02013R0040 — NL — 23.11.2013 — 002.004
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) Nr. 40/2013 VAN DE RAAD van 21 januari 2013 (PB L 023 van 25.1.2013, blz. 54) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
L 90 |
10 |
28.3.2013 |
||
|
VERORDENING (EU) Nr. 1182/2013 VAN DE RAAD van 19 november 2013 |
L 313 |
15 |
22.11.2013 |
|
VERORDENING (EU) Nr. 40/2013 VAN DE RAAD
van 21 januari 2013
tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden
TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
1. Deze verordening voorziet in vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden.
2. De in lid 1 bedoelde vangstmogelijkheden omvatten:
de vangstbeperkingen voor 2013 en, waar dit gespecificeerd is in de onderhavige verordening, voor 2014;
de beperkingen van de visserijinspanning voor de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014;
de vangstmogelijkheden voor de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 voor bepaalde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied; en
de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het IATTC-verdragsgebied voor de in artikel 27 genoemde periodes voor het jaar 2013 en, waar dit gespecificeerd is in de onderhavige verordening, in 2014.
3. In deze verordening worden ook voorlopige vangstmogelijkheden vastgesteld voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden die vallen onder de bilaterale visserijovereenkomsten met Noorwegen, in afwachting van de afloop van het overleg over de overeenkomsten voor 2013.
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op de volgende vaartuigen:
EU-vaartuigen;
vaartuigen van derde landen in EU-wateren.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
a) |
"EU-vaartuig" : een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd; |
|
b) |
"vaartuig van een derde land" : een vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in een derde land; |
|
c) |
"EU-wateren" : wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en gebieden overzee; |
|
d) |
"totaal toegestane vangst" (total allowable catch - TAC) : de hoeveelheid die elk jaar van elk visbestand mag worden gevangen en aangeland; |
|
e) |
"quotum" : een gedeelte van de TAC dat is toegewezen aan de Unie, aan een lidstaat of aan een derde land; |
|
f) |
"internationale wateren" : wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen; |
|
g) |
"maaswijdte" : de maaswijdte van visnetten zoals vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 517/2008 ( 1 ). |
Artikel 4
Visserijzones
Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:
|
a) |
voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea - Internationale Raad voor het onderzoek van de zee) : de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009 ( 2 ) gespecificeerde geografische gebieden; |
|
b) |
voor het Skagerrak : het geografische gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust; |
|
c) |
voor het Kattegat : het geografische gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen; |
|
d) |
voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries - Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan) : de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 ( 3 ) gespecificeerde geografische gebieden; |
|
e) |
voor de NAFO-zones (Northwest Atlantic Fisheries Organisation - Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan) : de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009 ( 4 ) gespecificeerde geografische gebieden; |
|
f) |
voor het SEAFO-verdragsgebied (South-East Atlantic Fisheries Organisation - Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan) : het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan ( 5 ) omschreven geografische gebied; |
|
g) |
voor het ICCAT-verdragsgebied (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas - Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen) : het in het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen ( 6 ) omschreven geografische gebied; |
|
h) |
voor het CCAMLR-verdragsgebied (Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources - Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren) : het in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 601/2004 ( 7 ) omschreven geografische gebied; |
|
i) |
voor het IATTC-verdragsgebied (Inter American Tropical Tuna Commission - InterAmerikaanse Commissie voor tropische tonijn) : het in het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica ( 8 ) omschreven geografische gebied; |
|
j) |
voor het IOTC-verdragsgebied (Indian Ocean Tuna Commission - Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan) : het in de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan ( 9 ) omschreven geografische gebied; |
|
k) |
voor het SPRFMO-verdragsgebied (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation - Regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan) : het gebied op open zee ten zuiden van 10° noorderbreedte, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied zoals vastgesteld in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan ( 10 ), en ten westen van de gebieden die onder de visserijjurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen; |
|
l) |
voor het WCPFC-verdragsgebied (Western and Central Pacific Fisheries Commission - Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan) : het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan ( 11 ) omschreven geografische gebied; |
|
m) |
voor de volle zee van de Beringzee : de geografische zone van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten; |
|
n) |
het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied : het geografische gebied dat wordt begrensd door:
—
lengtegraad 150 ° WL,
—
lengtegraad 130 ° WL,
—
breedtegraad 4 ° ZB,
—
breedtegraad 50 ° ZB.
|
TITEL II
VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU-VAARTUIGEN
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 5
TAC's en toewijzingen
1. De TAC's voor EU-vaartuigen in de EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, worden vastgesteld in bijlage I.
2. EU-vaartuigen mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de voorschriften van artikel 14 en bijlage III van de onderhavige verordening en van Verordening (EG) nr. 1006/2008 ( 12 ) en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.
Artikel 6
Extra toewijzingen voor vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij
1. Voor bepaalde bestanden kan een lidstaat een extra toewijzing toekennen aan vaartuigen die zijn vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.
2. De in lid 1 bedoelde extra toewijzing mag niet meer bedragen dan de algemene limiet die in bijlage I is bepaald als een percentage van het aan die lidstaat toegewezen quotum.
3. De extra toewijzing als bedoeld in lid 1 voldoet aan de volgende voorwaarden:
het vaartuig maakt gebruik van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV's) (gezamenlijk "het CCTV-systeem" genoemd) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van de vaartuigen plaatsvinden, worden geregistreerd;
de extra toewijzing die wordt toegekend aan een individueel vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bedraagt niet meer dan:
75 % van de teruggooi van het bestand zoals die door de betrokken lidstaat is geraamd voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort;
30 % van de individuele toewijzing waarover het vaartuig vóór de deelname aan de proeven beschikte;
alle vangsten van het vaartuig uit het bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend, inclusief vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat zoals vastgesteld in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 850/98, worden in mindering gebracht op de individuele toewijzing voor het vaartuig, die resulteert uit de krachtens dit artikel toegekende aanvullende toewijzing;
wanneer een vaartuig de individuele toewijzing voor een bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend, volledig heeft opgebruikt, dienen alle visserijactiviteiten van dat vaartuig in het betrokken TAC-gebied te worden stopgezet;
wat betreft de bestanden waarvoor dit artikel kan worden toegepast, kunnen de lidstaten overdrachten van de individuele toewijzing of een deel daarvan van vaartuigen die niet deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij aan deelnemende vaartuigen toestaan, op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat de teruggooi van de niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt.
4. Onverminderd lid 3, onder b), punt i), kan een lidstaat bij wijze van uitzondering aan een vaartuig dat zijn vlag voert, een extra toewijzing toekennen van meer dan 75 % van de voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort, geraamde teruggooi, op voorwaarde dat:
het voor het betrokken vaartuigtype geraamde teruggooipercentage voor het betrokken bestand minder bedraagt dan 10 %;
de opneming van dat vaartuigtype van belang is voor het evalueren van het potentieel van het CCTV-systeem voor controledoeleinden;
een algemeen maximum van 75 % van de geraamde teruggooi door alle vaartuigen die aan de proeven deelnemen, niet wordt overschreden.
5. Voor zover het bij de overeenkomstig lid 3, onder a) verkregen geregistreerde gegevens gaat om te verwerken persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG, is deze richtlijn van toepassing op de verwerking van dergelijke gegevens.
6. Wanneer een lidstaat vaststelt dat een vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, niet voldoet aan de voorwaarden van lid 3, trekt die lidstaat de extra toewijzing voor dat vaartuig onmiddellijk in en sluit hij dat vaartuig voor de rest van het jaar 2013 uit van deelname aan de proeven.
7. Voordat een lidstaat de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde extra toewijzing toekent, deelt hij de Commissie de volgende gegevens mee:
de lijst van de vaartuigen die zijn vlag voeren en deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij;
de specificaties van de elektronische systemen voor toezicht op afstand die aan boord van die vaartuigen zijn geïnstalleerd;
de capaciteit, het type en de specificaties van het vistuig dat door die vaartuigen wordt gebruikt;
de geraamde teruggooi voor elk vaartuigtype dat aan de proeven deelneemt;
de hoeveelheden die in 2012 door aan de proeven deelnemende vaartuigen zijn gevangen uit het bestand waarvoor de betrokken TAC geldt.
8. De Commissie kan iedere lidstaat die een beroep doet op dit artikel, verzoeken zijn beoordeling van de teruggooi per vaartuigtype ter evaluatie aan een wetenschappelijk adviesorgaan voor te leggen, teneinde toe te zien op de tenuitvoerlegging van de voorwaarde van lid 3, onder b), punt i). Bij ontstentenis van een beoordeling die deze teruggooi bevestigt, neemt de betrokken lidstaat passende maatregelen om aan die voorwaarde te voldoen en stelt zij de Commissie hiervan in kennis.
Artikel 6 bis
Flexibiliteit bij de vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden
1. Dit artikel is van toepassing op de volgende bestanden:
schelvis in zone IV, EU-wateren van IIa;
blauwe wijting in EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV;
makreel in zones IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en IIId;
makreel in zones VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV;
makreel in zones VIIIc, IX en X; EU-wateren van Cecaf 34.1.1;
makreel in Noorse wateren van IIa en IVa;
haring in EU-, Noorse en internationale wateren van I en II.
2. Voor elk van de in 1a genoemde bestanden kan een lidstaat ervoor kiezen om zijn oorspronkelijk quotum in bijlage I met ten hoogste 10 % te verhogen. De betrokken lidstaat deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de Commissie. Wanneer zo’n mededeling wordt gedaan, wordt het verhoogde quotum beschouwd als het aan die lidstaat voor 2013 toegewezen quotum.
3. De in 2013 uit hoofde van het verhoogde quotum benutte hoeveelheden die het oorspronkelijke quotum overstijgen, worden bij de berekening van het quotum van de betrokken lidstaat voor het bestand in kwestie voor 2014, in mindering gebracht.
4. Hoeveelheden die niet worden benut binnen het oorspronkelijke quotum tot 10 % van dat quotum, worden bij de berekening van het quotum van de betrokken lidstaat voor het bestand in kwestie voor 2014, toegevoegd.
5. Hoeveelheden die aan andere lidstaten worden overgedragen overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002, en hoeveelheden die overeenkomstig de artikelen 37, 105 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 worden afgetrokken, worden in aanmerking genomen bij de vaststelling van de gebruikte en de niet-gebruikte hoeveelheden als bedoeld in de leden 3 en 4 van dit artikel.
6. Als een lidstaat met betrekking tot een specifiek bestand heeft gekozen voor de mogelijkheid in lid 2 van dit artikel, zijn de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing op dat bestand voor wat die lidstaat betreft.
Artikel 7
Voorwaarden voor de aanlanding van vangsten en bijvangsten
Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits:
die vis is gevangen met vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is opgebruikt; of
de vangsten deel uitmaken van een EU-quotum dat niet in de vorm van quota aan de lidstaten is toegewezen, en dat EU-quotum nog niet is opgebruikt.
Artikel 8
Beperkingen van de visserijinspanning
Van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014 zijn de visserijinspanningsmaatregelen die zijn vastgesteld in bijlage IIA, van toepassing op het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in:
het Skagerrak;
het deel van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort;
ICES-deelgebied IV;
de EU-wateren van ICES-sector IIa; en
ICES-sector VIId.
Artikel 9
Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij
1. Artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002 ( 13 ), op grond waarvan vaartuigen in het bezit moeten zijn van een diepzeevisdocument, is van toepassing op Groenlandse heilbot (ook wel "zwarte heilbot" genoemd). Voor het vangen, aan boord houden, overladen en aanlanden van Groenlandse heilbot gelden de voorwaarden van dat artikel.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2013 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met diepzeevisdocumenten als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002, niet meer bedragen dan 65 % van de gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning die de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 hebben geleverd op reizen tijdens welke deze vaartuigen over diepzeevisdocumenten beschikten of diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen I en II bij die verordening, hebben gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan grote zilvervis is gevangen.
Artikel 10
Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden
1. De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd:
geruilde vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;
nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 of op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008;
het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;
de op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 naar het volgende jaar overgedragen hoeveelheden;
kortingen en verlagingen op grond van de artikelen 37, 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;
overdrachten en uitwisselingen van quota overeenkomstig artikel 15 van deze verordening.
2. Tenzij anders vermeld in ►M2 ————— ◄ deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's zijn vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.
Artikel 11
Gesloten visseizoen
1. Van 1 mei tot en met 31 mei 2013 is het verboden om de volgende soorten op de Porcupine Bank te bevissen of aan boord te houden: lom, blauwe leng en leng.
2. Voor de toepassing van dit artikel omvat de Porcupine Bank het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:
|
Punt |
Breedtegraad |
Lengtegraad |
|
1 |
52° 27′ NB |
12° 19′ WL |
|
2 |
52° 40′ NB |
12° 30′ WL |
|
3 |
52° 47′ NB |
12° 39,600′ WL |
|
4 |
52° 47′ NB |
12° 56′ WL |
|
5 |
52° 13,5′ NB |
13° 53,830′ WL |
|
6 |
51° 22′ NB |
14° 24′ WL |
|
7 |
51° 22′ NB |
14° 03′ WL |
|
8 |
52° 10′ NB |
13° 25′ WL |
|
9 |
52° 32′ NB |
13° 07,500′ WL |
|
10 |
52° 43′ NB |
12° 55′ WL |
|
11 |
52° 43′ NB |
12° 43′ WL |
|
12 |
52° 38,800′ NB |
12° 37′ WL |
|
13 |
52° 27′ NB |
12° 23′ WL |
|
14 |
52° 27′ NB |
12° 19′ WL |
3. In afwijking van lid 1 is het vaartuigen toegestaan door de Porcupine Bank te varen met de in datzelfde lid genoemde soorten aan boord overeenkomstig artikel 50, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
Artikel 12
Verbodsbepalingen
1. Het is EU-vaartuigen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:
reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle wateren;
haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren, tenzij in bijlage I, deel B, van Verordening (EU) nr. 39/2013 ( 14 ) anders is bepaald;
zee-engel (Squatina squatina) in de EU-wateren;
vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;
golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;
gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII;
reuzenmanta (Manta birostris) in alle wateren.
2. Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.
Artikel 13
Gegevensverstrekking
Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde bestandscodes.
HOOFDSTUK II
Vismachtigingen in wateren van derde landen
Artikel 14
Vismachtigingen
1. Het maximumaantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt vastgesteld in bijlage III.
2. Indien een lidstaat quota in de in bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of "swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet worden overschreden.
HOOFDSTUK III
Vangstmogelijkheden in wateren van regionale visserijorganisaties
Artikel 15
Overdrachten en uitwisselingen van quota
1. Wanneer volgens de voorschriften van een regionale organisatie voor visserijbeheer (ROVB) overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de verdragsluitende partijen van een ROVB zijn toegestaan, kan een lidstaat (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) met een verdragsluitende partij bij de ROVB besprekingen aanknopen en, in voorkomend geval, mogelijke lijnen uitzetten voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota.
2. De betrokken lidstaat brengt de mogelijke lijnen voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota die hij met de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB heeft besproken, ter kennis van de Commissie, die daaraan haar goedkeuring kan hechten. Vervolgens wisselt de Commissie onverwijld met de betrokken verdragsluitende partij bij de RVO de mededeling uit dat ermee wordt ingestemd gebonden te zijn door de overdracht of uitwisseling van quota. De Commissie brengt dan de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota ter kennis van het secretariaat van de ROVB overeenkomstig de voorschriften van deze organisatie.
3. De Commissie brengt de lidstaten op de hoogte van de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota.
4. De vangstmogelijkheden die in het kader van de overdracht of uitwisseling van quota worden ontvangen van of overgedragen aan de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB moeten worden beschouwd als quota die aan de betrokken lidstaat worden toegewezen, hetzij in mindering worden gebracht op de toewijzing van de betrokken lidstaat, vanaf het tijdstip dat de overdracht of uitwisseling van quota in werking treedt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst die tussen de betrokken verdragsluitende partijen bij de ROVB is gesloten, of, in voorkomend geval, overeenkomstig de voorschriften van de betrokken ROVB. Een dergelijke toewijzing mag evenwel de bestaande verdeelsleutel voor de toewijzing van vangstmogelijkheden aan lidstaten overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit niet wijzigen.
Artikel 16
Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn
1. Het aantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 1 van bijlage IV.
2. Het aantal in het kader van de ambachtelijke kustvisserij vissende EU-vaartuigen dat in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 2 van bijlage IV.
3. Het aantal EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee voor kweekdoeleinden actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 3 van bijlage IV.
4. Het aantal en de in brutoton uitgedrukte totale capaciteit van de vissersvaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mogen vissen, deze aan boord mogen houden en mogen overladen, vervoeren of aanlanden, worden beperkt overeenkomstig punt 4 van bijlage IV.
5. Het aantal tonnara's dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt gebruikt bij de visserij op blauwvintonijn, wordt beperkt overeenkomstig punt 5 van bijlage IV.
6. De capaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn, alsmede de maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, worden beperkt overeenkomstig punt 6 van bijlage IV.
Artikel 17
Recreatie- en sportvisserij
De lidstaten kennen een specifiek quotum van de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie- en sportvisserij.
Artikel 18
Haaien
1. In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).
2. Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.
3. In verband met de visserij in het ICCAT-verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de familie Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo).
4. In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van witpunthaaien (Carcharhinus longimanus).
5. In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis).
Artikel 19
Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen
1. Gerichte visserij op de in bijlage V, deel A, vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.
2. Voor experimentele visserij worden de beperkingen van de TAC's en de bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage V, deel B.
Artikel 20
Experimentele visserij
1. Alleen lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen in 2013 deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale jurisdictie. Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om aan die visserij deel te nemen, stellen het CCAMLR-secretariaat daarvan overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004 uiterlijk op 1 juni 2013 in kennis.
2. De TAC's en de bijvangsten in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units - SSRU's) in elk gebied worden vastgesteld in bijlage V, deel B. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.
3. De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel mogelijk verschillende diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en visserijinspanning te voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a is het echter verboden om te vissen op diepten van minder dan 550 m.
Artikel 21
Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2013/2014
1. Alleen de lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen tijdens het visseizoen 2013/2014 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen. Lidstaten die lid zijn van de CCAMLR en die voornemens zijn om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, stellen het CCAMLR-secretariaat, overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004, en de Commissie uiterlijk op 1 juni 2013 in kennis van:
hun voornemen om op Antarctisch krill te vissen, waarbij zij gebruik maken van het formulier in bijlage V, deel C;
de netconfiguratie, waarbij zij gebruik maken van het formulier in bijlage V, deel D.
2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.
3. Een lidstaat die voornemens is om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft alleen kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren, maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van de lidstaat zullen voeren.
4. De lidstaten mogen toestaan dat een ander vaartuig dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel aan het CCAMLR-secretariaat gemelde vaartuigen deelneemt aan de visserij op Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie onverwijld op de hoogte, met opgave van:
alle bijzonderheden over het vervangende vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie;
een volledig overzicht van de redenen voor de vervanging, alsmede van alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.
5. De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat voorkomt op één van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt.
Artikel 22
Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied vissen
1. Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 1 van bijlage VI.
2. Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 2 van bijlage VI.
3. De lidstaten kunnen vaartuigen die zijn toegewezen aan één van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde visserijtakken, toewijzen aan de andere visserijtak, mits zij ten genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.
4. De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere regionale tonijnvisserijorganisaties. Voorts mogen vaartuigen die voorkomen op de door een ROVB bijgehouden lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), niet worden overgedragen.
5. Teneinde rekening te houden met de uitvoering van de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen, mogen de lidstaten hun vangstcapaciteit slechts binnen de in die ontwikkelingsplannen bepaalde grenzen verhogen tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima.
Artikel 23
Haaien
1. In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae.
2. In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van witpunthaaien (Carcharhinus longimanus), behalve wanneer het vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 24 m betreft die uitsluitend in de exclusieve economische zone van hun vlaggenlidstaat visserijactiviteiten verrichten en mits de vangst van deze vaartuigen uitsluitend voor plaatselijke consumptie is bestemd.
3. Bij incidentele vangsten van de in de leden 1 en 2 bedoelde soorten worden de vissen ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.
Artikel 24
Pelagische visserij - capaciteitsbeperking
De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in 2013 op pelagische bestanden vissen, tot de totale (Unie-)brutotonnage van 78 600 in dat gebied.
Artikel 25
Pelagische visserij - TAC's
1. Alleen de lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, zoals gespecificeerd in artikel 24, mogen in dat gebied op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ vastgestelde TAC's.
2. De in bijlage IJ vastgestelde vangstmogelijkheden mogen slechts worden benut op voorwaarde dat de lidstaten de Commissie, ter toezending aan het SPRFMO-secretariaat, de lijst sturen van vaartuigen die in het SPRFMO-verdragsgebied actief vissen of bij overlading zijn betrokken, alsmede gegevens van satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS-gegevens), maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk de vijfde dag van de maand na die waarop de gegevens betrekking hebben.
Artikel 26
Bodemvisserij
Lidstaten met een geregistreerde activiteit in de bodemvisserij of uit die visserij voortkomende vangsten in het SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 beperken hun inspanning of vangsten tot:
de gemiddelde vangsten of inspanningsparameters in die periode; en
uitsluitend de delen van het SPRFMO-verdragsgebied waar in een eerder visseizoen bodemvisserijactiviteiten hebben plaatsgevonden.
Artikel 27
Ringzegenvisserij
1. De visserij met ringzegens op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden:
van 29 juli tot en met 28 september 2013, of van 18 november 2013 tot en met 18 januari 2014, in het gebied dat wordt begrensd door:
van 29 september tot en met 29 oktober 2013 in het gebied dat wordt begrensd door:
2. De betrokken lidstaten delen de Commissie vóór 1 april 2013 de in lid 1 bedoelde periode mee waarin de visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvaartuigen van de betrokken lidstaten zetten de visserij met de ringzegen in de in lid 1 beschreven gebieden en gedurende de geselecteerde periode stop.
3. Ringzegenvaartuigen die in het IATTC-verdragsgebied op tonijn vissen, houden alle gevangen geelvintonijnen, grootoogtonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.
4. Lid 3 geldt niet in de volgende gevallen:
wanneer de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie, of
wanneer er tijdens de laatste trek van een visreis onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die trek gevangen tonijn op te slaan.
5. Het is verboden in het IATTC-verdragsgebied te vissen op oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus), en delen van of volledige karkassen van in dat gebied gevangen oceanische witpunthaaien aan boord te houden, over te laden, op te slaan, voor verkoop aan te bieden, te verkopen of aan te landen.
6. Incidenteel gevangen vissen van de in lid 5 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet door de exploitanten van vaartuigen, die eveneens:
het aantal teruggezette exemplaren registreren, met vermelding van de toestand (levend of dood);
de onder a) vermelde informatie meedelen aan de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn. De lidstaten delen deze informatie uiterlijk op 31 januari 2013 aan de Commissie mee.
Artikel 28
Verbod op de visserij op diepzeehaaien
De gerichte visserij op de volgende diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden:
Artikel 29
Voorwaarden voor de visserij op grootoogtonijn, geelvintonijn, gestreepte tonijn en in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan voorkomende witte tonijn
1. De lidstaten zien erop toe dat er geen toename komt in het aantal visdagen voor ringzegenvaartuigen die in het op volle zee tussen 20° NB en 20° ZB gelegen gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus albacares) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis).
2. EU-vaartuigen mogen in het ten zuiden van 20° ZB gelegen gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied niet gericht vissen op in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan voorkomende witte tonijn (Thunnus alalunga).
Artikel 30
Gesloten gebied voor de visserij met visconcentratievoorzieningen (FAD's)
1. In het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied dat gelegen is tussen 20 ° NB en 20 ° ZB, zijn visserijactiviteiten van ringzegenvaartuigen die gebruik maken van visconcentratievoorzieningen (fish aggregating devices - FAD's), verboden tussen 1 juli 2013 00.00 uur en 31 oktober 2013 24.00 uur. In die periode mogen ringzegenvaartuigen in dat gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied alleen visserijactiviteiten verrichten indien zich aan boord een waarnemer bevindt die erop toeziet dat het vaartuig op geen enkel ogenblik:
een FAD of soortgelijk elektronisch apparaat gebruikt of in dienst heeft;
met behulp van FAD's vist op scholen.
2. Alle ringzegenvaartuigen die in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen, houden alle gevangen grootoogtonijnen, geelvintonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.
3. Lid 2 geldt niet in de volgende gevallen:
tijdens de laatste trek van een visreis, indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan;
wanneer de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt is voor menselijke consumptie; of
wanneer zich een ernstige storing van de koelinstallatie voordoet.
Artikel 30 bis
Het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied
1. Vaartuigen die uitsluitend in het WCPFC-register zijn ingeschreven, passen de in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde maatregelen toe wanneer zij vissen in het in punt n) van artikel 4, gedefinieerde tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied.
2. Vaartuigen die zowel in het WCPFC-register als in het IATTC-register zijn ingeschreven, en vaartuigen die uitsluitend in het IATTC-register zijn ingeschreven, passen de onder a) in artikel 27, lid 1, en de in artikel 27, leden 2 tot en met 6, bedoelde maatregelen toe wanneer zij vissen in het in onder punt n) van artikel 4 gedefinieerde tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied.
Artikel 31
Beperking van het aantal EU-vaartuigen dat op zwaardvis mag vissen
Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in de gebieden ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen, wordt vastgesteld in bijlage VII.
Artikel 32
Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee
De visserij op alaskakoolvis (Theragra chalcogramma) in de volle zee van de Beringzee is verboden.
TITEL III
VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN EU-WATEREN
Artikel 33
TAC's
Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Noorwegen, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd, mogen in EU-wateren vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC's en de in de onderhavige verordening en in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vastgestelde voorwaarden.
Artikel 34
Vismachtigingen
1. Het maximumaantal vismachtigingen voor vaartuigen van derde landen die in EU-wateren vissen, wordt vastgesteld in bijlage VIII.
2. Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits die vis is gevangen met vaartuigen van derde landen die een quotum hebben, en dat quotum niet is opgebruikt.
Artikel 35
Verbodsbepalingen
1. Het is vaartuigen van derde landen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:
reuzenhaai (Cetorinhus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in EU-wateren;
zee-engel (Squatina squatina) in de EU-wateren;
vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;
golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;
haringhaai (Lamna nasus) in de EU-wateren;
gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII;
reuzenmanta (Manta birostris) in de EU-wateren.
2. Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.
TITEL IV
SLOTBEPALINGEN
Artikel 36
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 8 is evenwel van toepassing met ingang van 1 februari 2013.
De in de artikelen 20, 21 en 22 en de bijlagen IE en V vastgestelde bepalingen inzake vangstmogelijkheden voor het CCAMLR-verdragsgebied zijn van toepassing met ingang van de aldaar vermelde data.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
LIJST VAN BIJLAGEN
|
BIJLAGE I: |
TAC's voor EU-vaartuigen in gebieden waar TAC's gelden, per soort en per gebied |
|
BIJLAGE IA: |
Skagerrak, Kattegat, ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, EU-wateren van CECAF |
|
BIJLAGE IB: |
Noordoostelijke Atlantische Oceaan en Groenland, ICES-deelgebieden I, II, V, XII en XIV en Groenlandse wateren van NAFO 1 |
|
BIJLAGE IC: |
Noordwestelijke Atlantische Oceaan - NAFO-verdragsgebied |
|
BIJLAGE ID: |
Over grote afstanden trekkende soorten - alle gebieden |
|
BIJLAGE IE: |
Antarctisch gebied - CCAMLR-verdragsgebied |
|
BIJLAGE IF: |
Zuidoost-Atlantische oceaan - SEAFO-verdragsgebied |
|
BIJLAGE IG: |
Zuidelijke blauwvintonijn - alle gebieden |
|
BIJLAGE IH: |
WCPFC-verdragsgebied |
|
BIJLAGE IJ: |
SPRFMO-verdragsgebied |
|
BIJLAGE IIA: |
Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in het Skaggerak, het deel van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort, ICES-deelgebied IV, de EU-wateren van ICES-sector IIa en ICES-sector VIId |
|
BIJLAGE IIB: |
Vangstmogelijkheden voor vaartuigen die vissen op zandspieringen in de ICES-sectoren IIa en IIIa en in ICES-deelgebied IV |
|
BIJLAGE III: |
Maximumaantal vismachtigingen voor eu-vaartuigen in wateren van derde landen |
|
BIJLAGE IV: |
ICCAT-verdragsgebied |
|
BIJLAGE V: |
CCAMLR-verdragsgebied |
|
BIJLAGE VI: |
IOTC-verdragsgebied |
|
BIJLAGE VII: |
WCPFC-verdragsgebied |
|
BIJLAGE VIII: |
Kwantitatieve beperkingen inzake vismachtigingen voor vissersvaartuigen van derde landen die in de eu-wateren vissen |
BIJLAGE I
TAC'S VOOR EU-VAARTUIGEN IN GEBIEDEN WAAR TAC'S GELDEN, PER SOORT EN PER GEBIED
De tabellen in de bijlagen IA, IB, IC, ID, IE, IF, IG, IH en IJ bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden. Alle in deze bijlage vastgestelde vangstmogelijkheden vallen onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34 van die verordening.
Tenzij anders bepaald zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones. Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende vergelijkende tabel van de wetenschappelijke en gebruikelijke namen:
|
Wetenschappelijke naam |
Drielettercode |
Gewone naam |
|
Amblyraja radiata |
RJR |
Sterrog |
|
Ammodytes spp. |
SAN |
Zandspieringen |
|
Argentina silus |
ARU |
Grote zilvervis |
|
Beryx spp. |
ALF |
Beryx spp. |
|
Brosme brosme |
USK |
Lom |
|
Caproidae |
BOR |
Evervissen |
|
Centrophorus squamosus |
GUQ |
Schubzwelghaai |
|
Centroscymnus coelolepis |
CYO |
Portugese ijshaai |
|
Chaceon spp. |
GER |
Rode diepzeekrabben |
|
Chaenocephalus aceratus |
SSI |
Scotiazee-ijsvis |
|
Champsocephalus gunnari |
ANI |
IJsvis |
|
Chionoecetes spp. |
PCR |
Pacifische sneeuwkrabben |
|
Clupea harengus |
HER |
Haring |
|
Coryphaenoides rupestris |
RNG |
Grenadiervis |
|
Dalatias licha |
SCK |
Zwarte haai |
|
Deania calcea |
DCA |
Spitssnuitsnavelhaai |
|
Dipturus batis |
RJB |
Vleet |
|
Dissostichus eleginoides |
TOP |
Zwarte Patagonische ijsheek |
|
Dissostichus mawsoni |
TOA |
Antarctische ijsheek |
|
Engraulis encrasicolus |
ANE |
Ansjovis |
|
Etmopterus princeps |
ETR |
Grote lantaarnhaai |
|
Etmopterus pusillus |
ETP |
Gladde lantaarnhaai |
|
Euphausia superba |
KRI |
Antarctisch krill |
|
Gadus morhua |
COD |
Kabeljauw |
|
Galeorhinus galeus |
GAG |
Ruwe haai |
|
Glyptocephalus cynoglossus |
WIT |
Witje |
|
Gobionotothen gibberifrons |
NOG |
Groene Zuidpoolkabeljauw |
|
Hippoglossoides platessoides |
PLA |
Lange schar |
|
Hippoglossus hippoglossus |
HAL |
Heilbot |
|
Hoplostethus atlanticus |
ORY |
Atlantische slijmkop |
|
Illex illecebrosus |
SQI |
Kortvinpijlinktvis |
|
Lamna nasus |
POR |
Haringhaai |
|
Lepidonotothen squamifrons |
NOS |
Grijze Zuidpoolkabeljauw |
|
Lepidorhombus spp. |
LEZ |
Scharretongen |
|
Leucoraja naevus |
RJN |
Grootoogrog |
|
Limanda ferruginea |
YEL |
Geelstaartschar |
|
Limanda limanda |
DAB |
Schar |
|
Lophiidae |
ANF |
Zeeduivels |
|
Macrourus spp. |
GRV |
Grenadiervissen |
|
Makaira nigricans |
BUM |
Blauwe marlijn |
|
Mallotus villosus |
CAP |
Lodde |
|
Manta birostris |
RMB |
Reuzenmanta |
|
Martialia hyadesi |
SQS |
Inktvis |
|
Melanogrammus aeglefinus |
HAD |
Schelvis |
|
Merlangius merlangus |
WHG |
Wijting |
|
Merluccius merluccius |
HKE |
Heek |
|
Micromesistius poutassou |
WHB |
Blauwe wijting |
|
Microstomus kitt |
LEM |
Tongschar |
|
Molva dypterygia |
BLI |
Blauwe leng |
|
Molva molva |
LIN |
Leng |
|
Nephrops norvegicus |
NEP |
Langoustine |
|
Notothenia rossii |
NOR |
Gemarmerde ijsvis |
|
Pandalus borealis |
PRA |
Noorse garnaal |
|
Paralomis spp. |
PAI |
Krabben |
|
Penaeus spp. |
PEN |
Peneïde garnalen |
|
Platichthys flesus |
FLE |
Bot |
|
Pleuronectes platessa |
PLE |
Schol |
|
Pleuronectiformes |
FLX |
Platvissen |
|
Pollachius pollachius |
POL |
Witte koolvis |
|
Pollachius virens |
POK |
Koolvis |
|
Psetta maxima |
TUR |
Tarbot |
|
Pseudochaenichthys georgianus |
SIG |
Georgia-ijsvis |
|
Raja alba |
RJA |
Witte rog |
|
Raja brachyura |
RJH |
Blonde rog |
|
Raja circularis |
RJI |
Zandrog |
|
Raja clavata |
RJC |
Stekelrog |
|
Raja fullonica |
RJF |
Kaardrog |
|
Raja (Dipturus) nidarosiensis |
JAD |
Noorse rog |
|
Raja microocellata |
RJE |
Kleinoogrog |
|
Raja montagui |
RJM |
Gevlekte rog |
|
Raja undulata |
RJU |
Golfrog |
|
Rajiformes |
SRX |
Roggen |
|
Reinhardtius hippoglossoides |
GHL |
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot |
|
Scomber scombrus |
MAC |
Makreel |
|
Scophthalmus rhombus |
BLL |
Griet |
|
Sebastes spp. |
RED |
Roodbaarzen |
|
Solea solea |
SOL |
Tong |
|
Solea spp. |
SOO |
Tongen |
|
Sprattus sprattus |
SPR |
Sprot |
|
Squalus acanthias |
DGS |
Doornhaai |
|
Tetrapturus albidus |
WHM |
Witte marlijn |
|
Thunnus maccoyii |
SBF |
Zuidelijke blauwvintonijn |
|
Thunnus obesus |
BET |
Grootoogtonijn |
|
Thunnus thynnus |
BFT |
Blauwvintonijn |
|
Trachurus murphyi |
CJM |
Chileense horsmakreel |
|
Trachurus spp. |
JAX |
Horsmakrelen |
|
Trisopterus esmarkii |
NOP |
Kever |
|
Urophycis tenuis |
HKW |
Witte heek |
|
Xiphias gladius |
SWO |
Zwaardvis |
De onderstaande concordantietabel van gebruikelijke Nederlandse namen en Latijnse namen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:
|
Ansjovis |
ANE |
Engraulis encrasicolus |
|
Antarctische ijsheek |
TOA |
Dissostichus mawsoni |
|
Antarctisch krill |
KRI |
Euphausia superba |
|
Atlantische slijmkop |
ORY |
Hoplostethus atlanticus |
|
Beryx spp. |
ALF |
Beryx spp. |
|
Blauwe leng |
BLI |
Molva dypterygia |
|
Blauwe marlijn |
BUM |
Makaira nigricans |
|
Blauwe wijting |
WHB |
Micromesistius poutassou |
|
Blauwvintonijn |
BFT |
Thunnus thynnus |
|
Blonde rog |
RJH |
Raja brachyura |
|
Bot |
FLE |
Platichthys flesus |
|
Chileense horsmakreel |
CJM |
Trachurus murphyi |
|
Doornhaai |
DGS |
Squalus acanthias |
|
Evervissen |
BOR |
Caproidae |
|
Geelstaartschar |
YEL |
Limanda ferruginea |
|
Gemarmerde ijsvis |
NOR |
Notothenia rossii |
|
Georgia-ijsvis |
SIG |
Pseudochaenichthys georgianus |
|
Gevlekte rog |
RJM |
Raja montagui |
|
Gladde lantaarnhaai |
ETP |
Etmopterus pusillus |
|
Golfrog |
RJU |
Raja undulata |
|
Grenadiervis |
RNG |
Coryphaenoides rupestris |
|
Grenadiervissen |
GRV |
Macrourus spp. |
|
Griet |
BLL |
Scophthalmus rhombus |
|
Grijze Zuidpoolkabeljauw |
NOS |
Lepidonotothen squamifrons |
|
Groene Zuidpoolkabeljauw |
NOG |
Gobionotothen gibberifrons |
|
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot |
GHL |
Reinhardtius hippoglossoides |
|
Grootoogrog |
RJN |
Leucoraja naevus |
|
Grootoogtonijn |
BET |
Thunnus obesus |
|
Grote lantaarnhaai |
ETR |
Etmopterus princeps |
|
Grote zilvervis |
ARU |
Argentina silus |
|
Haring |
HER |
Clupea harengus |
|
Haringhaai |
POR |
Lamna nasus |
|
Heek |
HKE |
Merluccius merluccius |
|
Heilbot |
HAL |
Hippoglossus hippoglossus |
|
Horsmakrelen |
JAX |
Trachurus spp. |
|
IJsvis |
ANI |
Champsocephalus gunnari |
|
Inktvis |
SQS |
Martialia hyadesi |
|
Kaardrog |
RJF |
Raja fullonica |
|
Kabeljauw |
COD |
Gadus morhua |
|
Kever |
NOP |
Trisopterus esmarkii |
|
Kleinoogrog |
RJE |
Raja microocellata |
|
Koolvis |
POK |
Pollachius virens |
|
Kortvinpijlinktvis |
SQI |
Illex illecebrosus |
|
Krabben |
PAI |
Paralomis spp. |
|
Lange schar |
PLA |
Hippoglossoides platessoides |
|
Langoustine |
NEP |
Nephrops norvegicus |
|
Leng |
LIN |
Molva molva |
|
Lodde |
CAP |
Mallotus villosus |
|
Lom |
USK |
Brosme brosme |
|
Makreel |
MAC |
Scomber scombrus |
|
Noorse garnaal |
PRA |
Pandalus borealis |
|
Noorse rog |
JAD |
Raja (Dipturus) nidarosiensis |
|
Pacifische sneeuwkrabben |
PCR |
Chionoecetes spp. |
|
Peneïde garnalen |
PEN |
Penaeus spp. |
|
Platvissen |
FLX |
Pleuronectiformes |
|
Portugese ijshaai |
CYO |
Centroscymnus coelolepis |
|
Reuzenmanta |
RMB |
Manta birostris |
|
Rode diepzeekrabben |
GER |
Chaceon spp. |
|
Roggen |
SRX |
Rajiformes |
|
Roodbaarzen |
RED |
Sebastes spp. |
|
Ruwe haai |
GAG |
Galeorhinus galeus |
|
Schar |
DAB |
Limanda limanda |
|
Scharretongen |
LEZ |
Lepidorhombus spp. |
|
Schelvis |
HAD |
Melanogrammus aeglefinus |
|
Schol |
PLE |
Pleuronectes platessa |
|
Schubzwelghaai |
GUQ |
Centrophorus squamosus |
|
Scotiazee-ijsvis |
SSI |
Chaenocephalus aceratus |
|
Spitssnuitsnavelhaai |
DCA |
Deania calcea |
|
Sprot |
SPR |
Sprattus sprattus |
|
Stekelrog |
RJC |
Raja clavata |
|
Sterrog |
RJR |
Amblyraja radiata |
|
Tarbot |
TUR |
Psetta maxima |
|
Tong |
SOL |
Solea solea |
|
Tongen |
SOO |
Solea spp. |
|
Tongschar |
LEM |
Microstomus kitt |
|
Vleet |
RJB |
Dipturus batis |
|
Wijting |
WHG |
Merlangius merlangus |
|
Witje |
WIT |
Glyptocephalus cynoglossus |
|
Witte heek |
HKW |
Urophycis tenuis |
|
Witte koolvis |
POL |
Pollachius pollachius |
|
Witte marlijn |
WHM |
Tetrapturus albidus |
|
Witte rog |
RJA |
Raja alba |
|
Zandrog |
RJI |
Raja circularis |
|
Zandspieringen |
SAN |
Ammodytes spp. |
|
Zeeduivels |
ANF |
Lophiidae |
|
Zuidelijke blauwvintonijn |
SBF |
Thunnus maccoyii |
|
Zwaardvis |
SWO |
Xiphias gladius |
|
Zwarte haai |
SCK |
Dalatias licha |
|
Zwarte Patagonische ijsheek |
TOP |
Dissostichus eleginoides |
BIJLAGE IA
Skagerrak, kattegat, ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, EU-wateren van CECAF
| Soort: Zandspieringen Ammodytes spp. |
Gebied: Noorse wateren van IV (SAN/04-N.) |
|
|
Denemarken |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Zandspieringen en aanverwante bijvangsten Ammodytides spp. |
Gebied: EU-wateren van IIa, IIIa en IV (1) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Denemarken |
249 006 (2) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
5 443 (2) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Duitsland |
381 (2) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zweden |
9 144 (2) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Unie |
263 974 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Noorwegen |
22 450 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TAC |
286 424 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1) Exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula. (2) Ten minste 98% van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet bestaan uit zandspiering. Bijvangsten van schar, makreel en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2% van het quotum (OT1/*2A3A4). Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen als omschreven in bijlage IIB, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Soort: Lom Brosme brosme |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van I, II en XIV (USK/1214EI) |
|
|
Duitsland |
6 (1) |
Analytische TAC |
|
Frankrijk |
6 (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
6 (1) |
|
|
Andere |
3 (1) |
|
|
Unie |
21 (1) |
|
|
TAC |
21 |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Lom Brosme brosme |
Gebied: EU-wateren van IV (USK/04-C.) |
|
|
Denemarken |
64 |
Analytische TAC |
|
Duitsland |
19 |
|
|
Frankrijk |
44 |
|
|
Zweden |
6 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
96 |
|
|
Andere |
6 (1) |
|
|
Unie |
235 |
|
|
TAC |
235 |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Lom Brosme brosme |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII (USK/567EI.) |
|
|
Duitsland |
13 |
Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. |
|
Spanje |
46 |
|
|
Frankrijk |
548 |
|
|
Ierland |
53 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
264 |
|
|
Andere |
13 (1) |
|
|
Unie |
937 |
|
|
Noorwegen |
||
|
TAC |
3 860 |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (USK/*24X7C). (3) Bijzondere voorwaarde: waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25% per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in Vb, VI en VII mogen niet meer bedragen dan 3 000 ton (OTH/*5B67-). (4) Inclusief leng. De quota voor Noorwegen zijn 6 140 ton leng (LIN/*5B67-), en 2 923 ton lom (USK/*5B67-) en mogen tot 2 000 ton onderling gewisseld worden. De betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen. |
||
| Soort: Lom Brosme brosme |
Gebied: Noorse wateren van IV (USK/04-N.) |
|
|
België |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
165 |
|
|
Duitsland |
1 |
|
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Nederland |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
4 |
|
|
Unie |
170 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Haring (1) Glupea harengus |
Gebied: IIIa (HER/03A.) |
|
|
Denemarken |
23 115 (2) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
370 (2) |
|
|
Zweden |
24 180 (2) |
|
|
Unie |
47 665 (2) |
|
|
TAC |
55 000 |
|
|
(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2) Bijzondere voorwaarde: tot 50% van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IV (HER/*04-C.). |
||
| Soort: Haring (1) Glupea harengus |
Gebied: EU-wateren en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB (HER/4AB.) |
|
|
Denemarken |
81 945 |
Analytische TAC. Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
50 632 |
|
|
Frankrijk |
23 464 |
|
|
Nederland |
59 995 |
|
|
Zweden |
4 863 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
65 901 |
|
|
Unie |
286 800 |
|
|
Noorwegen |
138 620 (2) |
|
|
TAC |
478 000 |
|
|
(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring afzonderlijk melden, i.e. uitgesplitst naar IVa (HER/04A.) en IVb (HER/04B.). (2) Tot 50 000 ton van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IVa en IVb (HER/*4AB-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: |
||
| Soort: Haring (1) Glupea harengus |
Gebied: Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/04-N.) |
|
|
Zweden |
922 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Unie |
922 |
|
|
TAC |
478 000 |
|
|
(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. |
||
| Soort: Haring (1) Glupea harengus |
Gebied: IIIa (HER/03A-BC) |
|
|
Denemarken |
5 692 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
51 |
|
|
Zweden |
916 |
|
|
Unie |
6 659 |
|
|
TAC |
6 659 |
|
|
(1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. |
||
| Soort: Haring (1) Glupea harengus |
Gebied: IV, VIId en EU-wateren van IIa (HER/2A47DX) |
|
|
België |
71 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
13 787 |
|
|
Duitsland |
71 |
|
|
Frankrijk |
71 |
|
|
Nederland |
71 |
|
|
Zweden |
67 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
262 |
|
|
Unie |
14 400 |
|
|
TAC |
14 400 |
|
|
(1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. |
||
| Soort: Haring (1) Glupea harengus |
Gebied: IVc, VIId (2) (HER/4CXB7D) |
|
|
België |
9 285 (3) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
1 187 (3) |
|
|
Duitsland |
733 (3) |
|
|
Frankrijk |
13 035 (3) |
|
|
Nederland |
23 276 (3) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
5 064 (3) |
|
|
Unie |
52 580 |
|
|
TAC |
478 000 |
|
|
(1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. (2) Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51° 56′ NB, 1° 19,1′ OL) tot 51° 33′ NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk. (3) Bijzondere voorwaarde: tot 50% van dit quotum mag worden gevangen in IVb (HER/*04B.). |
||
| Soort: Haring Clupea harengus |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN (1) (HER/5B6ANB) |
|
|
Duitsland |
3 072 |
Analytische TAC |
|
Frankrijk |
581 |
|
|
Ierland |
4 151 |
|
|
Nederland |
3 072 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
16 604 |
|
|
Unie |
27 480 |
|
|
TAC |
27 480 |
|
|
(1) Bedoeld is het haringbestand in het deel van ICES-zone VIa ten oosten van 7° WL en ten noorden van 55° NB, of ten westen van 7° WL en ten noorden van 56° NB met uitzondering van de Clyde. |
||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: Skagerrak (COD/03AN.) |
|
|
België |
9 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
3 026 (1) |
|
|
Duitsland |
76 (1) |
|
|
Nederland |
19 (1) |
|
|
Zweden |
530 (1) |
|
|
Unie |
3 660 |
|
|
TAC |
3 783 |
|
|
(1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12% van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. |
||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (COD/2A3AX4) |
|||||
|
België |
782 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||
|
Denemarken |
4 495 (1) |
|||||
|
Duitsland |
2 850 (1) |
|||||
|
Frankrijk |
966 (1) |
|||||
|
Nederland |
2 540 (1) |
|||||
|
Zweden |
30 (1) |
|||||
|
Verenigd Koninkrijk |
10 311 (1) |
|||||
|
Unie |
21 974 |
|||||
|
Noorwegen |
4 501 (2) |
|||||
|
TAC |
26 475 |
|||||
|
(1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12% van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. (2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (COD/04-N.) |
|
|
Zweden |
382 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Unie |
382 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Bijvangsten van schelvis, witte schelvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. |
||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: VIId (COD/07D.) |
|
|
België |
66 (1) |
Analytische TAC |
|
Frankrijk |
1 295 (1) |
|
|
Nederland |
39 (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
143 (1) |
|
|
Unie |
1 543 |
|
|
TAC |
1 543 |
|
|
(1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12% van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. |
||
| Soort: Schar en bot Limanda limanda en Platichthys flesus |
Gebied: EU-wateren van IIa en IV (DAB/2AC4-C) voor schar; (FLE/2AC4-C) voor bot |
|
|
België |
503 |
Voorzorgs-TAC |
|
Denemarken |
1 888 |
|
|
Duitsland |
2 832 |
|
|
Frankrijk |
196 |
|
|
Nederland |
11 421 |
|
|
Zweden |
6 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
1 588 |
|
|
Unie |
18 434 |
|
|
TAC |
18 434 |
|
| Soort: Zeeduivels Lophiidae |
Gebied: EU-wateren van IIa en IV (ANF/2AC4-C) |
|
|
België |
308 (1) |
Analytische TAC |
|
Denemarken |
678 (1) |
|
|
Duitsland |
331 (1) |
|
|
Frankrijk |
63 (1) |
|
|
Nederland |
233 (1) |
|
|
Zweden |
8 (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
7 082 (1) |
|
|
Unie |
8 703 (1) |
|
|
TAC |
8 703 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: waarvan tot 5 % mag worden gevist in: VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (ANF/*56-14). |
||
| Soort: Zeeduivel Lophiidae |
Gebied: Noorse wateren van IV (ANG/04-N.) |
|
|
België |
45 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
1 152 |
|
|
Duitsland |
18 |
|
|
Nederland |
16 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
26 |
|
|
Unie |
1 500 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Schelvis Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: IIIa, EU-wateren van deelsectoren 22-32 (HAD/3A/BCD) |
|
|
België |
13 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
2 231 |
|
|
Duitsland |
142 |
|
|
Nederland |
3 |
|
|
Zweden |
264 |
|
|
Unie |
2 653 |
|
|
TAC |
2 770 |
|
| Soort: Schelvis Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: IV; EU waters van IIa (HAD/2AC4.) |
|||||
|
België |
257 |
Analytische TAC |
||||
|
Denemarken |
1 770 |
|||||
|
Duitsland |
1 126 |
|||||
|
Frankrijk |
1 963 |
|||||
|
Nederland |
193 |
|||||
|
Zweden |
178 |
|||||
|
Verenigd Koninkrijk |
29 194 |
|||||
|
Unie |
34 681 |
|||||
|
Noorwegen |
10 359 |
|||||
|
TAC |
45 040 |
|||||
|
Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||
| Soort: Schelvis Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HAD/04-N.) |
|
|
Zweden |
707 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Unie |
707 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Bijvangsten van kabeljauw, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. |
||
| Soort: Schelvis Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van VIb, XII en XIV (HAD/6B1214) |
|
|
België |
2 |
Analytische TAC |
|
Duitsland |
3 |
|
|
Frankrijk |
109 |
|
|
Ierland |
78 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
798 |
|
|
Unie |
990 |
|
|
TAC |
990 |
|
| Soort: Wijting Merlangius merlangus |
Gebied: IIIa (WHG/03A.) |
|
|
Denemarken |
929 |
Voorzorgs-TAC |
|
Nederland |
3 |
|
|
Zweden |
99 |
|
|
Unie |
1 031 |
|
|
TAC |
1 050 |
|
| Soort: Wijting Merlangius merlangus |
Gebied: IV; EU waters van IIa (WHG/2AC4.) |
|||||
|
België |
365 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||
|
Denemarken |
1 577 |
|||||
|
Duitsland |
410 |
|||||
|
Frankrijk |
2 370 |
|||||
|
Nederland |
912 |
|||||
|
Zweden |
3 |
|||||
|
Verenigd Koninkrijk |
11 402 |
|||||
|
Unie |
17 039 |
|||||
|
Noorwegen |
1 893 (1) |
|||||
|
TAC |
18 932 |
|||||
|
(1) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||
| Soort: Wijting en witte koolvis Merlangius merlangus en Pollachius pollachius |
Gebied: Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (WHG/04-N.) voor wijting; (POL/04-N.) voor witte koolvis |
|
|
Zweden |
190 (1) |
Voorzorgs-TAC. |
|
Unie |
190 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. |
||
| Soort: Blauwe wijting Micromesistius poutassou |
Gebied: Noorse wateren van II en IV (WHB/24-N.) |
|
|
Denemarken |
0 |
Analytische TAC |
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
643 000 |
|
| Soort: Blauwe wijting Micromesistius poutassou |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV (WHB/1X14) |
|
|
Denemarken |
17 715 (1) |
Analytische TAC |
|
Duitsland |
6 888 (1) |
|
|
Spanje |
||
|
Frankrijk |
12 328 (1) |
|
|
Ierland |
13 718 (1) |
|
|
Nederland |
21 601 (1) |
|
|
Portugal |
||
|
Zweden |
4 382 (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
22 987 (1) |
|
|
Unie |
116 032 (1) |
|
|
Noorwegen |
45 000 |
|
|
TAC |
643 000 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: waarvan tot 64% mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM1). (2) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gerapporteerd. |
||
| Soort: Blauwe wijting Micromesistius poutassou |
Gebied: VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (WHB/8C3411) |
|
|
Spanje |
13 213 |
Analytische TAC |
|
Portugal |
3 303 |
|
|
Unie |
16 516 (1) |
|
|
TAC |
643 000 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: waarvan tot 64% mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2). |
||
| Soort: Blauwe wijting Micromesistius poutassou |
Gebied: EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL (WHB/24A567) |
|
|
Noorwegen |
Analytische TAC |
|
|
TAC |
643 000 |
|
|
(1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten. (2) Bijzondere voorwaarde: in zone IV mag ten hoogste 24 852 ton worden gevangen, zijnde 25 % van het toegangsquotum van Noorwegen. |
||
| Soort: Tongschar en witje Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus |
Gebied: EU-wateren van IIa en IV (LEM/2AC4-C) voor tongschar; (WIT/2AC4-C) voor witje |
|
|
België |
346 |
Voorzorgs-TAC |
|
Denemarken |
953 |
|
|
Duitsland |
122 |
|
|
Frankrijk |
261 |
|
|
Nederland |
793 |
|
|
Zweden |
11 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
3 905 |
|
|
Unie |
6 391 |
|
|
TAC |
6 391 |
|
| Soort: Blauwe leng Molva dypterygia |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI, VII, (BLI/5B67-) |
|
|
Duitsland |
25 |
Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. |
|
Estland |
4 |
|
|
Spanje |
79 |
|
|
Frankrijk |
1 806 |
|
|
Ierland |
7 |
|
|
Litouwen |
2 |
|
|
Polen |
1 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
459 |
|
|
Andere |
7 (1) |
|
|
Unie |
2 390 |
|
|
Noorwegen |
150 (2) |
|
|
TAC |
2 540 |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (BLI/*24X7C). |
||
| Soort: Leng Molva molva |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van I en II (LIN/1/2.) |
|
|
Denemarken |
8 |
Analytische TAC |
|
Duitsland |
8 |
|
|
Frankrijk |
8 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
8 |
|
|
Andere |
4 (1) |
|
|
Unie |
36 |
|
|
TAC |
36 |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Leng Molva molva |
Gebied: EU-wateren van IV (LIN/04-C.) |
|
|
België |
16 |
Analytische TAC |
|
Denemarken |
243 |
|
|
Duitsland |
150 |
|
|
Frankrijk |
135 |
|
|
Nederland |
5 |
|
|
Zweden |
10 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
1 869 |
|
|
Unie |
2 428 |
|
|
TAC |
2 428 |
|
| Soort: Leng Molva molva |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van V (LIN/05.) |
|
|
België |
9 |
Voorzorgs-TAC |
|
Denemarken |
6 |
|
|
Duitsland |
6 |
|
|
Frankrijk |
6 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
6 |
|
|
Unie |
33 |
|
|
TAC |
33 |
|
| Soort: Leng Molva molva |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV (LIN/6X14.) |
|
|
België |
30 |
Analytische TAC Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. |
|
Denemarken |
5 |
|
|
Duitsland |
109 |
|
|
Spanje |
2 211 |
|
|
Frankrijk |
2 357 |
|
|
Ierland |
591 |
|
|
Portugal |
5 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
2 716 |
|
|
Unie |
8 024 |
|
|
Noorwegen |
||
|
TAC |
14 164 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25% per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI en VII mogen niet meer bedragen dan 3 000 ton (OTH/*6X14.). (2) Inclusief lom. De quota voor Noorwegen zijn 6 140 ton leng en 2 923 ton lom en mogen tot 2 000 ton onderling gewisseld worden; de betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen. |
||
| Soort: Leng Molva molva |
Gebied: Noorse wateren van IV (LIN/04-N.) |
|
|
België |
7 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
831 |
|
|
Duitsland |
23 |
|
|
Frankrijk |
9 |
|
|
Nederland |
1 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
74 |
|
|
Unie |
945 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Langoustine Nephrops norvegicus |
Gebied: IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32 (NEP/3A/BCD) |
|
|
Denemarken |
3 822 |
Analytische TAC |
|
Duitsland |
11 |
|
|
Zweden |
1 367 |
|
|
Unie |
5 200 |
|
|
TAC |
5 200 |
|
| Soort: Langoustine Nephrops norvegicus |
Gebied: Noorse wateren van IV (NEP/04-N.) |
|
|
Denemarken |
947 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
53 |
|
|
Unie |
1 000 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: IIIa (PRA/03A.) |
|
|
Denemarken |
2 308 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Zweden |
1 243 |
|
|
Unie |
3 551 |
|
|
TAC |
6 650 |
|
| Soort: Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: EU-wateren van IIa en IV (PRA/2AC4-C) |
|
|
Denemarken |
2 273 |
Analytische TAC |
|
Nederland |
21 |
|
|
Zweden |
91 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
673 |
|
|
Unie |
3 058 |
|
|
TAC |
3 058 |
|
| Soort: Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (PRA/04-N.) |
|
|
Denemarken |
357 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Zweden |
123 (1) |
|
|
Unie |
480 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. |
||
| Soort: Schol Pleuronectes platessa |
Gebied: Skagerrak (PLE/03AN.) |
|
|
België |
55 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
7 117 |
|
|
Duitsland |
37 |
|
|
Nederland |
1 369 |
|
|
Zweden |
381 |
|
|
Unie |
8 959 |
|
|
TAC |
9 142 |
|
| Soort: Schol Pleuronectes platessa |
Gebied: Kattegat (PLE/03AS.) |
|
|
Denemarken |
1 602 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
18 |
|
|
Zweden |
180 |
|
|
Unie |
1 800 |
|
|
TAC |
1 800 |
|
| Soort: Schol Pleuronectes platessa |
Gebied: IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (PLE/2A3AX4) |
|||||
|
België |
5 614 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||
|
Denemarken |
18 245 |
|||||
|
Duitsland |
5 263 |
|||||
|
Frankrijk |
1 053 |
|||||
|
Nederland |
35 086 |
|||||
|
Verenigd Koninkrijk |
25 964 |
|||||
|
Unie |
91 225 |
|||||
|
Noorwegen |
5 845 |
|||||
|
TAC |
97 070 |
|||||
|
Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||
| Soort: Koolvis Pollachius virens |
Gebied: IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (POK/2A34.) |
|
|
België |
32 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Denemarken |
3 757 |
|
|
Duitsland |
9 487 |
|
|
Frankrijk |
22 326 |
|
|
Nederland |
95 |
|
|
Zweden |
516 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
7 273 |
|
|
Unie |
43 486 |
|
|
Noorwegen |
47 734 (1) |
|
|
TAC |
91 220 |
|
|
(1) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV en in IIIa worden gevangen (POK/*3A4-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. |
||
| Soort: Koolvis Pollachius virens |
Gebied: VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb, XII en XIV (POK/56-14) |
|
|
Duitsland |
484 |
Analytische TAC |
|
Frankrijk |
4 805 |
|
|
Ierland |
421 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
3 254 |
|
|
Unie |
8 964 |
|
|
Noorwegen |
500 (1) |
|
|
TAC |
9 464 |
|
|
(1) Te vangen ten noorden van 56° 30′ NB (POK/*5614N). |
||
| Soort: Koolvis Pollachius virens |
Gebied: Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (POK/04-N.) |
|
|
Zweden |
880 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Unie |
880 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. |
||
| Soort: Tarbot en griet Psetta maxima en Scopthalmus rhombus |
Gebied: EU-wateren van IIa en IV (TUR/2AC4-C) voor tarbot; (BLL/2AC4-C) voor griet |
|
|
België |
340 |
Voorzorgs-TAC |
|
Denemarken |
727 |
|
|
Duitsland |
186 |
|
|
Frankrijk |
88 |
|
|
Nederland |
2 579 |
|
|
Zweden |
5 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
717 |
|
|
Unie |
4 642 |
|
|
TAC |
4 642 |
|
| Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI (GHL/2A-C46) |
|
|
Denemarken |
13 |
Analytische TAC |
|
Duitsland |
23 |
|
|
Estland |
13 |
|
|
Spanje |
13 |
|
|
Frankrijk |
218 |
|
|
Ierland |
13 |
|
|
Litouwen |
13 |
|
|
Polen |
13 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
857 |
|
|
Unie |
1 176 |
|
|
Noorwegen |
824 (1) |
|
|
TAC |
2 000 |
|
|
(1) Te vangen in EU-wateren van IIa en VI. In VI mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen (GHL/*2A6-C). |
||
| Soort: Makreel Scomber scombrus |
Gebied: IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 (MAC/2A34.) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
België |
440 (3) |
Analytische TAC |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Denemarken |
15 072 (3) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Duitsland |
459 (3) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Frankrijk |
1 387 (3) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Nederland |
1 396 (3) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zweden |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
1 293 (3) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Unie |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Noorwegen |
141 809 (4) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TAC |
Niet relevant |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1) Bijzondere voorwaarde: waarvan 242 ton te vangen in Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (MAC/*04N-). (2) Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (3) Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen (MAC/*4AN.). (4) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel (toegangsquotum). Dit quotum omvat het Noorse aandeel in de Noordzee-TAC van 39 599 ton. Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen (MAC/*04A.), behalve 3 000 ton die mag worden gevangen in IIIa (MAC/*03A.). Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Soort: Makreel Scomber scombrus |
Gebied: VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU- en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV (MAC/2CX14-) |
||||||||||||||||||||||
|
Duitsland |
17 326 |
Analytische TAC |
|||||||||||||||||||||
|
Spanje |
18 |
||||||||||||||||||||||
|
Estland |
144 |
||||||||||||||||||||||
|
Frankrijk |
11 552 |
||||||||||||||||||||||
|
Ierland |
57 753 |
||||||||||||||||||||||
|
Letland |
106 |
||||||||||||||||||||||
|
Litouwen |
106 |
||||||||||||||||||||||
|
Nederland |
25 267 |
||||||||||||||||||||||
|
Polen |
1 220 |
||||||||||||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
158 825 |
||||||||||||||||||||||
|
Unie |
272 317 |
||||||||||||||||||||||
|
Noorwegen |
|||||||||||||||||||||||
|
TAC |
Niet relevant |
||||||||||||||||||||||
|
(1) Mag worden gevangen in IIa, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh (MAC/*AX7H). (2) Noorwegen mag 28 362 ton extra aan toegangsquotum vangen ten noorden van 56° 30′ NB; deze hoeveelheid wordt in mindering gebracht op de vangstbeperking van Noorwegen (MAC/*N6530). Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden en perioden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
|||||||||||||||||||||||
| Soort: Makreel Scomber scombrus |
Gebied: VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 (MAC/8C3411) |
|||||||||
|
Spanje |
25 682 (1) |
Analytische TAC |
||||||||
|
Frankrijk |
170 (1) |
|||||||||
|
Portugal |
5 308 (1) |
|||||||||
|
Unie |
31 160 |
|||||||||
|
TAC |
Niet relevant |
|||||||||
|
(1) Bijzondere voorwaarde: de hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD.). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25% van de quota van de donorlidstaat bedragen. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||
| Soort: Makreel Scomber scombrus |
Gebied: Noorse wateren van IIa en IVa (MAC/2A4A-N) |
|
|
Denemarken |
10 694 (1) |
Analytische TAC |
|
Unie |
10 694 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Vangsten in IIa (MAC/*02A.) en in IVa (MAC/*4A.) worden afzonderlijk gerapporteerd. |
||
| Soort: Tong Solea solea |
Gebied: EU-wateren van II en IV (SOL/24-C.) |
|
|
België |
1 164 |
Analytische TAC |
|
Denemarken |
532 |
|
|
Duitsland |
931 |
|
|
Frankrijk |
233 |
|
|
Nederland |
10 511 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
599 |
|
|
Unie |
13 970 |
|
|
Noorwegen |
30 (1) |
|
|
TAC |
14 000 |
|
|
(1) Mag uitsluitend worden gevangen in EU-wateren van IV (SOL/*04-C.). |
||
| Soort: Sprot en bijvangsten Sprattus sprattus |
Gebied: IIIa (SPR/03A.) |
|
|
Denemarken |
27 875 (1) |
Voorzorgs-TAC |
|
Duitsland |
58 (1) |
|
|
Zweden |
10 547 (1) |
|
|
Unie |
38 480 |
|
|
TAC |
41 600 |
|
|
(1) Ten minste 95% van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar, wijting en schelvis worden in mindering gebracht op de resterende 5% van het quotum (OTH/*03A.). |
||
| Soort: Sprot en bijvangsten Sprattus sprattus |
Gebied: EU wateren van IIa en IV (SPR/2AC4-C) |
|
|
België |
1 737 (2) |
|
|
Denemarken |
137 489 (2) |
|
|
Duitsland |
1 737 (2) |
|
|
Frankrijk |
1 737 (2) |
|
|
Nederland |
1 737 (2) |
|
|
Zweden |
||
|
Verenigd Koninkrijk |
5 733 (2) |
|
|
Unie |
151 500 |
|
|
Noorwegen |
10 000 |
|
|
TAC |
161 500 |
|
|
(1) Inclusie zandspiering. (2) Ten minste 98% van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar, wijting en schelvis worden in mindering gebracht op de resterende 2% van het quotum (OTH/*03A.). |
||
| Soort: Horsmakreel en bijvangsten Trachurus spp. |
Gebied: EU-wateren van IVb, IVc and VIId (JAX/4BC7D) |
|
|
België |
38 (3) |
Voorzorgs-TAC |
|
Denemarken |
16 367 (3) |
|
|
Duitsland |
||
|
Spanje |
304 (3) |
|
|
Frankrijk |
||
|
Ierland |
1 029 (3) |
|
|
Nederland |
||
|
Portugal |
35 (3) |
|
|
Zweden |
75 (3) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
||
|
Unie |
34 400 |
|
|
Noorwegen |
3 550 (2) |
|
|
TAC |
37 950 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: tot 5% van wat voor dit quotum in sector VIId wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor het gebied: EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU- en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/*2A-14). (2) Mag uitsluitend worden gevangen in EU-wateren van IV (JAX/*04-C.). (3) Ten minste 95% van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5% van het quotum (OTH/*4BC7D). |
||
| Soort: Horsmakreel en bijvangsten Trachurus spp. |
Gebied: EU-wateren van IIa, IVa; VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/2A-14) |
|
|
Denemarken |
Analytische TAC |
|
|
Duitsland |
||
|
Spanje |
16 711 (3) |
|
|
Frankrijk |
||
|
Ierland |
||
|
Nederland |
||
|
Portugal |
1 610 (3) |
|
|
Zweden |
||
|
Verenigd Koninkrijk |
||
|
Unie |
157 989 |
|
|
TAC |
157 989 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: tot 5% van wat voor dit quotum vóór 30 juni 2013 in de EU-wateren van IIa of IVa wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId (JAX/*4BC7D). (2) Bijzondere voorwaarde: tot 5% van dit quotum mag worden gevangen in VIId (JAX/*07D.). (3) Ten minste 95% van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5% van het quotum (OTH/*2A-14). |
||
| Soort: Kever en bijvangsten Trisopterus esmarki |
Gebied: IIIa; EU-wateren van IIa en IV (NOP/2A3A4.) |
|
|
Denemarken |
167 345 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
||
|
Nederland |
||
|
Unie |
167 500 (1) |
|
|
Noorwegen |
20 000 |
|
|
TAC |
187 500 |
|
|
(1) Ten minste 95% van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit kever bestaan. Bijvangsten van schelvis en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 5% van het quotum (OT2/*2A3A4). (2) Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van ICES-zones IIa, IIIa en IV. |
||
| Soort: Kever Trisopterus esmarkii |
Gebied: Noorse wateren van IV (NOP/04-N.) |
|
|
Denemarken |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Verenigd Koninkrijk |
0 (1) |
|
|
Unie |
0 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Voorlopig quotum overeenkomstig artikel 1, lid 3. |
||
|
Soort: Industriële vis |
Gebied: Noorse wateren van IV (I/F/04-N.) |
|
|
Zweden |
Voorzorgs-TAC |
|
|
Unie |
800 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (2) Bijzondere voorwaarde: waarvan tot 400 ton mag bestaan uit horsmakreel (JAX/*04-N.). |
||
|
Soort: Andere soorten |
Gebied: EU-wateren van Vb, VI en VII (OTH/5B67-C) |
|
|
Unie |
Niet relevant |
Voorzorgs-TAC |
|
Noorwegen |
140 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Uitsluitend gevangen met beuglijnen. |
||
|
Soort: Andere soorten |
Gebied: Noorse wateren van IV (OTH/04-N.) |
|
|
België |
35 |
Voorzorgs-TAC |
|
Denemarken |
3 250 |
|
|
Duitsland |
366 |
|
|
Frankrijk |
151 |
|
|
Nederland |
260 |
|
|
Zweden |
Niet relevant (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
2 438 |
|
|
Unie |
6 500 (2) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten". (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg. |
||
|
Soort: Andere soorten |
Gebied: EU-wateren van IIa, IV en VIa ten noorden van 56° 30′ NB (OTH/2A46AN) |
|
|
Unie |
Niet relevant |
Voorzorgs-TAC |
|
Noorwegen |
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Beperkt tot IIa en IV (OTH/*2A4-C). (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg. |
||
BIJLAGE IB
NOORDOOSTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN EN GROENLAND ICES-DEELGEBIEDEN I, II, V, XII EN XIV EN GROENLANDSE WATEREN VAN NAFO 1
| Soort: Pacifische sneeuwkrabben Chionoecetes spp. |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1 (PCR/N1GRN.) |
|
|
Ierland |
31 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Spanje |
219 |
|
|
Unie |
250 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Haring Clupea harengus |
Gebied: EU-, Noorse en internationale wateren van I en II (HER/1/2-) |
|
|
België |
14 (1) |
Analytische TAC |
|
Denemarken |
13 806 (1) |
|
|
Duitsland |
2 418 (1) |
|
|
Spanje |
46 (1) |
|
|
Frankrijk |
596 (1) |
|
|
Ierland |
3 574 (1) |
|
|
Nederland |
4 941 (1) |
|
|
Polen |
699 (1) |
|
|
Portugal |
46 (1) |
|
|
Finland |
214 (1) |
|
|
Zweden |
5 116 (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
8 827 (1) |
|
|
Unie |
40 297 (1) |
|
|
Noorwegen |
34 695 (2) |
|
|
TAC |
619 000 |
|
|
(1) Bij het rapporteren van vangsten aan de Commissie worden tevens de in elk van de volgende gebieden gevangen hoeveelheden gerapporteerd: het gereglementeerde gebied van de NEAFC, de EU-wateren, de wateren van de Faeröer, de Noorse wateren, de visserijzone rond Jan Mayen, de visserijbeschermingszone rond Svalbard. (2) Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het TAC-aandeel van Noorwegen (toegangsquotum). Dit quotum mag worden gevangen in EU-wateren ten noorden van 62° NB. Bijzondere voorwaarde: Binnen de limieten van het bovenstaande TAC-aandeel van de Unie mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan 34 695 ton: Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen (HER/*2AJMN) |
||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: Noorse wateren van I en II (COD/1N2AB.) |
|
|
Duitsland |
2 413 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Griekenland |
299 |
|
|
Spanje |
2 691 |
|
|
Ierland |
299 |
|
|
Frankrijk |
2 215 |
|
|
Portugal |
2 691 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
9 363 |
|
|
Unie |
19 971 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1 en van XIV (COD/N1GL14) |
|||||||||||||||
|
Duitsland |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
||||||||||||||||
|
Unie |
||||||||||||||||
|
Noorwegen |
500 |
|||||||||||||||
|
TAC |
Niet relevant |
|||||||||||||||
|
(1)
Het gebied in Oost-Groenland genaamd de „Kleine Banke” is gesloten voor alle visserijen. Dit gebied wordt begrensd door de volgende coördinaten: 64° 40′ NB, 37° 30′ WL 64° 40′ NB, 36° 30′ WL 64° 15′ NB, 36° 30′ WL, en 64° 15′ NB, 37° 30′ WL Mag in Oost- of West-Groenland worden gevangen. In Oost-Groenland is de visserij uitsluitend toegestaan: — voor trawlers, van 1 juli tot en met 31 december 2013; — voor vaartuigen voor de beugvisserij, van 1 april tot en met 31 december 2013. De visserij wordt uitgevoerd onder volledig toezicht van waarnemers en met satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS). Maximaal 80% van het quotum mag in één van de onderstaande gebieden worden gevangen. Bovendien moet in elk gebied een minimuminspanning van 10 trekken per vaartuig worden verricht.
|
||||||||||||||||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: I en IIb (COD/1/2B.) |
|
|
Duitsland |
7 739 (3) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Spanje |
14 329 (3) |
|
|
Frankrijk |
3 758 (3) |
|
|
Polen |
3 057 (3) |
|
|
Portugal |
2 816 (3) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
5 223 (3) |
|
|
Andere lidstaten |
||
|
Unie |
37 172 (2) |
|
|
TAC |
986 000 |
|
|
(1) Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. (2) De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland en de bijvangsten van schelvis laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet. (3) Bijvangsten van schelvis mogen per trek tot 15% vertegenwoordigen. De totale hoeveelheid schelvis in bijvangst komt bovenop het quotum voor kabeljauw. |
||
| Soort: Kabeljauw en schelvis Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb (COD/05B-F.) voor kabeljauw; (HAD/05B-F.) voor schelvis |
|
|
Duitsland |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Heilbot Hippoglossus hippoglossus |
Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV (HAL/514GRN) |
|
|
Portugal |
125 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Unie |
125 |
|
|
Noorwegen |
75 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Te vangen met beuglijnen (HAL/*514GN). |
||
| Soort: Heilbot Hippoglossus hippoglossus |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1 (HAL/N1GRN.) |
|
|
Unie |
125 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Noorwegen |
75 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Te vangen met beuglijnen (HAL/*N1GN). |
||
| Soort: Grenadiervissen Macrourus spp. |
Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514GRN) |
|
|
Unie |
140 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
Niet relevant (2) |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514GRN) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. (2) Aan Noorwegen wordt een hoeveelheid van in totaal 120 ton toegewezen, die hetzij in dit TAC-gebied, hetzij in Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/514N1G) mag worden gevangen. Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. |
||
| Soort: Grenadiervissen Macrourus spp. |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/N1GRN.) |
|
|
Unie |
140 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
Niet relevant (2) |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/N1GRN.) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/N1GRN.) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. (2) Aan Noorwegen wordt een hoeveelheid van in totaal 120 ton toegewezen, die hetzij in dit TAC-gebied, hetzij in Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514N1G) mag worden gevangen. Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. |
||
| Soort: Lodde Mallotus villosus |
Gebied: IIb (CAP/02B.) |
|
|
Unie |
0 |
Analytische TAC |
|
TAC |
0 |
|
| Soort: Lodde Mallotus villosus |
Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV (CAP/514GRN) |
|
|
Denemarken |
4 909 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Verenigd Koninkrijk |
46 |
|
|
Zweden |
352 |
|
|
Duitsland |
214 |
|
|
Alle lidstaten |
||
|
Unie |
5 775 (3) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Met uitzondering van lidstaten met meer dan 10% van het quotum van de Unie. (2) Lidstaten waaraan een quotum is toegewezen, mogen pas gebruik maken van het quotum voor "alle lidstaten" wanneer hun eigen quotum is opgebruikt. (3) Te vangen van 1 januari 2013 tot en met 30 april 2013. Indien uiterlijk op 15 april 2013 een vangstniveau van 70% van dit initiële quotum van de Unie is bereikt, wordt het quotum van de Unie automatisch verhoogd met een extra hoeveelheid van 5 775 ton, die binnen dezelfde periode moet worden gevangen. Dat bijkomende quotum van de Unie wordt geacht te worden toegewezen volgens dezelfde verdeelsleutel. |
||
| Soort: Schelvis Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: Noorse wateren van I en II (HAD/1N2AB.) |
|
|
Duitsland |
317 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
191 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
973 |
|
|
Unie |
1 481 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Blauwe wijting Micromesistius poutassou |
Gebied: Wateren van de Faeröer (WHB/2A4AXF) |
|
|
Denemarken |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
0 |
|
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Nederland |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) TAC vastgesteld volgens het tussen de Unie, de Faeröer, Noorwegen en IJsland gevoerde overleg. |
||
| Soort: Leng en blauwe leng Molva molva en Molva dypterygia |
Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb (LIN/05B-F.) voor leng; (BLI/05B-F.) voor blauwe leng |
|
|
Duitsland |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV (PRA/514GRN) |
|
|
Denemarken |
2 400 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
2 400 |
|
|
Unie |
4 800 |
|
|
Noorwegen |
2 700 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1 (PRA/N1GRN.) |
|
|
Denemarken |
1 700 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
1 700 |
|
|
Unie |
3 400 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Koolvis Pollachius virens |
Gebied: Noorse wateren van I en II (POK/1N2AB.) |
|
|
Duitsland |
2 040 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
328 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
182 |
|
|
Unie |
2 550 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Koolvis Pollachius virens |
Gebied: Internationale wateren van I en II (POK/1/2INT) |
|
|
Unie |
0 |
Analytische TAC |
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Koolvis Pollachius virens |
Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb (POK/05B-F.) |
|
|
België |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
0 |
|
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Nederland |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: Noorse wateren van I en II (GHL/1N2AB.) |
|
|
Duitsland |
25 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Verenigd Koninkrijk |
25 (1) |
|
|
Unie |
50 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: Internationale wateren van I en II (GHL/1/2INT) |
|
|
Unie |
0 |
Voorzorgs-TAC |
|
TAC |
Niet relevant |
|
| Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1 (GHL/N1GRN.) |
|
|
Duitsland |
2 075 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Unie |
2 075 (1) |
|
|
Noorwegen |
575 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Moet worden gevangen ten zuiden van 68° NB. |
||
| Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV (GHL/514GRN) |
|
|
Duitsland |
3 695 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Verenigd Koninkrijk |
195 |
|
|
Unie |
3 890 (1) |
|
|
Noorwegen |
575 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Mag met niet meer dan zes vaartuigen tegelijkertijd worden bevist. |
||
| Soort: Roodbaarzen (ondiep pelagisch) Sebastes spp. |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV (RED/51214S) |
|
|
Estland |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
0 |
|
|
Spanje |
0 |
|
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Ierland |
0 |
|
|
Letland |
0 |
|
|
Nederland |
0 |
|
|
Polen |
0 |
|
|
Portugal |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
0 |
|
| Soort: Roodbaarzen (diep pelagisch) Sebastes spp. |
Gebied: EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV (RED/51214D) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Estland |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Duitsland |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Spanje |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Frankrijk |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ierland |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Letland |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Nederland |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Polen |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Portugal |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Unie |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TAC |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1)
Mag alleen worden gevangen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten:
(2) Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 9 mei 2013. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: Noorse wateren van I en II (RED/1N2AB.) |
|
|
Duitsland |
766 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Spanje |
95 (1) |
|
|
Frankrijk |
84 (1) |
|
|
Portugal |
405 (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
150 (1) |
|
|
Unie |
1 500 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: Internationale wateren van I en II (RED/1/2INT) |
|
|
Unie |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
TAC |
19 500 |
|
|
(1) Er mag enkel worden gevist in de periode van 1 juli tot en met 31 december 2013. De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen bij de NEAFC. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de datum waarop het NEAFC-secretariaat de verdragsluitende partijen van de NEAFC heeft meegedeeld dat de TAC volledig is opgebruikt. Vanaf die datum verbieden de lidstaten het gericht vissen op roodbaarzen door vaartuigen die hun vlag voeren. (2) De vaartuigen beperken hun bijvangsten van roodbaarzen in andere visserijtakken tot maximaal 1 % van de totale aan boord gehouden vangst. |
||
| Soort: Roodbaarzen (pelagisch) Sebastes spp. |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV (RED/N1G14P) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Duitsland |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Frankrijk |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Unie |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Noorwegen |
800 (3) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
TAC |
Niet relevant |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1) Mag alleen met trawls worden gevangen. (2)Bijzondere voorwaarde: de quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden bevist mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gerapporteerd (RED/*5 14P). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2013 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten („NEAFC-vak”):
(3) Te bevissen in het in voetnoot 2 omschreven NEAFC-vak (RED/*5-14N). |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Soort: Roodbaarzen (demersaal) Sebastes spp. |
Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV (RED/N1G14D) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Duitsland |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Frankrijk |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Unie |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TAC |
Niet relevant |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1) Mag alleen met pelagische trawls worden gevangen. (2)Bijzondere voorwaarde: De quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevangen mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gemeld (RED/*5-14D). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2013 in diep pelagisch water op roodbaarzen worden gevist, en alleen binnen het gebied met de onderstaande coördinaten ("NEAFC-vak"):
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: IJslandse wateren van Va (RED/05A-IS) |
|
|
België |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Duitsland |
||
|
Frankrijk |
||
|
Verenigd Koninkrijk |
||
|
Unie |
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Inclusief onvermijdelijke bijvangst (bijvangst van kabeljauw niet toegestaan). (2) Mag alleen tussen juli en december 2013 worden gevangen. |
||
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb (RED/05B-F.) |
|
|
België |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
0 |
|
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Soort: Andere soorten |
Gebied: Noorse wateren van I en II (OTH/1N2AB.) |
|
|
Duitsland |
117 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
47 (1) |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
186 (1) |
|
|
Unie |
350 (1) |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
|
Soort: Andere soorten (1) |
Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb (OTH/05B-F.) |
|
|
Duitsland |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
(1) Exclusief soorten zonder handelswaarde. |
||
| Soort: Platvissen Pleuronectiformes |
Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb (FLX/05B-F.) |
|
|
Duitsland |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
0 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
Unie |
0 |
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
BIJLAGE IC
NOORDWESTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN
NAFO-VERDRAGSGEBIED
Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn vastgesteld in het kader van de NAFO.
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: NAFO 2J3KL (COD/N2J3KL) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 (2) vastgestelde beperkingen. (2) Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (PB L 318 van 5.12.2007, blz. 1). |
||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: NAFO 3NO (COD/N3NO.) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen, met een maximum van 1 000 kg of van 4 % indien dat meer is. |
||
| Soort: Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: NAFO 3M (COD/N3M.) |
|
|
Estland |
157 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
657 |
|
|
Letland |
157 |
|
|
Litouwen |
157 |
|
|
Polen |
536 |
|
|
Spanje |
2 019 |
|
|
Frankrijk |
282 |
|
|
Portugal |
2 769 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
1 315 |
|
|
Unie |
8 049 |
|
|
TAC |
14 113 |
|
| Soort: Witje Glyptocephalus cynoglossus |
Gebied: NAFO 2J3KL (WIT/N2J3KL) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
||
| Soort: Witje Glyptocephalus cynoglossus |
Gebied: NAFO 3NO (WIT/N3NO.) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
||
| Soort: Lange schar Hippoglossoides platessoides |
Gebied: NAFO 3M (PLA/N3M.) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
||
| Soort: Lange schar Hippoglossoides platessoides |
Gebied: NAFO 3LNO (PLA/N3LNO.) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
||
| Soort: Kortvinpijlinktvis Illex illecebrosus |
Gebied: NAFO-deelgebieden 3 en 4 (SQI/N34.) |
|
|
Estland |
128 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Letland |
128 (1) |
|
|
Litouwen |
128 (1) |
|
|
Polen |
227 (1) |
|
|
Unie |
||
|
TAC |
34 000 |
|
|
(1) Te vangen tussen 1 juli en 31 december 2013. (2) Aandeel van de Unie niet nader bepaald. Canada en de lidstaten van de Unie met uitzondering van Estland, Letland, Litouwen en Polen, kunnen samen beschikken over 29 458 ton. |
||
| Soort: Geelstaartschar Limanda ferruginea |
Gebied: NAFO 3LNO (YEL/N3LNO.) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
17 000 |
|
|
(1) Ondanks het feit dat de Unie toegang heeft tot een gedeeld quotum van 85 ton, is besloten dit quotum terug te brengen tot 0. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
||
| Soort: Lodde Mallotus villosus |
Gebied: NAFO 3NO (CAP/N3NO.) |
|
|
Unie |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
||
| Soort: Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: NAFO 3L (1) (PRA/N3L.) |
||||||||||||||||
|
Estland |
96 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||||||||||||
|
Letland |
96 |
||||||||||||||||
|
Litouwen |
96 |
||||||||||||||||
|
Polen |
96 |
||||||||||||||||
|
Spanje |
76 |
||||||||||||||||
|
Portugal |
20 |
||||||||||||||||
|
Unie |
480 |
||||||||||||||||
|
TAC |
8 600 |
||||||||||||||||
|
(1)
Met uitzondering van het vak dat wordt begrensd door de volgende coördinaten:
|
|||||||||||||||||
| Soort: Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: NAFO 3M (1) (PRA/*N3M.) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TAC |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1)
De vaartuigen mogen ook op dit bestand vissen in sector 3L, in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd:
Niet relevant. Visserijbeheer door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken lidstaten geven vismachtigingen af voor hun vaartuigen die deze visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen in kennis van deze afgifte overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009.
(3) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: NAFO 3LMNO (GHL/N3LMNO) |
|
|
Estland |
312 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
318 |
|
|
Letland |
44 |
|
|
Litouwen |
22 |
|
|
Spanje |
4 262 |
|
|
Portugal |
1 782 |
|
|
Unie |
6 738 |
|
|
TAC |
11 493 |
|
| Soort: Roggen Rajidae |
Gebied: NAFO 3LNO (SKA/N3LNO.) |
|
|
Spanje |
3 403 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Portugal |
660 |
|
|
Estland |
283 |
|
|
Litouwen |
62 |
|
|
Unie |
4 408 |
|
|
TAC |
7 000 |
|
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: NAFO 3LN (RED/N3LN.) |
|
|
Estland |
322 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
219 |
|
|
Letland |
322 |
|
|
Litouwen |
322 |
|
|
Unie |
1 185 |
|
|
TAC |
6 500 |
|
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: NAFO 3M (RED/N3M.) |
|
|
Estland |
1 571 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Duitsland |
513 (1) |
|
|
Spanje |
233 (1) |
|
|
Letland |
1 571 (1) |
|
|
Litouwen |
1 571 (1) |
|
|
Portugal |
2 354 (1) |
|
|
Unie |
7 813 (1) |
|
|
TAC |
6 500 (1) |
|
|
(1) Voor dit quotum geldt dat de voor dit bestand voor alle NAFO-partijen vastgestelde TAC van 6 000 ton moet worden gerespecteerd; er mag niet meer dan 3 250 ton worden gevist vóór 1 juli 2013. Wanneer deze TAC is opgebruikt of de tussentijdse hoeveelheid van 3 250 ton is opgebruikt, wordt de gerichte visserij op het bestand stopgezet, ongeacht het niveau van de vangsten. |
||
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: NAFO 3O (RED/N3O.) |
|
|
Spanje |
1 771 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Portugal |
5 229 (1) |
|
|
Unie |
7 000 (1) |
|
|
TAC |
20 000 (1) |
|
| Soort: Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: NAFO-deelgebied 2, sectoren IF en 3K (RED/N1F3K.) |
|
|
Letland |
0 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Litouwen |
0 (1) |
|
|
Unie |
0 (1) |
|
|
TAC |
0 (1) |
|
|
(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. |
||
| Soort: Witte heek Urophycis tenuis |
Gebied: NAFO 3NO (HKW/N3NO.) |
|
|
Spanje |
255 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Portugal |
333 |
|
|
Unie |
588 |
|
|
TAC |
1 000 |
|
BIJLAGE ID
OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE SOORTEN – ALLE GEBIEDEN
Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals de ICCAT.
| Soort: Blauwvintonijn Thunnus thynnus |
Gebied: Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee (BFT/AE45WM) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Cyprus |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Griekenland |
129,07 (7) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Spanje |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Frankrijk |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Italië |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kroatië |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Malta |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Portugal |
235,50 (7) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Overige lidstaten |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Unie |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TAC |
13 400 |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1) Met uitzondering van Cyprus, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Malta en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. (2)Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 1, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8301):
Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht van ten minste 6,4 kg en een lengte van ten minste 70 cm van de in bijlage IV, punt 1, (BFT/*641) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld:
Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 2, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8302):
Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 3, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*643):
Bijzondere voorwaarden: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 3, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8303F):
(7) In afwijking van artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 302/2009 is het in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee van 26 mei tot en met 24 juni 2013 toegestaan om met ringzegenvaartuigen op blauwvintonijn te vissen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Soort: Zwaardvis Xiphias gladius |
Gebied: Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N) |
|
|
Spanje |
6 949 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Portugal |
1 263 (1) |
|
|
Andere lidstaten |
||
|
Unie |
8 347,5 |
|
|
TAC |
13 700 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: tot 2,39% van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AS05N). (2) Met uitzondering van Spanje en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. |
||
| Soort: Zwaardvis Xiphias gladius |
Gebied: Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (SWO/AS05N) |
|
|
Spanje |
4 818,18 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Portugal |
361,82 (1) |
|
|
Unie |
5 180 |
|
|
TAC |
15 000 |
|
|
(1) Bijzondere voorwaarde: tot 3,86 % van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AN05N). |
||
| Soort: Witte tonijn in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan Thunnus alalunga |
Gebied: Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (ALB/AN05N) |
|||||||||||||
|
Ierland |
2 371,17 (3) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||||||||||
|
Spanje |
17 096,8 (3) |
|||||||||||||
|
Frankrijk |
5 393,31 (3) |
|||||||||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
195,2 (3) |
|||||||||||||
|
Portugal |
1 882,65 (3) |
|||||||||||||
|
Unie |
26 939,13 (1) |
|||||||||||||
|
TAC |
28 000 |
|||||||||||||
|
(1) Het aantal EU-vissersvaartuigen dat op Noord-Atlantische witte tonijn als doelsoort vist, wordt overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 (2) vastgesteld op 1 253 . (2) Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3). (3)Het maximumaantal vaartuigen dat de vlag van een lidstaat voert en gericht op Noord-Atlantische witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 als volgt over de lidstaten verdeeld:
|
||||||||||||||
| Soort: Witte tonijn in het zuidelijk deel van de Atlantische Oceaan Thunnus alalunga |
Gebied: Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (ALB/AS05N) |
|
|
Spanje |
759,20 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
249,50 |
|
|
Portugal |
531,30 |
|
|
Unie |
1 540,00 |
|
|
TAC |
24 000 |
|
| Soort: Grootoogtonijn Thunnus obesus |
Gebied: Atlantische Oceaan (BET/ATLANT) |
|
|
Spanje |
13 931,65 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Frankrijk |
10 806,21 |
|
|
Portugal |
4 729,24 |
|
|
Unie |
29 467,10 |
|
|
TAC |
85 000 |
|
| Soort: Blauwe marlijn Makaira nigricans |
Gebied: Atlantische Oceaan (BUM/ATLANT) |
|
|
Spanje |
27,20 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Portugal |
55,20 |
|
|
Frankrijk |
397,60 |
|
|
Unie |
480,0 |
|
|
TAC |
1 985 |
|
| Soort: Witte marlijn Tetrapturus albidus |
Gebied: Atlantische Oceaan (WHM/ATLANT) |
|
|
Spanje |
30,5 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Portugal |
19,5 |
|
|
Unie |
50,0 |
|
|
TAC |
355 |
|
BIJLAGE IE
ANTARCTISCH
CCAMLR-VERDRAGSGEBIED
Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's worden niet aan de CCAMLR-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de CCAMLR, dat meedeelt wanneer de visserij wordt stopgezet omdat de TAC is opgevist.
Tenzij anders bepaald zijn deze TAC's van toepassing voor de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013.
| Soort: IJsvis Champsocephalus gunnari |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (ANI/F483.) |
|
|
TAC |
2 933 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
| Soort: IJsvis Champsocephalus gunnari |
Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren (1) (ANI/F5852.) |
|
|
TAC |
679 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1)
In het kader van deze TAC mag visserij worden bedreven in het gedeelte van statistische sector 58.5.2 van de FAO dat is afgebakend door de lijn die loopt: — van het snijpunt van lengtegraad 72° 15’OL met de grens als vastgesteld bij de overeenkomst inzake de afbakening van de wateren tussen Australië en Frankrijk („Australia-France Maritime Delimitation Agreement”) zuidwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt daarvan met breedtegraad 53° 25’ZB; — vervolgens oostwaarts langs deze breedtegraad tot het snijpunt ervan met lengtegraad 74° OL; — daarna langs een geodetische lijn in noordoostelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 52° 40′ ZB met lengtegraad 76° OL; — vervolgens noordwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt ervan met breedtegraad 52° ZB; — daarna langs een geodetische lijn in noordwestelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 51° ZB met lengtegraad 74° 30′ OL; en — vervolgens langs een geodetische lijn in zuidwestelijke richting naar het beginpunt. |
||
| Soort: Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (TOP/F483.) |
|||||||
|
TAC |
2 600 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||||
|
(1) Deze TAC is van toepassing voor beugvisserij in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2013 en voor korfvisserij in de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013. Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||
| Soort: Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides |
Gebied: FAO 48.4 Noordelijke Antarctische wateren (TOP/F484N.) |
|
|
TAC |
63 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30′ ZB en 57° 20′ ZB en lengtegraden 25° 30′ WL en 29° 30′ WL. |
||
| Soort: Antarctische ijsheken Dissostichus spp. |
Gebied: FAO 48.4 Zuidelijke Antarctische wateren (TOP/F484S.) |
|
|
TAC |
52 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 57° 20′ ZB en 60° 00′ ZB en lengtegraden 24° 30′ WL en 29° 00′ WL |
||
| Soort: Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides |
Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren (TOP/F5852.) |
|
|
TAC |
2 730 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Deze TAC is uitsluitend van toepassing ten westen van 79°20’ OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze lengtegraad in deze zone te vissen. |
||
| Soort: Antarctisch krill Euphausia superba |
Gebied: FAO 48 (KRI/F48.) |
|||||||||
|
TAC |
5 610 000 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||||||
|
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van een totale gecombineerde vangst van 620 000 ton mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||
| Soort: Antarctisch krill Euphausia superba |
Gebied: FAO 58.4.1 Antarctische wateren (KRI/F5841.) |
|||||
|
TAC |
440 000 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||
|
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||
| Soort: Antarctisch krill Euphausia superba |
Gebied: FAO 58.4.2 Antarctische wateren (KRI/F5842.) |
|||||
|
TAC |
2 645 000 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||
|
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||
| Soort: Grijze Zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons |
Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren (NOS/F5852.) |
|
|
TAC |
80 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Krabben Paralomis spp. |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (PAI/F483.) |
|
|
TAC |
0 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
| Soort: Grenadiervissen Macrourus spp. |
Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren (GRV/F5852.) |
|
|
TAC |
360 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
|
Soort: Andere soorten |
Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren (OTH/F5852.) |
|
|
TAC |
50 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Roggen Rajiformes |
Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren (SRX/F5852.) |
|
|
TAC |
120 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Langsnuitijsvis Channichthys rhinoceratus |
Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren (LIC/F5852.) |
|
|
TAC |
150 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Groene Zuidpoolkabeljauw Gobionotothen gibberifrons |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (NOG/F483.) |
|
|
TAC |
1 470 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Scotiazee-ijsvis Chaenocephalus aceratus |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (SSI/F483.) |
|
|
TAC |
2 200 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Georgia-ijsvis Pseudochaenichthys georgianus |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (SIG/F483.) |
|
|
TAC |
300 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Gemarmerde ijsvis Notothenia rossii |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (NOR/F483.) |
|
|
TAC |
300 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
| Soort: Grijze Zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons |
Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren (NOS/F483.) |
|
|
TAC |
300 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
BIJLAGE IF
ZUIDOOST-ATLANTISCHE OCEAAN - SEAFO-VERDRAGSGEBIED
Deze TAC's worden niet aan de SEAFO-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de SEAFO, dat meedeelt wanneer de visserij wordt stopgezet omdat de TAC is opgevist.
| Soort: Beryx spp. Beryx spp. |
Gebied: SEAFO (ALF/SEAFO) |
|
|
TAC |
200 |
Voorzorgs-TAC |
| Soort: Rode diepzeekrabben Chaceon spp. |
Gebied: SEAFO-deelsector B1 (1) (GER/F47NAM) |
|
|
TAC |
200 |
Voorzorgs-TAC |
|
(1)
In het kader van deze TAC mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: — ten westen door de lengtegraad 0° OL, — ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, — ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en — ten oosten door de buitengrenzen van de exclusieve economische zone van Namibië. |
||
| Soort: Rode diepzeekrabben Chaceon spp. |
Gebied: SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (GER/F47X) |
|
|
TAC |
200 |
Voorzorgs-TAC |
| Soort: Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides |
Gebied: SEAFO (TOP/SEAFO) |
|
|
TAC |
230 |
Voorzorgs-TAC |
| Soort: Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus |
Gebied: SEAFO-deelsector B1 (1) (ORY/F47NAM) |
|
|
TAC |
0 |
Voorzorgs-TAC |
|
(1)
In het kader van deze bijlage mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: — ten westen door de lengtegraad 0° OL, — ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, — ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en — ten oosten door de buitengrenzen van de exclusieve economische zone van Namibië. |
||
| Soort: Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus |
Gebied: SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (ORY/F47X) |
|
|
TAC |
50 |
Voorzorgs-TAC |
BIJLAGE IG
ZUIDELIJKE BLAUWVINTONIJN — ALLE GEBIEDEN
| Soort: Zuidelijke blauwvintonijn Thunnus maccoyii |
Gebied: Alle gebieden (SBF/F41-81) |
|
|
Unie |
10 (1) |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
TAC |
10 949 |
|
|
(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. |
||
BIJLAGE IH
WCPFC-VERDRAGSGEBIED
| Soort: Zwaardvis Xiphias gladius |
Gebied: WCFPC-verdragsgebied ten zuiden van 20° ZB (SWO/F7120S) |
|
|
Unie |
3 170,36 |
Voorzorgs-TAC |
|
TAC |
Niet relevant |
|
BIJLAGE IJ
SPRFMO-VERDRAGSGEBIED
| Soort: Chileense horsmakreel Trachurus murphyi |
Gebied: SPRFMO-Verdragsgebied (CJM/SPRFMO) |
|
|
Duitsland |
7 808,07 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
Nederland |
8 463,14 |
|
|
Litouwen |
5 433,05 |
|
|
Polen |
9 341,74 |
|
|
Unie |
31 046 |
|
BIJLAGE IIA
Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in het skaggerak, het deel van ICES-Sector IIIa dat niet tot het skagerrak en het kattegat behoort, ICES-Deelgebied IV, de EU-Wateren van ICES-Sector IIa EN ICES-Sector VIId
1. Toepassingsgebied
1.1. Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen die één van de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 bedoelde vistuigen aan boord hebben of gebruiken en aanwezig zijn in één van de in punt 2 van die bijlage omschreven geografische gebieden.
1.2. Deze bijlage is niet van toepassing op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 meter. Deze vaartuigen hoeven niet in het bezit te zijn van een vismachtiging die is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De betrokken lidstaten beoordelen de visserijinspanning voor deze vaartuigen aan de hand van de inspanningsgroep waartoe zij behoren, en gebruiken daarvoor adequate bemonsteringsmethoden. In 2013 verzoekt de Commissie om wetenschappelijk advies teneinde de door deze vaartuigen verrichte inspanning te beoordelen en de betrokken vaartuigen later in de inspanningsregeling op te nemen.
2. Gereglementeerd tuig en geografische gebieden
Voor de toepassing van deze bijlage gelden de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 vermelde vistuigcategorieën ("gereglementeerd vistuig") en de groepen geografische gebieden als bedoeld in punt 2, onder b), van die bijlage.
3. Machtigingen
Als een lidstaat dit passend acht om de duurzame uitvoering van deze visserijinspanningsregeling te versterken, kan hij het vissen met gereglementeerd vistuig in geografische gebieden waarop deze bijlage van toepassing is, verbieden voor zijn vlag voerende vaartuigen als die nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat in het betrokken gebied een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij wordt onttrokken.
4. Maximaal toegestane visserijinspanning
4.1. De voor de beheersperiode 2013, van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014, geldende maximaal toegestane visserijinspanning als bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 676/2007, per inspanningsgroep en per lidstaat, wordt vastgesteld in aanhangsel 1 van deze bijlage.
4.2. De overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1954/2003 ( 15 ) vastgestelde maximumniveaus voor de jaarlijkse visserijinspanning laten de in deze bijlage bepaalde maximaal toegestane visserijinspanning onverlet.
5. Beheer
5.1. De lidstaten beheren de maximaal toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007, artikel 4 en de artikelen 13 tot en met 17 van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
5.2. Een lidstaat mag beheersperioden vaststellen voor de toewijzing van de volledige maximaal toegestane inspanning, of delen daarvan, aan individuele vaartuigen of groepen vaartuigen. In dat geval wordt het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, door de betrokken lidstaat zelf vastgesteld. Tijdens dergelijke beheersperioden kan de lidstaat de inspanning opnieuw toewijzen tussen individuele vaartuigen of groepen vaartuigen.
5.3. Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen in een gebied per uur vaststellen, moeten de benutting van de dagen blijven meten overeenkomstig de in punt 5.1 bedoelde voorwaarden. Op verzoek van de Commissie moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van excessieve benutting van de inspanning in het gebied wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóór het einde van een periode van 24 uur.
6. Visserijinspanningsverslag
Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is, voor kabeljauwbeheer, elk van de in punt 2 van deze bijlage bedoelde geografische gebieden.
7. Mededeling van relevante gegevens
De lidstaten dienen bij de Commissie de gegevens in over de visserijinspanning van hun vissersvaartuigen overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Deze gegevens worden ingediend via het systeem voor de uitwisseling van visserijgegevens (Fisheries Data Exchange System) of een ander door de Commissie vastgesteld systeem voor gegevensverzameling.
Aanhangsel 1 van bijlage IIA
MAXIMAAL TOEGESTANE VISSERIJINSPANNING IN KILOWATTDAGEN
Geografisch gebied: Skagerrak, het gedeelte van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort; ICES-deelgebied IV en de EU-wateren van ICES-sector IIa; ICES-sector VIId
|
Gereglementeerd vistuig |
BE |
DK |
DE |
ES |
FR |
IE |
NL |
SE |
UK |
|
TR1 |
895 |
3 385 928 |
954 390 |
1 409 |
►M2 1 505 354 ◄ |
157 |
257 266 |
172 064 |
6 185 460 |
|
TR2 |
193 676 |
2 841 906 |
357 193 |
0 |
►M2 6 496 811 ◄ |
10 976 |
748 027 |
604 071 |
5 127 906 |
|
TR3 |
0 |
2 545 009 |
257 |
0 |
►M2 101 316 ◄ |
0 |
36 617 |
1 024 |
8 482 |
|
BT1 |
1 427 574 |
1 157 265 |
29 271 |
0 |
►M2 0 ◄ |
0 |
999 808 |
0 |
1 739 759 |
|
BT2 |
5 401 395 |
79 212 |
1 375 400 |
0 |
►M2 1 202 818 ◄ |
0 |
28 307 876 |
0 |
6 116 437 |
|
GN |
163 531 |
2 307 977 |
224 484 |
0 |
►M2 342 579 ◄ |
0 |
438 664 |
74 925 |
546 303 |
|
GT |
0 |
224 124 |
467 |
0 |
►M2 4 338 315 ◄ |
0 |
0 |
48 968 |
14 004 |
|
LL |
0 |
56 312 |
0 |
245 |
►M2 125 141 ◄ |
0 |
0 |
110 468 |
134 880 |
BIJLAGE II B
Vangstmogelijkheden voor vaartuigen die vissen op zandspieringen in de ICES-sectoren IIa en IIIa en in ICES-deelgebied IV
1. De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing op EU-vaartuigen die in de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en in ICES-deelgebied IV vissen met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm.
2. De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden gelden voor vaartuigen van derde landen die, tenzij anders is bepaald, in de EU-wateren van ICES-deelgebied IV op zandspieringen mogen vissen op grond van een machtiging of als gevolg van overleg tussen de Unie en Noorwegen als bepaald in de goedgekeurde notulen van de conclusies van het visserijoverleg tussen de Unie en Noorwegen.
3. Voor de toepassing van deze bijlage gelden de beheersgebieden voor zandspieringen die hieronder en in het aanhangsel van deze bijlage zijn aangegeven:
|
Beheersgebieden voor zandspieringen |
Statistische vakken ICES |
|
1 |
31-34 E9-F2; 35 E9- F3; 36 E9-F4; 37 E9-F5; 38-40 F0-F5; 41 F5-F6 |
|
2 |
31-34 F3-F4; 35 F4-F6; 36 F5-F8; 37-40 F6-F8; 41 F7-F8 |
|
3 |
41 F1-F4; 42-43 F1-F9; 44 F1-G0; 45-46 F1-G1; 47 G0 |
|
4 |
38-40 E7-E9; 41-46 E6-F0 |
|
5 |
47-51 E6 + F0-F5; 52 E6-F5 |
|
6 |
41-43 G0-G3; 44 G1 |
|
7 |
47-51 E7-E9 |
4. De commerciële visserij met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm is verboden van 1 januari tot en met 31 maart 2013 en van 1 augustus tot en met 31 december 2013.
Aanhangsel 1 van bijlage IIB
BEHEERSGEBIEDEN VOOR ZANDSPIERINGEN
BIJLAGE III
Maximumaantal vismachtigingen voor eu-vaartuigen in wateren van derde landen
|
Visgebied |
Visserij |
Aantal vismachtigingen |
Verdeling van de vismachtigingen over de lidstaten |
Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn |
|
Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen |
Haring, ten noorden van 62° 00′ NB |
77 |
DK: 25 DE: 5 FR: 1 IE: 8 NL: 9 PL: 1 SV: 10 UK: 18 |
57 |
|
Demersale soorten, ten noorden van 62° 00′ NB |
80 |
DE: 16 IE: 1 ES: 20 FR: 18 PT: 9 UK: 14 Niet toegewezen: 2 |
50 |
|
|
Makreel |
Niet relevant |
Niet relevant |
70 (1) |
|
|
Soorten voor de industrievisserij, ten zuiden van 62° 00′ NB |
480 |
DK: 450 UK: 30 |
150 |
|
|
(1) Onverminderd de aanvullende vergunningen die naar vaste praktijk door Noorwegen aan Zweden worden toegekend. |
||||
BIJLAGE IV
ICCAT-VERDRAGSGEBIED ( 16 )
1. Maximumaantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen
|
Spanje |
60 |
|
Frankrijk |
8 |
|
Unie |
68 |
2. Maximumaantal vaartuigen die in het kader van de communautaire ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen
|
Spanje |
119 |
|
Frankrijk |
87 |
|
Italië |
30 |
|
Cyprus |
7 |
|
Malta |
28 |
|
Unie |
316 |
3. Maximumaantal EU-vaartuigen die in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen voor kweekdoeleinden
|
Kroatië |
9 |
|
Italië |
12 |
|
Unie |
21 |
4. Maximumaantal en totale capaciteit in brutoton van de vissersvaartuigen van elke lidstaat die blauwvintonijn mogen bevissen, aan boord houden, overladen, vervoeren of aanlanden in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
Tabel A
|
Aantal vissersvaartuigen |
|||||||
|
|
Cyprus |
Kroatië |
Griekenland |
Italië |
Frankrijk |
Spanje |
Malta (1) |
|
Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen |
1 |
9 |
1 |
12 |
17 |
6 |
1 |
|
Vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug |
4 |
0 |
0 |
30 |
8 |
12 |
20 |
|
Met de hengel vissende vaartuigen |
0 |
0 |
0 |
0 |
8 |
60 |
0 |
|
Met de handlijn vissende vaartuigen |
0 |
12 |
0 |
0 |
29 |
2 |
0 |
|
Trawlers |
0 |
0 |
0 |
0 |
57 |
0 |
0 |
|
Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij (2) |
0 |
0 |
16 |
0 |
87 |
32 |
0 |
|
(1) Eén middelgroot vaartuig dat met de ringzegen vist, kan worden vervangen door meer dan 10 vaartuigen die met de beuglijn vissen. (2) Polyvalente vaartuigen, die gebruikmaken van verschillende soorten vistuig (beug, handlijn, sleeplijn). |
|||||||
Tabel B
|
Totale in brutoton uitgedrukte capaciteit |
|||||||
|
|
Cyprus |
Kroatië |
Griekenland |
Italië |
Frankrijk |
Spanje |
Malta |
|
Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
|
Vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
|
Met de hengel vissende vaartuigen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
|
Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
|
Trawlers |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
|
Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
Nog vast te stellen |
5. Maximumaantal tonnara’s dat elke lidstaat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag toestaan voor de visserij op blauwvintonijn
|
|
Aantal vallen |
|
Spanje |
5 |
|
Italië |
6 |
|
Portugal |
1 (1) |
|
(1) Dit aantal kan nog toenemen, op voorwaarde dat aan de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan. |
|
6. Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn voor elke lidstaat, en maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die elke lidstaat over zijn kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag verdelen
Tabel A
|
Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van tonijn |
||
|
|
Aantal bedrijven |
Capaciteit (in ton) |
|
Spanje |
17 |
11 852 |
|
Italië |
15 |
13 000 |
|
Griekenland |
2 |
2 100 |
|
Cyprus |
3 |
3 000 |
|
Kroatië |
7 |
7 880 |
|
Malta |
8 |
12 300 |
Tabel B
|
Maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton) |
|
|
Spanje |
5 855 |
|
Italië |
3 000 |
|
Griekenland |
785 |
|
Cyprus |
2 195 |
|
Kroatië |
2 947 |
|
Malta |
8 768 |
BIJLAGE V
CCAMLR-VERDRAGSGEBIED
DEEL A
VERBOD OP GERICHTE VISSERIJ IN HET CCAMLR-VERDRAGSGEBIED
|
Doelsoorten |
Gebied |
Periode waarin de visserij gesloten is |
|
Haaien (alle soorten) |
Verdragsgebied |
Van 1 januari tot en met 31 december 2013 |
|
Notothenia rossii |
FAO 48.1 Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland FAO 48.2 Antarctische wateren, rond de South Orkneys FAO 48.3 Antarctische wateren, rond South Georgia |
Van 1 januari tot en met 31 december 2013 |
|
Vinvis |
FAO 48.1 Antarctische wateren (1) FAO 48.2 Antarctische wateren (1) |
Van 1 januari tot en met 31 december 2013 |
|
Gobionotothen gibberifrons Chaenocephalus aceratus Pseudochaenichthys georgianus Lepidonotothen squamifrons Patagonotothen guntheri Electrona carlsbergi (1) |
FAO 48.3. |
Van 1 januari tot en met 31 december 2013 |
|
Dissostichus spp. |
FAO 48.5. Antarctische wateren |
Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2013 |
|
Dissostichus spp. |
FAO 88.3 Antarctische wateren (1) FAO 58.5.1 Antarctische wateren (1) (2) FAO 58.5.2 Antarctische wateren ten oosten van 79° 20′ OL en buiten de EEZ ten westen van 79° 20′ OL (1) FAO 58.4.4 Antarctische wateren (1) (2) FAO 58.6 Antarctische wateren (1) FAO 58.7 Antarctische wateren (1) |
Van 1 januari tot en met 31 december 2013 |
|
Lepidonotothen squamifrons |
Van 1 januari tot en met 31 december 2013 |
|
|
Alle soorten met uitzondering van Champsocephalus gunnari en Dissostichus eleginoides |
FAO 58.5.2. Antarctische wateren |
Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2013 |
|
Dissostichus mawsoni |
FAO 48.4 Antarctische wateren (1) binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30′ ZB en 57° 20′ ZB en lengtegraden 25° 30′ WL en 29° 30′ WL |
Van 1 januari tot en met 31 december 2013 |
|
(1) Behalve voor wetenschappelijk onderzoek. (2) Met uitzondering van wateren onder nationale jurisdictie (EEZ's). |
||
DEEL B
TAC's EN BIJVANGSTBEPERKINGEN VOOR DE EXPERIMENTELE VISSERIJ IN HET CCAMLR-VERDRAGSGEBIED IN 2012/2013
|
Deelgebied/Sector |
Regio |
Seizoen |
SSRU |
Vangstbeperking voor Dissostichus spp. (ton) |
Bijvangstbeperking (ton) (1) |
||
|
Roggen |
Macrourus spp. |
Andere soorten |
|||||
|
58.4.1. |
Gehele sector |
1 december 2012 tot en met 30 november 2013 |
SSRU A, B, D en F: 0 SSRU C: 84 SSRU E: 42 SSRU G: 42 (2) SSRU H: 42 (2) |
Totaal 210 |
Alle sectoren: 50 |
Alle sectoren: 33 |
Alle sectoren: 20 |
|
58.4.2. |
Gehele sector |
1 december 2012 tot en met 30 november 2013 |
SSRU A, B, C en D: 0 SSRU E: 70 |
Totaal 70 |
Alle sectoren: 50 |
Alle sectoren: 20 |
Alle sectoren: 20 |
|
58.4.3a. |
Gehele sector |
1 mei tot en met 31 augustus 2013 |
|
Totaal 32 |
Alle sectoren: 50 |
Alle sectoren: 26 |
Alle sectoren: 20 |
|
88.1. |
Geheel deelgebied |
1 december 2012 tot en met 31 augustus 2013 |
SSRUs A, D, E, F en M: 0 SSRUs B, C en G: 428 SSRU H, I en K: 2 423 SSRU J en L: 382 |
Totaal 3 282 |
164 SSRUs A, D, E, F en M: 0 SSRU B, C en G: 50 SSRU H, I en K: 121 SSRU J en L: 50 |
430 SSRUs A, D, E, F en M: 0 SSRU B, C en G: 40 SSRU H, I en K: 320 SSRU J en L: 70 |
160 SSRUs A, D, E, F en M: 0 SSRU B, C en G: 60 SSRU H, I en K: 60 SSRU J en L: 40 |
|
88.2. |
Ten zuiden van 65° ZB |
1 december 2012 tot en met 31 augustus 2013 |
SSRU A, B en I: 0 SSRUs C, D, E, F en G: 124 SSRU H: 406 |
Totaal 530 |
50 SSRU A, B en I: 0 SSRU C, D, E, F en G: 50 SSRU H: 50 |
84 SSRU A, B en I: 0 SSRU C, D, E, F en G: 20 SSRU H: 64 |
120 SSRU A, B en I: 0 SSRU C, D, E, F en G: 100 SSRU H: 20 |
|
(1)
Regels inzake vangstbeperkingen voor bijvangstsoorten per SSRU, die binnen de totale bijvangstbeperkingen per deelgebied van toepassing zijn: — roggen: 5 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of 50 ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is; — Macrourus spp.: 16 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of 20 ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is, met uitzondering van statistische sector 58.4.3a en statistisch deelgebied 88.1; — andere soorten: 20 ton per SSRU. (2) Vangstbeperking teneinde Spanje de mogelijkheid te bieden in 2012/2013 een experiment betreffende de uitputting van bestanden uit te voeren. |
|||||||
Aanhangsel van bijlage V, deel B
LIJST VAN KLEINE ONDERZOEKSVAKKEN (SSRU'S)
|
Regio |
SSRU |
Grenslijn |
|
48.6 |
A |
Van 50° ZB 20° WL, pal oost naar 1°30′ OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 20° WL, pal noord naar 50°ZB. |
|
|
B |
Van 60° ZB 20° WL, pal oost naar 10° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
C |
Van 60° ZB 10° WL, pal oost naar 0° lengtegraad, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
D |
Van 60° ZB 0° lengtegraad, pal oost naar 10° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 0° lengtegraad, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
E |
Van 60° ZB 10° OL, pal oost naar 20° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
F |
Van 60° ZB 20° OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
G |
Van 50° ZB 1°30′ OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 1°30′ OL, pal noord naar 50° ZB. |
|
58.4.1 |
A |
Van 55° ZB 86° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 86° OL, pal noord naar 55° ZB. |
|
|
B |
Van 60° ZB 86° OL, pal oost naar 90° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 80° OL, pal noord naar 64° ZB, pal oost naar 86° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
C |
Van 60° ZB 90° OL, pal oost naar 100° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 90° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
D |
Van 60° ZB 100°OL, pal oost naar 110° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 100° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
E |
Van 60° ZB 110° OL, pal oost naar 120° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
F |
Van 60° ZB 120° OL, pal oost naar 130° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
G |
Van 60° ZB 130° OL, pal oost naar 140° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
H |
Van 60° ZB 140° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
58.4.2 |
A |
Van 62° ZB 30° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 30° OL, pal noord naar 62° ZB. |
|
|
B |
Van 62° ZB 40° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 40° OL, pal noord naar 62° ZB. |
|
|
C |
Van 62° ZB 50° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 50° OL, pal noord naar 62° ZB. |
|
|
D |
Van 62° ZB 60° OL, pal oost naar 70° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 60° OL, pal noord naar 62° ZB. |
|
|
E |
Van 62° ZB 70° OL, pal oost naar 73° 10′ OL, pal zuid naar 64° ZB, pal oost naar 80° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 70° OL, pal noord naar 62° ZB. |
|
58.4.3a |
A |
Hele sector, van 56° ZB 60° OL, pal oost naar 73°10′ OL, pal zuid naar 62°ZB, pal west naar 60°OL, pal noord naar 56°ZB. |
|
58.4.3b |
A |
Van 56° ZB 73° 10′ OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 73° 10′ OL, pal noord naar 56° ZB. |
|
|
B |
Van 60° ZB 73° 10′ OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 64° ZB, pal west naar 73° 10′ OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
C |
Van 59° ZB 73°10′ OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 73°10′ OL, pal noord naar 59° ZB. |
|
|
D |
Van 59° ZB 79° OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 59° ZB. |
|
|
E |
Van 56° ZB 79° OL, pal oost naar 80°OL, pal noord naar 55° ZB, pal oost naar 86° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 56° ZB. |
|
58.4.4 |
A |
Van 51° ZB 40° OL, pal oost naar 42° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 51° ZB. |
|
|
B |
Van 51° ZB 42° OL, pal oost naar 46° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 42° OL, pal noord naar 51° ZB. |
|
|
C |
Van 51° ZB 46° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 46° OL, pal noord naar 51° ZB. |
|
|
D |
Hele sector uitgezonderd SSRU A, B, C, en met buitengrens van 50° ZB 30° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar 62° ZB, pal west naar 30° OL, pal noord naar 50° ZB. |
|
58.6 |
A |
Van 45° ZB 40° OL, pal oost naar 44° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 45° ZB. |
|
|
B |
Van 45° ZB 44° OL, pal oost naar 48° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 44° OL, pal noord naar 45° ZB. |
|
|
C |
Van 45° ZB 48° OL, pal oost naar 51° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 48° OL, pal noord naar 45° ZB. |
|
|
D |
Van 45° ZB 51° OL, pal oost naar 54° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 51° OL, pal noord naar 45° ZB. |
|
58.7 |
A |
Van 45° ZB 37° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 37° OL, pal noord naar 45° ZB. |
|
88.1 |
A |
Van 60° ZB 150° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
B |
Van 60° ZB 170° OL, pal oost naar 179° OL, pal zuid naar 66°40′ ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
C |
Van 60° ZB 179° OL, pal oost naar 170° WL, pal noord naar 70° ZB, pal west naar 178° WL, pal noord naar 66°40′ ZB, pal west naar 179° OL, pal noord naar 60° ZB |
|
|
D |
Van 65° ZB 150° OL, pal oost naar 160° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° OL, pal noord naar 65° ZB. |
|
|
E |
Van 65° ZB 160° OL, pal oost naar 170°OL, pal zuid naar 68°30′ ZB, pal west naar 160° OL, pal noord naar 65° ZB. |
|
|
F |
Van 68°30′ ZB 160° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° OL, pal noord naar 68°30′ ZB. |
|
|
G |
Van 66°40′ ZB 170° OL, pal oost naar 178° WL, pal zuid naar 70° ZB, pal west naar 178°50′ OL, pal zuid naar 70°50′ ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 66°40′ ZB. |
|
|
H |
Van 70°50′ ZB 170° OL, pal oost naar 178°50′ OL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 170° OL, pal noord naar 70°50′ ZB. |
|
|
I |
Van 70° ZB 178°50′ OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar 178° 50′ OL, pal noord naar 70° ZB. |
|
|
J |
Van 73° ZB aan de kust nabij 170° OL, pal oost naar 178°50′ OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 170° OL, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB. |
|
|
K |
Van 73° ZB 178°50′ OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 76° ZB, pal west naar 178° 50′ OL, pal noord naar 73° ZB. |
|
|
L |
Van 76° ZB 178°50′ OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 178° 50′ OL, pal noord naar 76° ZB. |
|
|
M |
Van 73° ZB aan de kust nabij 169°30′ OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB. |
|
88.2 |
A |
Van 60° ZB 170° WL, pal oost naar 160° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 170° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
B |
Van 60° ZB 160° WL, pal oost naar 150° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
C |
Van 70°50′ ZB 150° WL, pal oost naar 140° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° WL, pal noord naar 70°50′ ZB. |
|
|
D |
Van 70°50′ ZB 140° WL, pal oost naar 130° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° WL, pal noord naar 70°50′ ZB. |
|
|
E |
Van 70°50′ ZB 130° WL, pal oost naar 120° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° WL, pal noord naar 70°50′ ZB. |
|
|
F |
Van 70°50′ ZB 120° WL, pal oost naar 110° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° WL, pal noord naar 70°50′ ZB. |
|
|
G |
Van 70°50′ ZB 110° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° WL, pal noord naar 70°50′ ZB. |
|
|
H |
Van 65° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 70°50′ ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 65° ZB. |
|
|
I |
Van 60° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
88.3 |
A |
Van 60° ZB 105° WL, pal oost naar 95° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 105° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
B |
Van 60° ZB 95° WL, pal oost naar 85° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 95° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
C |
Van 60° ZB 85° WL, pal oost naar 75° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 85° WL, pal noord naar 60° ZB. |
|
|
D |
Van 60° ZB 75° WL, pal oost naar 70° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 75° WL, pal noord naar 60° ZB. |
DEEL C
KENNISGEVING VAN HET VOORNEMEN OM AAN DE VISSERIJ OP EUPHAUSIA SUPERBA DEEL TE NEMEN
|
Vangsttechniek: |
Conventioneel sleepnet |
|
Continu vissysteem |
|
|
Pomptechniek om de kuil leeg te maken |
|
|
Andere goedgekeurde methodes: gelieve te specificeren |
|
Productsoort |
% van de vangst |
Omrekeningsfactor (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Vanaf het visseizoen 2013/2014 moet in de kennisgeving, met de tabel in formulier C1 als richtsnoer, een gedetailleerde omschrijving worden gegeven van de precieze methode die wordt gebruikt voor de raming van het onverwerkte gewicht aan gevangen Antarctisch krill, inclusief informatie en, indien mogelijk, gegevens om de onzekerheid te kunnen ramen wat betreft het door vaartuigen gemelde onverwerkt gewicht of om inzicht te kunnen krijgen in de onderliggende variabiliteit van de constanten die voor de ramingen worden gebruikt, en, indien omrekeningsfactoren worden toegepast, nadere gegevens over de precieze methode voor de afleiding van elke omrekeningsfactor. De deelnemers dienen die omschrijving de volgende seizoenen niet opnieuw in te dienen, tenzij de methode voor de raming van het onverwerkte gewicht is gewijzigd. (2) Voor zover mogelijk te verstrekken inlichtingen. (3) Omrekeningsfactor = totaalgewicht/verwerkt gewicht. |
||
|
|
|
Dec |
Jan |
Feb |
Maa |
Apr |
Mei |
Jun |
Jul |
Aug |
Sept |
Okt |
Nov |
|
Deelgebied/Sector |
48.1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
48.2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
48.3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
48.4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
48.5 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
48.6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
58.4.1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
58.4.2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
88.1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
88.2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
88.3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
X |
Kruis in de vakjes aan waar en wanneer u waarschijnlijk zult vissen Voorzorgsvangstbeperkingen niet vastgesteld, en derhalve beschouwd als experimentele visserij |
NB: de hier door u verstrekte gegevens zijn louter informatief en beletten u niet te vissen in gebieden of perioden die u niet heeft opgegeven.
DEEL D
NETCONFIGURATIE EN GEBRUIK VAN VANGSTTECHNIEKEN
|
Netopening (mond) omtrek (m) |
Verticale opening (m) |
Horizontale opening (m) |
|
|
|
|
Lengte en maaswijdte netpanelen
|
Paneel |
Lengte (m) |
Maaswijdte (mm) |
|
1e paneel |
|
|
|
2de paneel |
|
|
|
3de paneel |
|
|
|
… |
|
|
|
Eindpaneel (kuil) |
|
|
Teken diagram van elke gebruikte netconfiguratie
Er worden verscheidene vangsttechnieken gebruikt ( 17 ): Ja Neen
|
|
Vangsttechniek |
Verwacht aandeel in het tijdsgebruik (%) |
|
1 |
|
|
|
2 |
|
|
|
3 |
|
|
|
4 |
|
|
|
5 |
|
|
|
… |
|
Totaal 100 % |
Er is een inrichting voor het weren van zeezoogdieren aanwezig ( 18 ): Ja Neen
Toelichtingen betreffende vangsttechnieken, vistuigconfiguratie en -kenmerken en vispatronen:
BIJLAGE VI
IOTC-VERDRAGSGEBIED
1. Maximumaantal EU-vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn mogen vissen
|
Lidstaat |
Maximumaantal vaartuigen |
Capaciteit (brutotonnage) |
|
Spanje |
22 |
61 364 |
|
Frankrijk |
22 |
33 604 |
|
Portugal |
5 |
1 627 |
|
Unie |
49 |
96 595 |
2. Maximumaantal EU-vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis en witte tonijn mogen vissen
|
Lidstaat |
Maximumaantal vaartuigen |
Capaciteit (brutotonnage) |
|
Spanje |
27 |
11 590 |
|
Frankrijk |
41 |
5 382 |
|
Portugal |
15 |
6 925 |
|
Verenigd Koninkrijk |
4 |
1 400 |
|
Unie |
87 |
25 297 |
3. De in punt 1 vermelde vaartuigen mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op zwaardvis en witte tonijn vissen.
4. De in punt 2 vermelde vaartuigen mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op tropische tonijn vissen.
BIJLAGE VII
WCPFC-VERDRAGSGEBIED
Maximumaantal EU-vaartuigen die op zwaardvis mogen vissen in de gebieden ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied.
|
Spanje |
14 |
|
Unie |
14 |
BIJLAGE VIII
KWANTITATIEVE BEPERKINGEN INZAKE VISMACHTIGINGEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN DIE IN DE EU-WATEREN VISSEN
|
Vlaggenstaat |
Visserij |
Aantal vismachtigingen |
Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn |
|
Noorwegen |
Haring, ten noorden van 62° 00' NB |
20 |
20 |
|
Venezuela (1) |
Snappers (wateren van Frans-Guyana) |
45 |
45 |
|
(1) Voordat deze vismachtigingen worden afgegeven, moet worden aangetoond dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar die de machtiging aanvraagt en een in het departement Frans Guyana gevestigd verwerkingsbedrijf, en dat in dat contract staat dat ten minste 75% van de door het betrokken vaartuig gevangen snappers in dat departement moet worden aangeland voor verwerking in dat bedrijf. Dit contract moet worden geviseerd door de Franse autoriteiten, die zich ervan moeten vergewissen dat het in overeenstemming is met zowel de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee het is gesloten als met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie in Guyana. Een afschrift van het naar behoren geviseerde contract moet bij de vismachtigingsaanvraag worden gevoegd. Wanneer de Franse autoriteiten bovenbedoelde visering weigeren, delen zij deze weigering, met redenen omkleed, mee aan de betrokkene en aan de Commissie. |
|||
( 1 ) Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PB L 151 van 11.6.2008, blz. 5).
( 2 ) Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70).
( 3 ) Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1).
( 4 ) Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42).
( 5 ) Gesloten bij Besluit 2002/738/EG van de Raad (PB L 234 van 31.8.2002, blz. 39).
( 6 ) De Unie is tot het verdrag toegetreden bij Besluit 86/238/EEG van de Raad (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33).
( 7 ) Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16).
( 8 ) Gesloten bij Besluit 2006/539/EG van de Raad (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22).
( 9 ) De Unie is tot de overeenkomst toegetreden bij Besluit 95/399/EG van de Raad (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24).
( 10 ) Gesloten bij Besluit 2008/780/EG van de Raad (PB L 268 van 9.10.2008, blz. 27).
( 11 ) De Unie is tot het verdrag toegetreden bij Besluit 2005/75/EG van de Raad (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1).
( 12 ) Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2009 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren, en houdende wijziging van Verordeningen (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33).
( 13 ) Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6).
( 14 ) Verordening (EU) nr. 39/2013 van de Raad van 21 januari 2013 tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden (Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).
( 15 ) Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).
( 16 ) De kans bestaat dat de onder 1, 2 en 3 vermelde aantallen naar beneden worden bijgesteld om aan de internationale verplichtingen van de Unie te voldoen.
( 17 ) Zo ja, geef frequentie van omschakeling tussen vangsttechnieken:
( 18 ) Zo ja, teken ontwerp van de inrichting: