02009R1217 — NL — 01.01.2024 — 006.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

►M7   VERORDENING (EG) Nr. 1217/2009 VAN DE RAAD

van 30 november 2009

tot oprichting van het informatienet inzake de duurzaamheid van landbouwbedrijven ◄

(gecodificeerde versie)

(PB L 328 van 15.12.2009, blz. 27)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 737/2011 VAN DE COMMISSIE  van 26 juli 2011

  L 195

42

27.7.2011

►M2

VERORDENING (EU) Nr. 517/2013 VAN DE RAAD  van 13 mei 2013

  L 158

1

10.6.2013

►M3

VERORDENING (EU) Nr. 1318/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD  van 22 oktober 2013

  L 340

1

17.12.2013

►M4

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/2278 VAN DE COMMISSIE  van 4 september 2017

  L 328

1

12.12.2017

►M5

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/2497 VAN DE COMMISSIE  van 12 oktober 2022

  L 325

13

20.12.2022

►M6

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2023/2514 VAN DE COMMISSIE  van 7 september 2023

  L 

1

15.11.2023

►M7

VERORDENING (EU) 2023/2674 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD  van 22 november 2023

  L 

1

29.11.2023




▼B

▼M7

VERORDENING (EG) Nr. 1217/2009 VAN DE RAAD

van 30 november 2009

tot oprichting van het informatienet inzake de duurzaamheid van landbouwbedrijven

▼B

(gecodificeerde versie)



HOOFDSTUK I

▼M7

OPRICHTING VAN EEN INFORMATIENET INZAKE DE DUURZAAMHEID VAN LANDBOUWBEDRIJVEN

Artikel 1

1.  
Om tegemoet te komen aan de behoeften van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), waaronder de evaluatie van het effect ervan op de landbouwsector, wordt een informatienet inzake de duurzaamheid van landbouwbedrijven (“IDL” of “informatienet”) opgezet voor het verzamelen en analyseren van duurzaamheidsgegevens op landbouwbedrijfsniveau die de economische, milieu- en sociale dimensies bestrijken (“IDL-gegevens”). De IDL-gegevens kunnen worden gebruikt om bij te dragen aan de beoordeling van aanvullende aspecten met betrekking tot de duurzaamheid van de landbouw in de Unie en om uitdagingen aan te pakken waarmee de landbouw in de Unie wordt geconfronteerd.
2.  

De IDL-gegevens bestrijken de in bijlage -I uiteengezette thema’s. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage -I vast te stellen teneinde die thema’s te wijzigen of nieuwe thema’s toe te voegen. Bij de uitoefening van haar bevoegdheid om die gedelegeerde handelingen vast te stellen:

a) 

zorgt de Commissie ervoor dat de gedelegeerde handelingen naar behoren worden gemotiveerd en geen aanzienlijke extra lasten met zich meebrengen voor de lidstaten of bedrijven met boekhouding;

b) 

verricht de Commissie analyses van de relevantie, haalbaarheid en evenredigheid van een dergelijke wijziging, met inbegrip van de beschikbaarheid en kwaliteit van geschikte gegevensbronnen, met name relevante administratieve bronnen, en houdt zij terdege rekening met de resultaten van die analyses;

c) 

zorgt de Commissie ervoor dat de nieuwe thema’s die worden toegevoegd, verband houden met de GLB-doelstellingen;

d) 

voegt de Commissie tot 20 december 2028 geen nieuwe thema’s toe;

e) 

stelt de Commissie die gedelegeerde handelingen vast wanneer nieuwe thema’s worden toegevoegd, en dit ten minste één jaar vóór de datum van toepassing van de gerelateerde uitvoeringshandeling als bedoeld in artikel 8, lid 4.

3.  
IDL-gegevens en gegevens uit andere gegevensreeksen zoals uiteengezet in artikel 4 bis worden gebruikt om analyses van de duurzaamheid van de landbouw in de Unie te verrichten, waaronder in een vorm die benchmarking mogelijk maakt. De Commissie maakt de resultaten van die analyses openbaar in de vorm van geaggregeerde en geanonimiseerde IDL-gegevens. Die gegevens kunnen worden gebruikt om benchmarkinginformatie of advies aan landbouwers te verstrekken teneinde het beheer van bedrijven te vergemakkelijken en hun duurzaamheid te verbeteren. Bij de publicatie van resultaten en het gebruik van gegevens voor benchmarking- of adviesdoeleinden wordt artikel 16 in acht genomen.
4.  
De lidstaten kunnen besluiten IDL-gegevens te gebruiken als een gegevensbron zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), in artikel 4, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ), in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) of in andere handelingen die zijn vastgesteld op grond van artikel 338, lid 1, VWEU.

Artikel 2

Voor de toepassing van de onderhavige verordening wordt verstaan onder:

1) 

“landbouwer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon waarvan het bedrijf zich in de Unie bevindt;

2) 

“landbouwbedrijf” of “bedrijf”: een technisch-economische eenheid onder één bedrijfsvoering die economische activiteiten in de landbouw verricht in overeenstemming met het algemene gebruik van die termen in het kader van de landbouwenquêtes en -tellingen van de Unie;

3) 

“bedrijfsklasse”: een aantal bedrijven die naar productierichting en economische bedrijfsomvang tot dezelfde categorie behoren in de in artikel 5 ter bedoelde typologie van de Unie van de bedrijven;

4) 

“bedrijf met boekhouding”: een bedrijf waarvoor een bedrijfsformulier wordt opgesteld voor de doeleinden van het IDL;

5) 

“bedrijfsformulier”: het formulier dat moet worden opgesteld of reeds is opgesteld met gegevens over het bedrijf met boekhouding, met uitzondering van de in artikel 4 bis, lid 1, bedoelde koppelingen en gegevens;

6) 

“streek van het informatienet inzake de duurzaamheid van landbouwbedrijven” of “IDL-streek”: het grondgebied van een lidstaat of een deel van het grondgebied van een lidstaat, dat is afgebakend met het oog op de keuze van de bedrijven met boekhouding; een lijst van die streken is opgenomen in bijlage I;

7) 

“gegevensverzamelaar”: een verbindingsorgaan of een entiteit die door het verbindingsorgaan is belast met het verzamelen van IDL-gegevens;

8) 

“standaardopbrengst”: de standaardwaarde van de brutoproductie;

9) 

“persoonsgegevens”: persoonsgegevens zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ) en artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 );

10) 

“individuele gegevens”: gegevens met betrekking tot een bedrijf met boekhouding aan de hand waarvan het bedrijf of de landbouwer direct of indirect kan worden geïdentificeerd, en die persoonsgegevens of gegevens over rechtspersonen kunnen zijn;

11) 

“geanonimiseerde gegevens”: gegevens in een zodanige vorm dat natuurlijke of rechtspersonen niet direct of indirect kunnen worden geïdentificeerd;

12) 

“gepseudonimiseerde gegevens”: individuele gegevens die niet meer aan een specifieke natuurlijke persoon of rechtspersoon kunnen worden gekoppeld zonder dat er aanvullende gegevens worden gebruikt, mits deze aanvullende gegevens apart worden bewaard en technische en organisatorische maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de individuele gegevens niet aan een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of rechtspersoon worden gekoppeld;

13) 

“geaggregeerde gegevens”: het resultaat van combinaties of berekeningen op basis van gegevens met betrekking tot verscheidene bedrijven met boekhouding.

Artikel 3

Om ervoor te zorgen dat de lijst van IDL-streken na een verzoek van een lidstaat kan worden geactualiseerd, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I met betrekking tot de lijst van IDL-streken per lidstaat.

▼B

HOOFDSTUK II

▼M7

GEGEVENS VOOR HET OPSTELLEN VAN BEDRIJFSFORMULIEREN EN HET KOPPELEN VAN GEGEVENS

Artikel 4

1.  
Bedrijfsformulieren worden opgesteld aan de hand van enquêtes waarvoor de lidstaten in voorkomend geval gebruik kunnen maken van gegevens uit de in lid 2 bedoelde gegevensbronnen en andere relevante gegevensbronnen, alsmede van methoden voor het verzamelen van gegevens of innovatieve benaderingen voor het delen en compileren van gegevens.
2.  

De verbindingsorganen hebben het recht om kosteloos toegang te krijgen tot en gebruik te maken van de volgende gegevensbronnen:

a) 

het bij Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ) ingestelde geïntegreerde beheers- en controlesysteem (GBCS);

b) 

de bij Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde identificatie- en registratieregeling voor gehouden landdieren ( 7 );

c) 

het overeenkomstig artikel 145 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad ingevoerde wijnbouwkadaster ( 8 );

d) 

de bij Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ) ingevoerde registers van biologische bedrijven;

e) 

gegevens van de lidstaten voor de monitoring en evaluatie van strategische GLB-plannen (DME) die overeenkomstig de op grond van artikel 133 van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad ( 10 ) vastgestelde uitvoeringshandeling zijn verkregen;

f) 

in voorkomend geval, gegevens op landbouwbedrijfsniveau die zijn verzameld voor de opstelling door de lidstaten van actieprogramma’s op grond van artikel 5 van Richtlijn 91/676/EEG van de Raad ( 11 );

g) 

alle andere relevante gegevensbronnen die toegankelijk zijn voor de autoriteiten van de lidstaten.

3.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de verbindingsorganen het recht hebben om toegang te krijgen tot en gebruik te maken van de in lid 2 bedoelde gegevensbronnen. De lidstaten kunnen daartoe de nodige samenwerkingsmechanismen opzetten die de effectieve toegang tot en het effectieve gebruik van die gegevensbronnen vergemakkelijken. Het recht op toegang en gebruik wordt ook verleend wanneer het verbindingsorgaan taken aan natuurlijke of rechtspersonen delegeert om die namens dat verbindingsorgaan uit te voeren.
4.  
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 2 van dit artikel te wijzigen door passende nieuwe op grond van het Unierecht vastgestelde gegevensbronnen toe te voegen.

▼M7

Artikel 4 bis

1.  

Naast het bedrijfsformulier stellen de lidstaten ook de koppelingen vast tussen het bedrijf met boekhouding en de identificatiecodes van dat bedrijf in de volgende gegevensreeksen:

a) 

DME;

b) 

het GBCS.

De lidstaten zenden de Commissie hetzij die koppelingen, hetzij rechtstreeks de in de eerste alinea bedoelde gegevensreeksen over het bedrijf met boekhouding anders dan de identificatiecodes over het bedrijf met boekhouding toe. De lidstaten die de gegevens rechtstreeks toezenden, verstrekken het IDL-nummer van het bedrijf met boekhouding.

2.  

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de lijst van de in lid 1 van dit artikel bedoelde gegevensreeksen te wijzigen en nieuwe passende en relevante gegevensreeksen toe te voegen. Bij de uitoefening van haar bevoegdheid om die gedelegeerde handelingen vast te stellen:

a) 

zorgt de Commissie ervoor dat de gedelegeerde handelingen naar behoren worden gemotiveerd en geen aanzienlijke extra lasten met zich meebrengen voor de lidstaten of bedrijven met boekhouding;

b) 

verricht de Commissie analyses van de relevantie, haalbaarheid, evenredigheid en kwaliteit van die gegevensreeksen en houdt zij terdege rekening met de resultaten van die analyses.

3.  
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met een lijst van de uit de in lid 1 van dit artikel bedoelde gegevensreeksen te extraheren gegevens, alsmede gedetailleerde regels voor de technische specificaties en de termijnen voor de toezending van die gegevens tussen de lidstaten en de Commissie. Die gegevens moeten verband houden met het in artikel 1 genoemde doel van deze verordening en een of meer van de in bijlage I vermelde thema’s. Bij de vaststelling van die uitvoeringshandelingen houdt de Commissie rekening met de relevantie van die gegevens en de haalbaarheid van het extraheren van gegevens als bedoeld in lid 1 van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
4.  
De Commissie stelt technische richtsnoeren inzake de methode voor het extraheren van de relevante gegevens op en stelt die ter beschikking van de lidstaten.

▼M7

Artikel 5

1.  
Het waarnemingsgebied omvat de bedrijven waarvan de economische omvang groter is dan of gelijk is aan een drempelwaarde overeenkomend met één van de ondergrenzen van de klassen van de economische bedrijfsomvang van de typologie van de Unie voor bedrijven zoals bedoeld in artikel 5 ter.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening met de regels voor het vaststellen van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde drempelwaarde. Deze voorschriften zorgen ervoor dat landbouwbedrijven van kleinere economische omvang adequaat vertegenwoordigd zijn in de overeenkomstig artikel 5 bis door de lidstaten opgestelde plannen voor de selectie van bedrijven met boekhouding.

De Commissie stelt op basis van de gegevens en de input van de lidstaten uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde drempelwaarde. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.  

Om als bedrijf met boekhouding te worden aangemerkt, moet een bedrijf:

a) 

onder het in lid 1 bedoelde waarnemingsgebied vallen;

b) 

representatief zijn voor het waarnemingsgebied, samen met de andere bedrijven, op het niveau van elke IDL-streek.

3.  
De lidstaten kunnen nationale regels vaststellen om de deelname aan enquêtes aan te moedigen.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de lidstaten ook regels vaststellen voor mogelijke gevallen waarin het in het schema voor de selectie van bedrijven met boekhouding vastgestelde aantal bedrijven met boekhouding waarschijnlijk niet zal worden gehaald. Die regels mogen echter niet voorzien in sancties voor landbouwers.

▼M3

Artikel 5 bis

1.  
►M7  Elke lidstaat stelt een schema voor de keuze van bedrijven met boekhouding op dat een representatieve steekproef voor het waarnemingsgebied waarborgt. ◄

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast tot bepaling van de regels volgens welke de lidstaten deze schema’s moeten opstellen. Met deze regels wordt ervoor gezorgd dat schema’s voor de keuze van bedrijven met boekhouding:

— 
worden gebaseerd op de meest recente statistische gegevens;

▼M7

— 
worden opgesteld overeenkomstig de typologie van de Unie voor bedrijven, en

▼M3

— 
een nadere bepaling inhouden van met name de verdeling van bedrijven met boekhouding per bedrijfscategorie, alsook van de regels voor de keuze ervan.

▼M7

2.  
Overeenkomstig de krachtens lid 1 aangenomen regels en op basis van de gegevens van de lidstaten stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast tot bepaling van het aantal bedrijven met boekhouding per lidstaat en per IDL-streek. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3.  
Het aantal bedrijven met boekhouding dat per IDL-streek moet worden geselecteerd, kan maximaal 20 % hoger of lager liggen dan het aantal dat is vastgesteld in de krachtens lid 2 vast te stellen uitvoeringshandelingen, mits het totale aantal bedrijven met boekhouding van de lidstaat in acht wordt genomen.

▼M3

4.  
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot opstelling en actualisering van modellen en methoden betreffende de vorm en inhoud van de gegevens die de lidstaten aan de Commissie dienen te verstrekken. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 5 ter

▼M7

1.  
Bedrijven worden op uniforme wijze volgens de typologie van de Unie voor bedrijven geclassificeerd.

De typologie voor bedrijven wordt in het bijzonder gebruikt voor de presentatie — per productierichting en per klasse van economische bedrijfsomvang — van de gegevens die zijn verzameld via de landbouwstructuurenquêtes van de Unie en het IDL.

▼M3

2.  
De „productierichting” van een bedrijf wordt bepaald door de relatieve bijdrage van de standaardopbrengst van elk van de verschillende kenmerkende onderdelen van het bedrijf aan de totale standaardopbrengst van het bedrijf.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot bepaling van de referentieperiode voor de standaardopbrengst.

3.  
Bedrijven worden geclassificeerd naar een beperkt aantal productierichtingen. Er worden algemene productierichtingen bepaald. Afhankelijk van het vereiste detailleringsniveau worden de algemene productierichtingen onderscheiden in hoofdproductierichtingen.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de vaststelling van de algemene en de hoofdproductierichtingen.

De overeenstemming tussen algemene en hoofdproductierichtingen en gespecialiseerde bijzondere productierichtingen die overeenkomen met hoofdproductierichtingen, wordt nader bepaald.

4.  
De economische bedrijfsomvang wordt bepaald op basis van de totale standaardopbrengst van het bedrijf.
5.  
Het belang van de rechtstreeks met het bedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden, andere dan de landbouwwerkzaamheden van het bedrijf, wordt bepaald op basis van de bijdrage van die winstgevende werkzaamheden aan de opbrengst van het bedrijf.
6.  
De standaardopbrengsten en de gegevens voor de bepaling daarvan worden aan de Commissie (Eurostat) meegedeeld door het verbindingsorgaan dat elke lidstaat overeenkomstig artikel 7 heeft aangewezen, of door de instantie waaraan deze taak is gedelegeerd.
7.  

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot bepaling van:

— 
methoden voor de berekening van gespecialiseerde bijzondere productierichtingen als bedoeld in lid 3 en voor het aanmerken van het bedrijf als een hoofdproductierichting;
— 
de methode voor de berekening van de economische bedrijfsomvang;
— 
klassen van de economische bedrijfsomvang als bedoeld in lid 1;
— 
methoden voor de berekening van de opbrengst van het bedrijf, en voor de raming van de bijdrage van andere winstgevende werkzaamheden aan die opbrengst, voor de toepassing van lid 5;
— 
de methode voor de berekening ter bepaling van de standaardopbrengsten van elk kenmerkend onderdeel als bedoeld in lid 2, de procedures voor het verzamelen van de overeenkomstige gegevens en de middelen en uiterste termijnen voor het meedelen van de standaardopbrengsten aan de Commissie overeenkomstig lid 6.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

▼B

Artikel 6

▼M7

1.  
Elke lidstaat stelt een Nationaal Comité voor het IDL in (hierna “Nationaal Comité” genoemd).

▼M3

2.  
Het Nationaal Comité is verantwoordelijk voor de keuze van de bedrijven met boekhouding. Tot zijn taken behoort daartoe met name het goedkeuren van het schema voor de keuze van bedrijven met boekhouding.

▼B

3.  
De voorzitter van het Nationaal Comité wordt door de lidstaat aangewezen uit de leden van het Comité.

Het Nationaal Comité besluit met eenstemmigheid; ingeval geen eenstemmigheid wordt bereikt, worden de besluiten getroffen door een door de lidstaat aangewezen autoriteit.

▼M7

4.  
Lidstaten die verschillende IDL-streken hebben, mogen voor elke IDL-streek onder hun jurisdictie een IDL-streekcomité (hierna het Streekcomité genoemd) oprichten.

▼B

Het Streekcomité heeft met name tot taak bij de keuze van de bedrijven met boekhouding samen te werken met het in artikel 7 bedoelde verbindingsorgaan.

▼M3

5.  
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met nadere bepalingen voor de toepassing van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 7

▼M7

1.  

Elke lidstaat wijst een verbindingsorgaan aan dat tot taak heeft:

a) 

het Nationaal Comité, de Streekcomités en de gegevensverzamelaars in kennis te stellen van het toepasselijke regelgevingskader en voor de correcte tenuitvoerlegging daarvan te zorgen;

b) 

het schema voor de keuze van bedrijven met boekhouding op te stellen, ter goedkeuring aan het Nationaal Comité voor te leggen en vervolgens bij de Commissie in te dienen;

c) 

het volgende op te stellen:

i) 

de lijst van bedrijven met boekhouding,

ii) 

indien van toepassing, de lijst van gegevensverzamelaars die in staat zijn de bedrijfsformulieren in te vullen;

d) 

de bedrijfsformulieren op te leveren;

e) 

te verifiëren of de bedrijfsformulieren naar behoren zijn ingevuld en, indien nodig, vastgestelde fouten of onjuistheden te corrigeren;

f) 

de naar behoren ingevulde bedrijfsformulieren aan de Commissie door te zenden in de vereiste vorm en binnen de gestelde termijn;

g) 

de in artikel 4 bis, lid 1, bedoelde koppelingen of gegevens te verzenden;

h) 

de in artikel 17 genoemde verzoeken om inlichtingen aan het Nationaal Comité, de Streekcomités en de gegevensverzamelaars te doen toekomen en de desbetreffende antwoorden aan de Commissie toe te zenden;

i) 

elk bedrijf met boekhouding de mogelijkheid te bieden zijn resultaten zo spoedig mogelijk, maar in elk geval uiterlijk vier maanden nadat de Commissie bevestigt dat het bedrijfsformulier naar behoren is ingevuld, op te vragen bij het verbindingsorgaan of bij een door dit orgaan aangewezen organisatie; indien mogelijk omvatten die resultaten benchmarkinformatie, waarbij die resultaten worden vergeleken met regionale, nationale, uniale of sectorale gemiddelden;

j) 

een plan op te stellen om de deelname van landbouwers aan het IDL te stimuleren en dit samen met het schema voor de selectie van bedrijven met boekhouding bij de Commissie in te dienen;

k) 

de verkregen resultaten beschikbaar te stellen of door een door haar aangewezen organisatie beschikbaar te laten stellen in de vorm van geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens, bijvoorbeeld op regionaal, nationaal, uniaal of sectoraal niveau.

▼M3

2.  
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met nadere bepalingen voor de toepassing van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

▼M7

Artikel 8

1.  
Elk bedrijf met boekhouding wordt onderworpen aan een individueel bedrijfsformulier en wordt in het IDL geïdentificeerd aan de hand van een uniek nationaal IDL-nummer.
2.  

Het naar behoren ingevulde bedrijfsformulier omvat de gegevens waardoor het mogelijk is:

a) 

het bedrijf met boekhouding te beschrijven aan de hand van de voornaamste bestanddelen van zijn productiefactoren;

b) 

de verschillende aspecten van het inkomen in het bedrijf met boekhouding te beschrijven;

c) 

de economische, milieu- en sociale situatie van het bedrijf te beschrijven;

d) 

de opgegeven informatie te verifiëren met passende middelen, zoals controles ter plaatse en controles op afstand.

3.  
De gegevens op het bedrijfsformulier hebben betrekking op één bedrijf en één rapportagejaar van twaalf opeenvolgende maanden. Die gegevens hebben betrekking op landbouwactiviteiten van het bedrijf zelf en op andere rechtstreeks met het bedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden. Bij het opstellen van bedrijfsformulieren wordt geen rekening gehouden met gegevens over erfenissen, privébankrekeningen, andere bezittingen dan het bedrijf, persoonlijke belastingen of privéverzekeringen.
4.  

Om ervoor te zorgen dat de gegevens die aan de hand van bedrijfsformulieren worden verzameld vergelijkbaar zijn ongeacht op welke bedrijven met boekhouding de waarnemingen betrekking hebben, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast met voorschriften inzake:

a) 

de variabelen en de definities van variabelen die verband houden met een of meer van de in bijlage -I vermelde thema’s;

b) 

het begin en het einde van het rapportagejaar;

c) 

de vorm en opmaak van het bedrijfsformulier;

d) 

de methoden en termijnen voor de toezending van gegevens aan de Commissie, met inbegrip van mogelijke verlengingen van termijnen en vrijstellingen voor specifieke variabelen die op gemotiveerd verzoek aan een lidstaat kunnen worden verleend;

e) 

de frequentie van de toezending van de gegevens, die afhankelijk van de aard van de variabelen jaarlijks of minder frequent is.

Bij de vaststelling van deze uitvoeringshandelingen maakt de Commissie bij het toevoegen, wijzigen of vervangen van variabelen zo veel mogelijk gebruik van variabelen die beschikbaar zijn uit bestaande gegevensbronnen, en houdt zij rekening met de noodzaak om geen aanzienlijke extra lasten te creëren voor de lidstaten of de bedrijven met boekhouding. Alvorens die uitvoeringshandelingen vast te stellen, onderzoekt de Commissie de haalbaarheid van de voorgestelde variabelen aan de hand van, onder meer, input van de lidstaten, met inbegrip van de beschikbaarheid en kwaliteit van nieuwe en bestaande gegevensbronnen, de mogelijke toepassing van nieuwe methoden en de financiële lasten voor de lidstaten en de bedrijven met boekhouding. De resultaten van die analyse worden besproken in het in artikel 19 ter, lid 1, bedoelde comité.

De in dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

▼M7

Artikel 8 bis

1.  
De bedrijfsformulieren en de in artikel 4 bis bedoelde koppelingen of gegevens worden door het verbindingsorgaan bij de Commissie ingediend via een door de Commissie opgezet geautomatiseerd gegevenssysteem. De gegevens worden elektronisch ingediend aan de hand van formulieren die via dat systeem ter beschikking van het verbindingsorgaan worden gesteld.
2.  
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met nadere regels voor de opslag, de verwerking, het hergebruik en het delen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde gegevens binnen de Commissie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

▼M3 —————

▼B

HOOFDSTUK IV

ALGEMENE BEPALINGEN

▼M7

Artikel 16

1.  
Individuele gegevens die tijdens de uitvoering van deze verordening worden verkregen, worden uitsluitend gebruikt voor de uitvoering van taken voor de toepassing van artikel 1 van deze verordening. In geen geval mogen de lidstaten of de Commissie dergelijke individuele gegevens gebruiken voor andere doeleinden, met name voor controles overeenkomstig Verordening (EU) 2021/2116 of voor belastingdoeleinden.
2.  
IDL-gegevens en, voor de toepassing van deze verordening, gegevens uit andere gegevensreeksen zoals uiteengezet in artikel 4 bis mogen openbaar worden gemaakt op voorwaarde dat zij zowel geaggregeerd als geanonimiseerd zijn.
3.  
De Commissie kan voor onderzoeksdoeleinden toegang verlenen tot gepseudonimiseerde gegevens. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen met de regels en voorwaarden voor die toegang op Unieniveau. Bij de vaststelling van die gedelegeerde handelingen houdt de Commissie rekening met de noodzaak van de bescherming van individuele gegevens en met name met de regels voor doorgiften van gegevens aan ontvangers buiten het grondgebied van de Unie die zijn vastgesteld in hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725. Alvorens die gedelegeerde handelingen vast te stellen, wint de Commissie het advies in van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

▼M7

Artikel 16 bis

1.  
De lidstaten en de Commissie gaan over tot het vaststellen en uitvoeren van passende technische en organisatorische maatregelen, onder meer met betrekking tot het in artikel 8 bis bedoelde geautomatiseerde gegevenssysteem, om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verzameling, verwerking, compilatie en toezending van individuele gegevens beperkt blijven tot de doeleinden van deze verordening.
2.  
Individuele gegevens worden bewaard zolang zij nodig zijn om tijdreeksanalyses uit te voeren.
3.  
Individuele gegevens worden niet ter beschikking gesteld van andere personen dan die welke er vanwege hun functie toegang toe moeten hebben voor de toepassing van deze verordening.
4.  
Personen die aan het IDL meewerken of meegewerkt hebben, mogen individuele gegevens of andere individuele bijzonderheden die hen bij of door de uitoefening van hun functie ter kennis zijn gekomen, niet verspreiden. De lidstaten en de Commissie nemen alle passende maatregelen om inbreuken op dat verbod aan te pakken.

Artikel 16 ter

1.  
De verwerking, het beheer en het gebruik van uit hoofde van deze verordening verzamelde persoonsgegevens voldoen aan de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725.
2.  
De Commissie is de verantwoordelijke voor de verwerking van in de bedrijfsformulieren opgenomen persoonsgegevens vanaf het moment waarop de Commissie die gegevens ontvangt. De lidstaten bepalen wie de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, wie de gegevensverwerker is voor de verwerking van in de bedrijfsformulieren opgenomen persoonsgegevens betreffende bedrijven op hun grondgebied.

▼B

Artikel 17

▼M7

1.  
Het Nationaal Comité, de Streekcomités, het verbindingsorgaan en de gegevensverzamelaars moeten, elk voor zich, de Commissie alle relevante inlichtingen verstrekken, die de Commissie van hen vraagt met betrekking tot de vervulling van hun taken in het kader van deze verordening.

Dergelijke verzoeken om inlichtingen, gericht aan het Nationaal Comité, de Streekcomités en de gegevensverzamelaars, alsook de daarop betrekking hebbende antwoorden, worden schriftelijk toegezonden via het verbindingsorgaan.

▼B

2.  
Indien de verstrekte inlichtingen onvoldoende zijn of niet tijdig worden verstrekt, kan de Commissie met de medewerking van het verbindingsorgaan deskundigen ter plaatse zenden.

▼M3 —————

▼M7

Artikel 19

1.  

Het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) financiert uitgaven voor:

a) 

een aan de lidstaten te betalen bedrag voor de toezending van binnen de gestelde termijn ingediende, naar behoren ingevulde bedrijfsformulieren, tot het maximumaantal bedrijven met boekhouding als vastgesteld overeenkomstig artikel 5 bis, lid 2; wanneer het totale aantal naar behoren ingevulde en toegezonden bedrijfsformulieren met betrekking tot een IDL-streek of een lidstaat minder dan 80 % bedraagt van het aantal bedrijven met boekhouding dat overeenkomstig artikel 5 bis, leden 2 en 3, voor die IDL-streek of voor de betrokken lidstaat is vastgesteld, wordt het voor elk bedrijfsformulier uit die IDL-streek of uit de betrokken lidstaat toegepaste bedrag met 20 % verlaagd; indien een dergelijke verlaging al gedurende de twee voorgaande opeenvolgende jaren op een IDL-streek of een lidstaat is toegepast, bedraagt de verlaging 25 %;

b) 

alle kosten van de geautomatiseerde gegevenssystemen die door de Commissie worden gebruikt voor het beheer en de ontwikkeling van het IDL en voor de ontvangst, verificatie, verwerking, interoperabiliteit en analyse van de door de lidstaten verstrekte gegevens; die kosten omvatten, waar passend, de kosten van het verspreiden van de resultaten van die activiteiten en de kosten van studies over en de ontwikkeling van andere aspecten van het IDL.

2.  
Het ELGF verstrekt ook financiële bijdragen aan de lidstaten om bij te dragen aan de uitvoeringskosten van de lidstaten wanneer het opzetten van het systeem voor het verzamelen van de milieu- en sociale variabelen overeenkomstig deze verordening, met inbegrip van opleiding en interoperabiliteit tussen gegevensverzamelingssystemen, aanzienlijke aanpassingen van het ILB-gegevensverzamelingssysteem van een lidstaat vereist. Dergelijke bijdragen worden uiterlijk op 31 december 2027 aan de lidstaten verstrekt.
3.  
Het in lid 1, punt a), bedoelde bedrag kan geheel of gedeeltelijk aan landbouwers worden betaald voor hun deelname aan IDL-enquêtes overeenkomstig door de lidstaten vastgestelde toewijzingscriteria.
4.  
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de gedetailleerde procedures met betrekking tot het in lid 1, punt a), bedoelde bedrag en de in lid 2 bedoelde bijdragen. In de uitvoeringshandelingen betreffende de bijdragen maakt de Commissie duidelijk op basis van welke criteria die bijdragen moeten worden toegewezen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

▼M3

Artikel 19 bis

1.  
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

▼M7

2.  
De in artikel 1, lid 2, artikel 3, artikel 4, lid 4, artikel 4 bis, lid 2, artikel 5, lid 1, artikel 5 bis, lid 1, artikel 5 ter, leden 2 en 3, en artikel 16, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van vijf jaar vanaf 19 december 2023. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
3.  
Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1, lid 2, artikel 3, artikel 4, lid 4, artikel 4 bis, lid 2, artikel 5, lid 1, artikel 5 bis, lid 1, artikel 5 ter, leden 2 en 3, en artikel 16, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

▼M3

4.  
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdige kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

▼M7

5.  
Een op grond van artikel 1, lid 2, artikel 3, artikel 4, lid 4, artikel 4 bis, lid 2, artikel 5, lid 1, artikel 5 bis, lid 1, artikel 5 ter, leden 2 en 3, en artikel 16, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 19 ter

1.  
De Commissie wordt bijgestaan door een comité, genaamd het “Comité voor het informatienet inzake de duurzaamheid van landbouwbedrijven”. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ).
2.  
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht over de in artikel 4 bis, lid 3, en artikel 8, lid 4, punt a), van deze verordening bedoelde handelingen, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

▼M7

Artikel 19 quater

De Commissie dient 20 december 2028 bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag in over de uitvoering van artikel 4 bis en artikel 7, lid 1, punt g), zo nodig vergezeld van een voorstel voor een wetgevingshandeling tot wijziging van artikel 19, lid 1, punt a).

▼B

Artikel 20

Verordening nr. 79/65/EEG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

Artikel 21

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M7




BIJLAGE -I

Lijst van thema’s

Economisch

Algemene informatie over het bedrijf

Exploitatievorm

Activa en investeringen

Quota en andere rechten

Schulden en kredieten

Belasting over de toegevoegde waarde

Inputs

Landgebruik en gewassen

Dierlijke productie

Dierlijke producten en diensten

Marktintegratie

Kwaliteitsproducten — geografische aanduidingen

Lidmaatschap van producentenorganisaties;

Risicobeheer

Innovatie en digitalisering

Andere winstgevende activiteiten in verband met het bedrijf

Subsidies

Indicatief aandeel van het inkomen buiten het landbouwbedrijf

Milieu

Landbouwpraktijken

Bodembeheer

Gebruik en beheer van voedingsstoffen

Koolstoflandbouw

Broeikasgasemissies en -verwijdering

Luchtverontreiniging

Watergebruik en -beheer

Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Gebruik van antimicrobiële stoffen

Dierenwelzijn

Biodiversiteit

Biologische landbouw

Certificeringsregelingen

Energieverbruik en energieproductie

Voedselverlies op het niveau van de primaire productie

Afvalbeheer

Sociaal

Arbeid

Opleiding

Genderevenwicht

Arbeidsomstandigheden

Sociale inclusie

Sociale zekerheid

Toegang tot infrastructuur en basisdiensten

Generatievernieuwing

▼B




BIJLAGE

▼M7

Lijst van IDL-streken

▼B

België

1. Vlaanderen

2. Bruxelles — Brussel

3. Wallonie

Bulgarije

1. Северозападен (Severozapaden)

2. Северен централен (Severen tsentralen)

3. Североизточен (Severoiztochen)

4. Югозападен (Yugozapaden)

5. Южен централен (Yuzhen tsentralen)

6. Югоизточен (Yugoiztochen)

Bulgarije kan tot 31 december 2009 evenwel één streek vormen.

Tsjechië

Vormt één streek

Denemarken

Vormt één streek

▼M4

Duitsland

1. 

Schleswig-Holstein/Hamburg

2. 

Niedersachsen

3. 

Bremen

4. 

Nordrhein-Westfalen

5. 

Hessen

6. 

Rheinland-Pfalz

7. 

Baden-Württemberg

8. 

Bayern

9. 

Saarland

10. 

Berlin

11. 

Brandenburg

12. 

Mecklenburg-Vorpommern

13. 

Sachsen

14. 

Sachsen-Anhalt

15. 

Thüringen

▼B

Estland

Vormt één enkele streek

Ierland

Vormt één streek

Griekenland

1. Μακεδονία — Θράκη

2. Ήπειρος — Πελοπόννησος — Νήσοι Ιονίου

3. Θεσσαλία

4. Στερεά Ελλάς — Νήσοι Αιγαίου — Κρήτη

Spanje

1. Galicia

2. Asturias

3. Cantabria

4. País Vasco

5. Navarra

6. La Rioja

7. Aragón

8. Cataluña

9. Baleares

10. Castilla-León

11. Madrid

12. Castilla-La Mancha

13. Comunidad Valenciana

14. Murcia

15. Extremadura

16. Andalucía

17. Canarias

▼M5

Frankrijk

1. 

Île-de-France

2. 

Champagne-Ardenne

3. 

Picardie

4. 

Haute-Normandie

5. 

Centre

6. 

Basse-Normandie

7. 

Bourgogne

8. 

Nord-Pas de Calais

9. 

Lorraine

10. 

Alsace

11. 

Franche-Comté

12. 

Pays de la Loire

13. 

Bretagne

14. 

Poitou-Charentes

15. 

Aquitaine

16. 

Midi-Pyrénées

17. 

Limousin

18. 

Rhône-Alpes

19. 

Auvergne

20. 

Languedoc-Roussillon

21. 

Provence-Alpes-Côte d'Azur

22. 

Corse

23. 

Antilles françaises

24. 

La Réunion

▼M2

Kroatië

1. 

Kontinentalna Hrvatska

2. 

Jadranska Hrvatska

Kroatië kan gedurende drie jaar na de toetreding evenwel één enkele streek vormen.

▼B

Italië

1. Piemonte

2. Valle d'Aosta

3. Lombardia

4. Alto Adige

5. Trentino

6. Veneto

7. Friuli-Venezia Giulia

8. Liguria

9. Emilia-Romagna

10. Toscana

11. Umbria

12. Marche

13. Lazio

14. Abruzzi

15. Molise

16. Campania

17. Puglia

18. Basilicata

19. Calabria

20. Sicilia

21. Sardegna

Cyprus

Vormt één streek

Letland

Vormt één streek

Litouwen

Vormt één streek

Luxemburg

Vormt één streek

▼M1

Hongarije

1. Észak-Magyarország

2. Dunántúl

3. Alföld

▼B

Malta

Vormt één streek

Nederland

Vormt één streek

Oostenrijk

Vormt één streek

Polen

1. Pomorze en Mazury

2. Wielkopolska en Śląsk

3. Mazowsze en Podlasie

4. Małopolska en Pogórze

Portugal

1. Norte e Centro

2. Ribatejo-Oeste

3. Alentejo e Algarve

4. Açores e Madeira

Roemenië

1. Nord-Est

2. Sud-Est

3. Sud-Muntenia

4. Sud-Vest-Oltenia

5. Vest

6. Nord-Vest

7. Centru

8. București-Ilfov

Slovenië

Vormt één streek

Slowakije

Vormt één streek

▼M6

Finland

1. Etelä-Suomi

2. Pohjanmaa, Sisä- en Pohjois-Suomi

▼B

Zweden

1. De laagvlakten van Zuid- en Midden-Zweden

2. De land- en bosbouwgebieden van Zuid- en Midden-Zweden

3. Het gebied Noord-Zweden

▼M5 —————

▼B




BIJLAGE II



Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening nr. 79/65/EEG van de Raad

(PB 109 van 23.6.1965, blz. 1859/65)

 

Toetredingsakte van 1972

 

Verordening (EEG) nr. 2835/72 van de Raad

(PB L 298 van 31.12.1972, blz. 47)

 

Verordening (EEG) nr. 2910/73 van de Raad

(PB L 299 van 27.10.1973, blz. 1)

 

Toetredingsakte van 1979

 

Verordening (EEG) nr. 2143/81 van de Raad

(PB L 210 van 30.7.1981, blz. 1)

 

Verordening (EEG) nr. 3644/85 van de Raad

(PB L 348 van 24.12.1985, blz. 4)

 

Toetredingsakte van 1985

 

Verordening (EEG) nr. 3768/85 van de Raad

(PB L 362 van 31.12.1985, blz. 8)

Uitsluitend punt 2 van de bijlage

Verordening (EEG) nr. 3577/90 van de Raad

(PB L 353 van 17.12.1990, blz. 23)

Uitsluitend bijlage XVI

Punt V.A.I van bijlage I bij de Toetredingsakte van 1994

(PB C 241 van 29.8.1994, blz. 117)

 

Verordening (EEG) nr. 2801/95 van de Raad

(PB L 291 van 6.12.1995, blz. 3)

 

Verordening (EEG) nr. 1256/97 van de Raad

(PB L 174 van 2.7.1997, blz. 7)

 

Verordening (EEG) nr. 806/2003 van de Raad

(PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1)

Uitsluitend punt 1 van bijlage II

Punt 6.A.1 van bijlage II bij de Toetredingsakte van 2003

(PB L 236 van 23.9.2003, blz. 346)

 

Verordening (EEG) nr. 2059/2003 van de Raad

(PB L 308 van 25.11.2003, blz. 1)

 

Verordening (EEG) nr. 660/2004 van de Commissie

(PB L 104 van 8.4.2004, blz. 97)

 

Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Commissie

(PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1)

Uitsluitend punt 1 van hoofdstuk 5, onderdeel A, van de bijlage

Verordening (EG) nr. 1469/2007 van de Commissie

(PB L 329 van 14.12.2007, blz. 5)

 




BIJLAGE III



CONCORDANTIETABEL

Verordening nr. 79/65/EEG

De onderhavige verordening

Artikelen 1 en 2

Artikelen 1 en 2

Artikel 2 bis

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6, lid 1, onder a)

Artikel 7, lid 1, onder a)

Artikel 6, lid 1, onder b), eerste streepje

Artikel 7, lid 1, onder b), punt i)

Artikel 6, lid 1, onder b), tweede streepje

Artikel 7, lid 1, onder b), punt ii)

Artikel 6, lid 1, onder c), eerste streepje

Artikel 7, lid 1, onder c), punt i)

Artikel 6, lid 1, onder c), tweede streepje

Artikel 7, lid 1, onder c), punt ii)

Artikel 6, lid 1, onder e), f) en g)

Artikel 7, lid 1, onder e), f) en g)

Artikel 6, lid 2

Artikel 7, lid 2

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19, leden 1, 2 en 3

Artikel 18, leden 1, 2 en 3

Artikel 20, leden 1 en 2

Artikel 18, leden 4 en 5

Artikel 21, eerste en tweede alinea

Artikel 18, lid 6

Artikel 21, derde alinea

Artikel 22

Artikel 19

Artikel 23

Artikel 20

Artikel 21

Bijlage

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage III



( 1 ) Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1165/2008, (EG) nr. 543/2009 en (EG) nr. 1185/2009 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/16/EG van de Raad (PB L 315 van 7.12.2022, blz. 1).

( 2 ) Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1166/2008 en (EU) nr. 1337/2011 (PB L 200 van 7.8.2018, blz. 1).

( 3 ) Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap (PB L 33 van 5.2.2004, blz. 1).

( 4 ) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

( 5 ) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

( 6 ) Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187).

( 7 ) Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).

( 8 ) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

( 9 ) Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).

( 10 ) Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1).

( 11 ) Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1).

( 12 ) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).