02012R0648 — NL — 17.01.2025 — 022.004
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) Nr. 648/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) Nr. 648/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 4 juli 2012
betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters
(Voor de EER relevante tekst)
TITEL I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
▼M18 —————
Deze verordening is niet van toepassing op:
de leden van het ESCB en andere organen van de lidstaten met een soortgelijke functie en andere overheidsinstellingen in de Unie die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld;
de Bank voor Internationale Betalingen;
de centrale banken en overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld in de volgende landen:
Japan;
Verenigde Staten van Amerika;
Australië;
Canada;
Hongkong;
Mexico;
Singapore;
Zwitserland;
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Met uitzondering van de rapportageverplichtingen uit hoofde van artikel 9, is deze verordening niet van toepassing op de volgende entiteiten:
multilaterale ontwikkelingsbanken als vermeld in bijlage VI, punt 1, punt 4.2, van Richtlijn 2006/48/EG;
publiekrechtelijke lichamen in de zin van artikel 4, punt 18, van Richtlijn 2006/48/EG die in eigendom van centrale overheden zijn en beschikken over uitdrukkelijke garantieregelingen die door de centrale overheid zijn ingesteld;
de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees stabiliteitsmechanisme.
Met het oog daarop dient de Commissie tegen 17 november 2012 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in ter beoordeling van de internationale status van de overheidsorganen die belast zijn met of betrokken bij het beheer van de overheidsschuld en van de centrale banken.
Dit verslag bevat een vergelijkende analyse van de status van deze organen en van de centrale banken binnen het rechtskader van een groot aantal derde landen, waaronder in ieder geval de drie belangrijkste rechtsgebieden wat betreft omvang van de contracten die worden verhandeld, en van de risicobeheernormen die van toepassing zijn op de derivatentransacties die door deze organen en de centrale banken in deze rechtsgebieden zijn aangegaan. Indien uit de resultaten van het verslag, met name in het licht van de vergelijkende analyse, naar voren komt dat de centrale banken van deze derde landen wat betreft hun monetaire verantwoordelijkheden moeten worden ontheven van de clearing- en rapportageverplichting, neemt de Commissie ze in de in lid 4 bedoelde lijst op.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
„centrale tegenpartij (CTP)” : een rechtspersoon die zichzelf plaatst tussen de tegenpartijen bij contracten die op een of meer financiële markten worden verhandeld en daarbij de koper wordt voor elke verkoper en de verkoper voor elke koper; |
|
2) |
„transactieregister” : een rechtspersoon die vastleggingen betreffende derivaten centraal verzamelt en bewaart; |
|
3) |
„clearing” : het proces waarbij een CTP posities vaststelt, inclusief het berekenen van nettoverplichtingen, en ervoor zorgt dat financiële instrumenten, contanten of beide beschikbaar zijn om de uit deze posities voortkomende risicopositie zeker te stellen; |
|
4) |
„handelsplatform” : een systeem dat wordt geëxploiteerd door een beleggingsonderneming of een marktexploitant in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1 en punt 13, van Richtlijn 2004/39/EG, met uitzondering van een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 7, van die richtlijn,die meerdere koop- en verkoopintenties met betrekking tot financiële instrumenten in dit systeem samenbrengt op een zodanige wijze, dat er een overeenkomst tot stand komt in overeenstemming met titel II of titel III van die richtlijn; |
|
5) |
„derivaat” of „derivatencontract” : een financieel instrument als vermeld in bijlage I, punt C, punten 4 tot en met 10, van Richtlijn 2004/39/EG, zoals geïmplementeerd bij artikel 38 en artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1287/2006; |
|
6) |
„klasse van derivaten” : een subgroep van derivaten die essentiële kenmerken gemeen hebben, waaronder ten minste de verhouding tot de onderliggende activa, het type van de onderliggende activa en de valuta's waarin zij luiden. Derivaten die punt uitmaken van dezelfde klasse van derivaten kunnen verschillende looptijden hebben; |
|
7) |
„OTC-derivaat” of „OTC-derivatencontract” : een derivatencontract waarvan de uitvoering niet plaatsvindt op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14), van Richtlijn 2004/39/EG, of op een markt van een derde land die overeenkomstig artikel 2 bis van deze verordening wordt geacht gelijkwaardig te zijn aan een gereglementeerde markt; |
|
8) |
„financiële tegenpartij” :
a)
een beleggingsonderneming waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 1 );
b)
een kredietinstelling waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 2 );
c)
een verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 3 );
d)
een icbe en, indien van toepassing, haar beheermaatschappij, waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG, tenzij die icbe uitsluitend is opgericht voor het beheer van een of meer aandelenkoopregelingen voor werknemers;
e)
een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) in de zin van artikel 6, punt 1), van Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 );
f)
een alternatieve beleggingsinstelling (abi) in de zin van artikel 4, lid 1, punt a), van Richtlijn 2011/61/EU die hetzij in de Unie is gevestigd, hetzij wordt beheerd door een beheerder van een alternatieve beleggingsinstelling (abi-beheerder), waaraan een vergunning is verleend of die is geregistreerd overeenkomstig die richtlijn, tenzij die abi uitsluitend is opgericht voor het beheer van een of meer aandelenkoopregelingen voor werknemers of tenzij die abi een voor een bijzonder doel opgerichte securitisatie-entiteit is als bedoeld in artikel 2, lid 3, punt g), van Richtlijn 2011/61/EU, en, in voorkomend geval, haar in de Unie gevestigde abi-beheerder;
g)
een centrale effectenbewaarinstelling waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ); |
|
9) |
„niet-financiële tegenpartij” : een in de Unie gevestigde onderneming met uitzondering van de in punt 1 en punt 8 bedoelde entiteiten; |
|
10) |
„pensioenregeling” :
a)
instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in de zin van artikel 6, onder a), van Richtlijn 2003/41/EG, met inbegrip van de in artikel 2, lid 1, van die richtlijn bedoelde vergunninghoudende lichamen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van deze instellingen en in hun naam handelen, alsook juridische entiteiten die zijn opgericht voor de beleggingsactiviteiten van deze instellingen en die uitsluitend handelen in het belang van deze instellingen;
b)
de werkzaamheden op het gebied van bedrijfspensioenvoorziening van de in Richtlijn 2003/41/EG, artikel 3, bedoelde instellingen;
c)
de werkzaamheden op het gebied van bedrijfspensioenvoorziening van onder Richtlijn 2002/83/EG vallende levensverzekeringsondernemingen, mits alle met die werkzaamheden overeenkomende activa en verplichtingen zijn afgescheiden en gescheiden van de overige werkzaamheden van de verzekeringsondernemingen worden beheerd en georganiseerd, zonder dat er enige mogelijkheid tot overdracht bestaat;
d)
elke andere vergunninghoudende en onder toezicht staande entiteit, of regelingen die op een nationale basis functioneren, op voorwaarde dat zij:
i)
naar nationaal recht zijn erkend, en
ii)
hoofdzakelijk ten doel hebben in pensioenuitkeringen te voorzien; |
|
11) |
„tegenpartijkredietrisico” : het risico dat de tegenpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden; |
|
12) |
„interoperabiliteitsregeling” : een regeling tussen twee of meer CTP's die betrekking heeft op een systeemoverschrijdende uitvoering van transacties; |
|
13) |
„bevoegde autoriteit” : de autoriteit die als bevoegde autoriteit is aangewezen in de wetgeving als bedoeld in punt 8 van dit artikel, de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 10, lid 5, of de autoriteit die overeenkomstig artikel 22 door elke lidstaat wordt aangewezen; |
|
14) |
„clearinglid” : een onderneming die aan een CTP deelneemt en verantwoordelijk is voor het vervullen van de uit die deelname voortvloeiende financiële verplichtingen; |
|
15) |
„cliënt” : een onderneming die een contractuele relatie heeft met een clearinglid van een CTP waardoor die onderneming in staat is haar transacties bij die CTP te clearen; |
|
16) |
„groep” : de groep van ondernemingen die bestaat uit een moederonderneming en haar dochterondernemingen in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG, of de groep van ondernemingen als bedoeld in artikel 3, lid 1, en artikel 80, leden 7 en 8, van Richtlijn 2006/48/EG; |
|
17) |
„financiële instelling” : een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het verwerven van deelnemingen of in het uitoefenen van een of meer van de activiteiten als opgesomd in bijlage I, punten 2 tot en met 12, van Richtlijn 2006/48/EG; |
|
18) |
„financiële holding” : een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk kredietinstellingen of financiële instellingen zijn, van welke dochterondernemingen er ten minste één een kredietinstelling is, en die geen gemengde financiële holding is in de zin van artikel 2, lid 15, van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat ( 6 ); |
|
19) |
„onderneming die nevendiensten verricht” : een onderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het bezitten of het beheren van onroerend goed, het beheren van gegevensverwerkingsdiensten of een soortgelijke activiteit welke ten opzichte van de hoofdactiviteit van een of meer kredietinstellingen het karakter van een ondersteunende activiteit heeft; |
|
20) |
„gekwalificeerde deelneming” : het rechtstreeks of middellijk bezitten van een deelneming in een CTP of een transactieregister van ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten, als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten ( 7 ), daarbij rekening houdend met de in artikel 12, leden 4 en 5, van genoemde richtlijn vervatte voorwaarden voor samenvoeging daarvan, dan wel van een deelneming die de mogelijkheid inhoudt substantiële invloed uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de CTP of het transactieregister waarin wordt deelgenomen; |
|
21) |
„moederonderneming” : een moederonderneming als beschreven in de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG; |
|
22) |
„dochteronderneming” : een dochteronderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG, waaronder inbegrepen elke dochteronderneming van een dochteronderneming van een moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat; |
|
23) |
„zeggenschap” : de relatie die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 83/349/EEG; |
|
24) |
„nauwe banden” : een situatie waarbij twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
a)
een deelneming, bij wijze van rechtstreeks eigenaarschap of door middel van een zeggenschapsband van ten minste 20 % van de stemrechten of het kapitaal van een onderneming, of
b)
een zeggenschapsband of een soortgelijke band tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een onderneming, of dochteronderneming van een dochteronderneming die eveneens wordt beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat. Onder een nauwe band tussen twee of meer natuurlijke of rechtspersonen wordt tevens verstaan een situatie waarin deze personen via een zeggenschapsband duurzaam verbonden zijn met eenzelfde persoon. |
|
25) |
„kapitaal” : geplaatst kapitaal in de zin van artikel 22 van Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen ( 8 ) voor zover dit is uitbetaald, plus de daarmee verbonden agiorekening, het verliezen in doorgaande bedrijfsvoering volledig opvangt en het in geval van faillissement of liquidatie achtergesteld is bij alle andere schuldvorderingen; |
|
26) |
„reserves” : reserves in de zin van artikel 9 van Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen ( 9 ) en de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door bestemming van het definitieve resultaat; |
|
27) |
„raad” : raad van bestuur of raad van toezicht, of beide, overeenkomstig het nationale vennootschapsrecht; |
|
28) |
„onafhankelijk lid van de raad” : een lid van de raad dat geen zakelijke, familiale of andere band heeft waardoor een belangenconflict met de betrokken CTP, de aandeelhouders met zeggenschap, het management daarvan of haar clearingleden ontstaat, en dat daarmee gedurende de vijf jaar die aan zijn lidmaatschap van de raad voorafgingen geen soortgelijke band heeft gehad; |
|
29) |
„directie” : de persoon of de personen die daadwerkelijk de activiteiten van de CTP of het transactieregister leiden en het bij de dagelijkse leiding betrokken lid of de bij de dagelijkse leiding betrokken leden van de raad; |
|
30) |
„gedekte obligatie” : een obligatie die voldoet aan de vereisten van artikel 129 van Verordening (EU) nr. 575/2013; |
|
31) |
„gedekteobligatie-entiteit” : de emittent van de gedekte obligatie of de dekkingspool van een gedekte obligatie. |
Artikel 2 bis
Gelijkwaardigheidsbesluiten voor de toepassing van de definitie van otc-derivaat
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 86, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 3
Intragroeptransacties
Met betrekking tot een niet-financiële tegenpartij wordt onder een intragroeptransactie verstaan een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een andere tegenpartij die deel uitmaakt van dezelfde groep, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
beide tegenpartijen zijn opgenomen in dezelfde volledige consolidatie en zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures, en
die andere tegenpartij is gevestigd in de Unie of, indien zij in een derde land gevestigd is, dat derde land is niet aangemerkt uit hoofde van lid 4 of uit hoofde van de op grond van lid 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Met betrekking tot een financiële tegenpartij wordt onder een intragroeptransactie verstaan:
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een andere tegenpartij die deel uitmaakt van dezelfde groep, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
de financiële tegenpartij is gevestigd in de Unie of, indien zij in een derde land gevestigd is, dat derde land is niet aangemerkt uit hoofde van lid 4 of uit hoofde van de op grond van lid 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen;
de andere tegenpartij is een financiële tegenpartij, een financiële holding, een financiële instelling, of een nevendiensten verrichtende onderneming waarop passende prudentiële vereisten van toepassing zijn;
beide tegenpartijen zijn op volledige basis opgenomen in dezelfde consolidatie, en
beide tegenpartijen zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures;
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een andere tegenpartij waarbij beide tegenpartijen behoren tot hetzelfde institutioneel protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, mits de voorwaarde als bedoeld in punt a), ii), van dit lid is vervuld;
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten tussen kredietinstellingen die zijn aangesloten bij hetzelfde centraal orgaan, of tussen een dergelijke kredietinstelling en dat centraal orgaan als bedoeld in artikel 10, lid 1 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
een otc-derivatencontract dat wordt gesloten met een niet-financiële tegenpartij die deel uitmaakt van dezelfde groep, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
beide tegenpartijen bij het derivatencontract zijn opgenomen in dezelfde volledige consolidatie en zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures, en
de niet-financiële tegenpartij is gevestigd in de Unie of, indien zij in een derde land gevestigd is, dat derde land is niet aangemerkt op grond van lid 4 of uit hoofde van de op grond van lid 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Voor de toepassing van dit artikel worden tegenpartijen geacht in dezelfde consolidatie te zijn opgenomen wanneer beide tegenpartijen:
in een consolidatie zijn opgenomen overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 10 ) of in overeenstemming met de Internationale Standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) die zijn vastgesteld op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 dan wel, wanneer het een groep betreft waarvan de moederonderneming haar hoofdkantoor in een derde land heeft, overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen van een derde land die worden geacht gelijkwaardig te zijn aan de IFRS in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1569/2007 van de Commissie ( 11 ) of overeenkomstig de boekhoudkundige normen van een derde land waarvan het gebruik is toegestaan op grond van artikel 4 van die verordening, of
gedekt worden door hetzelfde geconsolideerde toezicht overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU dan wel, in verband met een groep waarvan de moederonderneming haar hoofdkantoor in een derde land heeft, hetzelfde geconsolideerde toezicht door een bevoegde autoriteit van een derde land geverifieerd als gelijkwaardig aan het geconsolideerde toezicht dat is onderworpen aan de beginselen van artikel 127 van die richtlijn.
Voor de toepassing van dit artikel komen transacties met tegenpartijen die in een van de volgende derde landen zijn gevestigd, niet in aanmerking voor de vrijstellingen voor intragroeptransacties:
indien het derde land een derde land met een hoog risico is zoals bedoeld in artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 );
indien het derde land is opgenomen in de meest recente versie van bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.
TITEL II
CLEARING, RAPPORTAGE EN INPERKING VAN HET RISICO VAN OTC-DERIVATEN
Artikel 4
Clearingverplichting
Tegenpartijen clearen alle otc-derivatencontracten welke behoren tot een klasse van otc-derivaten waarop de clearingverplichting in overeenstemming met artikel 5, lid 2, van toepassing is verklaard, indien die contracten aan de beide volgende voorwaarden voldoen:
zij zijn gesloten:
tussen twee financiële tegenpartijen die voldoen aan de in artikel 4 bis, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden;
tussen een financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 4 bis, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden, en een niet-financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden;
tussen twee niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden;
tussen, enerzijds, een financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 4 bis, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden, of een niet-financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden, en, anderzijds, een in een derde land gevestigde entiteit die aan de clearingverplichting zou zijn onderworpen indien zij in de Unie was gevestigd;
tussen twee entiteiten die gevestigd zijn in een of meer derde landen die aan de clearingverplichting onderworpen zouden zijn indien zij in de Unie gevestigd waren, als het contract aanzienlijke en voorzienbare rechtstreekse gevolgen binnen de Unie heeft of indien een daartoe strekkende verplichting passend of noodzakelijk is om te voorkomen dat bepalingen van deze verordening worden omzeild, en
zij worden gesloten of verlengd op of na de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt, mits beide tegenpartijen op de datum waarop zij worden gesloten of verlengd aan de in punt a) vastgestelde voorwaarden voldoen.
De verplichting tot het clearen van alle otc-derivatencontracten is niet van toepassing op contracten die zijn gesloten in in de eerste alinea, punt a), iv), bedoelde situaties tussen, enerzijds, een financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 4 bis, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden, of een niet-financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, vastgestelde voorwaarden en, anderzijds, een in een derde land gevestigde pensioenregeling die op een nationale basis functioneert, op voorwaarde dat deze een vergunning is verleend, onder toezicht staat en is erkend uit hoofde van het nationale recht, hoofdzakelijk ten doel heeft in pensioenuitkeringen te voorzien, en uit hoofde van dat nationale recht is vrijgesteld van de clearingverplichting.
De vrijstelling als neergelegd in de eerste alinea is alleen van toepassing:
indien twee in de Unie gevestigde tegenpartijen die tot dezelfde groep behoren hun respectieve bevoegde autoriteiten vooraf schriftelijk in kennis hebben gesteld van hun voornemen om gebruik te maken van de vrijstelling voor de tussen hen onderling aangegane otc-derivatencontracten. De kennisgeving dient uiterlijk 30 kalenderdagen voor het beoogde gebruik van de ontheffing plaats te vinden. Binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van die kennisgeving kunnen de bevoegde autoriteiten bezwaar maken tegen het gebruik van deze vrijstelling indien de transacties tussen de tegenpartijen niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten om na de verstrijking van deze periode van 30 kalenderdagen bezwaar aan te tekenen indien aan die voorwaarden niet langer wordt voldaan. Als er tussen de bevoegde autoriteiten een verschil van mening bestaat, kan ESMA deze autoriteiten overeenkomstig haar bevoegdheden uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 helpen overeenstemming te bereiken;
voor otc-derivatencontracten tussen twee tegenpartijen die behoren tot dezelfde groep en die zijn gevestigd in een lidstaat en in een derde land, indien de tegenpartij die gevestigd is in de Unie van haar bevoegde autoriteit binnen 30 kalenderdagen nadat deze daarvan door de in de Unie gevestigde tegenpartij in kennis is gesteld, toestemming heeft gekregen om deze vrijstelling toe te passen, met dien verstande dat aan de in artikel 3 neergelegde voorwaarden moet zijn voldaan. De bevoegde autoriteit stelt ESMA van dat besluit in kennis.
Hiertoe moet een tegenpartij clearinglid of cliënt worden, of dient zij indirecte clearingregelingen te treffen met een clearinglid, met dien verstande dat deze regelingen niet resulteren in een verhoging van het tegenpartijrisico en er garant voor staan dat de activa en posities van de tegenpartij voor beschermingsmaatregelen van gelijke werking in aanmerking komen als die waarnaar wordt verwezen in de artikelen 39 en 48.
Het is clearingleden en cliënten toegestaan de risico's die verband houden met de aangeboden clearingdiensten te controleren.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met de voorwaarden waaronder de in de eerste alinea van dit lid bedoelde handelsvoorwaarden als eerlijk, redelijk, niet-discriminerend en transparant moeten worden beschouwd, op basis van het volgende:
billijkheids- en transparantievereisten met betrekking tot vergoedingen, prijzen, kortingen en andere algemene contractuele voorwaarden in verband met de prijslijst, zonder afbreuk te doen aan de vertrouwelijkheid van contractuele regelingen met afzonderlijke tegenpartijen;
factoren die redelijke handelsvoorwaarden vormen teneinde onbevooroordeelde en rationele contractuele regelingen te waarborgen;
vereisten die clearingdiensten op een billijke en niet-discriminerende basis faciliteren, gelet op de desbetreffende kosten en risico's, zodat verschillen in aangerekende prijzen in verhouding staan tot kosten, risico's en voordelen, en
criteria voor het controleren van de risico's voor het clearinglid of de cliënt in verband met de aangeboden clearingdiensten.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot otc-derivatencontracten die door gedekteobligatie-entiteiten in verband met een gedekte obligatie of door een special purpose entity voor securitisatiedoeleinden in verband met een securitisatie in de zin van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 ) worden gesloten mits:
in geval van special purpose entity’s voor securitisatiedoeleinden, de special purpose entity voor securitisatiedoeleinden uitsluitend securitisaties uitgeeft die voldoen aan de vereisten van artikel 18, en van de artikelen 19 tot en met 22 of de artikelen 23 tot en met 26 van Verordening (EU) 2017/2402[de securitisatieverordening];
het otc-derivatencontract uitsluitend wordt gebruikt voor het afdekken van rente- of valutamismatches in het kader van de gedekte obligatie of de securitisatie, en
de regelingen in het kader van de gedekte obligatie of de securitisatie op toereikende wijze tegenpartijkredietrisico limiteren met betrekking tot de otc-derivatencontracten die door de gedekteobligatie-entiteit of de special purpose entity voor securitisatiedoeleinden in verband met de gedekte obligatie of de securitisatie worden gesloten.
De ETA’s dienen die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juli 2018 bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 of (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 4 bis
Aan de clearingverplichting onderworpen financiële tegenpartijen
Indien een financiële tegenpartij haar positie niet berekent of het resultaat van die berekening een van de overeenkomstig artikel 10, lid 4, punt b), gespecificeerde clearingdrempels overschrijdt, moet de financiële tegenpartij:
ESMA en de betrokken bevoegde autoriteit onmiddellijk daarvan in kennis stellen, en, indien relevant, de voor de berekening gebruikte periode vermelden;
clearingregelingen treffen binnen vier maanden na de in punt a) van deze alinea bedoelde kennisgeving, en
komen te vallen onder de in artikel 4 bedoelde clearingverplichting voor alle otc-derivatencontracten die behoren tot alle onder de clearingverplichting vallende klassen van otc-derivaten en die zijn gesloten of verlengd na meer dan vier maanden te rekenen vanaf de in punt a) van deze alinea bedoelde kennisgeving.
De financiële tegenpartij is in staat aan de betrokken bevoegde autoriteit aan te tonen dat de berekening van de geaggregeerde gemiddelde positie aan het einde van de maand voor de voorgaande twaalf maanden niet leidt tot een systematische onderwaardering van die positie.
Niettegenstaande de eerste alinea worden de in lid 1 bedoelde posities voor icbe's en abi's op het niveau van de instelling berekend.
Icbe-beheermaatschappijen die meer dan één icbe beheren en abi-beheerders die meer dan één abi beheren, zijn in staat aan de betrokken bevoegde autoriteit aan te tonen dat de berekening van posities op het niveau van de instelling niet leidt tot:
een systematische onderwaardering van de posities van ongeacht welke instelling die zij beheren, of van de posities van de beheerder, en
een omzeiling van de clearingverplichting.
De betrokken bevoegde autoriteiten van de financiële tegenpartij en van de andere entiteiten binnen de groep zetten samenwerkingsprocedures op met het oog op het doeltreffend berekenen van de posities op groepsniveau.
Indien ESMA overeenkomstig artikel 10, lid 4 bis, de op grond van artikel 10, lid 4, eerste alinea, punt b), bepaalde clearingdrempels herziet, herziet ESMA ook de op grond van de eerste alinea van dit lid bepaalde clearingdrempel.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 4 ter
Posttransactionele risicobeperkingsdiensten
Een PTRB-transactie wordt slechts van de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting vrijgesteld indien:
de entiteit die de PTRB- activiteit uitvoert („PTRB-dienstenaanbieder”) voldoet aan de vereisten van de leden 3 en 4 van dit artikel, en
elke deelnemer aan de PTRB- activiteit voldoet aan de vereisten van lid 3 van dit artikel.
Een in aanmerking komende PTRB- activiteit:
wordt uitgevoerd door een entiteit waaraan overeenkomstig artikel 7 van Verordening 2014/65/EU een vergunning is verleend en die onafhankelijk is van de tegenpartijen bij de otc-derivatencontracten die in de PTRB- activiteit zijn opgenomen;
leidt tot een vermindering van het risico in elke van de portefeuilles die voor de PTRB- activiteit zijn ingediend;
wordt in haar geheel aanvaard of verworpen, wat inhoudt dat de deelnemers aan de PTRB- activiteit niet kunnen kiezen welke transacties in het kader van de PTRB- activiteit worden uitgevoerd;
staat alleen open voor deelname van de entiteiten die aanvankelijk een portefeuille voor de PTRB- activiteit hebben ingediend;
is marktrisiconeutraal;
draagt niet bij aan prijsvorming;
neemt de vorm aan van een compressie-, herschikkings- of optimalisatieoefening of een combinatie daarvan;
wordt op bilaterale of multilaterale basis uitgevoerd.
Een PTRB-dienstenaanbieder:
houdt zich aan vooraf overeengekomen regels van de PTRB- activiteit, waaronder methoden en algoritmen in vooraf geplande cycli, en handelt op redelijke, transparante en niet-discriminerende wijze;
garandeert dat de entiteiten die aan een PTRB- activiteit deelnemen, geen invloed hebben op het resultaat ervan;
voert regelmatig compressieoefeningen uit wanneer PTRB- activiteiten leiden tot nieuwe PTRB-transacties;
houdt volledige en nauwkeurige gegevens bij van alle transacties die ingevolge een PTRB- activiteit zijn uitgevoerd, waaronder:
informatie over transacties die in het kader van de PTRB- activiteit zijn aangegaan;
transacties die als gewijzigde transacties dan wel als nieuwe transacties uit de PTRB- activiteit voortvloeien, en
de algehele verandering in het risico van de verschillende in de PTRB- activiteit opgenomen portefeuilles;
stelt op verzoek de in punt d) bedoelde gegevens onverwijld ter beschikking van de betrokken bevoegde autoriteit en ESMA, en
monitort de transacties die uit de PTRB- activiteit voortvloeien om voor zover mogelijk te garanderen dat de PTRB- activiteit niet leidt tot misbruik of omzeiling van de clearingverplichting.
Voordat een PTRB-transactie die uit een door die PTRB-dienstenaanbieder uitgevoerde PTRB- activiteit voortvloeit overeenkomstig lid 1 kan worden vrijgesteld van de clearingverplichting, doet de bevoegde autoriteit die de PTRB-dienstenaanbieder overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2014/65/EU een vergunning heeft verleend, onverwijld het volgende:
zij deelt ESMA de naam van de PTRB-dienstenaanbieder mee, en
zij deelt met ESMA haar beoordeling van hoe de PTRB-dienstenaanbieder aan de in de leden 3 en 4 bedoelde vereisten voldoet.
De in de eerste alinea bedoelde bevoegde autoriteit bevestigt ten minste jaarlijks aan ESMA dat de PTRB-dienstenaanbieder nog steeds aan de in de leden 3 en 4 bedoelde vereisten voldoet of dat de PTRB-dienstenaanbieder geen PTRB-diensten meer aanbiedt, naargelang het geval.
ESMA zendt de uit hoofde van de eerste en tweede alinea van dit lid ontvangen informatie door aan de autoriteiten van elke lidstaat met toezichtbevoegdheden met betrekking tot de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde bevoegde autoriteit stelt ESMA onverwijld in kennis wanneer een PTRB-dienstenaanbieder niet langer aan de in de leden 3 en 4 bedoelde vereisten voldoet. Na een dergelijke kennisgeving schrapt ESMA de PTRB-dienstenaanbieder van de in de vijfde alinea van dit lid bedoelde lijst. Vanaf de datum waarop de PTRB-dienstenaanbieder van die lijst is geschrapt, worden PTRB-transacties die voortvloeien uit een door die PTRB-dienstenaanbieder uitgevoerde PTRB- activiteit niet langer vrijgesteld van de clearingverplichting overeenkomstig lid 1.
ESMA publiceert jaarlijks een lijst van PTRB-dienstenaanbieders die overeenkomstig de eerste alinea, punt a), bij ESMA zijn gemeld.
ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de in de leden 3 en 4 bedoelde elementen en vereisten en van de volgende andere voorwaarden of kenmerken van PTRB- activiteiten:
wat bij een PTRB- activiteit onder marktrisiconeutraliteit wordt verstaan;
de vereiste risicobeperking in ingediende portefeuilles;
de mogelijke opname van gemengde portefeuilles met zowel geclearde als ongeclearde transacties in dezelfde PTRB- activiteit en de voorwaarden waaronder een dergelijke opname zou zijn toegestaan;
vereisten met betrekking tot het beheer van de PTRB- activiteit;
vereisten voor verschillende soorten PTRB-diensten;
de procedure voor de monitoring van de toepassing van de verleende vrijstelling, en
de criteria die moeten worden toegepast wanneer wordt beoordeeld of de clearingverplichting wordt omzeild.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 5
Procedure betreffende de clearingverplichting
Binnen zes maanden na ontvangst van een kennisgeving uit hoofde van lid 1 of na afsluiting van een erkenningsprocedure overeenkomstig artikel 25 stelt ESMA, na daarover een openbare raadpleging te hebben gehouden en na het ESRB — en in voorkomend geval de bevoegde autoriteiten van derde landen — te hebben geraadpleegd, ontwerpen van technische reguleringsnormen op, en legt zij deze ter goedkeuring aan de Commissie voor, die het volgende bepalen:
de klasse van otc-derivaten die onder de in artikel 4 bedoelde clearingverplichting dient te vallen;
de datum(s) met ingang waarvan de clearingverplichting in werking treedt, met inbegrip van een eventuele gefaseerde invoering en de categorieën van tegenpartijen waarvoor de verplichting geldt.
▼M12 —————
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Bij het opstellen van de ontwerpen van technische reguleringsnormen op grond van dit lid doet de ESMA geen afbreuk aan de in artikel 95 van Richtlijn 2014/65/EU ( 14 ) opgenomen overgangsbepaling met betrekking tot de in deel C, punt 6, vermelde derivatencontracten inzake energie.
Na daarvan melding te hebben gemaakt publiceert ESMA een oproep tot het ontwikkelen van voorstellen voor de clearing van die klassen van derivaten.
Ter verwezenlijking van de overkoepelende doelstelling het systeemrisico te beperken wordt in de ontwerpen van technische reguleringsnormen voor het in lid 2, punt a), bedoelde onderdeel rekening gehouden met de volgende criteria:
de mate waarin de contractvoorwaarden en de operationele processen met betrekking tot de betrokken klasse van otc-derivaten zijn gestandaardiseerd;
het volume en de liquiditeit van de betrokken klasse van otc-derivaten;
de beschikbaarheid van eerlijke, betrouwbare en algemeen aanvaarde informatie over de prijsstelling in de desbetreffende klasse van otc-derivaten;
Bij het opstellen van deze ontwerpen van technische reguleringsnormen kan ESMA rekening houden met de interrelaties tussen tegenpartijen die gebruikmaken van de desbetreffende klassen van otc-derivaten, het verwachte effect op de niveaus van de tegenpartijkredietrisico's tussen tegenpartijen, alsook met de Uniebrede gevolgen op het gebied van mededinging.
Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de in de eerste alinea onder a), b) en c) bedoelde gegevens.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010, artikelen 10 tot en met 14, de in de derde alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen.
In de ontwerpen van technische reguleringsnormen voor het in lid 2, punt b, bedoelde onderdeel wordt rekening gehouden met de volgende criteria:
het verwachte volume van de betrokken klasse van otc-derivaten;
de vraag of meer dan één CTP reeds dezelfde klasse van otc-derivaten clearen;
het vermogen van de betrokken CTP's om het verwachte volume te verwerken en om het risico dat voortvloeit uit de clearing van de betrokken klasse van otc-derivaten te beheersen;
het type en de aantallen tegenpartijen die in de markt voor de betrokken klasse van otc-derivaten actief zijn en naar verwachting actief zullen zijn;
de vraag hoeveel tijd een onder de clearingverplichting vallende tegenpartij nodig heeft om regelingen te treffen voor het clearen van haar otc-derivatencontracten via een CTP;
het risicobeheer en de juridische en operationele capaciteit van het scala aan tegenpartijen die actief zijn in de markt voor de betrokken klasse van otc-derivaten en die onder de clearingverplichting van artikel 4, lid 1, zouden vallen.
Artikel 6
Openbaar register
Het register bevat de volgende informatie:
de klassen van derivaten die onder de clearingverplichting vallen op grond van artikel 4;
de CTP’s die overeenkomstig artikel 17 over een vergunning beschikken of overeenkomstig artikel 25 over een erkenning, en de datum van vergunning respectievelijk erkenning, met vermelding welke CTP’s met het oog op de clearingverplichting over een vergunning of erkenning beschikken;
de data vanaf welke de clearingverplichting in werking treedt, met inbegrip van een eventuele gefaseerde invoering;
de klassen van derivaten die door ESMA overeenkomstig artikel 5, lid 3, zijn vastgesteld;
▼M12 —————
de CTP's die met het oog op de clearingverplichting door de bevoegde autoriteit bij ESMA zijn aangemeld en de datum van kennisgeving van elk van hen;
het percentage, op het einde van het kalenderjaar, derivatencontracten die zijn gecleard bij CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend, in verhouding tot de derivatencontracten die zijn gecleard bij CTP’s uit derde landen die overeenkomstig artikel 25 zijn erkend, gepresenteerd op geaggregeerde basis en per activaklasse.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 6 bis
Opschorting van de clearingverplichting
ESMA kan de Commissie verzoeken om de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting op te schorten voor specifieke klassen van otc-derivaten of voor een specifiek type tegenpartij, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
de specifieke klassen van otc-derivaten komen niet langer in aanmerking voor centrale clearing overeenkomstig de in artikel 5, lid 4, eerste alinea, en lid 5, bedoelde criteria;
het is waarschijnlijk dat een CTP de clearing van die specifieke klassen van otc-derivaten zal stopzetten en er is geen andere CTP in staat die specifieke klassen van otc-derivaten zonder onderbreking te clearen;
de opschorting van de clearingverplichting voor die specifieke klassen van otc-derivaten of voor een specifiek type tegenpartij is noodzakelijk om een ernstige dreiging voor de financiële stabiliteit of voor de ordelijke werking van financiële markten in de Unie te voorkomen of aan te pakken, en staat in verhouding tot die doelstellingen.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), en voordat het in de eerste alinea bedoelde verzoek wordt ingediend, raadpleegt ESMA het ESRB en de overeenkomstig artikel 22 aangewezen bevoegde autoriteiten.
Het in de eerste alinea bedoelde verzoek gaat vergezeld van bewijs dat aan ten minste een van de daarin vastgestelde voorwaarden is voldaan.
Indien de opschorting van de clearingverplichting door ESMA wordt beschouwd als een materiële wijziging in de criteria voor de inwerkingtreding van de handelsverplichting, als bedoeld in artikel 32, lid 5, van Verordening (EU) nr. 600/2014, kan het in de eerste alinea van dit lid bedoelde verzoek ook een verzoek omvatten om de in artikel 28, leden 1 en 2, van die verordening neergelegde handelsverplichting op te schorten voor dezelfde specifieke klassen van otc-derivaten die het voorwerp vormen van het verzoek om opschorting van de clearingverplichting.
Binnen 48 uur na ontvangst van het in de eerste alinea van dit lid bedoelde verzoek van de bevoegde autoriteit en op basis van de door de bevoegde autoriteit verstrekte motivering en bewijzen, verzoekt ESMA de Commissie de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting op te schorten of wijst zij het in de eerste alinea van dit lid bedoelde verzoek af. ESMA stelt de betrokken bevoegde autoriteit in kennis van haar besluit. Indien ESMA het door de bevoegde autoriteit ingediende verzoek afwijst, geeft zij hiervoor schriftelijk de redenen op.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 86, lid 3, bedoelde procedure vastgesteld.
De in lid 5 bedoelde opschorting van de handelsverplichting geldt voor dezelfde initiële periode.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 86, lid 3, bedoelde procedure vastgesteld.
ESMA verstrekt de Commissie geruime tijd voor het einde van de in lid 7 van dit artikel bedoelde opschortingsperiode of van de verlengingsperiode als bedoeld in de eerste alinea van dit lid, een advies over de vraag of de redenen voor de opschorting blijven gelden. Voor de toepassing van lid 1, eerste alinea, punt c), van dit artikel raadpleegt ESMA het ESRB en de overeenkomstig artikel 22 aangewezen bevoegde autoriteiten. ESMA doet een exemplaar van dat advies toekomen aan het Europees Parlement en aan de Raad. Dat advies wordt niet openbaar gemaakt.
De uitvoeringshandeling tot verlenging van de opschorting van de clearingverplichting kan tevens voorzien in de verlenging van de in lid 7 bedoelde periode van de opschorting van de handelsverplichting.
De verlenging van de opschorting van de handelsverplichting geldt voor dezelfde periode als de verlenging van de opschorting van de clearingverplichting.
Artikel 6 ter
Opschorting van de clearingverplichting in het geval van afwikkeling
Indien een CTP voldoet aan de voorwaarden van artikel 22 van Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad ( 15 ), kan de overeenkomstig artikel 3, lid 1, van die verordening aangewezen afwikkelingsautoriteit, de overeenkomstig artikel 22, lid 1, van deze verordening aangewezen bevoegde autoriteit op eigen initiatief of op verzoek van een bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op een clearinglid van de CTP in afwikkeling de Commissie verzoeken om opschorting van de clearingverplichting in artikel 4, lid 1, van deze verordening, voor specifieke categorieën otc-derivaten of voor een specifiek type tegenpartij, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
aan de CTP in afwikkeling is een vergunning verleend om de specifieke categorieën van onder de clearingverplichting vallende otc-derivaten te clearen waarvoor opschorting is aangevraagd, en
de opschorting van de clearingverplichting voor die specifieke categorieën van otc-derivaten of voor een specifiek type tegenpartij is noodzakelijk om een ernstige dreiging voor de financiële stabiliteit of voor de ordelijke werking van de financiële markten in de Unie in verband met de afwikkeling van de CTP te voorkomen of aan te pakken, en die opschorting staat in verhouding tot die doeleinden.
Het in de eerste alinea bedoelde verzoek gaat vergezeld van bewijs dat aan de voorwaarden onder a) en b) van die alinea is voldaan.
De in de eerste alinea bedoelde autoriteit zendt haar met redenen omkleed verzoek toe aan de ESMA en het ESRB op het moment dat het verzoek bij de Commissie wordt ingediend.
De ESMA dient haar met redenen omkleed verzoek bij de in de lid 1, eerste alinea, bedoelde autoriteit en het ESRB in op het moment dat het verzoek bij de Commissie wordt ingediend.
Bij de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandeling houdt de Commissie rekening met het in lid 2 van dit artikel bedoelde advies van de ESMA, de in artikel 21 van Verordening (EU) 2021/23 neergelegde afwikkelingsdoelstellingen, de in artikel 5, leden 4 en 5, van deze verordening beschreven criteria met betrekking tot die categorieën van otc-derivaten, en de noodzaak van de opschorting om een ernstige dreiging voor de financiële stabiliteit of de ordelijke werking van de financiële markten in de Unie te voorkomen of aan te pakken.
Indien de Commissie de gevraagde opschorting verwerpt, verstrekt zij daarvoor een schriftelijke motivering aan de in lid 1, eerste alinea, bedoelde verzoekende autoriteit en de ESMA. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad daarvan onmiddellijk in kennis en stuurt hun de motivering toe die aan de in lid 1, eerste alinea, bedoelde verzoekende autoriteit en aan de ESMA is verstrekt. Die informatie wordt niet openbaar gemaakt.
De in dit lid, eerste alinea, bedoelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 86, lid 3, bedoelde procedure vastgesteld.
De in lid 6 bedoelde opschorting van de handelsverplichting geldt voor dezelfde initiële periode.
De in dit lid, eerste alinea, bedoelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 86, lid 3, bedoelde procedure vastgesteld.
Het verzoek gaat vergezeld van bewijs dat bij voortduring aan de voorwaarden in lid 1, eerste alinea, onder a) en b), is voldaan.
De in de eerste alinea bedoelde autoriteit brengt haar met redenen omkleed verzoek ter kennis van de ESMA en het ESRB op het moment dat het verzoek aan de Commissie wordt voorgelegd.
Het in de eerste alinea bedoelde verzoek wordt niet openbaar gemaakt.
De ESMA brengt, zonder onnodige vertraging na ontvangst van de kennisgeving van het verzoek en, indien zij zulks nodig acht, na raadpleging van het ESRB, een advies aan de Commissie uit over de vraag of de redenen voor de opschorting nog steeds gelden, rekening houdend met de noodzaak om een ernstige dreiging voor de financiële stabiliteit of de ordelijke werking van de financiële markten in de Unie te voorkomen of aan te pakken, de in artikel 21 van Verordening (EU) 2021/23 neergelegde afwikkelingsdoelstellingen en de in artikel 5, leden 4 en 5, van deze verordening beschreven criteria. ESMA doet een exemplaar van dat advies toekomen aan het Europees Parlement en aan de Raad. Dat advies wordt niet openbaar gemaakt.
De uitvoeringshandeling tot verlenging van de opschorting van de clearingverplichting kan tevens voorzien in de verlenging van de in lid 6 bedoelde periode van de opschorting van de handelsverplichting.
De verlenging van de opschorting van de handelsverplichting geldt voor dezelfde periode als de verlenging van de opschorting van de clearingverplichting.
Artikel 7
Toegang tot een CTP
Een CTP die over een vergunning beschikt om otc-derivatencontracten te clearen, aanvaardt deze contracten te clearen op niet-discriminerende en transparante basis, met inbegrip van de onderpandvereisten en vergoedingen voor toegang, ongeacht het handelsplatform. Dit moet er in het bijzonder voor zorgen dat een handelsplatform het recht op niet-discriminerende behandeling geniet voor wat betreft de manier waarop contracten via dat handelsplatform worden verhandeld met betrekking tot:
de onderpandvereisten en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten, indien het meerekenen van dergelijke contracten bij de vroegtijdige berekening (close-out) en andere verrekeningsprocedures van een CTP overeenkomstig de toepasselijke insolventiewetgeving de soepele en ordelijke werking, de geldigheid of afdwingbaarheid van dergelijke procedures niet in gevaar zou brengen; en
cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard op grond van een risicomodel dat voldoet aan artikel 41.
Een CTP kan verlangen dat een handelsplatform voldoet aan de door de CTP gestelde operationele en technische eisen, ook op het gebied van risicobeheersing.
De bevoegde autoriteit van het handelsplatform en die van de CTP kunnen de CTP na een formeel verzoek van het handelsplatform alleen weigeren toegang te verlenen wanneer die toegang een bedreiging zou vormen voor de soepele en ordelijke werking van de markten of negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico.
Artikel 7 bis
Actieve rekening
Wanneer een financiële tegenpartij of een niet-financiële tegenpartij overeenkomstig de eerste alinea wordt onderworpen aan de verplichting om een actieve rekening aan te houden, stelt die financiële tegenpartij of niet-financiële tegenpartij ESMA en haar betrokken bevoegde autoriteit daarvan in kennis en opent zij een dergelijke actieve rekening binnen zes maanden nadat zij aan die verplichting is onderworpen.
Tegenpartijen die worden onderworpen aan de in lid 1, eerste alinea, bepaalde verplichting zorgen ervoor dat aan alle volgende vereisten wordt voldaan:
de rekening is permanent operationeel, met inbegrip van juridische documentatie, IT-connectiviteit en interne processen in verband met de rekening;
de tegenpartij beschikt over systemen en middelen om operationeel in staat te zijn om de rekening, zelfs op korte termijn, te allen tijde te gebruiken voor grote volumes van de in lid 6 van dit artikel bedoelde derivatencontracten en om in korte tijd een grote stroom transacties te kunnen ontvangen van posities die bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang op grond van artikel 25, lid 2 quater worden aangehouden;
alle nieuwe transacties van de respectieve tegenpartij in de in lid 6 bedoelde derivatencontracten kunnen te allen tijde op de rekening worden gecleard;
de tegenpartij cleart op de actieve rekening transacties die representatief zijn voor de in lid 6 van dit artikel bedoelde derivatencontracten die tijdens de referentieperiode worden gecleard bij een clearingdienst van substantieel systeemrelevant belang op grond van artikel 25, lid 2 quater.
De in lid 3, punt d), bedoelde representativiteitsverplichting wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
de verschillende klassen van derivatencontracten;
de looptijd van de transacties;
de omvang van de transacties.
De in lid 3, punt d), bedoelde representativiteitsverplichting geldt niet voor tegenpartijen met een nominaal uitstaand clearingvolume van minder dan 6 miljard EUR in de in lid 6 bedoelde derivatencontracten.
De beoordeling van de in lid 3, punt d), bedoelde representativiteitsverplichting is gebaseerd op subcategorieën. Voor elke klasse derivatencontracten vloeit het aantal subcategorieën voort uit de combinatie van de verschillende transactievolumes en looptijdklassen.
De tegenpartij voldoet aan de in lid 3, punten a), b) en c), bedoelde vereisten binnen zes maanden nadat zij aan de verplichting van lid 1 van dit artikel is onderworpen en die tegenpartij brengt regelmatig verslag uit overeenkomstig artikel 7 ter. De vereisten worden regelmatig en ten minste eenmaal per jaar aan een stresstest onderworpen.
Om aan de in lid 3, punt d), bedoelde representativiteitsverplichting te voldoen, clearen tegenpartijen op jaarbasis gemiddeld ten minste vijf transacties in elk van de meest relevante subcategorieën per klasse derivatencontracten en per overeenkomstig lid 8, derde alinea, vastgestelde referentieperiode. Indien het resulterende aantal transacties meer bedraagt dan de helft van de totale transacties van die tegenpartij over de voorafgaande twaalf maanden, wordt de in lid 3, punt d), bedoelde representativiteitsverplichting geacht te zijn vervuld indien die tegenpartij ten minste één transactie in elk van de meest relevante subcategorieën per klasse derivatencontracten per referentieperiode cleart.
De in lid 3, punt d), bedoelde representativiteitsverplichting is niet van toepassing op het verrichten van clearingdiensten voor cliënten. Bij de berekening van het nominaal uitstaand clearingvolume van een tegenpartij als bedoeld in lid 8, vierde alinea, worden haar activiteiten op het gebied van clearing voor cliënten buiten beschouwing gelaten.
De categorieën derivatencontracten die zijn onderworpen aan de verplichtingen als bedoeld in lid 1 zijn:
in euro of Poolse zloty luidende rentederivaten;
in euro luidende kortetermijnrentederivaten.
Om de lijst van contracten die onder verplichtingen om een actieve rekening aan te houden vallen, te wijzigen, legt ESMA, na raadpleging van het ESRB en in overleg met de centrale banken van uitgifte, aan de Commissie een grondige en uitgebreide kosten-batenanalyse voor, indien van toepassing in overeenstemming met de in artikel 25, lid 2 quater, eerste alinea, punt c), bedoelde kwantitatieve technische beoordeling, met inbegrip van de gevolgen voor andere valuta’s van de Unie, en met een beoordeling van de mogelijke gevolgen van de uitbreiding van de verplichtingen om een actieve rekening aan te houden tot de nieuwe soorten contracten, alsook een advies in verband met deze beoordeling. De instemming van de centrale banken van uitgifte heeft alleen betrekking op de contracten die luiden in de valuta die zij uitgeven.
Indien ESMA de beoordeling uitvoert en een advies uitbrengt waarin wordt geconcludeerd dat de lijst van contracten gewijzigd moet worden, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast te stellen om de lijst van derivatencontracten overeenkomstig de eerste alinea van dit lid te wijzigen.
Met betrekking tot de in lid 3, punt d), bedoelde representativiteitsverplichting specificeert ESMA de verschillende klassen derivatencontracten, met een limiet van drie klassen, de verschillende looptijdbandbreedten, met een limiet van vier looptijdbandbreedten, en de verschillende transactievolumebandbreedten, met een limiet van drie transactievolumebandbreedten, om ervoor te zorgen dat de derivatencontracten die via de actieve rekeningen moeten worden gecleard, representatief zijn.
ESMA stelt het aantal meest relevante subcategorieën per klasse van derivatencontracten vast dat op de actieve rekening moet worden vertegenwoordigd, waarbij dit aantal niet hoger is dan vijf. De meest relevante subcategorieën zijn die met het hoogste aantal transacties tijdens de referentieperiode.
ESMA stelt ook de duur van de referentieperiode vast, die niet korter is dan zes maanden voor tegenpartijen met een nominaal uitstaand clearingvolume van minder dan 100 miljard EUR in de in lid 6 bedoelde derivatencontracten en niet korter dan één maand voor tegenpartijen met een nominaal uitstaand clearingvolume van meer dan 100 miljard EUR in de in lid 6 bedoelde derivatencontracten.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 juni 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Onverminderd het recht van de lidstaten om te voorzien in strafrechtelijke sancties en die op te leggen, legt de bevoegde autoriteit, indien wordt vastgesteld dat een financiële of niet-financiële tegenpartij haar verplichtingen uit hoofde van dit artikel niet nakomt, bij besluit administratieve sancties of dwangsommen op, of verzoekt zij de bevoegde gerechtelijke autoriteiten sancties of dwangsommen op te leggen, teneinde die tegenpartij te dwingen een einde te maken aan haar inbreuk.
De in de tweede alinea bedoelde dwangsom is doeltreffend en evenredig en bedraagt ten hoogste 3 % van de gemiddelde dagelijkse omzet in het voorafgaande boekjaar. De dwangsom wordt opgelegd voor elke dag van vertraging en wordt berekend vanaf de in het besluit tot oplegging van de dwangsom bepaalde datum.
De in de tweede alinea bedoelde dwangsom wordt opgelegd voor een termijn van maximaal zes maanden na de kennisgeving van het besluit van de bevoegde autoriteit. Na het verstrijken van die termijn beziet de bevoegde autoriteit de maatregel opnieuw en verlengt zij deze zo nodig.
ESMA laat de in de eerste alinea bedoelde beoordeling vergezeld gaan van een verslag aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie met een volledig gemotiveerde effectbeoordeling van aanvullende maatregelen, met inbegrip van kwantitatieve drempels.
Niettegenstaande de eerste alinea dient ESMA haar beoordeling en aanbevelingen in telkens wanneer zij van het gezamenlijk monitoringmechanisme een formele kennisgeving krijgt waarin wordt aangegeven dat er zich waarschijnlijk risico’s voor de financiële stabiliteit van de Unie zullen voordoen als gevolg van specifieke omstandigheden die aanleiding geven tot een gebeurtenis met systeemrelevante implicaties.
Binnen zes maanden na ontvangst van het in de tweede alinea bedoelde verslag van ESMA stelt de Commissie haar eigen verslag op, dat zo nodig vergezeld kan gaan van een wetgevingsvoorstel.
Artikel 7 ter
Monitoring van de verplichting om een actieve rekening aan te houden
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde tegenpartijen gebruiken de uit hoofde van artikel 9 gerapporteerde informatie indien dat relevant is. Bij de rapportage wordt ook aan de bevoegde autoriteit aangetoond dat de juridische documentatie, IT-connectiviteit en interne processen in verband met de actieve rekeningen aanwezig zijn.
Artikel 7 quater
Informatie over de verrichting van clearingdiensten
Clearingleden en cliënten die clearingdiensten verrichten, verstrekken de in lid 1 bedoelde informatie:
wanneer zij met een cliënt een relatie aangaan om voor die cliënt te clearen, en
ten minste eenmaal per kwartaal.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 7 quinquies
Informatie over clearingactiviteiten bij overeenkomstig artikel 25 erkende CTP’s
Clearingleden en cliënten die contracten clearen via een overeenkomstig artikel 25 erkende CTP, rapporteren die clearingactiviteit als volgt:
indien zij in de Unie zijn gevestigd maar geen deel uitmaken van een groep waarop in de Unie geconsolideerd toezicht wordt uitgeoefend, rapporteren zij aan hun bevoegde autoriteiten;
indien zij deel uitmaken van een groep waarop in de Unie geconsolideerd toezicht wordt uitgeoefend, rapporteert de Uniemoederonderneming van die groep die clearingactiviteit op geconsolideerde basis aan haar bevoegde autoriteit.
De in de eerste alinea bedoelde rapporten bevatten informatie over het toepassingsgebied van de clearingactiviteit bij de erkende CTP op jaarbasis en specificeren:
het type financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten dat wordt gecleard;
de gemiddelde waarden die gedurende een jaar per Unievaluta en per activaklasse zijn gecleard;
het bedrag van de geïnde marges;
de bijdragen aan wanbetalingsfondsen, en
de grootste betalingsverplichting.
De bevoegde autoriteiten geven de in de tweede alinea bedoelde informatie onmiddellijk door aan ESMA en aan het gezamenlijk monitoringmechanisme.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 7 sexies
Informatie over CTP’s uit de Unie
CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend, rapporteren maandelijks, via de door ESMA op grond van artikel 17 quater opgezette centrale databank (de „centrale databank”), ten minste de volgende informatie aan ESMA:
de geclearde waarden en volumes per valuta en per activaklasse, met inbegrip van de waarde van door clearingdeelnemers aangehouden posities;
de investeringen van de CTP;
het kapitaal van de CTP, met inbegrip van de specifieke eigen middelen die worden gebruikt voor de trapsgewijze dekking van verliezen bij wanbetaling zoals bedoeld in artikel 45, lid 4, van deze verordening en in artikel 9, lid 14, van Verordening (EU) 2021/23;
de marginvereisten, bijdragen aan het wanbetalingsfonds en contractueel toegezegde middelen van de clearingleden in het kader van wanbetalingsbeheer of van de in de in artikel 9 van Verordening (EU) 2021/23 bedoelde herstelplannen;
de toereikendheid van de margin, de bijdragen aan het wanbetalingsfonds en de middelen voor de trapsgewijze dekking van verliezen bij wanbetaling met betrekking tot de artikelen 41, 42 en 45;
de beschikbare liquide middelen van de CTP en de resultaten van de liquiditeitstresstests;
de gedetailleerde gegevens van de clearingleden, cliënten die individueel afzonderlijke rekeningen aanhouden, derden die belangrijke activiteiten in verband met het risicobeheer van de CTP uitvoeren, aan de CTP verwante verschaffers van wezenlijke liquiditeit, alsook interoperabele en gekoppelde CTP’s;
eventuele wijzigingen die de CTP overeenkomstig artikel 15 bis rechtstreeks heeft doorgevoerd.
De leden van het in artikel 18 bedoelde college van de CTP hebben via de centrale databank toegang tot de overeenkomstig dit artikel verstrekte informatie.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 8
Toegang tot een handelsplatform
De CTP krijgt alleen toegang tot het handelsplatform voor zover die toegang geen interoperabiliteit vergt noch een bedreiging vormt voor de soepele en ordelijke werking van de markten, in het bijzonder als gevolg van liquiditeitsfragmentatie, en mits het handelsplatform beschikt over passende mechanismen om die fragmentatie te voorkomen.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 9
Rapportageverplichting
Financiële tegenpartijen, niet-financiële tegenpartijen en CTP’s die aan de rapportageverplichting onderworpen zijn, voeren passende procedures en regelingen in om de kwaliteit van de gegevens die zij overeenkomstig dit artikel rapporteren, te waarborgen.
Indien een niet-financiële tegenpartij die deel uitmaakt van een groep voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, lid 1, tweede alinea en in aanmerking komt voor de vrijstelling van de vijfde alinea van dit lid, rapporteert de Uniemoederonderneming van die niet-financiële tegenpartij wekelijks de netto geaggregeerde posities per klasse derivaten van die niet-financiële tegenpartij aan haar bevoegde autoriteit. Voor een in de Unie gevestigde tegenpartij deelt de bevoegde autoriteit van de moederonderneming de informatie met ESMA en met de bevoegde autoriteit van die tegenpartij.
De rapportageverplichting is van toepassing op derivatencontracten die:
vóór 12 februari 2014 zijn gesloten en op deze datum nog uitstonden;
op of na 12 februari 2014 zijn gesloten.
Niettegenstaande het bepaalde in artikel 3 is de rapportageverplichting niet van toepassing op derivatencontracten binnen dezelfde groep indien ten minste een van de tegenpartijen een niet-financiële tegenpartij is of als niet-financiële tegenpartij zou worden aangemerkt als zij in de Unie was gevestigd, mits:
beide tegenpartijen op volledige basis zijn opgenomen in dezelfde consolidatie;
beide tegenpartijen zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures, en
de moederonderneming geen financiële tegenpartij is.
De tegenpartijen stellen hun bevoegde autoriteiten in kennis van hun voornemen om de in de derde alinea bedoelde vrijstelling toe te passen. De vrijstelling is geldig tenzij de in kennis gestelde bevoegde autoriteiten de in de derde alinea bedoelde voorwaarden binnen drie maanden na de datum van kennisgeving niet vervuld achten.
Opdat de financiële tegenpartij beschikt over alle gegevens die het nodig heeft om aan de rapportageverplichting te voldoen, verstrekt de niet-financiële tegenpartij de financiële tegenpartij de gegevens van de tussen hen gesloten otc-derivatentransacties waarvan redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de financiële tegenpartij erover beschikt. De niet-financiële tegenpartij is verantwoordelijk voor de juistheid van die gegevens.
Niettegenstaande de eerste alinea kunnen niet-financiële tegenpartijen die al hebben geïnvesteerd in een rapportagesysteem, beslissen de gegevens betreffende hun otc-derivatencontracten met financiële tegenpartijen te rapporteren aan een transactieregister. In dat geval stellen de niet-financiële tegenpartijen de financiële tegenpartijen waarmee zij otc-derivatencontracten hebben gesloten voor rapportage van die gegevens in kennis van hun beslissing. In dat geval is de niet-financiële tegenpartij verantwoordelijk en wettelijk aansprakelijk voor de rapportage en juistheid van die gegevens.
Een niet-financiële tegenpartij die niet voldoet aan de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, bedoelde voorwaarden, en die een otc-derivatencontract sluit met een in een derde land gevestigde entiteit wordt is niet verplicht op grond van dit artikel te rapporteren, noch wettelijk aansprakelijk voor de rapportage of voor de juistheid van gegevens van dergelijke otc-derivatencontracten, mits:
die entiteit uit het derde land als een financiële tegenpartij zou worden beschouwd indien zij in de Unie gevestigd zou zijn, en
▼M18 —————
de financiële tegenpartij uit het derde land die informatie heeft gerapporteerd op grond van het wettelijke kader van dat derde land inzake rapportage aan een handelsregister dat onderworpen is aan een wettelijk bindende en afdwingbare verplichting om de in artikel 81, lid 3, bedoelde entiteiten rechtstreekse en onmiddellijke toegang tot de gegevens te verlenen;
In dat geval zorgt ESMA dat alle in artikel 81, lid 3, bedoelde entiteiten toegang hebben tot alle gegevens betreffende derivatencontracten die zij nodig hebben om hun verantwoordelijkheden en taken te vervullen.
Noch op de rapporterende entiteit, noch op haar leiding of werknemers rust enige uit die openbaarmaking voortvloeiende aansprakelijkheid.
In de rapporten in de zin van de leden 1 en 3 worden ten minste vermeld:
de partijen bij het derivatencontract en, voor zover verschillend, de begunstigde van de eruit voortvloeiende rechten en verplichtingen;
de voornaamste kenmerken van de derivatencontracten, waaronder hun type, de onderliggende waarde, de looptijd en de nominale waarde, de prijs en de afwikkelingsdatum.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van de leden 1 en 3 te garanderen, stelt ESMA in nauwe samenwerking met het ESCB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot bepaling van:
de gegevensnormen en -formats voor de informatie die moet worden gerapporteerd, waaronder ten minste het volgende:
mondiale identificatiecodes voor juridische entiteiten (legal entity identifier — LEI's);
internationale effectenidentificatienummers (international securities identification numbers — ISIN's);
unieke transactie-identificatiecodes (unique trade identifier — UTI's);
de methoden en regelingen voor rapportage;
de frequentie van de rapportage;
de uiterste datum waarop de derivatencontracten moeten worden gerapporteerd.
Bij het ontwikkelen van die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen houdt ESMA rekening met internationale ontwikkelingen en op Unie- of mondiaal niveau overeengekomen normen, en met de consistentie ervan met de rapportagevereisten die zijn vastgelegd in artikel 4 van Verordening (EU) 2015/2365 ( 17 ) en artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.
ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2020 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 10
Niet-financiële tegenpartijen
Indien een niet-financiële tegenpartij haar posities niet berekent of het resultaat van die berekening met betrekking tot een of meer klassen van otc-derivaten de op grond van lid 4, eerste alinea, punt b), van dit artikel bepaalde clearingdrempels overschrijdt, moet die financiële tegenpartij:
ESMA en de relevante bevoegde autoriteit onmiddellijk daarvan in kennis stellen en, indien relevant, de voor de berekening gebruikte periode vermelden;
clearingregelingen treffen binnen vier maanden na de in punt a) van deze alinea bedoelde kennisgeving;
komen te vallen onder de in artikel 4 bedoelde clearingverplichting voor de otc-derivatencontracten die meer dan vier maanden na de in punt a) van deze alinea bedoelde kennisgeving zijn gesloten of verlengd en die behoren tot die activaklassen waarvoor het resultaat van de berekening de clearingdrempels overschrijdt of, indien de niet-financiële tegenpartij haar positie niet heeft berekend, die behoren tot alle klassen van otc-derivaten die onder de clearingverplichting vallen.
De niet-financiële tegenpartij is in staat aan de betrokken bevoegde autoriteit aan te tonen dat de berekening van de geaggregeerde gemiddelde positie aan het einde van de maand voor de voorgaande twaalf maanden niet leidt tot een systematische onderwaardering van de positie.
ESMA stelt, na raadpleging van de ESRB en andere relevante autoriteiten, ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin het volgende wordt gespecificeerd:
de criteria om te bepalen van welke otc-derivatencontracten objectief kan worden vastgesteld, dat zij risico’s verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteiten of de activiteiten betreffende kasbeheer als bedoeld in lid 3;
de waarden van de clearingdrempels voor ongeclearde posities die worden vastgesteld met inachtneming van de in lid 3 van dit artikel en artikel 4 bis, lid 3, bepaalde berekeningsmethode en de systeemrelevantie van de som van de nettoposities en blootstellingen per tegenpartij en per otc-derivatenklasse, en
de mechanismen die aanleiding geven tot een toetsing van de waarden van de clearingdrempels na aanzienlijke prijsschommelingen in de onderliggende otc-derivatenklasse of een aanzienlijke toename van de risico’s voor de financiële stabiliteit.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Die periodieke toetsing gaat vergezeld van een verslag ter zake van ESMA.
Ten minste om de twee jaar vanaf 24 december 2024 dient ESMA bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag in over de activiteiten van niet-financiële tegenpartijen uit de Unie met betrekking tot otc-derivaten, waarin zij aangeeft op welke gebieden er een gebrek aan convergentie en samenhang is bij de toepassing van deze verordening, alsook welke potentiële risico’s er zijn voor de financiële stabiliteit van de Unie.
Artikel 11
Risico-inperkingstechnieken voor niet door een CTP geclearde otc-derivatencontracten
Financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen die een niet door een CTP gecleard otc-derivatencontract sluiten, zien er met de nodige zorgvuldigheid op toe dat passende procedures en regelingen worden ingevoerd om operationele risico's en tegenpartijkredietrisico's te meten, te bewaken en te limiteren, waaronder ten minste:
elektronische middelen — voor zover beschikbaar — om de tijdige bevestiging van de voorwaarden van het desbetreffende otc-derivatencontract te verzekeren;
gestandaardiseerde processen die robuust, veerkrachtig en controleerbaar zijn, om portefeuilles te laten aansluiten, het gerelateerde risico te beheren, geschillen tussen partijen vroegtijdig vast te stellen en op te lossen, en de waarde van uitstaande contracten te bewaken.
Een niet-financiële tegenpartij die wordt onderworpen aan de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde verplichtingen, treft binnen vier maanden na de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, punt a), bedoelde kennisgeving de nodige regelingen om aan die verplichtingen te voldoen. Een niet-financiële tegenpartij wordt vrijgesteld van die verplichtingen voor contracten die in de vier maanden na deze kennisgeving worden gesloten.
Een niet-financiële tegenpartij die wordt onderworpen aan de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde verplichtingen, treft binnen vier maanden na de in artikel 10, lid 1, tweede alinea, punt a), bedoelde kennisgeving de nodige regelingen om aan die verplichtingen te voldoen. Een niet-financiële tegenpartij wordt vrijgesteld van die verplichtingen voor contracten die in de vier maanden na die kennisgeving worden gesloten.
De in artikel 10, lid 1, bedoelde financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen vragen hun bevoegde autoriteiten om goedkeuring alvorens gebruik te maken van of een wijziging aan te brengen in een model voor de berekening van de initiële marge met betrekking tot de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde risicobeheerprocedures. Wanneer zij om goedkeuring vragen, verstrekken die tegenpartijen hun bevoegde autoriteiten via de centrale databank alle relevante informatie over die risicobeheerprocedures. Die bevoegde autoriteiten verlenen of weigeren die goedkeuring binnen zes maanden na ontvangst van het verzoek voor een nieuw model of binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek voor een wijziging van een reeds goedgekeurd model.
Indien het in de derde alinea van dit lid bedoelde model op een pro-formamodel gebaseerd is, verzoekt de tegenpartij EBA om validatie van dat model en verschaft zij EBA via de centrale gegevensbank alle in die alinea bedoelde relevante informatie. Daarnaast verstrekt de tegenpartij EBA via de centrale databank de in lid 12 bis van dit artikel bedoelde informatie over het uitstaande nominale bedrag.
Indien het in de derde alinea van dit lid bedoelde model op een pro-formamodel gebaseerd is, verlenen de bevoegde autoriteiten slechts goedkeuring indien het pro-formamodel door EBA is gevalideerd.
EBA kan, in samenwerking met ESMA en Eiopa, overeenkomstig de in artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 neergelegde procedure, richtsnoeren of aanbevelingen uitgeven om te zorgen voor een uniforme toepassing en een uniforme procedure voor de goedkeuring van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde risicobeheerprocedures.
Voor de toepassing van de eerste alinea van dit lid monitort ESMA, in samenwerking met EBA en Eiopa:
regelgevingsontwikkelingen in jurisdicties van derde landen met betrekking tot de behandeling van aandelenopties en aandelenindexopties;
het effect van de in de eerste alinea vastgestelde vrijstelling op de financiële stabiliteit van de Unie of een of meer van haar lidstaten, en
de ontwikkeling van blootstellingen in aandelenopties en aandelenindexopties die niet door een CTP zijn gecleard.
Ten minste om de drie jaar vanaf 24 december 2024 brengt ESMA, in samenwerking met EBA en Eiopa, aan de Commissie verslag uit over de bevindingen van haar monitoring zoals bedoeld in de tweede alinea.
Binnen een jaar na de datum van ontvangst van het in de derde alinea bedoelde verslag beoordeelt de Commissie of:
internationale ontwikkelingen hebben geleid tot meer convergentie in de behandeling van aandelenopties en aandelenindexopties, en
de in de eerste alinea vastgestelde vrijstelling de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten in gevaar brengt.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast te stellen om deze verordening te wijzigen door de in de eerste alinea vastgestelde vrijstelling na een aanpassingsperiode in te trekken. De aanpassingsperiode duurt maximaal twee jaar.
Een intragroeptransactie als bedoeld in artikel 3, lid 2, punten a), b) of c), welke wordt gesloten door tegenpartijen die in verschillende lidstaten gevestigd zijn, wordt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van het in lid 3 van dit artikel neergelegde vereiste op basis van een positief besluit van beide relevante bevoegde autoriteiten, mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de risicobeheerprocedures van de tegenpartijen zijn voldoende degelijk en solide, en zijn consistent met het complexiteitsniveau van de derivatentransactie;
er is geen praktische of juridische belemmering aanwezig of te voorzien die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva tussen de tegenpartijen kan verhinderen.
Indien de bevoegde autoriteiten er niet in slagen binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om vrijstelling tot een positief besluit te komen, kan ESMA deze autoriteiten assisteren bij het bereiken van een akkoord in overeenstemming met haar bevoegdheden tot schikking van meningsverschillen krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Een intragroeptransactie als bedoeld in artikel 3, lid 1, welke wordt gesloten door niet-financiële tegenpartijen die in verschillende lidstaten gevestigd zijn, wordt vrijgesteld van het in lid 3 van dit artikel neergelegde vereiste, mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de risicobeheerprocedures van de tegenpartijen zijn voldoende degelijk en solide, en zijn consistent met het complexiteitsniveau van de derivatentransactie;
er is geen praktische of juridische belemmering aanwezig of te voorzien die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva tussen de tegenpartijen kan verhinderen.
De niet-financiële tegenpartijen stellen de in artikel 10, lid 5, bedoelde bevoegde autoriteiten in kennis van hun voornemen om de vrijstelling toe te passen. De vrijstelling is geldig tenzij een van beide in kennis gestelde bevoegde autoriteiten de in onder a) of onder b) van de eerste alinea bedoelde voorwaarden binnen drie maanden na de datum van kennisgeving niet vervuld acht.
Een intragroeptransactie als bedoeld in artikel 3, lid 2, punten a) tot en met d), die wordt gesloten door een tegenpartij die in de Unie is gevestigd en een tegenpartij die in het rechtsgebied van een derde land gevestigd is, wordt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van het in lid 3 van dit artikel neergelegde vereiste op basis van een positief besluit van de relevante bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de in de Unie gevestigde tegenpartij, mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de risicobeheerprocedures van de tegenpartijen zijn voldoende degelijk en solide, en zijn consistent met het complexiteitsniveau van de derivatentransactie;
er is geen praktische of juridische belemmering aanwezig of te voorzien die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva tussen de tegenpartijen kan verhinderen.
Een intragroeptransactie als bedoeld in artikel 3, lid 1, van dit artikel welke wordt gesloten door een niet-financiële tegenpartij die in de Unie is gevestigd en een tegenpartij die in het rechtsgebied van een derde land gevestigd is, wordt vrijgesteld van het in lid 3 neergelegde vereiste, mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de risicobeheerprocedures van de tegenpartijen zijn voldoende degelijk en solide, en zijn consistent met het complexiteitsniveau van de derivatentransactie;
er is geen praktische of juridische belemmering aanwezig of te voorzien die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva tussen de tegenpartijen kan verhinderen.
De niet-financiële tegenpartij stelt de in artikel 10, lid 5, bedoelde bevoegde autoriteit in kennis van haar voornemen om de vrijstelling toe te passen. De vrijstelling is geldig tenzij één van de in kennis gestelde bevoegde autoriteiten de in onder a) of onder b) van de eerste alinea bedoelde voorwaarden binnen drie maanden na de datum van kennisgeving niet vervuld acht.
Een intragroeptransactie als bedoeld in artikel 3, lid 1, van dit artikel welke wordt gesloten door een niet-financiële tegenpartij en een financiële tegenpartij die in verschillende lidstaten gevestigd zijn, wordt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van het in lid 3 neergelegde vereiste op basis van een positief besluit van de relevante bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de financiële tegenpartij, mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de risicobeheerprocedures van de tegenpartijen zijn voldoende degelijk en solide, en zijn consistent met het complexiteitsniveau van de derivatentransactie;
er is geen praktische of juridische belemmering aanwezig of te voorzien die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva tussen de tegenpartijen kan verhinderen.
De relevante bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de financiële tegenpartij stelt de in artikel 10, lid 5, bedoelde bevoegde autoriteit in kennis van het bedoelde besluit. De vrijstelling geldt tenzij de in kennis gestelde bevoegde autoriteit de in onder a) of onder b) van de eerste alinea bedoelde voorwaarden niet vervuld acht. Indien de bevoegde autoriteiten het niet eens worden, kan ESMA die autoriteiten helpen tot overeenstemming te komen overeenkomstig haar bevoegdheden uit hoofde van artikel 19 Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Een bevoegde autoriteit stelt ESMA in kennis van elk besluit dat uit hoofde van lid 6, lid 8 of lid 10 is genomen alsook van elke kennisgeving die zij uit hoofde van lid 7, lid 9 of lid 10 heeft ontvangen, en doet de gegevens inzake de betrokken intragroeptransactie aan ESMA toekomen.
In haar rol als centrale validator valideert EBA de elementen en algemene aspecten van die pro-formamodellen, waaronder hun kalibratie, ontwerp en dekking van instrumenten, activaklassen en risicofactoren. EBA verleent of weigert een dergelijke validatie binnen zes maanden na ontvangst van de in lid 3, vierde alinea, bedoelde verzoek om validatie voor een nieuw pro-formamodel en binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek voor een wijziging van een reeds gevalideerd model. Om de validatiewerkzaamheden van EBA te vergemakkelijken, verstrekken ontwikkelaars van pro-formamodellen EBA op haar verzoek alle nodige informatie en documentatie.
EBA helpt de bevoegde autoriteiten bij hun goedkeuringsprocedures met betrekking tot de algemene aspecten van de toepassing van de in lid 3 bedoelde modellen. Daartoe stelt EBA jaarlijks een verslag op over de relevante aspecten van haar validatiewerkzaamheden, met inbegrip van de verificatie van de kalibratie van de modellen overeenkomstig de tweede alinea van dit lid en de analyse van de gerapporteerde kwesties. Indien zij dit nodig acht, doet EBA, in samenwerking met ESMA en Eiopa, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 aanbevelingen aan die bevoegde autoriteiten. Om EBA te helpen bij het opstellen van de verslagen en aanbevelingen, verstrekken de bevoegde autoriteiten EBA op haar verzoek de informatie die is verzameld tijdens hun initiële en doorlopende goedkeuringsprocedure op entiteitsniveau voor de modellen uit hoofde van lid 3 of wijzigingen daarvan.
De bevoegde autoriteiten zijn als enige verantwoordelijk voor het verlenen van goedkeuring voor het gebruik van de uit hoofde van lid 3 bedoelde modellen, of wijzigingen daarvan, op het niveau van de onder toezicht staande entiteit.
EBA brengt financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, die de door EBA uit hoofde van de tweede alinea van dit lid gevalideerde pro-formamodellen gebruiken, een jaarlijkse vergoeding per pro-formamodel in rekening. De bevoegde autoriteiten rapporteren aan EBA welke financiële tegenpartijen en niet-financiële tegenpartijen modellen toepassen die onderworpen zijn aan het validatieproces overeenkomstig de eerste alinea. De vergoeding staat in verhouding tot het maandelijkse gemiddelde uitstaande nominale bedrag aan niet-centraal geclearde otc-derivaten over de laatste twaalf maanden van de betrokken tegenpartijen die gebruikmaken van de door EBA gevalideerde pro-formamodellen en wordt toegewezen ter dekking van alle kosten die EBA maakt voor de uitvoering van haar taken overeenkomstig de eerste alinea.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „pro-formamodel” verstaan: een model voor initiële margins dat door marktgestuurde initiatieven is vastgesteld, gepubliceerd en herzien.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door het volgende vast te stellen:
de methode voor de vaststelling van het bedrag van de vergoedingen, en
de wijze waarop de vergoedingen worden betaald.
Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op, waarin wordt gespecificeerd:
de procedures en regelingen als bedoeld in lid 1;
de marktomstandigheden waardoor waardering tegen marktwaarde onmogelijk wordt gemaakt, en de criteria voor waardering op basis van een modellenbenadering als bedoeld in lid 2;
de gegevens betreffende de vrijgestelde intragroeptransacties die moeten worden opgenomen in de kennisgeving als bedoeld in de leden 7, 9 en 10;
de nadere gegevens betreffende vrijgestelde intragroeptransacties als bedoeld in lid 11;
de contracten die worden geacht aanzienlijke en voorzienbare rechtstreekse gevolgen binnen de Unie te hebben of de gevallen waarin het passend of noodzakelijk is te voorkomen dat bepalingen van deze verordening als bedoeld in lid 12 worden omzeild.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stellen de ETA’s ontwerpen van gemeenschappelijke technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van:
de risicobeheerprocedures, inclusief de niveaus en de soorten zekerheden en scheidingsregelingen, bedoeld in lid 3;
de toezichtprocedures met het oog op de initiële en doorlopende validatie van de in lid 3 bedoelde risicobeheerprocedures die worden toegepast door kredietinstellingen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU vergunning is verleend en beleggingsondernemingen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend en die een maandelijks gemiddeld uitstaand nominaal bedrag aan niet centraal geclearde otc-derivaten van ten minste 750 miljard EUR hebben, of behoren tot een groep met een dergelijk bedrag, berekend overeenkomstig de technische reguleringsnormen die de ETA’s overeenkomstig dit lid moeten ontwikkelen;
de procedures die de tegenpartijen en de betrokken bevoegde autoriteiten moeten volgen voor het aanvragen van vrijstellingen in de zin van de leden 6 tot en met 10;
de toepasselijke criteria als bedoeld in de leden 5 tot en met 10, met name ter bepaling van hetgeen moet worden beschouwd als een praktische of juridische belemmering voor de onmiddellijke overboeking van eigen vermogen en de terugbetaling van passiva tussen de tegenpartijen.
Het niveau en type van de vereiste zekerheden met betrekking tot otc-derivatencontracten die door gedekteobligatie-entiteiten in verband met een gedekte obligatie of door een special purpose entity voor securitisatiedoeleinden in verband met een securitisatie in de zin van deze verordening worden gesloten en voldoen aan de voorwaarden van artikel 4, lid 5, van deze verordening en de vereisten van artikel 18, en van de artikelen 19 tot en met 22 of de artikelen 23 tot en met 26 van Verordening (EU) 2017/2402 [de securitisatieverordening], worden bepaald rekening houdend met belemmeringen bij de uitwisseling van zekerheden met betrekking tot bestaande zekerheids-overeenkomsten in het kader van de gedekte obligatie of securitisatie.
De ESA's dienen die ontwerpen van technische reguleringsnormen, uitgezonderd die welke zijn bedoeld in de eerste alinea, punt a bis), uiterlijk 18 juli 2018 bij de Commissie in.
EBA dient de in de eerste alinea, punt a bis), bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen in samenwerking met ESMA uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Afhankelijk van het juridische karakter van de tegenpartij wordt aan de Commissie de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 of (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 12
Sancties
De in de eerste alinea bedoelde dwangsom bedraagt maximaal 1 % van de gemiddelde dagelijkse omzet in het voorafgaande boekjaar, die de entiteit in geval van een voortdurende inbreuk moet betalen per dag dat de inbreuk voortduurt, totdat de verplichting (opnieuw) wordt nagekomen. De dwangsom kan worden opgelegd gedurende een maximumperiode van zes maanden vanaf de datum die is vastgelegd in het besluit van de bevoegde autoriteit waarbij beëindiging van een inbreuk wordt gevorderd en de dwangsom wordt opgelegd.
De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 17 februari 2013 van de in lid 1 bedoelde regels in kennis. Zij stellen de Commissie zonder uitstel van alle volgende wijzigingen daarvan in kennis.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 13
Mechanisme ter voorkoming van overlappende of tegenstrijdige regels met betrekking tot niet door een CTP geclearde otc-derivatencontracten
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij zij verklaart dat het juridisch, toezichthoudend en handhavingskader van een derde land:
gelijkwaardig zijn aan de in artikel 11 neergelegde voorschriften;
waarborgen inzake het beroepsgeheim bieden die gelijkwaardig zijn aan de in artikel 83 vervatte waarborgen, en
op een billijke en niet-verstorende wijze worden toegepast en gehandhaafd, zodat effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land zijn gewaarborgd.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 86, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 13 bis
Wijzigingen van legacycontracten met het oog op de uitvoering van benchmarkhervormingen
De leden 1 en 2 zijn alleen van toepassing op otc-derivatencontracten waarvan de wijziging of verlenging:
noodzakelijk is met het oog op de vervanging van benchmarks in het kader van benchmarkhervormingen;
de economische substantie of de risicofactor die door de referentie aan een benchmark van dergelijk contract wordt vertegenwoordigd, niet wijzigt, en
geen andere wijzigingen omvat van juridische voorwaarden van dat contract die geen betrekking hebben op de benchmark waaraan wordt gerefereerd en het contract dus mogelijk zodanig wijzigen dat het daadwerkelijk als een nieuw contract moet worden beschouwd.
TITEL III
VERGUNNINGVERLENING AAN EN TOEZICHT OP CTP'S
HOOFDSTUK 1
Voorwaarden en procedures voor vergunningverlening aan een CTP
Artikel 14
Vergunningverlening aan een CTP
Een entiteit die een vergunning aanvraagt om als CTP financiële instrumenten te mogen clearen, vermeldt in haar aanvraag de voor clearing geschikte klassen niet-financiële instrumenten die de CTP voornemens is te clearen.
Een CTP stelt de bevoegde autoriteit zonder onnodige vertraging in kennis van alle materiële wijzigingen die van invloed zijn op de voorwaarden voor vergunningverlening.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 15
Uitbreiding van activiteiten en diensten
De uitbreiding van een vergunning vindt plaats in overeenstemming met de procedure van artikel 17 dan wel de procedure van artikel 17 bis, naargelang het geval.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 15 bis
Vrijstelling van vergunningsplicht voor uitbreiding van clearingdiensten of -activiteiten
De CTP stelt de geregistreerde ontvangers via de centrale databank in kennis van haar besluit om gebruik te maken van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde vrijstelling en geeft daarbij aan welke dienst of activiteit zij voornemens is te verrichten.
De wijzigingen die een CTP overeenkomstig dit artikel doorvoert, worden getoetst en geëvalueerd overeenkomstig artikel 21.
ESMA kan het verrichten van clearingdiensten en -activiteiten evalueren en aan het in artikel 18 bedoelde college en aan de Commissie verslag uitbrengen over de risico’s die voortvloeien uit het verrichten van diensten en activiteiten door CTP’s op grond van dit artikel en over de passendheid daarvan.
ESMA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
het soort uitbreiding van clearingdiensten of -activiteiten die het risicoprofiel van een CTP niet materieel zouden beïnvloeden, en
de frequentie waarmee een CTP kennis moet geven van het gebruik van de in lid 1 bedoelde vrijstelling, die niet meer dan eens in de drie maanden bedraagt.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 16
Kapitaalvereisten
EBA dient uiterlijk op 30 september 2012 een ontwerp van deze technische reguleringsnormen in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.
Artikel 17
Procedure voor verlening en weigering van een vergunning
De aanvragende CTP verstrekt alle informatie die noodzakelijk is om aan te tonen dat deze op het moment van de initiële vergunning alle regelingen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde vereisten. Wanneer een CTP verzoekt om uitbreiding van een bestaande vergunning op grond van artikel 15, verstrekt zij alle informatie die noodzakelijk is om aan te tonen dat zij, op het moment dat een dergelijke uitbreiding wordt goedgekeurd, alle aanvullende regelingen zal hebben getroffen om te voldoen aan de vereisten die in deze verordening aan een dergelijke uitbreiding worden gesteld.
Overeenkomstig artikel 17 quater wordt binnen twee werkdagen na de indiening van de aanvraag overeenkomstig de eerste alinea van dit lid via de centrale databank een ontvangstbevestiging van de aanvraag toegezonden.
De mededeling wordt gedaan binnen:
20 werkdagen na de ontvangstbevestiging, indien de aanvragende CTP op grond van artikel 14, lid 1, een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend, of
10 werkdagen na de ontvangstbevestiging, indien de aanvragende CTP op grond vanartikel 15, lid 1, een aanvraag tot verlenging van een bestaande vergunning heeft ingediend.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit tijdens de in de tweede alinea van dit lid gespecificeerde toepasselijke periode besluit dat niet alle op grond vanartikel 14, leden 6 en 7, of artikel 15, leden 3 en 4, vereiste documenten of informatie zijn ingediend, verzoekt zij de aanvragende CTP om dergelijke aanvullende documenten of informatie via de centrale databank in te dienen. De vergunningsaanvraag of de aanvraag tot uitbreiding van de vergunning wordt afgewezen indien de voor de CTP bevoegde autoriteit besluit dat de aanvragende CTP niet aan een dergelijk verzoek heeft voldaan. De voor de CTP bevoegde autoriteit stelt de aanvragende CTP via de centrale databank in kennis van haar besluit.
De risicobeoordeling wordt verricht binnen:
80 werkdagen na de in lid 2, tweede alinea, punt a), bedoelde bevestiging indien een verzoek uit hoofde van artikel 14, lid 1, wordt ingediend, of
40 werkdagen na de in lid 2, tweede alinea, punt b), bedoelde bevestiging indien een verzoek uit hoofde van artikel 15, lid 1, wordt ingediend.
Aan het einde van de risicobeoordelingsperiode dient de voor de CTP bevoegde autoriteit haar ontwerpbesluit en verslag bij ESMA en het in artikel 18 bedoelde college in via de centrale databank.
Na ontvangst van het ontwerpbesluit en verslag zoals bedoeld in de derde alinea van dit lid, en op basis van de bevindingen daarin, stelt het in artikel 18 bedoelde college binnen 15 werkdagen een advies vast op grond van artikel 19, waarin wordt bepaald of de aanvragende CTP voldoet aan de in deze verordening vastgestelde vereisten en zendt het dit in elektronische vorm via de centrale databank door aan de voor de CTP bevoegde autoriteit en ESMA.
Het in artikel 18 bedoelde college kan in zijn advies voorwaarden of aanbevelingen opnemen die het nodig acht ter beperking van eventuele tekortkomingen in het risicobeheer van de CTP.
Na ontvangst van het ontwerpbesluit en verslag zoals bedoeld in de derde alinea van dit lid, stelt ESMA binnen 15 werkdagen een advies vast waarin wordt bepaald of de aanvragende CTP voldoet aan de in deze verordening vastgestelde vereisten overeenkomstig artikel 23 bis, lid 1, punt e), artikel 23 bis, lid 2, en artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater), en zendt het toe aan de voor de CTP bevoegde autoriteit en het in artikel 18 bedoelde college.
ESMA kan in haar advies voorwaarden of aanbevelingen opnemen die zij nodig acht ter beperking van eventuele tekortkomingen in het risicobeheer van de CTP, met name in verband met vastgestelde grensoverschrijdende risico’s of risico’s voor de financiële stabiliteit van de Unie.
Indien het bij ESMA overeenkomstig lid 3 van dit artikel ingediende ontwerpbesluit een gebrek aan convergentie of coherentie bij de toepassing van deze verordening vertoont, brengt ESMA op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren of aanbevelingen uit om de nodige consistentie of coherentie bij de toepassing van deze verordening te bevorderen.
De vastgestelde adviezen van ESMA en het in artikel 18 bedoelde college worden via de centrale databank in elektronische vorm aan de respectieve ontvangers doorgegeven.
Tijdens de risicobeoordelingsperiode:
kan de voor de CTP bevoegde autoriteit via de centrale databank vragen stellen aan en aanvullende informatie vragen van de aanvragende CTP;
coördineert en legt de voor de CTP bevoegde autoriteit vragen van ESMA of een lid van het in artikel 18 bedoelde college voor aan de aanvragende CTP, via de centrale databank, en
deelt de voor de CTP bevoegde autoriteit via de centrale databank alle antwoorden van de aanvragende CTP met ESMA en met de leden van het college zoals bedoeld in artikel 18.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit de gevraagde informatie niet binnen 10 werkdagen na indiening van het verzoek aan ESMA of aan een lid van het in artikel 18 bedoelde college heeft verstrekt, kan ESMA of een lid van dat in artikel 18 bedoelde college zijn verzoek rechtstreeks bij de CTP indienen via de centrale databank.
Indien de aanvragende CTP de in de eerste alinea bedoelde vragen niet heeft beantwoord binnen de termijn die is vastgesteld door de autoriteit die om de informatie verzoekt, kan de voor de CTP bevoegde autoriteit, na raadpleging van de verzoekende autoriteit, besluiten om de desbetreffende risicobeoordelingstermijn eenmaal met in totaal maximaal 10 werkdagen te verlengen indien een van de vragen volgens haar of volgens de verzoekende autoriteit van wezenlijk belang is voor de beoordeling. De bevoegde autoriteit stelt de aanvragende CTP via de centrale databank in kennis van de verstrekte uitbreiding. De bevoegde autoriteit kan een besluit nemen over de aanvraag bij gebreke van een antwoord van de CTP.
Indien het besluit van de voor de CTP bevoegde autoriteit een advies van ESMA of het in artikel 18 bedoelde college, met inbegrip van daarin vervatte voorwaarden of aanbevelingen, niet volgt, bevat haar besluit een volledig met redenen omklede toelichting op elke aanzienlijke afwijking van dat advies of die voorwaarden of aanbevelingen.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit een advies van ESMA of de daarin opgenomen voorwaarden of aanbevelingen niet naleeft of niet voornemens is dit te doen, stelt ESMA de raad van toezichthouders daarvan in kennis overeenkomstig artikel 24 bis. De informatie omvat ook de motivering van de voor de CTP bevoegde autoriteit voor niet-naleving of voor haar voornemen om niet te voldoen.
De voor de CTP bevoegde autoriteit verleent, na afweging van de adviezen van ESMA en het in lid 3 en 3 bis van dit artikel bedoelde college, met inbegrip van de daarin vervatte voorwaarden en aanbevelingen, uitsluitend een vergunning zoals bedoeld in artikel 14 en artikel 15, lid 1, tweede alinea, indien zij er ten volle van overtuigd is dat de aanvragende CTP:
voldoet aan de vereisten van deze verordening, ook, in voorkomend geval, voor het verrichten van clearingdiensten of -activiteiten met betrekking tot niet-financiële instrumenten, en
op grond van Richtlijn 98/26/EG als systeem is aangemeld.
Indien een CTP op grond van artikel 15 een uitbreiding van een bestaande vergunning aanvraagt, kunnen ESMA, het in artikel 18 bedoelde college en de voor de CTP bevoegde autoriteit zich baseren op een deel van de eerder op grond van dit artikel verrichte beoordeling, voor zover de aanvraag tot verlenging niet zal leiden tot een wijziging of anderszins van invloed zal zijn op de eerdere beoordeling voor dat deel. De CTP bevestigt aan de voor de CTP bevoegde autoriteit dat er geen verandering is in de onderliggende feiten van dat deel van de beoordeling.
De aanvragende CTP wordt geen vergunning verleend wanneer:
de voor de CTP bevoegde autoriteit heeft besloten de vergunning niet te verlenen, of
alle leden van het in artikel 18 bedoelde college, met uitzondering van de autoriteiten van de lidstaat waar de aanvragende CTP is gevestigd, op grond van artikel 19, lid 1, in onderlinge overeenstemming tot een gezamenlijk advies zijn gekomen dat aan de aanvragende CTP geen vergunning verleend wordt.
In het in de derde alinea, punt b), van dit lid bedoelde gezamenlijk advies worden uitdrukkelijk de volledige en gedetailleerde redenen opgegeven waarom het in artikel 18 bedoelde college van oordeel is dat de vereisten van deze verordening of van andere delen van het Unierecht niet zijn vervuld.
Daar waar niet in onderlinge overeenstemming een dergelijk gezamenlijk advies is geformuleerd en een twee derde meerderheid van de leden van het in het in artikel 18 bedoelde college een negatief advies heeft uitgebracht, kan elke van de betrokken bevoegde autoriteiten binnen 30 kalenderdagen na de aanneming van dat negatieve advies op basis van die meerderheid de aangelegenheid overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 naar ESMA doorverwijzen.
In het besluit om de aangelegenheid naar ESMA door te verwijzen worden uitdrukkelijk de volledige en gedetailleerde redenen opgegeven waarom de betrokken leden van het in artikel 18 bedoelde college van oordeel zijn dat de vereisten van deze verordening of van andere delen van het Unierecht niet zijn vervuld. In dat geval stelt de voor de CTP bevoegde autoriteit haar vergunningsbesluit uit in afwachting van een besluit dat ESMA overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 kan nemen. De voor de CTP bevoegde autoriteit neemt haar besluit in overeenstemming met het besluit van ESMA. Na het verstrijken van de in de vijfde alinea van dit lid bedoelde periode van 30 dagen wordt de aangelegenheid niet meer naar ESMA doorverwezen.
Indien alle leden van het in artikel 18 bedoelde college, met uitzondering van de autoriteiten van het land waarin de aanvragende CTP gevestigd is, in onderlinge overeenstemming tot een gezamenlijk advies komen op grond van artikel 19, lid 1, dat de aanvragende CTP geen vergunning moet krijgen, kan de voor de CTP bevoegde autoriteit de aangelegenheid overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 naar ESMA doorverwijzen.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de CTP is gevestigd, zendt het besluit toe aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
De bevoegde autoriteit stelt, onverwijld nadat zij een besluit heeft genomen over het verlenen of weigeren van een vergunning uit hoofde van lid 3 quater, de aanvragende CTP via de centrale databank schriftelijk in kennis van haar besluit, samen met een volledig gemotiveerde toelichting.
ESMA kan, op verzoek van een lid van het college of op eigen initiatief en na de bevoegde autoriteit op de hoogte te hebben gebracht, een aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht onderzoeken.
▼M18 —————
Artikel 17 bis
Versnelde procedure voor de goedkeuring van een uitbreiding van vergunning
Een versnelde procedure voor de goedkeuring van een uitbreiding van een vergunning wordt toegepast wanneer een CTP voornemens is haar bedrijfsactiviteiten met aanvullende diensten of activiteiten als bedoeld in artikel 15 uit te breiden en indien een dergelijke uitbreiding aan elk van de volgende voorwaarden voldoet:
het leidt er niet toe dat de CTP haar operationele structuur op enig punt van de contractcyclus aanzienlijk moet aanpassen;
het omvat niet het aanbieden van clearing van contracten die niet op dezelfde manier kunnen worden geliquideerd, zoals via een direct bod of een veiling, of samen met contracten die reeds door de CTP zijn gecleard;
het leidt er niet toe dat de CTP rekening moet houden met belangrijke nieuwe contractspecificaties;
het leidt niet tot de invoering van wezenlijke nieuwe risico’s of tot een aanzienlijke verhoging van het risicoprofiel van de CTP;
het omvat niet het aanbieden van een nieuw afwikkelings- of leveringsmechanisme of een nieuwe afwikkelings- of leveringsdienst waarbij koppelingen tot stand worden gebracht met een ander afwikkelingssysteem, een centrale effectenbewaarinstelling of een betalingssysteem waarvan de CTP voorheen geen gebruikmaakte.
De CTP dient haar aanvraag voor een uitbreiding in een elektronisch formaat in via de centrale databank en verstrekt alle informatie op grond van artikel 15, leden 3 en 4, die noodzakelijk is om aan te tonen dat zij op het moment van de vergunning alle regelingen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de relevante vereisten die zijn vastgesteld in deze verordening. Overeenkomstig artikel 17 quater wordt binnen twee werkdagen na de indiening van die aanvraag via de centrale databank een ontvangstbevestiging van de aanvraag toegezonden.
Binnen 15 werkdagen na ontvangstbevestiging van een aanvraag op grond van lid 2 van dit artikel besluit de voor de CTP bevoegde autoriteit, na bestudering van de input van ESMA en het in artikel 18 bedoelde college:
of de aanvraag in aanmerking komt om te worden beoordeeld volgens de in dit artikel bepaalde procedure, en
indien de aanvraag ervoor in aanmerking komt om uit hoofde van de in dit artikel bepaalde versnelde procedure te worden beoordeeld, om:
de uitbreiding van de vergunning toe te staan indien de CTP aan deze verordening voldoet, of
de uitbreiding van de vergunning te weigeren indien de CTP niet aan deze verordening voldoet.
Indien een CTP op grond van artikel 15 een uitbreiding van een vergunning aanvraagt, kan de voor de CTP bevoegde autoriteit zich baseren op een deel van de eerder op grond van dit artikel verrichte beoordeling, voor zover de aanvraag tot uitbreiding niet zal leiden tot een wijziging of anderszins van invloed zal zijn op de eerdere beoordeling voor dat deel. De CTP bevestigt aan de voor de CTP bevoegde autoriteit dat er geen verandering is in de onderliggende feiten van dat deel van de beoordeling.
Indien de bevoegde autoriteit heeft besloten dat de uitbreiding van de vergunning niet in aanmerking komt voor een beoordeling volgens de versnelde procedure, wordt de aanvraag van de CTP afgewezen.
Indien de bevoegde autoriteit heeft besloten de uitbreiding van de vergunning niet toe te staan, wordt de uitbreiding van de vergunning geweigerd.
Bij de nadere bepaling van de voorwaarden op grond van de eerste alinea stelt ESMA de te gebruiken methode en de parameters vast die moeten worden toegepast om te besluiten wanneer een voorwaarde vervuld wordt geacht. ESMA vermeldt en specificeert ook of er typische uitbreidingen van diensten en activiteiten zijn die in beginsel geacht zouden kunnen worden onder de versnelde procedure van dit artikel te vallen.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 17 ter
Procedure voor de vaststelling van besluiten, verslagen of andere maatregelen
Een voor een CTP bevoegde autoriteit dient via de centrale databank een aanvraag in elektronisch format in voor een advies van:
ESMA op grond van artikel 23 bis, lid 2, wanneer de voor een CTP bevoegde autoriteit voornemens is een besluit, verslag of andere maatregel vast te stellen met betrekking tot de artikelen 7, 8, 20, 21, 29 tot en met 33, 35, 36, 37, 41 en 54;
het in artikel 18 bedoelde college op grond van artikel 19, wanneer de voor een CTP bevoegde autoriteit voornemens is een besluit, verslag of andere maatregel vast te stellen met betrekking tot de artikelen 20, 21, 30, 31, 32, 35, 37, 41, 49, 51 en 54.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde adviesaanvraag wordt, samen met alle relevante documenten, onmiddellijk gedeeld met ESMA en met het in artikel 18 bedoelde college.
Tenzij in een relevant artikel anderszins is aangegeven, na ontvangst van zowel de in lid 1 bedoelde adviesaanvraag als de in lid 2 bedoelde ontwerpbesluiten, verslagen of andere maatregelen:
stelt ESMA met betrekking tot artikel 20 een advies vast waarin wordt beoordeeld of de CTP voldoet aan de respectieve vereisten overeenkomstig artikel 23 bis, lid 1, punt e), artikel 23 bis, lid 2, en artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater); ESMA zendt haar advies toe aan de voor de CTP bevoegde autoriteit en het in artikel 18 bedoelde college; ESMA kan in haar advies voorwaarden of aanbevelingen opnemen die zij nodig acht ter beperking van eventuele tekortkomingen in het risicobeheer van de CTP, met name in verband met vastgestelde grensoverschrijdende risico’s of risico’s voor de financiële stabiliteit van de Unie; tevens stelt ESMA met betrekking tot de artikelen 21 en 37 een advies vast overeenkomstig die artikelen en overeenkomstig artikel 23 bis, lid 2, en artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater); ESMA kan in haar advies alle voorwaarden of aanbevelingen opnemen die zij noodzakelijk acht;
kan ESMA, met betrekking tot de artikelen 7, 8, 29 tot en met 33, 35, 36, 41 en 54, overeenkomstig artikel 23 bis en artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater), een advies uitbrengen over dat ontwerpbesluit, verslag of andere maatregel indien dat nodig is om een consistente en coherente toepassing van een relevant artikel te bevorderen, en
stelt het in artikel 18 bedoelde college een advies vast op grond van artikel 19 met een beoordeling van de naleving door de CTP van de respectieve vereisten en zendt het dit door aan de voor de CTP bevoegde autoriteit en ESMA; het advies van dat college kan voorwaarden of aanbevelingen bevatten die het college nodig acht ter beperking van eventuele tekortkomingen in het risicobeheer van de CTP.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), van dit lid brengt ESMA, indien een bij ESMA overeenkomstig dat punt ingediend ontwerpbesluit, verslag of andere maatregel een gebrek aan convergentie of coherentie bij de toepassing van deze verordening vertoont, op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren of aanbevelingen uit om de nodige consistentie of coherentie bij de toepassing van deze verordening te bevorderen. Indien ESMA overeenkomstig punt b) een advies uitbrengt, houdt de bevoegde autoriteit daar terdege rekening mee en stelt zij ESMA ervan in kennis of zij op grond daarvan actie heeft ondernomen of daarvan heeft afgezien.
ESMA en het in artikel 18 bedoelde college stellen elk hun adviezen vast binnen de door de voor de CTP bevoegde autoriteit gestelde termijn, die neerkomt op ten minste 15 werkdagen na ontvangst van de relevante documenten uit hoofde van lid 2 van dit artikel.
Indien het besluit, verslag of de andere maatregel geen weerspiegeling vormt van een advies van ESMA of van het in artikel 18 bedoelde college, met inbegrip van daarin vervatte voorwaarden of aanbevelingen, bevat het een volledig met redenen omklede toelichting op elke aanzienlijke afwijking van dat advies of die voorwaarden of aanbevelingen.
Voor de toepassing van lid 3, eerste alinea, punten a) en b), van dit artikel stelt ESMA, indien de voor de CTP bevoegde autoriteit het advies van ESMA of de daarin opgenomen voorwaarden of aanbevelingen niet naleeft of niet voornemens is dit te doen, de raad van toezichthouders daarvan in kennis overeenkomstig artikel 24 bis. De informatie omvat ook de motivering van de voor de CTP bevoegde autoriteit voor niet-naleving of voor haar voornemen om niet te voldoen.
De voor de CTP bevoegde autoriteit stelt haar besluiten, verslagen of andere maatregelen vast overeenkomstig de in lid 1 van dit artikel bepaalde relevante artikelen.
Artikel 17 quater
Centrale databank
ESMA maakt de oprichting van de centrale databank op haar website bekend.
Een CTP uploadt zo snel mogelijk alle documenten die zij moet verstrekken in het kader van de in de artikelen 14 en 15 bedoelde vergunningsprocedures of de in de artikelen 49 en 49 bis bedoelde validatieprocessen, naargelang het geval, in de centrale databank. De geregistreerde ontvangers uploaden zo snel mogelijk alle documenten die zij van de CTP ontvangen in verband met een in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanvraag, tenzij de CTP dergelijke documenten reeds heeft geüpload.
Een CTP heeft toegang tot de centrale databank met betrekking tot de documenten die zij bij die centrale databank heeft ingediend of de documenten die via die centrale databank door een van de geregistreerde ontvangers of het in artikel 18 bedoelde college aan de CTP zijn toegezonden.
Artikel 18
College
Het college bestaat uit:
de voorzitter of een van de onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s, als bedoeld in artikel 24 bis, lid 2, punt a), respectievelijk punt b);
de voor de CTP bevoegde autoriteit;
de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de clearingleden van de CTP die gevestigd zijn in de drie lidstaten met op geaggregeerde basis gedurende een periode van één jaar de grootste bijdragen aan het in artikel 42 van deze verordening bedoelde wanbetalingsfonds van de CTP, met inbegrip van, in voorkomend geval, de ECB in het kader van de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad ( 18 ) aan de ECB toevertrouwde taken in verband met het prudentieel toezicht op kredietinstellingen binnen het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme;
de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op andere clearingleden van de CTP dan die welke worden bedoeld in punt c), onder voorbehoud van de goedkeuring door de voor de CTP bevoegde autoriteit. Die bevoegde autoriteiten verzoeken de voor de CTP bevoegde autoriteit om toestemming voor deelname aan het college, met een motivering van hun verzoek op basis van hun beoordeling van de gevolgen die de financiële moeilijkheden van de CTP zouden kunnen hebben voor de financiële stabiliteit van hun respectieve lidstaat. Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit geen gehoor geeft aan het verzoek, verstrekt zij een volledige en gedetailleerde schriftelijke motivering;
de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de door de CTP bediende handelsplatforms;
de bevoegde autoriteiten die toezicht uitoefenen op de CTP's waarmee interoperabiliteitsregelingen zijn getroffen;
de bevoegde autoriteiten die toezicht uitoefenen op de centrale effectenbewaarinstellingen waarbij de CTP is aangesloten;
de relevante leden van het ESCB die verantwoordelijk zijn voor de supervisie op de CTP en de relevante leden van het ESCB die verantwoordelijk zijn voor de supervisie op de CTP's waarmee interoperabiliteitsregelingen zijn getroffen;
de centrale banken die de belangrijkste EU-valuta's van de geclearde financiële instrumenten uitgeven;
andere centrale banken van uitgifte van de EU-valuta’s van de financiële instrumenten die door de CTP zijn gecleard of zullen worden gecleard dan die welke worden bedoeld in punt h), onder voorbehoud van de goedkeuring door de voor de CTP bevoegde autoriteit. Die centrale banken van uitgifte verzoeken de voor de CTP bevoegde autoriteit om toestemming voor deelname aan het college, met een motivering van hun verzoek op basis van hun beoordeling van de gevolgen die de financiële moeilijkheden van de CTP zouden kunnen hebben voor hun respectieve uitgegeven valuta. Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit geen gehoor geeft aan het verzoek, verstrekt de voor de CTP bevoegde autoriteit een volledige en gedetailleerde schriftelijke motivering.
De voor de CTP bevoegde autoriteit publiceert op haar website een lijst van de leden van het college. Na elke wijziging in de samenstelling van het college wordt die lijst zonder onnodige vertraging door de voor de CTP bevoegde autoriteit geactualiseerd. Binnen 30 kalenderdagen na de oprichting van het college of de wijziging van de samenstelling ervan stelt de voor de CTP bevoegde autoriteit ESMA in kennis van die lijst. Na ontvangst van de kennisgeving door de voor de CTP bevoegde autoriteit publiceert ESMA zonder onnodige vertraging de lijst van de leden van dat college op haar website.
Onverminderd de verantwoordelijkheden van bevoegde autoriteiten ingevolge deze verordening zorgt het college voor:
de opstelling van het in artikel 19 bedoelde advies;
de uitwisseling van informatie, waaronder verzoeken om informatie uit hoofde van artikel 84;
overeenstemming betreffende de vrijwillige toevertrouwing van taken onder haar leden;
de coördinatie van toezichtinspectieprogramma's op basis van een risicobeoordeling van de CTP, en
de bepaling van procedures en calamiteitenplannen om noodsituaties aan te pakken, zoals bedoeld in artikel 24.
De medevoorzitters stellen de data van de vergaderingen van het college en de agenda van dergelijke vergaderingen vast.
Teneinde de uitoefening van de op grond van de eerste alinea van dit lid aan colleges toegewezen taken te faciliteren, krijgen de in lid 2 bedoelde leden van het college het recht om bij te dragen aan de opstelling van de agenda van de vergaderingen van het college, met name door punten aan de agenda van een vergadering toe te voegen, rekening houdend met de resultaten van de werkzaamheden van het gezamenlijk monitoringmechanisme.
In die overeenkomst worden de praktische regelingen voor het functioneren van het college vastgelegd, waaronder gedetailleerde regels betreffende:
de in artikel 19, lid 3, bedoelde stemprocedures;
de procedures voor de opstelling van de agenda van vergaderingen van het college;
de frequentie van de vergaderingen van het college;
de vorm en reikwijdte van de informatie die de voor de CTP bevoegde autoriteit aan de leden van het college moet verstrekken, met name in verband met de overeenkomstig artikel 21, lid 4, te verstrekken informatie;
de passende minimumtermijnen voor het beoordelen van de relevante documentatie door de leden van het college;
de middelen voor communicatie tussen de leden van het college.
De overeenkomst kan tevens bepalen dat sommige taken aan de voor de CTP bevoegde autoriteit, ESMA of een ander lid van het college worden toevertrouwd. In geval van onenigheid tussen de medevoorzitters wordt het definitieve besluit genomen door de bevoegde autoriteit, die ESMA een met redenen omklede toelichting bij haar besluit verstrekt.
ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 2 januari 2021 bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 19
Advies van het college
Onverminderd artikel 17, lid 4, derde alinea, punt b), indien geen gezamenlijk advies wordt bereikt overeenkomstig de eerste alinea, stelt het in artikel 18 bedoelde college, binnen dezelfde termijn een meerderheidsadvies vast.
Indien het college een advies kan geven, kan elke centrale bank van uitgifte die op grond van artikel 18, lid 2, punten h) en i), een lid van het college is, aanbevelingen uitbrengen in verband met de valuta die zij uitgeeft.
Voor colleges met ten hoogste twaalf leden hebben ten hoogste twee collegeleden die tot dezelfde lidstaat behoren stemrecht, en heeft elk stemgerechtigd lid één stem. Voor colleges met méér dan twaalf leden hebben ten hoogste drie leden die tot dezelfde lidstaat behoren stemrecht, en heeft elk stemgerechtigd lid één stem.
Indien de ECB een lid van het college is op grond van artikel 18, lid 2, punten c) en h), heeft zij twee stemmen.
De in artikel 18, lid 2, punten a), c bis) en i), bedoelde leden van het college hebben geen stemrecht over de adviezen van het college.
▼M18 —————
Artikel 20
Intrekking van de vergunning
Onverminderd artikel 22, lid 3, trekt een voor de CTP bevoegde autoriteit de vergunning geheel of gedeeltelijk in indien de CTP:
binnen 12 maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning;
geen gebruik heeft gemaakt van een vergunning voor een clearingdienst of -activiteit in een klasse van derivaten, effecten, andere financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten, binnen 12 maanden na de datum waarop de vergunning is verleend of vanaf de datum waarop de CTP dergelijke clearingdienst of -activiteit voor het laatst heeft aangeboden;
uitdrukkelijk afstand doet van de vergunning;
gedurende de voorafgaande 12 maanden geen diensten of activiteiten heeft verricht in een klasse van derivaten, effecten, andere financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten die onder een vergunning vallen;
de vergunning heeft verworven door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;
niet meer voldoet aan de voorwaarden waarop de vergunning is verleend en niet binnen een gestelde termijn corrigerende maatregelen heeft getroffen, of
ernstig en systematisch één of meer van de in deze verordening vastgestelde vereisten heeft geschonden.
Artikel 21
Toetsing en evaluatie
De in artikel 22 bedoelde bevoegde autoriteiten verrichten ten minste alle volgende taken met betrekking tot een CTP:
zij toetsen of de door de CTP ingevoerde regelingen, strategieën, processen en mechanismen aan deze verordening voldoen;
zij toetsen de door de CTP verrichte diensten of activiteiten, met name de diensten of activiteiten die worden verricht na de toepassing van een versnelde procedure op grond van artikel 17 bis of 49 bis;
zij evalueren de risico’s, waaronder financiële en operationele risico’s, waaraan de CTP is of zou kunnen worden blootgesteld;
zij toetsen de door de CTP overeenkomstig artikel 15 bis doorgevoerde wijzigingen.
CTP’s worden ten minste eenmaal per jaar onderworpen aan inspecties ter plaatse door de voor de CTP bevoegde autoriteit. De voor de CTP bevoegde autoriteit stelt ESMA één maand voordat een dergelijke inspectie zal plaatsvinden in kennis van elke geplande inspectie ter plaatse, tenzij het besluit om een inspectie ter plaatse uit te voeren in een noodsituatie wordt genomen, in welk geval de voor de CTP bevoegde autoriteit ESMA daarvan in kennis stelt zodra dat besluit is genomen. ESMA kan verzoeken uitgenodigd te worden om inspecties ter plaatse bij te wonen.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit een verzoek van ESMA op grond van de tweede alinea om een inspectie ter plaatse bij te wonen weigert, verstrekt zij een gemotiveerde motivering voor die weigering.
Onverminderd de tweede en derde alinea zendt de voor de CTP bevoegde autoriteit aan ESMA en de in artikel 18 bedoelde leden van het college alle relevante informatie toe die zij van de CTP heeft ontvangen met betrekking tot alle inspecties ter plaatse die zij uitvoert.
Het verslag heeft betrekking op een kalenderjaar en wordt uiterlijk op 30 maart van het volgende kalenderjaar ingediend bij ESMA en het in artikel 18 bedoelde college. Dat verslag wordt onderworpen aan een advies van het in artikel 18 bedoelde college op grond van artikel 19 en een advies van ESMA op grond van artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater), waarbij die adviezen worden uitgebracht volgens de in artikel 17 ter bepaalde procedure.
ESMA kan verzoeken om een ad-hocvergadering met de CTP en haar bevoegde autoriteit. ESMA kan in elk van de volgende gevallen om een dergelijke vergadering verzoeken:
indien er sprake is van een noodsituatie in de zin van artikel 24;
indien ESMA materiële bezwaren heeft vastgesteld met betrekking tot de naleving door de CTP van de vereisten van deze verordening;
indien ESMA van oordeel is dat de activiteiten van de CTP negatieve grensoverschrijdende gevolgen kunnen hebben voor haar clearingleden of hun cliënten.
Het in artikel 18 bedoelde college wordt ervan in kennis gesteld dat een vergadering zal worden gehouden en ontvangt een samenvatting van de belangrijkste resultaten van die vergadering.
HOOFDSTUK 2
Toezicht op de CTP's
Artikel 22
Bevoegde autoriteit
Wanneer een lidstaat meer dan één bevoegde autoriteit aanwijst, bakent hij duidelijk hun respectieve taken af en wijst hij één autoriteit aan als verantwoordelijke autoriteit voor het coördineren van de samenwerking en de uitwisseling van informatie met de Commissie, ESMA, de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten, de EBA en de betrokken leden van het ESCB overeenkomstig de artikelen 23, 24, 83 en 84.
Deze maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend en kunnen eisen tot het nemen van corrigerende maatregelen binnen een gestelde termijn omvatten.
HOOFDSTUK 3
Samenwerking
Artikel 23
Samenwerking tussen autoriteiten
Artikel 23 bis
Samenwerking op toezichtsgebied tussen de bevoegde autoriteiten en ESMA met betrekking tot vergunninghoudende CTP’s
ESMA vervult een coördinerende rol tussen de bevoegde autoriteiten en onder de colleges met het oog op:
de totstandbrenging van een gemeenschappelijke toezichtcultuur en van consistente toezichtpraktijken;
uniforme procedures en consistente strategieën;
versterking van de consistentie in de toezichtresultaten, met name in verband met toezichtgebieden met een grensoverschrijdende dimensie of een mogelijk grensoverschrijdend effect;
versterking van de coördinatie in noodsituaties overeenkomstig artikel 24;
de beoordeling van risico’s wanneer zij op grond van lid 2 de bevoegde autoriteiten adviezen verstrekken over de naleving door de CTP’s van de vereisten van deze verordening in verband met geïdentificeerde grensoverschrijdende risico’s of risico’s voor de financiële stabiliteit van de Unie, en aanbevelingen doen over de wijze waarop een CTP dergelijke risico’s moet beperken.
De bevoegde autoriteiten kunnen ook ontwerpbesluiten voor advies bij ESMA indienen voordat zij anderszins optreden of maatregelen treffen overeenkomstig hun taken uit hoofde van artikel 22, lid 1.
Artikel 23 ter
Gezamenlijk monitoringmechanisme
Het gezamenlijk monitoringmechanisme bestaat uit:
vertegenwoordigers van ESMA;
vertegenwoordigers van EBA en Eiopa;
vertegenwoordigers van het ESRB en de ECB, alsook van de ECB in het kader van de taken betreffende het prudentieel toezicht op kredietinstellingen binnen het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme dat haar overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad is toevertrouwd, en
vertegenwoordigers van de centrale banken van uitgifte van valuta’s anders dan de euro waarin de in artikel 7 bis, lid 6, bedoelde derivatencontracten luiden.
Naast de in de tweede alinea van dit lid bedoelde entiteiten kunnen de centrale banken van uitgifte van de valuta’s waarin de derivatencontracten als bedoeld in artikel 7 bis, lid 6, luiden, andere dan de in punt d) van die tweede alinea genoemde, de nationale bevoegde autoriteiten die toezicht houden op de verplichting uit hoofde van artikel 7 bis, met maximaal één per lidstaat, alsmede de Commissie ook als waarnemer aan het gezamenlijk monitoringmechanisme deelnemen.
ESMA beheert de vergaderingen van het gezamenlijk monitoringmechanisme en zit deze voor. De voorzitter van het gezamenlijk monitoringmechanisme kan, op verzoek van de andere leden van het gezamenlijk monitoringmechanisme of op eigen initiatief, andere autoriteiten uitnodigen om aan de vergaderingen deel te nemen wanneer dit relevant is voor de te bespreken onderwerpen.
Het gezamenlijk monitoringmechanisme:
ziet toe op de uitvoering op geaggregeerd niveau van de Unie van de in de artikelen 7 bis en 7 ter vastgelegde vereisten, waaronder alle volgende:
de totale blootstellingen en de vermindering van de blootstellingen aan op grond van artikel 25, lid 2 quater, geïdentificeerde clearingdiensten van substantieel systeemrelevant belang;
de ontwikkelingen in verband met de clearing bij CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend en de toegang tot clearing voor cliënten tot die CTP’s, met inbegrip van vergoedingen die door die CTP’s in rekening worden gebracht voor het openen van rekeningen op grond van artikel 7 bis en vergoedingen die door clearingleden aan hun cliënten in rekening worden gebracht voor het openen van rekeningen en het verrichten van clearing op grond van artikel 7 bis;
andere belangrijke ontwikkelingen in de clearingpraktijken die van invloed zijn op het niveau van clearing bij CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend;
ziet toe op de grensoverschrijdende gevolgen van de clearingrelaties van cliënten, waaronder de overdraagbaarheid en de onderlinge afhankelijkheden en interacties van clearingleden en cliënten met andere financiëlemarktinfrastructuren;
draagt bij tot de ontwikkeling van Uniebrede beoordelingen van de veerkracht van CTP’s, waarbij de nadruk ligt op liquiditeits-, krediet- en operationele risico’s betreffende CTP’s, clearingleden en cliënten;
stelt concentratierisico’s vast, met name bij clearing van cliënten, als gevolg van de integratie van de financiële markten van de Unie, waaronder in geval verschillende CTP’s, clearingleden of cliënten gebruikmaken van dezelfde dienstverleners;
ziet toe op de effectiviteit van de maatregelen die erop gericht zijn de aantrekkelijkheid van CTP’s uit de Unie te vergroten, clearing bij CTP’s uit de Unie aan te moedigen en het toezicht op grensoverschrijdende risico’s te verbeteren.
De organen die deelnemen aan het gezamenlijk monitoringmechanisme, het in artikel 18 bedoelde college en de nationale bevoegde autoriteiten werken samen en delen de informatie die nodig is voor uitvoering van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde taken.
Indien die informatie, waaronder de in artikel 7 bis, lid 9, bedoelde informatie, niet beschikbaar wordt gesteld aan het gezamenlijk monitoringmechanisme, verstrekken de betrokken bevoegde autoriteit van de vergunninghoudende CTP’s, hun clearingleden en hun cliënten de nodige informatie om de ESMA en de andere aan het gezamenlijk monitoringmechanisme deelnemende organen in staat te stellen de in de eerste alinea van dit lid bedoelde taken uit te voeren.
Het in de eerste alinea bedoelde verslag kan aanbevelingen bevatten voor potentiële maatregelen op Unieniveau om de vastgestelde horizontale risico’s aan te pakken.
ESMA handelt overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 wanneer zij, op basis van de in het kader van het gezamenlijk monitoringmechanisme ontvangen informatie en na de daarin gevoerde besprekingen:
van oordeel is dat de bevoegde autoriteiten er niet voor zorgen dat clearingleden en cliënten de in artikel 7 bis vastgelegde vereisten naleven, of
een risico voor de financiële stabiliteit van de Unie constateert als gevolg van een vermeende inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht.
Alvorens overeenkomstig de eerste alinea van dit lid te handelen, kan ESMA richtsnoeren of aanbevelingen uitvaardigen op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 24
Noodsituaties
De voor de CTP bevoegde autoriteit of een andere betrokken autoriteit stelt ESMA, het in artikel 18 bedoelde college, de betrokken leden van het ESCB, de Commissie en andere betrokken autoriteiten onverwijld in kennis van elke noodsituatie met betrekking tot een CTP, met inbegrip van:
situaties of gebeurtenissen die gevolgen hebben of waarschijnlijk zullen hebben voor de prudentiële of financiële soliditeit of de veerkracht van CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend, hun clearingleden of cliënten;
wanneer een CTP voornemens is haar herstelplan op grond van artikel 9 van Verordening (EU) 2021/23 te activeren, een bevoegde autoriteit een vroegtijdige interventiemaatregel op grond van artikel 18 van die verordening heeft genomen of een bevoegde autoriteit een volledige of gedeeltelijke verwijdering van de directie of de raad van de CTP heeft geëist op grond van artikel 19 van die verordening;
wanneer er ontwikkelingen zijn op de financiële markten of andere markten waarvoor de CTP clearingdiensten verleent, die een negatief effect kunnen hebben op de marktliquiditeit, de transmissie van monetair beleid, de soepele werking van betalingssystemen of de stabiliteit van het financiële stelsel in een van de lidstaten waar de CTP of een van haar clearingleden is gevestigd.
In geval van een noodsituatie, behalve wanneer een afwikkelingsautoriteit op grond van artikel 21 van Verordening (EU) 2021/23 een afwikkelingsmaatregel met betrekking tot een CTP neemt of heeft genomen, ad-hocvergaderingen van het comité voor toezicht op CTP’s, om de reacties van de bevoegde autoriteiten te coördineren:
kan een vergadering van het comité voor toezicht op CTP’s door de voorzitter van het comité worden bijeengeroepen;
wordt een vergadering van het comité voor toezicht op CTP’s door de voorzitter van het comité bijeengeroepen indien twee leden van het comité zulks verzoeken.
De volgende autoriteiten worden, in voorkomend geval, uitgenodigd voor de in lid 4 bedoelde ad-hocvergadering, gelet op de tijdens die vergadering te bespreken onderwerpen:
de betrokken centrale banken van uitgifte;
de betrokken met het toezicht op clearingleden belaste bevoegde autoriteiten, met inbegrip van, waar passend, de ECB in het kader van de taken betreffende het prudentieel toezicht op kredietinstellingen binnen het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme dat haar overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013 is toevertrouwd;
de betrokken met het toezicht op handelsplatforms belaste bevoegde autoriteiten;
de betrokken met het toezicht op cliënten belaste bevoegde autoriteiten, wanneer deze bekend zijn;
de betrokken afwikkelingsautoriteiten die zijn aangewezen op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2021/23;
een lid van het in artikel 18 bedoelde college dat niet reeds onder de punten a) tot en met d) van dit lid valt.
Indien een vergadering wordt gehouden naar aanleiding van een noodsituatie zoals gespecificeerd in lid 1, punt c), nodigt de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP’s de relevante centrale banken van uitgifte uit om deel te nemen aan die vergadering.
Indien een betrokken bevoegde autoriteit over de gevraagde informatie beschikt, zendt zij deze onverwijld door aan ESMA.
Indien een betrokken bevoegde autoriteit niet over de gevraagde informatie beschikt, verlangt zij van de CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 vergunning is verleend, hun clearingleden of hun cliënten, verbonden financiëlemarktinfrastructuren of gelieerde derden waaraan die CTP’s operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, naargelang het geval en van toepassing, om haar die informatie te verstrekken, en stelt zij ESMA daarvan in kennis. Zodra de betrokken bevoegde autoriteit de gevraagde informatie ontvangt, zendt zij deze onverwijld door aan ESMA.
In plaats van de in de derde alinea bedoelde informatie op te vragen, kan de betrokken bevoegde autoriteit ESMA toestaan die informatie rechtstreeks van de betrokken entiteit te verlangen. ESMA zendt alle van die entiteit ontvangen informatie onverwijld door aan de betrokken bevoegde autoriteit.
Indien ESMA de overeenkomstig de eerste alinea verlangde informatie niet binnen 48 uur heeft ontvangen, kan zij bij eenvoudig verzoek van vergunninghoudende CTP’s, hun clearingleden en hun cliënten, verbonden financiëlemarktinfrastructuren en gelieerde derden waaraan die CTP’s operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, verlangen dat zij die informatie onverwijld verstrekken. ESMA zendt alle van die entiteiten ontvangen informatie onverwijld door aan de betrokken bevoegde autoriteit.
HOOFDSTUK 3 BIS
Comité voor toezicht op CTP’s
Artikel 24 bis
Comité voor toezicht op CTP’s
Het comité voor toezicht op CTP’s bestaat uit:
de voorzitter, die stemgerechtigd is;
twee onafhankelijke leden, die stemgerechtigd zijn;
de in artikel 22 van deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten van lidstaten met een vergunninghoudende CTP, die stemgerechtigd zijn; indien een lidstaat meerdere bevoegde autoriteiten heeft aangewezen, kan elk van de aangewezen bevoegde autoriteiten van deze lidstaat besluiten een vertegenwoordiger te benoemen voor deelname op grond van dit punt, maar in het kader van de in artikel 24 quater beschreven stemprocedures worden de vertegenwoordigers van de respectieve lidstaat gezamenlijk als één stemgerechtigd lid beschouwd;
de volgende centrale banken van uitgifte:
indien het comité voor toezicht op CTP’s bijeenkomt in verband met CTP’s uit derde landen, wat betreft de voorbereiding van alle besluiten met betrekking tot de in lid 10 van dit artikel genoemde artikelen in verband met tier 2-CTP’s en tot artikel 25, lid 2 bis, de in artikel 25, lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte die hebben verzocht om lidmaatschap van het comité voor toezicht op CTP’s, die niet-stemgerechtigd zijn;
indien het comité voor toezicht op CTP’s bijeenkomt in verband met CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend, in het kader van besprekingen met betrekking tot lid 7 van dit artikel de centrale banken van uitgifte van de EU-valuta’s van de door vergunninghoudende CTP’s geclearde financiële instrumenten, die hebben verzocht om lidmaatschap van het comité voor toezicht op CTP’s, die niet-stemgerechtigd zijn.
Het lidmaatschap voor de toepassing van de subpunten i) en ii) wordt automatisch toegekend op eenmalig schriftelijk verzoek aan de voorzitter.
Vóór de benoeming van de voorzitter en van de onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s, en maximaal één maand na hun selectie door de raad van toezichthouders, die zijn shortlist van met inachtneming van genderevenwicht geselecteerde kandidaten bij het Europees Parlement indient, gaat het Europees Parlement na een hoorzitting met de geselecteerde kandidaten over tot de goedkeuring of verwerping van hun selectie.
Indien de voorzitter of één van de onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s niet langer voldoet aan de voorwaarden om zijn taken te kunnen vervullen, of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kan de Raad, op voorstel van de Commissie dat door het Europees Parlement is goedgekeurd, een uitvoeringsbesluit vaststellen om hem uit zijn ambt te ontzetten. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Het Europees Parlement of de Raad kan de Commissie meedelen dat de voorwaarden voor ontzetting uit het ambt van de voorzitter of van een van de onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s vervuld worden geacht, waarop de Commissie reageert.
De ambtstermijn van de voorzitter en de onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s bedraagt vijf jaar en kan eenmaal worden verlengd.
De lidstaten, de instellingen of organen van de Unie noch andere overheidsorganen of particuliere organen trachten invloed uit te oefenen op de voorzitter en de onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s bij het vervullen van hun taken.
Overeenkomstig het in artikel 68 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde Statuut blijven de voorzitter en de onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s na hun aftreden gebonden door de plicht zich met betrekking tot de aanvaarding van bepaalde benoemingen of voordelen integer en discreet op te stellen.
►M18 In verband met CTP’s waaraan een vergunning is verleend of die een vergunning aanvragen overeenkomstig artikel 14 stelt het comité voor toezicht op CTP’s, voor de toepassing van artikel 23 bis besluiten op en oefent het de taken uit die aan ESMA worden toevertrouwd in artikel 23 bis en in de volgende punten: ◄
minstens eenmaal per jaar de toezichthoudende activiteiten van alle bevoegde autoriteiten met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op CTP’s overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 aan een analyse door middel van een collegiale toetsing onderwerpen;
minstens eenmaal per jaar overeenkomstig artikel 32, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 Uniebrede evaluaties organiseren en coördineren ter beoordeling van de vraag in hoeverre CTP’s bestand zijn tegen ongunstige marktontwikkelingen, indien mogelijk rekening houdend met de geaggregeerde gevolgen van de herstel- en afwikkelingsregelingen voor CTP’s voor de financiële stabiliteit in de Unie;
minstens eenmaal per jaar de prioriteiten voor het toezicht op CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 van deze verordening een vergunning is verstrekt, bespreken en vaststellen, als input voor de voorbereiding van de strategische toezichtprioriteiten van de Unie door ESMA overeenkomstig artikel 29 bis van Verordening (EU) nr. 1095/2010;
in samenwerking met EBA, Eiopa, alsook de ECB bij de uitoefening van haar taken in het kader van een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1024/2013, alle grensoverschrijdende risico’s overwegen die voortvloeien uit de activiteiten van CTP’s, onder meer als gevolg van de verwevenheid, onderlinge verbanden en concentratierisico’s van CTP’s als gevolg van dergelijke grensoverschrijdende verbindingen;
ontwerpadviezen voor vaststelling door de raad van toezichthouders overeenkomstig de artikelen 17 en 17 ter, ontwerpvalidaties voor vaststelling door de raad van toezichthouders overeenkomstig artikel 49 en ontwerpbesluiten voor vaststelling door de raad van toezichthouders overeenkomstig artikel 49 bis opstellen;
input leveren aan de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 17 bis;
de raad van toezichthouders ervan in kennis stellen wanneer een bevoegde autoriteit de adviezen van ESMA of de daarin vervatte voorwaarden of aanbevelingen, met inbegrip van de motivering van de bevoegde autoriteit, niet naleeft of niet voornemens is op te volgen, overeenkomstig artikel 17, lid 3 quater, en artikel 17 ter, lid 4;
onder overeenkomstig artikel 22, lid 1, van deze verordening, aangewezen bevoegde autoriteiten periodieke uitwisselingen en gedachtewisselingen bevorderen in verband met:
relevante toezichthoudende activiteiten en besluiten die door de in artikel 22 bedoelde bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld bij de uitvoering van hun taken uit hoofde van deze verordening in verband met het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op CTP’s die op hun grondgebied zijn gevestigd;
de door een bevoegde autoriteit bij ESMA ingediende ontwerpbesluiten overeenkomstig artikel 23 bis, lid 2, eerste alinea;
de door een bevoegde autoriteit vrijwillig bij ESMA ingediende ontwerpbesluiten overeenkomstig artikel 23 bis, lid 2, tweede alinea;
relevante marktontwikkelingen, waaronder situaties of gebeurtenissen die gevolgen hebben of waarschijnlijk gevolgen zullen hebben voor de prudentiële of financiële soliditeit of de veerkracht van CTP’s waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend, of de clearingleden ervan;
in kennis worden gesteld van en besprekingen houden over alle op grond van artikel 19 van deze verordening door colleges vastgestelde adviezen en aanbevelingen, teneinde bij te dragen tot het consistente en coherente functioneren van de colleges en de coherente toepassing van deze verordening door de colleges te bevorderen.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punten a) tot en met d), verstrekken de bevoegde autoriteiten ESMA zonder onnodige vertraging alle relevante informatie en documentatie.
ESMA brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de grensoverschrijdende risico’s die voortvloeien uit activiteiten van CTP’s als bedoeld in punt b ter), eerste alinea.
Daarnaast kan het comité voor toezicht op CTP’s:
op basis van zijn activiteiten uit hoofde van lid 7, punten a) tot en met d), de raad van toezichthouders verzoeken te beoordelen of ESMA richtsnoeren, aanbevelingen en adviezen moet vaststellen om een gebrek aan convergentie en samenhang bij de toepassing van deze verordening door bevoegde autoriteiten en colleges weg te werken. De raad van toezichthouders neemt die verzoeken terdege in overweging en geeft een passend antwoord;
bij de raad van toezichthouders adviezen indienen betreffende overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 te nemen besluiten, met uitzondering van de besluiten in de artikelen 17 en 19 van die verordening, in verband met taken die aan de in artikel 22 van deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten zijn toegewezen.
Het comité voor toezicht op CTP’s krijgt ondersteuning van speciaal personeel van ESMA met voldoende kennis, vaardigheden en ervaring, teneinde:
de vergaderingen van het comité voor toezicht op CTP’s voor te bereiden;
de analyses voor te bereiden die het comité voor toezicht op CTP’s nodig heeft voor het uitoefenen van zijn taken;
het comité voor toezicht op CTP’s ondersteuning te bieden bij zijn internationale samenwerking op administratief niveau.
Artikel 24 ter
Raadpleging van centrale banken van uitgifte
Artikel 24 quater
Besluitvorming in het comité voor toezicht op CTP’s
Het comité voor toezicht op CTP’s besluit bij gewone meerderheid van de stemgerechtigde leden. Bij staking van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Artikel 24 quinquies
Besluitvorming in de raad van toezichthouders
Indien het comité voor toezicht op CTP’s ontwerpbesluiten indient bij de raad van toezichthouders op grond van artikel 25, leden 2, 2 bis, 2 ter, 2 quater en 5, artikel 25 septdecies, artikel 85, lid 6, artikel 89, lid 3 ter, van deze verordening, en aanvullend alleen voor tier 2-CTP’s op grond van de artikelen 41, 44, 46, 50 en 54 van deze verordening, neemt de raad van toezichthouders over die ontwerpbesluiten overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 binnen tien werkdagen een besluit.
Indien het comité voor toezicht op CTP’s bij de raad van toezichthouders ontwerpbesluiten indient op grond van andere dan de in de eerste alinea vermelde artikelen, neemt de raad van toezichthouders over die ontwerpbesluiten overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 binnen drie werkdagen een besluit.
Artikel 24 sexies
Verantwoordingsplicht
HOOFDSTUK 4
Betrekkingen met derde landen
Artikel 25
Erkenning van een in een derde land gevestigde CTP
ESMA kan, na raadpleging van de in lid 3 bedoelde autoriteiten, een in een derde land gevestigde CTP die erkenning heeft aangevraagd voor het verrichten van bepaalde clearingdiensten of -activiteiten, erkennen indien:
de Commissie heeft een uitvoeringshandeling vastgesteld in overeenstemming met lid 6;
de CTP beschikt over een vergunning in het desbetreffende derde land, en is daar onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving waardoor volledige naleving van de in dat derde land geldende prudentiële vereisten is gewaarborgd;
er zijn samenwerkingsregelingen getroffen overeenkomstig lid 7;
de CTP is gevestigd of heeft een vergunning in een derde land dat niet door de Commissie, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad ( 20 ), is aangemerkt als een land met strategische gebreken in zijn wet- en regelgeving ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, die een significante bedreiging vormt voor het financiële stelsel van de Unie;
de CTP is overeenkomstig lid 2 bis niet aangewezen als een CTP die systeemrelevant is of waarschijnlijk systeemrelevant zal worden en is daarom een tier 1-CTP.
ESMA bepaalt, na raadpleging van het ESRB en de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte, of een CTP uit een derde land systeemrelevant is of waarschijnlijk systeemrelevant zal worden voor de financiële stabiliteit van de Unie of voor een of meer van haar lidstaten (tier 2-CTP), waarbij zij rekening houdt met alle volgende criteria:
de aard, omvang en complexiteit van de activiteiten van de CTP in de Unie en buiten de Unie voor zover haar activiteiten systemische gevolgen kunnen hebben voor de Unie of een of meer van haar lidstaten, waaronder:
de waarde in geaggregeerde termen en in elke valuta van de Unie van de door de CTP geclearde transacties, of de geaggregeerde blootstelling van de clearingactiviteiten verrichtende CTP aan haar clearingleden en, voor zover de informatie beschikbaar is, hun in de Unie gevestigde cliënten en indirecte cliënten, onder meer indien zij op grond van artikel 131, lid 3, van Richtlijn 2013/36/EU door de lidstaten zijn aangemerkt als andere systeemrelevante instellingen (ASI’s), en
het risicoprofiel van de CTP in termen van onder meer juridisch, operationeel en zakelijk risico;
de gevolgen die een faillissement of een verstoring van de CTP zou hebben voor:
financiële markten, onder meer voor de liquiditeit van de bediende markten;
financiële instellingen;
het financiële stelsel in brede zin, of
de financiële stabiliteit van de Unie of een of meer van haar lidstaten;
de structuur van het clearinglidmaatschap van de CTP, waaronder, voor zover de informatie beschikbaar is, de structuur van het netwerk van cliënten en indirecte cliënten van haar clearingleden die in de Unie gevestigd zijn;
de mate waarin er voor clearingleden door andere CTP’s verstrekte alternatieve clearingdiensten bestaan in financiële instrumenten die in EU-valuta luiden en, voor zover de informatie beschikbaar is, hun cliënten en indirecte cliënten die in de Unie gevestigd zijn;
de betrekkingen, onderlinge afhankelijkheden of andere interacties van de CTP met andere financiëlemarktinfrastructuren, andere financiële instellingen en het financiële stelsel in brede zin, voor zover die waarschijnlijk gevolgen zullen hebben voor de financiële stabiliteit van de Unie of een of meer van haar lidstaten.
De Commissie stelt uiterlijk op 2 januari 2021 overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast tot nadere bepaling van de in de eerste alinea beschreven criteria.
Binnen 30 werkdagen na de vaststelling dat de aanvraag van de CTP volledig is overeenkomstig lid 4, tweede alinea, deelt ESMA, zonder vooruit te lopen op het resultaat van de erkenningsprocedure, de aanvragende CTP na het verrichten van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling mee of zij al dan niet wordt aangemerkt als een tier 1-CTP.
Indien ESMA overeenkomstig lid 2 bis vaststelt dat een CTP systeemrelevant is of waarschijnlijk systeemrelevant zal worden (tier 2-CTP), erkent zij die CTP met het oog op het verrichten van bepaalde clearingdiensten of -activiteiten alleen indien naast de in lid 2, punten a) tot en met d), bedoelde voorwaarden de volgende voorwaarden zijn vervuld:
de CTP voldoet op het moment van erkenning en daarna doorlopend aan de vereisten die in artikel 16 en in de titels IV en V zijn vastgesteld. Met betrekking tot de naleving door CTP’s van de artikelen 41, 44, 46, 50 en 54 raadpleegt ESMA, overeenkomstig de in artikel 24 ter, lid 1, beschreven procedure, de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte. ESMA houdt overeenkomstig artikel 25 bis rekening met de mate waarin de naleving door een CTP van die vereisten blijkt uit de naleving door de CTP van vergelijkbare vereisten die in het derde land van toepassing zijn;
de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte hebben ESMA binnen 30 werkdagen te rekenen vanaf de vaststelling dat een CTP van een derde land geen tier 1-CTP is overeenkomstig lid 2 bis, of vanaf de toetsing overeenkomstig lid 5 een schriftelijke bevestiging toegezonden dat de CTP voldoet aan de volgende vereisten welke die centrale banken van uitgifte bij de uitoefening van hun monetaire beleidstaken kunnen hebben opgelegd:
het verstrekken van informatie die de centrale bank van uitgifte op een met redenen omkleed verzoek kan verlangen indien die informatie niet anderszins door ESMA is verkregen;
het verlenen van volledige en correcte medewerking aan de centrale bank van uitgifte in het kader van de overeenkomstig artikel 25 ter, lid 3, verrichte beoordeling of de CTP bestand is tegen ongunstige marktontwikkelingen;
het openen, of het kennis geven van het voornemen daartoe, van een girale depositorekening bij de centrale bank van uitgifte volgens de toepasselijke toegangscriteria en -vereisten;
het naleven van de vereisten die in uitzonderlijke omstandigheden door de centrale bank van uitgifte binnen haar bevoegdheden worden toegepast om tijdelijke systemische liquiditeitsrisico’s op te vangen die de transmissie van het monetair beleid of de goede werking van het betalingsverkeer in het gedrang brengen en verband houden met liquiditeitsrisicobeheersing, marginvereisten, zekerheden, afwikkelingsregelingen of interoperabiliteitsregelingen.
De in subpunt iv) bedoelde vereisten waarborgen de efficiëntie, soliditeit en veerkracht van CTP’s en worden afgestemd op de in artikel 16 en de titels IV en V van de verordening beschreven vereisten.
De toepassing van de in subpunt iv) bedoelde vereisten is een erkenningsvoorwaarde voor een beperkte periode van maximaal zes maanden. Indien de centrale bank van uitgifte op het einde van die periode meent dat de uitzonderlijke omstandigheden aanhouden, kan de toepassing van de vereisten voor erkenningsdoeleinden eenmaal worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden.
Voordat de in subpunt iv) bedoelde vereisten worden opgelegd of de toepassing ervan wordt verlengd, informeert de centrale bank van uitgifte ESMA, de andere centrale banken van uitgifte als bedoeld in lid 3, punt f), en de leden van het college voor CTP’s uit derde landen, en verstrekt zij hun een uitleg over de gevolgen van de vereisten die zij voornemens is op te leggen voor de efficiëntie, soliditeit en veerkracht van CTP’s, alsmede een verantwoording waarom de vereisten noodzakelijk en evenredig zijn om de overdracht van het monetair beleid of de goede werking van het betalingsverkeer te waarborgen met betrekking tot de door haar uitgegeven valuta. ESMA verstrekt de centrale bank van uitgifte binnen 10 werkdagen te rekenen vanaf de toezending van het ontwerpvereiste of de ontwerpverlenging een advies. In noodsituaties bedraagt deze termijn maximaal 24 uur. In haar advies houdt ESMA met name rekening met de gevolgen van de opgelegde vereisten voor de efficiëntie, soliditeit en veerkracht van de CTP. De andere centrale banken van uitgifte als bedoeld in lid 3, punt f), kunnen binnen dezelfde termijn een advies verstrekken. Na afloop van de raadplegingstermijn neemt de centrale bank van uitgifte de wijzigingen die in de adviezen van ESMA of de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte worden voorgesteld, terdege in beraad.
De centrale bank van uitgifte stelt het Europees Parlement en de Raad tevens ervan in kennis dat zij de toepassing van de in subpunt iv) bedoelde vereisten gaat verlengen.
De centrale bank van uitgifte werkt doorlopend samen en wisselt doorlopend informatie uit met ESMA en de andere centrale banken van uitgifte bedoeld in lid 3, punt f), met betrekking tot de in subpunt iv) bedoelde vereisten, met name in verband met de beoordeling van systemische liquiditeitsrisico’s en de gevolgen van de opgelegde vereisten voor de efficiëntie, soliditeit en veerkracht van CTP’s.
Indien een centrale bank van uitgifte een van de in dit punt bedoelde vereisten oplegt nadat een tier 2-CTP is erkend, wordt de vervulling van elk van die vereisten beschouwd als een voorwaarde voor erkenning, en verstrekken de centrale banken van uitgifte ESMA binnen 90 dagen een schriftelijke bevestiging dat de CTP aan het vereiste voldoet.
Indien een centrale bank van uitgifte ESMA binnen de termijn geen schriftelijke bevestiging heeft verstrekt, mag ESMA dat vereiste als nageleefd beschouwen;
de CTP heeft ESMA het volgende verstrekt:
een door haar wettelijke vertegenwoordiger ondertekende schriftelijke verklaring verstrekt waarin de CTP er onvoorwaardelijk mee instemt:
een met redenen omkleed juridisch advies van een onafhankelijke juridisch expert waarin wordt bevestigd dat de verklaarde instemming geldig en afdwingbaar is krachtens de toepasselijke wetgeving ter zake;
de CTP heeft alle nodige maatregelen ingevoerd en alle nodige procedures vastgesteld opdat de in de punten a) en c) neergelegde vereisten daadwerkelijk worden nageleefd;
de Commissie heeft geen uitvoeringshandeling overeenkomstig lid 2 quater vastgesteld.
ESMA kan, na raadpleging van het ESRB en met instemming van de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte, overeenkomstig artikel 24 ter, lid 3, en in verhouding met het systemische belang van de CTP overeenkomstig lid 2 bis van dit artikel, op basis van een volledig met redenen omklede beoordeling concluderen dat een CTP of sommige van haar clearingdiensten van dusdanig wezenlijk systemisch belang zijn dat die CTP niet zou mogen worden erkend met het oog op het verrichten van bepaalde clearingdiensten of -activiteiten. De instemming van een centrale bank van uitgifte heeft uitsluitend betrekking op de valuta die zij uitgeeft en niet op de in de tweede alinea van dit lid bedoelde aanbeveling in haar geheel. In haar beoordeling moet ESMA tevens:
uitleggen hoe de naleving van de in lid 2 ter beschreven voorwaarden niet zou volstaan om het risico voor de financiële stabiliteit van de Unie of een of meer van haar lidstaten op te vangen;
de kenmerken van de door de CTP verrichte clearingdiensten beschrijven, met inbegrip van de liquiditeits- en fysieke afwikkelingsvereisten die gepaard gaan met de verrichting van die diensten;
een kwantitatieve technische beoordeling verstrekken van de kosten en baten en van de gevolgen van een besluit om de CTP niet te erkennen met het oog op het verrichten van bepaalde clearingdiensten of -activiteiten, rekening houdend met:
het bestaan van potentiële alternatieven voor het verrichten van de betrokken clearingdiensten in de betrokken valuta’s aan clearingleden, en, voor zover de informatie beschikbaar is, hun cliënten en indirecte cliënten die in de Unie zijn gevestigd;
de mogelijke gevolgen van het opnemen van de bij de CTP openstaande contracten in het toepassingsgebied van de uitvoeringshandeling.
Op basis van haar beoordeling beveelt ESMA aan dat de Commissie bij uitvoeringshandeling bevestigt dat die CTP niet zou mogen worden erkend met het oog op het verrichten van bepaalde clearingdiensten of -activiteiten.
De Commissie heeft minimaal 30 werkdagen om de aanbeveling van ESMA te beoordelen.
Na indiening van de in de tweede alinea bedoelde aanbeveling kan de Commissie, in laatste instantie, een uitvoeringshandeling vaststellen waarin:
wordt bepaald dat na de overeenkomstig punt b) van deze alinea door de Commissie vastgestelde aanpassingsperiode alle of een deel van de clearingdiensten van die CTP uit een derde land uitsluitend door die CTP mogen worden verricht voor clearingleden en handelsplatforms die in de Unie zijn gevestigd, nadat haar hiervoor overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend;
een passende aanpassingsperiode wordt bepaald voor de CTP, haar clearingleden en hun cliënten. De aanpassingsperiode bedraagt maximaal twee jaar en kan slechts eenmaal worden verlengd met een extra periode van zes maanden indien de redenen voor het verlenen van een aanpassingsperiode nog steeds gelden;
de voorwaarden worden bepaald waaronder de CTP gedurende de in punt b) bedoelde aanpassingsperiode bepaalde clearingdiensten of -activiteiten kan blijven verrichten;
alle maatregelen worden bepaald die tijdens de aanpassingsperiode moeten worden genomen om de potentiële kosten voor clearingleden en hun cliënten, met name die welke in de Unie zijn gevestigd, te beperken.
Bij het bepalen van de diensten en de aanpassingsperiode, bedoeld in de vierde alinea, punten a) en b), houdt de Commissie rekening met:
de kenmerken van de door de CTP verrichte diensten en de substitueerbaarheid ervan;
de vraag of en in hoeverre openstaande geclearde transacties in het toepassingsgebied van de uitvoeringshandeling moeten worden opgenomen, gezien de juridische en economische gevolgen van die opneming;
de potentiële kostenimplicaties voor clearingleden en, voor zover die informatie beschikbaar is, hun cliënten, met name die welke in de Unie zijn gevestigd.
De uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 86, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Bij het beoordelen of de in lid 2, punten a) tot en met d) bedoelde voorwaarden worden vervuld, raadpleegt ESMA:
de bevoegde autoriteit van een lidstaat waar de CTP clearingdiensten verricht of voornemens is clearingdiensten te verrichten en waarvoor de CTP heeft gekozen;
de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de clearingleden van de CTP die gevestigd zijn in de drie lidstaten met de grootste, of de naar verwachting van het CTP grootste bijdragen in het in artikel 42 bedoelde wanbetalingsfonds van de CTP, op geaggregeerde basis gedurende een periode van één jaar;
de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de door de CTP bediende of te bedienen handelsplatforms in de Unie;
de bevoegde autoriteiten die toezicht uitoefenen op de in de Unie gevestigde CTP's waarmee interoperabiliteitsregelingen zijn getroffen;
de relevante leden van het ESCB van de lidstaten waar de CTP clearingdiensten verricht of voornemens is te verrichten en de relevante leden van het ESCB die verantwoordelijk zijn voor de supervisie op de CTP's waarmee interoperabiliteitsregelingen zijn getroffen;
de centrale banken van uitgifte van alle EU-valuta’s van de door de CTP geclearde of te clearen financiële instrumenten.
De aanvragende CTP verstrekt ESMA alle informatie die voor haar erkenning vereist is. Binnen 30 werkdagen na ontvangst verifieert ESMA of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag onvolledig is, stelt ESMA een termijn vast waarbinnen de aanvragende CTP aanvullende informatie moet verstrekken. ESMA zendt alle van de aanvragende CTP ontvangen informatie onmiddellijk toe aan het college voor CTP’s uit derde landen.
Het erkenningsbesluit wordt gebaseerd op de voorwaarden van lid 2 voor tier 1-CTP’s en de voorwaarden van lid 2, punten a) tot en met d), en lid 2 ter voor tier 2-CTP’s. Binnen 180 werkdagen na de vaststelling dat een aanvraag volledig is overeenkomstig de tweede alinea, informeert ESMA de aanvragende CTP schriftelijk met een volledig met redenen omklede toelichting of de erkenning is verleend dan wel geweigerd.
ESMA publiceert op haar website een lijst van overeenkomstig deze verordening erkende CTP’s, met vermelding van hun indeling als tier 1-CTP of tier 2-CTP.
ESMA toetst, na raadpleging van de in lid 3 bedoelde autoriteiten en entiteiten, de erkenning van een in een derde land gevestigde CTP:
indien die CTP voornemens is haar activiteiten en diensten in de Unie uit te breiden of te verminderen; in dat geval informeert de CTP ESMA daarover en dient zij alle nodige informatie in, en
in ieder geval elke vijf jaar.
Die toetsing geschiedt overeenkomstig de leden 2 tot en met 4.
Wanneer de toetsing overeenkomstig punt b) van de eerste alinea van dit lid wordt uitgevoerd, hoeft de CTP geen nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen, maar verstrekt zij ESMA alle informatie die ESMA nodig heeft voor de toetsing van haar erkenning. Indien ESMA de erkenning van een in een derde land gevestigde CTP overeenkomstig punt b) van de eerste alinea van dit lid toetst, behandelt ESMA een dergelijke toetsing niet als een erkenningsaanvraag voor de betrokken erkende CTP.
Indien ESMA na de in de eerste alinea bedoelde toetsing bepaalt dat een CTP uit een derde land die als tier 1-CTP was ingedeeld, als tier 2-CTP moet worden ingedeeld, stelt zij een passende aanpassingsperiode van maximaal 18 maanden vast waarbinnen de CTP moet voldoen aan de in lid 2 ter bedoelde vereisten. ESMA kan die aanpassingsperiode verlengen met maximaal zes maanden op een met redenen omkleed verzoek van de CTP of de voor het toezicht op de clearingleden verantwoordelijke bevoegde autoriteit, indien die verlenging verantwoord is vanwege uitzonderlijke omstandigheden en de gevolgen voor de in de Unie gevestigde clearingleden.
De Commissie kan op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 een uitvoeringshandeling vaststellen waarin wordt bepaald dat:
het rechts- en het toezichtskader van een derde land waarborgen dat CTP’s waaraan in dat derde land een vergunning is verleend, doorlopend voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in titel IV van deze verordening neergelegde vereisten;
die CTP’s doorlopend zijn onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land;
het juridisch kader van dat derde land voorziet in een doeltreffend gelijkwaardig systeem voor de erkenning van CTP’s waaraan uit hoofde van rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend.
De Commissie kan de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandeling afhankelijk stellen van de doorlopende daadwerkelijke naleving door een derde land van alle daarin vastgestelde vereisten, en van het vermogen van ESMA om haar taken met betrekking tot overeenkomstig de leden 2 en 2 ter erkende CTP’s uit derde landen of met betrekking tot de in lid 6 ter bedoelde monitoring daadwerkelijk uit te voeren, onder meer door de in lid 7 bedoelde samenwerkingsovereenkomsten te sluiten en toe te passen.
Indien dit in het belang van de Unie is en rekening houdend met de potentiële risico’s voor de financiële stabiliteit van de Unie als gevolg van de verwachte deelname van in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatforms aan in een derde land gevestigde CTP’s, kan de Commissie de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandeling vaststellen, ongeacht of aan punt c) van die alinea is voldaan.
ESMA monitort de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in derde landen waarvoor op grond van lid 6 uitvoeringshandelingen zijn vastgesteld.
Indien ESMA in die derde landen ontwikkelingen op het gebied van regelgeving of toezicht vaststelt die van invloed kunnen zijn op de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten, informeert zij onverwijld het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de leden van het in artikel 25 quater bedoelde college voor CTP’s uit derde landen. Al die informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
ESMA dient jaarlijks bij de Commissie en bij de leden van het college voor CTP’s uit derde landen, bedoeld in artikel 25 quater, een vertrouwelijk verslag in over de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in de in de eerste alinea bedoelde derde landen.
Indien ESMA de tier van een CTP nog niet heeft vastgesteld of ESMA heeft vastgesteld dat alle of sommige CTP’s in een betrokken derde land tier 1-CTP’s zijn, wordt in de in lid 7 bedoelde samenwerkingsregelingen rekening gehouden met het risico dat het verrichten van clearingdiensten door die CTP’s met zich meebrengt en wordt hierin het volgende gespecificeerd:
het mechanisme voor de jaarlijkse uitwisseling van informatie tussen ESMA, de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte en de bevoegde autoriteiten van de betrokken derde landen, dat ESMA in staat stelt:
erop toe te zien dat de CTP voldoet aan de voorwaarden voor erkenning op grond van lid 2;
potentiële materiële effecten op de marktliquiditeit of de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten vast te stellen, en
toezicht te houden op clearingactiviteiten bij een of meer CTP’s die door in de Unie gevestigde clearingleden in een dergelijk derde land zijn gevestigd, of die deel uitmaken van een groep waarop in de Unie toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend;
bij wijze van uitzondering, het mechanisme voor de driemaandelijkse uitwisseling van informatie waarbij gedetailleerde informatie wordt verlangd over de in lid 2 bis bedoelde aspecten en met name informatie over aanzienlijke wijzigingen in risicomodellen en parameters, de uitbreiding van de activiteiten en diensten van de CTP en wijzigingen in de structuur van de cliëntenrekeningen, teneinde na te gaan of een CTP mogelijk van substantieel systeemrelevant belang is of kan worden voor de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten, alsook het mechanisme voor de uitwisseling van informatie inzake marktontwikkelingen die gevolgen zouden kunnen hebben voor de financiële stabiliteit van de Unie;
het mechanisme voor snelle kennisgeving aan ESMA wanneer de bevoegde autoriteit van een derde land van oordeel is dat een CTP waarop zij toezicht uitoefent, de voorwaarden van haar vergunning of andere wetgeving waaraan zij is onderworpen, schendt;
het mechanisme voor snelle kennisgeving aan ESMA door de bevoegde autoriteit van het derde land, indien een CTP uit een derde land die onder toezicht staat van die bevoegde autoriteit voornemens is haar activiteiten en diensten uit te breiden of te verminderen;
de procedures die nodig zijn voor de doeltreffende monitoring van ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in een derde land;
de procedures voor autoriteiten van derde landen om ESMA, het in artikel 25 quater bedoelde college voor CTP’s uit derde landen en de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte onverwijld in kennis te stellen van eventuele noodsituaties in verband met de erkende CTP, waaronder ontwikkelingen op financiële markten die een negatief effect kunnen hebben op de marktliquiditeit en de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of in een van haar lidstaten, en de procedures en noodplannen om die situaties op te vangen;
de procedures voor autoriteiten van derde landen om ervoor te zorgen dat de besluiten die overeenkomstig de artikelen 25 septies, 25 undecies, artikel 25 duodecies, lid 1, punt b), en de artikelen 25 terdecies, 25 quaterdecies en 25 septdecies door de ESMA zijn vastgesteld, doeltreffend worden gehandhaafd;
de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten van derde landen voor het verder delen van de aan ESMA verstrekte informatie op grond van de samenwerkingsregelingen met de in lid 3 bedoelde autoriteiten en de leden van het college voor CTP’s uit derde landen, met inachtneming van de in artikel 83 neergelegde vereisten met betrekking tot geheimhouding.
Indien ESMA heeft bepaald dat ten minste één CTP in een betrokken derde land een tier 2-CTP is, wordt in de in lid 7 bedoelde samenwerkingsregelingen met betrekking tot die tier 2-CTP’s ten minste het volgende gespecificeerd:
de in lid 7 bis, punten a), c), e), f) en h), bedoelde elementen, wanneer er nog geen samenwerkingsregelingen met het betrokken derde land zijn getroffen op grond van die alinea;
het mechanisme voor de ten minste maandelijkse uitwisseling, naargelang het geval, van informatie tussen ESMA, de in lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte en de bevoegde autoriteiten van de betrokken derde landen, met inbegrip van de toegang tot alle door ESMA gevraagde informatie om te kunnen controleren of de CTP’s voldoen aan de in lid 2 ter bedoelde vereisten;
de procedures voor de coördinatie van toezichtsactiviteiten, met inbegrip van de toestemming van autoriteiten van derde landen voor het verrichten van onderzoeken en inspecties ter plaatse overeenkomstig artikel 25 octies respectievelijk artikel 25 nonies;
de procedures voor autoriteiten van derde landen om ervoor te zorgen dat de besluiten die overeenkomstig de artikelen 25 ter, 25 septies tot en met 25 quaterdecies, 25 septdecies en 25 octodecies door ESMA zijn vastgesteld, doeltreffend worden gehandhaafd;
de procedures voor autoriteiten van derde landen om:
ESMA te raadplegen over de opstelling en beoordeling van herstelplannen en over de ontwikkeling van afwikkelingsplannen in verband met aspecten die relevant zijn voor de Unie of een of meer van haar lidstaten;
ESMA onverwijld in kennis te stellen van de opstelling van herstel- en afwikkelingsplannen en eventuele latere materiële wijzigingen in die plannen in verband met aspecten die relevant zijn voor de Unie of een of meer van haar lidstaten;
ESMA onverwijld in kennis te stellen van het voornemen van een tier 2-CTP om haar herstelplan te activeren of de vaststelling door de autoriteiten van het derde land dat er aanwijzingen zijn voor een opkomende crisissituatie die de activiteiten van die tier 2-CTP kan beïnvloeden, met name haar vermogen om clearingdiensten te verrichten, of overweging van de autoriteiten van het derde land om in de nabije toekomst een afwikkelingsmaatregel te nemen.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 25 bis
Vergelijkbare conformiteit
ESMA verleent geheel of gedeeltelijk de status van vergelijkbare conformiteit indien zij op basis van in lid 1 van dit artikel bedoelde met redenen omklede verzoek besluit dat de tier 2-CTP bij de naleving van de relevante in het derde land toepasselijke vereisten wordt geacht te voldoen aan de in artikel 16 en de titels IV en V vastgestelde vereisten en aldus voldoet aan het erkenningsvereiste uit hoofde van artikel 25, lid 2 ter, punt a).
ESMA trekt de status van vergelijkbare conformiteit geheel of met betrekking tot een bepaald vereiste in indien de tier 2-CTP niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de status van vergelijkbare conformiteit en indien een dergelijke CTP de door ESMA gevraagde corrigerende maatregelen niet binnen de vastgestelde termijn heeft genomen. Bij de vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het besluit tot intrekking van de status van vergelijkbare conformiteit tracht ESMA een passende aanpassingsperiode te bepalen van maximaal zes maanden.
Indien ESMA de status van vergelijkbare conformiteit verleent, blijft ESMA verantwoordelijk voor de uitvoering van haar taken uit hoofde van deze verordening, met name uit hoofde van de artikelen 25 en 25 ter, en blijft zij de bevoegdheden uitoefenen zoals bedoeld in de artikelen 25 quater, 25 quinquies, 25 septies tot en met 25 quaterdecies, 25 septdecies en 25 octodecies.
Onverminderd het vermogen van ESMA om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, sluit ESMA, indien zij de status van vergelijkbare conformiteit heeft verleend, administratieve regelingen met de autoriteit van het derde land om te zorgen voor passende informatie-uitwisseling en samenwerking, zodat ESMA de doorlopende naleving van de vereisten voor vergelijkbare conformiteit kan monitoren.
Opdat bij de in lid 1 bedoelde beoordeling daadwerkelijk rekening wordt gehouden met de regelgevingsdoelstellingen van de vereisten van artikel 16 en de titels IV en V en met de belangen van de Unie als geheel, stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast waarin het volgende nader wordt bepaald:
de minimumelementen die bij de toepassing van lid 1 van dit artikel moeten worden beoordeeld;
de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden om de beoordeling te verrichten.
De Commissie stelt uiterlijk op 2 januari 2021 de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling vast overeenkomstig artikel 82.
Artikel 25 ter
Doorlopende conformiteit met de erkenningsvoorwaarden
ESMA verlangt van elke tier 2-CTP al het volgende:
minstens eenmaal per jaar een bevestiging dat de in artikel 25, lid 2 ter, punten a), c) en d), bedoelde vereisten nog altijd vervuld zijn;
op regelmatige basis informatie en gegevens zodat ESMA in staat is toezicht te houden op de naleving door de CTP’s van de in artikel 25, lid 2 ter, punt a), bedoelde vereisten.
Indien een in artikel 25, lid 3, punt f), bedoelde centrale bank van uitgifte van oordeel is dat een tier 2-CTP niet langer voldoet aan de in artikel 25, lid 2 ter, punt b), bedoelde voorwaarde, stelt zij ESMA onmiddellijk daarvan in kennis.
Artikel 25 quater
College voor CTP’s uit derde landen
Het college bestaat uit:
de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP’s, die het college voorzit;
de twee onafhankelijke leden van het comité voor toezicht op CTP’s;
de in artikel 22 bedoelde bevoegde autoriteiten; in lidstaten waar meer dan één autoriteit overeenkomstig artikel 22 als bevoegde autoriteit is aangewezen, worden die autoriteiten het eens over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger;
de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de in de Unie gevestigde clearingleden;
de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op in de Unie gevestigde en door de CTP’s bediende of te bedienen handelsplatforms;
de bevoegde autoriteiten die toezicht uitoefenen op de in de Unie gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen waarbij de CTP’s zijn aangesloten of voornemens zijn zich aan te sluiten;
de leden van het ESCB.
Artikel 25 quinquies
Vergoedingen
ESMA rekent in een derde land gevestigde CTP’s de volgende vergoedingen aan overeenkomstig deze verordening en overeenkomstig de op grond van lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling:
vergoedingen in verband met erkenningsaanvragen op grond van artikel 25;
jaarlijkse vergoedingen in verband met de taken van ESMA uit hoofde van deze verordening in verband met de overeenkomstig artikel 25 erkende CTP’s.
De Commissie stelt overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast tot nadere bepaling van:
de soorten vergoedingen;
de aangelegenheden waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn;
het bedrag van de vergoedingen;
de wijze waarop de vergoedingen moeten worden betaald door:
een CTP die de erkenning aanvraagt;
een erkende CTP die overeenkomstig artikel 25, lid 2, als tier 1-CTP is ingedeeld;
een erkende CTP die overeenkomstig artikel 25, lid 2 ter, als tier 2-CTP is ingedeeld.
Artikel 25 sexies
Uitoefening van de in de artikelen 25 septies tot en met 25 nonies bedoelde bevoegdheden
De door de artikelen 25 septies tot en met 25 nonies aan ESMA, een functionaris van ESMA of een andere door ESMA gemachtigde persoon verleende bevoegdheden worden niet aangewend om de openbaarmaking te verlangen van aan het juridische verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.
Artikel 25 septies
Verzoek om informatie
De in de eerste alinea bedoelde informatie die is opgevraagd bij eenvoudig verzoek kan periodiek of eenmalig van aard zijn.
Bij het toezenden van een eenvoudig verzoek om informatie op grond van lid 1 vermeldt ESMA al het volgende:
de verwijzing naar dit artikel als de rechtsgrondslag voor het verzoek;
de reden van het verzoek;
de gewenste informatie;
de termijn om de informatie te verstrekken;
dat de aangezochte persoon niet verplicht is de informatie te verstrekken maar dat, als er vrijwillig op het verzoek wordt ingegaan, de verstrekte informatie niet onjuist of misleidend mag zijn;
de geldboete die overeenkomstig artikel 25 undecies in combinatie met bijlage III, punt V, punt a), wordt opgelegd indien de antwoorden op vragen onjuist of misleidend zijn.
Indien bij besluit wordt verlangd dat de in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt, vermeldt ESMA al het volgende:
de verwijzing naar dit artikel als de rechtsgrondslag voor het verzoek;
de reden van het verzoek;
de gewenste informatie;
de termijn om de informatie te verstrekken;
de dwangsom die overeenkomstig artikel 25 duodecies wordt opgelegd indien de gevraagde informatie niet volledig wordt verstrekt;
de geldboete die overeenkomstig artikel 25 undecies in combinatie met bijlage III, punt V, punt a), wordt opgelegd indien de gevraagde informatie niet wordt verstrekt of indien de antwoorden op vragen onjuist of misleidend zijn, en
het recht tegen het besluit bezwaar aan te tekenen bij de bezwaarcommissie van ESMA en het recht op beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie („Hof van Justitie”) tegen het besluit overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 25 octies
Algemene onderzoeken
Om haar taken krachtens deze verordening te vervullen, kan ESMA de nodige onderzoeken verrichten naar tier 2-CTP’s en gelieerde derden waaraan die CTP’s operationele taken, diensten of activiteiten hebben uitbesteed. In dit verband zijn de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen bevoegd om:
alle vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken die relevant zijn voor het vervullen van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;
voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal;
alle tier 2-CTP’s of hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het onderwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;
alle andere natuurlijke of rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;
overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.
De in artikel 25, lid 3, punt f) bedoelde centrale banken van uitgifte kunnen op gemotiveerd verzoek aan ESMA deelnemen aan die onderzoeken indien die relevant zijn voor de uitoefening van hun monetaire beleidstaken.
Het in artikel 25 quater bedoelde college voor CTP’s uit derde landen wordt zonder onnodige vertraging in kennis gesteld van bevindingen die van belang kunnen zijn voor de uitoefening van zijn taken.
Artikel 25 nonies
Inspecties ter plaatse
Indien dat van belang is voor het uitoefenen van hun monetaire beleidstaken, kunnen de in artikel 25, lid 3, punt f), bedoelde centrale banken van uitgifte bij ESMA een gemotiveerd verzoek om deelname aan zulke inspecties ter plaatse indienen.
Het in artikel 25 quater bedoelde college voor CTP’s uit derde landen wordt zonder onnodige vertraging in kennis gesteld van bevindingen die van belang kunnen zijn voor de uitoefening van zijn taken.
De functionarissen van ESMA en andere personen die door haar gemachtigd zijn om een inspectie ter plaatse uit te voeren, oefenen hun bevoegdheden uit onder overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het onderwerp en het doel van de inspectie zijn vermeld, alsmede de dwangsommen die overeenkomstig artikel 25 duodecies worden opgelegd indien de betrokken personen zich niet aan de inspectie onderwerpen.
Artikel 25 decies
Procedureregels voor het nemen van toezichtsmaatregelen en het opleggen van geldboeten
Voor het vervullen van zijn taken kan de onderzoeksfunctionaris gebruikmaken van de bevoegdheid om informatie op te vragen overeenkomstig artikel 25 septies en om onderzoeken en inspecties ter plaatse te verrichten overeenkomstig de artikelen 25 octies en 25 nonies. Bij het aanwenden van die bevoegdheden houdt de onderzoeksfunctionaris zich aan het bepaalde in artikel 25 sexies.
Bij het verrichten van zijn taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die ESMA bij haar activiteiten vergaard heeft.
Het recht van verweer van de betrokken personen wordt in de loop van het onderzoek uit hoofde van dit artikel ten volle geëerbiedigd.
Artikel 25 undecies
Geldboeten
Een inbreuk door een CTP wordt geacht opzettelijk te zijn gepleegd indien ESMA objectieve elementen vindt die erop wijzen dat de CTP of het hogere management van de CTP doelbewust handelde om de inbreuk te plegen.
De desbetreffende verzwarende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzwarende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzwarende coëfficiënt resulteert, aan het basisbedrag toegevoegd.
De desbetreffende verzachtende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzachtende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzachtende coëfficiënt resulteert, van het basisbedrag afgetrokken.
Indien een handeling of verzuim van een CTP meer dan één van de in bijlage III vermelde inbreuken vormt, wordt alleen de hoogste overeenkomstig de leden 2 en 3 met betrekking tot een van die inbreuken berekende geldboete toegepast.
Artikel 25 duodecies
Dwangsommen
ESMA legt, bij besluit, dwangsommen op teneinde:
een tier 2-CTP ertoe te dwingen een einde te maken aan een inbreuk, overeenkomstig een op grond van artikel 25 octodecies, lid 1, punt a), genomen besluit;
een in artikel 25 septies, lid 1, bedoelde persoon ertoe te dwingen de volledige informatie te verstrekken die bij een besluit op grond van artikel 25 septies wordt verlangd;
een tier 2-CTP ertoe te dwingen:
zich aan een onderzoek te onderwerpen en in het bijzonder volledige vastleggingen, gegevens, procedures of ander vereist materiaal te verstrekken en andere informatie aan te vullen en te verbeteren die in het kader van een bij een besluit op grond van artikel 25 octies ingesteld onderzoek is verstrekt, of
zich aan een bij een besluit op grond van artikel 25 nonies gelaste inspectie ter plaatse te onderwerpen.
Artikel 25 terdecies
Horen van de betrokken personen
De eerste alinea van dit lid 1 is niet van toepassing indien dringend moet worden opgetreden om aanzienlijke en dreigende schade aan het financiële stelsel te voorkomen. In dat geval kan ESMA een voorlopig besluit nemen en worden de betrokken personen in de gelegenheid gesteld zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit te worden gehoord.
Artikel 25 quaterdecies
Openbaarmaking, aard, tenuitvoerlegging en toewijzing van de geldboeten en dwangsommen
De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de lidstaat of het derde land op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt.
Artikel 25 quindecies
Toetsing door het Hof van Justitie
Het Hof van Justitie heeft volledige rechtsbevoegdheid om besluiten waarbij ESMA een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd, te toetsen. Het kan de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.
Artikel 25 sexdecies
Wijziging van de bijlagen III en IV
Teneinde rekening te houden met wijzigingen in artikel 16 en de titels IV en V, is de Commissie de bevoegdheid toegekend om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen om ervoor te zorgen dat de in bijlage III genoemde inbreuken voldoen aan de vereisten uit hoofde van artikel 16 en de titels IV en V.
Teneinde rekening te houden met ontwikkelingen op de financiële markten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot maatregelen tot wijziging van bijlage IV.
Artikel 25 septdecies
Intrekking van de erkenning
Onverminderd artikel 25 octodecies en met inachtneming van de volgende leden, trekt de ESMA, na raadpleging van de in artikel 25, lid 3, bedoelde autoriteiten en entiteiten, een overeenkomstig artikel 25 vastgesteld erkenningsbesluit in, indien:
de betrokken CTP binnen zes maanden geen gebruik heeft gemaakt van de erkenning, uitdrukkelijk afstand van de erkenning doet of sinds meer dan zes maanden haar diensten of activiteiten heeft gestaakt;
de betrokken CTP de erkenning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;
de betrokken CTP de toepasselijke in deze verordening vastgestelde vereisten ernstig en stelselmatig heeft geschonden of niet langer voldoet aan de in artikel 25 vastgestelde voorwaarden voor erkenning, en niet de door ESMA vereiste corrigerende maatregelen heeft genomen binnen een op passende wijze vastgestelde termijn van maximaal één jaar;
ESMA haar taken krachtens deze verordening niet effectief kan uitoefenen ten aanzien van de betrokken CTP, doordat de voor de CTP bevoegde autoriteit van het derde land ESMA niet alle relevante informatie verstrekt of met haar niet samenwerkt overeenkomstig artikel 25, lid 7;
de in artikel 25, lid 6, bedoelde uitvoeringshandeling is ingetrokken of geschorst, of aan een van de daaraan verbonden voorwaarden niet langer wordt voldaan.
ESMA kan de intrekking van de erkenning beperken tot een bepaalde dienst, activiteit of klasse van financiële instrumenten.
Bij de vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het besluit tot intrekking van de erkenning tracht ESMA een mogelijke marktverstoring tot een minimum te beperken en bepaalt zij een passende aanpassingsperiode van maximaal twee jaar.
Indien ESMA vaststelt dat binnen de overeenkomstig lid 1, punt c), van dit artikel vastgestelde termijn geen corrigerende maatregelen zijn genomen of dat de genomen maatregelen niet adequaat zijn, trekt zij, na raadpleging van de in artikel 25, lid 3, bedoelde autoriteiten, het erkenningsbesluit in.
Artikel 25 octodecies
Toezichtsmaatregelen van ESMA
Indien ESMA overeenkomstig artikel 25 decies, lid 5, tot de bevinding komt dat een tier 2-CTP een van de in bijlage III vermelde inbreuken heeft gepleegd, neemt zij een of meer van de volgende besluiten:
de CTP verzoeken een einde te maken aan de inbreuk;
krachtens artikel 25 undecies geldboeten opleggen;
bekendmakingen aan het publiek uitgeven;
de erkenning van de CTP of haar erkenning voor een bepaalde dienst, activiteit of klasse van financiële instrumenten, op grond van artikel 25 septdecies intrekken.
Bij het nemen van de in lid 1 bedoelde besluiten houdt ESMA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk en neemt zij daarbij de volgende criteria in aanmerking:
de duur en frequentie van de inbreuk;
of de inbreuk ernstige of systeemzwakheden in de procedures van de CTP of in haar managementsystemen of interne controlemechanismen aan het licht heeft gebracht;
of financiële criminaliteit veroorzaakt of gefaciliteerd is dan wel op enige andere wijze toe te schrijven is aan de inbreuk;
of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gepleegd.
Bij de openbaarmaking van een besluit als bedoeld in de eerste alinea vermeldt ESMA tevens dat de betrokken CTP bezwaar kan aantekenen tegen het besluit evenals, in voorkomend geval, dat een dergelijk bezwaar is aangetekend, daarbij vermeldend dat het bezwaar evenwel geen schorsende werking heeft, alsook dat de bezwaarcommissie van ESMA overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 de toepassing van het bestreden besluit kan opschorten.
TITEL IV
VEREISTEN VOOR CTP'S
HOOFDSTUK 1
Organisatorische vereisten
Artikel 26
Algemene bepalingen
Onverminderd de interoperabiliteitsregelingen uit hoofde van titel V of beleggingsactiviteiten overeenkomstig artikel 47 is of wordt een CTP geen clearinglid of cliënt en treft een CTP geen indirecte clearingregelingen met een clearinglid met als doel clearingactiviteiten bij een CTP uit te voeren.
▼M17 —————
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 27
Hoger management en de raad
De leden van de raad van een CTP, inclusief de onafhankelijke leden, moeten over een goede reputatie en moeten over passende ervaring beschikken op het gebied van financiële diensten, risicobeheer en clearingdiensten.
Artikel 28
Risicocomité
Artikel 29
Bijhouden van gegevens
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
ESMA dient deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 30
Aandeelhouders en leden met een gekwalificeerde deelneming
Artikel 31
Informatieverstrekking aan de bevoegde autoriteiten
Indien het gedrag van een lid van de raad waarschijnlijk nadelig is voor de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van de CTP, neemt de bevoegde autoriteit passende maatregelen, welke het ontslag van dat lid uit de raad kan omvatten.
Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft besloten rechtstreeks of onrechtstreeks zijn gekwalificeerde deelneming in een CTP af te stoten („kandidaat-verkoper”), stelt de bevoegde autoriteit daarvan vooraf schriftelijk in kennis, met vermelding van de omvang van de deelneming die hij wil afstoten. Een zodanig natuurlijke of rechtspersoon stelt de bevoegde autoriteit op dezelfde wijze in kennis, indien deze heeft besloten de omvang van een gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder 10 %, 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de CTP ophoudt zijn dochteronderneming te zijn.
De bevoegde autoriteit zendt de kandidaat-verwerver of -verkoper onverwijld en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de in dit lid bedoelde kennisgeving, en van de in lid 3 van dit artikel bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging, en deelt de informatie met ESMA en het in artikel 18 bedoelde college.
Binnen 60 werkdagen vanaf de datum van de schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de kennisgeving en alle documenten die bij de kennisgeving moet worden gevoegd op basis van de in artikel 32, lid 4, bedoelde lijst en tenzij deze periode wordt verlengd overeenkomstig dit artikel („de beoordelingsperiode”), voert de bevoegde autoriteit de in artikel 32, lid 1, bedoelde beoordeling („de beoordeling”) uit. Tijdens de beoordelingsperiode en overeenkomstig de procedure van artikel 17 ter brengt het in artikel 18 bedoelde college een advies uit op grond van artikel 19 en brengt ESMA een advies uit op grond van artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater).
De bevoegde autoriteit stelt de kandidaat-verwerver of -verkoper bij de ontvangstbevestiging in kennis van de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.
De beoordelingsperiode wordt onderbroken vanaf de datum van het verzoek van de bevoegde autoriteit om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver. De onderbreking duurt ten hoogste 20 werkdagen. De bevoegde autoriteit mag eventueel aanvullende verzoeken ter vervollediging of verduidelijking van de informatie doen, maar deze hebben geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg.
De bevoegde autoriteit kan de in lid 3, tweede alinea, bedoelde onderbreking tot ten hoogste 30 werkdagen verlengen als de kandidaat-verwerver of -verkoper:
buiten de Unie is gevestigd of aan regulering is onderworpen;
een natuurlijke of rechtspersoon is die niet onderworpen is aan toezicht uit hoofde van deze verordening of van Richtlijn 73/239/EEG, Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche ( 22 ) of de Richtlijnen 2002/83/EG, 2003/41/EG, 2004/39/EG, 2005/68/EG, 2006/48/EG, 2009/65/EG of 2011/61/EU.
Artikel 32
Beoordeling
Bij de beoordeling van de in artikel 31, lid 2, bedoelde kennisgeving en de in artikel 31, lid 3, bedoelde informatie beoordeelt de bevoegde autoriteit, met het oog op de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van de CTP waarop de voorgenomen verwerving betrekking heeft en rekening houdend met de waarschijnlijke invloed van de kandidaat-verwerver op de CTP, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de financiële gezondheid van de voorgenomen verwerving op alle onderstaande criteria:
de reputatie en de financiële gezondheid van de kandidaat-verwerver;
de reputatie en ervaring van de personen die verantwoordelijk zullen zijn voor de bedrijfsvoering van de CTP als gevolg van de voorgenomen verwerving;
of de CTP in staat is aan deze verordening te voldoen en te blijven voldoen;
of er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat wordt of werd gepoogd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.
Bij het beoordelen van de financiële gezondheid van de kandidaat-verwerver besteedt de bevoegde autoriteit bijzondere aandacht aan het type werkzaamheden die verricht en beoogd worden in de CTP die het doelwit van de verwerving is.
Bij het beoordelen van het vermogen van de CTP om deze verordening na te leven, besteedt de bevoegde autoriteit bijzondere aandacht aan de vraag of de structuur van de groep waarvan de CTP deel gaat uitmaken het mogelijk maakt effectief toezicht uit te oefenen, op doeltreffende wijze gegevens uit te wisselen tussen de bevoegde autoriteiten en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten te bepalen.
De beoordeling van de bevoegde autoriteit met betrekking tot de in artikel 31, lid 2, bedoelde kennisgeving en de in artikel 31, lid 3, bedoelde informatie, wordt onderworpen aan een advies van het in artikel 18 bedoelde college op grond van artikel 19 en een advies van ESMA op grond van artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater), welke adviezen worden uitgebracht volgens de procedure van artikel 17 ter.
De bevoegde autoriteiten werken nauw samen bij de beoordeling indien de kandidaat-verwerver een van de volgende is:
een andere CTP, een kredietinstelling, een levensverzekeringsonderneming, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een marktexploitant, een exploitant van een effectenafwikkelingssysteem, een icbe-beheermaatschappij of een beheerder van alternatieve beleggingsfondsen, waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend;
de moederonderneming van een andere CTP, een kredietinstelling, een levensverzekeringsonderneming, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een marktexploitant, een exploitant van een effectenafwikkelingssysteem, een icbe-beheermaatschappij of een beheerder van alternatieve beleggingsfondsen, waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend;
een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een andere CTP, een kredietinstelling, een levensverzekeringsonderneming, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een marktexploitant, een exploitant van een effectenafwikkelingssysteem, een icbe-beheermaatschappij of een beheerder van alternatieve beleggingsfondsen, waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend.
Artikel 33
Belangenconflicten
De overeenkomstig lid 1 vastgestelde schriftelijke regelingen hebben ook betrekking op:
de omstandigheden die een belangenconflict vormen of aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict dat leidt tot een materieel risico dat de belangen van een of meer clearingleden of cliënten worden geschaad;
de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het beheer van dergelijke conflict.
Artikel 34
Bedrijfscontinuïteit
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 35
Uitbesteding
Wanneer een CTP operationele taken, diensten of activiteiten uitbesteedt, blijft ze volledig verantwoordelijk voor het naleven van al haar verplichtingen in het kader van deze verordening en dient zij te allen tijde zeker te stellen dat:
uitbesteding geen overdracht van verantwoordelijkheid tot gevolg heeft;
de relatie van de CTP met haar clearingleden of, voor zover relevant, met haar cliënten, en de verplichtingen van de CTP tegenover deze leden of cliënten ongewijzigd blijft;
de voorwaarden voor de vergunning van de CTP ffectief ongewijzigd blijven;
uitbesteding de uitoefening van taken op het gebied van toezicht en supervisie onverlet laat, met inbegrip van toegang ter plaatse om alle relevante informatie te verkrijgen die nodig is voor het vervullen van die taken;
uitbesteding betekent niet dat de nodige risicobeheersystemen en -controles aan de CTP worden ontnomen;
de dienstverlener eisen op het gebied van de bedrijfscontinuïteit toepast, die gelijkwaardig zijn aan die waaraan een CTP op grond van deze verordening moet voldoen;
de CTP behoudt de vereiste deskundigheid en middelen om de kwaliteit van de verleende diensten en de organisatorische bekwaamheid en de kapitaaltoereikendheid van de dienstverlener te beoordelen, om effectief toezicht te houden op de uitbestede taken en om de aan de uitbesteding verbonden risico's te beheren, en houdt daarnaast toezicht op deze taken en beheert deze risico's op permanente basis;
de CTP heeft directe toegang tot de relevante informatie over de uitbestede taken;
de dienstverlener werkt samen met de bevoegde autoriteit met betrekking tot de uitbestede activiteiten;
de dienstverlener beschermt vertrouwelijke informatie over de CTP en haar clearingleden en cliënten of, daar waar die dienstverlener is gevestigd in een derde land, draagt hij ervoor zorg dat de gegevensbeschermingsnormen van dat derde land of die, welke vermeld zijn in de overeenkomst tussen de betrokken partijen, vergelijkbaar zijn met de in de Unie geldende gegevensbeschermingsnormen.
Een CTP besteedt belangrijke activiteiten in verband met risicobeheer niet uit, tenzij de bevoegde autoriteit haar goedkeuring aan een dergelijke uitbesteding heeft verleend. Het besluit van de bevoegde autoriteit wordt onderworpen aan een advies van het in artikel 18 bedoelde college op grond van artikel 19 en een advies van ESMA op grond van artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater), waarbij die adviezen worden uitgebracht volgens de procedure van artikel 17 ter.
HOOFDSTUK 2
Gedragsregels
Artikel 36
Algemene bepalingen
Artikel 37
Deelnamevereisten
De voor een CTP bevoegde autoriteit die niet-financiële tegenpartijen als clearingleden accepteert, toetst regelmatig de door de CTP vastgestelde regelingen om te monitoren dat aan de voorwaarde van de eerste alinea is voldaan. De voor de CTP bevoegde autoriteit brengt jaarlijks verslag uit aan het in artikel 18 bedoelde college over de door die niet-financiële tegenpartijen geclearde producten, hun totale blootstelling en eventuele vastgestelde risico’s.
Een niet-financiële tegenpartij die als clearinglid van een CTP optreedt, mag alleen clearingdiensten voor cliënten verlenen aan niet-financiële tegenpartijen die tot dezelfde groep behoren als die niet-financiële tegenpartij en mag bij de CTP alleen rekeningen aanhouden voor activa en posities die voor eigen rekening of voor rekening van die niet-financiële tegenpartijen worden aangehouden.
ESMA kan na een ad hoc collegiale toetsing een advies of een aanbeveling uitbrengen over de wenselijkheid van dergelijke regelingen.
De CTP stelt de bevoegde autoriteit in kennis van elke significante negatieve ontwikkeling in het risicoprofiel van elk van haar clearingleden die is vastgesteld in de context van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling van de CTP, of een andere beoordeling met een soortgelijke conclusie, met inbegrip van elke verhoging van het risico dat een clearinglid voor de CTP oplevert wanneer deze verhoging volgens de CTP aanleiding kan geven tot een wanbetalingsprocedure.
ESMA stelt, na overleg met EBA en het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter nadere specificatie van de elementen die in aanmerking moeten worden genomen wanneer een CTP:
zijn toelatingscriteria zoals bedoeld in lid 1 vaststelt;
beoordeelt of niet-financiële tegenpartijen die als clearinglid optreden, in staat zijn te voldoen aan de marginvereisten en de bijdragen aan het wanbetalingsfonds zoals bedoeld in lid 1 bis.
Bij het opstellen van die ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt ESMA rekening met:
de modaliteiten en specifieke kenmerken waarmee niet-financiële tegenpartijen toegang zouden kunnen krijgen of reeds toegang hebben tot clearingdiensten, ook als directe clearingleden in gesponsorde modellen;
de noodzaak om een veilige rechtstreekse toegang van niet-financiële tegenpartijen tot clearingdiensten en -activiteiten van CTP’s te faciliteren;
de noodzaak om evenredigheid te waarborgen;
de noodzaak om te zorgen voor een doeltreffend risicobeheer.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 38
Transparantie
Een CTP voert een gescheiden boekhouding over kosten en inkomsten met betrekking tot de verleende diensten, en verstrekt die informatie aan ESMA en de bevoegde autoriteit.
Een CTP maakt op een geaggregeerde basis de volumes openbaar van de geclearde transacties voor elke klasse van de door de CTP geclearde instrumenten.
Een CTP verschaft haar clearingleden op duidelijke en transparante wijze informatie over de initiële-marginmodellen die zij gebruikt, met inbegrip van methodologieën voor eventuele opslagfactoren. Die informatie:
legt duidelijk het ontwerp uit van het model voor initiële margins en de werking ervan, ook in moeilijke marktomstandigheden,;
beschrijft duidelijk de belangrijkste aannamen en beperkingen van het model voor initiële margins en de omstandigheden waaronder die aannamen niet meer gelden;
is gedocumenteerd.
Clearingleden die clearingdiensten aanbieden en cliënten die clearingdiensten aanbieden, verstrekken hun cliënten ten minste het volgende:
informatie over de manier waarop de margemodellen van de CTP werken;
informatie over de situaties en omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven tot margeopvragingen;
informatie over de procedures die worden gebruikt de vaststelling van het door de cliënten ter beschikking te stellen bedrag, en
een simulatie van de marginvereisten waaraan cliënten in verschillende scenario’s zouden kunnen worden onderworpen.
Voor de toepassing van punt d) omvat de simulatie van de marginvereisten zowel de door de CTP vereiste margins als eventuele aanvullende margins die vereist worden door de clearingleden en de cliënten die clearingdiensten verlenen. Het resultaat van een dergelijke simulatie is niet bindend.
Op verzoek van een clearinglid verstrekt een CTP dat clearinglid onverwijld de informatie waarom is verzocht om dat clearinglid in staat te stellen aan de eerste alinea van dit lid te voldoen, tenzij dergelijke informatie reeds op grond van de leden 1 tot en met 7 is verstrekt. Wanneer het clearinglid of een cliënt clearingdiensten aanbiedt en wanneer passend, geven zij die informatie door aan hun cliënten.
ESMA ontwikkelt, in overleg met EBA en de ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
de eisen waaraan de simulatietool moet voldoen en het soort output dat op grond van lid 6 moet worden geleverd;
de informatie die CTP’s op grond van lid 7 aan clearingleden moeten verstrekken met betrekking tot de transparantie van margemodellen;
de informatie die clearingleden en cliënten die clearingdiensten aan hun cliënten aanbieden moeten verstrekken op grond van de leden 7 en 8, en
de eisen waaraan de simulatie van de margins die aan de cliënten moet worden geleverd moet voldoen en het soort output dat op grond van lid 8 moet worden geleverd.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 39
Scheiding en overdraagbaarheid
Het vereiste om activa en posities in de rekeningen van de CTP gescheiden te houden, is vervuld indien:
de activa en posities worden vastgelegd in gescheiden rekeningen;
het verrekenen van op verschillende rekeningen vastgelegde posities wordt voorkomen;
de activa die de posities dekken welke in een rekening zijn vastgelegd, staan niet bloot aan verliezen die verband houden met posities welke in een andere rekening zijn vastgelegd.
HOOFDSTUK 3
Prudentiële vereisten
Artikel 40
Beheer van risicoposities
Een CTP meet en beoordeelt haar liquiditeits- en kredietposities op elk clearinglid en, voor zover relevant, op een andere CTP waarmee zij een interoperabiliteitsregeling is overeengekomen, op bijna-realtimebasis. Een CTP heeft op tijdige en niet-discriminerende basis toegang tot de relevante prijsbronnen om effectief haar risicopositie te kunnen meten. Dit vindt plaats tegen redelijke kosten.
Onverminderd artikel 1, leden 4 en 5, en met het doel centrale clearing door publiekrechtelijke entiteiten te faciliteren, verstrekt ESMA uiterlijk op 25 juni 2026 richtsnoeren overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 waarin de methode wordt gespecificeerd die CTP’s waaraan uit hoofde van artikel 14 van deze verordening een vergunning is verleend, moeten gebruiken voor de berekening van de blootstellingen en de eventuele bijdragen aan de financiële middelen van CTP’s door publiekrechtelijke entiteiten die aan deze CTP’s deelnemen, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met het mandaat van publiekrechtelijke entiteiten.
Artikel 41
Marginvereisten
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 42
Wanbetalingsfonds
De CTP stelt een drempelbedrag vast waar de omvang van het wanbetalingsfonds in geen geval onder mag komen.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 43
Andere financiële middelen
Artikel 44
Beheer van liquiditeitsrisico's
Een CTP meet op dagelijkse basis haar potentiële liquiditeitsbehoefte. Zij houdt rekening met het liquiditeitsrisico ten gevolge van wanbetaling van ten minste de twee entiteiten ten overstaan waarvan haar blootstellingen het grootst zijn en die clearingleden of liquiditeitsverschaffers zijn, maar geen centrale banken.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 45
Trapsgewijze dekking van verliezen bij wanbetaling
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 45 bis
Tijdelijke beperkingen in geval van een significante andere gebeurtenis dan een wanbetaling
In het geval van een significante andere gebeurtenis dan een wanbetaling zoals omschreven in artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) 2021/23, kan de bevoegde autoriteit verlangen dat de CTP afziet van een of meer van de volgende acties gedurende een door de bevoegde autoriteit gespecificeerde periode van maximaal vijf jaar:
uitkeren van dividenden of doen van een onherroepelijke toezegging om dividenden uit te keren, met uitzondering van de rechten op dividenden die specifiek in Verordening (EU) 2021/23 als vorm van vergoeding worden genoemd;
herinkopen van gewone aandelen;
scheppen van een verplichting tot het betalen van een variabele beloning zoals omschreven in het beloningsbeleid van de CTP overeenkomstig artikel 26, lid 5, van deze verordening, discretionaire pensioenuitkeringen of ontslagvergoedingen aan de directie zoals omschreven in artikel 2, punt 29, van deze verordening.
De bevoegde autoriteit weerhoudt de CTP er niet van de in de eerste alinea bedoelde acties uit te voeren indien de CTP wettelijk verplicht is die actie uit te voeren en die verplichting van vóór de in de eerste alinea bedoelde gebeurtenissen dateert.
Artikel 46
Zekerheidsvereisten
Een CTP mag, mits aan desbetreffende voorwaarden wordt voldaan, overheidsgaranties of garanties van overheidsbanken of commerciële banken aanvaarden, op voorwaarde dat zij op verzoek onvoorwaardelijk beschikbaar zijn binnen de in artikel 41 bedoelde liquidatieperiode.
Een CTP stelt in haar werkingsregels het minimaal aanvaardbare niveau van zekerheidsstelling vast voor de garanties die zij aanvaardt en kan specificeren dat zij geheel niet door zekerheden gedekte garanties van overheidsbanken of commerciële banken kan aanvaarden. Een CTP mag overheidsgaranties of garanties van overheidsbanken of van commerciële banken alleen aanvaarden ter dekking van haar initiële en lopende blootstelling aan haar clearingleden die niet-financiële tegenpartijen zijn of aan cliënten van clearingleden, mits die cliënten niet-financiële tegenpartijen zijn.
Indien aan een CTP activa, overheidsgaranties of garanties van overheidsbanken of commerciële banken worden verstrekt:
houdt die CTP bij de berekening van haar blootstelling aan de bank, die tevens een clearinglid is en die garanties uitgeeft, rekening met de garanties van overheidsbanken of commerciële banken;
onderwerpt die CTP ongedekte garanties van overheidsbanken of commerciële banken aan concentratiegrenzen;
past die CTP passende haircuts toe op de waarde van activa, overheidsgaranties en garanties van overheidsbanken en commerciële banken om de potentiële daling van die waarden in de periode tussen hun laatste herwaardering en het ogenblik waarop redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ze worden vereffend of uitgeoefend, waar passend, tot uitdrukking te brengen;
houdt die CTP bij het vaststellen van een aanvaardbare zekerheid en passende haircuts voor de CTP rekening met het liquiditeitsrisico ten gevolge van de wanbetaling van een marktdeelnemer en het concentratierisico op bepaalde activa;
houdt die CTP bij de herziening van het niveau van de haircuts dat zij toepast op de activa en de overheidsgaranties en garanties van overheidsbanken of commerciële banken die zij als zekerheid aanvaardt rekening met de noodzaak om eventuele procyclische effecten van dergelijke herzieningen te beperken.
ESMA stelt, in samenwerking met EBA, en na raadpleging van het ESRB en de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van:
het type zekerheid dat als zeer liquide kan worden beschouwd, zoals contant geld, goud, overheidsobligaties en bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit en gedekte obligaties;
de in lid 1 bedoelde haircuts, rekening houdend met de doelstelling van beperking van hun procycliciteit, en
de desbetreffende voorwaarden waaronder overheidsgaranties, garanties van overheidsbanken en garanties van commerciële banken overeenkomstig lid 1 als zekerheid kunnen worden aanvaard, met inbegrip van geschikte concentratiegrenzen, kredietkwaliteitsvereisten en strikte wrong-way riskvereisten voor garanties van overheidsbanken en commerciële banken.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 47
Beleggingsbeleid
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 48
Procedures in geval van wanbetaling
Indien het clearinglid aan wie activa en posities zijn overgedragen, zoals bedoeld in de eerste alinea van dit lid, onderworpen is aan Verordening (EU) nr. 575/2013, voldoet het aan de kapitaalvereisten voor blootstellingen van clearingleden ten aanzien van cliënten uit hoofde van die verordening binnen een met zijn bevoegde autoriteit overeengekomen termijn die niet langer bedraagt dan drie maanden vanaf de datum van die overdracht.
Artikel 49
Toetsing van modellen, stresstests en backtests
Wanneer een CTP voornemens is een wijziging aan te brengen in een model of parameter zoals bedoeld in de eerste alinea, neemt zij een van de volgende maatregelen:
indien de CTP van oordeel is dat de voorgenomen wijziging aanzienlijk is, op grond van lid 1 decies, verzoekt zij om validatie van de wijziging overeenkomstig de in dit artikel vastgestelde procedure;
indien de CTP van oordeel is dat de voorgenomen wijziging niet aanzienlijk is, op grond van lid 1 decies, verzoekt zij om validatie van de wijziging overeenkomstig de procedure van artikel 49 bis.
De vastgestelde modellen en parameters, met inbegrip van alle aanzienlijke wijzigingen daarvan, zijn onderworpen aan een advies van het in artikel 18 bedoelde college overeenkomstig dit artikel.
ESMA zorgt ervoor dat de informatie over de resultaten van de stresstests aan de ETA’s, het ESCB en de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad wordt doorgegeven om hen in staat te stellen de blootstelling van financiële instellingen aan de wanbetaling van CTP’s te beoordelen.
Binnen twee werkdagen na de indiening van een dergelijke aanvraag wordt via de centrale databank een ontvangstbevestiging van de aanvraag naar de CTP gestuurd.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit of ESMA concludeert dat niet alle vereiste documenten of informatie zijn ingediend, verzoekt de voor de CTP bevoegde autoriteit de aanvragende CTP via de centrale databank aanvullende documenten of informatie in te dienen waarvan zij of ESMA heeft vastgesteld dat zij ontbreken. De in de eerste alinea van dit lid vastgestelde termijn kan in dat geval met maximaal 10 werkdagen worden verlengd. De aanvraag wordt afgewezen indien de voor de CTP bevoegde autoriteit of ESMA concludeert dat de CTP niet aan een dergelijk verzoek heeft voldaan, en in een dergelijk geval stelt de autoriteit die tot het oordeel kwam dat de aanvraag dient te worden afgewezen de andere autoriteit daarvan in kennis. De voor de CTP bevoegde autoriteit stelt de CTP via de centrale databank in kennis van de besluiten tot afwijzing van de aanvraag en stelt de CTP ook in kennis van de documenten of informatie waarvan is vastgesteld dat zij ontbreken.
Binnen 40 werkdagen nadat is vastgesteld dat alle documenten en informatie overeenkomstig lid 1 quater zijn ingediend:
verricht de bevoegde autoriteit een risicobeoordeling met betrekking tot de aanzienlijke wijziging en dient zij haar verslag in bij ESMA en het in artikel 18 bedoelde college, en
verricht ESMA een risicobeoordeling van de aanzienlijke wijziging en dient zij haar verslag in bij de voor de CTP bevoegde autoriteit en het in artikel 18 bedoelde college.
Tijdens de in de eerste alinea van dit lid bedoelde periode kan de voor de CTP bevoegde autoriteit, ESMA of een van de leden van het in artikel 18 bedoelde college via de centrale databank rechtstreeks vragen stellen aan de aanvragende CTP en aanvullende informatie opvragen, met vaststelling van een termijn waarbinnen de aanvragende CTP dergelijke informatie moet verstrekken.
Binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde verslagen stelt het in artikel 18 bedoelde college een advies vast op grond van artikel 19 en zendt het dit door aan ESMA en de bevoegde autoriteit. Niettegenstaande een voorlopige aanbrenging overeenkomstig lid 1 octies stellen de bevoegde autoriteit en ESMA geen besluit tot verlening of weigering van de validatie van aanzienlijke wijzigingen in modellen of parameters vast voordat het in artikel 18 bedoelde college een dergelijk advies heeft aangenomen, tenzij het college dat advies niet binnen de termijn heeft aangenomen.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit of ESMA het oneens is met een advies van het in artikel 18 bedoelde college, met inbegrip van de daarin vervatte voorwaarden of aanbevelingen, bevat haar besluit een volledig met redenen omklede toelichting op elke aanzienlijke afwijking van dat advies of die voorwaarden of aanbevelingen.
In afwijking van de eerste alinea kan de bevoegde autoriteit, in overleg met ESMA, op verzoek van de CTP in naar behoren gemotiveerde gevallen toestaan dat een voorlopige aanzienlijke wijziging in een model of parameter wordt doorgevoerd voorafgaand aan de validatie ervan. Een dergelijke tijdelijke wijziging wordt slechts toegestaan voor een bepaalde, door de voor de CTP bevoegde autoriteit en de gezamenlijk vastgestelde periode. Na het verstrijken van die periode mag de CTP een dergelijke wijziging niet gebruiken, tenzij die is gevalideerd op grond van dit artikel.
Een wijziging wordt als aanzienlijk aangemerkt wanneer aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:
de wijziging leidt tot een aanzienlijke verlaging of verhoging van de totale voorgefinancierde financiële middelen van de CTP, met inbegrip van marginvereisten, het wanbetalingsfonds en specifieke eigen middelen zoals bedoeld in artikel 45, lid 4;
de structuur of de structurele elementen van het marginmodel worden gewijzigd;
er worden een component van het marginmodel, waaronder een marginparameter of een opslagfactor, ingevoerd, verwijderd of gewijzigd op een wijze die leidt tot een aanzienlijke verlaging of verhoging van de output van het marginmodel op het niveau van de CTP;
de methodologie die wordt gebruikt voor het berekenen van portefeuillecompensaties wordt gewijzigd en leidt tot een aanzienlijke verlaging of verhoging van de totale marginvereisten voor de financiële instrumenten in de portefeuille;
de methodologie voor het definiëren en ijken van stresstestscenario’s voor het bepalen van de omvang van de wanbetalingsfondsen van de CTP en de omvang van de bijdragen van de individuele clearingleden aan die wanbetalingsfondsen wordt gewijzigd, hetgeen leidt tot een aanzienlijke verlaging of verhoging van de omvang van een van de wanbetalingsfondsen of van een individuele bijdrage aan het wanbetalingsfonds;
de methodologie die wordt toegepast voor het beoordelen van het liquiditeitsrisico wordt gewijzigd en leidt tot een aanzienlijke verlaging of verhoging van de geraamde liquiditeitsbehoeften in een valuta of de totale liquiditeitsbehoeften;
de methodologie die wordt toegepast om het concentratierisico te bepalen dat een CTP jegens een individuele tegenpartij heeft, wordt zodanig gewijzigd dat de totale blootstelling van de CTP aan die tegenpartij aanzienlijk afneemt of toeneemt;
de methodologie die wordt toegepast voor het waarderen van zekerheden of het ijken van haircuts voor zekerheden wordt zodanig gewijzigd dat de totale waarde van de zekerheden aanzienlijk wordt verlaagd of verhoogd;
de wijziging zou een wezenlijk effect op het algemene risico van de CTP kunnen hebben.
Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA, na overleg met de EBA, andere relevante bevoegde autoriteiten en de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter nadere bepaling van:
het type tests dat moet worden uitgevoerd voor verschillende categorieën financiële instrumenten en portefeuilles;
de betrokkenheid van clearingleden of andere partijen bij de tests;
de frequentie van de tests;
het tijdsbestek waarop de tests betrekking hebben;
de in lid 3 bedoelde cruciale informatie.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
ESMA stelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen vast ter nadere specificatie van:
een aanzienlijke toename of daling voor de toepassing van lid 1 decies, punt a) en de punten c) tot en met h);
de elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of aan een van de in de leden 1 decies bedoelde voorwaarden is voldaan;
andere wijzigingen van modellen die kunnen worden geacht reeds onder het goedgekeurde model te vallen en daarom niet als een modelwijziging worden beschouwd en niet onderworpen zijn aan de in dit artikel of artikel 49 bis vastgestelde procedures, en
de lijsten van vereiste documenten die een aanvraag voor een validatie op grond van lid 1 quater van dit artikel en artikel 49 bis moeten vergezellen, en de informatie die dergelijke documenten moeten bevatten om aan te tonen dat de CTP aan alle relevante vereisten van deze verordening voldoet.
De vereiste documenten en het niveau van de informatie staan in verhouding tot het soort modelvalidatie, maar bevatten voldoende details om een behoorlijke analyse van de wijziging te waarborgen.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), kan ESMA voor de verschillende punten van lid 1 decies verschillende waarden vaststellen.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 49 bis
Versnelde procedure voor niet-significante wijzigingen in de modellen en parameters van een CTP
De versnelde procedure is van toepassing op een voorgestelde wijziging van een model of parameter indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de CTP heeft verzocht om validatie van een wijziging die op grond van dit artikel moet worden beoordeeld, en
de voor de CTP bevoegde autoriteit en ESMA hebben elk geconcludeerd dat de voorgestelde wijziging niet significant is, op grond van lid 4.
Binnen twee werkdagen na de indiening van de aanvraag wordt aan de CTP via de centrale databank een ontvangstbevestiging van de aanvraag toegezonden.
De voor de CTP bevoegde autoriteit stelt de aanvragende CTP binnen twee werkdagen na het overeenkomstig lid 4 genomen besluit daarvan in kennis via de centrale databank, met inbegrip van een volledig met redenen omklede toelichting. Binnen tien werkdagen na ontvangst van die kennisgeving trekt de CTP de aanvraag in of vult zij de aanvraag aan om te voldoen aan de vereisten voor een aanvraag overeenkomstig artikel 49.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit en ESMA overeenkomstig lid 4 hebben besloten dat de wijziging niet significant is:
verlenen zij elk binnen drie werkdagen de validatie, indien de CTP aan deze verordening voldoet, of weigeren zij deze indien de CTP niet aan deze verordening voldoet, en
stellen zij elkaar binnen drie werkdagen schriftelijk, met inbegrip van een volledig gemotiveerde toelichting, in kennis van de verlening of weigering van de validatie.
Indien een van hen het model niet heeft gevalideerd, wordt de validatie geweigerd.
Artikel 50
Afwikkeling
HOOFDSTUK 4
Berekeningen en rapportage voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 575/2013
Artikel 50 bis
Berekening van KCCP
Een CTP berekent het hypothetische kapitaal als volgt:
waarbij:
|
KCCP |
= |
het hypothetische kapitaal; |
|
i |
= |
de index die het clearinglid aangeeft; |
|
EADi |
= |
de blootstellingswaarde van de CTP met betrekking tot clearinglid i, met inbegrip van de eigen transacties van het clearinglid met de CTP, de transacties van de cliënt die door het clearinglid worden gegarandeerd, en alle waarden van de zekerheden, met inbegrip van de voorgefinancierde bijdrage in het wanbetalingsfonds van het clearinglid, die door de CTP tegenover die transacties worden aangehouden, met betrekking tot de waardering aan het einde van de wettelijke rapportagedatum vooraleer de marge die gestort wordt bij de laatste margestorting van die dag, wordt uitgewisseld; |
|
RW |
= |
een risicogewicht van 20 %; en |
|
kapitaalratio |
= |
8 %. |
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van de volgende elementen voor de toepassing van lid 3:
de frequentie en de datums van de in lid 2 gespecificeerde berekeningen;
de situaties waarin de bevoegde autoriteit van een instelling die als clearinglid optreedt, een hogere berekenings- en rapportagefrequentie kan verlangen dan de in punt a) bedoelde frequentie.
De EBA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Artikel 50 ter
Algemene regels voor de berekening van KCCP
Voor de berekening van KCCP als bedoeld in artikel 50 bis, lid 2, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
CTP's berekenen de waarde van hun blootstellingen met betrekking tot hun clearingleden als volgt:
voor blootstellingen uit hoofde van contracten en transacties als genoemd in artikel 301, lid 1, punten a) en c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 berekenen CTP's de waarde volgens de methode van deel drie, titel II, hoofdstuk 6, afdeling 3, van die verordening met een margerisicoperiode van tien werkdagen;
voor blootstellingen uit hoofde van contracten en transacties als genoemd in artikel 301, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 berekenen CTP's de waarde (EADi) volgens de volgende formule:
EADi = max{EBRMi – Imi – DFi; 0}
waarbij:
|
EADi |
= |
de blootstellingswaarde; |
|
i |
= |
de index die het clearinglid aangeeft; |
|
EBRMi |
= |
de blootstellingswaarde vóór risicolimitering die gelijk is aan de blootstellingswaarde van de CTP op clearinglid i die voortvloeit uit alle overeenkomsten en transacties met dat clearinglid, berekend zonder rekening te houden met de door dat clearinglid gestorte zekerheid; |
|
IMi |
= |
de door clearinglid i bij de CTP gestorte initiële marge; |
|
DFi |
= |
de voorgefinancierde wanbetalingsfondsbijdrage van clearinglid i. |
Alle waarden in deze formule hebben betrekking op de waardering aan het einde van de dag voordat de marge die gestort wordt bij de laatste margestorting van die dag, wordt uitgewisseld;
voor situaties als bedoeld in artikel 301, lid 1, tweede alinea, derde zin, van Verordening (EU) nr. 575/2013 berekenen CTP's de waarde van de transacties als bedoeld in de eerste zin van die alinea volgens de formule in punt a), onder ii), van dit artikel, en bepalen zij EBRMi overeenkomstig deel drie, titel V, van die verordening;
voor onder Verordening (EU) nr. 575/2013 vallende instellingen zijn de netting sets dezelfde als die welke in artikel 272, punt 4), van die verordening zijn omschreven;
een CTP die blootstellingen heeft aan een of meer CTP's, behandelt die blootstellingen als blootstellingen aan clearingleden, en betrekt de eventuele marge of voorgefinancierde bijdragen die van die CTP's zijn ontvangen, bij de berekening van KCCP;
een CTP die met haar clearingleden een bindende contractuele regeling is aangegaan op grond waarvan die CTP de initiële marge die zij van haar clearingleden heeft ontvangen, geheel of gedeeltelijk kan gebruiken alsof zij voorgefinancierde bijdragen vertegenwoordigde, beschouwt voor de berekening in lid 1 die initiële marge als voorgefinancierde bijdrage en niet als initiële marge;
indien zekerheden worden aangehouden tegenover een rekening die meer dan één van de soorten overeenkomsten en transacties in de zin van artikel 301, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bevat, wijzen de CTP's de initiële marge die door hun clearingleden of cliënten, naargelang het geval, is verstrekt toe in verhouding tot de overeenkomstig punt a) van dit lid berekende EAD's van de betrokken soorten overeenkomsten en transacties, zonder de initiële marge bij de berekening te betrekken;
CTP's die over meer dan één wanbetalingsfonds beschikken, voeren de berekening voor elk wanbetalingsfonds afzonderlijk uit;
indien een clearinglid clearingdiensten voor cliënten aanbiedt, en de transacties en de zekerheden van de cliënten van het clearinglid worden aangehouden op subrekeningen die gescheiden zijn van de subrekeningen voor de activiteiten voor eigen rekening van het clearinglid, voeren de CTP's de berekening van EADi uit voor elke subrekening afzonderlijk en berekenen zij de totale EADi van het clearinglid als de som van de EAD's van de subrekeningen van de cliënten en de EAD van de subrekening voor de activiteiten voor eigen rekening van het clearinglid;
voor de toepassing van punt f) wijzen CTP's, indien DFi niet wordt gesplitst tussen de subrekeningen van de cliënten en de subrekeningen voor de activiteiten voor eigen rekening van het clearinglid, DFi toe per subrekening volgens de verhouding van de initiële marge van die subrekening tot de totale initiële marge die door het clearinglid is gestort of ten behoeve van de rekening van het clearinglid;
CTP's voeren de berekening niet uit overeenkomstig artikel 50 bis, lid 2, indien het wanbetalingsfonds alleen kastransacties dekt.
Voor de toepassing van punt a), onder ii), van dit artikel gebruikt de CTP de in artikel 223 van Verordening (EU) nr. 575/2013 beschreven methode met toepassing van de toezichthoudersbenadering van volatiliteitsaanpassingen van artikel 224 van die verordening voor de berekening van de blootstellingswaarde.
Artikel 50 quater
Rapportage van informatie
Voor de toepassing van artikel 308 van Verordening (EU) nr. 575/2013 rapporteert een CTP aan de instellingen onder haar clearingleden en aan hun bevoegde autoriteiten de volgende informatie:
het hypothetische kapitaal (KCCP);
de som van de voorgefinancierde bijdragen (DFCM);
het bedrag van haar voorgefinancierde financiële middelen dat zij – bij wet of op grond van een contractuele regeling met haar clearingleden – gehouden is te gebruiken om haar verliezen te dekken na wanbetaling door een of meer van haar clearingleden alvorens gebruik te maken van de bijdragen aan het wanbetalingsfonds van de overige clearingleden (DFCCP).
▼M13 —————
Indien een CTP meer dan één wanbetalingsfonds heeft, rapporteert zij de in de eerste alinea bedoelde informatie voor elk wanbetalingsfonds afzonderlijk.
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van:
het uniforme template voor de rapportage van de in lid 1 gespecificeerde informatie;
de frequentie en de datums van de in lid 2 gespecificeerde rapportage;
de situaties waarin de bevoegde autoriteit van een instelling die als clearinglid optreedt, een hogere rapportagefrequentie kan verlangen dan de in punt b) bedoelde.
De EBA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Artikel 50 quinquies
Berekening van specifieke door de CTP te rapporteren posten
Voor de toepassing van artikel 50 quater geldt het volgende:
indien de regels van een CTP erin voorzien dat zij, naast de voorgefinancierde bijdragen van haar clearingleden, een deel of het geheel van haar financiële middelen gebruikt op zodanige wijze dat die middelen gelijkwaardig zijn aan de voorgefinancierde bijdragen van een clearinglid uit het oogpunt van het opvangen van de verliezen van de CTP als gevolg van wanbetaling door of insolventie van een of meer van haar clearingleden, telt de CTP het bedrag van die financiële middelen op bij DFCM;
▼M13 —————
TITEL V
INTEROPERABILITEITSREGELINGEN
Artikel 51
Interoperabiliteitsregelingen
Artikel 52
Risicobeheer
CTP's die toetreden tot een interoperabiliteitsregeling:
ontwikkelen passende beleidsmaatregelen, procedures en systemen met het oog op de effectieve vaststelling en bewaking en het effectieve beheer van de uit de regeling voortvloeiende risico's, zodat ze tijdig hun verplichtingen kunnen nakomen;
bereiken overeenstemming over hun rechten en plichten, inclusief de wetgeving die van toepassing is op hun betrekkingen;
zorgen voor de vaststelling, de bewaking en het effectieve beheer van krediet- en liquiditeitsrisico's, zodat het in gebreke blijven van een clearinglid van een CTP geen gevolgen heeft voor een interoperabele CTP;
zorgen voor de vaststelling, bewaking en aanpak van de mogelijke onderlinge afhankelijkheid en correlaties die voortvloeien uit een interoperabiliteitsregeling, die gevolgen kunnen hebben voor krediet- en liquiditeitsrisico's in verband met concentraties van clearingleden en samengevoegde financiële middelen.
Met het oog op het onder b) gestelde gebruiken CTP's dezelfde regels inzake het tijdstip van invoering van overboekingsopdrachten in hun respectieve systemen en het ogenblik waarop deze opdrachten niet meer kunnen worden herroepen, zoals uiteengezet in Richtlijn 98/26/EG, voor zover relevant.
Met het oog op het onder c) gestelde wordt in de voorwaarden van de regeling het proces uiteengezet voor het beheer van de gevolgen van de wanbetaling, wanneer een van de CTP's waarmee een interoperabiliteitsregeling is gesloten in gebreke blijft.
Met het oog op het onder d) gestelde beschikken CTP's over robuuste middelen ter controle van het hergebruik van de zekerheden van clearingleden in het kader van de regeling, indien dit is toegestaan door hun bevoegde autoriteiten. In de regeling is uiteengezet hoe deze risico's worden aangepakt, rekening houdende met voldoende dekking en de noodzaak om besmetting te beperken.
Artikel 53
Bepaling van margins tussen CTP’s
Artikel 54
Goedkeuring van interoperabiliteitsregelingen
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
TITEL VI
REGISTRATIE VAN EN TOEZICHT OP TRANSACTIEREGISTERS
HOOFDSTUK 1
Voorwaarden en procedures voor de registratie van een transactieregister
Artikel 55
Registratie van een transactieregister
Artikel 56
Registratieaanvraag
Voor de toepassing van artikel 55, lid 1, dient een transactieregister bij ESMA een van de volgende aanvragen in:
een registratieaanvraag;
een aanvraag tot verlenging van de registratie indien het transactieregister reeds is geregistreerd overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) 2015/2365.
Indien de aanvraag onvolledig is, stelt ESMA een termijn vast waarbinnen het transactieregister aanvullende informatie moet verstrekken.
Wanneer ESMA een aanvraag volledig acht, stelt zij het transactieregister daarvan in kennis.
Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot bepaling van andere regels voor de in lid 1 vermelde registratieaanvraag dan die welke betrekking hebben op de vereisten inzake ICT-risicobeheer.
de gegevens in de in lid 1, punt a), bedoelde registratieaanvraag;
de gegevens van de vereenvoudigde aanvraag tot verlenging van de in lid 1, punt b), bedoelde registratie.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2020 bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 1 te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op voor:
het formaat van de in lid 1, punt a), bedoelde registratieaanvraag;
het formaat van de aanvraag tot verlenging van de in lid 1, punt b), bedoelde registratie.
Met betrekking tot punt b) van de eerste alinea ontwikkelt ESMA een vereenvoudigd format.
ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2020 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 57
Aan registratie voorafgaande kennisgeving aan en raadpleging van de bevoegde autoriteiten
Artikel 58
Onderzoek van de aanvraag
Artikel 59
Kennisgeving van het ESMA besluit met betrekking tot registratie
ESMA stelt de in artikel 57, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteit zonder onnodige vertraging in kennis van haar besluit.
Artikel 60
Uitoefening van de in de artikelen 61 tot en met 63 bedoelde bevoegdheden
De bevoegdheden op grond van de artikelen 61 tot en met 63 verleend aan ESMA of aan een functionaris van ESMA of aan een andere door ESMA gemachtigde persoon worden niet gebruikt om de openbaarmaking te verlangen van aan het juridische verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.
Artikel 61
Verzoek om informatie
Bij het toezenden van een eenvoudig verzoek om informatie krachtens lid 1 neemt ESMA het volgende in acht:
zij vermeldt dit artikel als rechtsgrondslag voor het verzoek;
zij vermeldt de reden van het verzoek;
zij specificeert welke informatie verlangd wordt;
zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;
zij deelt de aangezochte persoon mee dat deze niet verplicht is de informatie te verstrekken maar dat, als er vrijwillig op het verzoek wordt ingegaan, de verstrekte informatie niet onjuist en misleidend mag zijn, en
zij vermeldt welke boete er wordt opgelegd overeenkomstig artikel 65 in combinatie met bijlage I, afdeling IV, onder a), indien antwoorden op vragen onjuist of misleidend zijn.
Wanneer ESMA krachtens lid 1 bij besluit gelast informatie te verstrekken, neemt zij het volgende in acht:
zij vermeldt dit artikel als rechtsgrondslag voor het verzoek;
zij vermeldt de reden van het verzoek;
zij specificeert welke informatie verlangd wordt;
zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;
zij vermeldt welke dwangsom overeenkomstig artikel 66 wordt opgelegd indien de gevraagde informatie niet volledig wordt overgelegd;
zij vermeldt welke boete wordt opgelegd overeenkomstig artikel 65 in combinatie met bijlage I, afdeling IV, onder a), indien antwoorden op vragen onjuist of misleidend zijn, en
zij vermeldt dat tegen het besluit bezwaar kan worden aangetekend bij de bezwaarcommissie van ESMA en dat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie („Hof van Justitie”) tegen het besluit in beroep kan worden gegaan overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 62
Algemene onderzoeken
Om haar taken krachtens deze verordening uit te voeren, kan ESMA de nodige onderzoeken naar de in artikel 61, lid 1, bedoelde personen verrichten. In dit verband zijn de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen bevoegd:
alle vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken dat relevant is voor de uitvoering van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;
voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal;
alle in artikel 61, lid 1, bedoelde personen of hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het onderwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;
alle andere natuurlijke en rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;
overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.
Artikel 63
Inspecties ter plaatse
Artikel 64
Procedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van boeten
Voor het verrichten van zijn taken kan de onderzoeksfunctionaris gebruikmaken van de bevoegdheid om informatie op te vragen overeenkomstig artikel 61 en om onderzoeken en inspecties ter plaatse te verrichten overeenkomstig de artikelen 62 en 63. Bij het aanwenden van die bevoegdheden houdt de onderzoeksfunctionaris zich aan het bepaalde in artikel 60.
Bij het verrichten van zijn taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die ESMA bij haar toezichtactiviteiten vergaard heeft.
Het recht van verweer van de betrokken personen wordt in de loop van het onderzoek uit hoofde van dit artikel ten volle geëerbiedigd.
De in de eerste alinea bedoelde regels worden vastgesteld bij gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 82.
Artikel 65
Geldboeten
Een inbreuk door een transactieregister wordt geacht opzettelijk te zijn gepleegd, indien ESMA objectieve elementen vindt die erop wijzen dat het transactieregister of het hoger management van het transactieregister doelbewust handelde om de overtreding te plegen.
De basisbedragen voor de in lid 1 bedoelde geldboeten worden als volgt begrensd:
voor de inbreuken bedoeld in bijlage I, afdeling I, onder c), in bijlage I, afdeling II, punten c) tot en met g), en in bijlage I, afdeling III, punten a) en b), bedragen de geldboeten niet minder dan 10 000 EUR en niet meer dan ►M12 200 000 EUR ◄ ;
voor de inbreuken, bedoeld in bijlage I, afdeling I, punten a), b) en d) tot en met k), en in bijlage I, afdeling II, punten a), b) en h), bedragen de geldboeten niet minder dan 5 000 EUR en niet meer dan 100 000 EUR;
voor de inbreuken, bedoeld in bijlage I, afdeling IV, bedragen de geldboeten niet minder dan 5 000 EUR en niet meer dan 10 000 EUR.
ESMA houdt bij haar besluit om het basisbedrag van de geldboeten dichter bij de benedengrens, het midden, dan wel de bovengrens van de hierboven vermelde bedragen vast te stellen, rekening met de jaaromzet van het betrokken transactieregister over het voorgaande boekjaar. Het basisbedrag ligt dicht bij de benedengrens voor transactieregisters met een jaaromzet van minder dan 1 miljoen EUR, dicht bij het midden voor transactieregisters met een jaaromzet tussen 1 en 5 miljoen EUR en dicht bij de bovengrens voor transactieregisters met een jaaromzet van meer dan 5 miljoen EUR.
De desbetreffende verzwarende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzwarende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzwarende coëfficiënt resulteert, aan het basisbedrag toegevoegd.
De desbetreffende verzachtende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzachtende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzachtende coëfficiënt resulteert, van het basisbedrag afgetrokken.
Indien een handeling of verzuim van een transactieregister meer dan één van de in bijlage I vermelde inbreuken vormt, wordt alleen de hoogste overeenkomstig de leden 2 en 3 met betrekking tot een van die inbreuken berekende geldboete toegepast.
Artikel 66
Dwangsommen
ESMA legt, bij besluit, dwangsommen op teneinde:
een transactieregister ertoe te dwingen een einde te maken aan een inbreuk, overeenkomstig een uit hoofde van artikel 73, lid 1, onder a), genomen besluit, of
een persoon als bedoeld in artikel 61, lid 1, ertoe te dwingen:
volledige informatie te verstrekken dat bij een besluit uit hoofde van artikel 61 is verzocht;
zich aan een onderzoek te onderwerpen en in het bijzonder volledige vastleggingen, gegevens, procedures of enig ander vereist materiaal over te leggen en andere informatie aan te vullen en te verbeteren die in het kader van een bij een besluit uit hoofde van artikel 62 ingesteld onderzoek is verstrekt;
zich aan een bij een besluit uit hoofde van artikel 63 gelaste inspectie ter plaatse te onderwerpen.
Artikel 67
Horen van de betrokken personen
De eerste alinea van dit lid is niet van toepassing op de besluiten, bedoeld in artikel 73, lid 1, punten a), c) en d), indien dringende maatregelen nodig zijn ter voorkoming van significante en dreigende schade aan het financiële stelsel of van significante en dreigende schade aan de integriteit, transparantie, efficiëntie en ordelijke werking van de financiële markten, met inbegrip van schade aan de stabiliteit of de nauwkeurigheid van de aan transactieregisters gerapporteerde gegevens. In dat geval kan ESMA een voorlopig besluit nemen en worden de betrokken personen zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
Artikel 68
Openbaarmaking, aard, tenuitvoerlegging en toewijzing van de geldboeten en dwangsommen
De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de autoriteit die door de regering van elke lidstaat daartoe wordt aangewezen; van de aanwijzing geeft zij kennis aan ESMA en aan het Hof van Justitie.
Nadat de bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.
De tenuitvoerlegging kan niet worden geschorst dan krachtens een beslissing van het Hof van Justitie. Het toezicht op de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging behoort evenwel tot de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat.
Artikel 69
Toetsing door het Hof van Justitie
Het Hof van Justitie heeft volledige rechtsbevoegdheid om besluiten waarbij ESMA een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd, te toetsen. Het kan de opgelegde boete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.
Artikel 70
Wijzigingen in bijlage II
Om rekening te houden met ontwikkelingen op de financiële markten, is de Commissie bevoegd overeenkomstig 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot maatregelen tot wijziging van bijlage II.
Artikel 71
Intrekking van een registratie
Onverminderd artikel 73 trekt ESMA de registratie van een transactieregister in indien het transactieregister:
uitdrukkelijk afziet van de registratie of de voorgaande zes maanden geen ratings heeft afgegeven;
de registratie heeft verkregen door valse verklaringen af te leggen of op een andere onregelmatige wijze;
niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder het is geregistreerd.
Artikel 72
Vergoedingen voor toezicht
Artikel 73
Toezichtmaatregelen van ESMA
Indien ESMA in overeenstemming met artikel 64, lid 5, tot de bevinding komt dat een transactieregister een van de in bijlage I vermelde inbreuken heeft gepleegd, neemt zij een of meer van de volgende besluiten:
het verzoek aan het transactieregister om een einde te maken aan de inbreuk;
het opleggen van geldboeten krachtens artikel 65;
het uitgeven van bekendmakingen aan het publiek;
in laatste instantie, het intrekken van de registratie van het transactieregister.
Bij het nemen van de in lid 1 bedoelde besluiten houdt ESMA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk op grond van de volgende criteria:
de duur en de frequentie van de inbreuk;
of de inbreuk ernstige of systeemzwakheden binnen de procedures van de onderneming of in zijn managementsystemen of interne controlemechanismen aan het licht heeft gebracht;
of financiële criminaliteit veroorzaakt of gefaciliteerd is dan wel op enige andere wijze toe te schrijven is aan de inbreuk;
of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gepleegd.
Bij de openbaarmaking van een besluit als bedoeld in de eerste alinea vermeldt ESMA tevens dat het betrokken transactieregister bezwaar kan aantekenen tegen het besluit evenals, in voorkomend geval, dat een dergelijk bezwaar is aangetekend, daarbij vermeldend dat het bezwaar evenwel geen opschortende werking heeft, alsook dat de bezwaarcommissie van de ESMA overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 de toepassing van het bestreden besluit kan opschorten.
Artikel 74
Delegatie van taken van ESMA aan bevoegde autoriteiten
Alvorens taken te delegeren, raadpleegt ESMA de betrokken bevoegde autoriteit. Deze raadpleging heeft betrekking op:
de reikwijdte van de te delegeren taak;
het tijdschema voor het vervullen van de taak, en
het overdragen van de noodzakelijke informatie door en aan ESMA.
HOOFDSTUK 2
Betrekkingen met derde landen
Artikel 75
Gelijkwaardigheid en internationale overeenkomsten
De Commissie kan een uitvoeringshandeling vaststellen waarin wordt bepaald dat het juridisch en het toezichthoudend kader van een derde land het volgende moet waarborgen:
transactieregisters die in dat derde land over een vergunning beschikken, voldoen aan juridisch bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in deze verordening neergelegde vereisten;
transactieregisters zijn in dat derde land doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen, en
in dat derde land gelden waarborgen inzake het beroepsgeheim, inclusief de bescherming van zakengeheimen die de autoriteiten met derden delen, welke ten minste gelijkwaardig zijn aan de in deze verordening vervatte waarborgen.
Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 86, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Nadat de in lid 2 bedoelde overeenkomsten zijn gesloten, gaat ESMA in overeenstemming met die overeenkomsten samenwerkingsregelingen aan met de bevoegde autoriteiten van de relevante derde landen. In die regelingen wordt ten minste het volgende gespecificeerd:
een mechanisme voor de uitwisseling van informatie tussen ESMA en andere autoriteiten van de Unie die verantwoordelijkheden uitoefenen in het kader van deze verordening, enerzijds, en de relevante bevoegde autoriteiten van betrokken derde landen, anderzijds, en
de procedures in verband met de coördinatie van toezichtactiviteiten.
Artikel 76
Samenwerkingsregelingen
Bevoegde autoriteiten van derde landen binnen wier rechtsgebied geen transactieregister is gevestigd, kunnen contact opnemen met ESMA om samenwerkingsregelingen vast te stellen met betrekking tot toegang tot in transactieregisters in de Unie bewaarde informatie over derivatencontracten.
ESMA kan samenwerkingsregelingen treffen met die desbetreffende autoriteiten met betrekking tot de toegang tot in transactieregisters in de Unie bewaarde informatie over derivatencontracten die genoemde autoriteiten nodig hebben voor de vervulling van hun taken en opdrachten, mits er waarborgen bestaan voor beroepsgeheim, met inbegrip van de bescherming van zakelijke geheimen die de autoriteiten met derden delen.
Artikel 76 bis
Wederzijdse rechtstreekse toegang tot gegevens
Bij de indiening van een verzoek door de in lid 1 van dit artikel bedoelde autoriteiten kan de Commissie volgens de in artikel 86, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vaststellen waarin wordt bepaald of de regelgeving van het derde land van de verzoekende autoriteit beantwoordt aan alle volgende voorwaarden:
aan in dat derde land gevestigde transactieregisters is een vergunning verleend;
transactieregisters in dat derde land zijn doorlopend aan effectief toezicht en handhaving onderworpen;
er bestaan waarborgen inzake het beroepsgeheim, met inbegrip van de bescherming van bedrijfsgeheimen die de autoriteiten met derden delen, die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in deze verordening opgenomen waarborgen;
de transactieregisters waaraan in dat derde land een vergunning is verleend, zijn onderworpen aan een wettelijk bindende en afdwingbare verplichting om de in artikel 81, lid 3, bedoelde entiteiten rechtstreekse en onmiddellijke toegang tot de gegevens te verlenen.
Artikel 77
Erkenning van transactieregisters
Een transactieregister als bedoeld in lid 1 dient zijn aanvraag tot erkenning in bij ESMA, vergezeld van alle noodzakelijke gegevens en ten minste de informatie die nodig is om na te gaan of het transactieregister beschikt over een vergunning en onder effectief toezicht staat in een derde land dat:
door de Commissie bij een uitvoeringshandeling uit hoofde van artikel 75, lid 1, is erkend als hebbende een gelijkwaardig en afdwingbaar juridisch en toezichthoudend kader;
met de Unie een internationale overeenkomst heeft gesloten overeenkomstig artikel 75, lid 2, en
samenwerkingsregelingen is aangegaan in overeenstemming met artikel 75, lid 3, om te garanderen dat de autoriteiten van de Unie, inclusief ESMA, onmiddellijk en permanent toegang hebben tot alle informatie die zij nodig hebben voor de uitvoering van hun taken.
Uiterlijk 30 werkdagen na ontvangst van de aanvraag verifieert ESMA of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag onvolledig is, stelt ESMA een termijn vast waarbinnen het aanvragende transactieregister aanvullende informatie moet verstrekken.
Binnen zes maanden na de indiening van een volledige aanvraag informeert ESMA het aanvragende transactieregister schriftelijk onder opgaaf van alle redenen of de erkenning is verleend dan wel geweigerd.
ESMA publiceert op haar website een lijst van overeenkomstig deze verordening erkende transactieregisters.
TITEL VII
VEREISTEN VOOR TRANSACTIEREGISTERS
Artikel 78
Algemene vereisten
Een transactieregister stelt de volgende procedures en beleidsmaatregelen vast:
procedures voor de effectieve afstemming van gegevens tussen transactieregisters;
procedures voor het verifiëren van de volledigheid en juistheid van de gerapporteerde gegevens;
beleidsmaatregelen voor de ordelijke overdracht van gegevens aan andere transactieregisters op verzoek van de in artikel 9 bedoelde tegenpartijen of CTP's of indien anderszins noodzakelijk.
Om de consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op voor:
de procedures voor de afstemming van gegevens tussen transactieregisters;
de procedures die het transactieregister moet toepassen om te verifiëren of de rapporterende tegenpartij of indienende entiteit de rapportageverplichtingen nakomt en om de volledigheid en juistheid van de overeenkomstig artikel 9 gerapporteerde gegevens te verifiëren.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2020 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 79
Operationele betrouwbaarheid
Artikel 80
Bescherming en registratie
▼M17 —————
Een natuurlijke persoon die nauwe banden heeft met een transactieregister of een rechtspersoon die een moederonderneming of dochteronderneming van het transactieregister is, maakt geen gebruik van de in het transactieregister opgeslagen, vertrouwelijke informatie voor commerciële doeleinden.
Artikel 81
Transparantie en beschikbaarheid van gegevens
Een transactieregister stelt de nodige informatie ter beschikking van de volgende entiteiten teneinde hen in staat te stellen hun taken en opdrachten te vervullen:
de ESMA;
de EBA;
de EIOPA;
het ESRB;
de bevoegde autoriteit die toezicht houdt op CTP’s die toegang hebben tot de transactieregisters;
de bevoegde autoriteit die toezicht houdt op de handelsplatforms van de gerapporteerde contracten;
de relevante leden van het ESCB, met inbegrip van de ECB bij de uitoefening van haar taken in het kader van een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad ( 25 );
de relevante autoriteiten van een derde land dat met de Unie een internationale overeenkomst als bedoeld in artikel 75 heeft gesloten;
toezichthoudende autoriteiten die uit hoofde van artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 26 ) zijn aangewezen;
de relevante effecten- en marktautoriteiten van de Unie wier respectieve taken en opdrachten inzake toezicht betrekking hebben op contracten, markten, deelnemers en onderliggende waarden die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen;
de relevante autoriteiten van een derde land die met de ESMA een samenwerkingsregeling als bedoeld in artikel 76 hebben gesloten;
het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulatoren opgericht bij Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 27 );
de afwikkelingsautoriteiten die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 28 );
de bij Verordening (EU) nr. 806/2014 ingestelde gemeenschappelijke afwikkelingsraad;
bevoegde autoriteiten of nationale bevoegde autoriteiten in de zin van de Verordeningen (EU) nr. 1024/2013 en (EU) nr. 909/2014 en de Richtlijnen 2003/41/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU en 2014/65/EU, en toezichthoudende autoriteiten in de zin van Richtlijn 2009/138/EG;
de overeenkomstig artikel 10, lid 5, van deze verordening aangewezen bevoegde autoriteiten;
de betrokken autoriteiten van een derde land waarvoor overeenkomstig artikel 76 bis een uitvoeringshandeling is vastgesteld;
de afwikkelingsautoriteiten die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) 2021/23;
de nationale autoriteiten die belast zijn met het voeren van macroprudentieel beleid.
Een transactieregister geeft gegevens door aan de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met de vereisten op grond van artikel 26 van Verordening (EU) nr 600/2014 ( 29 ).
Om de consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA, nadat zij de leden van het ESCB heeft geraadpleegd, ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van:
de informatie die moet worden bekendgemaakt of beschikbaar moet worden gesteld overeenkomstig de leden 1 en 3;
de frequentie van de bekendmaking van de in lid 1 bedoelde informatie;
de operationele normen die nodig zijn om gegevens tussen transactieregisters te kunnen aggregeren en vergelijken, en om de in lid 3 bedoelde entiteiten toegang tot deze informatie te kunnen verschaffen;
de voorwaarden, regelingen en vereiste documentatie op basis waarvan transactieregisters toegang verlenen tot de in lid 3 bedoelde entiteiten.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2020 in bij de Commissie.
Bij het opstellen van deze ontwerpen van technische reguleringsnormen draagt ESMA er zorg voor dat er bij de bekendmaking van de in lid 1 bedoelde informatie geen contractpartijen worden geïdentificeerd.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 82
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
TITEL VIII
GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 83
Beroepsgeheim
Artikel 84
Uitwisseling van gegevens
TITEL IX
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 85
Verslag en toetsing
Uiterlijk op 17 juni 2023 dient ESMA bij de Commissie een verslag in over het volgende:
het effect van Verordening (EU) 2019/834 van het Europees Parlement en de Raad ( 30 ) op het niveau van clearing door financiële en niet-financiële tegenpartijen en de distributie van clearing binnen elk type tegenpartij, met name met betrekking tot financiële tegenpartijen met een beperkt activiteitsvolume op de markt voor otc-derivaten en met betrekking tot de geschiktheid van de in artikel 10, lid 4, bedoelde clearingdrempels;
het effect van Verordening (EU) 2019/834 op de kwaliteit en de toegankelijkheid van de aan transactieregisters gerapporteerde gegevens, alsmede op de kwaliteit van de door de transactieregisters beschikbaar gestelde informatie;
de wijzigingen in het rapportagekader, met inbegrip van de invoering en uitvoering van gedelegeerde rapportage als bepaald in artikel 9, lid 1 bis, en met name het effect ervan op de rapportagelast voor niet-financiële tegenpartijen waarvoor geen clearingverplichting geldt;
de toegankelijkheid van clearingdiensten, met name of de verplichting tot het rechtstreeks of onrechtstreeks verrichten van clearingdiensten onder eerlijke, redelijke, niet-discriminerende en transparante handelsvoorwaarden als bedoeld in artikel 4, lid 3 bis, de toegang tot clearing daadwerkelijk heeft gefaciliteerd.
▼M18 —————
Uiterlijk op 18 december 2020 stelt de Commissie een verslag op waarin wordt beoordeeld:
of de verplichtingen tot het rapporteren van transacties uit hoofde van artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 en de onderhavige verordening, leiden tot een dubbele rapportageverplichting voor transacties van niet-otc-derivaten, en of het rapporteren van niet-otc-transacties voor alle tegenpartijen kan worden verminderd of vereenvoudigd zonder onnodig verlies van informatie;
of het noodzakelijk en gepast is de handelsverplichting voor derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 af te stemmen op de wijzigingen die bij Verordening (EU) 2019/834 zijn doorgevoerd met betrekking tot de clearingverplichting voor derivaten, met name wat betreft de soorten entiteiten die onder de clearingverplichting vallen;
of transacties die rechtstreeks voortvloeien uit posttransactionele risicobeperkingsdiensten, waaronder portefeuillecompressie, vrijgesteld moeten worden van de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting, rekening houdend met de mate waarin deze diensten risico's limiteren, met name tegenpartijkredietrisico en operationeel risico, met de ruimte voor het omzeilen van de clearingverplichting en het mogelijk ontmoedigende effect voor centrale clearing.
De Commissie legt het in de eerste alinea bedoelde verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, samen met eventuele passende voorstellen.
Uiterlijk op 18 mei 2020 dient ESMA een verslag in bij de Commissie met een beoordeling van:
de samenhang van de rapportageverplichtingen voor niet-otc-derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 en uit hoofde van artikel 9 van de onderhavige verordening, zowel wat betreft de gegevens van de te rapporteren derivatencontracten als wat betreft de toegang tot gegevens voor de relevante entiteiten en of die verplichtingen met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht;
de haalbaarheid om de rapportageketens voor alle tegenpartijen, inclusief voor alle indirecte cliënten, verder te vereenvoudigen, gezien de noodzaak van tijdige rapportage en rekening houdend met de maatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 4, van de onderhavige verordening en artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014;
de afstemming van de handelsverplichting voor derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 op de wijzigingen die bij Verordening (EU) 2019/834 zijn doorgevoerd met betrekking tot de clearingverplichting voor derivaten, met name wat betreft de soorten entiteiten die onder de clearingverplichting vallen;
in samenwerking met het ESRB, de vraag of transacties die rechtstreeks voortvloeien uit posttransactionele risicobeperkingsdiensten, waaronder portefeuillecompressie, vrijgesteld moeten worden van de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting; in dat verslag:
worden het comprimeren van portefeuilles en andere beschikbare niet-prijsvormende posttransactionele risicobeperkingsdiensten onderzocht die niet-marktrisico's in derivatenportefeuilles verlagen, zonder het marktrisico van de portefeuilles te veranderen, zoals herbalanceringstransacties;
worden de doelstellingen en de werking van dergelijke posttransactionele risicobeperkingsdiensten uiteengezet, alsmede de mate waarin deze risico's limiteren, met name het tegenpartijkredietrisico en het operationele risico, en wordt beoordeeld of het nodig is om die transacties te clearen of om ze vrij te stellen van clearing, met het oog op het beheer van systeemrisico, en
wordt beoordeeld in hoeverre een vrijstelling van de clearingverplichting voor dergelijke diensten centrale clearing ontmoedigt en ertoe kan leiden dat tegenpartijen de clearingverplichting omzeilen;
de vragen of de lijst van financiële instrumenten die als zeer liquide instrumenten met een zeer laag markt- en kredietrisico worden beschouwd, overeenkomstig artikel 47 kan worden uitgebreid en of in die lijst een of meer geldmarktfondsen waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad ( 31 ), kunnen worden opgenomen.
▼M18 —————
Binnen twaalf maanden na de toezending van het in de eerste alinea bedoelde verslag stelt de Commissie een verslag op over de toepassing van de bepalingen van de uitvoeringshandeling. De Commissie legt haar verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, eventueel met passende voorstellen.
▼M18 —————
Uiterlijk op 25 december 2027 dient ESMA bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag in over de volledige activiteiten op het gebied van derivatentransacties van financiële en niet-financiële tegenpartijen die onder deze verordening vallen, met onder meer de volgende informatie over die financiële en niet-financiële tegenpartijen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen hun financiële of niet-financiële aard:
de mogelijke risico’s voor de financiële stabiliteit van de Unie die dat soort activiteiten met zich mee kunnen brengen;
de posities in otc-grondstoffenderivaten ter waarde van meer dan 1 miljard EUR, waarbij het exacte bedrag van de betreffende posities wordt gespecificeerd;
het totale volume aan verhandelde energiederivatencontracten, waarbij, indien relevant, een onderscheid wordt gemaakt tussen verhandelde energiederivatencontracten die voor afdekkingsdoeleinden worden gebruikt en verhandelde energiederivatencontracten die niet voor afdekkingsdoeleinden worden gebruikt;
het totale volume van de verhandelde landbouwderivatencontracten, waarbij, in voorkomend geval, een onderscheid wordt gemaakt tussen de verhandelde landbouwderivatencontracten voor afdekkingsdoeleinden en de verhandelde landbouwderivatencontracten voor niet-afdekkingsdoeleinden;
het aandeel otc- en op de beurs verhandelde energie- of landbouwderivatencontracten dat fysiek wordt afgewikkeld in het totale volume aan verhandelde energie- of landbouwderivatencontracten.
Uiterlijk op 25 december 2026 dient ESMA, in samenwerking met het ESRB, een verslag in bij de Commissie. In dit verslag:
wordt in detail het begrip procycliciteit gedefinieerd in de context van artikel 41 voor margins die door een CTP worden opgevraagd en artikel 46 voor haircuts die worden toegepast op zekerheden die door een CTP worden aangehouden;
wordt beoordeeld hoe de bepalingen ter beperking van de procyclische effecten van deze verordening en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 153/2013 van de Commissie ( 33 ) in de loop der jaren zijn toegepast en of verdere maatregelen nodig zijn om het gebruik van instrumenten ter beperking van de procyclische effecten te verbeteren;
wordt informatie verstrekt over de wijze waarop instrumenten ter beperking van procyclische effecten al dan niet kunnen leiden tot marginverhogingen die groter zouden zijn dan zonder de toepassing van die instrumenten, rekening houdend met de potentiële opslagfactoren of compensaties die een CTP uit hoofde van deze verordening mag toepassen.
Bij het opstellen van het verslag beoordeelt ESMA ook de regels die van toepassing zijn op en de praktijken van CTP’s uit derde landen, alsook internationale ontwikkelingen op het gebied van procycliciteit.
In deze beoordeling wordt in het bijzonder vastgesteld:
of de wijzigingen die zijn ingevoerd bij Verordening (EU) 2024/2987 van het Europees Parlement en de Raad ( 34 ) de gewenste effecten met betrekking tot het versterken van het concurrentievermogen van CTP’s uit de Unie hebben teweeggebracht en de regelgevingslast voor hen hebben verminderd;
of de wijzigingen die zijn ingevoerd bij Verordening (EU) 2024/2987 de marktintroductietijd voor nieuwe diensten en producten hebben verkort zonder negatieve gevolgen te hebben voor het risico voor de CTP’s of hun clearingleden of cliënten;
of de invoering van de mogelijkheid voor CTP’s om rechtstreeks wijzigingen als bedoeld in artikel 15 bis door te voeren een negatief effect heeft gehad op hun risicoprofiel of de risico’s voor de algehele financiële stabiliteit van de Unie heeft vergroot, en of deze artikelen eventueel moeten worden gewijzigd.
ESMA dient een verslag over de het resultaat van die beoordeling in bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
Uiterlijk op 25 december 2028 dient ESMA een verslag in bij de Commissie. In dat verslag wordt, in samenwerking met het ESRB, beoordeeld of:
PTRR-diensten als systeemrelevant moeten worden beschouwd;
de verlening van PTRR-diensten door aanbieders van PTRR-diensten heeft geleid tot een verhoogd risico voor het financiële ecosysteem van de Unie, en
de vrijstelling heeft geleid tot omzeiling van de in artikel 4 bedoelde clearingverplichting.
Binnen achttien maanden na de toezending van het in de eerste alinea bedoelde verslag stelt de Commissie een verslag op over de aspecten in het verslag van ESMA. De Commissie legt haar verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, eventueel met passende voorstellen.
Artikel 86
Comitéprocedure
Artikel 87
Wijziging van Richtlijn 98/26/EG
Aan artikel 9, lid 1, van Richtlijn 98/26/EG wordt de volgende alinea toegevoegd:
„Wanneer een systeemexploitant een zakelijke zekerheid heeft verstrekt aan een andere systeemexploitant in verband met een interoperabel systeem, worden de rechten van de systeemexploitant die de zakelijke zekerheid verstrekt niet aangetast door insolventieprocedures tegen de ontvangende systeemexploitant.”.
Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar Richtlijn 98/26/EG verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
Artikel 88
Websites
ESMA onderhoudt een website die voorziet in gegevens over het volgende:
contracten die op grond van artikel 5 in aanmerking komen voor de clearingverplichting;
sancties voor overtreding van de artikelen 4, 5 en 7 tot en met 11;
de CTP's die in de EU zijn gevestigd en die bevoegd zijn om diensten of activiteiten aan te bieden, met een overzicht van die diensten en activiteiten waarvoor zij een vergunning hebben, inclusief de klassen van financiële instrumenten die onder deze vergunning ressorteren;
sancties voor overtreding van titel IV en titel V;
de CTP's die in een derde land zijn gevestigd en over een vergunning beschikken om diensten of activiteiten aan te bieden in de Unie, met een overzicht van die diensten en activiteiten waarvoor zij een vergunning hebben, inclusief de klassen van financiële instrumenten die onder deze vergunning ressorteren;
de transactieregisters met een vergunning voor de levering van diensten en activiteiten in de Unie;
sancties en boetes die worden opgelegd overeenkomstig de artikelen 65 en 66;
het in artikel 6 bedoelde openbaar register.
Artikel 89
Overgangsbepalingen
De in artikel 4 vastgestelde clearingverplichting is niet van toepassing op in de eerste alinea van dit lid bedoelde otc-derivatencontracten die door pensioenregelingen zijn gesloten in de periode van 17 augustus 2018 tot en met 16 juni 2019.
De door deze entiteiten gedurende deze periode gesloten otc-derivatencontracten welke anders aan de clearingverplichting van artikel 4 onderworpen zouden zijn, worden onderworpen aan de vereisten als neergelegd in artikel 11.
ESMA publiceert op haar website een lijst van de typen entiteiten en de typen van de in artikel 2, lid 10, onder c) en d), bedoelde pensioenregelingen waaraan overeenkomstig de eerste alinea een vrijstelling is verleend. ESMA wijdt jaarlijks een collegiale toetsing aan de in de lijst opgenomen entiteiten om de consistentie in de toezichtresultaten verder te versterken, overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Een in een derde land gevestigde CTP die in een lidstaat overeenkomstig het nationaal recht van die lidstaat erkend is om clearingdiensten te verrichten voordat alle technische reguleringsnormen uit hoofde van de artikelen 16, 26, 29, 34, 41, 42, 44, 45, 47 en 49 door de Commissie zijn vastgesteld, dient binnen zes maanden nadat alle technische reguleringsnormen uit hoofde van de artikelen 16, 26, 29, 34, 41, 42, 44, 45, 47 en 49 in werking zijn getreden, voor de toepassing van deze verordening krachtens artikel 25 een aanvraag tot erkenning in.
Indien ESMA na de in de eerste alinea van dit lid bedoelde toetsing bepaalt dat een vóór 1 januari 2020 erkende CTP overeenkomstig artikel 25, lid 2 bis, als een tier 2-CTP moet worden ingedeeld, stelt zij een passende aanpassingsperiode van maximaal 18 maanden vast waarbinnen de CTP moet voldoen aan de in artikel 25, lid 2 ter, bedoelde vereisten. ESMA kan de aanpassingsperiode verlengen met maximaal zes maanden op een met redenen omkleed verzoek van de CTP of van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op in de Unie gevestigde clearingleden, indien deze verlenging verantwoord is vanwege uitzonderlijke omstandigheden en vanwege de effecten op de in de Unie gevestigde clearingleden.
Wanneer een bevoegde autoriteit een in een derde land gevestigde CTP erkend heeft om overeenkomstig het nationale recht van haar lidstaat clearingdiensten te verrichten voordat alle technische reguleringsnormen uit hoofde van de artikelen 16, 26, 29, 34, 41, 42, 45, 47 en 49 door de Commissie zijn vastgesteld, stelt de bevoegde autoriteit van die lidstaat ESMA krachtens artikel 5, lid 1, in kennis van die erkenning binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van de technische reguleringsnormen.
Tijdens de overgangsperiode van artikel 497 van Verordening (EU) nr. 575/2013 neemt een CTP als bedoeld in dat artikel in de informatie die zij overeenkomstig artikel 50 quater, lid 1, van deze verordening rapporteert, het totale bedrag op van de initiële marge, als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 140, van Verordening (EU) nr. 575/2013, die zij van haar clearingleden heeft ontvangen indien aan beide van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de CTP heeft geen wanbetalingsfonds;
de CTP heeft met haar clearingleden geen bindende regeling opgezet die haar de mogelijkheid biedt de van die clearingleden ontvangen initiële marge geheel of gedeeltelijk te gebruiken alsof het voorgefinancierde bijdragen betreft.
Een in een derde land gevestigd transactieregister dat in een lidstaat overeenkomstig het nationale recht van die lidstaat de vastleggingen van derivaten mag verzamelen en bewaren voordat alle technische regulerings- en uitvoeringsnormen uit hoofde van de artikelen 9, 56 en 81 door de Commissie zijn vastgesteld, dient binnen zes maanden nadat al die technische regulerings- en uitvoeringsnormen in werking zijn getreden krachtens artikel 77 een aanvraag tot erkenning in.
Een in een derde land gevestigd transactieregister dat in een lidstaat overeenkomstig het nationale recht van die lidstaat de vastleggingen van derivaten mag verzamelen en bewaren voordat alle technische regulerings- en uitvoeringsnormen uit hoofde van de artikelen 56 en 81 door de Commissie zijn vastgesteld, kan gebruikt worden om te voldoen aan de rapportageverplichting van artikel 9 totdat er een besluit is genomen over de erkenning van het transactieregister krachtens deze verordening.
In afwijking van artikel 37, lid 1, kan een CTP andere CTP’s of clearinginstellingen die haar directe of indirecte clearingleden waren, met ingang van 31 december 2023 toestaan haar clearingleden te blijven tot uiterlijk 25 december 2026.
Een interoperabiliteitsregeling die is gesloten tussen een CTP waaraan uit hoofde van artikel 14 een vergunning is verleend en een CTP die noch over een vergunning beschikt uit hoofde van artikel 14, noch is erkend uit hoofde van artikel 25, wordt beëindigd vóór 25 juni 2025. Indien de CTP waarmee die interoperabiliteitsregeling is gesloten een vergunning krijgt op grond van artikel 14 of erkend wordt op grond van artikel 25 vóór 25 juni 2025, vragen de CTP’s die partij zijn bij die interoperabiliteitsregeling vóór 25 juni 2027 goedkeuring van hun bevoegde autoriteiten in overeenstemming met artikel 54.
Artikel 90
Personeel en middelen van ESMA
Uiterlijk op 25 december 2027 maakt ESMA een raming op van de behoeften op het gebied van personeel en middelen die voortvloeien uit de uitvoering van haar bevoegdheden en taken uit hoofde van deze verordening, en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
Artikel 91
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Lijst van de in artikel 65, lid 1, bedoelde inbreuken
Inbreuken in verband met organisatorische vereisten of belangenconflicten:
een transactieregister schendt artikel 78, lid 1, door geen robuuste governanceregelingen te ontwikkelen die een duidelijke organisatiestructuur omvatten met welomschreven, transparante en consequente verantwoordelijkheden en passende interne controlemechanismen, inclusief gezonde administratieve en boekhoudkundige procedures waarmee de openbaarmaking van vertrouwelijke informatie wordt voorkomen;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 2, door niet te beschikken over schriftelijk vastgelegde organisatorische en administratieve regelingen om mogelijke belangenconflicten vast te stellen en te beheren met betrekking tot zijn managers, zijn werknemers en alle personen die direct of indirect met hen verbonden zijn door nauwe banden;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 3, door geen passende beleidsmaatregelen en procedures vast te stellen die volstaan om te garanderen dat het transactieregister, inclusief zijn managers en werknemers, aan alle bepalingen van deze verordening voldoet;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 4, door niet te beschikken over, noch te werken in het kader van een passende organisatiestructuur die de continuïteit en ordelijke werking van het transactieregister garandeert bij het verrichten van zijn diensten en activiteiten;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 5, door nevendiensten niet operationeel gescheiden te houden van de werkzaamheden betreffende het centraal verzamelen en bewaren van de vastleggingen van derivaten;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 6, door er niet voor te zorgen dat zijn hoger management en de leden van de raad voldoende betrouwbaar en ervaren zijn om de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van het transactieregister te garanderen;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 7, door niet te beschikken over niet-discriminerende en openbaar gemaakte vereisten voor toegang voor dienstverleners en ondernemingen die onderworpen zijn aan de rapportageverplichting uit hoofde van artikel 9;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 8, door na te laten de prijzen en vergoedingen voor de krachtens deze verordening verrichte diensten openbaar te maken, door rapporterende entiteiten geen afzonderlijke toegang tot specifieke diensten te verlenen of door prijzen en vergoedingen in rekening te brengen die niet in verhouding staan tot de kosten;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 9, punt a), door geen passende procedures vast te stellen voor de doeltreffende afstemming van gegevens tussen transactieregisters;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 9, punt b), door geen passende procedures vast te stellen om de volledigheid en juistheid van de gerapporteerde gegevens te verifiëren;
een transactieregister schendt artikel 78, lid 9, punt c), door geen passende beleidsmaatregelen vast te stellen voor de ordelijke overdracht van gegevens aan andere transactieregisters indien dit gevraagd wordt door de in artikel 9 genoemde tegenpartijen en CTP's of indien dit anderszins noodzakelijk is.
Inbreuken in verband met operationele voorschriften:
een transactieregister maakt inbreuk op artikel 79, lid 1, wanneer het bronnen van operationele risico’s niet vaststelt of deze risico’s niet tot een minimum beperkt door passende systemen, controles en procedures te ontwikkelen, met inbegrip van ICT-systemen die worden beheerd in overeenstemming met Verordening (EU) 2022/2554 ;
een transactieregister maakt inbreuk op artikel 79, lid 2, wanneer het niet zorgt voor de opstelling, uitvoering en instandhouding van een passend bedrijfscontinuïteitsbeleid en een noodherstelplan die zijn opgezet in overeenstemming met Verordening (EU) 2022/2554, met als doel de functies van het transactieregister in stand te houden, de activiteiten tijdig te hervatten en de verplichtingen van het transactieregister na te komen;
▼M17 —————
een transactieregister schendt artikel 80, lid 2, door de gegevens die het krachtens deze verordening ontvangt voor commerciële doeleinden te gebruiken zonder dat de relevante tegenpartijen daarvoor toestemming hebben verleend;
een transactieregister schendt artikel 80, lid 3, door na te laten de overeenkomstig artikel 9 ontvangen informatie onmiddellijk vast te leggen en gedurende ten minste tien jaar na de beëindiging van de betreffende contracten te bewaren of door geen procedures voor tijdige en efficiënte bewaring van de vastleggingen toe te passen teneinde wijzigingen van vastgelegde informatie te documenteren;
een transactieregister schendt artikel 80, lid 4, door de posities niet per klasse van derivaten en per rapporteringsentiteit te berekenen, op basis van de gegevens betreffende de derivatencontracten die overeenkomstig artikel 9 worden gerapporteerd;
een transactieregister schendt artikel 80, lid 5, door de partijen bij een contract niet de mogelijkheid te bieden de informatie betreffende dat contract tijdig in te zien en te corrigeren;
een transactieregister schendt artikel 80, lid 6, door niet alle redelijke maatregelen te nemen om elk misbruik van de in zijn systemen bewaarde informatie te voorkomen.
Inbreuken in verband met transparantie en beschikbaarheid van informatie:
een transactieregister schendt artikel 81, lid 1, door niet geregeld geaggregeerde posities per klasse van derivaten waarop de gerapporteerde contracten betrekking hebben, te publiceren;
een transactieregister schendt artikel 81, lid 2, door de niet de in artikel 81, lid 3, bedoelde relevante autoriteiten rechtstreeks en onmiddellijk toegang te geven tot de gegevens betreffende derivatencontracten die zij nodig hebben om hun respectieve verantwoordelijkheden en taken te vervullen.
Inbreuken in verband met hinderpalen voor toezichtactiviteiten:
een transactieregister schendt artikel 61, lid 1, door onjuiste of misleidende informatie te verstrekken als reactie op een eenvoudig verzoek van ESMA om informatie overeenkomstig artikel 61, lid 2, of als reactie op een besluit van ESMA waarbij informatie verlangd wordt overeenkomstig artikel 61, lid 3;
een transactieregister geeft onjuiste of misleidende antwoorden op vragen die worden gesteld uit hoofde van artikel 62, lid 1, onder c);
een transactieregister voldoet niet tijdig aan een uit hoofde van artikel 73 door ESMA vastgestelde toezichtmaatregel;
een transactieregister schendt artikel 55, lid 4, door ESMA niet tijdig in kennis te stellen van materiële wijzigingen in de voorwaarden voor zijn registratie.
BIJLAGE II
Lijst van coëfficiënten in verband met verzwarende of verzachtende factoren voor de toepassing van artikel 65, lid 3
De volgende coëfficiënten zijn cumulatief van toepassing op de in artikel 65, lid 2, bedoelde basisbedragen:
Aanpassingscoëfficiënten in verband met verzwarende factoren:
indien de inbreuk herhaaldelijk is gepleegd, is voor elke keer dat de inbreuk opnieuw is gepleegd, een coëfficiënt van 1,1 van toepassing;
indien de inbreuk gedurende meer dan zes maanden is gepleegd, is een coëfficiënt van 1,5 van toepassing;
indien de inbreuk systeemzwakheden in de organisatie van het transactieregister, en met name in zijn procedures, beheersystemen of interne controlemaatregelen, aan het licht heeft gebracht, is een coëfficiënt van 2,2 van toepassing;
indien de inbreuk een negatief effect heeft op de kwaliteit van de door het betrokken transactieregister bewaarde gegevens, is een coëfficiënt van 1,5 van toepassing;
indien de inbreuk opzettelijk is gepleegd, is een coëfficiënt van 2 van toepassing;
indien geen corrigerende maatregelen zijn genomen sinds de inbreuk werd geconstateerd, is een coëfficiënt van 1,7 van toepassing;
indien het hoger management van het transactieregister niet met ESMA heeft meegewerkt bij de uitvoering van haar onderzoek, is een coëfficiënt van 1,5 van toepassing.
Aanpassingscoëfficiënten in verband met verzachtende factoren:
indien de inbreuk gedurende minder dan tien werkdagen is gepleegd, is een coëfficiënt van 0,9 van toepassing;
indien het hoger management van het transactieregister kan aantonen dat het alle nodige maatregelen heeft genomen om de inbreuk te voorkomen, is een coëfficiënt van 0,7 van toepassing;
indien het transactieregister ESMA snel, effectief en volledig op de hoogte heeft gesteld van de inbreuk, is een coëfficiënt van 0,4 van toepassing;
indien het transactieregister uit eigen beweging maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat er in de toekomst gelijkaardige inbreuken kunnen worden gepleegd, is een coëfficiënt van 0,6 van toepassing.
BIJLAGE III
Lijst van de in artikel 25 undecies, lid 1, bedoelde inbreuken
Inbreuken met betrekking tot kapitaalvereisten:
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 16, lid 1, als zij niet een permanent en beschikbaar initieel kapitaal van ten minste 7,5 miljoen EUR heeft;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 16, lid 2, als zij geen kapitaal, inclusief ingehouden winst en reserves, aanhoudt dat evenredig is aan het risico dat verbonden is aan haar activiteiten, en dat te allen tijde toereikend is om een ordelijke liquidatie of herstructurering van deze activiteiten gedurende een passende periode te waarborgen, evenals een adequate bescherming van de CTP tegen krediet-, tegenpartij-, markt-, operationele, juridische en bedrijfsrisico’s die niet reeds zijn gedekt met specifieke financiële middelen als bedoeld in de artikelen 41 tot en met 44.
Inbreuken met betrekking tot organisatorische vereisten of belangenconflicten:
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 1, als zij niet beschikt over robuuste governanceregelingen, waaronder een duidelijke organisatiestructuur met duidelijk omschreven, transparante en consistente verantwoordelijkheden, effectieve processen voor het identificeren, beheren, monitoren en rapporteren van de risico’s waaraan zij blootstaat of zou kunnen worden blootgesteld, en adequate internecontrolemechanismen, met inbegrip van deugdelijke administratieve en boekhoudkundige procedures, of door clearinglid of cliënt te worden, of indirecte clearingregelingen met een clearinglid tot stand te brengen met het oog op het verrichten van clearingactiviteiten bij een andere CTP, tenzij dergelijke clearingactiviteiten worden verricht in het kader van een interoperabiliteitsregeling uit hoofde van titel V of wanneer zij haar beleggingsbeleid uit hoofde van artikel 47 uitvoert;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 2, als zij geen beleidsmaatregelen en procedures vaststelt die voldoende effectief zijn om de naleving, mede door haar bestuurders en werknemers, van deze verordening te garanderen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 3, als zij geen organisatiestructuur in stand houdt of exploiteert die de continuïteit en ordelijke werking bij de uitvoering van haar diensten en activiteiten waarborgt, of als zij geen gebruik maakt van passende en evenredige systemen, middelen of procedures, met inbegrip van ICT-systemen die worden beheerd overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2554;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 4, als zij niet zorgt voor een duidelijke scheiding tussen de rapportagelijnen voor risicobeheer en die voor de overige activiteiten van de CTP;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 5, als zij niet zorgt voor de invoering, toepassing en instandhouding van een beloningsbeleid dat solide en effectief risicobeheer aanmoedigt en geen stimulansen creëert om risiconormen te laten verwateren;
▼M17 —————
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 7, als zij haar governanceregelingen en de regels van de CTP of haar toelatingscriteria voor het clearinglidmaatschap niet kosteloos openbaar maakt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 26, lid 8, als van deze CTP niet frequent onafhankelijke audits worden uitgevoerd of als de resultaten van deze audits niet worden meegedeeld aan de raad of niet beschikbaar worden gesteld aan ESMA;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 27, lid 1, of op artikel 27, lid 2, tweede alinea, als zij er niet voor zorgt dat haar hoger management en de leden van de raad voldoende betrouwbaar en ervaren zijn om de solide en prudente bedrijfsvoering van de CTP te garanderen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 27, lid 2, als zij er niet voor zorgt dat ten minste een derde van de leden van die raad, maar niet minder dan twee leden, onafhankelijk zijn, of als zij vertegenwoordigers van de cliënten van clearingleden niet uitnodigt voor raadsvergaderingen betreffende aangelegenheden in verband met de artikelen 38 en 39, of als zij de vergoeding van de onafhankelijke en van de andere niet bij het dagelijks bestuur betrokken leden van de raad koppelt aan de zakelijke prestaties van de CTP;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 27, lid 3, als zij de taken en verantwoordelijkheden van de raad niet duidelijk vaststelt of de notulen van de raadsvergaderingen niet beschikbaar stelt aan ESMA of aan de auditors;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 1, als zij geen risicocomité opricht of dat risicocomité niet samenstelt uit vertegenwoordigers van haar clearingleden, onafhankelijke leden van de raad en vertegenwoordigers van haar cliënten, als zij het risicocomité zodanig samenstelt dat een van die groepen vertegenwoordigers over een meerderheid in het risicocomité beschikt, of als zij ESMA niet naar behoren informeert over de werkzaamheden en besluiten van het risicocomité indien ESMA de CTP heeft verzocht, naar behoren te worden geïnformeerd;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 2, als zij niet duidelijk het mandaat, de governanceregelingen om haar onafhankelijkheid te garanderen, de operationele procedures, de toelatingscriteria en het mechanisme voor het kiezen van de leden van het risicocomité bepaalt of die governanceregelingen niet openbaar maakt, of niet bepaalt dat het risicocomité wordt voorgezeten door een onafhankelijk lid van de raad, dat het risicocomité rechtstreeks aan de raad rapporteert en dat het regelmatig bijeenkomt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 3, als zij het risicocomité niet toestaat de raad te adviseren over regelingen die gevolgen kunnen hebben voor het risicobeheer van de CTP of als zij geen redelijke inspanningen levert om het risicocomité te raadplegen over ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het risicobeheer van de CTP in noodsituaties;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 28, lid 5, als zij ESMA niet onverwijld in kennis stelt van beslissingen van de raad om het advies van het risicocomité niet te volgen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 29, lid 1, als zij niet gedurende ten minste tien jaar over de verrichte diensten en activiteiten alle vastleggingen bijhoudt die nodig zijn om ESMA in staat te stellen toezicht te houden op de naleving door de CTP van deze verordening;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 29, lid 2, als zij niet gedurende ten minste tien jaar na de beëindiging van een contract alle informatie bijhoudt over alle contracten die zij heeft verwerkt, zodat het mogelijk is om de oorspronkelijke voorwaarden van een transactie vast te stellen vóór de clearing door de CTP;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 29, lid 3, als zij niet de in artikel 29, leden 1 en 2, bedoelde vastleggingen en informatie of alle informatie over de posities van geclearde contracten, ongeacht de plaats van uitvoering van de transacties, op verzoek beschikbaar stelt aan ESMA en de betrokken leden van het ESCB;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 30, lid 1, als zij ESMA niet, dan wel onjuist of onvolledig, in kennis stelt van de identiteit van haar aandeelhouders of haar leden die een gekwalificeerde deelneming bezitten – ongeacht of zij directe dan wel indirecte aandeelhouders of leden zijn en ongeacht of zij natuurlijke dan wel rechtspersonen zijn – of van de bedragen van die deelnemingen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 30, lid 4, als zij de in artikel 30, lid 1, bedoelde personen toestaat een invloed uit te oefenen die waarschijnlijk nadelig is voor de solide en prudente bedrijfsvoering van de CTP;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 31, lid 1, als zij ESMA niet, dan wel onjuist of onvolledig, in kennis stelt van wijzigingen in haar management, of als zij ESMA niet alle informatie verstrekt die nodig is opdat de inachtneming van artikel 27, lid 1, of artikel 27, lid 2, tweede alinea, wordt beoordeeld;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 1, als zij geen effectieve schriftelijke organisatorische en administratieve regelingen treft of handhaaft voor het vaststellen en aanpakken van mogelijke belangenconflicten tussen haarzelf, met inbegrip van haar bestuurders, werknemers of elke persoon met directe of indirecte zeggenschap of met nauwe banden, en haar clearingleden of de cliënten van die leden die bij de CTP bekend zijn, of als zij geen passende procedures handhaaft of implementeert om mogelijke belangenconflicten op te lossen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 2, als zij, alvorens nieuwe transacties van het betrokken clearinglid te aanvaarden, niet op heldere wijze de algemene aard of de bronnen van belangenconflicten bekendmaakt aan het clearinglid of aan de betrokken cliënt van dat clearinglid die de CTP bekend is, indien de door een CTP getroffen organisatorische of administratieve regelingen voor het aanpakken van belangenconflicten ontoereikend zijn om redelijkerwijs te garanderen dat risico’s op schade aan de belangen van een clearinglid of cliënt worden voorkomen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 3, als zij in de schriftelijke regelingen geen rekening houdt met omstandigheden waarvan de CTP op de hoogte is of zou moeten zijn, en die aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict ten gevolge van de structuur en bedrijfsactiviteiten van andere ondernemingen waarvan de CTP een moeder- of dochteronderneming is;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 33, lid 5, als zij niet alle redelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de in haar systemen opgeslagen informatie, of dat die informatie voor andere bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt, of door een natuurlijke persoon die nauwe banden heeft met een CTP of een rechtspersoon die een moeder- of dochteronderneming van de CTP is en die voor commerciële doeleinden gebruikmaakt van door de CTP opgeslagen vertrouwelijke informatie zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de cliënt aan wie die vertrouwelijke informatie toebehoort;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, als zij niet eerlijk en professioneel handelt in het belang van haar clearingleden en hun cliënten;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 36, lid 2, als zij niet beschikt over toegankelijke, transparante en eerlijke regels voor de prompte afhandeling van klachten;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 37, lid 1 of 2, als zij doorlopend toelatingscriteria hanteert die discriminerend, ondoorzichtig of subjectief zijn, of als zij doorlopend geen eerlijke en open toegang tot de CTP garandeert of er niet doorlopend voor zorgt dat haar clearingleden over voldoende financiële middelen en operationele capaciteit beschikken om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de deelname aan die CTP, of als zij geen toelatingscriteria hanteert die waarborgen dat CTP’s of clearinginstellingen geen clearingleden kunnen worden, direct noch indirect, of als zij niet eenmaal per jaar een uitgebreide evaluatie uitvoert om naleving door haar clearingleden na te gaan;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 37, lid 1 bis, als zij niet-financiële tegenpartijen als clearingleden aanvaardt indien dergelijke tegenpartijen niet hebben aangetoond hoe zij van plan zijn te voldoen aan de marginvereisten en bijdragen aan het wanbetalingsfonds, of als zij niet de regelingen toetst die zijn vastgesteld om te monitoren of aan de voorwaarde voor dergelijke niet-financiële tegenpartijen om als clearinglid op te treden, is voldaan;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, als zij niet beschikt over objectieve en transparante procedures voor de schorsing en het ordelijk vertrek van clearingleden die niet meer voldoen aan de in artikel 37, lid 1, genoemde criteria;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 37, lid 5, als zij een clearinglid dat aan de in artikel 37, lid 1, vermelde criteria voldoet, toegang weigert en deze weigering niet naar behoren schriftelijk gemotiveerd is en niet op een diepgaande risicobeoordeling is gebaseerd;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, als zij cliënten van haar clearingleden geen afzonderlijke toegang biedt tot de specifieke diensten die zij verleent;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 7, als zij niet de in dit lid bedoelde verschillende niveaus van vermogensscheiding tegen redelijke commerciële voorwaarden aanbiedt.
Inbreuken met betrekking tot operationele voorschriften:
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 34, lid 1, wanneer zij niet zorgt voor de vaststelling, toepassing of handhaving van een passend bedrijfscontinuïteitsbeleid en respons- en herstelplan, die zijn opgezet overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2554, die tot doel hebben de functies van de CTP in stand te houden, de activiteiten tijdig te hervatten, en de verplichtingen van de CTP na te komen, dat het ten minste mogelijk maakt dat alle transacties op het ogenblik van de verstoring worden hersteld, zodat de CTP haar bedrijfsactiviteiten met zekerheid kan voortzetten en de afwikkeling op de geplande datum kan voltooien;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 34, lid 2, als zij niet zorgt voor de vaststelling, toepassing of handhaving van een goede procedure voor een tijdige en ordelijke afwikkeling of overboeking van activa en posities van cliënten en clearingleden in geval van een intrekking van de erkenning op grond van een besluit op grond van artikel 25;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 35, lid 1, tweede alinea, als zij belangrijke activiteiten in verband met risicobeheer van die CTP zonder ESMA’s goedkeuring uitbesteedt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 1, als zij geen gescheiden vastleggingen en rekeningen bijhoudt die haar in staat stellen om te allen tijde en zonder vertraging in de rekeningen die bij de CTP worden aangehouden, de op naam van een clearinglid aangehouden activa en posities te scheiden van de op naam van een ander clearinglid aangehouden activa en posities, alsook van haar eigen activa;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 2, als zij niet aanbiedt om gescheiden vastleggingen en rekeningen, die elk clearinglid in staat stellen in zijn rekeningen bij de CTP zijn activa en posities te scheiden van de op naam van zijn cliënten aangehouden activa en posities, bij te houden en deze ook feitelijk niet op verzoek bijhoudt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 3, als zij niet aanbiedt om gescheiden vastleggingen en rekeningen, die elk clearinglid in staat stellen om in zijn rekeningen bij de CTP de op naam van een cliënt aangehouden activa en posities te scheiden van de op naam van andere cliënten aangehouden activa en posities, bij te houden en deze ook feitelijk niet op verzoek bijhoudt, of niet op verzoek haar clearingleden de mogelijkheid aanbiedt om meerdere rekeningen op hun eigen naam of op naam van hun cliënten te openen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 40 als zij niet zorgt voor het meten en beoordelen van haar liquiditeits- en kredietblootstellingen ten overstaan van elk clearinglid en, voor zover relevant, van een andere CTP waarmee zij een interoperabiliteitsregeling is overeengekomen, op bijna-realtimebasis, of als zij geen toegang heeft tot de relevante prijsbronnen om tegen redelijke kosten effectief haar blootstellingen te kunnen meten;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 41, lid 1, als zij geen margins oplegt, niet verzoekt margins bij te storten of geen margins int om haar kredietblootstellingen ten overstaan van haar clearingleden en, voor zover relevant, van CTP’s waarmee zij een interoperabiliteitsregeling heeft gesloten, te beperken, of margins oplegt, verzoekt margins bij te storten of margins int die niet voldoende zijn om potentiële blootstellingen te dekken die zich volgens de ramingen van de CTP tot aan de liquidatie van de relevante posities kunnen voordoen of om de verliezen te dekken die voortvloeien uit ten minste 99 % van alle bewegingen van de blootstellingen over een passende tijdshorizon, of niet voldoende zijn om ervoor te zorgen dat de CTP haar blootstellingen ten overstaan van al haar clearingleden en, voor zover relevant, van alle CTP’s waarmee zij een interoperabiliteitsregeling heeft gesloten, ten minste dagelijks volledig zeker stelt of als zij het marginniveau niet voortdurend monitort en herziet in aansluiting op de heersende marktomstandigheden, rekening houdend met mogelijke procyclische effecten;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 41, lid 2, als zij bij het bepalen van haar marginvereisten geen modellen en parameters vaststelt die de risicokenmerken van de geclearde producten weergeven en rekening houden met het interval tussen inningen van margins, de marktliquiditeit en de mogelijkheid van veranderingen tijdens de duur van de transactie;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 41, lid 3, als zij geen margins op intradaybasis opvraagt en int, ten minste wanneer vooraf vastgestelde drempels worden overschreden, of door intraday-variatiemargebetalingen aan te houden nadat zij al dergelijke verschuldigde betalingen heeft geïnd, in plaats van deze waar mogelijk door te berekenen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 42, lid 3, als zij geen wanbetalingsfonds in stand houdt dat haar ten minste in staat stelt om onder extreme, maar plausibele marktomstandigheden de wanbetaling te dragen van het clearinglid ten overstaan waarvan de blootstellingen het grootst zijn of van het op één na en het op twee na grootste clearinglid indien de som van de blootstellingen ten overstaan van deze leden groter is, of scenario’s ontwikkelt waarin de meest volatiele perioden die zich in het verleden hebben voorgedaan op de markten waarvoor de CTP diensten verricht, alsook een scala van toekomstige potentiële ontwikkelingen, die rekening houden met plotse verkopen van financiële middelen en met snelle dalingen van de marktliquiditeit, buiten beschouwing worden gelaten;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 43, lid 2, als het in artikel 42 vermelde wanbetalingsfonds en de andere in artikel 43, lid 1, vermelde financiële middelen haar niet in staat stellen om onder extreme, maar plausibele marktomstandigheden de wanbetaling te dragen van de twee clearingleden ten overstaan waarvan haar blootstellingen het grootst zijn;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 44, lid 1, als zij niet te allen tijde toegang heeft tot voldoende liquiditeit om haar diensten en activiteiten te verrichten, of niet dagelijks haar potentiële liquiditeitsbehoefte meet;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 45, leden 1, 2 en 3, als zij, indien een clearinglid in gebreke blijft, niet eerst de door dat lid gestelde margins gebruikt om de verliezen te dekken, alvorens andere financiële middelen aan te spreken;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 45, lid 4, als zij niet specifieke eigen middelen gebruikt alvorens de bijdragen in het wanbetalingsfonds van niet in gebreke blijvende clearingleden aan te spreken;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 45 bis, lid 1, als zij een van de in de punten a), b) en c) van dat lid genoemde maatregelen neemt indien ESMA van de CTP heeft verlangd dat zij gedurende een door ESMA bepaalde periode van dergelijke maatregelen afziet;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 46, lid 1, als zij andere dan zeer liquide zekerheden met minimaal krediet- en marktrisico accepteert om haar initiële en latere blootstelling ten overstaan van haar clearingleden te dekken indien andere zekerheden niet zijn toegestaan op grond van de gedelegeerde handeling die krachtens artikel 46, lid 3, door de Commissie is vastgesteld;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 46, lid 1, als zij overheidsgaranties of garanties van overheidsbanken of commerciële banken aanvaardt, indien dergelijke garanties niet onvoorwaardelijk beschikbaar zijn op verzoek binnen de in artikel 41 bedoelde liquidatieperiode, of als zij in haar werkingsregels niet het minimaal aanvaardbare niveau van zekerheidsstelling vaststelt voor de garanties die zij aanvaardt, of als zij overheidsgaranties of garanties van overheidsbanken of commerciële banken aanvaardt ter dekking van andere blootstellingen dan haar initiële en voortdurende blootstelling aan haar clearingleden die niet-financiële tegenpartijen zijn of cliënten van clearingleden, mits die cliënten van clearingleden niet-financiële tegenpartijen zijn, of, indien aan de CTP overheidsgaranties of garanties van overheidsbanken of commerciële banken worden verstrekt, zij niet voldoet aan de vereisten van de derde alinea, punten a) tot en met e), van dat lid;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 1, als zij haar financiële middelen anders belegt dan in contanten of in zeer liquide financiële instrumenten met minimaal markt- en kredietrisico die snel kunnen worden vereffend met een minimaal negatief effect op de prijs;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 3, als zij geen financiële instrumenten die als margin of als bijdragen in het wanbetalingsfonds zijn gesteld, deponeert bij exploitanten van effectenafwikkelingssystemen die volledige bescherming van de financiële instrumenten garanderen, indien die beschikbaar zijn, of geen gebruik maakt van andere bijzonder veilige regelingen bij vergunninghoudende financiële instellingen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 4, als zij deposito’s in contanten verricht op een andere wijze dan via bijzonder veilige regelingen met vergunninghoudende financiële instellingen of via de vaste depositofaciliteiten van centrale banken of andere, vergelijkbare door centrale banken aangeboden middelen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 5, als zij activa bij een derde deponeert zonder ervoor te zorgen dat de activa van de clearingleden kunnen worden onderscheiden van de activa van de CTP en van de activa van die derde door middel van verschillend getitelde rekeningen in de boeken van de derde of door middel van andere vergelijkbare maatregelen waarmee hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt, of als zij geen onmiddellijke toegang heeft tot de financiële instrumenten indien zulks is vereist;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 47, lid 6, als zij haar kapitaal of de sommen die voortvloeien uit de in de artikelen 41 tot en met 44 bepaalde vereisten, belegt in haar eigen effecten of die van haar moederonderneming of van haar dochteronderneming;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 1, als zij niet beschikt over gedetailleerde procedures die moeten worden gevolgd wanneer een clearinglid de in artikel 37 vermelde deelnamevereisten van de CTP niet naleeft binnen de gestelde termijn en in overeenstemming met de door de CTP vastgestelde procedures, of niet in detail beschrijft welke procedures moeten worden gevolgd ingeval de CTP een clearinglid niet in gebreke stelt, of die procedures niet jaarlijks toetst;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 2, als zij niet onverwijld maatregelen neemt om de verliezen en de liquiditeitsdruk ten gevolge van wanbetalingen van clearingleden te beperken en om te garanderen dat de liquidatie van de posities van een clearinglid haar activiteiten niet verstoort of de niet in gebreke gebleven clearingleden niet blootstelt aan verliezen die ze niet kunnen voorzien of beheersen;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 3, als zij ESMA niet onverwijld in kennis stelt voordat de wanbetalingsprocedure wordt ingeroepen of ingeleid;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 48, lid 4, als zij zich er niet van vergewist of haar wanbetalingsprocedures afdwingbaar zijn en niet alle redelijke stappen neemt om te garanderen dat zij wettelijk bevoegd is om de posities waarvan het in gebreke blijvende clearinglid eigenaar is, te liquideren, en om de posities van de cliënten van het in gebreke blijvende clearinglid over te boeken of te liquideren;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 49, lid 1, als zij niet regelmatig overgaat tot toetsing van de modellen en parameters die zij heeft vastgesteld om haar marginvereisten, haar bijdragen in het wanbetalingsfonds en haar zekerheidsvereisten te berekenen, of van andere mechanismen voor risicobeheersing waarover zij beschikt; als zij deze modellen niet frequent aan strenge stresstests onderwerpt om hun veerkracht in extreme maar plausibele marktomstandigheden te testen; als zij geen backtests uitvoert om de betrouwbaarheid van de gebruikte methode te beoordelen, of geen onafhankelijke validatie verkrijgt; als zij ESMA niet in kennis stelt van de resultaten van de uitgevoerde tests; of als zij er niet in slaagt de validatie van ESMA te krijgen alvorens aanzienlijke wijzigingen in de modellen en parameters aan te brengen indien ESMA geen voorlopige aanbrenging van die wijzigingen heeft toegestaan voorafgaand aan hun validaties;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 49, lid 2, als zij niet regelmatig de cruciale aspecten van haar wanbetalingsprocedures test of niet alle redelijke stappen neemt om te garanderen dat alle clearingleden deze procedures begrijpen en over passende regelingen beschikken om te reageren op een geval van wanbetaling;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50, lid 1, als zij geen gebruik maakt – voor zover praktisch haalbaar en indien beschikbaar – van geld van centrale banken om haar transacties af te wikkelen, of als zij, indien geen geld van centrale banken wordt gebruikt, geen stappen onderneemt om de risico’s van de afwikkeling in contanten strikt te beperken;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50, lid 3, als zij, indien een CTP verplicht is leveringen van financiële instrumenten uit te voeren of te ontvangen, hoofdrisico’s niet uitschakelt door zo veel mogelijk gebruik te maken van mechanismen voor betaling bij levering;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 bis of artikel 50 ter als zij KCCP niet berekent zoals nader bepaald in die artikelen, of voor de berekening van KCCP niet de regels van artikel 50 bis, lid 2, artikel 50 ter en artikel 50 quinquies volgt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 bis, lid 3, als zij KCCP minder vaak dan elk kwartaal berekent, of minder vaak dan door ESMA wordt voorgeschreven conform artikel 50 bis, lid 3;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 51, lid 2, als zij geen niet-discriminerende toegang heeft tot zowel de gegevens die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taken op een handelsplatform – voor zover de CTP voldoet aan de door het handelsplatform vastgestelde operationele en technische vereisten – als tot het betrokken afwikkelingssysteem;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 52, lid 1, als zij tot een interoperabiliteitsregeling toetreedt zonder te voldoen aan de vereisten van de punten a) tot en met d) van dat lid;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 53, lid 1, als zij in rekeningen de activa en de posities die worden aangehouden voor rekening van CTP’s waarmee zij een interoperabiliteitsregeling heeft gesloten, niet gescheiden houdt van andere activa en posities;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 54, lid 1, als zij tot een interoperabiliteitsregeling toetreedt of als zij een materiële wijziging doorvoert in een goedgekeurde interoperabiliteitsregeling uit hoofde van titel V, zonder voorafgaande goedkeuring van ESMA.
Inbreuken met betrekking tot transparantie en de beschikbaarheid van informatie:
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, als zij de tarieven en vergoedingen voor elke afzonderlijke dienst, inclusief kortingen en reducties en de voorwaarden om daarvoor in aanmerking te komen, niet openbaar maakt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, als zij de informatie over kosten en inkomsten van haar diensten niet aan ESMA verstrekt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 2, als zij haar clearingleden en hun cliënten niet in kennis stelt van de risico’s die gepaard gaan met de diensten die zij verleent;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 3, als zij aan haar clearingleden of ESMA niet de prijsinformatie bekend maakt die wordt gebruikt om de blootstellingen ten overstaan van haar clearingleden aan het einde van elke dag te berekenen, of niet op geaggregeerde basis de volumes van de geclearde transacties voor ieder door de CTP gecleard instrument openbaar maakt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 4, als zij de operationele en technische vereisten die verband houden met de communicatieprotocollen voor de inhouds- en berichtgevingsformats die zij gebruikt om met derden te communiceren, met inbegrip van de in artikel 7 bedoelde operationele en technische eisen, niet openbaar maakt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 5, als zij eventuele inbreuken door clearingleden op de criteria van artikel 37, lid 1, of op de vereisten van artikel 38, lid 1, niet openbaar maakt, behalve indien ESMA van mening was dat een dergelijke openbaarmaking de financiële stabiliteit of het marktvertrouwen in gevaar zou brengen, de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen, of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen;
Een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 6, als zij haar clearingleden geen simulatie-instrument verschaft waarmee zij het bedrag van de aanvullende initiële margin op portefeuilleniveau kunnen bepalen die de CTP na het clearen van een nieuwe transactie kan verlangen, met inbegrip van een simulatie van de marginvereisten waaraan zij in verschillende scenario’s zouden kunnen worden onderworpen, of als zij geen beveiligde toegang tot dat instrument biedt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 7, als zij haar clearingleden geen duidelijke en transparantie informatie verschaft over de modellen voor initiële margins die zij gebruikt, zoals nader omschreven in de punten a), b) en c) van de tweede zin van dat lid;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 38, lid 8, als zij niet naar aanleiding van een verzoek van een clearinglid de informatie verstrekt waarom is verzocht om dat clearinglid in staat te stellen te voldoen aan de eerste alinea van dat lid, indien die informatie nog niet is verstrekt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 39, lid 7, als zij niet bekend maakt welke beschermingsniveaus zij biedt en welke kosten verbonden zijn aan de verschillende niveaus van vermogensscheiding die zij aanbiedt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 49, lid 3, als zij cruciale informatie over haar risicobeheermodel of de aannames voor de in artikel 49, lid 1, bedoelde stresstests niet openbaar maakt;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50, lid 2, als zij niet duidelijk haar verplichtingen meldt met betrekking tot de levering van financiële instrumenten, met inbegrip van de vraag of zij verplicht is een levering van een financieel instrument uit te voeren of te ontvangen, en of zij deelnemers vergoedt voor verliezen tijdens het leveringsproces;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 quater, lid 1, als zij niet de in artikel 50 quater, lid 1, punten a) tot en met e) bedoelde informatie rapporteert aan de instellingen onder haar clearingleden of aan hun bevoegde autoriteiten;
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 50 quater, lid 2, als zij de instellingen onder haar clearingleden minder vaak dan elk kwartaal, of minder vaak dan voorgeschreven door ESMA, van die informatie in kennis stelt conform artikel 50 quater, lid 2.
Inbreuken met betrekking tot beletsels voor toezichtsactiviteiten:
een CTP maakt inbreuk op artikel 25 septies als zij geen informatie verstrekt in antwoord op een besluit waarbij inlichtingen worden verlangd uit hoofde van artikel 25 septies, lid 3, of als zij onjuiste of misleidende informatie verstrekt in antwoord op een eenvoudig verzoek van ESMA om inlichtingen overeenkomstig artikel 25 septies, lid 2, of in antwoord op een besluit van ESMA waarbij op grond van artikel 25 septies, lid 3, informatie wordt verlangd;
een tier 2-CTP of haar vertegenwoordigers verstrekken onjuiste of misleidende antwoorden op vragen die worden gesteld op grond van artikel 25 octies, lid 1, punt c);
een tier 2-CTP maakt inbreuk op artikel 25 octies, lid 1, punt e), als zij niet voldoet aan een verzoek van ESMA ter verkrijging van overzichten van telefoon- of dataverkeer;
een tier 2-CTP voldoet niet tijdig aan een toezichtsmaatregel die wordt verlangd uit hoofde van een besluit van ESMA op grond van artikel 25 octodecies;
een tier 2-CTP onderwerpt zich niet aan een inspectie ter plaatse die wordt verlangd bij een op grond van artikel 25 nonies vastgesteld inspectiebesluit van ESMA.
BIJLAGE IV
Lijst van coëfficiënten in verband met verzwarende of verzachtende factoren voor de toepassing van artikel 25 undecies, lid 3
De volgende coëfficiënten zijn cumulatief van toepassing op de in artikel 25 undecies, lid 2, genoemde basisbedragen:
Aanpassingscoëfficiënten in verband met verzwarende factoren:
indien de inbreuk herhaaldelijk is gepleegd, is voor elke keer dat de inbreuk opnieuw is gepleegd, een coëfficiënt 1,1 van toepassing;
indien de inbreuk gedurende meer dan zes maanden is gepleegd, is een coëfficiënt 1,5 van toepassing;
indien de inbreuk systeemzwakheden in de organisatie van de CTP, en met name in de procedures, beheersystemen of interne controlemaatregelen, aan het licht heeft gebracht, is een coëfficiënt 2,2 van toepassing;
indien de inbreuk een negatief effect heeft op de kwaliteit van de activiteiten en diensten van de CTP, is een coëfficiënt 1,5 van toepassing;
indien de inbreuk opzettelijk is gepleegd, is een coëfficiënt 2 van toepassing;
indien er geen corrigerende maatregelen zijn genomen sinds de inbreuk is geconstateerd, is een coëfficiënt 1,7 van toepassing;
indien het hoger management van de CTP geen medewerking heeft verleend aan ESMA bij de uitvoering van haar onderzoek, is een coëfficiënt 1,5 van toepassing.
Aanpassingscoëfficiënten in verband met verzachtende factoren:
indien de inbreuk gedurende minder dan tien werkdagen is gepleegd, is een coëfficiënt 0,9 van toepassing;
indien het hoger management van de CTP kan aantonen dat het alle nodige maatregelen heeft genomen om de inbreuk te voorkomen, is een coëfficiënt 0,7 van toepassing;
indien de CTP ESMA snel, effectief en volledig op de hoogte heeft gesteld van de inbreuk, is een coëfficiënt 0,4 van toepassing;
indien de CTP uit eigen beweging maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat er in de toekomst gelijksoortige inbreuken kunnen worden gepleegd, is een coëfficiënt 0,6 van toepassing.
( 1 ) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
( 2 ) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
( 3 ) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
( 4 ) Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).
( 5 ) Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).
( 6 ) PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1.
( 7 ) PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.
( 8 ) PB L 372 van 31.12.1986, blz. 1.
( 9 ) PB L 222 van 14.8.1978, blz. 11.
( 10 ) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
( 11 ) Verordening (EG) nr. 1569/2007 van de Commissie van 21 december 2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast (PB L 340 van 22.12.2007, p. 66).
( 12 ) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2015/849/oj).
( 13 ) Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen raamwerkkader voor gemeenschappelijke regels betreffende securitisatie en tot instelling van een Europees specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 35).
( 14 ) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
( 15 ) Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365 en Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 (PB L 022 van 22.1.2021, blz. 1).
( 16 ) Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).
( 17 ) Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1).
( 18 ) Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).
( 19 ) Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).
( 20 ) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
( 21 ) Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 1).
( 22 ) PB L 228 van 11.8.1992, blz. 1.
( 23 ) PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43.
( 24 ) PB L 176, 27.6.2013, p. 1.
( 25 ) Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).
( 26 ) Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12).
( 27 ) Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1).
( 28 ) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).
( 29 ) Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).
( 30 ) Verordening (EU) 2019/834 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de clearingverplichting, de opschorting van de clearingverplichting, de rapportagevereisten, de risicolimiteringstechnieken voor otc-derivatencontracten die niet door een centrale tegenpartij worden gecleard, de registratie van het toezicht op transactieregisters en de vereisten voor transactieregisters (PB L 141 van 28.5.2019, blz. 42).
( 31 ) Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 8).
( 32 ) Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PB L 150 van 9.6.2023, blz. 40).
( 33 ) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 153/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen inzake vereisten voor centrale tegenpartijen (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 41).
( 34 ) Verordening (EU) 2024/2987 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 575/2013 en (EU) 2017/1131 voor wat betreft maatregelen ter beperking van buitensporige blootstellingen aan centrale tegenpartijen uit derde landen en ter verbetering van de efficiëntie van de clearingmarkten in de Unie (PB L, 2024/2987, 4.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2987/oj).
( 35 ) PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45.