2013R0318 — NL — 19.01.2015 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EU) Nr. 318/2013 VAN DE COMMISSIE

van 8 april 2013

tot vaststelling van het programma van speciale modules voor de jaren 2016-2018 bij de steekproefenquête naar de arbeidskrachten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 099, 9.4.2013, p.11)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 1397/2014 VAN DE COMMISSIE van 22 oktober 2014

  L 370

42

30.12.2014




▼B

VERORDENING (EU) Nr. 318/2013 VAN DE COMMISSIE

van 8 april 2013

tot vaststelling van het programma van speciale modules voor de jaren 2016-2018 bij de steekproefenquête naar de arbeidskrachten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad

(Voor de EER relevante tekst)



DE EUROPESE COMMISSIE

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad van 9 maart 1998 betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap ( 1 ), en met name artikel 4, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 577/98 moeten de elementen van het programma van speciale modules voor de jaren 2016-2018 worden vastgesteld.

(2)

In de Europa 2020-strategie en het vlaggenschipinitiatief „Jeugd in beweging” wordt ertoe opgeroepen om nadere informatie over de situatie van jongeren op de arbeidsmarkt te verzamelen. De mededeling van de Commissie van 2011 betreffende een „Initiatief „Kansen voor jongeren”” ( 2 ) moedigt aan tot het nemen van maatregelen op Europees niveau op diverse prioritaire gebieden die verband houden met het vinden van een eerste baan.

(3)

Op basis van de mededeling betreffende een „Small Business Act” ( 3 ) moedigt de mededeling van de Commissie van 2012 „Naar een banenrijk herstel” ( 4 ), die deel uitmaakt van het werkgelegenheidspakket, aan tot het creëren van banen, met name door het bevorderen en ondersteunen van zelfstandige arbeid.

(4)

De strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, die de periode 2010-2015 bestrijkt ( 5 ), omvat maatregelen voor de combinatie van werk en gezin als middelen om te komen tot een gelijke mate van economische onafhankelijkheid voor vrouwen en mannen.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Het in de bijlage opgenomen programma van speciale modules voor de jaren 2016-2018 bij de steekproefenquête naar de arbeidskrachten wordt bij dezen vastgesteld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M1




BIJLAGE

ARBEIDSKRACHTENENQUÊTE

Meerjarig programma van speciale modules

1.    JONGEREN OP DE ARBEIDSMARKT

Referentieperiode: 2016

Submodules (gebieden waarvoor gedetailleerdere informatie moet worden verstrekt):

Submodule 1: Onderwijsachtergrond

Doel: toelichting geven over de onderwijsachtergrond van jongeren en aspecten identificeren die waarschijnlijk invloed hebben op hun carrièremogelijkheden.

Submodule 2: Werk vinden

Doel: informatie vergaren over de persoonlijke aanpak van jongeren om werk te vinden en de hulp die zij hierbij krijgen; nagaan of jongeren van mening zijn dat hun opleidingsniveau voldoet aan de vereisten van hun huidige werk.

2.    ZELFSTANDIGE ARBEID

Referentieperiode: 2017

Submodules (gebieden waarvoor gedetailleerdere informatie moet worden verstrekt):

Submodule 1: Economisch afhankelijke zelfstandige arbeid

Doel: de populatie van economisch afhankelijke zelfstandigen identificeren. Deze groep heeft kenmerken gemeen met zowel werknemers als zelfstandigen en heeft derhalve een ambivalente beroepsstatus.

Submodule 2: Arbeidsomstandigheden van zelfstandigen

Doel: analyseren van de arbeidsomstandigheden van zelfstandigen en van hun belangrijkste beweegredenen om als zelfstandige te werken.

Submodule 3: Zelfstandigen en werknemers

Doel: de opvattingen en vooruitzichten van zelfstandigen vergelijken met die van werknemers, bv. mate van arbeidsvoldoening.

3.    COMBINATIE VAN WERK EN GEZIN

Referentieperiode: 2018

Submodules (gebieden waarvoor gedetailleerdere informatie moet worden verstrekt):

Submodule 1: Zorgverplichtingen

Doel: vaststellen in welke mate de beschikbaarheid van geschikte zorgdiensten voor kinderen en andere afhankelijke personen invloed heeft op de deelname van mensen op de arbeidsmarkt.

Submodule 2: Flexibiliteit van arbeidsregelingen

Doel: de mate van flexibiliteit vaststellen die op het werk wordt geboden met betrekking tot het combineren van werk en gezin.

Submodule 3: Loopbaanonderbrekingen en ouderschapsverlof

Doel: loopbaanonderbrekingen vaststellen die verband houden met zorg voor kinderen of andere afhankelijke personen, met name ouderschapsverlof, en de duur ervan analyseren.



( 1 ) PB L 77 van 14.3.1998, blz. 3.

( 2 ) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Initiatief „Kansen voor jongeren”, vastgesteld op 20.12.2011, COM(2011) 933 final.

( 3 ) Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — „Denk eerst klein” — Een „Small Business Act” voor Europa, vastgesteld op 25.6.2008, COM(2008) 394 final.

( 4 ) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — „Naar een banenrijk herstel”, vastgesteld op 18.4.2012, COM(2012) 173 final.

( 5 ) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015, vastgesteld op 21.9.2010, COM(2010) 491.