02011R0543 — NL — 15.11.2021 — 029.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 543/2011 VAN DE COMMISSIE van 7 juni 2011 (PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
Gerectificeerd bij:
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 543/2011 VAN DE COMMISSIE
van 7 juni 2011
tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft
TITEL I
INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1
Werkingssfeer en gebruik van begrippen
De titels II en III van de onderhavige verordening zijn evenwel uitsluitend van toepassing op de in artikel 1, lid 1, onder i), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten van de sector groenten en fruit en op dergelijke producten die uitsluitend bestemd zijn om te worden verwerkt.
▼M29 —————
TITEL II
INDELING VAN PRODUCTEN
HOOFDSTUK I
Algemene regels
Artikel 3
Handelsnormen; houders
Groenten en fruit waarvoor geen specifieke handelsnorm geldt, moeten voldoen aan de algemene handelsnorm. Producten ten aanzien waarvan de houder kan aantonen dat zij voldoen aan geldende normen die zijn vastgesteld door de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), worden evenwel beschouwd als producten die in overeenstemming zijn met de algemene handelsnorm.
De in artikel 113, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde specifieke handelsnormen zijn opgenomen in bijlage I, deel B, van de onderhavige verordening, voor wat de volgende producten betreft:
appelen,
citrusvruchten,
kiwi’s,
sla, krulandijvie en andijvie,
perziken en nectarines,
peren,
aardbeien,
paprika's,
tafeldruiven,
tomaten.
Artikel 4
Uitzonderingen op en vrijstellingen van de toepassing van de handelsnormen
In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 hoeven de volgende producten niet aan de handelsnormen te voldoen:
producten die, mits zij duidelijk gemarkeerd zijn met de woorden „bestemd voor verwerking” of „voor diervoeder” of een andere gelijkwaardige formulering:
bestemd zijn voor industriële verwerking, of
bestemd zijn voor gebruik in diervoeder of voor een ander gebruik dan voeding;
producten die de producent op zijn bedrijf levert aan de consument voor diens persoonlijk gebruik;
producten die ingevolge een besluit van de Commissie dat op verzoek van een lidstaat volgens de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure is genomen, worden beschouwd als producten uit een bepaald gebied die door de detailhandel van dat gebied, of, in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, van die lidstaat worden verkocht omdat zij aan een algemeen bekende lokale verbruikstraditie beantwoorden;
producten die zo zijn opgemaakt of versneden dat ze „etensklaar” of „panklaar” zijn;
producten die worden afgezet als eetbare scheuten van ontkiemde zaden van planten die worden beschouwd als groenten of fruit in de zin van artikel 1, lid 1, onder i), en bijlage I, deel IX, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 hoeven de volgende producten binnen een bepaald productiegebied niet aan de handelsnormen te voldoen:
producten die door de producent worden verkocht of geleverd aan pakstations of bewaarinrichtingen, of die van het bedrijf van de producent naar dergelijke inrichtingen worden vervoerd, en
producten die van de bewaarinrichtingen naar de pakstations worden vervoerd.
In afwijking van artikel 113 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 hoeven de volgende producten niet aan de algemene handelsnorm te voldoen:
wilde paddenstoelen van GN-code 0709 59 ,
kappers van GN-code 0709 90 40 ,
bittere amandelen van GN-code 0802 11 10 ,
amandelen zonder dop van GN-code 0802 12 ,
hazelnoten zonder dop van GN-code 0802 22 ,
walnoten (okkernoten) zonder dop van GN-code 0802 32 ,
pingels of pignolen van GN-code 0802 90 50 ,
pistaches van GN-code 0802 50 00 ,
macadamianoten van GN-code 0802 60 00 ,
pecannoten van GN-code 0802 90 20 ,
andere noten van GN-code 0802 90 85 ,
gedroogde plantains van GN-code 0803 00 90 ,
►C1 gedroogde citrusvruchten van GN-code 0805 , ◄
mengsels van tropische noten van GN-code 0813 50 31 ,
mengsels van andere noten van GN-code 0813 50 39 ,
saffraan van GN-code 0910 20 .
Artikel 5
Aanduidingen
Artikel 6
Aanduidingen in het detailhandelsstadium
Artikel 7
Mengsels
Verpakkingen met een nettogewicht van 5 kg of minder die mengsels van verschillende soorten fruit, verschillende soorten groenten of verschillende soorten groenten en fruit bevatten, mogen worden afgezet op voorwaarde dat:
de producten van homogene kwaliteit zijn en elk product voldoet aan de betrokken specifieke handelsnorm of, bij gebrek aan een specifieke handelsnorm voor een bepaald product, aan de algemene handelsnorm;
de verpakking juist is geëtiketteerd overeenkomstig dit hoofdstuk, en
het mengsel de consument niet kan misleiden.
Indien de in een mengsel opgenomen producten van oorsprong uit meer dan één lidstaat of derde land zijn, mag de volledige naam van de landen van oorsprong worden vervangen door, naargelang van het geval:
„mengsel van uit de EU afkomstig fruit”, „mengsel van uit de EU afkomstige groenten” of „mengsel van uit de EU afkomstige groenten en fruit”;
„mengsel van niet uit de EU afkomstig fruit”, „mengsel van niet uit de EU afkomstige groenten” of „mengsel van niet uit de EU afkomstige groenten en fruit”;
„mengsel van uit de EU en niet uit de EU afkomstig fruit”, „mengsel van uit de EU en niet uit de EU afkomstige groenten” of „mengsel van uit de EU en niet uit de EU afkomstige groenten en fruit”.
HOOFDSTUK II
Handelsnormcontroles
Artikel 8
Werkingssfeer
Dit hoofdstuk bevat voorschriften inzake normcontroles, d.w.z. controles van groenten en fruit die in alle afzetstadia worden uitgevoerd om na te gaan of de betrokken producten voldoen aan de handelsnormen en aan andere bepalingen van deze titel en van de artikelen 113 en 113 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
Artikel 9
Coördinerende autoriteiten en controle-instanties
Elke lidstaat gaat over tot het aanwijzen van:
één enkele bevoegde autoriteit, hierna „de coördinerende autoriteit” genoemd, die verantwoordelijk is voor de coördinatie en de contacten met betrekking tot het bepaalde in dit hoofdstuk, en
één of meer controle-instanties, hierna „de controle-instanties” genoemd, die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van het bepaalde in dit hoofdstuk.
De in de eerste alinea bedoelde coördinerende autoriteiten en controle-instanties kunnen openbaar of particulier zijn. In beide gevallen zijn de lidstaten evenwel verantwoordelijk voor deze autoriteiten en instanties.
De lidstaten melden aan de Commissie:
de naam, het postadres en het e-mailadres van de op grond van lid 1, eerste alinea, onder a), aangewezen coördinerende autoriteiten;
de naam, het postadres en het e-mailadres van de op grond van lid 1, eerste alinea, onder b), aangewezen controle-instanties, en
de precieze omschrijving van de bevoegdheden van de door hen aangewezen controle-instanties.
Artikel 10
Gegevensbank betreffende de marktdeelnemers
De lidstaten kunnen hiertoe gebruik maken van voor andere doeleinden opgerichte gegevensbanken.
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „marktdeelnemer” verstaan een natuurlijke of rechtspersoon:
die groenten en fruit waarvoor handelsnormen gelden, in zijn bezit heeft om deze:
uit te stallen of aan te bieden voor verkoop,
te verkopen, of
op een andere manier af te zetten, of
die met betrekking tot groenten en fruit waarvoor handelsnormen gelden, zelf één of meer onder a) bedoelde activiteiten uitvoert.
De in de eerste alinea, onder a), bedoelde activiteiten omvatten:
verkoop op afstand, al dan niet via het Internet,
dergelijke activiteiten die de natuurlijke of de rechtspersoon voor eigen rekening of voor rekening van een derde partij verricht, en
dergelijke activiteiten die worden verricht in de Unie en/of in het kader van uitvoer naar derde landen en/of invoer uit derde landen.
De lidstaten bepalen onder welke voorwaarden de volgende marktdeelnemers al dan niet in de gegevensbank worden opgenomen:
marktdeelnemers die op grond van de aard van hun activiteit, krachtens artikel 4 zijn vrijgesteld van de verplichting om aan de handelsnormen te voldoen, en
natuurlijke personen of rechtspersonen wier activiteiten in de sector groenten en fruit beperkt zijn tot het vervoer van goederen of tot de verkoop in het detailhandelsstadium.
De gegevensbank bevat voor elke marktdeelnemer:
het registratienummer, de naam en het adres;
de gegevens die nodig zijn voor de indeling van de marktdeelnemer in één van de in artikel 11, lid 2, opgenomen risicocategorieën, met name de gegevens over de plaats in de afzetketen en over het omvang van het bedrijf;
gegevens over uitkomsten van eerdere controles van de marktdeelnemer;
andere voor de controle noodzakelijk geachte gegevens, zoals informatie over het voorhanden zijn van een kwaliteitsborgingssysteem of een internecontrolesysteem inzake de naleving van de handelsnormen.
Het bijwerken van de gegevensbank vindt met name plaats aan de hand van de tijdens de normcontroles verzamelde gegevens.
Artikel 11
Normcontroles
Eén van de criteria voor de beoordeling van het risico bestaat in het voorhanden zijn van een in artikel 14 bedoeld normcontrolecertificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit van een derde land dat overeenkomstig artikel 15 een erkenning voor zijn normcontroles heeft gekregen. Het voorhanden zijn van een dergelijk certificaat wordt beschouwd als een factor die het risico van niet-naleving van de handelsnormen vermindert.
Als criteria voor de beoordeling van het risico kunnen tevens de volgende gegevens in aanmerking worden genomen:
de aard van het product, de productieperiode, de prijs van het product, het weer, de verpakkings- en behandelingsverrichtingen, de opslagomstandigheden, het land van oorsprong, de vervoermiddelen of de omvang van de partij;
de omvang van de marktdeelnemer, zijn plaats in de afzetketen, de omvang of de waarde van zijn afzet, zijn productassortiment, het leveringsgebied of de aard van zijn werkzaamheden, zoals opslag, sortering, verpakking of verkoop;
uitkomsten van eerdere controles, waaronder het aantal en de aard van de geconstateerde afwijkingen, de gebruikelijke kwaliteit van de afgezette producten, het niveau van de gebruikte technische uitrusting;
de betrouwbaarheid van de door de marktdeelnemer gebruikte kwaliteitsborgingssystemen of internecontrolesystemen inzake de naleving van de handelsnormen;
de plaats waar de controle wordt verricht, met name indien dit de plaats is waar de producten voor het eerst de Unie binnenkomen of waar de producten worden verpakt of geladen;
andere gegevens die kunnen wijzen op een risico van niet-naleving.
De lidstaten stellen vooraf het volgende vast:
de criteria voor de beoordeling van het risico dat partijen niet aan de handelsnormen voldoen;
op basis van een risicoanalyse voor elke risicocategorie, het minimum percentage marktdeelnemers of partijen en/of hoeveelheden dat aan een normcontrole zal worden onderworpen.
De lidstaten kunnen op basis van een risicoanalyse ervoor opteren om geen selectieve controles van producten waarvoor geen specifieke handelsnormen gelden, te verrichten.
Artikel 12
Erkende marktdeelnemers
De marktdeelnemers die voor deze mogelijkheid in aanmerking komen:
beschikken over controlepersoneel dat een door de lidstaat erkende opleiding heeft gevolgd;
beschikken over het nodige materieel om de producten verkoopklaar te maken en te verpakken;
verbinden zich ertoe een normcontrole van de goederen die zij verzenden, te verrichten, en houden een register van alle door hen verrichte controles bij.
Erkenningen die vóór ►M18 22 juni 2011 ◄ aan de marktdeelnemers zijn verleend, blijven geldig voor de periode waarvoor zij zijn verleend.
Artikel 13
Aanvaarding van aangiften door de douane
De douaneautoriteit mag met betrekking tot producten waarvoor specifieke handelsnormen gelden, slechts aangiften ten uitvoer en/of aangiften voor het vrije verkeer aanvaarden, indien:
de goederen vergezeld gaan van een normcontrolecertificaat, of
de bevoegde controle-instantie aan de douaneautoriteit heeft gemeld dat voor de betrokken partijen een normcontrolecertificaat is afgegeven, of
de bevoegde controle-instantie aan de douaneautoriteit heeft gemeld dat zij geen normcontrolecertificaat voor de betrokken partijen heeft afgegeven omdat de partijen op basis van de in artikel 11, lid 1, bedoelde risicoanalyse niet hoefden te worden gecontroleerd.
Deze bepaling geldt onverminderd normcontroles die de lidstaat op grond van artikel 11 kan verrichten.
Artikel 14
Normcontrolecertificaat
De in artikel 15, lid 4, bedoelde derde landen mogen in de plaats van het door de bevoegde autoriteiten in de Unie afgegeven certificaat, hun eigen certificaat gebruiken op voorwaarde dat dat certificaat gegevens bevat die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in het EU-certificaat op te nemen gegevens. De Commissie stelt op de door haar geschikt geachte wijze modellen van dergelijke, door derde landen gebruikte certificaten ter beschikking.
Artikel 15
Erkenning van door derde landen vóór de invoer in de Unie verrichte normcontroles
In de erkenning wordt de officiële autoriteit in het derde land vermeld die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde controles. Deze autoriteit is verantwoordelijk voor de contacten met de Unie. In de erkenning worden ook de controle-instanties van het derde land vermeld die belast zijn met de uitvoering van de adequate controles.
De erkenning heeft uitsluitend betrekking op producten van oorsprong uit het betrokken derde land en kan tot bepaalde producten worden beperkt.
De Commissie stelt op de door haar geschikt geachte wijze de gegevens over de betrokken officiële autoriteiten en controle-instanties ter beschikking.
Artikel 16
Schorsing van de erkenning van de normcontroles
De Commissie kan de erkenning van de normcontroles schorsen indien voor een significant aantal partijen en/of hoeveelheden wordt geconstateerd dat de goederen niet overeenstemmen met de gegevens in de normcontrolecertificaten die door de controle-instanties van het derde land zijn afgegeven.
Artikel 17
Controlemethoden
De lidstaten stellen specifieke uitvoeringsbepalingen vast voor de normcontroles bij verkoop in de detailhandel aan de eindverbruiker.
Marktdeelnemers mogen de goederen of een gedeelte ervan met de normen in overeenstemming brengen. Dergelijke met de normen in overeenstemming gebrachte goederen mogen niet worden afgezet voordat de bevoegde controle-instantie er zich met alle passende middelen van heeft vergewist dat de goederen daadwerkelijk met de normen in overeenstemming zijn gebracht. De bevoegde controle-instantie geeft in voorkomend geval slechts een normcontrolecertificaat volgens het model in bijlage III af voor de partijen of delen ervan die met de normen in overeenstemming zijn gebracht.
Wanneer een controle-instantie ingaat op het verzoek van een marktdeelnemer om de goederen met de normen in overeenstemming te brengen in een andere lidstaat dan die waar de niet-conformiteit bij de controle is geconstateerd, meldt de marktdeelnemer de niet-conforme partij aan de bevoegde controle-instantie van de lidstaat van bestemming. De lidstaat die de verklaring van niet-conformiteit heeft afgegeven, zendt een kopie van deze verklaring toe aan de andere betrokken lidstaten, inclusief de lidstaat waarvoor de niet-conforme partij bestemd is.
Wanneer de goederen niet met de normen in overeenstemming kunnen worden gebracht, en ook niet voor diervoeding, voor industriële verwerking of voor andere niet-voedingsdoeleinden kunnen worden bestemd, kan de controle-instantie de marktdeelnemers desnoods verzoeken de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de producten niet worden afgezet.
De marktdeelnemers verstrekken alle gegevens die de lidstaten nodig achten voor de toepassing van dit lid.
Artikel 18
Meldingen
TITEL III
PRODUCENTENORGANISATIES
HOOFDSTUK I
Eisen en erkenning
▼M29 —————
Artikel 36
Indiening van het erkenningsprogramma
De lidstaten stellen het volgende vast:
de minimumcriteria waaraan de rechtspersoon of het duidelijk omschreven onderdeel van een rechtspersoon moet voldoen om een erkenningsprogramma te kunnen indienen;
de regels voor de opstelling, de inhoud en de uitvoering van de erkenningsprogramma's;
de periode die moet verstrijken voordat een voormalig lid van een producentenorganisatie zich mag aansluiten bij een producentengroepering voor de producten waarvoor de betrokken producentenorganisatie was erkend;
de administratieve procedures voor de goedkeuring, de controle en de afronding van de erkenningsprogramma's, en
de regels om te voorkomen dat een producent meer dan 5 jaar van de EU-steun voor producentengroeperingen profiteert.
Artikel 37
Inhoud van het erkenningsprogramma
Het ontwerp van erkenningsprogramma omvat ten minste:
een beschrijving van de uitgangssituatie, met name wat betreft het aantal aangesloten producenten, met volledige gegevens over leden, productie, inclusief de waarde van de afgezette productie, afzet en ter beschikking van de producentengroepering staande infrastructuur, inclusief infrastructuur in het bezit van individuele leden van de producentengroepering;
de voorgestelde datum waarop met de uitvoering van het programma wordt begonnen, en de looptijd van het programma, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen, en
de activiteiten die moeten worden uitgevoerd en de investeringen die moeten worden gedaan om de erkenning te kunnen verkrijgen.
De in de eerste alinea, onder c), bedoelde investeringen omvatten niet de in bijlage V bis opgesomde investeringen.
Artikel 38
Goedkeuring van het erkenningsprogramma
Na de in artikel 111 bedoelde normcontroles kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat in voorkomend geval:
het programma voorlopig aanvaarden en een voorlopige erkenning verlenen;
verzoeken om het programma te wijzigen, onder meer met betrekking tot de looptijd ervan. Met name beoordeelt de lidstaat of de voorgestelde fasen niet abnormaal lang zijn en verzoekt hij om wijzigingen als een producentengroepering aan de criteria voor erkenning als producentenorganisatie kan voldoen vóór het einde van de periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 125 sexies, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1234/2007;
het programma afwijzen, vooral wanneer de rechtspersonen of duidelijk omschreven delen daarvan die om een voorlopige erkenning als producentengroepering verzoeken, reeds aan de criteria voor erkenning als producentenorganisatie voldoen.;
De voorlopige aanvaarding, voor zover nodig, is slechts mogelijk als de overeenkomstig punt b) gevraagde wijzigingen in het programma zijn opgenomen.
Artikel 39
Uitvoering van het erkenningsprogramma
Voor het eerste jaar van uitvoering overeenkomstig de in artikel 37, onder b), bedoelde voorgestelde datum, gaat het erkenningsprogramma van start:
op 1 januari na de datum van aanvaarding van het programma door de bevoegde autoriteit van de lidstaat, of
op de eerste kalenderdag na de datum van aanvaarding van het programma.
Het eerste jaar van uitvoering van het erkenningsprogramma loopt in elk geval af op 31 december van hetzelfde jaar.
De lidstaten stellen vast onder welke voorwaarden erkenningsprogramma’s tijdens een jaarlijkse of halfjaarlijkse periode mogen worden gewijzigd zonder voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat. De punten waarop de wijzigingen betrekking hebben, komen slechts in aanmerking voor steun indien zij onmiddellijk door de producentengroepering aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat worden meegedeeld.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat kan de producentengroeperingen machtigen om in een bepaald jaar en met betrekking tot dat jaar het totale in het erkenningsprogramma vastgestelde uitgavenbedrag hetzij met ten hoogste 5 % van het oorspronkelijk goedgekeurde bedrag te verhogen, hetzij met een door de lidstaten vast te stellen maximumpercentage te verlagen, in beide gevallen voor zover de algemene doelstellingen van het erkenningsprogramma worden behouden en voor zover de totale uitgaven van de Unie op het niveau van de betrokken lidstaat niet meer bedragen dan de bijdrage die de Unie overeenkomstig artikel 47, lid 4, aan die lidstaat heeft toegewezen.
Bij fusies van producentengroeperingen als bedoeld in artikel 48 geldt het maximum van 5 % voor het volledige uitgavenbedrag dat is vastgesteld in de erkenningsprogramma’s van de gefuseerde producentengroeperingen.
Artikel 40
Aanvragen tot erkenning als producentenorganisatie
Artikel 41
Hoofdactiviteiten van de producentengroeperingen
Artikel 42
Waarde van de afgezette productie
Artikel 43
Financiering van het erkenningsprogramma
De in artikel 103 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun wordt uitbetaald:
in jaar- of halfjaartranches aan het eind van elke jaar- of halfjaarperiode voor de uitvoering van het erkenningsprogramma, of
in tranches die een deel van een jaarperiode bestrijken wanneer het programma in de loop van een jaarperiode van start gaat of wanneer de erkenning op grond van artikel 125 ter van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vóór het einde van een jaarperiode plaatsvindt. In dat geval wordt het in lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde maximum overeenkomstig verlaagd.
Voor de berekening van de tranches mogen de lidstaten, wanneer dit voor controledoeleinden noodzakelijk is, uitgaan van de afgezette productie in een andere periode dan die waarvoor de tranche wordt uitbetaald. Het verschil tussen de perioden moet kleiner zijn dan de duur van de betrokken periode.
Artikel 44
Steun voor met het oog op erkenning vereiste investeringen
Indien de uitvoering van een erkenningsprogramma investeringen op grond van artikel 37, onder c), van de onderhavige verordening vergt waarvoor steun wordt verleend op grond van artikel 103 bis, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007, worden deze investeringen gefinancierd naar evenredigheid van de mate waarin zij worden gebruikt voor de producten van de leden van een producentengroepering waarvoor voorlopige erkenning is verleend.
Investeringen die op het gebied van de andere economische activiteiten van de producentengroepering tot verstoring van de mededinging kunnen leiden, zijn van de EU-steun uitgesloten.
De investeringen kunnen worden uitgevoerd in individuele bedrijven en/of bedrijfsruimten van bij de producentengroepering aangesloten producenten, op voorwaarde dat die bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van het erkenningsprogramma. Als het lid de producentengroepering verlaat, ziet de lidstaat erop toe dat de investering of, als de afschrijvingsperiode nog niet is verstreken, de restwaarde daarvan wordt teruggevorderd.
Artikel 45
Steunaanvraag
Steunaanvragen voor halfjaarperioden kunnen slechts worden ingediend wanneer het erkenningsprogramma is opgesplitst in halfjaarperioden als bedoeld in artikel 39, lid 1. Elke steunaanvraag gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring van de producentengroepering waarin staat dat zij:
Verordening (EG) nr. 1234/2007 en de onderhavige verordening naleeft en verder zal naleven, en
direct noch indirect overlappende financiering uit uniale dan wel nationale bron heeft ontvangen, ontvangt noch zal ontvangen voor in het kader van haar erkenningsprogramma uitgevoerde acties waarvoor op grond van de onderhavige verordening EU-steun wordt verleend.
Artikel 46
Subsidiabiliteit
De lidstaten beoordelen of de producentengroeperingen in aanmerking komen voor steun uit hoofde van de onderhavige verordening teneinde zich ervan te vergewissen dat de toekenning van steun gerechtvaardigd is, rekening houdend met de voorwaarden en de datum van eventuele vroegere overheidssteun aan de producentenorganisaties of producentengroeperingen waarvan de leden van de betrokken producentengroepering afkomstig zijn, alsmede met de eventuele overgang van leden tussen producentenorganisaties en producentengroeperingen.
Artikel 47
EU-bijdrage
Met inachtneming van lid 4 van dit artikel bedraagt de EU-bijdrage in de financiering van de in artikel 103 bis, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun:
75 % in de regio’s die in aanmerking komen uit hoofde van de convergentiedoelstelling, en
50 % in andere regio’s.
De lidstaat kan zijn nationale steun als forfaitair bedrag betalen. In de steunaanvraag hoeft geen bewijsmateriaal inzake het gebruik van de steun te worden opgenomen.
De EU-bijdrage in de financiering van de in artikel 103 bis, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun, uitgedrukt in kapitaalsubsidie of kapitaalsubsidie-equivalent, mag in verhouding tot de subsidiabele investeringskosten niet meer bedragen dan:
50 % in de regio’s die in aanmerking komen uit hoofde van de convergentiedoelstelling, en
30 % in andere regio’s.
De betrokken lidstaten verbinden zich ertoe voor ten minste 5 % deel te nemen in de subsidiabele investeringskosten.
De bijdrage van de begunstigden in de subsidiabele investeringskosten bedraagt ten minste:
25 % in de regio’s die in aanmerking komen uit hoofde van de convergentiedoelstelling, en
45 % in andere regio’s.
Met inachtneming van lid 4 van dit artikel wordt de EU-bijdrage in de in artikel 103 bis, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun voor elke producentengroepering bepaald op basis van de waarde van de door haar afgezette productie en gelden daarvoor de volgende regels:
ten aanzien van producentengroeperingen in de lidstaten die op of na 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, geldt in de eerste twee jaar van de uitvoering van hun erkenningsprogramma geen maximum, en geldt in het derde, vierde en vijfde jaar van de uitvoering van hun erkenningsprogramma een maximum van respectievelijk 70 %, 50 % en 20 % van de waarde van de door hen afgezette productie;
ten aanzien van producentengroeperingen in de ultraperifere gebieden van de Unie als bedoeld in artikel 349 VWEU of op de kleinere Egeïsche Eilanden als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad ( 4 ) bedraagt de EU-bijdrage in het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde jaar van de uitvoering van hun erkenningsprogramma respectievelijk maximaal 25 %, 20 %, 15 %, 10 % en 5 % van de waarde van de door hen afgezette productie.
Op basis van de in artikel 38, lid 4, bedoelde meldingen stelt de Commissie de toewijzingscoëfficiënten vast, alsmede, op basis van die coëfficiënten, de totale beschikbare EU-bijdrage per lidstaat per jaar. Indien het totale bedrag dat uit de in artikel 38, lid 4, bedoelde meldingen voortvloeit, voor elk jaar niet mee bedraagt dan het maximale bedrag voor de EU-bijdrage, wordt de toewijzingscoëfficiënt op 100 % vastgesteld.
De EU-bijdrage wordt overeenkomstig de in de tweede alinea bedoelde toewijzingscoëfficiënt verstrekt. Er wordt geen EU-bijdrage verstrekt voor de erkenningsprogramma’s die niet overeenkomstig artikel 38, lid 4, zijn gemeld.
Voor de EU-bijdrage per lidstaat geldt de wisselkoers die het kortst vóór de in artikel 38, lid 4, genoemde datum door de Europese Centrale Bank is gepubliceerd.
Artikel 48
Fusies
Door producentengroeperingen vóór een dergelijke fusie uitgevoerde acties komen evenwel verder in aanmerking voor steun onder de in het erkenningsprogramma vastgestelde voorwaarden.
Artikel 49
Gevolgen van de erkenning
▼M29 —————
TITEL V
ALGEMENE BEPALINGEN, OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN
▼M29 —————
Artikel 149
Intrekking
Verordening (EG) nr. 1580/2007 wordt ingetrokken.
Artikel 134 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 blijft evenwel van toepassing tot en met 31 augustus 2011.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage XIX.
Artikel 150
Overgangsbepalingen
Erkenningsprogramma's die in het kader van de Verordening (EG) nr. 2200/96 zijn aanvaard en waarop artikel 14, lid 7, van die verordening van toepassing was en die aanvaard blijven op grond van artikel 203 bis, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1234/2007, worden gefinancierd aan de hand van de in artikel 103 bis, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde percentages.
De lidstaten wijzigen hun nationale strategie tegen 15 september 2011 indien dat nodig is om:
naar behoren te motiveren welke afstand als aanzienlijk wordt beschouwd voor de toepassing van artikel 50, lid 7, onder b);
vast te stellen hoeveel procent van de jaarlijkse uitgaven in het kader van een operationeel programma maximaal mag worden gespendeerd aan acties op het gebied van het milieubeheer van verpakkingen als bedoeld in artikel 60, lid 4, tweede alinea.
Artikel 151
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
HANDELSNORMEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3
DEEL A
Algemene handelsnorm
In deze algemene handelsnorm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen groenten en fruit na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
1. Minimumvereisten
Onverminderd de toegestane toleranties moeten de producten als volgt zijn:
De producten moeten in een zodanige conditie zijn dat zij:
2. Minimumeisen inzake rijpheid
De producten moeten voldoende ontwikkeld zijn, maar mogen niet te ontwikkeld zijn, en het fruit moet voldoende rijp zijn, maar mag niet overrijp zijn.
De producten moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en zo een toereikende rijpheidsgraad te bereiken.
3. Tolerantie
10 % van het aantal stuks of van het gewicht van de partij mag bestaan uit producten die niet aan de minimumeisen inzake kwaliteit voldoen. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
4. Aanduidingen
Op iedere verpakking ( 6 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv.: straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Oorsprong
Volledige naam van het land van oorsprong ( 7 ). Met betrekking tot producten van oorsprong uit een lidstaat dient het land van oorsprong te worden vermeld in de taal van het land van oorsprong of in een andere taal die begrijpelijk is voor de consumenten in het land van bestemming. Met betrekking tot andere producten dient het land van oorsprong te worden vermeld in een taal die begrijpelijk is voor de consumenten in het land van bestemming.
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL B
Specifieke handelsnormen
DEEL 1: HANDELSNORM VOOR APPELEN
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op appelvariëteiten (cultivars) van Malus domestica Borkh. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen appelen na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten appelen in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
De appelen moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Rijpheidseisen
De appelen moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn.
De appelen moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en de juiste, bij de kenmerken van de betrokken variëteit behorende rijpheidsgraad te bereiken.
De naleving van de minimumeisen inzake rijpheid kan aan verschillende parameters worden getoetst (bijv. morfologie, smaak, vastheid en brekingsindex).
C. Indeling
Appelen worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen.
i) Klasse Extra
In deze klasse ingedeelde appelen moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de specifieke kenmerken van de variëteit ( 8 ) hebben en het steeltje moet intact zijn.
Wat de voor de variëteit kenmerkende oppervlaktekleur betreft, moeten de appelen aan de volgende minimumeisen voldoen:
Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
De appelen mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van de volgende zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde appelen moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit ( 10 ) bezitten.
Wat de voor de variëteit kenmerkende oppervlaktekleur betreft, moeten de appelen aan de volgende minimumeisen voldoen:
Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
Het steeltje mag ontbreken op voorwaarde dat het breukvlak netjes is en de schil eromheen onbeschadigd is.
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren appelen die niet in de hogere klassen kunnen worden ingedeeld, maar die aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
Het vruchtvlees moet vrij zijn van ernstige afwijkingen.
Op voorwaarde dat de appelen nog hun kenmerkende eigenschappen inzake kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
De appelen worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede of op basis van het gewicht.
De appelen moeten bij sortering op basis van de diameter ten minste 60 mm groot zijn, of bij sortering op basis van het gewicht ten minste 90 g wegen. Kleinere of lichtere vruchten zijn aanvaardbaar indien de Brix-waarde ( 13 ) ervan ten minste 10,5° bedraagt en de vruchten niet kleiner zijn dan 50 mm of niet minder wegen dan 70 g.
Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen vruchten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:
voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:
|
Gewichtsschaal (g) |
Gewichtsverschil (g) |
|
70-90 |
15 g |
|
91-135 |
20 g |
|
136-200 |
30 g |
|
201-300 |
40 g |
|
> 300 |
50 g |
|
Gewichtsschaal (g) |
Uniformiteit (g) |
|
70-135 |
35 |
|
136-300 |
70 |
|
> 300 |
100 |
In de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse II hoeven qua grootte niet homogeen te zijn.
Variëteiten van miniatuurappelen die in het aanhangsel bij deze norm met een „M” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de sorteringsvoorschriften. Deze miniatuurvariëteiten moeten een Brix-waarde ( 14 ) van minstens 12° hebben.
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse Extra
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de appelen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende appelen mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de appelen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende appelen mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit appelen die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit appelen die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering. Deze tolerantie geldt niet voor vruchten die ten minste:
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit appelen van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit, grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en rijpheidsgraad.
Bovendien moeten de vruchten in de klasse Extra uniform van kleur zijn.
Appelen van duidelijk verschillende variëteiten mogen echter samen in een verkoopverpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken variëteit homogeen zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de appelen goed beschermen. Met name verkoopverpakkingen met een nettogewicht van meer dan 3 kg moeten stevig genoeg zijn om het product degelijk te beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels met handelsaanduidingen, worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 15 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
Land van oorsprong ( 17 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
In het geval van mengsels van duidelijk verschillende appelvariëteiten van verschillende oorsprong moet bij de naam van elke betrokken variëteit het land van oorsprong worden vermeld.
D. Handelskenmerken
Als de grootteklasse wordt vermeld, wordt deze als volgt aangegeven:
voor producten waarvoor de uniformiteitsregels gelden: door vermelding van de minimum- en de maximumdiameter of het minimum- en het maximumgewicht;
facultatief, voor vruchten waarvoor de uniformiteitsregels niet gelden: door vermelding van de diameter of het gewicht van de kleinste vrucht in de verpakking, gevolgd door „en meer” of een gelijkwaardige uitdrukking of, eventueel, door de diameter of het gewicht van de grootste vrucht in de verpakking.
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
Aanhangsel
Niet-limitatieve lijst van appelvariëteiten
Vruchten van variëteiten die niet in de lijst zijn vermeld, moeten op basis van de kenmerken van de variëteit worden ingedeeld.
Bepaalde in de onderstaande tabel vermelde variëteiten mogen worden afgezet onder benamingen waarvoor in één of meerdere landen bescherming als handelsmerk is aangevraagd of verkregen. De eerste drie kolommen van de onderstaande tabel bevatten geen dergelijke handelsmerken. In de vierde kolom is, uitsluitend ter informatie, een aantal bekende merken vermeld.
Legende:
|
M |
= |
miniatuurvariëteit |
|
R |
= |
variëteit met ruwschilligheid |
|
V |
= |
glazigheid |
|
* |
= |
mutant zonder variëteitbescherming, maar gekoppeld aan een geregistreerd/beschermd handelsmerk; mutanten waar geen asterisk bij staat, zijn beschermde variëteiten. |
|
Variëteit |
Mutant |
Synoniem |
Handelsmerk |
Kleurgroep |
Aanvullende specificaties |
|
African Red |
|
|
African Carmine ™ |
B |
|
|
Akane |
|
Tohoku 3, Primerouge |
|
B |
|
|
Alkmene |
|
Early Windsor |
|
C |
|
|
Alwa |
|
|
|
B |
|
|
Amasya |
|
|
|
B |
|
|
Ambrosia |
|
|
Ambrosia ® |
B |
|
|
Annurca |
|
|
|
B |
|
|
Ariane |
|
|
Les Naturianes ® |
B |
|
|
Arlet |
|
Swiss Gourmet |
|
B |
R |
|
AW 106 |
|
|
Sapora ® |
C |
|
|
Belgica |
|
|
|
B |
|
|
Belle de Boskoop |
|
Schone van Boskoop, Goudreinette |
|
D |
R |
|
|
Boskoop rouge |
Red Boskoop, Roter Boskoop, Rode Boskoop |
|
B |
R |
|
|
Boskoop Valastrid |
|
|
B |
R |
|
Berlepsch |
|
Freiherr von Berlepsch |
|
C |
|
|
|
Berlepsch rouge |
Red Berlepsch, Roter Berlepsch |
|
B |
|
|
Bonita |
|
|
|
A |
|
|
Braeburn |
|
|
|
B |
|
|
|
Hidala |
|
Hillwell ® |
A |
|
|
|
Joburn |
|
Aurora ™, Red Braeburn ™, Southern Rose ™ |
A |
|
|
|
Lochbuie Red Braeburn |
|
|
A |
|
|
|
Mahana Red Braeburn |
|
Redfield ® |
A |
|
|
|
Mariri Red |
|
Eve ™, Aporo ® |
A |
|
|
|
Royal Braeburn |
|
|
A |
|
|
Bramley’s Seedling |
|
Bramley, Triomphe de Kiel |
|
D |
|
|
Cardinal |
|
|
|
B |
|
|
Caudle |
|
|
Cameo ®, Camela® |
B |
|
|
|
Cauflight |
|
Cameo ®, Camela® |
A |
|
|
CIV323 |
|
|
Isaaq ® |
B |
|
|
CIVG198 |
|
|
Modi ® |
A |
|
|
Civni |
|
|
Rubens ® |
B |
|
|
Collina |
|
|
|
C |
|
|
Coop 38 |
|
|
Goldrush ®, Delisdor ® |
D |
R |
|
Coop 39 |
|
|
Crimson Crisp ® |
A |
|
|
Coop 43 |
|
|
Juliet ® |
B |
|
|
Coromandel Red |
|
Corodel |
|
A |
|
|
Cortland |
|
|
|
B |
|
|
Cox’s Orange Pippin |
|
Cox orange, Cox’s O.P. |
|
C |
R |
|
Cripps Pink |
|
|
Pink Lady ®, Flavor Rose ® |
C |
|
|
|
Lady in Red |
|
Pink Lady ® |
B |
|
|
|
Rosy Glow |
|
Pink Lady ® |
B |
|
|
|
Ruby Pink |
|
|
B |
|
|
Cripps Red |
|
|
Sundowner ™, Joya ® |
B |
|
|
Dalinbel |
|
|
Antares ® |
B |
R |
|
Dalitron |
|
|
Altess ® |
D |
|
|
Delblush |
|
|
Tentation ® |
D |
|
|
Delcorf |
|
|
Delbarestivale ® |
C |
|
|
|
Celeste |
|
|
B |
|
|
|
Bruggers Festivale |
|
Sissired ® |
A |
|
|
|
Dalili |
|
Ambassy ® |
A |
|
|
|
Wonik* |
|
Appache ® |
A |
|
|
Delcoros |
|
|
Autento ® |
A |
|
|
Delgollune |
|
|
Delbard Jubilé ® |
B |
|
|
Delicious ordinaire |
|
Ordinary Delicious |
|
B |
|
|
Discovery |
|
|
|
C |
|
|
Dykmanns Zoet |
|
|
|
C |
|
|
Egremont Russet |
|
|
|
D |
R |
|
Elise |
|
De Roblos, Red Delight |
|
A |
|
|
Elstar |
|
|
|
C |
|
|
|
Bel-El |
|
Red Elswout ® |
C |
|
|
|
Daliest |
|
Elista ® |
C |
|
|
|
Daliter |
|
Elton ™ |
C |
|
|
|
Elshof |
|
|
C |
|
|
|
Elstar Boerekamp |
|
Excellent Star ® |
C |
|
|
|
Elstar Palm |
|
Elstar PCP ® |
C |
|
|
|
Goedhof |
|
Elnica ® |
C |
|
|
|
Red Elstar |
|
|
C |
|
|
|
RNA9842 |
|
Red Flame ® |
C |
|
|
|
Valstar |
|
|
C |
|
|
|
Vermuel |
|
Elrosa ® |
C |
|
|
Empire |
|
|
|
A |
|
|
Fengapi |
|
|
Tessa ® |
B |
|
|
Fiesta |
|
Red Pippin |
|
C |
|
|
Fresco |
|
|
Wellant ® |
B |
R |
|
Fuji |
|
|
|
B |
V |
|
|
Aztec |
|
Fuji Zhen ® |
A |
V |
|
|
Brak |
|
Fuji Kiku ® 8 |
B |
V |
|
|
FUCIV51 |
|
SAN-CIV ® |
A |
V |
|
|
Fuji Fubrax |
|
Fuji Kiku ® Fubrax |
B |
V |
|
|
Fuji Supreme |
|
|
A |
V |
|
|
Fuji VW |
|
King Fuji ® |
A |
V |
|
|
Heisei Fuji |
|
Beni Shogun ® |
A |
V |
|
|
Raku-Raku |
|
|
B |
V |
|
Gala |
|
|
|
C |
|
|
|
Alvina |
|
|
A |
|
|
|
ANABP 01 |
|
Bravo ™ |
A |
|
|
|
Baigent |
|
Brookfield ® |
A |
|
|
|
Bigigalaprim |
|
Early Red Gala ® |
A |
|
|
|
Devil Gala |
|
|
A |
|
|
|
Fengal |
|
Gala Venus |
A |
|
|
|
Gala Schnico |
|
Schniga ® |
A |
|
|
|
Gala Schnico Red |
|
Schniga ® |
A |
|
|
|
Galafresh |
|
Breeze ® |
A |
|
|
|
Galaval |
|
|
A |
|
|
|
Galaxy |
|
Selekta ® |
B |
|
|
|
Gilmac |
|
Neon ® |
A |
|
|
|
Imperial Gala |
|
|
B |
|
|
|
Jugala |
|
|
B |
|
|
|
Mitchgla |
|
Mondial Gala ® |
B |
|
|
|
Natali Gala |
|
|
B |
|
|
|
Regal Prince |
|
Gala Must ® |
B |
|
|
|
Royal Beaut |
|
|
A |
|
|
|
Simmons |
|
Buckeye ® Gala |
A |
|
|
|
Tenroy |
|
Royal Gala ® |
B |
|
|
|
ZoukG1 |
|
Gala One® |
A |
|
|
Galmac |
|
|
Camelot ® |
B |
|
|
Gloster |
|
|
|
B |
|
|
Golden 972 |
|
|
|
D |
|
|
Golden Delicious |
|
Golden |
|
D |
|
|
|
CG10 Yellow Delicious |
|
Smothee ® |
D |
|
|
|
Golden Delicious Reinders |
|
Reinders ® |
D |
|
|
|
Golden Parsi |
|
Da Rosa ® |
D |
|
|
|
Leratess |
|
Pink Gold ® |
D |
|
|
|
Quemoni |
|
Rosagold ® |
D |
|
|
Goldstar |
|
|
Rezista Gold Granny ® |
D |
|
|
Gradigold |
|
|
Golden Supreme ™, Golden Extreme ™ |
D |
|
|
Gradiyel |
|
|
Goldkiss ® |
D |
|
|
Granny Smith |
|
|
|
D |
|
|
|
Dalivair |
|
Challenger ® |
D |
|
|
Gravensteiner |
|
Gravenstein |
|
D |
|
|
GS 66 |
|
|
Fräulein ® |
B |
|
|
HC2-1 |
|
|
Easy pep’s! Zingy ® |
A |
|
|
Hokuto |
|
|
|
C |
|
|
Holsteiner Cox |
|
Holstein |
|
C |
R |
|
Honeycrisp |
|
|
Honeycrunch ® |
C |
|
|
Horneburger |
|
|
|
D |
|
|
Idared |
|
|
|
B |
|
|
|
Idaredest |
|
|
B |
|
|
|
Najdared |
|
|
B |
|
|
Ingrid Marie |
|
|
|
B |
R |
|
Inored |
|
|
Story ®, LoliPop ® |
A |
|
|
James Grieve |
|
|
|
D |
|
|
Jonagold |
|
|
|
C |
|
|
|
Early Jonagold |
|
Milenga ® |
C |
|
|
|
Dalyrian |
|
|
C |
|
|
|
Decosta |
|
|
C |
|
|
|
Jonagold Boerekamp |
|
Early Queen ® |
C |
|
|
|
Jonagold Novajo |
Veulemanns |
|
C |
|
|
|
Jonagored |
|
Morren’s Jonagored ® |
C |
|
|
|
Jonagored Supra |
|
Morren’s Jonagored ® Supra ® |
C |
|
|
|
Red Jonaprince |
|
Wilton’s ®, Red Prince ® |
C |
|
|
|
Rubinstar |
|
|
C |
|
|
|
Schneica |
Jonica |
|
C |
|
|
|
Vivista |
|
|
C |
|
|
Jonathan |
|
|
|
B |
|
|
Karmijn de Sonnaville |
|
|
|
C |
R |
|
Kizuri |
|
|
Morgana ® |
B |
|
|
Ladina |
|
|
|
B |
|
|
La Flamboyante |
|
|
Mairac ® |
B |
|
|
Laxton’s Superb |
|
|
|
C |
R |
|
Ligol |
|
|
|
B |
|
|
Lobo |
|
|
|
B |
|
|
Lurefresh |
|
|
Redlove ® Era ® |
A |
|
|
Lureprec |
|
|
Redlove ® Circe ® |
A |
|
|
Luregust |
|
|
Redlove ® Calypso ® |
A |
|
|
Luresweet |
|
|
Redlove ® Odysso ® |
A |
|
|
Maigold |
|
|
|
B |
|
|
Maribelle |
|
|
Lola ® |
B |
|
|
MC38 |
|
|
Crimson Snow ® |
A |
|
|
McIntosh |
|
|
|
B |
|
|
Melrose |
|
|
|
C |
|
|
Milwa |
|
|
Diwa ®, Junami ® |
B |
|
|
Minneiska |
|
|
SweeTango ® |
B |
|
|
Moonglo |
|
|
|
C |
|
|
Morgenduft |
|
Imperatore |
|
B |
|
|
Mountain Cove |
|
|
Ginger Gold ™ |
D |
|
|
Mored |
|
|
Joly Red ® |
A |
|
|
Mutsu |
|
Crispin |
|
D |
|
|
Newton |
|
|
|
C |
|
|
Nicogreen |
|
|
Greenstar ® |
D |
|
|
Nicoter |
|
|
Kanzi ® |
B |
|
|
Northern Spy |
|
|
|
C |
|
|
Ohrin |
|
Orin |
|
D |
|
|
Paula Red |
|
|
|
B |
|
|
Pinova |
|
|
Corail ® |
C |
|
|
|
RoHo 3615 |
|
Evelina ® |
B |
|
|
Piros |
|
|
|
C |
|
|
Plumac |
|
|
Koru ® |
B |
|
|
Prem A153 |
|
|
Lemonade ®, Honeymoon ® |
C |
|
|
Prem A17 |
|
|
Smitten ® |
C |
|
|
Prem A280 |
|
|
Sweetie™ |
B |
|
|
Prem A96 |
|
|
Rockit ™ |
B |
M |
|
R201 |
|
|
Kissabel ® Rouge |
A |
|
|
Rafzubin |
|
|
Rubinette ® |
C |
|
|
|
Frubaur |
|
Rubinette ® Rossina |
A |
|
|
|
Rafzubex |
|
Rubinette ® Rosso |
A |
|
|
Rajka |
|
|
Rezista Romelike ® |
B |
|
|
Regalyou |
|
|
Candine ® |
A |
|
|
Red Delicious |
|
Rouge américaine |
|
A |
|
|
|
Campsur |
|
Red Chief ® |
A |
|
|
|
Erovan |
|
Early Red One ® |
A |
|
|
|
Evasni |
|
Scarlet Spur ® |
A |
|
|
|
Stark Delicious |
|
|
A |
|
|
|
Starking |
|
|
C |
|
|
|
Starkrimson |
|
|
A |
|
|
|
Starkspur |
|
|
A |
|
|
|
Topred |
|
|
A |
|
|
|
Trumdor |
|
Oregon Spur Delicious ® |
A |
|
|
Reine des Reinettes |
|
Gold Parmoné, Goldparmäne |
|
C |
V |
|
Reinette grise du Canada |
|
Graue Kanadarenette, Renetta Canada |
|
D |
R |
|
RM1 |
|
|
Red Moon ® |
A |
|
|
Rome Beauty |
|
Belle de Rome, Rome, Rome Sport |
|
B |
|
|
RS1 |
|
|
Red Moon ® |
A |
|
|
Rubelit |
|
|
|
A |
|
|
Rubin |
|
|
|
C |
|
|
Rubinola |
|
|
|
B |
|
|
Šampion |
|
Shampion, Champion, Szampion |
|
B |
|
|
|
Reno 2 |
|
|
A |
|
|
|
Šampion Arno |
Szampion Arno |
|
A |
|
|
Santana |
|
|
|
B |
|
|
Sciearly |
|
|
Pacific Beauty ™, NZ Beauty |
A |
|
|
Scifresh |
|
|
Jazz ™ |
B |
|
|
Sciglo |
|
|
Southern Snap ™ |
A |
|
|
Scilate |
|
|
Envy ® |
B |
|
|
Sciray |
|
GS48 |
|
A |
|
|
Scired |
|
|
NZ Queen |
A |
R |
|
Sciros |
|
|
Pacific Rose ™, NZ Rose |
A |
|
|
Senshu |
|
|
|
C |
|
|
Shinano Gold |
|
|
Yello ® |
D |
|
|
Spartan |
|
|
|
A |
|
|
SQ 159 |
|
|
Natyra ®, Magic Star ® |
A |
|
|
Stayman |
|
|
|
B |
|
|
Summerred |
|
|
|
B |
|
|
Sunrise |
|
|
|
A |
|
|
Sunset |
|
|
|
D |
R |
|
Suntan |
|
|
|
D |
R |
|
Sweet Caroline |
|
|
|
C |
|
|
TCL3 |
|
|
Posy ® |
A |
|
|
Topaz |
|
|
|
B |
|
|
Tydeman’s Early Worcester |
|
Tydeman’s Early |
|
B |
|
|
Tsugaru |
|
|
|
C |
|
|
UEB32642 |
|
|
Opal ® |
D |
|
|
WA 2 |
|
|
Sunrise Magic ™ |
A |
|
|
WA 38 |
|
|
Cosmic Crisp ™ |
A |
|
|
Worcester Pearmain |
|
|
|
B |
|
|
Xeleven |
|
|
Swing ® natural more |
A |
|
|
York |
|
|
|
B |
|
|
Zari |
|
|
|
B |
|
|
Zouk 16 |
|
|
Mariposa ® Flanders Pink ®, |
B |
|
|
Zouk 31 |
|
|
Rubisgold ® |
D |
|
|
Zouk 32 |
|
|
Coryphée ® |
A |
|
DEEL 2: HANDELSNORM VOOR CITRUSVRUCHTEN
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op citrusvruchten van variëteiten (cultivars) van de onderstaande soorten die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking:
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen de citrusvruchten na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten de citrusvruchten in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
De citrusvruchten moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Rijpheidseisen
De citrusvruchten moeten volgens de voor de variëteit, de pluktijd en het productiegebied geldende criteria behoorlijk ontwikkeld en gerijpt zijn.
De rijpheid van citrusvruchten wordt vastgesteld aan de hand van de volgende voor iedere soort genoemde parameters:
De kleur moet zo zijn dat de citrusvruchten door hun normale verdere ontwikkeling de voor de variëteit kenmerkende kleur bereiken op de plaats van bestemming.
|
|
Minimumsapgehalte (%) |
Minimumverhouding suiker/zuren |
Kleur |
|
Citroenen |
20 |
|
De kleur moet kenmerkend zijn voor de variëteit. Groene vruchten die wel het voorgeschreven minimumsapgehalte hebben, zijn toegestaan, tenzij zij donkergroen zijn. |
|
Satsuma’s, clementines en andere mandarijnvariëteiten en de hybriden daarvan |
|||
|
Satsuma’s |
33 |
6,5 :1 |
De vrucht moet over ten minste een derde van de oppervlakte zijn voor de variëteit kenmerkende kleur hebben. |
|
Clementines |
40 |
7,0 :1 |
|
|
Andere mandarijnvariëteiten en de hybriden daarvan |
33 |
7,5 :1 (1) |
|
|
Sinaasappelen |
|||
|
Bloedsinaasappelen |
30 |
6,5 :1 |
De kleur moet kenmerkend zijn voor de variëteit. Vruchten die op maximaal een vijfde van de totale oppervlakte lichtgroen zijn, maar wel het voorgeschreven minimumsapgehalte hebben, zijn toegestaan. Sinaasappelen die geteeld worden in gebieden waar tijdens de groeiperiode hoge temperaturen en een hoge relatieve vochtigheidsgraad heersen, mogen op meer dan een vijfde van de totale oppervlakte groen gekleurd zijn, op voorwaarde dat zij het voorgeschreven minimumsapgehalte hebben. |
|
Navelsinaasappelen |
33 |
6,5 :1 |
|
|
Overige variëteiten |
35 |
6,5 :1 |
|
|
Mosambi, Sathgudi en Pacitan met een groene kleur op meer dan een vijfde van de oppervlakte |
33 |
|
|
|
Andere variëteiten met een groene kleur op meer dan een vijfde van de oppervlakte |
45 |
|
|
|
(1)
Voor de variëteiten mandora en minneola bedraagt de minimumverhouding suiker/zuren 6.0:1 tot het einde van het verkoopseizoen dat op 1 januari 2023 van start gaat. |
|||
Citrusvruchten die aan deze rijpheidscriteria beantwoorden, mogen een behandeling ondergaan die hun groene kleur doet verdwijnen. Deze behandeling is slechts toegestaan indien de andere natuurlijke organoleptische kenmerken niet worden gewijzigd.
C. Indeling
Citrusvruchten worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
In deze klasse ingedeelde citrusvruchten moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.
Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde citrusvruchten moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren citrusvruchten die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar wel voldoen aan de eerder genoemde minimumeisen.
Op voorwaarde dat de citrusvruchten nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
De citrusvruchten worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede of op basis van het aantal stuks.
A. Minimumgrootte
De volgende minimumgrootten zijn van toepassing:
|
Vrucht |
Diameter (mm) |
|
Citroenen |
45 |
|
Satsuma’s, andere mandarijnvariëteiten en hybriden daarvan |
45 |
|
Clementines |
35 |
|
Sinaasappelen |
53 |
B. Uniformiteit
De citrusvruchten worden aan de hand van één van de volgende opties gesorteerd:
Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
Indien grootteklassencodes worden toegepast, moeten de in de volgende tabel aangegeven codes en schalen in acht worden genomen:
|
|
Grootteklassencode |
Diameter (mm) |
|
Citroenen |
||
|
|
0 |
79 - 90 |
|
|
1 |
72 - 83 |
|
|
2 |
68 - 78 |
|
|
3 |
63 - 72 |
|
|
4 |
58 - 67 |
|
|
5 |
53 - 62 |
|
|
6 |
48 - 57 |
|
|
7 |
45 - 52 |
|
Satsuma’s, clementines en andere mandarijnvariëteiten en hybriden daarvan |
||
|
|
1 - XXX |
78 en meer |
|
|
1 - XX |
67 - 78 |
|
|
1 of 1 - X |
63 - 74 |
|
|
2 |
58 - 69 |
|
|
3 |
54 - 64 |
|
|
4 |
50 - 60 |
|
|
5 |
46 - 56 |
|
|
6 (1) |
43 - 52 |
|
|
7 |
41 - 48 |
|
|
8 |
39 - 46 |
|
|
9 |
37 - 44 |
|
|
10 |
35 - 42 |
|
Sinaasappelen |
||
|
|
0 |
92 - 110 |
|
|
1 |
87 - 100 |
|
|
2 |
84 - 96 |
|
|
3 |
81 - 92 |
|
|
4 |
77 - 88 |
|
|
5 |
73 - 84 |
|
|
6 |
70 - 80 |
|
|
7 |
67 - 76 |
|
|
8 |
64 - 73 |
|
|
9 |
62 - 70 |
|
|
10 |
60 - 68 |
|
|
11 |
58 - 66 |
|
|
12 |
56 - 63 |
|
|
13 |
53 - 60 |
|
(1)
De dwarsdoorsneden van minder dan 45 mm gelden alleen voor clementines. |
||
Voor de uniformiteit inzake grootte gelden de hierboven vermelde sorteringsschalen, behalve in de volgende gevallen:
bij vruchten in palletdozen of in een verkoopverpakking met een maximaal nettogewicht van 5 kg mag het maximale verschil niet groter zijn dan het uit de samenvoeging van de drie opeenvolgende sorteringsschalen voorvloeiende verschil tussen de minimum- en de maximumdiameter.
Voor naar aantal stuks gesorteerde vruchten dient het verschil in grootte in overeenstemming te zijn met het bepaalde onder a).
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse „Extra”
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de citrusvruchten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende citrusvruchten mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de citrusvruchten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende citrusvruchten mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit citrusvruchten die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen: 10 % van het aantal stuks of van het gewicht mag behoren tot de sorteringsschaal onmiddellijk boven en/of beneden de op de verpakking vermelde sorteringsschaal (of drie opeenvolgende sorteringsschalen).
De tolerantie van 10 % geldt in ieder geval uitsluitend voor vruchten met een diameter die niet kleiner is dan de onderstaande waarden:
|
Vrucht |
Diameter (mm) |
|
Citroenen |
43 |
|
Satsuma’s, andere mandarijnvariëteiten en hybriden daarvan |
43 |
|
Clementines |
34 |
|
Sinaasappelen |
50 |
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit citrusvruchten van dezelfde oorsprong, kwaliteit en grootteklasse en van dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype, met vrijwel dezelfde mate van rijpheid en ontwikkeling.
Bovendien moeten de vruchten van de klasse Extra uniform van kleur zijn.
Citrusvruchten van duidelijk verschillende soorten mogen echter samen in een verkoopverpakking worden verpakt op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken soort homogeen zijn wat de variëteit of het handelstype en de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de citrusvruchten goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.
Wanneer iedere vrucht afzonderlijk wordt verpakt, moet hiervoor dun, droog, nieuw en reukloos ( 19 ) papier worden gebruikt.
Het is verboden stoffen of materiaal te gebruiken waardoor de natuurlijke kenmerken van de citrusvruchten, en met name de smaak of de geur ( 20 ), kunnen worden gewijzigd.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten. Er mag echter wel een kort (niet-houtachtig) takje met enkele groene bladeren aan de vruchten vastzitten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 21 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL 3: HANDELSNORM VOOR KIWI’S
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op kiwi’s van variëteiten (cultivars) van Actinidia chinensis (Planch.) en Actinidia deliciosa (A. Chev.), C. F. Liang en A. R. Ferguson die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen kiwi’s na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten kiwi’s in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
De kiwi’s moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Minimumeisen inzake rijpheid
De kiwi’s moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn.
Om aan deze eis te voldoen, moeten de kiwi’s in het stadium van de verpakking een rijpheidsgraad van ten minste 6,2° Brix ( 23 ) of een gemiddeld drogestofgehalte van 15 % hebben bereikt, waardoor zij aan het begin van de afzetketen een Brix-waarde21 van 9,5° halen.
C. Indeling
Kiwi’s worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde kiwi’s moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten.
De kiwi’s moeten vast zijn en het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
De verhouding tussen de minimale en de maximale diameter van de dwarsdoorsnede van de vruchten moet ten minste 0,7 bedragen.
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren de kiwi’s die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
De vrucht moet vrij vast zijn en het vruchtvlees mag geen ernstige afwijkingen vertonen.
Op voorwaarde dat de kiwi’s nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
De sortering naar grootte is gebaseerd op het gewicht per stuk.
Voor de klasse Extra geldt een minimumgewicht van 90 g, voor klasse I een minimumgewicht van 70 g en voor klasse II een minimumgewicht van 65 g.
Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse „Extra”
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de kiwi’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende kiwi’s mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de kiwi’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende kiwi’s mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit kiwi’s die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit kiwi’s die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.
Evenwel geldt voor de klasse Extra een minimumgewicht van 85 g, voor klasse I een minimumgewicht van 67 g en voor klasse II een minimumgewicht van 62 g.
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakkingseenheid moet uniform zijn en mag slechts bestaan uit kiwi’s van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit en grootteklasse.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de kiwi’s goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 24 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
Land van oorsprong ( 25 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL 4: HANDELSNORM VOOR SLA, KRULANDIJVIE EN ANDIJVIE
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op:
die bestemd is voor levering als vers product aan de consument.
Deze norm is niet van toepassing op voor industriële verwerking bestemde producten en op als losse bladeren gepresenteerde producten, noch op sla met kluit en op slaplanten in potten.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In deze norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen de producten na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten de producten in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
Voor sla is een roodachtige verkleuring, veroorzaakt door lage temperaturen tijdens de groeiperiode, toegestaan, tenzij het uiterlijk hierdoor in aanzienlijke mate nadelig wordt beïnvloed.
De stronk moet onmiddellijk onder de onderste bladeren zijn afgesneden en het snijvlak moet glad zijn.
De producten moeten normaal ontwikkeld zijn. De producten moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Indeling
De producten worden ingedeeld in de twee hieronder omschreven klassen:
i) Klasse I
In deze klasse ingedeelde producten moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.
De producten moeten tevens als volgt zijn:
Kropsla van deze klasse moet één enkele, goed gevormde krop hebben. Bij glassla mag de krop minder goed gevormd zijn.
Bindsla moet een hart hebben, dat echter wel kleiner mag zijn.
Bij krulandijvie en andijvie moet het hart geel van kleur zijn.
ii) Klasse II
Tot deze klasse behoren producten die niet in klasse I kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
De producten moeten als volgt zijn:
Op voorwaarde dat de producten nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
Kropsla van deze klasse moet een krop hebben, maar deze mag kleiner zijn. Bij glassla mag de krop geheel ontbreken.
Bindsla hoeft geen hart te hebben.
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
De producten worden op basis van gewicht per eenheid gesorteerd.
Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
a) Sla
b) Krulandijvie en andijvie
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks afwijken van de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
ii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks bestaan uit producten die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks bestaan uit producten die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit producten van dezelfde oorsprong, kwaliteit en grootteklasse en van dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype.
Sla en/of andijvie van duidelijk verschillende variëteiten, handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke variëteit, elk handelstype en/of elke kleur homogeen zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de producten goed beschermen. De producten moeten met inachtneming van de verpakkingsomvang en -soort zonder bovenmatige leemten of druk zijn verpakt.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 26 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL 5: HANDELSNORM VOOR PERZIKEN EN NECTARINES
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op perziken en nectarines van de variëteiten (cultivars) van Prunus persica Sieb. en Zucc. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen perziken en nectarines na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten perziken en nectarines in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
De perziken en nectarines moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Rijpheidseisen
De producten moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn. Het vruchtvlees moet een brekingsindex hebben van ten minste 8° Brix ( 28 ).
C. Indeling
Perziken en nectarines worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
In deze klasse ingedeelde perziken en nectarines moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten,
Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
Zij moeten vrij zijn van afwijkingen, met uitzondering van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde perziken en nectarines moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten, Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren perziken en nectarines die niet in de hogere klassen kunnen worden ingedeeld, maar die aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
Het vruchtvlees moet vrij zijn van ernstige afwijkingen.
Op voorwaarde dat de perziken en nectarines nog hun kenmerkende eigenschappen inzake kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn evenwel de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
Perziken en nectarines worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede, op basis van het gewicht of op basis van het aantal stuks.
De minimumgrootte/het minimumgewicht bedraagt:
Vruchten van minder dan 56 mm of 85 g worden echter niet afgezet in de periode van 1 juli tot en met 31 oktober (in het noordelijk halfrond) en in de periode van 1 januari tot en met 30 april (in het zuidelijk halfrond).
De volgende voorschriften zijn facultatief voor klasse II.
Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
Voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:
Voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:
Voor naar aantal stuks gesorteerde vruchten dient het verschil in grootte in overeenstemming te zijn met het bepaalde onder a) of b).
Indien grootteklassencodes worden toegepast, moeten de in de volgende tabel aangegeven codes in acht worden genomen:
|
|
|
Diameter |
of |
Gewicht |
||
|
|
Code |
van |
tot |
van |
tot |
|
|
|
|
(mm) |
(mm) |
(g) |
(g) |
|
|
|
|
|
|
|
||
|
1 |
D |
51 |
56 |
65 |
85 |
|
|
2 |
C |
56 |
61 |
85 |
105 |
|
|
3 |
B |
61 |
67 |
105 |
135 |
|
|
4 |
A |
67 |
73 |
135 |
180 |
|
|
5 |
AA |
73 |
80 |
180 |
220 |
|
|
6 |
AAA |
80 |
90 |
220 |
300 |
|
|
7 |
AAAA |
> 90 |
> 300 |
|||
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse Extra
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de perziken of de nectarines zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende perziken of nectarines mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de perziken of de nectarines zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende perziken of nectarines mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit perziken of nectarines die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen (wanneer sortering plaatsvindt): in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit perziken of nectarines die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit perziken of nectarines van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit, rijpheidsgraad en grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en, voor de klasse Extra, dezelfde kleur.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de perziken en de nectarines goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 29 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
Land van oorsprong ( 30 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL 6: HANDELSNORM VOOR PEREN
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op perenvariëteiten (cultivars) van Pyrus communis L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen peren na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten peren van alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
De peren moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Rijpheidseisen
De peren moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en de juiste, bij de kenmerken van de betrokken variëteit behorende rijpheidsgraad te bereiken.
C. Indeling
Peren worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
In deze klasse ingedeelde peren moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit ( 31 ) bezitten.
Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn, en de schil moet vrij zijn van ruige ruwschilligheid.
De vruchten mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen aan de schil die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
Het steeltje moet intact zijn.
De peren mogen niet stenig zijn.
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde peren moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten ( 32 ).
Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
Het steeltje mag licht beschadigd zijn.
De peren mogen niet stenig zijn.
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren peren die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
Het vruchtvlees moet vrij zijn van ernstige afwijkingen.
Op voorwaarde dat de peren nog hun essentiële kenmerken op het gebied van kwaliteit, houdbaarheid en presentatie bezitten, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
Peren worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede, of op basis van het gewicht.
De minimumgrootte bedraagt:
Voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:
|
|
Extra |
Klasse I |
Klasse II |
|
Variëteiten met grote vruchten |
60 mm |
55 mm |
55 mm |
|
Overige variëteiten |
55 mm |
50 mm |
45 mm |
Voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:
|
|
Extra |
Klasse I |
Klasse II |
|
Variëteiten met grote vruchten |
130 g |
110 g |
110 g |
|
Overige variëteiten |
110 g |
100 g |
75 g |
In het aanhangsel bij deze norm opgenomen zomerperen hoeven niet aan de eisen inzake minimumgrootte te voldoen.
Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen vruchten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
Voor op basis van de diameter gesorteerde vruchten:
Voor op basis van het gewicht gesorteerde vruchten:
|
Gewichtsschaal (g) |
Gewichtsverschil (g) |
|
75 - 100 |
15 |
|
100 - 200 |
35 |
|
200 -250 |
50 |
|
> 250 |
80 |
|
Gewichtsschaal (g) |
Gewichtsverschil (g) |
|
100 - 200 |
50 |
|
> 200 |
100 |
In de verkoopverpakking of los in de verpakking aangeboden vruchten van klasse II hoeven qua grootte niet homogeen te zijn.
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse Extra
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de peren zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende peren mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de peren zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende peren mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit peren die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit peren die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering. Deze tolerantie geldt niet voor vruchten die ten minste:
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit peren van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit, grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en rijpheidsgraad.
Bovendien moeten de vruchten in de klasse Extra uniform van kleur zijn.
Peren van duidelijk verschillende variëteiten mogen echter samen in een verkoopverpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken variëteit homogeen zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de peren goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 33 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
De naam van de variëteit mag worden vervangen door een synoniem. Handelsbenamingen ( 34 ) mogen slechts in aanvulling op de vermelding van de variëteit of het synoniem worden opgegeven.
C. Oorsprong van het product
Land van oorsprong ( 35 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
Voor mengsels van duidelijk verschillende peervariëteiten van verschillende oorsprong moet bij de naam van elke betrokken variëteit het land van oorsprong worden vermeld.
D. Handelskenmerken
Als de grootteklasse wordt vermeld, wordt deze als volgt aangegeven:
voor producten waarvoor de uniformiteitsregels gelden: door vermelding van de minimum- en de maximumdiameter of het minimum- en het maximumgewicht,
facultatief, voor vruchten waarvoor de uniformiteitsregels niet gelden: door vermelding van de diameter of het gewicht van de kleinste vrucht in de verpakking, gevolgd door „en meer” of een gelijkwaardige uitdrukking of, eventueel, door de diameter of het gewicht van de grootste vrucht in de verpakking.
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
Aanhangsel
Niet-limitatieve lijst van variëteiten met grote vruchten en zomerperen
De variëteiten met kleine vruchten en de andere variëteiten die niet in de lijst zijn vermeld, mogen worden afgezet mits zij voldoen aan de in afdeling III van de norm vastgestelde sorteringsvoorschriften.
Bepaalde in de onderstaande lijst vermelde variëteiten mogen worden afgezet onder benamingen waarvoor in één of meerdere landen bescherming als handelsmerk is aangevraagd of verkregen. De eerste en de tweede kolom van de onderstaande tabel bevatten geen dergelijke handelsbenamingen. In de derde kolom is, uitsluitend ter informatie, een aantal bekende handelsmerken vermeld.
Legende:
|
L |
= |
variëteit met grote vruchten |
|
SP |
= |
zomerpeer, waarvoor geen minimumgrootte is vereist |
|
Variëteit |
Synoniem |
Handelsmerk/handelsnaam |
Grootte |
|
Abbé Fétel |
Abate Fetel |
|
L |
|
Abugo o Siete en Boca |
|
|
SP |
|
Akςa |
|
|
SP |
|
Alka |
|
|
L |
|
Alsa |
|
|
L |
|
Alexandrine Douillard |
|
|
L |
|
Amfora |
|
|
L |
|
Angelys |
|
Angys ® |
L |
|
Bambinella |
|
|
SP |
|
Bay 6474 |
|
Alessia ® |
L |
|
Bergamotten |
|
|
SP |
|
Beurré Alexandre Lucas |
Lucas |
|
L |
|
Beurré Bosc |
Bosc, Beurré d’Apremont, Empereur Alexandre, Kaiser Alexander |
|
L |
|
Beurré Clairgeau |
|
|
L |
|
Beurré d’Arenberg |
Hardenpont |
|
L |
|
Beurré Giffard |
|
|
SP |
|
Beurré précoce Morettini |
Morettini |
|
SP |
|
Blanca de Aranjuez |
Agua de Aranjuez, Espadona, Blanquilla |
|
SP |
|
Bon Rouge |
|
Victoria Blush |
L |
|
Cape Rose |
|
Cheeky ® |
L |
|
Carusella |
|
|
SP |
|
Castell |
Castell de Verano |
|
SP |
|
Celina |
|
QTee ® |
L |
|
Cepuna |
|
Migo ® |
L |
|
CH201 |
|
Fred ® |
L |
|
Colorée de Juillet |
Bunte Juli |
|
SP |
|
Comice rouge |
|
|
L |
|
Concorde |
|
|
L |
|
Condoula |
|
|
SP |
|
Coscia |
Ercolini |
|
SP |
|
Curé |
Curato, Pastoren, Del cura de Ouro, Espadon de invierno, Bella de Berry, Lombardia de Rioja, Batall de Campana |
|
L |
|
D’Anjou |
|
|
L |
|
Deveci |
|
|
L |
|
Dita |
|
|
L |
|
D. Joaquina |
Doyenné de Juillet |
|
SP |
|
Doyenné d’hiver |
Winterdechant |
|
L |
|
Doyenné du Comice |
Comice, Vereinsdechant |
|
L |
|
Dpp1 |
|
Flare ™, Cape Fire ® |
L |
|
Erika |
|
|
L |
|
Etrusca |
|
|
SP |
|
Falstaff |
|
|
L |
|
Flamingo |
|
|
L |
|
Forelle |
|
Vermont Beauty |
L |
|
Général Leclerc |
|
Amber Grace ™ |
L |
|
Gentile |
|
|
SP |
|
Golden Russet Bosc |
|
|
L |
|
Gräfin Gepa |
|
Saxonia ®, Early Desire ® |
L |
|
Grand Champion |
|
|
L |
|
H2-169 |
|
Ambrosia ® |
L |
|
Harovin Sundown |
|
Cold Snap ® |
L |
|
Harrow Delight |
|
|
L |
|
Jeanne d’Arc |
|
|
L |
|
Joséphine |
|
|
L |
|
Kieffer |
|
|
L |
|
Klapa Mīlule |
|
|
L |
|
Leonardeta |
Mosqueruela, Margallon, Colorada de Alcanadre, Leonarda de Magallon |
|
SP |
|
Lombacad |
|
Cascade ® |
L |
|
Moscatella |
|
|
SP |
|
Mramornaja |
|
|
L |
|
Mustafabey |
|
|
SP |
|
Nojabrskaja |
Novemberbirne |
Xenia ®, Novembra ® |
L |
|
Packham’s Triumph |
Williams d’Automne |
|
L |
|
Passe Crassane |
Passa Crassana |
|
L |
|
PE2UNIBO |
|
Early Giulia ® |
L |
|
PE3UNIBO |
|
Debby Green ® |
L |
|
Perita de San Juan |
|
|
SP |
|
Pérola |
|
|
SP |
|
Pitmaston |
Williams Duchesse |
|
L |
|
Précoce de Trévoux |
Trévoux |
|
SP |
|
Président Drouard |
|
|
L |
|
Rode Doyenne van Doorn |
|
Sweet Sensation ®, Sweet Dored ® |
L |
|
Rosemarie |
|
Sempre |
L |
|
Santa Maria |
Santa Maria Morettini |
|
L |
|
Spadoncina |
Agua de Verano, Agua de Agosto |
|
SP |
|
Suvenirs |
|
|
L |
|
Taylors Gold |
|
|
L |
|
Thimo |
|
Saxonia ®, Queens Forelle ™ |
L |
|
Triomphe de Vienne |
|
|
L |
|
Uta |
|
Dazzling Gold ® |
L |
|
Vasarine Sviestine |
|
|
L |
|
Williams Bon Chrétien |
Bon Chrétien, Bartlett, Williams, Summer Bartlett |
|
L |
DEEL 7: HANDELSNORM VOOR AARDBEIEN
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op aardbeivariëteiten (cultivars) van Fragaria L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen aardbeien na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten aardbeien in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
De aardbeien moeten voldoende ontwikkeld en rijp genoeg zijn. De ontwikkeling en de conditie van de aardbeien moeten zo zijn dat zij:
B. Indeling
Aardbeien worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
In deze klasse ingedeelde aardbeien moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten.
Zij moeten:
Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde aardbeien moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit bezitten.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
Zij moeten nagenoeg vrij zijn van aarde.
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren aardbeien die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
Op voorwaarde dat de vruchten nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
Aardbeien worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede.
De minimumgrootte bedraagt:
Voor bosaardbeien wordt geen minimumgrootte vereist.
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse „Extra”
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de aardbeien zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende aardbeien mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de aardbeien zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende aardbeien mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit aardbeien die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen: 10 % van het aantal stuks of van het gewicht mag afwijken van de eisen inzake de minimumgrootte.
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit aardbeien van dezelfde oorsprong, variëteit en kwaliteit.
Vooral in de klasse Extra moeten de aardbeien – uitgezonderd bosaardbeien – uniform en regelmatig zijn op het gebied van rijpheid, kleur en grootte. In klasse I mogen de aardbeien wat grootte betreft minder uniform zijn.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de aardbeien goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 36 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
Land van oorsprong ( 37 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL 8: HANDELSNORM VOOR PAPRIKA’S
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op paprika’s van de variëteiten ( 38 ) (cultivars) van Capsicum annuum L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen paprika’s na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten paprika’s in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
De paprika’s moeten zo ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Indeling
Paprika’s worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
In deze klasse ingedeelde paprika’s moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.
Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde paprika’s moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de kenmerken van de variëteit en/of het handelstype hebben.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren paprika’s die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
Op voorwaarde dat de paprika’s nog hun essentiële kenmerken op het gebied van kwaliteit, houdbaarheid en presentatie bezitten, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
Paprika’s worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede of op basis van het gewicht. Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
Voor op basis van de diameter gesorteerde paprika’s:
Voor op basis van het gewicht gesorteerde paprika’s:
Langwerpige paprika’s moeten qua lengte voldoende uniform zijn.
Uniformiteit in grootte is niet verplicht voor klasse II.
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse Extra
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de paprika’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende paprika’s mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de paprika’s zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende paprika’s mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit paprika’s die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen (wanneer sortering plaatsvindt): in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit paprika’s die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit paprika’s van dezelfde oorsprong, dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype, dezelfde kwaliteit, dezelfde grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt) en, voor de klasse Extra en voor klasse I, van waarneembaar vrijwel dezelfde rijpheid en kleur.
Paprika’s van duidelijk verschillende handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elk betrokken handelstype en/of elke betrokken kleur uniform zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de paprika’s goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 39 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
Land van oorsprong ( 40 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
Wanneer het een mengsel van paprika’s van duidelijk verschillende handelstypen en/of met duidelijk verschillende kleuren en van verschillende oorsprong betreft, moet in de onmiddellijke nabijheid van elk betrokken handelstype en elke betrokken kleur het betrokken land van oorsprong worden vermeld.
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL 9: HANDELSNORM VOOR TAFELDRUIVEN
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op tafeldruivenvariëteiten (cultivars) van Vitis vinifera L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In de norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen tafeldruiven na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten de trossen en de bessen van alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
Bovendien moeten de bessen als volgt zijn:
Pigmentering door de zon wordt niet als een afwijking beschouwd.
De tafeldruiven moeten zodanig ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Rijpheidseisen
Het sap van de vruchten moet een brekingsindex ( 41 ) hebben van ten minste:
Bovendien moet bij alle variëteiten de verhouding tussen suikergehalte en zuurgehalte bevredigend zijn.
C. Indeling
Tafeldruiven worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
In deze klasse ingedeelde tafeldruiven moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten de specifieke kenmerken van de variëteit hebben, waarbij rekening wordt gehouden met het productiegebied.
De bessen moeten stevig zijn, goed vastzitten, gelijkmatig verdeeld zijn over de rist en vrijwel geheel met „dauw” bedekt zijn.
Zij mogen geen afwijkingen vertonen, afgezien van zeer geringe oppervlakkige afwijkingen die het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde tafeldruiven moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten de specifieke kenmerken van de variëteit hebben, waarbij rekening wordt gehouden met het productiegebied.
De bessen moeten stevig zijn, goed vastzitten en over een zo groot mogelijk oppervlak met „dauw” bedekt zijn. Zij mogen evenwel minder gelijkmatig over de rist verdeeld zijn dan bij de klasse Extra.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren tafeldruiven die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
De trossen mogen geringe afwijkingen in vorm, ontwikkeling en kleur vertonen, op voorwaarde dat zij nog de essentiële kenmerken van de variëteit behouden, rekening houdend met het productiegebied.
De bessen moeten voldoende stevig zijn, voldoende goed vastzitten en zoveel mogelijk met „dauw” bedekt zijn. Zij mogen minder regelmatig over de rist zijn verdeeld dan bij klasse I.
Op voorwaarde dat de tafeldruiven nog hun essentiële kenmerken wat betreft kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
Tafeldruiven worden naar gewicht per tros gesorteerd.
Voor de klasse Extra en voor klasse I geldt een minimumgewicht van 75 g per tros. Voor alle klassen geldt dat dit voorschrift niet van toepassing is op verpakkingen met slechts één portie.
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse „Extra”
In totaal mag 5 % van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de trossen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende trossen mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de trossen zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende trossen mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
Naast deze toleranties mag hoogstens 10 % van het gewicht bestaan uit losse bessen, d.w.z. bessen die losgekomen zijn van de tros/cluster, op voorwaarde dat de bessen gezond en intact zijn.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het gewicht bestaan uit trossen die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
Naast deze toleranties mag hoogstens 10 % van het gewicht bestaan uit losse bessen, d.w.z. bessen die losgekomen zijn van de tros/cluster, op voorwaarde dat de bessen gezond en intact zijn.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen (wanneer sortering plaatsvindt): in totaal mag 10 % van het gewicht bestaan uit trossen die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering. In elke verkoopverpakking (behalve verpakkingen voor één portie) mag één tros van minder dan 75 g worden toegevoegd om het aangegeven gewicht te bereiken, mits deze tros aan alle overige eisen voor de aangegeven klasse voldoet.
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit trossen van dezelfde oorsprong, variëteit, kwaliteit en rijpheidsgraad.
In de klasse Extra moeten de trossen nagenoeg uniform zijn wat grootte en kleur betreft.
Druiven van duidelijk verschillende variëteiten mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit en voor elke betrokken variëteit uniform van oorsprong zijn.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de tafeldruiven goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen.
In de verpakking mogen geen vreemde substanties voorkomen, behalve eventueel bij een speciale presentatie waarbij een stukje rank van ten hoogste 5 cm lengte aan de tak van de tros vastzit.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 42 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
De naam van de variëteit mag worden vervangen door een synoniem. Handelsbenamingen ( 43 ) mogen slechts in aanvulling op de vermelding van de variëteit of het synoniem daarvan worden opgegeven.
C. Oorsprong van het product
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
DEEL 10: HANDELSNORM VOOR TOMATEN
I. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op tomatenvariëteiten (cultivars) van Solanum lycopersicum L. die bestemd zijn voor levering als vers product aan de consument en niet voor industriële verwerking.
Er worden bij tomaten vier handelstypen onderscheiden:
II. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In deze norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen tomaten na opmaak en verpakking moeten voldoen.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de normvereisten vertonen:
A. Minimumvereisten
Onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en toegestane toleranties moeten tomaten in alle kwaliteitsklassen als volgt zijn:
Bij tomaten in trossen moet de steel vers zijn, gezond, zuiver en vrij van bladeren en zichtbare vreemde stoffen.
De tomaten moeten zo ontwikkeld en in een zodanige conditie zijn dat zij:
B. Rijpheidseisen
De tomaten moeten zodanig ontwikkeld en gerijpt zijn dat zij in staat zijn het rijpingsproces voort te zetten en zo een toereikende rijpheidsgraad te bereiken.
C. Indeling
Tomaten worden ingedeeld in de drie hieronder omschreven klassen:
i) Klasse „Extra”
In deze klasse ingedeelde tomaten moeten van voortreffelijke kwaliteit zijn. Zij moeten stevig zijn en de voor de variëteit en/of het handelstype kenmerkende eigenschappen bezitten.
Tomaten mogen geen „groene kraag” hebben en geen andere afwijkingen vertonen dan zeer lichte oppervlakkige afwijkingen, op voorwaarde dat deze het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden.
ii) Klasse I
In deze klasse ingedeelde tomaten moeten van goede kwaliteit zijn. Zij moeten voldoende stevig zijn en de voor de variëteit en/of het handelstype kenmerkende eigenschappen bezitten.
Zij moeten vrij zijn van scheuren en van zichtbare „groene kragen”.
De volgende kleine afwijkingen zijn evenwel toegestaan op voorwaarde dat zij het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie van het product in de verpakking niet nadelig beïnvloeden:
„Geribde” tomaten mogen bovendien de volgende afwijkingen vertonen:
iii) Klasse II
Tot deze klasse behoren tomaten die niet in een hogere klasse kunnen worden ingedeeld, maar die wel aan de hierboven omschreven minimumeisen voldoen.
Zij moeten redelijk stevig zijn (eventueel iets minder stevig dan tomaten van klasse I) en mogen geen scheurtjes vertonen die niet zijn dichtgegroeid.
Op voorwaarde dat de tomaten nog hun kenmerkende eigenschappen inzake kwaliteit, houdbaarheid en presentatie vertonen, zijn evenwel de volgende afwijkingen toegestaan:
„Geribde” tomaten mogen bovendien de volgende afwijkingen vertonen:
III. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
Tomaten worden gesorteerd op basis van de maximumdiameter van de dwarsdoorsnede, op basis van gewicht of op basis van het aantal stuks.
De onderstaande bepalingen gelden niet voor tomaten in trossen en zijn facultatief voor:
Om uniformiteit in grootte te garanderen, mag het verschil in grootte tussen producten in dezelfde verpakking de volgende waarden niet overschrijden:
Voor op basis van de diameter gesorteerde tomaten:
Indien grootteklassencodes worden toegepast, moeten de in de volgende tabel aangegeven codes en schalen in acht worden genomen:
|
Grootteklassencode |
Diameter (mm) |
|
0 |
≤ 20 |
|
1 |
> 20 ≤ 25 |
|
2 |
> 25 ≤ 30 |
|
3 |
> 30 ≤ 35 |
|
4 |
> 35 ≤ 40 |
|
5 |
> 40 ≤ 47 |
|
6 |
> 47 ≤ 57 |
|
7 |
> 57 ≤ 67 |
|
8 |
> 67 ≤ 82 |
|
9 |
> 82 ≤ 102 |
|
10 |
> 102 |
Voor op basis van gewicht of aantal stuks gesorteerde tomaten dient het verschil in grootte in overeenstemming te zijn met het bepaalde onder a).
IV. TOLERANTIEVOORSCHRIFTEN
In alle afzetstadia gelden voor elke partij kwaliteits- en groottetoleranties ten aanzien van producten die niet beantwoorden aan de eisen voor de klasse waarin zij zijn ingedeeld.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse „Extra”
In totaal mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de tomaten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse I vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 0,5 % van de binnen deze tolerantie vallende tomaten mogen producten zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van klasse II.
ii) Klasse I
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht afwijken van de eisen voor de klasse waarin de tomaten zijn ingedeeld, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voor klasse II vastgestelde eisen. Niet meer dan in totaal 1 % van de binnen deze tolerantie vallende tomaten mogen producten zijn die noch aan de kwaliteitseisen van klasse II, noch aan de minimumeisen voldoen, of die bederf vertonen.
Voor tomaten in trossen mag 5 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die van de steel zijn losgekomen.
iii) Klasse II
In totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die noch aan de eisen voor deze klasse, noch aan de minimumeisen beantwoorden. Niet meer dan in totaal 2 % van de binnen deze tolerantie vallende producten mag bederf vertonen.
Voor tomaten in trossen mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die van de steel zijn losgekomen.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen: in totaal mag 10 % van het aantal stuks of van het gewicht bestaan uit tomaten die niet beantwoorden aan de eisen inzake groottesortering.
V. PRESENTATIEVOORSCHRIFTEN
A. Uniformiteit
De inhoud van iedere verpakking moet uniform zijn en moet bestaan uit tomaten van dezelfde oorsprong, dezelfde variëteit of hetzelfde handelstype, dezelfde kwaliteit en dezelfde grootteklasse (wanneer sortering plaatsvindt).
Tomaten van de klassen Extra en I moeten nagenoeg uniform zijn qua rijpheid en kleur. Bovendien moet voor „langwerpige” tomaten de lengte voldoende uniform zijn.
Tomaten van duidelijk verschillende kleuren, variëteiten en/of handelstypen mogen echter samen in een verpakking worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en voor elke betrokken kleur, elke betrokken variëteit en/of elk betrokken handelstype uniform zijn wat de oorsprong betreft. Uniformiteit in grootte is niet verplicht.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakking moet representatief zijn voor het geheel.
B. Verpakking
De verpakking moet de tomaten goed beschermen.
Het binnenin de verpakking gebruikte materiaal moet schoon zijn en van een zodanige kwaliteit dat de producten niet uitwendig of inwendig worden beschadigd. Er mag materiaal, met name papier of stempels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de voor de bedrukking of de etikettering gebruikte inkt of lijm niet giftig is.
Op de afzonderlijke producten aangebrachte etiketten mogen bij het verwijderen ervan geen zichtbaar spoor van lijm achterlaten en de schil niet beschadigen. Op de afzonderlijke vruchten gelaserde informatie mag het vruchtvlees of de schil niet beschadigen.
De verpakkingen mogen geen vreemde stoffen bevatten.
VI. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
Op iedere verpakking ( 45 ) moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de onderstaande gegevens worden vermeld.
A. Identificatie
De naam en het fysieke adres van de verpakker en/of de verzender (bijv. straat/plaats/regio/postcode en, indien verschillend van het land van oorsprong, het land).
Deze vermelding mag worden vervangen:
B. Aard van het product
C. Oorsprong van het product
Land van oorsprong ( 46 ) en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale plaatsnaam.
Als het mengsels van tomaten van duidelijk verschillende kleuren, variëteiten en/of handelstypen van verschillende oorsprong betreft, moet bij de naam van de betrokken kleur, de betrokken variëteit en/of het betrokken handelstype elk land van oorsprong worden vermeld.
D. Handelskenmerken
E. Officieel controlemerk (facultatief)
De in de eerste alinea genoemde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op verpakkingen die verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn en elk apart van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingen mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingen op een pallet worden aangeboden, moeten de betrokken gegevens worden aangebracht op een blad dat zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet is bevestigd.
BIJLAGE II
IN ARTIKEL 12, LID 1, GENOEMD MODEL
BIJLAGE III
NORMCONTROLECERTIFICAAT MET BETREKKING TOT DE OVEREENSTEMMING MET DE EU-HANDELSNORMEN VOOR VERSE GROENTEN EN FRUIT, ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 12, 13 EN 14
BIJLAGE IV
Derde landen waarvan de normcontroles zijn erkend op grond van artikel 15, en de betrokken producten
|
Land |
Producten |
|
Zwitserland |
Verse groenten en fruit |
|
Marokko |
Verse groenten en fruit |
|
Zuid-Afrika |
Verse groenten en fruit |
|
Israël (1) |
Verse groenten en fruit |
|
India |
Verse groenten en fruit |
|
Nieuw-Zeeland |
Appelen, peren en kiwi’s |
|
Senegal |
Verse groenten en fruit |
|
Kenia |
Verse groenten en fruit |
|
Turkije |
Verse groenten en fruit |
|
Verenigd Koninkrijk — Groot-Brittannië — Noord-Ierland (2) |
Verse groenten en fruit |
|
(1)
De erkenning door de Commissie krachtens artikel 15 betreft groenten en fruit van oorsprong uit de Staat Israël, met uitsluiting van de gebieden die sinds juni 1967 onder Israëlisch bestuur staan, namelijk de Golanhoogte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.
(2)
Voor de toepassing van deze verordening wordt, overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 7, lid 1, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en artikel 5, lid 4, en artikel 13, lid 1, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland bij dat protocol, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, bij verwijzingen naar de lidstaten ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland bedoeld. Toch worden, overeenkomstig artikel 7, lid 3, van dat protocol, met betrekking tot de erkenning in een lidstaat van door de autoriteiten van een andere lidstaat of door een in een andere lidstaat gevestigde instantie afgegeven of uitgevoerde technische voorschriften, beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen, verwijzingen naar lidstaten in bepalingen van het recht van de Unie die krachtens dat protocol van toepassing zijn geworden, niet zodanig gelezen dat ten aanzien van door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk of door een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde instantie afgegeven of uitgevoerde technische voorschriften, beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen, het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland daaronder valt. |
|
BIJLAGE V
IN ARTIKEL 17, LID 1, BEDOELDE CONTROLEMETHODEN
De hierna vermelde controlemethoden zijn gebaseerd op de handleiding voor kwaliteitscontroles voor verse groenten en fruit die is goedgekeurd in het kader van de OESO-regeling inzake de toepassing van internationale normen voor groenten en fruit.
1. DEFINITIES
1.1. Verpakking
►C1 Een individueel verpakt deel van een partij, inclusief de inhoud. ◄ De producten zijn zo verpakt dat de goederenbehandeling en het vervoer van een bepaald aantal verkoopverpakkingen, dan wel losse of gerangschikte producten worden vergemakkelijkt en schade door fysieke behandeling en vervoer wordt voorkomen. De verpakking kan een verkoopverpakking zijn. Containers voor weg-, rail-, zee- en luchtvervoer zijn geen verpakkingen.
1.2. Verkoopverpakking
Een individueel verpakt deel van een partij. De producten zijn zo verpakt dat zij in het verkooppunt een verkoopeenheid vormen voor de eindverbruiker of de consument.
1.3. Voorverpakkingen
Voorverpakkingen zijn verkoopverpakkingen die de inhoud geheel of gedeeltelijk omsluiten, maar zodanig dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat het verpakkingsmateriaal wordt geopend of aangetast. Beschermingsfolie voor individuele producten wordt niet als voorverpakking beschouwd.
1.4. Zending
Een bij de controle aangeboden hoeveelheid product die een bepaalde marktdeelnemer wil verkopen en die in een document wordt omschreven. De zending kan uit één of meer soorten producten en uit één of meer partijen verse, droge of gedroogde groenten en vruchten bestaan.
1.5. Partij
Hoeveelheid product die, bij de controle op één plaats, wordt aangeboden met vergelijkbare kenmerken wat betreft:
Als echter bij de normcontrole van de in artikel 1.4 gedefinieerde zendingen de partijen moeilijk uit elkaar te houden zijn en/of geen afzonderlijke partijen kunnen worden gepresenteerd, mogen alle partijen van een bepaalde zending als één partij worden behandeld mits zij vergelijkbare kenmerken hebben wat betreft aard van het product, verzender, land van oorsprong, klasse en, als dat in de betrokken handelsnorm is opgenomen, variëteit of handelstype.
1.6. Monsterneming
Het bij een normcontrole tijdelijk wegnemen van een bepaalde hoeveelheid product (monster genoemd).
1.7. Basismonster
Willekeurig uit de partij genomen verpakking, bij verpakte producten, of, bij onverpakte producten (die rechtstreeks in het vervoermiddel of een compartiment daarvan worden geladen), een willekeurig op één plaats uit de partij genomen hoeveelheid.
1.8. Verzamelmonster
Verschillende, voor de partij als representatief beschouwde basismonsters die samen een voldoende grote hoeveelheid vormen om de partij aan alle criteria te toetsen.
1.9. Secundair monster
Een willekeurig uit het basismonster genomen hoeveelheid.
Bij verpakte dopvruchten weegt een secundair monster tussen 300 g en 1 kg. Als het basismonster bestaat uit verpakkingen met verkoopverpakkingen, bestaat het secundaire monster uit één of meer verkoopverpakkingen die samen ten minste 300 g wegen.
Bij andere verpakte producten omvat het secundaire monster 30 eenheden wanneer de verpakking ten hoogste 25 kg weegt en geen verkoopverpakkingen bevat. In sommige gevallen betekent dit dat de volledige inhoud van de verpakking moet worden gecontroleerd indien het basismonster uit niet meer dan 30 eenheden bestaat.
1.10. Samengesteld monster (alleen voor droge en gedroogde producten)
Een mengsel van alle secundaire monsters van een verzamelmonster, met een gewicht van ten minste 3 kg. De producten in het samengestelde monster moeten gelijkmatig gemengd zijn.
1.11. Gereduceerd monster
Een hoeveelheid producten die uit het verzamelmonster of het samengestelde monster wordt genomen en niet groter is dan de hoeveelheid die nodig is om het monster aan bepaalde criteria te toetsen.
Indien de controle tot vernietiging van het product zou leiden, mag de omvang van het gereduceerde monster niet groter zijn dan 10 % van het verzamelmonster of, in het geval van noten in de dop, 100 noten uit het samengestelde monster. Bij kleine droge of gedroogde producten (met meer dan 100 eenheden per 100 g) mag het gereduceerde monster niet meer wegen dan 300 g.
Met het oog op de beoordeling van de graad van ontwikkeling en/of rijpheid moet het monster worden samengesteld overeenkomstig de objectieve methoden in de handleiding over objectieve tests voor de vaststelling van de kwaliteit van groenten en fruit en droge en gedroogde producten (Guidance on Objective Tests to Determine Quality of Fruit and Vegetables and Dry and Dried Produce).
Uit een verzamelmonster of een samengesteld monster mogen meerdere gereduceerde monsters worden genomen om de overeenstemming van de partij met de verschillende criteria te toetsen.
2. UITVOERING VAN DE NORMCONTROLE
2.1. Algemene opmerking
Bij een normcontrole worden willekeurig op verschillende punten in de te controleren partij genomen monsters beoordeeld. De normcontrole is gebaseerd op de principiële veronderstelling dat de kwaliteit van de monsters als representatief voor de kwaliteit van de partij wordt beschouwd.
2.2. Plaats van controle
Een normcontrole mag worden uitgevoerd tijdens het verpakken, op de plaats van verzending, tijdens het vervoer, op het punt van ontvangst, in de groothandel of in de detailhandel.
Wanneer de controle-instantie de normcontrole niet in de eigen inrichtingen uitvoert, dient de houder te zorgen voor de voor de uitvoering van een normcontrole vereiste voorzieningen.
2.3. Identificatie van de partijen en/of algemene indruk van de zending
De partijen worden geïdentificeerd aan de hand van de aanduidingen of andere criteria zoals de vermeldingen die zijn vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 89/396/EEG van de Raad ( 47 ). Bij zendingen die uit verschillende partijen bestaan, moet de controleur zich een algemeen beeld van de zending vormen aan de hand van de begeleidende documenten of verklaringen. Op basis daarvan bepaalt hij in hoeverre de partijen overeenstemmen met de in de documenten vermelde gegevens.
Als de producten op een vervoermiddel zijn of moeten worden geladen, dient het inschrijvingsnummer van dat vervoermiddel voor de identificatie van de zending.
2.4. Presentatie van de producten
De controleur beslist welke verpakkingen hij wenst te onderzoeken. De marktdeelnemer verstrekt de verpakkingen, het verzamelmonster en de voor de identificatie van de zending of partij vereiste documenten.
Als de controleur gereduceerde of secundaire monsters nodig heeft, kiest hij deze uit het verzamelmonster.
2.5. Fysieke controle
|
Verpakte producten |
|
|
Aantal verpakkingen in de partij |
Te nemen aantal verpakkingen (basismonsters) |
|
Tot en met 100 |
5 |
|
Van 101 tot en met 300 |
7 |
|
Van 301 tot en met 500 |
9 |
|
Van 501 tot en met 1 000 |
10 |
|
Meer dan 1 000 |
15 (minimaal) |
|
Onverpakte producten (die rechtstreeks in een vervoermiddel of compartiment daarvan worden geladen) |
|
|
Gewicht van de partij, in kg, of aantal eenheden in de partij |
Gewicht van het basismonsters in kg, of aantal eenheden in het monster |
|
Tot en met 200 |
10 |
|
Van 201 tot en met 500 |
20 |
|
Van 501 tot en met 1 000 |
30 |
|
Van 1 001 tot en met 5 000 |
60 |
|
Meer dan 5 000 |
100 (minimaal) |
2.6. Controle van het product
Bij verpakte producten worden de basismonsters gebruikt om het algemene uiterlijk van de producten, de presentatie, de zuiverheid van de verpakking en de etikettering ervan te controleren. In alle andere gevallen worden deze controles uitgevoerd aan de hand van de partij of het vervoermiddel.
Met het oog op de normcontrole wordt het product volledig van de verpakking ontdaan. De controleur mag hiervan slechts afzien wanneer de monsterneming gebaseerd is op samengestelde monsters.
De uniformiteit, de minimumeisen, de kwaliteitsklassen en de grootte worden gecontroleerd aan de hand van het verzamelmonster of het samengestelde monster met inachtneming van de brochures die zijn gepubliceerd in het kader van de OESO-regeling inzake de toepassing van internationale handelsnormen voor groenten en fruit (OECD Scheme for the Application of International Standards for Fruit and Vegetables).
Wanneer afwijkingen worden geconstateerd, bepaalt de controleur op basis van het aantal stuks of van het gewicht het percentage producten dat niet aan de handelsnorm voldoet.
Uitwendige afwijkingen worden gecontroleerd aan de hand van het verzamelmonster of het samengestelde monster. De overeenstemming van de producten met bepaalde criteria inzake ontwikkeling en/of rijpheid of het al dan niet voorkomen van inwendige afwijkingen kan worden nagegaan aan de hand van gereduceerde monsters. Met name wanneer de controle tot vernietiging van de handelswaarde van het product zou leiden, wordt aan de hand van het gereduceerde monster gecontroleerd.
De beoordeling van de graad van ontwikkeling en/of rijpheid moet worden gecontroleerd door gebruik te maken van de instrumenten en methoden die hiertoe zijn vastgesteld in de betrokken handelsnorm of overeenkomstig de handleiding over objectieve tests voor de vaststelling van de kwaliteit van groenten en fruit en droge en gedroogde producten (Guidance on Objective Tests to Determine Quality of Fruit and Vegetables and Dry and Dried Produce).
2.7. Rapport over de controleresultaten
De in artikel 14 bedoelde documenten worden in voorkomend geval afgegeven.
Indien afwijkingen worden vastgesteld op basis waarvan het product als niet-conform moet worden beschouwd, wordt de marktdeelnemer of diens vertegenwoordiger schriftelijk in kennis gesteld van die afwijkingen, het percentage geconstateerde afwijkingen en de redenen waarom het product als niet-conform is aangemerkt. Als het product met de handelsnorm in overeenstemming kan worden gebracht door de aanduidingen aan te passen, wordt de marktdeelnemer of diens vertegenwoordiger daarvan ook op de hoogte gebracht.
Als in een product afwijkingen worden geconstateerd, wordt het percentage vermeld dat als niet conform de handelsnorm wordt beschouwd.
2.8. Waardevermindering van het product als gevolg van de normcontrole
Na de normcontrole wordt het verzamelmonster of het samengestelde monster ter beschikking van de marktdeelnemer of diens vertegenwoordiger gesteld.
De controle-instantie hoeft geen elementen van het verzamelmonster of het samengestelde monster terug te geven die bij de controle verloren zijn gegaan.
BIJLAGE V bis
NIET-SUBSIDIABELE INVESTERINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 37, TWEEDE ALINEA
1. Investeringen in vervoermiddelen voor de afzet en de distributie van goederen door de producentengroepering, met uitzondering van:
investeringen in middelen voor intern vervoer; bij aankoop moet de producentengroepering ten genoegen van de betrokken lidstaat motiveren dat de investeringen uitsluitend worden gebruikt voor intern vervoer;
extra truckvoorzieningen voor koeltransport of CA-vervoer.
2. Aankoop van onbebouwde terreinen voor een bedrag dat hoger is dan 10 % van de totale subsidiabele uitgaven voor de betrokken actie, tenzij de aankoop nodig is voor een in het erkenningsprogramma opgenomen investering.
3. Tweedehands materiaal dat in de voorafgaande zeven jaar met uniale of nationale steun is aangekocht.
4. Huur, tenzij de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat huur aanvaardt als economisch verantwoord alternatief voor aankoop.
5. Onroerend goed dat in de voorafgaande tien jaar met uniale of nationale steun is aangekocht.
6. Investeringen in aandelen.
7. Investeringen of soortgelijke acties die geen betrekking hebben op de bedrijven en/of bedrijfsruimten van de producentengroepering of haar leden.
BIJLAGE V ter
Modelformulieren voor de melding per producentengroepering als bedoeld in artikel 38, lid 4
▼M29 —————
BIJLAGE XIX
CONCORDANTIETABEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 149
|
Verordening (EG) nr. 1580/2007 |
Deze verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
Artikel 2a |
Artikel 3 |
|
Artikel 3 |
Artikel 4 |
|
Artikel 4 |
Artikel 5 |
|
Artikel 5 |
Artikel 6 |
|
Artikel 6 |
Artikel 7 |
|
Artikel 7 |
Artikel 8 |
|
Artikel 8 |
Artikel 9 |
|
Artikel 9 |
Artikel 10 |
|
Artikel 10 |
Artikel 11 |
|
Artikel 11 |
Artikel 12 |
|
Artikel 12 |
Artikel 13 |
|
Artikel 12 bis |
Artikel 14 |
|
Artikel 13 |
Artikel 15 |
|
Artikel 14 |
— |
|
Artikel 15 |
Artikel 16 |
|
Artikel 16 |
— |
|
Artikel 17 |
— |
|
Artikel 18 |
— |
|
Artikel 19 |
— |
|
Artikel 20 |
Artikel 17 |
|
Artikel 20 bis |
Artikel 18 |
|
Artikel 21 |
Artikel 19 |
|
Artikel 22 |
Artikel 20 |
|
Artikel 23 |
Artikel 21 |
|
Artikel 24 |
Artikel 22 |
|
Artikel 25 |
Artikel 23 |
|
Artikel 26 |
Artikel 24 |
|
Artikel 27 |
Artikel 25 |
|
Artikel 28 |
Artikel 26 |
|
Artikel 29 |
Artikel 27 |
|
Artikel 30 |
Artikel 28 |
|
Artikel 31 |
Artikel 29 |
|
Artikel 32 |
Artikel 30 |
|
Artikel 33 |
Artikel 31 |
|
Artikel 34 |
Artikel 33 |
|
Artikel 35 |
— |
|
Artikel 36 |
Artikel 34 |
|
Artikel 37 |
Artikel 35 |
|
Artikel 38 |
Artikel 36 |
|
Artikel 39 |
Artikel 37 |
|
Artikel 40 |
Artikel 38 |
|
Artikel 41 |
Artikel 39 |
|
Artikel 42 |
Artikel 40 |
|
Artikel 43 |
Artikel 41 |
|
Artikel 44 |
Artikel 42 |
|
Artikel 45 |
Artikel 43 |
|
Artikel 46 |
Artikel 44 |
|
Artikel 47 |
Artikel 45 |
|
Artikel 48 |
Artikel 46 |
|
Artikel 49 |
Artikel 47 |
|
Artikel 50 |
Artikel 48 |
|
Artikel 51 |
Artikel 49 |
|
Artikel 52 |
Artikel 50 |
|
Artikel 53 |
Artikel 51 |
|
Artikel 54 |
Artikel 52 |
|
Artikel 55 |
Artikel 53 |
|
Artikel 56 |
Artikel 54 |
|
Artikel 57 |
Artikel 55 |
|
Artikel 58 |
Artikel 56 |
|
Artikel 59 |
Artikel 57 |
|
Artikel 60 |
Artikel 58 |
|
Artikel 61 |
Artikel 59-60 |
|
Artikel 62 |
Artikel 61 |
|
Artikel 63 |
Artikel 62 |
|
Artikel 64 |
Artikel 63 |
|
Artikel 65 |
Artikel 64 |
|
Artikel 66 |
Artikel 65 |
|
Artikel 67 |
Artikel 66 |
|
Artikel 68 |
Artikel 67 |
|
Artikel 69 |
Artikel 68 |
|
Artikel 70 |
Artikel 69 |
|
Artikel 71 |
Artikel 70 |
|
Artikel 72 |
Artikel 71 |
|
Artikel 73 |
Artikel 72 |
|
Artikel 74 |
Artikel 73 |
|
Artikel 75 |
Artikel 74 |
|
Artikel 76 |
Artikel 75 |
|
Artikel 77 |
Artikel 76 |
|
Artikel 78 |
Artikel 77 |
|
Artikel 79 |
Artikel 78 |
|
Artikel 80 |
Artikel 79 |
|
Artikel 81 |
Artikel 80 |
|
Artikel 82 |
Artikel 81 |
|
Artikel 83 |
Artikel 82 |
|
Artikel 84 |
Artikel 83 |
|
Artikel 85 |
Artikel 84 |
|
Artikel 86 |
Artikel 85 |
|
Artikel 87 |
Artikel 86 |
|
Artikel 88 |
Artikel 87 |
|
Artikel 89 |
Artikel 88 |
|
Artikel 90 |
Artikel 89 |
|
Artikel 91 |
Artikel 90 |
|
Artikel 92 |
— |
|
Artikel 93 |
Artikel 91 |
|
Artikel 94 |
Artikel 92 |
|
Artikel 94a |
Artikel 93 |
|
Artikel 95 |
Artikel 94 |
|
Artikel 96 |
Artikel 95, lid 4 |
|
Artikel 97 |
Artikel 95 |
|
Artikel 98 |
Artikel 96 |
|
Artikel 99 |
Artikel 97 |
|
Artikel 100 |
Artikel 99 |
|
Artikel 101 |
Artikel 100 |
|
Artikel 102 |
Artikel 101 |
|
Artikel 103 |
Artikel 102 |
|
Artikel 104 |
Artikel 103 |
|
Artikel 105 |
Artikel 104 |
|
Artikel 106 |
Artikel 105, lid 1 |
|
Artikel 107 |
Artikel 105, leden 2 en 3 |
|
Artikel 108 |
Artikel 106 |
|
Artikel 109 |
Artikel 107 |
|
Artikel 110 |
Artikel 108 |
|
Artikel 111 |
Artikel 109 |
|
Artikel 112 |
Artikel 110 |
|
Artikel 113 |
Artikel 111 |
|
Artikel 114 |
Artikel 112 |
|
Artikel 115 |
Artikel 113 |
|
Artikel 116 |
Artikel 114 |
|
Artikel 117 |
Artikel 115 |
|
Artikel 118 |
Artikel 116 |
|
Artikel 119 |
Artikel 117 |
|
Artikel 120 |
Artikel 118 |
|
Artikel 121 |
Artikel 119 |
|
Artikel 122 |
Artikel 120 |
|
Artikel 123 |
Artikel 121 |
|
Artikel 124 |
Artikel 122 |
|
Artikel 125 |
Artikel 123 |
|
Artikel 126 |
Artikel 125 |
|
Artikel 127 |
Artikel 126 |
|
Artikel 128 |
Artikel 127 |
|
Artikel 129 |
Artikel 128 |
|
Artikel 130 |
Artikel 129 |
|
Artikel 131 |
Artikel 130 |
|
Artikel 132 |
Artikel 131 |
|
Artikel 133 |
Artikel 132 |
|
Artikel 134 |
— |
|
Artikel 135 |
Artikel 133 |
|
Artikel 136 |
Artikel 134 |
|
Artikel 137 |
Artikel 135 |
|
Artikel 138 |
Artikel 136 |
|
Artikel 139 |
Artikel 137 |
|
Artikel 140 |
Artikel 138 |
|
Artikel 141 |
Artikel 139 |
|
Artikel 142 |
Artikel 140 |
|
Artikel 143 |
Artikel 141 |
|
Artikel 144 |
Artikel 142 |
|
Artikel 145 |
Artikel 143 |
|
Artikel 146 |
Artikel 144 |
|
Artikel 147 |
Artikel 145 |
|
Artikel 148 |
Artikel 146 |
|
Artikel 149 |
Artikel 147 |
|
Artikel 150 |
Artikel 148 |
|
Artikel 151 |
Artikel 149 |
|
Artikel 152 |
Artikel 150 |
|
Artikel 153 |
Artikel 151 |
|
Bijlage I |
Bijlage I |
|
Bijlage II |
Bijlage II |
|
Bijlage III |
Bijlage III |
|
Bijlage IV |
Bijlage IV |
|
Bijlage VI |
Bijlage V |
|
Bijlage VII |
Bijlage VII |
|
Bijlage VIII |
Bijlage IX |
|
Bijlage IX |
Bijlage X |
|
Bijlage X |
Bijlage XI |
|
Bijlage XI |
Bijlage XII |
|
Bijlage XII |
Bijlage XIII |
|
Bijlage XIII |
Bijlage XIV |
|
Bijlage XIV |
Bijlage VIII |
|
Bijlage XV |
Bijlage XVI |
|
Bijlage XVI |
Bijlage XVII |
|
Bijlage XVII |
Bijlage XVIII |
|
Bijlage XVIII |
Bijlage XX |
BIJLAGE XX
IN ARTIKEL 150, LID 2, BEDOELDE VERORDENINGEN
Verordening (EEG) nr. 1764/86 van de Commissie van 27 mei 1986 inzake de minimumkwaliteitsnormen waaraan verwerkte producten op basis van tomaten moeten voldoen om voor productiesteun in aanmerking te komen ( 48 )
Verordening (EEG) nr. 2320/89 van de Commissie van 28 juli 1989 tot vaststelling van minimumkwaliteitseisen waaraan perziken op siroop en op natuurlijk vruchtensap moeten voldoen om voor productiesteun in aanmerking te komen ( 49 )
Artikel 2 en bijlage I, delen A en B, van Verordening (EG) nr. 464/1999 van de Commissie van 3 maart 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad inzake de steunregeling voor pruimedanten ( 50 )
Artikel 1, leden 1 en 2, en de bijlagen II en III van Verordening (EG) nr. 1573/1999 van de Commissie van 19 juli 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad, wat betreft de kenmerken van gedroogde vijgen die voor productiesteun in aanmerking komen ( 51 )
De bijlagen I en II van Verordening (EG) nr. 1621/1999 van de Commissie van 22 juli 1999 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat betreft de steun voor de teelt van druiven die bestemd zijn voor de productie van bepaalde krenten- en rozijnenvariëteiten ( 52 )
Verordening (EG) nr. 1666/1999 van de Commissie van 28 juli 1999 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad betreffende de minimumkenmerken voor het in de handel brengen van bepaalde krenten- en rozijnenvariëteiten ( 53 )
Verordening (EG) nr. 1010/2001 van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende minimumkwaliteitseisen voor vruchtenmengsels in het kader van de productiesteunregeling ( 54 )
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 217/2002 van de Commissie van 5 februari 2002 houdende vaststelling van de criteria waaraan basisproducten moeten voldoen om voor de productiesteunregeling van Verordening (EG) nr. 2201/96 in aanmerking te komen ( 55 )
Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1535/2003 van de Commissie van 29 augustus 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft ( 56 )
Artikel 16 en bijlage I van Verordening (EG) nr. 2111/2003 van de Commissie van 1 december 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrusvruchten ( 57 )
Verordening (EG) nr. 1559/2006 van de Commissie van 18 oktober 2006 tot vaststelling van minimumkwaliteitseisen waaraan Williams- en Rochaperen op siroop en/of natuurlijk vruchtensap in het kader van de productiesteunregeling moeten voldoen ( 58 ).
( 1 ) PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19.
( 2 ) PB L 41 van 14.2.2003, blz. 33.
( 3 ) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).
( 4 ) PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1.
( 5 ) PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1.
( 6 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 7 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 8 ) In het aanhangsel bij deze norm
is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met een indeling op basis van kleur- en ruwschilligheidscriteria opgenomen.
( 9 ) Variëteiten die in het aanhangsel bij deze norm met een „R” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de bepalingen inzake ruwschilligheid.
( 10 ) In het aanhangsel bij deze norm
is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met een indeling op basis van kleur- en ruwschilligheidscriteria opgenomen.
( 11 ) Variëteiten die in het aanhangsel bij deze norm met een „R” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de bepalingen inzake ruwschilligheid.
( 12 ) Variëteiten die in het aanhangsel bij deze norm met een „R” zijn aangemerkt, zijn vrijgesteld van de bepalingen inzake ruwschilligheid.
( 13 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications
( 14 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications
( 15 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 16 ) Een handelsbenaming kan een handelsmerk zijn waarvoor bescherming is aangevraagd of verkregen, of een andere commerciële benaming.
( 17 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 18 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications
( 19 ) Gebruik van conserveringsmiddelen of andere chemische stoffen die een vreemde geur op de schil kunnen achterlaten, is toegestaan voor zover deze stoffen overeenkomstig de ter zake geldende EU-voorschriften worden gebruikt.
( 20 ) Gebruik van conserveringsmiddelen of andere chemische stoffen die een vreemde geur op de schil kunnen achterlaten, is toegestaan voor zover deze stoffen overeenkomstig de ter zake geldende EU-voorschriften worden gebruikt.
( 21 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 22 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 23 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications
( 24 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 25 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 26 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 27 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 28 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications
( 29 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 30 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 31 ) In het aanhangsel bij deze norm is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met grote vruchten en zomerperen opgenomen.
( 32 ) In het aanhangsel bij deze norm is een niet-limitatieve lijst van variëteiten met grote vruchten en zomerperen opgenomen.
( 33 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 34 ) Een handelsbenaming kan een handelsmerk zijn waarvoor bescherming is aangevraagd of verkregen, of een andere commerciële benaming.
( 35 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 36 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 37 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 38 ) Sommige paprikavariëteiten hebben een pikante smaak. Voorbeelden van commerciële paprikavariëteiten met een licht pikante smaak zijn Sivri, Padron en Somborka.
( 39 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 40 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 41 ) Berekend conform de OESO-richtsnoeren inzake objectieve tests, die te vinden zijn op: http://www.oecd.org/agriculture/fruit-vegetables/publications
( 42 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 43 ) Een handelsbenaming kan een handelsmerk zijn waarvoor bescherming is aangevraagd of verkregen, of een andere commerciële benaming.
( 44 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 45 ) Deze aanduidingsvoorschriften zijn niet van toepassing op verkoopverpakkingen die in verpakkingen worden aangeboden. Zij zijn echter wel van toepassing op afzonderlijk aangeboden verkoopverpakkingen.
( 46 ) De volledige naam of de doorgaans gebruikte naam.
( 47 ) PB L 186 van 30.6.1989, blz. 21.
( 48 ) PB L 153 van 7.6.1986, blz. 1.
( 49 ) PB L 220 van 29.7.1989, blz. 54.
( 50 ) PB L 56 van 4.3.1999, blz. 8.
( 51 ) PB L 187 van 20.7.1999, blz. 27.
( 52 ) PB L 192 van 24.7.1999, blz. 21.
( 53 ) PB L 197 van 29.7.1999, blz. 32.
( 54 ) PB L 140 van 24.5.2001, blz. 31.
( 55 ) PB L 35 van 6.2.2002, blz. 11.
( 56 ) PB L 218 van 30.8.2003, blz. 14.
( 57 ) PB L 317 van 2.12.2003, blz. 5.
( 58 ) PB L 288 van 19.10.2006, blz. 22.