02017R1018 — NL — 17.06.2017 — 000.002


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/1018 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2016

tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten met technische reguleringsnormen ter specificatie van de informatie die door beleggingsondernemingen, marktexploitanten en kredietinstellingen moet worden verstrekt

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 155 van 17.6.2017, blz. 1)


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 292, 10.11.2017, blz.  119 (2017/1018)




▼B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/1018 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2016

tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten met technische reguleringsnormen ter specificatie van de informatie die door beleggingsondernemingen, marktexploitanten en kredietinstellingen moet worden verstrekt

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

Toepassingsgebied

1.  Deze verordening is van toepassing op beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral Trading Facility, hierna „MTF” genoemd) of een georganiseerde handelsfaciliteit (Organised Trading Facility, hierna „OTF” genoemd) exploiteren.

2.  Deze verordening is tevens van toepassing op kredietinstellingen waaraan op grond van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) een vergunning is verleend, die een of meer beleggingsdiensten aanbieden of beleggingsactiviteiten verrichten, en die van verbonden agenten gebruik willen maken uit hoofde van de volgende rechten:

a) het recht van het vrij verrichten van beleggingsdiensten en -activiteiten overeenkomstig artikel 34, lid 5, van Richtlijn 2014/65/EU;

b) het recht van vestiging overeenkomstig artikel 35, lid 7, van Richtlijn 2014/65/EU.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„paspoortkennisgeving voor beleggingsdiensten en -activiteiten” : een kennisgeving die overeenkomstig artikel 34, lid 2, of artikel 34, lid 5, van Richtlijn 2014/65/EU wordt ingediend;

b)

„paspoortkennisgeving voor een bijkantoor” of „paspoortkennisgeving voor een verbonden agent” : een kennisgeving die overeenkomstig artikel 35, lid 2, of artikel 35, lid 7, van Richtlijn 2014/65/EU wordt ingediend;

c)

„kennisgeving inzake het treffen van voorzieningen om de toegang tot een MTF of een OTF te vergemakkelijken” : een kennisgeving die overeenkomstig artikel 34, lid 7, van Richtlijn 2014/65/EU wordt ingediend;

d)

„paspoortkennisgeving” : een paspoortkennisgeving voor beleggingsdiensten en -activiteiten, een paspoortkennisgeving voor een bijkantoor, een paspoortkennisgeving voor een verbonden agent of een paspoortkennisgeving voor het treffen van voorzieningen om de toegang tot een MTF of een OTF te vergemakkelijken.

Artikel 3

Informatie die in verband met de paspoortkennisgeving voor beleggingsdiensten en -activiteiten moet worden verstrekt

1.  Beleggingsondernemingen zorgen ervoor dat de paspoortkennisgeving voor beleggingsdiensten en -activiteiten die overeenkomstig artikel 34, lid 2, van Richtlijn 2014/65/EU wordt ingediend, de volgende informatie bevat:

a) de naam, het adres en de contactgegevens van de beleggingsonderneming, alsook de naam van een contactpersoon van de beleggingsonderneming;

b) een programma van werkzaamheden waarin de volgende gegevens zijn vermeld:

i) nadere gegevens over de specifieke beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en nevendiensten die in de lidstaat van ontvangst zullen worden verricht en de financiële instrumenten die zullen worden gebruikt, en

ii) bevestiging of de beleggingsonderneming gebruik wenst te maken van verbonden agenten die in haar lidstaat van herkomst zijn gevestigd om in de lidstaat van ontvangst diensten te verlenen en, zo ja, de naam, het adres en de contactgegevens van die verbonden agenten en de beleggingsdiensten of -activiteiten, nevendiensten en financiële instrumenten die door laatstgenoemden zullen worden verricht of verstrekt.

2.  De in artikel 1, lid 2, onder a), bedoelde kredietinstellingen die een paspoortkennisgeving voor beleggingsdiensten en -activiteiten indienen overeenkomstig artikel 34, lid 5, van Richtlijn 2014/65/EU, zorgen ervoor dat een dergelijke kennisgeving de in lid 1, onder a), en de in lid 1, onder b), ii), bedoelde informatie bevat.

Artikel 4

Informatie die over de wijziging van gegevens op het gebied van beleggingsdiensten en -activiteiten moet worden verstrekt

Beleggingsondernemingen en kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), zorgen ervoor dat een kennisgeving waarin op grond van artikel 34, lid 4, van Richtlijn 2014/65/EU een wijziging van gegevens wordt meegedeeld, tevens nadere bijzonderheden bevat van eventuele wijzigingen in de informatie die in de oorspronkelijke paspoortkennisgeving voor beleggingsdiensten en -activiteiten is opgenomen.

Artikel 5

Informatie die over voorzieningen om de toegang tot een MTF of een OTF te vergemakkelijken moet worden verstrekt

Beleggingsondernemingen en marktexploitanten die op grond van artikel 34, lid 7, van Richtlijn 2014/65/EU een kennisgeving indienen over voorzieningen die de toegang tot een MTF of een OTF moeten vergemakkelijken, zorgen ervoor dat deze kennisgeving de volgende informatie bevat:

a) de naam, het adres en de contactgegevens van de beleggingsonderneming of marktexploitant, alsook de naam van een contactpersoon van de beleggingsonderneming of marktexploitant;

▼C1

b) een korte beschrijving van de voorzieningen en de datum vanaf wanneer deze voorzieningen in de lidstaat van ontvangst van toepassing zullen zijn;

▼B

c) een korte beschrijving van het bedrijfsmodel van de MTF of de OTF, met inbegrip van het soort financiële instrumenten dat erop worden verhandeld, het soort deelnemers en de marketingmethode van de MTF of de OTF om gebruikers, leden of deelnemers op afstand te bereiken.

Artikel 6

Informatie die in een paspoortkennisgeving voor een bijkantoor of een paspoortkennisgeving voor een verbonden agent moet worden verstrekt

1.  Beleggingsondernemingen en kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b), zorgen ervoor dat een paspoortkennisgeving voor een bijkantoor of een paspoortkennisgeving voor een verbonden agent, ingediend overeenkomstig artikel 35, lid 2, of artikel 35, lid 7, van Richtlijn 2014/65/EU, naargelang van het geval, de volgende informatie bevat:

a) de naam, het adres en de contactgegevens van de beleggingsonderneming of kredietinstelling in de lidstaat van herkomst, en de naam van een contactpersoon van de beleggingsonderneming of kredietinstelling;

b) de naam, het adres en de contactgegevens in de lidstaat van ontvangst van het bijkantoor of van de verbonden agent waar documenten kunnen worden opgevraagd;

c) de namen van de bestuurders van het bijkantoor of van de verbonden agent;

d) een verwijzing naar de locatie, elektronisch of anderszins, van het openbaar register waar de verbonden agent is ingeschreven, en

e) een programma van werkzaamheden.

2.  Het in lid 1, onder e), bedoelde programma van werkzaamheden bevat de volgende gegevens:

a) een lijst van aangeboden beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten, nevendiensten en financiële instrumenten;

b) een overzicht waarin wordt uitgelegd op welke wijze het bijkantoor of de verbonden agent een bijdrage zullen leveren aan de strategie van de beleggingsonderneming, kredietinstelling of groep waarin wordt aangegeven of de beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, en wat de belangrijkste functies van het bijkantoor of de verbonden agent zullen zijn;

c) een beschrijving van het soort cliënt of tegenpartij waarmee het bijkantoor of de verbonden agent te maken zullen krijgen, en van de wijze waarop de beleggingsonderneming of de kredietinstelling deze cliënten en tegenpartijen zal verwerven en behandelen;

d) de volgende informatie over de organisatiestructuur van het bijkantoor of de verbonden agent:

i) functionele, geografische en juridische rapportagelijnen indien er een matrixbeheerstructuur van kracht is;

ii) een beschrijving van de wijze waarop het bijkantoor of de verbonden agent past in de bedrijfsstructuur van de beleggingsonderneming of kredietinstelling, of van de groep indien de beleggingsonderneming of kredietinstelling deel uitmaakt van een groep;

iii) de regels inzake de rapportage door het bijkantoor of de verbonden agent aan het hoofdkantoor;

e) nadere gegevens over personen die een sleutelfunctie vervullen in het bijkantoor of de verbonden agent, met inbegrip van de personen die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse werkzaamheden van het bijkantoor of van de verbonden agent, de naleving en de behandeling van klachten;

f) nadere gegevens over eventuele uitbestedingsregelingen die cruciaal zijn voor de werkzaamheden van het bijkantoor of van de verbonden agent;

g) beknopte gegevens over de systemen en controles die zullen worden ingesteld, waaronder:

i) regelingen die zullen worden getroffen om geld en activa van cliënten te beschermen;

ii) regelingen betreffende de naleving van de voorschriften inzake bedrijfsvoering en andere verplichtingen die overeenkomstig artikel 35, lid 8, van Richtlijn 2014/65/EU onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst vallen, alsook betreffende het bijhouden van gegevens krachtens artikel 16, lid 6, van genoemde richtlijn;

iii) interne regelingen voor de controle van personeelsleden, met inbegrip van controles op het handelen voor eigen rekening;

iv) regelingen ter nakoming van de anti-witwasverplichtingen;

v) nadere gegevens betreffende uitbestedingsregelingen en andere regelingen met derden in verband met de door het bijkantoor of de verbonden agent verrichte beleggingsdiensten of -activiteiten;

vi) de naam, het adres en de contactgegevens van het erkende compensatiestelsel waarbij de beleggingsonderneming of kredietinstelling is aangesloten;

h) een raming van de resultaten en de kasstromen over een initiële periode van 36 maanden.

3.  Wanneer een bijkantoor in een lidstaat van ontvangst wordt gevestigd en overeenkomstig artikel 35, lid 2, onder c), van Richtlijn 2014/65/EU voornemens is in die lidstaat van verbonden agenten gebruik te maken, bevat het programma van werkzaamheden als bedoeld in lid 1, onder e), tevens informatie betreffende de identiteit, het adres en de contactgegevens van elk van deze verbonden agenten.

Artikel 7

Informatie die over de wijziging van gegevens betreffende bijkantoren of verbonden agenten moet worden verstrekt

1.  Beleggingsondernemingen en kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b), zorgen ervoor dat een kennisgeving waarin overeenkomstig artikel 35, lid 10, van Richtlijn 2014/65/EU een wijziging van gegevens wordt meegedeeld, tevens nadere bijzonderheden bevat over eventuele wijzigingen in de informatie die in de oorspronkelijke paspoortkennisgeving voor een bijkantoor of paspoortkennisgeving voor een verbonden agent is opgenomen.

2.  Beleggingsondernemingen en kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b), zorgen ervoor dat eventuele wijzigingen in de paspoortkennisgeving voor een bijkantoor of in de paspoortkennisgeving voor een verbonden agent welke verband houden met de beëindiging van de werkzaamheden van het bijkantoor of de beëindiging van de gebruikmaking van een verbonden agent, de volgende informatie bevatten:

a) de naam van de persoon of personen die verantwoordelijk zullen zijn voor de beëindiging van de activiteiten van het bijkantoor of van de verbonden agent;

b) het tijdschema voor de voorgenomen beëindiging;

c) nadere gegevens over en de voorgenomen procedures voor het afbouwen van de bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van gegevens over de wijze waarop de belangen van de cliënten zullen worden beschermd, klachten zullen worden opgelost en eventuele uitstaande verplichtingen zullen worden voldaan.

Artikel 8

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van de datum die het eerst voorkomt in artikel 93, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2014/65/EU.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.



( 1 ) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).