02009R0906 — NL — 14.04.2020 — 002.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EG) Nr. 906/2009 VAN DE COMMISSIE van 28 september 2009 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia) (PB L 256 van 29.9.2009, blz. 31) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) Nr. 697/2014 VAN DE COMMISSIE van 24 juni 2014 |
L 184 |
3 |
25.6.2014 |
|
|
VERORDENING (EU) 2020/436 VAN DE COMMISSIE van 24 maart 2020 |
L 90 |
1 |
25.3.2020 |
|
VERORDENING (EG) Nr. 906/2009 VAN DE COMMISSIE
van 28 september 2009
betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia)
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
WERKINGSSFEER EN DEFINITIES
Artikel 1
Werkingssfeer
Deze verordening is slechts op consortia van toepassing voor zover deze internationale lijnvaartdiensten verzorgen van of naar een of meer havens van de Gemeenschap.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1. |
„consortium” : een overeenkomst of een aantal onderling samenhangende overeenkomsten tussen twee of meer vervoerders die schepen exploiteren en uitsluitend voor goederenvervoer in een of meer vaargebieden geregelde internationale lijnvaartdiensten verzorgen, welke overeenkomst tot voorwerp heeft een samenwerking tot stand te brengen voor de gemeenschappelijke exploitatie van een zeevervoerdienst en die de dienst welke zonder het consortium individueel door elk van zijn leden zou worden aangeboden, verbetert, teneinde door middel van technische, operationele en/of commerciële regelingen, hun activiteiten te rationaliseren; |
|
2. |
„lijnvaart” : vervoer van goederen dat op geregelde wijze geschiedt op (een) welbepaalde route(s) tussen havens en volgens vooraf aangekondigde uurregelingen en reisdata, en dat voor alle vervoergebruikers tegen betaling zelfs op incidentele basis beschikbaar is; |
|
3. |
„vervoergebruiker” : een onderneming (bijvoorbeeld een verlader, consignataris of expediteur) die met een lid van een consortium voor het vervoer van goederen een contractuele overeenkomst heeft gesloten of voornemens is te sluiten; |
|
4. |
„aanvang van de dienst” : de datum waarop het eerste schip afvaart in het kader van de dienst. |
HOOFDSTUK II
VRIJSTELLINGEN
Artikel 3
Vrijgestelde overeenkomsten
Artikel 81, lid 1, van het Verdrag wordt uit hoofde van artikel 81, lid 3, van het Verdrag, onder de in deze verordening genoemde voorwaarden, buiten toepassing verklaard ten aanzien van de volgende activiteiten van een consortium:
de gemeenschappelijke exploitatie van lijnvaartdiensten, welke de volgende activiteiten omvat:
onderlinge afstemming en/of gemeenschappelijke vaststelling van de dienstregelingen en van de aanloophavens;
uitwisseling, verkoop of wederzijdse bevrachting van scheepsruimte of van slots op schepen;
gemeenschappelijk gebruik („pooling”) van schepen en/of haveninstallaties;
gebruik van een of meer gemeenschappelijke kantoren voor de exploitatie;
beschikbaarstelling van containers, chassis of andere uitrustingen en/of overeenkomsten van huur, leasing of koop van deze uitrustingen;
capaciteitsaanpassingen naar gelang van de fluctuaties in vraag en aanbod;
gemeenschappelijke exploitatie of gemeenschappelijk gebruik van haventerminals en de daarmee verbonden diensten (bijvoorbeeld diensten inzake overlading op lichters en stuwage);
elke andere activiteit die met de in de punten 1), 2) en 3) genoemde activiteiten verbonden en voor de uitoefening daarvan onontbeerlijk is, zoals:
het gebruik van een computersysteem voor gegevensuitwisseling;
een aan de leden van een consortium opgelegde verplichting om op de relevante markt(en) aan het consortium toegewezen vaartuigen te gebruiken en een verbod om ruimte op schepen van derden te bevrachten;
een aan de leden van een consortium opgelegd verbod om zonder voorafgaande toestemming van de andere leden van het consortium aan andere vervoerders die op de relevante markt(en) schepen exploiteren ruimte toe te wijzen of voor bevrachting aan te bieden.
Artikel 4
Hardekernbeperkingen
De in artikel 3 bedoelde vrijstelling geldt niet voor een consortium dat, op zichzelf of in combinatie met andere factoren waarover de partijen controle hebben, direct of indirect tot doel heeft:
de vaststelling van de prijzen bij verkoop van lijnvaartdiensten aan derden;
de beperking van capaciteit of afzet, met uitzondering van de in artikel 3, punt 2), bedoelde capaciteitsaanpassingen;
de toewijzing van markten of klanten.
HOOFDSTUK III
VOORWAARDEN VOOR DE VRIJSTELLING
Artikel 5
Voorwaarden betreffende het marktaandeel
1. Om voor de in artikel 3 bedoelde vrijstelling in aanmerking komen mag het gezamenlijke marktaandeel van alle leden van het consortium op de relevante markt waarop het consortium actief is, niet meer dan 30 % bedragen, gerekend in totaal volume van de vervoerde goederen in scheepston of 20-voetscontainer-equivalent.
2. Ter vaststelling van het marktaandeel van een lid van het consortium worden de totale volumes van de door dat lid op de relevante markt vervoerde goederen in aanmerking genomen, ongeacht of deze volumes worden vervoerd:
binnen het betrokken consortium;
binnen een ander consortium waaraan het lid deelneemt, of
buiten een consortium, met eigen schepen van het lid of op schepen van derden.
3. De in artikel 3 bedoelde vrijstelling blijft gelden indien gedurende een periode van twee opeenvolgende kalenderjaren het in lid 1 van dit artikel bedoelde marktaandeel met niet meer dan één tiende wordt overschreden.
4. Indien een van de in de leden 1 en 3 van dit artikel genoemde drempels wordt overschreden, blijft de in artikel 3 bedoelde vrijstelling gelden gedurende een periode van zes maanden te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de overschrijding plaatsvond. Die periode wordt op twaalf maanden gebracht indien de overschrijding is toe te schrijven aan het feit dat een niet bij het consortium aangesloten zeevervoerder de betrokken markt heeft verlaten.
Artikel 6
Andere voorwaarden
Om voor de in artikel 3 bedoelde vrijstelling in aanmerking te komen moet een consortium zijn leden het recht toekennen om zich terug te trekken zonder enige financiële of andere sanctie, zoals met name de verplichting om alle vervoersactiviteiten op de relevante markt of betrokken markten te staken, al dan niet in combinatie met de voorwaarde dat deze activiteiten na een bepaalde termijn kunnen worden hervat. Voor de uitoefening van dit recht geldt een opzegtermijn van ten hoogste 6 maanden. Het consortium kan evenwel bepalen dat opzegging pas kan geschieden na een aanlooptermijn van ten hoogste 24 maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst of, indien deze later valt, de aanvang van de dienst.
In het geval van een sterk geïntegreerd consortium kan de opzegtermijn worden verlengd tot 12 maanden en kan het consortium bepalen dat opzegging pas kan geschieden na een aanlooptermijn van ten hoogste 36 maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst of, indien deze later valt, de aanvang van de dienst
HOOFDSTUK IV
SLOTBEPALINGEN
Artikel 7
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 26 april 2010.
Zij is van toepassing tot en met 25 april 2024.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.