02017R0653 — NL — 01.01.2023 — 006.004
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/653 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip's) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PB L 100 van 12.4.2017, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2018/977 VAN DE COMMISSIE van 4 april 2018 |
L 176 |
1 |
12.7.2018 |
|
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1866 VAN DE COMMISSIE van 3 juli 2019 |
L 289 |
4 |
8.11.2019 |
|
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/2268 VAN DE COMMISSIE van 6 september 2021 |
L 455I |
1 |
20.12.2021 |
|
|
Gewijzigd bij: GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/975 VAN DE COMMISSIE van 17 maart 2022 |
L 167 |
35 |
24.6.2022 |
|
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/975 VAN DE COMMISSIE van 17 maart 2022 |
L 167 |
35 |
24.6.2022 |
|
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/1666 VAN DE COMMISSIE van 13 juni 2022 |
L 251 |
3 |
29.9.2022 |
|
Gerectificeerd bij:
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/653 VAN DE COMMISSIE
van 8 maart 2017
tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip's) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
INHOUD EN PRESENTATIE VAN HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT
Artikel 1
Deel „Algemene informatie”
Het deel in het essentiële-informatiedocument dat betrekking heeft op de identiteit van de priip-ontwikkelaar en zijn bevoegde autoriteit, bevat alle volgende informatie:
de naam die de ontwikkelaar aan het priip heeft gegeven en, indien voorhanden, het internationale effectenidentificatienummer of de unieke productidentificatie van het priip;
de juridische naam van de priip-ontwikkelaar;
de specifieke pagina op de website van de priip-ontwikkelaar waar retailbeleggers informatie kunnen vinden over de wijze waarop zij contact kunnen opnemen met de priip-ontwikkelaar, en een telefoonnummer;
de naam van de bevoegde autoriteit belast met het toezicht op de priip-ontwikkelaar in verband met het essentiële-informatiedocument;
de datum waarop het essentiële-informatiedocument is opgesteld, of wanneer het nadien is herzien, de datum van de recentste herziening van het essentiële-informatiedocument;
waar van toepassing, indien de priip-ontwikkelaar voor juridische, administratieve of marketingdoeleinden deel uitmaakt van een groep ondernemingen, de naam van die groep;
indien het priip de vorm aanneemt van een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) of een alternatieve beleggingsinstelling (abi), de identificatie van de icbe of abi, met inbegrip van de aandelenklasse of het beleggingscompartiment daarvan, duidelijk aangegeven;
nadere gegevens inzake de vergunning, indien van toepassing;
wanneer het priip de vorm aanneemt van een icbe of abi en in gevallen waarin een icbe wordt beheerd door een beheermaatschappij in de zin van artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG of wanneer het een beleggingsmaatschappij is als bedoeld in artikel 27 van die richtlijn (samen “icbe-beheermaatschappij” genoemd) die met betrekking tot die icbe rechten uit hoofde van artikel 16 van die richtlijn uitoefent, of in gevallen waarin een abi wordt beheerd door een beheerder van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerder) die met betrekking tot die abi rechten uitoefent uit hoofde van de artikelen 31, 32 en 33 van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), wordt dit feit in een aanvullende verklaring opgenomen.
De informatie in het deel bedoeld in de eerste alinea omvat ook de begrijpelijkheidswaarschuwing als bedoeld in artikel 8, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1286/2014 indien het priip voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
het is een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct dat niet voldoet aan de eisen van artikel 30, lid 3, onder a), van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 );
het is een priip dat niet voldoet aan de eisen van artikel 25, lid 4, onder a), (i) tot en met (vi), van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ).
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt g), volgt indien er sprake is van een beleggingscompartiment of een aandelencategorie, de naam van de icbe of abi de naam van het compartiment of de aandelencategorie. Indien een codenummer ter identificatie van de icbe of abi, het beleggingscompartiment of de aandelencategorie bestaat, vormt het een onderdeel van de identificatie van de icbe of abi.
Artikel 2
Deel „Wat is dit voor een product?”
Wanneer het aantal activa of referentiewaarden bedoeld in de eerste alinea van dien aard is dat het niet mogelijk is voor elk ervan specifieke verwijzingen op te nemen in een essentiële-informatiedocument, worden alleen de marktsegmenten of instrumentsoorten met betrekking tot de onderliggende beleggingsactiva of referentiewaarden vermeld.
Wanneer het priip de vorm aanneemt van een icbe of abi, bestrijkt de informatie in het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument de essentiële kenmerken van een icbe of abi waarover een retailbelegger moet worden geïnformeerd, ook al maken die kenmerken geen deel uit van de beschrijving van de doelstellingen en het beleggingsbeleid in het prospectus van een icbe als bedoeld in artikel 68 van Richtlijn 2009/65/EG of de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi bedoeld in artikel 23, lid 1, punt a), van Richtlijn 2011/61/EU, met inbegrip van:
de hoofdcategorieën van in aanmerking komende financiële instrumenten die het voorwerp van de belegging uitmaken;
de mogelijkheid dat de retailbelegger op verzoek rechten van deelneming in een icbe of abi kan verzilveren, waarbij die verklaring wordt aangevuld met een aanduiding van de frequentie van de handel in rechten van deelneming, of, waar van toepassing, een verklaring dat het niet mogelijk is om op verzoek rechten van deelneming te verzilveren;
of de icbe of abi een bijzonder doel met betrekking tot industriële, geografische of andere marktsectoren of specifieke categorieën van activa voor ogen heeft;
of de icbe of abi discretionaire keuzes met betrekking tot de te verrichten specifieke beleggingen toestaat, en of deze aanpak een verwijzing naar een benchmark behelst of impliceert en zo ja, welke benchmark;
of dividendinkomsten worden uitgekeerd of herbelegd.
Wanneer een verwijzing naar een benchmark wordt geïmpliceerd, wordt voor de toepassing van de eerste alinea, punt d), de geboden vrijheid ten opzichte van die benchmark aangegeven, en wanneer de doelstelling van de icbe of abi het kopiëren van een index is, wordt dit vermeld.
De in lid 2 bis bedoelde informatie omvat in voorkomend geval het volgende:
indien de icbe of abi in obligaties belegt, een aanwijzing of die obligaties door rechtspersonen, overheden of andere entiteiten zijn uitgegeven en, waar van toepassing, de minimaal vereiste ratings van de obligaties;
indien de icbe of abi een gestructureerd beleggingsfonds is, een toelichting in eenvoudige bewoordingen van alle elementen die nodig zijn voor een goed begrip van de uitbetaling en de factoren die naar verwachting de prestaties zullen beïnvloeden, waar nodig met verwijzing naar de bijzonderheden inzake het algoritme en de werking ervan in het prospectus van de icbe of in de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi;
indien de keuze van activa van specifieke criteria afhankelijk is gesteld, een toelichting van die criteria, zoals “groei”, “waarde” of “hoge dividenden”;
indien specifieke technieken voor vermogensbeheer worden gehanteerd, zoals onder meer hedging, arbitrage of hefboomwerking, een toelichting in eenvoudige bewoordingen van de factoren die naar verwachting de prestaties van de icbe of abi zullen beïnvloeden;
In de in de leden 2 bis en 2 ter bedoelde informatie wordt een onderscheid gemaakt tussen de brede categorieën beleggingen als gespecificeerd in lid 2 bis, punten a) en c), en lid 2 ter, punt a), en de benadering van die beleggingen die door een icbe-beheermaatschappij of abi-beheerder moet worden gevolgd, zoals gespecificeerd in lid 2 bis, punt d), en lid 2 ter, punten b), c) en d).
Het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument mag ook andere dan de in de leden 2 bis en 2 ter opgesomde elementen bevatten, zoals onder meer de beschrijving van de beleggingsstrategie van de icbe of abi, indien die elementen nodig zijn om de doelstellingen en het beleggingsbeleid van de icbe of abi op adequate wijze te beschrijven.
De in de eerste alinea bedoelde informatie omvat eveneens een toelichting over de effecten van de betaling van verzekeringspremies, gelijkwaardig aan de geraamde waarde van de verzekeringsuitkeringen, op het rendement van de investering voor de retailbelegger.
De informatie over het soort priip in het deel „Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument bevat:
de vervaldatum van het priip of de vermelding dat er geen vervaldatum is;
de vermelding of de priip-ontwikkelaar het priip eenzijdig kan beëindigen;
een beschrijving van de omstandigheden waaronder het priip automatisch kan worden beëindigd en, indien bekend, de data van beëindiging.
Wanneer het priip de vorm aanneemt van een icbe of abi, bevat het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument voor elke lidstaat waarin de icbe of abi wordt verhandeld, de volgende informatie:
de naam van de depositaris;
de plaats en de wijze waarop verdere informatie over de icbe of abi, kopieën van het prospectus van de icbe of kopieën van de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi, het meest recente jaarverslag en elk daaropvolgend halfjaarlijks verslag van de icbe als bedoeld in artikel 68, lid 1, punten b) en c), van Richtlijn 2009/65/EG, of het meest recente jaarverslag van de abi als bedoeld in artikel 22 van Richtlijn 2011/61/EU kunnen worden verkregen, met vermelding van de taal of talen waarin die documenten beschikbaar zijn en het feit dat ze kosteloos kunnen worden verkregen;
de plaats en de wijze waarop andere praktische informatie kan worden verkregen, met inbegrip van de plaats waar de meest recente prijzen van rechten van deelneming te vinden zijn.
Artikel 3
Deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?”
In het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” van het essentiële-informatiedocument nemen de priip-ontwikkelaars de volgende informatie op:
het risiconiveau van het priip in de vorm van een risicoklasse met behulp van een samenvattende risico-indicator op een schaal van 1 tot en met 7;
een expliciete verwijzing naar een illiquide priip of een priip met een materieel relevant liquiditeitsrisico, zoals gedefinieerd in deel 4 van bijlage II, in de vorm van een waarschuwing in de presentatie van de samenvattende risico-indicator;
een tekst onder de samenvattende risico-indicator waarin wordt toegelicht dat indien een priip in een andere valuta luidt dan de officiële munteenheid van de lidstaat waar het priip wordt aangeboden, het rendement in de officiële munteenheid van de lidstaat waar het priip wordt aangeboden, kan veranderen als gevolg van koersschommelingen;
een korte beschrijving van het risico- en rendementsprofiel van het priip en een waarschuwing dat het risico van het priip aanzienlijk hoger kan zijn dan het risico dat in de samenvattende risico-indicator wordt weergegeven indien het priip niet tot de vervaldatum of tot het eind van de aanbevolen periode van bezit wordt aangehouden, indien noodzakelijk;
voor priip's met contractueel overeengekomen sancties bij eerdere verkoop of lange opzeggingstermijnen voor desinvestering, een verwijzing naar de desbetreffende onderliggende voorwaarden in het deel „Hoe lang moet ik het aanhouden en kan ik mijn geld eerder terugtrekken?”;
een indicatie van het mogelijke maximumverlies en de vermelding dat de belegging verloren kan gaan indien zij niet wordt beschermd of indien de priip-ontwikkelaar niet kan uitbetalen, of dat naast de oorspronkelijke belegging aanvullende betalingen kunnen worden verlangd en dat het totale verlies aanzienlijk hoger kan zijn dan de totale oorspronkelijke inleg.
Artikel 4
Deel „Wat gebeurt er als [naam van de priip-ontwikkelaar] niet kan uitbetalen?”
In het deel „Wat gebeurt er als [naam van de priip-ontwikkelaar] niet kan uitbetalen?” van het essentiële-informatiedocument vermelden priip-ontwikkelaars de volgende toelichting:
of de retailbelegger financieel verlies kan lijden als gevolg van wanbetaling van de priip-ontwikkelaar of wanbetaling van een andere entiteit dan de priip-ontwikkelaar, en de identiteit van die entiteit;
of het onder a) bedoelde verlies is gedekt door een compensatie- of waarborgregeling voor beleggers, en of er aan die bescherming beperkingen of voorwaarden verbonden zijn.
Artikel 5
Deel „Wat zijn de kosten?”
Priip-ontwikkelaars passen in het deel „Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument het volgende toe:
de methodologie voor de kostenberekening volgens bijlage VI;
de tabellen „Kosten in de loop van de tijd” en „Samenstelling van kosten” voor informatie over kosten, zoals vermeld in bijlage VII, overeenkomstig de daarin opgenomen technische leidraad.
Waar van toepassing wordt een duidelijke waarschuwing toegevoegd betreffende de extra kosten die in rekening kunnen worden gebracht door personen die advies geven over het priip of het verkopen.
In de tabel “Samenstelling van kosten” in het deel “Wat zijn de kosten?” van het essentiële-informatiedocument specificeren priip-ontwikkelaars samenvattende indicatoren van de volgende soorten kosten:
eenmalige kosten, zoals in- en uitstapkosten;
vaste kosten, afzonderlijke vermelding van portefeuilletransactiekosten en andere vaste kosten;
incidentele kosten, zoals prestatievergoedingen of “carried interest”.
Artikel 6
Deel „Hoe lang moet ik het houden en kan ik er eerder geld uit halen?”
In het deel „Hoe lang moet ik het houden en kan ik er eerder geld uit halen?” van het essentiële-informatiedocument vermelden priip-ontwikkelaars het volgende:
een korte omschrijving van de redenen waarom de aanbevolen of vereiste minimumperiode van bezit is gekozen;
een beschrijving van de kenmerken van de desinvesteringsprocedure en wanneer desinvestering mogelijk is, een indicatie van het effect van vroegtijdige inning op het risico- of prestatieprofiel van het priip, of op de toepasbaarheid van kapitaalgaranties;
informatie over te betalen vergoedingen en sancties bij desinvestering vóór de vervaldag of op een andere gespecificeerde datum dan de einddatum van de aanbevolen periode van bezit, met een kruisverwijzing naar de overeenkomstig artikel 5 in het essentiële-informatiedocument op te nemen kosteninformatie en een toelichting over het effect van die vergoedingen en sancties voor verschillende perioden van bezit.
Artikel 7
Deel „Hoe kan ik een klacht indienen?”
In het deel „Hoe kan ik een klacht indienen?” van het essentiële-informatiedocument verstrekken priip-ontwikkelaars de volgende informatie in de vorm van een samenvatting:
te volgen stappen voor het indienen van een klacht over het product of over het gedrag van de priip-ontwikkelaar of de persoon die het product verkoopt of daarover adviseert;
een link naar de desbetreffende website voor de klachten;
een actueel postadres en een e-mailadres waar klachten kunnen worden ingediend.
Artikel 8
Deel „Andere nuttige informatie”
Voor icbe’s als omschreven in punt 1, a), van bijlage VIII, abi’s als omschreven in punt 1, b), van die bijlage, of aan unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten als omschreven in punt 1, c), van die bijlage, omvat het deel “Andere nuttige informatie” van het essentiële-informatiedocument:
een link naar de website, of een verwijzing naar een document, waar de door de priip-ontwikkelaar overeenkomstig bijlage VIII gepubliceerde informatie over prestaties in het verleden beschikbaar wordt gesteld;
het aantal jaren waarvoor gegevens over prestaties in het verleden worden gepresenteerd.
Voor priip’s als bedoeld in deel 1, punt 5, van bijlage II die fondsen van het open-end-type zijn, of andere priip’s die openstaan voor inschrijving, worden de eerdere prestatiescenarioberekeningen maandelijks gepubliceerd en wordt in het deel “Andere nuttige informatie” aangegeven waar die berekeningen kunnen worden gevonden.
Artikel 9
Template
Priip-ontwikkelaars presenteren het essentiële-informatiedocument met behulp van de template in bijlage I. De template wordt ingevuld volgens de voorschriften van deze gedelegeerde verordening en van Verordening (EU) nr. 1286/2014.
HOOFDSTUK II
SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT VAN PRIIP’S DIE EEN SCALA VAN BELEGGINGSOPTIES BIEDEN
Artikel 10
Priip's die een scala van beleggingsopties bieden
Een priip-ontwikkelaar die een scala van onderliggende beleggingsopties biedt en de informatie over die opties niet kan verstrekken in één afzonderlijk beknopt essentiële-informatiedocument, stelt een van de volgende documenten op:
een essentiële-informatiedocument voor elke onderliggende beleggingsoptie binnen het priip, overeenkomstig hoofdstuk I, met inbegrip van informatie over het priip als geheel, waarbij elk essentiële-informatiedocument het geval weergeeft dat de retailbelegger in slechts één beleggingsoptie belegt;
een generiek essentiële-informatiedocument waarin het priip overeenkomstig hoofdstuk I wordt beschreven, tenzij anders is bepaald in de artikelen 11 tot en met 14, met inbegrip van een beschrijving van de plaats waar de specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie kan worden gevonden.
Artikel 11
Deel „Wat is dit voor een product?” in het generieke essentiële-informatiedocument
In afwijking van artikel 2, leden 2 en 3, specificeren priip-ontwikkelaars in het deel „Wat is dit voor een product?” het volgende:
een beschrijving van de soorten onderliggende beleggingsopties, met inbegrip van de marktsegmenten of instrumenten, alsook de belangrijkste factoren waarvan het rendement afhankelijk is;
een verklaring dat de beoogde doelgroep van beleggers van het priip varieert met de onderliggende beleggingsoptie;
▼M3 —————
Artikel 12
Deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” in het generieke essentiële-informatiedocument
In afwijking van artikel 3, lid 2, onder a), en lid 3 specificeren priip-ontwikkelaars in het deel „Wat zijn de risico's en wat kan ik ervoor terugkrijgen?” het volgende:
de diverse risicoklassen van alle binnen het priip geboden onderliggende beleggingsopties, met behulp van een samenvattende risico-indicator op een schaal van 1 tot en met 7 als beschreven in bijlage III;
een verklaring dat het risico en rendement van de belegging varieert met de onderliggende beleggingsoptie;
een korte beschrijving van de wijze waarop de prestatie van het priip als geheel afhangt van de onderliggende beleggingsopties;
▼M3 —————
Artikel 13
Deel “Wat zijn de kosten?” in het generieke essentiële-informatiedocument
In afwijking van artikel 5, lid 1, punt b), specificeren priip-ontwikkelaars in het deel “Wat zijn de kosten?” het volgende:
wanneer de andere kosten van het priip dan de kosten voor de onderliggende beleggingsoptie niet in één enkel bedrag kunnen worden vermeld, ook wanneer die kosten variëren naargelang van de gekozen onderliggende beleggingsoptie:
de diverse kosten voor het priip in de tabellen “Kosten in de loop van de tijd” en “Samenstelling van kosten” in bijlage VII;
een verklaring dat de kosten voor de retailbelegger variëren met de onderliggende beleggingsopties;
wanneer de andere kosten van het priip dan de kosten voor de onderliggende beleggingsopties in één enkel bedrag kunnen worden vermeld:
een weergave van deze kosten los van de diverse kosten voor de binnen het priip geboden onderliggende beleggingsopties in de tabellen “Kosten in de loop van de tijd” en “Samenstelling van kosten” in bijlage VII;
een verklaring dat de totale kosten voor de retailbelegger bestaan in een combinatie van de kosten voor de gekozen onderliggende beleggingsopties en andere kosten van het priip en variëren naargelang van de onderliggende beleggingsopties.
Artikel 14
Specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie
De specifieke informatie over elke onderliggende beleggingsoptie, bedoeld in artikel 10, punt b), wordt verstrekt in een specifiek informatiedocument dat het generieke essentiële-informatiedocument aanvult. Priip-ontwikkelaars nemen voor elke onderliggende beleggingsoptie alle volgende elementen op:
in voorkomend geval, een begrijpelijkheidswaarschuwing;
de beleggingsdoelstellingen, de middelen om die te bereiken en de doelmarkt als bedoeld in artikel 2, leden 2 en 3;
een samenvattende risico-indicator en beschrijvende toelichting, en prestatiescenario’s, als bedoeld in artikel 3;
een presentatie van de kosten, overeenkomstig artikel 5, met inbegrip van een verklaring over de vraag of die kosten al dan niet alle kosten van het priip omvatten ingeval de retailbelegger alleen in die specifieke beleggingsoptie belegt;
voor onderliggende beleggingsopties die icbe’s zijn als omschreven in punt 1, a), van bijlage VIII, abi’s als omschreven in punt 1, b), van die bijlage, of unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten als omschreven in punt 1, c), van die bijlage, informatie over prestaties in het verleden als voorgeschreven in artikel 8, lid 3.
De in de punten a) tot en met e) van dit lid bedoelde informatie volgt de structuur van de relevante delen van de template in bijlage I.
HOOFDSTUK II bis
SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT VAN BEPAALDE ICBE’S EN ABI’S
Artikel 14 bis
Beleggingscompartimenten van icbe’s of abi’s
Elk in lid 1 bedoeld essentiële-informatiedocument bevat in het deel “Wat is dit voor een product?” de volgende informatie:
een verklaring dat het essentiële-informatiedocument een compartiment van een icbe of abi beschrijft en, waar van toepassing, dat het prospectus van de icbe of de beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de abi en periodieke verslagen worden opgesteld voor de gehele icbe of abi die aan het begin van het essentiële-informatiedocument wordt genoemd;
of de activa en passiva van elk compartiment al dan niet bij wet gescheiden zijn en hoe dit voor de belegger van invloed zou kunnen zijn;
of de retailbelegger al dan niet het recht heeft zijn belegging in rechten van deelneming in één compartiment om te ruilen voor rechten van deelneming in een ander compartiment, en zo ja, waar hij informatie kan verkrijgen over de wijze waarop hij dat recht kan uitoefenen.
Artikel 14 ter
Aandelencategorieën van icbe’s of abi’s
Artikel 14 quater
Icbe’s of abi’s als dakfondsconstructies
Artikel 14 quinquies
Feeder-icbe’s
Voor feeder-icbe’s, als omschreven in artikel 58 van Richtlijn 2009/65/EG, bevat het essentiële-informatiedocument in het deel “Wat is dit voor een product?” de volgende informatie die specifiek is voor de feeder-icbe’s:
een verklaring dat het prospectus, het essentiële-informatiedocument en de periodieke verslagen en jaarrekeningen van de master-icbe voor de retailbeleggers van de feeder-icbe op hun verzoek beschikbaar zijn, op welke wijze ze kunnen worden verkregen, en in welke taal of talen;
of de in punt a) van dit lid opgesomde documenten enkel in papieren versie beschikbaar zijn of op andere duurzame dragers, en of een vergoeding moet worden betaald voor documenten die overeenkomstig artikel 63, lid 5, van Richtlijn 2009/65/EG niet kosteloos worden verstrekt;
indien de master-icbe in een andere lidstaat dan de feeder-icbe is gevestigd, en indien dit de fiscale behandeling van de feeder-icbe kan beïnvloeden, een verklaring in die zin;
informatie over het aandeel van de activa van de feeder-icbe dat in de master-icbe wordt belegd;
een beschrijving van de doelstellingen en het beleggingsbeleid van de master-icbe, indien nodig aangevuld met hetzij:
een aanwijzing dat het beleggingsrendement van de feeder-icbe zeer vergelijkbaar zal zijn met dat van de master-icbe, hetzij
een beschrijving van de wijze waarop en de redenen waarom de beleggingsrendementen van de feeder- en master-icbe kunnen verschillen.
Artikel 14 sexies
Gestructureerde icbe’s of abi’s
Gestructureerde beleggingsfondsen zijn icbe’s of abi’s die retailbeleggers op bepaalde vooraf bepaalde data op algoritmen gebaseerde betalingen verstrekken die verband houden met de prestaties, of het optreden van prijsveranderingen of de vervulling van andere voorwaarden, van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, of icbe’s of abi’s met vergelijkbare kenmerken.
HOOFDSTUK III
EVALUATIE EN HERZIENING VAN HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT
Artikel 15
Evaluatie
In de in lid 1 bedoelde evaluatie wordt nagegaan of de informatie in het essentiële-informatiedocument nog nauwkeurig, eerlijk, duidelijk en niet misleidend is. Met name wordt nagegaan:
of de informatie in het essentiële-informatiedocument beantwoordt aan de algemene eisen inzake vorm en inhoud bedoeld in Verordening (EU) nr. 1286/2014, of de specifieke eisen inzake vorm en inhoud waarin deze gedelegeerde verordening voorziet;
of de maatstaven voor het marktrisico of kredietrisico van het priip zijn gewijzigd en of als gevolg daarvan het priip moet worden ingedeeld in een andere klasse van de samenvattende risico-indicator dan die waaraan het in het te evalueren essentiële-informatiedocument is toegewezen;
of het gemiddelde rendement voor het gematigde prestatiescenario van het priip, uitgedrukt als geannualiseerd rendementspercentage, met meer dan vijf procentpunten is veranderd;
indien de prestatiescenario’s gebaseerd zijn op passende benchmarks of vervangende waarden, of de benchmark of vervangende waarde strookt met de doelstellingen van het priip.
Artikel 16
Herziening
HOOFDSTUK IV
VERSTREKKING VAN HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT
Artikel 17
Voorwaarden voor tijdige verstrekking
Voor de toepassing van lid 1 beoordeelt de persoon die een priip verkoopt of daarover adviseert, hoeveel tijd elke retailbelegger nodig heeft om het essentiële-informatiedocument door te nemen, op basis van het volgende:
de kennis van en de ervaring met het priip of met priip's van soortgelijke aard of met risico's die vergelijkbaar zijn met die welke aan het priip verbonden zijn;
de complexiteit van het priip;
wanneer het advies of de verkoop op initiatief van de retailbelegger plaatsvindt, de urgentie die de retailbelegger uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven om het voorgestelde contract of aanbod te sluiten.
HOOFDSTUK IV bis
VERWIJZINGEN
Artikel 17 bis
Gebruik van verwijzingen naar andere informatiebronnen
Onverminderd artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 mogen in het essentiële-informatiedocument verwijzingen naar andere informatiebronnen, zoals het prospectus en jaarlijkse of halfjaarlijkse verslagen, worden opgenomen, mits alle informatie die voor de retailbeleggers van fundamenteel belang is om de essentiële elementen van de belegging te begrijpen, in het essentiële-informatiedocument zelf is opgenomen.
Verwijzingen naar de website van de priip of de priip-ontwikkelaar zijn toegestaan, alsook verwijzingen naar het onderdeel daarvan dat het prospectus en de periodieke verslagen bevat.
De in de eerste alinea bedoelde verwijzingen leiden de retailbelegger naar de specifieke afdeling van de relevante informatiebron. In het essentiële-informatiedocument mogen verscheidene van elkaar verschillende verwijzingen worden opgenomen, maar deze worden tot een minimum beperkt.
Artikel 18
Slotbepaling
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.
Artikel 14, lid 2, is van toepassing tot en met 31 december 2022.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
TEMPLATE VOOR HET ESSENTIËLE-INFORMATIEDOCUMENT
Priip-ontwikkelaars zijn gebonden aan de volgorde van de delen en de titels van de template. De template definieert echter geen parameters voor de lengte van elk deel en de plaats van pagina-einden. Als geheel mag de template afgedrukt niet langer zijn dan drie pagina’s van A4-formaat.
|
Essentiële-informatiedocument |
|
|
Doel Dit document geeft u essentiële informatie over dit beleggingsproduct. Het is geen marketingmateriaal. Deze informatie is wettelijk voorgeschreven om u te helpen de aard, de risico’s, de kosten, de mogelijke winsten en verliezen van dit product te begrijpen en u te helpen het met andere producten te vergelijken. |
|
|
Product [Naam van het product] [Naam van de priip-ontwikkelaar] (indien van toepassing) [ISIN of UPI] [website voor priip-ontwikkelaar] [Bel [telefoonnummer] voor meer informatie] [[Naam van de bevoegde autoriteit] is verantwoordelijk voor het toezicht op [naam van de priip-ontwikkelaar] met betrekking tot dit essentiële-informatiedocument] (indien van toepassing) [Aan dit priip is in [naam van de lidstaat] vergunning verleend] (indien van toepassing) [Aan [naam van de icbe-beheermaatschappij] is in [naam van de lidstaat] vergunning verleend en zij wordt gereguleerd door [identiteit van de bevoegde autoriteit] (indien van toepassing) [Aan [naam van de abi-beheerder] is in [naam van de lidstaat] vergunning verleend en zij wordt gereguleerd door [identiteit van de bevoegde autoriteit] [datum waarop het EID is opgesteld] |
|
|
[Waarschuwing (indien van toepassing) U staat op het punt een product te kopen dat niet eenvoudig en misschien moeilijk te begrijpen is] |
|
|
Wat is dit voor een product? Soort Looptijd Doelstellingen Retailbeleggersdoelgroep [Verzekeringsuitkeringen en kosten] |
|
|
Wat zijn de risico’s en wat kan ik ervoor terugkrijgen? |
|
|
Risico |
Beschrijving van het risico- en rendementsprofiel |
|
Indicator |
Samenvattende risico-indicator (SRI)S RI-template en beschrijvingen zoals vermeld in bijlage III, met inbegrip van het mogelijke maximale verlies: kan ik het gehele bedrag aan belegd vermogen kwijtraken? Draag ik het risico op verdere financiële verbintenissen of verplichtingen? Is er kapitaalbescherming tegen marktrisico? |
|
Prestaties |
Templates en beschrijvingen voor prestatiescenario’s zoals vermeld in bijlage V |
|
Scenario’s |
Scenario’s met, indien van toepassing, informatie over devoorwaarden voor rendement aan de retailbeleggers of ingebouwde prestatiebeperkingen, en een verklaring dat de belastingwetgeving van de lidstaat van herkomst van de retailbelegger effect kan hebben op de daadwerkelijke uitbetaling |
|
Wat gebeurt er als [naam van de priip-ontwikkelaar] niet kan uitbetalen? Informatie over het bestaan van een garantiestelsel, de naam van de garantsteller, of van een compensatieregeling voor beleggers, inclusief de gedekte en de niet-gedekte risico’s. |
|
|
Wat zijn de kosten? Beschrijvingen van op te nemen informatie over andere distributiekosten |
|
|
Kosten in de loop van de tijd |
Template en beschrijvingen volgens bijlage VII |
|
Samenstelling van de kosten |
Template en beschrijvingen volgens bijlage VI |
|
Hoe lang moet ik het houden en kan ik er eerder geld uit halen? |
|
|
Aanbevolen [vereiste minimum-] periode van bezit: [x] |
|
|
Informatie over de mogelijkheid om vóór de vervaldatum te desinvesteren, de voorwaarden daarvoor en de toegepaste vergoedingen en boeten indien dat het geval is. Informatie over de gevolgen van geld innen vóór het einde van de looptijd of vóór het einde van de aanbevolen periode van bezit. |
|
|
Hoe kan ik een klacht indienen? |
|
|
Andere nuttige informatie Indien van toepassing een korte beschrijving van de gepubliceerde informatie over prestaties in het verleden |
|
BIJLAGE II
METHODOLOGIE VOOR DE PRESENTATIE VAN RISICO'S
DEEL 1
Marktrisicobeoordeling
Bepaling van de maatstaf voor het marktrisico (MMR)
1. Het marktrisico wordt bepaald door de geannualiseerde volatiliteit van de Value at Risk (VaR) bij een betrouwbaarheidsgraad van 97,5 % over de aanbevolen periode van bezit, tenzij anders is vermeld. De VaR is het percentage van het belegde bedrag dat de retailbelegger als rendement ontvangt.
2. Aan het priip wordt een MMR-klasse toegewezen in overeenstemming met de onderstaande tabel:
|
MMR-klasse |
VaR-equivalente volatiliteit (VEV) |
|
1 |
< 0,5 % |
|
2 |
≥ 0,5 % en < 5,0 % |
|
3 |
≥ 5,0 % en < 12 % |
|
4 |
≥ 12 % en < 20 % |
|
5 |
≥ 20 % en < 30 % |
|
6 |
≥ 30 % en < 80 % |
|
7 |
≥ 80 % |
Specificatie van priip-categorieën voor beoordeling van het marktrisico
3. Om het marktrisico te kunnen bepalen, worden priip's in vier categorieën ingedeeld.
4. Categorie 1 betreft de volgende priip's:
priip's waarbij beleggers meer dan het door hen ingelegde bedrag kunnen verliezen;
priip's die vallen onder een van de categorieën bedoeld in de punten 4 tot en met 10 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 5 );
Priip's of onderliggende beleggingen van priip's met een minder regelmatig dan maandelijks bepaalde koers, of zonder passende referentie- of vervangende waarde, of met een passende maar minder regelmatig dan maandelijks bepaalde referentie- of vervangende waarde.
5. Categorie 2 betreft priip's die, direct of synthetisch, een positie zonder hefboom aan de prijzen van onderliggende beleggingen bieden, of een positie met hefboom aan onderliggende beleggingen, die een constant veelvoud van de prijzen van die onderliggende beleggingen uitkeert, waarbij de ontwikkelaar beschikt over de historische dagkoersen van ten minste twee jaar, de historische weekkoersen van vier jaar of de maandkoersen van vijf jaar, of over bestaande passende referentie- of vervangende waarden die voldoen aan dezelfde criteria voor de lengte en frequentie van de prijsgeschiedenis.
6. Categorie 3 betreft priip's waarvan de waarde is gebaseerd op de prijzen van onderliggende beleggingen maar niet als een constant veelvoud van de prijzen van die onderliggende beleggingen, waarbij de ontwikkelaar beschikt over de dagkoersen van ten minste twee jaar, de weekkoersen van vier jaar of de maandkoersen van vijf jaar, of over bestaande passende referentie- of vervangende waarden die voldoen aan dezelfde criteria voor de lengte en frequentie van de prijsgeschiedenis.
7. Categorie 4 betreft priip's waarvan de waarde deels afhangt van niet op de markt waargenomen factoren, zoals verzekeringsgebaseerde priip's die een deel van de winsten van de priip-ontwikkelaar uitkeren aan retailbeleggers.
Gebruik van passende benchmarks of indicatoren om priip-categorieën te bepalen
Indien de priip-ontwikkelaar gebruikmaakt van passende referentie- of vervangende waarden, zijn die waarden representatief zijn voor de activa of posities die de prestatie van het priip bepalen. De priip-ontwikkelaar documenteert het gebruik van dergelijke referentie- of vervangende waarden.
Bepaling van de MMR-klasse voor priip's in categorie 1
8. De MMR-klasse voor priip's in categorie 1 is 7, met uitzondering van de in punt 4, onder c), van deze bijlage bedoelde priip's, waarvoor de MMR-klasse 6 is.
Bepaling van de MMR-klasse voor priip's in categorie 2
9. De VaR wordt berekend vanaf de momenten van de waargenomen uitkering van rendementen van de priip's of de koers van de referentie- of vervangende waarde daarvan in de laatste vijf jaar. De frequentie van de waarnemingen is ten minste één keer per maand. In het geval van dagelijks beschikbare koersen is de frequentie elke dag. In het geval van wekelijks beschikbare koersen is de frequentie één keer per week. In het geval van tweewekelijks beschikbare koersen is de frequentie één keer per twee weken.
10. Indien er geen gegevens over de dagkoersen beschikbaar zijn over een periode van vijf jaar, kan een kortere periode worden gebruikt. Voor dagelijkse waarnemingen van de koers van een priip of de referentie- of vervangende waarde daarvan is de periode van waargenomen rendementen ten minste twee jaar. Voor wekelijkse waarnemingen van de koers van een priip is de periode van waargenomen gegevens ten minste vier jaar. Voor maandelijkse waarnemingen van de koers van een priip is de periode van waargenomen gegevens ten minste vijf jaar.
11. Het rendement over elke periode is gedefinieerd als de natuurlijke logaritme van de ratio van de slotkoers aan het eind van de lopende periode en de slotkoers aan het eind van de vorige periode.
12. De VaR-maatstaf in de rendementsruimte wordt als volgt berekend met de Cornish-Fisher-expansie:
waarbij N staat voor het aantal handelsperioden in de aanbevolen periode van bezit; en σ, μ1, μ2 voor respectievelijk de volatiliteit, scheefheid (skew) en excess kurtosis gemeten uit de rendementsverdeling. De volatiliteit, scheefheid en exces kurtosis worden als volgt berekend uit de gemeten momenten van de rendementsverdeling:
13. De VEV volgt uit:
waarbij T staat voor de duur van de aanbevolen periode van bezit in jaren.
14. Voor priip's die worden beheerd overeenkomstig een beleggingsbeleid of -strategie gericht op het realiseren van bepaalde beloningsdoelen door deel te nemen via flexibele belegging in verschillende financiële activaklassen (bv. in zowel aandelen- als vastrentende markten), wordt de te hanteren VEV als volgt bepaald:
als het beleggingsbeleid niet is herzien in de in punt 10 van deze bijlage bedoelde periode, is de te hanteren VEV de hoogste van de volgende VEV-waarden
de VEV berekend overeenkomstig de punten 9 tot en met 13 van deze bijlage;
de VEV van de rendementen van de pro forma mix van beleggingen die overeenstemt met de allocatie van de referentieactiva van het fonds ten tijde van de berekening;
de VEV die overeenstemt met de risicolimiet van het fonds, indien van toepassing.
als het beleggingsbeleid is herzien in de in punt 10 van deze bijlage bedoelde periode, is de te hanteren VEV de hoogste van de in punt a), onder ii) en iii), bedoelde VEV-waarden.
15. Het priip wordt afhankelijk van de VEV ingedeeld in een MMR-klasse overeenkomstig punt 2 van deze bijlage. In het geval van een priip met alleen maandkoersgegevens wordt de overeenkomstig punt 2 van deze bijlage bepaalde MMR-klasse verhoogd met één extra klasse.
Bepaling van de MMR-klasse voor priip's in categorie 3
16. De VaR in de koersruimte wordt berekend uit een verdeling van priip-waarden aan het eind van de aanbevolen periode van bezit. De verdeling wordt verkregen door de voor de priip-waarde bepalende koers of koersen te simuleren aan het eind van de aanbevolen periode van bezit. De VaR is de waarde van het priip bij een betrouwbaarheidsgraad van 97,5 % aan het eind van de aanbevolen periode van bezit gedisconteerd naar de huidige datum met behulp van de verwachte risicovrije discontofactor van de huidige datum tot het eind van de aanbevolen periode van bezit.
17. De VEV volgt uit:
waarbij T staat voor de duur van de aanbevolen periode van bezit in jaren. Alleen in gevallen waarin het product wordt opgevraagd of geannuleerd vóór het eind van de aanbevolen periode van bezit overeenkomstig de simulatie, kan de periode in jaren tot het opvragen of annuleren worden gebruikt in de berekening.
18. Het priip wordt afhankelijk van de VEV ingedeeld in een MMR-klasse zoals bepaald in punt 2 van deze bijlage. In het geval van een priip met alleen maandkoersgegevens wordt de overeenkomstig punt 2 van deze bijlage bepaalde MMR-klasse verhoogd met één extra klasse.
19. Het aantal simulaties is ten minste 10 000 .
20. De simulatie is gebaseerd op het bootstrappen van de verwachte spreiding van prijzen of prijsniveaus voor de onderliggende contracten van het priip uit de waargenomen rendementsspreiding voor deze contracten bij vervanging.
21. Voor de in de punten 16 tot en met 20 van deze bijlage bedoelde simulatie zijn er twee typen waarneembare marktfactoren die kunnen bijdragen tot de waarde van een priip: contante koersen (of niveaus) en curves.
22. Per simulatie van een contante koers (of niveau) doet de priip-ontwikkelaar het volgende:
het rendement berekenen voor elke waarnemingsperiode in de laatste vijf jaar, of de in punt 6 van deze bijlage bedoelde jaren, door de logaritme van de slotkoers van elke periode te delen door de slotkoers van de vorige periode;
willekeurig één waarnemingsperiode kiezen die overeenstemt met het rendement voor alle onderliggende contracten per gesimuleerde periode in de aanbevolen periode van bezit (de waarnemingsperiode kan meerdere keren worden gebruikt in dezelfde simulatie);
per contract het rendement berekenen door de rendementen in de geselecteerde perioden op te tellen en dit rendement zo te corrigeren dat het verwachte rendement op basis van de gesimuleerde rendementsspreiding de risiconeutrale verwachting van het rendement in de aanbevolen periode van bezit is. De definitieve waarde van het rendement wordt gevonden door:
waarbij:
de koers van elk onderliggend contract te berekenen door de exponentiële functie van het rendement te nemen.
23. Voor curves wordt een hoofdcomponentenanalyse (Principal Component Analysis — PCA) uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de simulatie van de verplaatsingen van elk punt op de curve over een langere periode resulteert in een consistente curve.
De PCA wordt als volgt uitgevoerd:
het historisch overzicht verzamelen van de punten in de looptijd die de curve bepalen voor elke handelsperiode in de laatste vijf jaar, of de in punt 6 van deze bijlage bedoelde jaren;
ervoor zorgen dat elk punt in de looptijd positief is — voor elk negatief punt in de looptijd worden alle punten in de looptijd met het kleinste hele getal of percentage verschoven dat nodig is om te bereiken dat alle punten in de looptijd positief zijn;
voor elke periode per punt in de looptijd het rendement berekenen door de natuurlijke logaritme van de ratio van de koers aan het eind van elke waarnemingsperiode en de koers aan het eind van de vorige periode te nemen;
de op elk punt in de looptijd waargenomen rendementen zo te corrigeren dat de resulterende reeks rendementen op elk punt in de looptijd nul als gemiddelde heeft;
de covariantiematrix berekenen tussen de verschillende looptijden door de rendementen bij elkaar op te tellen:
de eigenvectoren en eigenwaarden van de covariantiematrix berekenen;
de eigenvectoren bij de drie grootste eigenwaarden selecteren;
een matrix van drie kolommen maken met in de eerste kolom de eigenvector met de grootste eigenwaarde, in de tweede kolom de eigenvector met de op een na grootste eigenwaarde, en in de derde kolom de eigenvector met de op twee na grootste eigenwaarde;
de rendementen projecteren op de in de vorige stap berekende drie hoofdeigenvectoren door de in stap v) verkregen NxM-matrix van rendementen te vermenigvuldigen met de in stap viii) verkregen Mx3-matrix van eigenvectoren;
de in de simulatie te gebruiken matrix van rendementen berekenen door de uitkomsten in stap ix) te vermenigvuldigen met de omzetting van de in stap viii) verkregen matrix van eigenvectoren. Dit is de reeks waarden die in de simulatie moet worden gebruikt.
De curvesimulatie gaat als volgt in zijn werk:
de tijdstap in de simulatie is één periode. Kies per waarnemingsperiode in de aanbevolen periode van bezit een willekeurige rij uit de berekende matrix van rendementen. Het rendement voor elk punt T in de looptijd is de som van de gekozen rijen van de kolom behorend bij looptijdpunt T;
het gesimuleerde percentage voor elk looptijdpunt T is het huidige percentage op looptijdpunt T:
24. Voor priip's in categorie 3 die worden gekenmerkt door onvoorwaardelijke kapitaalbescherming mag de priip-ontwikkelaar aannemen dat de VaR bij een betrouwbaarheidsgraad van 97,5 % gelijk is aan het niveau van onvoorwaardelijke kapitaalbescherming aan het eind van de aanbevolen periode van bezit, naar de huidige datum gedisconteerd met behulp van de verwachte risicovrije discontofactor.
Bepaling van de MMR-klasse voor priip's in categorie 4
25. Indien de priip-prestatie afhangt van een of meer factoren die niet op de markt worden waargenomen of in zekere mate binnen de macht van de priip-ontwikkelaar vallen, of dit het geval is voor een component van de priip, volgt de priip-ontwikkelaar de methode in dit deel om rekening te houden met deze factor(en).
26. De aard van de verschillende priip-componenten die bijdragen tot de prestatie van het priip wordt vastgesteld om die componenten die niet geheel of gedeeltelijk afhangen van een of meer niet op de markt waargenomen factoren te behandelen overeenkomstig de respectieve in deze bijlage beschreven methoden voor priip's in de categorieën 1, 2 of 3. Voor elk van deze componenten wordt een VEV berekend.
27. De priip-component die geheel of gedeeltelijk afhangt van een of meer niet op de markt waargenomen factoren moet voldoen aan stringente, breed erkende industrienormen en regelgeving voor het bepalen van de desbetreffende verwachtingen met betrekking tot de toekomstige bijdrage van deze factoren en de eventuele onzekerheid omtrent die bijdrage. Indien de component niet geheel afhangt van een niet op de markt waargenomen factor, wordt een bootstrap-methodologie gevolgd om rekening te houden met de marktfactoren, zoals beschreven voor priip's in categorie 3. De VEV voor de priip-component is de uitkomst van de combinatie van de bootstrap-methodologie en stringente, breed erkende industrienormen en regelgeving voor het bepalen van de desbetreffende verwachtingen met betrekking tot de toekomstige bijdrage van deze niet op de markt waargenomen factoren.
28. De VEV van elke priip-component wordt evenredig gewogen om te komen tot een algemene VEV van het priip. Bij het wegen van de componenten worden productkenmerken in acht genomen. In voorkomend geval worden productalgoritmen ter beperking van het marktrisico en specifieke kenmerken van de component met winst overwogen.
29. Voor priip's in categorie 4 die worden gekenmerkt door onvoorwaardelijke kapitaalbescherming mag de priip-ontwikkelaar aannemen dat de VaR bij een betrouwbaarheidsgraad van 97,5 % gelijk is aan het niveau van onvoorwaardelijke kapitaalbescherming in de aanbevolen periode van bezit, naar de huidige datum gedisconteerd met behulp van de verwachte risicovrije discontofactor.
DEEL 2
Methodologie voor de beoordeling van het kredietrisico
I. ALGEMENE EISEN
30. Een priip of de onderliggende beleggingen of posities worden geacht een kredietrisico in te houden als het rendement van het priip of de onderliggende beleggingen of posities afhangt van de kredietwaardigheid van een ontwikkelaar of een partij die direct of indirect gehouden is relevante betalingen te verrichten aan de belegger. Een priip met een MMR van 7 is niet verplicht het kredietrisico te beoordelen.
31. Indien een entiteit zich verplicht tot directe betaling aan een retailbelegger voor een priip, wordt het kredietrisico beoordeeld voor de entiteit die de directe debiteur is.
32. Als alle betalingsverplichtingen van een debiteur of een of meer indirecte debiteuren onvoorwaardelijk en onherroepelijk worden gegarandeerd door een andere entiteit (de garantiegever), kan worden uitgegaan van de beoordeling van het kredietrisico van de garantiegever als die gunstiger is dan die van de desbetreffende debiteur(en).
33. Voor priip's met een positie op onderliggende beleggingen of technieken, zoals priip's waarvoor direct of via onderliggende beleggingen sprake is van kredietrisico, wordt het kredietrisico beoordeeld in het licht van het kredietrisico dat samenhangt met zowel het priip zelf als de onderliggende beleggingen of posities (inclusief posities op andere priip's), overeenkomstig het doorkijkbeginsel en indien nodig middels een cascadebeoordeling.
34. Als het kredietrisico alleen bestaat op het niveau van de onderliggende beleggingen of posities (inclusief op andere priip's), wordt het niet beoordeeld op het niveau van het priip zelf maar volgens het doorkijkbeginsel op het niveau van die onderliggende beleggingen of posities. Indien het priip een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) of een alternatieve beleggingsinstelling (abi) betreft, wordt de icbe of abi geacht zelf geen kredietrisico in te houden, maar worden de onderliggende beleggingen of posities van de icbe of abi indien nodig beoordeeld.
35. Indien een priip is blootgesteld aan meerdere onderliggende beleggingen met een kredietrisico, wordt het kredietrisico van elke onderliggende belegging dat een blootstelling van 10 % of meer van de totale activa of waarde van het priip vertegenwoordigt, afzonderlijk beoordeeld.
36. Voor de kredietrisicobeoordeling worden onderliggende beleggingen of blootstellingen aan op een beurs verhandelde derivaten of geclearde otc-derivaten geacht geen kredietrisico in te houden. Aangenomen wordt dat er geen kredietrisico is indien een positie volledig en passend is gedekt of indien ongedekte posities met een kredietrisico minder dan 10 % van de totale activa of waarde van het priip vertegenwoordigen.
II. KREDIETRISICOBEOORDELING
Kredietrisicobeoordeling van debiteuren
37. Indien beschikbaar wijst de priip-ontwikkelaar vooraf een of meer externe kredietbeoordelingsinstellingen (EKBI's) aan die zijn gecertificeerd of geregistreerd door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ) en die consequent als referentie zullen dienen voor de kredietbeoordeling. Indien er bij deze benadering meerdere kredietbeoordelingen beschikbaar zijn, wordt de mediane beoordeling gebruikt, en bij een even aantal beoordelingen wordt standaard de laagste van de twee middelste waarden genomen.
38. Het kredietrisiconiveau van het priip en elke desbetreffende debiteur wordt beoordeeld op basis van, naargelang van toepassing:
de door een EKBI aan het priip toegekende kredietbeoordeling;
de door een EKBI aan de desbetreffende debiteur toegekende kredietbeoordeling;
een standaard kredietbeoordeling overeenkomstig punt 43 van deze bijlage, indien er geen kredietbeoordeling is overeenkomstig a) of b) of beide.
Toewijzing van kredietbeoordelingen aan kredietkwaliteitscategorieën
39. De toewijzing van kredietbeoordelingen van EKBI's op een objectieve schaal van kredietkwaliteitscategorieën is gebaseerd op Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1800 van de Commissie ( 7 ).
40. Bij beoordeling van kredietrisico's volgens het doorkijkbeginsel komt de toegekende kredietkwaliteitscategorie overeen met de gewogen gemiddelde kredietkwaliteitscategorieën van elke debiteur waarvoor een kredietbeoordeling moet worden uitgevoerd, in verhouding tot de totale activa die elk vertegenwoordigt.
41. Bij beoordeling van kredietrisico's in cascade worden alle blootstellingen aan kredietrisico afzonderlijk beoordeeld, per laag, en is de toegekende kredietkwaliteitscategorie de hoogste kredietkwaliteitscategorie, met dien verstande dat van een categorie gesteld op 1 en een categorie gesteld op 3, categorie 3 de hoogste is.
42. De kredietkwaliteitscategorie volgens punt 38 van deze bijlage wordt aangepast aan de looptijd of aanbevolen periode van bezit van het priip, overeenkomstig de volgende tabel, behalve bij toekenning van een kredietbeoordeling die representatief is voor die looptijd of aanbevolen periode van bezit:
|
Kredietkwaliteitscategorie volgens punt 38 van deze bijlage |
Aangepaste kredietkwaliteitscategorie bij een priip-looptijd dan wel aanbevolen periode van bezit van het priip van maximaal één jaar |
Aangepaste kredietkwaliteitscategorie bij een priip-looptijd dan wel aanbevolen periode van bezit van het priip tussen één en twaalf jaar |
Aangepaste kredietkwaliteitscategorie bij een priip-looptijd dan wel aanbevolen periode van bezit van het priip van meer dan twaalf jaar |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1 |
1 |
1 |
1 |
|
2 |
1 |
2 |
2 |
|
3 |
2 |
3 |
3 |
|
4 |
3 |
4 |
5 |
|
5 |
4 |
5 |
6 |
|
6 |
6 |
6 |
6 |
43. Als de debiteur geen externe kredietbeoordelingen heeft, is de in punt 38 van deze bijlage bedoelde standaard kredietbeoordeling:
kredietkwaliteitscategorie 3, als de debiteur erkend is als kredietinstelling of verzekeringsonderneming overeenkomstig het toepasselijke Unierecht of krachtens Unierecht gelijkwaardig geacht regelgevingskader, en als de beoordeling van de lidstaat van vestiging van de debiteur kredietkwaliteitscategorie 3 zou zijn;
kredietkwaliteitscategorie 5, voor elke andere debiteur.
III. MAATSTAF VOOR KREDIETRISICO
44. Een priip wordt toegewezen aan een maatstaf voor kredietrisico (MKR) op een schaal van 1 tot en met 6 volgens de in punt 45 van deze bijlage opgenomen toewijzingstabel en door toepassing van de kredietrisicobeperkende factoren in de punten 46, 47, 48 en 49 van deze bijlage dan wel de kredietrisicoverhogende factoren in de punten 50 en 51 van deze bijlage.
45. Tabel voor toewijzing van kredietkwaliteitscategorieën aan een MKR:
|
Aangepaste kredietkwaliteitscategorie |
Maatstaf voor kredietrisico |
|
0 |
1 |
|
1 |
1 |
|
2 |
2 |
|
3 |
3 |
|
4 |
4 |
|
5 |
5 |
|
6 |
6 |
46. De MKR kan worden toegewezen als 1, indien de activa van een priip of geschikt onderpand, of activa die de betalingsverplichting van het priip dekken:
tot de vervaldatum op ieder moment gelijkwaardig zijn aan de betalingsverplichtingen van het priip aan de beleggers;
in geen geval krachtens toepasselijk recht toegankelijk zijn voor andere crediteuren van de ontwikkelaar.
47. De MKR kan worden toegewezen als 2, indien de activa van een priip of geschikt onderpand, of activa die de betalingsverplichting van het priip dekken:
tot de vervaldatum op ieder moment gelijkwaardig zijn aan de betalingsverplichtingen van het priip aan de beleggers;
worden aangehouden op rekeningen of in registers overeenkomstig toepasselijk recht, waaronder de artikelen 275 en 276 of Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 10 ); en
van dien aard zijn dat de vorderingen van retailbeleggers voorrang hebben boven die van andere crediteuren van de priip-ontwikkelaar of een partij die direct of indirect gehouden is relevante betalingen te verrichten aan de belegger.
48. Bij beoordeling volgens het doorkijkbeginsel of in cascade kunnen de beperkende factoren in de punten 46 en 47 van deze bijlage ook worden toegepast bij de kredietrisicobeoordeling van elke onderliggende debiteur.
49. Indien een priip niet kan voldoen aan de criteria in punt 47 van deze bijlage, kan de MKR volgens punt 45 van deze bijlage met één klasse worden verlaagd indien de vorderingen van retailbeleggers voorrang hebben boven die van gewone crediteuren, zoals beschreven in artikel 108 van Richtlijn 2014/59/EU, van de priip-ontwikkelaar of een partij die direct of indirect gehouden is relevante betalingen te verrichten aan de belegger, voor zover de debiteur onderworpen is aan prudentiële vereisten voor het waarborgen van een passende afstemming van activa en passiva.
50. De MKR volgens punt 45 van deze bijlage wordt met twee klassen verhoogd indien de vordering van een retailbelegger achtergesteld is bij die van niet-achtergestelde crediteuren.
51. De MKR volgens punt 45 van deze bijlage wordt verhoogd met drie klassen als het priip deel uitmaakt van het eigen vermogen van de priip-debiteur, zoals bepaald in artikel 4, lid 1, onder 118), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 11 ) of in artikel 93 van Richtlijn 2009/138/EU.
DEEL 3
Aggregatie van het markt- en het kredietrisico in de samenvattende risico-indicator
52. De samenvattende risico-indicator (SRI) wordt toegekend op basis van de combinatie van de MKR-klasse en de MMR-klasse, volgens onderstaande tabel:
|
MMR-klasse MKR-klasse |
MR1 |
MR2 |
MR3 |
MR4 |
MR5 |
MR6 |
MR7 |
|
CR1 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
CR2 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
CR3 |
3 |
3 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
CR4 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
6 |
7 |
|
CR5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
6 |
7 |
|
CR6 |
6 |
6 |
6 |
6 |
6 |
6 |
7 |
52 bis. Indien de priip-ontwikkelaar van mening is dat het overeenkomstig punt 52 op basis van de combinatie van marktrisico en kredietrisico toegekende cijfer van de samenvattende risico-indicator de risico’s van het priip niet adequaat weergeeft, kan de priip-ontwikkelaar beslissen dat cijfer te verhogen. De besluitvorming voor een dergelijke verhoging wordt gedocumenteerd.
Bewaking van de gegevens die van belang zijn voor de samenvattende risico-indicator
53. De priip-ontwikkelaar bewaakt de marktgegevens die van belang zijn voor de berekening van de MMR-klasse. Bij wijziging van de MMR-klasse kent de priip-ontwikkelaar de MMR-klasse toe waarmee in de afgelopen vier maanden de meeste referentiepunten overeenkwamen.
54. De priip-ontwikkelaar bewaakt tevens de kredietrisicocriteria die van belang zijn voor de berekening van de MKR, en, indien die criteria aanleiding zijn voor wijziging van de MKR-klasse, wordt de MKR toegekend aan de nieuwe desbetreffende klasse.
55. De MMR-klasse wordt altijd opnieuw beoordeeld na een besluit van de priip-ontwikkelaar over het beleggingsbeleid en/of de beleggingsstrategie van het priip. In een dergelijke situatie wordt iedere wijziging van de MMR gezien als een nieuwe bepaling van de MMR-klasse van het priip en deze moet derhalve plaatsvinden overeenkomstig de algemene voorschriften voor het bepalen van een MMR-klasse voor de priip-categorie.
DEEL 4
Liquiditeitsrisico
56. Het liquiditeitsrisico van een priip wordt geacht van materieel belang te zijn als aan een van de volgende criteria wordt voldaan:
het priip is toegelaten tot de handel op een secundaire markt of een alternatieve liquiditeitsfaciliteit en er wordt geen vastgelegde liquiditeit aangeboden door marktmakers of de priip-ontwikkelaar, zodat de liquiditeit alleen afhangt van de beschikbaarheid van kopers en verkopers op de secundaire markt of de alternatieve liquiditeitsfaciliteit, in aanmerking genomen dat de reguliere handel in een product op het ene tijdstip geen garantie biedt voor de reguliere handel in hetzelfde product op het andere tijdstip;
het gemiddelde liquiditeitsprofiel van de onderliggende beleggingen is aanmerkelijk lager dan de reguliere vergoedingsfrequentie voor het priip, wanneer en voor zover de door het priip aangeboden liquiditeit afhankelijk is van de liquidatie van zijn onderliggende activa;
volgens schattingen van de priip-ontwikkelaar kunnen zich voor retailbeleggers onder bepaalde marktomstandigheden grote problemen voordoen ten aanzien van tijd of kosten als zij willen desinvesteren.
57. Een priip wordt geacht illiquide te zijn, al dan niet contractueel, als aan een van de volgende criteria wordt voldaan:
het priip is niet toegelaten tot de handel op een secundaire markt en er wordt geen alternatieve liquiditeitsfaciliteit aangeboden door de priip-ontwikkelaar of een derde, of de alternatieve liquiditeitsfaciliteit is onderworpen aan belangrijke beperkende voorwaarden, zoals hoge sancties bij vroegtijdige verkoop of discretionaire terugkoopprijzen, of als er geen liquiditeitsregelingen zijn;
het priip biedt wel mogelijkheden voor beëindiging of terugkoop vóór de toepasselijke vervaldatum maar onder aanmerkelijke beperkende voorwaarden, zoals hoge sancties bij vroegtijdige uitstap of discretionaire terugkoopprijzen, of na toestemming en beoordeling door de priip-ontwikkelaar;
het priip biedt geen mogelijkheden voor beëindiging of terugkoop vóór de toepasselijke vervaldatum.
58. In alle andere gevallen wordt een priip geacht liquide te zijn.
BIJLAGE III
PRESENTATIE VAN DE SAMENVATTENDE RISICO-INDICATOR (SRI)
Vorm van presentatie
1. Priip-ontwikkelaars zijn voor de presentatie van de SRI in hun essentiële-informatiedocument gebonden aan de volgende vorm. Het desbetreffende cijfer wordt gemarkeerd overeenkomstig onderstaand voorbeeld, naargelang van de SRI voor het priip.
Leidraad bij het invullen van de gegevens voor de SRI
2. De beschrijvende toelichting bij de SRI geeft een korte uitleg van het doel van de SRI en de onderliggende risico's.
3. Direct na de SRI volgt het tijdskader van de aanbevolen periode van bezit. Daarnaast wordt zoals in de bovenstaande template direct na de SRI tevens een waarschuwing opgenomen in de volgende gevallen:
als het risico van het priip aanmerkelijk hoger wordt geacht bij een andere periode van bezit;
als een priip wordt geacht een liquiditeitsrisico van materieel belang te hebben, ongeacht of dit contractueel van aard is of niet;
als een priip wordt geacht illiquide te zijn, ongeacht of dit contractueel van aard is of niet.
4. Naargelang van toepassing is voor elk priip, bevat de beschrijvende toelichting het volgende:
een waarschuwing in vet lettertype indien:
een priip wordt geacht een valutarisico te hebben in de zin van artikel 3, lid 2, onder c), van deze Verordening (element C);
een priip een mogelijke verplichting heeft toe te voegen aan de oorspronkelijke belegging (element D);
in voorkomend geval, een toelichting op de risico's die van materieel belang zijn voor het priip maar die niet afdoende konden worden vastgelegd in de SRI (element E);
een verduidelijking:
dat het priip waar nodig beschikt over (gedeeltelijke) kapitaalbescherming tegen marktrisico, onder vermelding van het percentage beschermd belegd vermogen (element F);
indien de (gedeeltelijke) kapitaalbescherming tegen marktrisico beperkt is, van de specifieke voorwaarden van de beperkingen (element G);
dat het priip niet beschikt over kapitaalbescherming tegen marktrisico, waar nodig (element H);
dat het priip niet beschikt over kapitaalgarantie tegen kredietrisico, waar nodig (element I);
indien de bescherming tegen kredietrisico beperkt is, van de specifieke voorwaarden van de beperkingen (element J).
5. Voor priip's die een scala van beleggingsopties bieden, zijn de ontwikkelaars gebonden aan de in punt 1) van deze bijlage beschreven vorm voor presentatie van de SRI, en vermelden zij alle geboden risicoklassen, van de laagste tot en met de hoogste risicoklasse.
6. Voor derivaten zijnde futures, callopties en putopties die op een gereglementeerde markt of op een daarmee overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 gelijkwaardig geachte markt van een derde land worden verhandeld, worden de elementen A, B en, waar van toepassing, H opgenomen.
6 bis. Voor de in punt 4, b), van bijlage II bedoelde priip’s in categorie 1 moet de terminologie in de beschrijvende toelichtingen bij de SRI indien nodig worden aangepast om de specifieke kenmerken van het priip, zoals het ontbreken van een initieel beleggingsbedrag, weer te geven.
Beschrijvende toelichtingen
7. Voor de presentatie van de SRI, met inbegrip van punt 4 van deze bijlage, worden de volgende beschrijvende toelichtingen gebruikt, waar van toepassing:
BIJLAGE IV
PRESTATIESCENARIO’S
Aantal scenario’s
1. De prestatiescenario’s in het kader van deze verordening die verschillende mogelijke rendementen laten zien, zijn de volgende:
een gunstig scenario;
een gematigd scenario;
een ongunstig scenario;
een stressscenario.
2. In het stressscenario worden aanzienlijke ongunstige effecten van het priip beschreven die niet tot uiting komen in het in punt 1, c), van deze bijlage genoemde ongunstige scenario. Het stressscenario bevat tussenliggende perioden voor zover die perioden worden getoond voor de prestatiescenario’s in punt 1, a) tot en met c), van deze bijlage.
3. Een extra scenario voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten gaat uit van het in punt 1, b), van deze bijlage genoemde gematigde scenario, indien de prestatie van belang is voor het rendement van de belegging.
4. Het minimale beleggingsrendement wordt tevens weergegeven zonder rekening te houden met de situatie waarbij de priip-ontwikkelaar of de partij die direct of indirect gehouden is relevante betalingen te verrichten aan de retailbelegger niet kan uitbetalen.
Berekening van ongunstige, gematigde en gunstige scenariowaarden voor de aanbevolen periode van bezit voor priip’s in categorie 2
Geval 1: in punt 1 van bijlage VIII bedoelde priip’s met voldoende historische gegevens
5. De volgende regels zijn van toepassing op de in punt 1 van bijlage VIII bedoelde priip’s, wanneer ten tijde van de berekening is voldaan aan de volgende criteria met betrekking tot de lengte van de jaarlijkse opeenvolgende historische waarden voor het priip:
de lengte is meer dan 10;
de lengte is vijf jaar langer dan de duur van de aanbevolen periode van bezit van het priip.
6. Indien de aanbevolen periode van bezit vijf jaar of minder bedraagt, worden het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario berekend over de laatste tien jaar vanaf de datum waarop de berekening wordt gemaakt. Indien de aanbevolen periode van bezit langer is dan vijf jaar, worden het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario berekend over een periode die gelijk is aan de aanbevolen periode van bezit plus vijf jaar na de datum waarop de berekening wordt gemaakt.
7. De berekening van het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario omvat de volgende stappen:
binnen de in punt 6 van deze bijlage gespecificeerde periode, vaststelling van alle elkaar overlappende subintervallen die op zich even lang zijn als de aanbevolen periode van bezit en die aanvangen of eindigen in elk van de maanden, of op elk van de waarderingsdata voor priip’s met een maandelijkse waarderingsfrequentie die binnen die periode vallen;
voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit van meer dan één jaar, vaststelling van alle elkaar overlappende subintervallen die op zich even lang zijn als of korter zijn dan de aanbevolen periode van bezit, maar even lang zijn als of langer dan één jaar en die eindigen aan het eind van de in punt 6 van deze bijlage bepaalde periode;
voor elk in de punten a) en b) bedoeld subinterval, berekening van de prestaties van het priip als volgt:
op basis van de prestaties van het priip tijdens de exacte duur van elk subinterval;
onder aftrek van alle toepasselijke kosten;
onder de aanname dat alle uitkeerbare inkomsten van het priip werden herbelegd;
aan de hand van een lineaire transformatie om de prestaties te verkrijgen van subintervallen die korter zijn dan de aanbevolen periode van bezit, opdat alle intervallen een vergelijkbare lengte zouden hebben;
rangschikking van de overeenkomstig punt a) vastgestelde subintervallen volgens hun overeenkomstig punt c) berekende prestaties om binnen die subintervallen de mediaan en de subintervallen met de beste prestaties vast te stellen;
rangschikking van de overeenkomstig de punten a) en b) vastgestelde subintervallen (samen) volgens hun overeenkomstig punt c) berekende prestaties om binnen die subintervallen de subintervallen met de slechtste prestaties vast te stellen.
8. Het ongunstige scenario geeft de slechtste evolutie van de waarde van het priip weer in overeenstemming met punt 7, e), van deze bijlage.
9. Het gematigde scenario geeft de mediaan-evolutie van de waarde van het priip weer in overeenstemming met punt 7, d), van deze bijlage.
10. Het gunstige scenario geeft de beste evolutie van de waarde van het priip weer in overeenstemming met punt 7, d), van deze bijlage.
11. De scenario’s worden minstens één keer per maand berekend.
Geval 2: in punt 1 van bijlage VIII bedoelde priip’s zonder voldoende historische gegevens en met de mogelijkheid om een benchmark te gebruiken
12. Voor in punt 1 van bijlage VIII bedoelde priip’s worden het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario berekend zoals aangegeven in de punten 6 tot en met 11 van deze bijlage, aan de hand van gegevens van een benchmark om de waarden voor het priip na aftrek van alle toepasselijke kosten aan te vullen, indien:
de lengte van de priip-waarden niet voldoet aan de criteria van punt 5 van deze bijlage;
de benchmark geschikt is om de prestatiescenario’s te ramen overeenkomstig de criteria in punt 16 van deze bijlage, en
er voor de benchmark historische gegevens zijn die voldoen aan de criteria van punt 5 van deze bijlage.
Indien in de informatie over de doelstellingen van het priip wordt verwezen naar een benchmark, wordt die benchmark gebruikt, mits aan de voorwaarden in de eerste alinea is voldaan.
Geval 3: in punt 1 van bijlage VIII bedoelde priip’s zonder voldoende historische gegevens en zonder benchmark, of met een benchmark zonder voldoende historische gegevens, of alle andere priip’s in categorie 2
13. Voor in punt 1 van bijlage VIII bedoelde priip’s die niet onder geval 1 of geval 2 vallen, of voor alle andere priip’s in categorie 2 worden het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario berekend zoals aangegeven in de punten 6 tot en met 11 van deze bijlage, aan de hand van de benchmarks van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ). Die benchmarks vertegenwoordigen de activaklassen waarin het priip belegt of de onderliggende beleggingen waaraan het priip is blootgesteld, ter aanvulling van de waarden voor het priip of de benchmark bedoeld in punt 12 van deze bijlage. Alle activaklassen waarin het priip meer dan 25 % van zijn activa of onderliggende beleggingen zou kunnen beleggen en die meer dan 25 % van de blootstelling vertegenwoordigen, worden in aanmerking genomen. Indien geen dergelijke benchmark bestaat, wordt een passende vervangende waarde gebruikt.
14. Indien het priip in verschillende soorten activa belegt of blootstelling aan verschillende soorten onderliggende beleggingen aanbiedt en er meer dan één benchmark als bedoeld in punt 13 van deze bijlage is vastgesteld, worden de scenario’s berekend aan de hand van een “samengestelde benchmark”, rekening houdend met de gewichten van de geraamde belegging in elk soort activa of onderliggende beleggingen.
15. Voor priip’s in categorie 2 waarvoor er geen geschikte benchmark of vervangende waarde met voldoende historische gegevens is die voldoen aan de criteria van punt 5 van deze bijlage voor het priip, worden prestatiescenario’s berekend overeenkomstig de punten 21 tot en met 27 van deze bijlage aan de hand van 15 jaar historische rendementen van het priip of een passende benchmark of vervangende waarde.
Gevallen 2 en 3: gebruik van passende benchmarks of vervangende waarden
16. Om te beoordelen of het gebruik van een bepaalde benchmark of vervangende waarde geschikt is om de prestatiescenario’s te ramen, gebruiken priip-ontwikkelaars de volgende criteria, mits die criteria in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het priip en het soort activa waarin het priip belegt of de onderliggende beleggingen waaraan het priip blootstelling aanbiedt, en relevant zijn voor het priip:
risico- en rendementsprofiel wanneer de benchmark of vervangende waarde en het priip behoren tot dezelfde categorie van SRI of volatiliteit en verwacht rendement, of beide;
verwacht rendement;
samenstelling van activatoewijzing (wanneer de activamenstelling van het priip een samengestelde index weerspiegelt, weerspiegelt de referentiebenchmark of vervangende waarde voor de berekening van prestatiescenario’s consequent de gewichten van de samengestelde index);
potentiële activa waarin het priip belegt, in overeenstemming met het beleggingsbeleid;
blootstelling aan onderliggende activaklassen;
geografische blootstellingen;
sectorblootstellingen;
uitkering van de inkomsten van het priip;
liquiditeitsmaatregelen (bv.: dagelijkse handelsvolumes, bied-laatmarges enz.);
duur;
ratingcategorie;
volatiliteit of historische volatiliteit of beide.
Priip-ontwikkelaars mogen naast de in de eerste alinea vermelde criteria ook aanvullende criteria gebruiken, mits zij aantonen dat die aanvullende criteria relevant zijn voor de doelstellingen van het priip en het soort activa waarin het priip belegt of het soort onderliggende beleggingen waaraan het priip blootstelling aanbiedt.
17. Priip-ontwikkelaars kunnen aantonen dat de benchmarks consistent zijn met de doelstellingen van het priip en documenteren hun besluit, met inbegrip van een duidelijke motivering van de gebruikte benchmark.
Berekening van het stressscenario voor priip’s in categorie 2
18. Voor priip’s in categorie 2 omvat de berekening van het stressscenario de volgende stappen:
bepaal een subinterval w dat overeenstemt met de volgende intervallen:
|
|
één jaar |
> één jaar |
|
Dagkoersen |
21 |
63 |
|
Weekkoersen |
8 |
16 |
|
Maandkoersen |
6 |
12 |
bepaal voor elk subinterval met lengte w de historische lognormale rendementen rt, waarbij t = t1, t2, …, tw
meet de volatiliteit op basis van de onderstaande formule vanaf ti = t1 rollende tot ti = t–+1 waarbij H het aantal historische waarnemingen in de periode is:
waarbij M de telling van het aantal waarnemingen in het subinterval is en het gemiddelde van alle historische lognormale rendementen in het overeenkomstige subinterval;
leid de waarde af die overeenstemt met het 99e percentiel voor één jaar en het 95e percentiel voor de andere perioden van bezit; die waarde wordt de stressvolatiliteit
19. Voor priip’s in categorie 2 zijn de verwachte waarden aan het eind van de aanbevolen periode van bezit voor het stressscenario:
.
waarbij:
N het aantal handelsperioden in de aanbevolen periode van bezit is, en de overige grootheden gedefinieerd zijn in punt 12 van bijlage II;
z α een passende geselecteerde waarde van het priip is in het uiterste percentiel dat overeenstemt met 1 % voor één jaar en 5 % voor de overige perioden van bezit.
20. De aangegeven waarde voor het stressscenario mag niet beter zijn dan die van het ongunstige scenario.
Berekening van scenariowaarden voor de aanbevolen periode van bezit voor bepaalde priip’s in categorie 1, priip’s in categorie 3 en priip’s in categorie 4
21. Het gunstige scenario is de waarde van het priip op het 90e percentiel van een geraamde verdeling van de resultaten over de aanbevolen periode van bezit, na aftrek van alle toepasselijke kosten.
22. Het gematigde scenario is de waarde van het priip op het 50e percentiel van een geraamde verdeling van de resultaten over de aanbevolen periode van bezit, na aftrek van alle toepasselijke kosten.
23. Het ongunstige scenario is de waarde van de priip op het 10e percentiel van een geschatte verdeling van de resultaten over de aanbevolen periode van bezit, na aftrek van alle toepasselijke kosten.
24. Wanneer de priip-ontwikkelaar van mening is dat er een wezenlijk risico bestaat dat deze scenario’s retailbeleggers ongepaste verwachtingen kunnen bieden over de mogelijke rendementen die zij kunnen ontvangen, kunnen zij lagere percentielen gebruiken dan die welke in de punten 21, 22 en 23 van deze bijlage zijn gespecificeerd.
25. Voor priip’s in categorie 3 is de methode om de geraamde verdeling van de resultaten van het priip over de aanbevolen periode van bezit af te leiden identiek aan de in de punten 19 tot en met 23 van bijlage II gespecificeerde methode. Het verwachte rendement van elk actief is echter het over de periode waargenomen rendement zonder de verwachte prestatie met behulp van de verwachte risicovrije disconteringsfactor te disconteren.
26. Voor priip’s in categorie 3 wordt de berekening van het stressscenario als volgt aangepast ten opzichte van de berekening voor priip’s in categorie 2:
leid de stressvolatiliteit af op basis van de methodiek als gedefinieerd in punt 18, a), b) en c) van deze bijlage;
herschaal de historische rendementen rt, op basis van de volgende formule:
verricht het bootstrappen op zoals beschreven in punt 22 van bijlage II;
bereken het rendement per contract door de rendementen in de geselecteerde perioden op te tellen en die rendementen zo te corrigeren dat het verwachte rendement gemeten op basis van de gesimuleerde rendementsspreiding verloopt als volgt:
waarbij E*[rbootstrapped ] het nieuwe gesimuleerde gemiddelde wordt.
27. Voor priip’s in categorie 3 wordt het stressscenario de waarde van het priip in het uiterste zα-percentiel als gedefinieerd in punt 19 van deze bijlage van de gesimuleerde verdeling als vastgesteld in punt 26 van deze bijlage.
28. Voor priip’s in categorie 4 wordt de in punt 27 van bijlage II beschreven methode gevolgd voor niet op de markt waargenomen factoren, zo nodig in combinatie met de methode voor priip’s in categorie 3. Als het priip verschillende componenten combineert, worden voor de desbetreffende componenten van het priip de in de punten 5 tot en met 20 van deze bijlage beschreven toepasselijke methoden voor priip’s in categorie 2 en de in de punten 21 tot en met 27 van deze bijlage beschreven toepasselijke methoden voor priip’s in categorie 3 gebruikt. De prestatiescenario’s zijn een gewogen gemiddelde van de relevante componenten. In de berekeningen van de prestaties wordt rekening gehouden met productkenmerken en kapitaalgaranties.
29. Voor priip’s in categorie 1 overeenkomstig punt 4, a), van bijlage II en priip’s in categorie 1 overeenkomstig punt 4, b), van bijlage II, die niet op een gereglementeerde markt of op een overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 daarmee gelijkwaardig geachte markt van een derde land worden verhandeld, worden prestatiescenario’s berekend overeenkomstig punten 21 tot en met 27 van deze bijlage.
Berekening van scenariowaarden voor de aanbevolen periode van bezit voor andere soorten priip’s in categorie 1
30. Voor priip’s in categorie 1 zijnde futures, callopties en putopties die op een gereglementeerde markt of op een daarmee overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 gelijkwaardig geachte markt van een derde land worden verhandeld, worden de prestatiescenario’s weergegeven in de vorm van grafieken van de uitbetalingsstructuur. In een grafiek wordt de prestatie weergegeven voor alle scenario’s voor de verschillende niveaus van de onderliggende waarde. Op de horizontale as zijn de diverse mogelijke prijzen van de onderliggende waarde afgezet en op de verticale as, de winst of het verlies bij de verschillende prijzen van de onderliggende waarde. De grafiek toont voor elke prijs van de onderliggende waarde het bijbehorende winst- of verliesniveau en bij welke prijs van de onderliggende waarde dat niveau gelijk aan nul is.
31. Voor priip’s in categorie 1 overeenkomstig punt 4, c), van bijlage II wordt een redelijke en voorzichtige beste raming van de verwachte waarden voor de prestatiescenario’s omschreven in punt 1, a), b) en c), aan het eind van de aanbevolen periode van bezit gegeven.
De geselecteerde en weergegeven scenario’s zijn in overeenstemming met en complementair aan de overige informatie in het essentiële-informatiedocument, inclusief het algemene risicoprofiel voor het priip. De priip-ontwikkelaar zorgt ervoor dat de scenario’s stroken met interne conclusies over productbeheer, zoals de uitkomsten van eventuele door de ontwikkelaar voor het priip uitgevoerde stresstests en gegevens en analyses die zijn gebruikt om de andere informatie in het essentiële-informatiedocument tot stand te brengen.
De scenario’s worden zo geselecteerd dat de mogelijke resultaten van het priip onder gunstige én onder ongunstige omstandigheden evenwichtig worden weergegeven, maar alleen scenario’s die redelijkerwijs te verwachten zijn, worden getoond. De scenario’s worden niet zodanig gekozen dat gunstige resultaten ten onrechte meer aandacht krijgen dan ongunstige.
Berekening van scenariowaarden voor tussenliggende perioden van bezit
32. Voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit tussen 1 en 10 jaar wordt de prestatie weergegeven in twee verschillende perioden van bezit: aan het eind van het eerste jaar en aan het eind van de aanbevolen periode van bezit.
33. Voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit van 10 jaar of meer wordt de prestatie weergegeven in drie perioden van bezit: aan het eind van het eerste jaar, aan het eind van het jaar waarin de aanbevolen periode van bezit voor de helft is verstreken, en aan het eind van de aanbevolen periode van bezit.
34. Voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit van één jaar of minder worden geen prestatiescenario’s weergegeven voor tussenliggende perioden van bezit.
35. Voor priip’s in categorie 2 worden de te vermelden waarden voor de tussenliggende perioden voor het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario berekend overeenkomstig de punten 5 tot en met 14 van deze bijlage, aan de hand van de in punt 6 gespecificeerde periode, maar op basis van de resultaten die in de tussenliggende periode van bezit zijn bereikt.
36. Voor priip’s in categorie 2 worden de voor de tussenliggende perioden weer te geven waarden voor het stressscenario berekend aan de hand van de formules in de punten 18 en 19 van deze bijlage, waarbij N staat voor het aantal handelsperioden vanaf de begindatum tot het eind van de tussenliggende periode. Punt 20 van deze bijlage is ook van toepassing op de tussenliggende perioden.
37. Tenzij punt 38 van deze bijlage van toepassing is, worden voor in de punten 15 en 29 van deze bijlage bedoelde priip’s, priip’s in categorie 3 en priip’s in categorie 4 de voor de tussenliggende periode van bezit weer te geven scenariowaarden door de priip-ontwikkelaar geschat op een manier die overeenstemt met de schatting aan het eind van de aanbevolen periode van bezit.
38. Voor priip’s in categorie 1 zijnde futures, callopties en putopties die op een gereglementeerde markt of op een daarmee overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 gelijkwaardig geachte markt van een derde land worden verhandeld, of voor in punt 90, d) van bijlage VI bedoelde priip’s, kunnen de prestatiescenario’s enkel worden weergegeven aan het eind van de aanbevolen periode van bezit.
Algemene eisen
39. De prestatiescenario’s van het priip worden berekend onder aftrek van alle toepasselijke kosten overeenkomstig bijlage VI voor het scenario en de periode van bezit die worden gepresenteerd.
40. Prestatiescenario’s worden berekend aan de hand van bedragen die consistent zijn met de bedragen die worden gebruikt voor de berekening van de kosten zoals gespecificeerd in de punten 90 en 91 van bijlage VI.
41. Voor priip’s zijnde forwards, futures, CFD’s (contract for difference) of swaps worden prestatiescenario’s berekend onder de aanname dat het in punt 40 gespecificeerde bedrag het notionele bedrag is.
42. De prestatiescenario’s worden gepresenteerd in monetaire eenheden. De cijfers worden standaard afgerond op de dichtstbijzijnde 10 EUR of de desbetreffende valuta, tenzij er specifieke uitbetalingsvoorwaarden zijn, waardoor het misleidend kan zijn de cijfers op de dichtstbijzijnde 10 EUR af te ronden; in dat geval mag de priip-ontwikkelaar tot op de dichtstbijzijnde euro afgeronde cijfers presenteren. Onverminderd punt 7 van deze bijlage geven de geldbedragen de som weer van de bedragen die de retailbelegger tijdens de aanhoudingsperiode zou ontvangen (na aftrek van kosten), bestaande uit:
de aan het eind van de periode van bezit verschuldigde betalingen, met inbegrip van het terugbetaalde kapitaal;
de vóór het einde van de periode van bezit ontvangen coupons of andere bedragen, zonder dat deze bedragen opnieuw worden geïnvesteerd.
43. Voor priip’s zijnde forwards, futures, CFD’s (contract for difference) of swaps geven prestatiescenario’s in monetaire eenheden de tijdens de periode van bezit gemaakte winsten of verliezen weer.
44. De prestatiescenario’s worden ook in percentages gepresenteerd, als het gemiddelde jaarlijks rendement op de inleg. Het percentage wordt berekend met de scenariowaarde als teller en het bedrag van het oorspronkelijke beleggingsbedrag of de betaalde prijs als noemer, volgens onderstaande formule:
(scenariowaarde/initiële belegging) ^ (1/T) — 1, indien T > 1. Daarbij staat T voor de duur van de periode van bezit in jaren.
45. Voor aanbevolen perioden van bezit korter dan één jaar weerspiegelen prestatiescenario’s in percentages het verwachte rendement voor die periode, niet geannualiseerd.
46. Voor priip’s zijnde forwards, futures, CFD’s (contract for difference) of swaps wordt het rendementspercentage berekend op basis van het notionele bedrag van het contract en wordt de berekening toegelicht in een voetnoot. De formule voor de berekening is als volgt:
(Nettowinst of -verlies/Notioneel bedrag) ^ (1/T) -1, indien T > 1.
In de voetnoot moet worden aangegeven dat het potentiële rendement wordt berekend als een percentage op het notionele bedrag.
47. Voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten geldt het volgende naast de onder punt 28 van deze bijlage hierboven bedoelde methoden bij de berekening van de prestatiescenario’s voor de belegging:
toekomstige winstdeling wordt in aanmerking genomen;
aannamen voor toekomstige winstdeling stemmen overeen met de aanname voor het jaarlijks rendement op de onderliggende activa;
aannamen voor de verdeelwijze van toekomstige winst tussen de priip-ontwikkelaar en de retailbelegger en andere aannamen voor toekomstige winstdeling zijn realistisch en stroken met de actuele bedrijfspraktijk en -strategie van de priip-ontwikkelaar. Indien er voldoende bewijs is dat de onderneming haar praktijk of strategie gaat wijzigen, stemmen de aannamen voor winstdeling overeen met de gewijzigde praktijk of strategie. Voor levensverzekeraars in de zin van Richtlijn 2009/138/EG stemmen die aannamen overeen met de aannamen voor toekomstige beheeractiviteiten voor de waardering van technische voorzieningen op de Solvabiliteit II-balans;
een prestatiecomponent die betrekking heeft op deling in discretionair uit te keren winst, wordt alleen in de gunstige prestatiescenario’s aangenomen;
de prestatiescenario’s worden berekend op basis van de beleggingsbedragen beschreven in punt 40 van deze bijlage.
BIJLAGE V
METHODOLOGIE VOOR DE PRESENTATIE VAN PRESTATIESCENARIO’S
DEEL 1
Algemene specificaties van de presentatie
1. De prestatiescenario’s worden op een manier gepresenteerd die nauwkeurig, eerlijk, duidelijk en niet misleidend is en waarschijnlijk begrijpelijk is voor de gemiddelde retailbelegger.
2. In elk geval worden de volgende beschrijvende toelichtingen uit deel 2 van deze bijlage opgenomen:
element A;
element B, dat duidelijk boven de tabel of grafiek van het prestatiescenario wordt weergegeven.
3. Voor alle priips’s, met uitzondering van de in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s in categorie 1:
element C in deel 2 van deze bijlage wordt duidelijk boven de tabel van het prestatiescenario weergegeven;
informatie over het minimale beleggingsrendement wordt vermeld in de tabel van het prestatiescenario en in voorkomend geval wordt element G in deel 2 van deze bijlage opgenomen. Indien een minimumrendement wordt gegarandeerd, wordt dat minimumrendement vermeld in geldbedragen voor de perioden van bezit waarvoor de garantie geldt. Indien er geen minimumrendement wordt gegarandeerd, of indien de garantie slechts voor sommige maar niet voor alle perioden van bezit geldt, wordt voor de betrokken perioden van bezit een beschrijving opgenomen waarin staat dat retailbeleggers het belegde bedrag geheel of gedeeltelijk kunnen verliezen of, indien van toepassing, dat retailbeleggers meer kunnen verliezen dan zij belegden, zoals beschreven in deel 3 van deze bijlage.
4. Wanneer een stressscenario wordt getoond, wordt het beschrijvende element D in deel 2 van deze bijlage opgenomen.
5. Voor priip’s in categorie 2, met uitzondering van die bedoeld in punt 15 van bijlage IV, worden voor het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario beschrijvende toelichtingen opgenomen met element E in deel 2 van deze bijlage.
6. Voor priip’s in categorie 1 met uitzondering van die bedoeld in punt 30 van bijlage IV, in punt 15 van bijlage IV bedoelde priip’s in categorie 2, priip’s in categorie 3 en priip’s in categorie 4 wordt een korte toelichting van de weergegeven scenario’s opgenomen met een maximum van 300 tekens in gewone taal.
7. De elementen H, I, J en K in deel 2 van deze bijlage worden ook opgenomen in het geval van in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s in categorie 1.
8. Tussenliggende perioden van bezit worden getoond overeenkomstig de punten 32, 33 en 34 van bijlage IV. De tussenliggende perioden kunnen verschillen afhankelijk van de duur van de aanbevolen periode van bezit.
9. Voor priip’s die geen prestatiescenario’s voor tussenliggende perioden van bezit geven, wordt in voorkomend geval het beschrijvende element F in deel 2 van deze bijlage opgenomen.
10. Tenzij anders bepaald, gebruiken priip-ontwikkelaars voor alle priip’s, met uitzondering van de in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s in categorie 1, de templates in deel 3 van deze bijlage om de prestatiescenario’s te presenteren, naargelang het een priip met eenmalige inleg of premiebetaling betreft, of een priip met periodieke betaling of premiebetaling, of een priip als bedoeld in punt 76 quater van bijlage VI.
11. De term “uitstap” wordt in de tabel van het prestatiescenario gebruikt om het einde van de belegging weer te geven, tenzij deze term voor specifieke soorten priip’s misleidend kan zijn; in dat geval mag een alternatieve term worden gebruikt, zoals “beëindiging” of “afkoop”.
12. Voor de in punt 4, b), van bijlage II bedoelde priip’s in categorie 1 moet de terminologie indien nodig worden aangepast om de specifieke kenmerken van het priip weer te geven, zoals om te verwijzen naar het notionele bedrag van het priip.
13. Voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten worden extra rijen opgenomen met betrekking tot de premies voor biometrisch risico en een scenario voor de verzekeringsuitkeringen, zoals geïllustreerd in de templates A en B in deel 3 van deze bijlage. Rendementen voor dit scenario worden alleen in geldbedragen getoond.
14. Voor priip’s met periodieke betaling of premiebetaling bevatten de templates ook informatie over het geaccumuleerde beleggingsbedrag en, indien van toepassing, de geaccumuleerde premie voor biometrisch risico, zoals geïllustreerd in template B in deel 3 van deze bijlage.
15. Voor priip’s die bedoeld zijn om levenslang te worden aangehouden, kan de in de prestatiescenario’s vermelde aanbevolen periode van bezit aangeven dat het priip bedoeld is om levenslang te worden aangehouden en het aantal jaren vermelden dat als voorbeeld voor de berekening is gebruikt.
16. Voor priip’s die direct ingaande lijfrenten of andere priip’s zijn die alleen bedoeld zijn om uit te keren wanneer de verzekerde gebeurtenis zich voordoet, wordt in de tabel van het prestatiescenario, naargelang van het geval, het volgende weergegeven:
de scenario’s bij leven bij de aanbevolen periode van bezit weerspiegelen het geaccumuleerde bedrag van de betalingen aan de retailbelegger;
indien tussentijdse scenario’s bij leven zijn opgenomen, weerspiegelen deze de afkoopwaarden en het geaccumuleerde bedrag van de betalingen aan de retailbelegger op dat moment;
de scenario’s bij verzekerde gebeurtenissen, zoals bij overlijden, geven het vaste bedrag weer dat de begunstigden op dat moment ontvangen.
17. Wanneer het priip wordt opgevraagd of geannuleerd vóór het eind van de aanbevolen periode van bezit overeenkomstig de simulatie, wordt de presentatie van de prestatiescenario’s dienovereenkomstig aangepast, zoals geïllustreerd in template C in deel 3 van deze bijlage, en worden toelichtingen toegevoegd zodat duidelijk is of een bepaald scenario een vroegtijdige opvraging of annulering omvat en dat niet van herbelegging werd uitgegaan. In scenario’s waarbij het priip automatisch wordt opgevraagd of geannuleerd, worden de cijfers gegeven in de kolom “Als u uitstapt bij opvraging of op vervaldag” van template C in deel 3 van deze bijlage. De voor de tussenliggende perioden van bezit vermelde perioden zijn dezelfde voor de verschillende prestatiescenario’s en zijn gebaseerd op de aanbevolen periode van bezit indien het priip niet wordt opgevraagd, hetgeen naar verwachting wordt afgestemd op de looptijd ervan. Cijfers voor tussenliggende perioden van bezit worden alleen gegeven voor scenario’s waarbij het priip nog niet is opgevraagd of geannuleerd vóór of aan het eind van die tussenliggende periode van bezit en omvatten alle uitstapkosten die op dat moment van toepassing zijn. Indien het priip op basis van de simulatie vóór of aan het eind van die tussenliggende periode van bezit zou zijn opgevraagd, worden voor die periode geen cijfers gegeven.
DEEL 2
Voorgeschreven beschrijvende elementen
[Element A] De weergegeven bedragen zijn inclusief alle kosten van het product zelf, (waar van toepassing) [maar mogelijk niet inclusief alle kosten die u betaalt aan uw adviseur of distributeur/en inclusief de kosten van uw adviseur of distributeur]. In de bedragen is geen rekening gehouden met uw persoonlijke fiscale situatie, die eveneens van invloed kan zijn op hoeveel u terugkrijgt.
[Element B] Wat u bij dit product ontvangt, hangt af van de toekomstige marktprestaties. De marktontwikkelingen in de toekomst zijn onzeker en kunnen niet nauwkeurig worden voorspeld.
[Element C] [Het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario zijn illustraties aan de hand van de slechtste, de gemiddelde en de beste prestaties van [het product/een geschikte benchmark] over de afgelopen [x] jaren.] (voor priip’s in categorie 2, met uitzondering van die bedoeld in punt 15 van bijlage IV) [De weergegeven scenario’s zijn illustraties op basis van prestaties in het verleden en bepaalde aannamen] (voor andere soorten priip’s). De markten kunnen zich in de toekomst heel anders ontwikkelen.
[Element D] Het stressscenario toont wat u zou kunnen terugkrijgen in extreme marktomstandigheden.
[Element E] Dit soort scenario deed zich voor bij een belegging [indien van toepassing verwijzing naar benchmark toevoegen] tussen [data in jaren toevoegen].
[Element F] Dit product kan niet [gemakkelijk] worden verkocht. Indien u vroeger dan de aanbevolen periode van bezit uit de belegging stapt [u hebt geen garantie] (als er slechts voor de aanbevolen periode van bezit een garantie is) [en] [u [zult/kunt] extra kosten moeten betalen] (als er uitstapkosten zijn).
[Element G] Het rendement is alleen gegarandeerd als u [beschrijf relevante voorwaarden of verwijs naar de plaats in het essentiële-informatiedocument waar deze voorwaarden zijn beschreven, zoals de beschrijvende toelichting overeenkomstig bijlage III].
[Element H] Deze grafiek illustreert het mogelijke rendement op uw belegging. U kunt de grafiek vergelijken met die van de uitkering op andere derivaten.
[Element I] De weergegeven grafiek toont verschillende mogelijke resultaten en geeft geen exacte indicatie van wat u zou kunnen terugkrijgen. Wat u ontvangt, hangt af van de ontwikkeling van het onderliggende. De grafiek laat voor elke stand van het onderliggende zien wat de winst of het verlies op het product is. De horizontale as laat de mogelijke prijzen van de onderliggende waarde op de vervaldatum zien, en de verticale as de winst of het verlies.
[Element J] U koopt dit product als u verwacht dat de prijs van de onderliggende waarde zal [stijgen/dalen].
[Element K] U verliest maximaal uw volledige inleg (betaalde premie).
DEEL 3
Templates
Template A: eenmalige inleg of eenmalige premiebetaling
|
Aanbevolen periode van bezit: |
[] |
|||
|
Voorbeeld belegging: |
[10 000 EUR] |
|||
|
(Waar van toepassing) Verzekeringspremie: |
[geldbedrag] |
|||
|
|
Als u [uitstapt] na één jaar |
Als u [uitstapt] na [.] |
Als u [uitstapt] na |
|
|
(indien van toepassing) |
(indien van toepassing) |
[aanbevolen periode van bezit] |
||
|
Scenario’s [bij leven] |
||||
|
Minimaal |
[Geldbedrag] of [Er is geen minimaal gegarandeerd rendement [als u [uitstapt] vóór [… jaren/maanden/dagen]] (indien van toepassing) . U kunt uw belegging geheel of gedeeltelijk verliezen [of verdere betalingen moeten doen om verliezen te dekken] (indien van toepassing)] |
|||
|
Stress |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Ongunstig |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Gematigd |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Gunstig |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
(Indien van toepassing) Scenario [bij overlijden] |
||||
|
[Verzekerde gebeurtenis] |
Wat uw begunstigden kunnen terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
Template B: periodieke inleg of premiebetaling
|
Aanbevolen periode van bezit: |
[] |
|||
|
Voorbeeld belegging: |
[1 000 EUR] per jaar |
|||
|
(Waar van toepassing) Verzekeringspremie: |
[geldbedrag] per jaar |
|||
|
|
Als u [uitstapt] na één jaar |
Als u [uitstapt] na [.] |
Als u [uitstapt] na |
|
|
(indien van toepassing) |
(indien van toepassing) |
[aanbevolen periode van bezit] |
||
|
Scenario’s [bij leven] |
||||
|
Minimaal |
[Geldbedrag] of [Er is geen minimaal gegarandeerd rendement [als u [uitstapt] vóór[… jaren/maanden/dagen]] (indien van toepassing) . U kunt uw belegging geheel of gedeeltelijk verliezen [of verdere betalingen moeten doen om verliezen te dekken] (indien van toepassing)] |
|||
|
Stress |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Ongunstig |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Gematigd |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Gunstig |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
In de loop van de tijd belegd bedrag |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
|
(Indien van toepassing) Scenario [bij overlijden] |
||||
|
[Verzekerde gebeurtenis] |
Wat uw begunstigden kunnen terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
In de loop van de tijd betaalde verzekeringspremie |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
Template C: in punt 76 quater van bijlage VI bedoelde priip’s (autocallables)
|
Aanbevolen periode van bezit: |
Totdat het product wordt opgevraagd of op vervaldag komt Dit kan per scenario verschillen en wordt in de tabel aangegeven |
|||
|
Voorbeeld belegging: |
[10 000 EUR] |
|||
|
|
Als u [uitstapt] na één jaar |
Als u [uitstapt] na [.] |
Als u [uitstapt] bij opvraging of op vervaldag |
|
|
(indien van toepassing) |
(indien van toepassing) |
|
||
|
Scenario’s |
||||
|
Minimaal |
[Geldbedrag] of [Er is geen minimaal gegarandeerd rendement [als u [uitstapt] vóór [… jaren/maanden/dagen]] (indien van toepassing) . U kunt uw belegging geheel of gedeeltelijk verliezen [of verdere betalingen moeten doen om verliezen te dekken] (indien van toepassing)] |
|||
|
Stress |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
(product eindigt na []) |
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Ongunstig |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
(product eindigt na []) |
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Gematigd |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
(product eindigt na []) |
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
|
Gunstig |
Wat u kunt terugkrijgen na kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
(product eindigt na []) |
Gemiddeld rendement per jaar |
[] % |
[] % |
[] % |
BIJLAGE VI
METHODOLOGIE VOOR DE KOSTENBEREKENING
DEEL 1
Overzicht van de kosten
I. OVERZICHT VAN DE KOSTEN VAN BELEGGINGSFONDSEN (ABI'S EN ICBE'S)
Openbaar te maken kosten
Eenmalige kosten
1. Eenmalige kosten betreffen instap- of uitstapkosten die of:
direct worden betaald door de retailbelegger; of
worden ingehouden op een door de retailbelegger (te) ontvangen betaling.
2. Eenmalige kosten zijn door de retailbelegger gedragen kosten die niet in mindering worden gebracht op de activa van de abi of icbe.
3. Eenmalige kosten zijn onder meer de volgende soorten aanloopkosten die verwerkt worden in het bedrag aan kosten dat in het essentiële-informatiedocument openbaar moet worden gemaakt:
distributievergoeding, voor zover het bedrag bekend is bij de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder; als het feitelijke bedrag niet bekend is bij de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder, wordt het maximum van de mogelijke bekende distributiekosten voor het desbetreffende priip vermeld;
oprichtingskosten (aanloopdeel);
marketingkosten (aanloopdeel);
inschrijfvergoeding inclusief belastingen.
Vaste kosten
4. Vaste kosten zijn betalingen die in mindering worden gebracht op de activa van een abi of icbe, en betreffen:
voor de bedrijfsuitvoering noodzakelijke uitgaven;
alle betalingen, waaronder beloningen, aan partijen die verbonden zijn met, of diensten verlenen aan de abi of icbe;
transactiekosten.
5. Vaste kosten zijn onder meer de volgende soorten kosten die in mindering worden gebracht op de activa van de abi of icbe en die verwerkt worden in het bedrag aan kosten dat in het essentiële-informatiedocument openbaar moet worden gemaakt:
alle betalingen aan de hieronder genoemde personen, inclusief aan de eveneens hieronder genoemde personen aan wie zij een of meer functies hebben gedelegeerd:
de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder;
bestuurders van het fonds indien een beleggingsmaatschappij;
de depositaris (depositary);
de bewaarder(s) (custodian(s));
beleggingsadviseurs;
alle betalingen aan personen die uitbestede diensten verlenen aan voornoemde personen, zoals:
verleners van diensten op het gebied van waardebepaling en boekhouding voor een fonds;
verleners van aandeelhoudersdiensten, zoals de transferagent en makelaar-handelaren die registerhouder zijn van de aandelen van het fonds en secundaire boekhoudkundige diensten verlenen aan de uiteindelijk gerechtigden van die aandelen;
verleners van diensten op het gebied van onderpandbeheer;
verleners van diensten op het gebied van prime brokerage;
effectenbeleningsagenten;
verleners van diensten op het gebied van vastgoedbeheer en vergelijkbare diensten;
registratie-, noterings-, regelgevings- en vergelijkbare kosten, waaronder paspoortkosten;
als voorziening opgenomen kosten voor specifieke behandeling van winst en verlies;
honoraria voor accountantscontrole;
betalingen aan juridische en professionele adviseurs;
kosten van distributie of marketing, voor zover het bedrag bekend is bij de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder; als het feitelijke bedrag niet bekend is bij de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder, wordt het maximum van de mogelijke bekende distributiekosten voor het desbetreffende priip vermeld;
financieringskosten in verband met leningen (verstrekt door verbonden partijen);
kosten van kapitaalgarantie door een derde garantiegever;
betalingen aan derden voor de noodzakelijke kosten in verband met de aankoop of verkoop van activa in de portefeuille van het fonds (inclusief de in de punten 7 tot en met 23 quater van deze bijlage bedoelde transactiekosten);
de waarde van goederen of diensten die de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder of een verbonden persoon ontvangt voor het plaatsen van handelsorders;y
een fonds dat zijn activa belegt in icbe's of abi's, verwerkt in zijn samenvattende kostenindicator de in die icbe/abi's gemaakte kosten. In de berekening wordt het volgende in aanmerking genomen:
indien het onderliggende een icbe of abi is, wordt de meest recente beschikbare samenvattende kostenindicator gebruikt, indien nodig aangepast om de werkelijk gemaakte distributiekosten weer te geven; die waarde wordt gebaseerd hetzij op de waarde die is gepubliceerd door de icbe, de abi of de exploitant ervan, of de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder, hetzij op een waarde die is berekend door een betrouwbare derde, als die actueler is dan de gepubliceerde waarde;
de samenvattende kostenindicator kan worden verlaagd voor zover er een regeling is (die niet al tot uiting komt in de winst- en verliesrekening van het fonds) waarbij het beleggingsfonds een korting op, of teruggave van kosten krijgt van de onderliggende abi/icbe;
bij aan- of verkoop van rechten van deelneming tegen een andere dan de middenkoers van de icbe of abi, geldt het verschil tussen de transactie- en de middenkoers als transactiekosten, voor zover dit verschil niet al is opgenomen in de samenvattende kostenindicator;
een fonds dat belegt in een ander priip dan icbe's of abi's, verwerkt in zijn samenvattende kostenindicator de in dat onderliggende priip gemaakte kosten. In de berekening wordt het volgende in aanmerking genomen:
de meest recent beschikbare samenvattende kostenindicator van het onderliggende priip wordt in de berekening opgenomen en, indien nodig, aangepast om de werkelijk gemaakte instapkosten weer te geven;
de samenvattende kostenindicator kan worden verlaagd voor zover er een regeling is (die niet al tot uiting komt in de winst- en verliesrekening van het fonds) waarbij het beleggingsfonds een korting op, of teruggave van kosten krijgt van het onderliggende priip;
bij aan- of verkoop van rechten van deelneming tegen een andere dan de middenkoers van het onderliggende priip, geldt het verschil tussen de transactie- en de middenkoers als transactiekosten, voor zover dit verschil niet al is opgenomen in de samenvattende kostenindicator;
een fonds dat belegt in een ander beleggingsproduct dan een priip, verwerkt in zijn samenvattende kostenindicator de in dat onderliggende beleggingsproduct gemaakte kosten. De priip-ontwikkelaar gebruikt gepubliceerde informatie die geldt als redelijke vervanging voor de samenvattende kostenindicator of hij maakt een beste schatting van het hoogste niveau daarvan op basis van bestudering van het actuele prospectus van het beleggingsproduct en laatst gepubliceerde verslag en rekeningen;
operationele kosten (of een beloning) in het kader van een regeling voor het delen van kosten met een derde voor zover die niet al zijn opgenomen in een van de andere voornoemde kostensoorten;
opbrengsten uit efficiënte technieken voor portefeuillebeheer indien die niet naar de portefeuille vloeien;
impliciete kosten gemaakt door gestructureerde beleggingsfondsen als bedoeld in deel II van deze bijlage, en met name de punten 36 tot en met 46 van deze bijlage;
dividenden op de aandelen in de portefeuille van het fonds, indien ze niet naar het fonds vloeien.
Incidentele kosten
6. De volgende soorten incidentele kosten worden in aanmerking genomen in het openbaar te maken bedrag:
een prestatieafhankelijke vergoeding voor de icbe-beheermaatschappij of de abi-beheerder of een beleggingsadviseur, inclusief prestatievergoedingen als bedoeld in punt 24 van deze bijlage;
carried interests als bedoeld in punt 25 van deze bijlage.
Berekening van specifieke soorten kosten van beleggingsfondsen
Transactiekosten
7. Transactiekosten worden geannualiseerd op basis van de gemiddelde transactiekosten van het priip over de afgelopen drie jaar waarbij het gemiddelde van alle transacties wordt berekend. Voor een priip dat minder dan drie jaar actief is, worden de transactiekosten berekend volgens de in de punten 21, 22 en 23 van deze bijlage beschreven methodologie.
8. De totale transactiekosten voor een priip worden in de basisvaluta van het priip berekend als de som van de transactiekosten bepaald overeenkomstig de punten 8 bis tot en met 23 bis van deze bijlage voor alle afzonderlijke transacties die in de opgegeven periode zijn verricht door het priip. Deze som wordt omgezet in een percentage via deling door het gemiddelde van de nettoactiva van het priip in diezelfde periode.
8 bis. Een minimum aan expliciete transactiekosten als bedoeld in punt 11 bis van deze bijlage wordt openbaar gemaakt.
9. Bij de berekening van de transactiekosten van het priip in de afgelopen drie jaar worden de feitelijke transactiekosten bepaald volgens de in de punten 12 tot en met 18 van deze bijlage beschreven methodologie voor beleggingen in de volgende instrumenten:
effecten zoals omschreven in artikel 2 van Richtlijn 2007/16/EG van de Commissie ( 13 );
andere instrumenten waarvoor zich vaak de gelegenheid voordoet om deze van de hand te doen, te gelde te maken of anderszins te realiseren tegen prijzen die voor de marktdeelnemers publiekelijk beschikbaar zijn en waarbij het gaat om ofwel marktprijzen, ofwel prijzen die afkomstig zijn van, of gevalideerd zijn door waarderingssystemen die onafhankelijk zijn van de uitgevende instelling.
10. Voor beleggingen in andere instrumenten of activa worden schattingen van transactiekosten volgens de in de punten 19 en 20 van deze bijlage beschreven methodologie gebruikt. Transactiekosten in verband met niet-financiële activa worden berekend overeenkomstig punt 20 bis van deze bijlage.
Behandeling van mechanismen tegen verwatering
11. Indien een priip een prijsmechanisme heeft dat het effect van verwatering door transacties in het priip zelf compenseert, kan het bedrag van het aan de permanente houders van het priip toekomende voordeel van mechanismen tegen verwatering volgens de volgende methodologie in mindering worden gebracht op de transactiekosten binnen het priip:
het geldbedrag van een heffing om verwatering tegen te gaan of ander bedrag in verband met een transactie in het priip dat aan het priip wordt betaald, kan in mindering worden gebracht op de totale transactiekosten;
het voordeel voor het priip van het uitgeven van rechten van deelneming (of het op andere wijze mogelijk maken van belegging in het priip) tegen een andere dan de middenkoers, of van het annuleren van rechten van deelneming (of op andere wijze mogelijk maken van terugkoop van vermogen uit het priip) tegen een andere dan de middenkoers, mits het priip zelf het voordeel ontvangt, wordt als volgt berekend en kan in mindering worden gebracht op de totale transactiekosten:
het verschil tussen de prijs van uitgegeven rechten van deelneming en de middenkoers, vermenigvuldigd met het nettoaantal uitgegeven rechten van deelneming;
het verschil tussen de prijs van geannuleerde rechten van deelneming en de middenkoers, vermenigvuldigd met het nettoaantal geannuleerde rechten van deelneming;
het antiverwateringsvoordeel wordt alleen in aanmerking genomen voor zover het de totale transactiekosten niet onder de expliciete transactiekosten brengt.
11 bis. De expliciete kosten omvatten de kosten en lasten die het priip maakt en die worden betaald uit financiële beleggingen van retailbeleggers in het priip voor de verwerving of vervreemding van de onderliggende activa van het priip, zoals maar niet beperkt tot provisies betaald aan makelaars of andere intermediairs, zegelrechten of marktbelastingen, contractuele vergoedingen en uitvoeringsprovisies voor otc-derivaten, indien van toepassing.
11 ter. De totale expliciete kosten worden berekend als de som van de kosten van alle transacties die het priip in de afgelopen drie jaar heeft verricht. Die som wordt omgezet in een percentage via deling door de gemiddelde nettoactiva van het priip in diezelfde periode. De openbaar te maken minimale expliciete kosten worden geannualiseerd op basis van een gemiddelde van expliciete kosten van het priip over de afgelopen drie jaar, waarbij het gemiddelde van alle transacties wordt berekend.
Feitelijke transactiekosten
12. Voor elke transactie worden de feitelijke transactiekosten als volgt berekend:
voor elke aankoop door het priip wordt de prijs van het instrument op het tijdstip van verzending van de aankooporder naar een andere persoon voor uitvoering (de „prijs van aankomst” van de aankoop) in mindering gebracht op de netto gerealiseerde uitvoeringsprijs van de transactie. De uitkomst wordt vermenigvuldigd met het aantal gekochte rechten van deelneming;
voor elke verkoop door het priip wordt de netto gerealiseerde uitvoeringsprijs van de transactie in mindering gebracht op de prijs van het instrument op het tijdstip van verzending van de verkooporder naar een andere persoon voor uitvoering (de „prijs van aankomst” van de verkoop). De uitkomst wordt vermenigvuldigd met het aantal verkochte rechten van deelneming.
13. De netto gerealiseerde uitvoeringsprijs is de prijs waarvoor de transactie wordt uitgevoerd, met inbegrip van alle kosten, provisies, belastingen en andere betalingen (zoals heffingen om verwatering tegen te gaan) in direct of indirect verband met de transactie, indien die betalingen plaatsvinden uit de activa van het priip.
14. De prijs van aankomst is de middenkoers van de belegging op het tijdstip van verzending van de transactieorder naar een andere persoon. Voor orders waarvan de transactie plaatsvindt op een andere dag dan die van oorspronkelijke verzending aan een andere persoon, is de prijs van aankomst de openingsprijs van de belegging op de dag van de transactie of, als de openingsprijs niet beschikbaar is, de vorige slotprijs. Als een prijs niet beschikbaar is op het tijdstip van verzending van de transactieorder naar een andere persoon is de prijs van aankomst de meest recente beschikbare prijs of, als geen recente prijs beschikbaar is, een verantwoorde onafhankelijke prijs of, als geen verantwoorde onafhankelijke prijs beschikbaar is, de openingsprijs op de dag van de transactie of, als de openingsprijs niet beschikbaar is, de vorige slotprijs. Indien een order wordt uitgevoerd zonder naar een andere persoon te worden verzonden, is de prijs van aankomst de middenkoers van de belegging op het tijdstip van uitvoering van de transactie.
15. Als er geen informatie beschikbaar is over het tijdstip van verzending van de transactieorder naar een andere persoon (of als die informatie niet voldoende nauwkeurig is) of als er geen informatie beschikbaar is over de prijs van dat tijdstip, mag als de prijs van aankomst een verantwoorde onafhankelijke prijs worden gebruikt, of als geen verantwoorde onafhankelijke prijs beschikbaar is, de openingsprijs van de belegging op de dag van de transactie of, als de openingsprijs niet beschikbaar is, de vorige slotprijs.
16. Kosten in verband met transacties door priip's en betreffende financiële instrumenten die in een van de in de punten 4 tot en met 10 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU bedoelde categorieën vallen, worden als volgt berekend:
voor gestandaardiseerde instrumenten waarbij sprake is van reguliere handel in het instrument zelf (bijvoorbeeld een indexfuture aan een grote aandelenindex), worden de transactiekosten berekend op basis van het instrument zelf. De prijs van aankomst is de middenkoers van het instrument;
voor niet-standaard lineaire instrumenten waarbij geen sprake is van prijstransparantie of reguliere handel in het instrument zelf, worden de transactiekosten berekend op basis van de onderliggende waarde(n). De prijs van aankomst wordt berekend op basis van de prijs of prijzen van de onderliggende waarde(n), waarbij passende weging wordt toegepast indien er meer dan één onderliggende waarde is. Als de transactiekosten van het instrument materieel hoger zijn de transactiekosten van de onderliggende waarde, moet dit tot uiting komen in de berekening van de transactiekosten;
voor niet-lineaire instrumenten is het toegestaan de transactiekosten te bepalen als het verschil tussen de voor de instrumenten betaalde of ontvangen prijs en de reële waarde van het instrument, overeenkomstig de punten 36 tot en met 46 van deze bijlage.
17. De prijs van aankomst geeft in de berekening van de kosten in verband met vreemde valuta's een redelijke schatting van de geconsolideerde prijs weer, en mag niet eenvoudig de van één enkele tegenpartij of platform voor vreemde valuta's beschikbare prijs zijn, ook als er een overeenkomst is om alle transacties in vreemde valuta's uit te voeren bij één enkele tegenpartij.
18. Bij de berekening van de kosten in verband met orders die aanvankelijk worden geveild, wordt de prijs van aankomst bepaald als de middenkoers onmiddellijk voorafgaand aan de veiling. Bij de berekening van de kosten in verband met orders die op een vooraf bepaald tijdstip worden uitgevoerd, wordt de prijs van aankomst berekend op dat vooraf bepaalde tijdstip, zelfs indien de order vóór dat tijdstip voor uitvoering is verzonden.
Over-the-counter uitgevoerde transacties
18 bis. In afwijking van de punten 12 tot en met 16 van deze bijlage worden de werkelijke transactiekosten voor over-the-counter uitgevoerde transacties als volgt berekend:
indien een transactie wordt uitgevoerd nadat van meer dan één potentiële tegenpartij bied- en laatprijzen zijn verkregen, wordt de prijs van aankomst vastgesteld als:
het middenpunt tussen de beste biedprijs en de beste laatprijs, wanneer de beste biedprijs lager is dan de beste laatprijs;
de beste biedprijs in het geval van een verkoop of de beste laatprijs in het geval van een aankoop, wanneer de beste biedprijs hoger is dan de beste laatprijs;
wanneer een transactie wordt uitgevoerd zonder dat zowel bied- als laatprijzen zijn verkregen, worden de transactiekosten berekend door het aantal verhandelde rechten van deelneming te vermenigvuldigen met de helft van de waarde van de spread tussen de bied- en de laatprijs van het instrument, terwijl de waarde van die spread wordt berekend op de volgende basis:
op basis van een combinatie van live bied- en laatkoersen op de markt, indien beschikbaar;
indien geen live bied- en laatkoersen op de markt beschikbaar zijn, worden ze bepaald op basis van spreads verkregen uit:
Transactiekosten voor overige activa
19. De transactiekosten van andere activa dan de in punt 9 van deze bijlage bedoelde activa worden geschat volgens de methodologie in punt 12 van deze bijlage, waarbij de prijs van aankomst als volgt wordt bepaald:
voor een verkoop:
de prijs van aankomst wordt berekend als de vorige onafhankelijke waarderingsprijs van het actief, zo nodig gecorrigeerd voor marktontwikkelingen, op basis van een adequate referentie-index;
indien een vorige onafhankelijke waarderingsprijs niet beschikbaar is, worden de transactiekosten geschat op basis van het verschil tussen de transactieprijs en een taxatie van de reële waarde van het actief vóór verkoop;
voor een aankoop:
de prijs van aankomst wordt berekend als de vorige onafhankelijke waarderingsprijs van het actief, zo nodig gecorrigeerd voor marktontwikkelingen, op basis van een adequate referentie-index, indien die prijs beschikbaar is;
indien een vorige onafhankelijke waarderingsprijs niet beschikbaar is, worden de transactiekosten geschat op basis van het verschil tussen de transactieprijs en een taxatie van de reële waarde van het actief vóór aankoop.
20. De geschatte transactiekosten zijn niet lager dan het bedrag van de feitelijk vast te stellen kosten in direct verband met de transactie.
20 bis. Bij de berekening van de kosten in verband met niet-financiële activa worden de transactiekosten berekend als het totaal van de werkelijke kosten die rechtstreeks met die transactie verband houden, met inbegrip van alle kosten, provisies, belastingen en andere betalingen (zoals heffingen om verwatering tegen te gaan), indien die activa zijn gemaakt uit de activa van het priip. Indien de kosten worden afgeschreven over een periode die in de grondslagen voor financiële verslaggeving van het priip is gespecificeerd, zijn de werkelijke kosten gelijk aan de kostenbedragen die over de laatste drie jaar zijn afgeschreven.
Transactiekosten voor nieuwe priip's
21. Voor priip's die minder dan drie jaar actief zijn en overwegend beleggen in de in punt 9 van deze bijlage bedoelde activa, kunnen de transactiekosten worden berekend door vermenigvuldiging van de geschatte omloopsnelheid van de portefeuille in elke activaklasse met de volgens de methodologie in punt c) berekende kosten, of als een gemiddelde van de feitelijk gemaakte transactiekosten tijdens de actieve periode en een gestandaardiseerde schatting, als volgt:
voor het grootste veelvoud van zes maanden dat het priip actief is, worden de transactiekosten berekend zoals beschreven in de punten 12 tot en met 18 van deze bijlage;
voor de resterende periode tot drie jaar worden de transactiekosten geschat door vermenigvuldiging van de geschatte omlooptijd van de portefeuille in elke activaklasse volgens de methodologie in punt c);
de te gebruiken methodologie hangt af van de activaklasse en wordt als volgt bepaald:
voor de in onderstaande tabel weergegeven activaklassen worden de transactiekosten berekend als het gemiddelde van de geschatte transactiekosten (op basis van bied-laatmarges gedeeld door twee) voor de betrokken activaklasse onder normale marktomstandigheden.
Voor de kostenschatting worden per activaklasse een of meer referentie-indexen vastgesteld. Vervolgens worden de gemiddelde bied-laatmarges van de onderliggende indexen verzameld. De verzamelde gegevens hebben betrekking op de bied-laatmarge aan het eind van de tiende handelsdag van elke maand van het laatste jaar.
Daarna worden de verzamelde bied-laatmarges gedeeld door twee om de geschatte transactiekosten voor elk tijdstip te verkrijgen. Het gemiddelde van die waarden is gelijk aan de geschatte transactiekosten in elke activaklasse onder normale marktomstandigheden.
|
Activaklassen |
|
|
Overheidsobligaties |
Overheidsobligaties en vergelijkbare instrumenten ontwikkelde markt beoordeling AAA-A |
|
Overheidsobligaties en vergelijkbare instrumenten ontwikkelde markt andere beoordeling onder A |
|
|
Overheidsobligaties opkomende markten (harde en zachte valuta) |
Overheidsobligaties opkomende markten (harde en zachte valuta) |
|
Bedrijfsobligaties van beleggingskwaliteit |
Bedrijfsobligaties van beleggingskwaliteit |
|
Andere bedrijfsobligaties |
Hoogrentende bedrijfsobligaties |
Voor de activaklassen in onderstaande tabel worden de transactiekosten (inclusief expliciete kosten en impliciete kosten) geschat door vergelijkbare informatie te gebruiken of door schattingen van expliciete kosten op te tellen bij schattingen van de halve bied-laatmarge volgens de onder punt i) beschreven methodologie.
|
Activaklassen |
|
|
Liquiditeit |
Geldmarktinstrumenten (duidelijkheidshalve: geldmarktfondsen niet inbegrepen) |
|
Aandelen ontwikkelde markten |
Large-cap aandelen (ontwikkelde markten) |
|
Mid-cap aandelen (ontwikkelde markten) |
|
|
Small-cap aandelen (ontwikkelde markten) |
|
|
Aandelen opkomende markten |
Large-cap aandelen (opkomende markten) |
|
Mid-cap aandelen (opkomende markten) |
|
|
Small-cap aandelen (opkomende markten) |
|
|
Genoteerde derivaten |
Genoteerde derivaten |
Voor de activaklassen in onderstaande tabel zijn de transactiekosten gelijk aan het gemiddelde van de waargenomen transactiekosten (op basis van bied-laatmarges gedeeld door twee) in deze activaklasse onder normale marktomstandigheden.
Bij het vaststellen van de waargenomen transactiekosten kunnen resultaten van een panelenquête in aanmerking worden genomen.
|
Activaklassen |
|
|
OTC |
Otc exotische opties |
|
Otc gewone opties („plain vanilla”) |
|
|
Otc renteswaps, kredietverzuimswaps e.d. |
|
|
Otc swaps en vergelijkbare instrumenten (andere dan renteswaps, kredietverzuimswaps e.d.) |
|
|
Otc valutatermijncontracten ontwikkelde markten |
|
|
Otc valutatermijncontracten opkomende markten |
|
22. Schattingen van de omlooptijd van de portefeuille voor een priip dat minder dan een jaar actief is, stemmen overeen met het in de aanbiedingsdocumenten gepubliceerde beleggingsbeleid. Schattingen van de omlooptijd van de portefeuille voor een priip dat meer dan een jaar actief is, stemmen overeen met de feitelijke omlooptijd van de portefeuille.
23. Voor priip's die minder dan drie jaar actief zijn en overwegend beleggen in andere activa dan de in punt 9 van deze bijlage bedoelde activa, schat de priip-ontwikkelaar de transactiekosten volgens de reële-waardemethode op basis van vergelijkbare activa.
Laag aantal transacties en andere soortgelijke gevallen
23 bis. In afwijking van de punten 12 tot en met 18 bis van deze bijlage kunnen transactiekosten worden berekend volgens de in punt 21, b), van deze bijlage beschreven methode indien aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:
een priip heeft in de afgelopen drie jaar een zeer laag aantal transacties verricht;
de totale waarde van alle transacties die in de afgelopen drie jaar zijn verricht, vertegenwoordigt een zeer laag percentage van de intrinsieke waarde van het priip;
de raming van de totale transactiekosten is niet significant in vergelijking met de raming van de totale kosten.
Gebruik van gegevens vóór 31 december 2024
23 ter. Voor priip’s die icbe’s of abi’s zijn waarvoor een lidstaat uiterlijk op 31 december 2021 regels inzake de vorm en inhoud van het essentiële-informatiedocument heeft toegepast, zoals vastgesteld in de artikelen 78 tot en met 81 van Richtlijn 2009/65/EG, kunnen de transactiekosten tot en met 31 december 2024 worden berekend volgens de in punt 21 van deze bijlage vastgestelde methode.
23 quater. Indien een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct belegt in een icbe of abi als bedoeld in punt 23 ter van deze bijlage, kunnen de transactiekosten voor die beleggingen tot en met 31 december 2024 worden berekend volgens de in punt 21 van deze bijlage vastgestelde methode.
Prestatieafhankelijke vergoedingen
24. De berekening van prestatieafhankelijke vergoedingen verloopt als volgt:
bereken de vergoedingen op basis van de historische gegevens van de laatste vijf jaar. De gemiddelde jaarlijkse prestatievergoedingen worden berekend als percentage;
als de historische gegevens voor de prestatievergoedingen niet volledig zijn omdat het fonds/de aandelenklasse nieuw is of omdat de voorwaarden van het fonds zijn gewijzigd vanwege de invoering van de prestatievergoeding of de wijziging van een van zijn parameters, wordt voornoemde methode als volgt aangepast:
neem de desbetreffende beschikbare historische gegevens voor de prestatievergoedingen van het fonds/de aandelenklasse;
maak voor de jaren waarvoor er geen gegevens zijn, een schatting van het rendement van het fonds/de aandelenklasse en neem, in geval van een model voor vergoeding van relatieve prestaties, de historische reeks van de referentie/hurdle rate in acht;
voor nieuwe fondsen: schat het rendement op basis van het rendement van een vergelijkbaar fonds of een referentiegroep. Het geschatte rendement is exclusief alle kosten van het nieuwe fonds. De rendementen van de referentiegroep moeten daarom worden aangepast via vermeerdering met de gemiddelde respectieve kosten die overeenkomstig de regels van het nieuwe fonds worden gemaakt. In het geval van een nieuwe klasse met een andere vergoedingsopzet, bijvoorbeeld, worden de rendementen van die nieuwe klasse aangepast op basis van de kosten van de bestaande klasse;
bereken de vergoedingen vanaf het begin van de peilperiode zoals vereist in punt a), tot de beschikbaarheidsdatum van de feitelijke prestatievergoedingsgegevens van het fonds, onder toepassing van het desbetreffende algoritme op voornoemde historische reeks;
voeg beide vergoedingenreeksen samen tot één reeks over de volledige peilperiode zoals vereist in punt a);
bereken de prestatievergoedingen volgens de methodologie in punt a) (gemiddelde van jaarlijkse prestatievergoedingen).
Carried interests
25. De berekening van carried interests verloopt als volgt:
bereken de vergoedingen op basis van de historische gegevens van de laatste vijf jaar. De gemiddelde jaarlijkse carried interests worden berekend als percentage;
als de historische gegevens voor de carried interests niet volledig zijn omdat het fonds/de aandelenklasse nieuw is of omdat de voorwaarden van het fonds zijn gewijzigd vanwege de invoering van de carried interests of de wijziging van een van zijn parameters, wordt voornoemde methode als volgt aangepast:
neem de desbetreffende beschikbare historische gegevens voor de carried interests van het fonds/de aandelenklasse;
bereken de carried interests vanaf het begin van de peilperiode zoals vereist in punt a), tot de beschikbaarheidsdatum van de feitelijke carried interests-gegevens van het fonds, onder toepassing van het desbetreffende algoritme op voornoemde historische reeks;
voeg beide reeksen van carried interests samen tot één reeks over de volledige peilperiode zoals vereist in punt a);
bereken de carried interests volgens de methodologie in punt a) (gemiddelde van jaarlijkse carried interests).
26. Als er geen carried interests worden opgenomen zolang de belegging loopt, bevat de tabel over de samenstelling van de kosten naast de vermelding dat er geen carried interests zijn, een toelichting dat er na beëindiging van de belegging een betaling van x % van het uiteindelijk rendement plaatsvindt.
II. OVERZICHT VAN DE KOSTEN VAN ANDERE PRIP'S DAN BELEGGINGSFONDSEN
Openbaar te maken kosten
Eenmalige kosten
27. Eenmalige kosten zijn in- en uitstapkosten zoals initiële kosten, provisies en andere bedragen die direct worden betaald door de retailbelegger of worden ingehouden op een door de retailbelegger (te) ontvangen betaling.
28. Eenmalige kosten worden gedragen door een ander prip dan een beleggingsfonds, ongeacht of de kosten noodzakelijk zijn voor de bedrijfsuitvoering of een beloning betreffen voor een verbonden partij of een dienstverlener.
Eenmalige instapkosten en -uitgaven
29. Eenmalige instapkosten en -uitgaven betreffen onder meer de volgende soorten die verwerkt worden in het bedrag aan kosten dat openbaar moet worden gemaakt voor andere prip's dan beleggingsfondsen:
verkoopprovisies;
structureringskosten, inclusief de kosten voor het onderhouden van een markt (spread) en afwikkelingskosten;
afdekkingskosten (om te waarborgen dat de priip-ontwikkelaar de prestatie van de afgeleide component van het gestructureerde product kan herhalen — in deze kosten zijn de transactiekosten inbegrepen);
juridische kosten;
kosten voor kapitaalgarantie;
aan de uitgevende instelling betaalde impliciete premie.
Eenmalige uitstapkosten en -uitgaven
30. Eenmalige uitstapkosten en -uitgaven betreffen onder meer de volgende soorten die verwerkt worden in het bedrag dat openbaar moet worden gemaakt voor andere prip's dan beleggingsfondsen:
evenredige vergoedingen;
bid-mid spread om het product te verkopen en eventuele expliciete kosten of sancties wegens vroegtijdige uitstap. De bid-mid spread wordt geschat op basis van de beschikbaarheid van een secundaire markt, de marktomstandigheden en het soort product. Indien de priip-ontwikkelaar (of een verbonden derde) de enige beschikbare tegenpartij is om het product op de secundaire markt te kopen, worden de bij de reële waarde van het product op te tellen uitstapkosten geschat volgens diens interne beleid;
kosten in verband met CFD (Contract For Difference), zoals:
door CFD-dienstverleners berekende provisies — algemene provisie of een provisie bij elke transactie — d.w.z. bij het openen en beëindigen van een contract;
CFD-handel zoals bied-laatmarges, dagelijkse en overnight financieringskosten, rekeningbeheerkosten en belastingen die niet al zijn opgenomen in de reële waarde.
Vaste kosten
31. Vaste kosten zijn periodiek ingehouden betalingen op alle aan de retailbelegger verschuldigde betalingen of op het belegde bedrag.
32. Vaste kosten zijn alle soorten kosten gedragen door een ander prip dan een beleggingsfonds, ongeacht of de kosten noodzakelijk zijn voor de bedrijfsuitvoering of een beloning betreffen voor een verbonden partij of een dienstverlener.
33. Het volgende overzicht is indicatief en niet uitputtend voor de soorten vaste kosten die, indien apart ingehouden of in rekening gebracht, in aanmerking worden genomen in het openbaar te maken bedrag:
kosten in verband met couponbetalingen;
eventuele kosten van het onderliggende.
Kosten van in punt 17 van bijlage IV bedoelde prip's
34. Eenmalige uitstapkosten en -uitgaven zijn beurs-, clearing- en afwikkelingsvergoedingen, indien bekend.
35. Vaste kosten zijn afdekkingskosten onder normale marktomstandigheden en gespannen marktomstandigheden.
Berekening van impliciete kosten van andere prip's dan beleggingsfondsen
36. Voor de berekening van de impliciete kosten van prip's maakt de priip-ontwikkelaar in eerste instantie gebruik van de uitgifteprijs en, na de inschrijvingsperiode, van de beschikbare prijs om het product op een secundaire markt te kopen.
37. Het verschil tussen de prijs en de reële waarde van het product wordt beschouwd als een schatting van de totale in de prijs inbegrepen instapkosten. Als de priip-ontwikkelaar de desbetreffende openbaar te maken impliciete kosten als bedoeld in punt 29 van deze bijlage niet kan bepalen op basis van het verschil tussen de prijs en de reële waarde, overlegt hij met de uitgevende instelling van de componenten van het product of met het desbetreffende orgaan om de desbetreffende informatie over die kosten te verzamelen.
38. Reële waarde is de prijs die zou worden ontvangen om een actief te verkopen of die zou worden betaald om een verplichting over te dragen in een regelmatige transactie op de belangrijkste (of voordeligste) markt op de waarderingsdatum in de huidige marktomstandigheden (dat wil zeggen een prijs op de verkoopmarkt), ongeacht of deze prijs direct waarneembaar is dan wel geschat wordt met behulp van een andere waarderingstechniek.
39. Het beleid voor het meten van de reële waarde bevat regels op de volgende gebieden:
bestuur;
methodologie voor de berekening van de reële waarde.
40. De in punt 39 van deze bijlage bedoelde regels beschrijven een waarderingsproces dat:
voldoet aan de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen met betrekking tot reële waarde;
waarborgt dat modellen voor interne verrekenprijzen voor prip's overeenstemmen met de door de priip-ontwikkelaar gebruikte methodologieën, modellen en normen om zijn eigen portefeuille te waarderen, aangenomen dat het product beschikbaar is voor verkoop of wordt aangehouden voor handelsdoeleinden;
overeenstemt met de complexiteit van het product en het soort onderliggende;
het kredietrisico van de uitgevende instelling en de onzekerheid over het onderliggende in acht neemt;
de parameters bepaalt om een actieve markt vast te stellen en te vermijden dat een verkeerde risicowaardering in extreme gevallen kan leiden tot sterk onnauwkeurige schattingen;
maximaal gebruikmaakt van relevante waarneembare inputs uit de markt, en minimaal gebruikmaakt van niet waarneembare inputs.
41. De reële waarde van een gestructureerd product wordt bepaald op basis van:
marktprijzen, indien beschikbaar of doelmatig tot stand gekomen;
modellen voor interne verrekenprijzen met als input marktwaarden die indirect aan het product zijn verbonden, afgeleid van producten met vergelijkbare kenmerken (vergelijkingsbenadering);
modellen voor interne verrekenprijzen met inputs die niet direct worden afgeleid van marktgegevens waarvoor schattingen en aannamen moeten worden geformuleerd (mark-to-model benadering).
42. Als de reële waarde niet kan worden afgeleid uit marktprijzen, wordt een waarderingstechniek toegepast waarmee de relevante factoren voor de uitbetalingsstructuur van het product adequaat kunnen worden weergegeven, bij een maximaal gebruik van marktgegevens.
43. De waarderingstechniek in punt 42 van deze bijlage is gebaseerd op het volgende, naargelang van de complexiteit van het product:
het gebruik van recente marktconforme transacties tussen ter zake goed geïnformeerde, professionele tegenpartijen;
referentie naar de huidige marktprijs van een ander instrument dat nagenoeg hetzelfde is;
het gebruik van een passend disconteringsmodel waarbij per kasstroom de waarschijnlijkheid wordt bepaald met behulp van een geschikt model voor de prijsontwikkeling van het actief.
44. In het geval van inschrijvingsproducten wordt de reële waarde berekend op de datum van vaststelling van de productvoorwaarden. Die waarderingsdatum ligt dicht bij aanvang van de inschrijvingsperiode. Bij lange aanbiedingsperioden of sterke marktvolatiliteit wordt een criterium voor het bijwerken van informatie over kosten vastgesteld.
45. Bij toepassing van voorlopige voorwaarden worden de kosten berekend op basis van de minimumvoorwaarden van het product.
46. Bij gebruik van variabele inschrijvingsprijzen wordt een procedure bepaald voor de wijze waarop het kosteneffect daarvan wordt opgenomen en openbaar gemaakt.
III. OVERZICHT VAN DE KOSTEN VAN VERZEKERINGSGEBASEERDE BELEGGINGSPRODUCTEN
Openbaar te maken kosten
Eenmalige kosten
47. Eenmalige kosten zijn in- en uitstapkosten zoals initiële kosten, provisies en andere bedragen die direct worden betaald door de retailbelegger of die worden ingehouden op de eerste betaling of op een beperkt aantal aan de retailbelegger verschuldigde betalingen of op een betaling bij terugkoop of beëindiging van het product.
48. Eenmalige kosten zijn voor rekening van een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct, ongeacht of de kosten noodzakelijk zijn voor de bedrijfsuitvoering of een beloning betreffen voor een verbonden partij of een dienstverlener.
49. Eenmalige kosten betreffen onder meer de volgende soorten instapkosten en -uitgaven die verwerkt worden in het openbaar te maken bedrag voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten:
structurerings- of marketingkosten;
kosten van acquisitie, distributie en verkoop;
verwerkings-/operationele kosten (inclusief kosten voor het beheer van de verzekeringsdekking);
kostendeel van premies voor biometrisch risico als bedoeld in punt 59 van deze bijlage;
kosten van het aanhouden van het vereiste kapitaal (initiële deel openbaar te maken voor zover ze in rekening worden gebracht).
Vaste kosten
50. Vaste kosten zijn betalingen die periodiek worden ingehouden op alle betalingen van de retailbelegger of op het belegde bedrag of bedragen die niet zijn toegewezen aan de retailbelegger volgens een winstdelingsmechanisme.
51. De vaste kosten zijn alle soorten kosten voor rekening van een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct, ongeacht of de kosten noodzakelijk zijn voor de bedrijfsuitvoering of een beloning betreffen voor een verbonden partij of een dienstverlener.
52. Het volgende overzicht is indicatief en niet uitputtend voor de soorten vaste kosten die in aanmerking worden genomen in het bedrag van de „Andere lopende kosten” in tabel 2 van bijlage VII:
structurerings- of marketingkosten;
kosten van acquisitie, distributie en verkoop;
verwerkings-/operationele kosten (inclusief kosten voor het beheer van de verzekeringsdekking);
kostendeel van premies voor biometrisch risico als bedoeld in punt 59 van deze bijlage;
andere administratieve kosten;
kosten van het aanhouden van kapitaal (vaste deel openbaar te maken voor zover ze in rekening worden gebracht);
ieder bedrag dat impliciet wordt ingehouden op het ingelegde bedrag, zoals de kosten gemaakt voor het beheer van de beleggingen van de verzekeraar (depositovergoeding, kosten voor nieuwe beleggingen enz.);
betalingen aan derden voor de noodzakelijke kosten in verband met de aankoop of verkoop van activa toebehorend aan het verzekeringsgebaseerde beleggingsproduct (inclusief transactiekosten als bedoeld in de punten 7 tot en met 23 van deze bijlage).
53. Indien van een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct een deel van de activa in icbe's of abi's wordt belegd in een ander priip dan een icbe of abi of in een ander beleggingsproduct dan een priip, zijn respectievelijk de punten 5, onder l), 5, onder m), en 5, onder n), van deze bijlage van toepassing.
Openbaarmaking van premiekosten voor het biometrisch risico van verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten
Kostendeel van premies voor biometrisch risico
54. Premies voor biometrisch risico worden door de retailbelegger direct betaald of worden ingehouden op de aan de wiskundige voorziening gecrediteerde bedragen of op de deelnemingsbonus van de verzekeringspolis, en dekken het statistische risico van uitkeringen uit verzekeringsdekking.
55. De reële waarde van premies voor biometrisch risico is de verwachte contante waarde, volgens de in punt 71, onder a), van deze bijlage bedoelde percentages, van de toekomstige uitkeringen uit verzekeringsdekking, met inachtneming van het volgende:
aannamen volgens beste schattingen voor deze uitkeringen op basis van het afzonderlijke risicoprofiel van de portefeuille van de afzonderlijke ontwikkelaar;
overige uitkeringen in verband met verzekeringsdekking (aan retailbeleggers toegekende kortingen op premies voor biometrisch risico, verhoging van uitkeringen, verlaging van toekomstige premies enz.) die het resultaat zijn van winstdelingsmechanismen (wettelijk en/of contractueel).
56. Aannamen volgens beste schattingen voor toekomstige uitkeringen uit verzekeringsdekking zijn realistisch.
57. De geschatte toekomstige uitkeringen zijn zonder prudentiële marges of kosten voor het beheer van de verzekeringsdekking.
58. Voor ontwikkelaars in de zin van Richtlijn 2009/138/EG stemmen deze aannamen volgens beste schattingen overeen met de respectieve aannamen voor de berekening van de technische voorzieningen op de Solvabiliteit II-balans.
59. Het kostendeel van premies voor biometrisch risico is het verschil tussen de aan de retailbelegger in rekening gebrachte premies voor biometrisch risico als bedoeld in punt 54 van deze bijlage en de reële waarde van de premies voor biometrisch risico als bedoeld in punt 55 van deze bijlage.
60. In plaats van het kostendeel van de premies kan een priip-ontwikkelaar bij het berekenen van eenmalige of vaste kosten uitgaan van de volledige premies voor biometrisch risico.
DEEL 2
Samenvattende kostenindicatoren en gezamenlijk effect van de kosten
I. IN TABEL 1 “KOSTEN IN DE LOOP VAN DE TIJD” OP TE NEMEN GEAGGREGEERDE KOSTENCIJFERS
61. De totale kosten zijn alle kosten voor de betrokken periode van bezit die de priip-ontwikkelaar bekend zijn, in voorkomend geval met inbegrip van de uitstapkosten, en worden als volgt berekend:
voor beleggingsfondsen de som van de kosten bedoeld in de punten 1 en 2 van deze bijlage plus de som van de kosten bedoeld in de punten 4 en 6 van deze bijlage;
voor andere priip’s dan beleggingsfondsen, met uitzondering van de in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s, de som van de kosten bedoeld in de punten 27 en 28 van deze bijlage plus de som van de kosten bedoeld in de punten 31 en 32 van deze bijlage;
voor in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s de som van de kosten bedoeld in de punten 34 en 35 van deze bijlage;
voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten de som van de kosten bedoeld in de punten 47 en 48 van deze bijlage plus de som van de kosten bedoeld in de punten 50 en 51 van deze bijlage.
62. De tabel “Kosten in de loop van de tijd” omvat tevens de totale samenvattende kostenindicatoren van het priip, berekend als de vermindering van de opbrengst als gevolg van de overeenkomstig de punten 70, 71 en 72 van deze bijlage berekende totale kosten.
▼M3 —————
63. Wanneer een aanname over de prestaties van het priip nodig is voor de berekening van de kostencijfers (uitgedrukt in geldbedragen of percentages), worden de in de berekening gebruikte prestaties van het priip bepaald overeenkomstig punt 71 van deze bijlage.
II. IN TABEL 2 “SAMENSTELLING VAN DE KOSTEN” OP TE NEMEN SAMENVATTENDE KOSTENINDICATOREN PER SOORT KOSTEN
Eenmalige kosten en indicatoren van eenmalige kosten
64. Voor de berekening van de indicatoren van de instap- en uitstapkosten worden de kosten in aanmerking genomen die overeenkomstig deel 1 van deze bijlage als instap- of uitstapkosten zijn vastgesteld. Voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten zijn de indicatoren van de instap- en uitstapkosten van het priip de vermindering van de jaarlijkse opbrengst als gevolg van instap- en uitstapkosten, indien het priip gedurende de aanbevolen periode van bezit wordt aangehouden, berekend overeenkomstig de punten 70, 71 en 72 van deze bijlage. Voor priip’s zijn de indicatoren van de instap- en uitstapkosten de kosten in monetaire eenheden indien het product gedurende één jaar wordt aangehouden (of voor de aanbevolen periode van bezit indien die korter is), berekend op basis van een netto-prestatie van 0 %.
Indicatoren van vaste kosten: transactiekosten en andere vaste kosten
65. De indicatoren van de vaste kosten van het priip worden als volgt berekend:
voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten: de vermindering van de jaarlijkse opbrengst als gevolg van instap- en uitstapkosten, indien het priip gedurende de aanbevolen periode van bezit wordt aangehouden, berekend overeenkomstig de punten 70, 71 en 72 van deze bijlage;
voor priip’s: het bedrag van de lopende kosten in monetaire eenheden indien het product gedurende één jaar wordt aangehouden (of voor de aanbevolen periode van bezit indien die korter is), berekend op basis van een netto-prestatie van 0 %.
66. Voor de berekening van indicator van de transactiekosten worden de volgende kosten in aanmerking genomen:
voor beleggingsfondsen: de in de punten 7 tot en met 23 quater van deze bijlage bedoelde transactiekosten;
voor andere priip’s dan beleggingsfondsen, met uitzondering van de in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s: de in punt 29, c), van deze bijlage bedoelde kosten;
voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten: de in punt 52, h), van deze bijlage bedoelde kosten.
67. Voor de berekening van de indicator van de andere vaste kosten (in bijlage VII “beheerskosten en andere administratie- of exploitatiekosten” genoemd) zijn de in aanmerking te nemen kosten het verschil tussen de totale kosten overeenkomstig punt 61 van deze bijlage en de som van de indicator van de eenmalige kosten, overeenkomstig punt 64 van deze bijlage, plus de indicator van de transactiekosten, overeenkomstig punt 66 van deze bijlage, plus de indicatoren van de incidentele kosten, overeenkomstig de punten 68 en 69 van deze bijlage.
Incidentele kosten en indicatoren van incidentele kosten (prestatievergoedingen en carried interests)
68. De indicatoren van de incidentele kosten van het priip worden als volgt berekend:
voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten: de vermindering van de jaarlijkse opbrengst als gevolg van prestatievergoedingen of carried interest, of beide, indien het priip gedurende de aanbevolen periode van bezit wordt aangehouden, berekend overeenkomstig de punten 70, 71 en 72 van deze bijlage;
voor priip’s: de kosten in monetaire eenheden indien het priip gedurende één jaar wordt aangehouden (of voor de aanbevolen periode van bezit indien die korter is), berekend op basis van een netto-prestatie van 0 %.
69. Voor de berekening van de prestatievergoedingen worden voor beleggingsfondsen de kosten overeenkomstig punt 6, a), van deze bijlage in aanmerking genomen. Voor de berekening van de carried interests worden voor beleggingsfondsen de kosten overeenkomstig punt 6, b), van deze bijlage in aanmerking genomen.
III. BEREKENING VAN DE KOSTENCIJFERS
Berekening van de samenvattende kostenindicator
70. De in de delen I en II van deze bijlage vermelde vermindering van de opbrengst wordt berekend aan de hand van bedragen die overeenkomen met de in de punten 90 en 91 van deze bijlage vermelde bedragen. Zij wordt berekend als het verschil tussen twee percentages i en r, waarbij r staat voor het jaarlijkse interne rendement met betrekking tot brutobetalingen door en geschatte uitkeringen aan de retailbelegger voor de desbetreffende periode van bezit, en i voor het jaarlijkse interne rendement voor het desbetreffende kosteloze scenario.
71. De schatting van toekomstige uitkeringen voor de berekening van de kosten volgens punt 70 van deze bijlage is gebaseerd op de volgende aannamen:
voor in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s en voor alle priip’s voor de kostenindicatoren die aantonen dat het priip gedurende één jaar of minder wordt aangehouden, wordt uitgegaan van een gestandaardiseerde netto-prestatie van 0 %;
behalve wanneer punt a) van toepassing is, wordt de prestatie van het priip berekend met behulp van de methodologie en de onderliggende hypothese waarmee het gematigde scenario uit het deel over prestatiescenario’s in het essentiële-informatiedocument is geschat;
voor de schatting van de uitkeringen wordt aangenomen dat alle kosten die volgens punt 61 van deze bijlage in de totale kosten zijn opgenomen, in mindering zijn gebracht.
72. Voor de berekening van het in punt 70 van deze bijlage bedoelde kosteloze scenario is het volgende van toepassing:
voor de berekening van i worden hetzij de brutobetalingen door de retailbelegger uit de berekening van r verlaagd met de openbaar te maken kosten, hetzij de geplande uitkeringen aan de retailbelegger uit de berekening van r verhoogd onder de aanname dat de bedragen van de openbaar te maken kosten aanvullend zijn belegd. Dan is i het jaarlijkse interne rendement met betrekking tot deze aangepaste betalingen door respectievelijk aan de retailbelegger;
indien de openbaar te maken kosten kunnen worden uitgedrukt als constant percentage van de waarde van de activa, kunnen ze buiten beschouwing blijven in de in punt 72, onder a), van deze bijlage beschreven berekening, en in plaats daarvan naderhand worden opgeteld bij het percentage van het jaarlijkse interne rendement i voor het respectieve kosteloze scenario.
Specifieke vereisten voor andere prip's dan beleggingsfondsen
73. Voor de berekening van het in punt 70 van deze bijlage bedoelde kosteloze scenario voor andere prip's dan beleggingsfondsen, worden brutobetalingen door de retailbelegger uit de berekening van r, als bedoeld in punt 72 van deze bijlage, verlaagd met de openbaar te maken kosten.
Specifieke vereisten voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten
74. Voor de berekeningen volgens de punten 70 tot en met 72 van deze bijlage wordt aangenomen dat er, voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, tijdens de periode van bezit geen sprake is van betalingen uit hoofde van verzekeringsdekking. Dit wil zeggen dat de berekening van de samenvattende kostenindicator uitsluitend is gebaseerd op geschatte uitkeringen uit levensverzekeringen.
75. Voor zover vaste en eenmalige kosten worden gedekt door expliciete kosten die een vast onderdeel vormen van de premieberekening van het product, wordt de berekening van vaste en eenmalige kosten gebaseerd op die expliciete kosten.
76. Voor winstdeling bij verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten is het volgende van toepassing:
bij de berekening van de vaste kosten en eenmalige kosten voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten worden bedragen die via winstdelingsmechanismen op het beleggingsrendement worden ingehouden, als kosten beschouwd;
indien een deel van de kosten aan retailbeleggers wordt terugbetaald via afzonderlijke kostenbonussen, wordt dat beschouwd als een korting op de kosten waardoor de kostenaftrek wordt verlaagd, mits:
de kostenbonussen gescheiden van andere onderdelen van de deelnemingsbonus worden opgegeven en bedoeld zijn om onderdelen van de kosten te herfinancieren volgens de contractuele voorwaarden van het product,
de priip-ontwikkelaar met deugdelijke actuariële methoden kan aantonen dat de verwachte toekomstige kostenbonussen worden gedekt door verwachte toekomstige winsten volgens voorzichtige aannamen over toekomstige kosten.
Specifieke vereisten voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit van minder dan één jaar
76 bis. De kostenindicatoren in percentages worden berekend op basis van de geaggregeerde kosten in de periode gedeeld door het beleggingsbedrag en er wordt een voetnoot toegevoegd om die berekening toe te lichten en te waarschuwen dat deze niet te vergelijken zijn met jaarlijkse kostenindicatoren in percentages die voor andere priip’s worden gegeven.
Specifieke vereisten voor priip’s die forwards, futures, CFD’s (contract for difference) of swaps zijn
76 ter. De kostenindicatoren in percentages worden berekend op basis van het notionele bedrag van het contract en er wordt een voetnoot toegevoegd om die berekening toe te lichten.
Specifieke vereisten voor priip’s die automatisch kunnen worden opgevraagd of geannuleerd vóór het einde van de aanbevolen periode van bezit indien aan bepaalde vooraf vastgestelde voorwaarden is voldaan
76 quater. De kostencijfers worden weergegeven aan de hand van twee verschillende scenario’s:
het priip wordt op de eerst mogelijke datum opgevraagd;
het priip komt op vervaldag.
De kostencijfers worden berekend op basis van een prestatie die consistent is met elk scenario.
Beginsel van geen dubbeltellingen
77. Als een kostensoort valt onder twee of meer kostensoorten als bedoeld in deze bijlage, wordt die kostensoort maar één keer in aanmerking genomen in de berekening van de indicatoren (ratio's) die erop zijn gebaseerd.
Andere specificaties
78. De kostencijfers in geldbedragen worden afgerond op de dichtstbijzijnde euro. De kostenindicatoren in percentages worden uitgedrukt met één cijfer achter de komma.
79. De kostencijfers worden minstens één keer per jaar berekend.
De kostencijfers zijn gebaseerd op de meest recente kostenberekeningen die door de priip-ontwikkelaar zijn vastgesteld. Onverminderd punt 77 van deze bijlage worden de kosten gewaardeerd “met inbegrip van alle belastingen”.
Voor beleggingsfondsen is het volgende van toepassing:
a) per aandelenklasse wordt afzonderlijk een berekening gemaakt maar als de rechten van deelneming van twee of meer klassen gelijk in rang zijn, kan worden volstaan met één berekening voor die klassen;
b) in het geval van een paraplufonds wordt elk samenstellend onderdeel of subfonds voor de toepassing van deze bijlage afzonderlijk behandeld maar worden alle aan het fonds als geheel toe te rekenen lasten over alle subfondsen verdeeld op een voor alle beleggers eerlijke wijze.
81. Naast de eerste berekening voor een nieuw priip, en tenzij anders bepaald, worden de ratio's minstens één keer per jaar achteraf berekend. Indien de achteraf bepaalde ratio ongeschikt wordt geacht vanwege een materiële wijziging, kan worden uitgegaan van een schatting totdat er een betrouwbare achteraf bepaalde ratio is waarin het effect van de materiële wijziging tot uiting komt.
82. De achteraf bepaalde cijfers zijn gebaseerd op recente kostenberekeningen waarvan de priip-ontwikkelaar redelijkerwijs heeft vastgesteld dat ze daarvoor geschikt zijn. De cijfers kunnen gebaseerd zijn op de kosten die het priip heeft opgenomen in de resultatenrekening in zijn laatste jaarverslag of halfjaarverslag, indien de resultatenrekening voldoende recent is. Als de resultatenrekening niet voldoende recent is, wordt gebruikgemaakt van een vergelijkbare berekening op basis van de kosten die zijn gemaakt in een recentere periode van twaalf maanden.
83. Informatie over de ratio's die in voorgaande jaren/perioden van toepassing waren, worden gepubliceerd op de plek die in het essentiële-informatiedocument wordt vermeld als de algemene bron waar geïnteresseerde beleggers terecht kunnen voor nadere informatie.
84. Als de aan een onderliggende icbe of abi toe te rekenen kosten in aanmerking moeten worden genomen, is het volgende van toepassing:
de kostenindicator van elke onderliggende icbe of abi wordt verdeeld in verhouding tot het aandeel in de intrinsieke waarde van het priip van die icbe of abi op de desbetreffende datum, namelijk de datum waarop de cijfers van het priip worden overgenomen;
alle aldus verdeelde cijfers worden opgeteld bij de totale kosten van het beleggende priip zelf, zodat een totaaloverzicht ontstaat.
Berekeningsmethodologie voor nieuwe priip's
85. In plaats van achteraf bepaalde gegevens worden schattingen gebruikt om de diverse soorten kosten te berekenen. Die schattingen worden gemaakt door een vergelijkbaar priip of een referentiegroep als vervangende waarde te nemen.
86. Voor priip's die een vaste vergoeding in rekening brengen waarin alle kosten zijn inbegrepen, wordt die vergoeding gebruikt, mits de vergoeding alle krachtens de informatieverplichtingen van het priip te presenteren kosten omvat.
87. Voor priip's die een maximum hanteren voor het bedrag dat in rekening kan worden gebracht, wordt, mits de vergoeding alle krachtens de informatieverplichtingen van het priip te presenteren kosten omvat, dat maximum gebruikt, zolang de priip-ontwikkelaar zich ertoe verplicht het bekendgemaakte cijfer te respecteren en alle meerdere kosten voor eigen rekening te nemen.
88. Als de presentatie van een getal tot twee cijfers achter de komma naar het oordeel van de priip-ontwikkelaar tegenover de beleggers een mate van nauwkeurigheid suggereert die niet terecht is, kan worden volstaan met een waarde tot één cijfer achter de komma.
89. De priip-ontwikkelaar zorgt ervoor dat voortdurend wordt beoordeeld of het geschatte getal nog nauwkeurig is. De priip-ontwikkelaar bepaalt het juiste moment om te beginnen met het gebruik van gegevens achteraf in plaats van een schatting; maar in elk geval beoordeelt de priip-ontwikkelaar uiterlijk twaalf maanden na de datum van eerste aanbieding van het priip in een lidstaat of de schatting nauwkeurig is door achteraf een getal te berekenen.
▼M3 —————
Algemene vereisten voor alle soorten priip's
90. De in artikel 5 bedoelde tabellen bevatten een indicatie van de kosten die de priip-ontwikkelaar bekend zijn in geldbedragen en in percentages voor het geval dat de retailbelegger respectievelijk 10 000 EUR belegt in het priip (voor alle priip’s behalve die met periodieke inleg of premiebetaling), of 1 000 EUR per jaar (voor priip’s met periodieke inleg of premiebetaling). De kostencijfers voor verschillende perioden van bezit, met inbegrip van de aanbevolen periode van bezit, worden als volgt weergegeven:
voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit van één jaar of minder worden enkel de kosten gegeven bij uitstap aan het eind van de aanbevolen periode van bezit;
voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit langer dan één jaar en korter dan tien jaar worden de kosten vermeld op basis van uitstap aan het eind van het eerste jaar en aan het eind van de aanbevolen periode van bezit;
voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit van tien jaar of meer wordt een extra periode van bezit getoond, met vermelding van de kostencijfers bij uitstap bij de helft van de aanbevolen periode van bezit, afgerond op het einde van het dichtstbijzijnde jaar;
voor priip’s waarbij geen uitstap mogelijk is vóór het eind van de aanbevolen periode van bezit, of wanneer een priip wordt geacht geen door de priip-ontwikkelaar of een derde gesteunde alternatieve liquiditeitsfaciliteit te hebben, of als er geen liquiditeitsregelingen zijn, of voor de in punt 30 van bijlage IV bedoelde priip’s, kunnen de kosten uitsluitend worden gegeven aan het eind van de aanbevolen periode van bezit.
91. Als het priip niet in euro luidt, wordt een bedrag gebruikt dat in dezelfde orde van grootte is als die beschreven in punt 90 van deze bijlage en dat goed deelbaar is door 1 000 .
▼M3 —————
BIJLAGE VII
PRESENTATIE VAN DE KOSTEN
Onmiddellijk onder de titel van het deel “Wat zijn de kosten?” wordt de volgende waarschuwing opgenomen, tenzij de priip-ontwikkelaar weet dat de persoon die advies geeft over het priip of het verkoopt geen extra kosten in rekening zal brengen:
“De persoon die u adviseert over dit product of u dit product verkoopt, brengt u mogelijk andere kosten in rekening. In dat geval verstrekt deze persoon u informatie over deze kosten en over de gevolgen ervan voor uw belegging.”.
In de onderstaande kostentabellen wordt de term “uitstap” gebruikt om het einde van de belegging weer te geven. Indien die term voor specifieke soorten priip’s misleidend kan zijn, mag een alternatieve term worden gebruikt, zoals “beëindiging” of “afkoop”.
Tabel 1 voor alle priip’s behalve die bedoeld in artikel 13, punt b), en in punt 76 quater van bijlage VI (autocallables)
De priip-ontwikkelaar vermeldt de volgende rubrieken, beschrijvingen en tabel 1 met de geaggregeerde kostencijfers in geldbedragen en in percentages als gespecificeerd in de punten 61 en 62 van bijlage VI met de in punt 90 van die bijlage bedoelde perioden van bezit:
“Kosten in de loop van de tijd
De tabellen geven de bedragen weer die uit uw belegging worden gehaald om verschillende soorten kosten te dekken. Deze bedragen variëren naargelang hoeveel u belegt, hoe lang u het product aanhoudt [en hoe goed het product presteert (indien van toepassing)]. De hier weergegeven bedragen zijn illustraties op basis van een voorbeeld van een beleggingsbedrag en verschillende mogelijke beleggingsperioden.
We gaan ervan uit dat:
|
|
Als u [uitstapt] na één jaar (indien van toepassing) |
Als u [uitstapt] na [1/2 van de aanbevolen periode van bezit] (indien van toepassing) |
Als u [uitstapt] na [aanbevolen periode van bezit] |
|
Totale kosten |
[] EUR |
[] EUR |
[] EUR |
|
Effect van de kosten per jaar (1) |
[] % |
[] % per jaar |
[] % per jaar |
|
(1)
“Dit illustreert hoe de kosten elk jaar gedurende de periode van bezit uw rendement doen dalen. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat als u uitstapt na de aanbevolen periode van bezit, uw gemiddelde rendement per jaar wordt geraamd op [] % vóór de kosten en [] % na de kosten.”. (Indien van toepassing): “Een deel van de kosten kan worden gedeeld met de verkoper van het product om de diensten te dekken die hij u verleent. (Indien van toepassing) [Hij zal u informatie verstrekken over het bedrag].” (Indien van toepassing): “Deze cijfers omvatten de maximale distributievergoeding die de verkoper van het product u in rekening mag brengen ([] % van het belegde bedrag/[] EUR). Hij zal u informatie verstrekken over de feitelijke distributiekosten.” |
|||
Tabel 1 voor in artikel 13, punt b), bedoelde priip’s
De priip-ontwikkelaar vermeldt de volgende rubrieken, beschrijvingen en tabel 1 met de geaggregeerde kostencijfers in geldbedragen en in percentages als gespecificeerd in de punten 61 en 62 van bijlage VI met de in punt 90 van die bijlage bedoelde perioden van bezit, waarbij een uitsplitsing wordt gemaakt tussen de kosten van het priip die geen kosten van de onderliggende beleggingsopties zijn (“verzekeringscontract”) en de verschillende kosten van de onderliggende beleggingsopties (“beleggingsopties”):
“Kosten in de loop van de tijd
De tabellen geven de bedragen weer die uit uw belegging worden gehaald om verschillende soorten kosten te dekken. Deze bedragen variëren naargelang hoeveel u belegt, hoe lang u het product aanhoudt [en hoe goed het product presteert (indien van toepassing)]. De hier weergegeven bedragen zijn illustraties op basis van een voorbeeld van een beleggingsbedrag en verschillende mogelijke beleggingsperioden.
We gaan ervan uit dat:
[Verklaring dat de totale kosten voor de retailbelegger bestaan uit een combinatie van de kosten van het priip die geen kosten van de onderliggende beleggingsopties zijn, en de kosten van de onderliggende beleggingsopties, en variëren naargelang van de onderliggende beleggingsopties]”
|
|
Als u [uitstapt] na één jaar (indien van toepassing) |
Als u [uitstapt] na [1/2 van de aanbevolen periode van bezit] (indien van toepassing) |
Als u [uitstapt] na [aanbevolen periode van bezit] |
|
Totale kosten |
|||
|
— Verzekeringscontract — Beleggingsopties |
[] EUR [] — [] EUR |
[] EUR [] — [] EUR |
[] EUR [] — [] EUR |
|
Effect van de kosten per jaar (1) |
|||
|
— Verzekeringscontract — beleggingsopties |
[] % [] — [] % |
[] % per jaar [] — [] % per jaar |
[] % per jaar [] — [] % per jaar |
|
(1)
“Dit illustreert hoe de kosten elk jaar gedurende de periode van bezit uw rendement doen dalen. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat als u uitstapt na de aanbevolen periode van bezit, uw gemiddelde rendement per jaar wordt geraamd op [] % vóór de kosten en [] % na de kosten.”. (Indien van toepassing): “Een deel van de kosten kan worden gedeeld met de verkoper van het product om de diensten te dekken die hij u verleent. (Indien van toepassing) [Hij zal u informatie verstrekken over het bedrag.]” (Indien van toepassing): “Deze cijfers omvatten de maximale distributievergoeding die de verkoper van het product u in rekening mag brengen ([] % van het belegde bedrag/[] EUR). Hij zal u informatie verstrekken over de feitelijke distributiekosten.” |
|||
Tabel 1 voor in punt 76 quater van bijlage VI bedoelde priip’s (autocallables)
Voor in punt 76 quater van bijlage VI bedoelde priip’s luiden de titel, de beschrijving en tabel 1 “Kosten in de loop van de tijd” als volgt:
“Kosten in de loop van de tijd
De tabellen geven de bedragen weer die uit uw belegging worden gehaald om verschillende soorten kosten te dekken. Deze bedragen variëren naargelang hoeveel u belegt, hoe lang u het product aanhoudt [en hoe goed het product presteert (indien van toepassing)]. De hier weergegeven bedragen zijn illustraties op basis van een voorbeeld van een beleggingsbedrag en verschillende mogelijke beleggingsperioden.
De looptijd van dit product is onzeker, aangezien het op verschillende tijdstippen kan eindigen, naargelang van de ontwikkeling van de markt. De hier vermelde bedragen houden rekening met twee verschillende scenario’s (bij vervroegde opvraging en op vervaldag). Indien u besluit vóór de vervaldag van het product uit te stappen, kunnen boven op de hier vermelde bedragen uitstapkosten van toepassing zijn.
We gaan ervan uit dat:
|
|
Indien het product op de eerst mogelijke datum wordt opgevraagd [] |
Indien het product op vervaldag komt |
|
Totale kosten |
[] EUR |
[] EUR |
|
Effect van de kosten per jaar (1) |
[] % |
[] % per jaar |
|
(1)
“Dit illustreert hoe de kosten elk jaar gedurende de periode van bezit uw rendement doen dalen. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat als u uitstapt op de vervaldatum, uw gemiddelde rendement per jaar wordt geraamd op [] % vóór kosten en [] % na kosten.”. (Indien van toepassing): “Een deel van de kosten kan worden gedeeld met de verkoper van het product om de diensten te dekken die hij u verleent. (Indien van toepassing) [Hij zal u informatie verstrekken over het bedrag.]” (Indien van toepassing): “Deze cijfers omvatten de maximale distributievergoeding die de verkoper van het product u in rekening mag brengen ([] % van het belegde bedrag/[] EUR). Hij zal u informatie verstrekken over de feitelijke distributiekosten.” |
||
Tabel 2 voor alle priip’s behalve die bedoeld in artikel 13, punt b)
De priip-ontwikkelaar geeft een uitsplitsing van de kosten volgens de indeling in de punten 64 tot en met 69 van bijlage VI, aan de hand van de rubrieken en tabel 2 hieronder.
Er wordt een zeer beknopte beschrijving van de aard van elk soort kosten opgenomen. Dit omvat een numerieke indicator (geldbedrag of percentage) en de berekeningsgrondslag indien die kan worden voorgesteld in eenvoudige termen die waarschijnlijk begrijpelijk zijn voor de doelgroep van het priip. De beschrijving is gebaseerd op een of meer voorbeelden in onderstaande tabel, tenzij deze niet van toepassing zijn.
“Samenstelling van de kosten
|
Eenmalige kosten bij in- of uitstap |
(priip’s): Als u [uitstapt] na [één jaar/aanbevolen periode van bezit (indien die minder dan één jaar is)] (verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten): Effect van de kosten per jaar als u [uitstapt] na [aanbevolen periode van bezit] |
|
|
Instapkosten |
[Beschrijf de aard in maximaal 300 tekens. Voorbeelden: — “[] % van het bedrag dat u betaalt wanneer u in deze belegging instapt” — “[] % van de eerste [] premies die u betaalt” — “Deze kosten zijn al inbegrepen in de [prijs/premies] die u betaalt” — “Hierin zijn de distributiekosten van [[] % van het belegde bedrag/[] EUR inbegrepen] [Dit is het hoogste bedrag dat u in rekening zal worden gebracht] [De verkoper zal u informatie geven welk bedrag feitelijk in rekening wordt gebracht]” — “Wij brengen geen instapkosten in rekening”] |
[Maximaal] [] EUR (priip’s) of [] % (ibip’s) |
|
Uitstapkosten |
[Beschrijf de aard in maximaal 300 tekens. Voorbeelden: — “[] % van uw belegging voordat deze aan u wordt uitbetaald” — “Wij brengen voor dit product geen uitstapkosten in rekening, [maar de persoon die u het product verkoopt, doet dat misschien wel]” (Wanneer alleen in specifieke omstandigheden uitstapkosten van toepassing zijn) — “Deze kosten zijn alleen van toepassing als (licht de omstandigheden toe of geef een voorbeeld in maximaal 200 tekens)” Voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten waarbij de uitstapkosten alleen gelden vóór uitstap bij de aanbevolen periode van bezit, vermeldt de kolom rechts “n.v.t.” en wordt in deze kolom naast de bovenstaande beschrijvingen ook de volgende verklaring opgenomen:“De uitstapkosten worden in de volgende kolom als “n.v.t.” aangegeven, aangezien ze niet van toepassing zijn als u het product houdt tot de aanbevolen periode van bezit.” |
[] EUR (priip’s) of [] % (ibip’s) |
|
Lopende kosten [die elk jaar in rekening worden gebracht] |
|
|
|
Beheerskosten en andere administratie- of exploitatiekosten |
[Beschrijf de grondslag in maximaal 150 tekens. Voorbeeld: “[] % van de waarde van uw belegging per jaar”]. Dit is een schatting op basis van de feitelijke kosten van het afgelopen jaar. |
[] EUR (priip’s) of [] % (ibip’s) |
|
Transactiekosten |
[] % van de waarde van uw belegging per jaar. Dit is een schatting van de kosten die ontstaan wanneer we de onderliggende beleggingen voor het product kopen en verkopen. Het feitelijke bedrag zal variëren naargelang hoeveel we kopen en verkopen. |
[] EUR (priip’s) of [] % (ibip’s) |
|
Incidentele kosten die onder bepaalde voorwaarden in rekening worden gebracht |
|
|
|
Prestatie-vergoedingen [en carried interest] |
[[Beschrijf in maximaal 300 tekens]. Het feitelijke bedrag zal variëren naargelang van de prestaties van uw belegging. De geaggregeerde kostenraming hierboven omvat het gemiddelde over de afgelopen 5 jaar.] of [Er is geen prestatievergoeding voor dit product]. |
[] EUR (priip’s) of [] % (ibip’s) |
|
(Indien van toepassing): “Naargelang van het beleggingsbedrag zijn verschillende kosten van toepassing [verklaar de omstandigheden of gebruik een voorbeeld in maximaal 150 tekens]” |
||
Voor priip’s die een scala van beleggingsopties aanbieden, maken de ontwikkelaars gebruik van de tabellen 1 en 2 van deze bijlage die van toepassing is op alle priip’s behalve die bedoeld in artikel 13, punt b), en punt 76 quater van bijlage VI voor de presentatie van de kosten, waarbij per cijfer en per tabel de verschillende kosten worden getoond.
Voor priip’s met een aanbevolen periode van bezit van minder dan één jaar wordt de kostenratio in percentages in de tabellen 1 en 2 aangeduid met “Effect van de kosten” in plaats van “Effect van de kosten per jaar” en in de voetnoot bij tabel 1 wordt het volgende vermeld: “Dit illustreert het effect van de kosten over een periode van bezit van minder dan één jaar. Dit percentage kan niet rechtstreeks worden vergeleken met de cijfers van het effect van de kosten die voor andere priip’s worden gegeven.”
Voor priip’s waarbij de kostenratio’s in percentages worden berekend aan de hand van de notionele waarde, wordt onder de tabel de volgende voetnoot toegevoegd: “Dit illustreert de kosten in verhouding tot de notionele waarde van het priip.”
Tabel 2 voor in artikel 13, punt b), bedoelde priip’s
De priip-ontwikkelaar geeft een uitsplitsing van de kosten volgens de indeling in de punten 64 tot en met 69 van bijlage VI, aan de hand van de rubrieken en tabel 2 hieronder. Indien van toepassing voor het soort kosten, wordt een uitsplitsing van de kosten gemaakt in kosten van het priip die geen kosten van de onderliggende beleggingsopties zijn (“verzekeringscontract”) en de verschillende kosten van de beleggingsopties (“beleggingsopties”).
Er wordt een zeer beknopte beschrijving van de aard van elk soort kosten opgenomen. Dit omvat een numerieke indicator (vast bedrag of percentage) en de berekeningsgrondslag indien die kan worden voorgesteld in eenvoudige termen die waarschijnlijk begrijpelijk zijn voor de doelgroep van het priip. De beschrijving is gebaseerd op een of meer voorbeelden in onderstaande tabel, tenzij deze niet van toepassing zijn.
“Samenstelling van de kosten
|
Eenmalige kosten bij in- of uitstap |
Effect van de kosten per jaar als u [uitstapt] na [aanbevolen periode van bezit] |
|
|
Instapkosten |
[Beschrijf de aard in maximaal 300 tekens. Voorbeelden: — “[] % van het bedrag dat u betaalt wanneer u in deze belegging instapt” — “[] % van de eerste [] premies die u betaalt” — “Deze kosten zijn al inbegrepen in de [prijs/premies] die u betaalt” — “Hierin zijn de distributiekosten van [[] % van het belegde bedrag/[] EUR inbegrepen]. [Dit is het hoogste bedrag dat u in rekening zal worden gebracht]. [De verkoper zal u informatie geven welk bedrag feitelijk in rekening wordt gebracht]” — “Wij brengen geen instapkosten in rekening”] |
“[] %” of “Verzekeringscontract [] % Beleggingsoptie [] — [] %” |
|
Uitstapkosten |
[Beschrijf de aard in maximaal 300 tekens. Voorbeelden: — “[] % van uw belegging voordat deze aan u wordt uitbetaald”. — “Wij brengen voor dit product geen uitstapkosten in rekening, [maar de persoon die u het product verkoopt, doet dat misschien wel]”. (Wanneer alleen in specifieke omstandigheden uitstapkosten van toepassing zijn) — “Deze kosten zijn alleen van toepassing als (licht de omstandigheden toe of geef een voorbeeld in maximaal 200 tekens)” Voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten waarbij de uitstapkosten alleen gelden vóór uitstap bij de aanbevolen periode van bezit, vermeldt de kolom rechts “n.v.t.” en wordt in deze kolom naast de bovenstaande beschrijvingen ook de volgende verklaring opgenomen: “De uitstapkosten worden in de volgende kolom als “n.v.t.” aangegeven, aangezien zij niet van toepassing zijn als u het product houdt tot de aanbevolen periode van bezit.” |
“[] %” of “Verzekeringscontract [] % Beleggingsoptie [] — [] %” |
|
Lopende kosten die elk jaar in rekening worden gebracht |
|
|
|
Beheerskosten en andere administratie- of exploitatiekosten |
[Beschrijf de grondslag in maximaal 150 tekens. Voorbeeld: “[] % van de waarde van uw belegging per jaar”]. Dit is een schatting op basis van de feitelijke kosten van het afgelopen jaar. |
“[] %” of “Verzekeringscontract [] % Beleggingsoptie [] — [] %” |
|
Transactiekosten |
[] % van de waarde van uw belegging per jaar. Dit is een schatting van de kosten die ontstaan wanneer we de onderliggende beleggingen voor het product kopen en verkopen. Het feitelijke bedrag zal variëren naargelang hoeveel we kopen en verkopen. |
“[] %” of “Verzekeringscontract [] % Beleggingsoptie [] — [] %” |
|
Incidentele kosten die onder bepaalde voorwaarden in rekening worden gebracht |
|
|
|
Prestatie-vergoedingen [en carried interest] |
[Beschrijf in maximaal 300 tekens. Het feitelijke bedrag zal variëren naargelang van de prestaties van uw belegging. De geaggregeerde kostenraming hierboven omvat het gemiddelde over de afgelopen 5 jaar.] of [Er is geen prestatievergoeding voor dit product]. |
“[] %” of “Verzekeringscontract [] % Beleggingsoptie [] — [] %” |
|
(Indien van toepassing): “Naargelang van het beleggingsbedrag zijn verschillende kosten van toepassing [verklaar de omstandigheden of gebruik een voorbeeld in maximaal 150 tekens]” |
||
BIJLAGE VIII
INHOUD EN PRESENTATIE VAN INFORMATIE OVER DE PRESTATIES IN HET VERLEDEN
Definities
1. Voor de presentatie van informatie over de prestaties in het verleden wordt verstaan onder:
“icbe”: een icbe waaraan overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2009/65/EG vergunning is verleend, die:
een priip in categorie 2 is als vastgesteld in punt 5 van bijlage II, en
retailbeleggers niet op bepaalde vooraf bepaalde data op algoritmen gebaseerde betalingen verstrekt die verband houden met de prestaties, of het optreden van prijsveranderingen of de vervulling van andere voorwaarden, van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, of vergelijkbare kenmerken hebben;
“abi”: een abi in de zin van artikel 4, lid 1, punt a), van Richtlijn 2011/61/EU, die:
een priip in categorie 2 is als vastgesteld in punt 5 van bijlage II;
een abi van het open-end-type is als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 694/2014 van de Commissie ( 14 ), en
retailbeleggers niet op bepaalde vooraf bepaalde data op algoritmen gebaseerde betalingen verstrekt die verband houden met de prestaties, of het optreden van prijsveranderingen of de vervulling van andere voorwaarden, van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, of vergelijkbare kenmerken hebben;
“unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten”: een unit-linked verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct dat:
een priip in categorie 2 is als vastgesteld in punt 5 van bijlage II;
mogelijkheden voor uitstap of terugkoop vóór afloop van de aanbevolen periode van bezit heeft waarvoor geen aanmerkelijke beperkende voorwaarden gelden;
uitkeringen verstrekt die rechtstreeks verband houden met de waarde van activa die in rechten van deelneming zijn verdeeld, en
retailbeleggers niet op bepaalde vooraf bepaalde data op algoritmen gebaseerde betalingen verstrekt die verband houden met de prestaties, of het optreden van prijsveranderingen of de vervulling van andere voorwaarden, van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, of vergelijkbare kenmerken hebben.
Berekening van de prestaties in het verleden van icbe’s of abi’s
2. De berekening van de cijfers van prestaties in het verleden is gebaseerd op de intrinsieke waarde van de icbe of abi en onder de aanname dat de uitkeerbare inkomsten van het fonds werden herbelegd.
Gebruik van “gesimuleerde” gegevens voor prestaties in het verleden voor icbe’s of abi’s
3. Een simulatie van het trackrecord op het gebied van prestaties in het verleden voor de periode waarin nog geen gegevens beschikbaar waren, is enkel in de volgende gevallen toegestaan, mits deze op een eerlijke, duidelijke en niet-misleidende wijze wordt aangewend:
een nieuwe aandelenklasse van een bestaande icbe of abi of beleggingscompartiment mag haar prestaties simuleren met behulp van de prestaties van een andere klasse, mits beide klassen niet wezenlijk verschillen wat betreft hun deelneming in de activa van de icbe of abi;
een feeder-icbe of -abi mag haar prestaties simuleren met behulp van de prestaties van haar master-icbe of -abi, mits aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
de strategie en doelstellingen van de feeder-icbe of -abi staan haar niet toe andere activa aan te houden dan rechten van deelneming in de master-icbe of -abi en accessoir liquide middelen;
de kenmerken van de feeder-icbe of -abi verschillen niet wezenlijk van die van de master-icbe of -abi.
Berekening van prestaties in het verleden voor unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten
4. De berekening van prestaties in het verleden als beschreven in punt 2 van deze bijlage is van overeenkomstige toepassing op unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten. De berekening is consistent met hetzij de verklaring van het effect van de premie voor biometrisch risico, hetzij het kostengedeelte van de premie voor biometrisch risico op het rendement van de belegging als bedoeld in artikel 2, lid 4.
Presentatie van de prestaties in het verleden van icbe’s of abi’s
5. De informatie over de prestaties in het verleden van de icbe of abi wordt gepresenteerd in een staafdiagram waarin de prestaties van de icbe of abi van de laatste tien jaar zijn weergegeven. Het staafdiagram is groot genoeg om leesbaar te zijn.
6. Icbe’s of abi’s met prestaties van minder dan vijf volledige kalenderjaren maken gebruik van een presentatie die enkel de laatste vijf jaren bestrijkt.
7. Een jaar waarvoor er geen gegevens beschikbaar zijn, wordt blanco weergegeven zonder andere vermeldingen dan de datum.
8. Voor icbe’s of abi’s die nog niet beschikken over gegevens over prestaties voor een volledig kalenderjaar, wordt een verklaring opgenomen waarin wordt toegelicht dat er onvoldoende gegevens zijn om retailbeleggers een bruikbare aanwijzing van de prestaties in het verleden te verschaffen.
9. De lay-out van het staafdiagram wordt aangevuld met de volgende verklaringen, die duidelijk zichtbaar zijn:
een waarschuwing dat prestaties in het verleden weinig zeggen over toekomstige prestaties, met de volgende vetgedrukte verklaring:
“Prestaties in het verleden zijn geen betrouwbare indicator voor toekomstige prestaties. De markten kunnen zich in de toekomst heel anders ontwikkelen.
Het kan u helpen om te beoordelen hoe het fonds in het verleden is beheerd”;
een beschrijving waarin het getoonde wordt toegelicht en die boven het staafdiagram en in vetgedrukte letters wordt vermeld:
“Deze grafiek toont de prestaties van het fonds als percentage van het verlies of de winst per jaar gedurende de afgelopen [x] jaar.”;
indien van toepassing, een productspecifieke waarschuwing overeenkomstig punt 15 van deze bijlage dat het verleden niet representatief is of, indien relevant, andere redenen met een maximum van 150 tekens in gewone taal;
een korte toelichting in voorkomend geval welke kosten en vergoedingen al dan niet in aanmerking zijn genomen bij de berekening van de prestaties in het verleden. Dit geldt niet voor icbe’s of abi’s die geen instap- of uitstapkosten hebben. [Een voorbeeld van een beschrijving:
“De prestaties worden weergegeven na aftrek van lopende kosten. Eventuele instap- en uitstapkosten worden bij de berekening buiten beschouwing gelaten.”];
een vermelding van het jaar waarin het fonds, het compartiment of de aandelenklasse is ontstaan;
in voorkomend geval de vermelding van de valuta waarin de prestaties in het verleden zijn berekend.
10. De informatie bevat geen gegevens over prestaties in het verleden met betrekking tot (een deel van) het lopende kalenderjaar.
Gebruik van een benchmark naast de prestaties in het verleden
11. Indien in het deel “Wat is dit voor een product?” van het essentiële-informatiedocument naar een benchmark wordt verwezen, wordt in het diagram naast elke staaf voor de prestaties in het verleden van de icbe of abi een staaf opgenomen die de resultaten van die benchmark weergeeft. Dit geldt zowel voor icbe’s of abi’s die een benchmark volgen als voor die welke aan de hand van een benchmark worden beheerd. Een icbe of abi wordt geacht aan de hand van een benchmark te worden beheerd, wanneer de benchmarkindex een rol speelt bij het beheer van de icbe of abi, bijvoorbeeld voor portefeuillesamenstelling en/of prestatiemaatstaven.
12. Voor icbe’s of abi’s die niet beschikken over gegevens over prestaties in het verleden voor de vereiste vijf of tien jaar, wordt de benchmark niet weergegeven voor de jaren waarin de icbe nog niet bestond.
13. Indien de icbe of abi aan de hand van een benchmark wordt beheerd als bedoeld in punt 11 van deze bijlage, worden de beschrijvingen in punt 9 van deze bijlage als volgt in vet lettertype aangevuld:
“Deze grafiek toont de prestaties van het fonds als percentage van het verlies of de winst per jaar gedurende de afgelopen [] jaar ten opzichte van zijn benchmark”.
“Het kan u helpen om te beoordelen hoe het fonds in het verleden is beheerd en het te vergelijken met de benchmark.”.
Presentatie van het staafdiagram
14. Het staafdiagram waarin de prestaties in het verleden worden gepresenteerd, voldoet aan de volgende criteria:
de schaal van de Y-as van het staafdiagram is lineair, niet logaritmisch;
de schaal wordt aangepast aan de breedte van de afgebeelde staven en drukt de staven niet samen teneinde het niet moeilijker te maken rendementsschommelingen te onderscheiden;
de X-as bevindt zich ter hoogte van het nulpercentage (resultaat van 0 %);
bij elke staaf wordt het behaalde rendement in percentages vermeld;
cijfers van prestaties in het verleden worden afgerond tot één cijfer achter de komma.
Effect en behandeling van materiële wijzigingen
15. Indien zich gedurende de periode die in het in de punten 5 tot en met 10 van deze bijlage bedoelde staafdiagram wordt weergegeven, een materiële wijziging voordoet in de doelstellingen en het beleggingsbeleid van de icbe of abi, worden de prestaties in het verleden van de icbe of abi die dateren van vóór die materiële wijziging toch nog in het diagram weergegeven.
16. De periode vóór de in punt 15 van deze bijlage bedoelde materiële wijziging wordt op het staafdiagram aangeduid met vermelding van een duidelijke waarschuwing dat deze prestaties tot stand zijn gekomen in omstandigheden die niet langer van toepassing zijn.
Gebruik van “gesimuleerde” gegevens voor prestaties in het verleden
17. In alle gevallen waarin de prestaties overeenkomstig punt 3 van deze bijlage zijn gesimuleerd, wordt duidelijk op het staafdiagram vermeld dat het om gesimuleerde prestaties gaat.
18. Een icbe of abi die haar rechtspositie wijzigt maar in dezelfde lidstaat blijft gevestigd, behoudt haar trackrecord op het gebied van prestaties in het verleden alleen wanneer de bevoegde autoriteit van die lidstaat redelijkerwijze oordeelt dat de wijziging van rechtspositie geen gevolgen heeft voor de prestaties van de icbe of abi.
19. In geval van een in artikel 2, lid 1, punt p), i) en iii), van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde fusie worden enkel de prestaties in het verleden van de ontvangende icbe behouden.
20. Punt 19 van deze bijlage is van overeenkomstige toepassing op fusies van abi’s.
Presentatie van de prestaties in het verleden van feeder-icbe’s of -abi’s
21. De voorstelling van het trackrecord op het gebied van prestaties in het verleden van feeder-icbe’s of -abi’s is specifiek voor de feeder-icbe of -abi en is geen reproductie van het trackrecord op het gebied van prestaties in het verleden van de master-icbe of -abi.
22. Punt 21 van deze bijlage is niet van toepassing wanneer:
de feeder-icbe of -abi de prestaties in het verleden van haar master-icbe of -abi voorstelt als benchmark, of
de feeder als feeder-icbe of -abi is gelanceerd op een latere datum dan de master-icbe of -abi, en indien de voorwaarden van punt 3 van deze bijlage zijn vervuld, en indien gesimuleerde prestaties worden getoond voor de jaren voordat de feeder bestond, op basis van de prestaties in het verleden van de master-icbe of -abi, of
indien de feeder-icbe een trackrecord op het gebied van prestaties in het verleden heeft dat dateert van vóór de datum waarop zij als feeder begon op te treden, in het staafdiagram voor de relevante jaren haar eigen trackrecord behouden blijft en de materiële wijziging overeenkomstig punt 16 van deze bijlage wordt aangeduid.
Presentatie van prestaties in het verleden van unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten
23. De punten 5 tot en met 16 van deze bijlage zijn van overeenkomstige toepassing op unit-linked verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten. De presentatie is consistent met hetzij de beschrijving van het effect van de premie voor biometrisch risico, hetzij het kostengedeelte van de premie voor biometrisch risico op het rendement van de belegging als bedoeld in artikel 2, lid 4.
( 1 ) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).
( 2 ) Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).
( 3 ) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349)
( 4 ) Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).
( 5 ) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
( 6 ) Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 1).
( 7 ) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1800 van de Commissie van 11 oktober 2016 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de verdeling van kredietbeoordelingen van externe kredietbeoordelingsinstellingen over een objectieve schaal van kredietkwaliteitscategorieën in overeenstemming met Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 275 van 12.10.2016, blz. 19).
( 8 ) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).
( 9 ) Richtlijn 2014/91/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) wat bewaartaken, beloningsbeleid en sancties betreft (PB L 257, 28.8.2014, blz. 186).
( 10 ) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
( 11 ) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
( 12 ) Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1).
( 13 ) Richtlijn 2007/16/EG van de Commissie van 19 maart 2007 tot uitvoering van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) wat de verduidelijking van bepaalde definities betreft (PB L 79 van 20.3.2007, blz. 11).
( 14 ) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 694/2014 van de Commissie van 17 december 2013 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor het vaststellen van de soorten beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (PB L 183 van 24.6.2014, blz. 18).