeelinitialisatie (wanneer vervangingsonderdelen worden gemonteerd);
3.3.2.
initialisatie van nieuwe en vervangings-ECU's, in voorkomend geval met gebruikmaking van „pass-through” (her-)programmeringstechnieken. |
BIJLAGE XI
CONCORDANTIETABEL
1. Verordening (EG) nr. 715/2007
|
Verordening (EG) nr. 715/2007 |
Deze verordening |
|
Artikel 1, lid 2 |
Artikel 86, lid 1, punt 2 |
|
Artikel 3, punten 14 en 15 |
Artikel 3, punten 48 en 45 |
|
Artikel 6 |
Artikel 61 |
|
Artikel 7 |
Artikel 63 |
|
Artikel 8 |
— |
|
Artikel 9 |
— |
|
Artikel 13, lid 2, onder e) |
Artikel 86, lid 1, punt 5 |
2. Verordening (EG) nr. 595/2009
|
Verordening (EG) nr. 595/2009 |
Deze verordening |
|
Artikel 1, tweede alinea |
Artikel 88, lid 1, punt 2 |
|
Artikel 3, punten 11 en 13 |
Artikel 3, punten 48 en 45 |
|
Artikel 6 |
Artikel 61 |
|
Artikel 11, lid 2, onder e) |
Artikel 84, lid 3, onder a) |
3. Richtlijn 2007/46/EG
|
Richtlijn 2007/46/EG |
Deze verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1, lid 1 |
|
— |
Artikel 1, lid 2 |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
Artikel 3, punt 1 |
— |
|
Artikel 3, punt 2 |
— |
|
Artikel 3, punt 3 |
Artikel 3, punt 1 |
|
Artikel 3, punt 4 |
Artikel 3, punt 3 |
|
Artikel 3, punt 5 |
Artikel 3, punt 2 |
|
Artikel 3, punt 6 |
Artikel 3, punt 6 |
|
Artikel 3, punt 7 |
Artikel 3, punt 8 |
|
Artikel 3, punt 8 |
Artikel 3, punt 9 |
|
Artikel 3, punt 9 |
Artikel 3, punt 10 |
|
Artikel 3, punt 10 |
Artikel 3, punt 11 |
|
Artikel 3, punt 11 |
Artikel 3, punt 16 |
|
Artikel 3, punt 12 |
Artikel 3, punt 17 |
|
Artikel 3, punt 13 |
Artikel 3, punt 15 |
|
Artikel 3, punt 14 |
— |
|
Artikel 3, punt 15 |
— |
|
Artikel 3, punt 16 |
— |
|
Artikel 3, punt 17 |
Artikel 3, punt 32 |
|
Artikel 3, punt 18 |
Artikel 3, punt 24 |
|
Artikel 3, punt 19 |
Artikel 3, punt 25 |
|
Artikel 3, punt 20 |
Artikel 3, punt 26 |
|
Artikel 3, punt 21 |
Artikel 3, punt 27 |
|
Artikel 3, punt 22 |
Artikel 3, punt 28 |
|
Artikel 3, punt 23 |
Artikel 3, punt 18 |
|
Artikel 3, punt 24 |
Artikel 3, punt 19 |
|
Artikel 3, punt 25 |
Artikel 3, punt 20 |
|
Artikel 3, punt 26 |
— |
|
Artikel 3, punt 27 |
Artikel 3, punt 40 |
|
Artikel 3, punt 28 |
Artikel 3, punt 41 |
|
Artikel 3, punt 29 |
Artikel 3, punt 36 |
|
Artikel 3, punt 30 |
— |
|
Artikel 3, punt 31 |
Artikel 3, punt 38 |
|
Artikel 3, punt 32 |
Artikel 3, punt 54 |
|
Artikel 3, punt 33 |
Artikel 3, punt 4 |
|
Artikel 3, punt 34 |
— |
|
Artikel 3, punt 35 |
— |
|
Artikel 3, punt 36 |
Artikel 3, punt 5 |
|
Artikel 3, punten 37 tot en met 40 |
— |
|
— |
Artikel 3, punt 7 |
|
— |
Artikel 3, punten 12, 13 en 14 |
|
— |
Artikel 3, punten 21, 22 en 23 |
|
— |
Artikel 3, punten 29, 30, 31, 33, 34 en 35 |
|
— |
Artikel 3, punt 37 |
|
— |
Artikel 3, punt 39 |
|
— |
Artikel 3, punten 42 tot en met 53 |
|
— |
Artikel 3, punten 55 tot en met 58 |
|
— |
Artikel 5, leden 2 en 3 |
|
— |
Artikel 6, lid 1, derde alinea, en leden 2 en 3 |
|
— |
Artikel 7, leden 2, 3 en 4 |
|
Artikel 4, lid 1 |
— |
|
Artikel 4, lid 2 |
Artikel 7, lid 1 |
|
Artikel 4, lid 3, eerste alinea |
Artikel 6, lid 4 |
|
Artikel 4, lid 3, tweede alinea |
Artikel 6, lid 5, eerste alinea |
|
Artikel 4, lid 4 |
Artikel 6, lid 1, eerste en tweede alinea |
|
— |
Artikel 6, lid 5, tweede alinea, en leden 6 tot en met 10 |
|
— |
Artikel 8 |
|
— |
Artikel 9 |
|
— |
Artikel 10 |
|
— |
Artikel 11 |
|
— |
Artikel 12 |
|
Artikel 5, lid 1 |
Artikel 13, lid 1 en lid 2, eerste alinea |
|
Artikel 5, lid 2, eerste alinea |
Artikel 13, lid 2, tweede alinea |
|
Artikel 5, lid 2, tweede alinea |
Artikel 13, lid 3 |
|
Artikel 5, lid 3 |
Artikel 13, lid 4, eerste zin |
|
— |
Artikel 13, lid 4, tweede zin, en leden 5 tot en met 10 |
|
— |
Artikel 14 |
|
— |
Artikel 15 |
|
— |
Artikel 16 |
|
— |
Artikel 17 |
|
— |
Artikel 18 |
|
— |
Artikel 19 |
|
— |
Artikel 20 |
|
— |
Artikel 21 |
|
Artikel 6, lid 1 |
Artikel 22, lid 1 |
|
— |
Artikel 22, leden 2 en 4 |
|
Artikel 6, lid 2 |
Artikel 25, lid 1 |
|
Artikel 6, lid 3 |
— |
|
Artikel 6, lid 4 |
Artikel 25, lid 2 |
|
Artikel 6, lid 5 |
Artikel 22, leden 5 en 6, en artikel 25, lid 3 |
|
Artikel 6, lid 6, en artikel 7, lid 1 |
Artikel 23 |
|
Artikel 6, lid 7 en artikel 7, lid 3 |
Artikel 25, lid 4 |
|
Artikel 6, lid 8, en artikel 7, lid 4 |
Artikel 30, lid 4 |
|
Artikel 7, lid 2 |
Artikel 24 |
|
Artikel 8, leden 1 en 2 |
Artikel 26, leden 1 en 3 |
|
— |
Artikel 26, leden 2 en 4 |
|
Artikel 8, lid 3 |
Artikel 26, lid 5 |
|
Artikel 8, lid 4 |
Artikel 28, lid 2 |
|
Artikel 8, leden 5 tot en met 8 |
Artikel 27, leden 1 en 2 |
|
— |
Artikel 27, lid 3 |
|
Artikel 9, lid 1 |
Artikel 5, lid 1 |
|
Artikel 9, lid 2 |
Artikel 22, lid 3 |
|
— |
Artikel 28, leden 1 en 3 |
|
Artikel 9, lid 3 |
Artikel 28, lid 4 |
|
Artikel 9, lid 4 |
Artikel 28, lid 5 |
|
Artikel 9, lid 5 |
— |
|
Artikel 9, leden 6 en 7 |
Artikel 28, leden 6 en 7 |
|
Artikel 10, leden 1 en 2 |
Artikel 29, lid 1 |
|
Artikel 10, lid 3 |
Artikel 29, lid 2 |
|
Artikel 10, lid 4 |
Artikel 29, lid 3 |
|
Artikel 11 |
Artikel 30, leden 1, 2 en 5 tot en met 8 |
|
Artikel 12, lid 1 |
Artikel 31, lid 1 |
|
— |
Artikel 31, lid 2 |
|
Artikel 12, lid 2, eerste alinea |
Artikel 31, lid 3 |
|
Artikel 12, lid 2, tweede alinea |
Artikel 31, lid 4 |
|
— |
Artikel 31, leden 5, 6 en 8 |
|
Artikel 12, lid 3 |
Artikel 31, lid 7 |
|
— |
Artikel 32 |
|
Artikel 13, lid 1 |
Artikel 33, lid 1 |
|
Artikel 13, lid 2 |
Artikel 33, lid 2 |
|
Artikel 13, lid 3 |
Artikel 33, leden 3 en 4 |
|
— |
Artikel 33, lid 5 |
|
Artikel 14, lid 1, en artikel 15, lid 1 |
Artikel 34, lid 1 |
|
Artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 2 |
Artikel 34, lid 2 |
|
Artikel 14, lid 3, en artikel 15, lid 3 |
Artikel 34, lid 3 |
|
Artikel 14, lid 4 |
Artikel 34, lid 4 |
|
Artikel 16, leden 1 en 2 |
Artikel 27, lid 1 |
|
Artikel 16, lid 3 |
Artikel 27, lid 2 |
|
Artikel 17, leden 1 tot en met 4 |
Artikel 35, leden 2 tot en met 5 |
|
Artikel 18, leden 1 en 3 |
Artikel 36, leden 1 en 4 |
|
— |
Artikel 36, lid 2 |
|
Artikel 18, lid 2 |
Artikel 36, lid 5 |
|
— |
Artikel 36, leden 6 en 7 |
|
Artikel 18, lid 4 |
Artikel 36, leden 8 en 9 |
|
Artikel 18, leden 5 en 6 |
Artikel 36, lid 4 |
|
Artikel 18, lid 7 |
Artikel 37, lid 2 |
|
Artikel 18, lid 8 |
Artikel 36, lid 3 |
|
— |
Artikel 37, leden 1 en 3 tot en met 9 |
|
— |
Artikel 38, lid 1 |
|
Artikel 19, leden 1 en 2 |
Artikel 38, lid 2 |
|
Artikel 19, lid 3 |
Artikel 38, lid 3 |
|
Artikel 20, lid 1 |
Artikel 39, lid 1 |
|
Artikel 20, lid 2, aanhef |
Artikel 39, lid 4 |
|
Artikel 20, lid 2, onder a) tot en met c) |
Artikel 39, lid 2 |
|
Artikel 20, lid 3 |
Artikel 39, lid 5 |
|
Artikel 20, lid 4, eerste alinea |
Artikel 39, lid 3 |
|
Artikel 20, lid 4, tweede alinea |
Artikel 39, lid 6 |
|
Artikel 20, lid 4, derde alinea |
Artikel 39, lid 7 |
|
Artikel 20, lid 5 |
— |
|
Artikel 21 |
Artikel 40 |
|
Artikel 22 |
Artikel 41 |
|
Artikel 23, lid 1 |
Artikel 42, lid 1 |
|
Artikel 23, leden 2 en 3 |
Artikel 42, lid 2 |
|
Artikel 23, lid 4 |
Artikel 42, lid 3 |
|
Artikel 23, lid 5 |
Artikel 42, lid 4 |
|
— |
Artikel 42, lid 5 |
|
Artikel 23, lid 6, eerste alinea |
Artikel 43, leden 1 en 2 |
|
Artikel 23, lid 6, tweede alinea |
Artikel 43, lid 3 |
|
Artikel 23, lid 6, derde alinea |
Artikel 43, lid 4 |
|
Artikel 23, lid 7 |
Artikel 43, lid 5 |
|
— |
Artikel 44 |
|
Artikel 24 |
Artikelen 45 en 46 |
|
Artikel 25 |
Artikel 47 |
|
Artikel 26, lid 1 |
Artikel 48, lid 1 |
|
Artikel 26, lid 2 |
— |
|
Artikel 26, lid 3 |
Artikel 48, lid 2 |
|
Artikel 27 |
Artikel 49 |
|
Artikel 28 |
Artikel 50 |
|
— |
Artikel 51 |
|
Artikel 29, lid 1, eerste alinea |
Artikel 51, leden 1 en 3 |
|
— |
Artikel 52, lid 2 |
|
— |
Artikel 52, lid 4 |
|
Artikel 29, lid 1, tweede alinea |
Artikel 53, leden 1 en 2 |
|
— |
Artikel 53, leden 3 en 4 |
|
Artikel 29, lid 2 |
Artikel 53, lid 5, eerste alinea |
|
— |
Artikel 53, lid 5, tweede alinea, en leden 6 en 8 |
|
Artikel 29, lid 3 |
Artikel 53, lid 7 |
|
Artikel 29, lid 4 |
— |
|
Artikel 30, lid 1 |
Artikel 53, lid 1 |
|
Artikel 30, lid 2, eerste alinea |
Artikel 53, lid 2 |
|
Artikel 30, lid 2, tweede alinea |
— |
|
Artikel 30, lid 3 |
Artikel 54, lid 1 |
|
Artikel 30, lid 4 |
Artikel 54, leden 2 en 3 en lid 4, eerste alinea |
|
Artikel 30, lid 5 |
Artikel 54, lid 4, tweede alinea |
|
Artikel 30, lid 6 |
Artikel 54, lid 5 |
|
Artikel 31, leden 1 tot en met 4 |
Artikel 55 |
|
Artikel 31, lid 5, eerste alinea |
Artikel 56, lid 1 |
|
Artikel 31, lid 5, tweede en derde alinea |
Artikel 56, lid 2 |
|
Artikel 31, leden 6 en 7 |
— |
|
Artikel 31, lid 8 |
Artikel 56, lid 3 |
|
Artikel 31, lid 9 |
Artikel 56, lid 4 |
|
— |
Artikel 56, lid 5 |
|
Artikel 31, lid 10 |
Artikel 56, lid 6 |
|
Artikel 31, lid 11 |
— |
|
Artikel 31, lid 12, eerste alinea |
Artikel 56, lid 7 |
|
Artikel 31, lid 12, tweede alinea |
— |
|
Artikel 31, lid 13 |
— |
|
Artikel 32 |
Artikel 53 |
|
Artikel 33 |
— |
|
Artikel 34, lid 1 |
Artikel 57, lid 1 |
|
Artikel 34, lid 2 |
Artikel 57, lid 2 |
|
Artikel 34, leden 3 en 4 |
— |
|
Artikel 35 |
Artikel 58 |
|
Artikel 36 |
— |
|
Artikel 37 |
Artikel 59 |
|
Artikel 38 |
Artikel 60 |
|
— |
Artikel 62 |
|
— |
Artikel 64 |
|
— |
Artikel 65 |
|
— |
Artikel 66 |
|
— |
Artikel 67 |
|
Artikel 39 |
Artikel 82 |
|
Artikel 40 |
Artikel 83 |
|
Artikel 41, leden 1 en 3 |
Artikel 68, lid 1 |
|
Artikel 41, lid 2 |
Artikel 80, lid 1 |
|
Artikel 41, lid 4 |
Artikel 70 |
|
Artikel 41, lid 5 |
Artikel 68, lid 2 |
|
— |
Artikel 69, leden 3 en 4 |
|
Artikel 41, lid 6 |
Artikel 72, lid 1 |
|
Artikel 41, lid 7 |
Artikel 72, leden 2 en 3 |
|
Artikel 41, lid 8 |
Artikel 68, lid 5 |
|
— |
Artikel 69 |
|
— |
Artikel 71 |
|
Artikel 42 |
Artikel 73 |
|
Artikel 43, leden 1 en 3 |
Artikel 74, lid 1 |
|
Artikel 43, lid 2 |
Artikel 74, lid 2 |
|
Artikel 43, lid 4 |
Artikel 75 |
|
Artikel 43, lid 5 |
Artikel 74, lid 3 |
|
— |
Artikel 76 |
|
— |
Artikel 77 |
|
— |
Artikel 78 |
|
— |
Artikel 79 |
|
— |
Artikel 80, leden 2 en 3 |
|
— |
Artikel 81 |
|
Artikel 44 |
Artikel 89 |
|
Artikel 45 |
Artikel 91 |
|
Artikel 46 |
Artikel 84 |
|
— |
Artikel 85 |
|
Artikel 47 |
Artikel 90 |
|
Artikel 48 |
— |
|
Artikel 49 |
Artikel 88 |
|
— |
Artikel 86 |
|
— |
Artikel 87 |
|
Artikel 50 |
Artikel 91 |
|
Artikel 51 |
— |
|
Bijlagen I en III |
Artikel 24, lid 4 |
|
Bijlage II, deel A, punten 1 tot en met 1.3.4. |
Artikel 4 |
|
Bijlage II, deel A, punten 2 tot en met 6.2, deel B, deel C, aanhangsels 1 en 2 |
Bijlage I |
|
Bijlage IV |
Bijlage II, delen I en II |
|
Bijlage V, aanhangsels 1 en 2 |
Bijlage III |
|
Bijlage V, aanhangsel 3 |
Artikel 30, lid 3 |
|
Bijlagen VI, VII en VIII |
Artikel 28, lid 3 |
|
Bijlage IX |
Artikel 36, lid 3 |
|
Bijlage X |
Bijlage IV |
|
Bijlage XI |
Bijlage IV, deel III |
|
Bijlage XII |
Bijlage V |
|
Bijlage XIII |
Bijlage VI |
|
Bijlage XIV |
— |
|
Bijlage XV |
Bijlage VII |
|
Bijlage XVI |
Bijlage VIII |
|
Bijlage XVII |
Bijlage IX |
|
— |
Bijlage X |
|
Bijlage XIX |
— |
|
Bijlage XX |
— |
|
Bijlage XXI |
Bijlage XI |
( 1 ) Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 1).
( 2 ) Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).
( 3 ) Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24).
( 4 ) Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).
( 5 ) Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4).
( 6 ) Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).
( 7 ) Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).
( 8 ) Richtlijn 80/181/EEG van de Raad van 20 december 1979 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van de meeteenheden, en tot intrekking van Richtlijn 71/354/EEG (PB L 39 van 15.2.1980, blz. 40).
( 9 ) Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie, en van Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).
( 10 ) Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2011 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 145 van 31.5.2011, blz. 1).
( 11 ) Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuringsvoorschriften voor massa's en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 21.12.2012, blz. 31).
( 12 ) Indien een kentekenbewijs ontbreekt, kan de bevoegde instantie verwijzen naar beschikbare documenten ter staving van de fabricagedatum of van de eerste aankoop.
( 13 ) PB L 135 van 31.5.2018, blz. 1.
( 14 ) PB L 346 van 17.12.1997, blz. 78.
( 15 ) Zie UNECE TRANS/WP.29/343 voor latere wijzigingen.