02014R0548 — NL — 14.11.2019 — 002.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) Nr. 548/2014 VAN DE COMMISSIE

van 21 mei 2014

betreffende de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot kleine, middelgrote en grote vermogenstransformatoren

(PB L 152 van 22.5.2014, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EU) 2016/2282 VAN DE COMMISSIE van 30 november 2016

  L 346

51

20.12.2016

►M2

VERORDENING (EU) 2019/1783 VAN DE COMMISSIE van 1 oktober 2019

  L 272

107

25.10.2019




▼B

VERORDENING (EU) Nr. 548/2014 VAN DE COMMISSIE

van 21 mei 2014

betreffende de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot kleine, middelgrote en grote vermogenstransformatoren



▼M2

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  In deze verordening worden de eisen inzake ecologisch ontwerp vastgesteld voor het in de handel brengen of in gebruik nemen van vermogenstransformatoren met een minimumvermogen van 1 kVA die in 50 Hz-hoogspannings- en distributienetwerken of voor industriële toepassingen worden gebruikt.

Deze verordening is van toepassing op transformatoren die na 11 juni 2014 zijn aangekocht.

2.  Deze verordening is niet van toepassing op transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor de volgende toepassingen:

a) meettransformatoren die specifiek zijn ontworpen voor het versturen van een informatiesignaal naar meetinstrumenten, tellers en beschermings- of controletoestellen of gelijksoortige apparatuur;

b) transformatoren die specifiek zijn ontworpen om elektronische of gelijkrichterladingen van gelijkstroom te voorzien. Deze vrijstelling geldt niet voor transformatoren die bedoeld zijn om wisselstroom te leveren uit gelijkstroombronnen zoals transformatoren voor windturbine- en fotovoltaïsche toepassingen of transformatoren die zijn ontworpen voor toepassingen voor overdracht en distributie van gelijkspanning;

c) transformatoren die specifiek zijn ontworpen om direct op een hoogoven te worden aangesloten;

d) transformatoren die specifiek zijn ontworpen om te worden geïnstalleerd op vaste of drijvende offshoreplatforms, offshore windturbines of aan boord van schepen en alle soorten vaartuigen;

e) transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor een in tijd beperkte situatie waarin de normale stroomvoorziening als gevolg van een onvoorziene gebeurtenis (zoals stroomuitval) of de renovatie van een station is onderbroken, maar niet voor de permanente opwaardering van een bestaand onderstation;

f) transformatoren (met gescheiden of gemeenschappelijke wikkelingen) die zijn aangesloten op een wissel- of gelijkstroombovenleiding, direct of via een omzetter, gebruikt in vaste installaties voor spoorwegtoepassingen;

g) aardingstransformatoren die specifiek zijn ontworpen om aan een energiesysteem te zijn aangesloten om een neutrale aansluiting te leveren voor de aarding, hetzij direct hetzij via een impedantie;

h) tractietransformatoren die specifiek zijn ontworpen om te worden gemonteerd op rollend materieel, die zijn aangesloten op een wissel- of gelijkstroombovenleiding, hetzij direct hetzij via een omzetter, en die bestemd zijn voor specifiek gebruik in vaste installaties voor spoorwegtoepassingen;

i) starttransformatoren die specifiek zijn ontworpen voor het starten van driefasige inductiemotoren om kortstondige voedingsspanningsdalingen uit te sluiten, en die onder normale bedrijfsomstandigheden niet onder spanning staan;

j) testtransformatoren die specifiek zijn ontworpen om in een circuit te worden gebruikt om een specifieke spanning of stroom te leveren om elektrische apparatuur te testen;

k) lastransformatoren die specifiek zijn ontworpen voor gebruik in booglas- of weerstandslasapparatuur;

l) transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor explosieveilige toepassingen in overeenstemming met Richtlijn 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) en ondergrondse mijnbouwactiviteiten;

m) transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor diepwatertoepassingen (met onderdompeling);

n) transformatoren met middenspanning-middenspanning-interface van maximaal 5 MVA, ingezet als interfacetransformatoren die in een systeem voor de omzetting van netwerkspanning worden gebruikt, op de overgang tussen twee spanningsniveaus van twee middenspanningsnetwerken worden geïnstalleerd en tegen noodoverbelastingen bestand moeten zijn;

o) middelgrote en grote vermogenstransformatoren die specifiek zijn ontworpen om bij te dragen aan de veiligheid van kerninstallaties, zoals gedefinieerd in artikel 3 van Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad ( 2 );

p) middelgrote driefasige vermogenstransformatoren met een nominaal vermogen onder 5 kVA;

met uitzondering van de voorschriften in punt 4, onder a), b) en d), van bijlage I bij deze verordening.

3.  Indien middelgrote en grote vermogenstransformatoren, ongeacht het tijdstip waarop zij voor het eerst in de handel zijn gebracht of in gebruik zijn genomen, worden onderworpen aan alle van de volgende handelingen, moet de overeenstemming ervan opnieuw worden beoordeeld en moeten zij voldoen aan deze verordening:

a) vervanging van de kern of een deel daarvan;

b) vervanging van een of meer volledige wikkelingen.

Dit doet geen afbreuk aan wettelijke verplichtingen uit hoofde van andere harmonisatiewetgeving van de Unie die op die producten van toepassing zijn.

▼B

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de bijlagen daarbij wordt verstaan onder:

1) „vermogenstransformator”: statisch apparaat met twee of meer wikkelingen dat door elektromagnetische inductie een systeem van wisselspanning en -stroom omzet in een ander systeem van wisselspanning en -stroom met meestal verschillende waarden en bij dezelfde frequentie met als doel het overbrengen van elektrisch vermogen;

2) „kleine vermogenstransformator”: vermogenstransformator met een hoogste spanning voor apparatuur die niet hoger is dan 1,1 kV;

▼M2

3) „middelgrote vermogenstransformator”: een vermogenstransformator waarvan alle wikkelingen een nominaal vermogen lager dan of gelijk aan 3 150 kVA, en een hoogste spanning voor apparatuur hoger dan 1,1 kV en lager dan of gelijk aan 36 kV hebben;

4) „grote vermogenstransformator”: een vermogenstransformator waarvan ten minste één wikkeling hetzij een nominaal vermogen hoger dan 3 150 kVA, hetzij een hoogste spanning voor apparatuur hoger dan 36 kV heeft;

▼B

5) „met vloeistof gevulde transformator”: transformator waarin het magnetische circuit en de wikkelingen in een vloeistof zijn ondergedompeld;

6) „transformator van het droge type”: transformator waarin het magnetische circuit en de wikkelingen niet in een isolerende vloeistof zijn ondergedompeld;

▼M2

7) „middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten”: vermogenstransformatoren met een nominaal vermogen van ten hoogste 400 kVA die geschikt zijn voor buitengebruik en specifiek zijn ontworpen om op de steunstructuren van bovengrondse elektriciteitsleidingen te worden gemonteerd;

▼B

8) „distributietransformator met spanningsregeling”: middelgrote vermogenstransformator voorzien van aanvullende componenten, binnen of buiten de transformatorbak, om de ingangs- en uitgangsspanning van de transformator automatisch te regelen onder belasting;

9) „wikkeling”: geheel van windingen die een elektrisch circuit vormen waaraan één van de aan de transformator toegekende spanningen gerelateerd is;

10) „nominale spanning van een wikkeling” (Ur): de toegekende spanning die moet worden toegepast, of worden ontwikkeld bij nullast, tussen de aansluitpunten van een niet-afgetakte wikkeling, of van een afgetakte wikkeling die op de hoofdaftakking is aangesloten;

11) „hoogspanningswikkeling”: wikkeling met de hoogste nominale spanning;

12) „hoogste spanning voor apparatuur” (Um): bij transformatorwikkelingen de hoogste effectieve fase-fasespanning in een driefasensysteem waarvoor een transformatorwikkeling is ontwikkeld op het vlak van isolatie;

13) „nominaal vermogen” (Sr): conventionele waarde van schijnbaar vermogen dat aan een wikkeling wordt toegekend, die samen met de nominale spanning van de wikkeling de nominale stroom van de wikkeling bepaalt;

14) „kortsluitverlies” (Pk): het geabsorbeerde actieve vermogen bij nominale frequentie en referentietemperatuur gerelateerd aan een stel wikkelingen wanneer de nominale stroom (aftakstroom) door de netaansluitklem(men) van een van de wikkelingen stroomt en de aansluitklemmen van de andere wikkelingen zijn kortgesloten met andere wikkelingen die voorzien zijn van op de hoofdaftakking aangesloten aftakkingen, terwijl verdere wikkelingen, indien aanwezig, een open circuit hebben;

15) „nullastverlies” (Po): het geabsorbeerde actieve vermogen bij nominale frequentie wanneer de transformator wordt bekrachtigd en het secundaire circuit open is. De aangelegde spanning is de nominale spanning en als de onder stroom staande wikkeling voorzien is van een aftakking, is zij aangesloten op de hoofdaftakking;

16) „piekefficiëntie-index” (PEI): de maximale waarde van de verhouding van het overgebrachte schijnbare vermogen van een transformator min de elektrische verliezen tot het overgebrachte schijnbare vermogen van de transformator;

▼M2

17) „opgegeven waarde(n)”: de waarden in de technische documentatie als bedoeld in bijlage IV, punt 2, bij Richtlijn 2009/125/EG en, indien van toepassing, de waarden die worden gebruikt voor de berekening van deze waarden;

18) „transformator met dubbelspanning”: een transformator met één of meer wikkelingen met twee beschikbare spanningen om bij één van twee verschillende spanningswaarden te kunnen functioneren en nominaal vermogen te leveren;

19) „testen met getuigen”: de fysieke test van het onderzochte product wordt actief door een andere partij geobserveerd teneinde conclusies te trekken over de geldigheid van de test en de testresultaten. Het kan onder meer gaan om conclusies over de overeenstemming van de gebruikte test- en berekeningsmethoden met de toepasselijke normen en wetgeving;

20) „fabrieksacceptatietest”: een test van een besteld product waarbij de klant, voordat het product wordt aanvaard of in gebruik wordt genomen, aan de hand van testen met getuigen nagaat of het product volledig in overeenstemming is met de contractuele eisen;

21) „equivalent model” een model dat dezelfde voor de te verstrekken technische informatie relevante technische eigenschappen heeft, maar door dezelfde fabrikant of importeur in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen als een ander model met een andere typeaanduiding;

22) „typeaanduiding”: de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model van een product wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of met dezelfde naam van fabrikant of importeur.

▼B

Artikel 3

Eisen inzake ecologisch ontwerp

▼M2

De in bijlage I vermelde eisen inzake ecologisch ontwerp zijn van toepassing met ingang van de daarin vermelde datums.

Indien de drempelspanning in stroomdistributienetten afwijkt van de standaardspanning in de hele Unie ( 3 ), stellen de lidstaten de Commissie daarvan in kennis zodat een openbare kennisgeving kan worden gedaan ten behoeve van de correcte interpretatie van de tabellen I.1, I.2, I.3a, I.3b, I.4, I.5, I.6, I.7, I.8 en I.9 in bijlage I.

Artikel 4

Overeenstemmingsbeoordeling

1.  De in artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG vastgestelde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure bestaat uit het in bijlage IV bij die richtlijn beschreven interne ontwerpcontrolesysteem of het in bijlage V bij die richtlijn beschreven beheersysteem.

2.  Ten behoeve van de overeenstemmingsbeoordeling overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG bevat het technisch documentatiedossier een exemplaar van de productinformatie die overeenkomstig punt 4 van bijlage I bij deze verordening is verstrekt, alsmede de resultaten van de in bijlage II bij deze verordening vermelde berekeningen.

3.  Wanneer de informatie die is opgenomen in de technische documentatie voor een bepaald model is verkregen:

a) op basis van een model met dezelfde technische kenmerken die relevant zijn voor de te verstrekken technische informatie, maar door een andere fabrikant wordt geproduceerd, of

b) door berekeningen op basis van het ontwerp of door extrapolatie van een ander model van dezelfde of een andere fabrikant, of beide,

dan omvat de technische documentatie de details van deze berekening, de beoordeling door de fabrikant van de juistheid van de berekening en, indien van toepassing, de verklaring van identiteit tussen de modellen van verschillende fabrikanten.

4.  De technische documentatie omvat een lijst van alle equivalente modellen, met inbegrip van de typeaanduidingen.

▼B

Artikel 5

Verificatieprocedure ten behoeve van markttoezicht

Bij het uitvoeren van de markttoezichtcontroles zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG passen de autoriteiten van de lidstaten de verificatieprocedures toe die worden vermeld in bijlage III bij deze verordening.

Artikel 6

Indicatieve benchmarks

De indicatieve benchmarks voor de best presterende transformatoren die technologisch mogelijk zijn op het ogenblik dat deze verordening wordt aangenomen, zijn opgenomen in bijlage IV.

▼M2

Artikel 7

Evaluatie

Uiterlijk op 1 juli 2023 evalueert de Commissie deze verordening in het licht van de technologische vooruitgang en legt zij de bevindingen van deze evaluatie en, in voorkomend geval, een ontwerp van een herzieningsvoorstel voor aan het overlegforum. Meer bepaald betreft de evaluatie de volgende punten:

 de mate waarin de voor fase 2 vastgestelde eisen kosteneffectief zijn geweest en of het opportuun is om strengere eisen voor fase 3 in te voeren;

 de geschiktheid van de uitzonderingen die zijn ingevoerd voor middelgrote en grote vermogenstransformatoren in gevallen waar de installatiekosten onevenredig zouden zijn geweest;

 de mogelijkheid om voor middelgrote vermogenstransformatoren naast de verliezen in absolute waarden de PEI-berekening voor verliezen te gebruiken;

 de mogelijkheid een technologieneutrale benadering te volgen voor de vaststelling van de minimale eisen voor met vloeistof gevulde, droge en eventueel ook elektronische transformatoren;

 de vraag of het passend is minimumprestatie-eisen voor kleine vermogenstransformatoren vast te stellen;

 de vraag of de vrijstellingen voor transformatoren in offshoretoepassingen gerechtvaardigd zijn;

 de vraag of de uitzonderingen voor masttransformatoren en voor speciale combinaties van wikkelingsspanningen voor middelgrote vermogenstransformatoren gerechtvaardigd zijn;

 de mogelijkheid en wenselijkheid om andere milieueffecten dan energie in de gebruiksfase te behandelen, zoals geluid en materiaalefficiëntie.

▼M2

Artikel 8

Ontwijking

De fabrikant, de importeur, of de gemachtigde vertegenwoordiger mag geen producten in de handel brengen die zijn ontworpen om te herkennen dat zij worden getest (bv. door de testomstandigheden of testcyclus te herkennen) en daarop te reageren door tijdens de test automatisch beter te presteren en zo betere waarden te behalen voor de door de fabrikant, de importeur of de gemachtigde vertegenwoordiger in de technische documentatie opgegeven of in de documentatie opgenomen parameters.

▼M2

Artikel 9

▼B

Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I

Eisen inzake ecologisch ontwerp

1.    Eisen inzake minimumenergieprestaties of minimumenergie-efficiëntie voor middelgrote vermogenstransformatoren

Middelgrote vermogenstransformatoren moeten voldoen aan de maximaal toegestane kortsluit- en nullastverliezen of de in de tabellen I.1 tot en met I.5 vermelde waarden van de piekefficiëntie-index (PEI), met uitzondering van middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten, die moeten voldoen aan de in tabel I.6 vermelde maximaal toegestane kortsluit- en nullastverliezen.

▼M2

Vanaf de datum van toepassing van de eisen van fase 2 (1 juli 2021) hoeft, in geval van onevenredig hoge installatiekosten bij de één-op-éénvervanging van een bestaande middelgrote vermogenstransformator, de vervangingstransformator voor het gegeven nominale vermogen enkel te voldoen aan de eisen van fase 1.

In dat verband worden de installatiekosten als onevenredig hoog beschouwd indien de kosten voor de vervanging van het volledige onderstation waarin de transformator is ondergebracht of voor de aankoop of huur van extra vloeroppervlakte hoger zijn dan de netto contante waarde van de vermeden extra elektriciteitsverliezen (tarieven, belastingen en heffingen niet meegerekend) van een vervangingstransformator conform fase 2 gedurende zijn normale verwachte levensduur. De netto contante waarde wordt berekend op basis van gekapitaliseerde verlieswaarden aan de hand van ruim aanvaarde sociale disconteringsvoeten ( 4 ).

In dit geval moet de fabrikant, importeur of gevolmachtigde in de technische documentatie van de vervangingstransformator de volgende informatie vermelden:

 het adres en de contactgegevens van de besteller van de vervangingstransformator;

 het station waar de vervangingstransformator zal worden geïnstalleerd. Dit wordt eenduidig geïdentificeerd met een specifieke locatie of een specifiek soort installatie (bv. station of cabinemodel);

 de technische en/of economische rechtvaardiging van de onevenredige kosten die ertoe leiden dat een transformator die enkel conform fase 1 is, wordt geïnstalleerd in plaats van een transformator die conform fase 2 is. Indien de transformator(en) besteld is (zijn) middels een aanbestedingsprocedure, wordt alle noodzakelijke informatie met betrekking tot de analyse van de inschrijvingen en het gunningsbesluit verstrekt.

In de bovenbedoelde gevallen stelt de fabrikant, importeur of gevolmachtigde de bevoegde nationale markttoezichtautoriteiten in kennis.

▼B

1.1.    Eisen voor middelgrote driefasige vermogenstansformatoren met nominaal vermogen ≤ 3 150 kVA



Tabel I.1: ►M2  Maximale kortsluit- en nullastverliezen (in W) voor middelgrote met vloeistof gevulde driefasige vermogenstransformatoren met één wikkeling met Um ≤ 24 kV en de andere met Um ≤ 3,6 kV ◄

 

Fase 1 (vanaf 1 juli 2015)

Fase 2 (vanaf 1 juli 2021)

Nominaal vermogen (kVA)

Maximale kortsluitverliezen Pk (W) (1)

Maximale nullastverliezen Po (W) (1)

Maximale kortsluitverliezen Pk (W) (1)

Maximale nullastverliezen Po (W) (1)

≤ 25

Ck (900)

Ao (70)

Ak (600)

Ao – 10 % (63)

50

Ck (1 100 )

Ao (90)

Ak (750)

Ao – 10 % (81)

100

Ck (1 750 )

Ao (145)

Ak (1 250 )

Ao – 10 % (130)

160

Ck (2 350 )

Ao (210)

Ak (1 750 )

Ao – 10 % (189)

250

Ck (3 250 )

Ao (300)

Ak (2 350 )

Ao – 10 % (270)

315

Ck (3 900 )

Ao (360)

Ak (2 800 )

Ao – 10 % (324)

400

Ck (4 600 )

Ao (430)

Ak (3 250 )

Ao – 10 % (387)

500

Ck (5 500 )

Ao (510)

Ak (3 900 )

Ao – 10 % (459)

630

Ck (6 500 )

Ao (600)

Ak (4 600 )

Ao – 10 % (540)

800

Ck (8 400 )

Ao (650)

Ak (6 000 )

Ao – 10 % (585)

1 000

Ck (10 500 )

Ao (770)

Ak (7 600 )

Ao – 10 % (693)

1 250

Bk (11 000 )

Ao (950)

Ak (9 500 )

Ao – 10 % (855)

1 600

Bk (14 000 )

Ao (1 200 )

Ak (12 000 )

Ao – 10 % (1 080 )

2 000

Bk (18 000 )

Ao (1 450 )

Ak (15 000 )

Ao – 10 % (1 305 )

2 500

Bk (22 000 )

Ao (1 750 )

Ak (18 500 )

Ao – 10 % (1 575 )

3 150

Bk (27 500 )

Ao (2 200 )

Ak (23 000 )

Ao – 10 % (1 980 )

(*1)   De maximumverliezen voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.1 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.



Tabel I.2: ►M2  Maximale kortsluit- en nullastverliezen (in W) voor middelgrote driefasige vermogenstransformatoren van het droge type met één wikkeling met Um ≤ 24 kV en de andere met Um ≤ 3,6 kV ◄

 

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Nominaal vermogen (kVA)

Maximale kortsluit-verliezen Pk (W) (1)

Maximale nullastverliezen Po (W) (1)

Maximale kortsluit-verliezen Pk (W) (1)

Maximale nullastverliezen Po (W) (1)

≤ 50

Bk (1 700 )

Ao (200)

Ak (1 500 )

Ao – 10 % (180)

100

Bk (2 050 )

Ao (280)

Ak (1 800 )

Ao – 10 % (252)

160

Bk (2 900 )

Ao (400)

Ak (2 600 )

Ao – 10 % (360)

250

Bk (3 800 )

Ao (520)

Ak (3 400 )

Ao – 10 % (468)

400

Bk (5 500 )

Ao (750)

Ak (4 500 )

Ao – 10 % (675)

630

Bk (7 600 )

Ao (1 100 )

Ak (7 100 )

Ao – 10 % (990)

800

Ak (8 000 )

Ao (1 300 )

Ak (8 000 )

Ao – 10 % (1 170 )

1 000

Ak (9 000 )

Ao (1 550 )

Ak (9 000 )

Ao – 10 % (1 395 )

1 250

Ak (11 000 )

Ao (1 800 )

Ak (11 000 )

Ao – 10 % (1 620 )

1 600

Ak (13 000 )

Ao (2 200 )

Ak (13 000 )

Ao – 10 % (1 980 )

2 000

Ak (16 000 )

Ao (2 600 )

Ak (16 000 )

Ao – 10 % (2 340 )

2 500

Ak (19 000 )

Ao (3 100 )

Ak (19 000 )

Ao – 10 % (2 790 )

3 150

Ak (22 000 )

Ao (3 800 )

Ak (22 000 )

Ao – 10 % (3 420 )

(*1)   De maximumverliezen voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.2 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

▼M2



Tabel I.3a:

Op de in de tabellen I.1, I.2 en I.6 aangegeven kortsluit- en nullastverliezen toe te passen correctiefactoren voor middelgrote vermogenstransformatoren met speciale combinaties van wikkelingsspanningen (nominaal vermogen ≤ 3 150 kVA)

Speciale combinaties van spanningen in één wikkeling

Kortsluitverliezen (Pk)

Nullastverliezen (Po)

Zowel voor met vloeistof gevulde transformatoren (tabel I.1) als voor transformatoren van het droge type (tabel I.2)

Geen correctie

Geen correctie

Primaire hoogste spanning voor apparatuur Um ≤ 24 kV

Secundaire hoogste spanning voor apparatuur Um > 3,6 kV

Voor met vloeistof gevulde transformatoren (tabel I.1)

10 %

15 %

Primaire hoogste spanning voor apparatuur Um = 36 kV

Secundaire hoogste spanning voor apparatuur Um ≤ 3,6 kV

Primaire hoogste spanning voor apparatuur Um = 36 kV

Secundaire hoogste spanning voor apparatuur Um > 3,6 kV

10 %

15 %

Voor transformatoren van het droge type (tabel I.2)

10 %

15 %

Primaire hoogste spanning voor apparatuur Um = 36 kV

Secundaire hoogste spanning voor apparatuur Um ≤ 3,6 kV

Primaire hoogste spanning voor apparatuur Um = 36 kV

Secundaire hoogste spanning voor apparatuur Um > 3,6 kV

15 %

20 %



Tabel I.3b:

Op de in de tabellen I.1, I.2 en I.6 aangegeven kortsluit- en nullastverliezen toe te passen correctiefactoren voor middelgrote vermogenstransformatoren met dubbelspanning in een of beide wikkelingen, die meer dan 10 % verschillen en met een nominaal vermogen ≤ 3 150 kVA

Soort dubbelspanning

Referentiespanning voor de toepassing van correctiefactoren

Kortsluitverliezen (Pk(1)

Nullastverliezen (Po(1)

Dubbelspanning op één wikkeling met beperkte vermogensoutput op de laagspanningswikkeling met de laagste spanning

EN

maximaal beschikbaar vermogen op de laagste spanning van de laagspanningswikkeling beperkt tot 85 % van het nominale vermogen dat is toegekend aan de laagspanningswikkeling bij zijn hoogste spanning.

de verliezen worden berekend op basis van de hoogste spanning van de laagspanningswikkeling

Geen correctie

Geen correctie

Dubbelspanning op één wikkeling met beperkte vermogensoutput op de hoogspanningswikkeling met de laagste spanning

EN

maximaal beschikbaar vermogen op de laagste spanning van de hoogspanningswikkeling beperkt tot 85 % van het nominale vermogen dat is toegekend aan de hoogspanningswikkeling bij zijn hoogste spanning.

de verliezen worden berekend op basis van de hoogste spanning van de hoogspanningswikkeling

Geen correctie

Geen correctie

Dubbelspanning op één wikkeling

EN

volledig nominaal vermogen beschikbaar op beide wikkelingen, m.a.w. het volledige nominale vermogen is beschikbaar ongeacht de combinatie van spanningen.

de verliezen worden berekend op basis van de hoogste spanning van de dubbelspanningswikkeling

10 %

15 %

Dubbelspanning op beide wikkelingen

EN

nominaal vermogen beschikbaar op alle combinaties van wikkelingen, m.a.w. beide spanningen op één wikkeling leveren het volledige nominale vermogen in combinatie met een van de spanningen op de andere wikkeling

de verliezen worden berekend op basis van de hoogste spanning van beide dubbelspanningswikkelingen

20 %

20 %

(1)   De verliezen worden berekend op basis van de spanning van de in de tweede kolom opgegeven wikkeling en kunnen worden verhoogd met de correctiefactoren in de laatste twee kolommen. Ongeacht de combinaties van wikkelingsspanningen mogen de verliezen niet hoger zijn dan de in de tabellen I.1, I.2 en I.6 vermelde waarden, gecorrigeerd met de factoren in deze tabel.

▼B

1.2.    Eisen inzake middelgrote vermogenstransformatoren met nominaal vermogen > 3 150 kVA



Tabel I.4: Minimumwaarden van de piekefficiëntie-index (PEI) voor middelgrote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren

Nominaal vermogen (kVA)

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Minimale piekefficiëntie-index (PEI) (%)

3 150 < Sr ≤ 4 000

99,465

99,532

5 000

99,483

99,548

6 300

99,510

99,571

8 000

99,535

99,593

10 000

99,560

99,615

12 500

99,588

99,640

16 000

99,615

99,663

20 000

99,639

99,684

25 000

99,657

99,700

31 500

99,671

99,712

40 000

99,684

99,724

De minimale PEI-waarden voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.4 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.



Tabel I.5: Minimumwaarden van de piekefficiëntie-index (PEI) voor middelgrote vermogenstransformatoren van het droge type

Nominaal vermogen (kVA)

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Minimale piekefficiëntie-index (PEI) (%)

3 150 < Sr ≤ 4 000

99,348

99,382

5 000

99,354

99,387

6 300

99,356

99,389

8 000

99,357

99,390

≥ 10 000

99,357

99,390

De minimale PEI-waarden voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.5 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

1.3.    Eisen inzake middelgrote vermogenstransformatoren met nominaal vermogen ≤ 3 150 kVA voorzien van aansluitingen voor aftakkingen geschikt voor gebruik terwijl ze worden bekrachtigd of onder belasting staan voor aanpassing van de spanning. Onder deze categorie vallen distributietransformatoren met spanningregeling.

De maximaal toelaatbare niveaus van verliezen die zijn vermeld in de tabellen I.1 en I.2 van deze bijlage I worden verhoogd met 20 % voor nullastverliezen en 5 % voor kortsluitverliezen in fase 1 en met 10 % voor nullastverliezen in fase 2.

▼M2

1.4.    Voor de één-op-één vervanging van bestaande middelgrote transformatoren op elektriciteitsmasten met een nominaal vermogen tussen de 25 kVA en 400 kVA zijn de toepasselijke maximumniveaus van kortsluit- en nullastverliezen niet die in de tabellen I.1 en I.2, maar die in de onderstaande tabel I.6. Maximaal toelaatbare verliezen voor nominale vermogens kVA die verschillen van die welke uitdrukkelijk in tabel I.6 zijn genoemd, worden verkregen door lineaire interpolatie of extrapolatie. De correctiefactoren voor de in de tabellen I.3a en I.3b opgegeven speciale combinaties van wikkelingsspanningen zijn eveneens van toepassing.

Voor de één-op-één vervanging van bestaande middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten moet de fabrikant, importeur of gevolmachtigde in de technische documentatie van de transformator de volgende informatie vermelden:

 het adres en de contactgegevens van de besteller van de vervangingstransformator;

 het station waar de vervangingstransformator zal worden geïnstalleerd. Dit wordt eenduidig geïdentificeerd met een specifieke locatie of een specifiek soort installatie (bv. technische beschrijving van de mast).

In de bovenbedoelde gevallen stelt de fabrikant, importeur of gevolmachtigde de bevoegde nationale markttoezichtautoriteiten in kennis.

Wat de installatie van nieuwe masttransformatoren betreft, zijn de eisen in de tabellen I.1 en I.2, in voorkomend geval in samenhang met de tabellen I.3a en I.3b, van toepassing.

▼B



Tabel I.6 Maximale kortsluit- en nullastverliezen (in W) voor middelgrote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten

 

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Nominaal vermogen (kVA)

Maximale kortsluitverliezen (in W) (1)

Maximale nullastverliezen (in W) (1)

Maximale kortsluitverliezen (in W) (1)

Maximale nullastverliezen (in W) (1)

25

Ck (900)

Ao (70)

Bk (725)

Ao (70)

50

Ck (1 100 )

Ao (90)

Bk (875)

Ao (90)

100

Ck (1 750 )

Ao (145)

Bk (1 475 )

Ao (145)

160

Ck + 32 % (3 102 )

Co (300)

Ck + 32 % (3 102 )

Co – 10 % (270)

200

Ck (2 750 )

Co (356)

Bk (2 333 )

Bo (310)

250

Ck (3 250 )

Co (425)

Bk (2 750 )

Bo (360)

315

Ck (3 900 )

Co (520)

Bk (3 250 )

Bo (440)

(*1)   De maximaal toelaatbare verliezen voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.6 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

▼M2

2.    Minimale eisen inzake energie-efficiëntie voor grote vermogenstransformatoren

De minimale efficiëntie-eisen voor grote vermogenstransformatoren zijn vermeld in de tabellen I.7, I.8 en I.9.

Er kunnen specifieke gevallen zijn waarin de vervanging van een transformator door een nieuwe of vervangingstransformator die voldoet aan de in de tabellen I.7, I.8 en I.9 vastgestelde toepasselijke minimale eisen, tot onevenredig hoge kosten zou leiden. Als algemene regel geldt dat ervan kan worden uitgegaan dat de kosten onevenredig hoog zijn wanneer de extra transport- en/of installatiekosten van een transformator conform fase 2 of fase 1, naargelang van het geval, hoger zouden zijn dan de netto contante waarde van de vermeden extra elektriciteitsverliezen (tarieven, belastingen en heffingen niet meegerekend) gedurende de normale verwachte levensduur. Deze netto contante waarde wordt berekend op basis van gekapitaliseerde verlieswaarden aan de hand van ruim aanvaarde sociale disconteringsvoeten ( 5 ).

In die gevallen zijn de volgende reservebepalingen van toepassing:

Vanaf de datum van toepassing van de eisen van fase 2 (1 juli 2021) geldt dat, indien de één-op-éénvervanging van een grote vermogenstransformator op een bestaande locatie onevenredig hoge installatie- of transportkosten met zich meebrengt of technisch niet haalbaar is, de vervangingstransformator enkel aan de eisen van fase 1 voor het gegeven nominale vermogen hoeft te voldoen.

Indien de kosten van de installatie van een transformator conform fase 1 bovendien ook onevenredig zijn of er geen technisch haalbare oplossingen bestaan, gelden voor de vervangende transformator geen minimale eisen.

Vanaf de datum van toepassing van de eisen van fase 2 (1 juli 2021) geldt dat, indien de installatie van een nieuwe grote vermogenstransformator op een nieuwe locatie onevenredig hoge installatie- en/of transportkosten met zich meebrengt of technisch niet haalbaar is, de nieuwe transformator enkel aan de eisen van fase 1 voor het gegeven nominale vermogen hoeft te voldoen.

In deze gevallen moet de fabrikant, importeur of gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen of in gebruik nemen van de transformator:

in de technische documentatie van de nieuwe of vervangingstransformator de volgende informatie vermelden:

 het adres en de contactgegevens van de besteller van de transformator;

 de specifieke locatie waar de transformator zal worden geïnstalleerd;

 de technische en/of economische rechtvaardiging voor de installatie van een nieuwe of vervangingstransformator die niet voldoet aan de eisen van fase 2 of fase 1. Indien de transformator(en) besteld is (zijn) middels een aanbestedingsprocedure, wordt eveneens alle noodzakelijke informatie met betrekking tot de analyse van de inschrijvingen en het gunningsbesluit verstrekt;

 de bevoegde nationale autoriteiten voor markttoezicht in kennis stellen.

 



Tabel I.7

Minimale eisen inzake de piekefficiëntie-index voor grote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren

Nominaal vermogen (MVA)

Fase 1 (1.7.2015)

Fase 2 (1.7.2021)

Minimale piekefficiëntie-index (%)

≤ 0,025

97,742

98,251

0,05

98,584

98,891

0,1

98,867

99,093

0,16

99,012

99,191

0,25

99,112

99,283

0,315

99,154

99,320

0,4

99,209

99,369

0,5

99,247

99,398

0,63

99,295

99,437

0,8

99,343

99,473

1

99,360

99,484

1,25

99,418

99,487

1,6

99,424

99,494

2

99,426

99,502

2,5

99,441

99,514

3,15

99,444

99,518

4

99,465

99,532

5

99,483

99,548

6,3

99,510

99,571

8

99,535

99,593

10

99,560

99,615

12,5

99,588

99,640

16

99,615

99,663

20

99,639

99,684

25

99,657

99,700

31,5

99,671

99,712

40

99,684

99,724

50

99,696

99,734

63

99,709

99,745

80

99,723

99,758

100

99,737

99,770

125

99,737

99,780

160

99,737

99,790

≥ 200

99,737

99,797

Minimale PEI-waarden voor nominale vermogens MVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.7 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.



Tabel I.8

Minimale eisen inzake de piekefficiëntie-index voor grote vermogenstransformatoren van het droge type met Um ≤ 36 kV

Nominaal vermogen (MVA)

Fase 1 (1.7.2015)

Fase 2 (1.7.2021)

Minimale piekefficiëntie-index (%)

3,15 < Sr ≤ 4

99,348

99,382

5

99,354

99,387

6,3

99,356

99,389

8

99,357

99,390

≥ 10

99,357

99,390

Minimale PEI-waarden voor nominale vermogens MVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.8 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.



Tabel I.9

Minimale eisen inzake de piekefficiëntie-index voor grote vermogenstransformatoren van het droge type met Um > 36 kV

Nominaal vermogen (MVA)

Fase 1 (1.7.2015)

Fase 2 (1.7.2021)

Minimale piekefficiëntie-index (%)

≤ 0,05

96,174

96,590

0,1

97,514

97,790

0,16

97,792

98,016

0,25

98,155

98,345

0,4

98,334

98,570

0,63

98,494

98,619

0,8

98,677

98,745

1

98,775

98,837

1,25

98,832

98,892

1,6

98,903

98,960

2

98,942

98,996

2,5

98,933

99,045

3,15

99,048

99,097

4

99,158

99,225

5

99,200

99,265

6,3

99,242

99,303

8

99,298

99,356

10

99,330

99,385

12,5

99,370

99,422

16

99,416

99,464

20

99,468

99,513

25

99,521

99,564

31,5

99,551

99,592

40

99,567

99,607

50

99,585

99,623

≥ 63

99,590

99,626

Minimale PEI-waarden voor nominale vermogens MVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.9 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

▼B

3.    Voorschriften inzake productinformatie

Vanaf 1 juli 2015 worden de volgende voorschriften inzake productinformatie voor transformatoren die onder deze verordening vallen (artikel 1) opgenomen in elke desbetreffende productdocumentatie, waaronder vrij toegankelijke websites van fabrikanten:

a) informatie over nominaal vermogen, kortsluitverlies en nullastverlies en het elektrische vermogen van koelsystemen die nodig zijn bij nullast;

b) voor middelgrote (indien van toepassing) en grote vermogenstransformatoren: de waarde van de piekefficiëntie-index en het vermogen waarbij deze voorkomt;

c) voor transformatoren met dubbelspanning: het maximale nominale vermogen bij de laagste spanning, overeenkomstig tabel I.3;

d) informatie over het gewicht van alle hoofdcomponenten van een vermogenstransformator (waaronder ten minste de geleider, de aard van de geleider en het kernmateriaal);

e) voor middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten: een zichtbare vermelding „Uitsluitend voor gebruik op masten”.

▼M2

Alleen voor middelgrote en grote vermogenstransformatoren moet de informatie onder a), c) en d) ook worden opgenomen op de typeplaat van de transformator.

▼B

4.    Technische documentatie

De volgende informatie wordt opgenomen in de technische documentatie van de vermogenstransformatoren:

a) naam en adres van de fabrikant;

b) typeaanduiding, alfanumerieke code om een model te onderscheiden van andere modellen van dezelfde fabrikant;

c) de onder punt 3) vereiste informatie;

▼M2

d) de specifieke reden(en) waarom ervan wordt uitgegaan dat de transformatoren in overeenstemming met artikel 1, lid 2, zijn vrijgesteld van de verordening.

▼M2 —————

▼M2




BIJLAGE II

Meetmethoden

Voor de naleving van de voorschriften in deze verordening worden metingen verricht met behulp van een betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetprocedure die rekening houdt met de algemeen erkende meetmethoden overeenkomstig de stand van de techniek, waaronder methoden die zijn vermeld in documenten waarvan de referentienummers voor dat doel zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Berekeningsmethoden

De methodologie voor het berekenen van de piekefficiëntie-index (PEI) voor de in de tabellen I.4, I.5, I.7, I.8 en I.9 van bijlage I bedoelde middelgrote en grote vermogenstransformatoren is gebaseerd op de verhouding van het overgebrachte schijnbare vermogen van een transformator min de elektrische verliezen tot het overgebrachte schijnbare vermogen van de transformator. Voor de berekening van de PEI wordt de modernste methode gebruikt uit de laatste versie van de toepasselijke geharmoniseerde normen voor middelgrote en grote vermogenstransformatoren.

De formule voor de berekening van de piekefficiëntie-index luidt als volgt:

image

Waarbij:

P0

de gemeten waarde van de nullastverliezen is bij nominale spanning en nominale frequentie op de nominale aftakking;

Pc0

het elektrische vermogen is dat nodig is voor het koelsysteem voor werking bij nullast, afgeleid van de typekeuringsmetingen van het door de motoren van de ventilator en de vloeibare pomp gebruikte vermogen (voor ONAN- en ONAN/ONAF-koelsystemen is Pc0 altijd nul);

Pck (kPEI)

het elektrische vermogen is dat in aanvulling op Pc0 nodig is voor het koelsysteem om te werken aan kPEI keer de nominale belasting. Pck is een functie van de belasting. Pck (kPEI) is afgeleid van de typekeuringsmetingen van het door de motoren van de ventilator en de vloeibare pomp gebruikte vermogen (voor ONAN-koelsystemen is Pck altijd nul);

Pk

het gemeten kortsluitverlies is bij nominale stroom en nominale frequentie op de nominale aftakking, gecorrigeerd voor de referentietemperatuur;

Sr

het nominale vermogen van de transformator of autotransformator is waarop Pk is gebaseerd;

kPEI

de belastingsfactor is waarbij de piekefficiëntie-index voorkomt.

▼M1




BIJLAGE III

Controle op de naleving van productvoorschriften door de markttoezichtautoriteiten

De in deze bijlage vastgestelde controletoleranties worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de gemeten parameters door de autoriteiten van de lidstaten; zij mogen door de fabrikant of de importeur niet worden gebruikt als een toegestane tolerantie voor de vaststelling van de in de technische documentatie opgenomen waarden of om deze waarden te interpreteren om ervoor te zorgen dat naleving wordt bereikt of om op welke manier dan ook betere prestaties naar buiten te brengen.

▼M2

Wanneer een model zo ontworpen is dat het kan herkennen dat het wordt getest (bv. door de testomstandigheden of testcyclus te herkennen) en daarop te reageren door tijdens de test automatisch beter te presteren en zo betere waarden te behalen voor de in deze verordening vastgestelde of in de technische documentatie of in de verstrekte documentatie aangegeven parameters, worden dit model en alle equivalente modellen geacht niet aan de eisen te voldoen.

▼M1

Wanneer de autoriteiten van de lidstaten aan de hand van de in deze verordening en de bijlagen daarbij vervatte eisen, overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG, controleren of een productmodel aan de in deze bijlage vervatte eisen voldoet, passen de autoriteiten van de lidstaten de volgende procedure toe:

(1) De autoriteiten van de lidstaat controleren één eenheid van het model. Gezien de beperkingen qua gewicht en omvang bij het transport van middelgrote en grote vermogenstransformatoren kunnen de autoriteiten van de lidstaten besluiten om de controleprocedure in de gebouwen van fabrikanten uit te voeren voordat de transformatoren op hun eindbestemming in gebruik worden genomen.

▼M2

De autoriteit van de lidstaat kan deze controle met zijn eigen apparatuur uitvoeren.

Indien voor dergelijke transformatoren fabrieksacceptatietests (FAT) zijn gepland waarbij de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde parameters worden getest, kunnen de autoriteiten van de lidstaten besluiten die FAT’s met getuigen uit te voeren om testresultaten te verzamelen die kunnen worden gebruikt om de overeenstemming van de onderzochte transformator te controleren. De autoriteiten kunnen een fabrikant verzoeken informatie te verstrekken over geplande FAT’s die in aanmerking komen voor testen met getuigen.

Indien de in punt 2, onder c), bedoelde resultaten niet worden behaald, worden het model en alle gelijkwaardige modellen geacht niet aan deze verordening te voldoen. Zodra het besluit van niet-overeenstemming van het model is genomen, verstrekken de autoriteiten van de lidstaat alle relevante informatie aan de autoriteiten van de overige lidstaten en aan de Commissie.

▼M1

(2) Het model wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen als:

a) de waarden in de technische documentatie als bedoeld in punt 2 van bijlage IV bij Richtlijn 2009/125/EG (opgegeven waarden) en, indien van toepassing, de waarden die worden gebruikt voor de berekening van deze waarden, niet gunstiger zijn voor de fabrikant of de importeur dan de resultaten van de metingen die worden uitgevoerd overeenkomstig punt 2, onder g), en

b) de opgegeven waarden aan de in deze verordening vastgestelde eisen voldoen en de door de fabrikant of de importeur bekendgemaakte, vereiste productinformatie geen waarden bevat die gunstiger zijn voor de fabrikant of de importeur dan de opgegeven waarden, en

c) de vastgestelde waarden (de waarden voor de betrokken parameters zoals gemeten bij tests en de waarden die op basis van deze metingen worden berekend), aan de respectieve, in tabel 1 vastgestelde controletoleranties voldoen wanneer de autoriteiten van de lidstaat de eenheid van het model testen.

▼M2

(3) Als de in punt 2, onder a), b), of c), bedoelde resultaten niet worden behaald, worden het model en alle equivalente modellen geacht niet aan deze verordening te voldoen.

▼M1

(4) Zodra het besluit van niet-overeenstemming van het model overeenkomstig punt 3 is genomen, verstrekken de autoriteiten van de lidstaat alle relevante informatie aan de autoriteiten van de overige lidstaten en aan de Commissie.

De autoriteiten van de lidstaten gebruiken de in bijlage II vastgestelde meet- en berekeningsmethoden.

De autoriteiten van de lidstaten passen uitsluitend de controletoleranties toe die in tabel 1 zijn vastgesteld, en gebruiken uitsluitend de in de punten 1 tot en met 4 beschreven procedure voor de in deze bijlage bedoelde eisen. Er worden geen andere toleranties, zoals die welke zijn opgenomen in geharmoniseerde normen of in een andere meetmethode, toegepast.



Tabel 1

Controletoleranties

Parameters

Controletoleranties

Kortsluitverliezen

De vastgestelde waarde mag de opgegeven waarde met niet meer dan 5 % overschrijden.

Nullastverliezen

De vastgestelde waarde mag de opgegeven waarde met niet meer dan 5 % overschrijden.

Het elektrische vermogen dat nodig is voor het koelsysteem voor werking bij nullast

De vastgestelde waarde mag de opgegeven waarde met niet meer dan 5 % overschrijden.

▼B




BIJLAGE IV

Indicatieve benchmarks

Bij de vaststelling van deze verordening gold het onderstaande als beste voorhanden zijnde technologie op de markt voor middelgrote vermogenstransformatoren:

a) middelgrote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren: Ao – 20 %, Ak – 20 %;

b) middelgrote vermogenstransformatoren van het droge type: Ao – 20 %, Ak – 20 %;

▼M2

c) middelgrote vermogenstransformatoren met een amorfe stalen kern: Ao — 50 %, Ak.

▼B

Er is verdere ontwikkeling nodig van de beschikbaarheid van materiaal om transformatoren met een amorfe stalen kern te fabriceren, voordat kan worden overwogen dergelijke verlieswaarden in de toekomst als minimumeisen te hanteren.



( 1 ) Richtlijn 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (PB L 100 van 19.4.1994, blz. 1).

( 2 ) Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties. (PB L 172 van 2.7.2009, blz. 18).

( 3 ) In bijlage 2B bij Cenelec EN 60038 is een nationale afwijking voor Tsjechië opgenomen die inhoudt dat de standaardwaarde voor de hoogste spanning voor apparatuur in driefasige systemen met wisselstroom 38,5 kV bedraagt in plaats van 36 kV en 25 kV in plaats van 24 kV.

( 4 ) In de toolbox voor betere regelgeving van de Europese Commissie wordt voorgesteld een waarde van 4 % voor de sociale disconteringsvoet te gebruiken

(https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/better-regulation-toolbox-61_en_0.pdf).

( 5 ) In de toolbox voor betere regelgeving van de Europese Commissie wordt voorgesteld een waarde van 4 % voor de sociale disconteringsvoet te gebruiken

(https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/better-regulation-toolbox-61_en_0.pdf).