02011R0543 — NL — 15.11.2021 — 029.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 543/2011 VAN DE COMMISSIE

van 7 juni 2011

tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft

(PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 726/2011 VAN DE COMMISSIE van 25 juli 2011

  L 194

25

26.7.2011

 M2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 898/2011 VAN DE COMMISSIE van 7 september 2011

  L 231

11

8.9.2011

 M3

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 996/2011 VAN DE COMMISSIE van 7 oktober 2011

  L 264

25

8.10.2011

 M4

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1020/2011 VAN DE COMMISSIE van 14 oktober 2011

  L 270

14

15.10.2011

 M5

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1095/2011 VAN DE COMMISSIE van 28 oktober 2011

  L 283

32

29.10.2011

 M6

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1325/2011 VAN DE COMMISSIE van 16 december 2011

  L 335

66

17.12.2011

 M7

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 72/2012 VAN DE COMMISSIE van 27 januari 2012

  L 26

26

28.1.2012

►M8

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 302/2012 VAN DE COMMISSIE van 4 april 2012

  L 99

21

5.4.2012

 M9

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 366/2012 VAN DE COMMISSIE van 27 april 2012

  L 116

10

28.4.2012

 M10

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 450/2012 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 2012

  L 140

53

30.5.2012

 M11

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 701/2012 VAN DE COMMISSIE van 30 juli 2012

  L 203

60

31.7.2012

 M12

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 755/2012 VAN DE COMMISSIE van 16 augustus 2012

  L 223

6

21.8.2012

 M13

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 781/2012 VAN DE COMMISSIE van 28 augustus 2012

  L 232

5

29.8.2012

 M14

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 988/2012 VAN DE COMMISSIE van 25 oktober 2012

  L 297

9

26.10.2012

 M15

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 353/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 april 2013

  L 109

1

19.4.2013

 M16

VERORDENING (EU) Nr. 519/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 februari 2013

  L 158

74

10.6.2013

 M17

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 565/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 juni 2013

  L 167

26

19.6.2013

►M18

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 594/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 juni 2013

  L 170

43

22.6.2013

 M19

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 956/2013 VAN DE COMMISSIE van 4 oktober 2013

  L 263

9

5.10.2013

 M20

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 979/2013 VAN DE COMMISSIE van 11 oktober 2013

  L 272

35

12.10.2013

 M21

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 443/2014 VAN DE COMMISSIE van 30 april 2014

  L 130

41

1.5.2014

 M22

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 499/2014 VAN DE COMMISSIE van 11 maart 2014

  L 145

5

16.5.2014

 M23

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1139/2014 VAN DE COMMISSIE van 27 oktober 2014

  L 307

34

28.10.2014

 M24

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/678 VAN DE COMMISSIE van 29 april 2015

  L 111

24

30.4.2015

 M25

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2000 VAN DE COMMISSIE van 9 november 2015

  L 292

4

10.11.2015

 M26

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2244 VAN DE COMMISSIE van 3 december 2015

  L 318

23

4.12.2015

 M27

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/674 VAN DE COMMISSIE van 29 april 2016

  L 116

23

30.4.2016

 M28

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/2097 VAN DE COMMISSIE van 30 november 2016

  L 326

9

1.12.2016

►M29

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/891 VAN DE COMMISSIE van 13 maart 2017

  L 138

4

25.5.2017

 M30

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1185 VAN DE COMMISSIE van 20 april 2017

  L 171

113

4.7.2017

►M31

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/428 VAN DE COMMISSIE van 12 juli 2018

  L 75

1

19.3.2019

 M32

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/2102 VAN DE COMMISSIE van 15 december 2020

  L 425

84

16.12.2020

►M33

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/1890 VAN DE COMMISSIE van 2 augustus 2021

  L 384

23

29.10.2021

►M34

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1926 VAN DE COMMISSIE van 5 november 2021

  L 393

9

8.11.2021


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 070, 11.3.2014, blz.  37 (543/2011)




▼B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 543/2011 VAN DE COMMISSIE

van 7 juni 2011

tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft



TITEL I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Werkingssfeer en gebruik van begrippen

1.  
De onderhavige verordening bevat bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft.

De titels II en III van de onderhavige verordening zijn evenwel uitsluitend van toepassing op de in artikel 1, lid 1, onder i), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten van de sector groenten en fruit en op dergelijke producten die uitsluitend bestemd zijn om te worden verwerkt.

2.  
Begrippen in Verordening (EG) nr. 1234/2007 hebben in de onderhavige verordening dezelfde betekenis, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

▼M29 —————

▼B



TITEL II

INDELING VAN PRODUCTEN



HOOFDSTUK I

Algemene regels

Artikel 3

Handelsnormen; houders

1.  
De voorschriften van artikel 113 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 worden als de algemene handelsnorm beschouwd. De nadere bepalingen van de algemene handelsnorm worden vastgesteld in bijlage I, deel A, van de onderhavige verordening.

Groenten en fruit waarvoor geen specifieke handelsnorm geldt, moeten voldoen aan de algemene handelsnorm. Producten ten aanzien waarvan de houder kan aantonen dat zij voldoen aan geldende normen die zijn vastgesteld door de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), worden evenwel beschouwd als producten die in overeenstemming zijn met de algemene handelsnorm.

2.  

De in artikel 113, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde specifieke handelsnormen zijn opgenomen in bijlage I, deel B, van de onderhavige verordening, voor wat de volgende producten betreft:

a) 

appelen,

b) 

citrusvruchten,

c) 

kiwi’s,

d) 

sla, krulandijvie en andijvie,

e) 

perziken en nectarines,

f) 

peren,

g) 

aardbeien,

h) 

paprika's,

i) 

tafeldruiven,

j) 

tomaten.

3.  
Voor de toepassing van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt onder „houder” verstaan een natuurlijke of rechtspersoon die de betrokken producten fysiek in bezit heeft.

Artikel 4

Uitzonderingen op en vrijstellingen van de toepassing van de handelsnormen

1.  

In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 hoeven de volgende producten niet aan de handelsnormen te voldoen:

a) 

producten die, mits zij duidelijk gemarkeerd zijn met de woorden „bestemd voor verwerking” of „voor diervoeder” of een andere gelijkwaardige formulering:

i) 

bestemd zijn voor industriële verwerking, of

ii) 

bestemd zijn voor gebruik in diervoeder of voor een ander gebruik dan voeding;

b) 

producten die de producent op zijn bedrijf levert aan de consument voor diens persoonlijk gebruik;

▼M18

c) 

producten die ingevolge een besluit van de Commissie dat op verzoek van een lidstaat volgens de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure is genomen, worden beschouwd als producten uit een bepaald gebied die door de detailhandel van dat gebied, of, in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, van die lidstaat worden verkocht omdat zij aan een algemeen bekende lokale verbruikstraditie beantwoorden;

▼B

d) 

producten die zo zijn opgemaakt of versneden dat ze „etensklaar” of „panklaar” zijn;

e) 

producten die worden afgezet als eetbare scheuten van ontkiemde zaden van planten die worden beschouwd als groenten of fruit in de zin van artikel 1, lid 1, onder i), en bijlage I, deel IX, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

2.  

In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 hoeven de volgende producten binnen een bepaald productiegebied niet aan de handelsnormen te voldoen:

a) 

producten die door de producent worden verkocht of geleverd aan pakstations of bewaarinrichtingen, of die van het bedrijf van de producent naar dergelijke inrichtingen worden vervoerd, en

b) 

producten die van de bewaarinrichtingen naar de pakstations worden vervoerd.

3.  
In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 mogen lidstaten een vrijstelling van de toepassing van de specifieke handelsnormen verlenen voor andere dan in lid 1, onder a) i), van de onderhavige verordening bedoelde, voor verwerking bestemde producten die voor persoonlijk gebruik door de consument in de detailhandel worden aangeboden met op het etiket de vermelding „voor verwerking bestemd product” of een andere gelijkwaardige vermelding.
4.  
In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 mogen lidstaten een vrijstelling van de toepassing van de specifieke handelsnormen verlenen voor producten die rechtstreeks door de producent aan de eindverbruiker, voor diens persoonlijke gebruik, worden verkocht op markten die volledig zijn voorbehouden voor producenten van een bepaald, door de lidstaat vast te stellen productiegebied.
5.  
In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 met betrekking tot de specifieke handelsnormen, is het toegestaan dat groenten en fruit die niet tot de klasse Extra behoren, in de stadia die op de verzending volgen, een gering verlies aan versheid en turgescentie vertonen en een gering kwaliteitsverlies als gevolg van hun ontwikkeling en bederfelijkheid.
6.  

In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 hoeven de volgende producten niet aan de algemene handelsnorm te voldoen:

a) 

wilde paddenstoelen van GN-code 0709 59 ,

b) 

kappers van GN-code 0709 90 40 ,

c) 

bittere amandelen van GN-code 0802 11 10 ,

d) 

amandelen zonder dop van GN-code 0802 12 ,

e) 

hazelnoten zonder dop van GN-code 0802 22 ,

f) 

walnoten (okkernoten) zonder dop van GN-code 0802 32 ,

g) 

pingels of pignolen van GN-code 0802 90 50 ,

h) 

pistaches van GN-code 0802 50 00 ,

i) 

macadamianoten van GN-code 0802 60 00 ,

j) 

pecannoten van GN-code 0802 90 20 ,

k) 

andere noten van GN-code 0802 90 85 ,

l) 

gedroogde plantains van GN-code 0803 00 90 ,

m) 

►C1  gedroogde citrusvruchten van GN-code 0805 , ◄

n) 

mengsels van tropische noten van GN-code 0813 50 31 ,

o) 

mengsels van andere noten van GN-code 0813 50 39 ,

p) 

saffraan van GN-code 0910 20 .

7.  
Aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat moet het bewijs worden geleverd dat de in lid 1, onder a), en in lid 2 bedoelde producten aan de vastgestelde voorwaarden voldoen, met name ten aanzien van het beoogde gebruik.

Artikel 5

Aanduidingen

1.  
De op grond van dit hoofdstuk vereiste aanduidingen moeten duidelijk zichtbaar en leesbaar op één van de zijkanten van de verpakking worden aangebracht door directe en onuitwisbare opdruk of door middel van een in de verpakking geïntegreerd of stevig daarop bevestigd etiket.
2.  
Voor los verzonden goederen die rechtstreeks in een vervoermiddel worden geladen, moeten de in lid 1 bedoelde aanduidingen voorkomen op een begeleidend document of op een notitie die goed zichtbaar in het vervoermiddel is aangebracht.
3.  
In het geval van overeenkomsten op afstand in de zin van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) kan een product slechts als conform de handelsnormen worden bevonden wanneer de aanduidingen vóór het sluiten van de verkoop beschikbaar zijn.
4.  
Op facturen en begeleidende documenten, behalve op ontvangstbewijzen voor de consument, worden de naam en het land van oorsprong van de producten aangegeven, alsmede, in voorkomend geval, de klasse, de variëteit of het handelstype wanneer dat op grond van een specifieke handelsnorm vereist is, of de vermelding dat het product is bestemd voor verwerking.

Artikel 6

Aanduidingen in het detailhandelsstadium

1.  
In het detailhandelsstadium moeten de op grond van dit hoofdstuk vereiste aanduidingen duidelijk en leesbaar zijn. Producten mogen te koop worden aangeboden op voorwaarde dat de detailhandelaar op een duidelijk zichtbare plaats dicht bij de te koop aangeboden producten in leesbare aanduidingen informatie inzake het land van oorsprong en, in voorkomend geval, de klasse, de variëteit of het handelstype van het product verstrekt op een manier die de consument niet misleidt.
2.  
Bij voorverpakte producten in de zin van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ) wordt naast alle in de handelsnormen voorgeschreven gegevens ook het nettogewicht aangegeven. Op producten die gewoonlijk per aantal stuks worden verkocht, is de verplichting om het nettogewicht aan te geven evenwel niet van toepassing indien het aantal stuks vanaf de buitenkant duidelijk zichtbaar is en gemakkelijk kan worden geteld of indien dit aantal op het etiket is vermeld.

▼M31

Artikel 7

Mengsels

1.  

Verpakkingen met een nettogewicht van 5 kg of minder die mengsels van verschillende soorten fruit, verschillende soorten groenten of verschillende soorten groenten en fruit bevatten, mogen worden afgezet op voorwaarde dat:

a) 

de producten van homogene kwaliteit zijn en elk product voldoet aan de betrokken specifieke handelsnorm of, bij gebrek aan een specifieke handelsnorm voor een bepaald product, aan de algemene handelsnorm;

b) 

de verpakking juist is geëtiketteerd overeenkomstig dit hoofdstuk, en

c) 

het mengsel de consument niet kan misleiden.

2.  
De in lid 1, onder a), vastgestelde voorschriften gelden niet voor de in een mengsel opgenomen producten die geen producten van de sector groenten en fruit zijn als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ).
3.  

Indien de in een mengsel opgenomen producten van oorsprong uit meer dan één lidstaat of derde land zijn, mag de volledige naam van de landen van oorsprong worden vervangen door, naargelang van het geval:

a) 

„mengsel van uit de EU afkomstig fruit”, „mengsel van uit de EU afkomstige groenten” of „mengsel van uit de EU afkomstige groenten en fruit”;

b) 

„mengsel van niet uit de EU afkomstig fruit”, „mengsel van niet uit de EU afkomstige groenten” of „mengsel van niet uit de EU afkomstige groenten en fruit”;

c) 

„mengsel van uit de EU en niet uit de EU afkomstig fruit”, „mengsel van uit de EU en niet uit de EU afkomstige groenten” of „mengsel van uit de EU en niet uit de EU afkomstige groenten en fruit”.

▼B



HOOFDSTUK II

Handelsnormcontroles



Sectie 1

Algemene bepalingen

Artikel 8

Werkingssfeer

Dit hoofdstuk bevat voorschriften inzake normcontroles, d.w.z. controles van groenten en fruit die in alle afzetstadia worden uitgevoerd om na te gaan of de betrokken producten voldoen aan de handelsnormen en aan andere bepalingen van deze titel en van de artikelen 113 en 113 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Artikel 9

Coördinerende autoriteiten en controle-instanties

1.  

Elke lidstaat gaat over tot het aanwijzen van:

a) 

één enkele bevoegde autoriteit, hierna „de coördinerende autoriteit” genoemd, die verantwoordelijk is voor de coördinatie en de contacten met betrekking tot het bepaalde in dit hoofdstuk, en

b) 

één of meer controle-instanties, hierna „de controle-instanties” genoemd, die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van het bepaalde in dit hoofdstuk.

De in de eerste alinea bedoelde coördinerende autoriteiten en controle-instanties kunnen openbaar of particulier zijn. In beide gevallen zijn de lidstaten evenwel verantwoordelijk voor deze autoriteiten en instanties.

2.  

De lidstaten melden aan de Commissie:

a) 

de naam, het postadres en het e-mailadres van de op grond van lid 1, eerste alinea, onder a), aangewezen coördinerende autoriteiten;

b) 

de naam, het postadres en het e-mailadres van de op grond van lid 1, eerste alinea, onder b), aangewezen controle-instanties, en

c) 

de precieze omschrijving van de bevoegdheden van de door hen aangewezen controle-instanties.

3.  
De coördinerende autoriteit kan tevens de controle-instantie of één van de controle-instanties of een andere, op grond van lid 1 aangewezen instantie zijn.
4.  
De Commissie maakt de lijst van de door de lidstaten aangewezen coördinerende autoriteiten bekend op een door haar geschikt geachte wijze.

Artikel 10

Gegevensbank betreffende de marktdeelnemers

1.  
De lidstaten stellen een gegevensbank over de marktdeelnemers in de sector groenten en fruit samen, waarin onder de in dit artikel vermelde voorwaarden de marktdeelnemers worden opgenomen die betrokken zijn bij de afzet van groenten en fruit waarvoor op grond van artikel 113 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 normen zijn vastgesteld.

De lidstaten kunnen hiertoe gebruik maken van voor andere doeleinden opgerichte gegevensbanken.

2.  

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „marktdeelnemer” verstaan een natuurlijke of rechtspersoon:

a) 

die groenten en fruit waarvoor handelsnormen gelden, in zijn bezit heeft om deze:

i) 

uit te stallen of aan te bieden voor verkoop,

ii) 

te verkopen, of

iii) 

op een andere manier af te zetten, of

b) 

die met betrekking tot groenten en fruit waarvoor handelsnormen gelden, zelf één of meer onder a) bedoelde activiteiten uitvoert.

De in de eerste alinea, onder a), bedoelde activiteiten omvatten:

a) 

verkoop op afstand, al dan niet via het Internet,

b) 

dergelijke activiteiten die de natuurlijke of de rechtspersoon voor eigen rekening of voor rekening van een derde partij verricht, en

c) 

dergelijke activiteiten die worden verricht in de Unie en/of in het kader van uitvoer naar derde landen en/of invoer uit derde landen.

3.  

De lidstaten bepalen onder welke voorwaarden de volgende marktdeelnemers al dan niet in de gegevensbank worden opgenomen:

a) 

marktdeelnemers die op grond van de aard van hun activiteit, krachtens artikel 4 zijn vrijgesteld van de verplichting om aan de handelsnormen te voldoen, en

b) 

natuurlijke personen of rechtspersonen wier activiteiten in de sector groenten en fruit beperkt zijn tot het vervoer van goederen of tot de verkoop in het detailhandelsstadium.

4.  
Wanneer de gegevensbank voor de marktdeelnemers uit verschillende afzonderlijke elementen bestaat, ziet de coördinerende autoriteit erop toe dat de gegevensbank en de verschillende elementen ervan een homogeen geheel vormen en geregeld worden bijgewerkt. Het bijwerken van de gegevensbank vindt met name plaats aan de hand van de tijdens de normcontroles verzamelde gegevens.
5.  

De gegevensbank bevat voor elke marktdeelnemer:

a) 

het registratienummer, de naam en het adres;

b) 

de gegevens die nodig zijn voor de indeling van de marktdeelnemer in één van de in artikel 11, lid 2, opgenomen risicocategorieën, met name de gegevens over de plaats in de afzetketen en over het omvang van het bedrijf;

c) 

gegevens over uitkomsten van eerdere controles van de marktdeelnemer;

d) 

andere voor de controle noodzakelijk geachte gegevens, zoals informatie over het voorhanden zijn van een kwaliteitsborgingssysteem of een internecontrolesysteem inzake de naleving van de handelsnormen.

Het bijwerken van de gegevensbank vindt met name plaats aan de hand van de tijdens de normcontroles verzamelde gegevens.

6.  
De marktdeelnemers verstrekken de gegevens die de lidstaten noodzakelijk achten voor de samenstelling en bijwerking van de gegevensbank. De lidstaten bepalen volgens welke voorwaarden marktdeelnemers die niet op hun grondgebied zijn gevestigd maar er wel een handelsactiviteit uitoefenen, in de gegevensbank worden opgenomen.



Sectie 2

Door de lidstaten te verrichten normcontroles

Artikel 11

Normcontroles

1.  
De lidstaten zien erop toe dat selectieve, op een risicoanalyse gebaseerde en voldoende frequente normcontroles worden verricht om een adequate naleving van de handelsnormen en andere bepalingen van deze titel en van de artikelen 113 en 113 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007 te garanderen.

Eén van de criteria voor de beoordeling van het risico bestaat in het voorhanden zijn van een in artikel 14 bedoeld normcontrolecertificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit van een derde land dat overeenkomstig artikel 15 een erkenning voor zijn normcontroles heeft gekregen. Het voorhanden zijn van een dergelijk certificaat wordt beschouwd als een factor die het risico van niet-naleving van de handelsnormen vermindert.

Als criteria voor de beoordeling van het risico kunnen tevens de volgende gegevens in aanmerking worden genomen:

a) 

de aard van het product, de productieperiode, de prijs van het product, het weer, de verpakkings- en behandelingsverrichtingen, de opslagomstandigheden, het land van oorsprong, de vervoermiddelen of de omvang van de partij;

b) 

de omvang van de marktdeelnemer, zijn plaats in de afzetketen, de omvang of de waarde van zijn afzet, zijn productassortiment, het leveringsgebied of de aard van zijn werkzaamheden, zoals opslag, sortering, verpakking of verkoop;

c) 

uitkomsten van eerdere controles, waaronder het aantal en de aard van de geconstateerde afwijkingen, de gebruikelijke kwaliteit van de afgezette producten, het niveau van de gebruikte technische uitrusting;

d) 

de betrouwbaarheid van de door de marktdeelnemer gebruikte kwaliteitsborgingssystemen of internecontrolesystemen inzake de naleving van de handelsnormen;

e) 

de plaats waar de controle wordt verricht, met name indien dit de plaats is waar de producten voor het eerst de Unie binnenkomen of waar de producten worden verpakt of geladen;

f) 

andere gegevens die kunnen wijzen op een risico van niet-naleving.

2.  
De risicoanalyse wordt gebaseerd op de gegevens in de in artikel 10 bedoelde gegevensbank over de marktdeelnemers en omvat een indeling van de marktdeelnemers in risicocategorieën.

De lidstaten stellen vooraf het volgende vast:

a) 

de criteria voor de beoordeling van het risico dat partijen niet aan de handelsnormen voldoen;

b) 

op basis van een risicoanalyse voor elke risicocategorie, het minimum percentage marktdeelnemers of partijen en/of hoeveelheden dat aan een normcontrole zal worden onderworpen.

De lidstaten kunnen op basis van een risicoanalyse ervoor opteren om geen selectieve controles van producten waarvoor geen specifieke handelsnormen gelden, te verrichten.

3.  
Wanneer bij controles significante onregelmatigheden aan het licht komen, verrichten de lidstaten frequentere controles van de marktdeelnemers, de producten, de oorsprong of andere parameters.
4.  
De marktdeelnemers melden aan de controle-instanties alle gegevens die deze instanties noodzakelijk achten voor de organisatie en uitvoering van de normcontroles.

Artikel 12

Erkende marktdeelnemers

1.  
De lidstaten kunnen marktdeelnemers die in de laagste risicocategorie zijn ingedeeld en speciale garanties inzake de naleving van de handelsnormen bieden, toestemming geven om het in bijlage II opgenomen model te gebruiken bij de etikettering van elke verpakking in het stadium van verzending en/of het in artikel 14 bedoelde normcontrolecertificaat te ondertekenen.
2.  
De erkenning wordt voor ten minste één jaar verleend.
3.  

De marktdeelnemers die voor deze mogelijkheid in aanmerking komen:

a) 

beschikken over controlepersoneel dat een door de lidstaat erkende opleiding heeft gevolgd;

b) 

beschikken over het nodige materieel om de producten verkoopklaar te maken en te verpakken;

c) 

verbinden zich ertoe een normcontrole van de goederen die zij verzenden, te verrichten, en houden een register van alle door hen verrichte controles bij.

4.  
Wanneer een erkende marktdeelnemer niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, trekt de betrokken lidstaat de erkenning in.
5.  
In afwijking van lid 1 mogen modellen die op ►M18  21 juni 2011 ◄ in overeenstemming waren met Verordening (EG) nr. 1580/2007, door de erkende marktdeelnemers worden gebruikt zolang de voorraad strekt.

Erkenningen die vóór ►M18  22 juni 2011 ◄ aan de marktdeelnemers zijn verleend, blijven geldig voor de periode waarvoor zij zijn verleend.

Artikel 13

Aanvaarding van aangiften door de douane

1.  

De douaneautoriteit mag met betrekking tot producten waarvoor specifieke handelsnormen gelden, slechts aangiften ten uitvoer en/of aangiften voor het vrije verkeer aanvaarden, indien:

a) 

de goederen vergezeld gaan van een normcontrolecertificaat, of

b) 

de bevoegde controle-instantie aan de douaneautoriteit heeft gemeld dat voor de betrokken partijen een normcontrolecertificaat is afgegeven, of

c) 

de bevoegde controle-instantie aan de douaneautoriteit heeft gemeld dat zij geen normcontrolecertificaat voor de betrokken partijen heeft afgegeven omdat de partijen op basis van de in artikel 11, lid 1, bedoelde risicoanalyse niet hoefden te worden gecontroleerd.

Deze bepaling geldt onverminderd normcontroles die de lidstaat op grond van artikel 11 kan verrichten.

2.  
Lid 1 is tevens van toepassing op producten waarvoor de in bijlage I, deel A, opgenomen algemene handelsnorm geldt, alsmede op in artikel 4, lid 1, onder a), bedoelde producten indien de betrokken lidstaat dat noodzakelijk acht in het licht van de in artikel 11, lid 1, bedoelde risicoanalyse.

Artikel 14

Normcontrolecertificaat

1.  
Een bevoegde autoriteit kan een normcontrolecertificaat (hierna „certificaat” genoemd) afgeven waarin wordt bevestigd dat de producten in overeenstemming zijn met de betrokken handelsnorm. Het model voor het door de bevoegde autoriteiten in de Unie te gebruiken certificaat is opgenomen in bijlage III.

De in artikel 15, lid 4, bedoelde derde landen mogen in de plaats van het door de bevoegde autoriteiten in de Unie afgegeven certificaat, hun eigen certificaat gebruiken op voorwaarde dat dat certificaat gegevens bevat die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in het EU-certificaat op te nemen gegevens. De Commissie stelt op de door haar geschikt geachte wijze modellen van dergelijke, door derde landen gebruikte certificaten ter beschikking.

2.  
Dit certificaat mag worden afgegeven in papierformaat met een originele handtekening, of in een geverifieerd elektronisch formaat met een elektronische handtekening.
3.  
Elk certificaat wordt afgestempeld door de bevoegde autoriteit en ondertekend door de daartoe gemachtigde persoon of personen.
4.  
Het certificaat wordt afgegeven in ten minste één van de officiële talen van de Unie.
5.  
Elk certificaat wordt met het oog op de identificatie ervan voorzien van een volgnummer. De bevoegde autoriteit bewaart een kopie van elk afgegeven certificaat.
6.  
In afwijking van lid 1, eerste alinea, mogen certificaten die op 30 juni 2009 in overeenstemming waren met Verordening (EG) nr. 1580/2007, door de lidstaten worden gebruikt zolang de voorraad strekt



Sectie 3

Door derde landen te verrichten normcontroles

Artikel 15

Erkenning van door derde landen vóór de invoer in de Unie verrichte normcontroles

▼M18

1.  
Op verzoek van een derde land kan de Commissie volgens de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure, de normcontroles met betrekking tot de naleving van handelsnormen erkennen die door dat derde land vóór invoer in de Unie zijn verricht.

▼B

2.  
De in lid 1 bedoelde erkenning kan worden verleend aan derde landen waar de voor uitvoer naar de Unie bestemde producten voldoen aan de uniale handelsnormen of aan ten minste daaraan gelijkwaardige normen.

In de erkenning wordt de officiële autoriteit in het derde land vermeld die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde controles. Deze autoriteit is verantwoordelijk voor de contacten met de Unie. In de erkenning worden ook de controle-instanties van het derde land vermeld die belast zijn met de uitvoering van de adequate controles.

De erkenning heeft uitsluitend betrekking op producten van oorsprong uit het betrokken derde land en kan tot bepaalde producten worden beperkt.

3.  
De controle-instanties van het derde land moeten officiële of officieel door de in lid 2 bedoelde autoriteit erkende instanties zijn die op bevredigende wijze kunnen garanderen dat de controles volgens de in artikel 17, lid 1, bedoelde methoden of gelijkwaardige methoden worden verricht, en daartoe over het nodige personeel en materieel en de nodige installaties beschikken.
4.  
De lijst van derde landen waarvan de normcontroles op grond van dit artikel zijn erkend, en van de betrokken producten wordt opgenomen in bijlage IV.

De Commissie stelt op de door haar geschikt geachte wijze de gegevens over de betrokken officiële autoriteiten en controle-instanties ter beschikking.

Artikel 16

Schorsing van de erkenning van de normcontroles

De Commissie kan de erkenning van de normcontroles schorsen indien voor een significant aantal partijen en/of hoeveelheden wordt geconstateerd dat de goederen niet overeenstemmen met de gegevens in de normcontrolecertificaten die door de controle-instanties van het derde land zijn afgegeven.



Sectie 4

Controlemethoden

Artikel 17

Controlemethoden

1.  
Tenzij in deze verordening anders is bepaald, worden de in dit hoofdstuk vastgestelde normcontroles, met uitzondering van de controles bij verkoop in de detailhandel aan de eindverbruiker, uitgevoerd volgens de in bijlage V opgenomen controlemethoden.

De lidstaten stellen specifieke uitvoeringsbepalingen vast voor de normcontroles bij verkoop in de detailhandel aan de eindverbruiker.

2.  
Indien de controleurs constateren dat de goederen aan de handelsnormen voldoen, kan de controle-instantie een normcontrolecertificaat volgens het model in bijlage III afgeven.
3.  
Indien de goederen niet aan de normen voldoen, stelt de controle-instantie een verklaring van niet-conformiteit op voor de marktdeelnemer of diens vertegenwoordiger. Goederen waarvoor een verklaring van niet-conformiteit is afgegeven, mogen niet worden verplaatst zonder toestemming van de controle-instantie die deze verklaring heeft afgegeven. Voor die toestemming kan als voorwaarde worden gesteld dat aan de door de controle-instantie vastgestelde eisen wordt voldaan.

Marktdeelnemers mogen de goederen of een gedeelte ervan met de normen in overeenstemming brengen. Dergelijke met de normen in overeenstemming gebrachte goederen mogen niet worden afgezet voordat de bevoegde controle-instantie er zich met alle passende middelen van heeft vergewist dat de goederen daadwerkelijk met de normen in overeenstemming zijn gebracht. De bevoegde controle-instantie geeft in voorkomend geval slechts een normcontrolecertificaat volgens het model in bijlage III af voor de partijen of delen ervan die met de normen in overeenstemming zijn gebracht.

Wanneer een controle-instantie ingaat op het verzoek van een marktdeelnemer om de goederen met de normen in overeenstemming te brengen in een andere lidstaat dan die waar de niet-conformiteit bij de controle is geconstateerd, meldt de marktdeelnemer de niet-conforme partij aan de bevoegde controle-instantie van de lidstaat van bestemming. De lidstaat die de verklaring van niet-conformiteit heeft afgegeven, zendt een kopie van deze verklaring toe aan de andere betrokken lidstaten, inclusief de lidstaat waarvoor de niet-conforme partij bestemd is.

Wanneer de goederen niet met de normen in overeenstemming kunnen worden gebracht, en ook niet voor diervoeding, voor industriële verwerking of voor andere niet-voedingsdoeleinden kunnen worden bestemd, kan de controle-instantie de marktdeelnemers desnoods verzoeken de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de producten niet worden afgezet.

De marktdeelnemers verstrekken alle gegevens die de lidstaten nodig achten voor de toepassing van dit lid.



Sectie 5

Meldingen

Artikel 18

Meldingen

1.  
Een lidstaat op het grondgebied waarvan wordt geconstateerd dat een zending producten uit een andere lidstaat niet in overeenstemming is met de handelsnormen vanwege afwijkingen of andere vormen van kwaliteitsvermindering die reeds tijdens de verpakking ervan hadden kunnen worden vastgesteld, meldt dit onmiddellijk aan de Commissie en aan de lidstaten die hiermee te maken kunnen krijgen.
2.  
Een lidstaat op het grondgebied waarvan een partij producten uit een derde land is afgewezen voor het in het vrije verkeer brengen vanwege niet-naleving van de handelsnormen, meldt dit onmiddellijk aan de Commissie, aan de lidstaten die hiermee te maken kunnen krijgen, en aan het betrokken in bijlage IV opgenomen derde land.
3.  
De lidstaten delen de bepalingen van hun controle- en risicoanalysesystemen mee aan de Commissie. Alle latere wijzigingen aan deze systemen worden eveneens door de lidstaten aan de Commissie gemeld.
4.  
De beknopte resultaten van de controles die in een bepaald jaar in alle afzetstadia zijn verricht, worden door de lidstaten uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar aan de Commissie en de andere lidstaten gemeld.
5.  
De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde meldingen worden verricht op de door de Commissie bepaalde wijze.



TITEL III

PRODUCENTENORGANISATIES



HOOFDSTUK I

Eisen en erkenning

▼M29 —————

▼B



Sectie 4

Producentengroeperingen

Artikel 36

Indiening van het erkenningsprogramma

1.  
Een rechtspersoon of een duidelijk omschreven onderdeel van een rechtspersoon dient het in artikel 125 sexies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde erkenningsprogramma in bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de hoofdzetel van de rechtspersoon is gevestigd.
2.  

De lidstaten stellen het volgende vast:

a) 

de minimumcriteria waaraan de rechtspersoon of het duidelijk omschreven onderdeel van een rechtspersoon moet voldoen om een erkenningsprogramma te kunnen indienen;

b) 

de regels voor de opstelling, de inhoud en de uitvoering van de erkenningsprogramma's;

c) 

de periode die moet verstrijken voordat een voormalig lid van een producentenorganisatie zich mag aansluiten bij een producentengroepering voor de producten waarvoor de betrokken producentenorganisatie was erkend;

d) 

de administratieve procedures voor de goedkeuring, de controle en de afronding van de erkenningsprogramma's, en

▼M8

e) 

de regels om te voorkomen dat een producent meer dan 5 jaar van de EU-steun voor producentengroeperingen profiteert.

▼B

Artikel 37

Inhoud van het erkenningsprogramma

Het ontwerp van erkenningsprogramma omvat ten minste:

a) 

een beschrijving van de uitgangssituatie, met name wat betreft het aantal aangesloten producenten, met volledige gegevens over leden, productie, inclusief de waarde van de afgezette productie, afzet en ter beschikking van de producentengroepering staande infrastructuur, inclusief infrastructuur in het bezit van individuele leden van de producentengroepering;

b) 

de voorgestelde datum waarop met de uitvoering van het programma wordt begonnen, en de looptijd van het programma, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen, en

c) 

de activiteiten die moeten worden uitgevoerd en de investeringen die moeten worden gedaan om de erkenning te kunnen verkrijgen.

▼M8

De in de eerste alinea, onder c), bedoelde investeringen omvatten niet de in bijlage V bis opgesomde investeringen.

▼B

Artikel 38

Goedkeuring van het erkenningsprogramma

▼M8

1.  
De bevoegde autoriteit van de lidstaat neemt binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerperkenningsprogramma en alle bijbehorende bewijsstukken één van de in lid 3 bedoelde besluiten over dit ontwerp. De lidstaten kunnen een kortere termijn vaststellen.

▼B

2.  
Met het oog op de naleving van de in artikel 125 ter, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde erkenningscriteria voor producentenorganisaties, mogen de lidstaten aanvullende voorschriften inzake de in het kader van het erkenningsprogramma in aanmerking komende acties en uitgaven, inclusief in aanmerking komende investeringen, vaststellen.

▼M8

3.  

Na de in artikel 111 bedoelde normcontroles kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat in voorkomend geval:

a) 

het programma voorlopig aanvaarden en een voorlopige erkenning verlenen;

b) 

verzoeken om het programma te wijzigen, onder meer met betrekking tot de looptijd ervan. Met name beoordeelt de lidstaat of de voorgestelde fasen niet abnormaal lang zijn en verzoekt hij om wijzigingen als een producentengroepering aan de criteria voor erkenning als producentenorganisatie kan voldoen vóór het einde van de periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 125 sexies, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1234/2007;

c) 

het programma afwijzen, vooral wanneer de rechtspersonen of duidelijk omschreven delen daarvan die om een voorlopige erkenning als producentengroepering verzoeken, reeds aan de criteria voor erkenning als producentenorganisatie voldoen.;

De voorlopige aanvaarding, voor zover nodig, is slechts mogelijk als de overeenkomstig punt b) gevraagde wijzigingen in het programma zijn opgenomen.

▼M8

4.  
De bevoegde autoriteit van de lidstaat meldt de Commissie elk jaar vóór 1 juli de besluiten waarbij erkenningsprogramma’s voorlopig worden aanvaard en de financiële implicaties van die programma’s, met gebruikmaking van de modelformulieren van bijlage V ter.
5.  
Wanneer de in artikel 47, lid 4, tweede alinea, bedoelde toewijzingscoëfficiënten zijn vastgesteld, geeft de bevoegde autoriteit van de lidstaat de betrokken producentengroeperingen de mogelijkheid hun erkenningsprogramma te wijzigen of in te trekken. Wanneer een producentengroepering haar programma niet intrekt, aanvaardt de bevoegde autoriteit dat programma definitief, behoudens wijzigingen die de bevoegde autoriteiten nodig acht.
6.  
De bevoegde autoriteit van de lidstaat meldt de in de leden 3 en 5 bedoelde besluiten aan de rechtspersoon of het duidelijk omschreven onderdeel van de rechtspersoon.

▼B

Artikel 39

Uitvoering van het erkenningsprogramma

1.  
Het erkenningsprogramma wordt uitgevoerd in jaarperioden die ingaan op 1 januari. De lidstaten mogen de producentengroeperingen toestaan deze jaarperioden op te splitsen in halfjaarperioden.

Voor het eerste jaar van uitvoering overeenkomstig de in artikel 37, onder b), bedoelde voorgestelde datum, gaat het erkenningsprogramma van start:

a) 

op 1 januari na de datum van aanvaarding van het programma door de bevoegde autoriteit van de lidstaat, of

b) 

op de eerste kalenderdag na de datum van aanvaarding van het programma.

Het eerste jaar van uitvoering van het erkenningsprogramma loopt in elk geval af op 31 december van hetzelfde jaar.

▼M8

2.  
De lidstaten stellen vast onder welke voorwaarden de producentengroeperingen een verzoek kunnen indienen om hun programma tijdens de uitvoering ervan te wijzigen. Bij deze verzoeken moeten alle nodige bewijsstukken worden gevoegd.

De lidstaten stellen vast onder welke voorwaarden erkenningsprogramma’s tijdens een jaarlijkse of halfjaarlijkse periode mogen worden gewijzigd zonder voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat. De punten waarop de wijzigingen betrekking hebben, komen slechts in aanmerking voor steun indien zij onmiddellijk door de producentengroepering aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat worden meegedeeld.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat kan de producentengroeperingen machtigen om in een bepaald jaar en met betrekking tot dat jaar het totale in het erkenningsprogramma vastgestelde uitgavenbedrag hetzij met ten hoogste 5 % van het oorspronkelijk goedgekeurde bedrag te verhogen, hetzij met een door de lidstaten vast te stellen maximumpercentage te verlagen, in beide gevallen voor zover de algemene doelstellingen van het erkenningsprogramma worden behouden en voor zover de totale uitgaven van de Unie op het niveau van de betrokken lidstaat niet meer bedragen dan de bijdrage die de Unie overeenkomstig artikel 47, lid 4, aan die lidstaat heeft toegewezen.

Bij fusies van producentengroeperingen als bedoeld in artikel 48 geldt het maximum van 5 % voor het volledige uitgavenbedrag dat is vastgesteld in de erkenningsprogramma’s van de gefuseerde producentengroeperingen.

▼B

3.  
De bevoegde autoriteit van de lidstaat neemt binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek tot wijziging en na de verstrekte bewijsstukken te hebben onderzocht, een besluit over de aangevraagde wijziging van het programma. Elk verzoek tot wijziging waarover binnen die termijn geen besluit is genomen, wordt als afgewezen beschouwd. De lidstaten kunnen een kortere termijn vaststellen.

Artikel 40

Aanvragen tot erkenning als producentenorganisatie

1.  
Producentengroeperingen die een erkenningsprogramma uitvoeren, kunnen te allen tijde een aanvraag tot erkenning op grond van artikel 125 ter van Verordening (EG) nr. 1234/2007 indienen. Dergelijke aanvragen moeten in elk geval vóór het einde van de in artikel 125 sexies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde overgangsperiode worden ingediend.
2.  
Vanaf de datum van indiening van de aanvraag kan de betrokken producentengroepering onder de in artikel 63 vastgestelde voorwaarden een ontwerp van operationeel programma indienen.

Artikel 41

Hoofdactiviteiten van de producentengroeperingen

1.  
De hoofdactiviteit van een producentengroepering betreft de concentratie van het aanbod en de afzet van de producten van haar leden waarvoor zij is erkend.
2.  
Een producentengroepering mag producten van niet bij een producentengroepering aangesloten producent verkopen, indien zij voor die producten is erkend en indien de economische waarde van die activiteit lager ligt dan de waarde van de afgezette productie van de leden van die producentengroepering en van leden van andere producentengroeperingen.

Artikel 42

Waarde van de afgezette productie

1.  
Artikel 50, leden 1 tot en met 4, lid 6, eerste zin, en lid 7, zijn van overeenkomstige toepassing op producentengroeperingen.
2.  
Indien de afgezette productie wegens ten genoegen van de lidstaat gemotiveerde redenen die buiten de verantwoordelijkheid en de controle van de producentengroepering vallen, met ten minste 35 % is gedaald, wordt ervan uitgegaan dat de totale waarde van de afgezette productie 65 % bedraagt van de totale waarde die is opgegeven in de vorige, door de lidstaat gecontroleerde steunaanvraag of steunaanvragen voor de recentste jaarperiode, en bij ontstentenis daarvan, van de oorspronkelijk in het goedgekeurde erkenningsprogramma opgegeven waarde.
3.  
De waarde van de afgezette productie wordt berekend conform de wetgeving die geldt tijdens de periode waarvoor de steun wordt aangevraagd.

Artikel 43

Financiering van het erkenningsprogramma

1.  
De in artikel 103 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde steunpercentages worden gehalveerd voor het gedeelte van de waarde van de afgezette productie boven 1 000 000 euro.
2.  
Voor de in artikel 103 bis, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun geldt een maximum van 100 000 euro per producentengroepering en per jaarperiode.
3.  

De in artikel 103 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun wordt uitbetaald:

a) 

in jaar- of halfjaartranches aan het eind van elke jaar- of halfjaarperiode voor de uitvoering van het erkenningsprogramma, of

b) 

in tranches die een deel van een jaarperiode bestrijken wanneer het programma in de loop van een jaarperiode van start gaat of wanneer de erkenning op grond van artikel 125 ter van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vóór het einde van een jaarperiode plaatsvindt. In dat geval wordt het in lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde maximum overeenkomstig verlaagd.

Voor de berekening van de tranches mogen de lidstaten, wanneer dit voor controledoeleinden noodzakelijk is, uitgaan van de afgezette productie in een andere periode dan die waarvoor de tranche wordt uitbetaald. Het verschil tussen de perioden moet kleiner zijn dan de duur van de betrokken periode.

4.  
De wisselkoers die geldt voor de in de leden 1 en 2 vermelde bedragen, is de meest recente wisselkoers die de Europese Centrale Bank heeft bekendgemaakt vóór de eerste dag van de periode waarvoor de betrokken steun wordt toegekend.

Artikel 44

Steun voor met het oog op erkenning vereiste investeringen

Indien de uitvoering van een erkenningsprogramma investeringen op grond van artikel 37, onder c), van de onderhavige verordening vergt waarvoor steun wordt verleend op grond van artikel 103 bis, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007, worden deze investeringen gefinancierd naar evenredigheid van de mate waarin zij worden gebruikt voor de producten van de leden van een producentengroepering waarvoor voorlopige erkenning is verleend.

Investeringen die op het gebied van de andere economische activiteiten van de producentengroepering tot verstoring van de mededinging kunnen leiden, zijn van de EU-steun uitgesloten.

▼M8

De investeringen kunnen worden uitgevoerd in individuele bedrijven en/of bedrijfsruimten van bij de producentengroepering aangesloten producenten, op voorwaarde dat die bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van het erkenningsprogramma. Als het lid de producentengroepering verlaat, ziet de lidstaat erop toe dat de investering of, als de afschrijvingsperiode nog niet is verstreken, de restwaarde daarvan wordt teruggevorderd.

▼B

Artikel 45

Steunaanvraag

1.  
Een producentengroepering dient voor de in artikel 103 bis, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun één enkele aanvraag in binnen drie maanden na afloop van elke in artikel 43, lid 3, van de onderhavige verordening bedoelde jaarperiode of halfjaarperiode. De aanvraag bevat een opgave van de waarde van de afgezette productie voor de periode waarvoor de steun wordt aangevraagd.
2.  

Steunaanvragen voor halfjaarperioden kunnen slechts worden ingediend wanneer het erkenningsprogramma is opgesplitst in halfjaarperioden als bedoeld in artikel 39, lid 1. Elke steunaanvraag gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring van de producentengroepering waarin staat dat zij:

a) 

Verordening (EG) nr. 1234/2007 en de onderhavige verordening naleeft en verder zal naleven, en

b) 

direct noch indirect overlappende financiering uit uniale dan wel nationale bron heeft ontvangen, ontvangt noch zal ontvangen voor in het kader van haar erkenningsprogramma uitgevoerde acties waarvoor op grond van de onderhavige verordening EU-steun wordt verleend.

3.  
De lidstaten stellen de termijn voor de betaling van de steun vast, die in geen geval langer mag zijn dan zes maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag.

Artikel 46

Subsidiabiliteit

De lidstaten beoordelen of de producentengroeperingen in aanmerking komen voor steun uit hoofde van de onderhavige verordening teneinde zich ervan te vergewissen dat de toekenning van steun gerechtvaardigd is, rekening houdend met de voorwaarden en de datum van eventuele vroegere overheidssteun aan de producentenorganisaties of producentengroeperingen waarvan de leden van de betrokken producentengroepering afkomstig zijn, alsmede met de eventuele overgang van leden tussen producentenorganisaties en producentengroeperingen.

▼M8

Artikel 47

EU-bijdrage

1.  

Met inachtneming van lid 4 van dit artikel bedraagt de EU-bijdrage in de financiering van de in artikel 103 bis, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun:

a) 

75 % in de regio’s die in aanmerking komen uit hoofde van de convergentiedoelstelling, en

b) 

50 % in andere regio’s.

De lidstaat kan zijn nationale steun als forfaitair bedrag betalen. In de steunaanvraag hoeft geen bewijsmateriaal inzake het gebruik van de steun te worden opgenomen.

2.  

De EU-bijdrage in de financiering van de in artikel 103 bis, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun, uitgedrukt in kapitaalsubsidie of kapitaalsubsidie-equivalent, mag in verhouding tot de subsidiabele investeringskosten niet meer bedragen dan:

a) 

50 % in de regio’s die in aanmerking komen uit hoofde van de convergentiedoelstelling, en

b) 

30 % in andere regio’s.

De betrokken lidstaten verbinden zich ertoe voor ten minste 5 % deel te nemen in de subsidiabele investeringskosten.

De bijdrage van de begunstigden in de subsidiabele investeringskosten bedraagt ten minste:

a) 

25 % in de regio’s die in aanmerking komen uit hoofde van de convergentiedoelstelling, en

b) 

45 % in andere regio’s.

3.  

Met inachtneming van lid 4 van dit artikel wordt de EU-bijdrage in de in artikel 103 bis, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun voor elke producentengroepering bepaald op basis van de waarde van de door haar afgezette productie en gelden daarvoor de volgende regels:

a) 

ten aanzien van producentengroeperingen in de lidstaten die op of na 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, geldt in de eerste twee jaar van de uitvoering van hun erkenningsprogramma geen maximum, en geldt in het derde, vierde en vijfde jaar van de uitvoering van hun erkenningsprogramma een maximum van respectievelijk 70 %, 50 % en 20 % van de waarde van de door hen afgezette productie;

b) 

ten aanzien van producentengroeperingen in de ultraperifere gebieden van de Unie als bedoeld in artikel 349 VWEU of op de kleinere Egeïsche Eilanden als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad ( 4 ) bedraagt de EU-bijdrage in het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde jaar van de uitvoering van hun erkenningsprogramma respectievelijk maximaal 25 %, 20 %, 15 %, 10 % en 5 % van de waarde van de door hen afgezette productie.

4.  
De totale uitgaven voor de EU-bijdrage aan de in artikel 103 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun bedragen niet meer dan 10 000 000 EUR per kalenderjaar.

Op basis van de in artikel 38, lid 4, bedoelde meldingen stelt de Commissie de toewijzingscoëfficiënten vast, alsmede, op basis van die coëfficiënten, de totale beschikbare EU-bijdrage per lidstaat per jaar. Indien het totale bedrag dat uit de in artikel 38, lid 4, bedoelde meldingen voortvloeit, voor elk jaar niet mee bedraagt dan het maximale bedrag voor de EU-bijdrage, wordt de toewijzingscoëfficiënt op 100 % vastgesteld.

De EU-bijdrage wordt overeenkomstig de in de tweede alinea bedoelde toewijzingscoëfficiënt verstrekt. Er wordt geen EU-bijdrage verstrekt voor de erkenningsprogramma’s die niet overeenkomstig artikel 38, lid 4, zijn gemeld.

Voor de EU-bijdrage per lidstaat geldt de wisselkoers die het kortst vóór de in artikel 38, lid 4, genoemde datum door de Europese Centrale Bank is gepubliceerd.

▼B

Artikel 48

Fusies

1.  
De in artikel 103 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun kan worden toegekend of verder worden toegekend aan voorlopig erkende producentengroeperingen die zijn ontstaan door de fusie van twee of meer voorlopig erkende producentengroeperingen.
2.  
Voor de berekening van het bedrag van de in lid 1 bedoelde steun treedt de door de fusie ontstane producentengroepering in de plaats van de fuserende groeperingen.
3.  
Wanneer twee of meer producentengroeperingen fuseren, neemt de nieuwe entiteit de rechten en plichten van de producentengroepering die het eerst een voorlopige erkenning heeft gekregen, over.
4.  
Wanneer een voorlopig erkende producentengroepering fuseert met een erkende producentenorganisatie, komt de uit deze fusie ontstane entiteit niet langer in aanmerking voor een voorlopige erkenning als producentengroepering, noch voor de in artikel 103 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun. De uit de fusie ontstane entiteit wordt verder als erkende producentenorganisatie behandeld, mits zij aan de geldende voorschriften voldoet. Zo nodig verzoekt de producentenorganisatie om wijziging van het operationele programma van de nieuwe entiteit en hiertoe is artikel 29 van overeenkomstige toepassing.

Door producentengroeperingen vóór een dergelijke fusie uitgevoerde acties komen evenwel verder in aanmerking voor steun onder de in het erkenningsprogramma vastgestelde voorwaarden.

Artikel 49

Gevolgen van de erkenning

1.  
Na verlening van de erkenning wordt de in artikel 103 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun niet langer toegekend.
2.  
Bij de indiening van een operationeel programma overeenkomstig de onderhavige verordening ziet de betrokken lidstaat erop toe dat voor de in het kader van het erkenningsprogramma gefinancierde maatregelen geen overlappende steun wordt toegekend.
3.  
Investeringen die in aanmerking komen voor steun voor de in artikel 103 bis, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde kosten, kunnen worden overgedragen naar de operationele programma's op voorwaarde dat de aard ervan strookt met de voorschriften van de onderhavige verordening.
4.  
De lidstaten stellen de na de uitvoering van het erkenningsprogramma ingaande termijn vast waarbinnen de producentengroepering moet worden erkend als producentenorganisatie. Deze termijn mag niet meer dan vier maanden bedragen.

▼M29 —————

▼B



TITEL V

ALGEMENE BEPALINGEN, OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

▼M29 —————

▼B

Artikel 149

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1580/2007 wordt ingetrokken.

Artikel 134 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 blijft evenwel van toepassing tot en met 31 augustus 2011.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage XIX.

Artikel 150

Overgangsbepalingen

1.  
Operationele programma’s waarop artikel 203 bis, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van toepassing is, kunnen doorlopen tot het einde van hun looptijd op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorschriften die vóór 1 januari 2008 van kracht waren.
2.  
Met het oog op de toepassing van artikel 203 bis, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 worden met de regels inzake de minimumkenmerken van het voor verwerking geleverde basisproduct en de minimumkwaliteitseisen voor de eindproducten die van toepassing blijven op basisproducten die zijn geoogst op het grondgebied van lidstaten die gebruik maken van de in dat lid bedoelde overgangsregeling, de regels bedoeld die vervat zijn in de in bijlage XX van de onderhavige verordening bedoelde verordeningen van de Commissie en de in titel II van de onderhavige verordening bedoelde relevante handelsnormen.
3.  
Erkenningsprogramma's die op grond van Verordening (EG) nr. 2200/96 zijn aanvaard en die op grond van artikel 203 bis, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 aanvaard blijven voor producentengroeperingen in andere lidstaten dan die welke op of na 1 mei 2004 tot de EU zijn toegetreden, en die zich niet bevinden in de ultraperifere regio's van de Unie als bedoeld in artikel 349 van het Verdrag of op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad ( 5 ), worden gefinancierd aan de hand van de in artikel 103 bis, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde percentages.

Erkenningsprogramma's die in het kader van de Verordening (EG) nr. 2200/96 zijn aanvaard en waarop artikel 14, lid 7, van die verordening van toepassing was en die aanvaard blijven op grond van artikel 203 bis, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1234/2007, worden gefinancierd aan de hand van de in artikel 103 bis, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde percentages.

4.  

De lidstaten wijzigen hun nationale strategie tegen 15 september 2011 indien dat nodig is om:

a) 

naar behoren te motiveren welke afstand als aanzienlijk wordt beschouwd voor de toepassing van artikel 50, lid 7, onder b);

b) 

vast te stellen hoeveel procent van de jaarlijkse uitgaven in het kader van een operationeel programma maximaal mag worden gespendeerd aan acties op het gebied van het milieubeheer van verpakkingen als bedoeld in artikel 60, lid 4, tweede alinea.

5.  
Operationele programma's die zijn goedgekeurd vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening, mogen doorlopen tot het einde van de looptijd van deze programma's zonder dat aan het in artikel 60, lid 4, tweede alinea, vermelde percentage wordt voldaan.

Artikel 151

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M33




BIJLAGE I

HANDELSNORMEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3

DEEL A

Algemene handelsnorm

In deze algemene handelsnorm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen groenten en fruit na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
een gering kwaliteitsverlies als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

1.    Minimumvereisten

Onverminderd de toegestane toleranties moeten de producten als volgt zijn:

— 
intact,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De producten moeten in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling,
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

2.    Minimumeisen inzake rijpheid

De producten moeten voldoende ontwikkeld zijn, maar mogen niet te ontwikkeld zijn, en het fruit moet voldoende rijp zijn, maar mag niet overrijp zijn.

De producten moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en zo een toereikende rijpheidsgraad te bereiken.

3.    Tolerantie

10 % van het aantal stuks of van het gewicht van de partij mag bestaan uit producten die niet aan de minimumeisen inzake kwaliteit voldoen. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

4.    Aanduidingen

Op iedere verpakking ( 6 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv.: straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Oorsprong

Volledige naam van het land van oorsprong ( 7 ). Met betrekking tot producten van oorsprong uit een lidstaat dient het land van oorsprong te worden vermeld in de taal van het land van oorsprong of in een andere taal die begrijpelijk is voor de consumenten in het land van bestemming. Met betrekking tot andere producten dient het land van oorsprong te worden vermeld in een taal die begrijpelijk is voor de consumenten in het land van bestemming.

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL B

Specifieke handelsnormen

DEEL 1: HANDELSNORM VOOR APPELEN

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op appelvariëteiten (cultivars) van Malus domestica Borkh. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen appelen na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten appelen in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vrij van ernstige glazigheid, behalve bij appelen van de variëteiten die in het aanhangsel bij deze norm met een „V” zijn aangemerkt,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De appelen moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Rijpheidseisen

De appelen moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn.

De appelen moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en de juiste, bij de kenmerken van de betrokken variëteit behorende rijpheidsgraad te bereiken.

De naleving van de minimumeisen inzake rijpheid kan aan verschillende parameters worden getoetst (bijv. morfologie, smaak, vastheid en brekingsindex).

C.    Indeling

Appelen worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen.

i)    Klasse Extra

In deze klasse ingedeelde appelen moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de specifieke kenmerken van de variëteit ( 8 ) hebben en het steeltje moet intact zijn.

Wat de voor de variëteit kenmerkende oppervlaktekleur betreft, moeten de appelen aan de volgende minimumeisen voldoen:

— 
appelen van kleurgroep A moeten op 3/4 van de totale oppervlakte rood zijn,
— 
appelen van kleurgroep B moeten op 1/2 van de totale oppervlakte gemengd rood zijn,
— 
appelen van kleurgroep C moeten op 1/3 van de totale oppervlakte rood, licht rood of rood gestreept zijn,
— 
voor appelen van kleurgroep D is er geen minimale kleurvereiste.

Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.

De appelen mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van de volgende zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
zeer kleine afwijkingen aan de schil,
— 
zeer geringe ruwschilligheid ( 9 ), zoals:
— 
bruine vlekken, op voorwaarde dat deze niet buiten de steelholte voorkomen en niet ruw zijn, en/of
— 
lichte verspreide sporen van ruwschilligheid.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde appelen moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit ( 10 ) bezitten.

Wat de voor de variëteit kenmerkende oppervlaktekleur betreft, moeten de appelen aan de volgende minimumeisen voldoen:

— 
appelen van kleurgroep A moeten op 1/2 van de totale oppervlakte rood zijn,
— 
appelen van kleurgroep B moeten op 1/3 van de totale oppervlakte gemengd rood zijn,
— 
appelen van kleurgroep C moeten op 1/10 van de totale oppervlakte rood, licht rood of rood gestreept zijn,
— 
voor appelen van kleurgroep D is er geen minimale kleurvereiste.

Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking,
— 
een geringe afwijking in ontwikkeling,
— 
een geringe kleurafwijking,
— 
geringe niet-verkleurde kneuzingen op niet meer dan 1 cm2 van de totale oppervlakte,
— 
geringe afwijkingen aan de schil, mits deze niet groter zijn dan:
— 
2 cm in lengte voor langwerpige afwijkingen,
— 
1 cm2 in totale oppervlakte voor andere afwijkingen, met uitzondering van schurftvlekken (Venturia inaequalis), die samen ten hoogste 0,25 cm2 groot mogen zijn,
— 
geringe ruwschilligheid ( 11 ), zoals:
— 
bruine vlekken die enigszins buiten de steel- of stamperholte mogen komen, maar niet ruw mogen zijn, en/of
— 
netvormig fijne ruwschilligheid op maximaal 1/5 van de totale oppervlakte van de vrucht, op voorwaarde dat deze niet sterk afsteekt tegen de algemene kleur van de vrucht, en/of
— 
dichte ruwschilligheid op maximaal 1/20 van de totale oppervlakte van de vrucht,
— 
de netvormig fijne ruwschilligheid en de dichte ruwschilligheid mogen samen op niet meer dan 1/5 van de totale oppervlakte van de vrucht voorkomen.

Het steeltje mag ontbreken op voorwaarde dat het breukvlak netjes is en de schil eromheen onbeschadigd is.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren appelen die niet in de hogere klassen kunnen worden ingedeeld, maar die aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

Het vruchtvlees moet vrij zijn van ernstige afwijkingen.

Op voorwaarde dat de appelen nog hun kenmerkende eigenschappen inzake kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
afwijkingen in ontwikkeling,
— 
kleurafwijkingen,
— 
licht verkleurde kneuzingen met een totale oppervlakte van niet meer dan 1,5 cm2,
— 
afwijkingen aan de schil, op voorwaarde dat deze niet groter zijn dan:
— 
4 cm in lengte voor langwerpige afwijkingen,
— 
2,5 cm2 in totale oppervlakte voor andere afwijkingen, met uitzondering van schurftvlekken (Venturia inaequalis), die samen ten hoogste 1 cm2 groot mogen zijn;
— 
geringe ruwschilligheid ( 12 ), zoals:
— 
bruine vlekken die buiten de steel- of stamperholte mogen komen en lichtjes ruw mogen zijn, en/of
— 
netvormig fijne ruwschilligheid op maximaal 1/2 van de totale oppervlakte van de vrucht, op voorwaarde dat deze niet sterk afsteekt tegen de algemene kleur van de vrucht, en/of
— 
dichte ruwschilligheid op maximaal 1/3 van de totale oppervlakte van de vrucht,
— 
de netvormig fijne ruwschilligheid en de dichte ruwschilligheid mogen samen op niet meer dan 1/2 van de totale oppervlakte van de vrucht voorkomen.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

De appelen worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede of op basis van het gewicht.

De appelen moeten bij sortering op basis van de diameter ten minste 60 mm groot zijn, of bij sortering op basis van het gewicht ten minste 90 g wegen. Kleinere of lichtere vruchten zijn aanvaardbaar indien de Brix-waarde ( 13 ) ervan ten minste 10,5° bedraagt en de vruchten niet kleiner zijn dan 50 mm of niet minder wegen dan 70 g.

Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen vruchten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

a) 

voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:

— 
5 mm voor vruchten van de klasse Extra en voor op rijen en in lagen gerangschikte vruchten van de klassen I en II. Voor appelen van de variëteiten Bramley’s Seedling (Bramley, Triomphe de Kiel) en Horneburger mag het verschil in diameter evenwel 10 mm bedragen, en
— 
10 mm voor in de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse I. Voor appelen van de variëteiten Bramley’s Seedling (Bramley, Triomphe de Kiel) en Horneburger mag het verschil in diameter evenwel 20 mm bedragen.
b) 

voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:

— 
voor appelen van de klasse Extra en voor op rijen en in lagen gerangschikte appelen van de klassen I en II:



Gewichtsschaal (g)

Gewichtsverschil (g)

70-90

15 g

91-135

20 g

136-200

30 g

201-300

40 g

> 300

50 g

— 
voor in de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse I:



Gewichtsschaal (g)

Uniformiteit (g)

70-135

35

136-300

70

> 300

100

In de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse II hoeven qua grootte niet homogeen te zijn.

Variëteiten van miniatuurappelen die in het aanhangsel bij deze norm met een „M” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de sorteringsvoorschriften. Deze miniatuurvariëteiten moeten een Brix-waarde ( 14 ) van minstens 12° hebben.

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse Extra

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de appelen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende appelen mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de appelen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende appelen mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit appelen die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit appelen die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering. Deze tolerantie geldt niet voor vruchten die ten minste:

— 
5 mm kleiner zijn dan de minimumdiameter,
— 
10 g lichter zijn dan het minimumgewicht.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit appelen van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit, grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en rijpheidsgraad.

Bovendien moeten de vruchten in de klasse Extra uniform van kleur zijn.

Appelen van duidelijk verschillende variëteiten mogen echter samen in een verkoopverpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken variëteit homogeen zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de appelen goed beschermen. Met name verkoopverpakkingen met een nettogewicht van meer dan 3 kg moeten stevig genoeg zijn om het product degelijk te beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels met handelsaanduidingen, worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 15 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Appelen” indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
Naam van de variëteit. In het geval van mengsels van appelen van duidelijk verschillende variëteiten, de naam van de verschillende variëteiten.
— 
De naam van de variëteit mag worden vervangen door een synoniem. Handelsbenamingen ( 16 ) mogen slechts in aanvulling op de vermelding van de variëteit of het synoniem worden opgegeven.
— 
Bij mutanten met variëteitbescherming mag de naam van de betrokken variëteit de naam van de basisvariëteit vervangen. Bij mutanten zonder variëteitbescherming mag de naam van de mutant slechts worden vermeld ter aanvulling van de naam van de basisvariëteit.
— 
Indien van toepassing „miniatuurvariëteit”.

C.    Oorsprong van het product

Land van oorsprong ( 17 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.

In het geval van mengsels van duidelijk verschillende appelvariëteiten van verschillende oorsprong moet bij de naam van elke betrokken variëteit het land van oorsprong worden vermeld.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootteklasse of, voor op rijen en in lagen gerangschikte vruchten, aantal stuks.

Als de grootteklasse wordt vermeld, wordt deze als volgt aangegeven:

a) 

voor producten waarvoor de uniformiteitsregels gelden: door vermelding van de minimum- en de maximumdiameter of het minimum- en het maximumgewicht;

b) 

facultatief, voor vruchten waarvoor de uniformiteitsregels niet gelden: door vermelding van de diameter of het gewicht van de kleinste vrucht in de verpakking, gevolgd door „en meer” of een gelijkwaardige uitdrukking of, eventueel, door de diameter of het gewicht van de grootste vrucht in de verpakking.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.




Aanhangsel

Niet-limitatieve lijst van appelvariëteiten

Vruchten van variëteiten die niet in de lijst zijn vermeld, moeten op basis van de kenmerken van de variëteit worden ingedeeld.

Bepaalde in de onderstaande tabel vermelde variëteiten mogen worden afgezet onder benamingen waarvoor in één of meerdere landen bescherming als handelsmerk is aangevraagd of verkregen. De eerste drie kolommen van de onderstaande tabel bevatten geen dergelijke handelsmerken. In de vierde kolom is, uitsluitend ter informatie, een aantal bekende merken vermeld.

Legende:

M

=

miniatuurvariëteit

R

=

variëteit met ruwschilligheid

V

=

glazigheid

*

=

mutant zonder variëteitbescherming, maar gekoppeld aan een geregistreerd/beschermd handelsmerk; mutanten waar geen asterisk bij staat, zijn beschermde variëteiten.



Variëteit

Mutant

Synoniem

Handelsmerk

Kleurgroep

Aanvullende specificaties

African Red

 

 

African Carmine ™

B

 

Akane

 

Tohoku 3, Primerouge

 

B

 

Alkmene

 

Early Windsor

 

C

 

Alwa

 

 

 

B

 

Amasya

 

 

 

B

 

Ambrosia

 

 

Ambrosia ®

B

 

Annurca

 

 

 

B

 

Ariane

 

 

Les Naturianes ®

B

 

Arlet

 

Swiss Gourmet

 

B

R

AW 106

 

 

Sapora ®

C

 

Belgica

 

 

 

B

 

Belle de Boskoop

 

Schone van Boskoop, Goudreinette

 

D

R

 

Boskoop rouge

Red Boskoop, Roter Boskoop, Rode Boskoop

 

B

R

 

Boskoop Valastrid

 

 

B

R

Berlepsch

 

Freiherr von Berlepsch

 

C

 

 

Berlepsch rouge

Red Berlepsch, Roter Berlepsch

 

B

 

Bonita

 

 

 

A

 

Braeburn

 

 

 

B

 

 

Hidala

 

Hillwell ®

A

 

 

Joburn

 

Aurora ™,

Red Braeburn ™,

Southern Rose ™

A

 

 

Lochbuie Red Braeburn

 

 

A

 

 

Mahana Red Braeburn

 

Redfield ®

A

 

 

Mariri Red

 

Eve ™, Aporo ®

A

 

 

Royal Braeburn

 

 

A

 

Bramley’s Seedling

 

Bramley, Triomphe de Kiel

 

D

 

Cardinal

 

 

 

B

 

Caudle

 

 

Cameo ®, Camela®

B

 

 

Cauflight

 

Cameo ®, Camela®

A

 

CIV323

 

 

Isaaq ®

B

 

CIVG198

 

 

Modi ®

A

 

Civni

 

 

Rubens ®

B

 

Collina

 

 

 

C

 

Coop 38

 

 

Goldrush ®, Delisdor ®

D

R

Coop 39

 

 

Crimson Crisp ®

A

 

Coop 43

 

 

Juliet ®

B

 

Coromandel Red

 

Corodel

 

A

 

Cortland

 

 

 

B

 

Cox’s Orange Pippin

 

Cox orange, Cox’s O.P.

 

C

R

Cripps Pink

 

 

Pink Lady ®, Flavor Rose ®

C

 

 

Lady in Red

 

Pink Lady ®

B

 

 

Rosy Glow

 

Pink Lady ®

B

 

 

Ruby Pink

 

 

B

 

Cripps Red

 

 

Sundowner ™, Joya ®

B

 

Dalinbel

 

 

Antares ®

B

R

Dalitron

 

 

Altess ®

D

 

Delblush

 

 

Tentation ®

D

 

Delcorf

 

 

Delbarestivale ®

C

 

 

Celeste

 

 

B

 

 

Bruggers Festivale

 

Sissired ®

A

 

 

Dalili

 

Ambassy ®

A

 

 

Wonik*

 

Appache ®

A

 

Delcoros

 

 

Autento ®

A

 

Delgollune

 

 

Delbard Jubilé ®

B

 

Delicious ordinaire

 

Ordinary Delicious

 

B

 

Discovery

 

 

 

C

 

Dykmanns Zoet

 

 

 

C

 

Egremont Russet

 

 

 

D

R

Elise

 

De Roblos, Red Delight

 

A

 

Elstar

 

 

 

C

 

 

Bel-El

 

Red Elswout ®

C

 

 

Daliest

 

Elista ®

C

 

 

Daliter

 

Elton ™

C

 

 

Elshof

 

 

C

 

 

Elstar Boerekamp

 

Excellent Star ®

C

 

 

Elstar Palm

 

Elstar PCP ®

C

 

 

Goedhof

 

Elnica ®

C

 

 

Red Elstar

 

 

C

 

 

RNA9842

 

Red Flame ®

C

 

 

Valstar

 

 

C

 

 

Vermuel

 

Elrosa ®

C

 

Empire

 

 

 

A

 

Fengapi

 

 

Tessa ®

B

 

Fiesta

 

Red Pippin

 

C

 

Fresco

 

 

Wellant ®

B

R

Fuji

 

 

 

B

V

 

Aztec

 

Fuji Zhen ®

A

V

 

Brak

 

Fuji Kiku ® 8

B

V

 

FUCIV51

 

SAN-CIV ®

A

V

 

Fuji Fubrax

 

Fuji Kiku ® Fubrax

B

V

 

Fuji Supreme

 

 

A

V

 

Fuji VW

 

King Fuji ®

A

V

 

Heisei Fuji

 

Beni Shogun ®

A

V

 

Raku-Raku

 

 

B

V

Gala

 

 

 

C

 

 

Alvina

 

 

A

 

 

ANABP 01

 

Bravo ™

A

 

 

Baigent

 

Brookfield ®

A

 

 

Bigigalaprim

 

Early Red Gala ®

A

 

 

Devil Gala

 

 

A

 

 

Fengal

 

Gala Venus

A

 

 

Gala Schnico

 

Schniga ®

A

 

 

Gala Schnico Red

 

Schniga ®

A

 

 

Galafresh

 

Breeze ®

A

 

 

Galaval

 

 

A

 

 

Galaxy

 

Selekta ®

B

 

 

Gilmac

 

Neon ®

A

 

 

Imperial Gala

 

 

B

 

 

Jugala

 

 

B

 

 

Mitchgla

 

Mondial Gala ®

B

 

 

Natali Gala

 

 

B

 

 

Regal Prince

 

Gala Must ®

B

 

 

Royal Beaut

 

 

A

 

 

Simmons

 

Buckeye ® Gala

A

 

 

Tenroy

 

Royal Gala ®

B

 

 

ZoukG1

 

Gala One®

A

 

Galmac

 

 

Camelot ®

B

 

Gloster

 

 

 

B

 

Golden 972

 

 

 

D

 

Golden Delicious

 

Golden

 

D

 

 

CG10 Yellow Delicious

 

Smothee ®

D

 

 

Golden Delicious Reinders

 

Reinders ®

D

 

 

Golden Parsi

 

Da Rosa ®

D

 

 

Leratess

 

Pink Gold ®

D

 

 

Quemoni

 

Rosagold ®

D

 

Goldstar

 

 

Rezista Gold Granny ®

D

 

Gradigold

 

 

Golden Supreme ™, Golden Extreme ™

D

 

Gradiyel

 

 

Goldkiss ®

D

 

Granny Smith

 

 

 

D

 

 

Dalivair

 

Challenger ®

D

 

Gravensteiner

 

Gravenstein

 

D

 

GS 66

 

 

Fräulein ®

B

 

HC2-1

 

 

Easy pep’s! Zingy ®

A

 

Hokuto

 

 

 

C

 

Holsteiner Cox

 

Holstein

 

C

R

Honeycrisp

 

 

Honeycrunch ®

C

 

Horneburger

 

 

 

D

 

Idared

 

 

 

B

 

 

Idaredest

 

 

B

 

 

Najdared

 

 

B

 

Ingrid Marie

 

 

 

B

R

Inored

 

 

Story ®, LoliPop ®

A

 

James Grieve

 

 

 

D

 

Jonagold

 

 

 

C

 

 

Early Jonagold

 

Milenga ®

C

 

 

Dalyrian

 

 

C

 

 

Decosta

 

 

C

 

 

Jonagold Boerekamp

 

Early Queen ®

C

 

 

Jonagold Novajo

Veulemanns

 

C

 

 

Jonagored

 

Morren’s Jonagored ®

C

 

 

Jonagored Supra

 

Morren’s Jonagored ® Supra ®

C

 

 

Red Jonaprince

 

Wilton’s ®, Red Prince ®

C

 

 

Rubinstar

 

 

C

 

 

Schneica

Jonica

 

C

 

 

Vivista

 

 

C

 

Jonathan

 

 

 

B

 

Karmijn de Sonnaville

 

 

 

C

R

Kizuri

 

 

Morgana ®

B

 

Ladina

 

 

 

B

 

La Flamboyante

 

 

Mairac ®

B

 

Laxton’s Superb

 

 

 

C

R

Ligol

 

 

 

B

 

Lobo

 

 

 

B

 

Lurefresh

 

 

Redlove ® Era ®

A

 

Lureprec

 

 

Redlove ® Circe ®

A

 

Luregust

 

 

Redlove ® Calypso ®

A

 

Luresweet

 

 

Redlove ® Odysso ®

A

 

Maigold

 

 

 

B

 

Maribelle

 

 

Lola ®

B

 

MC38

 

 

Crimson Snow ®

A

 

McIntosh

 

 

 

B

 

Melrose

 

 

 

C

 

Milwa

 

 

Diwa ®, Junami ®

B

 

Minneiska

 

 

SweeTango ®

B

 

Moonglo

 

 

 

C

 

Morgenduft

 

Imperatore

 

B

 

Mountain Cove

 

 

Ginger Gold ™

D

 

Mored

 

 

Joly Red ®

A

 

Mutsu

 

Crispin

 

D

 

Newton

 

 

 

C

 

Nicogreen

 

 

Greenstar ®

D

 

Nicoter

 

 

Kanzi ®

B

 

Northern Spy

 

 

 

C

 

Ohrin

 

Orin

 

D

 

Paula Red

 

 

 

B

 

Pinova

 

 

Corail ®

C

 

 

RoHo 3615

 

Evelina ®

B

 

Piros

 

 

 

C

 

Plumac

 

 

Koru ®

B

 

Prem A153

 

 

Lemonade ®, Honeymoon ®

C

 

Prem A17

 

 

Smitten ®

C

 

Prem A280

 

 

Sweetie™

B

 

Prem A96

 

 

Rockit ™

B

M

R201

 

 

Kissabel ® Rouge

A

 

Rafzubin

 

 

Rubinette ®

C

 

 

Frubaur

 

Rubinette ® Rossina

A

 

 

Rafzubex

 

Rubinette ® Rosso

A

 

Rajka

 

 

Rezista Romelike ®

B

 

Regalyou

 

 

Candine ®

A

 

Red Delicious

 

Rouge américaine

 

A

 

 

Campsur

 

Red Chief ®

A

 

 

Erovan

 

Early Red One ®

A

 

 

Evasni

 

Scarlet Spur ®

A

 

 

Stark Delicious

 

 

A

 

 

Starking

 

 

C

 

 

Starkrimson

 

 

A

 

 

Starkspur

 

 

A

 

 

Topred

 

 

A

 

 

Trumdor

 

Oregon Spur Delicious ®

A

 

Reine des Reinettes

 

Gold Parmoné, Goldparmäne

 

C

V

Reinette grise du Canada

 

Graue Kanadarenette, Renetta Canada

 

D

R

RM1

 

 

Red Moon ®

A

 

Rome Beauty

 

Belle de Rome, Rome, Rome Sport

 

B

 

RS1

 

 

Red Moon ®

A

 

Rubelit

 

 

 

A

 

Rubin

 

 

 

C

 

Rubinola

 

 

 

B

 

Šampion

 

Shampion, Champion, Szampion

 

B

 

 

Reno 2

 

 

A

 

 

Šampion Arno

Szampion Arno

 

A

 

Santana

 

 

 

B

 

Sciearly

 

 

Pacific Beauty ™, NZ Beauty

A

 

Scifresh

 

 

Jazz ™

B

 

Sciglo

 

 

Southern Snap ™

A

 

Scilate

 

 

Envy ®

B

 

Sciray

 

GS48

 

A

 

Scired

 

 

NZ Queen

A

R

Sciros

 

 

Pacific Rose ™, NZ Rose

A

 

Senshu

 

 

 

C

 

Shinano Gold

 

 

Yello ®

D

 

Spartan

 

 

 

A

 

SQ 159

 

 

Natyra ®, Magic Star ®

A

 

Stayman

 

 

 

B

 

Summerred

 

 

 

B

 

Sunrise

 

 

 

A

 

Sunset

 

 

 

D

R

Suntan

 

 

 

D

R

Sweet Caroline

 

 

 

C

 

TCL3

 

 

Posy ®

A

 

Topaz

 

 

 

B

 

Tydeman’s Early Worcester

 

Tydeman’s Early

 

B

 

Tsugaru

 

 

 

C

 

UEB32642

 

 

Opal ®

D

 

WA 2

 

 

Sunrise Magic ™

A

 

WA 38

 

 

Cosmic Crisp ™

A

 

Worcester Pearmain

 

 

 

B

 

Xeleven

 

 

Swing ® natural more

A

 

York

 

 

 

B

 

Zari

 

 

 

B

 

Zouk 16

 

 

Mariposa ® Flanders Pink ®,

B

 

Zouk 31

 

 

Rubisgold ®

D

 

Zouk 32

 

 

Coryphée ®

A

 

DEEL 2: HANDELSNORM VOOR CITRUSVRUCHTEN

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op citrusvruchten van variëteiten (cultivars) van de onderstaande soorten die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking:

— 
citroenen van de soort Citrus limon (L.) Burm. f. en van hybriden daarvan,
— 
mandarijnen van de soort Citrus reticulata Blanco, met inbegrip van satsuma’s (Citrus unshiu Marcow.), clementines (Citrus clementina hort. ex Tanaka.), mediterrane mandarijnen (Citrus deliciosa Ten.) en tangerines (Citrus tangerina Tanaka) van deze soorten en van hybriden daarvan,
— 
sinaasappelen van de soort Citrus sinensis (L.) Osbeck en van hybriden daarvan.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen de citrusvruchten na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten de citrusvruchten in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
vrij van kneuzingen en/of grote dichtgegroeide beschadigingen,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vrij van tekenen van verschrompeling en uitdroging,
— 
vrij van schade als gevolg van koude of vorst,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De citrusvruchten moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Rijpheidseisen

De citrusvruchten moeten volgens de voor de variëteit, de pluktijd en het productiegebied geldende criteria behoorlijk ontwikkeld en gerijpt zijn.

De rijpheid van citrusvruchten wordt vastgesteld aan de hand van de volgende voor iedere soort genoemde parameters:

— 
minimumsapgehalte,
— 
minimumverhouding suiker/zuren ( 18 ),
— 
kleur.

De kleur moet zo zijn dat de citrusvruchten door hun normale verdere ontwikkeling de voor de variëteit kenmerkende kleur bereiken op de plaats van bestemming.



 

Minimumsapgehalte (%)

Minimumverhouding suiker/zuren

Kleur

Citroenen

20

 

De kleur moet kenmerkend zijn voor de variëteit. Groene vruchten die wel het voorgeschreven minimumsapgehalte hebben, zijn toegestaan, tenzij zij donkergroen zijn.

Satsuma’s, clementines en andere mandarijnvariëteiten en de hybriden daarvan

Satsuma’s

33

6,5 :1

De vrucht moet over ten minste een derde van de oppervlakte zijn voor de variëteit kenmerkende kleur hebben.

Clementines

40

7,0 :1

Andere mandarijnvariëteiten en de hybriden daarvan

33

7,5 :1  (1)

Sinaasappelen

Bloedsinaasappelen

30

6,5 :1

De kleur moet kenmerkend zijn voor de variëteit. Vruchten die op maximaal een vijfde van de totale oppervlakte lichtgroen zijn, maar wel het voorgeschreven minimumsapgehalte hebben, zijn toegestaan.

Sinaasappelen die geteeld worden in gebieden waar tijdens de groeiperiode hoge temperaturen en een hoge relatieve vochtigheidsgraad heersen, mogen op meer dan een vijfde van de totale oppervlakte groen gekleurd zijn, op voorwaarde dat zij het voorgeschreven minimumsapgehalte hebben.

Navelsinaasappelen

33

6,5 :1

Overige variëteiten

35

6,5 :1

Mosambi, Sathgudi en Pacitan met een groene kleur op meer dan een vijfde van de oppervlakte

33

 

Andere variëteiten met een groene kleur op meer dan een vijfde van de oppervlakte

45

 

(1)   

Voor de variëteiten mandora en minneola bedraagt de minimumverhouding suiker/zuren 6.0:1 tot het einde van het verkoopseizoen dat op 1 januari 2023 van start gaat.

Citrusvruchten die aan deze rijpheidscriteria beantwoorden, mogen een behandeling ondergaan die hun groene kleur doet verdwijnen. Deze behandeling is slechts toegestaan indien de andere natuurlijke organoleptische kenmerken niet worden gewijzigd.

C.    Indeling

Citrusvruchten worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde citrusvruchten moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.

Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde citrusvruchten moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking,
— 
geringe kleurafwijkingen, inclusief lichte zonnebrandplekken,
— 
geringe, zich verder ontwikkelende afwijkingen aan de schil, op voorwaarde dat deze het vruchtvlees niet aantasten,
— 
geringe afwijkingen aan de schil die tijdens de vorming van de vrucht ontstaan, zoals zilverkleurige korsten, schroeiingen of schade door plagen,
— 
kleine dichtgegroeide beschadigingen als gevolg van mechanische oorzaken zoals hagel, wrijving en schokken bij de goederenbehandeling,
— 
in geringe mate en gedeeltelijk loszittende schil voor alle vruchten van de mandarijnengroep.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren citrusvruchten die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar wel voldoen aan de eerder genoemde minimumeisen.

Op voorwaarde dat de citrusvruchten nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
kleurafwijkingen, inclusief zonnebrandplekken,
— 
zich verder ontwikkelende afwijkingen aan de schil, op voorwaarde dat deze het vruchtvlees niet aantasten,
— 
afwijkingen aan de schil die tijdens de vorming van de vrucht ontstaan, zoals zilverkleurige korsten, schroeiingen of schade door plagen,
— 
dichtgegroeide beschadigingen als gevolg van mechanische oorzaken zoals hagel, wrijving of schokken bij de goederenbehandeling,
— 
oppervlakkige dichtgegroeide aantasting van de schil,
— 
ruwe schil,
— 
in geringe mate en gedeeltelijk loszittende schil voor sinaasappelen en gedeeltelijk loszittende schil voor alle vruchten van de mandarijnengroep.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

De citrusvruchten worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede of op basis van het aantal stuks.

A.    Minimumgrootte

De volgende minimumgrootten zijn van toepassing:



Vrucht

Diameter (mm)

Citroenen

45

Satsuma’s, andere mandarijnvariëteiten en hybriden daarvan

45

Clementines

35

Sinaasappelen

53

B.    Uniformiteit

De citrusvruchten worden aan de hand van één van de volgende opties gesorteerd:

a) 

Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

— 
10 mm, indien de diameter van de kleinste vrucht (zoals aangegeven op de verpakking) < 60 mm
— 
15 mm, indien de diameter van de kleinste vrucht (zoals aangegeven op de verpakking) ≥ 60 mm maar < 80 mm
— 
20 mm, indien de diameter van de kleinste vrucht (zoals aangegeven op de verpakking) ≥ 80 mm maar < 110 mm
— 
geen beperkingen op het gebied van verschil in diameter voor vruchten ≥ 110 mm.
b) 

Indien grootteklassencodes worden toegepast, moeten de in de volgende tabel aangegeven codes en schalen in acht worden genomen:



 

Grootteklassencode

Diameter (mm)

Citroenen

 

0

79 - 90

 

1

72 - 83

 

2

68 - 78

 

3

63 - 72

 

4

58 - 67

 

5

53 - 62

 

6

48 - 57

 

7

45 - 52

Satsuma’s, clementines en andere mandarijnvariëteiten en hybriden daarvan

 

1 - XXX

78 en meer

 

1 - XX

67 - 78

 

1 of 1 - X

63 - 74

 

2

58 - 69

 

3

54 - 64

 

4

50 - 60

 

5

46 - 56

 

(1)

43 - 52

 

7

41 - 48

 

8

39 - 46

 

9

37 - 44

 

10

35 - 42

Sinaasappelen

 

0

92 - 110

 

1

87 - 100

 

2

84 - 96

 

3

81 - 92

 

4

77 - 88

 

5

73 - 84

 

6

70 - 80

 

7

67 - 76

 

8

64 - 73

 

9

62 - 70

 

10

60 - 68

 

11

58 - 66

 

12

56 - 63

 

13

53 - 60

(1)   

De dwarsdoorsneden van minder dan 45 mm gelden alleen voor clementines.

Voor de uniformiteit inzake grootte gelden de hierboven vermelde sorteringsschalen, behalve in de volgende gevallen:

bij vruchten in palletdozen of in een verkoopverpakking met een maximaal nettogewicht van 5 kg mag het maximale verschil niet groter zijn dan het uit de samenvoeging van de drie opeenvolgende sorteringsschalen voorvloeiende verschil tussen de minimum- en de maximumdiameter.

c) 

Voor naar aantal stuks gesorteerde vruchten dient het verschil in grootte in overeenstemming te zijn met het bepaalde onder a).

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse „Extra”

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de citrusvruchten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende citrusvruchten mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de citrusvruchten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende citrusvruchten mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit citrusvruchten die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen: 10 % van het aantal stuks of van het gewicht mag behoren tot de sorteringsschaal onmiddellijk boven en/of beneden de op de verpakking vermelde sorteringsschaal (of drie opeenvolgende sorteringsschalen).

De tolerantie van 10 % geldt in ieder geval uitsluitend voor vruchten met een diameter die niet kleiner is dan de onderstaande waarden:



Vrucht

Diameter (mm)

Citroenen

43

Satsuma’s, andere mandarijnvariëteiten en hybriden daarvan

43

Clementines

34

Sinaasappelen

50

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit citrusvruchten van dezelfde oorsprong, kwaliteit en grootteklasse en van dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype, met vrijwel dezelfde mate van rijpheid en ontwikkeling.

Bovendien moeten de vruchten van de klasse Extra uniform van kleur zijn.

Citrusvruchten van duidelijk verschillende soorten mogen echter samen in een verkoopverpakking worden verpakt op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken soort homogeen zijn wat de variëteit of het handelstype en de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de citrusvruchten goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.

Wanneer iedere vrucht afzonderlijk wordt verpakt, moet hiervoor dun, droog, nieuw en reukloos ( 19 ) papier worden gebruikt.

Het is verboden stoffen of materiaal te gebruiken waardoor de natuurlijke kenmerken van de citrusvruchten, en met name de smaak of de geur ( 20 ), kunnen worden gewijzigd.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten. Er mag echter wel een kort (niet-houtachtig) takje met enkele groene bladeren aan de vruchten vastzitten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 21 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Citroenen”, „mandarijnen” of „sinaasappelen” indien de vruchten van buitenaf niet zichtbaar zijn.
— 
„Mengsel van citrusvruchten” of een gelijkwaardige vermelding, en de gangbare naam van de verschillende soorten, wanneer het een mengsel van citrusvruchten van duidelijk verschillende soorten betreft.
— 
Voor sinaasappelen, de naam van de variëteit, en/of de desbetreffende variëteitengroep in het geval van navelsinaasappelen en „Valencia”.
— 
Voor „satsuma’s” en „clementines” is de gangbare naam van de soort verplicht en is de naam van de variëteit facultatief.
— 
Voor andere mandarijnen en hybriden daarvan is de naam van de variëteit verplicht.
— 
Voor citroenen is naam van de variëteit facultatief.
— 
„Met pitten” voor clementines met meer dan tien pitten.
— 
„Zonder pitten” (facultatief, citrusvruchten zonder pitten kunnen af en toe pitten bevatten).

C.    Oorsprong van het product

— 
Land van oorsprong ( 22 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
— 
In het geval van mengsels van citrusvruchten van duidelijk verschillende soorten van verschillende oorsprong moet bij de naam van elke betrokken soort het land van oorsprong worden vermeld.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootteklasse, uitgedrukt als:
— 
minimum- en maximumgrootte (in mm), of
— 
grootteklassencode, eventueel gevolgd door een minimum- en maximumgrootte, of
— 
aantal stuks.
— 
In voorkomend geval, aanduiding van de conserveringsmiddelen of andere chemische substanties die na de oogst zijn gebruikt.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL 3: HANDELSNORM VOOR KIWI’S

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op kiwi’s van variëteiten (cultivars) van Actinidia chinensis (Planch.) en Actinidia deliciosa (A. Chev.), C. F. Liang en A. R. Ferguson die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen kiwi’s na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten kiwi’s in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact (maar zonder steel),
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vast genoeg; niet te zacht, verschrompeld of vol water,
— 
goed gevormd; geen aaneengegroeide vruchten,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De kiwi’s moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Minimumeisen inzake rijpheid

De kiwi’s moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn.

Om aan deze eis te voldoen, moeten de kiwi’s in het stadium van de verpakking een rijpheidsgraad van ten minste 6,2° Brix ( 23 ) of een gemiddeld drogestofgehalte van 15 % hebben bereikt, waardoor zij aan het begin van de afzetketen een Brix-waarde21 van 9,5° halen.

C.    Indeling

Kiwi’s worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde kiwi’s moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten.
De kiwi’s moeten vast zijn en het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
De verhouding tussen de minimale en de maximale diameter van de dwarsdoorsnede van de vruchten moet ten minste 0,8 bedragen.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde kiwi’s moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten.

De kiwi’s moeten vast zijn en het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking (echter geen zwellingen of misvormingen),
— 
lichte kleurafwijkingen,
— 
geringe afwijkingen aan de schil, op voorwaarde dat de totale oppervlakte daarvan niet groter is dan 1 cm2,
— 
kleine „Hayward-merk”-achtige, niet-uitstulpende overlangse lijnen.

De verhouding tussen de minimale en de maximale diameter van de dwarsdoorsnede van de vruchten moet ten minste 0,7 bedragen.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren de kiwi’s die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

De vrucht moet vrij vast zijn en het vruchtvlees mag geen ernstige afwijkingen vertonen.

Op voorwaarde dat de kiwi’s nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
kleurafwijkingen,
— 
afwijkingen aan de schil zoals dichtgegroeide scheurtjes of littekenweefsel/schaafplekken, op voorwaarde dat de totale oppervlakte daarvan niet groter is dan 2 cm2,
— 
verschillende duidelijk zichtbare „Hayward-merken” met een kleine uitstulping,
— 
lichte kneuzingen.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

De sortering naar grootte is gebaseerd op het gewicht per stuk.

Voor de klasse Extra geldt een minimumgewicht van 90 g, voor klasse I een minimumgewicht van 70 g en voor klasse II een minimumgewicht van 65 g.

Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

— 
10 g voor vruchten van minder dan 85 g,
— 
15 g voor vruchten tussen 85 en 120 g,
— 
20 g voor vruchten tussen 120 en 150 g,
— 
40 g voor vruchten van 150 g en meer.

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse „Extra”

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de kiwi’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende kiwi’s mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de kiwi’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende kiwi’s mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit kiwi’s die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit kiwi’s die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.

Evenwel geldt voor de klasse Extra een minimumgewicht van 85 g, voor klasse I een minimumgewicht van 67 g en voor klasse II een minimumgewicht van 62 g.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakkingseenheid moet uniform zijn en mag slechts bestaan uit kiwi’s van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit en grootteklasse.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de kiwi’s goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 24 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Kiwi’s” en/of „actinidia” indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
Naam van de variëteit (facultatief).
— 
De kleur van het vruchtvlees of een equivalente vermelding, indien het vruchtvlees niet groen is.

C.    Oorsprong van het product

Land van oorsprong ( 25 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootteklasse, aangegeven aan de hand van het minimum- en het maximumgewicht van de vruchten.
— 
Aantal vruchten (facultatief).

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL 4: HANDELSNORM VOOR SLA, KRULANDIJVIE EN ANDIJVIE

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op:

— 
sla van de variëteiten (cultivars) van:
— 
Lactuca sativa var. capitata L. (kropsla, met inbegrip van ijsbergsla),
— 
Lactuca sativa var. longifolia Lam. (bindsla),
— 
Lactuca sativa var. crispa L. (snijsla),
— 
kruisingen van deze variëteiten, en
— 
krulandijvie van de variëteiten (cultivars) van Cichorium endivia var. crispum Lam. en
— 
andijvie van de variëteiten (cultivars) van Cichorium endivia var. latifolium Lam.

die bestemd is voor levering als vers product aan de consument.

Deze norm is niet van toepassing op voor industriële verwerking bestemde producten en op als losse bladeren gepresenteerde producten, noch op sla met kluit en op slaplanten in potten.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In deze norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen de producten na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
een gering kwaliteitsverlies als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten de producten in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver en gebruiksklaar, dat wil zeggen nagenoeg vrij van grond of ander substraat en van zichtbare vreemde stoffen,
— 
vers van uiterlijk,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
nagenoeg vrij van beschadiging door plagen,
— 
turgescent,
— 
niet geschoten,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

Voor sla is een roodachtige verkleuring, veroorzaakt door lage temperaturen tijdens de groeiperiode, toegestaan, tenzij het uiterlijk hierdoor in aanzienlijke mate nadelig wordt beïnvloed.

De stronk moet onmiddellijk onder de onderste bladeren zijn afgesneden en het snijvlak moet glad zijn.

De producten moeten normaal ontwikkeld zijn. De producten moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Indeling

De producten worden ingedeeld in de twee hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde producten moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.

De producten moeten tevens als volgt zijn:

— 
goed gevormd,
— 
vast, rekening houdend met de teeltwijze en het soort product,
— 
vrij van beschadiging of aantasting die de eetbaarheid nadelig beïnvloedt,
— 
vrij van vorstschade.

Kropsla van deze klasse moet één enkele, goed gevormde krop hebben. Bij glassla mag de krop minder goed gevormd zijn.

Bindsla moet een hart hebben, dat echter wel kleiner mag zijn.

Bij krulandijvie en andijvie moet het hart geel van kleur zijn.

ii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren producten die niet in klasse I kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

De producten moeten als volgt zijn:

— 
tamelijk goed gevormd,
— 
vrij van beschadiging of aantasting die de eetbaarheid in ernstige mate nadelig beïnvloedt.

Op voorwaarde dat de producten nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
geringe verkleuring,
— 
lichte beschadiging door plagen.

Kropsla van deze klasse moet een krop hebben, maar deze mag kleiner zijn. Bij glassla mag de krop geheel ontbreken.

Bindsla hoeft geen hart te hebben.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

De producten worden op basis van gewicht per eenheid gesorteerd.

Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

a)   Sla

— 
40 g wanneer de lichtste krop minder dan 150 g weegt,
— 
100 g wanneer de lichtste krop tussen 150 g en 300 g weegt,
— 
150 g wanneer de lichtste krop tussen 300 g en 450 g weegt,
— 
300 g wanneer de lichtste krop meer dan 450 g weegt.

b)   Krulandijvie en andijvie

— 
300 g.

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks afwijken van de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

ii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks bestaan uit producten die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks bestaan uit producten die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit producten van dezelfde oorsprong, kwaliteit en grootteklasse en van dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype.

Sla en/of andijvie van duidelijk verschillende variëteiten, handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke variëteit, elk handelstype en/of elke kleur homogeen zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de producten goed beschermen. De producten moeten met inachtneming van de verpakkingsomvang en -soort zonder bovenmatige leemten of druk zijn verpakt.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 26 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Kropsla”, „Bataviasla”, „IJsbergsla”, „bindsla”, „snijsla”, (of bijvoorbeeld, in voorkomend geval:„eikenbladsla”, „lollo bionda”, „lollo rossa”),„krulandijvie”, „andijvie” of een gelijkwaardige benaming, indien de inhoud van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
„Glasteelt” of een gelijkwaardige benaming, in voorkomend geval.
— 
Naam van de variëteit (facultatief).
— 
„Mengsel van sla/andijvie” of een gelijkwaardige benaming, voor mengsels van sla en/of andijvie van duidelijk verschillende variëteiten en/of handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren. Indien het product van buitenaf niet zichtbaar is, moeten de in elke verpakking voorkomende variëteiten, handelstypen en/of kleuren worden vermeld, samen met het respectieve aantal.

C.    Oorsprong van het product

— 
Land van oorsprong ( 27 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
— 
Bij mengsels van sla en/of andijvie van verschillende oorsprong, van duidelijk verschillende variëteiten en/of handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren, moet dicht bij de betrokken variëteit, het betrokken handelstype en/of de betrokken kleur elk land van oorsprong worden vermeld.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootte, door vermelding van een minimumgewicht per stuk of van het aantal stuks.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL 5: HANDELSNORM VOOR PERZIKEN EN NECTARINES

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op perziken en nectarines van de variëteiten (cultivars) van Prunus persica Sieb. en Zucc. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen perziken en nectarines na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten perziken en nectarines in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vrij van scheuren aan het aanhechtingspunt van de steel,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De perziken en nectarines moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Rijpheidseisen

De producten moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn. Het vruchtvlees moet een brekingsindex hebben van ten minste 8° Brix ( 28 ).

C.    Indeling

Perziken en nectarines worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde perziken en nectarines moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten,

Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.

Zij moeten vrij zijn van afwijkingen, met uitzondering van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde perziken en nectarines moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten, Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking,
— 
een geringe afwijking in ontwikkeling,
— 
lichte kleurafwijkingen,
— 
oppervlakkige drukplekken die niet groter zijn dan 1 cm2 van de totale oppervlakte,
— 
geringe afwijkingen aan de schil, mits deze niet groter zijn dan:
— 
1,5 cm in lengte voor langwerpige afwijkingen,
— 
1 cm2 in totale oppervlakte voor de overige afwijkingen.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren perziken en nectarines die niet in de hogere klassen kunnen worden ingedeeld, maar die aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

Het vruchtvlees moet vrij zijn van ernstige afwijkingen.

Op voorwaarde dat de perziken en nectarines nog hun kenmerkende eigenschappen inzake kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn evenwel de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
afwijkingen in ontwikkeling, zoals gespleten steen, op voorwaarde dat de vrucht geen scheuren vertoont en het vruchtvlees gezond is,
— 
kleurafwijkingen,
— 
licht verkleurde kneuzingen met een totale oppervlakte van niet meer dan 2 cm2,
— 
afwijkingen aan de schil, op voorwaarde dat deze niet groter zijn dan:
— 
2,5 cm in lengte voor langwerpige afwijkingen,
— 
2 cm2 in totale oppervlakte voor de overige afwijkingen.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

Perziken en nectarines worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede, op basis van het gewicht of op basis van het aantal stuks.

De minimumgrootte/het minimumgewicht bedraagt:

— 
56 mm of 85 g voor de klasse Extra,
— 
51 mm of 65 g voor de klassen I en II.

Vruchten van minder dan 56 mm of 85 g worden echter niet afgezet in de periode van 1 juli tot en met 31 oktober (in het noordelijk halfrond) en in de periode van 1 januari tot en met 30 april (in het zuidelijk halfrond).

De volgende voorschriften zijn facultatief voor klasse II.

Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

a) 

Voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:

— 
5 mm voor vruchten van minder dan 70 mm,
— 
10 mm voor vruchten van ten minste 70 mm.
b) 

Voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:

— 
30 g voor vruchten van minder dan 180 g,
— 
80 g voor vruchten van ten minste 180 g.
c) 

Voor naar aantal stuks gesorteerde vruchten dient het verschil in grootte in overeenstemming te zijn met het bepaalde onder a) of b).

Indien grootteklassencodes worden toegepast, moeten de in de volgende tabel aangegeven codes in acht worden genomen:



 

 

Diameter

of

Gewicht

 

Code

van

tot

van

tot

 

 

(mm)

(mm)

(g)

(g)

 

 

 

 

 

1

D

51

56

65

85

2

C

56

61

85

105

3

B

61

67

105

135

4

A

67

73

135

180

5

AA

73

80

180

220

6

AAA

80

90

220

300

7

AAAA

> 90

> 300

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse Extra

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de perziken of de nectarines zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende perziken of nectarines mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de perziken of de nectarines zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende perziken of nectarines mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit perziken of nectarines die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen (wanneer sortering plaatsvindt): in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit perziken of nectarines die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit perziken of nectarines van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit, rijpheidsgraad en grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en, voor de klasse Extra, dezelfde kleur.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de perziken en de nectarines goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 29 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Perziken” of „nectarines” indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
Kleur van het vruchtvlees.
— 
Naam van de variëteit (facultatief).

C.    Oorsprong van het product

Land van oorsprong ( 30 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootteklasse (indien sortering plaatsvindt), aangegeven door middel van minimum- en maximumdiameter (in mm), minimum- en maximumgewicht (in g) of grootteklassencode.
— 
Aantal stuks (facultatief).

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL 6: HANDELSNORM VOOR PEREN

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op perenvariëteiten (cultivars) van Pyrus communis L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen peren na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten peren van alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De peren moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Rijpheidseisen

De peren moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en de juiste, bij de kenmerken van de betrokken variëteit behorende rijpheidsgraad te bereiken.

C.    Indeling

Peren worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde peren moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit ( 31 ) bezitten.

Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn, en de schil moet vrij zijn van ruige ruwschilligheid.

De vruchten mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen aan de schil die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.

Het steeltje moet intact zijn.

De peren mogen niet stenig zijn.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde peren moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten ( 32 ).

Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking,
— 
een geringe afwijking in ontwikkeling,
— 
lichte kleurafwijkingen,
— 
zeer lichte ruige ruwschilligheid,
— 
geringe afwijkingen aan de schil, mits deze niet groter zijn dan:
— 
2 cm in lengte voor langwerpige afwijkingen,
— 
1 cm2 in totale oppervlakte voor andere afwijkingen, met uitzondering van schurftvlekken (Venturia pirina en V. inaequalis), die samen niet groter mogen zijn dan 0,25 cm2,
— 
lichte kneuzingen die niet groter mogen zijn dan 1 cm2.

Het steeltje mag licht beschadigd zijn.

De peren mogen niet stenig zijn.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren peren die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

Het vruchtvlees moet vrij zijn van ernstige afwijkingen.

Op voorwaarde dat de peren nog hun essentiële kenmerken op het gebied van kwaliteit, houdbaarheid en presentatie bezitten, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
afwijkingen in ontwikkeling,
— 
kleurafwijkingen,
— 
lichte ruige ruwschilligheid,
— 
afwijkingen aan de schil, op voorwaarde dat deze niet groter zijn dan:
— 
4 cm in lengte voor langwerpige afwijkingen,
— 
2,5 cm2 in totale oppervlakte voor andere afwijkingen, met uitzondering van schurftvlekken (Venturia pirina en V. inaequalis), die samen niet groter mogen zijn dan 1 cm2,
— 
lichte kneuzingen die niet groter mogen zijn dan 2 cm2.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

Peren worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede, of op basis van het gewicht.

De minimumgrootte bedraagt:

a) 

Voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:



 

Extra

Klasse I

Klasse II

Variëteiten met grote vruchten

60 mm

55 mm

55 mm

Overige variëteiten

55 mm

50 mm

45 mm

b) 

Voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:



 

Extra

Klasse I

Klasse II

Variëteiten met grote vruchten

130 g

110 g

110 g

Overige variëteiten

110 g

100 g

75 g

In het aanhangsel bij deze norm opgenomen zomerperen hoeven niet aan de eisen inzake minimumgrootte te voldoen.

Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen vruchten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

a) 

Voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:

— 
5 mm voor vruchten van de klasse Extra en voor op rijen en in lagen gerangschikte vruchten van de klassen I en II
— 
10 mm voor in de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse I.
b) 

Voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:

— 
voor vruchten van de klasse Extra en voor op rijen en in lagen gerangschikte vruchten van de klassen I en II:



Gewichtsschaal (g)

Gewichtsverschil (g)

75 - 100

15

100 - 200

35

200 -250

50

> 250

80

— 
voor in de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse I:



Gewichtsschaal (g)

Gewichtsverschil (g)

100 - 200

50

> 200

100

In de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse II hoeven qua grootte niet homogeen te zijn.

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse Extra

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de peren zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende peren mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de peren zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende peren mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit peren die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit peren die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering. Deze tolerantie geldt niet voor vruchten die ten minste:

— 
5 mm kleiner zijn dan de minimumdiameter,
— 
10 g lichter zijn dan het minimumgewicht.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit peren van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit, grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en rijpheidsgraad.

Bovendien moeten de vruchten in de klasse Extra uniform van kleur zijn.

Peren van duidelijk verschillende variëteiten mogen echter samen in een verkoopverpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken variëteit homogeen zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de peren goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 33 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Peren” indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
Naam van de variëteit. Voor mengsels van peren van duidelijk verschillende variëteiten, de naam van de verschillende variëteiten.

De naam van de variëteit mag worden vervangen door een synoniem. Handelsbenamingen ( 34 ) mogen slechts in aanvulling op de vermelding van de variëteit of het synoniem worden opgegeven.

C.    Oorsprong van het product

Land van oorsprong ( 35 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.

Voor mengsels van duidelijk verschillende peervariëteiten van verschillende oorsprong moet bij de naam van elke betrokken variëteit het land van oorsprong worden vermeld.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootteklasse of, voor op rijen en in lagen gerangschikte vruchten, aantal stuks.

Als de grootteklasse wordt vermeld, wordt deze als volgt aangegeven:

a) 

voor producten waarvoor de uniformiteitsregels gelden: door vermelding van de minimum- en de maximumdiameter of het minimum- en het maximumgewicht,

b) 

facultatief, voor vruchten waarvoor de uniformiteitsregels niet gelden: door vermelding van de diameter of het gewicht van de kleinste vrucht in de verpakking, gevolgd door „en meer” of een gelijkwaardige uitdrukking of, eventueel, door de diameter of het gewicht van de grootste vrucht in de verpakking.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.




Aanhangsel

Niet-limitatieve lijst van variëteiten met grote vruchten en zomerperen

De variëteiten met kleine vruchten en de andere variëteiten die niet in de lijst zijn vermeld, mogen worden afgezet mits zij voldoen aan de in afdeling III van de norm vastgestelde sorteringsvoorschriften.

Bepaalde in de onderstaande lijst vermelde variëteiten mogen worden afgezet onder benamingen waarvoor in één of meerdere landen bescherming als handelsmerk is aangevraagd of verkregen. De eerste en de tweede kolom van de onderstaande tabel bevatten geen dergelijke handelsbenamingen. In de derde kolom is, uitsluitend ter informatie, een aantal bekende handelsmerken vermeld.

Legende:

L

=

variëteit met grote vruchten

SP

=

zomerpeer, waarvoor geen minimumgrootte is vereist



Variëteit

Synoniem

Handelsmerk/handelsnaam

Grootte

Abbé Fétel

Abate Fetel

 

L

Abugo o Siete en Boca

 

 

SP

Akςa

 

 

SP

Alka

 

 

L

Alsa

 

 

L

Alexandrine Douillard

 

 

L

Amfora

 

 

L

Angelys

 

Angys ®

L

Bambinella

 

 

SP

Bay 6474

 

Alessia ®

L

Bergamotten

 

 

SP

Beurré Alexandre Lucas

Lucas

 

L

Beurré Bosc

Bosc, Beurré d’Apremont, Empereur Alexandre, Kaiser Alexander

 

L

Beurré Clairgeau

 

 

L

Beurré d’Arenberg

Hardenpont

 

L

Beurré Giffard

 

 

SP

Beurré précoce Morettini

Morettini

 

SP

Blanca de Aranjuez

Agua de Aranjuez, Espadona, Blanquilla

 

SP

Bon Rouge

 

Victoria Blush

L

Cape Rose

 

Cheeky ®

L

Carusella

 

 

SP

Castell

Castell de Verano

 

SP

Celina

 

QTee ®

L

Cepuna

 

Migo ®

L

CH201

 

Fred ®

L

Colorée de Juillet

Bunte Juli

 

SP

Comice rouge

 

 

L

Concorde

 

 

L

Condoula

 

 

SP

Coscia

Ercolini

 

SP

Curé

Curato, Pastoren, Del cura de Ouro, Espadon de invierno, Bella de Berry, Lombardia de Rioja, Batall de Campana

 

L

D’Anjou

 

 

L

Deveci

 

 

L

Dita

 

 

L

D. Joaquina

Doyenné de Juillet

 

SP

Doyenné d’hiver

Winterdechant

 

L

Doyenné du Comice

Comice, Vereinsdechant

 

L

Dpp1

 

Flare ™, Cape Fire ®

L

Erika

 

 

L

Etrusca

 

 

SP

Falstaff

 

 

L

Flamingo

 

 

L

Forelle

 

Vermont Beauty

L

Général Leclerc

 

Amber Grace ™

L

Gentile

 

 

SP

Golden Russet Bosc

 

 

L

Gräfin Gepa

 

Saxonia ®, Early Desire ®

L

Grand Champion

 

 

L

H2-169

 

Ambrosia ®

L

Harovin Sundown

 

Cold Snap ®

L

Harrow Delight

 

 

L

Jeanne d’Arc

 

 

L

Joséphine

 

 

L

Kieffer

 

 

L

Klapa Mīlule

 

 

L

Leonardeta

Mosqueruela, Margallon, Colorada de Alcanadre, Leonarda de Magallon

 

SP

Lombacad

 

Cascade ®

L

Moscatella

 

 

SP

Mramornaja

 

 

L

Mustafabey

 

 

SP

Nojabrskaja

Novemberbirne

Xenia ®, Novembra ®

L

Packham’s Triumph

Williams d’Automne

 

L

Passe Crassane

Passa Crassana

 

L

PE2UNIBO

 

Early Giulia ®

L

PE3UNIBO

 

Debby Green ®

L

Perita de San Juan

 

 

SP

Pérola

 

 

SP

Pitmaston

Williams Duchesse

 

L

Précoce de Trévoux

Trévoux

 

SP

Président Drouard

 

 

L

Rode Doyenne van Doorn

 

Sweet Sensation ®,

Sweet Dored ®

L

Rosemarie

 

Sempre

L

Santa Maria

Santa Maria Morettini

 

L

Spadoncina

Agua de Verano, Agua de Agosto

 

SP

Suvenirs

 

 

L

Taylors Gold

 

 

L

Thimo

 

Saxonia ®,

Queens Forelle ™

L

Triomphe de Vienne

 

 

L

Uta

 

Dazzling Gold ®

L

Vasarine Sviestine

 

 

L

Williams Bon Chrétien

Bon Chrétien, Bartlett, Williams, Summer Bartlett

 

L

DEEL 7: HANDELSNORM VOOR AARDBEIEN

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op aardbeivariëteiten (cultivars) van Fragaria L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen aardbeien na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten aardbeien in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact en onbeschadigd,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
vers van uiterlijk, doch niet gewassen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
nagenoeg vrij van beschadiging door plagen,
— 
voorzien van hun kelk (behalve bij bosaardbeien); de kelk en (indien aanwezig) het steeltje moeten fris en groen zijn,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De aardbeien moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn. De ontwikkeling en de conditie van de aardbeien moeten zo zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Indeling

Aardbeien worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde aardbeien moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten.

Zij moeten:

— 
naar gelang van de variëteit, een glanzend uiterlijk hebben,
— 
vrij zijn van aarde.

Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde aardbeien moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking,
— 
een kleine witte vlek van niet meer dan één tiende van de totale oppervlakte van de vrucht,
— 
lichte, oppervlakkige drukplekken.

Zij moeten nagenoeg vrij zijn van aarde.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren aardbeien die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

Op voorwaarde dat de vruchten nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
een kleine witte vlek van niet meer dan één vijfde van de totale oppervlakte van de vrucht,
— 
geringe droge kneuzingen die zich niet verder kunnen ontwikkelen,
— 
lichte sporen van aarde.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

Aardbeien worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede.

De minimumgrootte bedraagt:

— 
25 mm in de klasse Extra,
— 
18 mm in de klassen I en II.

Voor bosaardbeien wordt geen minimumgrootte vereist.

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse „Extra”

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de aardbeien zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende aardbeien mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de aardbeien zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende aardbeien mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit aardbeien die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen: 10 % van het aantal stuks of van het gewicht mag afwijken van de eisen inzake de minimumgrootte.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit aardbeien van dezelfde oorsprong, variëteit en kwaliteit.

Vooral in de klasse Extra moeten de aardbeien – uitgezonderd bosaardbeien – uniform en regelmatig zijn op het gebied van rijpheid, kleur en grootte. In klasse I mogen de aardbeien wat grootte betreft minder uniform zijn.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de aardbeien goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 36 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Aardbeien” indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
Naam van de variëteit (facultatief).

C.    Oorsprong van het product

Land van oorsprong ( 37 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL 8: HANDELSNORM VOOR PAPRIKA’S

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op paprika’s van de variëteiten ( 38 ) (cultivars) van Capsicum annuum L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen paprika’s na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten paprika’s in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
vers van uiterlijk,
— 
stevig,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vrij van schade als gevolg van koude of vorst,
— 
voorzien van een steel; het snijvlak van de steel moet glad zijn en de kelk moet intact zijn,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

De paprika’s moeten zo ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Indeling

Paprika’s worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde paprika’s moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.

Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde paprika’s moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking,
— 
door tripsen veroorzaakte zilveren vlekken of schade op maximaal 1/3 van de totale oppervlakte,
— 
geringe afwijkingen aan de schil, zoals:
— 
verzonken stippen, schrammen, zonnebrandvlekken en/of drukplekken die, als het langwerpige afwijkingen betreft, niet langer zijn dan 2 cm en, als het andersoortige afwijkingen betreft, in totaal niet groter zijn dan 1 cm2, of
— 
droge oppervlakkige krimpscheurtjes op niet meer dan 1/8 van de totale oppervlakte,
— 
licht beschadigde steel.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren paprika’s die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

Op voorwaarde dat de paprika’s nog hun essentiële kenmerken op het gebied van kwaliteit, houdbaarheid en presentatie bezitten, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
door tripsen veroorzaakte zilveren vlekken of schade op maximaal 2/3 van de totale oppervlakte,
— 
afwijkingen aan de schil, zoals:
— 
verzonken stippen, schrammen, zonnebrandvlekken, drukplekken en/of dichtgegroeide beschadigingen die, als het langwerpige afwijkingen betreft, niet langer zijn dan 4 cm en, als het andersoortige afwijkingen betreft, in totaal niet groter zijn dan 2,5 cm2, of
— 
droge oppervlakkige krimpscheurtjes op niet meer dan 1/4 van de totale oppervlakte,
— 
neusrotvlekken die in totaal niet groter zijn dan 1 cm2,
— 
verschrompeling op maximaal 1/3 van de totale oppervlakte,
— 
beschadigingen aan de steel en kelk, op voorwaarde dat het omliggende vruchtvlees nog intact is.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

Paprika’s worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede of op basis van het gewicht. Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

a) 

Voor op basis van de diameter gesorteerde paprika’s:

— 
20 mm.
b) 

Voor op basis van het gewicht gesorteerde paprika’s:

— 
30 g wanneer de zwaarste vrucht ten hoogste 180 g weegt,
— 
80 g wanneer de lichtste vrucht meer dan 180 g weegt, maar minder dan 260 g,
— 
geen beperking wanneer de lichtste vrucht 260 g of meer weegt.

Langwerpige paprika’s moeten qua lengte voldoende uniform zijn.

Uniformiteit in grootte is niet verplicht voor klasse II.

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse Extra

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de paprika’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende paprika’s mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de paprika’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende paprika’s mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit paprika’s die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen (wanneer sortering plaatsvindt): in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit paprika’s die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit paprika’s van dezelfde oorsprong, dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype, dezelfde kwaliteit, dezelfde grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en, voor de klasse Extra en voor klasse I, van waarneembaar vrijwel dezelfde rijpheid en kleur.

Paprika’s van duidelijk verschillende handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elk betrokken handelstype en/of elke betrokken kleur uniform zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de paprika’s goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 39 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Paprika’s” indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
„Mengsel van paprika’s” of een gelijkwaardige vermelding, wanneer het een mengsel van paprika’s van duidelijk verschillende handelstypen en/of kleuren betreft. Indien het product van buitenaf niet zichtbaar is, moeten de in elke verpakking voorkomende handelstypen en/of kleuren worden vermeld, samen met het respectieve aantal.

C.    Oorsprong van het product

Land van oorsprong ( 40 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.

Wanneer het een mengsel van paprika’s van duidelijk verschillende handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren en van verschillende oorsprong betreft, moet in de onmiddellijke nabijheid van elk betrokken handelstype en elke betrokken kleur het betrokken land van oorsprong worden vermeld.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt), aangegeven door middel van de minimum- en maximumdiameter of het minimum- en maximumgewicht.
— 
Aantal stuks (facultatief).
— 
„(Naam van het type of de variëteit) kan een licht pikante smaak hebben” of een gelijkwaardige benaming, in voorkomend geval.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL 9: HANDELSNORM VOOR TAFELDRUIVEN

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op tafeldruivenvariëteiten (cultivars) van Vitis vinifera L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen tafeldruiven na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten de trossen en de bessen van alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
nagenoeg vrij van beschadiging door plagen,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

Bovendien moeten de bessen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
goed gevormd,
— 
normaal ontwikkeld.

Pigmentering door de zon wordt niet als een afwijking beschouwd.

De tafeldruiven moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Rijpheidseisen

Het sap van de vruchten moet een brekingsindex ( 41 ) hebben van ten minste:

— 
12° Brix voor de variëteiten Alphonse Lavallée, Cardinal en Victoria,
— 
13° Brix voor alle overige variëteiten met pitten,
— 
14 ° Brix voor alle variëteiten zonder pitten.

Bovendien moet bij alle variëteiten de verhouding tussen suikergehalte en zuurgehalte bevredigend zijn.

C.    Indeling

Tafeldruiven worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde tafeldruiven moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de specifieke kenmerken van de variëteit hebben, waarbij rekening wordt gehouden met het productiegebied.

De bessen moeten stevig zijn, goed vastzitten, gelijkmatig verdeeld zijn over de rist en vrijwel geheel met „dauw” bedekt zijn.

Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde tafeldruiven moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de specifieke kenmerken van de variëteit hebben, waarbij rekening wordt gehouden met het productiegebied.

De bessen moeten stevig zijn, goed vastzitten en over een zo groot mogelijk oppervlak met „dauw” bedekt zijn. Zij mogen evenwel minder gelijkmatig over de rist verdeeld zijn dan bij de klasse Extra.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe vormafwijking,
— 
lichte kleurafwijkingen,
— 
een zeer geringe schilverbranding door de zon,
— 
geringe afwijkingen aan de schil.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren tafeldruiven die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

De trossen mogen geringe afwijkingen in vorm, ontwikkeling en kleur vertonen, op voorwaarde dat zij nog de essentiële kenmerken van de variëteit behouden, rekening houdend met het productiegebied.

De bessen moeten voldoende stevig zijn, voldoende goed vastzitten en zoveel mogelijk met „dauw” bedekt zijn. Zij mogen minder regelmatig over de rist zijn verdeeld dan bij klasse I.

Op voorwaarde dat de tafeldruiven nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
vormafwijkingen,
— 
kleurafwijkingen,
— 
geringe schilverbranding door de zon,
— 
lichte kneuzingen,
— 
beschadigingen van de schil.

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

Tafeldruiven worden naar gewicht per tros gesorteerd.

Voor de klasse Extra en voor klasse I geldt een minimumgewicht van 75 g per tros. Voor alle klassen geldt dat dit voorschrift niet van toepassing is op verpakkingen met slechts één portie.

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse „Extra”

In totaal mag 5 % van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de trossen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende trossen mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de trossen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende trossen mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

Naast deze toleranties mag hoogstens 10 % van het gewicht bestaan uit losse bessen, d.w.z. bessen die losgekomen zijn van de tros/cluster, op voorwaarde dat de bessen gezond en intact zijn.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het gewicht bestaan uit trossen die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

Naast deze toleranties mag hoogstens 10 % van het gewicht bestaan uit losse bessen, d.w.z. bessen die losgekomen zijn van de tros/cluster, op voorwaarde dat de bessen gezond en intact zijn.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen (wanneer sortering plaatsvindt): in totaal mag 10 % van het gewicht bestaan uit trossen die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering. In elke verkoopverpakking (behalve verpakkingen voor één portie) mag één tros van minder dan 75 g worden toegevoegd om het aangegeven gewicht te bereiken, mits deze tros aan alle overige eisen voor de aangegeven klasse voldoet.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit trossen van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit en rijpheidsgraad.

In de klasse Extra moeten de trossen nagenoeg uniform zijn wat grootte en kleur betreft.

Druiven van duidelijk verschillende variëteiten mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit en voor elke betrokken variëteit uniform van oorsprong zijn.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de tafeldruiven goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen.

In de verpakking mogen geen vreemde substanties voorkomen, behalve eventueel bij een speciale presentatie waarbij een stukje rank van ten hoogste 5 cm lengte aan de tak van de tros vastzit.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 42 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Tafeldruiven” indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
Naam van de variëteit. In het geval van mengsels van tafeldruiven van duidelijk verschillende variëteiten, de naam van de verschillende variëteiten.

De naam van de variëteit mag worden vervangen door een synoniem. Handelsbenamingen ( 43 ) mogen slechts in aanvulling op de vermelding van de variëteit of het synoniem daarvan worden opgegeven.

C.    Oorsprong van het product

— 
Land van oorsprong ( 44 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
— 
Voor mengsels van duidelijk verschillende tafeldruifvariëteiten van verschillende oorsprong moet bij de naam van elke betrokken variëteit het land van oorsprong worden vermeld.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
„Eén portie bestaande uit trossen van minder dan 75 g”, of een gelijkwaardige benaming, in voorkomend geval.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

DEEL 10: HANDELSNORM VOOR TOMATEN

I.    DEFINITIE VAN HET PRODUCT

Deze norm heeft betrekking op tomatenvariëteiten (cultivars) van Solanum lycopersicum L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.

Er worden bij tomaten vier handelstypen onderscheiden:

— 
„ronde” tomaten,
— 
„geribde” tomaten,
— 
„langwerpige” tomaten,
— 
„kers- /cocktailtomaten” (miniatuurvariëteiten) van alle vormen.

II.    KWALITEITSVOORSCHRIFTEN

In deze norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen tomaten na opmaak en verpakking moeten voldoen.

In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:

— 
een lichte vermindering van versheid en turgescentie,
— 
producten van andere klassen dan de klasse Extra mogen bovendien een gering kwaliteitsverlies vertonen als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard.

A.    Minimumvereisten

Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten tomaten in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:

— 
intact,
— 
gezond; niet toegestaan zijn producten die zijn aangetast door rot of die een zodanige kwaliteitsvermindering vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie,
— 
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen,
— 
vers van uiterlijk,
— 
nagenoeg vrij van plagen,
— 
vrij van aantasting van het vruchtvlees door plagen,
— 
vrij van abnormaal uitwendig vocht,
— 
vrij van vreemde geuren en/of smaken.

Bij tomaten in trossen moet de steel vers zijn, gezond, zuiver en vrij van bladeren en zichtbare vreemde stoffen.

De tomaten moeten zo ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:

— 
bestand zijn tegen vervoer en goederenbehandeling, en
— 
in goede staat op de plaats van bestemming aankomen.

B.    Rijpheidseisen

De tomaten moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en zo een toereikende rijpheidsgraad te bereiken.

C.    Indeling

Tomaten worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:

i)    Klasse „Extra”

In deze klasse ingedeelde tomaten moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten stevig zijn en de voor de variëteit en/of het handelstype kenmerkende eigenschappen bezitten.

Tomaten mogen geen „groene kraag” hebben en geen andere afwijkingen vertonen dan zeer lichte oppervlakkige afwijkingen, op voorwaarde dat deze het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.

ii)    Klasse I

In deze klasse ingedeelde tomaten moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten voldoende stevig zijn en de voor de variëteit en/of het handelstype kenmerkende eigenschappen bezitten.

Zij moeten vrij zijn van scheuren en van zichtbare „groene kragen”.

De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:

— 
een geringe afwijking in vorm en ontwikkeling,
— 
lichte kleurafwijkingen,
— 
geringe afwijkingen aan de schil,
— 
zeer lichte kneuzingen.

„Geribde” tomaten mogen bovendien de volgende afwijkingen vertonen:

— 
dichtgegroeide scheurtjes van ten hoogste 1 cm lengte,
— 
kleine uitwassen,
— 
geringe navelvorming, zonder verkurking,
— 
verkurkt navelvormig bloemlitteken met een oppervlakte van ten hoogste 1 cm2,
— 
zeer smal langwerpig bloemlitteken (gelijkend op een naad), dat evenwel niet langer mag zijn dan 2/3 van de grootste diameter van de vrucht.

iii)    Klasse II

Tot deze klasse behoren tomaten die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.

Zij moeten redelijk stevig zijn (eventueel iets minder stevig dan tomaten van klasse I) en mogen geen scheurtjes vertonen die niet zijn dichtgegroeid.

Op voorwaarde dat de tomaten nog hun kenmerkende eigenschappen inzake kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn evenwel de volgende afwijkingen toegestaan:

— 
afwijkingen in vorm en ontwikkeling,
— 
kleurafwijkingen,
— 
afwijkingen aan de schil of kneuzingen, op voorwaarde dat deze de vrucht niet ernstig aantasten,
— 
dichtgegroeide scheurtjes van ten hoogste 3 cm lengte voor ronde, geribde en langwerpige tomaten.

„Geribde” tomaten mogen bovendien de volgende afwijkingen vertonen:

— 
grotere uitwassen dan voor klasse I, mits er geen sprake is van misvormingen,
— 
navelvorming,
— 
verkurkt navelvormig bloemlitteken met een oppervlakte van ten hoogste 2 cm2,
— 
zeer smal langwerpig bloemlitteken (gelijkend op een naad).

III.    SORTERINGSVOORSCHRIFTEN

Tomaten worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede, op basis van gewicht of op basis van het aantal stuks.

De onderstaande bepalingen gelden niet voor tomaten in trossen en zijn facultatief voor:

— 
kers- en cocktailtomaten met een diameter van minder dan 40 mm;
— 
geribde tomaten van onregelmatige vorm, en
— 
klasse II.

Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:

a) 

Voor op basis van de diameter gesorteerde tomaten:

— 
10 mm, indien de diameter van de kleinste vrucht (zoals aangegeven op de verpakking) kleiner is dan 50 mm,
— 
15 mm, indien de diameter van de kleinste vrucht (zoals aangegeven op de verpakking) gelijk is aan of groter is dan 50 mm, maar kleiner is dan 70 mm,
— 
20 mm, indien de diameter van de kleinste vrucht (zoals aangegeven op de verpakking) gelijk is aan of groter is dan 70 mm, maar kleiner is dan 100 mm,
— 
voor vruchten met een diameter van 100 mm of meer gelden geen beperkingen op het gebied van verschil in diameter.

Indien grootteklassencodes worden toegepast, moeten de in de volgende tabel aangegeven codes en schalen in acht worden genomen:



Grootteklassencode

Diameter (mm)

0

≤ 20

1

> 20 ≤ 25

2

> 25 ≤ 30

3

> 30 ≤ 35

4

> 35 ≤ 40

5

> 40 ≤ 47

6

> 47 ≤ 57

7

> 57 ≤ 67

8

> 67 ≤ 82

9

> 82 ≤ 102

10

> 102

b) 

Voor op basis van gewicht of aantal stuks gesorteerde tomaten dient het verschil in grootte in overeenstemming te zijn met het bepaalde onder a).

IV.    TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN

In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.

A.    Toleranties in kwaliteit

i)    Klasse „Extra”

In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de tomaten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende tomaten mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.

ii)    Klasse I

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de tomaten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende tomaten mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.

Voor tomaten in trossen mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die van de steel zijn losgekomen.

iii)    Klasse II

In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.

Voor tomaten in trossen mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die van de steel zijn losgekomen.

B.    Toleranties in grootte

Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.

V.    PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN

A.    Uniformiteit

De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit tomaten van dezelfde oorsprong, dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype, dezelfde kwaliteit en dezelfde grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt).

Tomaten van de klassen Extra en I moeten nagenoeg uniform zijn qua rijpheid en kleur. Bovendien moet voor „langwerpige” tomaten de lengte voldoende uniform zijn.

Tomaten van duidelijk verschillende kleuren, variëteiten en/of handelstypen mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken kleur, elke betrokken variëteit en/of elk betrokken handelstype uniform zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.

Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.

B.    Verpakking

De verpakking moet de tomaten goed beschermen.

Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.

Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.

De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.

VI.    AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN

Op iedere verpakking ( 45 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.

A.    Identificatie

De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).

Deze vermelding mag worden vervangen:

— 
voor alle verpakkingen, behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst afgegeven of erkende code van de verpakker en/of de verzender, die vlak bij de vermelding „Verpakker en/of verzender” (of een gelijkwaardige afkorting) wordt aangebracht. De code moet worden voorafgegaan door de ISO 3166-lettercode van het land/gebied van het erkennende land, indien dat verschillend is van het land van oorsprong;
— 
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van een in de Unie gevestigde verkoper, die vlak bij de vermelding „Verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding worden aangebracht. In dat geval moet op het etiket tevens de code van de verpakker en/of de verzender vermeld staan. De verkoper verstrekt alle door de controle-instantie noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code.

B.    Aard van het product

— 
„Tomaten” of „tomaten in trossen” en het handelstype, of „kers-/cocktailtomaten” of „kers-/cocktailtomaten in trossen” of een gelijkwaardige benaming voor andere miniatuurvariëteiten, indien de inhoud van de verpakking van buitenaf niet zichtbaar is.
— 
„Mengsel van tomaten” of een gelijkwaardige vermelding, wanneer het een mengsel van tomaten van duidelijk verschillende variëteiten en/of handelstypen en/of met duidelijke verschillende kleuren betreft. Indien het product van buitenaf niet zichtbaar is, moeten de in elke verpakking voorkomende kleuren, variëteiten en/of handelstypen worden vermeld, samen met de respectieve hoeveelheid.
— 
Naam van de variëteit (facultatief).

C.    Oorsprong van het product

Land van oorsprong ( 46 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.

Als het mengsels van tomaten van duidelijk verschillende kleuren, variëteiten en/of handelstypen van verschillende oorsprong betreft, moet bij de naam van de betrokken kleur, de betrokken variëteit en/of het betrokken handelstype elk land van oorsprong worden vermeld.

D.    Handelskenmerken

— 
Klasse.
— 
Grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt), aangegeven door middel van
— 
de minimum- en maximumdiameter, of
— 
het minimum- en maximumgewicht, of
— 
de grootteklassencode als aangegeven in afdeling III, of
— 
het aantal stuks, gevolgd door de minimum- en maximumgrootte.

E.    Officieel controlemerk (facultatief)

De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.

▼B




BIJLAGE II

IN ARTIKEL 12, LID 1, GENOEMD MODEL

image




BIJLAGE III

NORMCONTROLECERTIFICAAT MET BETREKKING TOT DE OVEREENSTEMMING MET DE EU-HANDELSNORMEN VOOR VERSE GROENTEN EN FRUIT, ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 12, 13 EN 14

image

▼M34




BIJLAGE IV

Derde landen waarvan de normcontroles zijn erkend op grond van artikel 15, en de betrokken producten



Land

Producten

Zwitserland

Verse groenten en fruit

Marokko

Verse groenten en fruit

Zuid-Afrika

Verse groenten en fruit

Israël (1)

Verse groenten en fruit

India

Verse groenten en fruit

Nieuw-Zeeland

Appelen, peren en kiwi’s

Senegal

Verse groenten en fruit

Kenia

Verse groenten en fruit

Turkije

Verse groenten en fruit

Verenigd Koninkrijk

— Groot-Brittannië

— Noord-Ierland (2)

Verse groenten en fruit

(1)   

De erkenning door de Commissie krachtens artikel 15 betreft groenten en fruit van oorsprong uit de Staat Israël, met uitsluiting van de gebieden die sinds juni 1967 onder Israëlisch bestuur staan, namelijk de Golanhoogte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.

(2)   

Voor de toepassing van deze verordening wordt, overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 7, lid 1, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en artikel 5, lid 4, en artikel 13, lid 1, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland bij dat protocol, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, bij verwijzingen naar de lidstaten ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland bedoeld. Toch worden, overeenkomstig artikel 7, lid 3, van dat protocol, met betrekking tot de erkenning in een lidstaat van door de autoriteiten van een andere lidstaat of door een in een andere lidstaat gevestigde instantie afgegeven of uitgevoerde technische voorschriften, beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen, verwijzingen naar lidstaten in bepalingen van het recht van de Unie die krachtens dat protocol van toepassing zijn geworden, niet zodanig gelezen dat ten aanzien van door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk of door een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde instantie afgegeven of uitgevoerde technische voorschriften, beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen, het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland daaronder valt.

▼B




BIJLAGE V

IN ARTIKEL 17, LID 1, BEDOELDE CONTROLEMETHODEN

De hierna vermelde controlemethoden zijn gebaseerd op de handleiding voor kwaliteitscontroles voor verse groenten en fruit die is goedgekeurd in het kader van de OESO-regeling inzake de toepassing van internationale normen voor groenten en fruit.

1.   DEFINITIES

1.1.    Verpakking

►C1  Een individueel verpakt deel van een partij, inclusief de inhoud. ◄ De producten zijn zo verpakt dat de goederenbehandeling en het vervoer van een bepaald aantal verkoopverpakkingen, dan wel losse of gerangschikte producten worden vergemakkelijkt en schade door fysieke behandeling en vervoer wordt voorkomen. De verpakking kan een verkoopverpakking zijn. Containers voor weg-, rail-, zee- en luchtvervoer zijn geen verpakkingen.

1.2.    Verkoopverpakking

Een individueel verpakt deel van een partij. De producten zijn zo verpakt dat zij in het verkooppunt een verkoopeenheid vormen voor de eindverbruiker of de consument.

1.3.    Voorverpakkingen

Voorverpakkingen zijn verkoopverpakkingen die de inhoud geheel of gedeeltelijk omsluiten, maar zodanig dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat het verpakkingsmateriaal wordt geopend of aangetast. Beschermingsfolie voor individuele producten wordt niet als voorverpakking beschouwd.

1.4.    Zending

Een bij de controle aangeboden hoeveelheid product die een bepaalde marktdeelnemer wil verkopen en die in een document wordt omschreven. De zending kan uit één of meer soorten producten en uit één of meer partijen verse, droge of gedroogde groenten en vruchten bestaan.

1.5.    Partij

Hoeveelheid product die, bij de controle op één plaats, wordt aangeboden met vergelijkbare kenmerken wat betreft:

— 
verpakker en/of verzender,
— 
land van oorsprong,
— 
aard van het product,
— 
productklasse,
— 
grootteklasse (als het product naar grootte wordt gesorteerd),
— 
variëteit of handelstype (volgens de corresponderende voorschriften van de norm),
— 
soort verpakking en presentatie.

Als echter bij de normcontrole van de in artikel 1.4 gedefinieerde zendingen de partijen moeilijk uit elkaar te houden zijn en/of geen afzonderlijke partijen kunnen worden gepresenteerd, mogen alle partijen van een bepaalde zending als één partij worden behandeld mits zij vergelijkbare kenmerken hebben wat betreft aard van het product, verzender, land van oorsprong, klasse en, als dat in de betrokken handelsnorm is opgenomen, variëteit of handelstype.

1.6.    Monsterneming

Het bij een normcontrole tijdelijk wegnemen van een bepaalde hoeveelheid product (monster genoemd).

1.7.    Basismonster

Willekeurig uit de partij genomen verpakking, bij verpakte producten, of, bij onverpakte producten (die rechtstreeks in het vervoermiddel of een compartiment daarvan worden geladen), een willekeurig op één plaats uit de partij genomen hoeveelheid.

1.8.    Verzamelmonster

Verschillende, voor de partij als representatief beschouwde basismonsters die samen een voldoende grote hoeveelheid vormen om de partij aan alle criteria te toetsen.

1.9.    Secundair monster

Een willekeurig uit het basismonster genomen hoeveelheid.

Bij verpakte dopvruchten weegt een secundair monster tussen 300 g en 1 kg. Als het basismonster bestaat uit verpakkingen met verkoopverpakkingen, bestaat het secundaire monster uit één of meer verkoopverpakkingen die samen ten minste 300 g wegen.

Bij andere verpakte producten omvat het secundaire monster 30 eenheden wanneer de verpakking ten hoogste 25 kg weegt en geen verkoopverpakkingen bevat. In sommige gevallen betekent dit dat de volledige inhoud van de verpakking moet worden gecontroleerd indien het basismonster uit niet meer dan 30 eenheden bestaat.

1.10.    Samengesteld monster (alleen voor droge en gedroogde producten)

Een mengsel van alle secundaire monsters van een verzamelmonster, met een gewicht van ten minste 3 kg. De producten in het samengestelde monster moeten gelijkmatig gemengd zijn.

1.11.    Gereduceerd monster

Een hoeveelheid producten die uit het verzamelmonster of het samengestelde monster wordt genomen en niet groter is dan de hoeveelheid die nodig is om het monster aan bepaalde criteria te toetsen.

Indien de controle tot vernietiging van het product zou leiden, mag de omvang van het gereduceerde monster niet groter zijn dan 10 % van het verzamelmonster of, in het geval van noten in de dop, 100 noten uit het samengestelde monster. Bij kleine droge of gedroogde producten (met meer dan 100 eenheden per 100 g) mag het gereduceerde monster niet meer wegen dan 300 g.

Met het oog op de beoordeling van de graad van ontwikkeling en/of rijpheid moet het monster worden samengesteld overeenkomstig de objectieve methoden in de handleiding over objectieve tests voor de vaststelling van de kwaliteit van groenten en fruit en droge en gedroogde producten (Guidance on Objective Tests to Determine Quality of Fruit and Vegetables and Dry and Dried Produce).

Uit een verzamelmonster of een samengesteld monster mogen meerdere gereduceerde monsters worden genomen om de overeenstemming van de partij met de verschillende criteria te toetsen.

2.   UITVOERING VAN DE NORMCONTROLE

2.1.    Algemene opmerking

Bij een normcontrole worden willekeurig op verschillende punten in de te controleren partij genomen monsters beoordeeld. De normcontrole is gebaseerd op de principiële veronderstelling dat de kwaliteit van de monsters als representatief voor de kwaliteit van de partij wordt beschouwd.

2.2.    Plaats van controle

Een normcontrole mag worden uitgevoerd tijdens het verpakken, op de plaats van verzending, tijdens het vervoer, op het punt van ontvangst, in de groothandel of in de detailhandel.

Wanneer de controle-instantie de normcontrole niet in de eigen inrichtingen uitvoert, dient de houder te zorgen voor de voor de uitvoering van een normcontrole vereiste voorzieningen.

2.3.    Identificatie van de partijen en/of algemene indruk van de zending

De partijen worden geïdentificeerd aan de hand van de aanduidingen of andere criteria zoals de vermeldingen die zijn vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 89/396/EEG van de Raad ( 47 ). Bij zendingen die uit verschillende partijen bestaan, moet de controleur zich een algemeen beeld van de zending vormen aan de hand van de begeleidende documenten of verklaringen. Op basis daarvan bepaalt hij in hoeverre de partijen overeenstemmen met de in de documenten vermelde gegevens.

Als de producten op een vervoermiddel zijn of moeten worden geladen, dient het inschrijvingsnummer van dat vervoermiddel voor de identificatie van de zending.

2.4.    Presentatie van de producten

De controleur beslist welke verpakkingen hij wenst te onderzoeken. De marktdeelnemer verstrekt de verpakkingen, het verzamelmonster en de voor de identificatie van de zending of partij vereiste documenten.

Als de controleur gereduceerde of secundaire monsters nodig heeft, kiest hij deze uit het verzamelmonster.

2.5.    Fysieke controle

— 
Beoordeling van de verpakking en de presentatie:
Er wordt nagegaan of de verpakking, inclusief het verpakkingsmateriaal, geschikt en schoon is overeenkomstig de bepalingen van de betrokken handelsnorm. Dit gebeurt voor verpakte producten aan de hand van basismonsters en in alle andere gevallen aan de hand van het vervoermiddel. Als voor het product slechts bepaalde soorten verpakkingen of presentatie zijn toegestaan, gaat de controleur na of die ook werkelijk zijn gebruikt.
— 
Controle van de aanduidingen:
De controleur gaat na of de aanduidingen op de producten aan de betrokken handelsnorm voldoen. Hierbij wordt onder meer nagegaan of de aanduidingen correct zijn en of en in hoeverre ze moeten worden gewijzigd.
Bij verpakte producten wordt deze controle uitgevoerd aan de hand van de basismonsters en in alle andere gevallen aan de hand van de aan de pallet of het vervoermiddel gehechte documenten.
Individueel in plastic verpakte groenten en fruit worden niet aangemerkt als voorverpakte levensmiddelen in de zin van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad en hoeven niet noodzakelijk aan de in de handelsnormen aangegeven aanduidingsvoorschriften te voldoen. In dit geval kan het plastic worden beschouwd als een eenvoudige beschermlaag voor kwetsbare producten.
— 
Controle van de overeenstemming van de producten:
De controleur bepaalt de omvang van het verzamelmonster om de partijen te kunnen beoordelen. Hij kiest willekeurig de te controleren verpakkingen of, bij onverpakte producten, de punten waar de afzonderlijke monsters uit de partij moeten worden genomen.
Er moet op worden toegezien dat het nemen van de monsters de kwaliteit van de producten niet nadelig beïnvloedt.
Beschadigde verpakkingen worden niet voor het verzamelmonster gebruikt. Zij moeten apart worden gezet en indien nodig mogen ze apart worden gekeurd en mag er afzonderlijk verslag over worden uitgebracht.
Het verzamelmonster bevat de volgende minimumhoeveelheden wanneer een partij als onbevredigend wordt aangemerkt of wanneer een risico van niet-overeenstemming met de handelsnorm moet worden onderzocht:



Verpakte producten

Aantal verpakkingen in de partij

Te nemen aantal verpakkingen (basismonsters)

Tot en met 100

5

Van 101 tot en met 300

7

Van 301 tot en met 500

9

Van 501 tot en met 1 000

10

Meer dan 1 000

15 (minimaal)



Onverpakte producten

(die rechtstreeks in een vervoermiddel of compartiment daarvan worden geladen)

Gewicht van de partij, in kg, of aantal eenheden in de partij

Gewicht van het basismonsters in kg, of aantal eenheden in het monster

Tot en met 200

10

Van 201 tot en met 500

20

Van 501 tot en met 1 000

30

Van 1 001 tot en met 5 000

60

Meer dan 5 000

100 (minimaal)

Bij onverpakte groenten en fruit die volumineus zijn (meer dan 2 kg per stuk), dienen de basismonsters uit minimaal vijf stuks te bestaan. Indien partijen uit minder dan 5 verpakkingen bestaan of een gewicht van minder dan 10 kg hebben, wordt de hele partij gecontroleerd.

▼C1

Indien de controleur na een controle nog twijfelt, moet een nieuwe fysieke controle worden uitgevoerd en moet het resultaat worden gemeld als een gemiddelde van beide controles.

▼B

2.6.    Controle van het product

Bij verpakte producten worden de basismonsters gebruikt om het algemene uiterlijk van de producten, de presentatie, de zuiverheid van de verpakking en de etikettering ervan te controleren. In alle andere gevallen worden deze controles uitgevoerd aan de hand van de partij of het vervoermiddel.

Met het oog op de normcontrole wordt het product volledig van de verpakking ontdaan. De controleur mag hiervan slechts afzien wanneer de monsterneming gebaseerd is op samengestelde monsters.

De uniformiteit, de minimumeisen, de kwaliteitsklassen en de grootte worden gecontroleerd aan de hand van het verzamelmonster of het samengestelde monster met inachtneming van de brochures die zijn gepubliceerd in het kader van de OESO-regeling inzake de toepassing van internationale handelsnormen voor groenten en fruit (OECD Scheme for the Application of International Standards for Fruit and Vegetables).

Wanneer afwijkingen worden geconstateerd, bepaalt de controleur op basis van het aantal stuks of van het gewicht het percentage producten dat niet aan de handelsnorm voldoet.

Uitwendige afwijkingen worden gecontroleerd aan de hand van het verzamelmonster of het samengestelde monster. De overeenstemming van de producten met bepaalde criteria inzake ontwikkeling en/of rijpheid of het al dan niet voorkomen van inwendige afwijkingen kan worden nagegaan aan de hand van gereduceerde monsters. Met name wanneer de controle tot vernietiging van de handelswaarde van het product zou leiden, wordt aan de hand van het gereduceerde monster gecontroleerd.

De beoordeling van de graad van ontwikkeling en/of rijpheid moet worden gecontroleerd door gebruik te maken van de instrumenten en methoden die hiertoe zijn vastgesteld in de betrokken handelsnorm of overeenkomstig de handleiding over objectieve tests voor de vaststelling van de kwaliteit van groenten en fruit en droge en gedroogde producten (Guidance on Objective Tests to Determine Quality of Fruit and Vegetables and Dry and Dried Produce).

2.7.    Rapport over de controleresultaten

De in artikel 14 bedoelde documenten worden in voorkomend geval afgegeven.

Indien afwijkingen worden vastgesteld op basis waarvan het product als niet-conform moet worden beschouwd, wordt de marktdeelnemer of diens vertegenwoordiger schriftelijk in kennis gesteld van die afwijkingen, het percentage geconstateerde afwijkingen en de redenen waarom het product als niet-conform is aangemerkt. Als het product met de handelsnorm in overeenstemming kan worden gebracht door de aanduidingen aan te passen, wordt de marktdeelnemer of diens vertegenwoordiger daarvan ook op de hoogte gebracht.

Als in een product afwijkingen worden geconstateerd, wordt het percentage vermeld dat als niet conform de handelsnorm wordt beschouwd.

2.8.    Waardevermindering van het product als gevolg van de normcontrole

Na de normcontrole wordt het verzamelmonster of het samengestelde monster ter beschikking van de marktdeelnemer of diens vertegenwoordiger gesteld.

De controle-instantie hoeft geen elementen van het verzamelmonster of het samengestelde monster terug te geven die bij de controle verloren zijn gegaan.

▼M8




BIJLAGE V bis

NIET-SUBSIDIABELE INVESTERINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 37, TWEEDE ALINEA

1. Investeringen in vervoermiddelen voor de afzet en de distributie van goederen door de producentengroepering, met uitzondering van:

a) 

investeringen in middelen voor intern vervoer; bij aankoop moet de producentengroepering ten genoegen van de betrokken lidstaat motiveren dat de investeringen uitsluitend worden gebruikt voor intern vervoer;

b) 

extra truckvoorzieningen voor koeltransport of CA-vervoer.

2. Aankoop van onbebouwde terreinen voor een bedrag dat hoger is dan 10 % van de totale subsidiabele uitgaven voor de betrokken actie, tenzij de aankoop nodig is voor een in het erkenningsprogramma opgenomen investering.

3. Tweedehands materiaal dat in de voorafgaande zeven jaar met uniale of nationale steun is aangekocht.

4. Huur, tenzij de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat huur aanvaardt als economisch verantwoord alternatief voor aankoop.

5. Onroerend goed dat in de voorafgaande tien jaar met uniale of nationale steun is aangekocht.

6. Investeringen in aandelen.

7. Investeringen of soortgelijke acties die geen betrekking hebben op de bedrijven en/of bedrijfsruimten van de producentengroepering of haar leden.




BIJLAGE V ter

Modelformulieren voor de melding per producentengroepering als bedoeld in artikel 38, lid 4

image image

▼M29 —————

▼B




BIJLAGE XIX



CONCORDANTIETABEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 149

Verordening (EG) nr. 1580/2007

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 2a

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 12 bis

Artikel 14

Artikel 13

Artikel 15

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 17

Artikel 20 bis

Artikel 18

Artikel 21

Artikel 19

Artikel 22

Artikel 20

Artikel 23

Artikel 21

Artikel 24

Artikel 22

Artikel 25

Artikel 23

Artikel 26

Artikel 24

Artikel 27

Artikel 25

Artikel 28

Artikel 26

Artikel 29

Artikel 27

Artikel 30

Artikel 28

Artikel 31

Artikel 29

Artikel 32

Artikel 30

Artikel 33

Artikel 31

Artikel 34

Artikel 33

Artikel 35

Artikel 36

Artikel 34

Artikel 37

Artikel 35

Artikel 38

Artikel 36

Artikel 39

Artikel 37

Artikel 40

Artikel 38

Artikel 41

Artikel 39

Artikel 42

Artikel 40

Artikel 43

Artikel 41

Artikel 44

Artikel 42

Artikel 45

Artikel 43

Artikel 46

Artikel 44

Artikel 47

Artikel 45

Artikel 48

Artikel 46

Artikel 49

Artikel 47

Artikel 50

Artikel 48

Artikel 51

Artikel 49

Artikel 52

Artikel 50

Artikel 53

Artikel 51

Artikel 54

Artikel 52

Artikel 55

Artikel 53

Artikel 56

Artikel 54

Artikel 57

Artikel 55

Artikel 58

Artikel 56

Artikel 59

Artikel 57

Artikel 60

Artikel 58

Artikel 61

Artikel 59-60

Artikel 62

Artikel 61

Artikel 63

Artikel 62

Artikel 64

Artikel 63

Artikel 65

Artikel 64

Artikel 66

Artikel 65

Artikel 67

Artikel 66

Artikel 68

Artikel 67

Artikel 69

Artikel 68

Artikel 70

Artikel 69

Artikel 71

Artikel 70

Artikel 72

Artikel 71

Artikel 73

Artikel 72

Artikel 74

Artikel 73

Artikel 75

Artikel 74

Artikel 76

Artikel 75

Artikel 77

Artikel 76

Artikel 78

Artikel 77

Artikel 79

Artikel 78

Artikel 80

Artikel 79

Artikel 81

Artikel 80

Artikel 82

Artikel 81

Artikel 83

Artikel 82

Artikel 84

Artikel 83

Artikel 85

Artikel 84

Artikel 86

Artikel 85

Artikel 87

Artikel 86

Artikel 88

Artikel 87

Artikel 89

Artikel 88

Artikel 90

Artikel 89

Artikel 91

Artikel 90

Artikel 92

Artikel 93

Artikel 91

Artikel 94

Artikel 92

Artikel 94a

Artikel 93

Artikel 95

Artikel 94

Artikel 96

Artikel 95, lid 4

Artikel 97

Artikel 95

Artikel 98

Artikel 96

Artikel 99

Artikel 97

Artikel 100

Artikel 99

Artikel 101

Artikel 100

Artikel 102

Artikel 101

Artikel 103

Artikel 102

Artikel 104

Artikel 103

Artikel 105

Artikel 104

Artikel 106

Artikel 105, lid 1

Artikel 107

Artikel 105, leden 2 en 3

Artikel 108

Artikel 106

Artikel 109

Artikel 107

Artikel 110

Artikel 108

Artikel 111

Artikel 109

Artikel 112

Artikel 110

Artikel 113

Artikel 111

Artikel 114

Artikel 112

Artikel 115

Artikel 113

Artikel 116

Artikel 114

Artikel 117

Artikel 115

Artikel 118

Artikel 116

Artikel 119

Artikel 117

Artikel 120

Artikel 118

Artikel 121

Artikel 119

Artikel 122

Artikel 120

Artikel 123

Artikel 121

Artikel 124

Artikel 122

Artikel 125

Artikel 123

Artikel 126

Artikel 125

Artikel 127

Artikel 126

Artikel 128

Artikel 127

Artikel 129

Artikel 128

Artikel 130

Artikel 129

Artikel 131

Artikel 130

Artikel 132

Artikel 131

Artikel 133

Artikel 132

Artikel 134

Artikel 135

Artikel 133

Artikel 136

Artikel 134

Artikel 137

Artikel 135

Artikel 138

Artikel 136

Artikel 139

Artikel 137

Artikel 140

Artikel 138

Artikel 141

Artikel 139

Artikel 142

Artikel 140

Artikel 143

Artikel 141

Artikel 144

Artikel 142

Artikel 145

Artikel 143

Artikel 146

Artikel 144

Artikel 147

Artikel 145

Artikel 148

Artikel 146

Artikel 149

Artikel 147

Artikel 150

Artikel 148

Artikel 151

Artikel 149

Artikel 152

Artikel 150

Artikel 153

Artikel 151

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage III

Bijlage IV

Bijlage IV

Bijlage VI

Bijlage V

Bijlage VII

Bijlage VII

Bijlage VIII

Bijlage IX

Bijlage IX

Bijlage X

Bijlage X

Bijlage XI

Bijlage XI

Bijlage XII

Bijlage XII

Bijlage XIII

Bijlage XIII

Bijlage XIV

Bijlage XIV

Bijlage VIII

Bijlage XV

Bijlage XVI

Bijlage XVI

Bijlage XVII

Bijlage XVII

Bijlage XVIII

Bijlage XVIII

Bijlage XX




BIJLAGE XX

IN ARTIKEL 150, LID 2, BEDOELDE VERORDENINGEN

Verordening (EEG) nr. 1764/86 van de Commissie van 27 mei 1986 inzake de minimumkwaliteitsnormen waaraan verwerkte producten op basis van tomaten moeten voldoen om voor productiesteun in aanmerking te komen ( 48 )

Verordening (EEG) nr. 2320/89 van de Commissie van 28 juli 1989 tot vaststelling van minimumkwaliteitseisen waaraan perziken op siroop en op natuurlijk vruchtensap moeten voldoen om voor productiesteun in aanmerking te komen ( 49 )

Artikel 2 en bijlage I, delen A en B, van Verordening (EG) nr. 464/1999 van de Commissie van 3 maart 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad inzake de steunregeling voor pruimedanten ( 50 )

Artikel 1, leden 1 en 2, en de bijlagen II en III van Verordening (EG) nr. 1573/1999 van de Commissie van 19 juli 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad, wat betreft de kenmerken van gedroogde vijgen die voor productiesteun in aanmerking komen ( 51 )

De bijlagen I en II van Verordening (EG) nr. 1621/1999 van de Commissie van 22 juli 1999 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat betreft de steun voor de teelt van druiven die bestemd zijn voor de productie van bepaalde krenten- en rozijnenvariëteiten ( 52 )

Verordening (EG) nr. 1666/1999 van de Commissie van 28 juli 1999 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad betreffende de minimumkenmerken voor het in de handel brengen van bepaalde krenten- en rozijnenvariëteiten ( 53 )

Verordening (EG) nr. 1010/2001 van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende minimumkwaliteitseisen voor vruchtenmengsels in het kader van de productiesteunregeling ( 54 )

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 217/2002 van de Commissie van 5 februari 2002 houdende vaststelling van de criteria waaraan basisproducten moeten voldoen om voor de productiesteunregeling van Verordening (EG) nr. 2201/96 in aanmerking te komen ( 55 )

Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1535/2003 van de Commissie van 29 augustus 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft ( 56 )

Artikel 16 en bijlage I van Verordening (EG) nr. 2111/2003 van de Commissie van 1 december 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrusvruchten ( 57 )

Verordening (EG) nr. 1559/2006 van de Commissie van 18 oktober 2006 tot vaststelling van minimumkwaliteitseisen waaraan Williams- en Rochaperen op siroop en/of natuurlijk vruchtensap in het kader van de productiesteunregeling moeten voldoen ( 58 ).



( 1 ) PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19.

( 2 ) PB L 41 van 14.2.2003, blz. 33.

( 3 ) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

( 4 ) PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1.

( 5 ) PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1.

( 6 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 7 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 8 ) In het aanhangsel bij deze norm

is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met een indeling op basis van kleur- en ruwschilligheidscriteria opgenomen.

( 9 ) Variëteiten die in het aanhangsel bij deze norm met een „R” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de bepalingen inzake ruwschilligheid.

( 10 ) In het aanhangsel bij deze norm

is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met een indeling op basis van kleur- en ruwschilligheidscriteria opgenomen.

( 11 ) Variëteiten die in het aanhangsel bij deze norm met een „R” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de bepalingen inzake ruwschilligheid.

( 12 ) Variëteiten die in het aanhangsel bij deze norm met een „R” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de bepalingen inzake ruwschilligheid.

( 13 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications

( 14 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications

( 15 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 16 ) Een handelsbenaming kan een handelsmerk zijn waarvoor bescherming is aangevraagd of verkregen, of een andere commerciële benaming.

( 17 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 18 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications

( 19 ) Gebruik van conserveringsmiddelen of andere chemische stoffen die een vreemde geur op de schil kunnen achterlaten, is toegestaan voor zover deze stoffen overeenkomstig de ter zake geldende EU-voorschriften worden gebruikt.

( 20 ) Gebruik van conserveringsmiddelen of andere chemische stoffen die een vreemde geur op de schil kunnen achterlaten, is toegestaan voor zover deze stoffen overeenkomstig de ter zake geldende EU-voorschriften worden gebruikt.

( 21 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 22 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 23 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications

( 24 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 25 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 26 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 27 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 28 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications

( 29 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 30 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 31 ) In het aanhangsel bij deze norm is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met grote vruchten en zomerperen opgenomen.

( 32 ) In het aanhangsel bij deze norm is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met grote vruchten en zomerperen opgenomen.

( 33 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 34 ) Een handelsbenaming kan een handelsmerk zijn waarvoor bescherming is aangevraagd of verkregen, of een andere commerciële benaming.

( 35 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 36 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 37 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 38 ) Sommige paprikavariëteiten hebben een pikante smaak. Voorbeelden van commerciële paprikavariëteiten met een licht pikante smaak zijn Sivri, Padron en Somborka.

( 39 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 40 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 41 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications

( 42 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 43 ) Een handelsbenaming kan een handelsmerk zijn waarvoor bescherming is aangevraagd of verkregen, of een andere commerciële benaming.

( 44 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 45 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.

( 46 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.

( 47 ) PB L 186 van 30.6.1989, blz. 21.

( 48 ) PB L 153 van 7.6.1986, blz. 1.

( 49 ) PB L 220 van 29.7.1989, blz. 54.

( 50 ) PB L 56 van 4.3.1999, blz. 8.

( 51 ) PB L 187 van 20.7.1999, blz. 27.

( 52 ) PB L 192 van 24.7.1999, blz. 21.

( 53 ) PB L 197 van 29.7.1999, blz. 32.

( 54 ) PB L 140 van 24.5.2001, blz. 31.

( 55 ) PB L 35 van 6.2.2002, blz. 11.

( 56 ) PB L 218 van 30.8.2003, blz. 14.

( 57 ) PB L 317 van 2.12.2003, blz. 5.

( 58 ) PB L 288 van 19.10.2006, blz. 22.