02014R0181 — NL — 22.10.2023 — 002.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 181/2014 VAN DE COMMISSIE van 20 februari 2014 (PB L 063 van 4.3.2014, blz. 53) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/916 VAN DE COMMISSIE van 27 juni 2018 |
L 163 |
6 |
28.6.2018 |
|
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/2224 VAN DE COMMISSIE van 17 oktober 2023 |
L |
1 |
19.10.2023 |
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 181/2014 VAN DE COMMISSIE
van 20 februari 2014
tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee
HOOFDSTUK I
SPECIFIEKE VOORZIENINGSREGELING
SECTIE 1
Geraamde voorzieningsbalansen
Artikel 1
Inhoud en wijziging van de geraamde voorzieningsbalansen
In de geraamde voorzieningsbalansen die Griekenland overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 moet opstellen, worden de hoeveelheden producten van essentieel belang vermeld die nodig zijn om elk kalenderjaar aan de voorzieningsbehoeften van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (hierna „de kleinere eilanden” genoemd) te voldoen.
Griekenland kan zijn geraamde voorzieningsbalans wijzigen. Voor dergelijke wijzigingen is artikel 32 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
SECTIE 2
Werking van de voorzieningsregeling
Artikel 2
Vaststelling en toekenning van de steun
Met het oog op de toepassing van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 229/2013 stelt Griekenland in het kader van het programma het steunbedrag vast dat voor elk product moet worden verleend om het isolement, het insulaire karakter en de afgelegen ligging te compenseren, en bij die vaststelling wordt rekening gehouden met het volgende:
de specifieke behoeften van de kleinere eilanden en de precieze kwaliteitseisen;
de traditionele handelsstromen met de havens in continentaal Griekenland en tussen de eilanden in de Egeïsche Zee;
het economische aspect van de voorgenomen steun;
in voorkomend geval, de noodzaak om de ontwikkelingsmogelijkheden voor de plaatselijke producten niet te hinderen;
wat de specifieke extra vervoerkosten betreft, de overslag die nodig is om de goederen naar de kleinere eilanden te brengen;
wat de specifieke extra kosten van de lokale verwerking betreft, de geringe omvang van de markt en de noodzaak de voorziening van de op de betrokken kleinere eilanden benodigde goederen zeker te stellen.
Artikel 3
Steuncertificaat en betaling
Overlegging van een steuncertificaat aan de met de betaling belaste autoriteiten geldt als steunaanvraag. Het certificaat wordt, behalve in geval van overmacht of van uitzonderlijke weersomstandigheden, overgelegd binnen 30 dagen na de datum waarop het is afgeboekt. Bij overschrijding van deze termijn wordt het steunbedrag verlaagd met 5 % per dag overschrijding.
De steun wordt door de bevoegde autoriteiten betaald binnen 90 dagen te rekenen vanaf de dag waarop het gebruikte certificaat is ingediend, behalve:
in geval van overmacht of van uitzonderlijke weersomstandigheden;
wanneer ten aanzien van het bestaan van het recht op steun een administratief onderzoek is geopend; in dit geval wordt de steun pas uitbetaald nadat het recht erop is erkend.
Artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie ( 2 ) en artikel 2, artikel 3, artikel 4, lid 1, artikel 5, artikel 7 en de artikelen 13 tot en met 16 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 zijn van overeenkomstige toepassing, onverminderd de onderhavige verordening.
De negatieve tolerantie als bedoeld in artikel 5, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 en artikel 8, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Doorberekening van het voordeel aan de eindgebruiker
Voor de toepassing van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) nr. 229/2013 nemen de bevoegde autoriteiten alle passende maatregelen om na te gaan of het voordeel daadwerkelijk aan de eindgebruiker wordt doorberekend. Daartoe kunnen zij de door de verschillende betrokken marktdeelnemers gehanteerde handelsmarges en prijzen beoordelen.
De in de eerste alinea bedoelde maatregelen, waaronder met name de controlepunten die voor het constateren van de doorberekening van de steun worden gehanteerd, en de eventuele wijzigingen daarvan worden aan de Commissie meegedeeld in het kader van het in artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 bedoelde jaarlijkse uitvoeringsverslag.
Artikel 5
Register van de marktdeelnemers
Om te kunnen worden ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 229/2013 verbindt de marktdeelnemer zich ertoe om:
de bevoegde autoriteiten op hun verzoek alle nuttige gegevens over de uitgeoefende handelsactiviteiten te verstrekken, met name wat de gehanteerde prijzen en winstmarges betreft;
uitsluitend in eigen naam en voor eigen rekening te handelen;
certificaataanvragen in te dienen in verhouding tot zijn werkelijke afzetcapaciteit voor de betrokken producten, welke capaciteit door verwijzing naar objectieve elementen moet worden aangetoond;
zich te onthouden van elke handelwijze die een kunstmatige schaarste aan producten kan veroorzaken, en de beschikbare producten niet tegen abnormaal lage prijzen op de markt te brengen;
bij de afzet van de landbouwproducten op de kleinere eilanden, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten het voordeel door te berekenen aan de eindgebruiker.
Artikel 6
Door de marktdeelnemers over te leggen documenten en geldigheidsduur van de steuncertificaten
De aankoopfactuur en het connossement of de luchtvrachtbrief zijn op naam van de aanvrager van het certificaat gesteld.
Artikel 7
Overlegging van de certificaten en presentatie van de goederen
Artikel 8
Kwaliteit van de producten
Of de producten aan de eisen van artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 voldoen, wordt uiterlijk in het stadium van de eerste afzet onderzocht volgens de in de Unie geldende normen of gebruiken.
Wanneer wordt geconstateerd dat een product niet aan de eisen van artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 voldoet, wordt het voordeel van de specifieke voorzieningsregeling ingetrokken en wordt de desbetreffende hoeveelheid weer in de geraamde voorzieningsbalans bijgeschreven.
Indien overeenkomstig artikel 3 van deze verordening steun is toegekend, wordt de steun terugbetaald.
Artikel 9
Duidelijke toename van de steuncertificaataanvragen
Artikel 10
Vaststelling van een maximumhoeveelheid per certificaataanvraag
Voor zover dat strikt noodzakelijk is ter voorkoming van verstoringen van de markt van de kleinere eilanden of van de ontwikkeling van speculatieve activiteiten die het goed functioneren van de specifieke voorzieningsregeling ernstig kunnen schaden, kunnen de bevoegde autoriteiten een maximumhoeveelheid per certificaataanvraag vaststellen.
De bevoegde autoriteiten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de gevallen waarin dit artikel wordt toegepast.
De in dit artikel bedoelde kennisgeving wordt gedaan overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie ( 3 ) en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie ( 4 ).
SECTIE 3
Uitvoer en verzending
Artikel 11
Uitvoer- en verzendingsvoorwaarden
Deze producten mogen niet worden verzonden of uitgevoerd zolang de in de eerste alinea bedoelde terugbetaling niet heeft plaatsgevonden.
Wanneer het materieel niet mogelijk is het bedrag van de toegekende steun te bepalen, wordt ervan uitgegaan dat voor de producten het hoogste steunbedrag is ontvangen dat de Unie voor deze producten heeft vastgesteld in de zes maanden vóór de indiening van de aanvraag tot uitvoer of verzending.
Voor deze producten kan een uitvoerrestitutie worden toegekend voor zover aan de voorwaarden voor de toekenning van die restitutie is voldaan.
De bevoegde autoriteiten staan de wederuitvoer of de herverzending van onverwerkte of verpakte producten, andere dan die welke in lid 2 worden bedoeld, slechts toe voor zover de verzender verklaart dat voor die producten de specifieke voorzieningsregeling niet is toegepast.
De bevoegde autoriteiten verrichten de controles die nodig zijn om na te gaan of de in de eerste en de tweede alinea bedoelde verklaringen juist zijn en vorderen in voorkomend geval het toegekende voordeel terug.
Artikel 12
Traditionele uitvoer en traditionele verzending van verwerkte producten
SECTIE 4
Beheer, controles en monitoring
Artikel 13
Controles
De fysieke controles bij uitvoer of verzending als bedoeld in sectie 3 die op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee worden verricht, hebben betrekking op een representatieve steekproef van ten minste 5 % van de transacties, gebaseerd op de door Griekenland opgestelde risicoprofielen.
Voor die fysieke controles is Verordening (EG) nr. 1276/2008 van de Commissie ( 5 ) van overeenkomstige toepassing.
Voorts kan de Commissie in bijzondere situaties verlangen dat voor de fysieke controles andere percentages worden toegepast.
Artikel 14
Nationale beheers- en monitoringsbepalingen
De bevoegde autoriteiten stellen de aanvullende bepalingen vast die nodig zijn voor het in „real time” beheren en monitoren van de specifieke voorzieningsregeling.
Op verzoek van de Commissie stellen zij de Commissie in kennis van de maatregelen die zij voornemens zijn om op grond van de eerste alinea toe te passen.
HOOFDSTUK II
MAATREGELEN TER ONDERSTEUNING VAN DE LOKALE LANDBOUWPRODUCTIE
SECTIE 1
Bedrag van de steun en steunaanvragen
Artikel 15
Steunbedrag
Artikel 16
Indiening van de aanvragen
De steunaanvragen voor een bepaald kalenderjaar worden bij de door de bevoegde autoriteiten van Griekenland aangewezen diensten ingediend overeenkomstig de door deze autoriteiten voorgeschreven modellen en binnen de door die autoriteiten bepaalde termijnen. Deze termijnen worden zo vastgesteld dat de nodige controles ter plaatse kunnen worden verricht en dat de uiterste datum niet later valt dan 28 februari van het daaropvolgende kalenderjaar.
Artikel 17
Verbetering van kennelijke fouten
In geval van een door de bevoegde autoriteit erkende kennelijke fout kan een steunaanvraag te allen tijde na de indiening worden aangepast.
Artikel 18
Te late indiening van aanvragen
Behoudens overmacht of uitzonderlijke omstandigheden wordt bij indiening van een steunaanvraag na de overeenkomstig artikel 16 bepaalde termijn het steunbedrag waarop de steunaanvrager recht zou hebben indien hij de aanvraag tijdig had ingediend, verlaagd met 1 % per werkdag vertraging. Bij een termijnoverschrijding van meer dan 25 kalenderdagen wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.
Artikel 19
Intrekking van steunaanvragen
Wanneer echter de bevoegde autoriteit de steunaanvrager reeds in kennis heeft gesteld van onregelmatigheden in zijn steunaanvraag of van haar voornemen bij hem een controle ter plaatse uit te voeren, waarbij vervolgens onregelmatigheden worden ontdekt, mogen de bij de onregelmatigheden betrokken gedeelten van de aanvraag niet worden ingetrokken.
SECTIE 2
Controles
Artikel 20
Algemene beginselen
De controles bestaan uit administratieve controles en controles ter plaatse.
De administratieve controles gebeuren grondig en omvatten kruiscontroles met onder meer de gegevens van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem als bedoeld in titel V, hoofdstuk II, titel VI, hoofdstuk II, de artikelen 47 en 61 en artikel 102, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ).
Aan de hand van een risicoanalyse overeenkomstig artikel 22, lid 1, van deze verordening controleren de bevoegde autoriteiten ter plaatse, voor elke actie, een steekproef van steunaanvragen die minstens 5 % van de steunaanvragen omvat. De steekproef vertegenwoordigt ook, voor elke actie, ten minste 5 % van de bedragen waarop de steun betrekking heeft.
Wanneer nodig maakt Griekenland gebruik van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem.
Artikel 21
Controles ter plaatse
Artikel 22
Selectie van de ter plaatse te controleren steunaanvragers
Aan de hand van een risicoanalyse en op basis van de representativiteit van de ingediende steunaanvragen bepaalt de bevoegde autoriteit bij welke steunaanvragers een controle ter plaatse moet worden verricht. Bij de risicoanalyse wordt, in voorkomend geval, rekening gehouden met:
het steunbedrag;
het aantal percelen landbouwgrond en de oppervlakte en, in voorkomend geval, het aantal dieren waarvoor de steun wordt aangevraagd, of de geproduceerde, vervoerde, verwerkte of in de handel gebrachte hoeveelheid;
wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar;
de controleresultaten in de voorgaande jaren;
andere door Griekenland te bepalen parameters.
Om de representativiteit te waarborgen selecteert Griekenland door middel van een aselecte steekproef 20 tot 25 % van het minimum aantal steunaanvragers bij wie een controle ter plaatse moet worden uitgevoerd. ►M1 Wanneer het minimale aantal steunaanvragers bij wie een controle ter plaatse moet worden verricht, kleiner is dan twaalf, selecteert Griekenland op aselecte wijze minstens één aanvrager. ◄
Artikel 23
Controleverslag
Van elke controle ter plaatse wordt een controleverslag opgesteld aan de hand waarvan de bijzonderheden van de controle kunnen worden nagetrokken. In het verslag worden met name de volgende gegevens vermeld:
de gecontroleerde steunregelingen en -aanvragen;
de aanwezige personen;
de gecontroleerde percelen landbouwgrond, de opgemeten percelen landbouwgrond en de meetresultaten per perceel landbouwgrond, alsmede de gebruikte meettechnieken;
het aantal aanwezige dieren per diersoort, en in voorkomend geval de oormerknummers, de inschrijvingen in het register, de gegevens in het gecomputeriseerde gegevensbestand voor runderen en de bewijsstukken die zijn gecontroleerd, alsmede de resultaten van de controles, en in voorkomend geval, bijzondere opmerkingen betreffende specifieke dieren of hun identificatiecode;
de geproduceerde, vervoerde, verwerkte of in de handel gebrachte hoeveelheden die zijn gecontroleerd;
of de steunaanvrager van de controle in kennis was gesteld en, zo ja, hoelang van tevoren;
gegevens betreffende eventuele andere verrichte controles.
Ten aanzien van door middel van teledetectie uitgevoerde controles ter plaatse kan Griekenland besluiten dat de steunaanvrager of zijn vertegenwoordiger niet in de gelegenheid hoeft te worden gesteld het controleverslag te ondertekenen indien geen onregelmatigheden worden ontdekt.
SECTIE 3
Kortingen, uitsluitingen en onverschuldigde betalingen
Artikel 24
Kortingen en uitsluitingen
Als de in het kader van de steunaanvragen vermelde gegevens afwijken van wat wordt geconstateerd bij de in sectie 2 bedoelde controles, past Griekenland kortingen op en uitsluitingen van de steun toe. Deze kortingen en uitsluitingen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.
Artikel 25
Uitzonderingen op de toepassing van kortingen en uitsluitingen
De in de eerste alinea bedoelde mededeling van de steunaanvrager heeft een aanpassing van de steunaanvraag aan de feitelijke toestand tot gevolg.
Artikel 26
Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en sancties
Artikel 27
Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden
In gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, is artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie ( 8 ) van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK III
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 28
Betaling van de steun
Na controle van de steunaanvragen en de betrokken bewijsstukken en na berekening van de bedragen die in het kader van het in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 229/2013 bedoelde steunprogramma moeten worden toegekend, betalen de bevoegde autoriteiten de voor een bepaald kalenderjaar verschuldigde steun als volgt:
voor de steunmaatregelen krachtens de specifieke voorzieningsregeling en de in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 178/2014 bedoelde maatregelen, gedurende het hele jaar;
voor de rechtstreekse betalingen, overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van de Raad;
voor de andere betalingen, tijdens de periode die begint op 16 oktober van het lopende jaar en eindigt op 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Artikel 29
Prestatie-indicatoren
Elk jaar stelt Griekenland de Commissie in kennis van ten minste de gegevens die betrekking hebben op de in bijlage II vastgestelde prestatie-indicatoren.
Deze gegevens worden meegedeeld in het kader van het jaarlijks verslag over de uitvoering, als bedoeld in artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013.
Artikel 30
Kennisgevingen
Met betrekking tot de specifieke voorzieningsregeling stellen de bevoegde autoriteiten de Commissie uiterlijk op 31 mei van elk jaar in kennis van de volgende gegevens over de transacties die in het voorafgaande jaar met betrekking tot de voorzieningsbalans van het referentiekalenderjaar zijn uitgevoerd, uitgesplitst naar product en GN-code en, in voorkomend geval, naar bijzondere bestemming:
de uit continentaal Griekenland of andere eilanden verzonden hoeveelheden, uitgesplitst naar herkomst;
per product het steunbedrag en de werkelijk betaalde kosten;
de hoeveelheden waarvoor de steuncertificaten niet zijn gebruikt;
de eventueel overeenkomstig artikel 11 na verwerking naar derde landen uitgevoerde of naar de rest van de Unie verzonden hoeveelheden;
de overdrachten binnen een totale hoeveelheid voor een categorie producten en de tussentijdse wijzigingen van de geraamde voorzieningsbalansen;
het beschikbare saldo en het benuttingspercentage.
De in de eerste alinea bedoelde gegevens worden verstrekt op basis van de gebruikte certificaten. ►M1 De in een daaropvolgende kennisgeving te verstrekken definitieve gegevens over de voorzieningsbalans voor elk kalenderjaar worden uiterlijk op 31 mei daaropvolgend ter kennis van de Commissie gebracht. ◄
Artikel 31
Jaarverslag
Artikel 32
Wijziging van het programma
De in het steunprogramma aangebrachte wijzigingen als bedoeld in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 229/2013, worden eenmaal per kalenderjaar aan de Commissie voorgelegd, behalve in gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. Zij worden uiterlijk op 31 juli van het jaar vóór de toepassing ervan aan de Commissie toegezonden. De wijzigingen worden naar behoren onderbouwd, met name aan de hand van de volgende gegevens:
de oorzaken van eventuele uitvoeringsproblemen die de wijziging van het programma rechtvaardigen;
de verwachte effecten van de wijziging;
de gevolgen voor de financiering en de subsidiabiliteitsvoorwaarden.
De Commissie stelt Griekenland ervan in kennis indien zij van mening is dat de wijzigingen niet voldoen aan de wetgeving van de Unie, met name aan artikel 4 van Verordening (EU) nr. 229/2013, onverminderd de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.
De wijzigingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin zij zijn gemeld. Indien een vroegere toepassing noodzakelijk wordt geacht, kunnen dergelijke wijzigingen vroeger van toepassing worden, tenzij de Commissie bezwaar maakt.
De aldus goedgekeurde wijzigingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari van het jaar volgende op dat waarin het wijzigingsvoorstel werd gemaakt, of met ingang van de datum die expliciet in het betrokken goedkeuringsbesluit is vermeld.
Griekenland mag, zonder gebruik te maken van de in lid 1 vastgestelde procedure, de volgende wijzigingen aanbrengen, op voorwaarde dat deze aan de Commissie worden gemeld:
met betrekking tot de geraamde voorzieningsbalansen, wijzigingen van het individuele steunniveau van ten hoogste 20 % of wijzigingen van de hoeveelheden van de onder de voorzieningsbalans vallende producten en bijgevolg wijzigingen van het totale steunbedrag dat voor elke productlijn wordt toegekend;
voor alle maatregelen: aanpassingen van ten hoogste 20 % van de financiële toewijzing voor elke afzonderlijke maatregel, onverminderd de in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 229/2013 vastgestelde financiële maxima, op voorwaarde dat die aanpassingen uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de gewijzigde financiële toewijzing betrekking heeft, worden gemeld. Indien de aanpassing echter bestaat in een verhoging van het bedrag van een maatregel met aanvullende nationale steun, kan zij ten hoogste 50 % van de financiële toewijzing voor elke afzonderlijke maatregel bedragen in naar behoren gemotiveerde omstandigheden, die aan de Commissie worden gemeld overeenkomstig het in lid 4 van dit artikel neergelegde vereiste;
wijzigingen als gevolg van wijzigingen in de codes en de omschrijvingen die in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad ( 9 ) zijn vastgesteld en waarmee de producten worden beschreven die voor steun in aanmerking komen, op voorwaarde dat deze wijzigingen geen verandering van het product zelf met zich meebrengen.
De in lid 3 genoemde wijzigingen worden slechts van toepassing op de dag waarop de Commissie deze ontvangt. Zij worden naar behoren toegelicht en met redenen omkleed, en worden slechts eenmaal per jaar ten uitvoer gelegd, behalve in de volgende gevallen:
overmacht of uitzonderlijke omstandigheden,
wijziging van de hoeveelheden van de onder de voorzieningsregeling vallende producten,
wijzigingen als gevolg van wijzigingen in de codes en de omschrijvingen die in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de zijn vastgesteld.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
|
(a) |
„maatregel” : de groepering van acties die noodzakelijk is om een of meer van de doelstellingen van het programma te verwezenlijken, en die een lijn vormt waarvoor een financiële toewijzing is vastgesteld in de financieringstabel als bedoeld in artikel 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 229/2013; |
|
(b) |
„groep producten” : alle producten die de eerste twee cijfers van de in Verordening (EEG) nr. 2658/87 vastgestelde GN-code gemeenschappelijk hebben. |
Artikel 33
Verlaging van de voorschotten
Onverminderd de algemene voorschriften die op het gebied van de begrotingsdiscipline zijn vastgesteld, kan de Commissie, wanneer de op grond van de artikelen 30 en 31 door Griekenland aan de Commissie verstrekte gegevens onvolledig zijn of wanneer de voor de indiening vastgestelde termijn niet in acht is genomen, overgaan tot een tijdelijke, forfaitaire verlaging van de voorschotten op de verrekening van de landbouwuitgaven.
Artikel 34
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Maximumhoeveelheden verwerkte producten die per jaar uit de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee mogen worden uitgevoerd of verzonden in het kader van de traditionele handelsstromen
|
[Hoeveelheden in kilogram (of in liter*)] |
||
|
GN-code |
Naar de Unie |
Naar derde landen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE II
Prestatie-indicatoren
|
Doel |
: |
garanderen dat de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee worden voorzien met producten die van essentieel belang zijn voor de menselijke consumptie, voor de verwerking of als productiemiddel in de landbouw:
|
|
Doel |
: |
zorgen voor een billijke prijs voor producten die van essentieel belang zijn voor de menselijke consumptie of voor diervoeding:
|
|
Doel |
: |
de plaatselijke landbouwproductie bevorderen met het oog op de zelfvoorziening van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en op de instandhouding/ontwikkeling van exportgerichte producties:
|
|
Doel |
: |
de lokale landbouwproductie in stand houden/ontwikkelen:
|
BIJLAGE III
Structuur en inhoud van het jaarverslag als bedoeld in artikel 31
Het verslag over het voorafgaande jaar heeft de volgende structuur en inhoud:
1. ALGEMENE CONTEXT IN HET VOORAFGAANDE JAAR
|
1.1. |
Sociaaleconomische context. |
|
1.2. |
Toestand van de landbouw en ontwikkeling ervan. |
2. MATERIËLE EN FINANCIËLE UITVOERING VAN DE MAATREGELEN EN ACTIES
|
2.1. |
Overzichtstabel met financiële gegevens over de steun voor de lokale productie en de specifieke voorzieningsregeling, met inbegrip van de initiële toewijzing per maatregel en actie, alsook de werkelijke uitgaven en, in voorkomend geval, de staatssteun die overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 229/2013 is verleend. |
|
2.2. |
Uitvoerige beschrijving van de materiële en financiële uitvoering van elke in het programma opgenomen maatregel en actie, met inbegrip van de technische bijstand:
a)
voor de specifieke voorzieningsregeling: gegevens over en analyse van de jaarlijkse voorzieningsbalans voor de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee;
b)
voor de steun voor de lokale productie: gegevens over en analyse van de materiële en financiële uitvoering van elke in het programma opgenomen maatregel en actie, met inbegrip van gegevens zoals het aantal begunstigden, het aantal voor betaling in aanmerking genomen dieren, de oppervlakte waarvoor steun wordt toegekend en/of het aantal betrokken bedrijven. Zo nodig moeten de gegevens vergezeld gaan van een presentatie en een analyse van de sector waarop de maatregel betrekking heeft. |
3. RESULTATEN VAN HET PROGRAMMA IN HET VOORAFGAANDE JAAR
|
3.1. |
De voortgang van de maatregelen en acties in de richting van de specifieke doelstellingen en prioriteiten van het programma en de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 229/2013 vastgestelde algemene doelstellingen:
a)
ontwikkeling en analyse van de nationale indicatoren voor de kwantificering van de specifieke doelstellingen van het programma, en beoordeling van de mate waarin de specifieke doelstellingen voor elk van de in het programma opgenomen maatregelen zijn bereikt;
b)
voor de specifieke voorzieningsregeling, informatie over de wijze waarop het toegekende voordeel is doorberekend, en over de maatregelen die zijn genomen en de controles die zijn verricht om te garanderen dat het voordeel werd doorberekend overeenkomstig artikel 4 van deze verordening;
c)
voor de specifieke voorzieningsregeling, een analyse van de evenredigheid van de steun met de extra kosten van het vervoer naar de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en, wanneer het gaat om producten voor verwerking of om productiemiddelen voor de landbouw, met de extra kosten die worden veroorzaakt door het insulaire karakter en de afgelegen ligging van die eilanden;
d)
de jaarlijkse gegevens over de in artikel 29 van deze verordening bedoelde gemeenschappelijke prestatie-indicatoren en een analyse daarvan, met name wat betreft de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 229/2013 vastgestelde algemene doelstellingen. |
|
3.2. |
Conclusies van de analyses betreffende de geschiktheid van de bij de maatregelen toegepaste strategie en de mogelijke verbeteringen daarvan om de doelstellingen van het programma te verwezenlijken. |
4. PROGRAMMABEHEER
|
4.1. |
Kort relaas van eventuele grote problemen die zich bij het beheer en de uitvoering van de maatregelen in het betrokken jaar hebben voorgedaan. |
|
4.2. |
Statistische gegevens over de door de bevoegde autoriteiten verrichte controles en eventueel toegepaste sancties. Aanvullende informatie die nuttig kan zijn voor een beter begrip van de verstrekte gegevens. |
5. WIJZIGINGEN
Korte samenvatting van de wijzigingen van het programma die tijdens het betrokken jaar zijn voorgelegd, en de motivering daarvan.
( 1 ) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 van de Commissie van 18 mei 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 44).
( 2 ) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften inzake de vrijgave en de verbeurdverklaring van voor dergelijke certificaten gestelde zekerheden, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 341/2007 en (EG) nr. 382/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2390/98, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 507/2008 van de Commissie (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 1).
( 3 ) Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie van 20 april 2017 tot aanvulling van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 100).
( 4 ) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113).
( 5 ) Verordening (EG) nr. 1276/2008 van de Commissie van 17 december 2008 inzake de controle aan de hand van fysieke controles bij de uitvoer van landbouwproducten waarvoor restituties of andere bedragen worden toegekend (PB L 339 van 18.12.2008, blz. 53).
( 6 ) Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).
( 7 ) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 69).
( 8 ) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PB L 181 van 20.6.2014, blz. 48).
( 9 ) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).