02015R0242 — NL — 09.10.2017 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/242 VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2014

tot vaststelling van nadere bepalingen over het functioneren van de adviesraden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid

(PB L 041 van 17.2.2015, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/1575 VAN DE COMMISSIE van 23 juni 2017

  L 239

1

19.9.2017




▼B

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/242 VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2014

tot vaststelling van nadere bepalingen over het functioneren van de adviesraden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid



Artikel 1

Toepassingsgebied

Bij deze verordening worden nadere bepalingen vastgesteld over de werking (ook „het functioneren” genoemd) van de in artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde adviesraden.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„betrokken lidstaat” : een artikel 4, lid 1, punt 22, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 omschreven lidstaat met een rechtstreeks belang bij het beheer in de bevoegdheidszone van een adviesraad als gedefinieerd in bijlage III, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. In het geval van de adviesraad voor aquacultuur en de adviesraad voor markten wordt met „betrokken lidstaat” elke lidstaat van de Unie bedoeld;

▼M1

2.

„sectororganisaties” : organisaties die de marktdeelnemers uit de visserijsector (met inbegrip van vissers in loondienst) en, in voorkomend geval, de marktdeelnemers uit de aquacultuursector vertegenwoordigen, alsmede vertegenwoordigers van de verwerkings- en de afzetsector;

▼B

3.

„andere belangengroepen” : vertegenwoordigers van groepen — met uitzondering van sectororganisaties — die gevolgen ondervinden van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name milieuorganisaties en consumentengroeperingen.

Artikel 3

Opstarten van de werking van de nieuwe adviesraden

1.  Sectororganisaties en andere belangengroepen met een belang in een van de in artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde adviesraden dienen bij de Commissie een gezamenlijk verzoek in met betrekking tot het opstarten van de werking van de betrokken adviesraad. Het gezamenlijke verzoek moet sporen met de bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 vastgestelde doelstellingen en beginselen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en met name artikel 43, lid 1, en bijlage III, en moet het volgende inhouden:

a) een omschrijving van de doelstellingen;

b) de operationele beginselen;

c) het reglement van orde;

d) een lijst van de sectororganisaties en andere belangengroepen.

2.  Na te hebben geverifieerd dat het gezamenlijke verzoek in overeenstemming is met de voorschriften van Verordening (EU) nr. 1380/2013, met name bijlage III, en van de onderhavige verordening, stuurt de Commissie het verzoek uiterlijk twee maanden na dit te hebben ontvangen, door naar de betrokken lidstaten. De Commissie kan wijzigingen van het gezamenlijke verzoek voorstellen om ervoor te zorgen dat het voldoet aan alle in het onderhavige artikel bedoelde vereisten.

3.  De betrokken lidstaten gaan na of het verzoek door representatieve sectororganisaties en andere belangengroepen is ondertekend en stellen de Commissie uiterlijk een maand na het gezamenlijke verzoek te hebben ontvangen, in kennis van hun akkoord. Op basis van de opmerkingen van die lidstaten kan de Commissie aanvullende wijzigingen of verduidelijkingen vragen.

4.  De Commissie maakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie een mededeling betreffende het opstarten van de werking van elke nieuwe adviesraad bekend. Zij maakt die informatie pas bekend als aan alle in lid 1 bedoelde vereisten is voldaan. De werking van de adviesraden gaat van start op de in de mededeling vermelde datum en in geen geval vóór de datum van bekendmaking van die mededeling.

Artikel 4

Structuur en organisatie van de adviesraden

1.  Naast de bepalingen van artikel 43, lid 1, artikel 45, leden 1, 2 en 3, en bijlage III van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gelden voor de structuur en organisatie van de adviesraden de bepalingen in de leden 2 tot en met 6 van het onderhavige artikel.

2.  De algemene raad van een adviesraad:

a) stelt het reglement van orde van de adviesraad vast;

b) komt ten minste eenmaal per jaar bijeen om het jaarverslag, het jaarlijkse strategieplan en de jaarbegroting van de adviesraad goed te keuren;

▼M1

c) beslist of de leden van de adviesraden worden ingedeeld in de categorie „sectororganisaties” dan wel „andere belangengroepen”. Die beslissing wordt gebaseerd op objectieve en verifieerbare criteria, zoals de statutaire bepalingen, de ledenlijst en de aard van de activiteiten van de betrokken organisatie.

▼M1

3.  De algemene vergadering benoemt een uitvoerend comité van ten hoogste 25 leden op basis van de voordrachten door de sectororganisaties en de andere belangengroepen voor de zetels die hen respectievelijk zijn toegekend. Na raadpleging van de Commissie kan de algemene raad besluiten een uitvoerend comité van ten hoogste 30 leden te benoemen om een adequate vertegenwoordiging van de kleinschalige vloten te waarborgen.

▼B

4.  Met het oog op een evenwichtige en brede vertegenwoordiging van alle belanghebbende partijen ziet de algemene raad erop toe dat de lidmaatschapsbijdragen op een billijk niveau en met inachtneming van de financiële draagkracht van de belanghebbende partijen worden vastgesteld.

5.  Het uitvoerend comité:

a) stuurt en beheert de taken van de adviesraad overeenkomstig artikel 44, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

b) bereidt het jaarverslag, het jaarlijkse strategieplan en de jaarbegroting voor;

c) stelt de in artikel 44, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde aanbevelingen en suggesties vast.

6.  De algemene raad en het uitvoerend comité zorgen voor een evenwichtige en brede vertegenwoordiging van alle belanghebbende partijen, met nadruk op kleinschalige vloten, in voorkomend geval. Het aantal vertegenwoordigers van kleinschalige vloten is een weerspiegeling van het aandeel dat de kleinschalige vloten hebben in de visserijsector van de betrokken lidstaten.

Artikel 5

Werkmethoden

Bij het bepalen van zijn werkmethoden streeft elke adviesraad ernaar de efficiëntie en volledige medewerking van alle leden te garanderen door gebruik te maken van moderne IT-communicatiemiddelen en vertolkings- en vertalingsdiensten.

Artikel 6

Financiële bijdrage van de adviesraden

1.  Elke adviesraad biedt vissers die organisaties voor kleinschalige vloten vertegenwoordigen, bovenop de vergoeding voor reis- en verblijfkosten extra compensatie aan voor een efficiënte deelname van deze vissers aan de werkzaamheden van de adviesraad. Deze compensatie wordt voor elk geval naar behoren gemotiveerd.

2.  Adviesraden die in bijlage III, punt 2, onder k), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde waarnemers van derde landen uitnodigen, kunnen in de reis- en verblijfkosten van deze waarnemers bijdragen tegen dezelfde voorwaarden die zij voor hun leden toepassen.

Artikel 7

Ondersteuning door de lidstaten

De lidstaten kunnen passende technische, logistieke en financiële ondersteuning verlenen om de werking van de adviesraden te vergemakkelijken.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.